Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 3e jaargang nr. 1 - oktober 2000


Van de redactie: Het verdriet van mij en mijn lotgenoten

Toen ik, twee jaar geleden alweer, met De Draaikolk begon, wist ik niet echt wat me te wachten zou staan. Zelf was ik nog vol van het verlies van mijn vrouw na jaren samen met haar naar het moment van haar dood toegeleefd te hebben. We wisten dat ze zou sterven en dat ik alleen verder zou moeten. Acht maanden na haar dood was ik regelmatig op internet op zoek geweest naar informatie over rouwverwerken. Op zoek naar lotgenoten die hetzelfde hadden meegemaakt. Ik vond niets. En maakte De Draaikolk.
Nu, twee jaar later, is mijn leven aanzienlijk veranderd. De Draaikolk trekt dagelijks meer bezoekers dan in het eerste jaar in een hele maand en het aantal paginabezoeken bereikte volgens de telling van mijn provider inmiddels de magische grens van 100.000. Elke dag vind ik wel minstens een paar reacties van lotgenoten in mijn mailbox. In de afgelopen twee jaar heb ik met tientallen lotgenoten gecorrespondeerd over onze gevoelens en dat was een geweldige ervaring. Inmiddels is er een tweede vrouw in mijn leven gekomen die ik voor het eerste ontmoette dankzij de Draaikolk. Een lotgenote met wie ik nu dagelijks de gevoelens van verdriet en geluk deel. Kortom: het leven kan ondanks alles geweldig zijn!

De Draaikolk heeft mijn leven dus hoe dan ook ingrijpend veranderd. Zoals ook De Draaikolk zelf in de loop der jaren veranderde, dikker werd met meer verhalen en andere bijdragen van lotgenoten, met veel meer reacties ook. Ik zou dus een relatief tevreden en gelukkig mens kunnen zijn.
Maar gek genoeg ben ik dat niet echt. Natuurlijk, ik ben ontzettend blij dat ik een heel klein steentje heb kunnen bijdragen aan het verlies verwerken van mijn lotgenoten. Dat ik heb kunnen helpen in het vinden van contacten met anderen die hetzelfde hebben meegemaakt. Ik ben blij dat ik -al schrijvend- ook zelf mijn gevoelens de juiste plek in mijn hart heb weten te geven. Dat ik, door mijn gevoelens zonder enige terughoudendheid zwart op wit te zetten, anderen daarmee een stuk erkenning en herkenning heb kunnen geven. Daar ben ik blij om.

Maar dan open ik elke dag weer mijn mailbox en tref daarin het verdriet van mijn lotgenoten aan. Schrijnende verhalen die me elke keer weer pijn doen. Als een nooit eindigende stroom valt het verdriet in mijn elektronische brievenbus. En dat doet me elke dag weer beseffen dat ik het zelf dan wel een stuk beter heb gekregen dan twee jaar geleden, dat het ook wat mijn gezondheid betreft aanzienlijk beter is dan het toen was en ik vlak voor een zware operatie stond, maar dat daarmee het verdriet van anderen niet is verzacht. Dat hún verdriet blijft. En dat ik dus door moet gaan met De Draaikolk met dezelfde intentie als waarmee ik de webplek twee jaar geleden met droefheid in mijn hart begon. Want waar het om blijft gaan is het verdriet van mijn lotgenoten. Voor hen wordt De Draaikolk gemaakt. Elke maand weer. En naar ik hoop nog heel veel jaren na nu. En ik zal elke dag mijn mailbox blijven openen en weten, dat ik daarin jouw verhaal aan kan treffen. Jouw verhaal over het enorme verlies dat je leed. Jouw verhaal over de pijn en het verdriet, over de leegte die jouw partner in jouw leven achterliet. En jouw verhaal zal anderen weer troost geven, zoals alle verhalen over het verdriet van mijn lotgenoten de afgelopen twee jaar ongetwijfeld velen herkenning zal hebben opgeleverd en zal hebben getroost.
En als ik dat allemaal bedenk, ach, dan kan ik toch wel een klein beetje tevreden zijn. En begin welgemoed aan de derde jaargang van De Draaikolk. Samen met jullie.

Bert Vos
hoofdredacteur


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (9) Voorgevoel?

In mijn "vorige leven" was ik, geloof ik, best wel een vrij nuchter persoon. Ik hield mij voornamelijk bezig met "aardse" zaken en leefde in het hier en nu. In mijn directe omgeving was ik nog nauwelijks bewust met de dood in aanraking gekomen. Weliswaar had ik op vijfjarige leeftijd mijn zusje en in mijn tienerjaren mijn grootouders verloren maar dit heeft er bij mij toen nog niet toe geleid dat ik ben gaan nadenken of er wellicht leven is na de dood. In hoeverre er al dan niet meer is tussen hemel en aarde vond ik eigenlijk niet nodig om lang bij stil te blijven staan want dit zou ik te zijner tijd zelf wel ontdekken. Ook was ik niet echt bijgelovig.

Maar na Eric's overlijden, ja eigenlijk vanaf het moment dat ik hem daar zo vredig in de kist zag liggen, merkte ik dat deze vragen bij mij nu opeens wél gingen leven. Ik was mij er sterk van bewust dat zijn lichaam daar weliswaar lag maar dat er iets ontbrak. Dit zette mij aan het denken wát er dan precies niet meer was en wáár was hij nu? Zou ik hem nog ooit weerzien zoals sommige mensen mij troostend probeerden te vertellen en zo ja, in welke gedaante? Kon hij mij nu nog zien? En ook vroeg ik mij nu opeens af in hoeverre het leven van tevoren is uitgestippeld. Of zijn ongeluk inderdaad "slechts" toeval was; een intrieste samenloop van omstandigheden?

Vleiende blik

Al vrij snel dacht ik terug aan de laatste weken van zijn leven. Een maand eerder hadden wij een nieuwe motor gekocht. Het was een felrode Ducati. Zijn lievelingsmotor waar hij zo ontzettend blij mee was en waarop hij binnen een paar weken zou verongelukken...
Door de jaren heen had hij al aangegeven dat hij ooit nog eens dolgraag een racemotor wilde bezitten. Maar verstandig als hij was besloot hij eerst ervaring op te doen met een toermotor. Maar de laatste tijd gaf hij steeds meer hintjes aan mij dat hij nu toch wel heel graag de overstap wilde maken. Tot nu toe was het mij steeds weer gelukt om dit moment uit te stellen. Ik vond het geen prettig idee en zag ons niet samen op een racemotor zitten. Bovendien was ik nog steeds "verliefd" op onze chopper die voor mij achterop ook veel meer comfort bood. Met het veilige gevoel van een steuntje in mijn rug kon ik tijdens een lange toertocht bij wijze van spreken even mijn ogen dichtdoen.
Maar de laatste paar maanden bemerkte ik dat hij er meer werk van ging maken. Onze motortochtjes voerden ons steeds vaker langs Ducati-dealers. Glunderend en met een hoopvolle en ietwat vleiende blik in zijn ogen liet hij mij de diverse types zien in een poging mij er ook enthousiast voor te krijgen.

Verkocht

Tot die noodlottige dag eind maart '99 toen hij een tweedehands exemplaar in een showroom zag staan. Zijn oog werd er onmiddellijk naar toe getrokken en hij was er niet meer bij weg te slaan. In de stille hoop dat het op niets zou uitlopen liet ik mij ertoe bewegen om samen een proefrit te maken. Het kreng wilde al direct niet starten wat ik uiteraard niet erg vond. Kritisch als hij was zou dit hem zeker niet bevallen. Niets aan de hand, zei de verkoper. Dit kwam alleen maar doordat het de hele winter had stilgestaan. Als wij de motor zouden kopen zou het een volledige servicebeurt krijgen waarna het weer probleemloos zou starten.
Tijdens de proefrit heb ik doodsangsten uitgestaan. Ik voelde mij achterop heel erg kwetsbaar, met name doordat de vertrouwde steun in mijn rug nu ontbrak. Na afloop leken mijn opsommingen van de nadelen niet écht tot hem door te dringen. Die ratelende motor was nu juist zo typerend voor een Ducati en ja, het nemen van een korte bocht met een racemotor gaat nu eenmaal moeizamer dan met een toermotor. En wat mij nog het meest verbaasde en wat zó in tegenstrijd was met zijn karakter was dat hij het geen enkel probleem vond dat de garantie van deze niet-Ducati dealer alleen maar tot de deur reikte! Het enige wat hij wilde toegeven was het feit dat het minder goed remde. Maar dit kon later worden verholpen door er een tweede remschijf op te zetten. Hij was duidelijk verkocht. Geen enkele andere motor kon hieraan tippen. Dit nu was pas een échte motor!

Jongensdroom

Hij begon te onderhandelen over de inruilprijs. Aanvankelijk zag ik dit nog als een aftasten om te zien hoeveel wij voor onze oude motor konden terugkrijgen. Maar tot mijn verbazing bemerkte ik op een gegeven moment dat hij op het punt stond om, zonder verder overleg met mij, de koop daadwerkelijk door te zetten. Zo kende ik hem helemaal niet want wij hadden de gewoonte om alles samen te beslissen. Maar, nadat ik mijn ongenoegen hierover had geuit en alle nadelen nog eens op een rijtje had gezet kwam hij snel weer tot bezinning en was hij, weliswaar schoorvoetend, bereid om er vanaf te zien.
En toen deed ik iets wat ik tot op de dag van vandaag tot in het diepste van mijn hart betreur. Ik weet het, gevoelens van spijt en schuld zijn nutteloos en hiermee nemen gedane zaken geen keer, maar toch... Omdat ik de teleurstelling in zijn ogen had gezien en ik mij realiseerde dat hiermee zijn jongensdroom in vervulling zou gaan zette ik mijn bezwaren plotseling opzij en ging ik, weliswaar met een treurig gevoel in mijn hart, er toch mee akkoord om de Ducati te kopen. Hij vroeg nog of ik dit wel zeker wist. We hoefden immers niet meteen te beslissen en konden er nog even over nadenken? Maar helaas, ik wist het zeker. Het moest er nu maar van komen. Ik zou hem er zo'n enorm plezier mee doen. Over zes jaar zou hij vijftig zijn. Dan zouden zijn "wilde haren" toch wel weer verdwenen zijn? Niet dat hij er daadwerkelijk mee zou gaan racen, zo onverantwoord was hij niet. Maar ik gunde het hem zo dat hij, terugkijkend op zijn leven, achteraf zou kunnen zeggen dat hij toch een échte racemotor had gereden. En wie weet, misschien was het voor mij slechts een kwestie van wennen achterop. Nog nooit had ik hem zo stralend en opgetogen gezien. Zo blij als een klein kind was hij.

Maar, zoals een maand later uitkwam, rustte er vanaf het begin een vloek op deze motor. Met de vorige hadden we zeven jaar lang probleemloos gereden. Zo niet met dit exemplaar. Ondanks de toegezegde (maar niet uitgevoerde?) servicebeurt waren er telkens startproblemen. Zelfs een nieuwe accu bracht hierin geen verandering. Verder kwamen we op een stil landweggetje plotseling zonder benzine te staan omdat het ingebouwde benzinelampje niet bleek te werken en moesten we de motor vervolgens naar een benzinepomp duwen. Ook kregen we al na een week een lekke band. Maar dit alles kon hem niet ontmoedigen. Hij die altijd zo veeleisend was. Opgewekt en zonder ook maar één keer te mopperen werd alles door hem gerepareerd.

Onbeantwoorde vraag

Maar één ding bleef hem toch wel bezighouden en dat was het feit dat deze motor minder goed remde dan de vorige. Ondanks dat diverse dealers hem ervan probeerden te overtuigen dat één remschijf voor dit type voldoende was ging hij op zoek naar een tweede remschijf. Helaas heeft het niet zover mogen komen en dus blijf ik achter met de onbeantwoorde vraag of dít er nu mede de oorzaak van is geweest dat hij, na te zijn aangereden, de macht over het stuur niet meer heeft kunnen terugkrijgen. Waarom waren er geen remsporen op het wegdek? Heeft hij daar geen gelegenheid meer voor gehad? Of heeft hij in een fractie van een seconde op dát moment geoordeeld dat het juist niet goed is om te remmen om de motor weer in bedwang te krijgen? Maar, dan spreek ik mezelf vermanend toe en hou ik mezelf maar weer voor dat het technisch onderzoek niets heeft uitgewezen over eventueel onvoldoende functionerende remmen en dat het uiteindelijk toch die vervloekte lantarenpaal is geweest die juist op dát moment op dié plek moest staan en die hem letterlijk de nek heeft gekost...

Nee, ik ben geen moment blij geweest met de aankoop van deze motor. Ik was alleen blij voor hém want vanaf het moment dat hij zijn handtekening op het koopcontract had gezet straalde zijn gezicht en leek het net alsof hij in een andere wereld was. Maar ondanks dat we zo'n hechte band hadden en alles samen deelden voelde ik mij hier toch buiten staan. Zijn blijdschap kon ik voor het eerst niet écht delen en dat gaf mij een verdrietig en onbestemd gevoel. Een voorgevoel van naderend onheil?

Monique Klaverweide - oktober 2000


Een tweede leven: mooi en moeilijk tegelijk

Kortgeleden kreeg ik een mailtje van een lotgenote, waarin ze zich min of meer verbaasde over het feit dat er relatief zo weinig reacties binnenkomen van lotgenoten die de eerste pijn van het verlies achter zich hebben (voor zover dat zo gezegd kan worden) en bezig zijn met de verdere verwerking. Deze lotgenote wilde eigenlijk graag weten hoe die verwerking in de jaren daarna wordt ervaren. Ze veronderstelde dat dit voor iedereen weer anders zal zijn, afhankelijk van de omstandigheden. Afhankelijk ook van het gegeven of je het alleen moet doen of samen met een nieuwe relatie. Ze wees me op het boekje over dit onderwerp: ,,Uit de schaduw", een bewerking van Joke de Forceville van haar oorspronkelijke boek ,,Oud Blauw". Ze miste die in de literatuurlijst. Dat laatste klopt en die omissie heb ik inmiddels hersteld. Het boekje ligt klaar om gelezen en besproken te worden voor één van de komende edities.

Maar dan haar vraag: hoe verwerk je in de loop der jaren jouw verlies? Ik wil daar wel iets over vertellen omdat ik nu inmiddels aan het derde jaar bezig ben na het overlijden van mijn vrouw Janny. Na dat eerste ontzettend moeilijke jaar, vergelijkbaar met wat mijn lotgenoten overkomt en beschrijven, kwam voor mij een tweede negatieve periode: ik werd ernstig ziek, moest geopereerd worden, lag bijna een maand in het ziekenhuis, kreeg een stoma en was het daaropvolgend jaar eigenlijk steeds bezig om ook dát verlies te verwerken. Dat ging dubbel op. Dubbele pijn. De ene verwerking verdrong de andere, wisselden elkaar af of gingen gelijk op. Met daarbij het feit dat ik daardoor voor een groot deel in de WAO terecht kwam en me terug moest, wilde worstelen naar mijn plek in het arbeidsproces. Makkelijk? Nee, niet echt.

Maar begin dit jaar overkwam me iets wat ik niet meer voor mogelijk had gehouden. Er kwam, voor de tweede keer, een vrouw in mijn leven dat ze met me wilde delen. In alle opzichten. Onvoorwaardelijk. Dat heb ik als een hele bijzondere gebeurtenis ervaren waardoor het verwerken van mijn verliezen in een heel ander daglicht kwam te staan: ik kon opeens mijn verdriet, mijn angsten en mijn hoop delen met iemand die me lief heeft. Met een vrouw die zelf haar partner verloor en wist waarom ik zo maar plotseling moest huilen. En vanaf dat moment veranderde mijn leven op een ingrijpende manier. Samen zijn we verder gegaan met het verwerken van ons verlies. Samen delen wij het verdriet en troosten elkaar op die momenten dat het nodig is. Maar gemakkelijk? Nee dat is het niet. Het is mooi, maar soms ook moeilijk.
Er zijn lotgenoten die me schrijven het fijn te vinden dat ik weer een partner heb om het leven mee te delen. Ze zeggen dan ook, dat zij zich dat niet voor zichzelf voor kunnen stellen. Toch proef ik tussen de regels door dan de hoop dat het toch ooit zal gebeuren. Dat het ook hén zal overkomen. Ik wens ze dat van harte toe. Maar het is niet zo dat daarmee alles wat ooit was, verdwenen zal zijn. Dat de pijn om wat je verloor dan zo maar ineens weg is. Eigenlijk integendeel. Die pijn blijft. Het is eigenlijk, zoals Joke de Forceville dat zo mooi omschrijft ,,een leven met z'n vieren": onze overleden partners blijven onlosmakelijk deel uitmaken van ons leven samen. Dat merken we bij alles wat we samen doen. Niet elke minuut van de dag, maar met enige regelmaat zijn we met z'n vieren en we beleven dat ook zo. Het verdriet om wat we missen beleven we samen. We troosten elkaar en versterken elkaar. We huilen én lachen samen om iets wat onze partners zeiden of deden toen ze nog leefden. We halen samen elk van onze herinneringen op, beleven ze als het ware opnieuw, zodat ze deel kunnen uitmaken van ons nieuwe leven samen, het niet meer bij de ene hoort zonder dat de ander die herinneringen kent.

We hadden dat sterk toen we samen voor het eerst op vakantie gingen en op plekken kwamen waar we allebei onze herinneringen aan hadden. Die vertelden we elkaar en maakten elkaar daarmee deelgenoot van het plezier van toen of huilden samen als die herinnering ons net even teveel werd. We hebben het natuurlijk ook als we elkaar onze fotoalbums laten zien en daarmee ,,ons vorige leven" aan elkaar vertellen, duidelijker dan wat ook.
We hebben het er wel eens over of dat pijn doet: je nieuwe partner te zien met ,,die ander" om wie zij of hij nog steeds treurt, terwijl we tegelijkertijd samen vol liefde voor elkaar een nieuw leven begonnen. En gek genoeg heeft dat bij geen van ons beiden gevoelens van ,,jaloezie" opgeroepen, alleen maar van weemoed over wat ooit is geweest. Vaak hebben we opnieuw gelachen of gehuild over wat we in ,,ons vorige leven" met onze eerste partner hebben meegemaakt. Het is steeds weer wonderlijk te ervaren hoe dat allemaal feilloos en probleemloos in elkaar grijpt.

Tja en dan is er natuurlijk nog onze wederzijdse familie. Hoe pakken die het op? En de schoonfamilie? Natuurlijk maakten we ons daar wel een klein beetje zorgen over, ook al hebben we direct vanaf het begin onze eigen gevoelens voorop gesteld. Onafhankelijk van wat anderen er van zouden denken. Het was dan ook fijn om te ervaren dat iedereen om ons heen zo warm met ons meeleefde en zonder meer accepteerde dat wij samen een nieuw leven waren begonnen. Ze wensten ons alle geluk van de wereld toe. Oók de wederzijdse schoonfamilie.

En dus leefden ze nog lang en gelukkig?
Het leven is echter geen sprookje, ook al lijkt dat soms wel even zo. Geluk moet je bevechten. Geluk krijg je niet zo maar. Zoals het leven met je eerste partner ook een jarenlang leerproces is geweest, zo is het ,,tweede leven" niet anders. Opnieuw moet je elkaar leren kennen, elkaars gevoelens leren begrijpen, elkaars karakter leren ontdekken om er op de beste manier mee om te kunnen gaan. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Opnieuw is het een kwestie van geven en nemen. Dat kost -ook al hou je nog zo ontzettend veel van elkaar- heel veel energie naast de energie die het verder verwerken van je verlies óók blijft kosten. Mijn tweede levenspartner Monique zegt steeds dat ze het gevoel heeft een ,,dubbelleven" te leven en dat is niet eens zo ver bezijden de waarheid. Alles is dubbel. Dubbele gevoelens, naast het verdriet de vrolijkheid, naast de pijn het geluk. Dubbele liefde ook, liefde voor je overleden en voor je nieuwe partner. Dat kan soms heel verwarrend zijn. Dat kan zelfs tot verdrietige misverstanden leiden. En het verslindt energie terwijl je daar toch al niet teveel van in reserve hebt.

Maar: als je mij vraagt of het allemaal de moeite waard is? Is het de moeite waard om een nieuwe relatie te beginnen terwijl je tegelijkertijd bezig blijft met het verwerken van het verlies over hem of haar die je verloor? Dan zeg ik volmondig ,,ja!" Want wat er ook allemaal aan dubbele gevoelens over elkaar heen buitelt: ik vind het leven opnieuw geweldig! Het gevoel om opnieuw alles met iemand van wie je houdt weer te kunnen delen. Het gevoel te beminnen en weer bemind te worden om wat je als mens bent. Niemand die mij dát bijzondere gevoel nog af kan nemen, wat er verder ook moge gebeuren. Dát bijzondere gevoel zou ik al mijn lotgenoten toe willen wensen.
En opnieuw zeg ik, net als in mijn nieuwjaarswens voor het jaar 2000: ,,Laat het gebeuren!" Toen besefte ik niet wat dat zou kunnen betekenen. Nu weet ik het en echt, het is de moeite waard. Ook al is het mooi en ontzettend moeilijk tegelijkertijd.

Bert Vos


Gedichten

Samen

Eigenlijk dacht ik dat ik
alle liefde was verloren
voor altijd verstorven in haar as
Dat met haar heengaan ook
een eind aan mijn lang
geluk gekomen was

Een tijdlang treurde ik
mijn triestheid
in eenzaam zelfbeklag
Verdriet verdreef, met
golven pijn, bijna
voorgoed mijn levenslach

Maar woedend worstelend
kwam ik boven drijven
hijgend happend naar de
warme levenswind
Balde mijn vuisten
naar de zon, onbemind
En voelde mijn hart
opnieuw in pijn verstijven

Plots zag ik haar eenzaam aan
de oever staan en een glimlach
speelde om haar mond
Ik zwom naar haar, mijn
mooie Venusvrouw, die ik
aan de oever van mijn tijdrivier,
tenslotte verlegen blozend
in mijn armen vond

Lachend rennen we door het gras
zwaaiend naar de zomerzon
Pas heel veel later zien we pas
hoe ons leven samensmelten kon
Door gedeeld verdriet en pijn
zal dit ons nieuwe leven zijn
Samen met z'n vieren

V.
september 2000


Ingezonden gedichten door lotgenoten

Dit is de vaste plek van lotgenoten voor gedichten, die ze mooi vinden, waar ze troost uit putten, maar waarvan de bron niet bekend is. Hoewel ik een beetje huiverig ben voor bijdragen van derden waarvan ik de oorsprong niet ken, heb ik toch maar besloten om een speciale pagina hiervoor te reserveren. Gedichten waarvan de oorpronkelijke bron of de auteur niet bekend is en ook de eigen gedichten kunnen hier een plek krijgen voor zover ik het relevant vind in het kader van dit internettijdschrift en voor zover ik dat verantwoord vind met betrekking tot bijvoorbeeld auteursrechten. Inzendingen voor deze rubriek graag zo mogelijk met enige bronvermelding en/of de naam van de auteur. Als het een eigen gedicht is, ook dát graag vermelden. Ik hoop dat jullie er dezelfde troost uit kunnen putten als de inzenders dat hebben gedaan en nog doen.

Bert

Voorbij

De Mensen van voorbij
Zij blijven met ons leven,
De mensen van voorbij
Ze zijn, met ons verweven
In liefde, in verhalen
Die wij zo graag verhalen.
In bloemengeuren,
In een lied, dat opklinkt
uit verdriet.

De mensen van voorbij
Zij worden niet vergeten
De mensen van voorbij
Zijn in een ander weten.
Bij God mogen zij wonen,
Daar waar geen pijn kan komen.

De Mensen van voorbij
Zijn in het Licht, zijn vrij

In liefdevolle gedachtenis Wouter

Marion Lancee

Luisteren

Je denkt misschien dat je wat moet zeggen
Je denkt misschien dat je me moet opvrolijken
je wilt me misschien weer zien lachen en genieten
je denkt misschien dat je me moet troosten en adviseren
Wat ik vraag is dit:
wil je nog eens
en nog eens
luisteren naar mijn verhaal
naar wat ik voel en denk
Je hoeft alleen maar stil te zijn
mij aan te kijken, mij tijd te geven
Je hoeft mijn verdriet zelfs niet te begrijpen
maar als het kan
slechts te aanvaarden zoals het voor mij voelt
Je luisterend aanwezig zijn
zal mijn dag anders maken....

(bron onbekend)

ingezonden door Leonie Groenewoud


Een ,,nieuw" leven, een nieuwe baan: is het een vlucht?

Ik zit de laatste tijd weer niet lekker in m'n vel. Ik ben gespannen, zeg weinig en slaap en eet weer slecht. Net heb ik een uren lang gesprek gehad met mijn chef. Over dat ik misschien van baan wil veranderen. Mijn vriend is nu 1,5 jaar dood. In het begin was het juist prettig dat al m'n collega's ervan wisten en rekening met me hielden. Nu is dat juist wel eens benauwend.
In heel het bedrijf sta je toch bekend als: "dat meisje waarvan haar vriend is overleden". Wisten jullie dat 50 % van alle mensen waarvan de partner is overleden binnen twee jaar van baan veranderd? Al met al brengt dat een hoop (extra) stress met zich mee. Want wat als het in een ander bedrijf niet net zo is. Is het niet gewoon weer een vlucht?

Niet dat een vlucht altijd slecht is hoor. Zo ben ik een maand door Vietnam getrokken met twee goede vrienden tijdens Kerst, oud en nieuw en zijn verjaardag. Daar heb je er ook last van maar zo hoefde ik in ieder geval geen rekening te houden met andere mensen. Zoveel mensen hadden me uitgenodigd toen, er werd aan me getrokken. Niemand wist waar hij nou eigenlijk goed aan deed. En ik heb er nu weer een herinnering bij zonder hem.
Niet dat ik hem vergeet maar ik heb wel weer een stukje "nieuw leven". Dit hoop ik misschien ook wel te bereiken met een nieuwe baan.
Wat ik ook merk is, dat mensen denken, nu ik weer een nieuwe partner heb, alles wel weer "goed" is. Als ik nu mensen bel waar ik "vroeger" altijd terecht kon zeggen ze wel eens: ,,nee nu even niet". Ik kan niet meer op elk moment van de dag bij mensen terecht. Want: ,,ze heeft toch weer een nieuwe vriend waar ze altijd terecht kan?" Tja, ik kan ook bij hem terecht. Maar een nieuwe relatie brengt ook een hoop emoties met zich mee. Het is hartstikke moeilijk. Ik heb immers niet gekozen voor iets nieuws. Ik vond de oude situatie ook prima.
Het is moeilijk voor beiden. Met alles weer helemaal opnieuw beginnen. En dat terwijl ik een rugzak vol "bagage" met me meezeul.

Ik zou graag weer wat rust in m'n leven willen. Ik kan nog steeds bij een hoop mensen terecht hoor, maar als ik dit dan vertel is de reactie meestal: Ja maar het is toch logisch dat je er nog "last" van hebt? Ja, dat weet ik ook wel, maar soms zou ik m'n hoofd voor even helemaal leeg willen maken, en weer zo intens willen genieten van dingen als vroeger. Het is zwaar, heel zwaar maar ik doe m'n best. Veel meer doen dan mijn hart volgen kan ik niet.

Patricia -pbijmans@worldonline.nl


Verliesverwerkend de WAO in: een dubbele confrontatie

Het is me zelf overkomen: terwijl ik volop bezig was met het verwerken van het verlies van mijn vrouw, belandde ik ongewild in de WAO. Door allerlei omstandigheden (ik werd ernstig ziek) kon ik die fase niet meer voorkomen. De WAO. Arbeidsongeschikt. Deel uitmakend van een groeiend leger van mensen, die min of meer worden uitgespuugd door de samenleving omdat zij al dan niet permanent niet meer (kunnen) functioneren. Zij willen wel, maar kunnen niet langer voldoen aan de (te) zware eisen die aan hen worden gesteld.

Mijn bedrijfsarts benaderde het minder negatief. Hij vond het juist goed dat er zo'n vangnet bestaat waarin je, al dan niet voor even, wordt opgevangen. Ik moest dat niet als een schande beschouwen (dat is trouwens toch al ouderwets), maar meer als een manier om in alle rust mijn dubbele verlies van partner en gezondheid verder te verwerken en om in mijn eigen tempo weer opnieuw een plek in het arbeidsproces te kunnen vinden.
Mijn bedrijfsarts bedoelde het goed en in wezen heeft hij natuurlijk gelijk met zo'n benadering, maar voor mij die een hoofd vol verdriet en pijn had en ook lichamelijk weer moest herstellen, was het iets afschuwelijks om ook nog eens te worden opgenomen in de bureaucratische mallemolen van allerlei ongetwijfeld nuttige, maar ook zakelijke, tijdrovende instanties. Alleen al het doorworstelen van de onbegrijpelijke, in kille ambtenarentaal opgestelde, vragenlijsten was een nachtmerrie van de ergste soort. Want je vond het immers volslagen onbelangrijk. Want je had wel andere dingen aan je hoofd dan je dáár óók nog eens in te verdiepen.

En terwijl je dus WAO'er zat te wezen werd je meteen weer het arbeidsproces ingeduwd via de zo prachtige arbeidstherapie. Gewoon proberen weer wat te werken. En als het eventjes niet ging, niet erg hoor, dan ging je gewoon naar huis. Op papier lijkt dat een prachtig systeem. Maar dan zie je de collega's om je heen ,,denken". Hij komt soms later en gaat eerder naar huis. Hij ziet er niet echt ziek uit. Kan ie niet wat meer doen? Je voelt je dan ineens schuldig. En laat het prompt weer afweten. Je blijft dan thuis, in de eenzaamheid van je huis. Een dubbele confrontatie met het verlies van je partner en óók van je eigenwaarde als mens. Het is die vicieuze cirkel waar je uit moet proberen te komen.
Dat betekent in de eerste plaats tot het besef komen: je bent niet schuldig. Schuldgevoel is misplaatst. Jij hebt hier niet om gevraagd, het overkomt je. En je moet dan beginnen om beetje voor beetje je werk weer op te pakken. En er over te praten met je collega's. En dan ontdek je ook, dat jouw collega's vaak helemaal niet zo denken als jij dacht dat ze zouden doen.
Misschien duurt het naar je gevoel erg lang voordat je weer ,,100%" aan het werk bent. Ik ben nu een jaar WAO verder en zit nu op zo'n 50%. Eerst vond ik dat erg. Dat ik ,,nog maar"op de helft zat. Maar nu haal ik m'n schouders op en doe gewoon wat ik kan. Niet meer, maar vooral ook niet minder. Terwijl ik het verlies van mijn vrouw verwerk in mijn eigen tempo. Met ups en downs.

Er zijn lotgenoten die al heel snel van werk veranderen. Omdat ze die voortdurende confrontatie met collega's die jouw ,,situatie" kennen niet aankunnen. Die echt opnieuw willen beginnen. Zelf had ik dat gevoel niet omdat ik een prettige baan heb bij een prettig bedrijf, waar men mij heel goed opving. Maar niet iedereen heeft dat geluk bij al het ongeluk dat je is overkomen. En dan zal het er misschien toch uiteindelijk van komen: een nieuwe baan in een volstrekt nieuwe omgeving. Patricia Bijmans vraagt zich elders in deze editie af of dat een vlucht is.
Misschien, maar ik denk eerder dat het de behoefte is van elke lotgenoot om helemaal opnieuw te beginnen. Met een schone lei, een ,,leeg" hoofd. Zonder de ,,bagage" van je verleden. Zonder het stempel van ,,weduwe/weduwnaar" met zich mee te hoeven dragen. Een andere baan kan meehelpen om zo'n nieuwe start te realiseren. Maar je moet er aan de andere kant óók voor waken niet te snel dergelijke rigoreuze beslissingen te nemen. Want het is ook goed te beseffen dat contact met het werk behouden ook van belang kan zijn om gemakkelijker terug te keren.

Kortom: als je in de WAO zit kán een nieuwe baan een oplossing zijn om weer sneller aan het arbeidsproces te kunnen deelnemen. Met een nieuwe uitdaging. Een nieuw begin. Met een lege ,,rugzak". Maar je kunt ook, zoals ik dat doe, in je ,,oude baan" proberen opnieuw te beginnen. Dat is misschien wat moeilijker, maar als je een plezierige baan hebt, bij een prettig bedrijf werkt met aardige collega's die je begrijpen, dan is dat het proberen meer dan waard.

Bert


Boekbespreking: Wenen om het verloren ik - Polspoel, A.R.M.

"Over de verwerking van het verlies van een dierbare en de hulpverlening aan rouwenden", Uitgeverij Gooi en Sticht, Baarn 1993, ISBN 90 304 0166 4, 175 blz.

Uiteraard wordt ook in dit boek nader ingegaan op de diversen fasen waar ieder van ons zich doorheen moet worstelen om het verlies van onze partner - uiteindelijk - te kunnen verwerken. Naarmate het rouwproces vordert wordt de rouwende volgens de auteur steeds meer 'zichzelf' en dit verloopt via een aantal fasen:

- Een periode van weten: de confrontatie met het gebeuren
De dood van onze dierbare is een onontkoombaar feit (het 'weten') maar het is echter nog niet mogelijk dit probleem en zijn consequenties te hanteren. Het wordt ervaren als iets 'buiten' ons, niet bereikbaar. Het gevoel overheerst dat het niet waar is, dat alles onwerkelijk is, dat we dromen. Gedurende deze periode van verdoving worden we helemaal in beslag genomen door het verschrikkelijke schokkende gebeuren. Eindeloos worden de gebeurtenissen die onmiddellijk te maken hebben en vooraf gingen aan het verlies en de eerste reactie ná het gebeuren zeer gedetailleerd in ons bewustzijn opgeroepen. Alles wat de overledene nog gezegd heeft, wat hij deed, hoe jezelf reageerde, de paniek enz. komt allemaal haarscherp keer op keer weer naar boven. Deze 'film' wordt onuitwisbaar in het geheugen vastgelegd. In deze fase is het rouwen nog amper begonnen.

- Een periode van zien: de objectieve bewustwording
De natuur heeft ons een aantal middelen gegeven om de realiteit als het ware gedoseerd tot ons bewustzijn toe te laten. Dit zijn de afweermechanismen zoals verdoving, ongeloof, ontkenning, protest, het zoeken van een schuldige, het zoeken van de overledene zelf (zoekgedrag) enz. De worsteling tussen onwerkelijkheid en realiteit begint. We gebruiken alle afweer en tegelijk alle aanval om de werkelijkheid zowel te ontlopen als te bemeesteren. Er ontstaat een strijd tussen willen en niet-willen, aanvallen en vluchten, ontkennen en onderkennen. De strijd tussen vasthouden en loslaten is op zijn hevigst. De kracht van de afweer wordt uiteindelijk als ontoereikend ervaren en neemt geleidelijk af. De werkelijkheid dringt zich op, wordt onontkoombaar in haar totale pijnlijkheid.
Symptomen die in deze fase tot de normale rouw behoren zijn: depressie, slaapstoornissen, huilen, het denken dat in beslag wordt genomen door herinneringen aan de overledene, veelal vergezeld van een gevoel van nabije aanwezigheid. Verder zijn veel voorkomend: verlies van eetlust en gewicht, moeite om zich te concentreren, verlies van interesse in het dagelijks gebeuren om zich heen. Minder voorkomend zijn: angstaanvallen, irritatie en somatische klachten.
In deze fase hebben wij nogal eens het gevoel dat onze situatie steeds moeilijker en slechter wordt want emotioneel wekken deze gevoelens de indruk van achteruitgang. De bewustwording zet immers in al haar pijnlijkheid door. Wat aanvankelijk vooral verstandelijk geweten werd (objectief), wordt steeds meer een subjectief beleven en ervaren.

- Een periode van ervaren: de subjectieve bewustwording waarin, specifiek voor het rouwproces, de leegte en eenzaamheid het meest intens zijn
Het verdriet dringt ten volle tot ons door. Wanhoop bereikt veelal nu haar dieptepunt. We 'begrijpen' (ervaren) onze situatie volledig maar zijn nog niet toe aan integratie. De depressie in deze fase kan erg hevig zijn.
Wanneer vijf of meer van de volgende acht symptomen zijn vast te stellen kan er sprake zijn van een depressie: 1) verlies van eetlust en/of gewicht; 2) slaapmoeilijkheden; 3) vermoeidheid; 4) gevoel van rusteloosheid; 5) verlies van interesse; 6) concentratieproblemen; 7) schuldgevoelens en 8) de wens om dood te zijn of gedachten aan zelfmoord. Indien vier van deze symptomen voorkomen is er sprake van waarschijnlijke depressiviteit. Echter, depressieve gevoelens zijn één van de meest voorkomende symptomen van het rouwproces. Afwezigheid ervan is eerder negatief dan positief. Uit een Londense studie van C.M. Parkes is gebleken dat depressiviteit niet altijd in kracht afneemt na verloop van tijd. Integendeel, in een aantal gevallen is er sprake van een duidelijke toename. Dit dwingt ons voorzichtig te zijn met de vaststelling dat 'over het algemeen de hevigheid van de symptomen afneemt'. Belangrijk is het uiten van de emoties, iets waar de omgeving bij kan helpen of bij kan remmen. Het crisismoment in het rouwproces is dus niet altijd in de eerste weken gelegen.
Het zijn in deze fase niet meer zozeer de bedreigende pijnscheuten van verdriet die ons belagen en overvallen, het is nu de voortdurend aanwezige intense pijn van het gemis. Zoals sommigen zeggen: 'de scherpe kanten gaan eraf, maar het gemis wordt heviger.' Het is meestal de tijd van de grootste eenzaamheid.

- Geleidelijk groeit dit ervaren uit tot integratie
Wij worden ons ervan bewust dat de realiteit niet alleen realiteit meer is, maar hanteerbare realiteit wordt. Wij leren om met onze gevoelens om te gaan, we kunnen verder leven, de herinneringen worden draagbaar, de pijn wordt minder scherp, nieuwe mensen en dingen komen in het perspectief, de leegte wordt op nieuwe wijze geleidelijk ingevuld. Dit is de fase waarin de gebeurtenissen die aanvankelijk buiten het 'ik' leken te staan, toen 'begrepen' werden en nu dan geïntegreerd worden. Ze worden deel van het ik.
We realiseren ons als het ware opnieuw dat we bestaan, dat we ademen, dat wij leven en dat we deel uitmaken van het leven. We willen weer deelnemen aan het leven. Het verleden is niet uitgewist, maar is ook niet langer een blokkade tussen onszelf en de wereld. Nieuwe taken en opdrachten worden opgenomen, nieuwe relaties worden aangegaan, er vindt een nieuwe bewuste synthese plaats van hetgeen tot nu toe verwerkt werd. De gestalte van een nieuwe identiteit, van een nieuwe 'ik', begint zich eindelijk af te tekenen.

Zoals de subtitel van dit boek al aangeeft is het vooral gericht op de hulpverlening aan rouwenden en dus niet in de eerste plaats bedoeld voor de rouwende zelf. Het onderwerp wordt dan ook zakelijk benaderd en is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Dit maakt het boek niet makkelijk leesbaar en is misschien daarom minder geschikt als literatuur voor iemand die zijn of haar partner recent verloren heeft. Toch heb ik dit boek al vrij snel gelezen en heb ik veel herkenbaars kunnen halen uit met name de diverse gespreksfragmenten met voornamelijk weduwen die in dit boek zijn opgenomen.
Maar het belangrijkste wat dit boek mij heeft geleerd is het besef dat ik in het sterven van mijn partner in wezen een stuk van mijn eigen identiteit ben kwijtgeraakt. Doordat wij in onze relatie door de jaren heen zo met elkaar verweven waren geraakt, heb ik opnieuw moeten ontdekken wie ik nu eigenlijk ben zonder hem. En hiermee kan mijn rouwen inderdaad worden teruggebracht tot een 'wenen om het verloren ik'.

Monique Klaverweide


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren