Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Binnengekomen
reacties van lotgenoten (20)
in januari en februari 2006
REACTIES binnengekomen in januari 2006:
28 -01-2006
Hallo Bert en Monique,
Dit is voor mij de eerste keer dat ik schrijf, maar ik wil het toch proberen. Ook als jullie het niet plaatsen, kan ik op dit moment toch mijn verhaal kwijt. Op dit moment zit ik huilend achter de computer. Het is nu ruim twee maanden geleden dat mijn partner Aad heel erg plotseling is overleden. De eerste weken gaan in een soort van verstandsverbijstering voorbij. Je hebt mensen om je heen en moet ontzettend veel dingen regelen. Dit noemen ze fase 1 in boeken over rouwverwerking. Ik denk dat ik nu in fase 2 zit: de pijn. De pijn die je voelt is met geen pen te beschrijven, laat staan dat je het naar anderen toe uit kunt leggen. De mensen om je heen leven gewoon hun leven weer door en ook jij leeft je leven door, maar 'gewoon'? Nee, nooit meer gewoon.
Op dit moment
zit ik in een zwart gat en probeer me staande te houden, maar
het is verdomde moeilijk. De hele dag door buitelen verschillende
gevoelens over elkaar heen. Het is allemaal heel verwarrend, maar
volgens de boeken 'normaal'. Je hebt het gevoel of je geamputeerd
bent en nu met fantoompijn zit. Een stuk van jezelf ben je kwijt
en ik zal moeten proberen mezelf weer terug te vinden, maar dat
is nog een lange weg om te gaan.
Je merkt om je heen dat mensen meer afstand van je gaan nemen:
je bent weer wat 'verder' en 'kom op meid, het is weer bijna
voorjaar', alsof dat voor mij belangrijk is. Ik begrijp best
dat de mensen niet goed weten hoe ze met je om moeten gaan, maar
de goedbedoelde adviezen kunnen zo ontzettend kwetsend zijn, daar
hebben zij geen notie van (gelukkig maar). Ook komen ze aan met
wat jij zoal kan ondernemen, maar ik maak zelf wel uit wat en
hoe en waar ik iets ga ondernemen. Ook het gezegde 'jij bent zo
sterk, jij redt het wel' is zo'n afgezaagd iets. Natuurlijk red
ik het wel, andere mensen redden het ook, maar dat heeft niets
met sterk zijn te maken. Het komt op je pad en je zult er doorheen
moeten, je hebt geen keus. Je zou bijna jaloers worden op de mensen
die al een stuk verder zijn in hun rouwproces. En heus, er komt
een tijd dat het voor mij allemaal weer wat beter zal gaan, dat
realiseer ik me wel, maar op dit moment zit ik met mijn pijn en
tegen deze pijn is geen medicijn.
Ik dwing mezelf nu dingen te doen en ik doe ze ook, waardoor ik toch een beetje trots ben op mezelf. Aad was een heel sterke persoonlijkheid en een ontzettend nuchtere persoon. Hij sprak makkelijk over de dood en zei altijd: 'iets kan op dit moment nog zo vreselijk voor je zijn, kijk een jaar later terug op deze periode en bedenk dan hoe ver je al bent.' Troostend, dat wel, maar ik ben dat jaar nog niet verder. Ik ben pas twee maanden verder, maar langzaam maar zeker zal ik ook naar dat jaar gaan rouwen. Het is een zware taak die je alle energie kost die je hebt en ook ik heb geleerd dat rouwen heel eenzaam is, en dat ieder zelf uitmaakt hoe lang hij of zij daarvoor nodig hebben.
Bedankt voor het luisteren.
Gerda de Klerk, vrouw, geboren 30 november 1951; partner Aad (63) overleed 16 november 2005 aan een hartstilstand; twee volwassen, uitwonende kinderen; woonplaats: Spijkenisse; e-mailadres: wageklerk@wanadoo.nl
25-01-2006
Beste Bert,
Dank voor het mooie gedicht 'Soms sterft de dood...'
Nu is alleen nog maar het begin van het gedicht voor mij herkenbaar,
maar er spreekt hoop uit. Hoop dat, ondanks het litteken dat altijd
zal blijven (en eerlijk gezegd zou ik ook niet willen dat dat
verdwijnt), de wond ooit minder pijn gaat doen. Dat het niet meer
voelt als een groot gapend gat.
Het spreekt de hoop uit, dat er ooit weer een moment komt dat
ik kan zeggen: 'Ik wil leven. Ik wil doorgaan en kan zelfs
weer genieten van dat wat 'leven' heet.' Bedankt hiervoor!
Ik hoop oprecht dat je samen met Monique nog heel lang van dit
leven mag genieten.
Met vriendelijke groet,
Joostien Beuving;
e-mailadres: joostien@xs4all.nl
22-01-2006
Zeg me waar je bent,
ik heb je zolang gekendWe hadden nooit geen geheimen voor elkaar
en vormden al 25 jaar een paarPijn doet het, dat alles nu ineens voorbij is
en het ergste, dat ik je ontzettend misKon ik nog maar even bij je zijn,
want samen was het leven heel fijnAlléén moet ik nu verder zonder jou
Lieve schat, ik wil nog één keer zeggen tegen je, dat ik vreselijk veel van je hou
Lily
Lily Bos; e-mailadres:
lily_bos@hotmail.com
21-01-2006
Beste Monique
en Bert,
Vrijdag 20 januari las ik jullie artikel in het Dagblad van het
Noorden.
Vandaag is een dag vol herinneringen waarbij mijn keel steeds
dichtgesnoerd zit. Ik zocht het artikel weer op en ben op de site
gaan kijken. Wat een mooie site met bijzondere inhoud. Dat deed
mij besluiten om eindelijk wat op "papier" te zetten
na negen jaar. Is onderstaand stukje iets voor in het magazine?
In ieder geval ben ik heel blij dat ik het tegen iemand kan vertellen.
Want de wereld om mij heen is voortgegaan en is het reeds vergeten
en binnen mijn familie heeft ieder huisje al zijn eigen kruisje.
*
Vandaag is het weer 21 januari en hoewel het nu negen jaar geleden
is, blijft dit een dag die alle herinneringen weer tot leven brengt.
Enerzijds het proces van de ontwikkeling van de kanker en het
vreselijke lijden en anderzijds de niet te beschrijven blijdschap
dat mijn allerliefste mocht sterven door euthanasie op het moment
dat de kanker op hol sloeg.
Na een periode van zich zeer onwel voelen en onderzoeken kregen
wij, mijn man Jaap en ik, in juni 1995 het meest verpletterende
bericht te horen van de specialisten: dikkedarmkanker in een vergevorderd
stadium. Na een dubbele operatie binnen twaalf uur leek Jaap zich
heel langzaam te herstellen. Maar door allerlei complicaties,
waardoor bestraling te laat plaatsvond, werden een driekwart jaar
later uitzaaiingen ontdekt in de lever. Na vele pijnlijke, inwendige
onderzoeken werd Jaap een operatie aangeboden waarbij een stuk
van de lever verwijderd zou worden. Tijdens die operatie en een
laatste inwendige controle werd ontdekt dat er nog een groot kankergezwel
zat bij de grote been spier en werd hij, zonder verdere uitvoering
van de leveroperatie, weer gesloten. Het moment dat ik gebeld
werd en mij verteld werd dat de oorspronkelijke operatie niet
was uitgevoerd en het einde heel nabij zou zijn, zal ik nooit
meer vergeten. Op dat moment stond de wereld stil.
Wat me nu echter
nog steeds verrast, is de flexibiliteit van de mens. Zodra we
bericht hadden gekregen dat Jaap nu nog maar korte tijd te leven
zou hebben, kwam er een grote kracht op bij ons beiden om een
groot feest te maken van de tijd die hem nog zou resten. Daarbij
was het voor ons van belang dat eerst alle beslommeringen voor
zijn overlijden geregeld zouden worden. Toen Jaap uit de universiteitskliniek
werd ontslagen, hebben we ons eerst acht dagen beziggehouden met
het regelen daarvan. We zijn crematoria afgereden om de mooiste
uit te zoeken. Het grote zangkoor waar Jaap lid van was, hebben
we gevraagd of zij zouden willen zingen op de crematie. Wat ik
zou gaan zeggen bij het afscheid heb ik op papier gezet om Jaap
te laten weten wat mijn woorden voor hem zouden zijn. Jaap heeft
zijn eigen kist uitgekozen, zonder satijnen strookjes; daar wilde
hij niet tussen liggen. In het rouwcentrum heeft Jaap gekozen
hoe hij opgebaard wilde liggen. Zijn specialist hebben we bezocht
om te vragen of hij mee wilde werken aan euthanasie als het echt
niet meer zou gaan. Die acht dagen kenmerkten zich door uitersten
van emoties. Van uitbundige lachbuien tot intens verdrietige huilbuien
om zijn overlijden. Wat zijn we bewonderd door de mensen om ons
heen voor onze moed.
Na die acht dagen zijn we ook echt van het leven een feest gaan
maken tot zo lang het kon. Vakanties, etentjes, veelvuldig samenzijn
met iedereen die ons lief was. Samen huilen om het verlies en
het afscheid van elkaar.
Toen nog twee maanden van intens pijnlijden en de uiteindelijke
verlossing daarvan: 21 januari 1997. Jaap is 51 jaar geworden;
een erudiete, door zijn personeel zeer gerespecteerde man. Lang,
vrolijk, serieus, gek op zijn vrouw, twee pleegkinderen en kleindochter.
Veel te jong. Ook ik, net 50 jaar, ontredderd achterblijvend met
de vraag hoe nu verder te leven. Ik, die nog geen dag op mezelf
had gewoond.
Nu ben ik precies negen jaar verder. En de achterliggende jaren
zijn niet gemakkelijk geweest. Eerst het weer op deze aardbodem
landen na het buiten jezelf leven in het laatste halfjaar. Dan
het steeds weer met schrik terugdenken aan wat je liefste allemaal
overkwam. Dan de intense leegte en de onmacht en de boosheid daarover.
Dan het langzaam weer opkrabbelen, met vallen en opstaan. En de
ontwikkeling van het besef dat het leven nu totaal anders werd
en is als vrouw alleen.
Heel veel veranderd ben ik, maar ook heel erg trots op wat ik
nu ben en de manier waarop ik het leven toch weer aankan. En ook
het weer kunnen genieten en blij kunnen zijn. Soms het verlangen
om toch weer samen te zijn met een man, maar meteen het gevoel
dat het toch wel heel moeilijk zal zijn om nogmaals zo'n goede
relatie te vinden als de onze, waarin we na negenentwintig jaar
huwelijk nog steeds intens verliefd waren en zo blij waren met
elkaar en onze fijne relatie waarbinnen ruimte was voor ieders
ontwikkeling en wederzijds respect hoog in het vaandel stond.
Tijdens deze herinneringen zag ik ineens weer het artikel in de
krant van eergisteren van de Draaikolk voor mijn geest. Ik ging
naar de site en las in de reacties de verhalen van de mensen die
nog maar heel kort hun partner zijn verloren en was ontroerd.
Ik zat met het invulformulier van de datingservice voor mijn neus,
las het door en sloot het toch weer af. Ik zou wel willen, maar
ben zo bang om gekwetst te worden in mijn nu gevonden nieuwe leven
alleen. En toen bedacht ik: ik schrijf mijn verhaal, want er zijn
vast en zeker meer mensen die hetzelfde voelen als ik. Nu ik het
gedaan heb, kan ik deze dag van herinneringen afsluiten en weer
verder gaan.
Francis Admiraal;
e-mailadres: fadmiraal@planet.nl
20-01-2006
Lieve Bert en
Monique,
Graag zou ik jullie, en ook mijn andere lotgenoten, schrijven
hoe goed het met me gaat, maar helaas de werkelijkheid is anders.
Ik heb een brief aan mijn vriendin geschreven die ik haar zelf
niet zal toesturen (ik wil haar op dit moment niet belasten met
mijn problemen). Misschien herkennen mijn lotgenoten deze gevoelens
wel, vandaar dat ik hem naar jullie toestuur.
"Sinds jij weet dat je borstkanker hebt, hou je een website bij waarin we kunnen zien hoe het met je gaat. Ik lees de site bijna elke dag en het gekke is dat, behalve dat ik met je meeleef, het lijkt of ik jaloers op je ben. Ik lees de lieve e-mailtjes die vrienden naar jou toesturen. Ik lees hoeveel steun je van je man hebt. Hoe dapper je omgaat met het verlies van je haar door de chemokuren. Ik lees hoe je zussen schoonmaakhulp voor je hebben geregeld en dat je een lieve brief hebt gekregen van je moeder.
Normaal zou
ik heel blij voor je zijn, maar nu ontdek ik dat ik jaloers ben.
Jaloers dat jij een lieve man hebt die voor je zorgt. Jaloers
dat je nog een moeder hebt die met je meeleeft. Jaloers op al
die lieve vrienden die je ondersteunen en cadeautjes sturen. Ik
heb geen man meer die me ondersteunt, juist nu ik het zo vreselijk
hard nodig heb. Mijn moeder is acht jaar geleden al overleden.
Schoonmaakhulp heb ik zelf moeten regelen. Voor enkele weken kunnen
zussen dit wel voor je doen, maar voor de rest van je leven
?
Vrienden? Ja, die zijn er wel, maar kan je ze zeven maanden later
nog steeds 'lastig vallen' met hetzelfde verdriet?
Maar het allermeeste lijk ik nog wel jaloers op jouw ziekte. Soms
wil ik niet meer, denk ik meer mensen te hebben 'aan de overkant'
dan hier. Alles alleen te moeten doen valt me zo zwaar, ik ben
'het zorgen' zo moe. Het zorgen voor mijn werk, dat alles goed
gaat met de patiënten en dat mijn collega's het werk goed
en met plezier kunnen doen. Het zorgen voor het huishouden en
voor de kinderen. Het zorgen voor mezelf, want ook dat moet als
je voor anderen moet zorgen. Als 's morgens de wekker gaat, denk
ik: o nee
, wéér een dag, en als ik 's avond
naar bed ga ben ik blij dat de dag er weer opzit.
Zal er ooit nog weer eens een tijd komen dat ik blij ben met een
nieuwe dag of dat ik het jammer vind dat de dag weer voorbij is?
Zal het leven ooit weer iets van zijn oorspronkelijke glans terugkrijgen?
Ik probeer door te gaan, voor mijn kinderen, want dat hebben we gemeenschappelijk: jij bent trots op jouw kids en ik ben trots op die van mij. Ik zal proberen een voorbeeld te nemen aan jouw vechtlust en wie weet komt het dan ooit voor ons beiden weer goed.
Veel liefs,
Joostien"
Joostien Beuving;
e-mailadres: joostien@xs4all.nl
18-01-2006
Beste Monique,
Wat goed te lezen dat je jouw verhaal van 'Blaka Rosoe' weer opnieuw
plaatst in de Draaikolk.
De eerste keer dat ik jouw verhaal las, raakte het me zo diep. Er was zo veel herkenning bij me, met name omdat mijn situatie zo op die van jou lijkt. Ik heb mijn vriend namelijk ook verloren aan een verkeersongeluk. En de manier waarop je er woorden aan hebt gegeven, vind ik erg knap. Daar schort het bij mij nog wel aan, hoewel ik er geregeld over fantaseer om "mijn verhaal" op te gaan schrijven. Een soort verwerkingsboek met alle gevoelens etc., en daar als project aan te werken (ik bedoel het niet zo zakelijk als het klinkt).
Geschreven heb
ik wel, in dagboekvorm. Maar telkens als ik dat teruglees, verwoord
het niet hoe het voelt. Daarom wil ik je graag vertellen dat het
herplaatsen van jouw verhaal, misschien dit keer wél kan
motiveren tot actie. Als je nog tips hebt, dan hoor ik ze graag.
Lieve groeten,
Nathalie Vieveen;
e-mailadres: vievie@planet.nl
16-01-2006
Hallo,
Ik ben Lily Bos en ben 46 jaar. Ik heb mijn man Pieter in april 2005 plotseling verloren na een acute hartstilstand. Op 5 april was er 's avonds voetbal op de tv. Mijn man, die dit graag zag, wou beneden kijken. Ik denk, is goed, dan ga ik boven naar de tv kijken en ik ben daar in slaap gevallen. Mijn zoon Bart, die ook boven was, zat achter zijn pc ook zo intensief dat hij de tijd uit het oog had verloren. Hij ging zich om half 12 afvragen waarom pap niet naar boven kwam want het voetbal was allang afgelopen. Ik werd wakker van zijn geroep: "mam, pap ligt hier in de kamer op de grond". Ik ging naar beneden, heb 112 gebeld en die zijn nog een half uur met hem bezig geweest. Mijn zoon mocht meehelpen met reanimeren. Zij konden alleen nog maar de dood vaststellen.
En ineens was mijn 25 jaar huwelijk plots voorbij. Ik kon geen afscheid van hem nemen, niet meer zeggen hoeveel ik van mijn grote liefde hield, geen vaarwel zeggen In augustus zouden wij 25 jaar getrouwd zijn, het reisje had ik al geboekt naar Londen. Ik kon alles afzeggen.
Het doet vreselijke
pijn. Alles moet ik nu alleen doen terwijl wij altijd alles samen
deden. Ik mis hem vreselijk. Maar dat ik geen afscheid kon nemen,
vind ik nog het ergste. Mijn man had altijd al een zwakke gezondheid.
Eigenlijk moet ik blij zijn dat we nog zo lang van hem hebben
mogen genieten.
Maar omdat ik geen afscheid kon nemen, overweeg ik om zijn graf
- die in de urnentuin ligt - te heropenen en een afscheidsbrief
bij hem neer te leggen. Dat geeft mij een prettiger gevoel met
het verwerken van alles.
"Lieve
Pieter, bedankt voor de 25 mooie jaren die jij mij gaf. Ik hoop
je later weer tegen te komen en hoop weer leuke dingen met je
te kunnen doen. Lieve schat, ik hou van je. Je liefste Lily"
Lily Bos; e-mailadres: lily_bos@hotmail.com
15-01-2006
Hallo,
Mijn naam is Ingrid Greiner. Weet eigenlijk niet zo goed wat ik schrijven moet. Heb ook mijn man verloren, 21 december 2005 om 21.00 uur. Na eenentwintig jaar samen is hij ingeslapen, aan zijn reis begonnen Eenentwintig jaar, en zelf ben ik nog maar zesendertig. Lees al jullie brieven en krijg het dan Spaans benauwd. Het is zo herkenbaar, nu al, ondanks dat het zo vers allemaal nog is.
Mijn man was
al een jaar lang ziek, maar voordat we wisten wat er aan de hand
was, ging er een lange tijd overheen. Afgelopen september kregen
we de diagnose, het zwartste scenario wat er maar is: alvleesklierkanker
in een vergevorderd stadium. De hele wereld zakt onder je voeten
vandaan. Alles is in een klap weg. En dan komt je grootste zorg:
de kinderen, twee lieve, mooie jongens van nog maar acht en elf
jaar jong. Dit kan de bedoeling toch niet zijn?
De dag van de uitslag was op 21 september: het begin van de herfst
en onze storm, zware storm. En nu, drie maanden later op 21 december,
begin van de winter, is na een moedig en dapper gedragen lijden,
mijn allerliefste weg. Doet pijn, mis hem, mis het zorgen voor
hem.
Las net in een
brief van een mevrouw, dat de buitenwereld je bestempelt als 'flink',
maar van binnen ben je kapot. Al die maanden, waarin je je lieve
man zo snel achteruit hebt zien gaan. De machteloosheid, en toch
doorgaan, omdat je moet. Net als nu, nu alles achter de rug is,
het moeten doorgaan
Dat is misschien een goede titel voor mijn verhaal "moeten
doorgaan", want wil je eigenlijk wel, diep van binnen? Zou
je het liefst niet in een hoekje weg willen kruipen? Maar juist
dat hoekje is voor jou onbereikbaar, je kunt het gewoonweg niet
vinden.
Blijf jullie tijdschrift via dit medium lezen. Dankjewel voor het lezen van mijn verhaal.
Vriendelijke groeten,
Ingrid Greiner,
e-mailadres: greiner@home.nl
11-01-2006
Met oud en nieuw zijn we op wintersportvakantie geweest naar Bulgarije (noem het vluchten). Wij, mijn kinderen en ik, hebben ondanks alles een geweldige week gehad. Het vliegen was gaaf (het was voor ons de eerste keer, dus geen herinneringen). Skiën was ook geweldig! Zo intensief, dat er geen tijd was om te piekeren. Het skiën was voor ons ook voor het eerst, dus veel vallen en opstaan (net als in het 'echte leven'). Bij het opstaan had ik vooral de eerste dagen wel de hulp nodig van de skileraar (net als goede vrienden dat doen in het 'echte leven'), maar uiteindelijk wil je dat toch ook zelf kunnen. Het kostte me wel heel veel energie, het opstaan (net als...). Ook heb ik veel angst moeten overwinnen (ik heb behoorlijk last van hoogtevrees), maar uiteindelijk kon ik zelfs genieten van het uitzicht vanuit de stoeltjeslift (zal me dat in het 'echte leven' ook weer gaan lukken?).
Maar dan ook
weer thuiskomen, best moeilijk. Nu begint het échte leven
weer. De grotere obstakels zie ik nu vaak wel aankomen, en door
kleine stapjes te nemen blijf ik meestal wel overeind. Maar die
kleine 'hobbels' in de weg, een opmerking die iemand maakt, een
kleine tegenslag waar je normaal niet door van je stuk zou geraken,
kunnen me nu zo verschrikkelijk onderuit halen. Ook nu probeer
ik steeds weer op te staan. Soms lukt het even niet en ga ik kruipend
verder. Zelfs letterlijk, zoals laatst nadat ik uit pure wanhoop
een bord met eten door de keuken had gegooid en dit dus ook weer
zelf moest opruimen.
Maar net als in Bulgarije blijf ik knokken. Knokken voor mijn
kinderen, maar ook voor mezelf en uiteindelijk hoop ik zo sterk
te zijn dat ik er weer kan zijn voor mijn vrienden. Voor hen die
er nu voor mij zijn.
Voor het komende jaar wens ik voor al mijn lotgenoten en ook voor mijzelf de moed en kracht om steeds weer op te staan, maar ook goede vrienden die, als het even niet meer lukt, ons daarbij willen helpen.
Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een thuiswonende dochter en zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl
09-01-2006
Beste mensen,
Ik zit hier achter de PC van mijn broer en lees de vele reacties op de site. Ik heb op 2 december 2005 mijn man verloren. Hij was 38 jaar en papa van een zeven maanden oude zoon, die we na veel moeite (IVF/ICSI behandeling) mochten krijgen. Mijn man werd in oktober ziek, maar de doktoren konden niet vinden wat hij had. Uiteindelijk bleek het opnieuw kanker te zijn. In zijn jeugd had hij het al eens overwonnen. Nu kwam het in een andere, agressieve soort terug en mijn man bleek niet meer te redden.
Wat kun je meemaken in een jaar... Eerst de vreugde over de zwangerschap en de geboorte van onze zoon en dan het zo plotselinge verlies van je maatje en de papa van je zoon. De decembermaand was voor mij een maand van alles op de automatische piloot zetten om onze zoon te kunnen verzorgen. Gelukkig kan ik dat met heel veel hulp van mijn ouders, omdat ik zelf nu ook een chronische ziekte heb, nog net volbrengen. Ik mag hopen dat dit zo alles verterende verdriet ooit een plaatsje krijgt, zodat ik weer een beetje zin krijg om verder te gaan.
De reactie van "gelukkig heb je een zoon van hem, dat zal je er doorheen slepen", zeggen me nog niet zo veel. Ik zie eigenlijk als een berg tegen de toekomst op en leef bij de dag. De kaartjes van 'Prettige kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar', die ik ook van naaste familieleden kreeg, waren goed bedoeld maar deden erg zeer. Een prettige kerst was dit niet, alleen maar verdriet.
Ach, ik hoop dat ik over enige tijd ook weer eens wat lichtpunten zie, want ik heb gelezen dat ik niet alleen ben in zo'n situatie. Ik wens daarom ieder alle goeds en heel veel sterkte in het nieuwe jaar.
G. Hofman-Pelgrim;
e-mailadres: w.h.pelgrim@home.nl
07-01-2006
Hallo Bert/Monique,
Mijn man Henk
overleed 14 november 2000 na een snelgroeiende hersentumor. Ik
schreef hier al eens eerder over (zie de Draaikolk-editie juli/augustus
2002, red.).
Na een bedrijfsbeëindiging en een verhuizing in 2002 naar
de bebouwde kom, dacht ik mijn leven op regel te hebben. Maar
ja, het leven kent alleen schijnzekerheden. Drie maanden na de
verhuizing voelde ik een knobbeltje in mijn borst. Zo kwam ik
op de Röntgenafdeling enz. terecht, die plekken waar ik twee
jaar daarvoor met Henk had gelopen. Alle herinneringen kwamen
boven. Bovendien spookte er vaak een rampscenario door mijn hoofd:
hoe moet het met mijn kinderen als het niet goed afloopt? Een
week voor Henk's tweede sterfdag onderging ik een amputatie. Er
volgden chemokuren met ook nog eens een onverwachte opname vanwege
een infectie.
Het waren vier maanden met veel onzekerheid en praktische problemen. Hoe hard had ik (en natuurlijk ook de kinderen) Henk wel niet nodig, ook al probeerden velen ons zoveel mogelijk te steunen. Terugkijkend valt het nog wel mee (vijf maanden ziekteverlof), maar op dat moment duurde één nacht al verschrikkelijk lang. Vervolgens kwam ik vervroegd in de overgang en heb ik een flinke periode nodig gehad om, naast het gemis van Henk, ook alle veranderingen van mijn lichaam te accepteren. Vooral het feit dat ik tot een bepaalde risicogroep behoor en de mogelijkheid nogmaals kanker te krijgen, vind ik eng. Uiteraard ben ik dankbaar dat ik mijn kinderen (pubers) weer rust, begeleiding en een prettige jeugd kan bieden, maar ik voel me de afgelopen vijf jaar wel tien jaar ouder geworden. Soms besef ik dat Henk in mijn gedachten niet ouder wordt, en dat geeft het gevoel dat er iets niet klopt.
Afgelopen zomer ging ik met de kinderen via een reisorganisatie op vakantie voor alleenstaande oudergezinnen. Af en toe gezamenlijke activiteiten en excursies ondernemen vond ik prettig, om het samenzijn en ook omdat ik niet alles zelf hoefde te bedenken. Voorbeeld: de ouders, die dat wilden, gingen een avond samen in het campingrestaurant eten, terwijl de jongere kinderen met de leiding pannenkoeken mochten bakken en de 12+ jeugd met een busje naar een pizzeria werd gebracht. We zijn van plan deze zomer weer op deze manier op vakantie te gaan.
Vijf jaar weduwe, ik ben gewend veel dingen alleen te doen. Henk's sterfdag en verjaardag vervagen, maar hij was en blijft een deel van mijn leven. Toen ik nog geen weduwe was, heb ik niet kunnen overzien wat voor een impact zijn overlijden op ons leven zou hebben. Daarom vind ik het logisch dat alleen lotgenoten kunnen begrijpen hoe dit voelt en zal ik anderen nooit kwalijk nemen dat ze het niet begrijpen.
Annie van Coeverden-Wiggers;
e-mailadres: coe47@hotmail.com
07-01-2006
Al eerder schreef ik een stukje voor de Draaikolk. Mijn naam is Marja van Dijk (45) en ik verloor op 27 maart 2004 mijn man Harry. Harry overleed aan een hartstilstand. Wij hebben twee jongens die op het moment van overlijden negen en elf jaar waren. Graag wil ik even terugblikken op mijn beleving van kerst zonder Harry. Dit is wat daarover opschreef.
De maand december is aangebroken. Deze maand staat helemaal in het teken van vrede en hoop voor de toekomst. Een maand waarin het gezin centraal staat. Juist in een tijd waarin ik en mijn kinderen het gemis van een compleet gezin zo pijnlijk ervaren door het verlies van mijn man en de vader van mijn kinderen. Ik weet dat er met mij velen zijn die dat net zo ervaren, juist in deze tijd. Zoveel mensen die deze maand maar het liefst overslaan. Voor mij en mijn gezin was december een maand van samen zijn. Maar nu samen niet meer is, is deze maand vooral een maand van herinnering. Herinnering aan hoe het was.
Vorige week
keek ik naar een programma op televisie waarin Andries Knevel
politiek en maatschappelijke problemen bespreekt, met bekende
en minder bekende medelanders. Dit keer was er een mevrouw aangeschoven
die een boek had geschreven over eenzaamheid. Deze mevrouw, zelf
weduwe, vertelde hoe zeer zij, juist deze maand, als eenzaam ervoer.
Andries Knevel vroeg haar het woord 'eenzaamheid' uit te leggen.
Te vertellen, desnoods in een metafoor, hoe eenzaamheid voelt.
Ik heb daar deze dagen over nagedacht en kwam tot de conclusie
dat een gevoel zich maar moeilijk in woorden laat vangen. Als
ik dan met een metafoor mag spreken, zou ik de vergelijking willen
maken met het kijken naar een natuurfilm in kleur. Alle schoonheid
van onze wereld in al zijn facetten en al zijn kleurenpracht.
Dit alles neem ik waar, alleen de kleuren zijn verbleekt. De werkelijke
schoonheid ervan ontgaat mij.
Ik wil wel meteen benadrukken dat eenzaam zijn niet synoniem is aan zielig zijn. We zijn ook niet alleen, er zijn genoeg familieleden en lieve vrienden om ons heen. Maar ook in een volle kamer met genoeg mensen om ons heen, juist dán voelen we extra het gemis van diegene die niet meer bij ons is. Het is toch vooral met kerst dat ons het ideale plaatje van een gelukkig gezin nog duidelijker voor ogen wordt gesteld. 'Het feest van het licht', juist nu ons bestaan zoveel donkerder is. Soms is het voor ons mensen wel eens moeilijk om in deze donkere dagen het licht van kerstmis te zien. En om in dat licht te geloven. Om dat lichtje binnen in ons brandende te houden.
De afgelopen
maanden zijn er veel tranen geweest, veel verdriet en onmacht.
Maar er zijn ook veel goede dingen om op terug te kijken. Bijvoorbeeld,
dat als het écht niet meer ging, er hulp kwam. De steun
die ik ondervond van veel lieve mensen. De kracht die ik in mijzelf
vond om te vechten. Dat ik nog twee geweldige jongens heb, die
dapper hun best doen.
De eerste tijd na het overlijden van Harry zag ik de taak van
het alleen opvoeden van onze kinderen als mijn grootste zorg.
Ik heb echter een heel lieve huisarts die, naast lief, toch vooral
heel wijs is. De week na het overlijden van Harry voorspelde hij,
dat mijn kinderen mijn grootste troost zouden worden. Hij heeft
gelijk gekregen.
Dus, natuurlijk kopen wij een kerstboom. En natuurlijk vloeien
er tranen bij het optuigen ervan. Maar lichtjes worden opgehangen,
afspraken worden gemaakt, cadeaus worden gekocht. Eerste kerstdag
wordt anders dan anders. We staan stil bij het Kerstkind, maar
ook bij de geboortedag van Harry. Eerste kerstdag, tevens zijn
verjaardag. Wij hebben veel verloren: een echtgenoot, maatje,
vriend, vader, maar er is nog heel veel over. Mensen die je goed
gezind zijn, die om je geven en meeleven en meevoelen. Mensen
die van je houden. Streven naar geluk is mooi, maar geluksmomenten
af en toe zijn vaak meer haalbaar.
Ik hoop dat ik mijn kinderen door mag geven dat Kerstmis een feest
is waarop je misschien cadeaus krijgt, waarop je misschien vakantie
hebt en waarop er extra aandacht wordt geschonken aan het diner.
Maar veel belangrijker zijn de mensen om je heen en naast je die
om je geven.
Ondanks alles
wil ik het vertrouwen in de toekomst niet verliezen. Want is dat
niet de werkelijke gedachte achter dit feest? Dat, met het Kerstkind,
ook voor iedereen hoop en toekomst geboren wordt?
Geniet van alles om u heen, maar vooral, geniet van elkaar. Ik
wens u veel lichtpuntjes in het nieuwe jaar.
Marja van Dijk;
e-mailadres: horizon_uitvaart@planet.nl
REACTIES binnengekomen in februari 2006:
21-02-2006
Beste Bert en Monique,
Mijn naam is Nel van der Jagt-Druijf en mijn partner Wim overleed op 29 augustus 2005 aan een hersentumor. Ik wil het omschrijven als: er is een deel van mij geamputeerd en ik ben, na 32 jaar samen met hem te zijn geweest, de stabiliteit in mijn leven kwijt. Wij hebben veel genoten, waaronder het maken van (verre) reizen. Wim's grootste passie/hobby (na mij) was het "vliegvissen", waar ik hem alle vrijheid in gaf zonder dat ik daarin benadeeld werd. Zo heb ik van de eerste Alaska-reis een mooie DVD, maar ik kan het nog niet opbrengen om er naar te kijken en dan mijn allerliefste maatje (levend) te zien vissen en praten met zijn visvrienden. Het is dan zo onwerkelijk dat hij er niet meer is, of misschien ook niet.
Wij hadden het zo goed samen en zeiden dan altijd op oudejaarsavond om twaalf uur: 'een gelukkig, maar vooral een gezond nieuwjaar.' Maar nadat de eerste klachten in juli 2004 ontstonden, bleek al snel dat Wim een forse en agressieve hersentumor had. Onze wereld stond op dat moment stil en we konden het niet geloven. Ondanks een operatie en 30 bestralingen is hij op 29 augustus 2005 rustig (in mijn bijzijn) ingeslapen. Zijn ziekzijn, dat 13 maanden heeft geduurd, is voor ons beiden behoorlijk zwaar geweest. Vooral de karakterverandering en het afhankelijk zijn van anderen, daar had hij zo'n moeite mee. En ik had er veel pijn van om hem zo te zien lijden. Niets van de Wim die ik zo goed kende bleef over.
Ik ben nu bijna
een half jaar verder en het gaat met ups en downs. De leegte en
het gat is groot. Ik huil ook regelmatig en denk dan: ik wil naar
hem toe en waarom moest dit ons overkomen? Maar op "het waarom"
kan niemand antwoord op geven, dat zullen de andere lotgenoten
zich misschien ook afvragen.
Wat doet het zeer en wat is het zwaar om weer een nieuwe balans
in mijn leven te vinden. Ik zou de knop wel om willen draaien
met dat het één grote droom is en mijn Wim weer
thuis komt van zijn werkdag en zegt: 'daar is mijn meisje'
en vraagt hoe de dag is gegaan op het werk en of ik nog nieuws
heb enz. Maar ik weet dat de realiteit anders is. Ik zou het willen
uitschreeuwen: "waarom ben je er niet meer?!"
Dikke tranen staan er in mijn ogen, nu ik dit schrijf.
Mijn verdere ervaringen in het afgelopen half jaar na het overlijden
van Wim komen voor mij aardig overeen met wat ik lees van de andere
lotgenoten, maar ik denk daarbij: de mensen om me heen zitten
- gelukkig voor hen - nog niet in deze fase van ziekzijn en overlijden
en zien het vanuit hún visie, hoe goed bedoeld ook, maar
je kunt er niet zoveel mee. Het komt er vooral op neer dat je
het voor het grootste gedeelte, in mijn geval (zonder kinderen)
alleen moet doormaken en oplossen. Maar dat ligt ook aan
je karakter, ik ben open en meestal positief ingesteld.
Ik hoop dat
dit schrijven niet al te zwaar overkomt voor de medelotgenoten,
dat jullie er steun aan hebben en ik wens allen heel veel kracht
en sterkte toe. En vooral: probeer te genieten en positief te
blijven.
Vriendelijke groeten,
Nel van der Jagt-Druijf, vrouw, geboren 2 december 1952; partner Wim (57) overleed op 29 augustus 2005 aan een hersentumor; geen kinderen. Woonplaats: Woerden; interesse: veel genieten van het leven. E-mailadres: druijf@hetnet.nl
11-02-2006
Zoals ik al eerder schreef, ligt mijn man Pieter in de urnentuin. Nu de steen erop ligt, denk ik: ik had een afscheidsbrief bij hem moeten neerleggen want dat vind ik nog steeds heel erg, dat ik dat niet kon. Nog één keer mijn gevoelens tonen, nog één keer zeggen hoeveel ik van mijn grote liefde hield. Met goedkeuring van het crematorium willen ze de steen voor mij lichten, zodat ik mijn brief bij hem kan neerleggen. Dat zal me zeker verder helpen met mijn rouwverwerking.
Ook ben ik naar
een 'Para Varia' geweest, heel interessant. Er zat een vrouw die
de beelden die ze in je zag, vormde in klei. Ik had een foto en
armband van mijn man, ze sloot haar ogen en lachte de hele tijd.
Ik zei: "waarom lacht u? Nou, ik ben om je man aan het
lachen. Hij heeft humor en zegt: mooie jongen ben ik, hè?"
Ik schrok, want ik herkende meteen die humor van mijn man, dus
wij hadden contact met Pieter. Ze noteerde van alles op papier
en heel veel dingen klopten gewoon. Ook dit gaf mij een fijn gevoel
en helpt mij verder met het verwerken van het verlies.
Maar het valt
niet mee om alles alleen te moeten doen terwijl je vroeger alles
samen deed. Overal gingen wij naar toe en mijn man was heel goed
in de weg onthouden. Ik dus helemaal niet en ik moet mij dwingen:
nu ga je toch daar naar toe, en alleen - zonder vriendinnen -
want anders kan ik op hen terugvallen. Nee, ik moet het zelf kunnen.
En als ik dan terugkom zeg ik: "het baasje kan trots op
je zijn, je hebt het weer helemaal alleen gedaan."
Ook collecteer ik al jaren voor de Hartstichting. Afgelopen jaar
ging dat niet, toen was het net gebeurd met mijn man, maar dit
jaar maak ik een vuist en ga ik weer collecteren. Speciaal voor
mijn overleden Pieter en voor alle mensen waar deze collecte voor
bestemd is. Ik ben extra gemotiveerd.
Heel vaak vraag
ik mij af of Pieter ons nog heeft proberen te roepen toen hij
zijn hartstilstand kreeg. Hebben wij hem dan niet gehoord? Zou
hij veel pijn hebben gehad? Op al deze vragen krijg ik helaas
geen antwoord meer. De troost zoek ik dan in wat mensen mij zeggen,
de opbeurende woorden geven mij dan weer moed om verder te kunnen
gaan want natuurlijk had ik liever afscheid van hem willen nemen.
Maar ik besef ook dat Pieter misschien op deze manier wel een
mooie dood heeft gehad. Als ik verhalen hoor over mensen die jaren
moeten lijden voordat ze dood gaan, dan weet je inderdaad niet
wat beter is: afscheid kunnen nemen of iemand plots verliezen
en hem zo in je herinnering weten te houden, dat je vaak met een
glimlach aan al je mooie momenten, die je samen beleefd hebt,
terugdenkt.
Ik kan alleen maar zeggen: "Pieter, bedankt voor de allermooiste
vijfentwintig jaar uit mijn leven, waarin jij mij hebt geleerd
wat het is om iemand waar je van houd zoveel liefde te geven.
Jij bent voor altijd diep in mijn hart."
Lily Bos; e-mailadres: lily_bos@hotmail.com
07-02-2006
Lieve Bert en
Monique,
Het is nu acht maanden geleden dat ik mijn man Robert ben verloren.
En, zoals ik al vaker las, beginnen de mensen om mij heen te zeggen
dat ik flink moet zijn: "Het is straks weer voorjaar!
De zomer komt eraan!"
Ja, de zomer, waar we allebei zo van hielden. Maar nu geef ik
er niet meer om; de herinneringen aan de lente en zomer doen alleen
maar pijn.
Acht maanden en het is alsof het gisteren is gebeurd. De tranen vloeien makkelijk en de energie die ik altijd had is weg. Wat me ook tegenvalt, is het verwerken van zijn ziekbed, de steeds terugkerende beelden. Mijn eens zo grote, sterke, knappe man lag op bed - mager en doodziek - met die holle ogen. Dat vergeet je nooit meer.
Vandaag kreeg ik een klein opstekertje, waar mijn man heel blij mee zou zijn. Onze dochter belde vanaf haar wintersportplaats en zei me: "mam, dit is de eerste keer sinds papa's overlijden dat ik een beetje zin heb in de dag." Ik hoop dat ik dat ook weer een keer kan zeggen, want dat is precies wat mijn man zou willen.
Ik lees de verhalen van al die jonge mensen die nog verder moeten, en ook ik ben pas zevenenveertig en dus niet zo oud. Het doet goed dat je niet alleen bent in dit grote verdriet en op deze manier een beetje steun hebt aan elkaar. Dank jullie voor het schrijven en lezen.
Monique van
Zutphen-Krispijn; e-mailadres: moniquevanzutphenkrispijn@hotmail.com
04-02-2006
Hallo Bert en
Monique,
Moeilijk hoor, leven zonder je man. Het is 17 februari vijf maanden
dat Bennie er niet meer is, maar het lijkt gisteren. Het is voor
mij net alsof de tijd stil staat. Maar om je heen moet het afgelopen
zijn met rouwen; 'vérder moet je', krijg je te horen
aan alle kanten. Ik heb nog een dochter thuis, dus meteen een
oordeel van 'dan heb jij het niet zo moeilijk', maar vragen
ho maar. Of van 'jouw Bennie heeft een hersentumor gehad, heeft
hij er wel alles aan gedaan?' Domme vragen. 'Ja, want die
en die heeft er zoveel voor gedaan, dan hou je er maar iets aan
over.' Maar een tumor zit op verschillende plaatsen. Van Bennie
alleen in zijn hoofd. Hij heeft bestralingen gehad maar dat heeft
niets geholpen, medicijnen ook niet. Dat ding in zijn hoofd was
vierdegraads en groeide heel snel. Als hij had kunnen kiezen voor
leven of dood had hij echt voor leven gekozen. Bennie heeft er
tien maanden voor gevochten. Hij is vijfenvijftig jaar geworden.
Ze kunnen ook zeggen: 'ik weet precies hoe jij je voelt'.
Dat kan niet, ieder mens heeft toch een eigen persoonlijkheid?
Meeleven, dat kan. Zielig doen? Nee, dat helpt ook niet. Het is
ook zo moeilijk. Je hebt ervoor gekozen om samen oud te worden
en nu moet je het alleen doen.
Maar, ik moet
verder. Probeer het ook, maar je valt telkens weer terug in het
cirkeltje. Ik wil, denk ik, te veel soms, maar dat werkt niet.
Dan denk je: waarvoor? Ik probeer te lezen, maar krijg niets in
mijn hoofd. Of tv kijken, maar ik weet niet waar het over gaat,
iets volgen doe ik niet.
Ik ga nu bijna elke dag wandelen omdat ik niet thuis kan zitten.
Ik wandel nu veel zodat ik een doel heb. Ik wil meedoen met de
Vierdaagse. Wilde dit al jaren, maar het kwam er niet van. Nu
doe ik het en ik hoop dat ik mee mag doen. Zie je hoe dubbel het
is?
Hoort dit nu allemaal bij de rouwverwerking? Ik weet het niet.
Zal wel. Maar mensen moeten mij niet dwingen van 'je moet op
visite komen' of mijn leven willen indelen. Dat werkt niet,
ik moet mijn leven zelf helemaal opnieuw indelen.
Moest dit even kwijt. Bedankt voor het lezen.
Erna van Gemert, vrouw, geboren 22 augustus 1953; partner Bennie (55) overleed op 17 september 2005 aan een hersentumor; drie volwassen kinderen waarvan twee uitwonend; e-mailadres: ernav.g@home.nl
03-02-2006
Hallo Bert en
Monique,
Ik bezoek sinds een paar maanden geregeld de Draaikolk en voel
steun bij het lezen van de verhalen van lotgenoten. Ik ben anderhalf
jaar geleden mijn partner verloren, en nog geen twee weken later
mijn vader. Allebei aan slokdarmkanker, hoewel een ander soort
tumor. Mijn vader heeft nog een jaar geleefd na de diagnose. Hans,
mijn partner, op de kop af zes maanden. Na veertien jaar samen
lief en leed te hebben gedeeld, bleef ik alleen achter met ontzettend
veel pijn en verdriet, en direct daar achteraan het overlijden
van mijn vader. Een vreselijk zwaar jaar en ik begrijp nog steeds
niet dat ik overeind ben gebleven, maar blijkbaar krijg je daar
de kracht voor die je nodig hebt.
Het eerste jaar na het overlijden van Hans was een jaar van overleven
en was er van verwerken nog geen sprake. Het laatste halfjaar
ben ik voor mijn gevoel pas begonnen met het verwerken, en ik
heb nog een lange weg te gaan (veertien jaar geleden is mijn jongere
broer op vijfentwintigjarige leeftijd verongelukt, dus ik had
al het nodige verdriet te verwerken gehad). Ik probeer ondanks
mijn verdriet positief in het leven te blijven staan en er het
beste van te maken, heb gelukkig een fijne familie, een grote
vriendenkring en een heel leuke baan met fijne collega's, waar
ik nu na anderhalf jaar nog steeds alle steun en begrip van krijg.
Ik heb plezier in mijn werk, neem weer redelijk actief deel aan
het sociale leven en probeer vaak naar mijn moeder te gaan, die
na het overlijden van mijn vader alleen achterbleef.
Maar thuis is
het allemaal veel moeilijker, is het verdriet en gemis altijd
aanwezig, zijn er vaak de tranen en is er weer die harde werkelijkheid
van 'nooit meer samen'.
Het is soms makkelijker om de knop om te draaien en maar gewoon
door te gaan met leven en niet te veel bij de pijnlijke werkelijkheid
stil te staan. Maar ik weet dat ik ook tijd voor mijzelf moet
nemen en mijn verdriet moet toelaten om het te kunnen verwerken,
voorzover dat mogelijk is, maar ik vind het vaak nog moeilijk
om daar een goede balans in te vinden. Ik kijk soms uit naar de
tijd dat ik terug kan denken aan al die fijne herinneringen die
we samen hadden, en waarin de verdrietige herinneringen van zijn
ziekzijn en sterven zullen vervagen. Maar daar is het nu nog te
vroeg voor.
Ik had eerder nog geen behoefte aan lotgenotencontact, was bang
voor al dat verdriet van anderen, had het al zo moeilijk met dat
van mijzelf. Ik was bang dat het lezen van andermans verdriet
mij negatief zou beïnvloeden in plaats van helpen, maar inmiddels
ben ik er wel achter dat niet zo hoeft te zijn. En dat het delen
van je verdriet met mensen die dat ook hebben meegemaakt, je juist
extra steun kan geven, omdat zij als geen ander weten hoe het
voelt om je geliefde te moeten missen.
Bij deze wil ik me graag opgeven voor de mailbox en tevens wil
ik een donatie doen voor 2006, om zo mijn steentje bij te dragen
aan het blijven bestaan van de Draaikolk. Verder wil ik jullie
mijn complimenten geven, dat jullie - ondanks al jullie eigen
moeilijkheden en verdriet - door middel van de Draaikolk zoveel
voor anderen kunnen betekenen.
met vriendelijke groet,
Anneke Strating, vrouw, geboren 16 april 1964; partner Hans (44) overleed op 8 augustus 2004 aan slokdarmkanker; geen kinderen; woonplaats: Den Haag; e-mailadres: anneke.strating@hccnet.nl
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren