Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Binnengekomen reacties van lotgenoten (12)
in september en oktober 2004


REACTIES binnengekomen in september 2004:

23-09-2004

Woensdag 22 september.
Natuurlijk denk ik er aan: 33 jaar geleden was mijn trouwdag. Hoe kunnen mensen denken dat je daar niet aan denkt. Stom gewoon.

Vanmorgen zat ik gewoon lekker in m'n vel, zoals ze dat zeggen. Had me aangekleed om te gaan tennissen. Jammer, ging niet door omdat het ging regenen.
Ik zette de tv uit, had even het 8 uur journaal gekeken, daarna de radio aan. Toeval? Nee, dat bestaat niet (8 jaar geleden op 27 september 1996 overleed mijn man; 22 september 1996 waren wij 25 jaar getrouwd). Mijn jongste zoon heeft na 27 september een plaatje helemaal "grijs gedraaid": "I will be missing you".

Vanmorgen zette ik dus de radio aan en …"I will be missing you" werd gedraaid. Dit trof mij zeer. Toeval? Ik kreeg kippenvel, ontzettend. Heb dit nog niet zo erg ervaren. Toeval?
Toch ervaar ik dit als een bezoekje van mijn man. Even aan elkaar denken, misschien aanwezig? Wie weet.

Vanavond heb ik dit aan mijn tweede man verteld. Toch doet dit zeer.
Hij is daar zeer begripvol in en heeft een luisterend oor, maar toch, snap je?

Trudy Linkerhof-Kerstens, vrouw, geboren 16 augustus 1951; partner (50) overleden op 27 september 1996 door een auto-ongeluk; twee volwassen zoons; sinds 1998 nieuwe relatie met weduwnaar van dezelfde leeftijd met ook twee zoons; e-mailadres: trudy.narcis@hccnet.nl


22-09-2004

Hallo Fam. Vos, Welkom Thuis.

Na erg lang getwijfeld te hebben, ga ik er nu maar voor. Ook ik ben een lotgenoot en heb via-via vorig jaar jullie site ontdekt. Het is allemaal erg herkenbaar en het doet me goed om af en toe de verhalen eens te lezen.

Ik zal me eerst eens even voorstellen. Mijn naam is Rina en ben nu 40 jaar. Ik was getrouwd met Klaas en heb twee kinderen, een zoon van nu 11 jaar en een dochter van nu 8 jaar. Op 30 december 2002 is Klaas plotseling overleden tijdens zijn slaap aan een hartstilstand. Hij had wel al jaren last van hartritmestoornissen, maar dat was goed onder controle. De laatste maanden voor zijn overlijden was hij wel onder behandeling bij de cardioloog daar hij wat vage klachten had. Het was alleen niet verontrustend, volgens de cardioloog. Wel zou er verder onderzoek verricht gaan worden, maar zover is het niet gekomen.
Inmiddels zijn wij nu geruime tijd verder en hebben we ons leven "weer op de rit", voor zover mogelijk. Mijn doel is nu wel, voornamelijk, om te zorgen dat de kinderen gelukkig worden en daar doe ik alles voor. Ik werk nu 1 dag in de week en 1 weekend in de maand in een verpleeghuis en dat doet me goed. Het kontakt met collega's is toch wel erg belangrijk. Verder heb ik erg veel steun van familie en een aantal vrienden, dus ik heb niet te klagen wat dat betreft.

Zo, nu weten jullie wie ik ben. Jullie doen goed werk en ik zal dan ook een vrijwillige donatie aan jullie overmaken. Zouden jullie mij ook in de mailbox willen plaatsen, onder de rubriek "Hart - en vaatziekten"?

Groetjes,

Rina Faber, vrouw, geboren 10 mei 1964; partner Klaas (47) is 30 december 2002 plotseling overleden na een hartstilstand; twee thuiswonende kinderen; e-mailadres: rina_faber@msn.com



16-09-2004

Dag Bert en Monique,

Bij het opruimen van een kast vond ik een doos met allerlei papieren, daar zat ook een "gedicht" tussen dat ik maakte een dag voor het overlijden van onze zoon. De reden waarom ik het nu graag wil plaatsen is uit dankbaarheid aan Daniel en aan mijn overleden vrouw.

Vakantie augustus 1988

Samen in de auto, net zoals vele andere vaders, moeders en kinderen: vrolijk kibbelen, maar toch genieten van het uitstapje en de prachtige zomerzon die weer voor een ouderwetse zomerdag zorgt.
Met weemoed rijden wij er achter, maar onze gedachten zijn niet bij een uitstapje. We zijn op weg naar onze jongste zoon. 13 Jaar geleden brachten we hem naar het bouwhuis (een leefgemeenschap voor gehandicapten) in Enschede, waar hij liefdevol is opgevangen en verzorgd.
Vaak hebben we deze weg gereden, steeds met andere gevoelens. Ging het goed met Daniel dan keerden we tevreden terug. Ging het niet zo goed met hem, dan was de stemming heel anders in de auto. Ieder was dan op z'n eigen manier in gedachten met hem bezig.
Maar vandaag, op deze mooie zomerdag, is het een beetje herfst in onze harten. Zoals de bomen hun bladeren langzaam verliezen en af lijken te sterven om zich te weren tegen vorst en storm, zo zien we nu Daniel langzaam z'n levenskracht verliezen: blaadje voor blaadje valt van hem af en berustend ondergaat hij de weg die voor hem is uitgestippeld. De winter nadert voor hem met rasse schreden.
Verslagen staan wij bij zijn bedje, langzaam en teder z'n handjes strelend en zachtjes tegen hem pratend, maar het lijkt wel of hij ons niet meer hoort. De komende vorst en stormen zal hij niet meer meemaken. Het eens zo krachtige en jonge boompje dat tegen de wildste stormen kon, lijkt nu door een briesje te worden geveld. Maar ook voor hem zal het weer lente worden en uitlopen als in het voorjaar de bomen, want heeft de Heer niet zelf gezegd: "Laat alle kinderen tot mij komen".

Ook voor Betsy had ik iets op papier willen zetten, maar dat lukt me nu niet. Kan mijn hoofd er nog niet zo goed bijhouden. Ik heb nog steeds het gevoel dat ze me niet kan missen, want toen we hoorden in juni 2002 dat ze niet meer beter kon worden heb ik haar, nadat de thuiszorg was geregeld, naar huis gehaald en haar verzorgd, zodat ze in haar eigen omgeving kon sterven. Ik mocht haar nog tot 11 april 2003 dag en nacht bijstaan. Daarom is het zo moeilijk om zonder haar verder te moeten. Betsy overleed op 11 april 2003 aan een longziekte. Ze is 65 jaar geworden.

Een groet van Hennie Blokhuis; e-mailadres: hblokhuis@home.nl


13-09-2004

Ik zal me eerst even voorstellen: ik ben Monique Warmels en 31 jaar en moeder van Jeffrey 13 jaar, Chantal 11 jaar en Joan 2 jaar. Mijn vriend, noem hem eigenlijk liever mijn man omdat we zouden trouwen, is nu 2 jaar en 5 maanden geleden overleden.

Na een aantal jaren alleen gezorgd te hebben voor mijn twee oudsten, leerde ik Johan kennen. Ik woonde in Apeldoorn en hij woonde in Kollum. De keuze was voor mij snel gemaakt om te verhuizen, dus zo doende ben ik met de kinderen in april 2000 verhuisd naar Kollum, een hele onderneming maar we gingen er voor. De kinderen waren snel gewend en op school hadden ze al gauw vriendjes en vriendinnetjes. Met ons samen ging het ook prima. Je moet elkaar leren kennen en, zoals dat gaat, met vallen en opstaan. Hij werkte als koerier, dus was de hele nacht op pad. Wel eens vervelend als je 's avonds niemand hebt om effe mee voor de buis te hangen, maar dat went ook snel. Johan was in ieder geval thuis als de kinderen uit school waren en in de weekenden gingen we vaak de hort op, even naar pake en beppe waar mijn kinderen ook totaal werden geaccepteerd, gelukkig.
We hadden samen veel lol en wilden ook echt opnieuw beginnen samen. Samen besloten we dat een kindje van ons beiden ons geluk compleet maakte en ook een trouwerij zou erg mooi zijn. Ik voelde me een prinses, had zoveel meegemaakt en nu… een man die me begreep en van me houd en van mijn kinderen. Ik werd vrij snel zwanger, voelde het toen ik een dag over tijd was, deed een test bij de dokter. Samen wachtten we onder het genot van een bakkie koffie op het verlossende telefoontje...de telefoon ging...ik nam hem aan en de assistente zei: "je bent zwanger!"
Ik juichte en begon onwijs te lachen, zelfs zo erg dat Johan de telefoon over moest nemen. Wat waren we gelukkig.

Alles ging goed, tot op een dag in april, 21 april 2002. Het is zaterdag, heerlijk uitgeslapen en Jeffrey en Chantal waren rustig tv aan het kijken totdat ze het genoeg vonden en ons uit bed kwamen trommelen. Twee van die kornuiten in bed wordt toch wat vol en ik besloot om er snel uit te kruipen en zo was Johan het slachtoffer van de plagerijtjes, maar ook zelf kregen ze de volle laag. Dat heeft zo een paar minuutjes geduurd en toen in optocht naar beneden. Chantal besloot op deze dag naar haar verzorgpony te gaan en omdat ik paarden ook erg leuk vind besloot ik haar te helpen. De mannen bleven thuis en zouden zich wel vermaken. Johan bracht ons weg, maar omdat ik op dat moment zes maanden ver was met de zwangerschap en al een lekker buikje kreeg zou ik bellen als ik naar huis wilde. Zo gezegd, zo gedaan. Om 3 uur hield ik het voor gezien, belde Johan en hij kwam me halen. Thuis gekomen hadden de mannen vrienden uitgenodigd, dus het was dolle pret. We zijn samen maar even boodschappen gaan doen en daarna ben ik even gaan liggen, die buik zat me danig in de weg. 's Avonds heerlijk patat wezen eten en dollen met de kinderen. De mannen wilde eigenlijk nog even weg naar een optreden van de "Voederbietels". Mij zei het niks, maar goed, Johan twijfelde, maar omdat hij het nodig had heb ik hem gezegd: "ga er lekker heen". Johan beloofde om niet te laat thuis te zijn. Dat niet te laat is dan zo ongeveer om 01.00 uur. Ik vond het best.
Hij ging met zijn groene Amstel-petje in de auto en nog even naar voren rijden en dan weer naar achteren onder veel gelach en gebrul van de kinderen. Hij stuurde de hoek om, zwaaide een handkus... Dat dit het laatste was wat ik ooit nog zou zien, realiseerde ik me toen nog niet, anders had ik hem zeker terug geroepen…
Die nacht kon ik de slaap niet vatten en ging naar beneden. Om 24.00 uur heb ik hem een sms gestuurd, geen reactie terug, heel vreemd... Ik liep wat heen en weer met een onbehaaglijk gevoel. Om 04.00 uur ging de deurbel en stonden er twee politieagenten aan mijn deur. Ze kwamen binnen en legden zijn portemonnee op de tafel, maar ik had niks door. Daarop haalde een van hen mijn visitekaartje uit zijn zak en zei: "is deze van jou?" "Ja", was mijn antwoord en daarop volgende de woorden die mijn leven zo veranderd hebben: "je vriend is bij een ongeval om het leven gekomen. In de mist is hij tegen een brug aangereden en heeft het niet gered..." Gegild heb ik en met mijn hoofd tegen de muur gebonkt. Hoe kon dit nou! We zouden trouwen, ik ben zwanger. Het kan niet!

De politie heeft voor mij de familie gebeld. Mijn moeder heb ik zelf gebeld. De familie kwam en ik moest mee naar Johan om te kijken of hij het was. Dat moment, dat ene moment om dat laken naar onder te schuiven en te kijken... Ja, dat was mijn Johan. Ik stortte boven op hem, tranen, hoe kan dit! Het leek een slechte droom waar je snel uit wil ontwaken. Ik heb daar een tijd gezeten, huilend, roepend: "waarom, waarom? Dit kan niet, wordt wakker!"
Terug naar huis realiseerde ik me dat ik echt niks, maar dan ook niks kon zien, zo mistig was het buiten... De politie was er nog een poosje en ook Johan's neef kwam binnen, een van de vrienden die hem het laatste hebben gezien en gesproken. Ik werd kwaad op hem, heb lopen schelden, de pijn moest eruit. Hij kon er ook niks aan doen. En nu resteerde een van de dingen die me zo moeilijk waren: hoe vertel ik het mijn kinderen? Ik heb op dat moment mijn kinderen nooit zo eenzaam en verdrietig gezien. Zo hartverscheurend dat je eigen kinderen moet zeggen dat hun maatje overleden is en o zo moeilijk, want echt troosten kon ik ook niet want ik bevatte het zelf nog maar amper.
Johan kwam thuis en dat heeft ons goed gedaan. Dit is zijn plek, hier hoort hij ook. Na de crematie is Johan ook thuis gekomen in de urn. Zijn allerlaatste spulletjes liggen thuis op de plank boven de open haard en ook foto`s en de urn staan daar. Er hangen door het hele huis veel foto`s.

Ik was dus ook nog zwanger en met de 36e week is Joan gehaald. Het zou sowieso een keizersnede worden, maar ik kon het niet meer. Het verdriet speelde me parten. Die hele gang alleen is bijzonder zwaar geweest. Er is gelukkig een wolk van een dochter geboren, gelukkig geheel gezond en een lief meisje en oh wat lijkt ze op haar vader… Nee, dat verzacht echt helemaal niks, echt niet. Ze is nu twee jaar en ook wij zijn twee jaar verder, maar iedere dag praat ik tegen de foto en de urn en iedere dag is het verdriet voelbaar.
Ik ben veranderd, van een drukke, lachende en energieke vrouw in een rustige en minder lachende vrouw. Oké, ik geniet wel, maar anders. Zo onstuimig als ik vroeger was, ben ik niet meer. Mijn maatje, mijn alles is weg en dat doet enorm veel pijn. Iedere dag weer verdriet verandert, maar het missen wordt iedere dag groter.

Monique Warmels; e-mailadres:
warmelsmonique@msn.com


11-09-2004

Lieve Bert en Monique,

Graag wil ik nog even reageren op de reacties op mijn schrijven van 6 september jl. over het "vieren" van mijn verjaardag.

Ten eerste wordt Loek beslist niet doodgezwegen. Maar iedereen merkte die dag aan mij dat de tranen heel hoog zaten en ik wilde beslist niet huilen. Dat heb ik wel gedaan "in mijn eigen tijd". Het was precies veertig jaar geleden dat Loek mijn verjaardag meevierde.

Lieve groeten,

Marina van der Sluis-van Balen, vrouw, geboren 27 augustus 1941; partner Loek (1942) is op 12 juni 2003 overleden aan een gescheurde aorta; een volwassen, uitwonende zoon; e-mailadres: lrwvandersluis@chello.nl



09-09-2004

l.s.

Hij overleed onverwacht, anderhalve dag nadat hij in het ziekenhuis werd opgenomen voor iets wat onbelangrijk leek. Het was een vreemde dag, die dag van zijn opname. Het was 17 april en het was nog koud buiten. Hij leek moe, maar was - als altijd - niet te remmen. Hij had die middag samen met onze beide zoons en een stel vrienden aan de boot gewerkt. Hij was blij, gelukkig met hun aanwezigheid, hun hulp. We dronken warme chocolademelk met slagroom en een puntje appeltaart toen het gebeurde. Hij stond op en liep naar het raam. Het zonlicht dat door het raam naar binnen viel, leek hem doorzichtig te maken en mijn hart stond stil… Een angstig voorgevoel maakte zich van mij meester.
Diezelfde avond is hij met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Anderhalve dag later stierf hij in mijn armen. Toen ik het ziekenhuis verliet om onze zonen, familie en vrienden te gaan informeren, straalde de zon en het was zelfs al wat warm. Lichtgroene bladeren ruizelden aan de bomen en ik voelde me als in een droom. Een van beide gebeurtenissen moest onwaar zijn. Hij kon niet dood zijn terwijl de lente begon. Hij kon sowieso niet dood zijn, want er was nog zoveel, nog zoveel te doen, te beleven, onze zonen volwassen zien worden. Mijn geest wist het, mijn hart zou het nooit gaan geloven.

Op de automatische piloot regelden we de crematie. Als door een magneet aangetrokken wist ik de eerste keer het rouwcentrum te vinden waar hij lag opgebaard. Zo vreemd, zo stil, in een omgeving die hem zo wezensvreemd was, lag hij daar. Zijn ogen gesloten. Zijn gezicht, zijn lijf, zijn handen... Hij was mij zo oneindig lief! Zo koud en zo stil!
Ik heb met hem gepraat, foto's in de zak van zijn kostuum gestopt en een briefje: "als ik bij je kom, dan wil ik je armen weer om mij heen voelen". Ik heb zijn stropdas recht getrokken, hij was daar altijd heel zorgvuldig in. Ik heb naar hem gekeken, heb hem gestreeld, donkerrode rozen bij hem neergelegd. Hij deed z'n ogen niet meer open, hoewel het leek alsof hij dat ieder moment kon doen. Ik voelde mij buitengesloten.

Wij kenden elkaar al heel lang, hebben veel beleefd. Ook als hij niet bij mij was, voelde ik zijn schouder, zijn bestaan naast me. Een blik, een handgebaar, een aanraking was voldoende om te weten. En nu was hij voor altijd weg. Mijn geest wist het, maar mijn hart...

De crematieplechtigheid was mooi. Het was een zonnige dag. Er waren veel mensen, veel bloemen, veel herinneringen, veel beloften. Hij rust op een plekje naast het graf van zijn ouders en grootouders, zoals hij dat graag wilde. Een witte marmeren steen, fraai bewerkt en in de stijl van het graf van zijn familie, ligt op het keldertje. De stilte wordt er verstoord door de wind, het gekwetter van vogels, klokgelui en het geruis van auto's in de verte. In het voorjaar is het er bezaaid met sneeuwklokjes, in de zomer met allerlei bloemen en in het najaar met bladeren en dennenappels.
Ik hoop dat hij veilig is. Ik hoop, sinds zijn dood, dat er "iets" is, waardoor hij ons kan zien. Waardoor hij kan zien dat het onze zonen goed gaat. Zijn zonen, die iedere dag een beetje meer op hem gaan lijken. Langzaamaan wordt in onze jongste de vader weer zichtbaar, uiterlijk en innerlijk. Hij was jong toen hij zijn vader verloor, 12 jaar! Hij is, net als zijn vader, sterk van geest en zachtmoedig. Onze oudste zoon zal in zijn voetsporen treden, zal zijn eigen plaats innemen in de maatschappij, zoals zijn vader dat deed en met overtuiging.

Het is stil geworden om ons heen. De vrienden zijn weggebleven, de beloften niet nagekomen. De deurbel rinkelt niet meer. Nog steeds dek ik soms voor vier, kook ik wat hij lekker vond en nog steeds denk ik: "straks even aan hem vertellen". Nog steeds hoor ik zijn geluiden in huis, word ik 's morgens wakker en reik naar zijn plekje naast mij... En mijn hart? Mijn hart kan het nog steeds niet geloven!

Joke F. van Leeuwen-Mantel, Westzaan; e-mailadres:
jfvanleeuwen_95@hotmail.com


09-09-2004

Hallo allemaal,

Ook ik wil graag reageren op hetgeen Marina van der Sluis schreef.
Afgelopen zaterdag was het de eerste geboortedag van Marco zonder hem. Heel graag wilde ik hem wel herdenken met familie en vrienden. Met een aantal vrienden heb ik besloten die dag de jaarlijkse buurtbarbecue te houden, die anders altijd werd georganiseerd door Marco. In de loop van de ochtend kwamen mensen al spontaan aan de deur, die bloemen brachten of met iets anders. Veel mensen dachten aan mij, ook met kaartjes. Het verschil met de barbecue was, dat er dit jaar ook vrienden en familie van mij aanwezig waren, en niet alleen buren. Vóór de barbecue ben ik lopend met een twintigtal mensen naar het graf geweest, heel indrukwekkend. Compleet met buggy's en fietsende kinderen. Bij het graf letterlijk even stilstaan bij Marco.

Eenmaal terug de barbecue. Een paar kinderen noemden het "het feestje van Marco". Voor mij was het geen feestje, maar het was een hele fijne avond waarin Marco voortdurend werd genoemd en herinneringen werden opgehaald. Er is gelachen en gehuild die avond. Mijn kinderen (bijna 3 en 8 jaar) hadden een tekening gemaakt en een gedicht uitgezocht. Hier hebben we een geplastificeerd kaartje van gemaakt en aan iedereen gegeven om iedereen te bedanken, maar ook om Marco niet te vergeten. Het gedicht ging als volgt:

Plotsklaps weg, het liefste wat ik heb bezeten
Hoe zou ik dat ooit kunnen vergeten
Weg, het toekomstbeeld van mijn bestaan
Ik kwam er alleen voor te staan

Zonder Marco, dus alleen
Maar met hele lieve mensen om me heen
Die me veel liefde geven
Dat geeft kracht om verder te leven

Noem zijn naam en laat me weten
dat jij hem ook niet bent vergeten
Dat geeft kracht om verder te leven
En kan ik jou weer een beetje liefde geven


Het helpt mij als zijn naam genoemd wordt en ik wil hierbij aansluiten bij de woorden van Bram Vermeulen:

Je bent pas dood
als de mensen je zijn vergeten

Rouwen is heel hard werken en doet iedereen op zijn eigen manier. Ik wens ieder daarbij veel wijsheid en kracht.

Wina Bakema; e-mailadres:
wim.174@hetnet.nl


08-09-2004

Mijn manier

Hier moet ik op reageren; op de bijdrage van Marina van der Sluis. Want hieruit blijkt wel weer dat het rouwproces zo persoonlijk is. Dat iedereen dat op zijn eigen manier doet en in zijn eigen tempo. En zoals, Marina van der Sluis zelf zegt, iets is wat je zelf moet doen en je het niet kan "leren".

Voor mij is het namelijk onbegrijpelijk dat op een verjaardag of familiedag de naam van de overledene niet genoemd wordt. Het lijkt mij juist verschrikkelijk, afschuwelijk, als Hans zijn naam bij dergelijke gelegenheden angstvallig vermeden zou worden. Juist het noemen van zijn naam, het samen praten over Hans, het ophalen van herinneringen aan hem geeft je kracht, omdat je daarmee weer weet dat niemand hem zal vergeten. Ik begrijp ook absoluut niet waarvoor Marina van der Sluis bang is, waarom zij het prettiger vindt dat dit dus niet gebeurt. Voor een tranendal, die het "feest" in het water zal doen vallen? De familiedag wordt toch georganiseerd door een gezin dat 15 maanden geleden een immens verlies heeft meegemaakt? De familiedag vindt toch plaats in het huis van die familie en waar, neem ik aan, de overledene gewoond heeft? Dan is het toch niet erg als er gehuild wordt? Samen huilen kan juist zo bevrijdend werken.
Oei, nou klink ik als een therapeut en niet meer als een lotgenote, geloof ik. Maar voor mij is dat nou eenmaal zo, net als praten, praten, praten, praten over degene die overleden is.

Zelf kon (en kan) ik me juist kwaad maken over mensen die, vooral toen Hans net overleden was, helemaal niets tegen je zeiden. Aan de ene kant werd het af en toe wel erg veel (en komen dan inderdaad de tranen), maar ik heb het altijd vervelender gevonden (en vind dat nog steeds) als je door mensen wordt genegeerd. Nu ga ik daar al anders mee om dan in het begin en maak ik me minder druk om dergelijke ontwijkende reacties. Iedereen is nou eenmaal anders en de meeste mensen zijn bang om emoties op te roepen, of om die aan te gaan, en zeggen dus maar niets. Dat is dan maar zo en ik vind het vervelender voor die mensen dan voor mezelf.

Ik weet inmiddels ook dat ik het prettig vind om contact te hebben met lotgenoten, maar niet alleen maar omdat dat toevallig lotgenoten zijn. De lotgenoten waarmee ik nu intensief contact heb zijn drie mensen waarvan ik het gevoel heb dat ik daar ook zonder die gruwelijke, gemeenschappelijke bindende factor, ook heel goed een vriendschap mee zou kunnen hebben. Ik voel zelf ook helemaal geen behoefte om in het kader van "Samen Actief" allerlei huis-, tuin- en gezelligheidsactiviteiten te ondernemen met lotgenoten. Hoewel ik me juist ook weer heel goed kan voorstellen dat dit voor anderen een prettige, veilige, opstap kan zijn naar de "normale" wereld, een prima mogelijkheid om daarin weer te gaan meedraaien.
Ik merk wel dat ik behoefte heb aan het opbouwen van nieuwe contacten, naast mijn oude, bestaande vriendenkring, en dat lukt me al aardig. Vooral is het voor mij belangrijk dat ik mensen heb leren kennen die ook alleen zijn (met of zonder kinderen), maar voor mij hoeven dat niet persé lotgenoten te zijn. Want in je bestaande vriendenkring zitten toch voornamelijk stellen. Die staan altijd voor je klaar, maar het blijft ook altijd confronterend. Daar heb je niet altijd zin in. Met "nieuwe" mensen praten over Hans en alles wat er gebeurd is (zijn ziekte) heeft een heel andere dimensie dan met diegenen die hem wel gekend hebben. Het praten met mensen die hem niet persoonlijk hebben gekend is/voelt misschien wel makkelijker omdat het minder emotioneler is? Natuurlijk zegt iemand wel eens iets doms. Bijvoorbeeld dat je het verleden moet laten voor wat het is en een nieuwe weg moet inslaan (zie de kennis in de bijdrage van Marina van der Sluis). Daar kan ik alleen maar hard om lachen. Net of die wegen niet altijd parallel zullen blijven lopen aan elkaar. Maar ik vind het prettiger dat er iets doms tegen je gezegd wordt, dan dat het letterlijk doodgezwegen wordt. En je weet dat het toch goed bedoeld is?

Genoeg geschreven voor dit moment. Dit is mijn manier. Het is er maar één.

Het volgende gedicht gaat ook over dat het juist zo fijn is als de naam van de overledene wordt genoemd. Het is een bekend gedicht en vast al vaker ingezonden, maar ik neem het toch nog maar een keer over.

Ik denk niet soms aan je

Ik denk niet soms aan je.
Ik denk elke dag aan je.
Ik mis je niet minder, maar meer.
Je bent er steeds langer niet.
Ik denk aan je bij de dingen die ik doe... onverwacht.
Ik denk aan je als ik je mis.
Ik denk aan je als de zon schijnt.
Ik denk aan je als ik even met je wil praten.
Ik denk aan je als iemand zegt: Alles goed?
Natuurlijk alles goed, maar dan wel zonder jou.
Mijn dag is beter als jouw naam wordt genoemd.
Als ik merk: je wordt niet vergeten.

(bron onbekend)

Liesbet Grimberg-Wouterse, vrouw, geboren 15 juli 1968; partner Hans op 20 februari 2004 overleden ten gevolge van inwendige bloeding als mogelijke bijwerking van hartziektemedicijnen; twee jonge, thuiswonende kinderen; woonplaats Nuenen, interesse: (proberen) positief te leven; e-mailadres: l.grimberg@tiscali.nl


06-09-2004

Verjaardag "vieren"

Het is alweer bijna vijftien maanden geleden dat onze lieverd, mijn man en de vader van onze volwassen zoon, plotseling uit ons leven ging. De eerste weken leefden wij op de " automatische piloot". De verjaardag van mij, en acht dagen later die van mijn zoon, hebben wij heel rustig "gevierd" met een etentje op een terras bij de haven van een aardig havenplaatsje, twee maanden na zijn overlijden.

Nu, een jaar later, hebben wij gezamenlijk hier thuis een familiedag gehouden. Ik wilde het perse geen verjaardag noemen. Alle broers en zussen en kennissen kwamen en het was ouderwets druk. Zowel binnen als buiten in de tuin was het heel gewoon gezellig. Wij hebben veel over onze jeugd gepraat en over onze oude buurt. Zoals: "weet jij nog wie naast die en die woonde?" en "hoe heette ook alweer die bakker in die straat?"
Ondertussen werd ik steeds uit de keuken geweerd door mijn zoon en een neef die, zoals Loek het al die jaren deed, alle honneurs voor hun rekening namen. Het ging allemaal goed totdat een schoonzusje mij een knuffel en een compliment gaf omdat het zo'n fijne avond was geweest en hoe ik mij nu voelde. Toen kwamen even de tranen en verontschuldigde zij zich door te zeggen dat dit een domme opmerking was.

Ik heb dat later aan een groepje mensen verteld en kreeg een aantal reacties. Iemand zei dat het jammer was dat er niet over mijn man gesproken werd en ik reageerde, dat er juist aan hem gedacht werd en dat wij hem allemaal misten, maar dat, als er op die avond iets gezegd zou worden, het voor niemand van ons iets positiefs zou hebben. Het zou een tranendal geworden zijn.
Een ander reageerde weer anders en gaf mij de raad om het verleden te laten voor wat het is en een nieuwe weg in te slaan. Ik heb toen gereageerd, dat ik al blij was dat ik mij staande kan houden en mezelf doelen kan stellen, maar dat ik zeker nog geen nieuwe weg kan bewandelen.

Ik ben benieuwd wat lotgenoten hierop te zeggen hebben. Je moet het uiteindelijk zelf doen, maar het is allemaal zo "nieuw". Deze situatie heb je nooit kunnen leren en ik hoop dat er reacties komen die mij kunnen sterken.

Lieve groet,

Marina van der Sluis-van Balen, vrouw, geboren 27 augustus 1941; partner Loek (1942) is op 12 juni 2003 overleden aan een gescheurde aorta; een volwassen, uitwonende zoon; e-mailadres: lrwvandersluis@chello.nl


03-09-2004

Al is het nog zo donker, het wordt altijd weer licht

Beste allemaal,

Door toeval kwam ik op jullie site terecht. Het heeft erg veel indruk op me gemaakt.
Ook ik heb een periode van rouw achter de rug. Op 5 mei 2000 overleed mijn man aan een hartstilstand. Zomaar van de een op de andere minuut weg.

Je leeft de eerste tijd op een automatische piloot. Beetje bij beetje kom je weer in de bewoonde wereld terecht. Nu, na ruim 4 jaar, kan ik zeggen dat het een plaats in mijn leven heeft gekregen. Ik had het geluk dat ik een geweldige begrafenisonderneemster had. Zij liet mij alles zelf regelen (zover ik dat aankon). Dit is erg goed geweest voor de verwerking.
Mijn man en ik waren pas vijf maanden getrouwd. We kenden elkaar pas negentien maanden. Maar het gaat niet om de kwantiteit, maar de kwaliteit.

Nu, ruim 4 jaar later, heb ik een nieuwe relatie met een schat van een man. Ik ben weer erg gelukkig!
Mijn man mocht maar 43 jaar worden. In het begin voelde ik me schuldig, dat ik gewoon verder mocht leven. Het is voor velen die nog intens verdriet hebben een schrale troost, maar ik weet uit ervaring: "al is het nog zo donker, het wordt altijd weer licht."

Vriendelijke groeten,

Ivonne Heijlen, Sittard; e-mailadres: wilvannunen@home.nl


03-09-2004

Verwarrend bestaan

Hoi!

Dit is de derde keer dat ik schrijf. Lucht op gelukkig, dat is mijn ervaring. Ook in de hoop een ander te helpen en om het van me af te schrijven.
Nu, bijna tien maanden geleden, is mijn vrouw overleden. Ze was net 30. Na al die maanden is het net of het gisteren was. Eerst was het verder weg, maar nu 11 november nadert, denk je veel, soms te veel. Ik weet dat dit erbij hoort, hebben ze me gezegd, maar hoe kan het dat ik pas na maanden het vaste besef heb?

Ondertussen heb ik al een relatie gehad. Ik heb ermee gebroken, niet omdat ik haar niet aardig vond of verliefd was, maar mijn gevoel zei me dat ik nu eerst moest leren alleen te zijn om zo mijn bestaan op te bouwen. Nou, ik ben er achter gekomen. Wat hard kan het allemaal zijn, zo ben je samen en zo alleen. Het leven is een zucht voor mij geworden. Ik begin nu pas weer Gerard te worden. Een lange weg is nog te gaan, maar beter een klein begin dan niks. Ik zeg tegen iedereen: "als het eerste jaar maar geweest is, dan heb ik alle dagen gehad en heb ik dat doorstaan", maar van binnen huil ik dan in de wetenschap dat er méér jaren zullen volgen. Mijn ervaring is dat mensen me zien en dat ze denken: "hoe doet hij het?" Ik wil leven, alleen begin ik er nu pas achter te komen hóe.
De dood van Ester heeft ook iets bij mij geamputeerd. Ik weet dat ik nooit meer dezelfde word. En ik kan nu zeggen dat ik mijn oude ik mis, maar ik weet ook dat dit mij weer vormt tot wie ik nu ben.

Soms denk ik, dat ik net een puber ben: alles weer leren, alles alleen. Ik kan wel samen met mensen, maar mijn bewuste keuze is juist om dat níet te doen. Ik eet iedere dag bij mijn moeder, maar begin nu ook voor mezelf te koken. Echt niks aan, maar mijn hoofd zegt dat ik dit moet doen, en het rare is, dat het mij ook nog smaakt. Ik sta iedere dag op tijd op. Heb WAO, tijd zat dus, maar ik wil niet meer zo diep vallen.
Heb sinds een paar maanden gezinsuitbreiding. Mijn nieuwe liefde heet Dottie, een hondje. Ik heb het er met Ester over gehad en Ester zei me, dat ik een hondje moest nemen. Eigenlijk zouden we dat samen doen, maar nu ik alleen ben en heb nagedacht, kocht ik een Maltezer leeuwtje. Zij is mijn beste vriendin. Ester zei me: "koop een hond, dan leef ik erin voort." Nou, Dottie heeft veel trekken die Ester had. Vaak moet ik er om lachen. Zo is er toch weer een reden om naar huis te gaan.
Ten tweede heb ik een gesprek met de huisarts gehad en na een paar gesprekken kreeg ik een brief van de arts uit het ziekenhuis met zijn excuus. Ik heb het aanvaard. Ik zie nu in wat die mensen doen. Onmenselijk eigenlijk, dat werk. Ik heb het van dichtbij nu mee gemaakt. Ik vind dat de doktoren en alle mensen op een intensive care een pluim verdienen.
En als laatste: ik ben nu aan het leren om te kijken wat ik wil. Ik weet het eerlijk gezegd nog niet helemaal, maar wat ik wél weet is, dat ik vooruit wil, soms een stap terug en dan weer vooruit. Ik zie ook dat ik mijn leven eerst weer zin moet geven. Een relatie past er niet in, hoe graag ik ook wil, want als het mij niet lukt, hoe kan ik dan een relatie zin geven?
Maar waar ik het meeste tegenop zie, is 11 november om kwart voor 5. Toen is Ester in mijn armen overleden. Hier in het noorden vieren ze ook Sint-Maarten, komen er kinderen aan de deur, dus feest voor de kinderen en triest voor mij. Zo zie je, dat verdriet en geluk samengaan. Weet niet hoe ik daarmee om moet gaan. Laat het wel gebeuren en zie dan wel.
Wat ik nog even zeggen wilde, mijn broer kwam pas geleden bij mij met een videocamera. Hij lachte en zei: "ik heb een verrassing, maar kijk alleen en beslis zelf wanneer. Ik heb gekeken, ongeveer 25 seconden met Ester, dat is me goud waard. Zo zie je, dat kleine dingen waardevol zijn. Ik zie nu dat ik verder moet en ga ook het pad bewandelen. Eerst alleen, en wie weet als het op mijn pad zal komen, samen, maar daar is de tijd nog niet rijp voor.

Ik wil gelijk zeggen dat de Draaikolk een bron is waar ik veel uit haal. Veel kracht en wijsheid om te zien dat iedereen er op zijn manier mee omgaat en zo pak je een woord of een zin, het kan helpen. Dus ik wil jullie er een pluim voor geven. Veel dank dat deze site bestaat.
Ik wens iedereen veel sterkte toe die het moeilijk heeft en ik hoop dat de Draaikolk de mensen kan geven wat het mij ook geeft. Ook al is het maar een klein woordje...dank je.

Gerard Bosch, man, geboren 16 juni 1971; partner Ester (1973) door onbekende oorzaak op 11 november 2003 overleden; geen kinderen; e-mailadres: gerardbosch71@hotmail.com


02-09-2004

Hallo,

Mijn naam is Rebecca. Ik ben 28 jaar en op 15 juni 2004 ging mijn vriend Marcel, 30 jaar jong, nog een ritje op de motor maken.
Hij zei nog: "Nu is het rustig. Iedereen is voetballen (Nederland- Duitsland) aan het kijken. Hij kleedde zich om en zei: "Ik hoef geen sleutel mee te nemen, hè? jij bent toch thuis?"
Hij gaf mij een kus en zei "Tot zo". Maar "tot zo" werd nooit meer. Om 22.30 uur ging de voordeurbel, ik maak open en er staan 2 politiemannen aan de deur.
Je hebt wel in de gaten dat er iets is maar je verwacht niet direct het ergste, niet dit.
Ze vroegen of ze binnen mochten komen en ik zei nog: "Nee".
Toen zeiden ze dat Marcel bij een ongeluk betrokken was en dat ze slecht nieuws hadden. Hij was helaas overleden.
Dan is het of de vloer onder je vandaan wordt getrokken. Niet te beseffen, ik had ook zoiets van: Ik wil hem zien, dit kan niet. Maar ik mocht hem niet gelijk zien,want hij lag nog op plaats van ongeval. 's Nachts om 12.30 uur mochten we naar het mortuarium. Dan is het echt, want Marcel ligt daar. Met hier en daar wat schaafwondjes maar voor de rest niks. Helemaal niks. Hij is gewoon verkeerd terecht gekomen, op zijn hoofd.
Want de politie zei nog: Had hij maar geschoven, dan was er niks aan de hand geweest. Hij had een goed pak aan, met goede laarzen en een goede helm, maar helaas. Marcel zat op een voorrangsweg en een fietser stak over. Remmen hielp niet meer, ook al reed hij niet te hard volgens de politie. De dagen en weken daarna zijn voorbij gegaan als een film, een heel nare film.
Wat je voelt is gewoon niet in woorden uit te leggen. Waar je nu door heen moet. Het is afschuwelijk. Soms vraag je je wel eens af wat het leven nog verder voor mij te bieden heeft. Het belangrijkste hebben ze uit mijn leven weggerukt…

Op 30 april 2004 heeft hij mij in Parijs ten huwelijk gevraagd. Dit zou volgend jaar, 20-05-2005, plaats vinden. Alles was al zover geregeld: gemeentehuis, kerk, zaal, orkest. En de rest zouden we na de vakantie gaan regelen. Maar het heeft niet zo mogen zijn.
Nu ben ik bang voor 20-05-2005. Het zou de mooiste dag van je leven moeten zijn en nu?
Soms besef je het nog niet echt (het is pas 2,5 maand geleden) dan denk je dat hij zo thuiskomt of hij belt dadelijk op, met die droge humor van hem.
Als ik dat soort gedachten heb, dan pak ik meestal foto´s die ik gemaakt heb toen hij opgebaard lag en andere foto´s waar hij alleen op stond. Dan luister ik wat muziek en bekijk de foto´s en dan huil ik en praat ik. Gelukkig heb je heel veel steun bij familie en heel veel goede vrienden. Daar put je dan ook kracht uit. Maar het leven is toch ontzettend zwaar. Je verwacht dit ook niet. Je bent bezig om een bruiloft te regelen, niet een begrafenis. Maar ja, tussen een trouwkaart en een rouwkaart zit 1 letter verschil, maar toch een heel leven...
Marcel is geboren tijdens de wedstrijd Nederland-Duitsland en ook gestorven tijdens een wedstrijd Nederland-Duitsland. Het enige wat blijft zijn hele mooie en fijne herinneringen aan een prachtkerel. Want dat was hij echt.
Ik hoop dat er mensen zijn die met mij willen praten of mailen, of die goede tips hebben bij het verwerken. Bedankt voor ´t luisterend oor.

Rebecca van de Ven, e-mailadres: Rebecca.van.de.ven@home.nl


REACTIES binnengekomen in oktober 2004:

25-10-2004

Hallo Bert en Monique,

Heb vanavond weer eens "Langs de vloedlijn" gelezen.
En dan treft het me weer zo; wat zijn wij als mens toch weerloos en machtig.
Weerloos tegen de tegenslagen die ons leven trachten te vermorzelen.
Maar toch ook machtig om de manier waarop wij toch verder leven.
Overleven, ondanks alles…

Ook de verhalen van onze lotgenoten, zo ongelooflijk schrijnend.
Maar ondanks de eenzaamheid en het enorme verdriet zo vol liefde.

En zoals bijna alles in het leven, zo "dubbel".
Doordat we de liefde zo ten volle hebben gekend en daardoor tot bloei zijn gekomen, kunnen we niet meer zonder.

Lieve Bert en Monique, ik hoop zo dat jullie nog heel lang bij elkaar mogen blijven.
De manier waarop jullie omgaan met ziekenhuizen en voorzieningen spreekt mij zo erg aan.
Van heel vroeger is mij een moment altijd erg bijgebleven.
Mijn oudste zoon bleek gehandicapt te zijn door complicaties rond de bevalling.
Hij is spastisch geworden daardoor en het ergste dat er kon gebeuren in mijn optie was dat hij in een rolstoel zou belanden.
Ik dacht toen, als dat gebeurt, kan ik niet meer verder leven.
Maar toen het wel gebeurde zeiden we tegen hem: "joh, wat fantastisch, ga je nieuwe rolstoel eens aan de buren laten zien."
En terwijl hij enthousiast (ons mooie blonde jongetje) bij de buren ging bellen om zijn rolstoel te laten bewonderen, hielden mijn man en ik elkaar vast in de gang en huilden bittere tranen.
En daarbij het besef: zelfs als het ergste gebeurt, kun je toch verder leven.

En dat blijkt... Toen mijn man na vijf jaren van strijd tegen kanker toch overleed, dacht ik weer dat het leven alleen nog bitter was.
Dat mijn leven voorbij was met alleen de toekomst als een groot zwart somber gat voor mij.
En nu, na ruim drie jaar, zit ik samen met Bert in onze computerkamer, ieder achter onze eigen computer, weer met een groot gevoel van vertrouwdheid en grote liefde naar elkaar.
Is het leven weer mooi, al is dat vaak bitterzoet.
En dat allemaal door jullie Draaikolk, dat kan ik niet genoeg benadrukken!

De reden waarom ik jullie eigenlijk schrijf is dat wij een nieuw e-mailadres hebben:
mijn adres is lennekegoudriaan@concepts.nl en dat van Bert is bertleeuw@concepts.nl

Heel veel liefs, jullie toegewenst door

Lenneke Goudriaan, vrouw, geboren 1 januari 1952; partner Henk (1948) op 9 april 2001 overleden ten gevolge van prostaatkanker; drie kinderen, waarvan twee volwassen; e-mailadres: lennekegoudriaan@concepts.nl


25-10-2004

Hallo allemaal,

Ik ben Lucy van der Zee en mijn man is 22 september aan de gevolgen van niercelkanker overleden. We hebben samen een zoon gekregen met de naam Michael. Hij is elf jaar, bijna twaalf en is 28 oktober jarig.

Henk is niet lang ziek geweest. We hoorden het 13 maart dat hij kanker had. We hebben natuurlijk gehuild, maar ook nog veel dingen ondernomen, zoals veel naar Texel want dat is en was ons eiland. Henk wil er ook uitgestrooid worden, dat gebeurt 14 december. Dan gaan wij een week naar Texel en dan komen Henk's broer met zijn vrouw om hem uit te strooien. Dat was Henk's laatste wens en die vervullen wij maar al te graag, want wij hebben er altijd veel plezier beleefd.

Henk en ik waren 25 jaar getrouwd en Henk is afgelopen februari net 50 jaar geworden. Ik werk niet en mijn hobby's zijn: tuinieren, puzzelen en computeren. Ik hoop hierbij dat jullie genoeg weten over mij en Michael.

Hartelijke groeten,

Lucy van der Zee, vrouw, geboren 22 febrari 1957; partner Henk (50) op 22 september 2004 overleden aan niercelkanker met uitzaaiingen naar de longen; een thuiswonende zoon; e-mailadres: l.zee@home.nl


23-10-2004

Zomaar gedachten

Hallo allemaal,

Elke avond tik ik even de site voor lotgenoten aan. Dit omdat ik graag de levenservaringen van lotgenoten lees. Het geeft me kracht en steun.

Nu al een hele poos wordt er niet meer op geschreven. Hopelijk is dit een goed teken en heeft iedereen zo zijn eigen draad weer opgepakt. Zo ook heb ik dat weer gedaan. Mijn leven is zonder Henk weer druk en de winkel loopt weer als vanouds. De klanten hadden in het begin van het seizoen nog wel moeite met de benadering naar mij toe, maar nu begin ik alle gezichten weer te zien. De cursussen die ik geef, stromen weer aardig vol. Ook mijn kinderen hebben hun weg weer gevonden en de gedachten aan hun vader is niet meer de gehele dag aanwezig.

Gisteren ben ik met mijn kleinzoon van vijf en mijn kleindochter van vier gaan wandelen in het donker. Ze droegen beiden een lantaren waar ze mee schenen. Al snel waren ze aan het seinen naar opa bij de sterren. We hebben een poos naar de sterren zitten kijken en die kindergedachten maken je helemaal blij. Hun logica is zo mooi en zuiver: "Opa ziet alles van boven, dus ook ons" en "opa heeft geen pijn meer als hij in de hemel is, hè oma?" Ook kwamen er gedachten omhoog van het verdriet bij de crematie. Mijn kleindochter zei dat ze zo moest huilen toen opa achter de deuren verdween. Papa ook, zei ze. Terwijl wij aan het seinen waren, beaamde ik alleen maar dat we verdrietig waren. Ze huppelde weer vrolijk verder met haar eigen gedachten.

Iedere dag heeft nog momenten van verdriet, zo ook voor mijn kinderen en kleinkinderen. We missen Henk zo sterk en iedere dag knijpt door. Maar het is net alsof we ook iedere dag sterker worden. Zou dat misschien te maken hebben met de kracht die je krijgt? Het spirituele. Ik zou het zo graag zeker willen weten. De vraag is er steeds: waar zou zijn geest zijn, begeleidt hij ons nog? Allemaal vragen waar je antwoord op krijgt als je zelf aan de andere kant van de brug bent gekomen. Niet eerder en niet later. Zolang zal het altijd een mysterie blijven, moeten we geloven en vertrouwen. Wel merk ik, dat ik steeds meer boeken ga lezen die te maken hebben met het spirituele. Zoekende ben ik. Hebben jullie dat ook?
Ik vind nog niet echt rust, ook al wil ik dat zo graag. Maar mijn kinderen, kleinkinderen, vrienden en werk eisen me op en daar vind ik in wat ik nu even nodig heb.

Groeten,

Annelies Reusken, Twello; e-mailadres: dekunstelaar@hetnet.nl


21-10-2004

Mijn verdriet

Hallo iedereen,

Het is al wel een paar maanden geleden dat ik heb geschreven naar de Draaikolk en het is nu een jaar geleden dat Arnold is gestorven. Zo plotseling en wat is ons leven toch ingrijpend veranderd. Ik moet alle beslissingen nu alleen doen. Oké, ik heb heel goed contact met de familie, maar alles alleen en overal alleen naar toe. En die goeie bedoelingen: "ik moet zus en ik moet zo", het valt me allemaal zo tegen. Maar ik hoor er nu weer bij. Men praat weer tegen mij en men vraagt mij weer iets, maar wat ben ik teleurgesteld in de mensen en nog.

Maar gelukkig heb ik deze site waar ik mijn verhaal in kwijt kan, maar de eenzaamheid blijft. Maar als ik de Draaikolk doorlees, dan ben ik gelukkig niet de enige die dit overkomen is. En ook na een jaar (het maakt ook niet uit hoe lang het geleden is) kom ik veel onbegrip tegen, zo van: "zeur je er nu nog over? Het is al een jaar geleden!" Mensen begrijpen het niet. Soms denk ik: het moest je zelf maar eens overkomen. Maar het is al zo gewoon (voor de buitenwereld) dat je alleen bent.

Maar gelukkig heb ik mijn twee jongens waar ik voor leef. Gelukkig maar, dat die er zijn. Daar heb ik afleiding aan. Maar ik dacht ook altijd en men zei het tegen mij: "als het eerste jaar maar voorbij is", maar zo voel ik het dus niet. Mijn gevoel is, dat ik hem elke dag méér mis. Er is gewoon geen tijd aan verbonden. Maar ik moet wel door, elke dag weer en dat wil ik ook. Ook al is het voor mijn jongens, daar vecht ik voor.

Iedereen die dit leest: ook al valt het leven niet mee, vooral als je alleen komt te staan: sterkte toegewenst!

Marian Folkersma-Koops, vrouw, geboren 12 december 1963; partner Arnold (36) op 13 augustus 2003 verloren aan een acute hartstilstand; twee thuiswonende zoons; e-mailadres: m.folkersma@hetnet.nl


21-10-2004

Ben ik als moeder in gebreke gebleven?

Hallo Monique en Bert,

Dit is voor mij de derde keer dat ik jullie schrijf en ik bevind mij nu in een nieuwe fase nadat mijn partner Bert overleden is (30 december 2003). Ik dacht dat we het redelijk goed deden, het verwerken met en zonder elkaar. Maar wat is het toch soms raar. Met vijf personen in één huis, (mijn zonen 17, 22, 24 en 26 jaar en ik). Ik zelf uit me gemakkelijk, maar het lijkt me beter af te gaan met zussen, vriendinnen, collega's etc. dan met mijn eigen kinderen. Je partner verliezen is toch heel wat anders dan je vader verliezen. En je wilt ze niet met nóg meer opzadelen dan ze al te verwerken hebben. En andersom zal dat ook wel zo werken.

Ik heb het veel over Bert en we zeggen wel heel vaak: "Nou, dat zou Bert zus gedaan hebben of zo." We zijn ook heel hecht, maar toch heeft mijn oudste zoon hyperventilatieaanvallen gehad en lichamelijke klachten. Lichamelijk blijkt hem na onderzoek niets te mankeren. Hij heeft nu twee intake-gesprekken gehad met een therapeut. Uit de gesprekken kwam naar voren, dat het wel vreemd was dat er niet gesproken werd over Bert tussen de jongens onderling. En inderdaad, dat hoor ik ze ook zelden doen. Wel via mij of met mij, maar niet met elkaar. Nu is de vraag van de therapeut om met zijn allen te komen praten. Het zal misschien goed zijn voor mijn oudste zoon, die natuurlijk beweerde dat het niet alleen voor hem is.
Het voelt aan alsof ik in gebreke ben gebleven. Ik vind dat ik het over het algemeen goed doe (naar omstandigheden) en dan zo'n gesprek... Heel dubbel allemaal. Verstandelijk gezien, snap ik het prima. Een therapeut kan natuurlijk veel beter een beeld van ons krijgen als hij ons ontmoet, maar toch...

Heeft een van jullie hier ervaring mee? Sowieso, praten jullie kinderen (met name jongens) wel
met elkaar over hun vader of moeder die er niet meer is? En is zo'n gesprek met elkaar met een buitenstaander een goed idee? Twee van mijn zonen willen wel gaan; de een na oudste weet het nog niet. Maar de indruk die ik van ze krijg is, dat ze het niet zo zien zitten. Zij voelen zich goed, dus waarom met zijn allen? Zo is hun reactie.

Groeten,

Anne Teuben; e-mailadres: anneteuben@planet.nl

Wie heeft ervaring met gezinstherapie? Reageer dan graag op het verhaal van Anne.


09-10-2004

De herinneringskist

Het is bijna acht maanden geleden dat Marco is overleden en dat ik achterbleef met twee kleine kinderen. Totaal onverwachts je man verliezen, mijn kinderen hun pappa kwijt. De eerste maanden wordt je geleefd, dan opeens kom je toe aan je verdriet en ga je afvragen: hoe begeleid ik mijn kinderen in dat immense verdriet? Een jongetje van twee, zal hij ooit eigen herinneringen aan zijn papa hebben?

Vanuit mijn gevoel ben ik hier heel bewust mee bezig. Dagelijks wordt er gepraat over Marco, soms met een traan, soms met een lach. De meeste spullen van Marco staan hier nog in huis en sommige worden ook nog gebruikt. Als de kinderen de kledingkast open trekken, zien ze de kleding van Marco en af en toe zien ze mij nog in een shirt van Marco lopen. In de badkamer staan Marco zijn spullen nog. We gebruiken het alledrie: badschuim, deodorant, als we er zin in hebben gebruiken we die van Marco.

Bij alles probeer ik de kinderen zoveel mogelijk te betrekken. Zo was begin september de geboortedag van Marco, die dag hebben we een barbecue gehouden voor onze vrienden (Marco hield van barbecuen). De kinderen hadden voor deze dag een tekening gemaakt die ik heb laten kopiëren en sealen en die iedereen heeft meegekregen. Onze jongste riep 's morgens al dat het vandaag "pappa's verjaardag" was en een buurjongetje hoorde ik al zeggen: "vandaag is Marco's feestje."

Voor beide kinderen heb ik inmiddels een mooi schriftje gekocht waarin ik hun herinneringen aan Marco, die ze benoemen, opschrijf en ook dingen die ik aan ze kwijt wil, of dat nu iets van mezelf is of iets wat met Marco te maken heeft. Dat wil ik ze meegeven.

Daarnaast hebben we in de huiskamer een herinneringskist staan. Hierin bevinden zich allemaal persoonlijke spulletjes van Marco, zoals zijn paspoort, zijn portemonnee, rijbewijs, zonnebril, handgeschreven kaartjes van hem, foto's, zijn petten. Ook kunnen anderen er iets in doen wanneer ze dat willen. Deze kist staat in de huiskamer en is met name bedoeld voor mijn kinderen. Regelmatig kijken zij in de kist en onze jongste loopt vaak met een pet van Marco op en ook de skibril is favoriet. Ook als er vriendjes en vriendinnetjes over de vloer komen gaat regelmatig de kist open en krijgen ze een pet op hun hoofd. Het verloopt allemaal op een heel ongedwongen manier. Daarnaast merk ik dat ook steeds meer volwassenen toch ook wel eens een kijkje willen nemen in de kist. Het mooie is dat er naar aanleiding van deze kist, zowel door kinderen als door volwassenen, weer over Marco gepraat wordt en dat doet ons goed.

In de begeleiding naar de kinderen toe merk ik dat ik mijn gevoel volg. De toekomst zal uitwijzen of het goed is geweest of niet.

Vriendelijke groet,

Wina Bakema, vrouw, geboren 12 maart 1962; partner Marco op 17 februari 2004 overleden aan een hartaanval; twee jonge thuiswonende kinderen; e-mailadres: wim.174@hetnet.nl


04-10-2004

Hoi Bert & Monique,

Fijn dat jullie weer terug zijn uit Frankrijk en dat jullie het goed hebben gehad; maar ook fijn dat er nu wederom nieuwe verhalen van lotgenoten te lezen zijn.
Ik ben Nathalie Vieveen en pas hebben jullie mijn gegevens in de mailbox geplaatst, bedankt daarvoor. Geweldig wat jullie opgezet hebben. Ik heb er tot nu toe veel aan gehad, Veilig achter de schermen en ervaringen van anderen te lezen. Als ik er aan toe ben, wil ook ik graag een steentje bijdragen en mijn verhaal doen. Eerst nog wat moed verzamelen...Tot later!

Nogmaals m'n complimenten voor al het goede dat jullie doen.

Groeten van,

Nathalie Vieveen, vrouw, geboren 12 mei 1971; partner Jan (48) is op 25 mei 2004 verongelukt met de fiets; geen gezamenlijke kinderen. Woonplaats: Zwolle. E-mailadres: nathalievieveen@hotmail.com


04-10-2004

Dag Bert en Monique,

Ik hoorde via via van de Draaikolk en nam een kijkje. Wat een grote website met veel reacties. Echt ongelooflijk. En ook zo schokkend en troostend, al die mensen met hun rouw en eenzaamheid...
Ik ben er ook een van. Vooral zo na de zomer, die warm en actief was, nu zo'n periode van inkeer en me op mezelf teruggeworpen voelen. 's Avonds als de kinderen slapen ben ik zo alleen.
Ik vind het fantastisch werk wat jullie doen en wil graag opgenomen worden in de mailbox onder de rubriek kanker

Hartelijk dank,

Titia Hajonides, vrouw, geboren 16 januari 1958; partner Klaas (47) op 5 februari 2004 overleden aan nierkanker met uitzaaiingen in longen en hoofd; twee jonge kinderen. Woonplaats: Wageningen. E-mailadres: titia.hajonides@wanadoo.nl


03-10-2004

Hallo Bert en Monique,

Het is inmiddels alweer anderhalf jaar geleden dat jullie mijn brief "Liefde is de kern van ons bestaan" als "brief van de maand" plaatsten (
maart/april 2003, red.) .
Inmiddels ben ik door de heftigste fase van het hele verwerkingsproces heen. En als ik terugkijk op de afgelopen anderhalf jaar kijk ik terug met verwondering en verbazing. Hier sta ik dan: een vrouw verliefd op het leven, dankbaar voor alles wat het leven te bieden heeft. Intens dankbaar voor een geweldig laatste jaar samen, ons mooiste en meest intense jaar.

Ik heb me maanden op de achtergrond gehouden, écht de tijd genomen om alles goed te doorvoelen. Ook veel dingen ondernomen met schijnbaar veel plezier, maar altijd had ik een gevoel van weemoed en het missen van het samen zijn, "pijnlijke verveling van het hart". Ik heb me al die tijd vastgeklampt aan alle boeien die langs dreven om mezelf drijvende te houden. En nu, nu weet ik dat Hans is waar hij wezen moet en realiseer ik me dat ik constant bezorgd om hem ben geweest. Ik dacht dat ik hem had losgelaten, maar niks was minder waar. 24 Uur per dag zat hij in m'n hoofd.
Nu voel ik me bevrijd. Natuurlijk denk ik aan hem, maar ik kan nu weer écht genieten en voel me af en toe dronken van geluk, omdat dát weer mogelijk is en dat heeft een wisselwerking. Ik kan me weer open stellen en zo komen er weer allemaal nieuwe dingen op mijn pad. Je opent als het ware een nieuwe energiestroom. Vernieuwde energie is opnieuw opwarmen en als ík me kan opwarmen, kunnen de kinderen dat ook weer. En zo komt langzaam maar zeker het hele gezin weer in balans. Iedereen krijgt weer de ruimte om zich verder te ontwikkelen, keuzes te maken en vooral optimaal te genieten.

En af en toe slaat m'n hart op hol, vult warmte m'n hele lijf en weet en voel ik dat Hans er is en er altijd voor ons zal zijn.

Lieve groet,

Josephina Van Rijn-Exterkate, vrouw, geboren 22 augustus 1962; partner Hans op 15 januari 2003 overleden aan de gevolgen van nierkanker; drie thuis wonende kinderen; e-mailadres: xxjosephinaxx@hotmail.com


02-10-2004

Tien maanden na het overlijden van Paul heb ik het gevoel: nú wil ik er over schrijven. Ik kijk al een poosje mee op de Draaikolk en ik vind het een goede site. Veel herkenning van lotgenoten.
Ik ben Ery Geerts, een vrouw van 47 jaar die vorig jaar op 10 december 2003 haar man verloor aan slokdarmkanker. Hij werd 47 jaar en liet mij achter met drie kinderen van 14, 17 en 21 jaar. Zoals jullie allemaal zullen herkennen is ons leven totaal veranderd, totaal overhoop gegooid.

Het begon allemaal vorig jaar in juni. Paul had een endoscopie gehad omdat hij problemen kreeg met slikken. Wij, als zijn gezin, hadden al een poosje grapjes zitten maken: papa moest ineens water bij het eten, hij ging rechtop zitten, had vast een maagzweer van zijn werk. Maar toen kwam het definitieve: hij had slokdarmkanker. Eerst ongeloof en paniek, daarna vechtlust en overleven. De mallemolen in van chemotherapie en bestralen. Dan de hoop: de tumor is weg (oktober vorig jaar), maar ook Paul's gevoel van: "het is niet goed, mijn rug doet veel te veel pijn."
Toch, als ik terug kijk op dat laatste half jaar van ons samen, moet ik zeggen: het is nog nooit zo goed geweest. Zo warm, zo intiem, zo vol van liefde van familie en vrienden. We waren écht een gezin.

Op 24 november waren we 25 jaar getrouwd. Paul wilde nog graag een feest geven voor al onze vrienden en familie. Al diegenen die ons zo gesteund hadden. Maar het kon niet meer. Paul had het goed gevoeld, de kanker had zich uitgezaaid naar de rug en longen. We zijn nog als gezin een weekend naar Center Parcs geweest. Papa in de rolstoel en met liefde had ik hem zo rond blijven rijden, als hij maar bij ons was gebleven. Maar hij kon niet meer, zijn longen werden zo snel aangetast dat hij vreselijk benauwd werd. De pijn in de rug werd zo hevig. Op 1 december kwam er een bed van de thuiszorg en vanaf dat moment ging het zo snel.
Toch hebben we alles met elkaar kunnen bespreken. Daar ben ik zo dankbaar voor en geeft zo'n goed gevoel. We hebben gesproken over de begrafenis. Ik kon zelf het koor vragen, waar ik bij zing, om de uitvaart te zingen. Hij heeft de bank gebeld om te vragen hoe ik er financieel bij zou komen te staan. Hij wilde graag dat zijn trouwring naar de meisjes ging en zijn horloge naar Joost ("meer spullen heb ik niet"). Toen ik hem vroeg naar de bloemen op de kist zei hij: "Geef me mijn bruidsboeket maar terug." Dat heeft uiteindelijk de plaatselijke bloemist helemaal nagemaakt van een foto.

We hebben samen vreselijk gehuild. Maar toen een van de laatste dagen van zijn leven het liedje: "Afscheid nemen bestaat niet" van Marco Borsato uitkwam, zei Paul: "dit is ons liedje, als je het hoort denk je aan mij." Uiteindelijk is het gedraaid bij de begrafenis. Er waren 600 mensen bij zijn uitvaart. Veel klasgenoten met hun ouders van de kinderen, mensen van de sport, scouting, muziek. Vrienden en bekenden. Het was zo warm en dat houdt mij op de been. Ik voel nog de warmte van veel mensen om ons heen. Ik zeg ook altijd tegen de kinderen: "ondank het grote gemis van papa, hebben we ook nog veel om dankbaar voor te zijn."

Het alleen thuis komen is vreselijk, het alleen naar bed gaan ging de eerste maanden helemaal niet, het eten zonder papa is niks aan. Maar we proberen de draad weer op te pakken. Vaak gaat het gepaard met een fikse huilbui, maar we kunnen praten over Paul. Samen met de kinderen en familie. Met vrienden die hem ook missen. Ik doe alleen de dingen waar ik een goed gevoel bij heb. Ik kan weer alleen in huis zijn zonder de hele avond onrustig heen en weer te lopen. Ik kijk weer naar films waar Paul op staat en kan uren in de fotoalbums bladeren.
Ik realiseer me ook dat er dingen zullen veranderen. Ik ben ook al wel teleurgesteld in mensen, mensen waarvan ik dacht dat ze nog wel eens langs zouden komen. Maar uit onverwachte hoeken heb ik er ook vrienden bij gekregen. Ik heb een vriendin ontmoet via de site "Jong je Partner verloren." We zijn even oud, de kinderen zijn even oud en onze mannen zijn allebei gestorven aan slokdarmkanker. We zeggen wel eens tegen elkaar: "Wat is het leven toch wonderlijk. Als onze mannen waren blijven leven, hadden we elkaar nooit ontmoet." Ik heb één vriendin die een ingebouwde zender heeft voor mijn verdriet. Zij komt bijna altijd op het goede moment. Dat is niet óp de verjaardag van de kinderen, maar een dag van tevoren. Paul's verjaardag, mijn verjaardag, een familiedag waar ik tegen op zie.

Ik denk dat mijn leven nooit meer wordt zoals het was vóór Paul's ziekte. Al denk ik nog wel eens: misschien is het allemaal niet waar en is Paul straks weer thuis. Tóch moeten we door en willen we er het beste van maken.

Bedankt voor het lezen.

Ery Geerts-Bolster, vrouw, geboren 6 juli 1957; partner Paul (47) is op 10 december 2003 gestorven aan slokdarmkanker; drie thuiswonende kinderen. Woonplaats: Neede. E-mailadres: P.Geerts2@chello.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren