Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 2e jaargang nr. 2 - november 1999
Van de redactie
Elk nadeel
heb z'n voordeel
Soms heb ik wel eens
het gevoel dat deze site misschien op onderdelen wat te somber
van toon is. Dat er best eens wat meer humor en vrolijkheid in
gestopt mag worden. Lachen is gezond, nog steeds. En hoe je het
ook bekijkt, ook al zal het leven voor jou en mij nooit meer worden
zoals het is geweest, dan nog blijft er nog genoeg over om voor
te willen leven. Genoeg om van te kunnen genieten, plezier mee
te beleven. Zoals Johan Cruijff het zo aardig weet te zeggen:
,,elk nadeel heb z'n voordeel". Vraag me nou niet wat de
voordelen zijn om je partner te hebben verloren, want die willen
me nu niet zo snel te binnen schieten, maar Cruijff zal in algemene
zin best gelijk hebben.
Waar het om gaat is, dat je niet altijd alles van de meest negatieve,
sombere, kant moet bekijken. Die neiging hebben we nog wel eens.
Dat is menselijk. Vooral als je alleen thuis zit met je gedachten.
Er is niks op televisie wat je echt interesseert, een goed boek
is niet direct voorhanden en om daarom nou maar weer eens achter
de computer te kruipen lokt je ook niet echt aan, dus zit je in
je stoel en denkt. Je denkt na over je eigen toekomst. Wat je
daarmee zou willen doen. Of je nog jaren door wilt gaan met alleen
zijn. Je vraagt je af wat de alternatieven zijn. Misschien eens
wat meer uitgaan. Een avondje film misschien. Of een theatervoorstelling.
Of
Terwijl je dat bedenkt besef je meteen dat je dit soort
dingen toch in eerste instantie alleen moet doen. En juist dat
lokt je niet zo erg aan.
Kortgeleden
las ik in de krant dat steeds meer (maar met name ook oudere)
alleenstaanden, 50-plussers dus, op zoek gaan naar een man of
vrouw waarmee ze al dan niet samenwonend het leven kunnen delen.
De weduwen zoeken bij voorkeur weduwnaars en omgekeerd weduwnaars
weduwen. Het onderzoek (want daar ging het artikel over) gaf ook
aan, dat mensen die hun partner hadden verloren van tevoren bij
een nieuwe relatie aangaven, dat zij hun eerste partner nooit
zouden vergeten, dat die een eigen plaats in hun leven zou behouden.
Blijkbaar is dat geen drempel om toch met succes een nieuwe relatie
aan te kunnen gaan, zo bleek uit het onderzoek.
Terwijl ik dat artikel las bedacht ik, dat deze webplek misschien
gebruikt zou kunnen worden als een ontmoetingsplaats van weduwen
en weduwnaars. Een soort vraag en aanbod. Kleine advertenties,
zoals je zoveel in de dagbladen ziet. Als ik een beetje marktgericht
zou denken, maar dat doe ik niet, dan zou je eigenlijk van een
gat in de markt kunnen spreken. Alles kan op Internet, dus dit
ook. Geen enkel probleem.
Toch aarzel ik om zo'n stap te doen, ook al zal er misschien heel
veel behoefte aan bestaan. Je zou kunnen beginnen met elkaar e-mails
te sturen, om -op papier- ervaringen uit te wisselen en ook om
elkaar beter te leren kennen. En zo verder denkend bedacht ik,
dat ik dáár op verzoek van lotgenoten de pagina
,,Mailbox" al voor had opgezet. En dat loopt nog niet echt
storm, toch?
Is Internet
dan toch nog een te hoge drempel voor het leggen van echte contacten?
Bang misschien om door een volslagen onbekende voor gek te worden
gezet? Digitaal misbruikt te worden? Zijn we met z'n allen bang
om die ene stap te doen, om van het e-mailgesprek over te gaan
op de warme handdruk van een echte kennismaking, oog in oog? Ik
weet het niet, maar wie daar iets over wil zeggen/schrijven, is
welkom. Misschien dat we dáár met z'n allen ook
eens een special over kunnen maken.
Je denkt wat af als je zo alleen in die stoel zit omdat de TV
je niks heeft te bieden en je geen goed boek bij de hand hebt.
En zo ,,heb elk nadeel weer z'n voordeel"
En wat dit
artikel betreft: ,,Je moet schieten om te kunnen scoren."
Met dank aan Cruijff.
Bert Vos
eindredactie De Draaikolk
Overpeinzingen van een twijfelaar
Ik twijfel. Over alles
en niks, maar ik twijfel sinds ik alleen ben. Gek is dat. 'k Was
eigenlijk nooit zo'n twijfelaar toen mijn vrouw nog leefde. Juist
toen wist ik alles zo goed, was ik zelfverzekerd, ook al zat ik
er natuurlijk in mijn eigenwijsheid vaak naast.
Maar nu ben ik niet meer zo zeker van me zelf. Bij alles wat ik
doe slaat de aarzeling toe. Vraag ik me af of ik gelijk heb, of
dat het toch anders zit. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik
twijfel.
Vandaag nog. Mijn bescheiden huishouding probeer ik zo goed mogelijk
op orde te houden en dat betekent dat ik helaas ook zo nu en dan
mijn wasgoed moet strijken. Vooral al dat katoen speelt je dan
aardig parten. Katoenen T-shirts, overhemden, you name it. Maar
het strijkijzer dat eigenlijk al sinds mensenheugenis dienst heeft
gedaan, voldoet naar mijn bescheiden mening niet meer aan de eisen
die je aan een strijkijzer moet stellen. Het ding dateert nog
uit de préhistorie van onze huishouding, ooit als erfstuk
overgenomen. Een chiploos ding. Een onverslijtbare brok degelijk
ijzer. Maar mijn katoenen wasgoed geeft er zelfs na fors strijken
geen blijk van nog over een kreukherstellend vermogen te beschikken
en dus denk ik aan een nieuw, geavanceerd stuk strijkgereedschap.
Zo'n stoomgeval schijnt wonderen te kunnen verrichten, is me verteld.
En dan sta ik na enkele verkenningstochten voor de vitrine van
een electrozaak of van een winkel in huishoudelijk witgoed en
zie dan vijf of zes van die dingen op een rij, van veertig tot
honderd veertig gulden per stuk. En dan slaat de twijfel ernstig
toe. Moet ik wel zo'n duur ding voor het weinige strijkwerk? En
moet er een tefal-laag onder of kan het zonder?
Vroeger zou ik niet geaarzeld hebben en mijn vrouw hebben geadviseerd
het beste te kopen. Nu drentel ik heen en weer. Piekerend. Aarzelend.
Twijfelend. En ga na een half uur onzekerheid de winkel uit zonder
zo'n eigenlijk onbelangrijke, maar ook wel voor mijn outfit noodzakelijke
aankoop. Ik zal mijn zoon eens vragen, die heeft er als huisman
zelf eentje aangeschaft en was er zéér enthousiast
over. Ik moet dus eerst maar eens een goed advies hebben, ook
al ken ik het antwoord.
Na bijna twee jaar alleenzijn kan ik blijkbaar nog steeds niet
zelfstandig beslissen. Mis ik nog steeds dat goedkeurend knikje
van mijn vrouw. De overeenstemming over een gezamenlijke aankoop.
Mooi stom dus, want zo ben ik helemaal niet, dacht ik. En toch
gebeurt het. Zo maar. En trek ik een verkreukeld shirt aan, doe
hem weer uit en pak het oude strijkijzer weer op zonder dat ik
tevreden ben met het resultaat. Ik hou mijn twijfels.
En praat me niet over veel belangrijker beslissingen die ik zou
moeten nemen. Dáár begin ik niet eens aan. In gedachten
hoor ik dan ineens de stem van mijn vrouw die me zegt niet zo
te zeuren. Koop dat ding of doe het niet. Maar neem een beslissing!
Ik zal er nog eens over nadenken. Volgende week misschien. Ik
heb nog wel wat overhemden in de kast hangen die er redelijk uitzien
(Bert Vos)
De grimlach van een
ervaringsdeskundige:
Rouwen en ook nog depressief zijn? Niet doen!
Je leest er veel over de laatste tijd: depressiviteit. Eigenlijk wordt er soms over geschreven alsof het een pas ontdekte ziekte is, maar het bestaat natuurlijk al zo lang de mensheid bestaat, ook al valt dat niet te bewijzen. De snelle, op prestaties gerichte stressmaatschappij, de wereld van onpersoonlijke digitaliteit, de samenleving van aan sofi- en andere nummers gebonden bureaucratie, de instant-emotiesmachines van commerciële televisiestations, kortom onze druk-op-de-enterknop-wereld van vandaag heeft het ontstaan van depressiviteit hooguit versneld. En daar kun je misschien nog volledigheidshalve een gewijzigd voedingspatroon aan toevoegen, want ook bepaalde stoffen schijnen depressie-bevorderend te werken, beweren knappe deskundigen die zeggen het te kunnen weten. Nederland kent zo'n half miljoen mensen die op de één of andere manier last hebben van depressiviteit. Maar slechts een klein deel daarvan wordt ook als zodanig door artsen herkend.
Maar of deze
ziekte ook werkelijk erkend is door de samenleving? Ik zet daar
de nodige vraagtekens bij. Het wordt in ieder geval erg onderschat,
ook al kan een zware depressie iemand het leven kosten. Maar dat
geldt ook voor gevaarlijk rijgedrag op de snelweg. Toch?
Het is als met rouwverwerken: men kent het fenomeen, maar zolang
men er zelf niet rechtstreeks mee te maken heeft is het vervelend
voor de niet-rouwenden. Lastig ook voor de collega's die door
al dat rouwen het extra werk soms op moeten knappen. En vaak zelfs
tamelijk bedreigend als de rouwende er óók nog over
wil práten. Dat laatste gaat wat te ver en moet dus als
het even kan vermeden worden. En dus wordt het bestaan van rouw
liever domweg en gemakshalve ontkend. Want wat niet bestaat daar
kan ook niet over gepraat worden. Zo simpel als wat.
En het wordt helemaal een ramp als de rouwende ook nog tekenen
van depressiviteit gaat vertonen. Want wat moeten we dáár
nou weer mee? Zelf zullen we er mee moeten leren leven, want helaas
is depressiviteit bij rouwenden bepaald geen onbekend verschijnsel,
integendeel. En dat wil ik alleen maar eventjes extra onder de
aandacht brengen van mensen die dat het liefst zouden willen ontkennen.
Het gaat op sommige momenten namelijk vaak samen, zonder dat onze
zorgende samenleving dat echt in de gaten heeft of er aandacht
aan besteedt. En de laatste die het zal vertellen is de rouwende
zelf. Die past wel op. Die heeft vaak al de nodige negatieve ervaringen
achter de rug met al zijn of haar gepraat en probeert, wijzer
geworden, zichzelf te redden, behoedzaam manoeuvrerend tussen
rouw en depressiviteit, verhullend, verbergend en ontkennend.
Om tenslotte, als het echt aan begrip, herkenning, erkenning en
hulp blijft ontbreken, in te storten. Uitgeschakeld voor lange
tijd. Pas dan komen de erkende hulpverleners in actie, driftig
ondersteund door sofinummerende bureaucraten. Tenminste als je
niet de pech hebt om op een wachtlijst geplaatst te worden. Die
kans is namelijk rijkelijk aanwezig, ook al hebben onze zorgverzekeraars
van de rechter te horen gekregen dáár iets aan te
doen. Maar een wachtlijst is hoe dan ook net zo erg, misschien
wel véél erger dan de wachtkamer van de EHBO-afdeling
van bijvoorbeeld een academisch ziekenhuis op zaterdag of zondag
na de sportwedstrijden, ook al kan ik me dát bijna niet
voorstellen.
Praat ik uit
eigen ervaring? Ja en nee. Ja, ik ken die EHBO-afdelingen van
(academische) ziekenhuizen op de zaterdag- 0f zondagnamiddag.
Nee, ik wil dat niet graag nóg een keer meemaken. Ja, ik
rouw al geruime tijd en ja soms ben ik zelfs behoorlijk depressief,
ook al zou dat rouwen na bijna twee jaar nu best een beetje minder
kunnen. Maar nee, ik ben er tot nu toe niet onderdoor gegaan en
ja, mijn omgeving heeft gelukkig begrip en geduld en helpt als
het nodig is. Ja, ik ben dus ondanks alles een redelijk gelukkig
mens. Maar kan iedere rouwende dat zeggen? Nee, ik vrees van niet.
Zo, dat ben ik kwijt. Dat moest even. Dat lucht op. Ik weet het,
ik help er misschien voorlopig niemand echt mee, maar het probleem
is nou benoemd en zo hoort dat tegenwoordig. Nu kunnen we er samen
met z'n allen fasegewijs verder aan werken. Rapporten schrijven,
subsidies aanvragen, misschien een klein faculteitje aan de universiteit
oprichten en verder gaan met ademhalen. Zonder al die ernstig
deprimerende gedachtenspinsels. Weg met die depressies. Kop op!
Lach man, lach vrouw! De wereld ligt echt aan jullie voeten. Bekijk
het maar! (Bert Vos)
En dan ineens weer verliefd zijn, wat dan?
Het kan je zo maar overkomen.
Je rouwt nog steeds om je partner die je hebt verloren en dan
ineens ontmoet je iemand, het klikt en bam! je bent verliefd.
Zo maar. Kan dat dan? Natuurlijk kan dat. En natuurlijk kan dat
wellicht schuldgevoelens oproepen ten opzichte van je overleden
partner en heb je het er even moeilijk mee. Maar je moet je altijd
afvragen hoe je partner er over zou hebben gedacht. Zou die dat
hebben afgewezen? Vast niet.
Mijn vrouw was daarin heel oprecht en helder: ,,Als ik er straks
niet meer ben, dan moet je niet in een hoekje gaan zitten. We
hebben samen een ontzettend fijne tijd gehad, maar jij moet straks
verder. Misschien kom je een lieve vrouw tegen waarmee je samen
verder kunt. Ik hoop het voor je. Ik zou het fijn voor je vinden
en gun het je echt." Ik hoor het haar in gedachten nog steeds
zeggen, maar tot nu toe heb ik geen dergelijke bam!-ervaringen
gehad. Toch maakt het me gemakkelijker om er aan toe te geven
als zoiets wonderlijks mij ooit overkomt, denk ik. En het hoeft
ook niet meteen verliefdheid te zijn. Gewoon samen met iemand
praten, uitgaan, ergens samen van genieten kan natuurlijk ook
zonder dat je direct verliefd bent. Je bent wat dat betreft misschien
wat ,,older, wiser and sadder'' geworden
Gisteren kreeg ik een e-mail van een lotgenote die schreef dat
ze bam! zo maar ineens verliefd was. En het was ineens of haar
leven weer opnieuw was begonnen, schreef ze. Ze kreeg aandacht,
ze kon haar gedachten weer kwijt, ze kon weer samen met iemand
lachen, uitgaan, genieten. Zoals ik ook nog niet zo lang geleden
een erg aardige reactie van een lotgenote kreeg die over haar
ervaringen vertelde met haar nieuwe partner. Ze heeft haar verhaal
ook beknopt in het gastenboek geschreven. Zij woont nu samen en
haar leven heeft een nieuwe invulling gekregen, overigens zonder
dat ze haar overleden partner zo maar vergeet.
Niet iedereen met een partner die is overleden, kan dat misschien:
verliefd worden, of er aan toegeven. Misschien dat de overleden
partner dan nog een te grote plaats inneemt om zo maar ruimte
te maken voor een ander. Het is natuurlijk soms ook afhankelijk
van de vraag hoe lang het is geleden dat je partner stierf. Dat
kan verschil maken. Jouw geest moet er open voor staan, je moet
zóveel van het verleden hebben verwerkt dat er weer ruimte
is gemaakt voor nieuwe ervaringen. Een nieuw leven. Zoals verliefd
worden daarvan het begin kan zijn. (Bert Vos)
Kort verhaal: Contact
Hij had het gewaagd.
Alle aarzelingen overwonnen, alle twijfels opzij gezet en had
uren zitten piekeren boven een tekst voor een contactadvertentie
onder het motto: Hoe verkoop ik me zelf het beste?
Verkopen was niet z'n sterkste zijde en dus was het behoorlijk
zwoegen en zweten, toevoegen en schrappen. En wissen. De delete-knop
maakte overuren en zijn gepijnigde hersens diepten de meest fantastisch
kenmerken die mannen schijnen te hebben uit de duistere krochten
van het onderbewuste tevoorschijn.
En dan nog vond hij het resultaat maar magertjes. ,,Man van middelbare
leeftijd maar jong van hart zoekt
" Een groter cliché
kende hij niet. Zoals een 80-jarige zonder enige twijfels praat
over ,,jongeman zoekt jonge vrouw". Schrappen dus, die handel.
,,Ouwe zak van 50-plus zoekt vrouw die daar mee om weet te gaan".
Was dat wat? Ach nee, klinkt gemaakt leuk. Niet doen dus. De woorden
regen zich aaneen, zoals een autoverkoper probeert het oudste
wrak uit de collectie opgepoetst de deur uit te krijgen tegen
een redelijke winstprijsje. Hij begon er zowaar plezier in te
krijgen.
,,Alleenstaande weduwnaar is het alleenstaan moe. En wil graag
samen gaan zitten. Zoek een vrouw van 50-plus die géén
meubelstuk wil zijn."
Hij proefde de woorden. Vijftig plus. Leek wel een kaassoort.
Schrappen dus. Zoekt vrouw van rond de 55 plus of min klinkt al
beter, maar dat was het toch ook niet.
Hij verbaasde zich over de talrijke advertenties die op de meest
originele manier de eigen waar de hemel in wisten te prijzen.
Nou ja, dat wilde hij voorlopig toch maar niet, de hemel moest
nog maar eventjes wachten
Grapje. Moet kunnen.
,,Eenzame jongeman van middelbare leeftijd zoekt nieuwe veilige
uitdagingen die niet teveel energie mogen kosten. Overleg over
de samen uit te voeren uitspattingen is vereiste, inclusief risico-inventarisatie
en een voor- en nadelen analyse kan ook geen kwaad.''
Een beetje cynisme is nooit weg, vond hij, maar niet iedereen
hield daar van. Weg ermee dus. Hij zuchtte. Wat was het toch moeilijk
om de juiste toon te treffen.
,,Weduwnaar (55+) wil de eenzaamheid ontvluchten en is op zoek
naar lot- en leeftijdsgenote die daar óók aan toe
is. Voor een nieuwe verkenningstocht. Met mogelijke lat-relatie.''
Ach nee, dat laatste is wel wat al te nadrukkelijk. En bovendien
zou hij dat waarschijnlijk niet eens zo maar aan kunnen, zo'n
lat-relatie, vreesde hij. Eerst een rustige briefwisseling om
elkaar te leren kennen. Dan heel misschien een kopje koffie in
een cafeetje aan zee of zo. Gewoon even ontspannen, even met iemand
samen iets doen. Gewoon luisteren naar de ander, en misschien
wat vertellen over jezelf. Over jouw leven met haar. En nu de
eenzaamheid zonder haar. Erkenning, herkenning.
Niet uitdagend misschien, maar wel zo eerlijk. Nu nog wat goeie
kenmerken en eigenschappen. Had hij die? Hij twijfelde. Natuurlijk
had hij die, maar schrijf je die dan zo maar op? Jawel idioot,
dat doen ze toch allemaal? Pagina's vol goede eigenschappen! Ook
de geweldige die ze niet hebben, maar graag zouden hebben gehad.
Dus vooruit, brandt los!
Even werd hij enthousiast. Gevoel voor humor (dat in ieder geval,
hij wilde best weer eens lachen), trouw (zo monogaam als de pest
en daarom heeft hij nu nog steeds moeite om...), geëmancipeerd?
(zijn vrouw dacht van wel, ook al kon het nog véél
beter), houdt van kunst en cultuur, van kamperen (in een caravan
of zo, want je moet het niet overdrijven), wandelen (behalve als
het regent) en gewoon thuis zitten om samen te praten over alles
wat belangrijk is om over te praten (zonder haardvuur). Hij aarzelde.
Het zag er niet erg sportief uit, maar was hij dat dan? Van wandelen
zou hij misschien bergwandelen kunnen maken. Dat was nog waar
ook. En kamperen in zo'n klein tentje, ach, het was wel lang geleden,
maar het zou vast wel weer wennen en als je bergwandelt is zo'n
tentje best slim, hoef je niet elke keer weer naar beneden, het
dal in en
Hij keek naar het beeldscherm, minutenlang. Toen werd de stilte
van zijn werkkamer ineens verbroken door zijn schaterende lach.
,,Ik ben een zeldzame idioot," zei hij hardop tegen zichzelf.
,,Zit ik hier moeilijk te doen over mezelf. Ik ben toch wie ik
ben?" Hij markeerde resoluut de zo moeizaam gecomponeerde
tekst en drukte de deleteknop in. Zonder enige aarzeling begon
hij opnieuw. Zijn snelle vingers roffelden een tiental seconden
daverend enthousiast over de toetsen:
,,Alleenstaande man (55+) zoekt dito vrouw. Brieven onder nummer
.."
*
Zij zou er vroeger
nooit aan hebben gedácht om contactadvertenties te lezen,
laat staan om er op te reageren.. Zo banaal allemaal, vond ze,
en ze zag in gedachten de mensen voor zich die elke dag hunkerend
de krant er op nasnuffelden om aan een man of vrouw te komen.
Ze kon zich daar tot nu toe eigenlijk niks bij voorstellen. Hoefde
dat ook niet. Maar dat was vroeger. Toen ze een man had. En met
die man gelukkig getrouwd was tot dat ene vreselijke moment dat
zijn hart het zo maar begaf. Van de ene op de andere dag was haar
leven, haar wereld volslagen veranderd. Weg was de warme beslotenheid
van zijn armen, verdwenen was dat intense gevoel van liefde, weg
was het samen genieten van allerlei fijne dingen in haar leven,
hún leven. Daarvoor in de plaats was de eenzaamheid gekomen,
de kilte die haar hart soms deed bevriezen. De lege plek naast
haar in dat nu veel te grote bed deed pijn, elk moment van de
soms lange nacht als haar gedachten kolkend een weg zochten in
het labyrinth van haar verwarde geest, waar eigenlijk nog steeds
geen goede plek was gevonden voor de eenzaamheid die ze voelde.
Ze miste de tedere knuffel van genegenheid. De zo maar impulsieve
streling in het voorbijgaan en de zorgen die hij altijd voor haar
koesterde. Weg. Verdwenen. Het was er niet meer. Wat overbleef
waren de fijne herinneringen die ze koesterde met een grote intensiteit.
Maar ze wist het. Ze moest eigenlijk helemaal weer opnieuw beginnen.
Ze kon zich niet steeds maar blijven vastklampen aan dat verleden.
Ze zou het nooit vergeten, dat niet. Haar overleden man zou altijd
een warme plek in haar hart houden, dat wist ze zeker. Daarvoor
waren die 25 jaar samen te kostbaar geweest.
Ze bladerde gedachtenloos door de ochtendkrant op zoek naar de
contactadvertenties. Haar vriendin had haar gezegd daar eens naar
te kijken. Je kon nooit weten, had ze gezegd, misschien, héél
misschien vind je iemand waar je je leven opnieuw mee zou willen
delen.
Maar was dat wel mogelijk? Kon er iemand op deze wereld zijn die
haar man zou kunnen vervangen? Ze betwijfelde dat.
Ze las de advertenties met de nodige scepsis. Aanlokkelijke aanbiedingen
buitelden over elkaar heen om de aandacht te trekken. Sportievelingen,
jong van hart, prezen zich aan als waren het gloednieuwe wasmiddelen.
Gevoel voor humor, romantisch maar uiterst sportief. Verre horizons
met ongedachte perspectieven ontvouwden zich voor haar geest.
Vrolijk brandende open haarden, talrijke flessen wijn en verre
reizen lokten de eenzamen. Ze moest lachen om zoveel zelfoverschatting,
samengeperst in een paar peperdure advertentieregels. Maar ze
proefde in al die advertenties toch de eenzaamheid die iedereen
wilde ontvluchten, ondanks de komische teksten.
En dan ineens: ,,Alleenstaande man (55+) zoekt dito vrouw. Brieven
onder nummer
".
Geen superlatieven, geen aanprijzingen, geen kwaliteitsoordeel,
geen wensen of strikte voorwaarden. Zo maar één
simpele regel.
Ze staarde lang naar die ene regel en begon toen te schrijven.
Voorzichtig elk woord proevend, keurend.
Ze deed de brief nog dezelfde dag op de post. Met kloppend hart.
Van twijfel, van lichte angst, onzekerheid. Maar ook met een vleugje
verwachting.
*
Zijn vingers
beefden een beetje toen hij de brief opende. Hij las de met de
handgeschreven tekst. Een mooi zelfbewust krachtig, maar duidelijk
vrouwelijk handschrift. Hij las haar brief en wist intuïtief,
zonder haar verder te kennen, dat hij misschien, héél
misschien toch aan een nieuw leven zou kunnen beginnen. Die avond
las hij die ene brief wel honderd keer. Absorbeerde de tekst elke
keer alsof het nieuw voor hem was. Hij keek dan naar het stapeltje
brieven op tafel van al die andere vrouwen die hadden gereageerd.
Hij was daar blij mee geweest, ook al had eigenlijk geen enkele
brief emoties bij hem opgeroepen. Geen verwachtingen, geen herkenning.
Maar deze ene brief was anders. Hij las met een glimlach haar
eerste zin: ,,Misschien ben ik de dito vrouw die je zoekt en kunnen
we samen héél misschien elkaars voor- en nadelen
ontdekken en elkaars eenzaamheid opvullen. Natuurlijk niet zoals
het ooit was, maar we kunnen het toch proberen?''
,,Natuurlijk niet zoals het ooit was, maar we kunnen het toch
proberen?" Hij proefde die zin voor de honderdste keer en
wist het zeker: zij had het echt begrepen.
Copyright
1999 Bert Vos
Terug naar
index Archief
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren