Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 2e jaargang nr. 8 - mei 2000


Van de redactie: Rouwverlof, een utopie?

In een uitzending van VARA's Barend & Witteman (maandag 1 mei) was het onderwerp ,,Rouwverlof" en alles wat samenhangt met de wijze waarop je als rouwende tijd voor rouw mag/ kunt vrijmaken als je werkt. Het is een onderwerp dat ons allemaal natuurlijk bezig houdt, zeker als je nog in het arbeidsproces zit zoals dat zo mooi heet. Want in veel gevallen word je na de CAO-matig toegewezen verlofdagen bij het verlies van je partner geacht weer ,,gewoon" aan het werk te gaan. Maar dat is natuurlijk volslagen krankzinnig. Want juist dát is een onmogelijkheid. Gevolg: je meld je ziek, komt in de draaimolen van ziektewet en -als je pech hebt- in die van de WAO terecht. Maar dan beginnen de ambtelijke molens te draaien. Rouwen? Tja, dat is dus geen ziekte. Daar is dus niks voor geregeld. En: de één rouwt maanden achtereen, de ander heeft zo nu en dan een dip maar wel gedurende een periode van jaren. Weer anderen gaan wel direct aan het werk, maar krijgen daarna een forse terugslag en komen dan alsnog geestelijke zwaar beschadigd in de WAO terecht. En de uitkeringsinstanties pakken dan hun verordeningen en ontdekken dan dat er nauwelijks iets echt is geregeld. En gaan dan zelf lekker onverantwoord aan het ,,fröbelen", want ze moeten toch wel iets doen.

Zelf kwam ik na een jaar ziektewet in de WAO terecht. De keuringsarts van de betreffende uitkeringsinstantie was weliswaar heel begrijpend, maar niettemin kreeg ik een maandje of zo later een in gruwelijk onleesbare ambtenarentaal gestelde brief, waarin me werd meegedeeld dat ik voor 15% arbeidsongeschikt werd geacht. 15%! Zoveel is de dood van je partner dus waard, slechts 15%. Daar kreeg ik echt de koude rillingen van. Kille natte vingerwerk-berekeningen bepalen hoe jij de dood van je partner ervaart. Alsof dat te berekenen valt. Maar het ergste lijkt me dan nog dat je, als je een al even kil rekenende werkgever hebt, je op die 15% ook nog op het werk wordt afgerekend. Met andere woorden: niks geen gezeur, aan het werk dus.
Daarom is het goed dat dit voor ons, als werkende rouwende, zwaarwegend onderwerp voor een breed publiek bespreekbaar wordt gemaakt. Een bepaalde vorm van rouwverlof is geen overbodige luxe, maar een noodzaak. Niet alleen uit sociaal oogpunt, maar (en dat even voor de kille rekenaars) ook uit economische overwegingen. Want een afgeschreven werknemer die uiteindelijk toch in de WAO terecht komt is veel duurder dan wanneer dezelfde werknemer na een minder werkzame periode weer ,,gewoon" aan het werk kan. Vreemd eigenlijk dat er tot nu toe nooit iets is geregeld dat hieraan (ook al was het maar een klein beetje) tegemoet komt. Dat er geen enkele politieke partij op het idee is gekomen om dat aan te zwengelen.

Rouwen is een golvend proces, een voortdurende beweging van ups en downs als de golven van de zee. Soms gaat het eigenlijk boven verwachting, voel je je goed. Er komt dan zo maar werk uit je vingers. Maar soms plof je een paar dagen later met een klap in een diep dal en kun je het schudden. De baas kan er geen peil op trekken, laat staan dat je dat zelf kunt. Het overkomt je gewoon. Heel vervelend voor de werkgever natuurlijk, die werk voor zijn geld verwacht. Soms, zoals in mijn geval, is er volop begrip en wordt het werk aangepast aan de mogelijkheden van de rouwende per dag, per moment. Maar dat gebeurt lang niet altijd. Ook bedrijfsartsen hanteren daarvoor verschillende uitgangspunten. Er zijn geen regels voor.
En er zijn eigenlijk ook geen vaste regels voor te bedenken, juist omdat rouwen een golvend proces is, én voor elk mens weer anders. Als we het hebben over rouwverlof, dan zouden we moeten denken over een vorm, waarin de rouwende flexibel met de werktijd kan omgaan, afhankelijk van de gemoedstoestand van die dag. In de eerder genoemde TV-uitzending werd dit ook terecht opgemerkt als mogelijkheid.
Natuurlijk, ik weet het, we krijgen dan te maken met verschillende soorten rouw. Rouw na de dood van je partner, je kind, je ouders, je broer of zus. Eerstegraads rouw, tweedegraads rouw… Ik wil dáár even niet aan denken. Mocht er ooit worden nagedacht over een vorm van rouwverlof dan zullen de politici, voor zover ik ze ken en dat doe ik toch redelijk, uiteraard weer allerlei gradaties en uitzonderingen aan willen brengen, want een partner of een kind verliezen zal dan wellicht zwaarder wegen dan je ouders, een broer of zus. Bij voorbeeld. Maar de enige die dat bepaalt is de rouwende zelf. Die is de enige graadmeter. Want de zwaarte en duur van rouw is afhankelijk van tal van zoveel, vaak ongrijpbare, factoren die voor iedere rouwende verschilt, dat juist dáár geen vaste regels voor te bedenken zijn.

Rouwverlof? Ik vrees dat het wellicht een utopie zal blijken te zijn. Ondefinieerbaar als het rouwen zelf. Maar er zouden best wat stringentere regels mogen komen voor een door de werkgever veel flexibeler omgaan met rouwenden op de werkplek. Te beginnen met begrip van het management en het zo flexibel mogelijk inpassen van de onverbiddelijke golfbeweging die het rouwen nu eenmaal met zich meebrengt, zonder dat de rouwende de kans loopt uiteindelijk wegens overmatig werkverzuim of zo ontslagen te kunnen worden, wat nu wél gebeurt. Daarover kunnen, ook in een CAO-raamwerk, goede afspraken worden gemaakt. In deze flexi-tijd, waarin werkgevers en politici wél de mond vol hebben over het terugdringen van het aantal WAO'ers, zou dat geen enkel punt meer mogen zijn. Toch?

Bert Vos
hoofdredacteur De Draaikolk

Ik ontvang graag reacties van lotgenoten die worden geconfronteerd met problemen op het werk door hun rouwproces. Laat me jouw ervaringen weten. Ook suggestie zijn uiteraard welkom!


Verliesverwerking kan niet zonder pijn

Kortgeleden las ik een artikel van Mirjam Verheijen in De Gelderlander, mij aangereikt door een begripvolle collega, waarin een recent verschenen studie van de Tilburgse psycholoog Huub Buijssen ,,Verstoorde rouw bij ouderen" wordt besproken. De kern van het verhaal is: verliesverwerking kan niet goed zonder pijn. Dat geldt overigens niet specifiek voor ouderen. Ook voor jongeren gaat dat op.

,,Ieder mens rouwt op zijn eigen manier. Rouwverwerking wordt beïnvloed door factoren als de persoonlijkheid, de relatie met de overledene, de omstandigheid van het overlijden en de nasleep ervan. Niet de duur van het rouwproces, maar de intensiteit en de omvang van de reacties bepalen in hoeverre een rouwproces verstoord is. De vraag is dan ook of er vooruitgang in zit of dat de ontwikkeling geblokkeerd is. Verstoorde rouw wordt nogal eens veroorzaakt doordat de omgeving niet de juiste steun of hulp biedt. Vaker ligt de oorzaak bij de rouwende zelf die de pijnlijke gevoelens uit de weg gaat.
Zonder pijn om het verlies is succesvolle verwerking onmogelijk. Mensen die met een zwaar verlies worden geconfronteerd moeten hard werken. De nabestaande zal moeten kiezen: tijdelijk psychisch uit balans zijn of vluchten voor het verlies en soms voorgoed psychisch in de knoei komen".

Als lotgenoten die hun partner hebben verloren zullen we er misschien wel iets in kunnen herkennen. Ik tenminste wel. Ook ik heb wel een moment gehad dat ik balanceerde tussen erkenning of vlucht. Ik heb gelukkig niet voor vluchten gekozen, maar bewust de emotie gezocht en de pijn van het verlies zeer intensief gevoeld. En ik heb daarbij bovendien het geluk gehad dat ik zowel op mijn werk als in mijn directe omgeving volop steun en begrip kreeg. Dat is helaas niet iedereen gegeven. De campagne van Sire over verliesverwerken was niet voor niets opgezet. Niet voor niets werd aandacht gevraagd voor rouwenden onder het motto ,,Verliesverwerken kan niemand alleen". En : ,,Soms is intimiteit op het werk wél gewenst".

En deze site heb ik niet zo maar opgezet, omdat ik dat leuk vond of zo. Nee, De Draaikolk ben ik gestart voor jullie én voor mezelf, om jou en mezelf te helpen met jouw en mijn emoties, ons de kans te geven ze te uiten. Door te reageren, door te mailen met lotgenoten. Daardoor het verdriet én de pijn van anderen én die van jezelf te voelen. En wat mezelf betreft: door er over te schrijven. Elke maand maar weer. Dat deed dus veel pijn en het hielp en helpt. Nog steeds.

Bert Vos

(Bron: De Gelderlander 5 april 2000; Huub Buijssen: Verstoorde rouw bij ouderen. Signalering en hulpverlening. Baarn, Uitgeverij Intro, ISBN 90 5574 103 5.)


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (4): Vasthouden aan het vertrouwde…

Het is twee weken later en mijn ouders en schoonouders zijn weer vertrokken naar het buitenland. En ik heb het druk, druk, druk… Ik voel me opgejaagd. Er is zo ontzettend veel te regelen en ik wil alles zelf doen. Ons appartement is verkocht en een ander huis gekocht. Onze handtekeningen zijn gezet en de overdracht is gepland voor september '99.
Eric en Monique gingen weer eens verhuizen. Familie en vrienden waren het inmiddels van ons gewend. We voelden ons niet gebonden aan huis en woonplaats; we hadden elkaar immers? Steeds een iets mooier huis. Samen wat opbouwen voor de toekomst… Stapje voor stapje, zonder het nemen van al te grote risico's.

Maar alle voordelen van het nieuwe huis zijn nu nadelen zonder hem: groter, rustiger, duurder, minder veilig want op de begane grond, meer onderhoud, nieuwe woonplaats en buren. Ik wil in het appartement blijven waar we samen hebben gewoond. Vasthouden aan het vertrouwde. Ik keek uit naar meer rust en meer groen. Nu wil ik drukte om me heen want in huis is het nu zo akelig stil. En Eric zou opnieuw een inpandige garage krijgen, voor het stallen van de motor…
We hadden een goed contact met de kopers van ons appartement. Een weduwnaar van 73 jaar die ging samenwonen met een weduwe. Over en weer zijn we bij elkaar thuis geweest.
Maar hij wil niet meewerken aan ontbinding van de koopovereenkomst. Probeert misbruik te maken van de situatie. Ik laat me juridisch voorlichten. Omdat ik in mijn eigen levensonderhoud kan voorzien heb ik geen been om op te staan. En aan de emotionele kant zal de rechter zich hoogstwaarschijnlijk niets gelegen laten liggen. Als ik voor de rechter gedaagd word zal ik ons huis moeten verlaten. De exorbitant hoge boete die de koper van mij eist weet ik uiteindelijk terug te brengen tot een voor mij aanvaardbaar maar nog steeds hoog bedrag. Wat is geld nog…? Hij wil het diezelfde week nog op zijn rekening bijgeschreven hebben want hij gaat met vakantie, de schoft.

Ook de garagebox is verkocht en zou in september worden opgeleverd. Ik besluit het te vervroegen. Het heeft zijn functie verloren; de motor is total loss. Die koper werkt wel mee. Hij wilde de garagebox sowieso graag eerder hebben. Een geluk bij een ongeluk, voor hem. Met pijn in mijn hart ga ik er naartoe om het uit te ruimen. Hoe vaak zijn we hier niet bij mooi weer geweest om samen een ritje te maken. Mijn fiets waarmee hij naar de garage is gereden staat er nog. Op de trappers zit gravel van zijn tennisschoenen.
De motorspullen die nog bruikbaar zijn stop ik in een vuilniszak voor een bevriende motorrijder. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om de lege dozen van de geluidsapparatuur weg te gooien. Hij bewaarde het altijd voor de verhuizingen. Ik neem ze weer mee terug naar de kelderberging. De rest gooi ik weg. Ik rij een paar keer heen en weer naar de dichtstbijzijnde vuilcontainer. Het voelt alsof ik steeds een stukje van mezelf weggooi. Tenslotte veeg ik de vloer aan, sluit de wenteldeur af en bezweet rij ik op de fiets terug naar huis. De koper belt me later op en dringt erop aan dat wij samen naar de garage teruggaan om de meterstand op te nemen. Dat kan ik niet meer opbrengen. Hij gaat maar alleen.

Ik moet me gaan verdiepen in onze administratie. Ik wil alles zo snel mogelijk geregeld hebben zo lang ik nog thuis ben van mijn werk. Maar er is nog meer te doen. De hypotheekbank moet geïnformeerd worden en de motorverzekering. Het verloopt alles behalve gladjes. Het duurt acht maanden voordat De Bank haar zaakjes op orde heeft. Acht maanden van frustratie en totale afwezigheid van communicatie.
Ook bij de motorverzekeraar wordt langs elkaar heen gewerkt. Ze hebben een schaderapport ontvangen van de betrokken automobilist. Eric ontvangt een brief met het verzoek om zijn schadeformulier zo snel mogelijk op te sturen…
Op het door de automobilist ingevulde formulier blijken de feiten te zijn verdraaid. Eric kan zichzelf niet meer verdedigen maar gelukkig weet ik uit betrouwbare bron dat de vele getuigen een andere lezing hebben gegeven. Hij klaagt er over dat zijn linkerachterlicht is beschadigd. Van kennissen hoor ik een paar weken later bij toeval dat hij er zo over inzit dat hij een gezin van hun vader heeft beroofd. Ze hebben hem kunnen geruststellen; er zijn geen kinderen. Tot op de dag van vandaag heb ik niets van hem gehoord.

Een sleepbedrijf belt me op. De politie wil dat de motor van hun terrein wordt weggesleept. Het technisch onderzoek is afgerond. Hij vraagt of hij de motor voor de deur kan afleveren. Ik gruwel al bij de gedachte om de motor te zien en laat het afvoeren naar de dealer waar we het een maand eerder hebben gekocht.
De "erven van E.R. Klaverweide" krijgen bericht dat het kenteken van de auto binnen vijf weken overgeschreven had moeten zijn. Hiervoor is een gemeentelijk uittreksel nodig. Tijdens het uitprinten merk ik een stemmingsverandering bij de ambtenaar. Als hij mij het uittreksel overhandigt begrijp ik waarom. Ik lees voor het eerst dat ik "weduwe van Klaverweide, E.R." ben.
Ik ontvang een nieuw kentekenbewijs. Zijn gegevens zijn nu vervangen door die van mij. Als ik later de groene kaart ontvang heb ik de grootste moeite om "zijn" kaart te verscheuren. Ik wrijf met mijn vinger over zijn handtekening en voel hoe het in het papier is gedrukt. Maar ik kan toch niet alles bewaren?
Alle betrokken instanties breng ik schriftelijk op de hoogte van het overlijden van mijn man. De administratieve verwerking laat te wensen over. Ook neemt men niet de moeite om de brieven aan mij persoonlijk te richten. De printers kunnen alleen "de erven van" uitspuwen. Maar het kan nog erger, ik krijg ineens post op mijn meisjesnaam! Omdat mijn echtgenoot is overleden word ik blijkbaar geacht ook afstand te doen van zijn naam. En voor het eerst voel ik boosheid.

Monique Klaverweide - mei 2000


Oude gewoontes: ontbijt op bed

Even vooraf, voordat er verkeerde conclusies getrokken gaan worden: het gaat me goed, heel goed. De wond van het gemis geneest langzaam maar zeker. Natuurlijk zijn er pijnlijke momenten, maar die zijn er minder vaak en duren steeds korter. Nieuwe fijne ontwikkelingen komen er in mijn leven. Nieuwe herinneringen aan bepaalde gebeurtenissen vervagen de oude die zo'n pijn doen. 'Oude' gewoontes krijgen een nieuw jasje. Wil je een voorbeeld?

Altijd was er 'strijd' wie er op zondagochtend het ontbijt op bed moest verzorgen. Na flink wat geharrewar, gevlei, chantage, staken, dwarsliggen, smeekbedes over en weer, enfin alle tactieken werden uit de kast gehaald om maar te zorgen dat de ander het ontbijtje klaar zou maken, kwam uiteindelijk de ultieme afspraak. Degene die het eerst wakker werd was de pineut! Dat resulteerde dan weer in dat de een zich 'slapend' hield, zodat de andere zuchtend en steunend het bed uit ging, waardoor de een zich dan weer schuldig voelde en ook maar naar beneden ging om de ander te helpen. Het bleef tobben.

Nu maak ik elke zondagochtend voor mezelf een ontbijtje op bed. Ook vandaag. Vruchtensap met vezels (boordevol vitamines en ook nog goed voor de darmen), broodje kaas, croissantje met jam, gekookt eitje en natuurlijk de koffie. Ik zet alles zover als mogelijk is 's avonds al klaar . Bordje, bestek, eierdop, zoutvaatje, glas op het blad. Croissantje klaar voor het grijpen, steelpannetje met m'n ei staat ook klaar, en voor de koffie hoef ik alleen nog maar het knopje in te drukken.
Het nieuwe ritueel is nu: mijn bed uit, ochtendjas aan, naar beneden, gas onder m'n ei aan, knopje van het koffieapparaat indrukken, Doortje m'n hond achter in mijn tuin laten plassen, weer naar binnen, Terwijl de koffie doorloopt en het eitje kookt, smeer en beleg ik mijn broodje en het croissantje, schenk de vruchtensap in (voorheen vers geperst maar nu uit een fles). En dan is de koffie klaar en het eitje is (hopelijk) zacht gekookt. Alles op het blad en dan zo snel mogelijk naar boven en mijn bed weer in. Mijn persoonlijk record staat nu op ongeveer 5 minuten. Knap hè?

Zo werkt dat bij mij, het vinden van een nieuwe manieren om oude gewoontes een nieuw jasje te geven.
Hoe is dat bij jullie? Welke oplossingen worden er gevonden voor die kleine dagelijkse gewoontes die veranderen moeten?

Agnes


Gedichten

Zoals je zei…

Je liet me duizend maal beloven:
Blijf niet alleen als ik ben gegaan
blijf niet om me treuren maar laat me
ook in gedachten echt maar gaan

Je zei het steeds maar weer
tot aan je laatste, laatste dag
En ik? ik bleef alleen, ontdaan
ontredderd met die lege handen staan

En dan ineens die ene dag
dat het gebeurde wat je zei
en ik je zachtjes toch liet gaan

En zo maar was er ineens
een nieuwe wervelende lach
die de laatste zware traan verdreef
op die heldere, bijzondere dag

Die dag dat de wintersneeuw
ineens in mijn gedachten smolt
en de lente in mijn leven kwam
Zo maar? liet ik het gebeuren
verdriet in plotseling geluk gestold

En kwam zij, zoals je zei…

V.
april 2000

Gisteren…

Gisteren stond mijn tijd stil
was de dag de nacht niet meer

Gisteren werd de nacht een dag
en de duisternis een helder licht

Gisteren stond mijn tijd zo maar stil
met verstilde lente in mijn hart

Vandaag rent de klok de tijd voorbij
hollend in gemengde vreugdetranen

Soms kan het leven ineens weer zoet zijn

V.
april 2000

Wandeling

We wandelden tussen de bloeiende bomen
huilend over wat verloren was
Dachten aan alles wat ging komen: groene scheuten
tussen het nog steeds verward verdorde gras

Verdriet verwaaiend in de
plotseling warme lentewind

We liepen samen door het groenend struikgewas
Stilletjes dwalend over nauwelijks gelopen paden,
Twee huilende zielen met een forse kras, strompelend
over de voetstappen van verloren herinneringen

Ons verdriet verwaaiend in de
warm geworden lentewind
Denkend aan de zomer, straks

V.
april 2000


Voorbij alle eerste keren

Het eerste jaar is voorbij
Een jaar vol van verwarrende emoties
Van ongeloof, angst en langzaam groeiend gemis
Mijn eerste jaar zonder jou

Een jaar dat weigert stil te blijven staan
De wereld die onverstoord door blijft gaan
Mijn eerste jaar zonder jouw schaterlach

Een jaar van ingehouden verdriet
Van onze eerste verjaardagen zonder elkaar
Mijn eerste reis zonder jou

Een jaar gevuld met overdenkingen
Peinzend over de verdere zin van de toekomst
"Mijn" eerste trouwdag zonder jou

Een jaar van vallen en weer opstaan
Van het alléén nemen van beslissingen
De eerste "feestdagen" zonder jou

Een jaar van het inslaan van nieuwe wegen
Van het hoopvol ontdekken van mijn nieuwe, sterkere "ik"

Jouw eerste sterfdag maakt de cirkel weer rond
Mijn eerste jaar, voorbij mijn eerste liefde

Je "engel"
26 april 2000

Monique Klaverweide


Fietsen…

Eigenlijk ben ik niet zo'n fietser. Het is misschien wel vijftien jaar geleden dat ik voor het laatst mijn fiets heb bestegen om een rondje natuur te doen. Het karretje staat nu in de garage stilletjes oud te worden en ik weet zeker dat alles aan het ding heftig tegensputterend zal gaan kraken en kreunen mocht ik hem willen gebruiken. Maar dat wil ik niet echt.Als ik die fiets zie staan moet ik aan mooiere tijden denken. Aan heel lang geleden eigenlijk, toen we nog met de kinderen op mooie zondagmiddagen tochten maakten langs avontuurlijke paadjes die eigenlijk niet voor fietsers waren bedoeld, maar veel leuker waren dan die druk bereden asfaltwegen.

Kortgeleden kreeg ik zo maar zin in fietsen. Ik reed in mijn auto op een mooie middag op weg naar mijn werk en die tocht voert me elke dag door een prachtig natuurgebied. Als de zon dan schijnt, de bomen in een groene waas naar de zomer smachten, rijden daar de fietsers. Genietend van een vrije middag. Het zijn meestal echtparen.
Die middag zag ik ineens die bijzondere fiets, die je eigenlijk zelden tegenkomt: een tandem. De tweepersoonsfiets. Dat leek me wel wat. Met in gedachten….

Ach ja, je droomt wat af als je op weg bent naar je werk. En misschien, héél misschien koop ik toch eens zo'n tweepersoonsgeval. Eens. Samen fietsen lijkt me ineens geweldig toe!

Bert


Kort verhaal: De blauwe bloemen

Twee jaar was het nu geleden dat ze stierf. Twee verwarrende, emotionele jaren geleden. Twee jaar geleden dat hij achterbleef in dat grote lege huis. Twee jaar van vallen en opstaan, van door diepe dalen gaan en soms kleine heuveltjes beklimmen. Hij had in die achter hem liggende jaren steeds met kleine beetjes dingen opgeruimd. Dingen van haar. Onbelangrijke prulletjes soms, waar hij steeds per ongeluk naar greep en snel weer weglegde. Hij had haar laden en ladekastjes, waar ze gek op was, laadje voor laadje ontdaan van haar confronterende aanwezigheid. Niet om haar ,,op te ruimen", maar meer om zichzelf niet nóg meer pijn te doen. Het huis was vergeven van die ladenkastjes.
En nog steeds, na die twee zware jaren, kwam hij spulletjes van haar tegen. Zo maar ineens, onverwacht bij het zoeken naar dingen die ergens moesten zijn, maar waarvan hij allang vergeten was wáár. En elke keer aarzelde hij dan: weggooien of bewaren?

Hij bewaarde veel. Zijn hele leven lang had bestaan uit het bewaren van alles waarvan hij vond dat dit het bewaren waard was. Het huis was één grote bewaarruimte geworden. Kasten vol met krantenknipsels, planken hoog opgestapeld met tientallen jaargangen tijdschriften en rijen boeken. Vaak lagen ze daar al een eeuwigheid te verstoffen zonder dat hij er ooit weer naar had gekeken. Maar toch, weggooien kon hij het niet. En háár spulletjes ondergingen vaak hetzelfde lot. Werden verplaatst van een zichtbare naar een onzichtbare plek. Naar een kamer waar hij zelden kwam, bijvoorbeeld. Maar het werd bewaard.
Hij hield niet van veranderingen. Had altijd grote moeite gehad om rigoreus schoon schip te maken. Was gewend aan alles op een toch wel vaste plek. Een verloren kastje daar, een tafeltje hier. Soms de trends der jaren al lang overleefd en opnieuw ,,in" geworden. Soms relikwieën uit een ver verleden, rijp om afgevoerd te worden naar het gemeentelijke vuilnisdepôt. Het was er nooit van gekomen. Hij zou, dacht hij, helemaal ontheemd raken in zijn eigen huis als hij alles zou gaan veranderen. En toch, toch had hij nu, na twee jaar het gevoel, dat hij juist dát wel zou moeten doen. Dat hij opnieuw zou moeten beginnen. Dingen van haar die hij echt wilde bewaren een nieuwe plek geven in een veranderd huis. En voor de rest: opruimen, weggooien. Kon hij dat?

Zijn tuin, háár ooit zo met zorg ingerichte tuin, was een ongeorganiseerde wildernis geworden. Hij had er twee jaar lang niet naar omgekeken. Het was dat zijn schoondochter, met gevoel voor alles wat groeide en bloeide, een paar keer zijn tuin wat had geordend. Had gesnoeid wat echt gesnoeid moest worden. Het hoog opgeschoten onkruid had gewied. Anders zou zijn tuin er nog erger hebben uitgezien. En ze had, speciaal voor haar én hem, in een mooie hoek van de tuin een perk vol blauwe bloemen aangelegd. Want zijn vrouw had altijd van blauwe bloemen gehouden. Het was de enige plek in zijn tuin waar hij in de afgelopen twee zomers van had genoten. Niet zonder pijn in zijn hart om wat was en nooit meer terug zou komen.

En nu, nu was het zover. Zijn schoondochter wilde de tuin helemaal renoveren. Opnieuw in gaan richten. Ze had mooie tekeningen gemaakt om te laten zien hoe het er straks allemaal door de seizoenen heen zou blijven bloeien. Hoe hij weer van die tuin zou kunnen genieten. Als een nieuwe plek. Zijn plek zonder en toch mét haar.
Hij had het laten gebeuren. Had enthousiast geknikt bij haar al even enthousiaste uitleg over het kleine paradijsje wat ze voor hem zou gaan scheppen. En had gezegd dat hij het goed vond dat het zou gebeuren.
En hij had gehuild toen ze had verteld dat de blauwe bloemenhoek er nog mooier uit zou gaan zien. Het hele jaar door zou blijven bloeien. Het was goed zo, dacht hij. Anders, maar toch met dat kleine stukje herkenbaarheid, die vertrouwdheid van haar blauwe bloemen. Met haar enorme bossen hortensia's, die ze zo met zorg had geplant en had onderhouden. Met de blauwe druifjes in het voorjaar en de bloeiende lavendel in de zomer. Blauw, blauw, blauw.

Een paar dagen geleden was zijn schoondochter begonnen met het leegruimen van de tuin. Een volledige kaalslag. Het vervallen tuinhuisje, waarin ook weer allerlei spulletjes van haar hoog lagen opgestapeld, werd opgeruimd. Daar, op die plek vlak bij de blauwe bloemenhoek, zou het terras komen om in de zomerzon te kunnen genieten.
Maar de al bloeiende blauwe druifjes die de randen van zijn tuin ondanks de wildernis toch zo'n vertrouwde aanblik had gegeven, die blauwe bloemen werden op een tijdelijke plek gezet. Veel water geven, had zijn schoondochter gezegd, want anders gaan ze dood.
Veel water geven. De hele dag en de dagen daarna had de sproeier op die ene plek gestaan. Zorgelijk had hij gekeken naar het hangen van de tere bloempjes. Ze mochten niet doodgaan. Die bloemen niet, háár bloemen moesten blijven leven. Altijd. Vandaag was het al beter gegaan en hingen de bloempjes er niet langer zo verdrietig troosteloos bij. En vandaag was het ook gaan regenen en kon hij de sproeier met een diepe zucht uitzetten. Haar bloemen zouden het nu wel redden. Over een paar dagen komt zijn schoondochter weer en dan gaat het echt gebeuren, bedacht hij. Verandering. Een nieuw begin.

Hij liep door zijn grote, volle, maar toch lege huis en keek naar de volgestouwde boekenplanken in de al jaren ongebruikte kamers. Naar de uitpuilende kasten. En hij wist het: het was inderdaad tijd voor verandering. Tijd om een nieuw begin te maken. Hij voelde de tranen komen. Maar wist diep in zijn hart dat zij het goed zou hebben gevonden wat hij wilde doen.
Buiten bloeiden de blauwe bloemen prachtig in een zachte voorjaarsregen. De druppels aan de blaadjes waren als de tranen van het verdriet dat hij desondanks nog steeds voelde.

Bert Vos
april 2000


Gedachtekronkels (3)
van Agnes van Veen

Leven!!
De donkere trieste tijd voorbij
22 maart, het is weer lente!
De liefde voor het leven is er weer!

Anne

Door haar ogen zie ik de leuke fijne dingen om me heen
Door haar armpjes om m'n nek en haar krullen tegen m'n wang
Door haar gekwebbel en gelach
Door de knuffels en de kusjes die ze 'oma' geeft
Door haar weet ik het weer…. het 'onvoorwaardelijk houden van'.
Door haar verdrijft het koude uit mijn hart.

Keien

30 maart 2000
Keien uit Zweden sieren je graf
Je hebt ze zelf verzameld en blijven je ook vergezellen
Je was, je blijft, je bent:
een 'kei' van een vent.


Boekbespreking:
101 manieren om ons hart te helen: Mars en Venus beginnen opnieuw

Mars & Venus beginnen opnieuw, door John Gray, Uitgeverij Het Spectrum. ISBN: 90-274-6588-6

Iedereen wil een liefdesrelatie die eeuwig duurt. 'En ze leefden nog lang en gelukkig' is voor velen het grootste ideaal. Maar ook een onbereikbaar ideaal. Vaak genoeg eindigt een relatie in een scheiding of verliezen mensen hun partner door de dood. Opkrabbelen en je leven opnieuw inrichten na een dergelijke gebeurtenis is niet gemakkelijk en ooit weer gelukkig worden lijkt heel ver weg.
Dr. John Gray is psycholoog en gezins- en relatietherapeut. Naast zijn vele Mars & Venus-boeken schreef hij ook: Krijgen wat je wilt en willen wat je hebt.

Wanneer we een liefde verliezen, ondergaat ons leven onmiddellijk een gedaanteverwisseling. We beginnen opnieuw en worden dan opeens geconfronteerd met de rest van ons leven, we geen idee hebben wat we moeten doen, terwijl we eigenlijk alleen maar een grote behoefte hebben aan zekerheden. We zijn beroofd van wat ons het meest vertrouwd is zonder te weten wat ons verder te wachten staat. Als we met deze nieuwe 'uitdaging' worden geconfronteerd, hebben we praktisch geen ervaring om op terug te vallen. Ons hoofd zit vol vragen en ons hart is vol pijn en verdriet. Als we de tijd nemen om Mars en Venus Beginnen Opnieuw te lezen, zul we (tenminste als we John Gray kunnen geloven) een overvloed aan inzichten vinden die ons in de goede richting sturen en precies weten wat we moeten doen en welke wending ons leven zal nemen.
Mars en Venus Beginnen Opnieuw is verdeeld in drie delen.

Het eerste deel gaat over het helingsproces dat bij mannen en vrouwen in principe gelijk is. Toch moeten mannen en vrouwen dikwijls aan verschillende uitdagingen het hoofd bieden. Een strategie die een man iets oplevert, hoeft nog niet te werken voor een vrouw, en omgekeerd.
Het tweede deel gaat over de specifieke uitdagingen die vrouwen het hoofd moeten bieden wanneer ze opnieuw beginnen.
Het derde deel gaat over de unieke uitdagingen die mannen vaak tegenkomen.
Hoewel het proces om onze pijn te helen hetzelfde is, moet ieder van ons na een verlies het hoofd bieden aan unieke uitdagingen. Met het benodigde inzicht om een scala aan moeilijk situaties te overwinnen zul je duidelijk kunnen bepalen welke aanpak voor jou de beste is.

In hoofdstuk 14 van het eerste deel staan 101 manieren om ons hart te helen. Een aantal hiervan sprak mij bijzonder aan. Voor jullie citeer ik deze.
1. Luister keer op keer naar muziek die je ziel raakt.
2. Ga op avontuur, al is het maar voor één dag. Neem de tijd om iets nieuws mee te maken, en om een nieuwe kant van jezelf te ontdekken.
3. Ga naar de plekken waar je bijzondere momenten met je partner hebt meegemaakt, of ga terug naar de plek van jullie eerste ontmoeting.
4. Stel je voor dat je partner in levende lijve voor je staat en vertel wat je voelt. Doe net alsof hij je kan horen en antwoord kan geven. Dit kun je ook in een rollenspel doen; vraag een vriend of hij je partner wil spelen. Je vriend hoeft alleen maar je hand vast te houden en te luisteren.
5. Neem een huisdier om voor te zorgen. De zorg voor een huisdier geeft troost en heelt je hart. Je gaat je er ook jong door voelen.

De overige 96 moet jullie absoluut zelf maar eens lezen.

Agnes


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren