Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Binnengekomen reacties van lotgenoten (9)
in maart en april 2004


REACTIES binnengekomen in maart 2004:

31-03-2004

Mijn man Henk (1943) is 18 juni 2000 overleden. Hij is gestikt. Hij werd 's morgens ziek. We dachten aan een griepje. Hij had koorts en moest overgeven. Toen hij wat water dronk, kwam het er door zijn neus weer uit. Dus belde ik de dokter. Het was zondag, Vaderdag. Daarom kreeg ik een invallende arts aan de lijn die zei dat hij zijn lichten had laten branden van zijn auto en dat het wel even zou duren voor hij kwam. Later in de ochtend belde ik weer, want we waren toch ongerust. Hij zei toen: "ik stuur een ambulance."
Toen ze kwamen, hebben ze zijn hart onderzocht, dat was goed. Ze vroegen of hij soms gestoken was door een insect. Dat was niet zo. Ze vroegen of hij medicijnen gebruikte. Hij nam pijnstillers voor zijn bovenarm, daar moesten nog steeds foto's van gemaakt worden. Hij had wel therapie gehad maar werd onwel, misschien van de pijn, en hoefde toen geen oefeningen meer te doen. Door die medicijnen kon het niet komen.

Ze overlegden per telefoon met de dokter. Toen zeiden ze dat het keelinfectie was en dat ze hem niet meenamen. Ik zei nog dat hij niets kon drinken. Dat het er door zijn neus weer uit kwam. Maar ze zeiden: "ach mevrouw, het is geen oude man. Hij kan wel een paar dagen zonder drinken." Ze gingen weg. Toen ik weer met de dokter belde, vroeg hij of ik naar de apotheek kon. Mijn dochter en schoonzoon waren gekomen, gingen naar de apotheek en ook naar huis om ijsblokjes te halen. Ze kwamen terug met paracetamol in zetpilvorm en penicilline dat in water opgelost moest worden. Ik zei tegen de dokter: "hij kan niet slikken, ik wil dat u komt." Hij zei: "ik kom wel. Al neemt hij maar een paar druppeltjes. " Maar mijn man kon het niet. Hij nam twee zetpillen en ik liet hem maar rusten en ging naar beneden, in afwachting van de dokter.

Na een half uurtje heb ik nog geluisterd, maar ik hoorde niets. Ik dacht dat hij sliep. Maar na een uurtje kreeg ik een heel naar onbehagelijk gevoel. Ik liep naar boven en hoorde het meteen. Mijn man zat rechtop in bed en was in doodsnood. Ik was helemaal in paniek en rende naar beneden om te bellen. Het nummer van de alarmdienst van de dokter zag ik het eerst. Toen ik de assistente aan de lijn kreeg hield ze me aan de praat. Of ik telefoon boven had en of ik kon reanimeren. Of ik buren had die dat konden. Al die tijd hoorde ik mijn man vreselijke geluiden maken. Ik zei: "kom nou maar!" Toen ik neerlegde dacht ik: o ja, 112! Toen ik dat nummer belde, zeiden ze meteen: "we komen er aan." Ik ben toen naar de buurman gelopen. Ik vroeg of hij kon reanimeren. Dat kon hij niet, maar hij liep wel meteen met me mee. Maar toen we boven kwamen, lag Henk helemaal blauw achterover. Er kwamen snel twee ambulances en politie. Ze trokken hem op de grond en maakten een gaatje in zijn keel, die was helemaal dicht. Ze hebben hem gereanimeerd, maar kregen zijn hart niet meer op gang. De dokter kwam zowaar ook nog even (…). Hij keek even en ging weer. Ik heb die dokter nooit meer gezien. Ze namen Henk nog mee naar het ziekenhuis, maar het hielp niet meer.

Vriendelijke groeten van
Monica van den Berg; e-mailadres:
gemert69@zonnet.nl


30-03-2004

Hallo allemaal,

Het is vandaag de eerste keer dat ik deze site bezoek. Mijn lieve Petra is nu ruim 1 jaar geleden overleden aan borstkanker op 19 december 2002. Ze was pas 36 jaar. Het was een zeer zware periode met de feestdagen. Vooral voor de kinderen is het moeilijk te beseffen dat hun mamma er niet meer is. Ze waren toen 5 en 7 jaar oud. Natuurlijk wisten ze wel dat Petra heel ziek was, maar dat de doktoren probeerden haar beter te maken. Drie en een half jaar heeft ze geknokt voor haar leven. Op 5 december 2002 hoorden we van de artsen dat ze niets meer konden doen.
Je wereld stort in op dat moment. Hoe moet je het de kinderen vertellen, hoe moeten zij verder zonder hun moeder. Ondanks dat we wisten dat er geen genezing meer mogelijk was is Petra toch nog plotseling overleden. Gelukkig hebben wij veel met elkaar kunnen praten en afscheid van elkaar kunnen nemen.
Ik weet niet hoe ik de maanden erna mijzelf er doorheen heb kunnen slepen. Ik denk dat vooral de kinderen mij op de been hielden. Voor hen moest ik verder, terwijl voor mij het niet meer zo hoefde. Je hebt de jaren tijdens haar ziekte zo intens met elkaar geleefd, moment van hoop die bij een volgend bezoek aan de arts weer onder je voeten werd weggevaagd met een bericht dat het weer aan het groeien was.
Langzaam is het beter aan het gaan. Ik heb gelukkig veel familie in de buurt die mij steunen en de kinderen kunnen opvangen na school. In de weekeinden proberen wij zoveel mogelijk leuke dingen te doen, vooral kamperen.

Veel mensen om mij heen zeiden: "Als je het eerste jaar maar hebt gehad, dan heb je het moeilijkste gehad". Wat een onzin. Er is vaak zoveel onbegrip in de omgeving over hoe je je voelt. Er is namelijk een stuk van jou zelf kwijt. Het heel erge verdriet van een jaar geleden is wel minder. Het is nu vooral het gemis. Vooral 's avonds als de kinderen in bed liggen zit je alleen thuis. Niet meer met je maatje waarmee je kunt praten, overleggen, plannen maken. Alles moet je alleen doen. Soms ga ik wel eens uit met een paar vrienden, maar het is niet meer hetzelfde. Je hebt niet meer het plezier van vroeger. De kinderen hebben zo hun ups en downs. Vooral 's avonds, als ze naar bed moeten, hebben ze het nog vaak over mamma en dat ze haar missen. Het verdriet van de kinderen doet je nog meer zeer dan je eigen verdriet en je kunt het niet voor ze oplossen.

Ik heb het afgelopen halve jaar in een lotgenotengroep gezeten. Zes jonge mensen die allemaal hun partner hebben verloren. Het geeft veel steun. Je hebt maar twee woorden nodig om uit te leggen hoe je voelt en de anderen begrijpen het.
Ik hoop dat dit verhaal jullie ook een beetje tot steun kan zijn. Een jaar geleden wist ik ook niet hoe ik verder moest. Maar toch gaat het steeds beter met kleine stapjes en grote ups en downs. De mooie herinneringen aan je partner houden je toch op de been en voor haar en de kinderen moet ik ook verder, omdat ze dat wilde.

Groeten,

Rob van Pinxteren, Youri, Pascal; e-mailadres:
rpinxteren@zeelandnet.nl

Rob, bedankt voor jouw verhaal, zo snel na het eerste bezoek aan de Draaikolk. We hopen dat je er veel aan zult hebben. -Monique-


29-03-2004

Lieve Bert en Monique,

Ik kijk regelmatig op jullie site en lees de verhalen van anderen en dat helpt toch om met je eigen verdriet om te gaan. Alle energie die jullie erin steken, bedankt hiervoor.
Ik heb ter nagedachtenis aan mijn Hans, die 6 april jarig zou zijn, een diaserie gemaakt en dat heeft me erg goed geholpen. Wel veel momenten van pijn en verdriet tijdens het maken, maar ook af en toe een lach om de mooie en leuke herinneringen.
Ik heb foto's afgewisseld met gedichten die me de afgelopen maanden er doorheen hebben geholpen. Ik heb het op mijn homepage gezet zodat anderen er misschien ook nog iets aan hebben: http://www.vanwoensel.com.

Ik wens iedereen veel liefde en kracht toe, want dat is toch wat we nodig hebben om weer wat gelukkig te zijn.

Antoinette van Woensel; e-mailadres: antoinette@vanwoensel.com


28-03-2004

Dag Bert en Monique,

Woensdag zal het een jaar geleden zijn dat Mathy weg ging. Alle herinneringen komen terug, pijn, het slechte nieuws aanhoren. Spijt om wat we niet meer hebben kunnen zeggen, veel open vragen. Dan lees ik jullie dagboek en lees over een mogelijke doorbraak in kankergenezing. Het is een beetje bitter.

En toch heb ik veel geleerd afgelopen jaar, enorm veel lieve mensen ontmoet, veel nieuwe waarden ontdekt. Toen men in de beginfase van het rouwproces zei: "je komt er wel door", leek me dat of men helemaal niet besefte wat mij wel overkomen was. Ik wou ook niet loslaten, ik wou hem nog zo graag bij me.
En nu, één jaar verder ben ik verbaasd over alles wat er gebeurd is. Ik kan wel al een beetje loslaten. Ik heb al een programma voor elke dag, maar plannen zijn er niet. Ik weet toch niet hoe mijn leven verder moet en dat voelt niet fijn. Veel vragen naar de toekomst. Ik denk dat ik gewoon moet verder doen, elke dag er iets van maken. Dat zal hij zo ook wel gewild hebben. Woensdag komen de kinderen en kleinkinderen. We gaan rond de tafel zitten waar we vroeger met 1 persoon meer waren en samen iets eten. Ik ga niet zitten kniezen. Het leven zal voor mij nog wel iets brengen.

Aan al die lotgenoten die het niet zien zitten wil ik zeggen: "eens komt er weer vrede in je hart".
Bedankt aan al die lotgenoten die door hun briefje mij geholpen hebben.

Monique Roosen; e-mailadres: moniqueroosen@yahoo.co.uk

We zullen woensdag aan jou denken Monique, net zoals jij zo vaak met ons hebt meegeleefd. -Bert en Monique-


27-03-2004

Hallo Bert en Monique,

Ik heb mijn man verloren door een hartstilstand tijdens onze vakantie. Niet te begrijpen, maar daar wordt niet naar gevraagd. Ik mis hem heel erg. Hij zei altijd "eens komt weer de zonzijde", daar hou ik me maar aan vast en door veel te werken en door plezier te maken met de kinderen en kleinkinderen. Alleen, deze dagen zijn niet zo leuk want we waren allebei deze maand jarig. We vierden het altijd samen. Nu voel ik me erg alleen, vele tranen, maar ik ga weer door. Ik geef de moed nog niet op. Het wordt weer mooi weer, dan kan ik meer naar buiten, fietsen en wandelen. Alles wat we samen deden moet ik nu alleen proberen, maar dat zal wel lukken hoop ik.

Groetjes,
Elly Elissen; e-mailadres:
bg.elissen@quicknet.nl


23-03-2004

Lotgenoten,

Want dat zijn we toch allemaal van elkaar? Ik ken deze site van de Draaikolk nog niet zo lang, maar ik vind het een geweldige site. "Mijn complimenten", ik wist niet dat er zo'n site bestond, maar alleen het gevoel dat meer mensen hebben meegemaakt wat ik en mijn twee jongens ook hebben moeten meemaken, sterkt me. Ik denk dat dit het ergste is wat een mens kan overkomen, om het liefste wat je bezit te moeten wegbrengen naar het graf.
Mijn man Arnold is december 2000 thuisgekomen van zijn werk, hij voelde zich niet lekker en had wat druk op de borst. Maar we hebben gewoon met z'n vieren nog gegeten aan tafel en na het eten is hij even gaan liggen. Maar ik vertrouwde het niet en we hebben de huisarts gebeld en als dat balletje begint te rollen dan weet je het wel, voor je het weet lig je in het ziekenhuis. Arnold zijn bloeddruk was veel te hoog en verder hebben ze hem onderzocht, maar ze hebben niks kunnen vinden en hij mocht na twee nachtjes ziekenhuis weer naar huis. We waren allang blij dat er niks aan de hand was en zo ging ons leventje door. Tot op een nacht in juni 2003, weer hetzelfde, weer een ambulance en weer naar het ziekenhuis en weer die bloeddruk (wat ons verbaasde want hij had er immers medicijnen voor), en weer die druk op de borst. Toen hebben ze hem beter onderzocht maar er kwam weer niks uit. Er was niks te vinden en na twee dagen mocht hij weer naar huis. Arnold is de volgende dag gewoon weer naar zijn werk gegaan (want er mankeerde hem toch niks?).

En toen kwam de donkerste dag van ons leven: 13 augustus 2003. Het was net als de andere twee keren (achteraf denk ik: nee het was nu toch erger). Hij had meer druk op de borst, het was anders, maar we zeiden nog tegen elkaar: ''laten ze het nu maar eens goed onderzoeken in het ziekenhuis." Arnold is zelf naar de ambulance gelopen en daar is hij zelf in gaan liggen en, naar wat ik achteraf hoorde, is hij toen weggevallen en niet meer bij geweest. Maar we zijn nog naar het ziekenhuis gereden en daar werden we nog opgewacht door een hele reeks doktoren, maar Arnold is niet meer bij kennis geweest. Hij is nog gereanimeerd en ze hebben hem nog schokken gegeven, maar het mocht niet meer helpen. Mijn Arnold, en onze pappa, heeft een hartstilstand gehad. Het kon niet en het mocht niet! De kinderen hadden pappa nog zo nodig! Arnold is maar 36 jaar geworden. En mijn jongens waren nog maar 9 en 6 jaar oud; veel te jong om hun pappa te verliezen. Maar het was wel zo, en dan moet je je kinderen vertellen dat pappa gestorven is, dat vond ik heel erg. En dat we vanaf nu met z'n drieën verder moeten, wat vond ik dat moeilijk om te vertellen.

Maar zoals zo velen zeggen: "het leven draait door". De wereld om ons heen draait door, maar voor mij niet; mijn tijd is ook stil blijven staan de 13de augustus. Het wordt nooit meer zoals het was.
We zijn nu zeven maanden verder, maar voor mij is het alsof het nog gisteren was. Niet te begrijpen, zo'n jonge vent die midden in het leven stond, maar voor de gewone mensen is het alweer zeven maanden geleden. Ik voel me niet goed begrepen, maar mensen die het niet hebben meegemaakt weten niet wat het is om een dierbaar iemand te verliezen. Het overkomt je en dan heb je de vraag: waarom? Maar je weet het zelf wel, je krijgt geen antwoord. Mijn enige troost is dat ik weet dat Arnold het daar beter heeft.
Lotgenoten: wie dit leest, ik wens jullie heel veel sterkte en kracht toe. Draaikolk bedankt voor het lezen van deze mail; ik moest het even kwijt.

Marian Folkersma; e-mailadres: m.folkersma@hetnet.nl


21-03-2004

11 april 2004 is het al weer vijf jaar geleden dat Sjerp is overleden. Hij is nog steeds veel in mijn gedachten.
In 2000 heb ik, ter herinnering aan hem, het volgende kaartje rondgestuurd:

Zondagmorgen

Ik sliep vannacht tegen jouw kussen,
het voelde rond en warm
en even, dacht ik, voelde ik jouw arm.
Het was een rustig warm gevoel.

Nu maak ik mijn bed weer op
en schud het kussen door elkaar.

Francis Braam, e-mailadres: francis.braam@12move.nl

Francis, bedankt voor die kleine berichtjes, die wij door de jaren heen steeds van jou mochten ontvangen. Diezelfde maand is ook "mijn lustrum". Wat gaat de tijd toch snel, terwijl die stil staat... -Monique-


21-03-2004

Sinds de dood van Marco, 17 februari van dit jaar, probeer ik mijn gevoelens in gedichten weer te geven. Dit gedicht gaat over de eerste week na zijn overlijden. Ik heb geleerd, de afgelopen weken, om mijn gevoelens te delen met mensen en ik merk dat dat heel erg goed is. Als jullie dit gedicht willen gebruiken voor jullie site mag dat.

Glimlach

De laatste weken komen steeds weer voorbij
Je val op de ijsbaan
Hulp was direct nabij
Toch bleef je hart weer stilstaan

In het ziekenhuis konden we alleen maar wachten
Gelukkig was ik daar niet alleen
En stuk voor stuk hadden we jou in onze gedachten
Midden in de nacht gingen we zonder jou weer heen

Samen met mijn lieve zus
Bracht ik de nacht hier door
's Morgens gaf ik Iris en Ruben een kus
en zei tegen hen: "luister naar mij, hoor"

Hoe vertel je een kind van twee en zeven
Dat pappa er nooit meer zal zijn
Jij nooit meer in hun leven
Daarvoor zijn ze toch veel te klein.

De woorden die ik heb gesproken ben ik kwijt
Ruben keek me aan en bij Iris zag ik een traan
Ons rouwproces kost heel veel tijd
En gaat met veel vallen en opstaan

De laatste dagen was je bij ons thuis
Van Iris mocht je, je mooie pak aan
In ons hart en in ons huis
Zo hebben we die laatste dagen bij elkaar gestaan

Ik heb bij je gestaan toen je in de kist lag
Je gestreeld, gekust en met je gepraat
En na 2 dagen zag ik die glimlach
Dat was het moment dat je mij hebt geraakt

Jij verdiende een mooi afscheid
Daar heb ik mijn best voor gedaan
Net als jouw mooie kleine meid
Ook zij heeft er op dat moment gestaan

Na de dienst liep Ruben voorop met een lach
Hij bracht ons naar jouw graf
Daar zeiden we jou gedag
En dachten aan alles wat je ons gaf

Nu is er veel verdriet
En moeten we ook nog verder gaan
Vergeten doen we je niet
Daarvoor heb je teveel met ons gedaan

Groet, Wina Bakema; e-mailadres: wim.174@hetnet.nl


21-03-2004

Lieve Bert en Monique,

Het is nu negen maanden geleden sinds mijn man Loek is overleden. Dat weet ik heel goed en toch laat ik het nog niet helemaal tot mij doordringen. In mijn hoofd heb ik een "gordijntje" en als ik dat een beetje open doe krijg ik zo'n misselijkmakend gevoel, dat ik het maar weer vlug dicht doe, uit een soort bescherming.

Het is allemaal zo anders en zo stil. Natuurlijk doe ik gezellig mee.Krijg ook regelmatig complimenten dat ik het toch maar even allemaal op de rails heb. Ik onderneem best wel dingen, maar ik voel het als surrogaat. Want werkelijk alles is veranderd. Na bijna veertig jaar "mag" je alles alleen doen. Alleen wakker worden, alleen ontbijten, alleen op visite, alleen beslissingen nemen, alleen huilen, etc. Dat heerlijke, rustige, tevreden geluksgevoel ben ik kwijt. Herkennen jullie dat?

Een lieve groet, Marina van der Sluis, e-mailadres:
lrwvandersluis@chello.nl

Ja Marina, dat gevoel herkennen wij zeker. Het is inderdaad uit een soort zelfbescherming dat je niet constant voelt wat je met je verstand reeds weet en dat is maar goed ook. Het is te veel om in een keer te bevatten. Dat gevoel van zorgeloosheid is weg, maar dat wil overigens niet zeggen dat je nooit meer geluk zult kennen, alleen zal dat op een andere manier zijn, zo weten wij uit ervaring. -Monique-


21-03-2004

Hallo lotgenoten,

Sinds kort hoorde ik over deze site. Je verhaal kwijt kunnen geeft een goed gevoel. Mijn man is zes jaar geleden op 50-jarige leeftijd overleden aan dikkedarmkanker. Altijd aan het werk, nooit ziek en ineens stort je wereld in. Heb je het een plekje kunnen geven?, vraagt men dan. Wat is een plekje geven?, denk ik. Hoe moet dat? We waren zo gelukkig met elkaar. Alleen verder. Ik weet wat het woord alleen inhoudt. Ik heb een gedichtje dat mij veel doet:

Nooit meer jij
maar liever dan dat te aanvaarden
droom ik dat je er nog bent
heel dicht bij mij

Nooit meer jij
de dood is onherroepelijk
het besef doet schrijnend pijn

Van nooit meer wij
nooit meer jij
wat overblijft de herinnering
aan liefde zo warm en zuiver
tussen jou en mij

Harmke Nieboer, woonplaats Nieuw Buinen; e-mailadres: harmkenieboer@wanadoo.nl


10-03-2004

Lieve lotgenoten,

Ik ben Antoinette van Woensel en heb 12 november mijn partner verloren aan slokdarmkanker. We hadden een Lat-relatie van drie jaar. Hij was mijn grote liefde en we waren erg gelukkig samen. Hij is maar 50 jaar geworden. Eind juli 2003 kreeg hij slikklachten en begon hij af te vallen. Drie weken later hoorden we dat hij slokdarmkanker had en dat er niets meer aan te doen was; het was in beide longen ingegroeid. Dan stort je wereld in. In juli hebben we nog de vierdaagse in Nijmegen gelopen.

Hij was zelf erg nuchter; zijn reactie was: "het is nu eenmaal zo". Dat is ook de maanden erna zo gebleven. Zijn motto was: steek geen energie in dingen die je niet kunt veranderen. De energie die hij nog had, heeft hij aan mij en aan zijn kinderen besteed. Maar hij ging snel achteruit. Vanaf half september lag hij de hele dag in bed. De trap op lopen was al te zwaar. Wat een kl... ziekte niet doet met een mens; het sloopt je finaal. De laatste weken verlangde hij naar de dood. Hij lag er echt op te wachten en uiteindelijk is hij na een moeilijk weekend toch rustig ingeslapen.

De eerste maand was er voor mij alleen opluchting dat hij niet meer hoefde te lijden, maar daarna begon het gemis en de pijn. Dat was net voor de feestdagen. Wat had ik die graag overgeslagen... De gevoelens waren soms erg verwarrend, van heftig tot totaal afgevlakt.
Nu gaat het redelijk goed met me. Heb wel dagen of momenten dat het minder goed gaat, maar ik heb weer wat meer energie en begin weer te genieten van de dingen om me heen. Ik weet dat ik er nog lang niet ben, maar ben blij dat de gevoelens niet meer verwarrend zijn. Ik heb ook contact met lotgenoten. De herkenning en het elkaar snel begrijpen en je verhaal kwijt kunnen doet erg goed.

Ik wens iedereen veel liefde en kracht toe om met het verlies om te gaan.

Antoinette van Woensel; e-mailadres:
antoinette@vanwoensel.com (homepage: http://www.vanwoensel.com)


09-03-2004

Ik heb op de crematie van mijn vrouw zelf een gedicht gemaakt. Wat goed is om te weten is, dat het afgeleid is van een lied van Willeke Alberti en dat heet "Ik voel je tranen". Ik heb het zo geschreven, dat ik probeer er mijn emotie aan te geven, wat ik voelde toen ik dit schreef. Ik schreef het toen Ester thuis opgebaard was en ik al een toespraak had geschreven en het gevoel mij aangaf, dat er nog wat moest en dat is dit gedicht geworden.

Ik hoor jouw tranen
wanneer je zachtjes huilen moest
Ik voelde jouw eenzaamheid
en ik voelde jouw pijn
Ik voelde jouw onmacht, mijn schat
Je mag echt slapen nu
en mocht ik jou nodig zijn
jij zal er altijd zijn

We trachten het te vermijden
We weten nu hoe dat gaat
Je bent toen echt gaan knokken
Niet te vroeg en niet te laat

Ik voel nu tranen
Ik weet niet hoe het verder moet
Ik voel nu eenzaamheid
Ik voel nu pijn
Ik voel nu onmacht, mijn schat
Je mag echt slapen nu
En mocht ik je nodig zijn
zal jij in mijn hartje zijn

Ik hoop dat anderen er wat aan hebben, want voel ik me eenzaam, dan lees ik het en dat geeft mij de kracht. Het is en blijft moeilijk, maar door regelmatig de Draaikolk te lezen, krijg ik de kracht dat de onmacht in ieder mens is en dat ieder hem voelt. Ik wens ieder die dit leest kracht en hoop toe, naar de toekomst toe.

Gerard Bosch; e-mailadres:
gerardbosch71@hotmail.com


06-03-2004

Beste allemaal,

Al een paar keer heb ik gedacht, zal ik schrijven? Inmiddels heb ik wel een mailcontact via jullie site, maar ik dacht, het is allemaal nog zo vers. Tot ik vanavond het verhaal van Suzanne Quinn las, en ik dacht, ja dat is ook nog maar kort geleden. Waarom zal ik niet mijn verhaal doen?

Mijn man, Marco Kreeft, is overleden op 17 februari van dit jaar. Hij ging 's avonds schaatsen. Heeft op de ijsbaan een infarct gehad. Na reanimatie heeft zijn hart even weer zelf iets gedaan. 's Avonds om tien uur was ik in het ziekenhuis. Ik had nog hoop, tot hij om kwart over elf wéér een hartstilstand kreeg. Ruim anderhalf uur hebben ze hem gereanimeerd. Het heeft niet mogen baten.
De laatste week voor zijn overlijden voelde hij zich moe, was eens duizelig. We dachten aan een griep want dat ging toen rond. Inmiddels is uit obductie gebleken dat zijn aderen al op meerdere plaatsen verkalkt waren en er littekenweefsel te zien was waaruit bleek dat hij al eerder zuurstoftekort heeft gehad bij inspanning. Dit was zo wrang om te horen, omdat ik daar nooit iets van heb gehoord/gemerkt. Volgens mijn huisarts was zijn conditie zo goed dat hij niet heeft gemerkt dat zijn hart niet goed functioneerde. Heel wrang, want dat roept allemaal gedachten/vragen op. Had hij maar niet zo'n goede conditie. Als we dit hadden geweten, dan hadden we... Waarom direct een fataal infarct? Waarom niet een alarmbel? Waarom wordt dit ons aangedaan?
We waren nog maar tien jaar bij elkaar. We hadden al zoveel ellende achter de rug. We konden moeilijk kinderen krijgen. Mijn gezondheid liet te wensen over. In zeven jaar tijd heb ik zeven keer in het ziekenhuis gelegen; vorig jaar zomer voor het laatst. Onze relatie had ook zijn dips, maar we hielden van elkaar. Wat wij hadden was uniek en daarmee gingen we verder, tot 17 februari van dit jaar.

Wat Suzanne schreef is zo herkenbaar. Ook ik ben op zoek naar een teken. Nog even dat gevoel ervaren, die knipoog ergens zien. Ik blijf zoeken. Ondertussen moet ik verder met mijn twee kinderen van 7 en 2 en dat is soms heel erg moeilijk. Maar als ik denk aan mijn kanjer, die er niet meer is, weet ik dat hij ook zou willen dat ik zoveel mogelijk alles weer zou oppikken. Ik schrijf dit met tranen in mijn ogen, maar ik weet dat dit de reden is: dat ik voor mijn twee andere kanjers door ga.

Groet, Wina Bakema; e-mailadres:
wim.174@hetnet.nl

Wina, alle verhalen zijn het waard om gedeeld te worden met lotgenoten. Het maakt daarbij wat ons betreft niet uit of jouw partner een paar dagen of jaren geleden is overleden. Iedereen kan een gevoel van troost of saamhorigheid putten uit het verhaal van een lotgenoot, hoe dubbel dat ook klinkt. Zo lang het maar over jouw gevoelens gaat. -Monique-


06-03-2004

Mijn man is dood.

Bijna een jaar ziek. Een onbeschrijfelijk jaar met allebei onze eigen hel. Hij, omdat hij van mij en de kinderen weg zou moeten, de angst en de pijn. Mijn held omdat hij mij een heel jaar getroost heeft, wat ik me niet eens realiseerde tot nu. Hij heeft heel precies beschreven hoe het zou zijn. Dat het met de kinderen goed zou gaan omdat ze mij hebben; dat ik sterker ben dan ik dacht als ik zei niet zonder hem te kunnen leven. En ik, omdat ik bijna iedere dag weer afscheid nam van iets: dit is voor het laatst en dit is voor het laatst en dat ook.
Hoe ik altijd naar hem moest kijken en goed naar zijn stem moest luisteren. Herinneringen verzamelen en goed onthouden, omdat ik wist dat ik het daar mee moet doen. Voor altijd.

Net na de begrafenis vond ik alles best. Ik vond het zelfs soms zieliger voor een ander, die ook van hem hield, dan voor mij. Ik begreep het gevoel wel niet en vond het maar raar. Net alsof het maar iets tijdelijks was en dat alles na verloop van tijd weer gewoon zou worden, omdat het nu wel lang genoeg had geduurd.
Maar nu is alles anders.
En het is waar dat de kinderen mijn twee sterke punten zijn, wat hij altijd zei. Maar iedere dag doen of zeggen ze wel iets wat hij niet meer ziet of hoort en wat ik niet meer kan vertellen. Dat hele gewone hoe je over je kinderen praat en wat de ander ook altijd wil horen en nooit verveelt.

De diepe haat die ik kan voelen voor mensen die zeggen dat de tijd alle wonden heelt.
En dat dood gewoon helemaal dood is, want ik zie hem nergens en ik voel hem niet en eigenlijk merk ik dat ik daarop wacht.

Suzanne Quinn (1951), kinderen 14 en 11 jaar.
19 februari is Bob overleden.

E-mailadres: s.quinnhaaksman@chello.nl

Suzanne, jouw verlies is nog zo vers. Ik denk dat velen van ons zich zullen herkennen in jouw gevoelens die nog zo rauw zijn. Ook wij hebben, net als jij nu, aan het begin van die lange, uitzichtloze weg gestaan en het met jou opnieuw beleven van jouw rauwe gevoelens doet ons beseffen dat het met ons toch weer beter gaat. Net zoals het met jou in de loop der tijd ook beter zal gaan, ook al kun jij je daar nu - terecht - nog niets bij voorstellen. -Monique-


04-03-2004

Hallo Bert en Monique,

Mijn naam is Herma Makkink en ik ben een vrouw. Mijn geboortedatum is 1 juli 1952. Mijn partner heette Eef en is 23 november 2001 overleden aan nierkanker. We waren bijna 25 jaar getrouwd. Ik heb 4 kinderen waarvan er nog 1 thuis is.
Vind het wel een fijn blad wat jullie gemaakt hebben en kijk er regelmatig op. Dit bericht versturen is ook weer een stapje vooruit, vind ik zelf. Het hele leven is groeien en geraniums plukken kan ik altijd nog, zeg ik altijd, maar dat klinkt stoerder dan dat ik echt ben. Maar we komen er wel hoor. Verder wacht ik wel af of er reacties komen.

Groetjes en succes verder met dit blad.

Herma Makkink; e-mailadres: herma-m@zonnet.nl

Dag Herma, jouw gegevens hebben wij in onze rubriek de Mailbox opgenomen. Hopelijk levert het jou wat reacties op. -Monique-


REACTIES binnengekomen in april 2004:

28-04-2004

Hai !

Hoewel het al laat is (00.15 uur) ga ik toch maar verder met mijn verhaal. Waar ik het over wil hebben is welke rol de kinderen spelen, hoe ik daar mee om ben gegaan, en eigenlijk alles wat daar mee te maken heeft. In de eerste plaats kan ik me kwaad maken als mensen zeggen: "die beseffen het niet" (vooral over de jongste die toen 3,5 jaar was). Ik weet: ze beseffen alles. Probleem is natuurlijk alleen dat ze het niet kunnen verwoorden. Of ik antwoord dan: "Net of wij het begrijpen/beseffen".

Vanaf moment 1 ben ik steeds in de omgang met de kids (3,5 en 5,5 jaar oud dus) puur op mijn gevoel afgegaan. Ik heb ze overal bij betrokken. Hans is thuis (op zolder) opgebaard geweest, op een gewoon bed. Daar zijn ze verschillende keren bij geweest. Uit vrije wil. Ze hebben hem aangeraakt en helemaal bevoeld. Hup, dan gaat dat dekentje (dat over papa's benen was gedrapeerd) omhoog: "Heeft-ie ook sokken aan? Ja. En ook een onderbroek? Ja, maar dat gaan we niet kijken, hoor." Oudste staat vlak bij het hoofd van papa en roept dan ineens echt keihard in Hans zijn oor: "papa!" Uiteraard blijft papa doodstil liggen. Reactie zoon: "Hmm, hij hoort ook niets meer". Humor bij een lijk.

Kinderen: ze slepen je er doorheen, je moet dóór. Voor jezelf wil je niet koken, maar ja, die koters kun je niet iedere keer afschepen met een kant-en-klare pannenkoek. En hoe de frietpan werkt, dat weet mama niet. Dat deed papa altijd. En dan komt-ie weer: "Kun je dat dan niet meer vragen?" En de eerste dagen, de hele dag door: "Kan hij dan ook niet meer voetballen? Nee. Kan hij dan ook niet meer verstoppertje met ons spelen? Nee." etc. Echt de hele tijd. Terwijl je zelf zoiets hebt van: dit wil ik niet zeggen, dit is niet zo. En meteen weet je al: maar ik moet er wel op antwoorden, want het ís wel zo. En dan bedenk je weer dat het toch eigenlijk ook wel heel erg goed is voor jezelf: dat steeds in simpele woorden moeten herhalen wat het nou betekent dat Hans/papa er toch echt niet meer is. Mensen vragen dan ook of ik dat niet moeilijk vind. Ik zei dan: "ja, leuk is het niet nee. Maar wel goed." En de vragen die ze (de kinderen) stellen, die zijn gewoon heel eenvoudig. Ze vragen niet waarom papa is doodgegaan, hoor. Dat soort moeilijke filosofische vragen krijg je niet. Nee (na de crematie): "waar zijn z'n kleren nou dan heen?" En dan vervolgens: "En nou wil ik geschminkt worden" (het was carnaval).

Het is zo belangrijk dat je eerlijk bent tegen de kids, dat je alles goed laat zien en uitlegt. Anders gaan ze toch zelf iets verzinnen, wat nog veel erger is. Voorzichtig had ik uitgelegd aan de oudste wat cremeren was, dat papa verbrand zou worden in een heel speciale oven. Even later vertelt hij tegen iemand: "Papa wordt gecremeerd. Niet in onze eigen oven hoor, wel in een speciale oven."
Bij de crematie zelf zijn ze geweest. Ook hebben ze gezien dat Hans in de kist is gelegd. Dat gebeurde in onze woonkamer. Bij het transport van de zolder naar beneden (dat gebeurt dus met een brancard) waren ze even bij de buren. Mijn schoonzusje ging ze na een halfuurtje ophalen. De lijkwagen staat op de oprit. Zodra zoonlief die in de gaten krijgt zegt hij: "Jé, da's een vet gave auto zeg, met die mooie vlaggetjes erop. Wauw!"
Meteen na het overlijden van Hans (dat was op een vrijdag) hebben de kinderen wel iedere dag gewoon thuis geslapen, in hun eigen bedje. Overdag zijn ze wel veel weg geweest, bij vriendjes. Maar ook regelmatig thuis. Ze vonden het wel gek dat er iedere dag bij mama iemand anders in bed lag (de eerste week heeft steeds een vriendin bij mij geslapen), maar ook wel gezellig natuurlijk.

Inmiddels zijn we zo'n negen weken verder. Oudste heeft het er heel af en toe over. Op school komt het regelmatig aan de orde, hij zit in groep 2. Jongste doet op dit moment net of Hans er nog is. Dan zitten we bijvoorbeeld aan tafel, en dan zegt-ie "daar zit papa, hè". En ik dan weer: "Nee, papa is toch dood." Op zich gaat het hartstikke goed met ze. Af en toe zijn ze wat dwars (ken ik niet van ze), maar geef ze eens ongelijk. Ik heb verteld dat papa een ster geworden is en dat vinden ze een fijn idee. Op hun kamers hangen drie grote A4-formaat foto's van papa. Die geven ze dan kusjes. Ze slapen goed. Vanavond wilde de oudste het boekje van Oma Pluis weer horen (gaat dus over de oma van Nijntje die dood is gegaan en wordt begraven). Naar aanleiding daarvan heb ik proberen uit te leggen dat we binnenkort de as van papa ook gaan begraven (asbus plaatsen in het graf). Dat zal gaan gebeuren op Hans zijn verjaardag (26 mei 1965) en ook daar zullen de kinderen weer bij zijn. Oudste vond het maar heel gek dat zo'n grote papa (Hans was 1.94 lang) in zo'n klein flesje paste. Hij moest echt keihard lachen.

Oeps, het is inmiddels 01.00 uur. Echt bedje-tijd.

Groet,
Liesbet Grimberg; e-mailadres:
l.grimberg@tiscali.nl


28-04-2004

Beste Bert,

Na wat dwalen op de site van de Draaikolk en verschillende inzendingen te hebben doorgenomen, een reactie op de inzending van Liesbet Grimberg-Wouterse.

5 Oktober 2001 heb ik mijn eerste lief, 46 jaar oud, na een huwelijk van 25 jaar verloren aan een longembolie, waarschijnlijk het gevolg van een veertien uur durende operatie eerder dat jaar. Net toen we min of meer het idee hadden dat de zon toch weer een beetje ging schijnen was het in minder dan twee dagen voorbij.
Na twee jaar ontmoette ik Lex: attent, lief en onmiddellijk voelde ik me bij hem op mijn gemak.Vrij snel gingen we samenwonen. Het geluk opnieuw gevonden. "Mijn lot uit de loterij", zoals ik een keer opmerkte tegen een vriendin. Lex had ooit een hartaanval gehad, sukkelde ook met suiker, maar dit alles was redelijk goed onder controle. De laatste maanden was hij wel moe, maar door het overstappen van huisarts stond een controle bij de cardioloog gepland en daar had hij zich helemaal op gefocust met het idee: dan word het opgelost. De dag naderde van de fietstest die was gepland. Doodmoe sleepte hij zich naar het ziekenhuis waar alarm werd geslagen door de cardioloog. Hij bleek een maagbloeding te hebben, daardoor ook die ontzettende vermoeidheid. Toen kwam eigenlijk alles in een stroomversnelling. Tests werden gedaan en hij bleek een maagzweer te hebben. Weefsel weggenomen voor nader onderzoek. Dit alles in een week tijd. Vrijdags mocht hij weer naar huis, zonder definitieve uitslag, deze werd de week erop verwacht. Uiteindelijk werd hij, na drie dagen thuis geweest te zijn, opnieuw opgenomen met een maagbloeding en de nacht daarop is hij na bloeding overleden.

Mijn lief, mijn lot uit de loterij, was ik voor de tweede keer op de leeftijd van 45 jaar kwijt. Hem is waarschijnlijk een lange lijdensweg bespaard gebleven, maar wat bij mij overheerst is: waarom? Ik had nog zo graag de tijd gehad om alles door te spreken. Waarom hebben we de ernst van de situatie niet onderkend? Ik heb net als Liesbeth vrede met de snelheid waarop het ook voor hem is gegaan. Hij heeft het waarschijnlijk ook niet aan zien komen en dat is een hele geruststelling. Maar wat op het moment overheerst zijn de vragen van het waarom. Waarom ik weer?
26 April jl. is mijn lief aan zijn laatste reis begonnen.

Marij Duerinck; e-mailadres: beige@zeelandnet.nl


27-04-2004

Hallo!

Na verschillende keren op jullie site te zijn geweest wil ik me even aan jullie voorstellen. Ik ben Liesbet Grimberg-Wouterse en heb twee zoontjes van (bijna) 4 en (bijna) 6 jaar oud. Op 20 februari 2004 is mijn man en onze papa overleden. Hoewel hij ziek was, is dit overlijden toch nog heel onverwacht gekomen. Hans had sinds september 1999 hartfalen en sinds 2000 kwam daar ook nog diabetes bij (meteen 4x per dag insuline spuiten, kortwerkende en langwerkende, voor de kenners). In de tijd daarna kreeg Hans steeds allerlei lichamelijke problemen erbij (slechtwerkende nieren, dan weer was de lever niet goed, een of andere huidziekte met hevige jeuk). Op zich dus allemaal niet "dodelijk", maar bij elkaar zou je kunnen zeggen dat zijn lichaam gewoon "rot" was. Natuurlijk "wisten" we dit, en konden dus ook weten dat hij niet echt oud zou worden. Maar dat hij niet ouder dan 38 jaar zou worden, dat was toch een hele klap. Hij is overigens overleden aan een inwendige bloeding, door mij (en hem) niet als zodanig herkend maar "afgedaan" als buikgriep met heftige diarree. Dit maakt in elk geval dat Hans, en dat geeft mij enorm veel rust, de dood concreet in elk geval absoluut niet heeft aan zien komen en rustig in zijn slaap is weggegleden.

Ik heb eigenlijk nog enorm veel te vertellen, maar weet niet goed waar te beginnen. Op dit moment gaat het wel redelijk met mij. Ik ben vrij zelfstandig. Ik werkte 32 uur per week (advocaat) en ben inmiddels weer begonnen op arbeidstherapeutische basis (ongeveer 3 x 3 uur per week). Hans werkte niet meer sinds juli 2001. Hij werkte bij zijn ouders in de zaak die hij zou gaan overnemen (tot bekend werd dat dit niet tot de "mogelijkheden" meer behoorde...) Hans en ik kenden elkaar al sinds 1984 en woonden sinds 1987 samen, al heel wat jaartjes dus. Nu ga ik stoppen, ik wou me ook alleen maar even voorstellen. Ik moet zo namelijk mijn jongste zoontje ophalen van het kinderdagverblijf.

Ik vraag mij vooral af of er niet meer mensen zijn die in dezelfde situatie verkeren als ik. Het is niet zo dat het overlijden van Hans totaal uit de lucht is komen vallen (zoals bij een auto-ongeluk of zo), maar aan de andere kant toch weer wel. Wij hebben niet samen over het naderende einde kunnen praten, geen concreet afscheid van elkaar kunnen nemen. Dit omdat geen van beide in de gaten had wat er aan de hand was. Hans is op woensdagmiddag ziek geworden en vrijdagochtend, toen ik terugkwam van mijn oudste zoon naar school brengen (het was nota bene carnaval…) en nadat ik de huisarts had gebeld voor huisbezoek omdat ik vond dat Hans toch wel erg zwak was, deed mijn hulp de deur open en "verwelkomde" mij met het fatale bericht. Ook heb ik nooit echt voor Hans zelf hoeven zorgen; wel kwam alles in feite met het gezin en alles op mijn schouders, omdat Hans heel weinig energie had.

Wordt vervolgd.

Liesbet Grimberg-Wouterse; e-mailadres:
l.grimberg@tiscali.nl


25-04-2004

Hallo Bert,

Goedemiddag. Zal ik me eerst even voorstellen. Ik ben Mirza, 51 jaar, en mijn man is zes weken geleden overleden aan een hersentumor. Heb twee thuiswonende kinderen (19 en 20).

Ik wilde je alleen heel hartelijk bedanken voor deze site. Om de tijd door te komen surf ik af en toe een beetje, vooral naar de Nederlandse sites. Ik woon in het Franse deel van Zwitserland en de Franse sites zijn lang niet zo hartelijk en volledig als deze. Je hint voor een dagboek schrijven heeft me geholpen, ga ik doen. Alles is nog zo onwezenlijk...

Ik zal regelmatig even hier komen kijken, houd ik ook mijn Nederlands op pijl...

Hartelijke groeten,
Mirza Bonny; e-mailadres:
bonnym@hotmail.com

Mirza, we hopen dat het lezen van de ervaringen van andere lotgenoten jou tot steun zal zijn.  -Bert-


22-04-2004

Hallo Bert,

Je stukje gelezen ("De soms ondraaglijke lichtheid van het zijn", red.) en ik weet wat je bedoeld. Ik lees al 3 1/2 jaar de Draaikolk zonder dat ik ooit had gereageerd, tot veertien dagen terug en nu weer. Ja, soms kan geluk ook pijn doen, net als verdriet. Ik ondervind dit nu. Sinds kort een nieuwe liefde gevonden uit de Draaikolk en je zo gelukkig voelen dat het pijn van binnen doet. En het niet kunnen geloven dat het je weer is overkomen en dat het zo goed aanvoelt waardoor je eigenlijk weet: het is weer goed zo.

Maar dan het loslaten van wat je is overkomen, wat je sinds die bewuste rotdag vast heb gehouden en dat je het eigenlijk haast niet los kan laten. De draden van je vorig leven die moet je nu loslaten en het was je houvast naar het verleden. Ik wilde opnieuw beginnen, dus ik heb het losgelaten met heel veel moeite en verdriet daarbij. Ik werd heen en weer geslingerd tussen het nieuwe, het verliefde en het oude vertrouwde van wat je ooit eens had. Het zal bij je blijven en je zult voortdurend het gevoel hebben dat je in twee werelden leeft. En steeds aan de ene kant de blijheid en het vele licht van het nieuwe en aan de andere kant de donkere kant van wat je is overkomen. Het onbegrijpelijke dat er nog een andere wereld voor je opengaat waarvan je het bestaan nooit had geweten als dat erge je niet had getroffen. Weten en voelen dat je twee levens bent gaan leiden. Wat anderen niet kunnen begrijpen. Ja, je bent gespleten in je gedachten om wat je had en wat je nu weer hebt.

Het is zeker in het begin moeilijk om een nieuw begin te maken in je leven. Je hebt al zolang samen één leven gedeeld met een ander, dat je nooit aan iets anders hebt gedacht. Maar nu het er is gaat er weer een echte wereld voor mij open waar ik echt in wil leven, en niet omdat ik toevallig ademhaal en verder moet. Maar jouw verhaal herken ik helemaal. Dat nieuwe dat het vele licht meebrengt en dat licht toch zeer kan doen. Ons leven bestaat nog uit het verleden en apart het heden. Ik hoop in de toekomst zeker dat onze levens samen gaan lopen en door elkaar heen zullen gaan. En dat we ze niet apart gaan zien. We hebben samen nog heel veel jaren te overbruggen die al geweest zijn. En waarvan we toch willen weten, hoe wij waren en hoe we toen hebben geleefd met onze gezinnen. Want die levens zullen bij ons horen en blijven. Ook wij hebben gezegd: wij willen met zijn tweeën verder maar zullen altijd met ons vieren gaan. En dat voelt goed. Zo mag het zijn.

Met vriendelijke groet,
Emma van Kampen; e-mailadres:
Carolavk@hotmail.com


20-04-2004

Gewoon een vrijdag, 7 juni 2002; een dag als elke andere. Alleen, mijn man Tonny had een vrije dag omdat hij wisselende diensten had. Ik ging zoals gewoonlijk op vrijdag werken. Samen opstaan, kinderen naar school, nog gezellig samen een kop koffie. "Denk je aan het uitstapje met groep 7 (ons zoontje zou een uitstapje hebben met school en Tonny zou als begeleider meegaan). Denk je ook aan de auto, die moet naar de garage om 13.00 uur voor de keuring." Nog een laatste kus: "tot vanavond, doei." Ik was die middag eerder vrij, net of ik het aanvoelde. Onderweg naar huis bekroop me een naar gevoel. Net voor de garage waar mijn man zijn auto had voor de keuring, haalde een ambulance mij in met zwaailicht en sirene en draaide daar de parkeerplaats op. Het eerste wat ik dacht: Tonny, nee hè…Gauw naar huis. Niemand thuis. De kinderen waren waarschijnlijk nog in het zwembad. Ik haalde me allerlei dingen in mijn hoofd en ben toen gauw naar de garage gereden. Daar aangekomen bleken mijn gevoelens te kloppen. Hij lag op de grond en ze waren hem aan het reanimeren. Een hartstilstand. Ze konden niets meer voor hem doen. Dan krijg je te horen dat het afgelopen is. Je hebt op dat moment geen benen meer en je armen zijn zo zwaar als lood. Je kunt niet meer denken, alleen nog maar aan de kinderen. Hoe vertel ik het hen? Het gaat allemaal zo snel en toch ook weer heel langzaam.

Nu zijn wij al bijna twee jaar verder. Er is alweer veel gebeurd. Ik red me goed met de kinderen, daar ben ik heel dankbaar voor. Als ze me voor het overlijden hadden gezegd dat dit alles zou gebeuren, dan had ik gezegd dat ik dit nooit aan zou kunnen. Toch heb ik de kracht gekregen om door te gaan, al is het soms heel moeilijk. Vooral de gesprekken mis ik, ook al zijn het soms maar hele kleine dingetjes die je even kwijt wilt. En dan niet te vergeten: geen afscheid hebben kunnen nemen…vreselijk. Hier ben ik nog dagelijks mee bezig.
Ik lees veel verhalen van anderen die hetzelfde overkomen zijn. Ook kijk ik veel TV, naar bepaalde documentaires waarvan ik denk dat ik daar wat aan heb. En natuurlijk ben ik heel blij met jullie.

Sylvia Tankink (45); e-mailadres: sylviatankink@hotmail.com


18-04-2004

Hallo Monique en Bert,

Deze week ben ik voor het eerst op jullie site terecht gekomen. Ik heb vele brieven gelezen, ook die van jullie. Je weet dat je niet de enige bent met verdriet, maar erover lezen en dingen herkennen doet je toch goed. Ik wil dan ook graag mijn verhaal kwijt. Ik ben Lenie en ben 61 jaar. Mijn man Fred is 2 december 2003 op 62-jarige leeftijd na een lange lijdensweg aan prostaatkanker overleden. 13 Maart 2001, zes weken voor hij met de V.U.T zou gaan, kregen wij te horen dat hij prostaatkanker had in een vergevorderd stadium. Fred heeft nooit klachten gehad die wezen op prostaatkanker, daarom was het voor ons onbegrijpelijk dat de kanker al uitgezaaid was in zijn botten.

Het eerste jaar hebben we nog intens genoten van de dingen die we nog samen konden doen. Fred zijn gezondheid ging erg snel achteruit, maar we pasten ons leven aan en deden dingen die we nog konden doen. In 2002 ging het steeds slechter met hem. Maar ondanks alle ellende konden we toch nog genieten. Natuurlijk zat Fred (en ik) weleens in een dip, maar ik zei dan altijd: "jongen, je bent er nog, we kunnen nog samen koffie drinken, we kunnen nog genieten van onze kinderen en kleinkinderen." We hebben twee schatten van zoons, twee heel lieve schoondochters en twee dotten van kleinkinderen; een kleindochter van 4 en een kleinzoon van 3. Maar het viel niet mee om de moed erin te houden, ook voor mij niet. Je ziet degene waar je zoveel van houd steeds verder achteruit gaan en je weet dat het einde in zicht is. Maar ik duwde dat steeds weg, ik wilde er niet aan denken. Fred was op het laatst helemaal afhankelijk van mij. Voor mij was dit allemaal niet teveel, maar voor hem was het verschrikkelijk. Ik heb Fred tot het laatst toe alleen verzorgd en daar ben ik blij om. Nu hij er niet meer is denk ik daar nog vaak met voldoening aan terug. Ik wist dat hij geen vreemde aan zijn bed wou en hij wilde ook niet in het ziekenhuis zijn. Het was best zwaar, maar zo zijn wij tot het laatste toe samen geweest. We hebben heel veel gehad aan onze huisdokter die heeft ons heel goed begeleid.

Maar nu ben ik dus alleen, ik ben mijn allergrootste vriend kwijt. Mijn maatje waar ik mee kon praten, mee kon lachen. Die eens met zijn hand door mijn haar ging en lieve woordjes tegen me zei. Ik ben mijn alles kwijt. Ik denk weleens: waarom zijn we niet samen gegaan! Deze gedachten gaan weer weg hoor, want dan denk ik: vooruit Lenie, je hebt ook nog kinderen en kleinkinderen die van je houden. Ik ben op bridge gegaan. Ik doe vrijwilligerswerk bij het Rode Kruis. Ik ga met verstandelijk gehandicapten als begeleidster mee. Ik wil dus vooruit, maar je voelt je vaak zo verloren en eenzaam. Wij hebben samen gepraat over als Fred er niet meer zou zijn. Ik zei dan: "wat zal ik toch eenzaam worden zonder jou en wat zal het stil zijn." Maar dat het zo'n impact zou hebben, dat wist ik niet. Mijn kinderen vangen mij heel goed op en ook mijn broers en zussen zijn er altijd voor mij, maar je kunt tussen 100 mensen nog heel eenzaam zijn. Dit hoef ik op deze site niet uit te leggen. Ik ben ook niet iemand die met zijn verdriet naar een ander gaat. Ik huil natuurlijk ook, maar dan als ik alleen ben; ik wil niemand tot last zijn. De kinderen wil ik er ook niet mee lastig vallen, die hebben hun eigen verdriet want die zijn ook hun vader kwijt.
Maar ik wil er wel graag over praten of schrijven, daarom deze mail. Ik wil graag in contact komen met lotgenoten en zou daarom graag opgenomen worden in jullie mailbox. Het is wel een heel lange mail geworden, ik hoop dat jullie dat niet erg vinden!

Groetjes, Lenie Commandeur; e-mailadres:
a.jcommandeur@freeler.nl


06-04-2004

Hier even een berichtje van mij, Willy Broekhoff, 49 jaar. Er zijn al weer twee jaar voorbij gegaan. Wat is het omgevlogen…
Twee jaar geleden, even naar de stad, het was mooi weer. Theo, mijn man, was vrijdags eerder uit zijn werk thuis gekomen. Hij was niet zo lekker, zei hij. Nou, dat was heel wat voor hem, want zijn werk was zijn alles. Hij was postbode bij ons in Almere. Al 38 jaar deed hij dit werk, waarvan zo'n 22 jaar in Almere. Van het begin af aan eerst een kleine groep bewoners, uitgegroeid tot een grote stad waar hij heel veel mensen van kende.
Hij is die avond vroeg naar bed gegaan en de volgende ochtend was hij vroeg op en dacht: het gaat al weer. We zijn dus even naar de stad gegaan, maar halverwege zei hij opeens: "wacht even, ik word niet lekker; er knakt iets in mijn hoofd." We zijn toen teruggelopen naar de parkeerplaats, die best nog wel een eindje verderop was, en hij werd almaar witter. Het laatste stukje stonden wij voor het stoplicht te wachten om over te steken. Toen begon hij opeens te spugen en hij reageerde vreemd, waarop ik 112 heb gebeld en die waren in twee minuten ter plaatse. Dus naar het ziekenhuis en daar constateerde men een hersenbloeding en moesten we met spoed door naar het AMC in Amsterdam. Daar aangekomen werd hij op een kamertje alleen gelegd en er werd gezegd: "hij is stabiel" (hij was ook wel goed aanspreekbaar). Nu, hij moest geopereerd worden, maar jammer genoeg is de operatie wel vier keer uitgesteld voor een spoedgeval en toen hij eindelijk maandag werd geopereerd, bleek dat hij net daarvoor er een hersenbloeding overheen had gehad. Die woensdag daarna is alles fout gelopen en hij is overleden 's middags om drie uur.

Wij hebben twee kinderen die al de deur uit zijn en hadden pas twee kleinkinderen waar hij nog zo veel plannen mee had, maar helaas, het heeft niet zo mogen zijn. Er waren 600 mensen op zijn uitvaart en we hebben alles gefilmd, waar wel mensen vreemd van op keken, zo van: wie doet dit nou? Nou, laat ik u zeggen, het heeft mij ontzettend geholpen om die dag nog eens terug te kijken en te zien wat ik toen niet heb gezien. Maar verder, jammer dat je niet alleen je man moet missen maar dat ook zo veel mensen in je omgeving toch afhaken en dat alleen je échte vrienden overblijven in goede en slechte tijden. Maar het valt niet mee om voortaan alles alleen te moeten beslissen. Voor de meeste mensen is het dan al twee jaar; voor mij is het pas twee jaar geleden.
Verder doe ik graag nog eens mijn verhaal en zal ik graag ook eens een van mijn gedichten willen melden, want ook ik heb veel op papier gezet en dat heeft erg geholpen met moed verzamelen om tóch door te gaan, al valt het echt niet mee. Verder wil ik u allemaal veel sterkte wensen en ik ben ervan overtuigd dat deze site veel bezoekers zal krijgen. De groetjes allemaal en veel sterkte de komende tijd.

Willy Broekhoff-Verbeek; e-mailadres:
t.broekhoff@hetnet.nl


06-04-2004

Hoi,

Dit is mijn derde keer dat ik schrijf. Na een paar roerige weken is nu veel duidelijker geworden wat er is gebeurd. Vorig jaar op 11 november is mijn vrouw overleden door onbekende oorzaak. Ze was 30. Nu kreeg ik een paar weken geleden telefoon van de huisarts of ik langs wilde komen want ze wilde met me praten. Ze vertelde me dat Ester aan een ziekte was overleden dat de naam Merff heeft. Het bleek dat de ziekte zich al een jaar of twee geleden openbaarde. Ze lag in een epilepsiekliniek op dat moment. Nu bleek dat ze daar nooit een bloedonderzoek hadden verricht. Ook al hadden we het toen geweten, ze was overleden.

Mensen zeggen, en ik dacht het ook, als het een naam heeft is het verwerken makkelijker, maar ik kan nu zeggen dat het echt niet zo is. Mijn vrouw werd het laatste jaar van haar leven "aanstelster" genoemd en dat ze gek op aandacht was en ook dat ze lui was. Ze zeiden dat ze graag betutteld wilde worden, ook in de epilepsie kliniek zeiden ze dat. Ik heb haar ook een jaar op die manier behandeld, tot het voor mij en Ester duidelijk was dat ze dood zou gaan. Ik heb 1 jaar alles alleen gedragen, kreeg geen medewerking, omdat Ester zich zou aanstellen. Nu ben ik boos en heel kwaad, juist omdat ik ook moe ben. Alles komt eruit en dat is moeilijk te dragen. Als ze meer hun best hadden gedaan, had Ester met respect kunnen sterven, maar ik ben blij dat ik mijn en ons gevoel heb gevolgd, want ze is in mijn armen overleden en ik weet dat ze zich niet aanstelde.

Ik rouw nu, kan ook weer lachen en heb er vrede mee dat ze dood is. Juist omdat ik er met haar veel over gepraat heb. En dat ze in mijn armen overleed, dat is iets wat ik nooit meer vergeet. Maar nu zit ik,32 jaar en weduwnaar, met veel vragen waar ik geen antwoord op krijg. Ik heb Ester beloofd om te knokken en dat doe ik, want anders is haar sterven ook zinloos geweest. Alles wat we meemaken gaat tot iets leiden, dat was en is mijn opvatting. Maar nu ik weet wat ze had, geeft het rust, maar veel boosheid en dat mag en moet ik zelf oplossen en ik weet niet hoe dat moet en of ik dat kan, ik wil wel. Haar ziekte was zeldzaam en ik wilde er meer over weten maar alles is in het Engels en ik kan dat niet lezen en met de arts uit het ziekenhuis kan ik niet praten, want er is te veel gebeurd. En ik wil graag meer weten over groepen en mensen die ook rouwen en hoe je er mee om moet gaan, maar de huisarts en mensen om me heen raden me dat af. Wat is een rouwverwerkinggroep en waar kan ik dat vinden? En ik zou ook willen vragen of er mensen zijn die bekend zijn met de ziekte Merff. En ik wilde ook even zeggen dat ik veel aan de site heb. Het geeft troost als je weet dat je niet alleen bent die deze strijd levert. Ik strijd voor een goed bestaan met Ester in mijn hart en ik weet dat het ook wel een tijd duurt en ik kom er, in Ester's naam. Ik hoop dat jullie mij kunnen helpen om antwoord te krijgen op mijn vragen. Alvast dank en ik wens ieder die dit leest veel sterkte en kracht toe.

Gerard Bosch; e-mailadres: gerardbosch1971@planet.nl

Gerard, helaas kunnen wij niet veel meer bieden dan een luisterend oor, want wij zijn namelijk geen hulpverlenende instantie. Wel weten we dat rouwverwerkinggroepen vaak georganiseerd worden door de plaatselijke Kruisvereniging of door bijvoorbeeld Humanitas. -Monique-


05-04-2004

Hallo,

Ik heb jullie website gevonden dankzij mijn zus die in België woont. Jullie vroegen mensen om over het leven te schrijven nadat je je partner verloren hebt. Nou, ik kan "aardig" schrijven, dus ik doe bij dezen een poging. Mijn naam is Gemma v.d. Broek, ben 53 jaar en ik heb mijn partner verloren sinds november 2003. Ik zal er meteen bij vermelden dat mijn partner een vrouw was, want er wordt altijd als vanzelfsprekend aangenomen dat het om een man gaat. Zij was slechts 54 jaar en is in drie maanden tijd gestorven. Goed, daar het vooral gaat over hoe je het dagelijkse leven weer oppikt, zal ik ook de details van ziekte en de dood achterwege laten.

Ik ben sinds januari van dit jaar weer aan het werk en in mijn geval is dit een grote stok achter de deur, al is het erg zwaar aangezien ik met kleuters werk en geduld dan een ''must'' is, terwijl je dat eigenlijk niet op kunt brengen. Ook het werken binnen een team van 40 mensen is voor mij nu afzien. Al die drukte en die hectiek die een basisschool met zich meebrengt is niet niks. Ik betrap me er dan ook op dat ik me regelmatig terugtrek en ook niet tegen die grappen en grollen kan. Voor je gevoel staat de wereld om je heen toch nog steeds stil en je kunt niet gezellig en ook niet zo sociaal meedoen, want je verdriet staat op je voorhoofd geschreven en het zit tot in je botten.
Omdat ik in een jong team werk merk ik dat de meeste het ook moeilijk vinden om er over te praten (ook bij de ouderen). Als ze vragen: "hoe gaat het", dan zeg ik niet meer, zoals in het begin: ''ik heb geen keus''. Nee, ik zeg nu: " het gaat slecht", want dat ik geen keus heb, dat weet ik onderhand wel. Maar het gaat je gewoon slecht, want als er iets toch niet meer in deze tijd past dan is het rouwen. Het is meer van: zij (Hennie) is dood en jij moet verder, want alles draait gewoon door. Ja inderdaad, behalve als je met een dergelijk verlies moet omgaan. De meeste hebben zoiets van: "we kunnen je toch niet helpen; je moet het toch zelf doen." Allemaal waar, maar een luisterend oor is nu toch heel belangrijk en niks geen goed bedoelde adviezen, want daar heb je ook weinig of niks aan. Nee, gewoon je verhaal kunnen vertellen en eens een arm om je heen. Getroost en vertroeteld worden, dat is wat je (soms) wilt. Dus je wilt gewoon begrepen worden, ondanks de wisselende stemmingen waar je in zit. En je moet jezelf kwetsbaar op kunnen en mogen stellen zonder het uit te hoeven leggen. Ook je boosheid, je in de steek gelaten voelen, je machteloosheid, je als het ware geamputeerd voelen enz. moet nu eigenlijk kunnen en mogen, want dat hoort allemaal bij het verwerkingsproces.Want nu mag je egoïstisch zijn, doe het maar. Je leven weer opnieuw inrichten en doorgaan, terwijl je ondertussen zo tegen dat leven bent.

Als ik dan ook echt van die radeloze uren (soms dagen) heb, ga ik schrijven en in mijn geval in dichtvorm. Dat gaat dan zonder dat ik er bij na hoef te denken en dat helpt wel een beetje. Soms stuur ik ze dan naar wat mensen op. Dit zijn dan de mensen die het moeilijk vinden hoe ze met mij om moeten gaan. Ik vind dat ze zo op deze manier er ook nog iets van kunnen leren, want de dood hoort toch zo bij het leven. En ik ben het op deze manier weer een beetje kwijt en weer een klein stapje in de goede richting, want met vallen en opstaan moet je het weer allemaal leren.
Ook heb ik een goede siatshu-masseuse gevonden, die ook mijn "praattherapeut'' is. Heel belangrijk, want ook je lichaam heeft een opdonder gehad en geest en lichaam moeten samen weer in balans komen. Maar ook dit vergt veel energie en tijd, zowel van jezelf als van de therapeut, want als ik ook wel iets heb geleerd in mijn leven (en ik heb al wat lessen gehad) dan is het wel dat je goed moet luisteren naar jezelf en de signalen van je lichaam en aan de bel trekken, want je hoeft niet alles zelf te kunnen. Vergeet niet dat je maar een mens bent met al zijn beperkingen. En die mensen zijn er niet voor niks en er is niks zo erg als zelf helemaal afglijden, want wie haalt je er dan weer uit? Ik kan nog uren doorgaan maar voor nu vind ik het genoeg want, weet je, in mijn geval is het ook nog eens zo dat het voor mij minder erg is - jawel anno 2004 - want dit is niet hetzelfde als wanneer je een man verliest… Goed, dit zou op zich ook nog een verhaal zijn.
Hier nog een gedicht van mij, dat ik heb gemaakt voor een bijzonder mens die nu, in deze situatie, op mijn pad kwam.

In deze tijd, dobberend op die donkere zee,
zwemt er opeens spontaan iemand met je mee.
Zomaar komt diegene op je eenzame pad,
een echt mens, niks vlug, tijd zat.

Als er dan een vonk overspringt van mens tot mens,
kwam er voor mij al snel een onuitwisbare wens.
Want een speciale vriend(in) in deze verdrietige tijd,
dat is dan een zeer, zeer kostbaar feit.

Aan elke strohalm wil ik me wel vast laten klitten,
want om in je uppie in zo'n draaikolk te zitten
waarbij de meeste handen niet toereikend zijn,
voelt daarom die hand van jou zo vertrouwd en fijn?

Ik weet om dit te doen vergt lef en ook moed,
maar lieve, het voelt en doet mij vreselijk goed!
Hopelijk zal het een toevoeging zijn aan ons leven,
want het is zo belangrijk om te kunnen/mogen geven.

Gevoelens, woorden, maar vooral mens zijn in alle opzichten,
is zeker niet gemakkelijk en meer dan ''mooi'' dichten.
Maar toch, al is het voor mij soms donker en soms zwart,
voor mij ben je een lichtbaken en dit komt recht uit mijn hart!

Met vriendelijke groeten,
Gemma v.d. Broek; e-mailadres:
gemma50@zonnet.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren