Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 2e jaargang nr.1 - oktober 1999


Van de redactie

Tweede jaargang start met thema-special

Welgemoed beginnen we aan de tweede jaargang van de Draaikolk. Het jaar is zo maar vol. Tijd is blijkbaar relatief geworden. Aan de ene kant vliegt overdag vaak de tijd, maar aan de andere kant zijn de avonden soms eindeloos lang. Ik verdiep me vaak in het fenomeen tijd. Juist omdat ,,tijd" ongrijpbaar is. Omdat je in gedachten ook terug kunt gaan in de tijd. Terug bijvoorbeeld naar de meer onbezorgde dagen van weleer. Toen je nog dacht dat het leven schijnbaar onveranderbaar en vanzelfsprekend was. De tijd dat je zelf bij wijze van spreken ,,als een vlinder van bloem naar bloem fladderde" zonder die ene treurende bloem te zien. Voorbij ging aan de verwelkte kelken zonder de honing, de honing van het dagelijks leven, waar je op zoek naar was.

Nu voel je je zelf soms zo'n verwelkte, treurende bloem in een donker hoekje van de levenstuin. En kijk je niet zonder afgunst naar de trotse, stralende zonnebloemen die je in de warmte van de zomerzon woordenloos vertellen dat het leven toch geweldig kan zijn.
En ze hebben natuurlijk gelijk, al die zonnebloemen om ons heen. Alleen stralen ze naar ons gevoel net een tikkeltje teveel. En lijken naar de hemel te reiken alsof ze de sterren voorbij willen gaan. En zien dan even niet dat hun schaduw over ons heen valt, merken niet dat je ook graag een beetje zon zou willen plukken.
Ik hou van zonnebloemen, maar denk daarbij toch ook vaak aan al die ,,vergeet-mij-nietjes" in hun schaduw. En hoop dan dat die prachtige zonnebloemen eventjes hun hoofd willen buigen om de stralen van de zon voorbij te laten gaan en zullen fluisteren: ,,wij vergeten jullie niet, hoor, ook al lijkt dat soms misschien zo. Gaat het een beetje, daar beneden?" En dat wij dan even kunnen vertellen dat we toch een beetje verdrietig zijn omdat we óók zo graag zonnebloemen zouden willen zijn. Of de vrolijke vlinder die we ooit waren. Maar we zullen dán niet meer onbewust achteloos voorbij fladderen aan die ene treurende bloem. Omdat we dan weten wat het betekent zo'n bloem te zijn…

En zo zie je maar weer waar gedachten in tijd ons zo maar ineens kunnen brengen. Bij het thema dat we in deze editie van De Draaikolk in een special hebben geprobeerd te verwerken: hoe gaan we als rouwende om met de mensen om ons heen en kunnen wij er met hen over praten? Kunnen zij dat? Hoe gaan zij met ons om als rouwende?
Een moeilijk onderwerp natuurlijk en het is ook niet meer dan een eerste poging. Zoals ik in de vorige editie al schreef, is de Stichting Sire ook gestart met een campagne die dáár op is gericht. Dat gaat dus mooi samen en ik heb de link met de Sire-site natuurlijk ook opgenomen. Op die site staan veel goede raadgevingen, tips en andere zaken die voor mensen die rouwenden in hun omgeving hebben van belang kunnen zijn. Een heel fijn initiatief, maar dat zijn de campagnes van deze ideële stichting van reclamemakers altijd, vind ik. Click er maar eens naar toe.

Hoe dan ook, ik hoor graag jouw reacties. Jouw ervaringen, jouw gevoelens, jouw mening, jouw oplossingen misschien. Niet alleen van lotgenoten, maar natuurlijk ook van de mensen om hen heen. Schrijf, schrijf, schrijf!

Bert Vos, hoofdredacteur


 Kort verhaal: Anna

Elke keer dat ik haar schreef verbaasde het me dat het zo vanzelfsprekend was. Het was alsof ik een hele goede vriendin schreef die ik m'n hele leven al kende. En elke keer als ik een brief terug kreeg had ik hetzelfde gevoel. Alsof er een vonkje oversprong. Contact maakte.
Maar ik kende haar niet en ik ging ervan uit dat ze mij ook niet kende. Het enige wat we van elkaar hadden was het e-mailadres. Verder niks. Met tussen ons de telefoonlijn die onze computers met elkaar verbond, de brieven verzond en ontving.
Onze eerste ,,ontmoeting" vond plaats toen ik wanhopig van site naar site sprong, zoekend naar iets zonder eigenlijk te weten wát. Een overeenkomst, een herkenningspunt, nee, eigenlijk gewoon een schouder om op uit te kunnen huilen. Ik vond haar oproep op een plek ergens in het gigantische mierennest van plekjes dat Internet heet. Haar tekst was de eenvoud zelve. ,,Ik ben eenzaam. Ik ben alleen. Ik zoek een vriend die dat ook is. Met wie ik kan praten over mijn eenzaamheid, over alles wat belangrijk is. Schrijf me. Anna". Met een ondefinieerbaar e-mailadres.
En ik schreef Anna. Ettelijke A-viertjes vulde ik met mijn leven. Vertelde over mijn eenzaamheid, mijn verdriet. Over de schouder die ik zocht. Schreef over alles wat ik belangrijk vond. Ik verzond de brief en met die simpele muisklik veranderde op slag mijn leven.

Twee dagen later kwam haar antwoord. Anna had, net als ik, een half boek geschreven en legde, net als ik had gedaan, haar leven bloot. Ik had een lotgenoot gevonden met wie ik ,,praten" kon. Aan wie ik kon vertellen hoe ik me voelde en waarom. Met wie ik kon schrijven over mijn verdriet om wat ik had verloren. Zoals zij me schreef over háár verdriet en háár verlies. Het was alsof ik haar tranen zag en haar behuilde wang al lezend tegen de mijne voelde.
We huilden samen in onze brieven om wat ons bond: het verlies van wat ons het liefste was.
En later lachten we samen, beleefden in onze fantasieën samen allerlei avonturen in verre landen. Stelden ons voor hoe het zou zijn als we ons leven opnieuw zouden kunnen leven. Bedachten de mooiste plekjes om te wonen met een huis waarin voor ons beiden een eigen plek zou zijn om ons terug te trekken als we dat wilden. Een wonderhuis in het land der dromen.
Elke dag opende ik met een kloppend hart de mailbox en was van slag als er nog geen antwoord was gekomen. En als die er wel was had ik nauwelijks het geduld om te wachten tot de printer de tientallen velletjes had uitgespuwd.
Ik bewaarde alles in een mooie map. Brief na brief. Kocht een tweede map, en een derde. Map na map werd gevuld met haar brieven. Samen met de mijne.

Toen kwam zo maar haar laatste brief. In huilende zinnen vertelde ze mij dat ze ging sterven. Dat er een einde zou komen aan haar leven omdat ze kanker had. En ze bedankte me voor dat fijne laatste jaar dat ze samen met mij had gehad. En ze was ervan overtuigd dat het haar leven had verlengd. Maar nu ging het niet meer. Ze was aan het einde van de lange rit gekomen, schreef ze. ,,Ik zal in de hemel aan je denken en beschermen".
Dagen lang heb ik daar achter mijn computer gezeten. Met die laatste brief van Anna. En mijn antwoord aan haar dat nooit werd bezorgd omdat het e-mailadres was opgeheven. Mijn antwoord, waarin ik haar vroeg waarom ze me zoveel, ja eigenlijk alles over haar leven had verteld behalve het allerbelangrijkste, dat ze zou sterven. Want ik had juist ook dát verdriet samen met haar willen delen. Haar pijn willen verzachten.

Zo nu en dan pak ik één van die mooie mappen met haar brieven en lees dan haar verhaal. Keer op keer op keer. Haar verhaal, mijn verhaal. Het verhaal van duizenden zoals wij.
Gisteren was ik voor het eerst na lange tijd weer online en heb gezocht tussen die honderdduizenden, miljoenen plekjes van het mierennest dat Internet heet.

Maar ik weet dat ik geen tweede Anna zal vinden die het onafgebouwde droomhuis met mij zou kunnen delen. Maar ik zal op mijn eigen plekje verder schrijven aan mijn verhaal voor iedereen die het maar wil lezen.

Bert Vos, september 1999


 Gedichten van Bert Vos

Als

Als mijn pijn zo groot is
om wat ik heb verloren
moet het verlies wel heel erg
waardevol zijn geweest

Als mijn verdriet zo groot is
om wat ik heb verloren
moet mijn geluk ooit enorm
en intens zijn geweest

Als mijn leegte zo groot is
dat niets het nu nog vullen kan
dan moet jij wel de volheid
van mijn leven zijn geweest

augustus 1999

Jouw schouders

Ik krijg jouw begrip
en krijg jouw steun
Ik krijg jouw schouders
waar ik op leun

Ik mag best huilen
als ik dat wil
maar ook lachen
of zwijgen, stil

Jij bent er elk moment
als ik je nodig heb
je bent voor mij mijn
vaste uitlaatklep

Mijn gedachten zoeken steeds
jouw schouders weer
maar toch vergeefs:
ze zijn niet meer

augustus 1999


Een hoge score…

Op de website van de stichting Sire met betrekking tot de campagne ,,Een verlies verwerken kan niemand alleen" staat een test waarmee je kunt uitzoeken of je op een goede manier om kunt gaan met rouwenden.
Het is blijkbaar ook een prima manier om bij je zelf na te gaan of dat wat je zelf als rouwende het liefst van anderen verwacht, ook overeenkomt met de opvattingen van hulpverleners op dit terrein, die mede deze campagne hebben helpen opzetten. Nou, daar is dus niks mis mee. Want mijn score was optimaal en ik hoefde eigenlijk geen moment over mijn keuze na te denken.

Terwijl ik met deze test bezig was bedacht ik me in een flits, dat ik waarschijnlijk een paar jaar geleden ongetwijfeld een aanzienlijk lagere score zou hebben behaald. Bepaalde antwoorden op de multiple choice-vragen zou ik dán wellicht eerder hebben gekozen dan de naar mijn gevoel nu juiste antwoorden.
En dat zal, denk ik, vrees ik, voor een heleboel mensen gelden die géén eigen rouwervaring hebben of hebben gehad. Dat is ook de reden dat deze campagne in alle opzichten voldoet aan een behoefte. Daarom is in deze editie van De Draaikolk ook die special over dit thema opgenomen. Omdat we er (bijna) elke dag wel op de één of andere manier mee worstelen, net als de mensen om ons heen die vragen hebben waar ze zelf niet direct een antwoord op kunnen krijgen.

En gelukkig beperkt Sire zich niet tot de familieleden, de goede vrienden en kennissen, maar richt de aandacht ook specifiek op het werk. En dat is niet voor niets. ,,Soms zijn intimiteiten op het werk wél gewenst" kan dan ook voor velen van ons als een hartekreet worden gezien. Toch?

Bert Vos



Dagboekfragmenten (6)

Zondag, 13 september 1998

Hallo beste luitjes,

Wat een schitterende zomer, hè? Frankrijk, de Loire met al haar kastelen. Wat een mazzel als je een caravan of camper hebt. Ik heb begrepen dat jullie nog een stukje verder geweest zijn dan wij. Ik hoop dat jullie goed uitgerust zijn en alle boeken uit hebben en dat de problemen op het werk of op school in dit nieuwe schooljaar allemaal oplosbaar zijn.

Tja, en dan met mij? Niet om over naar huis te schrijven, dus doe ik dat maar naar jullie. De specialist heeft me uitverkoren om voor testCees te spelen. Er is sinds Quatorze Juillet een spiksplinternieuw medicijn in de handel tegen non-Hodgkin. Lach niet, het zijn antistoffen, afkomstig van de eierstokken van die beroemde Chinese hamstertjes. Ja-wel, die beestjes, die ieder kind een keertje in een doos met stro en zo stopt. Nu is het zo dat mijn type non-Hodgkin (mantelcellymfoom) daar in eerste instantie niet voor in aanmerking kwam. Bij elke kuur bleven de laaggradige cellen over. En dit medicijn was alleen tegen kan-kercellen met een hoge- en middelmatige maligniteitsgraad bedoeld. Dat laatste is een meetlat voor gevaarlijkheid, deling en zo. Maar de wijze dames en heren van de medische stand heb-ben besloten dat mantelcellymfomen nu een aparte groep vormen buiten dat laag, middel en hoog. En nu mag ik wel mee doen. Voor de hamstertjes zijn het natuurlijk lichaamseigen stoffen, maar voor mijn lijf dus niet. Dat heeft een aantal nadelen. De eerste twee uur lig je te schudden in je bed vanwege de koorts, die loopt zo'n beetje op tot 40° C. Het is een veldslag, de antistoffen grijpen de kankercellen en de afweer-cellen van je lijf grijpen de antistoffen. Bovendien had ik het idee, dat de tumoren in mijn lijf een wedstrijdje hielden met de doktoren, wie mij het eerst te pakken had. Er moest namelijk eerst toestemming gevraagd worden aan het ziekenhuis, wie zal dat betalen en waar doen we de behandeling. De medische stand won deze reis gelukkig. Zo'n behandeling duurt een hele dag en 's avonds was ik zo moe, dat ik niet eens de fut had om naar huis te gaan. Volgens de verpleegkundige heb ik alle bijverschijnselen van de bijsluiter gehad. Ge-lukkig is de volgende behandeling niet zo heftig. Het neemt af, zeggen ze. Ik hoop het maar ik heb toch een gezond wantrouwen.
Desalniettemin zeggen de mensen dat ik er beter uit zie dan vorige week zondag, maar toen hadden de kankercellen mij nog in hun greep. En dat is nu wel even anders.

Met vriendelijke groet,

Cees

Maandag, 13 september 1999.

Bovenstaande email geeft een goed beeld hoe Cees was, hoe hij zijn bevindingen en gevoelens op papier zette en wat er met hem gebeurde. De email stuurde hij naar hetzelfde echtpaar waarmee ik naar Zweden ben geweest.

Het is weer een jaar later. Inmiddels kennen we de afloop van de inmmunotherapie. Na 4 weken was het duidelijk dat de antistoffen, afkomstig van de eierstokken van die beroemde Chinese hamstertjes, niet het gewenste resultaat hadden bereikt. Achteraf bleek wel dat de immunotherapie er voor had gezorgd had dat de zgn. gifwolken er niet meer waren. Dat was een opluchting voor hem, hij wilde absoluut helder kunnen blijven denken. Dat was voor hem bijna nog belangrijker dan de kanker zelf.
Maar nu, wat mis ik hem. Zijn humor, zijn zelfspot, zijn relativeren en zijn begrip voor de situatie waarin we ons allebei bevonden. Het is moeilijk om dezelfde kracht op te brengen die hij altijd had. Ik hoop toch dat dat me eens gaat lukken.

Agnes.
(met dank aan A. en I. voor het mogen 'gebruiken' van hun e-mail).


Een uitbundig lenteboeket…

Nog niet zo lang geleden kreeg ik een bijzondere brief van de beste vriendin van mijn vrouw. Zij is ook mijn beste vriendin gebleven en weet mij nu al weer bijna twee jaar lang op een wonderbaarlijke manier steeds weer te troosten als ik weer eens een dip heb. Die troost komt dan soms onverwacht door middel van een brief, alsof ze aanvoelt dat ik weer een oppepper nodig heb. We bellen elkaar zelden en komen ook maar zeer onregelmatig bij elkaar op bezoek, maar dat maakt allemaal niks uit. Ik schrijf haar regelmatig en zij mij.

Zij houdt zich heel intens bezig met het positieve in het leven. In tal van activiteiten brengt ze dat tot uitdrukking. Ze was onder veel meer lange tijd uitvaartbegeleidster en beseft daardoor maar al te goed dat leven en dood bij elkaar horen. Nu verdiept ze zich onder meer in stervensbegeleiding. Een zwaar onderwerp, maar zij gaat ook daar op een bijzondere manier mee om. Zoals ze uit de negatieve dingen die ze meemaakt in staat is nog net die nauwelijks zichtbare positieve elementen op te pikken en weer te gebruiken. Deze keer had ik haar een brief geschreven waar ze vrijwel direct op antwoordde. Ik had echt een forse dip, twijfelde aan de zin van mijn leven, er was angst, onzekerheid, ach eigenlijk alles waar je als rouwende zo nu en dan heftig mee wordt geconfronteerd viel als een zware deken over me heen. Ik probeer dat in mijn brieven nooit al te zwaar aan te zetten, want daar schiet je ook niks mee op en daarom maak ik ook vaak tussendoor weer een relativerende opmerking of een grapje over mijn gemoedstoestand.

De brief die ik deze keer van haar terug kreeg was langer dan ik van haar was gewend. Mijn vriendin heeft nog niet zo lang geleden haar moeder verloren en heeft nu zélf behoefte aan een luisterend oor. Ik begreep dat wel natuurlijk, ook al had ze me eerder geschreven dat ze zich ermee had verzoend en dat haar leven weer enigszins in balans was. Mij had ze altijd verteld, dat rouwen héél zwaar werk was, heel lang kon duren ook. En nu wilde ze mij eigenlijk doen geloven dat dit voor háár niet gold. Uit haar brief bleek het tegendeel. Ik was onbewust opeens dat luisterend oor geworden. Maar terwijl ik ,,luisterde" troostte ze mij tegelijkertijd en zorgde er voor dat ik me ineens weer een stuk beter voelde. Moest ik lachen om de heerlijke humor waarmee ze mijn, in mijn brief uitgesproken angsten, in een paar zinnen trefzeker wist te relativeren en uit mijn angsten toch weer die positieve elementen wist te plukken, alsof je bloemen plukt in een uitbundig bloeiende lenteweide, terwijl je weet dat de herfst bijna overgaat in de winter. Dat is een gave, denk ik.

En opnieuw heb ik weer een klein beetje van haar geleerd hoe je negatieve dingen ook kunt proberen om te buigen in positieve. Ik ben misschien een langzame leerling die, denk ik, nog teveel bezig is met het eigen verdriet inplaats van zich óók in te spannen voor de lach van de ander, maar ik begin het toch langzaam maar zeker een heel klein beetje te leren en te begrijpen…

Bert Vos


Themaspecial: Een verlies verwerken kan niemand alleen

Praten met anderen over jouw verlies: kunnen wij dat, kunnen zíj dat?

In dit eerste nummer van de tweede jaargang van De Draaikolk praten we als lotgenoten samen over een voor ons allemaal moeilijk onderwerp: hoe bereiken we dat we met de mensen om ons heen op een goede manier kunnen praten over ons verlies, onze gevoelens, onze eenzaamheid. Zonder dat er een krampachtige sfeer ontstaat van: we moeten er wel over praten, maar we willen het liever niet.

We hebben vast op de één of andere manier wel dezelfde ervaringen. Dat sommige mensen om ons heen, familie, goede vrienden, kennissen en collega's ons zo maar gaan mijden nadat we onze partner hebben verloren. Of zoals we in ons vorige nummer al aanstipten via een artikel over de ervaringen van Jan van Berkum: ,,Een volle kerk…een leeg huis", iedereen was er tijdens de uitvaart, maar daarna: stilte.
Een andere ervaring is dat sommige mensen om je heen eigenlijk wel met je willen praten, maar het niet durven en het steeds maar weer uitstellen totdat er voor hen geen weg terug is en daarom met een grote boog om je heen gaan. Het is dan te lang geleden dat ze met je hebben durven praten.

En dan de goedbedoelde adviezen die je toch onbedoeld kwetsen. ,,Ga toch eens wat leuks doen. Je moet aan jezelf denken. Het leven gaat toch verder?" of ,,Je kunt niet je hele leven blijven rouwen. Probeer de zonnige kant van het leven weer eens te ontdekken. Er is nog zoveel om van te genieten". Natuurlijk zit daar op een gegeven moment wel een kern van waarheid in, maar als dat zo plompverloren zonder enige directe aanleiding wordt gezegd, zit je met je mond vol tanden. Want het begrip, het gevoel ontbreekt dan naar jouw idee. Ze snappen er geen hout van, denk je dan tandenknarsend en je hart huilt.
Of als in gezelschap van echtparen zeer uitputtend wordt gepraat over het plezier dat ze samen hadden op vakantie, een avondje uit of wat dat ook wat ze samen hebben gedaan zonder ook maar één moment rekening te houden met de man of vrouw die daar als eenling zit, partnerloos en door de onderwerpkeuze volkomen geïsoleerd. Uitgesloten van het gesprek. Je voelt je op zo'n moment dubbel eenzaam en ellendig. En dan vaak niet in staat om zelf over een onderwerp te beginnen waar je wél over mee kunt praten. Terwijl je bovendien graag wel eventjes over jouw situatie zou willen praten, omdat je hart er nog vol van is en er vaak niemand is om jouw met verdriet gevulde hart te luchten.

Samen met lotgenoten probeer ik in deze special een kleine opening te scheppen voor al die lotgenoten die met dit voor hen moeilijke en kwetsbare onderwerp te maken hebben. Hoe praten we er met anderen over? Kunnen wij dat op een goede manier en kunnen zíj dat? En als dat niet het geval is: hoe bereiken we dan dat het wél kan? Hoe leggen we de brug naar de ander? En ik zou het wat dat betreft niet bij deze special alleen willen laten, maar de discussie hierover via De Draaikolk eigenlijk steeds willen blijven voeren. Dankzij de nu gestarte campagne van Sire, die tot april 2000 wordt gevoerd, zal dat misschien gemakkelijker zijn. Stuur jouw ervaringen én -als je die hebt gevonden- jouw oplossingen. Soms kan een hele simpele manier de oplossing bieden voor het probleem waar we allemaal wel eens op de één of andere manier mee te maken hebben. Sterkte daarmee en bedankt alvast! Misschien dat we -net als dat kleine plantje in de woestijn- gaan bloeien als we maar voldoende ,,water"krijgen....

Bert Vos

*

Een luisterend oor, dat is eigenlijk alles…..

Het is een situatie die, denk ik, wel honderden of duizenden keren per dag voor komt in Nederland: iemand is zijn of haar partner verloren, rouwt, is verdrietig, eenzaam en alleen. Dan komen er mensen in de nabije omgeving die je willen troosten. Je volwassen kinderen als je die hebt, eventuele schoondochters en schoonzonen en misschien, héél misschien nog andere familieleden. En dan zijn er misschien nog een paar collega's, vrienden en kennissen.
Voor de rest zijn het vaak juist relatieve ,,buitenstaanders" die je helpen in met name die eerste moeilijke periode na het overlijden van je partner. Van mensen waarvan je het juist niet had verwacht krijg je vaak nog het meeste begrip en troost. Krijg je ineens een heel veld met zonnebloemen.
Gek is dat eigenlijk, maar het is niet alleen mijn ervaring, maar ook die van veel lotgenoten.

De vraag is dan altijd of van de mensen die ik noemde er ook zijn die je op de juiste manier weten te helpen. Of doen ze net alsof er niets is gebeurd, alles weer ,,normaal" is? Dat laatste is het allerergste: het ontkennen.
En eigenlijk willen we toch maar zo weinig: alleen een simpel luisterend oor. Maar juist dat blijkt vaak hondsmoeilijk te zijn voor de mensen van wie we zo'n luisterend oor verwachten. Dan worden we teleurgesteld in die goede vriend of vriendin, die beste kennis of collega. Want inplaats van te luisteren wordt er alleen maar gepraat. Niet over wat je zelf zo bezig houdt, maar vrijwel altijd over het leed van anderen. Vergelijkbaar leed, zeggen ze dan. En ook daarmee is het uiteindelijk best weer goed gekomen. Het is als troost bedoeld, maar het tegenovergestelde wordt bereikt.

Zelf ben ik -de kwetsbaarheid een beetje voorbij- in de afgelopen maanden bezig met het ontwikkelen van een vrij stevige olifantenhuid. Die heb je soms nodig, heb ik ontdekt. En een stevige plank voor je hoofd is ook nooit weg. Aanvallen is de beste verdediging wordt vaak gezegd. In het leger, in de sport, in de politiek, het bedrijfsleven en nog wat van dit soort aardige kringen. Ook voor mij als rouwende zit daar vast wel een kern van waarheid in, bedacht ik me. En dus begin ik zelf maar over me zelf en mijn gevoelens te praten als daar gelegenheid voor is. Je moet dan wel zeer alert op het juiste moment inhaken op het gesprek, anders is je kans voorbij, maar met een beetje oefening moet dat lukken. Die ,,aanval'' verbreekt -als je geluk hebt- het emotionele pantser van de mensen met wie je op dat moment praat en krijg je zo maar ineens een luisterend oor. De stilte tussen de monoloog van mijn kant en hun reactie is vaak eventjes pijnlijk, want je hoort bij wijze van spreken hun hersens kraken in een poging om alles toch een goeie plek te geven, er niet al te clichématig op te reageren. En vanaf dat moment ligt het helemaal aan je zelf of er een goed gesprek komt en je eventjes je gevoelens van dat moment kwijt kunt. Soms lukt dat niet, springt er geen vonk over en verzandt alles in een klamme stilte, die je op een gegeven moment dan ook nog nauwelijks weet op te vullen. ,,Aanval'' mislukt. En moet je je terugtrekken in je eigen ,,met gewapend beton" verstevigde stelling. Dan komt die olifantenhuid en die plank voor je kop weer uitstekend van pas, heb ik ontdekt.

Maar elke poging is het waard om te ondernemen. Want het gebeurt ook vaak dat de volgende ontmoeting toch weer nét even iets meer oplevert en soms ineens zo maar dat simpele, luisterend oor. En steeds moet je zelf in gedachten houden dat je zelf waarschijnlijk -als je eerlijk bent- in dit soort moeilijke situaties ,,vroeger'' ook vaak de stilte in stand hield zónder luisterend oor of vrolijk kleppend over van alles praatte, behalve over wat hem of haar op dat moment beroerde. Met dat begrip in je gedachten is het misschien mogelijk om ook de ander te begrijpen en die brug te leggen die voor de ander nodig is om naar jouw kant van de rivier te komen.

Bert Vos

*

Een nare ervaring

Agnes van Veen stuurde de volgende impressie over een nare ervaring met iemand die haar na stond.

Een paar weken terug vroeg ik iemand, die ik goed ken, naar mij te willen luisteren. Te luisteren naar mijn angsten, de onzekerheden, de pijn.
De reactie was onbegrijpelijk. Haar belangen kwamen in het geding en dat werd niet gepikt. Alternatieven werden met een grote zwaai van tafel geveegd.
Ik: gestamel, tranen, gezoek naar de juiste woorden. Vergeefs.
Ze heeft het allemaal niet gehoord.
Want ze luisterde niet.

Wat nu? Wat wil ik? Zeker niet meer zoals het was.
Ik heb een 'kras op m'n ziel' gekregen, geheel gratis en voor niets.
Ik lik mijn wonden, raap mezelf bij elkaar, spreek mezelf moed in en ga weer verder.
Ook wil ik uithuilen. Ik moet uithuilen!

Ik kan en mag daar niet mee blijven zitten. Maar met wie?

Bij wie kan ik zo kwetsbaar zijn. Bij Cees mijn man? Hij was de aangewezen persoon daarvoor. Begrijpend, eerlijk, veilig en kon zo heerlijk relativeren. Maar ja…. Hij is er niet meer. Vandaar mijn angsten, onzekerheden en pijn.

Bij mijn Maaike mijn dochter? Zij lijkt zo op haar vader! Begrijpend, eerlijk, veilig en kan relativeren. Maar ja, die is met man en kind op vakantie in Italië.

Een goede vriend was de 'pineut'. Hij heeft mij uit laten huilen, liet me uitpraten, begreep me, sloeg een arm om me heen en gaf me moed en mijn zelfvertrouwen weer terug.

Ik ben er weer en ik doe het goed!

Agnes


Een handleiding en....

Marij Reeuwijk lanceerde enige tijd geleden bij mij het idee om een soort ,,handleiding'' te maken ,,hoe om te gaan met rouwenden". Dat idee lag eigenlijk aan de wieg van de special die je nu aan het lezen bent. Ik speelde het idee weer verder naar andere lotgenoten met wie ik via de onvolprezen e-mail contact heb en ook daar kwamen verschillende reacties op.

Marij: ,,Het probleem geldt niet alleen voor rouwenden, maar eigenlijk ook voor mensen met een zeer ernstige en levensbedreigende ziekte zoals bijv. kanker. Ook zij verliezen contacten omdat de omgeving niet weet hoe om te gaan met de betreffende persoon en huisgenoten."
Zij heeft natuurlijk gelijk en ik kan het weten: mijn vrouw stierf aan kanker, ik had zelf kanker en ik rouw. Ik voel me helaas een echte ervaringsdeskundige wat dat betreft. Je zou er bijna cynisch van worden als je het al niet bent, maar dat is energieverspilling, denk ik wel eens.

,,Zelf probeer ik uiteraard ook zoveel mogelijk contact te houden met mensen die voor mij echt belangrijk zijn", schrijft Marij, ,,maar daarnaast zou het ook leuk zijn om met mensen die voor je partner speciaal waren contact te houden. Datzelfde geldt ook voor oude vrienden en de verdere familie van je overleden partner. Juist dat zijn mensen waarmee je nog het verleden kunt delen, dus ook de herinneringen op kunt halen. Ik vind dat het zo ontzettend veel energie kost om steeds maar zelf het initiatief te moeten nemen in een periode die al zo zwaar is. Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat het juist voor die groepen mensen makkelijker wordt om die telefoon te pakken of langs te komen. Natuurlijk is begrip belangrijk maar ook het accepteren van emoties zowel van de rouwenden als van de personen zelf. Het delen van pijn en verdriet is de enige manier om het dragelijker te maken, maar daar moet de ander zich wel van bewust zijn.

Uit mijn eigen ervaringen van afgelopen maanden blijkt dat ik het belangrijk vind dat mensen:
- begrip tonen
- meeleven
- luisteren en daarmee bedoel ik echt luisteren
- niet met oplossingen komen
- niet bang moeten zijn voor emoties van de rouwende
- niet bang moeten zijn voor hun eigen emoties
- contact houden bijv. 1 keer per maand of per twee maanden een keer bellen of langskomen
- je niet bezig willen houden door je overal mee naar toe te nemen maar juist aandacht voor jou hebben
- beseffen dat het verdriet en de pijn blijven
- dat de partner een onderdeel van je leven blijft
- met belangstelling vragen hoe het met je gaat en niet als antwoord alleen maar 'goed' willen horen

Als rouwende zul je zelf ook het een en ander moeten doen zoals:
- aangeven in hoeverre je over de situatie wilt praten
- je kwetsbaar op durven stellen
- emoties niet verbergen
- tijd nemen voor je zelf
- nee durven zeggen als je op bepaalde momenten geen zin hebt in bezoek of andere activiteiten

En andere lotgenoten zullen dit lijstje ongetwijfeld aan kunnen vullen," aldus Marij. De vraag is dan hoe bereik je, dat de mensen om je heen bereid zijn om met je te praten over wat je beroert. Marij geeft daarvoor een manier aan die misschien zou kunnen helpen. Daarover gaat de volgende pagina.

....een handreiking......

Wat ik elders in deze special en ook in eerdere afleveringen van de Draaikolk al meer dan eens heb aangegeven is, dat wij als rouwenden natuurlijk ook zelf actief moeten zijn als we willen dat anderen om ons heen er met ons over praten, contact met ons blijven onderhouden. Dan moet je jezelf daar niet voor afsluiten. Die handreiking naar de ander is belangrijk. Dat kun je op verschillende manieren doen. Als iemand mij bijvoorbeeld belt om me even te vragen hoe het met me gaat, dan stuur ik vaak een tijdje later een kaartje om te bedanken voor het begrip en de aandacht. Soms doe ik dat met een klein gedicht, soms gewoon met een simpel tekstje met een eigen gemaakte foto erbij. Zo'n kaartje maak ik zelf en ik kan natuurlijk makkelijk praten omdat ik daar toevallig toe in staat ben en het gereedschap er voor in huis heb. Niet iedereen heeft dat. Hoeft ook niet, want er zijn natuurlijk tal van methoden te bedenken. Laat in ieder geval altijd weten dat je het contact met hem of haar bijzonder op prijs hebt gesteld. Dat maakt het voor de ander gemakkelijker om later nog eens contact op te nemen. Zo zitten we nu eenmaal in elkaar.

Marij Reeuwijk bedacht voor zich zelf een tekst die ze (eigenlijk net zoals ik dat wel eens doe) per e-mail of per post kan versturen aan mensen met wie ze graag contact zou willen hebben, maar waarvan ze denkt dat die niet durven. De vorm kun je natuurlijk zelf kiezen. Marij bedacht onderstaande tekst, het is maar een basis-idee. Je kunt er zelf je eigen tekst van maken. De inhoud is misschien ook afhankelijk van de man of vrouw die de tekst krijgt. Maar het zou best eens kunnen werken, denk ik. Natuurlijk zou je ook zelf de telefoon kunnen pakken, maar ik ben het met Marij eens, dat dit kan afschrikken. Zo'n plotselinge confrontatie. Een kaartje of briefje werkt anders. Men kan er nog eens rustig over nadenken, het idee laten bezinken. Je laat dan het initiatief aan de ander, maar jij bent degene die de handreiking heeft gedaan en dáár gaat het om. Hieronder de ,,concept-tekst" van Marij:

Het is inmiddels vijf maanden geleden dat Frits is overleden. Het is verschrikkelijk moeilijk om verder te moeten leven zonder Frits die in de afgelopen 27 jaar een onderdeel van mijzelf is geworden. Het respect, de liefde, het vertrouwen en de waardering die we hadden voor elkaar, maakte dat we van elke dag konden genieten. De band die we samen hadden is nooit te verbreken en zal dan ook altijd blijven bestaan. Maar ook de band die we met jullie hadden (vrienden of kennissen) wil ik graag in stand houden. Voor mijn gevoel hebben we ook een gezamenlijke band met Frits, het verleden en de vele herinneringen. Het zou fijn zijn om samen nog eens wat herinneringen op te halen. Om het voor jullie wat makkelijker te maken, schrijf ik jullie. Ik vind het zelf niet moeilijk om er over te praten. Gewoon spontaan je gevoel volgen, dat vind ik het prettigst. Om een afspraak te maken kun je me altijd bellen op nummer …….. of e-mail op ………….. , gewoon langs komen mag natuurlijk ook.

Heel veel groeten,

Marij Reeuwijk


Twee gedichten: tegenstellingen

Dank je

Dank je voor
je steun in
al die dagen

Dank je voor
de stilte van
je blik

Dank je voor het
stellen van
die vragen

Dank je voor
jouw steun
en eindeloos begrip

Bert Vos

augustus 1999

 

Stel nou

Stel nou dat het zomaar
plotseling overgaat

Stel nou dat ik het zomaar
gemakkelijk vergeten kan

Stel nou dat ik er nooit meer
met jou over praat

Stel nou dat ik net kan doen alsof
het nooit zo is geweest, wat dan?

Stel nou… tja, stel nou eens:
wat zou dat dan betekenen?

Voor mij wellicht verdriet in leegte
voor jou misschien een geestelijk feest?

Bert Vos

augustus 1999


Waar klagen ze dan toch over?

Soms kun je ontzettend boos worden op de ander. Omdat die ander klaagt over dingen die in jouw ogen, in jouw situatie, volkomen belachelijk zijn. Melanie van Kampen is nog jong. Ze was net zeven maanden getrouwd toen haar man John plotseling overleed. Dat is nu een paar maanden geleden en haar verdriet is nog zo vers, dat ze nog nauwelijks beseft dat haar John er niet meer is. En dan praten anderen in haar aanwezigheid over allerlei ,,zware problemen" die zij ervaren. Problemen die niks zijn vergeleken met de hare. Je kunt je voorstellen, dat je je daar inwendig dan ontzettend boos over maakt, of beter gezegd: je wordt er moedeloos van. Melanie geeft een schrijnend voorbeeld van wat ze bedoelt als ze het heeft over ,,het onbegrip" van anderen:

,,Ik heb twee schoonzusjes die allebei zwanger zijn. Nou is dat natuurlijk voor mij toch al wel moeilijk, maar zij hebben het dan over de "moeilijke dingen" van de zwangerschap. Dat je als aanstaande moeder dan niet begrepen wordt en nog meer van die onzin. Sorry hoor, maar ik werd dáár dan echt helemaal niet goed van. Zij zijn straks lekker met z'n drieën, ik ben alleen. Waar klaag je dan over?! Nog wel waar ik gewoon bij zit...
Het zijn echt schatten hoor, absoluut, maar ik kan gewoon niet tegen al dat geklaag, terwijl zij juist alles hebben om gelukkig voor te zijn. Ach, die dingen gebeuren gewoon, ik weet het wel. Zij staan daar niet bij stil en ik zou er ook gewoon niet bij na moeten denken, maar toch doet het pijn....
Vandaag had ik echt een "off day", niks lukte en dan zie je het helemaal niet meer zitten. Het is nu twee en een halve maand, bijna drie geleden. Mensen vragen je dan rustig "of het al weer wat beter met je gaat". Ik weet dan echt niet wat ik moet zeggen... Ik snap er niets van, voor mij is het net gisteren! En dan nog het feit dat het eigenlijk met de dag erger wordt! Hoe kunnen ze dan zoiets vragen?"

Het onbegrip van de mensen om je heen is niet bewust. Mensen denken er vaak niet over na dat ze misschien dingen zeggen die ontzettend pijnlijk of kwetsend voor jou kunnen zijn. Melanie geeft daarvan een haarscherp voorbeeld. Het contrast had niet groter kunnen zijn: het geluk van nieuw leven dat op komst is tegenover de enorme pijn over jong leven dat is gestorven. Geen wonder dat je dan inwendig boos wordt. Ik denk dat ook dát een punt is waar wij lotgenoten vaak mee te maken zullen hebben. Met mensen die ons onbewust kwetsen of pijn doen. Eigenlijk kun je daar heel weinig tegen doen, heb je daar nauwelijks enig verweer tegen. Zeker niet als je, zoals het geval is bij Melanie, nog maar nauwelijks aan de rouwverwerking bent begonnen. Juist dan ben je extra kwetsbaar, ervaar je veel wat anderen zeggen als pijnlijk. Maar je zwijgt. Later, veel later, ben je misschien in staat om er iets van te zeggen als iemand weer eens zo maar iets zegt, zonder rekening met jouw situatie te houden. En dan nog zul je dat op een voorzichtige manier moeten zeggen, als je dat al kunt.
In dit geval zal het begrip echt van de ander moeten komen.


Emoties moeten een plaats krijgen

Op zoek naar informatie over rouwverwerking kwam ik een artikel tegen van de hand van R.A. Grisnig uit Bennekom, waarin verschillende op zich goede aanwijzingen, zowel voor de rouwende als de omgeving. Het is van oorsprong een algemeen gerichte lezing over allerlei soorten rouw, aangevuld met Bijbelse citaten ter ondersteuning. Een naar ons gevoel relevant gedeelte hiervan plaatsen we hier in het kader van onze thema-special. Wellicht dat men hier informatie uit kan putten die voor de eigen situatie nuttig kan zijn.

Emoties laten zich niet verdringen. Wij doen er beter aan ze te erkennen en toe te laten. Ook de rouwende moet door de pijnlijke ervaring heen, hoe moeilijk het ook is. Het is dus nodig de pijnlijke momenten niet te ontlopen. Het gevolg kan een onverwerkte rouw zijn, waarbij deskundige hulp of behandeling vereist is. Het toedekken van emoties door rouwenden of hun omgeving is het slechtst denkbare. Dit kan overigens op allerlei manieren gebeuren:

Soms probeert de omgeving dit met woorden. Door (te) snelle oplossingen aan te dragen, waar de rouwende nog lang niet aan toe is. Het kan ook gebeuren door miskenning van gevoelens.
Het is mogelijk door vluchtgedrag van de rouwende. Een spoedige verhuizing. Een te snel nieuw huwelijk dat gesloten wordt. (Een goed advies is daarom om in het eerste jaar na het verlies geen beslissingen te nemen, die te zeer in het leven ingrijpen). Naast een bepaalde houding van de rouwende of zijn omgeving moeten ook rustgevende medicijnen (tranquilizers) genoemd worden die de emotionele pijndrempel verhogen. Deze "rustbrengers" versluieren het verdriet en remmen de daarbij horende emoties. Deze worden daardoor uitgesteld, maar keren onherroepelijk in een later stadium terug. Slechts in uiterste nood valt aan een kalmerend medicijn in zo laag mogelijke dosering te denken! Vroeger of later (...en naarmate de emotionele pijn langer uitgesteld wordt, is deze daarna pijnlijker!) zullen we de - voor onze beleving op dat moment, wellicht onbegaanbare - weg doormoeten.

Gevoelens van rouw en de bijbehorende emotionele pijn zijn kunnen niet ontlopen, maar moeten doorleden worden. Moderne mensen - die het gevoel hebben dat overal een oplossing voor moet zijn - weten met dit noodzakelijke proces (vaak) moeilijk om te gaan. We kunnen het lijden niet aanzien en willen onszelf er tegen beschermen. Maar het gaat niet om òns belang, maar om dat van de rouwende! Hem of haar moet ruimte geboden worden om het rouwproces door te maken. Om de rouwende daarbij te helpen is een mede-lijdend hart nodig, maar ook kennis van het rouwproces. Anders gaan dingen verkeerd.

Emoties op een rij(?)

Van welke gevoelens kan nu bij rouw sprake zijn? Onderstaande opsomming wil hier enig inzicht in geven:

Verwarring en desoriëntatie

Rusteloos, opgewonden, ongeduldig, in de war zijn. Aan iets beginnen en het niet afmaken. Er komt niets uit de handen. Het beste is al deze gevoelens te laten uitspreken zonder meteen te komen met raadgevingen en oplossingen!

Ambivalentie

Men zou willen dat anderen helpen, maar als hulp worden aangeboden is het niet welkom. Het is een teken van worsteling met de realiteit! Uitspreken en een begrijpend contact werken vaak het meest bevrijdend.

Veranderingen in sociale relaties

Mensen trekken zich terug in zichzelf. Het lijkt alsof aangeboden hulp wordt afgewezen. Anderen vluchten juist in sociale contacten en ontlopen het alleen zijn en de confrontatie met de werkelijkheid. Ook worden woorden van troost met wantrouwen aan de goede bedoelingen van de ander aangehoord. De rouwende voelt zich ondanks alle aandacht onbegrepen!

Lichamelijke reacties

Rouw beperkt zich niet tot ontreddering in het emotionele leven! Allerlei lichamelijke klachten kunnen een lichamelijke vertaling zijn van de ervaren emoties. We mogen ook niet vergeten dat rouwen een enorme emotionele èn lichamelijke(!) belasting is! Rouw vraagt heel veel energie en het lichaam kan reageren met uitputtingsverschijnselen.

Mannen rouwen anders dan vrouwen

Mannen reageren in rouw anders dan vrouwen Zijn twee mensen reeds verschillend (we zijn in tijden van rouw erg kwetsbaar!), ook mannen reageren anders dan vrouwen. Ook hier kunnen dingen fout gaan wanneer we ons dit niet bewust zijn. Vaak wordt in een rouwproces extra pijn veroorzaakt door het onbegrip dat man en vrouw bij elkaar ervaren. Hierbij is het onjuist te menen dat mannen rouw minder emotioneel beleven als vrouwen. Er wordt wel gemeend dat de man meer rationeel en de vrouw meer emotioneel reageert. Dit is onjuist! Beiden hebben hun gevoelens, maar ieder op zijn of haar eigen wijze. Mannen tonen hun gevoelens minder dan vrouwen. Dit heeft ook met de opvoeding te maken. "Een man huilt niet!", zo krijgt een jongen vaak van zijn ouders (vader) mee. Mannen mòèten sterk zijn, vrouwen mogen zwak zijn. Zo wordt in onze maatschappij geoordeeld. Bovendien zijn mannen anders in hun manier van denken. Zij denken meer analytisch en proberen praktische oplossingen te zoeken voor hun emoties. Een man kan er makkelijk toe komen vanwege rouw zich te "verdrinken" in zijn werk of zich in een (nieuwe) hobby te verliezen. Vrouwen verlangen meer dan mannen naar de mogelijkheid om hun emoties te uiten."

Rouw is steeds anders

"Voor de wijze waarop verdriet en gemis beleefd worden zijn geen algemene regels te geven. We hebben gezien hoe de reacties op verlies en verdriet in dagen van rouw net zo verschillend zijn als er verschillende mensen zijn. Het is nodig ons dit vóór we met de rouwende(n) spreken bewust zijn. Willen en kùnnen luisteren is in dagen van rouw van het grootste belang. De bèste vertroosters zijn de bèste luisteraars! Zij laten de rouwende aan het woord komen en stimuleren deze zich nog meer te uiten. Het is goed bij het luisteren in de eerste plaats te letten op de gevoelens, die de rouwende onder woorden brengt en een bedding aan te bieden waarlangs de stroom van gevoelens gelegenheid krijgt zich baan te breken... Men moet ook niet steeds proberen iets te doen aan de gevoelens van de ander. Het zich uiten voor een begrijpend en luisterend oor werkt het meest bevrijdend! De rouwende wil begrepen worden in alles, waarin de rouwende man of vrouw zichzelf een raadsel is. Hij of zij wil steun ondervinden in die dingen waarin hij/zij zichzelf niet helpen kan.

Het is ook nodig te beseffen, dat een geleden verlies nooit voorbij gaat. De herinnering aan de geliefden reist met ons mee. Levenslang kunnen emoties boven komen. Onverwachte tranen. Rouwen is een proces doormaken dat voortduurt zo lang wij leven. Onze gevoelens veranderen. Het gemis komt in tijd gezien verder van ons af te staan. De pijn wordt minder hevig. Er komen ogenblikken dat het zelfs uit onze gedachten is. Eerst zijn deze perioden nog kort, maar naarmate de tijd voortgaat duren ze langer. Niettemin de verliezen blijven ons leven tekenen en de herinneringen verdwijnen nooit. "

Bron: artikel ,, Rouw: hoe ga je er mee om? Hoe help je?" R.A. Grisnig - Bennekom. E-mail: grisnigtra@meetingpoint.org


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren