Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 2e jaargang nr. 2 - november 1999

 


Van de redactie
Elk nadeel heb z'n voordeel…

Soms heb ik wel eens het gevoel dat deze site misschien op onderdelen wat te somber van toon is. Dat er best eens wat meer humor en vrolijkheid in gestopt mag worden. Lachen is gezond, nog steeds. En hoe je het ook bekijkt, ook al zal het leven voor jou en mij nooit meer worden zoals het is geweest, dan nog blijft er nog genoeg over om voor te willen leven. Genoeg om van te kunnen genieten, plezier mee te beleven. Zoals Johan Cruijff het zo aardig weet te zeggen: ,,elk nadeel heb z'n voordeel". Vraag me nou niet wat de voordelen zijn om je partner te hebben verloren, want die willen me nu niet zo snel te binnen schieten, maar Cruijff zal in algemene zin best gelijk hebben.
Waar het om gaat is, dat je niet altijd alles van de meest negatieve, sombere, kant moet bekijken. Die neiging hebben we nog wel eens. Dat is menselijk. Vooral als je alleen thuis zit met je gedachten. Er is niks op televisie wat je echt interesseert, een goed boek is niet direct voorhanden en om daarom nou maar weer eens achter de computer te kruipen lokt je ook niet echt aan, dus zit je in je stoel en denkt. Je denkt na over je eigen toekomst. Wat je daarmee zou willen doen. Of je nog jaren door wilt gaan met alleen zijn. Je vraagt je af wat de alternatieven zijn. Misschien eens wat meer uitgaan. Een avondje film misschien. Of een theatervoorstelling. Of… Terwijl je dat bedenkt besef je meteen dat je dit soort dingen toch in eerste instantie alleen moet doen. En juist dat lokt je niet zo erg aan.

Kortgeleden las ik in de krant dat steeds meer (maar met name ook oudere) alleenstaanden, 50-plussers dus, op zoek gaan naar een man of vrouw waarmee ze al dan niet samenwonend het leven kunnen delen. De weduwen zoeken bij voorkeur weduwnaars en omgekeerd weduwnaars weduwen. Het onderzoek (want daar ging het artikel over) gaf ook aan, dat mensen die hun partner hadden verloren van tevoren bij een nieuwe relatie aangaven, dat zij hun eerste partner nooit zouden vergeten, dat die een eigen plaats in hun leven zou behouden. Blijkbaar is dat geen drempel om toch met succes een nieuwe relatie aan te kunnen gaan, zo bleek uit het onderzoek.
Terwijl ik dat artikel las bedacht ik, dat deze webplek misschien gebruikt zou kunnen worden als een ontmoetingsplaats van weduwen en weduwnaars. Een soort vraag en aanbod. Kleine advertenties, zoals je zoveel in de dagbladen ziet. Als ik een beetje marktgericht zou denken, maar dat doe ik niet, dan zou je eigenlijk van een gat in de markt kunnen spreken. Alles kan op Internet, dus dit ook. Geen enkel probleem.
Toch aarzel ik om zo'n stap te doen, ook al zal er misschien heel veel behoefte aan bestaan. Je zou kunnen beginnen met elkaar e-mails te sturen, om -op papier- ervaringen uit te wisselen en ook om elkaar beter te leren kennen. En zo verder denkend bedacht ik, dat ik dáár op verzoek van lotgenoten de pagina ,,Mailbox" al voor had opgezet. En dat loopt nog niet echt storm, toch?

Is Internet dan toch nog een te hoge drempel voor het leggen van echte contacten? Bang misschien om door een volslagen onbekende voor gek te worden gezet? Digitaal misbruikt te worden? Zijn we met z'n allen bang om die ene stap te doen, om van het e-mailgesprek over te gaan op de warme handdruk van een echte kennismaking, oog in oog? Ik weet het niet, maar wie daar iets over wil zeggen/schrijven, is welkom. Misschien dat we dáár met z'n allen ook eens een special over kunnen maken.
Je denkt wat af als je zo alleen in die stoel zit omdat de TV je niks heeft te bieden en je geen goed boek bij de hand hebt. En zo ,,heb elk nadeel weer z'n voordeel"… En wat dit artikel betreft: ,,Je moet schieten om te kunnen scoren." Met dank aan Cruijff.

Bert Vos
eindredactie De Draaikolk

Overpeinzingen van een twijfelaar

Ik twijfel. Over alles en niks, maar ik twijfel sinds ik alleen ben. Gek is dat. 'k Was eigenlijk nooit zo'n twijfelaar toen mijn vrouw nog leefde. Juist toen wist ik alles zo goed, was ik zelfverzekerd, ook al zat ik er natuurlijk in mijn eigenwijsheid vaak naast.
Maar nu ben ik niet meer zo zeker van me zelf. Bij alles wat ik doe slaat de aarzeling toe. Vraag ik me af of ik gelijk heb, of dat het toch anders zit. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik twijfel.

Vandaag nog. Mijn bescheiden huishouding probeer ik zo goed mogelijk op orde te houden en dat betekent dat ik helaas ook zo nu en dan mijn wasgoed moet strijken. Vooral al dat katoen speelt je dan aardig parten. Katoenen T-shirts, overhemden, you name it. Maar het strijkijzer dat eigenlijk al sinds mensenheugenis dienst heeft gedaan, voldoet naar mijn bescheiden mening niet meer aan de eisen die je aan een strijkijzer moet stellen. Het ding dateert nog uit de préhistorie van onze huishouding, ooit als erfstuk overgenomen. Een chiploos ding. Een onverslijtbare brok degelijk ijzer. Maar mijn katoenen wasgoed geeft er zelfs na fors strijken geen blijk van nog over een kreukherstellend vermogen te beschikken en dus denk ik aan een nieuw, geavanceerd stuk strijkgereedschap. Zo'n stoomgeval schijnt wonderen te kunnen verrichten, is me verteld.

En dan sta ik na enkele verkenningstochten voor de vitrine van een electrozaak of van een winkel in huishoudelijk witgoed en zie dan vijf of zes van die dingen op een rij, van veertig tot honderd veertig gulden per stuk. En dan slaat de twijfel ernstig toe. Moet ik wel zo'n duur ding voor het weinige strijkwerk? En moet er een tefal-laag onder of kan het zonder?
Vroeger zou ik niet geaarzeld hebben en mijn vrouw hebben geadviseerd het beste te kopen. Nu drentel ik heen en weer. Piekerend. Aarzelend. Twijfelend. En ga na een half uur onzekerheid de winkel uit zonder zo'n eigenlijk onbelangrijke, maar ook wel voor mijn outfit noodzakelijke aankoop. Ik zal mijn zoon eens vragen, die heeft er als huisman zelf eentje aangeschaft en was er zéér enthousiast over. Ik moet dus eerst maar eens een goed advies hebben, ook al ken ik het antwoord.

Na bijna twee jaar alleenzijn kan ik blijkbaar nog steeds niet zelfstandig beslissen. Mis ik nog steeds dat goedkeurend knikje van mijn vrouw. De overeenstemming over een gezamenlijke aankoop. Mooi stom dus, want zo ben ik helemaal niet, dacht ik. En toch gebeurt het. Zo maar. En trek ik een verkreukeld shirt aan, doe hem weer uit en pak het oude strijkijzer weer op zonder dat ik tevreden ben met het resultaat. Ik hou mijn twijfels.
En praat me niet over veel belangrijker beslissingen die ik zou moeten nemen. Dáár begin ik niet eens aan. In gedachten hoor ik dan ineens de stem van mijn vrouw die me zegt niet zo te zeuren. Koop dat ding of doe het niet. Maar neem een beslissing!
Ik zal er nog eens over nadenken. Volgende week misschien. Ik heb nog wel wat overhemden in de kast hangen die er redelijk uitzien…

(Bert Vos)


Herfst- en andere gedichten

Schaduwspoor

De schaduwen glijden traag
over het verloren land
de stralen van de lage zon
verbreken snel de laatste band
met wat ooit was

De schaduwen verduisteren
jouw veel te korte levenslijn
totdat die is verdwenen en
de schaduwen met het land
versmolten zijn

Een klein lichtstraaltje
zweeft over het duistere land
het blijft hangen boven
mijn schaduw, even maar
daarna: stilte


Ik loop zwijgend door
mijn schaduwland
zoekend naar het licht
dat ooit weer zal schijnen

Ik weet: ik moet geduldig zijn

Bert Vos
september 1999

 

Herfst

De late ochtendzon hult zonder schroom
het gouden bos in grijze nevelbanen
de aarde dampt door stijgend stoom
Helder parelende diamanten hangen
aan pasgeweven spinnewebben

Een gouden waas behekst de bomen
zwaait vegend langs de takken
en laat de bladeren dansend stromen
Muziek van weemoed, licht en zwaar
klinkt tinkelend bassend door de lucht

En ergens in het zuiden, in rode vlucht
vliegen de flamingo's naar de zomerzon
In het noorden daalt opeens de sneeuw
en bedekt het bruin geworden goud
Ik ril en voel me opnieuw weer ijzig koud

Bert Vos
september 1999

 

Lach...!
Lach om die ene stotterende vriend
die bezwerend zegt je echt te begrijpen
Lach om de ene snotterende vriendin
die 'm alleen maar zit te knijpen
Lach om die ene maffe hulpverlener
die alleen zichzelf maar helpt

Lach om die rappe therapeut die je
met nutteloze adviezen overstelpt
Lach om al die massa maffe mensen
die je stuk voor stuk het beste wensen
Lach om al die allesweters, die
cirkels lopen in het zielenknijp-circuit

Lach ook daverend om die ene nitwit,
die je zelf -heel stom- hebt ingehuurd
en je na afloop toch uiterst zelfvoldaan
voor niet verleende hulp een forse nota stuurt

Lach man, lach vrouw!
bedwing je tranen, vergeet eventjes je rouw!
Vergeet ook gerust die ene illusie
dat dát soort hulp ook helpen zou...

Lach om je tranen, lach om je verdriet,
huil en lach ze uit, vergeet ze gauw!
Maar om je verloren liefste nu maar te vergeten?
ach nee, dát kun je echt ook nu nog niet...


Daarom huil je bittere tranen van het lachen
totdat het bevrijdend lachen je vergaat
en je met lege handen, leeg gelachen geest
jezelf weer heel erg dapper
een heel klein beetje moed inpraat

Gratis en voor niks

Bert Vos
oktober 1999

 


De grimlach van een ervaringsdeskundige:
Rouwen en ook nog depressief zijn? Niet doen!

Je leest er veel over de laatste tijd: depressiviteit. Eigenlijk wordt er soms over geschreven alsof het een pas ontdekte ziekte is, maar het bestaat natuurlijk al zo lang de mensheid bestaat, ook al valt dat niet te bewijzen. De snelle, op prestaties gerichte stressmaatschappij, de wereld van onpersoonlijke digitaliteit, de samenleving van aan sofi- en andere nummers gebonden bureaucratie, de instant-emotiesmachines van commerciële televisiestations, kortom onze druk-op-de-enterknop-wereld van vandaag heeft het ontstaan van depressiviteit hooguit versneld. En daar kun je misschien nog volledigheidshalve een gewijzigd voedingspatroon aan toevoegen, want ook bepaalde stoffen schijnen depressie-bevorderend te werken, beweren knappe deskundigen die zeggen het te kunnen weten. Nederland kent zo'n half miljoen mensen die op de één of andere manier last hebben van depressiviteit. Maar slechts een klein deel daarvan wordt ook als zodanig door artsen herkend.

Maar of deze ziekte ook werkelijk erkend is door de samenleving? Ik zet daar de nodige vraagtekens bij. Het wordt in ieder geval erg onderschat, ook al kan een zware depressie iemand het leven kosten. Maar dat geldt ook voor gevaarlijk rijgedrag op de snelweg. Toch?
Het is als met rouwverwerken: men kent het fenomeen, maar zolang men er zelf niet rechtstreeks mee te maken heeft is het vervelend voor de niet-rouwenden. Lastig ook voor de collega's die door al dat rouwen het extra werk soms op moeten knappen. En vaak zelfs tamelijk bedreigend als de rouwende er óók nog over wil práten. Dat laatste gaat wat te ver en moet dus als het even kan vermeden worden. En dus wordt het bestaan van rouw liever domweg en gemakshalve ontkend. Want wat niet bestaat daar kan ook niet over gepraat worden. Zo simpel als wat.
En het wordt helemaal een ramp als de rouwende ook nog tekenen van depressiviteit gaat vertonen. Want wat moeten we dáár nou weer mee? Zelf zullen we er mee moeten leren leven, want helaas is depressiviteit bij rouwenden bepaald geen onbekend verschijnsel, integendeel. En dat wil ik alleen maar eventjes extra onder de aandacht brengen van mensen die dat het liefst zouden willen ontkennen. Het gaat op sommige momenten namelijk vaak samen, zonder dat onze zorgende samenleving dat echt in de gaten heeft of er aandacht aan besteedt. En de laatste die het zal vertellen is de rouwende zelf. Die past wel op. Die heeft vaak al de nodige negatieve ervaringen achter de rug met al zijn of haar gepraat en probeert, wijzer geworden, zichzelf te redden, behoedzaam manoeuvrerend tussen rouw en depressiviteit, verhullend, verbergend en ontkennend. Om tenslotte, als het echt aan begrip, herkenning, erkenning en hulp blijft ontbreken, in te storten. Uitgeschakeld voor lange tijd. Pas dan komen de erkende hulpverleners in actie, driftig ondersteund door sofinummerende bureaucraten. Tenminste als je niet de pech hebt om op een wachtlijst geplaatst te worden. Die kans is namelijk rijkelijk aanwezig, ook al hebben onze zorgverzekeraars van de rechter te horen gekregen dáár iets aan te doen. Maar een wachtlijst is hoe dan ook net zo erg, misschien wel véél erger dan de wachtkamer van de EHBO-afdeling van bijvoorbeeld een academisch ziekenhuis op zaterdag of zondag na de sportwedstrijden, ook al kan ik me dát bijna niet voorstellen.

Praat ik uit eigen ervaring? Ja en nee. Ja, ik ken die EHBO-afdelingen van (academische) ziekenhuizen op de zaterdag- 0f zondagnamiddag. Nee, ik wil dat niet graag nóg een keer meemaken. Ja, ik rouw al geruime tijd en ja soms ben ik zelfs behoorlijk depressief, ook al zou dat rouwen na bijna twee jaar nu best een beetje minder kunnen. Maar nee, ik ben er tot nu toe niet onderdoor gegaan en ja, mijn omgeving heeft gelukkig begrip en geduld en helpt als het nodig is. Ja, ik ben dus ondanks alles een redelijk gelukkig mens. Maar kan iedere rouwende dat zeggen? Nee, ik vrees van niet.
Zo, dat ben ik kwijt. Dat moest even. Dat lucht op. Ik weet het, ik help er misschien voorlopig niemand echt mee, maar het probleem is nou benoemd en zo hoort dat tegenwoordig. Nu kunnen we er samen met z'n allen fasegewijs verder aan werken. Rapporten schrijven, subsidies aanvragen, misschien een klein faculteitje aan de universiteit oprichten en verder gaan met ademhalen. Zonder al die ernstig deprimerende gedachtenspinsels. Weg met die depressies. Kop op! Lach man, lach vrouw! De wereld ligt echt aan jullie voeten. Bekijk het maar! (Bert Vos)

En dan ineens weer verliefd zijn, wat dan?

Het kan je zo maar overkomen. Je rouwt nog steeds om je partner die je hebt verloren en dan ineens ontmoet je iemand, het klikt en bam! je bent verliefd. Zo maar. Kan dat dan? Natuurlijk kan dat. En natuurlijk kan dat wellicht schuldgevoelens oproepen ten opzichte van je overleden partner en heb je het er even moeilijk mee. Maar je moet je altijd afvragen hoe je partner er over zou hebben gedacht. Zou die dat hebben afgewezen? Vast niet.
Mijn vrouw was daarin heel oprecht en helder: ,,Als ik er straks niet meer ben, dan moet je niet in een hoekje gaan zitten. We hebben samen een ontzettend fijne tijd gehad, maar jij moet straks verder. Misschien kom je een lieve vrouw tegen waarmee je samen verder kunt. Ik hoop het voor je. Ik zou het fijn voor je vinden en gun het je echt." Ik hoor het haar in gedachten nog steeds zeggen, maar tot nu toe heb ik geen dergelijke bam!-ervaringen gehad. Toch maakt het me gemakkelijker om er aan toe te geven als zoiets wonderlijks mij ooit overkomt, denk ik. En het hoeft ook niet meteen verliefdheid te zijn. Gewoon samen met iemand praten, uitgaan, ergens samen van genieten kan natuurlijk ook zonder dat je direct verliefd bent. Je bent wat dat betreft misschien wat ,,older, wiser and sadder'' geworden…
Gisteren kreeg ik een e-mail van een lotgenote die schreef dat ze bam! zo maar ineens verliefd was. En het was ineens of haar leven weer opnieuw was begonnen, schreef ze. Ze kreeg aandacht, ze kon haar gedachten weer kwijt, ze kon weer samen met iemand lachen, uitgaan, genieten. Zoals ik ook nog niet zo lang geleden een erg aardige reactie van een lotgenote kreeg die over haar ervaringen vertelde met haar nieuwe partner. Ze heeft haar verhaal ook beknopt in het gastenboek geschreven. Zij woont nu samen en haar leven heeft een nieuwe invulling gekregen, overigens zonder dat ze haar overleden partner zo maar vergeet.
Niet iedereen met een partner die is overleden, kan dat misschien: verliefd worden, of er aan toegeven. Misschien dat de overleden partner dan nog een te grote plaats inneemt om zo maar ruimte te maken voor een ander. Het is natuurlijk soms ook afhankelijk van de vraag hoe lang het is geleden dat je partner stierf. Dat kan verschil maken. Jouw geest moet er open voor staan, je moet zóveel van het verleden hebben verwerkt dat er weer ruimte is gemaakt voor nieuwe ervaringen. Een nieuw leven. Zoals verliefd worden daarvan het begin kan zijn. (Bert Vos)

Kort verhaal: Contact

Hij had het gewaagd. Alle aarzelingen overwonnen, alle twijfels opzij gezet en had uren zitten piekeren boven een tekst voor een contactadvertentie onder het motto: Hoe verkoop ik me zelf het beste?
Verkopen was niet z'n sterkste zijde en dus was het behoorlijk zwoegen en zweten, toevoegen en schrappen. En wissen. De delete-knop maakte overuren en zijn gepijnigde hersens diepten de meest fantastisch kenmerken die mannen schijnen te hebben uit de duistere krochten van het onderbewuste tevoorschijn.
En dan nog vond hij het resultaat maar magertjes. ,,Man van middelbare leeftijd maar jong van hart zoekt …" Een groter cliché kende hij niet. Zoals een 80-jarige zonder enige twijfels praat over ,,jongeman zoekt jonge vrouw". Schrappen dus, die handel.
,,Ouwe zak van 50-plus zoekt vrouw die daar mee om weet te gaan". Was dat wat? Ach nee, klinkt gemaakt leuk. Niet doen dus. De woorden regen zich aaneen, zoals een autoverkoper probeert het oudste wrak uit de collectie opgepoetst de deur uit te krijgen tegen een redelijke winstprijsje. Hij begon er zowaar plezier in te krijgen.
,,Alleenstaande weduwnaar is het alleenstaan moe. En wil graag samen gaan zitten. Zoek een vrouw van 50-plus die géén meubelstuk wil zijn."
Hij proefde de woorden. Vijftig plus. Leek wel een kaassoort. Schrappen dus. Zoekt vrouw van rond de 55 plus of min klinkt al beter, maar dat was het toch ook niet.
Hij verbaasde zich over de talrijke advertenties die op de meest originele manier de eigen waar de hemel in wisten te prijzen. Nou ja, dat wilde hij voorlopig toch maar niet, de hemel moest nog maar eventjes wachten…
Grapje. Moet kunnen.
,,Eenzame jongeman van middelbare leeftijd zoekt nieuwe veilige uitdagingen die niet teveel energie mogen kosten. Overleg over de samen uit te voeren uitspattingen is vereiste, inclusief risico-inventarisatie en een voor- en nadelen analyse kan ook geen kwaad.''
Een beetje cynisme is nooit weg, vond hij, maar niet iedereen hield daar van. Weg ermee dus. Hij zuchtte. Wat was het toch moeilijk om de juiste toon te treffen.
,,Weduwnaar (55+) wil de eenzaamheid ontvluchten en is op zoek naar lot- en leeftijdsgenote die daar óók aan toe is. Voor een nieuwe verkenningstocht. Met mogelijke lat-relatie.''
Ach nee, dat laatste is wel wat al te nadrukkelijk. En bovendien zou hij dat waarschijnlijk niet eens zo maar aan kunnen, zo'n lat-relatie, vreesde hij. Eerst een rustige briefwisseling om elkaar te leren kennen. Dan heel misschien een kopje koffie in een cafeetje aan zee of zo. Gewoon even ontspannen, even met iemand samen iets doen. Gewoon luisteren naar de ander, en misschien wat vertellen over jezelf. Over jouw leven met haar. En nu de eenzaamheid zonder haar. Erkenning, herkenning.
Niet uitdagend misschien, maar wel zo eerlijk. Nu nog wat goeie kenmerken en eigenschappen. Had hij die? Hij twijfelde. Natuurlijk had hij die, maar schrijf je die dan zo maar op? Jawel idioot, dat doen ze toch allemaal? Pagina's vol goede eigenschappen! Ook de geweldige die ze niet hebben, maar graag zouden hebben gehad. Dus vooruit, brandt los!
Even werd hij enthousiast. Gevoel voor humor (dat in ieder geval, hij wilde best weer eens lachen), trouw (zo monogaam als de pest en daarom heeft hij nu nog steeds moeite om...), geëmancipeerd? (zijn vrouw dacht van wel, ook al kon het nog véél beter), houdt van kunst en cultuur, van kamperen (in een caravan of zo, want je moet het niet overdrijven), wandelen (behalve als het regent) en gewoon thuis zitten om samen te praten over alles wat belangrijk is om over te praten (zonder haardvuur). Hij aarzelde. Het zag er niet erg sportief uit, maar was hij dat dan? Van wandelen zou hij misschien bergwandelen kunnen maken. Dat was nog waar ook. En kamperen in zo'n klein tentje, ach, het was wel lang geleden, maar het zou vast wel weer wennen en als je bergwandelt is zo'n tentje best slim, hoef je niet elke keer weer naar beneden, het dal in en…
Hij keek naar het beeldscherm, minutenlang. Toen werd de stilte van zijn werkkamer ineens verbroken door zijn schaterende lach. ,,Ik ben een zeldzame idioot," zei hij hardop tegen zichzelf. ,,Zit ik hier moeilijk te doen over mezelf. Ik ben toch wie ik ben?" Hij markeerde resoluut de zo moeizaam gecomponeerde tekst en drukte de deleteknop in. Zonder enige aarzeling begon hij opnieuw. Zijn snelle vingers roffelden een tiental seconden daverend enthousiast over de toetsen:
,,Alleenstaande man (55+) zoekt dito vrouw. Brieven onder nummer….."

*

Zij zou er vroeger nooit aan hebben gedácht om contactadvertenties te lezen, laat staan om er op te reageren.. Zo banaal allemaal, vond ze, en ze zag in gedachten de mensen voor zich die elke dag hunkerend de krant er op nasnuffelden om aan een man of vrouw te komen. Ze kon zich daar tot nu toe eigenlijk niks bij voorstellen. Hoefde dat ook niet. Maar dat was vroeger. Toen ze een man had. En met die man gelukkig getrouwd was tot dat ene vreselijke moment dat zijn hart het zo maar begaf. Van de ene op de andere dag was haar leven, haar wereld volslagen veranderd. Weg was de warme beslotenheid van zijn armen, verdwenen was dat intense gevoel van liefde, weg was het samen genieten van allerlei fijne dingen in haar leven, hún leven. Daarvoor in de plaats was de eenzaamheid gekomen, de kilte die haar hart soms deed bevriezen. De lege plek naast haar in dat nu veel te grote bed deed pijn, elk moment van de soms lange nacht als haar gedachten kolkend een weg zochten in het labyrinth van haar verwarde geest, waar eigenlijk nog steeds geen goede plek was gevonden voor de eenzaamheid die ze voelde.
Ze miste de tedere knuffel van genegenheid. De zo maar impulsieve streling in het voorbijgaan en de zorgen die hij altijd voor haar koesterde. Weg. Verdwenen. Het was er niet meer. Wat overbleef waren de fijne herinneringen die ze koesterde met een grote intensiteit.
Maar ze wist het. Ze moest eigenlijk helemaal weer opnieuw beginnen. Ze kon zich niet steeds maar blijven vastklampen aan dat verleden. Ze zou het nooit vergeten, dat niet. Haar overleden man zou altijd een warme plek in haar hart houden, dat wist ze zeker. Daarvoor waren die 25 jaar samen te kostbaar geweest.
Ze bladerde gedachtenloos door de ochtendkrant op zoek naar de contactadvertenties. Haar vriendin had haar gezegd daar eens naar te kijken. Je kon nooit weten, had ze gezegd, misschien, héél misschien vind je iemand waar je je leven opnieuw mee zou willen delen.
Maar was dat wel mogelijk? Kon er iemand op deze wereld zijn die haar man zou kunnen vervangen? Ze betwijfelde dat.
Ze las de advertenties met de nodige scepsis. Aanlokkelijke aanbiedingen buitelden over elkaar heen om de aandacht te trekken. Sportievelingen, jong van hart, prezen zich aan als waren het gloednieuwe wasmiddelen. Gevoel voor humor, romantisch maar uiterst sportief. Verre horizons met ongedachte perspectieven ontvouwden zich voor haar geest. Vrolijk brandende open haarden, talrijke flessen wijn en verre reizen lokten de eenzamen. Ze moest lachen om zoveel zelfoverschatting, samengeperst in een paar peperdure advertentieregels. Maar ze proefde in al die advertenties toch de eenzaamheid die iedereen wilde ontvluchten, ondanks de komische teksten.
En dan ineens: ,,Alleenstaande man (55+) zoekt dito vrouw. Brieven onder nummer…".
Geen superlatieven, geen aanprijzingen, geen kwaliteitsoordeel, geen wensen of strikte voorwaarden. Zo maar één simpele regel.
Ze staarde lang naar die ene regel en begon toen te schrijven. Voorzichtig elk woord proevend, keurend.
Ze deed de brief nog dezelfde dag op de post. Met kloppend hart. Van twijfel, van lichte angst, onzekerheid. Maar ook met een vleugje verwachting.

*

Zijn vingers beefden een beetje toen hij de brief opende. Hij las de met de handgeschreven tekst. Een mooi zelfbewust krachtig, maar duidelijk vrouwelijk handschrift. Hij las haar brief en wist intuïtief, zonder haar verder te kennen, dat hij misschien, héél misschien toch aan een nieuw leven zou kunnen beginnen. Die avond las hij die ene brief wel honderd keer. Absorbeerde de tekst elke keer alsof het nieuw voor hem was. Hij keek dan naar het stapeltje brieven op tafel van al die andere vrouwen die hadden gereageerd. Hij was daar blij mee geweest, ook al had eigenlijk geen enkele brief emoties bij hem opgeroepen. Geen verwachtingen, geen herkenning. Maar deze ene brief was anders. Hij las met een glimlach haar eerste zin: ,,Misschien ben ik de dito vrouw die je zoekt en kunnen we samen héél misschien elkaars voor- en nadelen ontdekken en elkaars eenzaamheid opvullen. Natuurlijk niet zoals het ooit was, maar we kunnen het toch proberen?''
,,Natuurlijk niet zoals het ooit was, maar we kunnen het toch proberen?" Hij proefde die zin voor de honderdste keer en wist het zeker: zij had het echt begrepen.


Copyright 1999 Bert Vos


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren