Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 3e jaargang nr. 2 - november 2000
Van de redactie: Het ,,sprookje" van de mooie herfst...
Ineens zijn de bladeren
aan de bomen goud gekleurd en zet een zonnestraal een aura om
de randen. Er waren een paar van die prachtige dagen dat ik genoot
van de schitterende herfsttooi van de leilinden voor mijn deur
en met verwondering keek naar de kunstige door ijverige spinnen
geweven webben in mijn tuin, die zilverig de laatst gevallen regendruppels
gevangen hielden. Herfst. Soms pakken die beelden mij en houden
mij in hun betovering.
En als ik met mijn vriendin door het bos wandel zie ik de paddestoelen
in groepen groeien en zorgt een plotselinge windvlaag ervoor dat
ik een eikel op mijn hoofd krijg. Ik kan daar heel intens van
genieten. Zolang de zon schijnt.
Maar dan ineens
verdwijnt de zon achter vliegende wolkenvelden en verdwijnt de
magie van de herfst als door een toverslag van een woedende magiër.
Zo maar valt de grijsheid van felle regenbuien over me heen en
doordrenken mijn gedachten met onstuitbaar sombere gevoelens die
het sprookje verpletteren.
Op zo'n moment haat ik de herfst. Haat ik het feit dat de zomer
alweer voorbij is en -voordat je even diep adem kunt halen- de
donkere dagen mijn dagelijkse ritme beheersen. Want mijn zomer
was mooi. Mijn zomer was vrolijk. Mijn zomer was opgewekt. Er
was helder licht in alle opzichten. En dan klettert de regen tegen
je raam en beginnen stormen aan die gouden bladeren te rukken
en begint de kaalheid van de winter. Blad voor blad.
Ben ik somber? Ja. Op het moment dat ik dit schrijf ben ik somber.
Ook al heb ik niks te klagen. Ook al ben ik een gelukkig mens,
ondanks alles. Maar toch: zo maar ineens is het, alsof de somberte,
tegelijk met de eerste herfststormen, me in haar greep krijgt.
Ik had niet gedacht dat het me nog eens, met zo'n heftigheid,
zou gebeuren. Ik had gedacht dat ik misschien ,,wat gemakkelijk"
aan de herfst en de winter zou beginnen. En daarom overviel het
me. Ik schreef er een paar gedichten over, die ik in deze editie
opneem. Want ik denk ook, dat ik niet de enige ben die zo maar
weer wordt overvallen door de somberte die de herfst op kan roepen.
Daarom wens ik mijn lotgenoten die dat ook overkomt, heel veel
sterkte toe. En bedenk óók: het gaat voorbij. Zoals
de herfst overgaat in de winter en de winter verdwijnt met de
komst van de lente. Maar ja, dát duurt nog even. Maar we
zullen het wel redden. Want hebben we het tot nu toe niet gered?
Nou dan!
Bert Vos
hoofdredacteur
Dit is
het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige
en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier
over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten
aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt.
Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke
ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en
de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons
zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning
-naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.
Blaka Rosoe (10): Werken lukt nog niet
Terug op kantoor probeer ik de draad van mijn leven - zo goed en zo kwaad als het gaat - weer op te pakken. Maar dit is zo ontzettend moeilijk. Bij alles wat ik doe dwalen mijn gedachten voortdurend naar hem af. Hoe totaal anders ziet mijn leven er nu uit. Het voelt alsof een groot deel van mij mét hem is gestorven.
Na een afwezigheid
van vijf maanden begin ik een paar uurtjes per dag op therapiebasis
te werken. Om de twee weken moet ik verslag uitbrengen bij de
bedrijfsarts hoe het verloopt. "Het gaat wel", is
steeds mijn standaard-antwoord. Hij wil weten of ik mijn emoties
op kantoor goed de baas kan. En dat kan ik. Wat ik hem niét
vertel is dat mij dit lukt door het contact met mijn collega's
tot een minimum te beperken.
Ik hou mij bezig met het archiveren van de post die de afgelopen
tijd is blijven liggen. Ik ben dankbaar voor deze klus want hier
hoef ik niet veel bij na te denken. Bovendien kan ik mij op deze
manier weer inlezen in wat er de afgelopen maanden binnen het
bedrijf is gebeurd. Maar ik merk al snel dat ik mij niet kan concentreren.
Het dringt niet tot mij door wat ik lees. Sterker nog, ik vind
het totaal onbelangrijk. Waar maakt men zich nog druk om, vraag
ik mij verwonderd af. Eric is er immers niet meer en alles valt
hierbij in het niet.
Hun gelach lijkt van een andere planeet af te komen...
In een onbewuste
poging om zo min mogelijk met de sluimerende pijn in mij geconfronteerd
te worden trek ik mij zoveel mogelijk in mijn kamer terug. Ik
mijd mijn collega's en zij mijden mij. In de verte hoor ik hun
gelach maar het lijkt van een andere planeet af te komen. Blijkbaar
valt er iets te lachen. Heel af en toe zet ik mij er toe om hun
gezelschap op te zoeken en drink ik een kopje thee met hen. En
ik hoor hun gesprekken aan. Het gaat voornamelijk over vakanties
en over hun plannen voor het weekeinde. Kortom: over dingen die
zij samen met hun partner doen. Dit grijpt mij aan want ik realiseer
mij dat ík dit soort plannen niet meer kan maken. Ik kan
er niet meer over meepraten. En ik kom voor het eerst tot de pijnlijke
ontdekking hoe zeer mijn leven met hem verweven was.
En als ik dan een keer een afdeling op loop valt het mij op dat
het opeens stil wordt en dat alle blikken dan op mij gericht zijn.
De sfeer verandert merkbaar en ik zie hoe men mij in de gaten
houdt. Sommigen doen een poging om mij wat op te vrolijken door
grapjes te maken, en ik probeer mij zo "normaal" mogelijk
te gedragen door mee te lachen maar lang hou ik dit niet vol en
het doet mij snel weer terugkeren naar mijn "veilige"
kamer. Dáár kan ik tenminste mezelf weer zijn en
aan hém denken.
'Fijne middag'
Het valt me
op dat die collega's, die ik na maanden voor het eerst weer telefonisch
spreek, verschillend reageren. Mensen van wie ik het niet zou
verwachten zijn heel medelevend, maar ook het omgekeerde gebeurt.
Er zijn er die zich geen houding weten te geven. Die eraan voorbij
gaan alsof het niet gebeurd is.
Aan diegenen die wél fijn en meevoelend reageren doe ik
uitgebreid verslag van mijn gevoelens. Maar terwijl ik mijzelf
hoor praten realiseer ik mij dat ik dit toch wel op een afstandelijke
manier doe. Alsof ik het over iemand anders heb en niet over mezelf.
En dan zijn er ook die pijnlijke momenten dat ik opga in mijn
werk en alles héél even vergeten ben. Totdat een
collega mij vraagt hoe het met mij gaat. En dan schrik ik en kom
ik weer met beide benen op de keiharde vloer terecht. Oh ja, hij
is dood! Hoe moet ik nu verder alleen?
Als ik na een paar uurtjes weer naar huis ga wensen mijn collega's
mij een fijne middag toe. Verdrietig en ongelovig geef ik ze een
flauwe glimlach. Blijkbaar hebben ze geen idéé wat
er in mij omgaat. Hoe kan ik nu een fijne middag hebben in mijn
lege huis zonder hem?!
Zodra ik de auto instap komt alles weer in volle hevigheid op
mij af en rollen de tranen over mijn wangen. Ik rij niet rechtstreeks
terug naar huis maar zoek eerst de drukte van de stad op om daar
doelloos en verdwaasd een beetje rond te dwalen. Ik heb immers
alle tijd van de wereld. Er is niemand die thuis op mij wacht.
Mijn eerste verjaardag zonder hem is in aantocht en daar zie ik tegenop. Ik stuur een intern mailtje rond naar een handjevol collega-secretaressen. Ik vraag hen om geen ruchtbaarheid te geven aan mijn verjaardag. Ik wil niet gefeliciteerd worden. Zowel zakelijk als privé wil ik het dit jaar niet "vieren".
Aan het einde van de dag moet ik het licht uitdoen...
Na een maand
is de arbeidstherapie voorbij en ga ik weer voltijds aan het werk.
Maar ik merk al snel dat ik nu tijd tekort kom voor de verwerking.
Zodra ik thuis kom ben ik doodmoe en komt er niets meer uit mijn
handen. Eten voor mezelf alleen koken kan ik niet. Het is veel
te pijnlijk om achter het fornuis te staan. Zijn favoriete gerechten
hoef ik nu niet meer klaar te maken. Voorlopig red ik me wel met
kant en klaar maaltijden. Na het eten val ik steevast in slaap
op de klanken van onze muziek. De televisie en de krant interesseren
mij niet meer. Het wereldnieuws gaat aan mij voorbij. Het enige
wat ik wil is denken aan hem. Proberen om alles op een rijtje
te zetten. Om de chaos in mijn hoofd tot bedaren te krijgen.
En aan het einde van de dag komt dan steeds weer dat uiterst pijnlijke
moment waar ik tegenop zie. Het moment waarop ik het licht uit
moet doen en alleen in het nu veel te grote bed moet stappen.
Hij is er niet meer om tegen mij aan te kruipen, om zich aan mij
te warmen. De hartkloppingen en de pijn op m'n borst zijn weer
voelbaar. Maar gelukkig, zodra mijn hoofd het kussen raakt val
ik iedere keer weer in een diepe - en tot mijn verbazing nog steeds
droomloze - slaap. En voor die paar uur rust in mijn hoofd ben
ik steeds weer oh zo dankbaar.
Meer tijd nodig
Maar op mijn werk gaat het nu minder goed. De achterstand in het werk is inmiddels ingelopen en verder heb ik op het moment (helaas?) niet veel om handen. Of dit voor mij in mijn huidige gemoedstoestand nu juist wél of niet goed is weet ik eigenlijk niet. De onrust in mij neemt echter toe en ik heb steeds meer moeite om mijn tranen in bedwang te houden. De "feestdagen" zijn in aantocht en de overgang naar het nieuwe millennium. Ik zie er als een berg tegenop en moet er niet aan denken dat men mij straks een "gelukkig nieuwjaar" zal toewensen. Hoe kan het voor mij nu een gelukkig nieuwjaar worden? Daarnaast valt ook onze trouwdag in deze decembermaand. Onze 16e trouwdag die wij niet meer samen mogen vieren, met een romantisch etentje zoals wij gewend waren.
Nee, werken lukt nog niet. Na het tien weken te hebben geprobeerd moet ik het weer opgeven. Het is nog te vroeg voor mij. Ik heb méér tijd nodig om mijn verdriet een plaats te kunnen geven.
Monique Klaverweide, november 2000
Vandaag heb ik de hele
dag besteed aan het opruimen van zaken, die gewoon waren blijven
liggen omdat ik de moed niet had het op te ruimen. Na bijna drie
jaar waren een heleboel papieren van mijn overleden vrouw in verschillende
laden blijven liggen. Veelal voorzien van een door haar met de
hand geschreven aantekening wat ik er mee moest doen als zij er
niet meer was. En opnieuw werd ik getroffen door de zorg die uit
die aantekeningen sprak. Omdat ze wist dat ze niet zo lang meer
te leven had, had ze van alles voor mij willen regelen.
Ik heb, met pijn in mijn hart, alles resoluut opgeruimd. Alles
wat ik tegen kwam was reeds geregeld, of achterhaald door de realiteit
van alle dag. Het had geen zin om het nog langer te bewaren. Zeker
niet omdat ik het elke keer weer tegenkwam als ik wat uit die
laden nodig had en die steeds terugkerende ,,kleine confrontaties"
me toch onwillekeurig opnieuw weer pijn deden. Dat zo overbekende
handschrift van haar. Het papier dat zij in handen had gehad.
Haar nog bijna ,,tastbare" aanwezigheid.
Gek eigenlijk dat ik zo lang al die aantekeningen van haar heb
bewaard. Ik heb steeds het gevoel gehad, dat ik het (nog) niet
op moest ruimen. Alsof ik de herinneringen aan haar ook via al
die briefjes vol vragen en aanwijzingen vast wilde houden. Nu
heb ik het dus toch gedaan. Niet om de herinneringen aan haar
,,weg te gooien", integendeel. Maar omdat ik het gevoel heb
dat ik langzaam maar zeker weer orde in mijn leven moet gaan scheppen.
Al die niet meer actuele aantekeningen zouden me elke keer weer
confronteren met het verleden. Onnodig pijn doen. Want de meeste
aantekeningen gingen ook nog eens over haar ziekte of hielden
rechtstreeks verband met mijn toekomst zonder haar.
En als je me nu vraagt of ik opgelucht ben, dan moet ik eerlijk zeggen, dat ik het niet weet. Ik heb bijna mechanisch de papieren verscheurd. Met de blik op oneindig. Wat ik niet wilde was alles weer lezen. Want dát had ik immers al meerdere malen gedaan om het daarna weer zorgvuldig op te bergen. Nu wilde ik niets meer lezen, ook al heb ik dat zo nu en dan toch gedaan. Want je denkt het wel zonder emotie te kunnen verscheuren, maar dat is niet echt zo. Ik nam als het ware een heel klein beetje afscheid van die zo ontzettend moeilijke periode. Een tijd, waarin we samen het uiterste uit ons persten om ondanks alles nog zo optimaal mogelijk te kunnen genieten van de tijd die ons nog restte. Levend met de dood, die haar op de hielen zat en die zij tot dan steeds vóór had weten te blijven. Het was een tijd waaraan ik -ondanks de pijn- met heel veel warmte terug denk omdat het voorgoed mijn leven en denken heeft veranderd, mijn geest heeft verdiept. Waardoor ik het nu heel misschien een heel klein beetje gemakkelijker heb gevonden om haar dood de plek in mijn hart te geven die haar toekomt. Een warme plek, die alleen maar werd versterkt door het feit dat ik haar aantekeningen verscheurde. Want die hadden immers hun werk gedaan?
Maar ik weet ook, dat er nog veel meer is wat opgeruimd moet worden, En ik weet óók dat ik dáár weer opnieuw naar toe moet groeien in het besef dat alles slechts met hele kleine stapjes kan. En dat het niet uitmaakt hoe lang het is geleden dat je afscheid van je partner moest nemen. Omdat alles z'n eigen tijd heeft.
Bert
Gedichten van Bert Vos
Brief van de maand:
Twijfelen aan jezelf als het goed gaat met dan ineens een forse dip .
Hallo allemaal,
Ik heb zojuist voor het eerst een beetje rondgesnuffeld op deze
site. Ik moet zeggen dat ik blij ben dat ik eindelijk een site
heb gevonden over rouwverwerking bij verlies van een partner.
Ik ben Birgit Kievit-Bemelen, vrouw van 34 jaar, heb 1 dochtertje
van net 8 jaar en ben mijn man vorig jaar verloren op 17 juli
1999. Rien (geb. 27 juli 1954) had al geruime tijd de ziekte van
Non-hodgkin (lymfe-klierkanker) en na jarenlang strijden van zowel
Rien als mijzelf heeft hij uiteindelijk de strijd niet gewonnen.
Hij heeft meerdere operaties, chemokuren en uiteindelijk nog een
beenmergtransplantatie ondergaan. En ook radiotherapie is meerdere
malen toegepast.
Uiteindelijk had hij o.a. uitzaaiingen in zijn botweefsel en uiteindelijk
is hij vorig jaar dan overleden.
Ik heb hem zelf vorig jaar verzorgd tot het laatste moment. Ik
deed dit voor hem, (omdat hij het heel graag wilde) maar vond
het emotioneel gezien een enorme opgave, mede door het feit dat
ik ook nog een dochtertje van -toen- 6 jaar had rondlopen. Mijn
man lag de laatste 6 weken van zijn leven in een bed in de huiskamer.
Ikzelf sliep boven en moest er zeker zo'n 4 a 5 keer per nacht
uit om Rien te helpen bij het eten/drinken en naar het toilet
gaan.
Uiteindelijk ging het allemaal heel erg snel. En zoals bij zoveel
mensen kwam het nog geheel onverwacht. Ikzelf stond er versteld
van hoeveel kracht ik in me had, om de crematie en alles eromheen
te (willen) regelen. Zoals mijn ouders wel eens zeiden: Je wilde
de regie in eigen hand houden.
Dat gaf me ook een goed gevoel.
Wat ik alleen niet begrijp is, waar blijft deze innerlijke kracht
na alle drukte na de crematie?
Het is een heel zwaar jaar geweest, het afgelopen jaar. Ik zag
enorm op tegen de magische datum 17 juli (wanneer het een jaar
geleden zou zijn). De weken er aan voorafgaand waren een hel;
ik beleefde alles weer opnieuw! De dag zelf ben ik met een dot
watten in mijn hoofd doorgekomen.
Net na deze datum ben ik -samen met mijn ouders en dochtertje-
op vakantie gegaan. Naar Sri Lanka, een rondreis, wat ik nog nooit
eerder van mijn leven had gedaan. We hadden deze reis bewust geboekt,
omdat vorig jaar -in de herfstvakantie we (mijn ouders, mijn dochtertje
en ik) op vakantie waren gegaan naar Spanje. Gewoon even eruit
na alle ellende en na jaren van niet op vakantie kunnen gaan vanwege
eventuele behandelingen in het ziekenhuis van Rien.
Het was echter een helse vakantie. Ik voelde me opgesloten en
had het idee dat ik met niemand kon praten. Mijn ouders bedoelen
het zo goed met me, maar begrijpen mijn gevoel niet. Alleen maar
aan het strand/zwembad liggen deed me helemaal niet goed; ik was
alleen maar aan het malen in mijn hoofd. Ik vond het maar wat
fijn toen we weer naar huis vertrokken.
Dus nu we weer met ons allen op vakantie zouden gaan, wilde ik
een compleet andere vakantie; ik wilde een vakantie met veel indrukken
en een vol programma.
Nou, dat is me dan gelukt. Het was een geweldige reis. En voor
het eerst in het afgelopen jaar betrapte ik me erop dat er dagen
bij waren dat ik niet of nauwelijks aan Rien hoefde te denken.
Toen me dit voor het eerst overkwam voelde ik me daar ook wel
weer schuldig om moet ik zeggen. Maar uiteindelijk gaf deze vakantie
mij en ook mijn dochtertje de welverdiende rust in ons hoofd en
ook weer de nodige vitamientjes om verder te gaan met ons leven.
Ook dit vond ik weer vreemd, omdat ik een beetje wantrouwig tegenover
mijn "nieuwe" functioneren stond. Ik had het gevoel
dat ik in mijn vakantie "zomaar" de knop had omgedraaid;
net of het me niet raakte en soms bijna of het niet gebeurd was.
Daarnaast was ik dan ook weer erg bang voor wat er me weer te
wachten zou staan, omdat ik van mening was dat dit "gevoel"
niet voor eeuwig kon blijven. Ik was bang voor een terugval.
Even is het goed gegaan, maar nu voel ik me weer niet goed. Ook
mijn dochtertje zit niet lekker in haar vel. Ik heb het gevoel
dat het ook een soort van wisselwerking tussen ons beiden is.
Ik zit bij het minste of geringste op het moment op de kast. Bij
het onredelijke af. En van mijn dochtertje krijg ik alleen maar
een grote mond. Ik weet niet of dit "normaal" gedrag
is of dat het de tijd van het jaar is (vallende bladeren, mijn
dochtertje's verjaardag onlangs en de aankomende feestdagen).
Soms herken ik mijzelf niet meer. Komt dit je bekend voor?
Mijn vraag is dan ook of jou of iemand anders bovenstaand verhaal
bekend voorkomt? Ik twijfel de laatste tijd namelijk enorm aan
mezelf.
Ik zou graag willen mailen met lotgenoten. Ik ben erg benieuwd
naar je reactie en naar de eventuele reacties van anderen.
Met vriendelijke groet,
Birgit Kievit
- bkievit@hetnet.nl
Zoveel om verdriet over te hebben, maar ook zoveel om voor te (willen) leven
Op deze plaats heb ik het al vaker gezegd: er is zoveel om voor te leven. Ik besefte dat vorige week opnieuw, toen ik voor de halfjaarlijkse controle weer naar het ziekenhuis moest. Zo'n moment valt me elke keer weer zwaar, ontdek ik. Al weken van tevoren legt dit moment ongemerkt beslag op mijn denken. Zozeer zelfs, dat ik me als het ware geestelijk verplaats in de tijd en me weer met mijn vrouw door die ziekenhuisgangen zie lopen op weg naar de specialist die ongetwijfeld weer een slechte boodschap voor haar had. Een slechte boodschap, nu voor mij? Ik verbind een ziekenhuisbezoek blijkbaar steeds weer opnieuw aan ,,een slechte boodschap".
En elke keer als ik die zware gang moet maken besef ik ten volle hoeveel het leven, mijn leven, me waard is. Want ondanks alles weet ik dat er nog zo ontzettend veel is om voor te leven. Normaal gesproken sta je daar niet zo bij stil, integendeel, als je intens verdriet hebt om het verlies van je partner vraag je je ongetwijfeld meerdere malen af wat voor zin het leven überhaupt nog voor je heeft. Ik heb me dat uiteraard ook wel eens afgevraagd. Maar ik kreeg elke keer weer een heel duidelijk antwoord na de controle in het ziekenhuis, als alles weer ,,goed" bleek te zijn en er geen nare dingen waren gevonden. Zo ook nu weer. Als ik dan opgelucht snel het ziekenhuis verlaat komt het allemaal haarscherp naar boven: dat ik gewoon verder wil leven. Voor mijn kinderen, mijn kleinkinderen en natuurlijk voor mijn partner die nu mijn leven in alle opzichten deelt, met liefde wil delen. Ik wil niet dat zij verdriet om mij hebben. Want ik weet wat dát is: verdriet hebben om het verlies van hem of haar van wie je afscheid moest nemen. En elke keer besef ik dat er nog zo ontzettend veel is dat het leven het leven waard maakt. Ondanks het verdriet dat ik heb om wat ik moet missen. En dat besef maakt me eigenlijk ongelooflijk rijk. Het geeft me alle kracht om verder te gaan. En ik hoop echt dat mijn lotgenoten ook de kracht zullen vinden om op die moeilijke momenten die gedachte vast te houden: dat er weliswaar veel is om verdriet over te hebben, maar ook zoveel om voor te (willen) blijven leven.
Bert Vos
Boekbespreking: Over de drempel van het verdriet
Over
de drempel van het verdriet, Suzan Sonnebelt-Smeenge, en Robert
de Vries.
Een
weg na het verlies van een partner; Uitgave: Uitgeverij Medema
- Vaassen, 2000. ISBN 90-6353-334-9
In ,,Over de drempel
van verdriet" benaderen Suzan Sonnebelt en Robert de
Vries het rouwproces met alle aspecten die daarbij een rol spelen
en proberen zij de lezers te helpen om over die hoge drempel van
het verdriet heen te komen en daardoor de mogelijkheid te scheppen
voor jezelf om een nieuw leven te beginnen. Ze doen dat allebei
vanuit hun eigen ervaring omdat ze allebei hun partner verloren
en samen opnieuw zijn begonnen. Hij is theologisch hoogleraar,
zij klinisch psychologe. Hoewel de auteurs het rouwproces en de
beleving daarvan min of meer plaatsen in een (christelijk) geloofskader,
is dat op zich niet echt relevant met betrekking tot hetgeen de
beide auteurs te vertellen hebben. Met andere woorden: ook al
geloof je zelf niet, dan nog is dit boek, dat zich vooral richt
op de jongere weduwen en weduwnaars, alleszins de moeite van het
lezen waard.
In ,,Over de drempel van verdriet" wordt in een heldere
taal verteld wat het kan betekenen als je je partner verliest.
Hoe je zou moeten omgaan met de pijn zonder het verdriet om het
verlies te verdringen. Dat laatste wordt overigens altijd afgeraden.
Welke boeken je ook leest over verliesverwerking, altijd wordt
er met nadruk op gewezen dat je je verdriet niet moet verdringen,
het niet moet ,,bewaren" voor later. Omdat je dan veel meer
problemen krijgt naast alle verdriet en pijn die je al hebt. Laat
je gevoelens de vrije loop. Doe je vooral niet flinker voor dan
je bent. Je kunt jezelf misschien een tijdje voor de gek houden,
maar dan krijg je alles dubbel en dwars en in een veel grotere
intensiteit op je bord met alle gevolgen van dien.
Er zijn rouwenden die ,,meteen" weer volop aan het werk gaan
en naar buiten toe de indruk wekken dat het ze alles prima onder
controle hebben. Door niet de ruimte te geven aan het verwerken
van je gevoelens van pijn en verdriet om het verlies, kun je ook
te maken krijgen met gezondheidsproblemen. Nu weet ik ook wel
dat theorie en praktijk lang niet altijd parallel lopen. Ook al
neem je jezelf nog zo goed voor om het verdriet niet te verdringen,
er kunnen altijd situaties zijn waarin dat gewoon niet lukt. Omdat
je geest weigert daaraan mee te werken. In zo'n geval doe je er
verstandig aan hulp te vragen. Professionele hulp van mensen die
weten hoe ze met jouw pijn om moeten gaan.
Bewust met je rouw omgaan. Dat is eigenlijk de leidraad die dit boek mee wil geven. ,,Het grote probleem van mensen die hun partner verloren hebben, is dat de pijn typisch iets is waarvoor ze niet kiezen; ze proberen de pijn juist te vermijden. De meesten van ons hebben geleerd dat rouw iets is wat je verdragen moet, wat je maar te slikken hebt. Als we maar lang genoeg volhouden wordt het wel beter. Wij willen echter een andere benadering adviseren: vermijd de pijn niet, maar ga er tegenaan! Onderga de rouw niet, maar ga ermee aan de slag. Als je er op een gezonde manier weer bovenop wilt komen, zul je bewust moeten besluiten om te rouwen."
,,Over de drempel van verdriet" is een positief boek. Zoals een boek over rouwen dient te zijn. De beide auteurs vertellen hoe je verder kunt gaan. Hoe je de pijn om je verlies kunt omzetten in een positieve beleving. Niet door te vergeten, maar door met liefde terug te denken aan wat was zonder dat je leven stil staat. Want dat is een ander belangrijk punt dat in dit boek een sterke nadruk krijgt: het leven, jouw leven, gaat verder. Het blijft een feit, betogen de auteurs, dat jouw leven niet gestorven is; jouw leven niet voorbij is. Jij kunt verder gaan, jouw leven nieuwe vorm geven. De andere kant van rouw is dan ook dat je ,,blij kunt zijn met het positieve resultaat van het rouwen. Dat klinkt iemand in de beginfase van de rouw misschien vreemd of zelfs weerzinwekkend in de oren. Suggereren we hiermee dat je blij kunt zijn met het rouwen zelf? Zeker niet. Rouwen is een akelig, onplezierig en eenzaam proces, dat intens pijnlijk is. Maar je kunt blij zijn met het nieuwe optimisme en de nieuwe kijk op het leven die rouwen kan brengen. Rouwen is een reis door een beangstigend land, maar een reis die het je mogelijk maakt een nieuw leven te ontdekken aan de andere kant van de rouw, met allerlei opwindende kansen. Laat die gedachte niet los!"
Wie daar open voor staat zal in dit boek ook veel aanknopingspunten vinden met betrekking tot de geloofsbelevenis in relatie tot het rouwproces. Die christelijke invalshoek is voor de niet-gelovige lezer gelukkig nergens opdringerig of storend en kan voor de wel gelovige lezer in alle opzichten een extra steun bieden in het pijnlijke verwerkingsproces dat rouw heet. Dat alles maakt dit boek tot een universele leidraad voor het verwerken van je rouw en laat je zien hoe je opnieuw zou kunnen beginnen. Zoals de beide auteurs ook samen aan een nieuw leven begonnen en vanuit hun eigen ervaringen daarover vertellen. Ik heb ,,Over de drempel van het verdriet" dan ook met belangstelling gelezen en er veel herkenbare situaties en ervaringen in aangetroffen. De moeite van het lezen waard als je nog steeds worstelt met je eigen rouwproces, maar ook als je (bijna) in een volgende fase bent aangekomen en zoekt naar antwoorden op honderden vragen die dán op je afkomen.
Bert Vos
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren