Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 2e jaargang nr. 6 - maart 2000
Van de redactie: Ineens dat heldere licht
In de afgelopen maand
ben ik eindelijk weer volop aan mijn trekken gekomen. Ik schreef
reeds eerder dat ik gek ben op helder licht. Heerlijk, helder
licht. Het kan me niet licht genoeg zijn. En jawel, nu de dagen
weer lekker lengen kiert zo nu en dan een heldere zonnestraal
door mijn vaak slordig gesloten gordijnen mijn slaapkamer in en
kust me opgewekt wakker. Ik krijg dan zo'n gevoel van: waauww!
het wordt weer lente, en straks weer zomer.
Maar dat gevoel komt niet alléén door de lentebries.
Het gaat dieper bij mij. Weg is ineens dat sombere gevoel dat
me een maand eerder nog fors in z'n greep had. Me zo nu en dan
steeds weer opnieuw volledig verlamde. En toen ineens was het
na twee jaar -zo maar?- voorbij. Was het alsof ik opnieuw kon
beginnen met een schone lei. Dat is een ontzettend fijn gevoel
als het je overkomt. Het betekent dat je jouw verdriet op de één
of andere manier een plek hebt gegeven in je hart. Misschien is
het eerst nog maar een klein plekje, maar het groeit en groeit.
Totdat er plaats is voor meer vrolijkheid, voor een nieuw begin.
Zoals mij eindelijk is overkomen. En ik liet dat met graagte gebeuren.
En wees er van overtuigd dát het ook jóu zal overkomen.
Langzaam zal de grijsheid van je bestaan plaats gaan maken voor
lichte zonneplekken. Misschien eerst een héél klein
kiertje door je nog steeds gesloten ,,gordijnen", maar dan
steeds meer. Vertrouw daar op, ook al is je leven op dit moment
nog gevuld met sliertige, grijze nevels die de zon nog geen kans
geven om er doorheen te breken. Maar op een gegeven moment breken
ook jouw sombere mistflarden uiteen.
Dat wil ik al mijn lotgenoten die nu nog worstelen met het verdriet
en de grijsheid van de eenzaamheid, in deze lente-editie als troost
meegeven. Dat heerlijke, heldere licht komt op een gegeven moment.
Oók voor jou.
Bert Vos
hoofdredactie De Draaikolk
Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.
Blaka Rosoe
(2): ,,Neem me mee in jouw
hart"
De voorbereidingen
Het voortaan alleen nemen van beslissingen is begonnen. Ik moet onder andere de muziek uitkiezen en daar zit je dan 's avonds. Een van de eerste avonden zonder hem en nog steeds in shocktoestand. Ik kijk naar onze enorme CD-collectie en moet een keuze maken uit al die mooie muziek waar ik altijd samen met hem naar heb geluisterd. Het lijkt haast niet te doen. Maar toch grijp ik vrij snel naar het lied "Blaka Rosoe" van de, inmiddels overleden, Surinaamse zanger "Lieve Hugo". Eric is in Suriname geboren en tijdens onze verkeringstijd werd deze muziek veel gedraaid. Ik lees de Nederlandse vertaling van het refrein en word er diep door geraakt. Iets wat mij vanaf dat moment vaak zal overkomen bij het luisteren naar muziek. Dit liedje wordt het in ieder geval. Ik laat dezelfde tekst op de rouwkaart drukken en tijdens de uitvaartplechtigheid zal mijn vriendin het refrein namens mij voordragen.
Het afscheid
Op aanraden
van mijn huisarts besluit ik na een paar dagen, nog vol twijfels,
om alsnog naar het rouwcentrum te gaan om Eric voor het eerst
te zien. Mijn vriendin gaat met mij mee en op mijn verzoek gaat
zij als eerste naar binnen. Wanneer ze terugkomt verzekert ze
mij ervan dat ik gerust kan kijken. Ik neem een slok water, druk
mijn gebalde handen tegen mijn borst aan en loop heel langzaam
naar de kist toe. Ik zie zijn gezicht en voel direct opluchting.
Het is nog steeds dezelfde Eric: mijn grote liefde. Maar wat de
meeste indruk op mij maakt is de flauwe glimlach om zijn mond!
Er is totaal geen pijn te bespeuren op zijn gezicht. Het lijkt
alsof hij slaapt en elk moment zijn ogen zal openen en in schaterlachen
zal uitbarsten. Oh, wat mis ik die schaterlach nog elke dag
Ik zie hoe mijn vriendin zachtjes zijn wangen streelt en zegt:
"ach, waarom nou hè"? Na een paar minuten
raak ik heel voorzichtig voor het eerst met de punt van mijn wijsvinger
zijn hand aan. Het voelt erg koud aan. Hoe vaak heeft hij zijn
koude handen niet in die van mij gestopt? In mijn (toen nog) altijd
warme handen. Ja, het leven is eruit. Alleen zijn lichaam ligt
daar, maar waar is Eric dan nu vraag ik mij voor het eerst af?
En waarom ligt hij daar zo tevreden terwijl hij mij alleen achterlaat?
De uitvaartplechtigheid
De aula is een
mooie lichte ruimte. Boven de kist is een vide waardoor de kist
nu in zonlicht gevangen is. Ik probeer het te negeren en concentreer
mij op de vele rouwstukken alsof ik deze voor het eerst zie.
De muziek begint. Als eerste nummer heb ik gekozen voor een lied
waarvan ik weet dat mijn schoonmoeder daar zo van houdt en waarvan
de tekst zo toepasselijk is. Ze barst in huilen uit en ik heb
meteen spijt. Ik heb haar van haar lievelingsnummer beroofd
Aan het einde komt de begrafenisondernemer mij halen om als eerste
op te staan. Ik realiseer mij niet echt dat dit het laatste afscheid
is. Ik kijk naar onze trouwfoto die op de kist staat. Twee jonge
gelukkige gezichten. Een heel leven geleden en ik voel me opeens
zo oud. Ik raak mijn rouwboeket aan op de kist: rode rozen in
de vorm van een hart met één zwarte roos in het
midden, symbolisch voor Eric. Voorzichtig haal ik de zwarte roos
eruit en loop er snel mee weg de aula uit. Het is voorbij
Terugblik
Ik heb veel
geleerd die eerste week na Eric's overlijden. Mijn eerste gevoel
was dat ik alléén afscheid van hem wilde nemen.
Ik voelde het afscheid als iets persoonlijks tussen hem en mij.
Ik wilde het liefst met rust worden gelaten. Toen ik vervolgens
werd overstelpt met kaarten en brieven met zoveel lieve woorden
erop, met telefoontjes uit binnen- en buitenland en met bezoeken
aan huis heeft mij dat - tegen mijn eigen verwachting in - enorm
veel goed gedaan. Ik denk dat ik daar de kracht uit heb geput
om die eerste dagen door te komen.
Er is die eerste week veel gelachen in ons huis. Herinneringen
werden opgehaald uit Eric's jeugd in Suriname. Ik keek toe hoe
onze vakantiefotoboeken van hand tot hand gingen. Bij mij ging
alles het ene oor in en het andere weer uit maar het voelde goed
aan. De kamer was gevuld met liefde, voor Eric, mijn "Blaka
Rosoe."
Monique Klaverweide,
maart 2000
Boos, héél boos..., door Agnes van Veen
Omdat ik me de afgelopen
tijd bijzonder kwaad heb gemaakt over een aantal zaken, mensen,
onrecht en gebeurtenissen en daar eigenlijk niet goed weg mee
wist, heb ik me meegedaan aan een workshop 'van boosheid naar
positieve kracht'. Boosheid die lang en herhaaldelijk onderdrukt
wordt, maakt me doodmoe en depressief en dat wil ik niet. Ik ben,
samen met een andere vrouw uit de rouwverwerkingsgroep, naar die
workshop toegegaan. Het was een pittig weekend met heel veel lijfoefeningen
waarin alle emoties die loskwamen ook gedeeld werden.
Er was binnen die groep heel veel onverwerkte boosheid, dus J.
en ik pasten daar prima bij. Maar toch
.. we waren anders.
Beiden reageerden we anders dan de rest van de groep op een bepaalde
situaties. Twee voorbeelden wil ik jullie niet onthouden. Ze zijn
voor mij zo specifiek voor vrouwen waarvan de partner korte tijd
terug is overleden.
Bij één
van de oefeningen moest je een kussentje (dat kussentje stond
namelijk voor je persoonlijkheid) tot elke prijs bij je houden.
Je moest het verdedigen met alles wat je in je had. De tegenstander
had als opdracht om juist dat kussentje (lees persoonlijkheid)
van je af te pakken. Daar mocht ze alles bij gebruiken. Gewoon
vragen, smeken, chantage, maar ook afpakken en als dat nodig was
desnoods de ander omvergooien, kussentje grijpen en wegrennen.
J. en ik stonden elk aan een kant van de ruimte met elk onze eigen
kussentje èn tegenstander. Wij beiden waren zo ons kussentje
(lees persoonlijkheid) kwijt. Gewoon
. het werd gevraagd
en wij gaven het direct!!!!
Bij een andere oefening moest iedereen zich agressief naar een
ander gedragen, intimiderende gebaren, vloeken, alles mocht. Ook
hier konden we beiden absoluut niet aan meedoen. Het lukte ons
niet. We waren bang voor de agressie en woede van de ander.
Voor ons was
het duidelijk. Midden in een rouwproces en dan die agressie en
boosheid tegenover je. Ondanks het feit dat we héél
goed wisten dat het een gespeelde agressie was. Beroerd werden
we ervan. Gelukkig hadden we steun aan elkaar en begrepen de trainers
ons en werden we goed opgevangen.
De workshop heeft ons veel goed gedaan. De boosheid die er zat,
is geuit. J. kan het zo mooi zeggen "ik heb met ze afgerekend,
er is nu ruimte voor nieuwe dingen, het lucht op". Bepaalde
technieken hoe je met agressie om kunt gaan, hoe je je eigen boosheid
kunt gebruiken om energie op te doen, zijn ons aangereikt en hebben
we geoefend.
Al met al een aanrader voor iedereen die met onverwerkte boosheid
zit.
Agnes
De gele post-it velletjes van je leven , door Bert Vos
In de vorige editie van De Draaikolk deed ik min of meer via de reactie-pagina op verzoek van Ingrid de oproep om eens van gedachten te wisselen over hoe we als weduwen en weduwnaren staan tegenover de mogelijkheid van een nieuwe partner. Het kan je zo maar overkomen. Als je zó ver bent dat je hart weer ruimte heeft. Zoals haar dat is overkomen. En wat dan? Heel veel ambivalente gevoelens zullen je daarbij ongetwijfeld overspoelen. Schuldgevoelens ten opzichte van de overleden partner en -mogelijk- van die knagende gevoelens van ontrouw. En hoe denkt de (schoon-)familie erover, onze kinderen als we die hebben? Hoe reageren ze? Zullen die het als een soort verraad zien of zullen ze juist blij zijn voor ons nieuwe geluk, ons tweede leven? En zullen onze vrienden het snappen of zullen ze je gaan mijden? En nog zoiets onvoorspelbaars: sluit je daarmee niet de mogelijkheid af om nog over je overleden partner te kunnen spreken? Met wie dan ook?
Hoe gaan we
met al die tegenstrijdige gevoelens om? Kunnen we daar wel goed
mee omgaan? Ingrid worstelt daar duidelijk mee en dat kan ik me
zo goed voorstellen. Het is ook niet niks wat je zo maar overkomt.
Heel veel tegenstrijdige, verwarrende gevoelens. Heel veel vragen.
Maar weten wij daar wel een antwoord op zolang het ons niet zelf
is overkomen? En zelfs dán zal het moeilijk zijn om er
echt een antwoord op te krijgen.
Maar tegenover al die zo angstige vragen is er natuurlijk ook
de zonzijde. Want zo maar ineens is er weer iemand in je leven
met wie je gevoelens kunt delen, aan wie je je liefde weer kwijt
kunt. Het samen weer kunnen genieten van al die dingen die het
leven toch zo waard blijven maken. Het gevoel weer bemind te worden
en te kunnen beminnen. En als het gaat om mensen die beiden hun
partner door overlijden hebben verloren is het mogelijk om samen
dát verlies verder te verwerken. Zonder krampachtigheid.
Als een natuurlijk proces van herkenning en erkenning.Natuurlijk,
voor lotgenoten die net hun partner hebben verloren, kan dit een
heftig en pijnlijk onderwerp zijn. Maar er over praten en lezen
kan wél een onderdeel zijn van dat lange proces van verwerking
van je verdriet en pijn om het verlies. Het kan bovendien zelfs
-als je het zo maar overkomt- tegelijk een nieuw begin zijn. Vandaar
dat dit onderwerp óók thuishoort in De Draaikolk.
Als een teken dat er, ook al is jouw leven naar je gevoel nu nog
wanhopig en uitzichtsloos, er weer nieuwe hoop kan zijn op iets
heel bijzonders in je leven.
Joep Fraats
stuurde me een e-mail over dit onderwerp. Hij heeft het daarin
over de verkeerde woorden als ,,vergeten", ,,plaatsvervanger"
en ,,loslaten". Ik denk, met Joep, dat ,,vergeten" nooit
aan de orde zal kunnen zijn. Nooit zal een mogelijke nieuwe partner
de plaats van mijn overleden vrouw volledig in kunnen nemen. ,,Loslaten"
is een zo'n wijds begrip dat ik dáár zonder meer
al niet mee uit de voeten kan. Het ,,een beetje loslaten"
is misschien een ander verhaal. Marij Reeuwijk maakte in een brief
aan mij over dit onderwerp wat dat loslaten betreft een prachtige
vergelijking met die gele post-it blaadjes die haar Frits in grote
hoeveelheden placht te gebruiken. Hij had er zoveel van in voorraad,
dat zij er nog jaren mee vooruit kan
Marij schreef over die blaadjes: ,,Aanvankelijk plakken ze vrij
stevig aan elkaar maar hoe vaker je ze verplaatst hoe moeilijker
je ze weer aan elkaar geplakt krijgt en hoe makkelijker je ze
van elkaar kunt halen. Net zolang totdat ze niet meer plakken
en ze niet meer aan elkaar te verbinden zijn. Dan zijn het twee
aparte blaadjes geworden die ooit bij elkaar hebben gehoord en
ze gaan ieder hun eigen weg. Toch zullen er altijd lijmresten
achterblijven waardoor ze eerder met elkaar verbonden waren. Die
blijven en zullen nooit verdwijnen. Daarom is vergeten voor mijn
gevoel helemaal niet aan de orde, je kunt iemand die je zo ontzettend
dierbaar is geweest en met wie je je hele verdere leven had willen
delen nooit vergeten, dat lijkt me onmogelijk en als het al mogelijk
zou zijn, dan zou ik het niet eens willen".
Ik vind dat
een prachtige vergelijking. Want ze geeft daarmee aan, dat er
wel sprake kan zijn van ,,een beetje loslaten", zoals die
gele velletjes op een gegeven moment doen. Maar de ,,lijmresten"
zijn en blijven heel belangrijk. Die vormen de niet te verwijderen
verbinding met je overleden partner, dat o zo belangrijke gele
velletje waar jij als dat tweede velletje ooit zo stevig mee verbonden
was
Dat zul je nooit kunnen vergeten bij alles wat je verder
in je leven zult doen. Ik denk dat daarmee óók de
essentie van een mogelijke nieuwe partner heel mooi is samengevat.
Het is aan ons om daarmee goed om te gaan als het ons overkomt.
Dat is niet gemakkelijk, integendeel. Ingrid vertelde dat al in
het kort. Ik zal haar vragen om háár verhaal te
vertellen. Voor een volgende editie. Hoe zij het heeft ervaren.
Ik denk tenslotte dat het krijgen van een nieuwe partner niet
zo maar gebeurt. Naar mijn gevoel kan dat pas -ik schreef dat
ooit al eens- als je er in je leven ,,ruimte voor hebt gemaakt".
Zoveel van je verdriet en pijn om je overleden partner hebt verwerkt,
dat er ruimte is in je leven, in je hart, voor een ander. Geen
plaatsvervanger, maar echt letterlijk een ander. Onvergelijkbaar
vooral. En áls je dat overkomt, ja dan heb ik zelf eigenlijk
maar één advies, wat voor dit jaar mijn leidraad
is geworden: ,,Láát het gebeuren!"
Bert
(met dank voor de goede suggesties van Marij Reeuwijk, Monique Klaverweide en Joep Fraats, die me echt hebben geholpen om dit verhaal te kunnen schrijven. Met dank aan Ingrid voor haar uitgebreide brief over dit onderwerp).
Het slijt, maar wennen doet het nooit! door Joep Fraats
Het slijt, maar wennen
doet het nooit! Dit zijn de woorden van een oude buurvrouw, die
zo'n 30 jaar weduwe was toen mijn vrouw overleed, nu ook alweer
vier jaar geleden.
Voordat mijn vrouw overleed had ik dikwijls geprobeerd om mij
een voorstelling te maken over hoe het zou zijn als zij er straks
niet meer was. Toen het zover was bleek dat mijn ergste voorstelling
slechts een flets aftreksel van de werkelijkheid was, maar, hoe
absurd het ook mag klinken, op het moment dat mijn vrouw overleed
was ik ondanks mijn eigen verdriet blij voor haar dat zij eindelijk
rust had en dat de pijn voorbij was.
De eerste dagen na het overlijden liep ik als een zombie rond
en er drong maar heel weinig tot me door. Ik had nog steeds de
neiging om op de vaste medicijntijden en na de vaste rusttijden
in actie te komen. Als dan na enige tijd de "rust" rondom
je weer een beetje is weergekeerd klim je tussen de geraniums
vandaan en ga je je bezinnen over: "Hoe nu verder?"
Ik had me er
helemaal op ingesteld om de confrontatie niet uit de weg te gaan
en als dat nodig zou blijken ook tot het diepste te gaan. Gelukkig
kon ik dat waarmaken, omdat er geen werkgever meer was die mij
in dat waarmaken kon hinderen. Bovendien had ik mij voorgenomen
dat ik niets meer móest.
Het aantal keren dat alles in mij gilde: "Kom nou maar weer
terug want ik vind er helemaal niets meer aan!" zijn niet
te tellen, waarna ik weer bewust beelden moest gaan oproepen om
het tot mij door te laten dringen dat het echt onomkeerbaar was.
Naast alle diepe droefheid heb ik ook heel veel kracht en troost
kunnen vinden door mooie en goede herinneringen op te halen.
Ik heb ervaren dat het voor mijn verwerking heel goed was dat
ik een paar mensen om mij heen had waar ik altijd met mijn verhaal
terecht kon, jammer genoeg hoor je van anderen heel andere verhalen.
Na enige tijd ging ik ook selecteren in de personen met wie ik
er wél over wilde en kon praten en met welke niet. Want
vele mensen horen, maar er zijn slechts weinigen die ook echt
kunnen luisteren. Bovendien kwam ik tot de ontdekking dat de mensen
zaten te wachten op verwachtbaar gedrag. Wat dat betreft waren
zij bij mij aan het verkeerde adres, want ik trok mij er niets
van aan wat men van mij dacht en verwachtte en ging mijn eigen
weg. Want ik móest immers niets meer?
Ik constateerde bij mijzelf dat ik niet functioneerde zoals voorheen en dat ik op hol geslagen was door allerlei zaken te kopen waarbij ik bij een aantal artikelen later tot de schrikbarende ontdekking kwam dat ik ze nog kon gebruiken ook. Ik kon niet echt een vinger achter het hoe en waarom krijgen, totdat o.a. de behoeftehiërarchie van Maslow boven kwam drijven daarin vond ik een grote herkenning van de situatie en tevens een verklaring voor mijn compenserend koopgedrag. Voor wat betreft je functioneren weten hulpverleners je dan zo mooi te vertellen dat je weer die dingen moet oppikken waar je voorheen ook voldoening in vond. Helaas, als ik al de moed had weten te verzamelen om ergens aan te beginnen en dat sporadisch ook nog afmaakte, dan was diegene er niet meer die mij over mijn bol aaide en mij zei dat ik het goed gedaan had.
Het samenzijn
met stellen of er leuke dingen mee te ondernemen was en is nog
steeds een ware bezoeking, want je komt altijd weer alleen terug
in dat lege huis en later lig je in je hansopje ook weer alleen
in je bedje.
Na verloop van tijd slijt het gemis aan die éne maar wordt
de eenzaamheid steeds groter. Ik heb mezelf wel eens afgevraagd
wat er zou gebeuren als zou blijken dat het niet onomkeerbaar
is en zij er ineens weer zou zijn. Zou je de draad dan weer zo
kunnen oppakken of zou je weer helemaal aan elkaar moeten wennen?
Het gemis komt weer bijzonder sterk boven drijven bij familiegebeurtenissen,
zoals wanneer je dochter tegen je zegt dat zij gaat trouwen en
als je jezelf dan ,, alleen" op het stadhuis vindt als getuige
van je dochter met aan de andere kant de ouders van de bruidgom.
Of wanneer je dochter tegen je zegt dat je opa wordt. In het begin
had ik zoiets van: "Nou en? dan word ik opa". Dit duurde
totdat ik mijn kleindochter zag en toen ik haar daarna in mijn
armen kreeg, konden ze mij bij elkaar vegen omdat ik het niet
met háár kon delen. Als nu die hand vol kont vredig
bij mij ligt te slapen, dan krijg ik een groot gevoel van vrede
over mij, maar tegelijk kan ik wel janken omdat het gemis dan
toch weer de kop opsteekt.
Kortom, als je mij nu vraagt hoe het met mij gaat? Dan zeg ik:
"Dank je, met mij gaat het uitstekend...!"
Joep Fraats
Doortje, door Agnes van Veen
Sinds mei 1999 heb ik
een nieuwe levensgezellin. Ze heeft prachtige bruine ogen die
me sme-kend aan kunnen kijken, glanzende bruine haren en een verblindend
wit en sterk gebit. Ze haalt rare fratsen uit, laat me soms lachen
door haar idiote gedrag, ze wil absoluut niet naar buiten als
het regent, loopt met een grote boog om de plassen heen, maar
een duik in het vrije water schuwt ze niet. Ook kijkt ze vol verbazing
naar de vogeltjes en de weinige sneeuw die er gevallen is. En
voor mij het allerbelangrijkste
. ze heeft een bijzonder
vrolijk humeur dat zeer aanstekelijk werkt. De keerzijde is natuurlijk
wel dat er in mijn huis enige aanpassingen nodig waren om te zorgen
dat zij zich 'thuis' zou voelen. Dit alles heeft geld gekost.
Geld wat ik ongetwijfeld veel nuttiger had kunnen besteden. Maar
goed, dat heb ik dus niet gedaan. En
ze is het dubbel en
dwars waard. Heel veel vreugde beleef ik aan haar aanwezigheid
èn aanhankelijkheid. Haar onvoorwaardelijke liefde is mijn
deel geworden.
U raadt het natuurlijk al, ik heb het over mijn hondje. Een heel
lief klein dwergteckeltje, luisterend naar de naam: Doortje.
Ze heeft het
zo 'slecht' getroffen bij mij, het is zo ongelijk verdeeld. Zij
moet naar buiten voor een plasje, ook als het koud en nat is terwijl
ik kan kiezen uit twee comfortabele warme overdekte toiletten.
Zij moet in de regen lopen en ik kan onder de paraplu. Zij loopt
op 'blote voeten' door het natte gras en ik heb warme sokken en
waterdichte wandelschoenen aan! Heel oneerlijk allemaal. Maar
voor mij is het zo goed, zo vreselijk goed!
In het dorp waarin ik woon hebben we een bos. Nou ja 'bos'
100 bomen met 3 wandel-paden ertussendoor. Door de regen van de
afgelopen dagen is het daar een natte bedoening en de afwatering
is bijzonder slecht geregeld. Voeg er alle tranen bij die ik daar
geplengd heb en je kunt je wel voorstellen: wat een wateroverlast.
Maar het helpt! Wandelen met je hond, praten met en tegen je hond, samen huilen met je hond. Al m'n geheimen, verdriet, twijfels en m'n wanhoop. Zij hoort het allemaal aan met haar lange oren en begrijpende bruine ogen. Zeker is ook dat al mijn geheimen, verdriet, twijfels en wanhoop niet verder verteld zullen worden. Ik had me geen betere vriend èn luisteraar kunnen bedenken.
Agnes
Een bijzondere liefdesgroet in de lente
Het zal je maar overkomen! Het overkwam een lotgenote. In de winter had ze het al gezien: een hart in de sneeuw. En daarna groeide het hart om nu te bloeien. Een hartverwarmende, maar ook hartverscheurende liefdesgroet van haar overleden man. Het moet wel een heel bijzonder gevoel zijn te weten dat je partner zoiets moois voor je heeft achtergelaten. Hij liet dat voor háár gebeuren...!
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren