Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Van de redactie
Lentegedachten
Het kan natuurlijk niet
missen, dat ik deze redactionele inleiding begin met de gedachte
aan de lente. Met de lente komt het nieuwe leven en komt er licht
in de winterduisternis. Het is deze symboliek die me wel aanspreekt,
want ik ben meer een zonnemens. Ik hou van de zon, van het lichte
zomerlandschap met haar bloemenweelde, van de onbezorgde warmte.
Als het lente wordt krijg ik een warm gevoel, ook al is de zon
nog bezig aan te sterken en willen de maartse buien dat gevoel
nog wel eens lichtelijk vergallen. Maar toch: het gevoel is er.
Dit jaar ben
ik van plan om intensiever van de lente te genieten dan ik vorig
jaar deed.Vorig jaar had ik daar nauwelijks oog voor, omdat mijn
geest te sterk in beslag werd genomen door het definitieve afscheid
van mijn vrouw. Een vriendin van mij zegt het elke keer weer als
ik haar spreek: ga toch weer eens lekker wandelen. Geniet van
de natuur zoals die zich aan je voordoet. Met sneeuw of met zon,
met regen of mist. Het doet er niet toe, maar snuif het in je
op met volle teugen. In ieder geval: probeer het. Zij wandelt
vaak alleen, heb ik van haar begrepen en laat de natuur om haar
heen dan haar gedachten bepalen. Om even weer tot rust te komen.
Alleen gaan wandelen. Kan ik daar al van genieten? Ik weet het
niet, we zullen zien. Als het weer meewerkt en de zon me het juiste
gevoel kan bezorgen zal ik gaan wandelen. Alleen met mijn gedachten.
Zonder haar naast me om mee te praten. Niet meer om samen foto's
te maken van takken in de lenteknop. Alleen. Weer een nieuwe stap.
Zo zullen we ieder op een eigen manier nieuwe stappen moeten zetten. Ik wens mijn lotgenoten in ieder geval een mooie lente toe. Om te beginnen hebben we de layout van onze webplek iets aangepast om met een lichtere achtergrond-kleur de helderheid van de lente te accentueren.
Redactie
Een verrassend gesprek
Kortgeleden kreeg ik een verrassend telefoontje. Van een oude collega, die ik al in geen vijftien jaar had gesproken. Hij was inmiddels verhuisd en ik was zijn adres kwijtgeraakt. Ach, je weet wel hoe dat gaat. Maar hij had toevallig een collega van mij gesproken en gehoord dat mijn vrouw was overleden en bovendien ook nog eens zelf was getroffen door kanker. Vandaar dat hij mij maar eens belde. Hij wilde me graag komen bezoeken om eens ,,bij te praten.'' We spraken meteen de volgende dag af, want zoiets moet je niet op de lange baan schuiven, vind ik, want voor je het weet is het weer een vergeten gesprek...
Hij kwam in zijn auto en moest daarvoor nog een aardig eindje rijden. Het was alsof de tijd even had stilgestaan. Mijn oud-collega is inmiddels 70 jaar, heeft een bewogen leven achter de rug en uit zijn woorden bleek dat al die ups en downs niet zo maar aan hem voorbij waren gegaan en waren vertaald in een levenswijsheid, waar ik iets aan had.
Het werd een
heel fijn gesprek en ik voelde me na afloop voldaan, getroost
ook. Ondanks het feit, dat hij met zoveel enthousiasme vertelde
over zijn leven met zijn vrouw en de verre reizen die ze nog steeds
samen maakten. Hij vroeg hoe ik dat deed. Zo alleen, want zei
hij, genieten doe je toch met zijn tweeën. Je wilt steeds
maar weer alles delen.
Ik vertelde hem, dat ik nu probeer om alleen te leren genieten
van alles wat de moeite van het genieten waard is. En hoe moeilijk
dat was, omdat je steeds de neiging hebt om je ervaringen te willen
delen. Dat ik dat in gedachten dan ook nog steeds doe met mijn
overleden vrouw. Met haar praat alsof ze er nog is. Want alleen
genieten is toch wel erg moeilijk.
Hij kon zich
heel goed voorstellen dat ik op die manier mijn gemis probeerde
op te lossen, maar hij zou dat waarschijnlijk niet kunnen, dacht
hij.
Ik verzekerde hem, dat hij het waarschijnlijk toch zo zou doen
als hij onverhoopt alleen verder zou moeten gaan. Want zo zit
de menselijke geest nu eenmaal in elkaar. We hebben het vaak onvoorstelbare
vermogen om ons aan te passen. Om ons levenspatroon bij te stellen
als de omstandigheden daar aanleiding toe geven. Ik heb dat in
ieder geval zo ervaren en het is, denk ik, een stapje op weg naar
min of meer een aanvaarding van het feit dat je nu alleen bent.
Dat alles wat je nu doet je dat zonder je partner zult moeten
doen.
Maar, zei ik, je doet het toch elke keer weer met in je achterhoofd
de vraag: hoe zou zij het hebben gedaan? Hoe zou zij het hebben
gevonden? En je krijgt meteen het antwoord. Want dat weet je.
En heel even heb je dan het gevoel dat je het toch weer samen
hebt gedaan, samen hebt genoten, samen een beslissing hebt genomen.
We dronken, mijn oud-collega en ik, samen een pilsje en brachten een toast uit. Op onze vrouwen...
Spullen opruimen...?
Het is nu meer dan een jaar geleden dat mijn vrouw stierf. En elke keer als ik door mijn huis dwaal kom ik haar spullen tegen. Dat kan ook moeilijk anders, want ze was handboekbindster van beroep en had een eigen werkruimte met apparatuur en gereedschap. Een belangrijk deel daarvan heeft ze weliswaar nog kunnen verkopen, maar haar werkruimte ziet er uit, alsof ze daar gisteren nog voor het laatst heeft gewerkt.
Er zijn vrienden
die me vaak vragen of ik die werkruimte nog ga veranderen. Spullen
op ga ruimen. Ze denken waarschijnlijk dat ik het als een soort
,,heiligdom'' in stand hou.
Ik haal dan mijn schouders op en zeg dat ik daar eigenlijk nog
niet zo over heb nagedacht, dat ik de ruimte niet nodig heb voor
andere zaken en dat ik er zelfs zo nu en dan zelf werk. Want er
ligt nog vrij veel handig gereedschap, die ik ook kan gebruiken.
En ik heb er al mijn schildersspullen neergezet. Want ik ga binnenkort
weer eens lekker schilderen, zoals ik dat in het verleden ook
regelmatig deed. En waar kan ik dan mijn schildersezel beter neerzetten
dan in haar werkruimte, waar ik me geen zorgen hoef te maken over
die klodder verf die op de grond valt? Ik voel me daar thuis.
Het is dan net alsof ze over mijn schouders meekijkt naar wat
ik op het schildersdoek zet. Ik hoor dan ook in gedachten haar
kritische ondertoon als ze een voorlopig oordeel velt.
Spullen opruimen?
Ach nee. Liever niet. Ooit misschien, maar nu?
Natuurlijk, ik heb al heel wat spullen opgeruimd die van haar
waren. Haar kleren en schoenen, bijvoorbeeld. Dat doe je met heel
veel pijn en verdriet in je hart, maar het is niet goed dat je,
elke dag als je een kast opentrekt, haar kleren tegenkomt. Alsof
ze even weg is en volgende week weer thuiskomt. Die onnodige pijn
kun je je jezelf beter besparen.
Maar met haar werkruimte is dat anders. Dat is een vertrouwd gegeven,
waar ik, als ik er kom, met warmte terugdenk aan de jaren dat
zij daar de mooiste dingen maakte, toverde met oude, bijna vergane
boeken of met liefde voor haar vak een omslag voor een boek maakte
met schitterend, door haar zelf gemaakt, marmerpapier. Veel van
dat papier ligt nog ongebruikt in de grote ladenkast. Ooit zal
ik het zelf gaan gebruiken, op mijn eigen wijze.
Het gekke is,
dat ik in haar werkkamer kan zijn zonder dat gevoel van confrontatie,
zonder de pijn die ik wel heb als ik kleren van haar tegen zou
komen. Daarom verander ik niets aan die kamer, die uitziet op
de tuin waar haar blauwe bloemen in de zomer zo uitbundig bloeien.
Dat deel van ons leven samen is op de één of andere
wonderbaarlijk manier onmogelijk uit te wissen.
Een ,,heiligdom''? Op een bepaalde manier misschien wel. Niet
alleen de hare, maar ook de mijne...
Bert Vos
Boos zijn en toch....
Dat gevoel zul je vast
wel eens hebben gehad: boosheid om wat je is overkomen. Boos zijn
over de onrechtvaardigheid dat juist jij je partner moest verliezen.
Waarom jij? is dan steeds weer de terugkerende vraag. Een antwoord
zul je nooit krijgen.
Het leven kan soms onbarmhartig wreed zijn. Maar je bent niet
de enige die daar mee te maken krijgt. Het kan nog veel erger.
Dat is natuurlijk een dooddoener als het om je eigen leven gaat,
maar soms kun je het relativeren als je ziet wat er in onze wereld,
om ons heen, gebeurt. Mensen die worden afgeslacht om ras of huidskleur.
Ontheemden, die zonder voedsel over continenten zwerven op zoek
naar een heel bescheiden klein, maar beschut plaatsje. Als je
dat ziet, dan kun je heel misschien je eigen leed een klein beetje
in een beter perspectief plaatsen. Want het kan natuurlijk altijd
nog veel erger.
Gisteren praatte ik met iemand die man en kind had verloren. Zo maar van de ene op de andere dag. Haar verdriet telde dubbel of nog sterker dan de mijne, bedacht ik, ook al valt verdriet wellicht niet zo maar in gradaties vast te leggen. Maar het gaf me heel even het gevoel, dat ik het toch nog ,,goed'' had getroffen, omdat ik geen kind heb verloren. En het besef hoe rijk dat ,,kinderbezit'' wel is. Ik moet er toch niet aan denken dat me dat ook nog wordt ontnomen, flitste door me heen.
Zo'n gesprek
brengt je ineens weer even tot bezinning. Je denkt na over je
eigen leven. Je ontdekt opeens weer de waarde van alles wat je
nog hebt. Dingen, waar je zuinig op moet zijn. Waar je van moet
genieten omdat je dat nog kunt. Gelukkig zijn met je kinderen
en kleinkinderen. Want het leven is kort en onvoorspelbaar.
Een dergelijk besef blijft vaak maar kort hangen, want het menselijk
geheugen is tamelijk selectief. Het maakt direct weer ruimte voor
je eigen gemis. Want dat staat voorop. Omdat het jouw verdriet
is.
Toch is het goed om gesprekken zoals ik die had, zo nu en dan te hebben. Om te praten met lotgenoten die nog meer hebben verloren dan jij. Het maakt je onwillekeurig geestelijk sterker om verder te gaan, hoe gek dat misschien ook klinkt. Ik heb die ervaring in ieder geval wel.
Bert Vos
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren