Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 2e jaargang nr. 9 - juni 2000


Van de redactie: Vakantie, even er tussenuit

Op het moment dat je dit leest heb ik ons prachtige land verlaten om elders van een toch wel verdiende vakantie te kunnen genieten. Verdiend? Jawel, verdiend. Genieten? Ik hoop het.

De afgelopen twee jaar heb ik mijn vakanties met wisselend succes in het buitenland doorgebracht. Op plekken waaraan ik kostbare herinneringen had. In golven kwamen de herinneringen met het verdriet. Maar het waren allemaal mooie herinneringen. Over al die mooie plekken waar we samen van hebben genoten. En waar we vooral de laatste jaren samen, ons koesterend in de zon, hebben gepraat over ons leven. Plaatsen, waar we juist van die hele kleine dingen genoten omdat de ,,zware expedities", zoals een forse bergwandeling, niet meer mogelijk waren. We hebben samen beseft hoe kort het leven is en hoe vaak we met de vanzelfsprekendheid van elke dag ons leven hadden geleefd.

Dat besef is gebleven. De gedachte dat we van het leven zoveel mogelijk moeten genieten, ons niet steeds maar weer moeten laten leiden door de waan van de dag. De juiste prioriteiten moeten stellen. Lief zijn voor ons zelf vooral. Dat is niet gemakkelijk. Het is zelfs heel zwaar. Omdat de samenleving om ons heen steeds maar weer van ons verwacht dat we ,,gewoon" weer aan het werk gaan. ,,Gewoon" weer meezwemmen in dezelfde golven als de mensen om ons heen. Zij zien de forse branding niet zoals wij die zien. Zij laten zich vrolijk lachend meedrijven over de golven, terwijl wij terugdeinzen. Zij voelen niet de diepe dalen waarin we zo nu en dan terecht komen.
Genieten. De mooie dingen om ons heen absorberen als het onmisbare levensvocht om te kunnen ,,overleven". Moeilijk is dat soms. Omdat we ons telkens weer laten meesleuren in die branding van ons plotseling opkomend verdriet. Door de melancholie van wat was en nooit meer terug zal komen. Moeilijk omdat het juist zo confronterend kan zijn.

Toch moeten we het proberen. Zoals ik dat nu ga doen, samen met een lotgenote. En ook dát is bijzonder. Fijn én moeilijk. Een samensmeltende wisseling van geluk en verdriet. Met dubbele gevoelens vaak, maar ook met de gedachte dat onze partners niet anders zouden hebben gewild. Samen genieten, samen huilen, ons samen koesteren in de warme vakantiezon. En ongetwijfeld zullen we, elk op onze eigen manier, onze zo kostbare herinneringen tegenkomen. Ongetwijfeld zullen we soms weer even moeten huilen ook al genieten we weer samen van een nieuw begin.

Voor verschillende lotgenoten zal het (nog) niet mogelijk zijn om zo te kunnen genieten van vakantie. Ik weet het. En in gedachten ben ik bij jullie. En hoop begin juli weer terug te zijn om De Draaikolk van een nieuwe editie te voorzien. Voor jullie allemaal. Ik wens al mijn lotgenoten hoe dan ook, ondanks alle verdriet, ondanks de soms nog zo verse wond van het gemis, toch veel zon in hun hart toe, waar dan ook.

Bert Vos
hoofdredacteur


Van lotgenote Ineke Walstock ontving ik onderstaande ontboezeming. Over die plotseling weer opkomende golven van verdriet, terwijl ze dacht dat het weer beter ging. Veel van wat zij schrijft zullen we allemaal als lotgenoten herkennen. Want het overkomt ons allemaal, op de één of andere manier. Lees het als troost, lees het om te beseffen dat je niet alleen staat in je verdriet. Besef dat ook anderen hetzelfde ervaren. Daarom plaats ik het verhaal van Ineke zoals ze dat op die sombere aprilavond opschreef. Voor haarzelf, voor jullie allemaal.

Bert

Het is weer mis vanavond...

Zaterdag, 15 april 2000, 23.00 uur

Ja, het is weer mis vanavond. En dat alle synchroniciteiten en alles wat verder op mijn weg komt ten spijt. Het gaat allemaal goed, ik heb niets te klagen en dat doe ik ook niet. Maar dan toch! Het is toch niet te begrijpen. Die verschrikkelijke eenzaamheid, het alleen-zijn, het vreselijk gemis. En dat terwijl ik na ruim een jaar mijn leven weer een beetje op de rit begin te krijgen. Ik begrijp het allemaal niet meer, zo ik het ooit begrepen heb.

Even iets meer: De tweeling van 12, zonen van mijn vriendin, is er, al voor het derde weekend achter elkaar. Heel fijn, heel vertrouwd. Het gaat allemaal fantastisch en toch ..............., wat mis ik Frank. De tranen lopen over mijn gezicht (nu pas). Het is toch niet eerlijk dat ik nu alleen door moet gaan. Net nu mijn leven eindelijk wat stabiliteit begon te vertonen. Heb ik dat dan ooit gevraagd? Ik weet het allemaal niet meer. Ik voel me zo ondankbaar. Ik leef, ik heb lieve vrienden om me heen. Maar niemand weet wat ik voel.

Ineke, je ziet er weer goed uit, hoe gaat het me je? Goed, want dat is ook zo.
Ineke, hoe gaat het nu op je werk en hoeveel werk je? Nog steeds twee ochtenden en eindelijk heb ik een beetje plezier in mijn werk en met mijn collega´s. Maar als ze vragen wanneer ik meer ga werken, geef ik niet thuis. Eigenlijk wil ik nog niet. Ik ben nog met zoveel dingen bezig. Alles kost zo vreselijk veel energie. Ze begrijpen het niet: werken geeft toch structuur, afleiding. Maar ik heb niet het gevoel het op die manier nodig te hebben. Gelukkig krijg ik wel de ruimte, maar hoe lang nog?
Ineke, wat ben je moedig, dapper, sterk, een voorbeeld, ik leer zoveel van je. Laat ze allemaal het heen-en-weer krijgen! Ik denk dat als ze zelf in deze situatie komen te verkeren, ze er ook van alles aan doen om hun leven weer op de rails te krijgen. Hier kan ik zo verschrikkelijk boos om worden.
Maar aan de andere kant wil ik ook anderen helpen door mijn eigen ervaring en dat ga ik doen ook. Hoe, dat weet ik nog niet, maar dat het zal gebeuren daar ben ik zeker van en dit jaar nog.

Als ik vertel welke stappen ik heb ondernomen, krijg ik heel positieve reacties. Ik vertel veel (maar niet alles). Mensen willen de positieve kanten horen. Is dit veilig ?????? Ze kunnen moeilijk uit de voeten met de negatieve zijde. Het gaat toch allemaal goed. Ja, de goede dingen zijn zo gemakkelijk te vertellen, maar die andere kant. Wie wil die horen? En ik praat er over als een toeschouwer die een film ziet. Maar in die film ben ik de hoofdrolspeler! Durf ik niet mijn emoties te tonen, kan ik het niet of sluit ik me hiervoor heel bewust af? Ben ik er bang voor? En weer werd ik op een spoor van nadenken gezet.

Wat doe ik? Ik ben heel druk, vind geen rust, maar ben ook bang voor die rust. Want dan ben ik weer alleen en ik ben m´n hele leven al zo alleen geweest, tot het moment dat ik Frank leerde kennen. Samen waren wij één! En nog zit hij in iedere porie van mijn lichaam. Kan ik niet accepteren dat hij nooit meer terugkomt. Natuurlijk weet ik het, maar toch ........ Niet alleen ik praat nog veel over hem en als dat niet meer mag, dan kan iedereen de pot op.
Ook anderen missen hem. Dat doet mij goed. Ik ben blij dat ze dat gewoon tegen me (durven) zeggen, maar ik heb Frank er niet mee terug.
Waarom is het nu weer mis, al is mis misschien een groot woord. Het was een fijne dag. Met de jongens naar Maarn geweest en ze vonden het leuk. Het heeft indruk gemaakt al wisten ze niet goed te vertellen hoe. Een ambulance van binnen gezien (ze vonden het maar een rommeltje) en Auke heeft nog een prijs gewonnen ook. Ook ik ben daar geweest, wilde weten hoe het ging met mensen zoals Frank. Waarom de rotzooi bij me thuis niet was opgeruimd, waarom ik nog een zak infuusvloeistof buiten vond, wat ze met hem gedaan hebben. Stomme vragen natuurlijk, maar ik ben er momenteel wel heel erg mee bezig. En iedere keer als ik weer gillende sirenes hoor dan zie ik die laatste momenten weer voor me. Eens heb ik er in gelegen na mijn ongeluk, toen voorin gezeten na Frank, maar het blijft heel bedreigend voor me.

Verwerking? Net zo als het hele proces van ziek-zijn, cardioloog, samen praten over de dood, Eric (huisarts) die dit voor mij relativeert en dan toch onverwachts ............... Frank´s laatste woorden: "zo wil ik wel dood gaan" -na het vrijen- en twee tellen later "ik word niet goed". Een uur later is hij dood, hartstikke dood. Hij reageert nog op mijn laatste aanraking, het knabbelen aan zijn oor. Hij krijgt nog kippevel (zo lijkt het tenminste). Hij doet toch zo zijn ogen open ??? Nee ...... Het is zo, en ik weet het. Ik wist het eigenlijk al toen hij zei "ik word niet goed".
Toen kwam er iets over me heen wat nog steeds niet verdwenen is. Het leek of alles klopte vanaf dat moment, zoals Eric (huisarts) die net de dienst van Adri (andere arts) overgenomen had, Wil (buurvrouw) die toevallig aan kwam rijden en zich over me ontfermde, Jan (buurman) mee naar het AZU. Een nieuw leven voor mij, maar geen enkele traan.
De laatste bladzijde die Frank gelezen heeft was in Lazaruskind, blz. 222. Het ging over hoe je dood van iemand verwerkt en waarin gezegd werd dat het allemaal goed komt. Een hele steile berg omhoog, lastig, maar het lukt.
Lukt het mij ooit? Natuurlijk, dat heb ik altijd gezegd, ik kom er wel, maar wanneer?

Een leuke avond, heel huiselijk, en dan ineens, dan mis ik iets of iemand. Ik hou me goed, wil niet verdrietig zijn, maar ben het wel. En als ze dan naar bed zijn dan komt het er ook allemaal uit. De tranen zijn gestopt, maar het gevoel blijft. Ik voel me genomen door het leven. Weet heel goed mijn "zegeningen" te noemen, sta er ook open voor, maar ik voel me bedrogen. Moest Frank doodgaan om mij in te laten zien dat er nog meer is dan één fantastische kerel? Ik had aan die ene vent toch genoeg. De wanhoop die ik voel is niet te beschrijven, het verdriet doet pijn, heel veel pijn.
Toch zijn er ook goede momenten, daar sta ik gelukkig ook open voor. Maar er is er voor mij maar één en dat is FRANK. Ik wil dood gaan zoals Frank en pappa. Krijg de kans door die stomme hoge bloeddruk, maar aan de andere kant doe ik er alles voor om die naar beneden te krijgen. Lekker paradoxaal. Wat zit een mens toch raar in elkaar.

Het schrijven lucht niet op. Ook de tranen niet. Toch voelt het goed dat ik het gedaan heb. Al is het alleen maar voor mezelf. Is dit ook een vorm van verwerking? Ben ik hier nu eindelijk mee bezig?

Ineke Walstock


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (5): Een teken uit de hemel

Vrijwel onmiddellijk na Eric's overlijden voel ik een sterk verlangen in me opkomen om naar mijn schoonfamilie in Suriname te gaan. Zodra de ergste administratieve rompslomp achter de rug is begin ik met de voorbereidingen. Ik besluit nieuwe kleding aan te schaffen waarmee ik uiting kan geven aan de plotseling in mij opkomende koopwoede. Vrijwel iedere dag ga ik winkelen. Het lijkt me niet goed om de hele dag in huis te blijven. Ik moet de confrontatie met de buitenwereld maar zo snel mogelijk aangaan. Maar eenmaal door de winkels dwalend vraag ik mij vertwijfeld af wat ik hier toch kom doen. Eric is er niet meer en ik loop hier te winkelen!

Ik heb pasfoto's nodig voor het visum. De fotograaf vraagt mij tot twee keer toe om toch vooral maar te glimlachen want dat werkt positief bij de douane is zijn ervaring. Het huilen staat mij nader dan het lachen en ik moet mijzelf bedwingen om hem niet te vertellen wat er is gebeurd.
Inentingen heb ik ook weer nodig en uit voorzorg wil ik malariatabletten meenemen. Zoals altijd moet een vragenformulier worden ingevuld. In tegenstelling tot de vorige keer kan ik nu niet overal "neen" op invullen met als gevolg dat ik op consult moet bij de internist. Gezien mijn lichamelijke klachten mag ik dit keer geen malariatabletten gebruiken. Dan maar niet naar het binnenland. Mijn hoofd staat er sowieso toch al niet naar.

In gezelschap van mijn schoonzus en haar gezin vertrek ik midden juli '99 voor zes weken naar Suriname. Het weerzien is fijn maar ook pijnlijk en onwennig. Ik ben er nu immers zonder hem. In overleg met mijn bedrijfsarts ben ik op therapiebasis hier naartoe gekomen in een poging om mijn tot dan toe geblokkeerde emoties naar buiten te krijgen. Mijn dagen bestaan voornamelijk uit eten, lezen en slapen, veel slapen. Energie voor iets anders kan ik niet opbrengen, en zeker niet bij deze hitte.
En ik ervaar voor het eerst dat de wereld niet is blijven stilstaan ondanks dat dit bij mij wél het geval is. Iedereen lijkt gewoon door te functioneren als voorheen. Er wordt zelfs voluit gelachen! Ik bezoek plaatsen waar wij de laatste keer samen zijn geweest en kom ook op plaatsen die hij zelf nooit heeft gezien. Maar in mijn hart reist hij met me mee.
Na maanden van drukte en (deels) onbewust wegvluchten voor de harde realiteit word ik nu totaal op mezelf teruggeworpen. Ik heb geen verantwoordelijkheden meer en er rest mij niets anders dan mij hieraan over te geven wat ontzettend moeilijk is. Mijn omgeving is verbaasd dat ik "nog steeds" zo verdrietig ben. Het gaat niet goed met Monique. Ze is te veel in gedachten verzonken en is niet echt aanwezig. Ik moet mij er overheen zetten en verder gaan met mijn leven. Maar voor mij begint de verwerking nu pas! Uitleggen kan ik dit niet anders zou ik in tranen uitbarsten.

Inmiddels heb ik mij vol overgave gestort op het lezen van alles wat te maken heeft met rouwverwerking. Ondanks de harde confrontaties met mijn eigen gevoelens put ik hier (nog steeds) veel kracht en ook hoop uit. Kracht om door de pijn heen te kunnen gaan en hoop dat ik het zal overleven. Dat ik niet de enige ben die dit is overkomen. Ik weet dus ook dat het juist goed is om mijn verdriet te uiten om te voorkomen dat het zich later gaat wreken in de vorm van lichamelijke klachten. Om mijn hart te kunnen helen móet ik er doorheen. En als er dan toch geen ontkomen aan is dan moet ik er nú maar doorheen heb ik mijzelf voorgenomen. Maar het in de praktijk brengen van de theorie blijkt voor mij heel moeilijk te zijn.
Mijn schoonfamilie daarentegen put troost uit het feit dat lijden hem bespaard is gebleven, dat hij nu op een plek is waar alles zo vredig en mooi is en dat we hem zullen weerzien. Ja, ik ben ook zo ontzettend dankbaar dat hij niet heeft geleden maar als die plek inderdaad bestaat dan ben ik daar jaloers op. Heel egoïstisch wil ik hem nú bij me hebben, hier op aarde en niet in een verre (?) onzekere toekomst. Wie garandeert mij dat hij bij ons weerzien niet inmiddels een andere geliefde heeft gevonden…

Naarmate de weken vorderen neemt de spanning in mij toe. Ik luister naar de verhalen van mijn schoonmoeder. Echt tot me doordringen doet het niet maar ik hoef gelukkig zelf niets te zeggen. Ik bestudeer mijn schoonouders en mijn zwager minutieus alsof ik hen voor de eerste keer zie in de hoop in hen iets van Eric te kunnen terugvinden.
Na het middageten lig ik op bed uit te rusten. In zijn vroegere slaapkamer waar wij niet zo lang geleden nog samen in hebben gelegen.
Plotseling voel ik dat mijn gezicht en mijn hals overladen worden met tientallen kleine kusjes. Als ik mijn ogen open zie ik zijn gezicht dat vervolgens snel vervaagt en in het niets oplost. Is dit een droom? Maar het voelt zo anders aan, zo bijzonder. Mijn therapeute is ervan overtuigd dat Eric die dag bij me is geweest. Een teken uit de hemel. Ik wil het graag geloven maar waarom heeft hij het bij die ene keer gelaten. Mist hij mij dan niet?
Een week later krijg ik voor het eerst in al die maanden mijn eerste echte huilbui. Ja, voor die tijd zijn er genoeg tranen gevloeid maar echt gehuild vanuit mijn tenen heb ik tot vandaag niet gekund. Precies een week later volgt op dezelfde plaats de tweede huilbui. En ik ben opgelucht. Eindelijk ontlading. Zie je wel dat ik van hem gehouden heb!

Monique Klaverweide

juni 2000


Gedichten

Haar laatste boek

Ik had het al twee jaar niet gezien
het boek dat zij toen had gemaakt
Ik keek er naar en keek er in
en voelde me op slag geraakt

Ik las de zinnen, één voor één
met medeleven en begrip gevuld
Ik hoorde weer de stemmen spreken
het verdriet in bloemenzee verhuld

Ik dacht aan al die momenten
dat zij het boek zorgvuldig bond
pagina voor pagina samenvoegde
met die ene glimlach om haar mond

Het laatste boek in haar leven
dat zij maakte: voor haar eigen dood
Zorgvuldig, teer en tevens krachtig
tot zij voorgoed haar ogen sloot

Nu ligt het boek in mijn handen
Teer papier in een zachte band gevat
Gebonden liefde en verdriet
als een kostbare, rijke schat

Condoleance-boek:
dood en leven zo dichtbij

Bert Vos
mei 2000

Vakantie...

Weg na weg, plek na plek
dat verknoeste kerkje aan het plein
Dat cafeetje met het piepklein terras:
even is het alsof het vroeger was

De lavendel bloeit uitbundig
oneindige velden paars in blauw
Geuren bezwangeren de avondlucht
vervangen heimelijk gevoelde rouw

Het land in warmrood zonlicht overgoten,
de avond valt: met én zonder jou

Bert Vos
mei/juni 2000

Voorbij

De tijd staat stil want ik denk aan jou
Ik denk aan al die jaren dat ik al van je hou
Het doet zo'n pijn
te weten: nooit meer samen te zijn
Voorbij die tijd! En wat er komen gaat?
Onzekerheid, onrustgevoel,
een absolute lege boel.

Ik vraag me wel eens af, waarvoor?
Waarom gaat mijn leven door?
Er is geen rust, geen zekerheid, geen thuisgevoel.
Het is de eenzaamheid die ik nu voel.
Maar bovenal: Het grote gemis!
Ik mis je armen om me heen
Het troosten, het huilen, het leven, ik doe het nu alleen

Ik weet het wel het gaat voorbij
maar jij, jij was het toch voor mij

Nooit zal het meer zijn zoals het was.

Agnes van Veen - mei 2000

Als er géén afscheid komt

Al een tijdje loop ik hier mee rond:
wát als er géén afscheid komt?
Wat had ik jou dan nog willen zeggen
of misschien graag uit willen leggen?

Jij werd mijn pad op gestuurd
toen ik dit allerminst had verwacht
En mijn kille, door verdriet verscheurde hart,
werd onmiddellijk door jou verwarmd

Jouw liefdevolle woorden over háár
waren zó herkenbaar en raakten mijn ziel
En mijn hart, dat op barsten stond,
baande zich direct een weg naar jou

Jij veranderde het 'overleven' in 'leven'
het 'zwarte gat' in een 'toekomst'
Jouw liefde heelde de scheur in mijn hart
en was als balsem voor mijn gewonde ziel

En tijdens mijn verdrietige momenten
met weemoedige gedachten aan weleer
deden jóuw armen de pijn wegsmelten
tot een volgende keer...

We weten het, het leven is broos en eindig
Dus, mocht ons samenzijn voorbij zijn,
bedenk dan hoe intens wij van elkaar hebben genoten
Dát kan niemand ons toch meer afnemen?

Monique Klaverweide-mei 2000


Verdrietig én gelukkig zijn…

Soms heb je dat. Dat je 's morgens wakker wordt met dat onbestemde gevoel van melancholie, van onderhuids verdriet. Gisteren had ik zo'n dag. Hoofdpijn, traag op gang komen, dat onderhuids sluimerend gevoel van gemis, verdriet. Ik begrijp daar niks van, want er is ogenschijnlijk geen enkele reden voor om me zo te voelen. Maar ik weet dan dat het niks wordt, een ,,verloren" dag. Er kwam niks uit mijn handen en ik kreeg zo maar ineens een huilbui. Nu heb ik dat wel vaker meegemaakt, maar je zou na ruim twee jaar toch denken dat het wat minder heftig zou zijn, dat het verdriet wat meer ingebed zou zijn. Maar nee hoor, ondanks het feit dat mijn leven er nu zonnig uitziet en ik eigenlijk héél erg tevreden en gelukkig zou moeten zijn, wat ik ook ben, word ik zo maar overvallen door die enorme huilbui. Zo'n onstuitbare waterval, ach je kent ze vast wel.

Ondefinieerbaar verdriet. Zonder directe oorzaak. Want dat wil je toch altijd weten: wat is de oorzaak? Waaróm je nu, zo maar?, huilt. Was het die ene la waarin je wat zocht en waarin je weer spulletjes van je overleden partner vond? Was het die brief van een goede vriendin die schreef over een wederzijdse kennis die stervende is? Of was het misschien al mijn voorbereidingen voor mijn vakantie die zoveel dierbare herinneringen opriepen?
Misschien zijn het al die kleine dingen geweest die er samen voor hebben gezorgd dat ik mijn in de loop der dagen ongemerkt opgehoopte emoties door een fikse huilpartij moest kwijtraken. Dergelijke ontladingen kunnen heel bevrijdend werken, ze luchten op. Maar toch, na afloop, als je geest weer wat is gekalmeerd, ben je doodmoe. Lijk je een uitgewrongen dweil. Zo voelde ik me tenminste en dan kan ik de rest van de dag wel vergeten.

Het is een wonderlijke gewaarwording. Dat je gelukkig bent met een nieuwe (troostende en begripvolle) partner naast je en tevens ook zo ontzettend verdrietig kunt zijn. Dat geluk en verdriet dan als het ware in elkaar overvloeien. En elke keer als me dát overkomt besef ik óók heel sterk, dat mijn overleden vrouw in mijn gedachten steeds even weer naast me zal lopen bij elke nieuwe stap die ik in mijn leven zet. Zo ook nu. Alsof ze me wil steunen bij alles wat ik doe, me laat voelen dat ze er op die moeilijke momenten is. Voor mij. Nog steeds. En als ik dan ineens zo'n huilbui krijg dan hoor ik in gedachten haar troostende stem en daarna gaat het weer een hele tijd goed. Kan ik het leven weer aan, kan ik verder gaan met opnieuw gelukkig te zijn zoals zij dat heeft gewild. Het is zwaar en fijn tegelijk om dat zo te ervaren. Maar, denk ik dan, het zou toch verschrikkelijk zijn als je tot de ontdekking kwam dat elke herinnering aan je overleden vrouw zou zijn verdwenen, alsof zij nooit een groot deel van je leven heeft uitgemaakt? Daarom is het goed dat ik zo nu en dan door zo'n heftige huilbui word overvallen. Die emoties vertellen me elke keer weer wat me troost: dat ik verder kan gaan met mijn leven, opnieuw gelukkig kan zijn, zonder dat ik haar vergeet. En die ,,verloren" dag blijkt dan ineens allesbehalve verloren te zijn. Omdat het me opnieuw sterker heeft gemaakt. Bewuster van het leven, mijn, ons leven.

Bert


Troostmuziek (3)

In de februari-editie van De Draaikolk schreef ik een stukje over troostmuziek. Muziek die je troost, je helpt bij het verwerken van je verlies. Ik vroeg lotgenoten om daar eens op te reageren, iets te vertellen over de muziek die je troost geeft en waarom dat zo is.
Helaas heb ik daar geen enkele reactie op ontvangen. Jammer eigenlijk, omdat muziek je juist kan helpen. En: misschien dat je anderen op ideeën brengt met wat jouw troostmuziek is.
Ik weet het, als je verdriet hebt dan kan muziek heel erg storend werken, omdat je hoofd er niet naar staat. Omdat je alleen maar verdriet wílt hebben, verdrietig wilt zijn en geen muziek in je hoofd hebt, hooguit alleen maar louter droefgeestige tonen vol melancholie. Woordenloze, toonloze rouwmuziek die je geest beheerst.

Toch kan muziek je tot steun zijn. Soms zijn het maar een paar woorden of een zin die je treffen. Waardoor je ineens uit die put wordt getrokken. Of is het juist dat opgewekte melodietje waardoor je het leven ineens weer wat vrolijker gaat zien.
Muziek. Niet om de stilte in je geest op te vullen. Maar muziek die je geest helemaal vult, je ineens troost geeft.

Wie reageert alsnog? En schrijft over de muziek die hem of haar tot troost is?

Bert


Wat is nou een naam?

Ik behoor tot die grote groep vrouwen die na hun trouwen de achternaam van hun man gingen gebruiken. Volgende week zou ik 30 jaar getrouwd zijn, dus u begrijpt, die achternaam Van Veen gebruik ik al heel lang. Och, in de periode dat ik me zonodig geëmancipeerd wilde tonen, heb ik nog wel eens geprobeerd om mijn meisjesnaam te gebruiken. Maar… toch maar niet gedaan. En nu? Nu word ik vaak geconfronteerd met het wel of niet gebruiken van welke naam.

Voorbeelden? Vooruit u krijgt er een paar!
De vermelding in het telefoonboek en de telefoonspecificatie, bonnementen en lidmaatschappen, zelfs de belastingdienst doet moeilijk (wegenbelasting-inkomstenbelasting), verzekeringen, etc.

Maar de moeilijkste zijn de adressen waarop staat "Aan de weduwe van" Natuurlijk ben ik weduwe, maar moet dat vermeld staan op een adressticker?

Maar nu de allermoeilijkste!
Mijn rijbewijs was aan vernieuwing toe. Dus ik ging naar het gemeentehuis om dat te regelen. Daar werd ik door een hele vriendelijke en begrijpende mevrouw gewaarschuwd dat er een verandering zou plaatsvinden. Op mijn oude rijbewijs staat Ostendorf, echtgenote van Van Veen en als ik geen actie ondernam had er komen te staan Ostendorf, weduwe van Van Veen. Dat gaf bij mij de doorslag, dat ging me te ver. Ik had nog 4 dagen de tijd om te bedenken wat ik wilde, "weduwe van" of alleen mijn meisjesnaam.

Dit dilemma was dus weer aanleiding om over mijn toekomst na te denken. Ga ik verder m'n leven door als "weduwe van" wil ik dat echt?
Ik heb de knoop doorgehakt en ga mijn meisjesnaam weer gebruiken.
Om nu te voorkomen dat iedereen gelijk in de stress schiet, ga ik dat heel dat geleidelijk doen.
Als eerste dus bij het gemeenteregister alles aangepast (fluitje van een cent trouwens, was binnen de twee minuten geregeld) en een nieuw rijbewijs met de naam Ostendorf!

Wel, hoe alle volgende stappen eruit komen te zien? Ik weet het niet, maar ik hou u op de hoogte.

Agnes


Gedachtekronkels (4)
van Agnes van Veen

Tijd
Toen we samen waren vloog de tijd
Nu duren sommige dagen een 'eeuwigheid'.

(On)zeker
Nieuwe dagen, nieuwe kansen
Het oude vertrouwde verdwijnt
Een (on)zekere toekomst is mijn deel

Vertrouwen
'Vertrouw op jezelf' was je raad
Maar wat als ik mezelf niet meer vertrouw?


Boekbespreking: ,,Afscheid nemen. Loslaten wat dierbaar is"

"Afscheid nemen. Loslaten wat dierbaar is." - Riekje Boswijk-Hummel - De Toorts, Haarlem 1998, ISBN 90 6020 779 3, 204 pp.

Dit boek geeft in een voor mij bijzondere benadering een zeer compleet en overzichtelijk beeld van de emoties waarmee mensen te maken (kunnen) krijgen, wanneer (o.m.) een dierbare naaste komt te overlijden. Een drietal 'fasen van rouwverwerking' wordt beschreven die elkaar min of meer chronologisch opvolgen, t.w.:

Fase 1: De pijnlijke werkelijkheid aanvaarden

Je laat tot je doordringen wat er aan de hand is, wat er te gebeuren staat en je gaat voelen hoe dat voelt.
Het verwerkingsproces begint meestal met een schok. Op het moment dat je hoort dat je dierbare stervende is of reeds is overleden schrik je en dan is er even helemaal niets. Je denkt niets, voelt niets. Het is alsof alles stilstaat, alsof je er niet meer bent. 'Je schiet weg'. Het is je 'gewaarzijn' (aandacht of bewustzijn) dat uit je lichaam wegschiet. Daardoor kun je het gevoel in je lichaam niet meer waarnemen en voel je dus géén pijn. Een vergelijking wordt gemaakt met een space-shuttle die aan een raket de ruimte wordt ingeschoten. De aarde is in deze vergelijking je lichaam, de space-shuttle je gewaarzijn en de raket - het vermogen om weg te schieten - is de hoeveelheid adrenaline (een extra 'injectie' energie) die wordt aangemaakt op het moment dat je schrikt.
Na verloop van tijd is de energie van de raket uitgeput en wordt de space-shuttle weer losgelaten. De shuttle landt weer op aarde: je gewaarzijn komt weer in je lichaam. Stukje bij beetje ga je je realiseren wat er aan de hand is. Langzaam maar zeker ga je voelen wat er te voelen valt. Uiteindelijk aanvaardt je de pijnlijke werkelijkheid. De space-shuttle bevindt zich dus eerst in een soort 'lift'. En op de terugreis doet het een aantal 'stations' (sub-fasen) aan, t.w.: 1. De lift; 2. De ruimte; 3. Het hoofd; 4. Het lichaam; 5. Het hart; 6. De ziel.

Uitvoerig wordt beschreven welke kenmerkende emoties op de diverse 'stations' te vinden zijn. Als je gewaarzijn zich in de ruimte bevindt voel je bijvoorbeeld verdoving; zit het in je lichaam dan kan het zijn dat je woede voelt. Bevindt het zich in je hart dan zul je verdriet voelen; bevindt het zich in je hoofd dan zul je gedachten waarnemen.
Maar vaak stagneert de 'terugreis'. Iemand die bang is voor pijn zal geneigd zijn om op één van de stations te blijven 'hangen'. Ook is het mogelijk om op één van de stations te blijven steken omdat bepaalde emoties of gedachten je in hun greep houden. Angst en schuldgevoel zijn bijvoorbeeld twee zeer krachtige emoties die je zodanig kunnen absorberen dat de 'terugreis' helemaal stil komt te liggen. Onder de kopjes 'obstakel' wordt beschreven hoe je kunt treuzelen en welke emoties stagnatie kunnen opleveren. Het is echter ook mogelijk om bepaalde stations te passeren, zonder ook maar iets op te merken. Je slaat bepaalde emoties over omdat ze domweg niet optreden of omdat je ze (nog even) niet kunt gebruiken: je duwt ze weg. Soms komen die emoties later nog aan de orde. Vaak ook komen dezelfde emoties steeds weer terug. Je schiet dan als het ware heen en weer tussen verschillende stations.

Obstakels die uitvoerig in dit boek worden besproken zijn: verslaving, verklaringen, ontkenning, cynisme, workaholisme, wraak, jaloezie, schuldgevoel, verongelijktheid, wrok, angst voor troost, berusting, verharding, zieligheid, slachtofferverdriet, een belastend laatste woord, schaamte, vervanging zoeken, illusies en idealisering.

Fase 2: Afscheid nemen

Je leeft naar het afscheid toe. Je zult waarschijnlijk van alles moeten regelen, maar je zult je vooral ook relationeel en emotioneel gaan voorbereiden op het aanstaande verlies van je dierbare. Onderscheid wordt gemaakt tussen het afscheid nemen van iemand die er nog is en van iemand die er niet meer is. Beschreven wordt hóe dit afscheid (alsnog) zou kunnen plaatsvinden.In deze fase moet de verbinding, een 'koord', tussen twee personen worden losgekoppeld. Zo'n koord is samengesteld uit talloze kleine 'draadjes'. Elk draadje vertegenwoordigt 'iets' waardoor of waarmee je met elkaar bent verbonden. Een vergelijking wordt getrokken met het afbinden van een navelstreng. Wanneer er naar een afscheid kan worden toegeleefd heb je de tijd om alle kleine draadjes in de loop van de tijd stuk voor stuk los te peuteren en af te binden. De draad wordt daardoor stukje bij beetje dunner. De relatie wordt in zekere zin 'afgebouwd'. Elk loslaten van een draadje, hoe klein ook, is een afscheid.
Wanneer iemand plotseling is overleden wordt het koord abrupt doorgesneden. Vaak realiseer je je de eerste tijd niet of nauwelijks wat er is gebeurd: je bent verdoofd van pijn. Je bindt de navelstreng niet af, zodat ze langzaam maar zeker minder doorbloed raakt, maar je constateert dat ze al losgetrokken is. Je voelt je daardoor letterlijk en figuurlijk gewond: er stroomt nog bloed door de navelstreng. Elk afzonderlijk draadje 'bloedt' en je moet elk afzonderlijk draadje alsnog afbinden. En je voelt deze pijn bij de talloos vele handelingen die je 'alleen' moet doen, nu de ander er niet meer is. Elke keer als je pijn voelt voel je een los draadje. Ieder draadje dat je oppakt kunt je 'afbinden'. Dit doe je door het bewust op te merken.

Fase 3: Rouwen

De ander is nu weg en wie je nu tegenkomt ben je zélf. Maar toch is er nog sprake van een zekere 'verwevenheid'. Je hebt 'dingen' van de ander in je opgenomen maar je hebt ook 'dingen' aan de ander weggegeven (gedachten, overtuigingen, ideeën, normen, manieren van doen). Om jezelf te leren kennen is het van belang om het 'mijn' en 'dijn' goed uit elkaar te halen. Je moet alsnog een 'boedelscheiding' houden. Wat doe je uit routine, wat doe je omdat de ander dat altijd zo deed en hoe wil je het eigenlijk zelf doen? Hoe dit in zijn werk gaat komt uitvoerig aan de orde.

Tot slot nog enkele vermeldenswaardige citaten:
- "Je kunt iemand pas loslaten wanneer je hem eerst wérkelijk hebt aangeraakt en wanneer je je werkelijk door de ander aangeraakt hebt gevoeld."
- "Strikt genomen is angst een afweer tegen pijn, maar de kwelling van de angst is soms vele malen martelender dan de pijn zelf."
- 'Slachtoffers' bezitten in principe evenveel energie als ieder ander, maar ze kunnen er niet over beschikken.
- Pijn hebben betekent niet dat je sterft. Pijn sluit het leven niet uit. Je kunt en móet zelfs doorleven, ook als je pijn hebt."
- "Je mist niet alleen je partner als persoon wanneer deze wegvalt, maar je wordt ook geconfronteerd met het feit dat je partner een flink aantal 'gaten' van jezelf opvulde; al die gaten liggen nu weer kaal en leeg voor je."
- "Afscheid nemen is óók: plaats maken voor iets nieuws."
- "Ten aanzien van het 'waarom? valt er maar één 'uiteindelijke schuldige' aan te wijzen en dat is God, het Lot, de Natuur, het Leven of hoe je deze 'schuldige' ook maar wilt noemen. God regelde het op deze manier; het Lot had dit voor jou in petto; zo ís de Natuur."
- "Ook al zeggen de mensen de verkeerde dingen, geven ze onjuiste adviezen en kun je merken dat ze je niet helemaal begrijpen, het is goed om hun betrokkenheid en zorg achter alle opmerkingen en adviezen te voelen. Die betrokkenheid en zorg zijn als het ware 'voedsel voor je ziel'."
Pijn voelen is een bewijs van in-leven-zijn: alleen iemand die leeft kan pijn voelen."
- "Overgave en aanvaarding geven rust en ruimte. De kracht die je dan voelt ontstaan is moed. Moed is de kracht van het hart. Met de combinatie van levenskracht en moed blijken mensen in staat te zijn om de meest pijnlijke en moeilijke situaties het hoofd te bieden."
- "Het is van belang dat je je leven 'gewoon' verder leeft, hoe moeilijk en zwaar het je ook valt. Het is geen kwestie van of-of, maar van en-en: er is pijn, verdriet en eenzaamheid én er is het leven dat gewoon doorgaat. Je kunt dit als het ware als houvast gebruiken. Door gewoon door te leven grijp je je vast aan het leven-zelf; er is even niets anders."
- "Wanneer je bereid bent om je ervaringen en jezelf, je emoties, je relaties en je geloofs- of levensovertuigingen te onderzoeken, kan zo'n pijnlijke confrontatie met verlies je uiteindelijk heel veel opleveren in emotionele, relationele en spirituele of religieuze zin. Je idee over hoe 'het leven' in elkaar zit wordt verbreed en je visie op de zin van het leven verdiept."

Dit boek heeft mij erg aangesproken, met name door de herkenbare beschrijving van wat er precies in je onderbewustzijn gebeurt op het moment dat je die verschrikkelijke 'onheilstijding' krijgt (de space-shuttle). Hoe het komt dat je op het moment zelf héél even erg véél voelt en vervolgens gedurende langere tijd 'niets' meer. Op welke wijze de verdoving naarmate de tijd vordert langzaam raakt uitgewerkt (door diverse stations aan te doen) en het gemis toeneemt.
Omdat mij hetzelfde is overkomen was het voor mij een hele geruststelling om in dit boek hiervoor een verklaring te vinden. Dat dit dus niet betekende dat ik níet van hem gehouden had. Want het eerste wat ik zelf had verwacht was toch verdriet en niet de angst die ik lange tijd heb gevoeld. Ook de uitvoerige bespreking van de diverse emoties en de eventuele obstakels waar je in kunt blijven steken, hoe de relatie met je overleden partner wordt verbroken (het verbreken van de 'navelstreng') en de wijze waarop je jezelf weer moet leren kennen (de 'boedelscheiding') vond ik heel verhelderend.
Deze benadering ben ik in nog geen enkel ander boek over rouwverwerking tegengekomen en dit maakt het boek voor mij heel bijzonder. Ik kan het jullie dan ook van harte aanbevelen.

Monique Klaverweide


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren