Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Binnengekomen reacties van lotgenoten (24)
in september en oktober 2006


REACTIES binnengekomen in september 2006:

26-09-2006

Ik stuur niet mijn 'verhaal', weet ook niet of dat er ooit van komt... Voel nu het verlies nog als te nabij, nog te sterk van mij, van hem én mij!

Ik stuur enkel de nu volgende tekst, die ik schreef - zittend naast mijn man - op 25 maart, 's middags, toen nog wachtend...

Er 'zijn'

leven naast een bed
en nergens liever zijn dan daar
met water!

liters wil hij!
kleine slokjes,
'n vinger geeft het stopgebaar
weer ogen dicht
en "lekker!" zegt hij
moe, maar o zo vredig
en ik zit daar maar...
niet weg te slaan,
niet weg te slaan
'mijn' Jan, die overgave!

en onverwacht
't zoeken van
zijn vingers naar mijn wang
een tastend strelen...
mijn hart stroomt vol
en voller vol

zo wacht ik daar
- mét hem -
al dagenlang
en duren mag dit
tot zijn dood
pas voor daarna
ben ik heel bang...

25 maart 2006

Hij stierf in de nacht van 27 op 28 maart om 2.15 uur. Met mij gaat het, met alles wat erbij hoort, toch goed.

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


24-09-2006

Alsof het gisteren was, iemand die dan tegen je zegt: 'nu tel je in weken, straks in maanden en jaren.' Dat lijkt dan zo ver weg, en dat is ook zo. Je hebt een lange weg te gaan en die ga je ook, maar wat is lang, relatief toch? Op een bepaald moment voelt tien jaar een fractie van een seconde.

De rouw voorbij? Ja, dat denk ik wel en toch ook niet. Negen jaar gelukkig met een nieuwe man die ook zijn maatje is verloren, ook twee zoons heeft die hun moeder soms missen. Een steunpunt en ijkpunt voor mij en mijn jongens, een rots in de branding. Een geweldige opa voor ons kleinkind.
Er gaan dagen voorbij dat ik er niet meer aan denk. En dan komen er dagen dat je kind problemen heeft en naar z'n moeder komt, en dan schrijnt het. Wat je wel geprobeerd hebt: vader en moeder tegelijk te zijn, het gat proberen te dichten. Op dit soort momenten besef je dat het niet altijd lukt…
Maar gelukkig worden er dan blijkbaar dingen gestuurd. Op het moment dat je kind met zijn verdriet bij je komt, staat ineens de oudste vriend van zijn vader op de stoep, en na een uur gaat mijn zoon opgelucht zijn weg.

Het feit dat je volwassen kind zijn vader op dat specifieke moment mist, dan denk ik: rouwen is nog niet voorbij.
Momenten dat je kind gelukkig is met zijn vrouw en kleine zoon. En dan op hun eerste vakantie ineens heel erg met zijn vader bezig is en gelukkige herinneringen heeft aan de vakanties met het hele gezin compleet in Zuid-Frankrijk. Dat maakt hem gelukkig en ook deels verdrietig.

Rouwen blijft een beetje en dat geeft niet. Het hoort er bij.

Trudy Linkerhof-Kerstens, vrouw, geboren 16 augustus 1951; partner (50 ) overleden op 27 september 1996 door een auto-ongeluk; twee volwassen zoons; sinds 1998 nieuwe relatie met weduwnaar van dezelfde leeftijd met ook twee zoons; e-mailadres: tnarcis@xs4all.nl


23-09-2006

Beste allemaal,

Het is vandaag even terug bij af. Geheel onverwacht heeft het me gegrepen en kan ik er niets tegen beginnen. Terug bij af.

Op 23 september 2005 zaten Hans en ik - ongerust tot op het bot, want de huisarts had al laten doorschemeren dat de longfoto's niet gunstig leken - bij het spreekkamertje van de longarts, om daar te horen te krijgen wat we helemaal niet wilden horen: "U heeft drie verdachte plekken in de longen en de pijn in het schouderblad is het gevolg van een spontaan gebroken rib. Mogelijk het gevolg van een tumor. Ik wil eerlijk tegenover u beiden zijn, het ziet er niet gunstig uit, maar vervolgonderzoek moet de definitieve diagnose brengen".
BOEM...de wereld sloeg even helemaal om... Verslagen en kleintjes verlieten we even later 's mans gespreksruimte, keken elkaar vol angst en afgrijzen aan, wisten even niets te zeggen. "Dit voelt niet goed, ik heb hier een slecht gevoel over", zei je gelaten. En dat was vandaag precies een jaar geleden.

En nu zit ik al meer dan zeven maanden alleen in dit huis te rommelen, probeer mezelf wijs te maken dat het leven moet doorgaan, probeer de moed erin te houden... Het valt niet mee. Wat er kwam zal ik jullie besparen. Feit is dat ik vier maanden na het eerste gesprek met de longarts in een crematorium zat afscheid te nemen van mijn allerliefste die dapper gevochten had, maar tegen het kankerspook niet opgewassen was.

Ik ben na zijn dood doorgegaan met (over-)leven, probeer elke dag met mezelf tot een vergelijk te komen, probeer de redelijkheid van zijn dood te doorgronden, maar er zijn dagen - en vandaag is er zo één - dan ben ik gewoon van slag. Dan ben ik boos, moet huilen en snap er even helemaal geen moer meer van.
Vast wel herkenbaar, toch?

Lisenka Pechtold; e-mailadres: lisenkapechtold@hotmail.com


22-09-2006

Beste mensen van ' de Draaikolk',

Ik kwam al eerder kijken, maar had toen geen enkele behoefte om te lezen of iets achter te laten. De trein, waar ik ongewild in zat, raasde te hard door onbekend landschap.
Ik kwam maanden later terug, las toen wel!

Nu laat ik wat achter. Zie maar, wat jullie ermee doen.
Ik stort € 25,-- voor die rubrieken en zo.

Lies van Dooremaal; e-mailadres: jhevd@xs4all.nl


21-09-2006

Hallo Bert en Monique,

Vanavond heb ik de bijdrage overgemaakt voor de nieuwe jaargang van de mailbox. Jullie hebben gelijk met de opmerking dat je daardoor ook je waardering uitspreekt voor het vele werk dat jullie verzetten. Ik vind het erg knap dat jullie ondanks Bert's ziekte toch alles draaiende weten te houden. Ik kijk nog steeds regelmatig op de site(s). De ene week wat vaker dan de andere, maar ik blijf benieuwd naar verhalen van lotgenoten. Het heeft mij al die tijd erg goed gedaan. Het schrijven van mijn eigen verhaal is telkens weer een grote stap geweest in het verwerkingsproces. Door het lezen van andere verhalen kunnen soms de puzzelstukjes op de goede plek vallen.

Ik merk aan het minder frequent bezoeken van jullie site dat ik mijn leven weer goed heb opgepakt. De drempels zijn een stuk verlaagd en ik weet veel beter wat ik wel en niet aankan.
Soms blijf ik mezelf nog steeds verbazen door iets te doen wat ik vroeger nooit zou hebben aangedurfd. Ik heb een aantal keren een verhaal ingezonden naar jullie site. Een aantal maanden geleden kreeg ik een mailtje van een journalist van het Financieele Dagblad. Hij had een aantal verhalen van mij gelezen en wou graag een interview met mij. Ik heb het natuurlijk eerst geverifieerd bij het FD zelf. Het klopte allemaal. Deze journalist had opdracht een artikel te schrijven over 'rouwverwerking en werk' voor de zaterdagbijlage van het FD.
Om een lang verhaal kort te houden. Ik heb een afspraak gemaakt, we hebben een gesprek gehad van wel twee uur, en twee weken geleden is het artikel verschenen.

Ik vond toen en vind het nu nog steeds heel bijzonder dat door verhalen in te sturen naar jullie site dit toch op mijn pad is gekomen.

Veel liefs,

Sabine Janssen-Davina, vrouw, geboren 16 maart 1959; partner Hans (51) is op 31 december 2003 overleden aan slokdarmkanker met uitzaaiingen naar de lever; een thuiswonende dochter en zoon; e-mailadres: janssen-davina@kpnplanet.nl


20-09-2006

Mijn naam is Maaike de Weerdt-Van Dijk en ik wil mijn verhaal vertellen over het verlies van mijn man die op 12 april 2006 plotseling is overleden door een hartstilstand.

Mijn kinderen vinden dat ik ben veranderd en hoe moet ik daarmee omgaan?
Ik ben af en toe somber en dan denkt mijn zoon dat ik een klein kind ben. Hij denkt dat ik één twee drie een knop om kan zetten en dan maar vrolijk moet zijn, maar ik heb hem al gezegd 'dat kan ik nog niet, daar heb ik de tijd voor nodig.'

Kijk, mijn kinderen hebben ook verdriet, dat begrijp ik ook wel, het was hun vader, maar ik vind dat toch wat anders. Ik ben dertig jaar getrouwd geweest met hem dus het verdriet wat zij hebben is anders dan het verdriet van mij. Hij was mijn man. Wij hebben elkaar dertig jaar gesteund door dik en dun, in goede tijden en in slechte tijden. Dus, nu wil ik aan u vragen hoe moet ik hen dat vertellen?

Met vriendelijke groet,

Maaike de Weerdt-Van Dijk; e-mailadres: b.weerdt8@chello.nl


18-09-2006

Hallo allemaal,

Afgelopen zondag ontving ik een mail van de Draaikolk voor de jaarlijkse donatie (jaarlijkse bijdrage voor deelname aan de rubrieken, red.). Het was al weer een hele poos geleden dat ik had gereageerd op jullie site en de laatste tijd ook bijna niet meer gelezen. Ik denk bij mezelf: wat ga ik doen? Jullie hebben een hartstikke goede site, maar ik heb hem niet meer nodig. De oorzaak?

Vorig jaar rond deze tijd ben ik met een vriendin die ik via de Draaikolk heb leren kennen naar een weekend in Elspeet geweest, een weekend voor nabestaanden van kankerpatiënten. Ik wilde eerst niet, vond het eng, maar ben toch gegaan. Daar kwam ik in een groep terecht van acht personen waaronder drie mannen. Een van die mannen had ook net als ik drie kinderen. We hebben dat weekend veel gepraat en gehuild, maar ook gelachen. Het was erg goed.
Met die man ben ik gaan mailen, een half jaar lang. Toen vond hij het tijd worden voor een etentje en jullie raden het misschien al: we werden verliefd. Het was voor mij een echte draaikolk. Zo verward, zo verliefd. Voelde me schuldig, blij, wat zal iedereen ervan zeggen... Maar het voelt zo goed.

Ons grootste obstakel was de afstand, ik in de Achterhoek en hij in Noord-Holland. Maar we mailen, sms-en, bellen en zien elkaar regelmatig. Ook met de wederzijdse kinderen gaat het fantastisch. We willen er voor gaan, maar niet met z'n tweeën. Onze overleden partners, de vader en moeder van onze kinderen, gaan met ons mee. We praten er samen over, de kinderen hebben het gewoon over papa of mama en dat is, denk ik, het geheim van onze liefde. Luisteren naar elkaar, lachen met elkaar, huilen met elkaar en veel praten. We hebben allebei onze bagage, dat heeft ons gemaakt tot wie we nu zijn. Verdriet om wat we verloren hebben zal af en toe de kop op steken, maar daar komen we samen uit.
Het mailen met lotgenoten was voor mij een goed medicijn, maar het mailen met hem heeft mij een tweede kans op geluk gebracht. Die kans wil ik grijpen met beide handen. We gaan er samen voor, met onze kinderen en onze mooie herinneringen.

Groetjes,

Ery Geerts-Bolster, vrouw, geboren 6 juli 1957; partner Paul (47) is op 10 december 2003 gestorven aan slokdarmkanker; drie thuiswonende kinderen; e-mailadres: P.Geerts2@chello.nl


15-09-2006

Beste Bert en Monique,

Laatst heb ik via een e-mail laten weten dat ik geen contributie meer zou betalen. Ik vind jullie site echt wel de moeite waard en zal hem zeker tijdens de komende wintermaanden bezoeken.
De reden dat ik me afmeld is, dat ik geen enkele reactie heb gekregen op "Samen Actief". Ik heb zelf wel initiatieven genomen.

Ik vind het wel een beetje ondankbaar naar jullie toe. Vandaar dat ik een donatie overmaak.

Hartelijk dank,

Anne Diepeveen, vrouw, geboren 18 mei 1947; partner Theo (1943) is op 25 november 2001 gestorven aan darmkanker; geen kinderen; e-mailadres: a.diepeveen@hotmail.com


13-09-2006

Beste Bert en Monique,

Ik wil heel graag even met jullie delen dat ik sinds het overlijden van mijn Elout heel veel aan de site, de verhalen en het mogen schrijven van mijn eigen bijdragen heb gehad.

Het is nu 5 1/2 jaar geleden dat hij verongelukte en vooral met mooie, zonnige dagen, zoals vandaag, denk ik met genegenheid en plezier aan hem terug. Ook mijn leven is doorgegaan, het verlies zal - zeker op de grote levensmomenten als trouwen, kinderen krijgen en verjaardagen vieren - altijd een beetje tastbaar blijven. Toch is mijn eigen draaikolk een kabbelend watertje geworden en hoop ik op een toekomstig nieuw, klein mensenleven met mijn huidige vriend. Ik weet zeker dat Elout tevreden is met hoe ik het leven vier en tot nu toe heb geleefd: ik leef, en overleef niet meer.

Mijn intens grote bewondering en dank voor jullie site, waar ik niet meer aan zal deelnemen, maar in de toekomst zeker nog wel een enkel keertje op zal kijken.

Heel veel goeds en liefs voor jullie,

warme groet,

Mirjana van Zeijderveld, vrouw, geboren 20 oktober 1974; verloor partner Elout (26) door een auto-ongeluk op 22 februari 2001; geen kinderen. Woonplaats: Wormerveer; interesse: kunst en cultuur. E-mailadres: mirjanaz@zonnet.nl


10-09-2006

Fijne vakantie gehad?
Dé vraag die je van iedereen hoort als je elkaar na weken weer ontmoet. Wat moet je antwoorden? Je weet wat men wil horen. Gewoon iets positiefs. Voor de meeste mensen is zo'n vraag een aanleiding om met hun eigen fantastische ervaringen aan te komen. In de grond zijn de meeste mensen maar matig geïnteresseerd in jouw ervaring maar popelen ze om zelf van start te gaan. Vrijwel iedereen heeft de mooiste vakantie van jaren achter de rug en menigeen ziet de droom van een eigen huisje in dat paradijselijke oord al bijna verwezenlijkt. De brochures van de makelaars zitten al in hun reisbagage. Alleen nog even stoppen met werken en de zonnige toekomst kan beginnen.

Ja, en daar sta je dan, een beetje met je mond vol tanden. Mensen kijken me bewonderend aan als ik vertel alleen naar Amerika te zijn geweest en daar met een groep een rondreis te hebben gemaakt. Dat ik dát heb gedurfd! Geweldig en stoer! Dat vind ik zelf ook wel, maar hoe graag was ik "gewoon" met Jan naar Frankrijk gegaan. En hoe vaak lag ik huilend in mijn kingsize bed. Ondanks dat was het een fijne vakantie.
Ook in Frankrijk ben ik weer geweest, logerend op twee plekken bij vrienden bij wie ik meer dan welkom was. Vaak huil ik in mezelf als "Jan weer in het decor verschijnt". Dat noem ik zo als ik op plaatsen ben of verwijzingen zie naar plaatsen waar zoveel herinneringen liggen. Zo'n 3.500 km heb ik in mijn uppie afgelegd, in mijn auto, met Tomtom, mijn mobiele telefoon, met airco en met veel cd's. Manmoedig alleen in hotels en zelfs eten in het restaurant…
Tussendoor was ik nog vijf dagen in Berlijn, ook met vrienden. Nee, ik mag niet klagen. Dat ik echt kan rekenen op mijn "normale" sociale vaardigheden is nu voor mezelf duidelijk bewezen. Dat opent mogelijkheden voor de jaren die ik nog verder moet.

Op de terugreis van Frankrijk naar huis ben ik slachtoffer geworden van een heuse beroving. Alles van waarde was in één minuut weg: mijn rugzak met mijn pinpassen, creditkaart, geld, Tomtom, mobiele telefoon, nieuwe digitale camera, huissleutels, adressen en telefoonnummers, cd's met favoriete muziek van Jan. De enorme paniek zal ik hier niet beschrijven, dat zal iedereen zich kunnen voorstellen. Vreselijk was het de politie te moeten vertellen dat ik met niemand op reis was, dat er thuis niemand is. In zo'n situatie doet zich het stapelen van verdriet voor. Huilen, huilen, met name omdat Jan er niet meer is. Dan zou ik deze veel te zware reis nooit gemaakt hebben, dan zou ik niet zo'n makkelijke prooi zijn voor iemand met boze plannen, dan zou ik me niet zo vreselijk eenzaam hebben gevoeld, dan… Ja, wat dan? Dan zou het leven nog "normaal" zijn geweest. Ik heb heel veel hulp gehad, daar ben ik ook wel blij mee. Mijn zelfredzaamheid komt toch weer terug als de noodzaak daar is. De nasleep van die ene minuut is gigantisch, maar overkomelijk.
Maar de pijn en het gemis zijn weer zo schrijnend en actueel en lijken onoverkomelijk te zijn.

Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


05-09-2006

Hallo Bert en Monique,

Omdat ik wilde weten hoe het met je was, Bert, heb ik de Draaikolk opgezocht en toen naar Langs de Vloedlijn. Fijn dat je baat hebt bij de morfinepleisters. Hopelijk kun je de pijn hiermee onder controle houden.

Getroffen was ik door je tekst: 'De rouw voorbij'. Ik las Adri de tekst voor en hij zei: 'Bert kan verwoorden wat wij voelen. ' Dank je wel, Bert. De scherpe pijn van het gemis gaat inderdaad naar de achtergrond maar komt soms onverwacht terug. En dan is er een verwarring.
Ik ben gelukkig met mijn Adri, het voelt beter dan ooit ervoor, heb lieve kinderen en heerlijke kleinkinderen. Waarom mis ik Benno dan zo? En als ik hem niet mis, voel ik me schuldig dat ik zoveel te genieten heb en hem dat niet is gegund.

Vandaag bezocht ik een man wiens mannelijke partner verleden jaar is overleden. Hij stond nog aan het begin van zijn rouwen, maar door zijn verhaal dook ik terug in de tijd. Gelukkig kan ik nu zien waar mijn pijn zat en kan ik onbegrip en alleen zijn relativeren. Zo hoop ik hem te helpen zijn gemis een plaats te geven. Zo helpen we elkaar. Jullie hebben mij weer geholpen met jullie warme woorden.
Dank jullie wel. Adri groet jullie en wenst Bert beterschap.

Dag,

Gerdi Leussink, vrouw, geboren 20 september 1945; partner Benno (53) overleden aan longfibroses op 18 januari 2000; volwassen zoon en dochter; e-mailadres: gerdileussink@zonnet.nl


REACTIES binnengekomen in oktober 2006:

31-10-2006

Lieve Bert en Monique,

Ook ik wens jullie zondag heel veel sterkte.
Hoop dat jullie toch nog een klein beetje van elkaar kunnen genieten

Sterkte,
Jopie Wouters; e-mailadres:
ewouters@chello.nl


29-10-2006

Lieve Monique en Bert,

Zoals zovelen denk ik aan jullie, niet alleen speciaal vandaag maar vaak, omdat jullie situatie zo herkenbaar is voor ons allemaal.
Ik hoop dat deze dag jullie behalve zorgen ook plezier mag geven.

Tineke Pastijn-Jaburg, vrouw, geboren 20 februari 1948; partner Jos (60) overleed op 18 augustus 2004 aan de gevolgen van kanker/Non Hodgkin's; twee volwassen, uitwonende dochters; e-mailadres: pastijn@hetnet.nl


29-10-2006

Lieve Bert en Monique,

Ondanks alle zorgen, die er nu ongetwijfeld ook zijn, wil ik jullie (samen met familie en goede vrienden?) een hele fijne dag toewensen.

Liefs,

Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een studerende en op kamer wonende dochter en een thuiswonende zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl


28-10-2006

Beste Monique en Bert,

Jullie zijn in jullie leven voor de tweede keer in een heftige draaikolk terecht gekomen. Ik wens jullie veel kracht toe om je staande te houden.
Voor zondag samen een warme, intieme dag.

Warme groeten,
Thea Bakker; e-mailadres:
theabakker@tiscali.nl


27-10-2006

Lieve Monique en Bert,

Al vaker heb ik geschreven, leef in gedachten met jullie mee.Vooral zondag zal ik jullie in gedachten heel veel liefde wensen.

Veel liefs van
Corrie Wetsteijn Maarschalkerwaard; e-mailadres:
corriewetsteijn@planet.nl


27-10-2006

Hallo Lies, en Monique en Bert,

Lies, zoals je al weet, sluit ik me ook aan bij je oproep. Ik vind het een heel lieve actie en ik zal zeker zondag even extra aan hen denken (jij trouwens ook sterkte met alles, hè).

Monique, zondag zal een heel bijzondere dag voor je zijn en ik hoop dat onze gedachten jou zondag wat positieve energie zullen doen toekomen.

Bert, heel veel sterkte! Je bent een heel bijzonder mens in mijn ogen.

groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


25-10-2006

Beste Monique en Bert,

Ik sluit me helemaal aan bij de oproep van Lies. Ik zal aan jullie denken, zondag zeker! Weet dat je niet alleen bent.

Liefs,

Lisenka Pechtold; e-mailadres: lisenkapechtold@hotmail.com


25-10-2006

Dag Bert en Monique,

Wat een goed voorstel van Lies, heel graag geef ik gehoor aan die oproep!
Weet dat mijn liefdevolle gedachten bij jullie beiden zijn.

Veel liefs,

Anke Loman; e-mailadres: A.loman2@chello.nl


25-10-2006

Lieve Monique, Bert en alle andere lotgenoten,

Monique, jij zult de eerste zijn die dit mailtje onder ogen krijgt.
Nu Bert zo ziek is, zit je in extra moeilijke omstandigheden. Toch ga je dapper en trouw door met jullie beider "Draaikolk", dit ten behoeve van ons allemaal. Dat ontroert mij en vast velen van ons.

Zondag ben je jarig en dat wordt een beladen dag voor jullie allebei. Mag ik (mogen wij met velen) op die dag onzichtbaar bij jou ( jullie!) zijn met alle warmte die jullie met jullie zorg voor ons in ons opwekken?
Wil je dit bericht dan vandaag opnemen in de rubriek: "reacties van lotgenoten"?
Nu al, omdat niet iedereen dagelijks kijkt en omdat ik iedereen voor wil stellen dat wij a.s. zondag om 12 uur 's middags twee of meer minuten met velen tegelijk onze aandacht in liefde richten op jullie beiden als het mooiste boeket van denkbeeldige bloemen dat jij je voor kunt stellen!

Het moeilijke is natuurlijk, dat jij zelf dit bericht nu leest en moet plaatsen. Dit overvalt je! Neem gerust een dag de tijd om je af te vragen of je dat wel wilt. Maar bedenk dan vooral, dat iedereen om goed te kunnen geven nu eenmaal ook goed moet kunnen ontvangen. Dat zijn twee kanten van een munt!

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


16-10-2006

Open brief aan Jan

Liefste,

Jou schrijven, heeft dat zin?
Zou het me verder helpen?
Jij, die niet meer bent,
wie je voor mij was...
Waar is immers je lichaam,
je stem, je op mij gerichte blik?
Onvindbaar verdwenen!

Ik schrijf niet jou,
maar eigenlijk nu al
een door mij van jou gemaakt b e e l d!
Nooit meer echt de Jan, die is,
met wie ik, na iedere nacht
een nieuwe dag begin!

Bedrieg ik dan mijzelf als ik jou
- hier en nu -
mijn nood kom klagen?
Stel ik de echte pijn,
dat, wat nu ondraaglijk is, via een truc,
behoedzaam uit?

Wat moet of kan ik leren van die pijn,
die ik niet kan (of wil?) verdragen?

'K ontvlucht de mensen, vind geen plek,
geen rust tenzij in dit gesprek
met jou
op mogelijk valse gronden,
daar ik je immers "schep" naar mijn behoefte,
product van fantasie, dwingelandij?

Maar... als dit louter bedrog is...
Wat dan?
Wat helpt mij dit?

Narcose wil ik, diep en lang,
voor mijn part onderduiken
in een voorhistorisch beest,
dat me opslokt,
hard in slaap bijt met een beet vol gif!
Andere vreemde pijn, die wint,
waarbij ik mijn b e w u s t z ij n mag verliezen!

Waarom zeg ik niet gewoon, dat ik ook wel dood wil?
Draai ik daar om heen?
Uit lafheid, schaamte wellicht?
Kronkel ik me in vreemde wilde bochten,
ik slangemens, om ook van mijzelf een b e e l d
te behouden, dat schone schijn ophoudt?

Waartoe in godsnaam?

Is dit nog wel de vrouw van wie jij hield?
of is ook zij verdwenen,
evenals jij,
ónvindbaar,
ónkenbaar,
nachtschaduw geworden
bij bleek schijnsel van net nieuwe maan...

Als jij nog leven zou,
je kreeg dit niet te lezen
het zou je immers pijn doen,
even erg
als jouw dood mij pijnigt,
ik zou je dat besparen!
Maar voor die dood
koos jij niet,
die is je - schuldloos - o v e r k o m e n !

"Het lukt me wel!"
heb ik gezegd,
beloofd,
op mij genomen!

Maar eigen kracht, mijn lief,
blijkt van mij weg genomen!
zodat ik bidden leer:
- "dat nu dan uit het Licht vandaan
voor mij jouw hulp mag komen"-

jouw Lies, voor nu en altijd.

(oktober 2006)

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


13-10-2006

Hallo allemaal,

Ik ben nu bijna 11 maanden rouwende en net als Lisenka het beschrijft, zou ik ook hetzelfde verhaal neer kunnen zetten.

Wat is dat toch met al die mensen om je heen? Maken die dan nooit iets mee? Erbij neer leggen? Nee, dat doe ik niet. Ik begrijp dat het voor de mensen die dit niet meemaken moeilijk in te schatten is, maar kom op zeg, je mag toch wel een klein beetje moeite voor een ander doen. Boos, kwaad en verdrietig word ik er van.
Het ergste zijn de excuses die ik te horen krijg op de vraag waarom ik iemand niet meer zie. Zo is mij bijvoorbeeld gezegd dat ik niet meer vrolijk ben (nou, wat zou daar nou de oorzaak van kunnen zijn?)
Nog een voorbeeld: wij hebben jaren geleden ingesteld dat als 's avonds het buitenlicht niet brandt wij niet open doen (dit was noodzakelijk voor onze privacy, iedereen kwam op de gekste tijden langs). Dit was een algemeen bekend feit dat door iedereen gerespecteerd werd, maar nu vinden mensen dat ze inbreuk op mijn privacy mogen maken. Toen dit een paar keer gebeurd was, heb ik gezegd dat die regel nog steeds gold. Na 8 maanden kreeg ik te horen, van mensen die al 20 jaar bij ons over de vloer kwamen, dat die "regel"" in het verkeerde keelgat is geschoten en dat ze daarom wegbleven (de lamp staat trouwens vijf van de zeven dagen aan). Het betreft hier mensen die bij mij om de hoek wonen. Wat moet je hier nu mee?

Volgende maand,16 november, is het de sterfdag van Aad, dan zal ook de as verstrooid worden, maar mijn god, wat heb ik het daar moeilijk mee. Je denkt dat als er een jaar rond is de dingen veranderen, maar dat is natuurlijk niet zo. De pijn en het gemis veranderen niet en gaan gewoon mee naar het tweede jaar. Natuurlijk ben je nu wat sterker dan een aantal maanden geleden en voor de buitenwereld draai je weer lekker mee, maar van binnen? Tja, dat hoef ik jullie niet uit te leggen.
Inmiddels heb ik er een nieuw rouwproces bij: mijn oudste broer is een aantal weken geleden overleden, ook heel plotseling. Dus weer dezelfde gang, dezelfde voorstelling, iets ander publiek, heel bizar allemaal. Ook de dood gaat gewoon door. Mensen in mijn omgeving reageren hier nauwelijks nog op. Eén rouwproces is wel voldoende.
Wat kan een mens verdragen? Heel veel, maar lieve mensen doe het op jullie eigen manier. Wij rouwenden maken zelf wel uit hoe en waar we willen rouwen, huilen of schreeuwen. Luister naar jezelf, geef toe aan jezelf en bovenal: hou van jezelf. Je komt er sterker uit. Weet nog niet wanneer, maar het komt.

Groetjes,

Gerda de Klerk; e-mailadres: wageklerk@wanadoo.nl


12-10-2006

Lieve allemaal,

Ruim acht maanden zit ik nu in het rouwproces dat een heftig gevolg is van het overlijden van mijn Hans, die na een slopend ziekbed van vier maanden (longkanker) zomaar in een crematorium belandde. Hij en ik, samen waren we de wereld, onze wereld, met onze overeenstemmende waarden en normen, humor, strategieën, onderonsjes. Heel close, heel intiem, heel vertrouwd. Omdat Hans hartpatiënt was en al twee openhartoperaties achter de rug had, moesten we altijd rekening houden met een fatale derde dichtslibpoging van de rammelende aderen, die onze gezamenlijkheid abrupt zou kunnen stoppen. Mede daarom was ons leven ingericht op Carpe Diem, pluk de dag, doe morgen niet wat vandaag ook kan. Ook daarom werden stoffelijke zaken, voor veel mensen heel belangrijk (vlotte auto, mooi huis, dure kleren en vul verder zelf maar in) voor ons eigenlijk toen al afgedaan als weinig belangrijk, vaak zelfs overbodig . We hadden een stabiel, gelukkig en tevreden leven zo saampjes.
Toen de gruwelijke diagnose longkanker - prognose: hooguit nog zes maanden te leven - kwam, voelde dat als verraad, als een oneerlijke actie van het wrede lot, dat ons zo hard trof. Maar wat we er ook van vonden, het deed er niet toe. Na vier maanden dapper knokken blies mijn grote liefde zijn laatste adem uit.
En daar zat ik. Alleen in ons huis, alles om me heen alsof hij ieder moment weer terug kon komen. Totaal ontredderd, geen idee hoe ik verder moest. Geen energie, geen doel, geen motivatie. Totaal verslagen. Dan ben je 46 jaar en de wereld stopt voor jou met draaien.

Vrijwel meteen na het overlijden wordt het duidelijk: Hij is dood en je moet verder. Er moet een crematie geregeld worden, veel administratieve rompslomp komt op je af en bovenal moet je je omgeving geruststellen dat jij het wel red. Want anders gaan ze zich ogenblikkelijk te buiten aan goedbedoelde raadgevingen, die als bijeffect hebben dat je je nog schuldig gaat voelen ook. Feilloos weten mensen jou te vertellen wat je moet voelen, hoeveel je mag huilen en hoe goed het is om er over te praten. Ja, die clementie duurt - als je mazzel hebt - ongeveer twee maanden, daarna wordt het toch anders. De telefoon rinkelt nog zelden, uiteraard ben je altijd bij iedereen welkom, maar jouw deurmat wordt door weinig mensen meer betreden. Dit is geen boosaardige opsomming van een nijdige jonge weduwe, dit is een reeks van feiten die ik de afgelopen acht maanden zo ervaren heb.
Nou kan ik daar twee dingen mee doen. In de slachtofferrol schieten en alle gelijk van de wereld hebben om me daarmee verslagen van de mensheid afkeren... of proberen de situatie eens eerlijk in ogenschouw te nemen. Ik heb mezelf daartoe een aantal vragen gesteld. Allereerst: Had ík geweten hoe ellendig een rouwproces is, zou ík ook maar enig benul gehad hebben van de totale rampspoed die iemand onder deze omstandigheden kan treffen. Het antwoord is: nee. Zelfs niet in de verste verte. Want het houdt niet op bij de dood van de partner. Er gebeurt daarna nog veel meer, het verlies gaat veel verder dan het vertrek van je geliefde. Ik ben ook kwijt: mijn zelfvertrouwen, mijn klankbord, mijn referentiekader, mijn levensvreugd en ga zo maar door. Onder andere omstandigheden kan een mens een plan bedenken, een inschatting maken van een verloop. Dat kan nu niet. Je hebt alleen maar onzekerheden. Nu is maar één ding zeker, hij is dood en komt nooit meer terug. Red jezelf zuster! Ga niet van de omgeving verwachten dat ze je snappen, want dat doe je zelf al amper.
Toen Hans nog leefde, hadden we onze eigen fijne wereld ingericht, en - eerlijk is eerlijk - als we toen een week lang geen andere mensen zagen, viel ons dat niet eens op. Voor mij is de situatie drastisch gewijzigd, maar niet voor de mensen om mij heen. Die hebben gewoon nog hun drukke banen, lastige pubers, verzorgingsbehoeftige ouders, heibel op het werk en een hypotheekschuld die net even hoger is dan hun sprongkracht. Waarmee ik maar zeggen wil: ze zijn echt van goede wil, maar worden opgeëist door hun eigen besognes. En dat is uiteraard helemaal legitiem. Dat mijn behoefte door Hans zijn dood veranderd is, kunnen ze nog wel begrijpen, maar het snijdende gevoel van verlatenheid, verloren voelen, verdwaasd, geamputeerd, ontredderd... nee, dat is niet invoelbaar. Dat moet je meegemaakt hebben.

Brengt me dus weer terug bij mijzelf. Na zes maanden verdriet en wanhoop greep de depressie me zo bij de strot dat ik voelde de grip op de situatie te verliezen. Ik durfde niet meer voor mezelf in te staan. Toen begreep ik: het moet anders, ik mag mezelf niet verliezen. Ik moet ophouden de realiteit zo neer te zetten dat ik blijf wachten op helpende handen. Ik moet het zelf gaan bedenken. Ja ja, leuk gezegd, maar wat bedenken als je moe en verdrietig bent. Toch heb ik een aantal ingangen gevonden. Kleintjes, geen hoge doelstellingen, geen onuitvoerbaarheden. Een klein hondje, waarmee ik dagelijks uit moet, dat opgevoed moet worden, dat me dwingt op te staan en aandacht te geven. Ander werk. Minder uren, minder ingewikkeld en aardige collega's, die weten wat er met me aan de hand is. Waar ik mezelf kan zijn, op de goede, maar zeker ook op de slechte dagen. Een rouwverwerkinggroep, waar ik zie hoe 'we' allemaal worstelen met het verlies. Hoe iedereen een eigen route gaat. Waar ik leer welk licht er aan het eind van deze tunnel weer kan gaan schijnen. Okay, voor nu nog pure theorie, maar daar doe ik het nu maar mee. Het idee dat dit vreselijke gevoel ooit minder scherp zal worden, is al geruststellend.
Maar het allerbelangrijkste vind ik zelf nog wel, dat ik nu zit te bedenken wat ik met mijn leven aan moet, nu Hans er niet meer is. Ik verwacht van de wereld om mij heen geen oplossing, geen compensatie meer. Ik moet het zelf bedenken en als ik dat een beetje goed voor mezelf kan uitvoeren, kom ik vanzelf ook weer wat op de rails.

Lisenka Pechtold; e-mailadres: lisenkapechtold@hotmail.com


06-10-2006

Vanavond geen maan:
ik mis 'm
lopend met de hond zoek ik 'm altijd
de maan is Hans
hij is er, net als Hans, altijd
waar ter wereld ik ook ben
soms groot en rond, duidelijk aanwezig
soms, zoals nu, onzichtbaar,
maar ik weet dat hij er is,
net als Hans er altijd is
ik kijk naar boven
zoek, voel, denk, herinner
soms echt verdrietig
soms met een glimlach
…vanavond voelde ik me erg alleen

sept. 2006

Nora ten Raa, e-mailadres: htenraa@xs4all.nl


01-10-2006

De stukjes van Joostien Beuving spreken mij altijd erg aan. Hoe komt dat? vraag ik me af. Haar omstandigheden zijn nogal verschillend van die van mij. Toch spreekt haar manier van schrijven mij aan, misschien door de directe manier waarop ze schrijft. Ik wilde haar persoonlijk schrijven, maar ik heb graag dat anderen meelezen. Waarom? Timmer ik zo graag aan de weg? Zo was ik toch nooit? Waarom denk ik dat mijn schrijfsels voor anderen het lezen waard zijn? Ik weet het niet. Misschien wel omdat het verdriet om Jan me vleugels geeft, ik stijg boven mezelf uit. Ik rouw om hem en iedereen mag en moet dat weten. Dat rotsblok van verdriet zit in mij en ik tors het mee, waar ik ook ga.

Nu, zestien maanden na zijn dood, word ik pijnlijk geconfronteerd met het oordeel van anderen, met name dat van mijn eigen familie. Ik wil de herinnering aan Jan levend houden en tastbaar maken. Volgende generaties van zijn familie zullen weten wie hun oudoom Jan is geweest. Zolang hij leeft in de gedachten van anderen is hij niet dood. Over twee maanden zou hij 62 geworden zijn, het wordt de tweede verjaardag zonder hem. Ik heb een gedenkboek samengesteld met bijdragen van drie generaties familieleden van hem, collega's, lotgenoten, mensen met wie Jan een muziekgroepje had, vrienden. Het boek wordt gepresenteerd op zijn verjaardag, muzikaal omlijst door het familiekoor en de leden van zijn muziekgroepje. Tot hier de feiten.

Mijn eigen familieleden hebben mij te kennen gegeven niet van dergelijke gebeurtenissen te houden, ze bedanken voor de eer. Ze zeggen dat ik er een cultus van maak. Dat is pijnlijk, maar nog acceptabel. Bleef het daar maar bij, dat op zich vind ik al moeilijk te verteren. Maar er gebeurt meer.
Mij wordt kwalijk genomen dat ik stilsta in mijn verdriet, dat ik moet zorgen niet in een vicieuze cirkel te komen, dat ik morele druk heb uitgeoefend door mijn zus te zeggen dat ik het erg vind dat zij niet komt, door haar te zeggen dat zij belangrijk voor me is. Ik wil me niet verdedigen, want ik heb niets fout gedaan. Iedereen die mij kent weet wat ik allemaal onderneem: lotgenotencontacten, reizen, concerten, opera's, veel mensen ontmoeten, lezen, schrijven, ik heb professionele hulpverleners, laat me uitnodigen, nodig zelf mensen uit, verzorg mezelf goed, werk nog steeds terwijl ik gehandicapt ben en de leeftijd heb bereikt waarop vrijwel niemand meer werkt, ik bekwaam me in het gebruik van de computer, van digitale fotografie.
Kortom: ik ben volop bezig, terwijl ik Jan zo vreselijk mis.

Ik sta machteloos tegenover degenen die weten dat ik zoveel onderneem en die desondanks kritiek durven uiten op de intensiteit van mijn rouw, op mijn manier van rouwen en over de duur van mijn rouwproces.
Waar halen mensen het recht vandaan hun normen aan mij te willen opleggen? En dan natuurlijk menen dat het voor mijn eigen bestwil is.
Zelfs, of juist in mijn rouw wil ik zelfstandig zijn en blijven. Ik vraag de hulp die ik nodig denk te hebben. Een welgemeend advies is prima, zolang de relatie maar gelijkwaardig blijft. En daarmee hebben sommigen het kennelijk heel moeilijk!

Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren