Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 2e jaargang nr. 5 - februari 2000

 


Van de redactie: De Draaikolk in een stroomversnelling

Als een draaikolk in een stroomversnelling raakt, wat krijg je dan? In het begin waarschijnlijk een beetje extra chaos. Zo zou je De Draaikolk op dit moment ook min of meer kunnen omschrijven. Ons Internet-tijdschrift voor mensen die hun partner door overlijden hebben verloren is in de eerste maand van het nieuwe jaar duidelijk in die stroomversnelling terecht gekomen. Doordat verschillende instanties, verenigingen en stichtingen er toe overgegaan zijn om De Draaikolk ook als link op te nemen op hun site, is de stroom reacties aanzienlijk gegroeid. Zo staat er nu ook een link naar De Draaikolk op de site ,,Rouw en verliesverwerking" en op de gloednieuwe site van de Stichting dr. Elisabeth Kübler-Ross die zich intensief bezig houdt met het gedachtengoed van deze bekende Amerikaans/Zwitserse psychiater en schrijfster van tal van boeken over stervensbegeleiding en verliesverwerking. Uiteraard hebben we de site van deze stichting ook als relevante link opgenomen. Click er eens naar toe.

Al met al betekent bovenstaande dat De Draaikolk als internettijdschrift voor mensen die hun partner hebben verloren een bredere bekendheid krijgt en ook al heeft gekregen. En dat heeft weer consequenties. Mijn mailbox raakte er bijna even door verstopt, zou je kunnen zeggen, vooral aan het eind van het vorige en het begin van het nieuwe jaar. En dat brengt me op de ,,chaos" die dat oplevert. Ik heb de (goede) gewoonte om zo snel mogelijk persoonlijk op elke reactie van lotgenoten al dan niet kort te antwoorden. Juist daardoor ontstaan er namelijk goede contacten en een wisselwerking die zo belangrijk is bij het verder verwerken van het verlies: de erkenning en herkenning ervan.
Ik weet hoe moeilijk het soms is om als rouwende die eerste drempel te nemen en zo maar te schrijven. Het is dan ook fijn dat -als je die drempel eenmaal hebt genomen- je zo snel mogelijk een reactie terug krijgt. Zo heb ik dat ook altijd gevoeld en probeer dat dan ook steeds in de praktijk te brengen. Maar door de grotere hoeveelheid e-mail loop ik soms wat achter op het beantwoorden van al die brieven en reacties. Ook mijn tijd is helaas beperkt. Mijn excuses daarvoor. Wees ervan overtuigd dat ik al jullie e-mail in ieder geval heel intensief lees en, als daar voldoende tijd voor is, ook zal beantwoorden. Maar ik beperk me zoveel mogelijk tot lotgenoten, ook al krijg ik ook e-mail van mensen die hun ouders, hun kind, broer of zus zijn verloren. Maar dáárvoor is deze site, helaas voor hen, niet ingericht. (zie ook de link met de pagina: ,,Wat je over deze site moet weten")

Verder werd ik benaderd door een lotgenote die een (Nederlandstalige) mailinglist voor weduwen en weduwnaren beheert met het verzoek deze mailinglist als link op te willen nemen. Ik heb dat gedaan. Ik weet niet uit eigen ervaring of zo'n mailinglist goed werkt, maar ,,niet geschoten is altijd mis", zeg ik altijd tegen mezelf. Lotgenoten die dat willen kunnen zich daar melden en hun e-mailadres laten opnemen. En natuurlijk zelf hun ervaringen er op zetten, die dan naar alle aangesloten lotgenoten verzonden worden. Eigenlijk een uitgebreide ,,Mailbox"-pagina. Ook via zo'n mailinglist kun je ervaringen en gevoelens met anderen delen. Een goed initiatief dus.

Kortom: ik ben blij dat De Draaikolk als internettijdschrift een bredere belangstelling heeft gekregen en nu ook veel gemakkelijker door lotgenoten is te vinden. Het moeizame en soms wanhopige zoeken is wat dat betreft nu wel een beetje voorbij, denk ik. En daarmee wordt de doelstelling van deze site alleen maar versterkt: het geven van steun en begrip, herkenning en erkenning van het verdriet en de pijn van mensen zoals ik, die hun partner hebben verloren. Het motto waarmee ik het nieuwe jaar in de vorige editie startte komt daarmee nog beter tot z'n recht: Laat het gebeuren!

Bert Vos
hoofdredacteur De Draaikolk


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze en de komende edities van De Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe, door Monique Vos

(1) De avond waarop mijn leven tot stilstand  kwam

Het was een prachtige zonovergoten maandag geweest. Na het avondeten zaten we in het zonnetje op ons terras te genieten van de laatste zonnestralen van het prille voorjaar. De zaterdag en zondag daarvoor hadden wij, zoals wij dat bij goed weer regelmatig deden, een tochtje gemaakt op onze motor. Een maand ervoor hadden wij onze chopper ingeruild voor een Ducati. Eindelijk was zijn jongensdroom in vervulling gegaan. Hij had zijn racemotor! Niet dat hij een snelheidsduivel was. Als er iemand was die voorzichtig reed en zich bewust was van de risico's dan was hij dat wel. Nee, maar deze motor voelde pas aan als een échte motor. Zijn toch al altijd vrolijke gezicht straalde nu helemaal.

"Ik ga nog even een ritje maken, ga je mee", vroeg hij? Moe en beurs na twee dagen onwennig achterop de nieuwe motor te hebben gezeten besloot ik om lekker in mijn ligstoel te blijven liggen. "Ik ga even op de fiets naar de garagebox om de motor op te halen en daarna kom ik terug om mijn pak aan te trekken", zei hij, want met zo'n leren harnas aan is het moeilijk fietsen. Zo gezegd, zo gedaan. Hij kwam nog terug (waar ik zo dankbaar voor ben!) om iets fris te drinken en vroeg me: "ga je echt niet mee?" Ik ging niet mee. Ondanks mijn aandringen besloot hij om zijn te warme pak toch maar niet aan te doen. "Ik ga niet ver weg; ik ben zo terug en ik rij niet hard" , verzekerde hij me. Zoals altijd gaven we elkaar een zoen en nadat we naar elkaar hadden gezwaaid reed hij rond 19.30 uur weg. Ik voelde me heel droevig toen ik hem zag wegrijden...

Rond 20.30 uur ging de bel boven bij de voordeur van ons appartement. Er van uitgaande dat hij weer eens zijn sleutel niet wilde gebruiken deed ik open in de verwachting dat hij het was. Er stonden twee jonge, ernstig kijkende, politieagenten voor de deur die vroegen of ik mevrouw Klaverweide was hetgeen ik, nog steeds niets vermoedend, bevestigde. Een paar maanden eerder was er in ons pand ingebroken en waren er ook politieagenten aan de deur geweest om te vragen of wij iets gehoord of gezien hadden. Daarna werd mij gevraagd of ik de vrouw van Eric Klaverweide was. Toen begon het te dagen en herkende ik de ontreddering op de twee gezichten. Ik kromp in elkaar en moest mijn razend kloppend hart vasthouden: "Oh god, is er iets met hem gebeurd? Uw man heeft een motorongeluk gehad." Ik liep direct naar de woonkamer en ging op de bank zitten, achtervolgd door de agenten. "Hoe is het met hem?", vroeg ik voorzichtig. "Hij is overleden mevrouw…"

Het is niet in woorden uit te drukken hoe ik me voelde. Het was te veel, te erg om te kunnen bevatten. Mijn hersenen konden dit verschrikkelijke nieuws niet registreren. Naar mijn beleving bleef het vervolgens een tijdlang stil. De agenten nog steeds wachtend op mijn reactie die maar uitbleef. Wat moet ik nu zeggen dacht ik bij mezelf. Ze zitten duidelijk op een reactie van mij te wachten. Het enige wat ik op dat moment kon bedenken was: "nou, dat was het dan..."
Om de stilte verder op te vullen vroeg ik wat er was gebeurd maar echt horen wilde ik het niet. Ze vertelden me kort gezegd dat hij als gevolg van een plotselinge inhaalmanoeuvre van een automobilist door die auto opzij was geraakt, de macht over het stuur had verloren en met zijn hoofd tegen een lantaarnpaal was terecht gekomen. Het enige wat voor mij op dat moment telde was om te weten of hij geleden had. "Nee", werd mij verzekerd, "uw man heeft zijn nek gebroken en was op slag dood…"

Vervolgens ben ik als een zombie naar de slaapkamer gegaan om ons bed op te maken en om zijn kleren, die hij een uur daarvoor nog over een stoel had gehangen, in de kast te proppen, want er zouden nu wel veel mensen over de vloer gaan komen en dan moest alles toch aan kant zijn…
Het was duidelijk dat de agenten niet wisten wat ze met mij aanmoesten. Geen enkele uiting van verdriet, geen uitbarsting, niets. Het enige wat ik voelde was medelijden met die twee jonge mannen die mij dit onheilsbericht moesten brengen.
Eén van hen kwam mij achterna om in de gaten te houden wat ik ging doen en hij vroeg mij wat voor iemand mijn man was geweest in een poging om bij mij een reactie uit te lokken. Was geweest, was geweest, dacht ik, waar heeft die man het over? Ik kon niets anders uitbrengen dan: "geweldig."

"Uw man is zojuist naar het ziekenhuis overgebracht. Wij willen u naar hem toebrengen", boden zij aan. Nee, dat wilde ik niet. Wat voor zin had dat, hij was toch dood hadden zij mij zojuist verteld? Door daar naartoe te gaan werd hij toch niet meer levend? Inmiddels was bij mij de eerste emotie naar boven gekomen; een emotie welke ik nog maanden zou voelen: angst. Onuitgesproken angst om zijn, naar ik aannam, gewonde en bebloede lichaam te zien. Die aanblik kon ik niet verdragen. De eerste fase van de ontkenning waar ik nog maanden in zou blijven steken was hiermee ingetreden. Ondanks aandringen dat het beter zou zijn als ik wél naar het ziekenhuis zou gaan, was ik niet over te halen.

Nadat ik hen vergeefs iets te drinken had aangeboden (ik had met hen te doen) stonden de agenten erop dat er iemand bij mij zou komen. Ze mochten mij niet alleen achterlaten. Ook dat wilde ik niet. Niemand kon immers iets voor mij doen, tenzij iemand mij hem kon terugbrengen...
Maar ze waren niet te vermurwen; ik mocht niet alleen blijven. Zowel mijn ouders als schoonouders verbleven in het buitenland; de eerste tijdelijk, de laatste permanent. Schoorvoetend heb ik ermee ingestemd om er anderen bij te halen. Hoe die avond verder is verlopen kan ik mij niet meer herinneren.

Die nacht heb ik de klok van de bovenburen elk uur horen slaan. Wat mijn gedachten waren, zo ik die al had, weet ik niet meer. Wel heb ik sindsdien en tot op de dag van vandaag nog steeds last van hartkloppingen en een beklemmend gevoel op mijn borst, af en toe vergezeld gaande van pijnscheuten. Mijn hart heeft het zwaar te verduren; er zit een scheur in.
Wat mij wel is bijgebleven is dat ik de hele nacht door keihard vogels heb horen fluiten. Dat verbaasde mij omdat ik er wel eens over geklaagd had dat ik nog maar weinig vogels zag in de jonge bomen die nog niet zo lang geleden voor ons appartementencomplex waren geplant. Het lijkt wel of hij daar de hand in heeft gehad, dacht ik stiekem…

Op die onbeschrijflijke avond, nu ruim acht maanden geleden, kwam mijn leven tot stilstand en het heeft zeker vijf maanden geduurd voordat er weer - tergend langzaam - een klein beetje beweging in kwam.

Monique Klaverweide, februari 2000


Ik ben gek op helder licht, door Bert Vos

Ik ben gek op helder licht. Ik hou van helderheid, van de helderheid van het bestaan. Van de heldere zon, een helder landschap en heldere gedachten. De Tjechische schrijver Milan Kundera heeft een schitterend boek geschreven over de ondraaglijke helderheid van het bestaan: ,,The unbeareble lightness of being", regisseur Philip Kaufman maakte er in 1988 een al even mooie film van. Soms kan de helderheid van je bestaan inderdaad ondraaglijk zijn. Dan is alles te duidelijk, te helder. En wordt die overbelichte helderheid pijnlijk aan je ogen, ga je er van tranen. Zoals het aanvankelijke ongeloof over de dood van je partner opeens ondraaglijk helder wordt.

Die helderheid kan, ik weet het, ontzettend pijnlijk en verdrietig zijn. Maar toch ben ik gek op helder licht. Ik haat de sombere grijsheid van een waterige winter. Ik verafschuw die winterochtenden als je wakker wordt zonder een kierende straal zonlicht door de 's avonds niet goed gesloten gordijnen. En ik mis de vroege zang van de vogels in de bomen achter mijn huis. Maar ik mis zoveel.

En dan ontdek ik ineens tot mijn verbazing dat het alweer februari is en dat het er elke dag een klein beetje helderder uit gaat zien in mijn leven. Elke dag is het daglicht er een minuutje of zo eerder en dat geeft de soms sombere burger moed. Wat dat betreft zou ik eigenlijk in juni naar het noorden moeten reizen om dag en nacht de zon te kunnen zien. Maar dan zou ik de ongelooflijke helderheid van het zonlicht in de Provençe moeten missen. En me vooral niet kunnen koesteren in de warmte ervan.
Eigenlijk zou de middernachtzon altijd moeten schijnen, waar dan ook. Of die zon zou met je mee moeten reizen, waar je ook naar toe gaat. Nooit meer lezen of schrijven in het licht van een lamp.

Ik ben gek op helder licht. Ik hou van heldere gedachten. Maar dat laatste wil me nog lang niet altijd lukken. Dan worden mijn gedachten ineens vertroebeld door flarden herinneringen. Door beelden van jaren geleden. Mooie beelden, heldere beelden ook wel soms. Maar toch: flarden, met rafelige randen. En dan word ik wakker en lig in het donker van mijn slaapkamer naar een donker plafond te staren. De middernachtzon heel ver van mijn bed.

Ik ben gek op helder licht. Daarom lig ik waarschijnlijk ook nog wel eens 's nachts wakker. En wacht geduldig tot de zon opgaat en de duister voortjagende wolken ook in mijn geest worden verjaagd en mijn ogen het licht opslorpt met de gulzigheid van een woestijnreiziger die eindelijk na weken zonder water een oase met een klaterende waterval heeft bereikt.
Heerlijk, helder licht. En dat mag wat mij betreft bij voorkeur met een pilsje onder de warme Provençaalse zon zijn. Als het maar helder is. Ik voel me nu net zo'n trekvogel in de nazomer: nog even geduld voordat ik maar weer eens naar het zuiden trek. De zon tegemoet.

Ach, het is februari. Het is nog winter. Ook al komt de zon, te vaak verscholen achter mistige regenflarden, elke morgen een minuutje of zo eerder op. Toch is het fijn om even te dromen van die onvoorstelbare, eigenlijk ondraaglijke helderheid in mijn geest. (V.)


Gedichten

Vallen en opstaan

Een jaar van vallen en opstaan
Een jaar van hard èn stil verdriet
Een jaar van weten wat pijn is
Een jaar van eeuwig gemis.

Agnes

*

Aanval

Intense golven van boosheid
slaan woedend stuk op
mijn nog steeds gewonde geest
verscheurt, vertrapt, verwerpt

Als een vloed golft de woede
wild en woest over
de weggeslagen duinen
van mijn vergeefse hoop

Boosheid verscheurt de hoop
en woede vertrapt de poging
ongeloof verwerpt wat mijn
gewonde geest al jaren weet

En dan, als de woedegolven zich
eindelijk hebben terug getrokken
kiert de zon aarzelend langs
de halfgesloten gordijnen

Moegebeukt sluit mijn geest
zich zonder moeite af
voor de ratelende wekker

V.

januari 2000

*

In memoriam

Ik herinner me jou
zoals ik me jou
herinneren wil

Ik zie jou in mijn
gedachten zoals
ik je het liefste zie

Ik hoor je zeggen
wat ik het liefste
van je horen wil

Maar soms heb ik moeite
om me jou voor
m'n geest te halen
zoals je werkelijk was

Toch blijf je voor me
ondanks alles
onveranderd als het
laatste warme beeld
dat ik van je had

V.


31 januari 2000

*

Wijs me de plek

Wie weet waarheen
de zielen zijn gevlucht?
Wie kent de route
naar die plek?

Wijs me de weg
en laat me even
een bezoek brengen
Ik zal niet storen

Ik zal alleen maar stil
luisteren naar het
fluisteren van je geest
die ik daar zocht

Dan ga ik terug en
zal niets verder vragen
Maar wijs me de plek
waar ik even luisteren kan

V.

januari 2000


Ik mis opeens het kopje thee..., door Bert Vos

Soms denk ik wel eens, dat er steekje aan me los zit. Nu speelt die gedachte bij vrienden en collega's van me ook wel eens en dat zeggen ze dan ook gekscherend, maar soms denk ik het echt.
Als ik bijvoorbeeld 's nachts weer eens niet kan slapen en niet voorspelde regenbuien me overvallen. En zo maar ineens begin ik dan te praten, heftig mijn tranen wegvegend.
Ik vertel mijn overleden vrouw dan over mijn gevoelens, aan mijn vrouw die, naar mijn gevoel, ergens, waar dan ook is en vast naar me luistert. In de duisternis van de slaapkamer praat ik soms honderduit tegen het plafond. Een maalstroom van gevoelens, angsten, twijfels. En in mijn gedachten krijg ik ook altijd antwoord. Op de manier zoals ik die zo goed van haar ken.

Ik ben op zo'n moment toch wel blij dat ik alleen ben, want voor anderen moet dat heel gek zijn, zo'n in het ,,luchtledige" pratende man in de beslotenheid van zijn slaapkamer. Toch helpt het, denk ik, in het verwerken van mijn verlies.
Het is, alsof je heel intiem en persoonlijk gedachten uitwisselt met je overleden partner. Even bijpraat over alles wat je beroert. Heb jij dat ook wel eens? En denk je dan ook, later, als je eindelijk bent uitgepraat, je geest weer tot rust is gekomen, dat er misschien toch een emotioneel steekje aan je loszit? En dat er bij wijze van spreken nodig het dan gebruikelijke geestelijke hand- en verstelwerk moet plaatsvinden om al die losse steekjes weer aan elkaar te knopen? Wees gerust. Je bent dus niet de enige. Het komt uiteindelijk best weer goed.

In de afgelopen maand werd ik ook min of meer geveld door een griep of aanverwant verschijnsel en dan wil de neiging om in je eentje te praten nog wel eens versterkt worden. Door de koorts en ook door het extra gevoel van het alleen zijn met je ellende. En opeens lag ik daar ook meteen maar even zielig te wezen en miste ik ontzettend dat anders door haar gebrachte warme kopje thee en haar geruststellende knuffel. Ook al ben ik niet zo'n theedrinker, het schijnt -samen met die knuffel- goed te zijn bij een griepaanval. Maar de thee kwam deze keer niet en de knuffel bleef uit. En op zo'n moment, tussen de koorts- hoest- en proestaanvallen door, besef je ineens extra wat je mist.
Het gaat nu weer goed met me, dank je. De koorts is voorbij en de zakdoeken liggen weer door mij gewassen en gestreken in de kast. Maar de neiging om zo nu en dan een monoloog tegen het plafond te houden is gebleven. Toch een beetje gek dus? (V.)


Droefheid tussen de rotzooi, door Bert Vos

Vandaag heb ik mijn keuken eens extra goed schoongemaakt. Nu ben ik in het algemeen al erg netjes wat mijn keuken betreft, ik zou er bijna van de vloer durven eten, maar toch moet het zo nu en dan eens extra goed. Alles glimt dan weer zoals uit die overweldigend verblindende TV-reclames. Mijn kinderen gaan, als ze komen, altijd eerst even naar de keuken. Als die er goed uitziet dan is het met pa ook redelijk op orde, is hun conclusie. In gedachten moet ik daar altijd om glimlachen, want door de keuken op orde te houden kan ik ze dus, denk ik, zonder problemen voor de gek houden: keuken goed, pa goed. En morgen komen m'n jongste zoon en mijn blozend zwangere schoondochter een kopje koffie drinken, dus daarom heb ik de keuken alvast…

Het is maar goed dat ze afgelopen week die keuken niet hebben gezien. Ze zouden behoorlijk geschrokken zijn en zeer bezorgd over het welzijn van pa. Op de één of andere manier klopte het natuurlijk wel: met pa ging het even niet goed, pa had griep. Niks om je ongerust over te maken en zo zie je maar dat zelfs een vuile keuken niet alles zegt over de ernst van de situatie.
Toch heb ik wel eens perioden dat het me nauwelijks interesseert hoe het er in m'n huis uitziet. Dan liggen de kranten van dagen hoog opgestapeld, net als de post van weken. Je ziet dat er nodig moet worden opgeruimd, stof moet worden gezogen en zo, maar je laat het maar even zo. Je hebt nog wel schone kleren voor een week en daarna zien we wel weer. Geen zin om op te ruimen, om de was te doen, geen interesse ook. Droefheid tussen de rotzooi noem ik dat dan. Melanie van Kampen schreef me kortgeleden eigenlijk hetzelfde: ,,Aan de ene kant zie ik nu het nut van opruimen niet zo, aan de andere kant wil ik het ook wel weer netjes hebben, maar het lukt me niet mezelf er toe te zetten. Het is heel raar hoor dat dit soort dingen er allemaal bijkomen. Ik begrijp daar eigenlijk niks van". En zo is het maar net. We begrijpen er zelf al niks van, laat staan dat anderen het echt begrijpen. Het overkomt je. En het kan ook zo ineens weer voorbij zijn en dan is je huis binnen de kortste keren gelijk de toonkamer van een meubelaar.

Maar je moet niet te vaak die droefheid tussen de rotzooi hebben. Als dat het geval is wordt het de hoogste tijd om voor je zelf een grens te trekken. Want voor je het weet ben je er aan gewend en zie je niet meer wat anderen zien: die ontzettend vuile keuken bijvoorbeeld waar ook de poes met een grote boog om heen zal lopen… Gelukkig dat mijn kinderen wat dat betreft die keuken van mij strak in de gaten houden! (V.)


Alweer zo'n nacht…., door Agnes van Veen

woensdag 26 januari 03.13 uur

Het is de zoveelste nacht. Klaarwakker!. Ik zap met de afstandsbediening van Ned. 1 naar 2 naar 3, en vervolgens alle commerciële zenders langs. Wat is het waardeloos op de televisie 's nachts! Op 2 en op SBS en Net 5 het herhalen constant van journaals (dus als ik er overdag eentje gemist heb ga ik 's nachts gewoon in de herkansing). Op de andere zenders is er van alles te koop. Muziek, kussens, afslankpillen, fitnessapparatuur (zelfs van een riempje met ingebouwde buzzer kun je al afslanken), ontharingscrème, horoscopen (ik ben een kreeft en in de liefde gaat het goed met mij zegt de mevrouw die alle horoscopen voorleest) en op de lokale netten kan ik goedkoop geld lenen. Bij de zuiderburen is het al niet beter. Ook daar het herhalen van het nieuws… Dan maar de BBC1, je raadt het al, het nieuws!!! Pas bij de BBC2 wordt het interessant… er is iets over schilders. Dat ga ik onthouden en zap verder. CNN live iets over het Midden Oosten en dan heb ik nog TCM en daar is een hele oude zwart/wit film bezig. Vervolgens Cartoon Network met een tekenfilm over een vreselijke agressieve sneeuwman. Brrr.

Ik ben het zat en ga mijn bed uit. Dan maar het beproefde middel. Warme melk! IJskoud is het. Buiten vriest het volgens de weerman, maar ik denk dat het hier binnen ook vriest. Met grote vrees loop ik naar beneden. Doe in de huiskamer het licht aan en zie mijn hond opkijken. Ze doet een oog open en moppert wat. Weer zo'n nacht waarin ik haar wakker maak omdat ik niet slapen kan. Ze kwispelt wel wat met haar staart, maar draait zich om en slaapt verder. Ik grinnik een beetje en denk: Dat wil ik ook, omdraaien en gewoon verder slapen. Ik loop verder richting keuken en dan naar de bijkeuken want daar staat de veroorzaker van de vriestemperaturen in mijn huis! De CV-ketel. Ja hoor: code "L". Lage waterdruk. Ik weet dat die waterdruk perfect is want ik heb een CV-ketel die liegt. Voor de zoveelste keer druk ik op de "Reset" knop tot ik hoor dat de ketel aanslaat. De laatste tijd begin ik in mezelf te praten dus ik dreig eerst met de Gaswacht en als hij het dan nog niet doet zeg ik dat ie vervangen gaat worden door een ouderwetse houtkachel. Helpt weinig, maar lucht wel op. Goed het lukt! Op naar de volgende klus. Warme melk! Melk in een beker en hup twee minuten in de magnetron (werelduitvinding die magnetron). Stiekem kijk ik nog even naar mijn snurkende hond en ben stikjaloers.
Melk uit de magnetron halen, check de CV-ketel (was zeker erg geschrokken van mijn dreigement want hij doet het nog) en weer naar boven. Mopperend mijn elektrische deken nog heel eventjes aan, TV uit, PC aan en al melk drinkend dit verhaaltje geschreven.
Mijn plan is nu: Dit stukje tekst (voor ik me bedenk en alles weer delete!), naar Bert Vos voor De Draaikolk versturen; bed weer in, elektrische deken weer uit en slapen (welterusten allemaal).

Agnes


Nieuwe rubriek: troostmuziek (1)
Muziek die troost geeft, muziek om te troosten

Met lotgenote Ankie Ellen had ik het kortgeleden o.m. over het ,,fenomeen" troostmuziek. Ik had haar verteld wat voor soort muziek mij troost gaf. Dat waren songs waar ik goede herinneringen aan had, songs die me ineens vrolijk stemden, maar ook nummers waarvan de tekst me veel deed omdat die verbanden legden met de liefde die ik voor mijn overleden vrouw koester. Al filosoferend kwam ze op de gedachte dat het misschien een idee zou kunnen zijn om een pagina van De Draaikolk te wijden aan troostmuziek. Over muziek die troost geeft en muziek om te troosten.
En dan hebben we het bijvoorbeeld niet over de geijkte liedjes die tijdens uitvaartplechtigheden worden gedraaid. Die kennen we eigenlijk allemaal wel en stemmen ons vaak niet echt vrolijk.
Nee, we hebben het dan bijvoorbeeld over rustgevende muziek, muziek die je een goed gevoel geeft, muziek die je geest tot rust brengt of je somberheid ineens kan verdrijven. Dat kan klassiek of populair zijn. Eigenlijk van alles.
Zo voel ik me bij een sombere bui ineens een stuk vrolijker als ik de aanstekelijke live in de kroeg opgenomen drinkliederen van de Dubliners draai en op een ander moment heb ik behoefte aan Bob Dylan's verdrietig overtuigende liefdesverklaring in ,,Make you feel my love" (van de recente CD ,,Out of Time", uit 1998). En er zijn momenten dat ik wegdroom bij sommige melancholieke bluesnummers met van die prachtig klagende sax-solo's of zo maar ineens opgewonden raak bij het steeds opzwepender ritme van de Bolero van Ravel zoals die was te horen en te zien in het schitterend Franse filmepos van Claude Lelouch: ,,Les uns et les autres" (1981). Ik heb dagen dat ik die paar jaar geleden uitgebrachte live dubbel-CD van Pink Floyd: ,,Pulse" bijna stukdraai op een geluidsniveau dat voor de buren misschien wat minder aangenaam kan zijn of hetzelfde doe, door de bijzondere herinneringen eraan, met de live-video van ,,The Wall", zoals die werd opgenomen bij de toen net gevallen Berlijnse Muur in 1989-'90. En als ik mijn geest tot rust wil brengen draai ik live-opnamen van Leonard Cohen en Randy Newman of zoek ik een oude LP op van Boudewijn de Groot en luister bijvoorbeeld weer naar die prachtige ballade over die eenzame fietser. En soms, heel af en toe, draai ik de enige CD die mijn vrouw rijk was en die ze echt stuk draaide: ,,Koyaanisqatsi" van Philip Glass. Opwindend simpele minimal music bij die prachtige film van Godfrey Reggio.
Troostmuziek, muziek om te troosten. Iedereen heeft die op zijn of haar eigen wijze. Muziek die rust geeft, of goede herinneringen oproept, waard om even, dankzij die muziek, vast te houden, opnieuw te beleven. Dat hoeft natuurlijk niet mijn muziek te zijn, dat kan ook jouw house zijn, hiphop of gangsta rap. Of de klassieken van Bach en Beethoven, Verdi of Strauss. Of de religieuse troost van gospels. Of de doedelzakmuziek van de Schotse Hooglanden. Het maakt niet uit. Wie dat wil mag er over in deze rubriek vertellen. Wie neemt voor de volgende editie mijn stokje over en vertelt over haar of zijn troostmuziek en muziek om te troosten? En - wat ook mogelijk is- waarom je bijvoorbeeld helemaal niet naar muziek kunt luisteren op dit moment. Ik ben benieuwd. Schrijf, vertel, leg je muzikale ziel open!

Bert

Op de valreep ontvang ik - bestaat toeval?- van Agnes haar korte ontboezeming over een CD van Andrea Bocelli. En haar verhaal sluit naadloos aan bij wat ik hier boven schreef. Ik had het in eerste instantie voor de volgende editie willen bewaren, maar doe dat toch maar niet. Toeval moet je soms koesteren.


De troostmuziek van Agnes van Veen (2): Geraakt door Andrea Bocelli

Ik hou van muziek, van alle soorten van muziek, van klassiek, maar ook de nieuwe van Volumia of Bløf, of de oude van Dolly Parton , Kenny Rogers maar ook de cd's van Rob de Nijs en Paul de Leeuw worden bij mij thuis regelmatig gedraaid. Veel verstand heb ik er niet van. Ik luister gewoon graag en soms (als ik alleen ben) zing ik keihard mee.

Maar nu! Ik werd geraakt door één van de liedjes van Andrea Bocelli. Even voor alle duidelijkheid: ik spreek en versta geen woord Italiaans. Maar toch! Het liet mij stoppen waar ik mee bezig was en ben ademloos gaan zitten luisteren. Diezelfde middag ben ik naar de platenwinkel gegaan en heb de cd gekocht.
Direct toen ik thuis kwam heb ik hem meteen opgezet en eindelijk daar kwam het. Het gaat hier om het nummer 'Mai piu'cosi lontano'. (Ik durf het bijna niet te zeggen maar ik heb het nummer 4 x achter elkaar gedraaid terwijl de tranen over mijn wangen biggelden). Waarom die emotie, waarom dat gevoel en die tranen? Er was geen aanleiding toe, het was me totaal onduidelijk, ik versta echt niet wat hij zingt.
Ik ben de Engelse tekst van het liedje gaan lezen en toen werd het me duidelijk.
Wil je het ook weten? Luister naar die muziek, luister héél goed naar zijn tekst en lees pas daarna de bijgevoegde tekst. Het verwoordt wat we allemaal voelen.

Agnes


Dagboekfragmenten (9, slot)

21 januari 1999
I
k heb jouw Renault 19 verkocht en precies zoals we hadden afgesproken, een kleine maar splinternieuwe, auto gekocht. Vanbinnen huilend stond ik bij de dealer en heb in ijltempo beslist dat het die kleine, groene auto moest zijn. Na het tekenen van het contract lukte het me nog net om rustig de garage uit te lopen en niet te gaan rennen. De hele weg naar huis rolden de tranen over mijn wangen, alles was wazig en de stoplichten heb ik niet gezien. Het is een wonder dat ik heelhuids ben thuisgekomen.
Vandaag kon ik 'mijn' auto ophalen en moest ik de 'jouwe' inleveren en dat deed pijn.

Dit is het begin van het 'loslaten' waar we het zo vaak over hadden. Stukje bij beetje zal ik dat moeten doen. Ik weet nu al dat ik dat altijd moeilijk zal blijven vinden en jij bent er niet om me te helpen.

23 januari 2000
Het einde van mijn dagboekfragmenten is aangebroken. Niet dat ze er niet meer zijn, maar ik hou ze voor mezelf. Natuurlijk heb ik niet alles in de Draaikolk gezet, de tekst was soms ook wat 'gekuist'. Ik heb jullie alleen een stukje laten meegenieten van wat er gebeurd was, hoe Cees en ik dat beleefden, hoe dierbaar me dat is en hoe ik daar weer mee verder ga. En dat is wat er nu gebeurt. Iemand anders gaat haar ,,dagboek" plaatsen in de Draaikolk. Ik wil iedereen bedanken voor de reacties die ik, n.a.v. de dagboekfragmenten, kreeg. Dit heeft in een geval zelfs geresulteerd in een persoonlijke correspondentie over en weer. Het is zo fijn om herkenning en erkenning te krijgen over wat je voelt, denkt, meemaakt en doet.

Monique, ik wens je heel veel inspiratie en kracht toe!

Agnes

Monique Klaverweide begint in deze editie met háár verhaal in ,,Blaka Rosoe" en neemt daarmee het estafettestokje van Agnes over. Agnes, bedankt dat wij even in jouw dagboek en dat van Cees mochten kijken! Juist die bijzondere combinatie heeft ons ontroerd en getroost. Bert.


Boekbespreking: ,,Omgaan met verlies ": over de kunst van het loslaten

Auteur : Roger Rundqvist. Uitgever : Ankh-Hermes bv Deventer. ISBN : 90-202-0067-4

Verlies, in welke vorm dan ook, kan nooit onderdrukt worden zonder psychische en/of lichamelijke gevolgen. Ieder verlies vraagt om eerlijke erkenning en verwerking. Gebeurt dit niet, dan zal ieder nieuw verlies de wonden uit het verleden weer openhalen. Zo blijkt onverwerkt verlies de basis te vormen van vele psychische en lichamelijke gezondheidsproblemen in latere levensfasen. Door terug te gaan naar dat onverwerkte moment kan een proces van heelwording en innerlijke transformatie in gang worden gezet, waardoor we oude patronen kunnen loslaten en opnieuw kunnen beginnen.
In dit boekje bespreekt Roger Rundqvist een aantal vormen van verlies, waarmee we in het leven allemaal worden geconfronteerd. Aan de hand van een groot aantal voorbeelden gebaseerd op eigen praktijkervaringen, laat Rundqvist zien hoe we kunnen leren omgaan met verlies en daarmee ook tevens de eerste stap zetten in een diepgaander genezingsproces.

Het kleine èn goedkope boekje is voor mij persoonlijk een grote aanwinst. Het is goed en duidelijk geschreven en er is zoveel herkenbaar. Vooral de nadruk op het accepteren van het verlies om te kunnen doorleven, waardoor weer een grote persoonlijke overwinning behaald wordt, spreekt mij erg aan. Duidelijk wordt dat het gaat om de kunst van het loslaten. Immers wanneer verlies wordt toegelaten, zal het verwerkt kunnen worden. Voor mij persoonlijk is dat merkbaar na een flinke huilbui. Wanneer ik het huilen en verdriet verstop blijft het dagenlang als een brok in m'n keel zitten waar ik -tot diep in m'n ziel- moe van word. Ik sta mezelf toe dat ik huil, dat ik verdriet heb en het lucht op. Ik kan weer een stukje verder.
Volgens Roger Rundqvist is chronische rouw terug te voeren tot een onvermogen of een onwil om verlies te accepteren.

In een van de hoofdstukken staat ook dat je het 'niet alleen hoeft te doen'. Vaak worden de gevoelens over het verlies in verband gebracht met oud verlies. Dat kan weer een onoverzichtelijke chaos worden waar je geen raad mee weet en waar je niet alleen uitkomt.
Roger Rundqvist is er van overtuigd dat op dat moment bekwame ondersteuning een verandering, een ommekeer geeft, waardoor er een persoonlijke vernieuwing ontstaat.

Ook in dit boekje weer een hoofdstuk met oefeningen. Oefeningen om je verlies te kunnen doorleven. Ik heb de oefeningen nog niet gedaan maar ga ze zeker doen.
Al met al, een aanrader!!!

Agnes


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren