Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 2e jaargang nr. 4 - januari 2000


Motto 2000: Laat het gebeuren

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Van de hoofdredactie
Alles draait nog en wij draaien mee...

Op het moment dat je dit leest (kunt lezen) is het jaar 2000 een feit. En dat is mooi, want het betekent dat alles weer normaal is. Dat alles draait zoals het hoort en wij meedraaien, of we willen of niet, in die soms waanzinnige draaikolk van ons leven.

Daar zijn we dan. Millenniumproof in een nieuw jaar aangeland. Zomaar in een nieuwe eeuw, een nieuw millennium. Het kan niet op. Een overvloed aan nieuwe tijden. Je kunt je afvragen of we daar echt gelukkig mee (kunnen) zijn.
Zijn we dat? Betekent dit nieuwe millennium voor ons dat we ook zelf opnieuw beginnen? Dat we gaan proberen om, nog meer dan in het jaar dat achter ons ligt, weer nieuwe stapjes te zetten op ons wankele pad? Met minder verdriet misschien? Minder eenzaamheid?
Wordt het een vrolijk jaar omdat we de grijze flarden in onze gedachten weten te verjagen door een frisse wind vol nieuwe, fijne dingen om van te genieten?
Stom hè, dat we daar eigenlijk niet eens zo maar een antwoord op kunnen bedenken. We willen dat allemaal natuurlijk wel graag. En je wilt het ook proberen om er een vrolijker jaar van te maken. Maar ik denk dat het net zo is als met mensen die nu driftig proberen te stoppen met roken. Het is en blijft hondsmoeilijk.
Want ook al hebben we dan als mensen een kunstmatige scheidslijn getrokken tussen het ene en het andere jaar, tussen eeuw naar eeuw, ons gevoel herkent die lijn niet. Ziet niet de streep waar we overheen zijn gestapt, ook al markeren we dat met z'n allen zeer luidruchtig met knallend vuurwerk. En daarom gaan we gewoon verder met het zware proces dat rouwen heet, waarschijnlijk zonder dat opgewekte gevoel van knallende champagnekurken. Ook al proberen we dat wel. Ook al zouden we dat misschien heel graag willen.
Maar ik hoop dat je ondanks alles toch samen met hen die je lief zijn hebt kunnen (glim-) lachen. Want het leven heeft jou en mij ondanks alles veel te bieden. Is het best wel waard om geleefd te worden. Dat besef ik tenminste elke keer dat ik alleen over die onzichtbare drempel stap, het nieuwe jaar in. Ook nu weer. Ondanks de weemoedige gedachten die me dan overvallen. Ondanks het verdriet om wat ik mis. Want juist op zo'n moment zie ik ook glashelder wat ik wél heb: bijvoorbeeld mijn kinderen, mijn kleinkinderen. Met een redelijke gezondheid als basis om verder te willen gaan. En die ene stap over die gekke drempel van oud naar nieuw, ach, dat is er wéér eentje van de vele stappen die jij en ik ongetwijfeld nog (zullen) moeten nemen. Hallo 2000! Hier zijn we, laat het gebeuren!
Bert januari 2000


Kort verhaal: Nul

Sinds zijn vrouw na een langdurige ziekte was overleden had hij ineens meer tijd gekregen. Van de ene op de andere dag viel er een gat in zijn dagelijkse programma doordat hij niet langer meer voor haar hoefde te zorgen en was het verdriet om wat hij had verloren en de leegte compleet. Leegte die opgevuld zou moeten worden om te kunnen overleven, besefte hij.
Natuurlijk, hij had z'n hobby's. En natuurlijk hij had zijn werk. Maar alles was toch anders geworden. De oorverdovende stilte van het verdriet in z'n geest was overweldigend. Overheerste al het andere. Aanvankelijk wist hij daar niet goed raad mee. Probeerde alles een nieuwe plaats in zijn leven te geven, ook al vroeg hij zich af of het de inspanning waard was om dáár zoveel moeite voor te doen.
Toch leerde hij opnieuw het leven, zijn leven, te waarderen. Stapje voor stapje vulde hij dat leven opnieuw in.
In het begin wist hij niet goed hoe hij met zijn pas verworven ,,vrijheid" om moest gaan.
De vrijheid om allerlei dingen te doen zonder rekening met haar te hoeven houden.
De vrijheid om gewoon in bed te blijven liggen als het weekeinde verder niks te bieden had.
De vrijheid om tot diep in de nacht achter zijn computer te zitten met niemand die hem vertelde dat het de hoogste tijd werd om naar bed te gaan.
Hij haatte die vrijheid, maar raakte er ook langzaam aan gewend. En wist die vrijheid toch nieuwe vorm te geven. Stapje voor stapje. Zoals alles stapje voor stapje ging. Hoewel hij altijd met plezier zijn werk had gedaan had hij toch moeite om de draad weer op te pakken. Zich erop te concentreren. Want steeds weer dwaalde zijn geest af. Terug naar de tijd van toen. De tijd dat alles gewoon was zoals het zou moeten zijn. De gelukkige tijd samen, besefte hij pas nu echt.
Steeds vaker zat hij in zijn vrije tijd achter zijn computer. Ging dan zwervend het internet op en surfde op de digitale golven van werelddeel naar werelddeel zonder ergens echt door getroffen te worden. Zoekend verkende hij deze nieuwe, nog deels onontgonnen wereld. Zich verbazend over de soms ongelooflijke oppervlakkigheid van de geboden informatie, soms diep getroffen door de sporen van ongekende emoties die hij tegenkwam. En al zwervend maakte hij contact met lotgenoten, wisselde ervaringen en gevoelens uit zonder ze verder te kennen. Met het e-mailadres als enige referentie. Het hielp, maar toch niet echt voldoende om zijn eigen stroom gevoelens een nieuwe bedding te geven, ze te kanaliseren. Die gevoelens bleven vaak een wilde, kolkende rivier van ongecontroleerde emoties. Soms heftig, alsof ze in een stroomversnelling terecht waren gekomen, soms kabbelend. Maar ze bleven. Verdwenen niet.

Hij besefte daarna ook steeds vaker dat hij het toch allemaal zelf zou moeten doen. Weliswaar met de hulp en het begrip van hen die hem lief waren, zijn kinderen, zijn kleinkinderen én de paar vrienden en vriendinnen die hem trouw waren gebleven, maar toch: alleen met eigen kracht zou hij het verder moeten kunnen redden. En bovendien: in zijn gedachten was zijn vrouw nog steeds bij hem. Hem troostend op het juiste moment. Steeds hoorde hij haar kritische stem op die momenten dat hij dingen deed, die zij toch anders zou hebben gedaan. Het was alsof zijn geest haar aanvullende aanwezigheid als het ware inpaste in al zijn handelen. Een wonderlijke ervaring, die hem soms verwarde waardoor hij dagen lang compleet van slag raakte. Maar desondanks kreeg zijn nieuwe ,,vrijheid'' vorm en slaagde hij er steeds beter in om die kolkende rivier in zijn geest tot bedaren te brengen, in te bedden zonder de woeste stroomversnellingen die hem in het begin zo hadden verward en zijn geest regelmatig hadden ontwricht. Het was als een nieuw soort ,,bevrijding''. Hij was er in geslaagd om afstand te nemen van de tijd van toen, zonder die tijd te vergeten. Een ander soort, uit z'n banden bevrijde energie bruiste opeens door zijn aderen, verkwikte zijn vermoeide geest. Het leven, zijn leven, voelde hij, begon opnieuw.
En op de laatste dag van het jaar 1999 was er opeens die ene e-mail. Naast al die ander digitaal verstuurde brieven was er die ene met de intrigerende titel: ,,Het millennium nadert nu héél snel! Bent u echt millenniumproof?" Als hij het woord ,,millenniumproof'' tegenkwam moest hij altijd lachen. Het internet was ervan vergeven. Allerlei bedrijven, instanties en ook particulieren maakten blijkbaar dankbaar gebruik van de door kenners verwachte wereldwijde computercrash als we afscheid van dit millennium zouden nemen om aan die nieuwe te beginnen. Zoals duizend jaar geleden bij de eerste millenniumwisseling blijkbaar allerlei rampen werden gesignaleerd, zo wachtte ons nu ook een grote ramp als hij al die moderne profeten zou moeten geloven. En veel bedrijven hadden voor een paar lieve Euro-stuivers uiteraard een rampenplan in de aanbieding, dat spreekt.

Maar dit e-mailtje had iets. Het vroeg gewoon of hij, als mens, millenniumproof was en daar had hij eigenlijk geen antwoord op. Goeie vraag dus. En het prikkelde zijn nieuwsgierigheid. Er was een document bijgevoegd dat het antwoord zou kunnen geven, las hij. Maar hij was altijd al erg voorzichtig geweest met bijgevoegde documenten bij e-mail die hij van onbekenden kreeg, want voor je het weet had zich een alles verwoestend computervirus in de diepe spelonken van je computer genesteld. En de millennium-overgang leende zich daar natuurlijk uitstekend voor. En dan zou je een volmaakt voorbeeld van een zich zelf vervullende voorspelling hebben: de ramp veroorzaken we zelf door aan alle voorwaarden te voldoen.
Hij aarzelde om het document te openen. Het was geen programma, gewoon een tekstdocument. Niet echt gevaarlijk dus, bedacht hij. En nam een besluit. Hij klikte resoluut het document aan.
Eerst gebeurde er niets. Hij had wel even het gevoel alsof zijn computer tegenstribbelde, gevaar onderkende dat hij niet had gezien of gevoeld. Onzin natuurlijk, want computers konden nog steeds niet zelf denken, maar toch... Hij voelde zich lichtelijk onbehaaglijk. Zijn rechterhand omklemde de muis om heel snel in te kunnen grijpen als er toch iets verkeerds zou gaan en er toch een virus toe zou slaan.
Nog steeds niets. Zelfs zijn harde schijf, anders toch tamelijk luidruchtig aanwezig, zweeg. Niks. Het beeldscherm bleef onveranderd het beeld van zijn e-mailbox vertonen. Dat laatste stelde hem tenminste een heel klein beetje gerust. Maar dat onbehaaglijke gevoel verdween niet.
En toen veranderde de wereld om hem heen. Zijn beeldscherm vervormde, zijn werkkamer werd een vreemde surrealistische mengeling van in elkaar overvloeiende beeldindrukken, overgaand in abstracte stromen van psychedelische kleuren alsof hij net een forse dosis van een onbekende drug had genomen die nu begon te werken. Of in virtual reality aan het experimenteren was met zijn beeldbewerkingsprogramma, bedacht hij nog in een ironische flits. Zijn rechter wijsvinger klikte verwoed op de muisknop, maar hij was te laat. Zijn geest werd een kolkende massa van zich elkaar razendsnel opvolgende beelden en hij besefte ineens dat hij zijn leven opnieuw leefde in honderd miljardste nanoseconden van de eeuwigheid.
Zijn vingers bleven onvermoeibaar op de linker muisknop drukken. Een ingewortelde reflex van jaren.
Daarna was de invallende duisternis compleet en viel hij zoals hij nog nooit gevallen was. Lichaam en geest maakten zich voor enkele momenten los van elkaar, vloeiden weer samen. En hij bleef vallen.

Hij kwam neer met een harde, pijnlijke plons. Hij snakte naar adem en stikte bijna in het vies smakende, stinkende water. Hij worstelde zich naar boven in hulpeloze zwembewegingen, alsof hij voor het eerst in het diepe was gegooid. En eigenlijk was dat ook wel zo, bedacht hij grimmig en hij vervloekte zijn aangeboren nieuwsgierigheid en het snelle moment dat hij op dat document had geklikt. Hij kwam boven en zijn longen zogen gierend de redelijk frisse, maar koude lucht naar binnen.
Hij verslikte zich opnieuw en hoestte stromen modderig water naar buiten. Toen pas deed hij zijn ogen open. Om die van schrik meteen weer te sluiten.
De wereld om hem heen bestond uit water, kleine eilandjes, modderige strandjes met verderop de contouren van een hoger gelegen stuk land met bomen. Hij rook de geur van moeras. Een eindeloos uitgestrekt moeras aan de ene kant en dat land aan de andere kant. Een eiland? Of meer dan dat? Hij zwom een paar slagen naar een dichtbij gelegen eilandje. Meer een verzameling rietpollen op een hoop modder. Maar hij voelde eindelijk zachte grond onder zijn voeten en hij ging met moeite staan. Zijn hele lichaam beefde en opeens besefte hij waarom. Het was ijzig koud, ook al was het water nog niet bevroren. Thuis achter de computer in zijn werkkamer had de verwarming vrij hoog gestaan, het was hartje winter, maar de overgang was wel erg abrupt geweest en de spieren van zijn lichaam verstijfden nu voelbaar. In beweging blijven! Naar het vasteland toe. En snel. Beschutting zoeken. Een huis misschien. Warmte.
Hij plonsde met ongecontroleerde stappen door het vrieskoude water. Het water bleef ondiep, gelukkig, maar het ging toch moeizaam. Hij kroop na een martelend lang durende tocht aan land en liet zich uitgeput tegen een boom zakken.
Toen pas keek hij naar zijn pijnlijk verkrampte rechterhand. Zijn wijsvinger bleef op de linkerknop van zijn muis drukken. Steeds maar weer. De draad aan de muis was afgebroken met rafelige einden.

Hij werd verrast door de stemmen in het bos achter hem. En dat was maar goed ook, want hij was van vermoeidheid en kou bijna in slaap gevallen en zou dan misschien zijn doodgevroren. Hij keek naar de muis in zijn handen, als was het om zich ervan te overtuigen dat het verbazingwekkende nog steeds was gebeurd. Geen nare droom was. De reflexbeweging van zijn rechterwijsvinger was gestopt. De muis lag in zijn handen als een artefact uit een onbegrepen tijd. Hij stopte het nu nutteloze ding in z'n zak en trok zich aan de stam van de boom overeind. Zijn hele lichaam protesteerde, maar hij redde het.
De stemmen waren nu dichterbij gekomen, maar hij begreep geen letter van wat ze zeiden. Het leek nog het meeste op Italiaans of zo. Hij kroop weg achter een magere struik in de hoop dat die hem voldoende zou verbergen. Uit het bos kwamen vijf ruiters. De mannen leken zo uit een film te zijn gestapt. Met verbijstering keek hij naar hun uitmonstering en zag in gedachten de beelden uit films als Ben Hur. De massa-spectakels met Charlton Heston en zo. Gladiatoren. Asterix. Hij had nauwelijks tijd nodig om deze ruiters te plaatsen. Romeinen! Maar... Zijn geest kon deze onverwachte beelden niet echt verwerken. Hij keek toe hoe de mannen de paarden lieten drinken om daarna weer in het bos te verdwijnen.
Even later was het kille landschap weer even leeg als tevoren.

Romeinen... Een moerasachtige zee. Bos. Zijn geest opende herinneringen zoals je de bestanden van je harde schijf haalde. Uit zijn verzameling oude atlassen herinnerde hij zich de kaarten van Nederland uit de Romeinse tijd. Veel water toen. Een deel nog onontgonnen moeras. De delta van de lage landen in het jaar nul. Ook op de plek waar hij anno 1999 had gewoond zag het er 2000 jaar eerder ongeveer zo uit. Had gewoond... Hij proefde die twee woorden op z'n tong en wist dat het juist was: verleden tijd. Zijn wereld was verdwenen. Verdwenen in de nevels van wat nu nog toekomst heette.
Hij haalde de muis uit zijn zak en keek er naar. ,,Bent u echt millenniumproof?" Hij barstte in een onbeheerste, maar toch bevrijdende schaterlach uit. Millenniumproof? Jawel. Op z'n minst nog twee duizend jaar! Hij bleef lachen. Minutenlang. En bracht in gedachten een eresaluut aan de maker van dat wonderbaarlijke computerprogramma. Met een ijzingwekkend echte millenniumproof-garantie!
Alles wat hij kende was verdwenen. Wat overbleven waren al zijn herinneringen, maar die zouden ook in de loop der jaren vervagen tot prachtig verfraaide legenden. Hij sprong ineens overeind en had het gevoel dat al zijn vermoeidheid was verdwenen. Zijn spieren weer soepel waren geworden, als waren ze gemasseerd door een tweeduizendjarige geschiedenis. Hij wist het: hij zou helemaal, maar dan ook echt helemaal, opnieuw moeten beginnen. Letterlijk vanaf nul. Stap voor stap voor stap. Duizenden kleine stapjes. Maar dát gevoel kende hij. Dáár wist hij immers alles van. Hij was toch een echte ervaringsdeskundige? Nou dan! Hij dacht ineens aan zijn kinderen en zijn kleinkinderen in die ver voor hem liggende toekomst. Ach, die zouden zich zonder hem ook best kunnen redden, hield hij zich voor, ook al zou hij ze natuurlijk ontzettend missen en zij hem. Vooral in het begin. En daarna? Daarna zouden de herinneringen wegzinken, langzaam maar zeker in het moeras van de tijd.

Zijn ogen bleven maar een paar seconden rusten op de muis in zijn hand en de draad met rafelige einden. De draad die hem ooit met die toekomst, zijn verre toekomst, had verbonden. Toen gooide hij het nu waardeloos geworden ding uit de twintigste eeuw met een brede zwaai in het modderige water van het jaar nul.
Het gaf maar een héél klein plonsje.

Copyright 1999 - Bert Vos.


Een tien gangen-diner tijdens een woede-aanval

Zo maar kreeg ik hem. Een enorme woede-aanval. Ik kwam thuis van een receptie en dat is meestal niet het fijnste moment, maar deze keer was het alsof er een stop doorsloeg.
Een forse ,,kortsluiting" was het gevolg. Ik ging stampvoetend huilend door het huis. Smeet met deuren en gooide met alles wat in de buurt lag.
Het was een angstaanjagende ervaring omdat het de eerste keer was dat het zo heftig, zo intens was. En ondanks die niet te stuiten tranen, die kolkende woede-uitbarstingen, begon ik aan het klaarmaken van de warme maaltijd zoals ik altijd gewend ben te doen. Ik smeet dus met potten en pannen, sneed de groente onverantwoord snel, smeet van alles in de pan, roerde, mengde, bakte en braadde met een heftigheid alsof er een meesterkok in opperste vervoering aan zijn ultieme tiengangendiner was begonnen. Je ziet dat wel eens in een film.
De onstuitbare, woedende tranenvloed bleef maar doorgaan terwijl ik als in een trance de tafel dekte en het eten afmaakte.
Ik stond net op het punt om met een stapel borden te gaan smijten, toen de ratio het van de emotie won. ,,Bert jongen, "sprak ik me zelf vermanend toe, "doe dat nou niet, want je moet straks zelf de rotzooi opruimen." Zoiets helpt, want ik heb mijn hele leven al een hekel gehad aan het opruimen van rotzooi.
Vanaf dat moment kalmeerde mijn geest, kwam enigszins tot rust en terwijl ik even later aan mijn avondeten begon, dat nog prima gelukt was ook, overdacht ik in de stilte van mijn huis wat me was overkomen. De woede en het verdriet had zo bezit van me genomen dat het bijna oncontroleerbaar was geworden. Had ik dan zoveel in de afgelopen weken, maanden misschien, opgekropt en hadden al die opgekropte emoties nu een uitweg gezocht?
Ik krijg daarop waarschijnlijk nooit echt een antwoord, maar het zal inderdaad zo zijn geweest. Je denkt dat je alles prima onder controle hebt. Dat je het gemis, de eenzaamheid, het sluimerend verdriet, na twee jaar prima aan kunt. Je beheerst het. En dan ineens: bammm!
De erg gezellige receptie waar ik was zal waarschijnlijk de simpele aanleiding zijn geweest. Al die lachende, vrolijke mensen, al die echtparen. Mensen die mijn vrouw vrijwel allemaal hebben gekend. Die ik samen met haar in betere tijden ook op feestjes en dit soort recepties heb ontmoet. En waar ik nu alleen tussen zat. Pratend over koetjes en kalfjes en andere huisdieren. Ach, je kent het wel.
En dan kom je thuis en slaat er zo maar een zekering door. En sla je op tilt. Wat ik maar wil zeggen met dit verhaal is, dat als het jou overkomt, dat het weliswaar op het moment zelf angstaanjagend kan zijn, maar blijkbaar niet ongewoon. Misschien is dat een hele kleine troost. Voor jou en voor mij. (V.)


Gedichten
om het jaar mee te beginnen

Kaarsen vlammen

Grijs is de dag,
zwart is de nacht
maar gelukkig:
kaarsen vlammen

O, waarom kun je
er niet eventjes,
een paar minuten
voor mij weer zijn?

Zwevend zwerft
mijn ziel over mijn
kleine wereld op
zoek naar jou

Ik denk dat jij daar
ergens bent en dat
jij weet hoe ik
jouw warmte mis

O, kon ik jou
maar even
knuffelen,
even maar

En kon ik jou maar
meenemen in het
nieuwe jaar
niet alleen gaan

O, kon ik maar
héél even
ons leven
over doen

Grijs is de dag,
zwart is de nacht
maar gelukkig:
kaarsen vlammen

Nog even schat,
dan ben ik vast wel weer
de somberte voorbij

december 1999
V
.

*
Gestorven jaar

Een tik, één tel
en het jaar is dood
wat blijft zijn
de herinneringen

Het jaar is dood
Zo maar stierf de laatste
dag terwijl een nieuwe dag
het leven zag

Een beetje weemoed, en
ook verdriet om wat was
maar luid gejuich
om wat is gekomen

Het lijkt wel een mensenleven

V.
31 december 1999

*

Ergens…

Ergens - ik weet niet waar-
kijkt ze toe en ziet
mij terwijl ik mistroostig
luister naar het knallen
van het vuurwerk bij de buren

Ergens -ik weet niet waar-
ziet ze mijn tranen en
voelt ze hoe ik haar mis
en haar zo graag over de drempel
de nieuwe eeuw had ingedragen

Ergens -ik weet niet waar-
huilt ze misschien
wel geluidloos met me mee
Vandaar dat ik die druppels
op mijn huid voel terwijl ik
de tuin in loop om
toch maar even naar
het vuurwerk te kijken

V.
31 december 1999

*

Dag nieuwe eeuw

Vuurwerk spettert,
knalt in spuitend licht
Lichtfonteinen

Honderdduizendklappers
verjagen de sombere geesten

Vurige pijlen
maken van de nacht
een mooie dag

En honderden miljardenklappers
verjagen ineens mijn sombere geest

In een waterval
van vuur en licht
glimlach ik

Honderdduizenden vuurfonteinen
verlichten mijn weg naar straks

De somberte
ineens voorbij
Dag nieuwe eeuw

Hier ben ik
Ook al is het
maar alleen

V.
1 januari 2000
*

Naalden op het tapijt

Er vallen naalden
op het tapijt
één lampje is nu stuk
Tijd om op te ruimen

De Kerststal van kristal
glinstert in het licht
van blauwe kaarsen
Jozef is omgevallen

Er vallen naalden
op het tapijt
de piek hangt scheef
Tijd om op te ruimen

De doos met waxinelichtjes
is bijna leeg gebrand
nog één keer vlammen
De doos kan bij het oud papier

Er vallen naalden op het tapijt,
De hoogste tijd om op te ruimen
En aan 't eind van 't jaar
maar weer opnieuw proberen

V.
1 januari 2000


Een miljoenenpuzzel zonder voorbeeld

Je leest vaak dat rouwen zwaar werk is. Nou, ik heb nooit geweten dat het zó zwaar kon zijn. Elke keer denk ik dat het beter gaat, maar het wordt steeds zwaarder. Ik noem het nu ook de rouwpuzzel, een puzzel van miljoenen stukjes zonder voorbeeld. Sommige stukken kun je zo neer leggen en andere kun je totaal niet plaatsen of ze passen niet op de juiste manier in elkaar. Dat kan ook niet bij een puzzel van miljoenen stukjes, het is steeds maar weer passen en meten en daarvoor heb je tijd en ruimte nodig. Proberen en nog een proberen. Telkens op andere plaatsen en op een andere manier. Soms steek je er veel tijd in en soms zie je het ook helemaal niet meer zitten, heb je er geen zin meer in. Soms wil je de hele puzzel wel in de vuilnisbak gooien en maak je er weer een rommeltje van, gooi je alles weer door elkaar.
Maar toch grijp je steeds weer opnieuw naar die puzzel en wil je er één geheel van maken, net zolang totdat hij af is.
Waarschijnlijk is dat die onbegrijpelijk en onbewuste drang om te overleven. Uiteindelijk moeten we die puzzel af krijgen om een beeld voor ogen te krijgen waarmee we ons leven verder in kunnen richten. Zelf worstel ik ook nogal wat af met die puzzel, soms wil ik hem helemaal niet meer maken of zie ik er het nut niet van in.

Een ding leer ik er wel van: je moet de goede dagen ook zo optimaal mogelijk benutten. Genieten van de stukjes die je wel hebt kunnen plaatsen al zijn ze nog zo klein. Voor ogen houden dat de slechte dagen weer gevolgd worden door goede dagen. En elke goede dag is, denk ik, een stukje van die afschuwelijk moeilijke puzzel…

Marij


Even knuffelen...

Het is woensdagavond 22 december 1999 tegen acht uur. Met een kop als een emmer omdat je snip en snip verkouden bent probeer je alles wat je de komende dagen nog moet doen op een rijtje te zetten. Heb je alles in huis omdat je kinderen, waarvan je zoon twee straten en je dochter met haar gezin op een klein uurtje rijden bij jou vandaan woont, Eerste Kerstdag bij jou komen doorbrengen? Tweede Kerstdag ga je naar je dochter om samen met het gezinnetje en haar schoonfamilie Kerst te vieren. De nacht zul je dan bij hen doorbrengen.
Even na achten word je gebeld en krijg je de mededeling dat een goede kennis 's morgens plotseling is overleden en dat de uitvaart op maandag 27 december zal plaatsvinden. In eerste instantie is daar dan ongeloof, al snel gevolgd door verbijstering die weer wordt gevolgd door opstandigheid want dit is al de vijfde persoon in de leeftijd van 50+ tot 60- in jouw directe omgeving waarvan je sinds het overlijden van jouw vrouw in januari 1996 afscheid moet nemen. Je vraagt je af of dit dan nooit ophoudt.
Na maar weer eens als een aangeslagen bokser met het hoofd geschud te hebben begin je je zaken weer te hergroeperen, bel je je dochter dat de plannen met betrekking tot het overnachten gewijzigd zijn en laat het tot jou doordringen dat het leven verder gaat en dat het inderdaad ook voor jou ooit ophoudt en dat is op het moment dat jezelf aan de rij wordt toegevoegd.
Jezelf aldus weer bij elkaar vegend hoor je ineens de voordeur opengaan en voordat je eigenlijk beseft wat er aan de hand is, stapt je dochter de kamer binnen die jou jouw slapende kleindochter van twaalf weken oud in jouw armen drukt met de woorden: "Ga jij nou eerst maar eens even knuffelen want ik denk dat je dat op dit moment wel kunt gebruiken".

Joep Fraats


Dagboekfragmenten (8)

Deel 8 van de dagboekfragmenten van Cees en Agnes van Veen. Agnes legt verbanden met dagboekfragmenten van haar overleden man in haar dagboek van nu. Heden en verleden worden daardoor op een bijzondere manier met elkaar verbonden. In deze editie deel 8, waarin het dagboek van Cees ontbreekt. Hij is 9 december 1998 overleden. Die nacht beschrijft Agnes en haar gevoelens daarbij. Gevoelens die we als lotgenoten zo goed kennen.

9 december 1998
Overleden. Vannacht. We waren allemaal bij je. Ik ben kapot. Hoe moet het nu verder? Ik wist dat het komen zou. Beiden waren we er klaar voor. En toch! Het doet echt pijn. Ik ben zo moe, vreselijk moe. Alles is al geregeld: kaarten, kist, bloemen, muziek, je afscheidsbrief. Precies zoals je het hebben wilde en zoals we ook afgesproken hebben. Nu komt het deel wat ik zonder jou moet doen. Nu komt het stuk waarvan je altijd zei: 'goed voor jezelf zorgen, het maakt niet uit wat anderen zeggen of denken, vertrouw op je gevoel'.
Cees, ik beloof het je.


20 december 1999
Geen dagboekfragment van Cees deze keer, maar de eerste van mij.
Ruim een jaar voorbij, een waardeloos maar ook waardevol jaar. Vrienden (nou ja vrienden!!!) kwijtgeraakt - nieuwe vrienden gekregen, baan kwijtgeraakt - veel vrije tijd er voor teruggekregen. Een jaar van verdriet, heimwee, pijn, gemis, angst, onmacht - maar ook een jaar van weten dat ons huwelijk 28,5 jaar goed was en dat pakt niemand me af. Een jaar waarin ik leerde zelfstandig te zijn, alleen beslissingen leerde nemen, zelf alleen op dingen afstappen en ondernemen. Maar ik leer nu ook beter voor mezelf op te komen. Natuurlijk gaat het niet van een leien dakje, twijfel is er altijd en overal.
Veel hebben we samen meegemaakt, ziektes, verdriet om het feit dat er niet meer kinderen kwamen, stress en spanning op het werk, ook financiële problemen waren ons niet vreemd. Altijd en overal kwamen we er samen weer uit. Ook de twee jaar voor zijn overlijden, het hele proces van ziek zijn, hoop op een beetje toekomst, maar ook de laatste weken waarin je weet dat elke dag de laatste kan zijn, hebben we zo goed en zo kwaad als het ging samen gedaan. Dat sterkte ons beiden. Het moeilijkste stuk van een relatie, nl. het rouwen als een van beide overlijdt konden we niet samen doen. Juist dat moeilijke stuk moet er eentje alleen doen. Cees had daar veel verdriet van maar gaf mij kracht en vertrouwen. En nu? Een jaar na dato? Het lukt! Met vallen en opstaan.

Agnes van Veen-Ostendorf


Die stille troost

Elke keer weer ben ik verbaasd en ontroerd door vrienden en kennissen die zo maar, vlak voor de Kerst voor mijn deur staan. Met een kerststukje of een mooie fles wijn. Die me even, zo vlak voor die moeilijke dagen, een hart onder de riem willen steken. Het niet willen laten bij een mooie kaart of een brief die ze óók sturen.
We praten dan een half uurtje of zo. Spontaan, ongedwongen, over wat mij beroert. Wat ons bezig houdt. We hebben vaak aan een half woord genoeg. Want we weten waar het om gaat.
Vaak neem ik me voor dat ik zelf ook wat attenter moet zijn. Ik verwijt me zelf dan dat ik bijvoorbeeld wéér een verjaardag ben vergeten. Maar ik weet gelukkig dat ze mij kennen. Gewend zijn aan mijn verstrooidheid als ik weer eens een paar dagen te laat dat kaartje of die bloemen stuur. Maar toch.
Aan de andere kant zijn er de mensen die hun kaartjes per dozijnen versturen. Per dozijnen ingekocht. Vlakke, emotieloze kaartjes met "een Vrolijke Kerst" in gouden glitters. Zonder een persoonlijk woord. Vrolijke Kerst. Die mensen begrijpen er geen hout van. Dat zijn dezelfde mensen die mijn vrouw, toen ze ernstig, ongeneeslijk ziek was, kaartjes stuurden met ,,van harte beterschap". Harteloze kaartjes, óók zonder een persoonlijk woord. Troosteloze wensen zonder hart.
De vrienden en kennissen die zo maar aan mijn deur stonden met dat kleine kerstgeschenkje maken duizend keer goed wat die anderen ons zo gedachtenloos kwetsend hebben aangedaan en nog dagelijks aandoen. En dat is voor mij een stille troost.

Bert


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren