Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 1e jaargang nr. 8 - mei 1999
Van de redactie:
Over nieuwe veren, mei-vakantie en Kosovo...
De lente veroorzaakt heel wat gekwetter en gekwinkeleer in mijn tuin. De zon kiert (als het niet regent) al heel vroeg door de gordijnen en dat alles bij elkaar maakt, dat ik tegenwoordig aardig vroeg uit de veren ben voor iemand die bepaald niet tot die akelig opgewekte groep ochtendmensen kan worden gerekend.
Maar met de
komst van de lente wil je nog wel eens wat goedmoedig door de
vingers zien. Want met de lente komt het licht en de warmte (eind
april leverde wat dat betreft al een voorproefje). De donkere
dagen zijn verdreven, het groen is fris en we lopen in de mei-vakantie
alvast warm voor de zomervakantie als een soort generale repetitie.
Als alleenstaande, zo merk ik opeens weer, kijk je daar toch anders
tegen aan dan ik deed toen mijn partner nog leefde en minstens
voor de helft je leven en het ritme van alledag bepaalde. Tenminste
dat is mijn ervaring. Nu kijk ik niet zonder enige verbazing om
me heen. De neiging om alvast een voorjaarsvakantie te nemen heb
ik nu in veel mindere mate dan ik met partner had. En als ik ga,
dan deze keer met m'n oudste zoon, heb ik afgesproken. In ieder
geval (nog) niet alleen. Dat komt over een paar maanden wel, nu
nog even niet.
Maar de lente is er in ieder geval. Dat verdrijft ook een beetje de somberte in je geest die je zo nu en dan parten speelt. Het is minder zwaar allemaal. En dan neem ik die vroege vogels maar op de koop toe En bovendien heb ik nieuwe kleren gekocht. Eindelijk. Samen met mijn schoondochter. Ook dat heeft met de lente te maken. Nieuwe veren en zo
In deze editie van De Draaikolk, de 8e alweer, hebben we opnieuw wat gedichten, een kort verhaal, een impressie van zo maar een dagje winkelen, we staan stil bij de lange stroom nieuwe alleenstaanden van Kosovo en publiceren dagboekfragmenten van een lezeres die haar man aan kanker verloor. Zij is van plan om nog meer bijdragen te leveren en dat vinden we uiteraard fantastisch. Wie volgt? We zien met belangstelling ook jouw bijdragen tegemoet!
Redactie
Kort verhaal: Beelden
De zon scheen door de ramen en het warme avondlicht zette het beeld op de kast in de hoek van de kamer in een prachtige gloed. Een man en vrouw, met de handen ineen gestrengeld, kijkend naar elkaar. Het deed pijn om er naar te kijken. Het beeld was van zijn ouders geweest. Hij had het hen gegeven op hun 25e trouwdag, als een symbool voor de liefde die ze voor elkaar koesterden. Twee jaar later stierf zijn vader en vijf jaar daarna zijn moeder. En kwam het beeld terug bij de schenker. Hij was aan dat beeld gehecht, ook al was het op zich niks bijzonders. Zo maar een beeld, zoals je er zoveel in allerlei vormen en maten ziet in die trendy interieurwinkels. Maar de warme gloed van het avondlicht gaf het beeld ineens een heel aparte sfeer. Mysterieus bijna.
Ineens moest
ze denken aan die mooie zomerdag toen ze samen met hem die prachtige
beeldentuin van Kröller-Muller op de Hoge Veluwe hadden bezocht.
Hoe ze hadden genoten van de zon, de beelden in het groen en die
fascinerende mengeling van monumentale beeldengroepen en half
in het groen verscholen eenlingen. Het ging al wat minder met
hem, toen, maar hij genoot van die dag alsof het z'n laatste was.
Gelukkig kwamen er nog heel veel dagen daarna, maar die dag was
toch bijzonder. Net als die vakanties die ze tot zijn dood samen
doorbrachten op hun geliefde plekjes. ,,Leef de dag alsof het
je laatste is.'' Dat deden ze met zo'n enorme intensiteit, dat
het pijn deed.
Ook die dag in de beeldentuin. Hij maakte een videofilm, zij fotografeerde.
Hij deed dat met een overgave, alsof er nog vele jaren zouden
volgen om die film te bekijken. Pas later besefte ze, dat hij
dat deed voor haar. Zelf hield ze er niet zo van om gefotografeerd
of gefilmd te worden, maar die dag deed ze alsof ze het niet merkte
als hij de camera op haar richtte en zij op haar beurt fotografeerde
hem tientallen keren. Die dag was duidelijk anders.
De beelden hadden een andere uitstraling dan ze zich van eerdere
bezoeken herinnerde. Het was alsof ze er speciaal voor hen waren.
Alsof ze speciaal voor hen hadden geposeerd.
Ze liep naar
de boekenkast en pakte het foto-album dat ze van dat bezoek had
gemaakt. Eigenlijk durfde ze het boek niet goed open te doen,
alsof ze bang was voor wat ze aan zou treffen, ook al kon ze de
inhoud dromen. Toch deed ze het.
Ze keek opnieuw naar de foto's en als in een plotselinge springvloed
liet ze haar tranen de vrije loop. Ze schaamde zich er niet voor.
Het waren haar tranen, het was haar verdriet om wat ze had verloren.
Dat was alweer twee jaar geleden, besefte ze, en nog steeds had
ze het gevoel alsof het gisteren was. Dat moment was in haar geheugen
gegrift. Onuitwisbaar in gevoelens geëtst. Haar hand in de
zijne gestrengeld.
Ze keek naar
de foto's en toen naar het beeld in de hoek van de kamer. Ze voelde
opnieuw de intensiteit van dat laatste moment door haar heen stromen.
Zijn liefde. Haar liefde. Hun liefde. Dankzij dat beeld was de
kamer opeens minder leeg en troosteloos, ook al voelde zij de
pijn van de eenzaamheid nu extra sterk.
Ze sloeg het foto-album met een klap dicht. Ze schrok zelf van
de plotselinge heftigheid waarmee ze dat deed. Voorzichtig legde
ze het boek terug in de kast. Beschaamd bijna door het gevoel
van boosheid dat haar, slechts heel even, had beheerst.
De zon speelde met het beeld van de man en de vrouw in de hoek van de kamer en toverde met licht en schaduw. Speciaal voor haar.
© 1999 - Bert Vos
Spiegelbeeld
Omdat tussen de hagel-
en sneeuwbuien door zelfs de zon zo nu en dan schijnt, heb ik
al een heel klein beetje een vakantiegevoel. Dat komt overigens
minder door de weersomstandigheden dan door het feit, dat ik een
korte meivakantie met m'n oudste zoon heb gepland. Zoiets vereist
natuurlijk weer de nodige voorbereiding. Er moesten verschillende
kampeerspullen worden aangeschaft die vorig jaar het loodje hadden
gelegd, de gasfles was leeg, ach je kent dat wel.
Op naar een grote kampeersupermarkt bij mij in de buurt, dus.
Ik kom daar al jaren en snuffel dan altijd met veel plezier tussen
die duizenden kleine en grote spulletjes. Maar de laatste keer
dat ik er was, was met m'n vrouw
Nu moest ik alleen. Ik
zag het al helemaal voor me: alleen tussen al die echtparen, want
dat is het algemene beeld van zo'n kampeerwinkel.
Ik geef toe, dat ik daar nu zo langzamerhand aan gewend zou moeten
zijn, maar dat is blijkbaar nog steeds niet zo. Ik betrap me er
elke keer weer op als ik ergens ben, dat ik naar echtparen kijk.
Hoe ze samen iets uitzoeken, samen lachen of samen ruzie maken
als de meningen wat al te ver uit elkaar liggen. Zo herkenbaar,
want ik heb het zelf ettelijke keren meegemaakt. Deze keer was
het eigenlijk niet anders, ook al had ik dan niet meer dat soort
,,straatvrees'' van vlak nadat mijn vrouw was gestorven. Nu miste
ik de mening van die ander. Moest ik zelf keuzes maken. Voelde
me daardoor onzeker.Vorig jaar verloor ik de caravanspiegels op
de één of andere wonderlijke manier en die moesten
dus vervangen worden. De keuze daarin is groot en dus moeilijk.
Want precies passen doen ze nooit, gemaakt als ze zijn voor de
grootst gemene deler.
Ik keek in een
spiegel die ik uit de doos had gehaald en terwijl ik dat deed
zag ik in het glas het gezicht van een vrouw. Ze was duidelijk
gespannen, wat zenuwachtig ook. Ik keek naar haar en zij keek
naar mij. ,,U hebt er vast verstand van'', hoorde ik haar zeggen.
Ik draaide me om. De vrouw achter mij glimlachte nu aarzelend.
,,Misschien kunt u mij helpen. Ik heb een caravan en ik heb spiegels
nodig. En er zijn zoveel verschillende soorten
'' Het is
wel heel bijzonder dat een vrouw alleen caravanspiegels uitzoekt,
dacht ik nog, maar besefte bijna gelijkertijd, dat dit een gekke,
typisch mannelijke, gedachte was. Want waarom zou dat bijzonder
zijn? Vrouwen rijden toch ook met caravans achter hun auto? Toch?
Ik liet me die middag van m'n hoffelijkste zijde zien en heb haar
volop adviezen gegeven. Ik heb tenslotte tientallen jaren ervaring
en in de garage liggen nog even zoveel kapotte spiegels. En terwijl
we daarmee bezig waren, vertelde ze, dat haar man was overleden
en dat ze nu toch graag weer eens met de caravan op stap wilde.
Ik zei haar, dat ik dat erg dapper vond en dat meende ik. Ik had
er intussen immers alle ervaring mee. Met een warme glimlach bedankte
ze mij tenslotte voor de hulp en ging naar de kassa om af te rekenen.
En ik? Ik begon, in gedachten fluitend, met het kiezen van de voor mij goede spiegels. Mijn onzekere gevoel was opeens verdwenen. En die tientallen echtparen om me heen zag of hoorde ik niet meer, waren vergeten. En dat kwam allemaal door dat ene, simpele gesprekje. Waardoor ik opnieuw besefte dat ik niet de enige alleenstaande op de wereld was. Je bent net zo zielig als je jezelf voelt, hield ik me voor. Niet langer zo zeuren. We zouden toch opnieuw beginnen?
Bert Vos
Een lange stroom alleenstaanden
De eindeloze stromen vluchtelingen van Kosovo hebben de afgelopen maand april de televisie beheerst en het einde is nog niet in zicht als ik dit schrijf. Onvoorstelbare ellende, dood en verdriet. Ik keek er naar met een onwezenlijk gevoel. Je probeert je voor te stellen hoe die mensen zich voelen, wat zij hebben moeten ondergaan. Ouders, vaders, moeders en kinderen. Zij die bij de grens aankwamen ,,hadden geluk''. Zij hadden het in ieder geval voorlopig overleefd. Al die anderen niet. Honderdduizenden vluchtelingen overspoelden het beeldscherm. Waarvan er ongetwijfeld ettelijke tienduizenden kort tevoren alleenstaand waren geworden. Weduwe of weduwnaar. Allemaal lotgenoten dus. Maar toch: anders.
Je denkt aan het intense verdriet van die mensen. En je vergelijkt dat met je eigen verdriet. Onvergelijkbaar natuurlijk, maar je doet het. Want altijd maar weer is je eigen verdriet ondanks alles blijkbaar toch net een tikkeltje belangrijker en je gebruikt het in gedachten vaak als een soort maatstaf, een meetlat, voor het verdriet van anderen.
Het bedrag dat je overmaakte op giro 555 is niet meer dan een armzalig soort plaatsvervangend schaamtegevoel voor wat mensen elkaar aan doen. Je hoopt dat ze er wat aan zullen hebben. Meer niet. Maar verdriet veeg je niet weg met geld. Nooit. Als je zelf morgen een miljoen in de staatsloterij zou winnen is het verdriet om het gemis van je partner er vast niet minder om. En als ik dan, kijkend naar de televisie, mijn ,,meetlat'' langs het verdriet van de Kosovaren leg, besef ik (als een schrale troost) ondanks alles toch, dat mijn verdriet nog vele, vele malen kan worden overtroffen.
Bert Vos
Veel alleenstaanden onder ons hebben hun partner door een dodelijke ziekte, zoals kanker, verloren. Na soms een ziekteproces van jaren. En wat daarbij belangrijk is, zoals Agnes van Veen terecht schrijft: ,,kanker heb je niet alleen. Kanker heb je -als je een partner hebt- samen.'' En daarna, daarna blijf je alleen achter. Met de herinneringen. Met je verdriet.
In deze editie van De Draaikolk dagboekfragmenten van Cees en Agnes v. Veen. Het zal ongetwijfeld voor velen onder ons een pijnlijk stuk herkenning opleveren, want Agnes en Cees zijn niet de enigen die deze moeilijke weg hadden te gaan. Maar herkenning kan ook troostend zijn. Of helend. Dat is tenminste mijn ervaring. Vandaar deze dagboekfragmenten.
Dagboekfragmenten (1)
Non-Hodgkin mantelcellymfoom noemde ze het. Een fraaie naam voor een kwaadaardige vormen van kanker. Mijn gezin schrok zich rot. Ikzelf minder. Na tien dagen ziekenhuis met een milt, die zes keer te groot is, op een afdeling met alleen kankerpatienten en voorlichtingskaarten over allerlei soorten kanker op de muren kom je er niet meer onderuit. Je hebt het of je hebt het niet. Nou, ik heb het en goed ook. Voorlopig werden mij zes chemokuren beloofd. "Als dat niet helpt, gaan we over op drastischer methoden!", dreigde de dokter nog.
Aan het eind van mijn eerste kuur liepen we in optocht samen over de gang. Mijn vrouw en schoonzoon achter, mijn dochter en ik voorop. Op weg naar de bezoekruimte. Mijn schoonzoon trok wat stoelen bij. Mijn dochter en ik gingen voorzichtig zitten. Volgens mij zag ze wat witjes. Zoals gebruikelijk gingen er eerst wat koetjes en kalfjes over tafel. En daarna kwam bij haar het hoge woord eruit. "Ik ben zwanger!" "Ik ook! Maar ik ben het liever kwijt, dan rijk!", grapte ik, doelend op mijn vergrootte milt. Toen pas besefte ik dat ik opa zou worden. Met z'n vieren hebben we staan huilen en lachen tegelijk. "Hoe voel je je?", vroeg ik op weg naar mijn kamer. "Misselijk, vooral 's ochtends", zei ze. "Ja, 's ochtends, hè, dat heb ik ook. Beetje yoghurt of een beschuitje met slappe thee, wil wel eens helpen." Achter mij hoor ik mijn vrouw tegen mijn schoonzoon zeggen, "Ze zullen niet samen iets hebben ."Drie maanden lang bleven we misselijk. Mijn dochter op een gezonde manier en ik vanwege de chemokuren.
De kuren sloegen aan, mijn milt kromp tot normale proporties, maar ik kreeg te horen dat het niet goed ging met mijn beenmerg. Drastischer maatregelen dus. Dit keer werden het twee zware chemokuren. Eén week opname en daarna thuis een week spuiten met een middeltje om mijn beenmerg op te jagen. In het VU in Amsterdam oogsten ze dan de beenmergcellen om later weer schoon terugzetten. Na de eerste week spuiten bel ik mijn dochter om de stand van zaken door te geven." Hoe is met je?" vraag ik, wetende dat ze behoorlijk gegroeid is. "Ach", zucht ze, " Ik heb last van mijn heupen. Dat is normaal hoor, aan het eind van een zwangerschap. Je botstructuur verandert om het kindje door te laten." Even weet ik niet wat ik zeggen moet. "Is dat zo'n pijn die naast je stuitje begint en naar buiten toe trekt?", begin ik nog. "Hoe weet jij dat?", vraagt ze. "Nou, dat spul, waar ik mee spuiten moet, veroorzaakt botpijn en dat begint in je platte botten, je heupen dus. "
Eind oktober is mijn dochter uitgerekend. Intussen hebben ze voor mij de strategie gewijzigd. "Eind oktober zien we je weer voor nieuwe kuren.", zei de dokter. "Begin november .", probeerde ik, maar ze hield vol. Eind oktober dus.
Cees
13 oktober 1998
Inmiddels is het bijna twee jaar later. Vijf soorten chemokuren heeft hij gehad en als laatste redmiddel nog het allernieuwste op het gebied van behandeling tegen kanker, nl. de immunotherapie. Neem van mij aan, het was zwaar. Zwaar voor ons beiden. Kanker heb je namelijk niet alleen, dat heb je met z'n tweeen. Het was ook zwaar voor onze dochter en schoonzoon die hun eerste kindje kregen. Het was zwaar voor familie en vrienden.
En toch gebeuren er ook mooie dingen. 22 oktober 1997 is onze kleindochter geboren. Ze is zo mooi, zo lief en zo verschrikkelijk blij met het leven. Hoe gaat haar leven eruit zien? In ieder geval een leven zonder de opa die zo graag kleinkinderen wilde. Zes wou hij er. Een voor elke dag van de week, behalve de zondag 'dan ga ik uitslapen' zei hij altijd. Hij wilde bolderkarren bouwen, schommels timmeren, kinderkamers behangen, kamperen, fietsen en zandkastelen bouwen met z'n kleinkinderen. Dat gebeurt dus niet. Gisteren hebben we te horen gekregen dat hij 'is uitbehandeld' en nog maar korte tijd te leven heeft.
22 februari 1999
Het is nu
bijna 3 maanden geleden dat hij is overleden. Tot 3 dagen voor
zijn dood heeft hij het volgehouden: samen met zijn kleindochter
om 16.00 uur naar de Teletubbies kijken. Dat was belangrijker
dan familie, vrienden of collega's die op bezoek kwamen. De visite
moest maar wachten tot de Teletubbies voorbij was. En dat deed
de visite dan ook. Iedereen wist dat die halve uurtjes met zijn
kleindochter voor mijn man heilig waren.
Op 9 december moesten wij afscheid van hem nemen. We waren er
allemaal bij. M'n dochter, m'n schoonzoon, m'n broer en ik. Zelf
zijn kleindochter was erbij (ze lag boven in de logeerkamer te
slapen).
En ik? Ik mis hem., elke dag, elk uur.
Agnes
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren