Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 2e jaargang nr. 6 - maart 2000


Van de redactie: Ineens dat heldere licht

In de afgelopen maand ben ik eindelijk weer volop aan mijn trekken gekomen. Ik schreef reeds eerder dat ik gek ben op helder licht. Heerlijk, helder licht. Het kan me niet licht genoeg zijn. En jawel, nu de dagen weer lekker lengen kiert zo nu en dan een heldere zonnestraal door mijn vaak slordig gesloten gordijnen mijn slaapkamer in en kust me opgewekt wakker. Ik krijg dan zo'n gevoel van: waauww! het wordt weer lente, en straks weer zomer.
Maar dat gevoel komt niet alléén door de lentebries. Het gaat dieper bij mij. Weg is ineens dat sombere gevoel dat me een maand eerder nog fors in z'n greep had. Me zo nu en dan steeds weer opnieuw volledig verlamde. En toen ineens was het na twee jaar -zo maar?- voorbij. Was het alsof ik opnieuw kon beginnen met een schone lei. Dat is een ontzettend fijn gevoel als het je overkomt. Het betekent dat je jouw verdriet op de één of andere manier een plek hebt gegeven in je hart. Misschien is het eerst nog maar een klein plekje, maar het groeit en groeit. Totdat er plaats is voor meer vrolijkheid, voor een nieuw begin. Zoals mij eindelijk is overkomen. En ik liet dat met graagte gebeuren.
En wees er van overtuigd dát het ook jóu zal overkomen. Langzaam zal de grijsheid van je bestaan plaats gaan maken voor lichte zonneplekken. Misschien eerst een héél klein kiertje door je nog steeds gesloten ,,gordijnen", maar dan steeds meer. Vertrouw daar op, ook al is je leven op dit moment nog gevuld met sliertige, grijze nevels die de zon nog geen kans geven om er doorheen te breken. Maar op een gegeven moment breken ook jouw sombere mistflarden uiteen.
Dat wil ik al mijn lotgenoten die nu nog worstelen met het verdriet en de grijsheid van de eenzaamheid, in deze lente-editie als troost meegeven. Dat heerlijke, heldere licht komt op een gegeven moment. Oók voor jou.

Bert Vos
hoofdredactie De Draaikolk


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (2): ,,Neem me mee in jouw hart"


De voorbereidingen

Het voortaan alleen nemen van beslissingen is begonnen. Ik moet onder andere de muziek uitkiezen en daar zit je dan 's avonds. Een van de eerste avonden zonder hem en nog steeds in shocktoestand. Ik kijk naar onze enorme CD-collectie en moet een keuze maken uit al die mooie muziek waar ik altijd samen met hem naar heb geluisterd. Het lijkt haast niet te doen. Maar toch grijp ik vrij snel naar het lied "Blaka Rosoe" van de, inmiddels overleden, Surinaamse zanger "Lieve Hugo". Eric is in Suriname geboren en tijdens onze verkeringstijd werd deze muziek veel gedraaid. Ik lees de Nederlandse vertaling van het refrein en word er diep door geraakt. Iets wat mij vanaf dat moment vaak zal overkomen bij het luisteren naar muziek. Dit liedje wordt het in ieder geval. Ik laat dezelfde tekst op de rouwkaart drukken en tijdens de uitvaartplechtigheid zal mijn vriendin het refrein namens mij voordragen.

Blaka Rosoe (Zwarte Roos)

Mijn zwarte roos, nu je van me heengaat vraag ik je:
'Neem me mee in jouw hart,
niets zal mij weerhouden om van jou te blijven houden,
de plek waar wij elkaar gekust hebben
blijft in mijn herinnering
en in het diepste van mijn hart.'

(W. Kembel-S. Lokhin: The beauty of Surinam. Lieve Hugo, 'King of  Kaseko')

Het afscheid

Op aanraden van mijn huisarts besluit ik na een paar dagen, nog vol twijfels, om alsnog naar het rouwcentrum te gaan om Eric voor het eerst te zien. Mijn vriendin gaat met mij mee en op mijn verzoek gaat zij als eerste naar binnen. Wanneer ze terugkomt verzekert ze mij ervan dat ik gerust kan kijken. Ik neem een slok water, druk mijn gebalde handen tegen mijn borst aan en loop heel langzaam naar de kist toe. Ik zie zijn gezicht en voel direct opluchting. Het is nog steeds dezelfde Eric: mijn grote liefde. Maar wat de meeste indruk op mij maakt is de flauwe glimlach om zijn mond! Er is totaal geen pijn te bespeuren op zijn gezicht. Het lijkt alsof hij slaapt en elk moment zijn ogen zal openen en in schaterlachen zal uitbarsten. Oh, wat mis ik die schaterlach nog elke dag…
Ik zie hoe mijn vriendin zachtjes zijn wangen streelt en zegt: "ach, waarom nou hè"? Na een paar minuten raak ik heel voorzichtig voor het eerst met de punt van mijn wijsvinger zijn hand aan. Het voelt erg koud aan. Hoe vaak heeft hij zijn koude handen niet in die van mij gestopt? In mijn (toen nog) altijd warme handen. Ja, het leven is eruit. Alleen zijn lichaam ligt daar, maar waar is Eric dan nu vraag ik mij voor het eerst af? En waarom ligt hij daar zo tevreden terwijl hij mij alleen achterlaat?

De uitvaartplechtigheid

De aula is een mooie lichte ruimte. Boven de kist is een vide waardoor de kist nu in zonlicht gevangen is. Ik probeer het te negeren en concentreer mij op de vele rouwstukken alsof ik deze voor het eerst zie.
De muziek begint. Als eerste nummer heb ik gekozen voor een lied waarvan ik weet dat mijn schoonmoeder daar zo van houdt en waarvan de tekst zo toepasselijk is. Ze barst in huilen uit en ik heb meteen spijt. Ik heb haar van haar lievelingsnummer beroofd…
Aan het einde komt de begrafenisondernemer mij halen om als eerste op te staan. Ik realiseer mij niet echt dat dit het laatste afscheid is. Ik kijk naar onze trouwfoto die op de kist staat. Twee jonge gelukkige gezichten. Een heel leven geleden en ik voel me opeens zo oud. Ik raak mijn rouwboeket aan op de kist: rode rozen in de vorm van een hart met één zwarte roos in het midden, symbolisch voor Eric. Voorzichtig haal ik de zwarte roos eruit en loop er snel mee weg de aula uit. Het is voorbij…

Terugblik

Ik heb veel geleerd die eerste week na Eric's overlijden. Mijn eerste gevoel was dat ik alléén afscheid van hem wilde nemen. Ik voelde het afscheid als iets persoonlijks tussen hem en mij. Ik wilde het liefst met rust worden gelaten. Toen ik vervolgens werd overstelpt met kaarten en brieven met zoveel lieve woorden erop, met telefoontjes uit binnen- en buitenland en met bezoeken aan huis heeft mij dat - tegen mijn eigen verwachting in - enorm veel goed gedaan. Ik denk dat ik daar de kracht uit heb geput om die eerste dagen door te komen.
Er is die eerste week veel gelachen in ons huis. Herinneringen werden opgehaald uit Eric's jeugd in Suriname. Ik keek toe hoe onze vakantiefotoboeken van hand tot hand gingen. Bij mij ging alles het ene oor in en het andere weer uit maar het voelde goed aan. De kamer was gevuld met liefde, voor Eric, mijn "Blaka Rosoe."

Monique Klaverweide, maart 2000


Boos, héél boos..., door Agnes van Veen

Omdat ik me de afgelopen tijd bijzonder kwaad heb gemaakt over een aantal zaken, mensen, onrecht en gebeurtenissen en daar eigenlijk niet goed weg mee wist, heb ik me meegedaan aan een workshop 'van boosheid naar positieve kracht'. Boosheid die lang en herhaaldelijk onderdrukt wordt, maakt me doodmoe en depressief en dat wil ik niet. Ik ben, samen met een andere vrouw uit de rouwverwerkingsgroep, naar die workshop toegegaan. Het was een pittig weekend met heel veel lijfoefeningen waarin alle emoties die loskwamen ook gedeeld werden.
Er was binnen die groep heel veel onverwerkte boosheid, dus J. en ik pasten daar prima bij. Maar toch….. we waren anders. Beiden reageerden we anders dan de rest van de groep op een bepaalde situaties. Twee voorbeelden wil ik jullie niet onthouden. Ze zijn voor mij zo specifiek voor vrouwen waarvan de partner korte tijd terug is overleden.

Bij één van de oefeningen moest je een kussentje (dat kussentje stond namelijk voor je persoonlijkheid) tot elke prijs bij je houden. Je moest het verdedigen met alles wat je in je had. De tegenstander had als opdracht om juist dat kussentje (lees persoonlijkheid) van je af te pakken. Daar mocht ze alles bij gebruiken. Gewoon vragen, smeken, chantage, maar ook afpakken en als dat nodig was desnoods de ander omvergooien, kussentje grijpen en wegrennen. J. en ik stonden elk aan een kant van de ruimte met elk onze eigen kussentje èn tegenstander. Wij beiden waren zo ons kussentje (lees persoonlijkheid) kwijt. Gewoon…. het werd gevraagd en wij gaven het direct!!!!
Bij een andere oefening moest iedereen zich agressief naar een ander gedragen, intimiderende gebaren, vloeken, alles mocht. Ook hier konden we beiden absoluut niet aan meedoen. Het lukte ons niet. We waren bang voor de agressie en woede van de ander.

Voor ons was het duidelijk. Midden in een rouwproces en dan die agressie en boosheid tegenover je. Ondanks het feit dat we héél goed wisten dat het een gespeelde agressie was. Beroerd werden we ervan. Gelukkig hadden we steun aan elkaar en begrepen de trainers ons en werden we goed opgevangen.
De workshop heeft ons veel goed gedaan. De boosheid die er zat, is geuit. J. kan het zo mooi zeggen "ik heb met ze afgerekend, er is nu ruimte voor nieuwe dingen, het lucht op". Bepaalde technieken hoe je met agressie om kunt gaan, hoe je je eigen boosheid kunt gebruiken om energie op te doen, zijn ons aangereikt en hebben we geoefend.
Al met al een aanrader voor iedereen die met onverwerkte boosheid zit.

Agnes


Gedichten

In gedachten

Ik zag haar staan
en zag haar gaan
dat heeft me echt
heel veel gedaan

Ik zag haar warmte
zag haar lach en ze
vulde daarmee ineens
mijn sombere dag

Ik voelde haar liefde
haar strelende geest
en weet dat zij heel even
weer in mijn leven is geweest

V.
februari 2000

Ik ben

Ik zie mezelf
in het spiegelglas
een man zoals
zovele mannen

Gewoon een mens
zoals zovele mensen?

Ik zie in mijn ogen
mijn verdriet, de hoop
weerspiegeld soms
in tranenglans

Ik zie mezelf
in het spiegelglas
en denk verbaasd:
wie ben ik dan?

Gewoon een mens
die even anders is

Maar als mijn ogen
de spiegel zijn van
mijn ziel dan zie ik toch
dat sprankje hoop


Ik ben wie ik ben: gewoon
een mens zoals zovele mensen,
maar toch ook alwéér:
een stapje verder

V.
februari 2000


Het leven is…

Het leven is als
de golfslag van de zee
Soms word je daar
behoorlijk zeeziek van

Het leven tikt als
de wekker bij je bed
Je bent er niet altijd
even blij mee

Het leven is als
de jaarseizoenen
met de lente of zomer
als je favoriet

Het leven lijkt
soms een casino
Het blijft een gok
of je wint of niet


Maar wat je ook
van het leven vindt
je krijgt er
zelden genoeg van

En het is een wonder
dat we soms zelfs
zo maar even ook nog
gelukkig kunnen zijn

V.
februari 2000

Zo maar?

Zo maar kwam die vonk
die me die kracht weer schonk
zo maar kwam mijn lach
op die ene mooie dag

Zo maar juist na dat moment
van verdriet en pijn
kon ik weer een heel klein
beetje zo maar gelukkig zijn

Soms gebeurt het zo maar
door de magie van een woord
of door de zachte streling van
een onverwacht en ,,ver" gebaar

Zo maar schijnt dan de zon
terwijl de regen buiten
plassen maakt
Zo maar?

V.
februari 2000


De gele post-it velletjes van je leven…, door Bert Vos

In de vorige editie van De Draaikolk deed ik min of meer via de reactie-pagina op verzoek van Ingrid de oproep om eens van gedachten te wisselen over hoe we als weduwen en weduwnaren staan tegenover de mogelijkheid van een nieuwe partner. Het kan je zo maar overkomen. Als je zó ver bent dat je hart weer ruimte heeft. Zoals haar dat is overkomen. En wat dan? Heel veel ambivalente gevoelens zullen je daarbij ongetwijfeld overspoelen. Schuldgevoelens ten opzichte van de overleden partner en -mogelijk- van die knagende gevoelens van ontrouw. En hoe denkt de (schoon-)familie erover, onze kinderen als we die hebben? Hoe reageren ze? Zullen die het als een soort verraad zien of zullen ze juist blij zijn voor ons nieuwe geluk, ons tweede leven? En zullen onze vrienden het snappen of zullen ze je gaan mijden? En nog zoiets onvoorspelbaars: sluit je daarmee niet de mogelijkheid af om nog over je overleden partner te kunnen spreken? Met wie dan ook?

Hoe gaan we met al die tegenstrijdige gevoelens om? Kunnen we daar wel goed mee omgaan? Ingrid worstelt daar duidelijk mee en dat kan ik me zo goed voorstellen. Het is ook niet niks wat je zo maar overkomt. Heel veel tegenstrijdige, verwarrende gevoelens. Heel veel vragen. Maar weten wij daar wel een antwoord op zolang het ons niet zelf is overkomen? En zelfs dán zal het moeilijk zijn om er echt een antwoord op te krijgen.
Maar tegenover al die zo angstige vragen is er natuurlijk ook de zonzijde. Want zo maar ineens is er weer iemand in je leven met wie je gevoelens kunt delen, aan wie je je liefde weer kwijt kunt. Het samen weer kunnen genieten van al die dingen die het leven toch zo waard blijven maken. Het gevoel weer bemind te worden en te kunnen beminnen. En als het gaat om mensen die beiden hun partner door overlijden hebben verloren is het mogelijk om samen dát verlies verder te verwerken. Zonder krampachtigheid. Als een natuurlijk proces van herkenning en erkenning.Natuurlijk, voor lotgenoten die net hun partner hebben verloren, kan dit een heftig en pijnlijk onderwerp zijn. Maar er over praten en lezen kan wél een onderdeel zijn van dat lange proces van verwerking van je verdriet en pijn om het verlies. Het kan bovendien zelfs -als je het zo maar overkomt- tegelijk een nieuw begin zijn. Vandaar dat dit onderwerp óók thuishoort in De Draaikolk. Als een teken dat er, ook al is jouw leven naar je gevoel nu nog wanhopig en uitzichtsloos, er weer nieuwe hoop kan zijn op iets heel bijzonders in je leven.

Joep Fraats stuurde me een e-mail over dit onderwerp. Hij heeft het daarin over de verkeerde woorden als ,,vergeten", ,,plaatsvervanger" en ,,loslaten". Ik denk, met Joep, dat ,,vergeten" nooit aan de orde zal kunnen zijn. Nooit zal een mogelijke nieuwe partner de plaats van mijn overleden vrouw volledig in kunnen nemen. ,,Loslaten" is een zo'n wijds begrip dat ik dáár zonder meer al niet mee uit de voeten kan. Het ,,een beetje loslaten" is misschien een ander verhaal. Marij Reeuwijk maakte in een brief aan mij over dit onderwerp wat dat loslaten betreft een prachtige vergelijking met die gele post-it blaadjes die haar Frits in grote hoeveelheden placht te gebruiken. Hij had er zoveel van in voorraad, dat zij er nog jaren mee vooruit kan…
Marij schreef over die blaadjes: ,,Aanvankelijk plakken ze vrij stevig aan elkaar maar hoe vaker je ze verplaatst hoe moeilijker je ze weer aan elkaar geplakt krijgt en hoe makkelijker je ze van elkaar kunt halen. Net zolang totdat ze niet meer plakken en ze niet meer aan elkaar te verbinden zijn. Dan zijn het twee aparte blaadjes geworden die ooit bij elkaar hebben gehoord en ze gaan ieder hun eigen weg. Toch zullen er altijd lijmresten achterblijven waardoor ze eerder met elkaar verbonden waren. Die blijven en zullen nooit verdwijnen. Daarom is vergeten voor mijn gevoel helemaal niet aan de orde, je kunt iemand die je zo ontzettend dierbaar is geweest en met wie je je hele verdere leven had willen delen nooit vergeten, dat lijkt me onmogelijk en als het al mogelijk zou zijn, dan zou ik het niet eens willen".

Ik vind dat een prachtige vergelijking. Want ze geeft daarmee aan, dat er wel sprake kan zijn van ,,een beetje loslaten", zoals die gele velletjes op een gegeven moment doen. Maar de ,,lijmresten" zijn en blijven heel belangrijk. Die vormen de niet te verwijderen verbinding met je overleden partner, dat o zo belangrijke gele velletje waar jij als dat tweede velletje ooit zo stevig mee verbonden was… Dat zul je nooit kunnen vergeten bij alles wat je verder in je leven zult doen. Ik denk dat daarmee óók de essentie van een mogelijke nieuwe partner heel mooi is samengevat.
Het is aan ons om daarmee goed om te gaan als het ons overkomt. Dat is niet gemakkelijk, integendeel. Ingrid vertelde dat al in het kort. Ik zal haar vragen om háár verhaal te vertellen. Voor een volgende editie. Hoe zij het heeft ervaren.
Ik denk tenslotte dat het krijgen van een nieuwe partner niet zo maar gebeurt. Naar mijn gevoel kan dat pas -ik schreef dat ooit al eens- als je er in je leven ,,ruimte voor hebt gemaakt". Zoveel van je verdriet en pijn om je overleden partner hebt verwerkt, dat er ruimte is in je leven, in je hart, voor een ander. Geen plaatsvervanger, maar echt letterlijk een ander. Onvergelijkbaar vooral. En áls je dat overkomt, ja dan heb ik zelf eigenlijk maar één advies, wat voor dit jaar mijn leidraad is geworden: ,,Láát het gebeuren!"

Bert

(met dank voor de goede suggesties van Marij Reeuwijk, Monique Klaverweide en Joep Fraats, die me echt hebben geholpen om dit verhaal te kunnen schrijven. Met dank aan Ingrid voor haar uitgebreide brief over dit onderwerp).


Het slijt, maar wennen doet het nooit! door Joep Fraats

Het slijt, maar wennen doet het nooit! Dit zijn de woorden van een oude buurvrouw, die zo'n 30 jaar weduwe was toen mijn vrouw overleed, nu ook alweer vier jaar geleden.
Voordat mijn vrouw overleed had ik dikwijls geprobeerd om mij een voorstelling te maken over hoe het zou zijn als zij er straks niet meer was. Toen het zover was bleek dat mijn ergste voorstelling slechts een flets aftreksel van de werkelijkheid was, maar, hoe absurd het ook mag klinken, op het moment dat mijn vrouw overleed was ik ondanks mijn eigen verdriet blij voor haar dat zij eindelijk rust had en dat de pijn voorbij was.
De eerste dagen na het overlijden liep ik als een zombie rond en er drong maar heel weinig tot me door. Ik had nog steeds de neiging om op de vaste medicijntijden en na de vaste rusttijden in actie te komen. Als dan na enige tijd de "rust" rondom je weer een beetje is weergekeerd klim je tussen de geraniums vandaan en ga je je bezinnen over: "Hoe nu verder?"

Ik had me er helemaal op ingesteld om de confrontatie niet uit de weg te gaan en als dat nodig zou blijken ook tot het diepste te gaan. Gelukkig kon ik dat waarmaken, omdat er geen werkgever meer was die mij in dat waarmaken kon hinderen. Bovendien had ik mij voorgenomen dat ik niets meer móest.
Het aantal keren dat alles in mij gilde: "Kom nou maar weer terug want ik vind er helemaal niets meer aan!" zijn niet te tellen, waarna ik weer bewust beelden moest gaan oproepen om het tot mij door te laten dringen dat het echt onomkeerbaar was. Naast alle diepe droefheid heb ik ook heel veel kracht en troost kunnen vinden door mooie en goede herinneringen op te halen.
Ik heb ervaren dat het voor mijn verwerking heel goed was dat ik een paar mensen om mij heen had waar ik altijd met mijn verhaal terecht kon, jammer genoeg hoor je van anderen heel andere verhalen. Na enige tijd ging ik ook selecteren in de personen met wie ik er wél over wilde en kon praten en met welke niet. Want vele mensen horen, maar er zijn slechts weinigen die ook echt kunnen luisteren. Bovendien kwam ik tot de ontdekking dat de mensen zaten te wachten op verwachtbaar gedrag. Wat dat betreft waren zij bij mij aan het verkeerde adres, want ik trok mij er niets van aan wat men van mij dacht en verwachtte en ging mijn eigen weg. Want ik móest immers niets meer?

Ik constateerde bij mijzelf dat ik niet functioneerde zoals voorheen en dat ik op hol geslagen was door allerlei zaken te kopen waarbij ik bij een aantal artikelen later tot de schrikbarende ontdekking kwam dat ik ze nog kon gebruiken ook. Ik kon niet echt een vinger achter het hoe en waarom krijgen, totdat o.a. de behoeftehiërarchie van Maslow boven kwam drijven daarin vond ik een grote herkenning van de situatie en tevens een verklaring voor mijn compenserend koopgedrag. Voor wat betreft je functioneren weten hulpverleners je dan zo mooi te vertellen dat je weer die dingen moet oppikken waar je voorheen ook voldoening in vond. Helaas, als ik al de moed had weten te verzamelen om ergens aan te beginnen en dat sporadisch ook nog afmaakte, dan was diegene er niet meer die mij over mijn bol aaide en mij zei dat ik het goed gedaan had.

Het samenzijn met stellen of er leuke dingen mee te ondernemen was en is nog steeds een ware bezoeking, want je komt altijd weer alleen terug in dat lege huis en later lig je in je hansopje ook weer alleen in je bedje.
Na verloop van tijd slijt het gemis aan die éne maar wordt de eenzaamheid steeds groter. Ik heb mezelf wel eens afgevraagd wat er zou gebeuren als zou blijken dat het niet onomkeerbaar is en zij er ineens weer zou zijn. Zou je de draad dan weer zo kunnen oppakken of zou je weer helemaal aan elkaar moeten wennen?
Het gemis komt weer bijzonder sterk boven drijven bij familiegebeurtenissen, zoals wanneer je dochter tegen je zegt dat zij gaat trouwen en als je jezelf dan ,, alleen" op het stadhuis vindt als getuige van je dochter met aan de andere kant de ouders van de bruidgom. Of wanneer je dochter tegen je zegt dat je opa wordt. In het begin had ik zoiets van: "Nou en? dan word ik opa". Dit duurde totdat ik mijn kleindochter zag en toen ik haar daarna in mijn armen kreeg, konden ze mij bij elkaar vegen omdat ik het niet met háár kon delen. Als nu die hand vol kont vredig bij mij ligt te slapen, dan krijg ik een groot gevoel van vrede over mij, maar tegelijk kan ik wel janken omdat het gemis dan toch weer de kop opsteekt.
Kortom, als je mij nu vraagt hoe het met mij gaat? Dan zeg ik: "Dank je, met mij gaat het uitstekend...!"

Joep Fraats


Doortje, door Agnes van Veen

Sinds mei 1999 heb ik een nieuwe levensgezellin. Ze heeft prachtige bruine ogen die me sme-kend aan kunnen kijken, glanzende bruine haren en een verblindend wit en sterk gebit. Ze haalt rare fratsen uit, laat me soms lachen door haar idiote gedrag, ze wil absoluut niet naar buiten als het regent, loopt met een grote boog om de plassen heen, maar een duik in het vrije water schuwt ze niet. Ook kijkt ze vol verbazing naar de vogeltjes en de weinige sneeuw die er gevallen is. En voor mij het allerbelangrijkste ……. ze heeft een bijzonder vrolijk humeur dat zeer aanstekelijk werkt. De keerzijde is natuurlijk wel dat er in mijn huis enige aanpassingen nodig waren om te zorgen dat zij zich 'thuis' zou voelen. Dit alles heeft geld gekost. Geld wat ik ongetwijfeld veel nuttiger had kunnen besteden. Maar goed, dat heb ik dus niet gedaan. En… ze is het dubbel en dwars waard. Heel veel vreugde beleef ik aan haar aanwezigheid èn aanhankelijkheid. Haar onvoorwaardelijke liefde is mijn deel geworden.
U raadt het natuurlijk al, ik heb het over mijn hondje. Een heel lief klein dwergteckeltje, luisterend naar de naam: Doortje.

Ze heeft het zo 'slecht' getroffen bij mij, het is zo ongelijk verdeeld. Zij moet naar buiten voor een plasje, ook als het koud en nat is terwijl ik kan kiezen uit twee comfortabele warme overdekte toiletten. Zij moet in de regen lopen en ik kan onder de paraplu. Zij loopt op 'blote voeten' door het natte gras en ik heb warme sokken en waterdichte wandelschoenen aan! Heel oneerlijk allemaal. Maar voor mij is het zo goed, zo vreselijk goed!
In het dorp waarin ik woon hebben we een bos. Nou ja 'bos' …… 100 bomen met 3 wandel-paden ertussendoor. Door de regen van de afgelopen dagen is het daar een natte bedoening en de afwatering is bijzonder slecht geregeld. Voeg er alle tranen bij die ik daar geplengd heb en je kunt je wel voorstellen: wat een wateroverlast.

Maar het helpt! Wandelen met je hond, praten met en tegen je hond, samen huilen met je hond. Al m'n geheimen, verdriet, twijfels en m'n wanhoop. Zij hoort het allemaal aan met haar lange oren en begrijpende bruine ogen. Zeker is ook dat al mijn geheimen, verdriet, twijfels en wanhoop niet verder verteld zullen worden. Ik had me geen betere vriend èn luisteraar kunnen bedenken.

Agnes


Gedachtekronkels
van Agnes van Veen

Tijd
Heimwee naar het verleden
Ongelukkig in het heden
Onzeker over de toekomst
Nooit is het goed, er is altijd wat

Pad
Als m'n leven een pad is
dan hebben we dat samen 28 jaar wandelend gedaan
Nu loop ik m'n pad alleen
nou ja...lopend, strompelend! en vind ik er niks meer aan

Vrienden
Altijd is dat iets wat je hoort of het ergens leest
'Als vrienden stoppen je vrienden te zijn,
zijn ze het ook nooit geweest'

Slapen
Wat voorheen m'n grootste hobby was
en ik minstens 8 uur per etmaal absoluut moest doen.
Is nu een crime geworden,
want het begin van mijn slaap was altijd jouw nachtzoen.

Agnes


Een bijzondere liefdesgroet in de lente…

Het zal je maar overkomen! Het overkwam een lotgenote. In de winter had ze het al gezien: een hart in de sneeuw. En daarna groeide het hart om nu te bloeien. Een hartverwarmende, maar ook hartverscheurende liefdesgroet van haar overleden man. Het moet wel een heel bijzonder gevoel zijn te weten dat je partner zoiets moois voor je heeft achtergelaten. Hij liet dat voor háár gebeuren...!


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren