Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Binnengekomen
reacties van lotgenoten (16)
in mei en juni 2005
REACTIES binnengekomen in mei 2005:
30-05-2005
Hoi allemaal,
Morgen is het voor mij twee jaar geleden dat ik mijn allerliefste maatje Ton plotseling in mijn armen verloor. De laatste dagen spookt het maar door mijn hoofd wat we twee jaar geleden op die dag deden. Het was 'het Hemelvaartsweekend'. Lekker vrij en mooi weer. Dat werd abrupt en voor altijd verstoord.
Die twee jaren zijn aan de ene kant omgevlogen en aan de andere kant is het kort geleden. Het is zo dubbel. Inderdaad, ik ga door, ook al begrijp ik dat af en toe helemaal niet. Aan de buitenkant lijkt het voor anderen dat het wel goed gaat. Ik doe het huishouden en onderhoud de tuin, ga naar mijn werk en zet de renovatie van ons pas gekochte huis in Frankrijk voort. Dat dit alles veel moeite kost, is voor anderen niet altijd zichtbaar. Van binnen voer ik nog zo'n strijd met de vele pijnlijke confrontaties en het enorme gemis. Op zulke momenten bracht deze website mij veel steun.
Net als vele lotgenoten heb ik de afgelopen jaren de vele, wel erg simpele en ondoordachte opmerkingen moeten aanhoren. En leer je je echte vrienden kennen. Een aantal kan je huis niet meer vinden en een aantal hoeft mijn huis niet meer te vinden. Ook dat heb ik geleerd. Maar ik heb er ook zeer waardevolle vrienden bij gekregen!
Ery Geerts schreef dat het contact met haar schoonfamilie minder wordt. Ook ik heb ze zelf gebeld of ze nog bij mij langs komen als ze naar het graf van hun zoon en broer gaan. Ze waren dat blijkbaar niet van plan. Nu komen ze wel.
Ik weet dat het morgen een moeilijke dag wordt. Van tevoren mijn reactie inschatten, blijkt heel moeilijk te zijn. Daarom laat ik het maar over me heen komen en zie wel hoe het gaat.
Ik wens jullie allen veel sterkte toe.
Anja Kapiteijn, vrouw, geboren 27 juni 1956; partner Ton (50 jaar) op 31 mei 2003 aan een hartstilstand plotseling overleden; geen kinderen; e-mailadres: tonkapiteijn@tiscali.nl
27-05-2005
Hallo allemaal,
Gisteren was Paul jarig, hij zou 49 geworden zijn. De hele dag
spookt het door je hoofd, je bent blij met elke afleiding. Nou
die was er genoeg: stratenmakers aan het werk, mijn lieve oppaskinderen
die er zelfs aan dachten, telefoontjes, kaartjes en bezoekjes
van mijn vriendinnen en vrienden, van mijn ouders en schoonvader.
Maar waarom
doet het dan zo zeer als je aan het eind van de dag moet concluderen
dat op één zusje van Paul na, niemand van zijn broers
en zussen geweest is of gebeld heeft (hij heeft acht broers en
zussen). Natuurlijk konden we met de een wat beter dan met de
ander, en natuurlijk hield ik me de hele dag voor dat dit het
tweede jaar is. Maar wat was ik vannacht verdrietig
Ze zullen hem toch niet vergeten zijn? Ik hoop dat ze 's morgens
nog tegen elkaar gezegd hebben: "vandaag was onze Paul
jarig".
Ook de kinderen
hielden mij de hele dag voor dat ze er best aan zouden denken,
maar waren ook teleurgesteld. Vorig jaar zat mijn hele huis vol
visite en dat vonden ze best gezellig. Rouwen is dus echt iets
wat je zelf moet doen. Je weet van tevoren nooit hoe je zult reageren.
Toch ben ik blij met mijn vrienden, broers en zus, ouders en probeer
alles een beetje te relativeren, maar pijn doet het wel.
Zijn er meer lotgenoten die merken dat het contact met de schoonfamilie
minder wordt?
Groetjes,
Ery Geerts-Bolster, vrouw, geboren 6 juli 1957; partner Paul (47) is op 10 december 2003 gestorven aan slokdarmkanker; drie thuiswonende kinderen. Woonplaats: Neede. E-mailadres: P.Geerts2@chello.nl
25-05-2005
Een jaar later.
Een titel voor een nieuwe film? Nou nee, niet echt. Of misschien
toch, maar dan die van mezelf. Althans, een stukje van de film
uit m'n eigen leven.
Het is vandaag
precies een jaar geleden dat het grootste drama tot nu toe plaatsvond
in mijn leven. Ik verloor mijn vriend, mijn maatje, mijn minnaar,
mijn allerliefste, mijn alles, aan een verkeersongeval.
Een jaar waarin emoties per minuut konden verschillen: van hartverscheurend
verdriet tot aan enorme woede en vergeet daarbij vooral de gevoelens
van wanhoop en depressie niet. Ploeteren om overeind te blijven
en mezelf niet te verliezen. Dat is behoorlijk moeilijk, als je
vaak in verwarde toestand verkeert.
Hoe om te gaan met dit alles als je leven zo'n totaal andere wending
krijgt? Wel of niet werken? Op de been blijven of er juist in
"wegzakken"? Goed bedoelde adviezen nou voor wáár
aannemen of naast je neerleggen, als je zelf niet eens meer weet
wat goed is? Ontdekken wie uiteindelijk overblijven als je échte
vrienden etc. Het is eigenlijk een hele zoektocht die je in je
eentje moet afleggen.
Ja, dat bewuste
jaar waar ze in de rouwliteratuur ook regelmatig op terugkomen.
Dan heb je alles een keer meegemaakt, de verjaar- en feestdagen.
Vandaag 25 mei is het dan zover. Onbewust heb ik er zelf ook naartoe
geleefd. Maar wat ik vaker ervaar op dit soort belangrijke momenten:
de druk wordt me te groot. Hoe dichter ik bij m'n verdriet wil
komen, hoe geforceerder het allemaal wordt. Momenten van bezinning
plannen, voelt voor mij net zo paradoxaal als iemand dwingen spontaan
te zijn. Het lukt mij in ieder geval niet. Dus besluit ik bij
deze "de planning" voor vandaag maar los te laten. Hoewel
één ding me wel gelukt is: eens een boekje open
doen aan de Draaikolk.
Lieve groeten,
Nathalie Vieveen, vrouw, geboren 12 mei 1971; partner Jan (48) is op 25 mei 2004 verongelukt met de fiets; geen gezamenlijke kinderen. Woonplaats: Zwolle. E-mailadres: nathalievieveen@hotmail.com
08-05-2005
Dag Bert en
Monique,
Sinds kort ben ik attent gemaakt op jullie site die ik bekeken
heb en waardeer. Ik heb er van iemand heel positieve reacties
over gehoord. Ik zie dat jullie er veel tijd in gestoken hebben
en nog steeds in steken, ook al is de weg die jullie zelf moeten
gaan niet eenvoudig. Graag wil ik mijn waardering daarvoor uitspreken.
Ik hoop van harte dat het jullie goed mag gaan de komende tijd
en dat Bert zal herstellen van de ingrijpende operatie.
Ik zal even iets over mijzelf vertellen: ik ben al een tijd weduwe
en heb drie pubers. Het leven gaat weer redelijk goed met mij
en de kinderen. Ik heb het gevoel dat de kinderen en ikzelf de
ingrijpende tijd rond en na het overlijden van mijn man, mede
door steun van velen om ons heen, hebben kunnen verwerken en dat
het leven weer glans heeft. Al is het wel voor altijd veranderd
en is de glans niet meer dezelfde als voorheen. Ik merk dat het
contact met lotgenoten toch altijd herkenning geeft en sterkt.
Daarom wil ik mij aanmelden bij de Draaikolk. Ik zou het fijn
vinden om af en toe wat activiteiten met "collega's"
te ondernemen.
Binnenkort zal
ik een bijdrage overmaken voor de Draaikolk. Graag wil ik jullie
veel succes wensen.
Vriendelijke groet,
Leny Borsboom, vrouw, geboren 10 maart 1955; partner Hans (1950) overleed op 22 oktober 1998 aan een melanoom; drie kinderen, waarvan één uitwonend. Woonplaats: Zoetermeer. E-mailadres: leny_borsboom@hotmail.com
02-05-2005
Ik ben een vrouw van 42 jaar en ben al een aantal keren dicht met de dood in aanraking geweest. Toen ik 16 was is mijn vader overleden, waarna een aantal ellendige jaren over me heen kwam. De dood van mijn vader vond ik verschrikkelijk, maar ik realiseerde me dat het iets natuurlijks is wat bij het leven hoort. Ik kon het alleen niet verwerken dat mijn moeder alweer zo gauw aan een nieuw leven voor zichzelf dacht en mij daarin vergeten was. Nu beseft ze dat wel, maar we zijn wel zo'n vijfentwintig jaar verder. Goed, het is beter laat dan nooit.
In 1983 ben ik getrouwd. Mijn man is op 36-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval (mijn vader trouwens ook). Onze dochter was toen 13 en ik was blij dat ik het óók op jonge leeftijd had meegemaakt en haar kon uitleggen dat ze het de mensen niet zo kwalijk moest nemen als ze alleen maar vroegen hoe het met haar moeder was in plaats van aan haar te vragen hoe het met háár ging. Ik had hetzelfde meegemaakt en gelukkig konden wij elkaar in die tijd goed steunen.
In 2001 kwam ik de liefde van mijn leven tegen. Het was, werkelijk waar, liefde op het eerste gezicht van beide kanten en we zijn heel gelukkig geweest samen en hadden grootse plannen om te gaan samenwonen als onze meiden uit huis waren. We vonden het allebei belangrijk dat de kinderen hun eigen huiselijke warmte konden voelen, zonder het gevoel te hebben deel uit te maken van een nieuw gezin, wat voor bijna-volwassenen toch heel moeilijk is. Dat erbij, we waren buren, dus we konden bij elkaar zijn wanneer we dat wilden. Na drieëndertig maanden heeft hij me óók moeten verlaten, ook door een hartaanval.
Ik ben nu een dik jaar verder, krijg hulp van een psycholoog, maar ik weet dat ik het uiteindelijk zélf moet doen, het leven met de amputatie. Mensen zeggen tegen me: "Ach, je bent nog maar 42 en er ligt nog zoveel moois op je pad", maar ik denk dat ik nooit zo'n fijne man tegen zal komen als mijn vriend. Ik mis hem nog steeds en vaak heb ik het gevoel dat ik het leven uit moet zitten, omdat ik bang ben dat ik alle liefde van een partner al gekregen heb en dat ik het daarmee zal moeten doen.
Lien Mik; e-mailadres: lien.mik@home.nl
REACTIES binnengekomen in juni 2005:
30-06-2005
Hallo allemaal,
Ik was iets
aan het zoeken over rouwverwerking en toen kwam ik dit tegen.
Mijn man is afgelopen 2 januari 2005 overleden na een periode
van vijf jaar ziek zijn, waarvan de laatste drie jaar extreem.
Hij is overleden aan de ziekte C.O.P.D, een ernstige longziekte.
Het is allemaal zo onwerkelijk. Je wilt en kunt het niet geloven
dat je partner, waar je 35 jaar mee getrouwd was, er niet meer
is en ook nooit meer komt.
Dat "nooit, nooit" wil er bij mij maar niet in.
Ik heb twee
dochters en schoonzonen en drie kleinkinderen, waar mijn man heel
trots op was; het was zijn lust en zijn leven. Daar heb ik gelukkig
heel veel steun aan en ik heb ook zelf nog andere hulp gezocht.
Wat mij zo tegenvalt, is de familie. Toen mijn man op sterven
lag, werden er allemaal mooie beloftes gedaan aan hem: hij hoefde
zich geen zorgen te maken om mij. Ze zeiden: "wij zijn
er voor haar, wij trekken haar er wel doorheen", maar
niets van dat alles is waar. De kinderen zeggen tegen mij: "ach
moeder, laat ze toch, wij doen dit samen zonder hen",
maar het doet zo'n pijn. Er wordt dan tegen mij gezegd door enkele
van de familie: "Ja, het leven gaat door, je moet positief
blijven". Dan denk ik: "mens, je weet niet waar
je over praat".
Maar ik hoop, dat het mij nu wel een beetje helpt nu ik weet dat anderen dit ook voelen.
Tiny Fritschy-Diederen;
e-mailadres: t.fritschy@onsnet.nu
28-06-2005
Ik heb een paar weken geleden een van mijn ervaringen c.q. hersenspinsels op papier gezet. Ik weet niet of er op jullie website een plekje voor is, maar ik zou het wel graag aan lotgenoten willen laten lezen. Dit is het:
Rood is de kleur van de liefde -
Liefde voor die ene speciale persoon in je leven.Verliefdheid is als een roze bril -
Je kijkt met andere ogen naar de wereld en alles voelt anders -
Roze is rood met helderheid / blij verlangen gemengd.Rouw is als een purperen bril -
Je kijkt met andere ogen naar de wereld en alles voelt anders -
Purper is rood met donkerte / verdriet / heimwee gemengd.Langzaam kleurt mijn bril van donker purper
Naar een lichtere tint -
Welke kleuren zullen er nog volgen?
Warme groeten,
Truke van de Kamer, vrouw, geboren 28 januari 1963; partner Peter (51) op 15 oktober 2004 volledig onverwacht overleden aan een hartinfarct ; twee thuiswonende (puber)kinderen. Woonplaats: Nieuwe Tonge; interesse: natuur. E-mailadres: truke.vandekamer@chello.nl
20-06-2005
Lieve Bert en Monique,
Ik wilde jullie
toch even laten weten hoe het nu met mij gaat. Het was februari
alweer twee jaar geleden dat mijn Bertus is overleden. Ik heb
altijd gedacht: het hoeft voor mij niet meer, maar ik heb mijn
kinderen, kleinkinderen, dus daar ga je voor door.
Maar ook door deze site ben ik doorgegaan. Nogmaals, ik heb hier
mensen ontmoet waar het zo goed mee klikt. Ik heb ook nooit geweten
dat dit kon, maar écht, het gaat heel goed.
Ik ben gisteren
weer met Marina van der Sluis, Loes de Vos en Trudy van Antwerpen,
echte schatten, op stap geweest. We zijn eerst naar Loes geweest
om haar opgeknapte huis te bewonderen. Oh, wat was het mooi geworden!
We hebben daar lekkere dingen gegeten en toen zijn we gezellig
uit eten geweest. Op 2 juli gaan zij, met nóg een andere
Trudy, een dagje naar de Keukenhof. Ik kan helaas niet, erg jammer.
Op 29-30-31 juli gaan we met z'n vieren drie dagen heerlijk naar
Mechelen. De andere Trudy en Corrie Wetsteijn konden er niet bij
zijn wat ze heel jammer vinden. Ook één keer in
de zoveel tijd kookt één van ons en eten we dan
daar.
Lieve Bert en Monique, dit hebben we nodig. Wij hebben zo'n plezier.
Ik hoop dat de mensen dit eens goed lezen. Je kunt echt nog veel
plezier hebben met al je verdriet. Wij praten ook best veel over
onze mannen samen en dat doet ons echt goed.
Dit is dus mijn
verhaal na iets meer dan twee jaar dat Bertus er niet meer is.
Mijn kinderen vinden het ook zo fijn dat ik weer plezier heb.
Leve Bert en Monique, ik hoop dat jullie ook nog heel lang gelukkig
mogen zijn samen.
Liefs,
Jopie Wouters, vrouw, geboren 3 februari 1938; partner Bertus (1935) overleden 19 februari 2003 aan alvleesklierkanker; drie volwassen zonen; e-mailadres: ewouters@chello.nl
14-06-2005
Beste Bert en Monique,
Via een link
in de "Dutch Courier" (een maandblad in Australië)
ben ik hier in Nederland een trouwe bezoeker van jullie site en
heb veel bewondering daarvoor.
Voor mij is het al lang geleden dat ik weduwe werd, maar toch
voel ik nog steeds mee met diegenen die het nu meemaken. Ik heb
mijn leven weer goed op kunnen bouwen na de dood van mijn eerste
man Bas (49) die op 13 juni 1988 aan uitgezaaide stembandkanker
is overleden, maar sommige dagen blijven moeilijk, zoals ik hieronder
heb beschreven.
Zoals nu al
zestien jaar, op 13 juni, werd ik ook vandaag weer wakker met
een vervelend gevoel. Eigenlijk was het gisteren al begonnen.
Beelden drongen zich op van hoe het toen, die (laatste) zondag
en maandag was. Al maanden was de toestand vreselijk, maar Bas
vocht voor zijn leven. Een leven wat in mijn ogen ondraaglijk
was. "Iedere dag is meegenomen", fluisterde hij
met zijn door kanker aangetaste stembanden. En als ik hem herinnerde
aan zijn geloof in het hiernamaals zei hij: "Dat zijn
twee naast elkaar staande dingen. Ik geloof dat ik genezen zal
zijn aan gene zijde, maar evenals een dier, dat niet weet van
leven en dood, vecht een mensenlichaam voor leven".
Beneden in de huiskamer verpleegde ik hem. Hij lag daar op een
ziekenhuisbed en hij moest bij iedere beweging en handeling geholpen
worden. De enige die dat mocht doen, was ik. Het was loodzwaar,
maar ik ben blij dat ik het kon doen.
Die zondag wilde
hij naar boven en in zijn eigen bed slapen, naast mij. Samen met
mijn zwager droeg ik hem naar boven en daar lagen wij. Maar ja,
ook daar voelde hij zich niet lekker want de pijn en benauwdheid
bleef. Dan maar weer naar beneden.
Die nacht kreeg hij een epileptisch insult en de volgende morgen
was het de eerste keer dat hij tegen de huisarts zei: "Ik
voel me zo ziek, ik hoop dat ik spoedig dood ga."
In de loop van die middag ging zijn toestand achteruit. Ik zat
aan de keukentafel op een paar meter afstand van hem toen ik merkte
dat hij mij probeerde te roepen: "Trijnie", fluisterde
hij, "HIJ laat niet varen"
Toen zakte hij
langzaam weg.
Ik belde zijn broers en de huisarts, en na een half uur blies
hij zijn laatste adem uit. De eerste woorden die bij mij bovenkwamen
was van een gezang: "Nu jaagt de dood geen angst meer aan".
Maanden had de angst voor de naderende, misschien wel verstikkingsdood,
in huis rondgewaard. Het kon geen kant meer op. "God dank",
dacht ik. En ik hoorde Bas zijn laatste woorden nog naklinken.
Ik moest wel geloven dat het goed was.
Nu, na al die
jaren, gaan op deze datum de gebeurtenissen van die dagen altijd
weer als een film aan mij voorbij en het lijkt of het gisteren
was. Ook vandaag hield het mij de hele dag bezig. Ik probeerde
afleiding te zoeken, maar dat lukte maar ten dele. Aad, mijn huidige
man, waar ik na een lange LAT-relatie, nu alweer vijf jaar gelukkig
mee getrouwd ben, wilde ik niet lastig vallen met mijn gedachten.
En het is raar, hoe vervelend ik mij ook voelde, ik wilde dit
eigenlijk liever alleen verwerken. Het is iets tussen Bas en mij.
Mijn gedachten waren niet te remmen. Ik voelde mij afwezig en
ik kreeg hoofdpijn. Tot ik aan het eind van de middag ineens een
"verlicht" gevoel kreeg. Het leek of er een schakelaar
om werd gezet in mijn hoofd en er een last van mij afviel. Ik
voelde mij een stuk beter. Toen ik op de klok keek, was het half
vijf. Het tijdstip waarop mijn lief stierf.
Trijnie Boon;
e-mailadres: trijnieboon@hetnet.nl
13-06-2005
Beste Bert en Monique,
Geheel toevallig, omdat ik op zoek was naar een boekje over rouwverwerking, ontdekte ik zojuist jullie site. Ik wil jullie heel graag complimenteren: wat vooral in het oog springt, is de zorgvuldigheid waarmee jullie het hebben aangepakt.
Ik denk dat ik er heel veel aan zal hebben. Dus ook: bedankt!
Hartelijke groet,
Paulus Smit;
e-mailadres:
paulussmit@chello.nl
10-06-2005
Lieve Bert en
Monique,
Wat is dat lang geleden. Ik maak het goed. Ik heb voor een groot
stuk mezelf gevonden. Zeker is er nog regelmatig pijn en verdriet,
maar ik kan het hanteren.
Ik heb een druk leven, vooral kleinkinderen opvangen. Binnenkort
komen er nog twee kindjes bij. Deze geboorten zal ik op een andere
manier kunnen beleven, denk ik. Toen ons eerste kleinkind geboren
werd, maar amper een half jaar na het overlijden van Mathy, was
er niet genoeg ruimte in mij om dit nieuwe leven te ontvangen.
Veel mensen zeiden: "nu krijg je toch iets anders in de
plaats". Och, zo goed bedoeld, maar ik moest niets in
de plaats. Zoveel gemengde gevoelens, zoveel spijt dat hij zijn
kleinkinderen nooit gekend heeft; twee maanden later een tweede
kindje. Ik zoek soms een herkenning van Mathy in de kindjes. Ik
zie het toch niet hoor.
Nu besef ik
pas dat het nieuwe leven toen mij ook zo verdrietig maakte. Ik
was ook bang. Bang voor alles en nog wat. Bang dat ik iets fout
zou doen met de kindjes. Bang dat ik dit niet alleen zou kunnen.
Bang dat ik niet aan de wensen van de ouders zou beantwoorden.
Ik dacht dat ik alles moest verantwoorden, deed dat ook, voelde
me soms een echte zaag.
Pijn en verdriet niet kunnen delen doet pijn, maar vreugde niet
kunnen delen met opa doet ook pijn. Oma word je samen met opa!
Maar nu kan ik echt oprecht zeggen: "welkom, lieve kindjes".
In mijn gedachten zal ik Mathy zeker betrekken in de vreugde.
Zondag vieren wij vaderdag. De kinderen en kleinkinderen komen.
We leggen een bloemetje op het kerkhof, eten samen en brengen
Mathy zo aanwezig bij ons. Het zal wel een fijne dag worden.
Ik lees dat jullie ook weer voorwaarts kunnen.En ja hoor, ik droom
ook van Mathy. Soms heerlijk, soms ook minder. Ik droom vaak dat
hij alweer van mij weggaat, dat doet toch telkens weer pijn.
Ik wens jullie alle kracht die jullie nodig hebben. Proficiat
voor die mooie site. Ik was een beetje verbaasd, had al lang niets
meer gelezen.
Veel lieve groetjes,
Monique Roosen, e-mailadres: moniqueroosen@yahoo.co.uk
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren