Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Binnengekomen reacties van lotgenoten (14)
in januari en februari 2005


REACTIES binnengekomen in januari 2005:

30-01-2005

Hallo Monique en Bert,

Ik lees net het prachtige en zo herkenbare stukje van Mirjana, dankjewel hiervoor. Het is ook moeilijk om te lezen omdat het zo ís: je mist ze zo vreselijk, je overleden partner, maar als je eraan denkt dat ze weer terugkomen dan kan dat eigenlijk niet meer en dat botst zo vreselijk dat je ervan moet huilen. Ook wil je weer voelen hoe het was toen hij er nog was, maar dat is steeds moeilijker terug te halen want de relatie word niet meer fysiek gevoed.

Je hebt nu, als een wonder en cadeau, een nieuwe relatie gekregen en deze wordt dagelijks gevoed en we merken ook dat een nieuwe liefde heel erg heelt. Heel langzaamaan geneest het de vreselijke wond op je ziel. Dat wij allebei onze partner zijn verloren, geeft veel binding, herkenning en gespreksstof, ook al zijn de processen en is de verwerking bij allebei heel anders.
Ik lees veel in de boeken van Hans Stolp "als een geliefde sterft" en "omgaan met onze gestorvene". Ik heb ook zijn lezingen bezocht en het heeft mij veel inzichten en rust gegeven, omdat de liefde niet hoeft te stoppen als iemand fysiek niet meer aanwezig is. Zo ervaar ik dat ook regelmatig in het dagelijkse leven.
Op dit moment zit ik midden in het proces van vergeving. Vergeving, omdat hij me zomaar alleen liet, vergeving van de moeilijke dingen die er (ook) waren in onze relatie, vergeving over het oogsten wat we nu niet samen kunnen doen na al die jaren van hard werken, dat valt niet mee daar eerlijk naar te kijken. En dan komt er (na heel veel tranen) een dankbaarheid over mij heen voor alles en zie ik met een warm hart terug naar dertig waardevolle jaren samen. Soms jaren van hard werken, maar die mij zo gevormd hebben tot wie ik nu ben. En daar ben ik dankbaar voor.
Het verlies van je partner ervaar ik als het moeilijkste wat mij is overkomen in mijn leven. Samen met mijn nieuwe partner kijken we weer naar de toekomst en onze overleden partners lopen altijd met ons mee.

Ik krijg veel reacties op de twee stukjes die ik tot nu toe voor de Draaikolk heb geschreven. Heel bijzonder om zo oprecht, open en eerlijk met "vreemde" mensen te mailen. Ik ben een paar dagen uit de lucht geweest omdat mijn computer stuk was. Dus als mensen hun mail die ze aan mij verstuurden terug hebben gekregen: probeer het nog eens, want hij doet het nu weer goed.

Ik weet en ervaar dat deze site bijzonder waardevol is bij de verwerking van zo'n zwaar verlies. Bert en Monique heel veel dank hiervoor. Ik hoop dat zich eens een gelegenheid voordoet dat we jullie allebei in het zonnetje kunnen zetten.

Een lieve groet van

Rita de Jong, vrouw, geboren 14 augustus 1956; partner Chris op 10 juni 2003 overleden aan een hartstilstand; drie kinderen waarvan twee thuiswonend. Nieuwe relatie met lotgenoot. E-mailadres: hoekdejong@chello.nl


27-01-2005

Mijn verdriet is nog zo vers, maar ik voel nu al behoefte om mijn verhaal te delen met anderen. Ik loop vast en ben bang.

Op 16 januari 2005 is mijn lieve man Wim, na een nacht hard werken, om zes uur 's ochtends verongelukt. Hij was zo moe dat hij in slaap is gevallen en tegen een boom is gereden. Hij was 32 jaar en zou zes dagen later 33 jaar worden.
Mijn kinderen kwamen me uit bed halen omdat er twee agenten voor de deur stonden. Die vertelden mij het slechte nieuws terwijl de kinderen even naar boven werden gebracht. Wim's beste vriend is direct gekomen en hij heeft het aan de kinderen verteld.

Ik ben 32 jaar en heb vier kinderen van 5, 7, 8 en 9 jaar oud. Wim en ik waren al twintig jaar samen, vanaf de eerste dag van de middelbare school waren we onafscheidelijk. Afgelopen december waren we tien jaar getrouwd.
Ik mis hem zo verschrikkelijk. Ik kan er haast niet mee omgaan maar heb de zorg voor vier kinderen die ook allemaal op hun eigen wijze ermee omgaan. Ik heb een groep lieve vrienden en familie om me heen, die echt voor me zorgen en me ondersteunen, met me huilen. Maar niemand kan dat ene stukje invullen, het voelt alsof de helft van mijn hart is weggerukt. Ik mis zijn warmte.

Misschien vind ik hier mensen met wie ik wat kan delen?

Stefanie Schreuder, vrouw, geboren 9 november 1972; partner Wim (1972) op 16 januari 2005 verongelukt met de auto; vier jonge thuiswonende kinderen. Woonplaats: Steenwijk. E-mailadres: stefanie72@wanadoo.nl


26-01-2005

Hallo Bert en Monique,

In de Draaikolk las ik dat jullie graag wilden weten of de Draaikolk in de media genoemd wordt. Logisch eigenlijk, maar toch had ik er niet aan gedacht.

In september ben ik begonnen aan een cursus huisbezoeken voor weduwen en weduwnaars door lotgenoten. Op 1 januari 2005 begon een groep van twaalf lotgenoten aan hun taak: het bezoeken van mensen die een half jaar daarvoor hun partner hadden verloren. Ik werd vervolgens gevraagd om mee te werken aan een interview. In de cursus werd ook de Draaikolk genoemd door de docent (een psycholoog) als mogelijkheid om je te uiten en lotgenoten te ontmoeten. Jammer dat alleen mensen met een computer de Draaikolk kunnen lezen.

Ondanks het feit dat ik weer hertrouwd en erg gelukkig ben met Adri (Boer, red.), blijf ik me een weduwe voelen. Op 18 januari was het vijf jaar geleden dat Benno overleed. Het is nog steeds als de dag van gisteren. De dagen vlak voor de 18e januari waren zwaar. Ik realiseerde me dat het vooral mijn eigen gevoelens van vijf jaar geleden waren die zo'n pijn deden en die me down maakten. Ik voelde me naar, omdat weinig mensen me even belden om te zeggen dat ze dachten aan Benno.
Mijn lief en mijn zoon dachten er wel aan en dat deed goed. En de bloemen van een dierbare vriend, wat was ik daar blij mee. Het verleden mocht er zijn.
Ik kan wat betekenen voor lotgenoten, ben gelukkig met mijn Adri en geniet weer van het leven.

Knuffel van

Gerdi Leussink, vrouw, geboren 20 september 1945; partner Benno (53) overleden aan longfibroses op 18 januari 2000; volwassen zoon en dochter; e-mailadres: gerdileussink@zonnet.nl


26-01-2005

Hallo Bert en Monique,

Voor mij komen nu echt weer van die dagen waarbij ik me afvraag: hoe moet ik er mee omgaan? Op 3 februari ben ik jarig, maar dat niet alleen, óók is het Bertus zijn verjaardag. En dan komen de dagen van overlijden 19 februari en van de crematie 24 februari.

Maar ik ben zo blij dat ik ook vrouwen heb ontmoet en ook contact heb met een paar heren. We mailen af en toe. Als ik deze site niet had gevonden, zou het wel anders zijn gelopen, denk ik. Maar je hebt die aanspraak zo nodig, écht hard nodig. Ik vind het zo leuk dat Harmke ook een stukje heeft geschreven. Ik ken haar van een andere site en weet dat zij weer gelukkig is. Dat heeft zij ook echt verdiend, het is zo'n schat.
Maar ik wil toch nog even zeggen, dat ik het zo jammer vind dat wij (
zie: "Samen Actief" in Zuid-Holland - Loes de Vos (augustus/september 2004) mensen mailen die wij ook ontmoet hebben, die dan uitnodigen en die vervolgens niets van zich laten horen. Want wij gaan soms echt leuke dingen doen, meestal met Loes, Trudy, Marina en nog een Trudi, en als het voor Corrie uitkomt is zij er ook. Maar wij hebben nóg meer contacten en die laten dan niets meer van zich horen. Jammer is dat, echt jammer, want je hebt elkaar zo nodig.

Ik mail ook veel met mensen van de Draaikolk die ik nog niet ontmoet heb, maar ik hoop dat het toch eens gebeurt want, nogmaals, je bent alleen. Mijn kinderen staan altijd voor me klaar en mijn kleinkinderen komen heel vaak, maar ik moet ze wat meer loslaten. Op 8 maart ga ik met mijn oudste en jongste zoon en de drie kleinkinderen naar EuroDisney en 30 april ga ik twee weken mee naar Spanje.

Dus lotgenoten, ga achter jullie pc zitten en mail ons als je daar behoefte aan hebt!

Liefs,

Jopie Wouters, vrouw, geboren 3 februari 1938; partner Bertus (1935) overleden 19 februari 2003 aan alvleesklierkanker; drie volwassen zonen; e-mailadres: ewouters@chello.nl


24-01-2005

Vandaag ook weer een drukke dag achter de rug. Nu veertien maanden geleden is mijn man op 46 jarige leeftijd overleden. In eerste instantie heb ik heel veel tijd genomen om te rouwen, maar na negen maanden ben ik met een opleiding begonnen. Heerlijk vind ik het, maar ik merk dat ik weinig tijd over houd om te rouwen. In eerste instantie dacht ik, dat ik het ook niet meer zo nodig had, maar nu een half jaartje verder merk ik, dat het verdriet om mijn man er nog altijd is. Ik mis hem nog steeds. In alle dingen mis ik hem. Maar ik dacht, hoe meer ik mijn aandacht ga richten op alles wat er in mijn leven ontbreekt, hoe beklagenswaardiger ik mij ga voelen. Als ik na de dood van Jan voortdurend zou blijven praten en piekeren over de ramp die mij is overkomen, dan zou ik op een gegeven moment vastgezeten hebben in een uitzichtloze situatie. Het leek mij beter mij in het leven te storten en die HBO-opleiding te gaan doen.

Nu doe ik die opleiding, ik heb vriendinnen, vrienden en een relatie gehad, de afgelopen veertien maanden, maar het gemis blijft. Als ik een liedje hoor, waar wij samen op dansten. Als ik 's morgens wakker word, alleen in het grote tweepersoonsbed. 's Avonds als ik alleen een wijntje drink. Als er problemen zijn met één van de kinderen. Als die computer weer eens niet doet wat ik wil. Als er iets leuks gebeurd is en ik het hem wil vertellen. Als ik moe ben en zijn armen om mij heen verlang.

Gelukkig is mijn man er nog wel op een andere manier voor mij. Iedere keer, wanneer ik een beroep op hem doe, komt er antwoord. Opeens zie ik dan de oplossing, of kom ik met iemand in gesprek die het antwoord geeft, of ik lees iets wat een nieuw licht werpt op de zaken. Natuurlijk kun je zeggen dat ik mij deze dingen inbeeld, maar voor mij is het waar. Het is net of ik een nieuw zintuig heb ontwikkeld, waarmee ik in contact met Jan kan blijven. Dit contact geeft mij ook de moed om door te gaan op een zinvolle wijze, maar denken aan een toekomst, dat ligt nog te ver weg voor mij.

Ellen Spaan, e-mailadres: ellenspaan@tiscali.nl


24-01-2005

Beste Bert en Monique,

Hierbij verzoek ik jullie om mij uit de bestanden van de Draaikolk te verwijderen. De laatste tijd bezoek ik de site niet zoveel meer. In de afgelopen jaren heb ik er veel aan gehad. De herkenning was groot en gaf vaak een antwoord op de vraag die bij mij bovenkwam en elders niet beantwoord kreeg.

Inmiddels heb ik via de Draaikolk hele leuke kontakten opgebouwd en ook een hele lieve vriendin ontmoet, waarmee de koffie veel beter smaakt dan alleen! In kontakten met andere mensen heb ik gemerkt dat de Draaikolk ook voor hun een grote steun is.

Ik wil jullie dan ook voor alles bedanken en veel steun toewensen met het werk en hoop van ganser harte dat het met Bert goed blijft gaan.

Met hartelijke groet,

Henk Hazebroek, man, geboren 5 juli 1947; partner Leidy (49) overleden aan darmkanker met uitzaaiingen naar haar lever op 4 september 1999; een volwassen zoon uitwonend.


24-01-2005

Hallo allemaal,

Ik zat net het verhaal van Wieneke te lezen. Het raakt me diep. Al die mensen die overlijden en al die achterblijvers die net als wij door de pijn en het verdriet heen moeten. Het lijkt wel alsof ik het nu bewuster ervaar. Twee maanden geleden heeft een tennisvriendje van onze jongste zoon Jelle zijn vader plotseling verloren. Ik kan de verbijstering nog steeds zien op het gezicht van zijn moeder als ik haar tegenkom.
Vanmorgen vroeg ik me af hoe mensen naar mij kijken. Zullen ze nog denken aan het verdriet, dat bijna niet te zien is aan de buitenkant? Eigenlijk maakt het ook niet zoveel uit. De mensen die ik belangrijk vind, houd ik op de hoogte van mijn rouwproces. En ik moet zeggen, dat proces gaat best goed.

Gisteren, precies een jaar geleden, hoorden we hoe ziek Alfredo was en dat de longarts bijna geen hoop op herstel meer gaf. Ik weet de tijd nog precies, ik weet nog hoe we daar zaten, ik weet nog wat ik voelde. De verbijstering die in mijn leven kwam, de pijn, het verdriet. De eerste dagen hebben we om de beurt gehuild en elkaar zo goed mogelijk getroost. We waren vaak woordeloos samen, want wat moet je elkaar zeggen... Maar het is zo goed geweest dat we samen waren, zowel voor mij als ook voor Alfredo. We konden op een goede manier afscheid nemen. Ik weet nog dat ik wakker werd op vrijdagochtend en dat ik een van mijn armen niet meer kon bewegen. Alle spanning en verdriet hadden zich vastgezet in die ene arm. Een vriendin zei tegen mij: "het lijkt wel alsof je je houvast kwijt bent." En zo voelde het ook.

Het duurt nog ongeveer tien weken en dan is het eerste jaar zonder Alfredo voorbij. De komende weken zullen in het teken staan van herinneringen, het herbeleven van de periode van ziekte. Ook hier zal ik weer doorheen komen. De jongens beginnen binnenkort met rouwbegeleiding volgens de methode van "Achter de Regenboog." Ik hoop dat zij een begin kunnen maken om het gemis van een leven zonder hun lieve vader onder ogen te zien. Ik verwacht nog wel het een en ander de komende tijd. We zullen zien.
In de tussentijd probeer ik zo goed mogelijk voor mezelf te zorgen, door mezelf regelmatig te laten masseren, leuke dingen te doen en lotgenoten te ontmoeten.
En we gaan met zijn drieën op wintersport. Het lijkt me heerlijk om weer te skiën. Ik kan me het gevoel van vorig jaar nog zo goed herinneren. Al die auto's die op weg waren naar de wintersport. En ik, die op de terugweg was van een van de vele ziekenhuisbezoeken. Ook wij zouden gaan skiën, maar heel onze wereld was veranderd en dat was het begin van een heleboel zaken die wij hebben moeten inleveren.

Ik zou het fijn vinden om van lotgenoten te horen hoe zij omgegaan zijn met de eerste sterfdag. Heb je het samen met anderen herdacht, heb je kaartjes gestuurd, ben je alleen geweest, enzovoorts?

Groetjes,

Annemiek van Keulen; e-mailadres: amvk1@hotmail.com


20-01-2005

Twee weken geleden vroeg ik mij af wat het nieuwe jaar mij zou brengen en ik kwam tot de conclusie dat ik het maar over me heen moest laten komen omdat je er toch niet veel invloed op kunt uitoefenen. Het leven is als een lot uit de loterij en deze stelling werd gelijk de eerste twee weken al bewezen.

Vorige week viel er een rouwkaart in de bus. Ineke, die naast mij in het ziekenhuis heeft geleden, was overleden… Je weet dat het gaat gebeuren, maar je schrikt weer, ze stierf in dezelfde kamer van het hospice waar Frits gestorven is.
Nauwelijks een week later hoor ik 's avonds dat er wat in de brievenbus gegooid wordt en nieuwsgierig ga ik kijken. Ik kijk tegen een kaart aan met kindertekeningen, een ster en een vuurpijl. Goh, denk ik nog, zeker een verlate nieuwjaarswens. Maar als ik de binnenkant open krijg ik een schok: Marianne is overleden…moeder van drie kleine kinderen. Natuurlijk wist ik dat ze ziek was, maar zag ik haar een paar weken geleden niet nog fietsen met haar kinderen? Wat onrechtvaardig en waarom? Als wijkverpleegkundige heeft ze Frits nog verpleegd terwijl ze zelf wist dat ze ook kanker had.

Met Ineke heb ik over leven en dood gesproken. Ze had op 48 jarige leeftijd haar man aan kanker verloren en ik vroeg haar of ze niet ontzettend boos was dat haar nu hetzelfde overkwam. Ze putte kracht uit haar geloof en zei dat ze dankbaar was dat ze daarna nog tien jaar met een man waarvan ze zielsveel hield, heeft mogen leven. Dat ze nu op 56 jarige leeftijd zou sterven had ze vrede mee. Haar man was zestien jaar ouder en hij hoefde niet meer zo lang alleen te zijn, volgens de statistieken. "Ja, maar die statistieken zeggen ook dat jíj nu nog niet mag sterven, was mijn antwoord." Ik stelde me haar situatie voor en zei tegen haar dat ik het voor mijn kinderen verschrikkelijk zou vinden. "Dat was haar "mazzel" ook", zei ze, "dat ze geen kinderen had, anders had ze er ook geen vrede mee kunnen hebben."

En dan zit ik nu met Marianne's kaart in mijn hand. Als mijn kinderen later thuiskomen zijn ze ook diep geschokt en hun gedachten gaan ook het eerst uit naar Marianne's kinderen. Het moet verschrikkelijk zijn om afscheid te nemen van dit leven wetende dat je kinderen je nog zo nodig hebben. Gelukkig kunnen zij ook troost putten uit hun geloof. Als ik een kaart bij ze in de bus wil gooien weet ik gewoon niet wat ik schrijven moet en dat ik er geen woorden voor heb, schrijf ik dan ook. Tranen vertroebelen mijn schrift als ik de kinderen schrijf dat Marianne nu bij Frits in zijn skybox zit en dat het vast daar heel gezellig is. Wat zou ik daar graag even willen kijken.
Later op de dag hoor ik dat een vriendin uit onze leesclub een borstbesparende operatie heeft gehad, ook daar heeft het monster toegeslagen. Gaat dit zo het hele jaar door?

Een geloof heb ik niet en ik denk áls ik zou geloven dan had ik toch wel wat vragen te stellen. Zitten God of Allah de laatste weken nog wel op te letten? Tegelijkertijd realiseer ik me dat dit nu typisch een vraag is voor een atheïst. Ik merk dat mensen, die geloven juist in zware tijden kracht uit hun geloof putten terwijl ik juist méér vragen ga stellen en nog afvalliger word. Ik gun hun graag die steun, ze zullen het hard nodig hebben.
Marianne's overlijdenskaart staat op de kast, de kindertekeningen erop schreeuwen het verdriet uit en het eenvoudig geschreven woord "mama" snijdt als een wond door mijn ziel.
Zo is mijn jaar dan begonnen. Als troost lees ik Bert zijn gedichten en besluit één daarvan als mijn motto voor 2005 te gebruiken: "Leef de dag alsof het je laatste is".

Wieneke van Rossum, vrouw, geboren 26 november 1951; partner Frits (50) overleed 8 juli 2001 aan spierweefselkanker: twee dochters; e-mailadres: w.vanrossum@casema.nl


19-01-2005

Beste Bert en Monique,

Graag wil ik mij even voorstellen. Ik ben Hieke Herben (46) en mijn man Siebe is 9 november overleden. Het is allemaal nog zo onwerkelijk. En wat jullie schreven in dat artikel in de krant, dat er zo veel op je af komt wat afgehandeld moet worden, sprak mij erg aan en ik ben er nog niet klaar mee. Het is soms net of ik nog in een roes leef.

Ik ben blij dat de feestdagen achter de rug zijn, maar de verschillende verjaardagen melden zich ook al weer aan. Morgen zou Siebe jarig zijn geweest, ik zie er erg tegen op, en dan gaan we door tot zondag. Nou, ik zie wel hoe ik er door kom, maar niet te veel bij nadenken. Het is ook allemaal zo snel al en zo verwarrend. Een volgende keer schrijf ik wel wat meer.

Groeten,

Hieke Herben, vrouw, geboren 9 april 1958; partner Siebe (47) is overleden op 9 november 2004 in zijn slaap aan een hartstilstand; drie kinderen waarvan één uitwonend. Woonplaats: Bovensmilde. E-mailadres: hiekeherben@hotmail.com


19-01-2005

Beste Bert en Monique,

Zoals beloofd, stuur ik aan het begin van het nieuwe jaar mijn verhaal.
Vorig jaar voorjaar, op 20 maart 2004, overleed plotseling mijn lieve echtgenoot Arie aan een hartaanval. Na achteraf best wel snel handelen, konden ze Arie niet meer redden en kregen wij in het VU te Amsterdam de vreselijkste tijding die je ooit maar vernemen kan. Zij hadden hem niet meer kunnen redden, de liefste vader van René en de liefste man ter wereld Arie.
Er volgde een roes waarin anderen insprongen en ons bijstonden. De dagen gaan voorbij. Alles wordt geregeld en later sta je er zelf versteld van hoe je dan een knop om kan zetten en veel zelf ook nog regelen kan. Een zeer indrukwekkende begrafenis volgde en toen ook al bleek hoe geliefd hij was. Wij ontdekten hoe veel hij voor anderen betekend had. Hij stond altijd klaar en niets was hem te veel. Naast zijn werk deed hij ook nog veel voor de gemeenschap. Nog steeds wordt hij genoemd, in de stad, op het werk, thuis, overal. Dat doet goed en soms zijn wij vervuld met trots.

Dan komt na de roes het grote besef: Arie is er niet meer, wij moeten door. Omdat hij een man was die zeer positief in het leven stond, is het net of hij van bovenaf regisseert en ons aangeeft door te gaan. Dat valt veelal niet mee, maar toch begint het aardig te lukken. Het vreemde is wel, dat je een heel nieuw leven moet uitstippelen. Het thuiskomen gaat wel. De lampjes laat ik aan en soms de radio. Maar niets is er van zijn plaats. Je treft je huis in dezelfde staat aan als waarin je het verlaten hebt. Dat is niet altijd leuk. De nieuwtjes onder het eten of de heerlijke gesprekken 's avonds zijn er niet meer. De gezellige vrijdagavond… over. Zo kan ik nog regels volschrijven met die dingen die wij samen deden en nu niet meer kunnen.
Het verwerken gaat door. Door veel te lezen en ook te zeggen, proberen wij de toekomst weer in te vullen. Kamperen ga ik niet meer doen. De caravan gaat weg en de schuur gaan we inrichten als een soort werkplaats. Arie was van alle markten thuis. Timmeren, loodgieten, elektra, tuinieren. Nu moeten we hulp vragen. Dat gaat lang goed maar als je dat niet gewend bent, moet je naar oplossingen zoeken. Met mooi gereedschap in de schuur wordt mij ingegeven deze niet weg te doen, maar er mee leren om te gaan. Zo ga ik binnenkort op een meubelmakercursus om daar te leren om te gaan met handgereedschappen en timmertechnieken. Niet meer vragen maar zélf doen. De vrijdagavond is ingevuld door op een koor te gaan.

Gelukkig heb ik nog een werkkring, die dezelfde was als van Arie. Wij waren collega's en zaten nog op dezelfde afdeling ook. Heftig om weer te beginnen, maar ook veilig omdat iedereen weet wat er gebeurd is. Zijn plek is ingevuld door een fijne collega en zijn stoel is nu mijn stoel. De warmte op mijn werk is fijn om te voelen. Soms zitten we te huilen en ook lachen we af en toe. Alles mag en dat doe ik ook. Spreken mensen mij aan om te vragen hoe het met ons gaat, dan kan ik meestal mij goed uiten, maar als het niet lukt zeg ik het ook en geef ik aan de volgende keer wat spraakzamer te zijn. Soms zit ik op de fiets te janken, maar ook wel eens te fluiten en gaat er een knipoogje naar boven. Zeer doet het als je weer fijne dingen meemaakt en je die niet delen kan met je maatje.
Toch zijn wij dankbaar met al die mensen om ons heen. De tuinclub die mij komt helpen met de tuin, mijn schoonzusje die elke week komt en aangegeven heeft dat de donderdag voor ons saampjes is. Werken, praten, lachen en huilen. Alles kan met haar.
Dan is er de "ga je mee club": wandelen, theater, film of een weekendje weg. Te veel om op te noemen. Maar al die leuke dingen geven je wel de spirit om de verdrietige momenten op te vangen. Wij mogen ons gelukkig prijzen met zoveel lieve mensen om ons heen. Daardoor lukt het alleen zijn ook steeds beter. Omdat koken mijn hobby is, kan ik daar ook als ik alleen ben, mijn ei (letterlijk en figuurlijk) in kwijt. Ik dek gezellig de tafel en als het gerecht erom vraagt, schenk ik mij ook een heerlijk wijntje in.
De komende tijd heb ik het voornemen om wat groepjes mensen te vragen en heerlijk voor ze te koken. Arie komt gelukkig veel in onze gesprekken voor. Omdat hij ook sfeer kon brengen, hebben wij vaak ook leuke herinneringen en moeten we nog steeds om hem lachen. Helaas maken we dat niet meer mee, maar de terugkijk is zo kostbaar. Gelukkig maar.

Ik ben blij, dat ik dit verhaal zo op kan schrijven en hoop dat ik er anderen mee kan helpen. Denk nu niet, dat alles nu pais en vree is. Bij lange na niet. Nu heb ik een goed gevoel, maar morgen zou het best kunnen zijn dat het een baaldag wordt. Dat is dan jammer. Op zo'n moment kruip je weg en denk je dat je het niet overleeft. Dan is het oh zo fijn als er weer een dag is dat het naar omstandigheden lekker gaat. Ik denk dan maar, dat moeten de levensvitamientjes zijn om door te gaan. Het zal en moet lukken. Arie zou niet anders gewild hebben.

Els Vendrig-van Kesteren, vrouw, geboren 25 augustus 1949; partner Arie (1949) op 20 maart 2004 overleden aan een hartaanval; een volwassen, uitwonende zoon; e-mailadres: evendrig@xs4all.nl


18-01-2005

Hallo Bert en Monique,

Ook ik heb afgelopen zaterdag jullie stuk in het Dagblad van het Noorden gelezen. Ruim anderhalf jaar geleden ben ik ook via jullie stuk in de krant op jullie site beland.

Ik heb hem uitgeknipt en meegenomen naar het werk om het rond te laten gaan en het iedereen te laten lezen want ik word er, net als zo velen, zo moe van om iedere keer het gevoel te hebben dat ik me moet verdedigen omdat ik veranderd ben of om constant te moeten zeggen dat zo'n gebeurtenis niet vergeten kan worden, dat het moeilijk is om zoiets een plekje te geven, om maar niet te praten over de vaak nutteloze uitspraken die mensen doen en waar je totaal niets mee kunt. En ook ik weet dat ze het allemaal goed bedoelen, maar toch...!
Het is voor mij nu bijna tweeënhalf jaar geleden dat ik mijn maatje verloor en het wordt wat draaglijker, maar accepteren is toch iets anders volgens mij.

Ik heb alles wat ik belangrijk vond in jullie stuk met een gele fluorstift aangestreept in de hoop dat hierdoor nog iets meer begrip komt voor mensen zoals wij en we gewoon onszelf mogen zijn met en zonder ons verdriet, zonder al die opmerkingen over hoe we het zouden moeten doen.
Ook ik wilde dit jullie even laten weten via de mail.

Groetjes,

Ina Bolt, vrouw, geboren 12 oktober 1961; partner Willy overleed op 7 september 2002 aan de gevolgen van kanker aan de weke delen; een thuiswonende dochter; e-mailadres: inabolt@wanadoo.nl


17-01-2005

Hallo Bert en Monique,

Afgelopen zaterdag las ik in Dagblad van het Noorden jullie verhaal en de woorden "Altijd met z'n vieren" raakte mij diep.
Heb sinds een half jaar een vriend en wij verloren beiden onze partner door kanker. Wij ervaren het precies zoals jullie hebben beschreven, en inderdaad ben je altijd met z'n vieren.
Wou dit even via deze mail aan jullie laten weten.

Groetjes,

Harmke Nieboer, vrouw, geboren 8 juli 1948; partner Jan (1947) overleden op 27 mei 1998 aan dikkedarmkanker met uitzaaiingen; twee getrouwde kinderen, woonplaats Nieuw-Buinen; e-mailadres: harmkenieboer@wanadoo.nl


11-01-2005

Beste allemaal,

Mijn naam is Riet Zweers en ik ben 47 jaar jong. Mijn man Bert is op 12 mei 2003 overleden aan slokdarmkanker. Hij heeft een ziekbed gehad van nog geen drie weken en is aan een bloeding overleden. Hij is als het ware gestikt in zijn eigen bloed.
Hoewel het "al" achttien maanden geleden is, heb ik momenteel het gevoel dat het verdriet en gemis steeds erger wordt. De grootste moeite heb ik met het feit, dat ik voor mijn gevoel geen afscheid heb kunnen nemen. Toen mijn man hoorde dat hij zo ziek was, heeft hij zich helemaal afgesloten. Ik denk zelf dat hij niet anders kon, omdat hij het eerst voor zichzelf op de rit moest krijgen. Maar achteraf is de tijd tussen de diagnose en zijn overlijden zo kort geweest (negentien dagen) dat hij daar helemaal niet aan toegekomen is. Tóch ervaar ik het feit, dat we niet hebben kunnen praten als een groot gemis.

Gelukkig heb ik nog twee dochters thuis wonen van 19 en 21 jaar, maar ook zij missen hun vader natuurlijk erg. Soms denk ik wel eens: wat heeft het toch allemaal nog voor zin om door te gaan, maar dan gebeuren er toch ook weer dingen waarvoor ik beslist wél door wil gaan, zeker voor onze dochters wil ik er zijn. Ik hoop dat er voor mij in de toekomst nog een tijd komt waarop ik weer meer kan genieten van alles om me heen.
Toch is er door alle narigheid een goede vriendschap ontstaan met iemand die ook haar man aan slokdarmkanker heeft verloren. We hebben elkaar via Internet leren kennen en het gaf meteen een heel goed gevoel, vooral omdat we allebei "ervaringsdeskundigen" zijn.
Ik wens iedereen, die zijn of haar partner verloren is, nog heel veel sterkte voor nu en de toekomst.


Riet Zweers, vrouw, geboren 7 maart 1957; partner Bert is op 12 mei 2003 overleden aan slokdarmkanker; twee volwassen dochters; e-mailadres: riet.zweers@home.nl


10-01-2005

Dag Bert en Monique,

Ik wil hierbij jullie complimenteren met de hele pagina in de Haagsche Courant. Wat goed dat jullie je verhaal steeds weer kunnen en willen vertellen. Had het meeste al in de Draaikolk gelezen. Ik probeer me aan jullie verhaal weer op te trekken, maar bij mij is het, denk ik, allemaal nog te kort. Mijn Harry is 23 juni 2004 overleden, maar al 4 februari 2004 in het ziekenhuis opgenomen en nooit meer thuis geweest. Soms denk ik wel, dat ik toen al in de rouw terechtgekomen ben. Soms lijkt het al zo lang, aan de andere kant nog maar zo kort.

Ik schrijf al jaren een dagboek en nu durf ik pas een begin te maken met het doorlezen van wat ik vorig jaar opgeschreven heb en dat is heel emotioneel. Maar er vallen ook puzzelstukjes op zijn plek en kan ik zien dat ik wist dat het niet meer goed zou komen, al dacht de dokter bij ons eerste bezoek 5 januari 2004 aan een depressie, terwijl ik zelf tegen de dokter zei dat er volgens mij iets in Harry zijn hoofd gebeurd moest zijn. Wat na veel onderzoeken ook wel bleek. En dan is er al zo veel tijd verloren, maar ja, nakaarten haalt niets meer uit.

Hoe erg ik Harry ook mis, hoe zwaar ik het alleen zijn vind, hoe weinig rust ik nu heb, ik moet - net als zo velen van ons die de Draaikolk aanklikken - gewoon weer verder met mijn leven. Gelukkig heb ik lieve mensen om me heen die me gaande houden. Ik hoop dat er op een gegeven moment weer rust over me komt om rustig thuis te wezen.
Ik wilde eigenlijk jullie alleen een compliment maken, en zie nu wat er uitrolt… Het lucht wel even op.

Groetjes,

Magda Minderhoud, vrouw, geboren 16 juni 1943; partner Harry (61) op 23 juni 2004 overleden aan hersentumoren; twee uitwonende kinderen; woonplaats: 's Gravenzande. E-mailadres: minderhoud@kabelfoon.nl


10-01-2005

Lieve mensen,

Afgelopen zaterdag heb ik het interview met u beiden gelezen in de Haagsche Courant. Gelukkig zijn mijn man en ik nog samen, maar ik zie wel de worsteling met het 'nieuwe leven' bij een paar vriendinnen.

Ik werd erg geraakt door de gebeurtenis met de crematiemuziek op Madeira. Ook ik heb zo iets meegemaakt na het plotselinge overlijden van mijn moeder door een hersenbloeding, pas 64 jaar oud.
Om niet in het grote zwarte gat te vallen na de crematie of begrafenis zoals we al eerder hadden meegemaakt, zijn wij, mijn man, mijn zusje en ik, direct na de crematie naar een huisje op de Veluwe gegaan. Op de aankomstdag gingen we in een klein restaurantje eten hoewel we totaal geen trek hadden. Omdat het erg stil was, wij waren de enigen, vroeg de eigenares of we er bezwaar tegen hadden als ze zacht de radio aan zou zetten. Ze wilde graag naar een praatprogramma luisteren. Wij vonden dat best, het interesseerde ons niet, we waren zo down en verdrietig.
Tot er tussen het praten door een muzieknummer werd gedraaid. Tot onze grote verbazing en dat is nog maar zacht uitgedrukt, klonk het eerste lied van de crematie van de vorige dag van onze moeder waarvan de tekst luidt: 'Don't look so sad, I know it's over, but life goes on... Daarna, en dat is al twintig jaar geleden, hebben we dat lied nooit meer ergens gehoord. Bovendien zijn we maar een klein half uur in dat restaurantje geweest.

Het grijpt me nu, na zo lange tijd, nog steeds erg aan. Daarom kan ik zo goed begrijpen dat u beiden zegt dat u nooit samen bent maar altijd met z'n vieren. Het is ook mijn vaste overtuiging dat onze overleden geliefden 'in de buurt' van ons blijven.
Ik wens u beiden nog vele goede jaren toe.

A.H. Verkerk-de Bruijn; e-mailadres:
verkerk02@planet.nl


09-01-2005

Twee maanden geleden is Marja overleden, een vreemd leeg gevoel van binnen bekruipt me als ik hieraan denk. Ik kan het nog niet begrijpen, het is nog te vers, net of het niet waar is.
Gelukkig zijn de feestdagen voorbij met al die "gezelligheid". De dagen gaan nu voorbij, zonder doel lijkt het wel. Het kan me niet schelen, ik vind het best, het is niet belangrijk.
Terwijl ik dit schrijf, kijkt de poes mij aan. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes en mauwt even. Zou ze het begrijpen?

Dan die vragen: "hoe gaat het nu, lukt het een beetje?" Ik voel me verward en zoek naar een antwoord. Ik weet het niet! Als ik in mijn bed lig, komen de gevoelens van verdriet als een wolk over mij heen. Ik kan er nog niet goed mee omgaan.

Groetjes van

Frank Hoogwijk, man, geboren 6 april 1946; partner Marja (55) op 11 november 2004 overleden aan ernstige beschadigingen aan de kleine hersenen en een hersenkneuzing, doordat zij in juni van de trap was gevallen. Ook had zij al 15 jaar de ziekte van Parkinson; een thuiswonende zoon. Woonplaats: Purmerend (Noord-Holland). E-mailadres: f.c.hoogwijk@wanadoo.nl


09-01-2005

Beste Monique en Bert,

Dank voor het artikel. Heel herkenbaar.

Ik (45 jaar) heb afgelopen mei mijn man (48 jaar) verloren. Er zaten twee maanden tussen de dag dat hij hoorde dat hij een niertumor had tot de dag dat hij overleed.
Ook ik ben voor de buitenwereld vrolijk en lollig en ik heb mijn leven weer opgepakt, maar het verdriet en de eenzaamheid zijn onzichtbaar en blijven.

Als ik iemand kan helpen, dan hoor ik dat graag.

Groeten,

Xandra Sohns; e-mailadres:
xandra.sohns@wanadoo.nl


08-01-2005

Beste fam. Vos,

Hierbij bedankt voor het artikel rouwverwerking in de Haagsche Courant met gelijkertijd een verwijzing naar uw website. Het artikel, en nu uw site, heeft bij mij weer veel tranen en emoties losgemaakt en dat betreur ik zeker niet, want dat mag allemaal. Zoals u uw gevoelens beschrijft, zo ervaar, beleef en voel ik het verlies ook.

Op 14 juli 2004 is mijn vrouw op 58 jarige leeftijd plotseling (binnen tien dagen) overleden aan longkanker. Binnenkort probeer ik mijn verhaal eens volgens de regels in een mail te schrijven en zo misschien het verdriet een beetje te delen.

Vriendelijke groet van

Jan Grootscholten, e-mailadres: lejamo@kabelfoon.nl


07-01-2005

Beste Monique en Bert,

Ik heb even de behoefte om stoom af te blazen, onder het motto: "Hebben jullie dat nou ook?"
Vanmorgen liep ik boodschappen te doen in de supermarkt. Ik had vandaag een "redelijke" dag en voelde me niet echt down. Toen kwam ik een kennis tegen, iemand die ik nog ken van vroeger. Zij wist dat ik mijn man verloren had en toen ontspon zich het volgende gesprek:

Zij: "Hé, hallo, hoe gaat het nou met je?"
Ik: "Nou ja, het gaat wel. Het valt niet mee, maar ik doe m'n best."
Zij: "Hoe lang is het nou geleden?"
Ik: "Zeven maanden."
Zij: "Ja, ja, het is wat hè. Ik moet er niet aan denken. Kees (haar man) is pas vier weken op reis geweest en dat vond ik al helemaal niet leuk om vier weken alleen te zijn."
Ik: "Maar hij komt weer terug."
Zij: "Ja, gelukkig wel, daarom lijkt het me zo erg te weten dat je man nooit meer terugkomt."

We staan dus nog steeds in de supermarkt tussen allemaal winkelende mensen.

Zij: "Hebben jullie het zien aankomen of was het plotseling?"
Ik: "Hij was ziek, hij had een hersentumor."
Zij: "O, wat vreselijk, heeft ie erg geleden?"
Ik: "Ja, ik vind van wel."
Zij: "Nou, dan is het maar beter voor hem."

En dan denk ik ineens: Ik heb hier geen zin in, ik stop ermee, dus zeg ik wat kortaf: "Sorry hoor, maar ik wil er eigenlijk hier niet over praten."
Zij: "O ja, natuurlijk, ik begrijp het. Nou, het beste ermee hè."
Ik: "Ja bedankt, daag."

En dan kom ik thuis, ik zei al dat ik een "redelijke" dag had, maar daar is niks meer van over. Vooral dat gezegde "dan is het maar beter voor hem", daar kan ik zo slecht tegen. Het was veel beter voor hem geweest als hij niet ziek was geworden en niet was doodgegaan, nog minstens vijfentwintig jaar met mij samen had kunnen zijn, dát was beter voor hem. Hij wilde helemaal niet dood, dus hoe komt iemand erbij om te zeggen dat het beter voor hem is.

Terwijl ik dit zo schrijf, besef ik heel goed dat het allemaal niet zo bedoeld is, dat weet ik ook wel, maar soms kunnen mensen zo ontactisch iets zeggen, of misschien is het niet ontactisch maar ben ik nog overgevoelig. Trouwens, ik vind de supermarkt niet echt de plaats om over de lijdensweg van mijn man te praten.
Kortom, ik had even de behoefte om dit van me af te schrijven. Misschien dat mijn lotgenoten deze situatie herkennen en ook wel eens zoiets meemaken en daardoor ook helemaal van slag raken. Gelukkig is daar dan de Draaikolk en kan ik het even van me afschrijven. Ik voel me daardoor al weer wat beter.

Bedankt en groetjes van

Leni van Jelgerhuis, vrouw, geboren 21 september 1952; partner Martin (57) overleed op 12 juni 2004 aan een hersentumor; één getrouwde zoon. Interesse: muziek. E-mailadres: lvanjelgerhuis@casema.nl


07-01-2005

Dag Harma,

Ik denk dat ik mij niet aan je hoef voor te stellen, ik ga er van uit dat je via de Draaikolk op de hoogte bent van mijn gegevens. Op jouw vraag of ik met jou de ervaringen - omtrent het grote verlies van onze mannen - wil delen, wil ik ingaan.

Wat mij meteen opviel toen ik in de Draaikolk jouw gegevens las, is dat jouw Oente is overleden één dag na jouw verjaardag. Dat lijkt mij extra zwaar. Ik denk dat 14 september altijd een beladen datum voor je zal blijven. Wat mij vervolgens opviel is dat het zo kort geleden is dat jouw Oente is overleden. Als ik over mezelf spreek dan weet ik dat je nu in een heel moeilijke fase zit en kan ik mij heel goed voorstellen dat je behoefte hebt aan lotgenotencontact.
Waar ik mij de afgelopen periode bewust van ben geworden is dat ieder mens, op zijn eigen wijze, bezig is met: hoe om te gaan met het grote verlies. Van belang daarbij is mijns inziens: was er een lang ziekbed voorafgegaan aan het overlijden; konden jullie samen praten over hetgeen jullie te wachten stond en hoe onvermijdelijk dat was; hebben jullie naar eigen gevoelen afscheid van elkaar kunnen nemen; zo mogelijk samen de begrafenis-/crematieplechtigheid door kunnen nemen; misschien kunnen bespreken hoe het leven er uit zou kunnen zien zonder Oente. Kortom: met wat voor gevoel denk je aan die vreselijk moeilijke periode terug.

Wat mezelf betreft kan ik je zeggen, dat ik heel boos was, alles onrechtvaardig vond, me machteloos voelde, opstandig en heel, heel erg verdrietig was. Naast de vele steun die ik ondervond van kinderen, familie en vrienden ben ik op zoek gegaan naar hulp. Die heb ik gevonden middels gesprekken bij een psychologe en bij een Contactgroep Nabestaanden Kankerpatiënten. Tussentijds heb ik mij aangemeld (net als jij) bij de Draaikolk vanwaar ik in contact ben gekomen met enkele lotgenoten en zelf één en ander flink van mij heb afgeschreven. Ja, en verder heb ik van alles gedaan om maar enigszins bezig te zijn; bijvoorbeeld wandelen met onze hond, plekjes bezoeken waar Henk, de hond en ik altijd wandelden; ik ben gaan schilderen (in huis); gaan tuinieren; gaan schrijven. Bezig zijn, en zonder na te denken, was mijn motto.
Rouwen is werken, keihard werken, energievretend, vanaf de grond af aan iets opbouwen, instorten, opnieuw bouwen tot je een ons weegt. Praat, huil, schreeuw, gooi het eruit. Krop je verdriet niet op. Dat lost niets op.
En waar sukkel je uiteindelijk naar toe? Het tijdsbestek is voor een ieder anders, naar berusting! Genoegen nemen met je lot, ook al went het nooit en blijft het verdriet om het gemis van je grote liefde altijd aanwezig. Jíj voelt het (wat een ander daar - hoe goed bedoeld - ook over zegt).

Maar toch..., en zo ervaar ik het nu, zie je heel langzaam aan, kleine lichtpuntjes. Sta je jezelf toe, in bepaalde mate, te genieten van kleine gebeurtenissen in je leven. Ik benoem van mezelf maar iets: het vanuit de grond opkomen van de sneeuwklokjes, de krokusjes; een lief geschreven e-mail; het plezier wat de hond uitstraalt tijdens onze wandelingen; de warmte waarmee goedwillende mensen je omringen. Ik denk/hoop, dat ook jij daar in de nabije toekomst voor open kunt staan.

Lieve Harma, hierbij wil ik het voorlopig laten. Ik wens je héél véél sterkte bij alles wat in deze zware tijd op je pad komt. Als jij het ook wilt, contacten wij verder per mail.

Hartelijke groeten van

Els Smit-Kramer, vrouw, geboren 10 mei 1942; partner Henk (1939) op 18 maart 2004 overleden aan longkanker met uitzaaiingen; een uit huis wonende zoon en dochter. Woonplaats: Amsterdam. E-mailadres: els.scott@planet.nl


05-01-2005

Weer eens een slapeloze nacht, een nacht waarin woede en verdriet de boventoon voeren.
Waarom voel ik die pijn zo heftig na 16 1/2 jaar?
In juli 1988 is mijn man overleden aan een hartinfarct, hij lag naast me in bed. Geen woorden meer, geen afscheid meer. In een keer mijn leven verwoest. Mijn kinderen, zoon en dochter, acht en zes jaar.

Nu, na al die jaren blijft er die pijn. Normaal kan ik er redelijk mee omgaan, maar nu niet meer. Mijn dochter is twintig weken zwanger, wat me voor haar blij maakt. Maar die pijn binnen in me, niemand die dat kan begrijpen. Ik vervloek mijn man momenteel voor die rotstreek wat hij mij geleverd heeft om me alleen te laten met de kinderen. De kinderen niet zien opgroeien. Het nu niet meemaken dat hij opa zou worden. Dit alles maakt me kwaad en hierover voel ik me schuldig.

Ik reageer totaal verkeerd naar mijn partner toe. Hij probeert begrip op te brengen. Hoe lang houdt hij dit nog vol? Hoe lang houd ik dit nog vol? Ik heb angst voor de toekomst.
Hulp gaan vragen is ook geen optie. "Maar mevrouw, het is al zo lang geleden. U moet het een plaats geven."
Normaal kan ik dat ook, maar nu even niet. Ik ben gewoon de weg kwijt.

Bedankt dat ik mijn ei even kwijt kon.

Groetjes,

Nelly van de Laarschot-Kik, vrouw, geboren 2 augustus 1960; partner Albert (32) overleed op 19 juli 1988 aan een hartinfarct; twee volwassen, uitwonende kinderen. Woonplaats: Schoten (België); interesse: een beetje van alles en nog wat. E-mailadres: nellyvdlaarschot@skynet.be


04-01-2005

Beste allemaal,

Vier dagen na het begin van het nieuwe jaar sterft mijn schoonzusje. Zij, die vorig jaar ontroostbaar was bij het overlijden van Paul, mijn man, is nu zelf gestorven. Ook aan die stomme kanker.

Gisteren was ik nog bij hen. Hun gehandicapte dochter vroeg me weer om het verhaal te vertellen van Paul's dood. Ze wilde zo graag weten hoe het is om dood te gaan. Ik kon alleen maar zeggen dat mama waarschijnlijk gewoon op zou houden met ademhalen, dat is gelukkig ook zo gebeurd.
Voor het eerst sinds Paul's dood weer van zo dichtbij een dode gezien. Iemand die deze aarde al heeft verlaten. Zo wit, zo uitgemergeld. Ik ben er kapot van. Ze was een heel lief schoonzusje. Zelfs in haar ziek zijn zei ze tegen mij: "Ery, je moet wel aan jezelf denken, wordt maar niet zo van streek door mij." Vorige week zei ze nog: "ik heb nooit gedacht dat ik al zo snel naar Paul zou gaan." Het doet zo'n verdriet.

Ik denk de laatste tijd zo vaak over de zin van het leven, ik kom er niet uit. Er gebeuren zoveel nare dingen om mij heen, dat ik het gevoel heb dat ik niet meer heel echt blij kan zijn. Paul is nu een jaar dood en ik voel mij af en toe zo eenzaam. Ondanks mijn drie kinderen. Ik wil zo graag tegen hem zeggen hoe erg ik alles vind, hoe ik hem mis.
Oud en Nieuw begon voor mij zo onwerkelijk. Voor het eerst een jaar voorbij zonder Paul, en nu begin ik aan het tweede jaar. Ik hoop dat de zon weer af en toe door zal breken. Tóch zijn er veel dingen om dankbaar voor te zijn, maar vandaag zie ik dat even niet.

Groetjes,

Ery Geerts-Bolster, vrouw, geboren 6 juli 1957; partner Paul (47) is op 10 december 2003 gestorven aan slokdarmkanker; drie thuiswonende kinderen. Woonplaats: Neede. E-mailadres: P.Geerts2@chello.nl


04-01-2005

Lieve Bert en Monique,

Allereerst wil ik jullie een goed en gelukkig 2005 toewensen. Maar ook alle lotgenoten wens ik een goed jaar en misschien voor velen de kracht en de mogelijkheid om "gewoon weer opnieuw te beginnen".

Ik ben daar vandaag mee begonnen door mij bij de kapper te laten veranderen, waarna ik als een heel andere Marina de zaak uitstapte. Moet er aan wennen, dat als ik thuis kom er niemand is die reageert, dus zoek ik mensen op.
Ook ben ik vandaag met een boodschappenlijstje bij de huisarts geweest en heb ik de stap genomen om de hulp van een psychologe in te schakelen. Ik moet dat gordijntje voor mijn ziel open zien te krijgen. Zonder hulp lukt dat niet.

Zo zie je, dat ik kleine stapjes neem om gewoon weer opnieuw te beginnen. Want je hebt er jezelf mee en je omgeving om te blijven steken in het verdriet om degene waar je heel lang lief en leed mee gedeeld hebt.

Lieve groet,

Marina van der Sluis-van Balen, vrouw, geboren 27 augustus 1941; partner Loek (1942) is op 12 juni 2003 overleden aan een gescheurde aorta; een volwassen, uitwonende zoon; e-mailadres: lrwvandersluis@chello.nl


04-01-2005

Hallo allemaal oftewel lotgenoten,

Ik schrijf nu omdat het nu morgen alweer veertien weken is dat mijn man en mijn vader is overleden aan de gevolgen van die kl***ziekte kanker. Ik weet dat je op je woorden moet letten, maar ik kan dat even niet opbrengen, want je hoort alleen maar kanker en ga zo maar door.

Ik wil alleen even laten weten hoe het met ons gaat. Met Michael, onze zoon, gaat het gewoon door. Ik merk erg weinig aan hem. Hij zal ook heus zijn verdriet wel hebben maar dat deelt hij niet met mij. Ik wil wel, maar hij houdt zich stil. Als ik vraag "wil je erover praten?", dan sluit hij zich af.
Met mij is het soms goed en soms niet goed. De feestdagen zijn voorbij, daar ben ik heel blij om.

Maar voor mij komt het nu pas. Normaal was mijn man thuis in de wintermaanden, maar nu is er niemand meer en moet je alleen de dingen doen, valt vies tegen. Maar je moet door hè, zegt iedereen, maar dat is heel moeilijk.
Ik wou dit toch even kwijt, misschien dat iemand dit verhaal herkent en dat ook meemaakt.

Hartelijke groetjes, Michael en

Lucy van der Zee, vrouw, geboren 22 februari 1957; partner Henk (50) op 22 september 2004 overleden aan niercelkanker met uitzaaiingen naar de longen; een thuiswonende zoon; e-mailadres: l.zee@home.nl


03-01-2005

Ook ik ben oudejaarsavond doorgekomen, met mijn kinderen. Maar het gevoel, het gemis, het lijkt steeds erger te worden. De ogen van de kinderen die je heel de avond in de gaten houden en dan twaalf uur, met zijn vieren elkaar vasthouden en huilen en maar zeggen: "wij missen papa ook zo erg."

Maar ik moet gewoon verder en ik ga er écht aan werken, want hij komt niet meer terug.
Ik ben verhuisd, heb de eerste dagen alleen maar gehuild. De jongens wisten niet wat ze moesten doen hier alleen zonder Bertus.

Maar het is zo, wat Trudy zegt, dat wij gelukkig mogen zijn dat wij onze kinderen hebben. Vreselijk wat er is gebeurd in Azië. Ik heb me opgegeven om te gaan helpen.
En ik hoop dat het geluk voor Loes komt. Ook wil ik iedereen een goed en gezond 2005 toewensen.

Jopie Wouters, vrouw, geboren 3 februari 1938; partner Bertus (1935) overleden 19 februari 2003 aan alvleesklierkanker; drie volwassen zonen; e-mailadres: ewouters@chello.nl


02-01-2005

Op nieuwjaarsdag ben ik naar het strand gegaan, helemaal alleen.Gewoon kijken over de zee en de gedachten de vrije loop laten. Ik ben in de auto gestapt en reed bijna stiekem weg, want ik wilde eigenlijk niemand tegenkomen. Op het strand waren nog niet veel mensen, ouders met hun kinderen, de man die met z'n hond speelde, de jongen en het meisje die aan het schelpen zoeken waren en stellen die hand aan hand liepen.

Terwijl ik over de zee keek, gingen mijn gedachten terug naar het afgelopen jaar, wat er allemaal gebeurd was en hoe snel het eigenlijk was gegaan. De wind was behoorlijk koud en ik had even het gevoel of die sombere gedachten even werden weggeblazen, zo de lucht in naar de zee. Een prettig gevoel was het wel, even die druk op mijn schouders weg, bijna alsof het alleen maar een nare droom was geweest.

Het duurde maar kort dat gevoel, want de zee neemt maar geeft ook weer terug. En vreemd genoeg zou ik die nare gedachten nu nog niet willen missen. Ik voelde mij eenzaam en machteloos.

De beste wensen voor het nieuwe jaar.

Frank Hoogwijk, man, geboren 6 april 1946; partner Marja (55) op 11 november 2004 overleden aan ernstige beschadigingen aan de kleine hersenen en een hersenkneuzing, doordat zij in juni van de trap was gevallen. Ook had zij al 15 jaar de ziekte van Parkinson; een thuiswonende zoon.
Woonplaats: Purmerend (Noord-Holland). E-mailadres:
f.c.hoogwijk@wanadoo.nl


02-01-2005

Bert en Monique,

Inderdaad, "uithuilen en opnieuw beginnen" want oh, wat doet dat pijn om je partner in één keer kwijt te zijn. En nog steeds is het uithuilen en opnieuw beginnen.
Maar als ik dan de beelden uit Azië zie, dan dank ik god dat ik mijn dierbare kinderen, familie, vrienden nog heb en dat we ons verdriet kunnen delen.

Groetjes,

Trudy van Antwerpen, vrouw, geboren 27 augustus 1947; partner Jan plotseling overleden aan een hersenbloeding op 5 juni 2003; twee volwassen zoons; e-mailadres: adsl277011@tiscali.nl


02-01-2005

Beste Bert en Monique,

Allereerst wens ik jullie een gelukkig en voorspoedig 2005!

Ik vroeg me af of er meer mensen kampen met hetzelfde gevoel als ik, als het nieuwe jaar begonnen is. Op Nieuwjaarsdag gaat het nog wel, dan heb ik het druk met familiebezoeken en ik vind het best een leuke dag. Maar altijd op 2 januari slaat de melancholie toe...
Om eerlijk te zijn heb ik dat altijd wel een beetje gehad, ook toen ik nog een zorgeloos leven leidde, samen met Richard. Een jaar dat weer voorbij was en een heel nieuw jaar voor de boeg, wintertijd en vaak ook regen en kou. En de vrije dagen waren meestal ook weer om, na een heerlijke kerstvakantie. Gelukkig was ik weer gauw gewend aan januari en ging het leven zijn gangetje...

Maar het gevoel dat ik nu heb is ook anders. Het jaar is om en er is niets veranderd. Het is wel nieuwjaar maar mijn leven begint niet opnieuw. Het gaat gewoon door en het lijkt wel of het gemis alleen maar groter wordt. Op het kerkhof staan en sterretjes voor Richard branden omdat hij dan ook een beetje nieuwjaar heeft (samen met mijn zoontje) heeft iets heel moois, maar tegelijkertijd ook iets heel verdrietigs. We zijn nog maar met ons tweetjes en ik had het zo graag anders gezien.

Dit jaar zouden we een 'jubileumpje' hebben. Ik heb Richard op 14 januari 1995 leren kennen, tien jaar geleden dus. En nu is hij er al tweeënhalf jaar niet meer. Richard zei na ieder jaar altijd lachend: "het begint al op te schieten", bedoelende dat we dichterbij ons gouden jubileum kwamen. Nu klinken die woorden heel anders, alsof hij wist dat we er maar een paar samen zouden halen...
Toen ik Richard ontmoette, waren zijn ouders bijna dertig jaar getrouwd en vierden ze een feestje. Hij had me ook uitgenodigd, maar ik - een beetje terughoudend uit onzekerheid - vond zo'n familiefeest wat te voorbarig omdat ik zijn ouders nog niet eens ontmoet had. Eind januari zijn mijn schoonouders veertig jaar getrouwd en ben ik er wél bij. Maar nu missen we met z'n allen Richard's aanwezigheid.
Hoeveel er kan veranderen in tien jaar tijd. Van puur geluk, het vinden van je ware liefde tot het diepste verdriet, het weer verliezen. En dat realiseer ik me allemaal op 2 januari, in een jaar dat voor mij een speciale betekenis heeft...

Ik wens iedereen veel sterkte en hoop dat het nieuwe jaar ook veel goeds met zich meebrengt!

Groetjes,

Esther Fraaije-Platier, vrouw, geboren 22 mei 1968; partner Richard (1968) op 7 juni 2002 overleden aan acute leukemie; een thuiswonend zoontje; e-mailadres: e.fraaije@wanadoo.nl


02-01-2005

Beste Monique en Bert,

Bij dezen wil ik jullie een heel goed nieuwjaar toewensen met veel sterkte en liefde. Ik bekijk nu drie kwartalen jullie site regelmatig en heb er veel steun aan. Ook aan de lotgenoten waar ik regelmatig mee mail, en ik heb er een gedicht over geschreven. Als jullie het willen plaatsen, graag.

Zit 's morgens altijd eerst even te kijken
naar mijn post in de pc, waaruit zal blijken
dat ik niet de enigste ben met zorgen
we houden ze niet verborgen

E-mails vliegen op en neer
en we vertellen elkaar steeds weer
hoe we met verlies omgaan en verwerken
we weten steeds elkaar te sterken
komen vaak voor dezelfde problemen te staan
en kunnen het leven nog niet alleen aan

Lotgenoten noemen we elkaar
en staan met een woordje voor elkander klaar
we mailen onze diepste gedachten
ook wel twee op een avond, omdat het niet kon wachten
je kunt je gevoelens kwijt aan elkaar
en niemand vind dit raar

Je kent elkaar niet, hebt ze nooit gezien
dat komt nog wel eens misschien
gelukkig, er is iemand die je begrijpt
en die je aan wilt horen, waaraan je vastgrijpt
wat ben ik blij met mijn lotgenoten
en voel me niet meer gesloten

Lieve Hans, Minke, Balder, Robbie en Henk
jullie zijn een waar geschenk

Veel liefs,

Janny de Vries, vrouw, geboren 24 mei 1949; partner Albert (61) overleden 25 april 2004 aan longkanker; twee volwassen dochters; e-mailadres: jannydevries49@tiscali.nl



01-01-2004

Lieve Monique en Bert,

Graag wil ik jullie de beste wensen sturen voor het nieuwe jaar en ik wil ook graag Bert alle kracht en sterkte toewensen die je nodig hebt om tegen je ziekte te vechten, want vechten zul je moeten, voor jezelf, voor elkaar. En ook een beetje voor ons, je lotgenoten, want terwijl ik zo over jullie site heen wandel, besef ik steeds meer hoeveel deze site voor een heleboel mensen betekent. Gisteren, vandaag, morgen, en ik denk nog jaren lang, zal de Draaikolk in een behoefte voorzien. Dus lieve Bert, je hebt nog een hoop werk te doen.

Heel veel liefs gewenst vanaf deze kant.

Leni van Jelgerhuis, vrouw, geboren 21 september 1952; partner Martin (57) overleed op 12 juni 2004 aan een hersentumor; één getrouwde zoon. Interesse: muziek. E-mailadres: lvanjelgerhuis@casema.nl

(p.s.: ik zal deze week ook een donatie doen, want van lieve groetjes alleen kan de Draaikolk niet draaien)


01-01-2005

Lieve Monique en Bert,

Allereerst wil ik jullie een gezond 2005 toewensen waarin al jullie dromen uitkomen.

Jullie motto voor 2005 "Gewoon weer opnieuw beginnen!?"is mij op het lijf geschreven.
Dit is wat ik 30 december aan familie, vrienden en lotgenoten heb gemaild:
"Ik bruis weer van de levenslust en 2005 moet het jaar worden dat de tweede helft van mijn leven begint. Het zal moeilijk worden om de eerste 52 gelukkige jaren te evenaren, maar ik ga het proberen."

Ik ben dus vol goede moed en zal zeker wel eens een terugslag krijgen, maar ik ben dit jaar bewust alleen begonnen maar hoop het niet alleen te eindigen, ik wil weer leven!

Dat is wat ik voor jullie ook hoop, een lang en gelukkig leven samen.

Liefs van

Loes de Vos, vrouw, geboren 30 september 1952; partner Ton (56 jaar) overleden op 30 oktober 2002 aan uitgezaaide dikke darmkanker; twee volwassen kinderen; e-mailadres: tvos@chello.nl


REACTIES binnengekomen in februari 2005:

24-02-2005

Beste Bert en Monique,

Vandaag wil ik de tijd nemen om jullie uitgebreid te mailen. Ik vind het gewoonlijk niet moeilijk om over mijn gevoelens te praten, maar nu lijkt het wel of alles een chaos is in mijn hoofd. In mijn aanmelding voor de Mailbox heb ik alles summier aangegeven. Nu dus wat uitgebreider.

Ik ben Henny Witt (60). In 2002 werd bij mijn man Gerard darmkanker met uitzaaiingen in de lever ontdekt die niet operabel waren. Later ook uitzaaiingen in de longen. De tijd van de chemo's was erg zwaar. In juli 2004 is Gerard overleden (62).
Door de intensieve tijd van zorg en verzorging zat ik in het begin na het overlijden nog geheel in dat ritme. Ik ben toen van alles gaan uitzoeken en opruimen. Het is allemaal heel onwerkelijk. Hij is er niet meer en toch ook weer wel. Na zo'n lange tijd samen is hij een deel van je, dat nooit meer weg gaat. Daarbij komen dan natuurlijk de dingen die je plotseling allemaal moet regelen en nu dus alleen.

Ik mis Gerard heel erg. Zijn humor, zijn relativeringsvermogen enz. enz. Kortom: ik mis mijn maatje! Ik heb veel steun van mijn geloof, mijn kinderen en kleinkinderen. Maar toch... Dat "maar toch" kun je haast niet onder woorden brengen. Het is fijn om in de Draaikolk de brieven van mensen te lezen die voor mij heel herkenbaar zijn.

Groetjes,

Henny Witt, vrouw, geboren 10 december 1944; partner Gerard (62) overleed op 21 juli 2004 aan darmkanker; drie volwassen, uitwonende kinderen. Woonplaats: Dordrecht; interesse: kunst en cultuur. E-mailadres: hennywitt@xs4all.nl


20-02-2005

Hallo lotgenoten,

Ik heb het deze maand moeilijk. Eerst was het de geboortedag van mijn partner die 22 september is overleden aan niercelkanker, die dag was 14 februari. Hij was van een tweeling, dus heeft zijn broer ook geen behoefte gehad om zijn verjaardag te vieren. Ikzelf vond dat wel jammer, want je moet er toch een keer doorheen, maar het is zijn keuze en daar leg ik mij bij neer.

Maar nu ben ik zelf 22 februari jarig. Ik hou het wel gewoon, maar het is die dag ook precies vijf maanden geleden dat Henk is overleden dus ik vind het een beetje dubbel.
Maar je merkt wel dat alles gewoon weer doorgaat en je móet ook door, dat weet ik wel, maar het is soms verdomd moeilijk hoor.
Ik wil het hierbij maar weer laten en we wachten maar af hoe die dag verloopt.

Ik wens een ieder die in hetzelfde schuitje zit heel veel sterkte toe.

Groetjes, Michael en

Lucy van der Zee, vrouw, geboren 22 februari 1957; partner Henk (50) op 22 september 2004 overleden aan niercelkanker met uitzaaiingen naar de longen; een thuiswonende zoon; e-mailadres: l.zee@home.nl


15-02-2005

Hallo,

Mijn man is op 2 september 2001 overleden aan leukemie na drie jaar ziek te zijn geweest met veel ups en downs.

Een heel moeilijke tijd gehad en ik dacht dat het goed ging, maar dat is dus niet zo. Het gaat ook met ups en downs, zeggen ze, maar als het goed gaat dan denk je daar ook niet aan, want dan kan je je draai wel vinden, maar dan komt er een periode dat het niet goed gaat en dan vlieg je tegen het plafond omhoog. Je bent dan doodmoe en je hebt het idee dat niemand je begrijpt. Je ziet overal tegen op en dat gevecht kost heel veel energie. Je voelt je vreselijk alleen en ik kruip dan helemaal in mijn schulp. Het gevoel dat je overal alleen voor staat en dat is ook zo natuurlijk wat betreft je leven draaiende te houden.

Ik heb twee dochters die zijn uit huis en hebben een gezin, daar heb ik heel veel steun aan, maar toch, als je in een mindere periode zit dan helpt dat ook niet. Het is heel moeilijk en dat wou ik even kwijt.

Mijn naam is Elna Lameris en ik ben 53 jaar oud. Wie heeft dezelfde gevoelens en wil daar met mij over mailen?

Elna Lameris; e-mailadres: e.lameris@hetnet.nl


13-02-2005

Lieve allemaal,

In aansluiting op mijn aanmeldingen voor de rubrieken "de mailbox" en "ik denk aan jou" wil ik me graag even aan jullie voorstellen. Mijn naam is Leni de Jong-De Rijbel en ben woonachtig in Almere.

Onne en ik hadden vorig jaar een nieuw huisje gekocht om daar samen oud in te worden. Hij was trambestuurder bij het Gemeente Vervoerbedrijf te Amsterdam. We vierden Kerst in Frankrijk met onze kinderen en hun vriend/vriendin. En de dag na tweede kerstdag heb ik mijn lieveling s'ochtends in de badkamer gevonden. Hij is overleden aan een hartstilstand. Iedereen kwam meteen in actie maar hij had al te lang gelegen.

Omdat het nog te vers is, kan ik nog niet onder woorden brengen wat er dan door je heen gaat en natuurlijk ook bij de kinderen die er bij waren. Ik denk dat ik later de gebeurtenis, boze droom, beter kan omschrijven.
Het geeft me veel troost wanneer ik af en toe eens een e-mail zou ontvangen. We waren ruim dertig jjaar samen en ik mis hem (mijn maatje) zo vreselijk. De pijn van binnen is ondraaglijk.

Leni de Jong-De Rijbel, vrouw, geboren 24 mei 1951; partner Onne (52) overleed op 27 december 2004 aan een hartstilstand tijdens onze vakantie in Frankrijk; twee volwassen, uitwonende kinderen. Woonplaats: Almere. E-mailadres: onleen@irishglenofimaal.demon.nl


13-02-2005

Hallo allemaal,

Ik las op de site een verhaal van iemand en toen moest ik even reageren. Ook ik ben alleen, heet Jannie en ben 42 jaar, geen kinderen. Ik heb Koos verloren op 7 april 2004. Het is nog geen jaar, maar het lijkt voor mij maar één dag soms.

Ook ik doe van alles, werk in een leuke slagerij al 26 jaar, teken mandala's, heb een kat en veel vrienden en familie. Eerst heb je zoveel aanloop dat je er gek van wordt, dan zakt dat af. Gelukkig, zou ik bijna zeggen, want je rouwverwerking is bijna niet te doen met zoveel mensen. Dan moet je het zelf gaan doen en dat doe ik met twee benen op de grond en gaan. Zelf een kast in elkaar zetten, dat deed Koos altijd want die had twee rechterhanden. Het is gelukt, wel een week spierpijn van het tillen, maar trots dat ik was! Iedereen wilde me helpen hoor, daar gaat het niet om, maar je wilt dat niet want als het niet lukt, kan je ze altijd nog roepen. Zelf alles regelen kost wel moeite, maar ik wil niet afhankelijk zijn want Jannie doet het zelf wel even. Soms is het niet te doen, maar ik loop alle wegen af en dan lukt het wel en ben trots. Iedereen zegt dan wel tegen mij "wat goed van je" en "dat je kookt voor jezelf" en al dat soort dingen, maar het is gewoon overleven, zeker de eerste maanden. Iemand die zoiets nog niet heeft meegemaakt weet dat niet, daar ben ik wel achter en dat kan je ze niet kwalijk nemen. Gelukkig voor ze. Maar ze kunnen stomme dingen tegen je zeggen, even een paar die je in de winkel hoort:
"Ze zijn zo lastig met eten, daar heb jíj geen last van."
"Je bent jong, je vindt wel weer een ander."
"Waarom werk je alweer?"

Ik zou iedereen die lastig is met eten te eten willen geven als ik daar Koos mee terugkrijg.
Jong en een ander? Ik moet er even niet aan denken.
Als je na 1950 geboren bent, krijg je geen uitkering en moet je voor jezelf zorgen.

Als je dit leest, zijn dat er maar een paar, ik kan er een boek over schrijven en er ook gelukkig om lachen later. Ze weten niet beter. Maar ik hoop zo verder te gaan met diepe dalen, maar ook met kleine leuke dingen die je weer gaat zien en waarderen. En dat is goed, want jíj moet door en als ik nog 40 jaar erbij krijg, dan moet ik die toch niet doorkomen achter de geraniums? Nee, er zijn zeker dingen om voor door te gaan, dat had Koos zeker voor mij gewild en dat doe ik ook.

Ik wens iedereen geluk en wijsheid toe.

Groetjes, Jannie Overgaauw; e-mailadres: overg205@planet.nl


12-02-2005

Lieve Bert,

Maar ach, mijn hart stroomt over van verdriet
Dat plekje heeft daardoor geen eigen stekje

Dit gedichtje van jou bracht bij mij een herinnering naar boven.
Twee weken nadat mijn lieve man Dirk was overleden, werd ik uitgenodigd voor een diner. Daar had ik echter geen zin in, het zou een vrolijke gelegenheid zijn en daar was ik nog niet aan toe. Van diegene van wie ik de uitnodiging had gekregen, ontving ik later een brief waarin stond dat het misschien moeilijk voor mij was om te begrijpen, maar alles ging gewoon door en dat "het" ooit een plekje zou krijgen. Er werden ook aardige dingen geschreven, maar deze zin maakte mij een beetje boos. Ik dacht: wat voor plekje?

Bert, ik wil deze gelegenheid nemen om je heel veel sterkte toe te wensen met de operatie straks en dan vertrouwen op goede resultaten. Monique ook heel veel sterkte de komende tijd, maar eerst: genieten jullie van je vakantie op Lanzarote! Straks lees ik daar alles over.

Veel liefs,

Patricia van Vliet, vrouw, geboren 6 augustus 1947; partner Dirk (54) overleden 21 augustus 2003 aan slokdarmkanker; één volwassen dochter; e-mailadres: d-p-vanvliet@hetnet.nl


10-02-2005

Hallo Bert en Monique,

Ik ben deze week benaderd door de organisatie voor donoren. Zij vroegen mij of ik mee wil werken aan een publicatie in een krant om zo meer aandacht te geven aan het donorentekort. Het blijkt dat het toch nog altijd gevoelig blijft om je te registeren.

Ze vonden het heel moeilijk om me te benaderen "omdat het voor mij toch nog wel pijnlijk kan zijn", waarop ik antwoordde: "nee hoor, dit geeft mij juist een goed gevoel, zeker ook omdat mijn man vijf organen heeft afgestaan", en ergens in mijn hart heb ik het gevoel dat hij eigenlijk doorleeft.

Ik voel me nu ook een beetje blij dat ik hieraan mee kan werken en ik ben daar ook een beetje trots op. En zij vonden dit heel moedig.

Met vriendelijke groeten

Trudy van Antwerpen, vrouw, geboren 27 augustus 1947; partner Jan plotseling overleden aan een hersenbloeding op 5 juni 2003; twee volwassen zoons; e-mailadres: adsl277011@tiscali.nl


04-02-2005

Beste Monique en Bert,

Graag wil ik me even voorstellen. Ik ben Harry de Gier, 58 jaar oud. Mijn partner Gré is op 20 december 2004 op 55 jarige leeftijd overleden.

Op 2 augustus 1984 heeft Gré op 34 jarige leeftijd aan een ongeval thuis een dwarslaesie overgehouden met voor het hele gezin, maar natuurlijk vooral voor haarzelf, verstrekkende gevolgen. Twintig jaar lang hebben we nadien geknokt voor een acceptabel niveau van de kwaliteit van Gré's leven.
Vanaf het moment van het ongeluk is er een permanente aaneenschakeling van ziekenhuisopnamen gekomen, veelal gericht op de pijnbestrijding. De kwaliteit van leven is geleidelijk achteruit gegaan, maar ze heeft toch heel gelukkige perioden gekend. Uiteindelijk hebben we de strijd verloren en is ze toch nog veel te vroeg van ons heengegaan. Haar geest bleef sterk, maar het lichaam was uitgeput. De pijn en pijnbestrijding verbruikte zoveel van haar energie, dat ze op het laatst nog maar 37 kg woog. Ik mis haar ontzettend, maar ik sterk me met de gedachte dat Gré nu geen pijn meer heeft.

Medio 2003 ben ik vanwege de verslechterende conditie van Gré gestopt met werken onder het motto: nu kunnen we samen nog wat ondernemen, straks misschien niet meer. Het heeft helaas maar erg kort mogen duren.
Eigenlijk realiseer ik me nu pas dat ik naast echtgenoot ook mantelzorger ben geweest, en in welke mate dat mijn leven beheerste. Er gaat voor mij veel veranderen. Ik moet op zoek naar een nieuw evenwicht in mijn bestaan. Van mijn twee zoons en lieve schoondochters ontvang ik veel steun, en ik kan genieten van mijn twee kleindochters. Maar ik besef dat een nieuw evenwicht toch vooral vanuit mijzelf zal moeten komen.

Voorlopig overheerst echter nog het verdriet om het verlies van mijn Gré. Ik denk dat kontakten met lotgenoten voor mij heel waardevol kunnen zijn. En mogelijk kan ik met mijn levenservaring ook iets bijdragen aan het verwerkingsproces van een ander.

Met vriendelijke groeten,

Harry de Gier, man, geboren 13 juli 1946; partner Gré (55) overleed op 20 december 2004 aan algehele uitputting door twintig jaar pijnbestrijding na een dwarslaesie (1984); twee volwassen, uitwonende kinderen; woonplaats: Westland. E-mailadres: hjdegier@caiw.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren