Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 2e jaargang nr. 9 - juni 2000
Van de redactie: Vakantie, even er tussenuit
Op het moment dat je dit leest heb ik ons prachtige land verlaten om elders van een toch wel verdiende vakantie te kunnen genieten. Verdiend? Jawel, verdiend. Genieten? Ik hoop het.
De afgelopen twee jaar heb ik mijn vakanties met wisselend succes in het buitenland doorgebracht. Op plekken waaraan ik kostbare herinneringen had. In golven kwamen de herinneringen met het verdriet. Maar het waren allemaal mooie herinneringen. Over al die mooie plekken waar we samen van hebben genoten. En waar we vooral de laatste jaren samen, ons koesterend in de zon, hebben gepraat over ons leven. Plaatsen, waar we juist van die hele kleine dingen genoten omdat de ,,zware expedities", zoals een forse bergwandeling, niet meer mogelijk waren. We hebben samen beseft hoe kort het leven is en hoe vaak we met de vanzelfsprekendheid van elke dag ons leven hadden geleefd.
Dat besef is
gebleven. De gedachte dat we van het leven zoveel mogelijk moeten
genieten, ons niet steeds maar weer moeten laten leiden door de
waan van de dag. De juiste prioriteiten moeten stellen. Lief zijn
voor ons zelf vooral. Dat is niet gemakkelijk. Het is zelfs heel
zwaar. Omdat de samenleving om ons heen steeds maar weer van ons
verwacht dat we ,,gewoon" weer aan het werk gaan. ,,Gewoon"
weer meezwemmen in dezelfde golven als de mensen om ons heen.
Zij zien de forse branding niet zoals wij die zien. Zij laten
zich vrolijk lachend meedrijven over de golven, terwijl wij terugdeinzen.
Zij voelen niet de diepe dalen waarin we zo nu en dan terecht
komen.
Genieten. De mooie dingen om ons heen absorberen als het onmisbare
levensvocht om te kunnen ,,overleven". Moeilijk is dat soms.
Omdat we ons telkens weer laten meesleuren in die branding van
ons plotseling opkomend verdriet. Door de melancholie van wat
was en nooit meer terug zal komen. Moeilijk omdat het juist zo
confronterend kan zijn.
Toch moeten we het proberen. Zoals ik dat nu ga doen, samen met een lotgenote. En ook dát is bijzonder. Fijn én moeilijk. Een samensmeltende wisseling van geluk en verdriet. Met dubbele gevoelens vaak, maar ook met de gedachte dat onze partners niet anders zouden hebben gewild. Samen genieten, samen huilen, ons samen koesteren in de warme vakantiezon. En ongetwijfeld zullen we, elk op onze eigen manier, onze zo kostbare herinneringen tegenkomen. Ongetwijfeld zullen we soms weer even moeten huilen ook al genieten we weer samen van een nieuw begin.
Voor verschillende lotgenoten zal het (nog) niet mogelijk zijn om zo te kunnen genieten van vakantie. Ik weet het. En in gedachten ben ik bij jullie. En hoop begin juli weer terug te zijn om De Draaikolk van een nieuwe editie te voorzien. Voor jullie allemaal. Ik wens al mijn lotgenoten hoe dan ook, ondanks alle verdriet, ondanks de soms nog zo verse wond van het gemis, toch veel zon in hun hart toe, waar dan ook.
Bert Vos
hoofdredacteur
Van lotgenote Ineke Walstock ontving ik onderstaande ontboezeming. Over die plotseling weer opkomende golven van verdriet, terwijl ze dacht dat het weer beter ging. Veel van wat zij schrijft zullen we allemaal als lotgenoten herkennen. Want het overkomt ons allemaal, op de één of andere manier. Lees het als troost, lees het om te beseffen dat je niet alleen staat in je verdriet. Besef dat ook anderen hetzelfde ervaren. Daarom plaats ik het verhaal van Ineke zoals ze dat op die sombere aprilavond opschreef. Voor haarzelf, voor jullie allemaal.
Bert
Het is weer mis vanavond...
Zaterdag, 15 april 2000, 23.00 uur
Ja, het is weer mis vanavond. En dat alle synchroniciteiten en alles wat verder op mijn weg komt ten spijt. Het gaat allemaal goed, ik heb niets te klagen en dat doe ik ook niet. Maar dan toch! Het is toch niet te begrijpen. Die verschrikkelijke eenzaamheid, het alleen-zijn, het vreselijk gemis. En dat terwijl ik na ruim een jaar mijn leven weer een beetje op de rit begin te krijgen. Ik begrijp het allemaal niet meer, zo ik het ooit begrepen heb.
Even iets meer: De tweeling van 12, zonen van mijn vriendin, is er, al voor het derde weekend achter elkaar. Heel fijn, heel vertrouwd. Het gaat allemaal fantastisch en toch ..............., wat mis ik Frank. De tranen lopen over mijn gezicht (nu pas). Het is toch niet eerlijk dat ik nu alleen door moet gaan. Net nu mijn leven eindelijk wat stabiliteit begon te vertonen. Heb ik dat dan ooit gevraagd? Ik weet het allemaal niet meer. Ik voel me zo ondankbaar. Ik leef, ik heb lieve vrienden om me heen. Maar niemand weet wat ik voel.
Ineke, je ziet
er weer goed uit, hoe gaat het me je? Goed, want dat is ook zo.
Ineke, hoe gaat het nu op je werk en hoeveel werk je? Nog steeds
twee ochtenden en eindelijk heb ik een beetje plezier in mijn
werk en met mijn collega´s. Maar als ze vragen wanneer ik
meer ga werken, geef ik niet thuis. Eigenlijk wil ik nog niet.
Ik ben nog met zoveel dingen bezig. Alles kost zo vreselijk veel
energie. Ze begrijpen het niet: werken geeft toch structuur, afleiding.
Maar ik heb niet het gevoel het op die manier nodig te hebben.
Gelukkig krijg ik wel de ruimte, maar hoe lang nog?
Ineke, wat ben je moedig, dapper, sterk, een voorbeeld, ik leer
zoveel van je. Laat ze allemaal het heen-en-weer krijgen! Ik denk
dat als ze zelf in deze situatie komen te verkeren, ze er ook
van alles aan doen om hun leven weer op de rails te krijgen. Hier
kan ik zo verschrikkelijk boos om worden.
Maar aan de andere kant wil ik ook anderen helpen door mijn eigen
ervaring en dat ga ik doen ook. Hoe, dat weet ik nog niet, maar
dat het zal gebeuren daar ben ik zeker van en dit jaar nog.
Als ik vertel welke stappen ik heb ondernomen, krijg ik heel positieve reacties. Ik vertel veel (maar niet alles). Mensen willen de positieve kanten horen. Is dit veilig ?????? Ze kunnen moeilijk uit de voeten met de negatieve zijde. Het gaat toch allemaal goed. Ja, de goede dingen zijn zo gemakkelijk te vertellen, maar die andere kant. Wie wil die horen? En ik praat er over als een toeschouwer die een film ziet. Maar in die film ben ik de hoofdrolspeler! Durf ik niet mijn emoties te tonen, kan ik het niet of sluit ik me hiervoor heel bewust af? Ben ik er bang voor? En weer werd ik op een spoor van nadenken gezet.
Wat doe ik?
Ik ben heel druk, vind geen rust, maar ben ook bang voor die rust.
Want dan ben ik weer alleen en ik ben m´n hele leven al
zo alleen geweest, tot het moment dat ik Frank leerde kennen.
Samen waren wij één! En nog zit hij in iedere porie
van mijn lichaam. Kan ik niet accepteren dat hij nooit meer terugkomt.
Natuurlijk weet ik het, maar toch ........ Niet alleen ik praat
nog veel over hem en als dat niet meer mag, dan kan iedereen de
pot op.
Ook anderen missen hem. Dat doet mij goed. Ik ben blij dat ze
dat gewoon tegen me (durven) zeggen, maar ik heb Frank er niet
mee terug.
Waarom is het nu weer mis, al is mis misschien een groot woord.
Het was een fijne dag. Met de jongens naar Maarn geweest en ze
vonden het leuk. Het heeft indruk gemaakt al wisten ze niet goed
te vertellen hoe. Een ambulance van binnen gezien (ze vonden het
maar een rommeltje) en Auke heeft nog een prijs gewonnen ook.
Ook ik ben daar geweest, wilde weten hoe het ging met mensen zoals
Frank. Waarom de rotzooi bij me thuis niet was opgeruimd, waarom
ik nog een zak infuusvloeistof buiten vond, wat ze met hem gedaan
hebben. Stomme vragen natuurlijk, maar ik ben er momenteel wel
heel erg mee bezig. En iedere keer als ik weer gillende sirenes
hoor dan zie ik die laatste momenten weer voor me. Eens heb ik
er in gelegen na mijn ongeluk, toen voorin gezeten na Frank, maar
het blijft heel bedreigend voor me.
Verwerking?
Net zo als het hele proces van ziek-zijn, cardioloog, samen praten
over de dood, Eric (huisarts) die dit voor mij relativeert en
dan toch onverwachts ............... Frank´s laatste woorden:
"zo wil ik wel dood gaan" -na het vrijen- en twee tellen
later "ik word niet goed". Een uur later is hij dood,
hartstikke dood. Hij reageert nog op mijn laatste aanraking, het
knabbelen aan zijn oor. Hij krijgt nog kippevel (zo lijkt het
tenminste). Hij doet toch zo zijn ogen open ??? Nee ...... Het
is zo, en ik weet het. Ik wist het eigenlijk al toen hij zei "ik
word niet goed".
Toen kwam er iets over me heen wat nog steeds niet verdwenen is.
Het leek of alles klopte vanaf dat moment, zoals Eric (huisarts)
die net de dienst van Adri (andere arts) overgenomen had, Wil
(buurvrouw) die toevallig aan kwam rijden en zich over me ontfermde,
Jan (buurman) mee naar het AZU. Een nieuw leven voor mij, maar
geen enkele traan.
De laatste bladzijde die Frank gelezen heeft was in Lazaruskind,
blz. 222. Het ging over hoe je dood van iemand verwerkt en waarin
gezegd werd dat het allemaal goed komt. Een hele steile berg omhoog,
lastig, maar het lukt.
Lukt het mij ooit? Natuurlijk, dat heb ik altijd gezegd, ik kom
er wel, maar wanneer?
Een leuke avond,
heel huiselijk, en dan ineens, dan mis ik iets of iemand. Ik hou
me goed, wil niet verdrietig zijn, maar ben het wel. En als ze
dan naar bed zijn dan komt het er ook allemaal uit. De tranen
zijn gestopt, maar het gevoel blijft. Ik voel me genomen door
het leven. Weet heel goed mijn "zegeningen" te noemen,
sta er ook open voor, maar ik voel me bedrogen. Moest Frank doodgaan
om mij in te laten zien dat er nog meer is dan één
fantastische kerel? Ik had aan die ene vent toch genoeg. De wanhoop
die ik voel is niet te beschrijven, het verdriet doet pijn, heel
veel pijn.
Toch zijn er ook goede momenten, daar sta ik gelukkig ook open
voor. Maar er is er voor mij maar één en dat is
FRANK. Ik wil dood gaan zoals Frank en pappa. Krijg de kans door
die stomme hoge bloeddruk, maar aan de andere kant doe ik er alles
voor om die naar beneden te krijgen. Lekker paradoxaal. Wat zit
een mens toch raar in elkaar.
Het schrijven lucht niet op. Ook de tranen niet. Toch voelt het goed dat ik het gedaan heb. Al is het alleen maar voor mezelf. Is dit ook een vorm van verwerking? Ben ik hier nu eindelijk mee bezig?
Ineke Walstock
Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.
Blaka Rosoe (5): Een teken uit de hemel
Vrijwel onmiddellijk na Eric's overlijden voel ik een sterk verlangen in me opkomen om naar mijn schoonfamilie in Suriname te gaan. Zodra de ergste administratieve rompslomp achter de rug is begin ik met de voorbereidingen. Ik besluit nieuwe kleding aan te schaffen waarmee ik uiting kan geven aan de plotseling in mij opkomende koopwoede. Vrijwel iedere dag ga ik winkelen. Het lijkt me niet goed om de hele dag in huis te blijven. Ik moet de confrontatie met de buitenwereld maar zo snel mogelijk aangaan. Maar eenmaal door de winkels dwalend vraag ik mij vertwijfeld af wat ik hier toch kom doen. Eric is er niet meer en ik loop hier te winkelen!
Ik heb pasfoto's
nodig voor het visum. De fotograaf vraagt mij tot twee keer toe
om toch vooral maar te glimlachen want dat werkt positief bij
de douane is zijn ervaring. Het huilen staat mij nader dan het
lachen en ik moet mijzelf bedwingen om hem niet te vertellen wat
er is gebeurd.
Inentingen heb ik ook weer nodig en uit voorzorg wil ik malariatabletten
meenemen. Zoals altijd moet een vragenformulier worden ingevuld.
In tegenstelling tot de vorige keer kan ik nu niet overal "neen"
op invullen met als gevolg dat ik op consult moet bij de internist.
Gezien mijn lichamelijke klachten mag ik dit keer geen malariatabletten
gebruiken. Dan maar niet naar het binnenland. Mijn hoofd staat
er sowieso toch al niet naar.
In gezelschap
van mijn schoonzus en haar gezin vertrek ik midden juli '99 voor
zes weken naar Suriname. Het weerzien is fijn maar ook pijnlijk
en onwennig. Ik ben er nu immers zonder hem. In overleg met mijn
bedrijfsarts ben ik op therapiebasis hier naartoe gekomen in een
poging om mijn tot dan toe geblokkeerde emoties naar buiten te
krijgen. Mijn dagen bestaan voornamelijk uit eten, lezen en slapen,
veel slapen. Energie voor iets anders kan ik niet opbrengen, en
zeker niet bij deze hitte.
En ik ervaar voor het eerst dat de wereld niet is blijven stilstaan
ondanks dat dit bij mij wél het geval is. Iedereen lijkt
gewoon door te functioneren als voorheen. Er wordt zelfs voluit
gelachen! Ik bezoek plaatsen waar wij de laatste keer samen zijn
geweest en kom ook op plaatsen die hij zelf nooit heeft gezien.
Maar in mijn hart reist hij met me mee.
Na maanden van drukte en (deels) onbewust wegvluchten voor de
harde realiteit word ik nu totaal op mezelf teruggeworpen. Ik
heb geen verantwoordelijkheden meer en er rest mij niets anders
dan mij hieraan over te geven wat ontzettend moeilijk is. Mijn
omgeving is verbaasd dat ik "nog steeds" zo verdrietig
ben. Het gaat niet goed met Monique. Ze is te veel in gedachten
verzonken en is niet echt aanwezig. Ik moet mij er overheen zetten
en verder gaan met mijn leven. Maar voor mij begint de verwerking
nu pas! Uitleggen kan ik dit niet anders zou ik in tranen uitbarsten.
Inmiddels heb
ik mij vol overgave gestort op het lezen van alles wat te maken
heeft met rouwverwerking. Ondanks de harde confrontaties met mijn
eigen gevoelens put ik hier (nog steeds) veel kracht en ook hoop
uit. Kracht om door de pijn heen te kunnen gaan en hoop dat ik
het zal overleven. Dat ik niet de enige ben die dit is overkomen.
Ik weet dus ook dat het juist goed is om mijn verdriet te uiten
om te voorkomen dat het zich later gaat wreken in de vorm van
lichamelijke klachten. Om mijn hart te kunnen helen móet
ik er doorheen. En als er dan toch geen ontkomen aan is dan moet
ik er nú maar doorheen heb ik mijzelf voorgenomen. Maar
het in de praktijk brengen van de theorie blijkt voor mij heel
moeilijk te zijn.
Mijn schoonfamilie daarentegen put troost uit het feit dat lijden
hem bespaard is gebleven, dat hij nu op een plek is waar alles
zo vredig en mooi is en dat we hem zullen weerzien. Ja, ik ben
ook zo ontzettend dankbaar dat hij niet heeft geleden maar als
die plek inderdaad bestaat dan ben ik daar jaloers op. Heel egoïstisch
wil ik hem nú bij me hebben, hier op aarde en niet in een
verre (?) onzekere toekomst. Wie garandeert mij dat hij bij ons
weerzien niet inmiddels een andere geliefde heeft gevonden
Naarmate de
weken vorderen neemt de spanning in mij toe. Ik luister naar de
verhalen van mijn schoonmoeder. Echt tot me doordringen doet het
niet maar ik hoef gelukkig zelf niets te zeggen. Ik bestudeer
mijn schoonouders en mijn zwager minutieus alsof ik hen voor de
eerste keer zie in de hoop in hen iets van Eric te kunnen terugvinden.
Na het middageten lig ik op bed uit te rusten. In zijn vroegere
slaapkamer waar wij niet zo lang geleden nog samen in hebben gelegen.
Plotseling voel ik dat mijn gezicht en mijn hals overladen worden
met tientallen kleine kusjes. Als ik mijn ogen open zie ik zijn
gezicht dat vervolgens snel vervaagt en in het niets oplost. Is
dit een droom? Maar het voelt zo anders aan, zo bijzonder. Mijn
therapeute is ervan overtuigd dat Eric die dag bij me is geweest.
Een teken uit de hemel. Ik wil het graag geloven maar waarom heeft
hij het bij die ene keer gelaten. Mist hij mij dan niet?
Een week later krijg ik voor het eerst in al die maanden mijn
eerste echte huilbui. Ja, voor die tijd zijn er genoeg tranen
gevloeid maar echt gehuild vanuit mijn tenen heb ik tot vandaag
niet gekund. Precies een week later volgt op dezelfde plaats de
tweede huilbui. En ik ben opgelucht. Eindelijk ontlading. Zie
je wel dat ik van hem gehouden heb!
Monique Klaverweide
juni 2000
Gedichten
Verdrietig én gelukkig zijn
Soms heb je dat. Dat je 's morgens wakker wordt met dat onbestemde gevoel van melancholie, van onderhuids verdriet. Gisteren had ik zo'n dag. Hoofdpijn, traag op gang komen, dat onderhuids sluimerend gevoel van gemis, verdriet. Ik begrijp daar niks van, want er is ogenschijnlijk geen enkele reden voor om me zo te voelen. Maar ik weet dan dat het niks wordt, een ,,verloren" dag. Er kwam niks uit mijn handen en ik kreeg zo maar ineens een huilbui. Nu heb ik dat wel vaker meegemaakt, maar je zou na ruim twee jaar toch denken dat het wat minder heftig zou zijn, dat het verdriet wat meer ingebed zou zijn. Maar nee hoor, ondanks het feit dat mijn leven er nu zonnig uitziet en ik eigenlijk héél erg tevreden en gelukkig zou moeten zijn, wat ik ook ben, word ik zo maar overvallen door die enorme huilbui. Zo'n onstuitbare waterval, ach je kent ze vast wel.
Ondefinieerbaar
verdriet. Zonder directe oorzaak. Want dat wil je toch altijd
weten: wat is de oorzaak? Waaróm je nu, zo maar?, huilt.
Was het die ene la waarin je wat zocht en waarin je weer spulletjes
van je overleden partner vond? Was het die brief van een goede
vriendin die schreef over een wederzijdse kennis die stervende
is? Of was het misschien al mijn voorbereidingen voor mijn vakantie
die zoveel dierbare herinneringen opriepen?
Misschien zijn het al die kleine dingen geweest die er samen voor
hebben gezorgd dat ik mijn in de loop der dagen ongemerkt opgehoopte
emoties door een fikse huilpartij moest kwijtraken. Dergelijke
ontladingen kunnen heel bevrijdend werken, ze luchten op. Maar
toch, na afloop, als je geest weer wat is gekalmeerd, ben je doodmoe.
Lijk je een uitgewrongen dweil. Zo voelde ik me tenminste en dan
kan ik de rest van de dag wel vergeten.
Het is een wonderlijke gewaarwording. Dat je gelukkig bent met een nieuwe (troostende en begripvolle) partner naast je en tevens ook zo ontzettend verdrietig kunt zijn. Dat geluk en verdriet dan als het ware in elkaar overvloeien. En elke keer als me dát overkomt besef ik óók heel sterk, dat mijn overleden vrouw in mijn gedachten steeds even weer naast me zal lopen bij elke nieuwe stap die ik in mijn leven zet. Zo ook nu. Alsof ze me wil steunen bij alles wat ik doe, me laat voelen dat ze er op die moeilijke momenten is. Voor mij. Nog steeds. En als ik dan ineens zo'n huilbui krijg dan hoor ik in gedachten haar troostende stem en daarna gaat het weer een hele tijd goed. Kan ik het leven weer aan, kan ik verder gaan met opnieuw gelukkig te zijn zoals zij dat heeft gewild. Het is zwaar en fijn tegelijk om dat zo te ervaren. Maar, denk ik dan, het zou toch verschrikkelijk zijn als je tot de ontdekking kwam dat elke herinnering aan je overleden vrouw zou zijn verdwenen, alsof zij nooit een groot deel van je leven heeft uitgemaakt? Daarom is het goed dat ik zo nu en dan door zo'n heftige huilbui word overvallen. Die emoties vertellen me elke keer weer wat me troost: dat ik verder kan gaan met mijn leven, opnieuw gelukkig kan zijn, zonder dat ik haar vergeet. En die ,,verloren" dag blijkt dan ineens allesbehalve verloren te zijn. Omdat het me opnieuw sterker heeft gemaakt. Bewuster van het leven, mijn, ons leven.
Bert
Troostmuziek (3)
In de februari-editie
van De Draaikolk schreef ik een stukje over troostmuziek. Muziek
die je troost, je helpt bij het verwerken van je verlies. Ik vroeg
lotgenoten om daar eens op te reageren, iets te vertellen over
de muziek die je troost geeft en waarom dat zo is.
Helaas heb ik daar geen enkele reactie op ontvangen. Jammer eigenlijk,
omdat muziek je juist kan helpen. En: misschien dat je anderen
op ideeën brengt met wat jouw troostmuziek is.
Ik weet het, als je verdriet hebt dan kan muziek heel erg storend
werken, omdat je hoofd er niet naar staat. Omdat je alleen maar
verdriet wílt hebben, verdrietig wilt zijn en geen muziek
in je hoofd hebt, hooguit alleen maar louter droefgeestige tonen
vol melancholie. Woordenloze, toonloze rouwmuziek die je geest
beheerst.
Toch kan muziek
je tot steun zijn. Soms zijn het maar een paar woorden of een
zin die je treffen. Waardoor je ineens uit die put wordt getrokken.
Of is het juist dat opgewekte melodietje waardoor je het leven
ineens weer wat vrolijker gaat zien.
Muziek. Niet om de stilte in je geest op te vullen. Maar muziek
die je geest helemaal vult, je ineens troost geeft.
Wie reageert alsnog? En schrijft over de muziek die hem of haar tot troost is?
Bert
Wat is nou een naam?
Ik behoor tot die grote groep vrouwen die na hun trouwen de achternaam van hun man gingen gebruiken. Volgende week zou ik 30 jaar getrouwd zijn, dus u begrijpt, die achternaam Van Veen gebruik ik al heel lang. Och, in de periode dat ik me zonodig geëmancipeerd wilde tonen, heb ik nog wel eens geprobeerd om mijn meisjesnaam te gebruiken. Maar toch maar niet gedaan. En nu? Nu word ik vaak geconfronteerd met het wel of niet gebruiken van welke naam.
Voorbeelden?
Vooruit u krijgt er een paar!
De vermelding in het telefoonboek en de telefoonspecificatie,
bonnementen en lidmaatschappen, zelfs de belastingdienst doet
moeilijk (wegenbelasting-inkomstenbelasting), verzekeringen, etc.
Maar de moeilijkste zijn de adressen waarop staat "Aan de weduwe van" Natuurlijk ben ik weduwe, maar moet dat vermeld staan op een adressticker?
Maar nu de allermoeilijkste!
Mijn rijbewijs was aan vernieuwing toe. Dus ik ging naar het gemeentehuis
om dat te regelen. Daar werd ik door een hele vriendelijke en
begrijpende mevrouw gewaarschuwd dat er een verandering zou plaatsvinden.
Op mijn oude rijbewijs staat Ostendorf, echtgenote van Van Veen
en als ik geen actie ondernam had er komen te staan Ostendorf,
weduwe van Van Veen. Dat gaf bij mij de doorslag, dat ging me
te ver. Ik had nog 4 dagen de tijd om te bedenken wat ik wilde,
"weduwe van" of alleen mijn meisjesnaam.
Dit dilemma
was dus weer aanleiding om over mijn toekomst na te denken. Ga
ik verder m'n leven door als "weduwe van" wil ik dat
echt?
Ik heb de knoop doorgehakt en ga mijn meisjesnaam weer gebruiken.
Om nu te voorkomen dat iedereen gelijk in de stress schiet, ga
ik dat heel dat geleidelijk doen.
Als eerste dus bij het gemeenteregister alles aangepast (fluitje
van een cent trouwens, was binnen de twee minuten geregeld) en
een nieuw rijbewijs met de naam Ostendorf!
Wel, hoe alle volgende stappen eruit komen te zien? Ik weet het niet, maar ik hou u op de hoogte.
Agnes
Boekbespreking: ,,Afscheid nemen. Loslaten wat dierbaar is"
"Afscheid nemen. Loslaten wat dierbaar is." - Riekje Boswijk-Hummel - De Toorts, Haarlem 1998, ISBN 90 6020 779 3, 204 pp.
Dit boek geeft in een voor mij bijzondere benadering een zeer compleet en overzichtelijk beeld van de emoties waarmee mensen te maken (kunnen) krijgen, wanneer (o.m.) een dierbare naaste komt te overlijden. Een drietal 'fasen van rouwverwerking' wordt beschreven die elkaar min of meer chronologisch opvolgen, t.w.:
Fase 1: De pijnlijke werkelijkheid aanvaarden
Je laat tot je doordringen wat er aan
de hand is, wat er te gebeuren staat en je gaat voelen hoe dat
voelt.
Het verwerkingsproces begint meestal met een schok. Op het moment
dat je hoort dat je dierbare stervende is of reeds is overleden
schrik je en dan is er even helemaal niets. Je denkt niets, voelt
niets. Het is alsof alles stilstaat, alsof je er niet meer bent.
'Je schiet weg'. Het is je 'gewaarzijn' (aandacht of bewustzijn)
dat uit je lichaam wegschiet. Daardoor kun je het gevoel in je
lichaam niet meer waarnemen en voel je dus géén
pijn. Een vergelijking wordt gemaakt met een space-shuttle die
aan een raket de ruimte wordt ingeschoten. De aarde is in deze
vergelijking je lichaam, de space-shuttle je gewaarzijn en de
raket - het vermogen om weg te schieten - is de hoeveelheid adrenaline
(een extra 'injectie' energie) die wordt aangemaakt op het moment
dat je schrikt.
Na verloop van tijd is de energie van de raket uitgeput en wordt
de space-shuttle weer losgelaten. De shuttle landt weer op aarde:
je gewaarzijn komt weer in je lichaam. Stukje bij beetje ga je
je realiseren wat er aan de hand is. Langzaam maar zeker ga je
voelen wat er te voelen valt. Uiteindelijk aanvaardt je de pijnlijke
werkelijkheid. De space-shuttle bevindt zich dus eerst in een
soort 'lift'. En op de terugreis doet het een aantal 'stations'
(sub-fasen) aan, t.w.: 1. De lift; 2. De ruimte; 3. Het hoofd;
4. Het lichaam; 5. Het hart; 6. De ziel.
Uitvoerig wordt
beschreven welke kenmerkende emoties op de diverse 'stations'
te vinden zijn. Als je gewaarzijn zich in de ruimte bevindt voel
je bijvoorbeeld verdoving; zit het in je lichaam dan kan het zijn
dat je woede voelt. Bevindt het zich in je hart dan zul je verdriet
voelen; bevindt het zich in je hoofd dan zul je gedachten waarnemen.
Maar vaak stagneert de 'terugreis'. Iemand die bang is voor pijn
zal geneigd zijn om op één van de stations te blijven
'hangen'. Ook is het mogelijk om op één van de stations
te blijven steken omdat bepaalde emoties of gedachten je in hun
greep houden. Angst en schuldgevoel zijn bijvoorbeeld twee zeer
krachtige emoties die je zodanig kunnen absorberen dat de 'terugreis'
helemaal stil komt te liggen. Onder de kopjes 'obstakel' wordt
beschreven hoe je kunt treuzelen en welke emoties stagnatie kunnen
opleveren. Het is echter ook mogelijk om bepaalde stations te
passeren, zonder ook maar iets op te merken. Je slaat bepaalde
emoties over omdat ze domweg niet optreden of omdat je ze (nog
even) niet kunt gebruiken: je duwt ze weg. Soms komen die emoties
later nog aan de orde. Vaak ook komen dezelfde emoties steeds
weer terug. Je schiet dan als het ware heen en weer tussen verschillende
stations.
Obstakels die uitvoerig in dit boek worden besproken zijn: verslaving, verklaringen, ontkenning, cynisme, workaholisme, wraak, jaloezie, schuldgevoel, verongelijktheid, wrok, angst voor troost, berusting, verharding, zieligheid, slachtofferverdriet, een belastend laatste woord, schaamte, vervanging zoeken, illusies en idealisering.
Fase 2: Afscheid nemen
Je leeft naar
het afscheid toe. Je zult waarschijnlijk van alles moeten regelen,
maar je zult je vooral ook relationeel en emotioneel gaan voorbereiden
op het aanstaande verlies van je dierbare. Onderscheid wordt gemaakt
tussen het afscheid nemen van iemand die er nog is en van iemand
die er niet meer is. Beschreven wordt hóe dit afscheid
(alsnog) zou kunnen plaatsvinden.In deze fase moet de verbinding,
een 'koord', tussen twee personen worden losgekoppeld. Zo'n koord
is samengesteld uit talloze kleine 'draadjes'. Elk draadje vertegenwoordigt
'iets' waardoor of waarmee je met elkaar bent verbonden. Een vergelijking
wordt getrokken met het afbinden van een navelstreng. Wanneer
er naar een afscheid kan worden toegeleefd heb je de tijd om alle
kleine draadjes in de loop van de tijd stuk voor stuk los te peuteren
en af te binden. De draad wordt daardoor stukje bij beetje dunner.
De relatie wordt in zekere zin 'afgebouwd'. Elk loslaten van een
draadje, hoe klein ook, is een afscheid.
Wanneer iemand plotseling is overleden wordt het koord abrupt
doorgesneden. Vaak realiseer je je de eerste tijd niet of nauwelijks
wat er is gebeurd: je bent verdoofd van pijn. Je bindt de navelstreng
niet af, zodat ze langzaam maar zeker minder doorbloed raakt,
maar je constateert dat ze al losgetrokken is. Je voelt je daardoor
letterlijk en figuurlijk gewond: er stroomt nog bloed door de
navelstreng. Elk afzonderlijk draadje 'bloedt' en je moet elk
afzonderlijk draadje alsnog afbinden. En je voelt deze pijn bij
de talloos vele handelingen die je 'alleen' moet doen, nu de ander
er niet meer is. Elke keer als je pijn voelt voel je een los draadje.
Ieder draadje dat je oppakt kunt je 'afbinden'. Dit doe je door
het bewust op te merken.
Fase 3: Rouwen
De ander is nu weg en wie je nu tegenkomt ben je zélf. Maar toch is er nog sprake van een zekere 'verwevenheid'. Je hebt 'dingen' van de ander in je opgenomen maar je hebt ook 'dingen' aan de ander weggegeven (gedachten, overtuigingen, ideeën, normen, manieren van doen). Om jezelf te leren kennen is het van belang om het 'mijn' en 'dijn' goed uit elkaar te halen. Je moet alsnog een 'boedelscheiding' houden. Wat doe je uit routine, wat doe je omdat de ander dat altijd zo deed en hoe wil je het eigenlijk zelf doen? Hoe dit in zijn werk gaat komt uitvoerig aan de orde.
Tot slot nog
enkele vermeldenswaardige citaten:
- "Je kunt iemand pas loslaten wanneer je hem eerst wérkelijk
hebt aangeraakt en wanneer je je werkelijk door de ander aangeraakt
hebt gevoeld."
- "Strikt genomen is angst een afweer tegen pijn, maar de
kwelling van de angst is soms vele malen martelender dan de pijn
zelf."
- 'Slachtoffers' bezitten in principe evenveel energie als ieder
ander, maar ze kunnen er niet over beschikken.
- Pijn hebben betekent niet dat je sterft. Pijn sluit het leven
niet uit. Je kunt en móet zelfs doorleven, ook als je pijn
hebt."
- "Je mist niet alleen je partner als persoon wanneer deze
wegvalt, maar je wordt ook geconfronteerd met het feit dat je
partner een flink aantal 'gaten' van jezelf opvulde; al die gaten
liggen nu weer kaal en leeg voor je."
- "Afscheid nemen is óók: plaats maken voor
iets nieuws."
- "Ten aanzien van het 'waarom? valt er maar één
'uiteindelijke schuldige' aan te wijzen en dat is God, het Lot,
de Natuur, het Leven of hoe je deze 'schuldige' ook maar wilt
noemen. God regelde het op deze manier; het Lot had dit voor jou
in petto; zo ís de Natuur."
- "Ook al zeggen de mensen de verkeerde dingen, geven ze
onjuiste adviezen en kun je merken dat ze je niet helemaal begrijpen,
het is goed om hun betrokkenheid en zorg achter alle opmerkingen
en adviezen te voelen. Die betrokkenheid en zorg zijn als het
ware 'voedsel voor je ziel'."
Pijn voelen is een bewijs van in-leven-zijn: alleen iemand die
leeft kan pijn voelen."
- "Overgave en aanvaarding geven rust en ruimte. De kracht
die je dan voelt ontstaan is moed. Moed is de kracht van het hart.
Met de combinatie van levenskracht en moed blijken mensen in staat
te zijn om de meest pijnlijke en moeilijke situaties het hoofd
te bieden."
- "Het is van belang dat je je leven 'gewoon' verder leeft,
hoe moeilijk en zwaar het je ook valt. Het is geen kwestie van
of-of, maar van en-en: er is pijn, verdriet en eenzaamheid én
er is het leven dat gewoon doorgaat. Je kunt dit als het ware
als houvast gebruiken. Door gewoon door te leven grijp je je vast
aan het leven-zelf; er is even niets anders."
- "Wanneer je bereid bent om je ervaringen en jezelf, je
emoties, je relaties en je geloofs- of levensovertuigingen te
onderzoeken, kan zo'n pijnlijke confrontatie met verlies je uiteindelijk
heel veel opleveren in emotionele, relationele en spirituele of
religieuze zin. Je idee over hoe 'het leven' in elkaar zit wordt
verbreed en je visie op de zin van het leven verdiept."
Dit boek heeft mij erg aangesproken, met name door de herkenbare
beschrijving van wat er precies in je onderbewustzijn gebeurt
op het moment dat je die verschrikkelijke 'onheilstijding' krijgt
(de space-shuttle). Hoe het komt dat je op het moment zelf héél
even erg véél voelt en vervolgens gedurende langere
tijd 'niets' meer. Op welke wijze de verdoving naarmate de tijd
vordert langzaam raakt uitgewerkt (door diverse stations aan te
doen) en het gemis toeneemt.
Omdat mij hetzelfde is overkomen was het voor mij een hele geruststelling
om in dit boek hiervoor een verklaring te vinden. Dat dit dus
niet betekende dat ik níet van hem gehouden had. Want het
eerste wat ik zelf had verwacht was toch verdriet en niet de angst
die ik lange tijd heb gevoeld. Ook de uitvoerige bespreking van
de diverse emoties en de eventuele obstakels waar je in kunt blijven
steken, hoe de relatie met je overleden partner wordt verbroken
(het verbreken van de 'navelstreng') en de wijze waarop je jezelf
weer moet leren kennen (de 'boedelscheiding') vond ik heel verhelderend.
Deze benadering ben ik in nog geen enkel ander boek over rouwverwerking
tegengekomen en dit maakt het boek voor mij heel bijzonder. Ik
kan het jullie dan ook van harte aanbevelen.
Monique Klaverweide
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren