Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 2e jaargang nr. 7 - april 2000
Van de redactie
Ineens dat heldere licht
In de afgelopen
maand ben ik eindelijk weer volop aan mijn trekken gekomen. Ik
schreef reeds eerder dat ik gek ben op helder licht. Heerlijk,
helder licht. Het kan me niet licht genoeg zijn. En jawel, nu
de dagen weer lekker lengen kiert zo nu en dan een heldere zonnestraal
door mijn vaak slordig gesloten gordijnen mijn slaapkamer in en
kust me opgewekt wakker. Ik krijg dan zo'n gevoel van: waauww!
het wordt weer lente, en straks weer zomer.
Maar dat gevoel komt niet alléén door de lentebries.
Het gaat dieper bij mij. Weg is ineens dat sombere gevoel dat
me een maand eerder nog fors in z'n greep had. Me zo nu en dan
steeds weer opnieuw volledig verlamde. En toen ineens was het
na twee jaar -zo maar?- voorbij. Was het alsof ik opnieuw kon
beginnen met een schone lei. Dat is een ontzettend fijn gevoel
als het je overkomt. Het betekent dat je jouw verdriet op de één
of andere manier een plek hebt gegeven in je hart. Misschien is
het eerst nog maar een klein plekje, maar het groeit en groeit.
Totdat er plaats is voor meer vrolijkheid, voor een nieuw begin.
Zoals mij eindelijk is overkomen. En ik liet dat met graagte gebeuren.
En wees er van overtuigd dát het ook jóu zal overkomen.
Langzaam zal de grijsheid van je bestaan plaats gaan maken voor
lichte zonneplekken. Misschien eerst een héél klein
kiertje door je nog steeds gesloten ,,gordijnen", maar dan
steeds meer. Vertrouw daar op, ook al is je leven op dit moment
nog gevuld met sliertige, grijze nevels die de zon nog geen kans
geven om er doorheen te breken. Maar op een gegeven moment breken
ook jouw sombere mistflarden uiteen.
Dat wil ik al mijn lotgenoten die nu nog worstelen met het verdriet
en de grijsheid van de eenzaamheid, in deze lente-editie als troost
meegeven. Dat heerlijke, heldere licht komt op een gegeven moment.
Oók voor jou.
Bert Vos
hoofdredactie De Draaikolk
Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.
Blaka Rosoe (3): Een album om te koesteren
Mijn zwager kan niet
uit Suriname overkomen om van zijn broer afscheid te nemen. Telefonisch
vraagt hij mij of ik voor hem foto's wil laten maken. Ik beloof
het maar sta toch een beetje in tweestrijd. Is dat wel gepast?
Hoe zullen de mensen hierop reageren? Foto's maak je toch meestal
van feestelijke gebeurtenissen, zoals van een verjaardag of huwelijk,
maar toch niet van een afscheid zoals dit? Bij de begrafenis van
Eric's nicht een week eerder was ook een fotograaf aanwezig. Binnen
de Surinaamse gemeenschap schijnt dit niet ongebruikelijk te zijn.
Tegelijkertijd ben ik mij er pijnlijk van bewust hoe moeilijk
het voor mijn zwager en de rest van de schoonfamilie moet zijn
om het verlies van Eric te kunnen accepteren zonder afscheid van
hem te kunnen nemen. Voor mij is het al zo moeilijk om te bevatten,
laat staan voor hen.
Ik sta voor de uiterst moeilijke taak om op korte termijn iemand
te vinden die hiertoe bereid is. Aan wie durf je zoiets persoonlijks
en intiems te vragen? Twee goede vrienden willen dit voor mij
doen; de een zal foto's nemen van het afscheid en de ander van
de uitvaartplechtigheid. Vooraf worden de mensen hierover geïnformeerd.
Gedurende onze
vakanties maakte Eric altijd foto's. Als herinnering, maar ook
om naar zijn ouders op te sturen. Er werd tijdens onze laatste
vakantie in Suriname nog over gegrapt en ja, soms werd er ook
een beetje tegengestribbeld. Niet iedereen houdt ervan om gefotografeerd
te worden en tot die groep mensen behoor ik ook. Hele families
werden door hem bijeen gegroepeerd en geportretteerd. Na afloop
stuurde ik de foto's op. Eric met zijn onafscheidelijke fototoestel
Wat ben ik blij dat ik al die fotoboeken nog heb, ook al kan ik
er nu nog niet in kijken...
Ik pak zijn fototoestel met flitser uit de kast. Zijn handen hebben
het voor het laatst beroerd en dat doet zo'n pijn. Het is de eerste
keer dat de afschuwelijke realiteit heel even - door de verdoving
heen - tot mij doordringt. In de deksel van de fototas zit een
KLM-sticker geplakt waarop hij in zijn kriebelige handschrift
zijn naam en adres heeft geschreven. Er zit ook een krantenknipsel
in met de valutakoersen van onze laatste vakantie in Spanje.
Ik heb geen ervaring met fotograferen. In een fotozaak laat ik
het toestel controleren. Wat als de accu leeg blijkt te zijn en
de foto's mislukken! De accu is in orde maar er zitten geen batterijen
in de flitser (oh ja, die had hij eruit gehaald voor de afstandbediening
van de TV). De winkelier kijkt me een beetje geïrriteerd
aan. Is dat alles waar ze mij voor nodig heeft, zie ik hem denken.
Op de dag van
het afscheid kijk ik toe hoe vriend Bert het fotorolletje in de
camera probeert te krijgen. Zijn handen beven en ik zie lichte
paniek in zijn ogen. Ik geef hem de handleiding. Mijn hart gaat
naar hem uit. Tijdens het afscheid loop ik even naar hem toe,
sla mijn arm om hem heen en vraag of het gaat. Ik hoor hem snikken
en durf hem niet aan te kijken.
Een paar weken later zijn de foto's (165 stuks) klaar en door
een vriendin op discrete wijze gesneden en in een album geplakt.
Ze komen langs. Voor het eerst moet ik ze ontvangen zonder Eric
aan mijn zijde. Gespannen en een beetje angstig bekijk ik het
album voor de eerste keer. Ik vind het prachtig! Er zit zelfs
een close-up van Eric bij, zo mooi. Wat fijn dat Bert dit heeft
aangedurfd! Alleen, doordat Eric op zijn rug ligt kijk je in zijn
neusgaten en dat is geen prettig gezicht. Een voor een kleur ik
zijn neusgaten met een zwarte viltstift in. Dat is beter.
Ook al verkeerde
ik in een (natuurlijke) staat van verdoving, ik heb alles heel
bewust beleefd, hoe tegenstrijdig dat ook mag klinken. Ik heb
mijn best gedaan om elk detail in mij op te nemen, om ieder gezicht
te onthouden. Maar het waren er zo velen, en dan ook nog zo veel
onbekende gezichten. Ik ben mij overigens geen moment bewust geweest
van de camera. De foto's hebben mij geholpen om alles terug te
halen en opnieuw te beleven.
De eerst drie maanden heb ik het album keer op keer opengeslagen.
Aan de ene kant om - stapje voor stapje - tot mij door te laten
dringen dat Eric inderdaad was overleden, aan de andere kant probeerde
ik hem zo "levend" te houden. Zodra ik ergens op visite
ging nam ik het album steevast onder mijn arm mee. Alsof we toch
samen op stap waren. Ik liet de mensen vrij om er wel of niet
in te kijken want ik realiseerde mij maar al te goed dat niet
iedereen hiertoe in staat is. Maar wat vond ik het fijn wanneer
iemand de foto's samen met mij wilde bekijken!
Inmiddels heb ik mij laten vertellen dat ook bij Nederlandse begrafenissen
fotograferen steeds meer in gebruik raakt. En waarom eigenlijk
ook niet? Als van het begin van het leven opnames worden gemaakt
waarom dan niet van het einde van het leven? Leven en dood liggen
zo dicht bij elkaar.
Ik ben mijn
zwager uiterst dankbaar dat hij om de foto's heeft gevraagd. Ik
huiver als ik eraan denk welk enorm groot offer ik van de twee
vriendenfotografen heb gevraagd. Wat ontiegelijk moeilijk moet
het zijn om je overleden vriend te moeten fotograferen. Er zijn
geen woorden voor om mijn dankbaarheid uit te drukken.
Ja, ik heb periodes waarin het me te veel pijn doet om erin te
kijken. Maar dit album blijft voor mij van onschatbare waarde
en ik zal het de rest van mijn leven blijven koesteren.
Monique Klaverweide
- april 2000
Kort verhaal: De plek
Ze wist dat
op een dag het moment zou komen. Dat de uitvaartverzorger zou
bellen met de boodschap: ,,De urn is klaar, mevrouw, wanneer kan
ik hem bij u komen brengen?" Ze huiverde licht bij de gedachte
dat zijn as zo maar gebracht zou worden. In die mooie urn die
ze met zoveel zorg en liefde voor hem had uitgezocht. Speciaal
voor hem had laten maken. En nu was het dan zo ver. Morgen.
Gemengde gevoelens. Gevoelens van verdriet, van heimwee, melancholie,
van gemis. Maar ook van blijdschap om alles wat ze samen in hun
leven toch nog hebben kunnen doen, ook al had het veel te kort
geduurd. Het had hun hele eindeloze leven lang moeten zijn. Totdat
ze samen oud en grijs, maar met de volle rijkdom van dat lange
leven, samen de laatste resten van hun geluk zouden hebben kunnen
proeven.
Haar hart huilde.
Ze keek naar de plaats waar zijn portret stond. Haar altijd lachende,
zo sterke en zorgzame man. Met wie ze zoveel jaren lief en leed
had gedeeld. Dáár, naast zijn portret, zou straks
de urn komen te staan. Zoals ze in gedachten wel honderden keren
die urn daar al had zien staan.
Maar nu?
Kon ze het wel aan? Zijn niet meer bestaande aanwezigheid? Die
enorme brok levenslust samengebald tot as? Ze keek opnieuw naar
zijn portret. De laatste foto die van hem was gemaakt. Een mooie
foto. Zoals hij was en zoals hij voor altijd in haar hart was
opgeborgen. Op een veilige, onaantastbare plek.
Laat op de avond, in het lege, steeds maar weer zo kille bed,
dacht ze aan de tijd die was en huilde opnieuw in een wervelende
stortvloed van al die kostbare herinneringen.
*
De uitvaartverzorger was stipt op tijd zoals uitvaartverzorgers
altijd zijn. Hij droeg de mooie, maar zichtbaar zware urn heel
voorzichtig en dat deed haar goed. Zo moest het. Wees voorzichtig
met hem, dacht ze, breng hem voorzichtig naar zijn laatste plek.
Ze liep mee met de man, met knikkende knieën. Woordeloos
wees ze hem de plek. Zijn plek. Ze voelde tranen opkomen, maar
wist ze weg te dringen uit een soort misplaatst schaamtegevoel.
Ach, uitvaartzorgers zijn wel wat gewend, bedacht ze toen, ze
weten wat tranen zijn. En liet haar verdriet de vrije loop, terwijl
ze hem, gastvrij als altijd, een kop koffie aanbood.
De man was aardig, begrijpend. ,, Ik drink graag met u een kopje
koffie,"zei hij, ,,tenzij u nu graag alleen wilt zijn".
Wilde ze dat? Wilde ze meteen al alleen zijn met zijn urn? Nee,
ze schudde haar hoofd. ,,Ik ben blij dat u er bent," zei
ze en veegde de tranen van haar gezicht. ,,zoals u er toen ook
was." Hij knikte. Had aan die paar woorden genoeg.
Zoals u er toen ook was. Ze liep bijna mechanisch naar de keuken
en zette met hulpeloze gebaren koffie.
Toen. Alweer maanden geleden, maar toch ook net alsof het gisteren
was. Zo kort geleden nog dat ze van de ene op de andere dag alleen
was. Met lege handen achterbleef. Met steeds die ene, allesverterende,
gedachte: het is maar voor even, het is maar een nare droom, straks
is hij er weer. Maar het was geen nare droom. Het was gewoon zoals
ze haar zo voorzichtig hadden verteld, die ene middag in de zomer.
Voorbij. Zo maar moest ze hem missen. Zo maar was ze alleen.
Ze pakte de kopjes en haar handen beefden toen ze de koffie inschonk.
,,Gaat het nu een beetje mevrouw?" vroeg de man en het klonk
niet eens geroutineerd maar alsof hij echt geïnteresseerd
was in haar. Ze knikte. ,,Ja", zei ze zacht, ,,het gaat wel
weer. Het moet weer gaan".
Woordeloos dronken ze hun koffie.
Later, uren later, zat ze weer alleen op de bank met het lege
kopje in haar handen. Doodstil. Ze keek naar de plek naast zijn
foto. Naar de urn met zijn as. In gedachten voelde ze weer de
warmte van zijn leven door haar heen gloeien. Zijn warmte die
haar leven zo intens had gevuld. ,,Het is goed zo,"zei ze
ineens hardop en keek met een glimlach naar die ene plek, ,,ik
ben blij dat je er weer bent".
Het kopje viel in scherven op de vloer terwijl ze hartverscheurend
huilde.
Bert Vos, april 2000
Boekbespreking:
Doodgaan maar
niet sterven - Moormann, Christina
Een weg
van bewustwording zelfverwerkelijking en heelheid ervaren. Uitg. SIGMA. ISBN: 90-6556-129-3
In de huidige
samenleving is er weinig plaats om pijn, verdriet en rouw te doorleven.
Christina Moorman viel het tijdens haar werk met terminale en
stervende patiënten op dat sommige mensen ondanks hun moeilijke
of benarde omstandigheden toch in staat waren hun lijden te dragen
en zelfs in harmonie en met overgave wisten te sterven.
Daarnaast zag zij mensen die in veel betere omstandigheden verkeerden,
fysiek minder zwaar te lijden hadden, maar ondanks dat vol weerstand
en verzet waren.
Zij ging na hoe de persoon tijdens zijn leven omging met verdriet
en rouw. Was hij of zij in staat het verdriet toe te laten, te
accepteren en het te verwerken of werd het verdrongen naar een
uithoek van de ziel?
Na een diepgaande studie kwam zij tot de conclusie dat mensen
die in hun leven hun leed geaccepteerd en verwerkt hadden, vaak
in harmonie en overgave stierven. Zij keken anders tegen hun lijden
aan en beseften dat dit vaak ook veel goeds, loutering en groei
met zich meebracht. Er ontstaat dan een fundamenteel basisvertrouwen
dat een besef geeft van een onsterfelijk middelpunt.
Doodgaan maar niet sterven is niet alleen van belang voor mensen
in verliessituaties, maar voor iedereen met niet-verwerkte pijnlijke
jeugdherinneringen en innerlijke verwondingen die het leven hier
en nu blijven verstoren. Het leert om oude pijn te laten genezen,
waardoor het leven meer zin krijgt.
Door het hele boekje zijn gedichtjes verwerkt, sommige raken me
diep, anderen zeggen me weinig. Het gedicht wat mij het meest
raakte wil ik je niet onthouden.
Agnes
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren