Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 2e jaargang nr. 11 - augustus 2000
Van de redactie:
Reageren
op verhalen en mailtjes van lotgenoten: hoe doe je dat nou?
Kortgeleden kreeg ik een wat teleurgesteld mailtje van een lotgenote die me vroeg om haar e-mailadres maar weer te verwijderen van de pagina Mailbox omdat ze nog geen enkele reactie had gekregen. Ik heb, zij het met enige aarzeling, toch maar aan dat verzoek voldaan. Aarzelend, want haar adres stond er nog maar nauwelijks een paar weken... Maar aan de andere kant begrijp ik haar volkomen. Want je hebt zoveel verwachting, je voelt je zó eenzaam, dat veertien dagen wel een eeuwigheid lijken. Je wilt zo graag je verhaal kwijt, een luisterend oor. Begrip en herkenning. Het zijn van die o zo belangrijke dingen voor ons, lotgenoten. En dan blijft je eigen mailbox leeg. Geen letter. Niks. De eenzaamheid neemt alleen maar toe. Je voelt je helemaal door iedereen in de steek gelaten. En dus stuur je de hoofdredacteur van deze lotgenoten-site maar een mailtje om te vragen jouw adres te verwijderen. Jammer eigenlijk, want de ervaring leert dat mensen zoals wij, die nog steeds worstelen met ons verdriet, er proberen een juiste plek voor te vinden, niet zo maar gaan schrijven naar voor hen toch volstrekt onbekenden, ook al hebben die waarschijnlijk hetzelfde meegemaakt en voelen die zich -net als jij- ook zo eenzaam en verdrietig. Lotgenoten sturen me regelmatig brieven die beginnen met: ,,Eindelijk heb ik de moed gehad om te schrijven..."
De moed hebben om te schrijven. Dat kost tijd. Maar aan de andere kant kan het schrijven met lotgenoten heel wat fijne correspondentie opleveren. Ook daarvan ken ik ettelijke voorbeelden. Sterker nog: er zijn zelfs verschillende nieuwe relaties uit voortgekomen! Wat ik ook vaak lees in mailtjes aan mij, is dat mijn lotgenoten me niet willen belasten met hun verdriet omdat ik het zelf al zo zwaar heb... Dat nou is echt onzin. Want er is helemaal geen sprake van belasting, integendeel. Je hebt een luisterend oor gevonden en jij bent op jouw beurt voor hem of haar een luisterend oor. Je maakt elkaar deelgenoot van je ervaringen, je gevoelens. En dat is goed, dat werkt vertroostend, helend ook. Zo gaat dat immers ook met rouwgroepen? Het enige verschil is, dat je het nu op papier doet. Ik kan niet schrijven, hoor ik ook vaak. Nou en? Jouw lotgenoten snappen echt wel wat je bedoelt, ook al is niet alles feilloos goed gespeld en wil er nog wel eens een grammaticafoutje tussendoor sluipen. Niks erg. Het gaat om de inhoud, niet om de verpakking. Toch? En bovendien blijkt elke keer weer dat het best meevalt.
Schrijven met
lotgenoten. Hoe doe je dat dan? Je kent hem of haar niet, je hebt
hooguit iets gelezen in het reactie-archief, maar is dat voldoende?
Vaak wel. En een goede manier om contact te krijgen is gewoon
te reageren op de belangrijke data van lotgenoten, zoals die te
vinden zijn op de pagina ,,Ik denk aan jou". Een paar simpele
zinnen om te laten weten dat je meeleeft kunnen voor de ander
al aanleiding zijn om te reageren en voor je het weet schrijf
je elkaar elke dag. Bijvoorbeeld. Gewoon niet bang zijn, maar
doen. En voor alle duidelijkheid: alle lotgenoten die in de Mailbox
staan vermeld willen graag contact. Maar je moet vaak wel zelf
het initiatief nemen.
Ik hoor graag van lotgenoten die via de Draaikolk met elkaar zijn
gaan schrijven over hun ervaringen. Misschien helpt dat anderen
dan weer om over die blijkbaar toch nog wat hoge drempel heen
te durven stappen.
Bert Vos
hoofdredacteur
Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.
Blaka Rosoe (7): Terug naar kantoor
Voor het eerst in 19 jaar ben ik voor langere tijd afwezig van mijn werk. De bedrijfsarts constateert terecht dat dit mijn eerste bezoek aan het spreekuur is. Het is een sympathieke man die vanaf het begin uitsluitend mijn welzijn voor ogen heeft. En hij geeft mij vrijwel direct een waardevol advies. Vanaf nu zal ik worden overladen met "goedbedoelde" adviezen van mensen uit mijn omgeving. Hij adviseert mij om deze zoveel mogelijk naast mij neer te leggen, uitsluitend af te gaan op mijn eigen gevoel en geen overhaaste beslissingen te nemen. Tot op de dag van vandaag probeer ik dit advies op te volgen maar ik moet eerlijk bekennen dat met name het eerste mij soms heel moeilijk afgaat.
Ik sta vaak versteld van de luchtige wijze waarop sommige mensen mij proberen te "troosten". Dit werkt averechts bij mij en de pijn wordt er juist erger door. Ik heb behoefte aan een luisterend oor en niet aan adviezen of uiteenzettingen van wat anderen zoal aan leed hebben meegemaakt in hun leven. Dat is nu even niet relevant. Het gaat om míjn verlies. En ik heb dan ook duidelijk het gevoel dat ik mijn omgeving steeds weer moet geruststellen dat alles "goed" met me gaat. Zolang ze dat horen is iedereen gerustgesteld. Maar als ik mijn werkelijke gevoelens uit, schroomt de meerderheid niet om mij te vertellen wat ik zoal zou "moeten": weer aan het werk gaan; mijn studie afmaken; plantjes kopen in huis; gaan behangen; plannen maken voor de toekomst (?) en ga zo maar door. Dergelijke opmerkingen doen mij keer op keer weer pijn, maar toch probeer ik mezelf voor te houden dat ik hen dit niet kan en kwalijk mag nemen. Zij hebben hun partner niet verloren en kunnen dus ook niet invoelen wat een gigantische invloed dit heeft op mijn leven dat nu totaal op zijn kop staat. Als ík de omvang van mijn verlies zelf nog niet eens kan bevatten, hoe kan ik dan van een ander verlangen dat zij zich kunnen inleven in de diepte van mijn gevoelens, van mijn gemis?
Na een afwezigheid
van vijf maanden besluit ik uit eigen beweging om weer terug te
gaan naar kantoor. Dit is een enorme stap want voor het eerst
moet ik aan mezelf toegeven dat "het leven weer verder gaat"
terwijl ik dat in mijn hart eigenlijk niet wil. Het liefst zou
ik in een holletje willen wegkruipen en er nooit meer uitkomen.
Vergezeld door een lieve collega ga ik alle afdelingen langs en
maak met iedereen een praatje en ik sta versteld van mezelf. Ik
praat onophoudelijk (terwijl ik niet zo'n prater ben) en geef
niemand de gelegenheid om mij te condoleren of om te vragen hoe
het nu werkelijk met me is. Ik informeer hoe het met iedereen
gaat, of ze het druk hebben en of ze al vakantieplannen hebben.
Ik zie hoe iedereen in eerste instantie verschrikt opkijkt en
ik heb met ze te doen wanneer ik merk dat ze zich geen houding
weten te geven. Een aantal collega's schroomt niet om mij te vertellen
hoe goed ik er uitzie. En dat doet pijn. Blijkbaar zie ik er anders
uit dan ik mij van binnen voel.
Maar bij de collega's die mij het meest na staan verlies ik de
moed en word ik stiller. Het is alsof ik mijn verdriet terugzie
in hun ogen. Ze vertellen me hoe fijn ze het vinden dat ik er
weer ben. Hoe ontroerd ze waren door de uitvaartplechtigheid en
hoe sterk ik mij toen gehouden heb. Ik weet inmiddels beter; ik
was verdoofd.
En dan is daar opeens die collega die sinds vier jaar weduwnaar is. Hij heeft de gewoonte om af en toe bij me langs te komen om even te praten over zijn gemis. Ik hoor dat hij mij graag wil spreken en daar zie ik enorm tegenop want ik wil flink blijven. Het ging zo goed tot nu toe. Ik stel het gesprek tot het laatst uit. Hij pakt mijn handen vast en kijkt me alleen maar aan... De dagen daarna kan ik er, tot mijn verdriet, even niet meer voor hem zijn. Tegenover hém kan ik mij niet flink houden. Hij weet immers precies wat ik voel.
Ik stap mijn kantoor binnen en zie dat alles onveranderd is. Er staan nog steeds verse bloemen op mijn bureau. Maar binnen in mij is zoveel veranderd. Ik zet mijn PC aan en kijk in mijn agenda. Na 26 april is alles blanco. Op de dag van het afscheid en van zijn crematie staat niets. Er zijn vijf maanden verstreken maar voor mijn gevoel is het niet meer dan een week geleden. Ik bekijk mijn aantekeningen van die laatste dag. Toen wist ik nog niet wat mij die avond te wachten stond. Hoe mijn leven tot stilstand zou komen. Ik pak mijn spullen uit mijn bureaula en er dwarrelt een haartje op mijn bureau neer, van hem.
Monique Klaverweide - augustus 2000
De melancholie om wat was
Net als de sombere wintertijd roept ook de zomerzon bij mij melancholieke gevoelens op. Ze komen en gaan als de wind, maar ze zijn er. Onontkoombaar. Ik voel ze als ik luister naar de klagende melodie van een eenzame saxofoon terwijl ik wat mijmerend in mijn bloeiende tuin zit, die kort geleden geheel door mijn schoondochter is gerenoveerd. Ik voel dan meer dan ooit het verleden in golven over me heen komen. Hoor dan ineens weer haar sprankelende lach terwijl ze met haar kleinkinderen aan het dollen is. Of zie haar weer in gedachten zorgzaam bezig met het verzorgen van de ruim tien dwergkonijnen die in een ruime konijnenheuvel ooit het gezicht van onze tuin bepaalden.
Melancholieke
gevoelens. Jullie zullen ze allemaal wel kennen. De melancholie
van de herinnering aan betere, vrolijker tijden. Niet bewust van
wat er allemaal nog op ons pad zou komen.
Het zijn niet eens sombere gedachten, meer een gevoel van intense
weemoed, vermengd met soms tegenstrijdige gevoelens die even onontkoombaar
mijn gedachten beheersen.
Want elke keer ben ik me er ook haarscherp van bewust dat de tijd
van toen nooit meer terug zal komen. Eén lange herinnering
van mooie momenten zal blijven.
En ik weet óók,
dat het niet goed is om steeds vast te blijven houden aan wat
ooit was. Dat je dan stil blijft staan, verstard in het verleden,
een beetje toekomstloos. Ik merkte dat meer dan ooit vanaf het
moment dat er opnieuw iemand in mijn leven kwam waarvan ik kon
houden, waarmee ik samen een nieuw leven kon beginnen. Toen pas
besefte ik in volle hevigheid hoezeer ik mij toch onbewust had
vastgeklampt aan die tijd van toen. Hoe ik onbewust me terug had
getrokken in die vertrouwde cocon van mijn huis, me af had gesloten
voor alles waar ik nog van zou kunnen genieten. En dat, terwijl
ik via de Draaikolk mijn lotgenoten steeds maar weer een hart
onder de riem probeerde te steken. Probeerde te troosten, hoop
te geven. Om zelf stil te blijven staan in die verstarde momenten
van herinneringen, zonder zelf te denken aan hoop, aan een gelukkiger
toekomst. Zonder te beseffen dat ik op die manier ooit vast zou
lopen, verstrikt zou raken in die zorgvuldig opgebouwde cocon
om me heen.
Dankzij mijn nieuwe levenspartner, die hetzelfde meemaakte als
ik, wist ik me los te worstelen uit dat verstikkende web van stilstand.
Zag ik ineens weer een toekomst voor me liggen. Samen.
Maar toch, ondanks die positieve gevoelens, overvalt me toch zo nu en dan de melancholie. En dat mag ook. Ze zijn nodig om te kunnen ervaren dat er een toekomst is, ondanks alles. Maar ik weet ook dat die melancholie voorbij gaat, net als de warme zomerwind die zo maar plaats kan maken voor een herfststormpje. Maar dat laatste deert je dan niet langer. Omdat je nu ineens sterk staat. Samen.
Bert Vos
Troostmuziek (4)
In de voorgaande edities heb ik verschillende keren samen met lotgenoten aandacht besteed aan het onderwerp ,,Troostmuziek". Een moeilijk begrip eigenlijk, want welke muziek kan je echt troost geven en welke muziek laat je huilen omdat het je herinnert aan mooiere tijden, aan fijne herinneringen? Wat dat laatste betreft: huilen bij muziek die bij jou herinneringen oproept aan je overleden partner kan ook heel erg troostend zijn, ondanks de pijn die je wellicht voelt.
Mijn partner en ik hebben wat dat betreft allebei iets met muziek. Zij kan dagen hebben, dat ze absoluut geen muziek kan horen zonder te moeten huilen. Haar man was een geluidsfreak en zij heeft een enorme verzameling CD's, die met grote zorg door hem samen met haar bijeen is gebracht. Elke CD krijgt daardoor een extra lading mee. Maar het omgekeerde kan bij haar ook: dat ze uren naar muziek luistert met een glimlach op haar gezicht. Op zo'n moment is er geen sprake van verdriet, van pijn. Het is dan alsof ze al die fijne herinneringen met hem nog eens beleeft, dankzij de muziek van hem en haar.
Tijdens de crematie van mijn vrouw heb ik vier nummers laten draaien die bij ons leven pasten. Die er sterk mee verbonden waren. Ik heb er, dacht ik, al eens over geschreven. Je zou denken dat juist die vier songs nooit meer door mij gedraaid zouden kunnen worden zonder tranen. Toch is dat niet het geval. Toegegeven, soms overvalt het me als ik één van de vier nummers zo maar ineens op de radio hoor en dan vliegen mijn gedachten naar die ene dag in de aula van het crematorium en zullen er ongetwijfeld tranen tevoorschijn komen zonder dat je dat tegen kunt houden. Maar in het algemeen zet ik ze bewust op om er naar te luisteren. Want waarom zou ik muziek die we samen mooi vonden nu ineens niet meer draaien?
Patricia Bijmans schreef me, dat ze sinds kort de nummers weer kan horen die tijdens de crematie van haar vriend werden gedraaid. Maar zij ziet dan alleen de beelden van de crematie voor zich. Maar aan de andere kant zijn er ook genoeg nummers die haar aan haar vriend doen denken. Wat hij op dat moment deed of zei. ,,Ik kan er nu om glimlachen, maar voel me tegelijk ook weer verdrietig", schrijft ze, ,,want ik kan die herinneringen met niemand delen". Patricia luistert ook graag naar ,,verdrietige" liedjes. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het herkennen van de gevoelens, denkt ze. ,,Het is immers ,,prettig" te weten dat je niet de enige bent met verdriet, ook al is het alleen maar een liedje".
Voor Atie Huffman is ,,De bestemming" van Marco Borsato en zijn het de ballades van Rob de Nijs die haar troost bieden. Eén speciaal nummer hadden haar zoons voor haar gedraaid op de avond dat ze te horen kreeg dat haar man niet lang meer te leven had. Het is een nummer van Manowar, een hardrock band: ,,Master of the wind". Het werd op de begrafenis gedraaid.
Greet Zwierenga kan nog steeds niet naar muziek van hem en haar luisteren zonder te huilen. Zij schrijft: Van dat eerste half jaar heb ik me zeker de eerste drie maanden volledig toegelegd op het bewust rouwen in de vorm van alles lezen over rouwverwerking en eindeloos de muziek draaien van Henk en mij. Dan was het net of hij er nog was. En: Terwijl ik dit opschrijf moet ik weer huilen en voel me zo hopeloos verlaten zonder hem. Er is geen muziek (van ons samen) op het moment die ik draai zonder te huilen, dus draai ik geen muziek meer van hem en mij. Alleen het verstoppen voor het verleden zorgt dat het redelijk blijft gaan , maar ik voel het ook als een verraad aan Henk." Voor Greet is het op dit moment duidelijk nog te zwaar om echt troost te vinden in het luisteren naar muziek, maar ze draait die soms wel en dat is een stap naar een periode dat muziek haar wél troost kan bieden. Op een gegeven moment zal de muziek waar ze ooit samen naar luisterden troost kunnen bieden door de mooie herinneringen die ze oproepen.
Mevrouw Bakker
(ze schreef me haar voornaam niet) heeft geheel op een eigen wijze
haar troostmuziek gevonden en er zelfs een speciale CD van gemaakt.
Zij schrijft: ,, Mijn man overleed na 4 jaar aan uitzaaiingen
van melanoom op 1 maart j.l. Vlak voor zijn dood had hij gesproken
met een goede vriend over hoe het allemaal geregeld zou moeten
worden na zijn dood. Daarbij had hij het ook over een bepaald
lied van een gitarist waar hijzelf veel muziek van had. (hij was
zelf een enorme muziekliefhebber). Dit stuk hebben wij na behoorlijk
lang zoeken gevonden en toen heb ik drie dagen na zijn overlijden
zelf een cd samengesteld met een aantal keren dat nummer en verder
aangevuld met verschillende nummers uit zijn eigen cd collectie.
Hoe ik dat op zo'n moment heb kunnen doen weet ik niet, maar het
is een geweldige cd geworden.
Ik heb die cd gedraaid tijdens ons samenzijn na zijn begrafenis.
Het is nu nog steeds ongeveer de enige cd die ik opzet. En vooral
als ik het even niet meer zie zitten dan zet ik juist die cd op
en dan meestal lekker hard, maar soms ook gewoon op de achtergrond.
Dat dit bij meerdere mensen om mij heen werkt blijkt wel uit het
feit dat ik hem al zeer vele malen gekopieerd heb. Ook onze dochters
vragen regelmatig of ik dat ene nummer op wil zetten (zij zijn
5 en 8) want dat was papa's muziek! Het is net of je hem dan weer
even wat dichter bij je hebt."
Troostmuziek. Uit de reacties die ik heb gekregen blijkt duidelijk dat troostmuziek tal van vormen kan hebben, maar op welke manier dan ook toch troost biedt of soms kán bieden en soms helemaal niet. En het gekke is, dat je ondanks de verschillen in beleving, tóch weer zoveel herkent, dat ook dát je weer troost geeft net als het simpele feit dat er zo ontzettend veel mooie muziek is om troostend van te genieten.
Bert Vos
Boekbespreking: Late liefde - Vik, Bjørg
beeldende roman over verlies en rouw, overleven en opnieuw verliefd worden
Uitgeverij De Geus, Breda 2000, ISBN 90 5226 757 X, 256 blz.
De Noorse Maja
Sellmann verliest op zestigjarige leeftijd haar man Aksel na een
kort ziekbed. Ze waren bijna veertig jaar getrouwd.
Het zijn de praktische dingen die haar door de eerste dagen heenslepen.
Alle telefoontjes, alles wat voor de begrafenis geregeld moest
worden, de vrienden die kwamen en zaten te huilen, terwijl zij
bleek en met droge ogen rondliep. 's Nachts valt ze als een blok
in slaap, slaapt een paar uur diep en droomloos, wordt dan klaarwakker
en is zich er dan pijnlijk van bewust dat ze alleen in het bed
ligt. Maar in deze stille, nachtelijke uren voelt zij een nabijheid,
hij is niet weg en dat koestert ze. Soms ruikt ze zelfs dat hij
er is, de geur van amber.
Terwijl haar kinderen de eerste tijd om beurten bij haar blijven probeert zij zo "gewoon" mogelijk door te gaan. Ze maakt eten zoals gewoonlijk, doet alles zoals gewoonlijk. Alleen is zij niet degene die het doet, het is een slaapwandelaar die alles perfect uitvoert. De kinderen merken niet wat er binnen in haar gebeurt, ze leeft in een geheime werkelijkheid. Er is iets of iemand die haar stuurt, kracht geeft, helpt. Ze kan er niet over praten. Tenslotte slaapt ze steeds minder en trekt zich voortdurend op haar bovenverdieping terug. Eten en drinken zijn volkomen oninteressant geworden. Alles wat in haar hoofd, haar lichaam gebeurt, is belangrijker.
Langzaam voelt ze hoe ze afzakt in een diep dal. Ze raakt verward. Haar kinderen weten haar uiteindelijk over te halen om zich te laten opnemen. Waarschijnlijk zijn het de medicijnen die ervoor zorgen dat ze Aksel's nabijheid niet langer meer voelt maar de pillen helpen haar óók om te slapen. Uiteindelijk is het haar - doorgaans ietwat afstandelijke - kleindochter Maria die haar weer uit het dal omhoog trekt, die barsten in haar pantser weet te slaan. En na een tijd voelt ze een kracht, nietig, heel schamel, maar hij is er. De kracht om de alledag, de werkelijkheid weer onder ogen te zien.
Wanneer ze op een dag een groep bejaarden op een bank ziet zitten met hun rustige, wat lege blikken, neemt ze zich voor om niet dezelfde kant op te gaan. Oók niet dezelfde kant op als enkele van haar wat oudere vriendinnen die hetzelfde als zij hebben meegemaakt. Die, als veel vrouwen van rond de zestig, alleen zijn komen te staan. Die al voor het vierde of vijfde jaar alleen wonen en hun dagen vullen met werk, verenigingen, reizen, handwerken. Hun huishoudens bestieren, zich vastklampen aan strohalmen, de werkelijkheid van alledag doorkomen, dapper en vol zorg voor familie en vrienden. Die af en toe praten over hun mannen, over verdriet en gemis, koetjes en kalfjes. Vaak alleen maar geluid. Het zijn die vriendinnen die haar ervan proberen te overtuigen dat het met de jaren beter zal gaan. Maar ze wil niet wachten totdat alles uiteindelijk beter zal gaan terwijl de jaren voorbijglijden. Ze wil leven! Ook tijdens haar bezoeken aan de fysiotherapeute ervaart zij dat haar lichaam nog leeft en opnieuw bemind wil worden.
Ze reageert
op een contactadvertentie van een jongere Noorse man, Einar. Uit
de briefwisseling die volgt blijkt dat hij twee verbroken huwelijken
en een aantal verhoudingen achter zich heeft en recent vanwege
rugproblemen in het warmere Zuid-Frankrijk is gaan wonen. Dapper
besluit ze om in te gaan op zijn uitnodiging om hem te ontmoeten
in zijn huis in de Provence. In de weken die volgen leren ze elkaar
beter kennen. Er wakkert in beiden een hevige, tedere en erotische
passie aan zonder de haast en de nervositeit van de jeugd.
Bij terugkomst blijkt dat niet al haar kinderen en vriendinnen
zich in haar gevoelens kunnen verplaatsen. Ze vinden dat Maja
te overhaast te werk gaat en waarschuwen haar. Maar ze kiest voor
zichzelf en reist opnieuw maar nu voor langere tijd naar de Provence
af. Langzamerhand wordt duidelijk dat Einar moeite heeft om zijn
gevoelens te uiten. Bovendien is hij te zeer gewend om alleen
te leven. Hij moet ruimte om zich heen hebben. Maja heeft hier
moeite mee en moet zichzelf vermannen om hem niet te vergelijken
met haar overleden man. En wanneer de relatie barsten begint te
vertonen slaan ook bij haar de twijfels toe. Heeft ze haar wond
verbonden met nieuwe gevoelens? Houdt ze zichzelf voor de gek,
dekt ze iets toe wat later misschien nog meer pijn zal gaan doen
dan tevoren?
Ze besluit om
weer terug te gaan naar huis. Het contact met de vriendinnen is
inmiddels afgenomen. Ze bellen niet meer zo vaak terug als vroeger.
Maja heeft het gevoel dat ze ergens voor gestraft wordt, voor
iets wat ze gedaan heeft, voor alles wat ze niet vertelt. Maar
ze heeft ook geen woorden voor wat ze voelt. In elk geval geen
woorden om met anderen te delen.
Thuis is het gevoel van onwerkelijkheid weer teruggekeerd. Ze
is voortdurend samen met anderen, familie, vrienden, geeft etentjes,
wordt zelf bij anderen te eten gevraagd. Nu ze wat meer tijd heeft
om alles op zich in te laten werken realiseert ze zich dat ze
een te grote plaats innam in zijn dagelijkse leven dat hij had
verkozen alleen te leiden. Terwijl zij jarenlang met een man had
samengewoond, dichtbij, nabij, intens nabij. Tóch blijft
zij gevoelens voor hem koesteren en probeert zij het contact met
hem gaande te houden in de hoop dat hij zijn hart meer naar haar
zal openen. Een verblijf in Italië brengt hen weer bijeen,
weliswaar in een broze intimiteit. En er ontstaat wat meer openheid
van zijn kant.
Wat de toekomst zal brengen is niet duidelijk, wél dat wat zij nu samen hebben iets kristalachtig heeft, iets is waar voorzichtig mee omgesprongen moet worden. Maar één ding is duidelijk. Maja heeft een paar stappen voorwaarts gedaan, een paar tamelijk moedige stappen. Over een kloof, de alleen-zijn-kloof, de zich-ziek-rouwen-kloof, de neem-je-leven-in-eigen-hand-kloof.
,,Late liefde"
is een beeldende roman over verlies en rouw, overleven en opnieuw
verliefd worden.
De passages over de rouwverwerking zijn heel herkenbaar. De nieuwe
relatie had wat mij betreft wat meer uitgediept mogen worden.
Er blijven nogal wat onduidelijkheden over, inclusief een enigszins
onbevredigend open einde. Tóch een bijzonder boek gezien
het onderwerp van het opnieuw verliefd worden na een verlies.
Lezenswaardig voor lotgenoten die dit mogelijk zelf al hebben
ervaren, maar misschien ook voor lotgenoten die dit (nog) niét
is overkomen. Om hoop uit te kunnen putten voor een zonniger toekomst?
Monique Klaverweide
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren