Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Binnengekomen
reacties van lotgenoten (34)
in mei en juni 2008
REACTIES binnengekomen in juni 2008:
23-06-2008
Lieve Monique,
Vandaag is voor
mij een bijzondere dag geweest. Onze oudste zoon, die bij de marine
werkt, is samen met vrouw en twee kindertjes naar Curaçao
vertrokken voor drie jaar. Ze gaan daar samen aan het werk; hij
bij de kustbewaking en zij als hoofd medische dienst.
Ik mis ze nu al. Ik kan ze even niet meer bellen, ze zijn op het
moment niet te bereiken, ik kan er ook niet even naar toe. Den
Helder was wel twee uur rijden, maar het kón, als ik het
wilde.
Vandaag heb ik gelijk een ticket geboekt voor november, dan zijn
ze vijf maanden weg. Wel lang, maar ik wist al een paar jaar dat
het zou gaan gebeuren. Samen met mijn man Bas keek ik er naar
uit om er een paar weken naar toe te gaan. Nu moet ik het alleen
doen, en ik doe het!
Voordat hij
wegging, heeft mijn zoon voor mij en zijn drie broers een fotoboek
laten maken van het leven van Bas: van zijn jeugd, zijn werk bij
de politie, zijn grote hobby kamperen en vooral met de kleinkinderen.
Dat hebben we gekregen bij het afscheid, nu een week geleden.
Het is me nu al dierbaar.
De eerste keer dat ik het bekeek, heb ik mijn ogen uit mijn hoofd
gehuild. Nu, een week later, ben ik er erg gelukkig mee. Ik heb
een enorme stapel losse foto's, maar dit boek, dat is Bas zoals
hij altijd was: vrolijk lachend, niet geposeerd. Gewoon, de man
waar ik zo van hield en nog steeds houd.
Het boek ligt op tafel en als ik ergens heenga, neem ik het mee,
zodat iedereen kan zien wat een fantastische man, vader en opa
hij geweest is.
In jouw verhaal las ik van het fotoboek van Eric. Ik heb er nu ook een. Het is het mooiste afscheidscadeau dat mijn zoon me heeft kunnen geven. Iets wat altijd zijn waarde blijft houden en door de jaren heen steeds waardevoller zal worden.
Lieve groeten
van
anja
23-06-2008
Lieve Monique,
Ik heb het derde deel van 'Blaka Rosoe' gelezen.
In het verleden heb ik jouw verhalen ook al gelezen, maar nu lees
ik ze toch op een andere manier. Het verdriet zat toen nog zo
hoog waardoor ik nog niet open stond voor de verhalen van anderen.
Ik was alleen op zoek naar herkenning.
Het verhaal van het fotoboek kan ik me nu indenken hoe dat is
geweest en hoe fijn het is om er nu nog zo nu en dan in te bladeren.
Vooral de zin dat je het boek meenam als je op visite ging deed
me wat. Samen met anderen weer naar Eric kijken en jij ondertussen
je verhaal kunnen doen.
Ik probeer ook steeds, door de naam van Hans in mijn gesprekken
met familieleden te noemen, een reactie te ontlokken want ik praat
nog steeds erg graag over Hans. Ik merk dat het de mensen in eerste
instantie choqueert, maar als ze merken dat je er echt over wilt
praten zijn ze bereid om met je in gesprek te gaan.
Wij Nederlanders
zijn altijd bang dat we onze emoties niet in bedwang kunnen houden
en praten daardoor liever niet over de overledene.
Mijn Iraanse vriendin kwam de eerste avond na het overlijden van
Hans. Zij was de eerste die mij om de nek viel en samen met mij
huilde. De andere familieleden stonden erbij, maar niemand huilde.
Later zeiden ze dat ze het een erg overdreven actie vonden. Huilen
doen wij Nederlanders niet in het openbaar.
Ik ben blij met mijn Iranese vriendin en het heeft mij ontzettend
goed geholpen om niet te stikken in mijn verdriet maar samen met
haar mijn verdriet uit te kunnen huilen.
Het is goed dat je de verhalen nogmaals naar voren haalt, want
ik denk dat velen er wat uit kunnen halen.
Groetjes,
thma
15-06-2008
Monique,
Je e-mail in goede orde ontvangen.
Monique, ik heb inderdaad veel herkenning bij de Draaikolk gevonden.
De gedichten van Bert gaven mij veel troost. Ben jullie daar nog
steeds dankbaar voor.
Na een zeer moeilijke periode na het overlijden van mijn echtgenoot
heb ik het leven weer opgepakt. Ik wil weer verder en vertik het
mezelf in een slachtofferrol te laten plaatsen.
Na een gelukkig leven samen, ben ik nu in staat om mijn verdriet
om te draaien: namelijk, dat ik een gelukkig mens geweest ben
dat ik zo'n ontzettende lieverd mocht ontmoeten in mijn leven.
Als ik om mij heen kijk, is dat (helaas) niet bij iedereen het
geval.
De tijden veranderen schreef je
Ja inderdaad, en helaas
niet altijd in positieve zin.
Ikzelf heb dit mogen ondervinden omdat ik met mijn verhaal bij
Google te traceren was. Heb daardoor zelfs mijn telefoonnummer
moeten afschermen. Zo zijn er nog een aantal maatregelen die ik
heb moeten nemen.
Monique, het is niet fijn als je bij het aanmelden van een cursus,
werk, vriendschappen of zomaar vreemden, geconfronteerd wordt
met je verdriet. Er zijn blijkbaar mensen die daar genoegen in
scheppen.
Verdriet, ja Monique, dat is nog altijd aanwezig. Bij het wakker
worden 's morgens... Bij het slapen gaan... en nog op zoveel momenten
daartussen. Ik mis hem nog altijd en dit zal, denk ik, ook nooit
wennen.
Maar, zoals ik al eerder in deze e-mail aangaf: ik ben geen slachtoffer.
Het is mij overkomen en met mij zo velen (helaas).
Dit is de laatste email dat ik aan dit onderwerp wil wijden. Ik
wens je een lang en goed leven.
Groet,
****
(P.S.: ik vind de verandering op de site geweldig!)
Jouw motivatie,
waarom jij jouw persoonlijke gegevens van de Draaikolk verwijderd
wilde zien, kan ik alleen maar respecteren. Dat heb ik al eerder
aangegeven in onze e-mailwisselingen. Ook heb ik aangegeven dat
er duizenden reacties in het omvangrijke tien jaar oude Draaikolkarchief
staan. Het is voor mij dan ook ondoenlijk om alle pagina's handmatig
te doorlopen op zoek naar jouw diverse reacties. Temeer omdat
jij zelf ook niet kan aangeven wanneer jij deze hebt gestuurd.
Voor zover tijdens het googlen jouw naam op de Draaikolk naar
boven kwam, heb ik jouw reacties telkens weer verwijderd. Alleen
kan het dan wel een maand duren voordat de zoekmachine van Google
jouw naam op de desbetreffende pagina in het archief niet meer
oppikt. Ik heb daarvoor diverse malen om jouw geduld gevraagd.
Dat jij vervolgens dan toch de Draaikolk aanmeldt bij het College
Bescherming Persoonsgegevens, dat heeft mij veel verdriet gedaan.
Er was immers geen sprake van onwil van mijn kant?
Maar laten we het inderdaad nu maar hierbij laten en hopen dat
deze wijziging ook positieve kanten zal hebben.
Het ga jou verder goed.
En mocht er
onverhoopt weer een reactie van jou vanuit het Draaikolkarchief
boven komen drijven, laat het me dan gewoon weer even weten...
(**** In dit bijzondere geval heb ik, ter wille van haar privacy,
ervoor gekozen om als afzender zelfs geen afkorting te gebruiken)
16-06-2008
Hoi Monique,
Hoewel we elkaar
niet persoonlijk kennen en mijn beeld van jou en de werkelijkheid
misschien niet met elkaar overeen komen, ben jij toch - sinds
ik de Draaikolk ken - één van de lichtende voorbeelden
in mijn bestaan.
Eigenlijk ben je me wezensvreemd, want recht evenredig aan de
pogingen die ik doe om mijn rouw achter me te laten, blijf jij
je beroepshalve en vanuit persoonlijke betrokkenheid sterk maken
voor de rouwende medemens. En dus dagelijks met rouw bezig
(jijzelf
al tweemaal ten prooi aan al die rotgevoelens).
Ik snap niet hoe je het kunt, begrijp niet wat je dat oplevert,
zou zelf heel graag van al die sorrow and pain van mezelf en van
anderen af willen
(alles weer goed en mooi, voor ons allemaal,
met één haal van het toverstafje).
Maar goed, jij
hebt jezelf ten dienste gesteld van ons rouwenden (want toverstafjes
bestaan niet) en dat doe je uiterst bekwaam en uiterst zorgvuldig.
En niet te vergeten met een enorm warm hart.
Ik denk niet dat Bert er nog wat van te vinden heeft, maar als
hij zou leven zou hij je inderdaad een fikse schouderklop geven
om hoe je de privacykwestie naar aanleiding van de correctie van
het College Bescherming Persoonsgegevens hebt opgelost.
Ik denk zelf niet dat je in de maag zit met het extra werk dat
deze correctie je opleverde. Je zult veel meer tijd nodig hebben
gehad om te verstouwen dat goede intenties zo verkeerd uit kunnen
pakken bij (één van) onze lotgenoten als het gaat
om de bescherming van ons aller privacy.
Het was natuurlijk stukken aangenamer geweest als de lotgenote
die het genoemde College inschakelde eerst gewoon even de telefoon
had gepakt of je had gemaild met haar noodkreet, dan had je er
gepast op kunnen reageren en was misschien wel tot dezelfde acties
gekomen (alleen nog maar een lettercode bij de ingezonden reacties
en verificatie middels deelname aan de mailbox) maar dan niet
op grond van wantrouwen.
Dat je een plek blijft verdienen in de eregalerij van mensen die
mij op mijn rouwweg begeleiden, is onder meer omdat je ook uit
dit wantrouwen weer het beste weet te halen: misschien dat anonimisering
wel een drempel slecht voor al die rouwenden die zich nog niet
deelbaar hebben gevoeld via de Draaikolk.
Ik heb er wel
moeite mee om de mevrouw, een lotgenote van ons die zich genoodzaakt
voelde om de Draaikolk 'aan te geven' bij een controlerend orgaan,
nu zomaar neer te sabelen. 't Is jammer dat ze geen ruimte voelde
voor een persoonlijk overleg met jou, Monique. Jij bent niet degene
die die mogelijkheid uitsluit, maar we weten allemaal hoe 'raar'
de wereld is als die in pijn beleefd wordt.
Ik hou het er maar op dat je inzet op de positieve kant van anonimisering
precies die verschoning voor de mevrouw, onze lotgenote die jou
aangaf bij de autoriteiten, behelst. Zo ken ik je ook, hoewel
ik je niet ken.
Je bent een bijzondere vrouw, maar dat wisten we ook allemaal
al.
Ga alsjeblieft
voort met de goede werken, Monique.
Lieve groet van
gest
Dat er vooraf
over en weer wél contact is geweest, blijkt uit mijn reactie
op bovenstaande mail van betrokken lotgenote. Dat maakt het voor
mij nou juist zo onbegrijpelijk.
Maar je hebt helemaal gelijk. Laten we dit aspect vanaf nu maar
laten rusten en onszelf de gelegenheid geven om te wennen aan
de nieuwe situatie. Wie weet leidt het tot een toenemende participatie
van tot nu toe anonieme lezers aan de rubriek 'Reacties van lotgenoten'
en tot een verdere uitbreiding van de 'Draaikolkfamilie' via deelname
aan 'de Mailbox'.
14-06-2008
Beste Monique,
Met gemengde gevoelens heb ik jouw bericht van 9 juni jl. gelezen over de wijzigingen die je hebt ingevoerd wat betreft de gegevens van de 'Draaikolkers' die stukjes schrijven.
Allereerst wat
betreft die lotgenote die zover gegaan is om het College Bescherming
Persoonsgegevens op jouw dak te sturen.
Ik begrijp goed dat het jou zeer gekwetst heeft dat die persoon
dat op deze (geheel onnodige) wijze gedaan heeft. Ik zou me ook
gekwetst voelen.
Vervolgens wat betreft jouw redenen om niet langer de volledige
naam en het e-mailadres van de afzenders te vermelden.
Ik heb daar begrip voor, maar vind het toch jammer. Want zoals
ook al 'mabl' op 10 juli schreef, legt dit beperkingen op. Je
kunt nu alleen nog maar reageren als je geregistreerd staat in
de Mailbox en dat is niet iedereen.
Toen mijn 'verhaal' in 'Reacties van Lotgenoten' stond (met nog
volledige naam en e-mail) had ik daar binnen één
week vier fijne reacties op. En de eerste en meest uitvoerige
reactie was van iemand die niet in de Mailbox vermeld stond. Dat
zou dus na 1 juni niet meer gebeurd zijn!
En wat een werk zeg om in het zeer uitvoerige archief al die veranderingen
op foutloze wijze in te voeren. Petje af!
Dat alles neemt
niet weg dat ik me toch afvraag of het ook anders zou kunnen.
In de editie van april en mei 2007, waarin normaliter de naam
en e- mail en vaak zelfs nog meer gegevens van de afzenders stonden,
kwam ook voor het stukje "Impressie lotgenotenontmoeting
6 mei jl. in IJhorst", geschreven door een zekere 'Piet'.
Het viel me op dat hier geen achternaam en e-mailadres bij stond,
maar in plaats daarvan de vermelding: achternaam en e-mailadres
bij de redactie bekend. Zó kon dus in 2007 een beperkte
vermelding voor wie dit wenste.
Als nu de meeste afzenders geen bezwaar hebben tegen vermelding
van hun volledige naam en e-mailadres, waarom dan niet deze 'methode'
gekozen?
Met vriendelijke
groeten,
hego
Uiteraard
ben ik me bewust van de beperkingen van deze noodgedwongen maatregel.
Het gaat mij ook aan mijn hart dat ik deze drastische wijziging
heb moeten doorvoeren. Maar het een (de gekozen aanpak van de
lotgenote) staat niet los van het ander (de privacy problematiek).
Zoals ik al eerder schreef op de Draaikolk: alle negatieve publiciteit
rondom de bescherming van de privacy zou weleens een bedreiging
kunnen gaan vormen voor het voortbestaan van de Draaikolk.
Maar met deze 'oplossing' hoop ik te bereiken dat de reacties
en verhalen inhoudelijk wél voor iedereen toegankelijk
blijven, ook voor niet-deelnemers aan de Mailbox. Iedereen kan
blijven reageren op de verhalen van andere lotgenoten. Alleen
loopt het dan nu - voor diegenen die anoniem willen blijven -
via de Draaikolk. Ook dat kan zo z'n voordelen hebben, want zo
kan weliswaar anoniem, maar toch in het openbaar, een wisselwerking
op de Draaikolk ontstaan.
Wil je weten wie er schuilt achter de afkorting of wil je toch
liever rechtstreeks contact, dan meld je je aan voor de Mailbox. Iedereen kan die keuze
zelf maken.
De anonieme
plaatsing van Piet destijds was zeer uitzonderlijk. Dat hebben
wij in dit geval alleen maar toegestaan omdat wij hem persoonlijk
tijdens die wandeling ontmoet hebben en hij zich vooraf per e-mail
had voorgesteld. Zo wisten wij dus dat het niet iemand was die
zich anders voordeed dan wie hij in werkelijkheid was.
Maar los hiervan, als ik in plaats van de afkorting de volledige
voornaam van de desbetreffende lotgenoot zou plaatsen, dan kom
je hier ook niet verder mee. Dan ontbreekt immers nog steeds de
achternaam en het e-mailadres en is de persoon nog steeds niet
rechtstreeks bereikbaar, tenzij hij/zij meedoet aan de Mailbox.
Overigens heb ik wel overwogen om alleen een ieders voornaam te
plaatsen om het wat persoonlijker te houden. Maar er kunnen al
gauw meerdere Hermans en Pieten zijn, en hoe hou je die dan uit
elkaar? Vandaar de keuze voor de eerste twee letters van voor-
en achternaam. En doe je mee aan de Mailbox, dan kun je weten
waar deze afkortingen voor staan mits die persoon ook hieraan
meedoet. En uiteraard moet het voor mij ook werkbaar blijven.
Tenslotte
nog dit. Je gaat er van uit dat de meerderheid geen bezwaar heeft
tegen plaatsing van hun volledige gegevens. Je kunt dit niet alleen
baseren op die paar lotgenoten die wél gereageerd hebben.
Feit is dat het al jaren zo is, dat dagelijks aanzienlijk meer
lotgenoten de Draaikolk lezen dan die er aan 'meedoen' (wie weet
komt daar nu verandering in). Door de jaren heen heb ik ook gemerkt
dat lotgenoten vaak verschrikt reageren wanneer hun verhaal met
naam en toenaam op de Draaikolk wordt gepubliceerd (ook al staat/stond
dat in de 'kleine lettertjes' te lezen). Of men doet zijn of haar
verhaal aan mij persoonlijk met daarbij de vermelding dat dit
niet op de Draaikolk gepubliceerd mag worden.
En ook tijdens de wandelingen verschijnen er vaak 'nieuwe Draaikolkers'
die de Draaikolk al geruime tijd of zelfs jaren blijken te lezen,
maar die hun eigen verhaal of persoonlijke gegevens nooit hebben
durven bekendmaken uit angst dat familie, vrienden of collega's
dit ook onder ogen kunnen krijgen door te googlen via het internet.
Ook al lijkt
het tegendeel voor ons weleens het geval te zijn: de wereld staat
niet stil maar gaat gewoon door.
En ook al is elke (van bovenaf opgelegde) verandering niet altijd
een waar we voor 100% achter kunnen staan, toch zullen we met
onze tijd mee moeten gaan. Of we nu willen of niet. Ook ik.
13-06-2008
Hallo Monique,
Wat een gedoe over privacy. Dit hebben we sinds de invoering van het web al niet meer. Maar is dat zo erg?
Ik schrok ook,
jaren geleden, toen via Google veel geschreven stukken of clubs
waarin ik participeer naar voren kwamen. Maar het opgeven van
een stuk privacy heeft me zoveel extra's gegeven: warmte en aandacht
in reacties die ik anders nooit had ontvangen.
Ik heb niets te verbergen en ik heb met mijn openheid ook nog
veel lotgenoten kunnen helpen. Dat maakt het leven de moeite waard.
Wij zijn er voor anderen en anderen voor ons en als we een coconnetje
om ons heen bouwen komen we niet verder.
Maar goed. Jij
werd met de eisen van het College Bescherming Persoonsgegevens
geconfronteerd en je hebt er een passende oplossing voor gevonden.
Wat een werk is dat geweest, Monique, petje af.
Bert zou trots op je zijn (sorry, dat moest er even uit).
Ik ben blij dat de Draaikolk blijft en dat je het bijltje er niet
bij neergooit.
Monique, bedankt.
geleu
13-06-2008
Hoi Monique,
Mijn complimenten voor de manier waarop en alle tijd die je dat
gekost heeft om de Draaikolk aan te passen en ons allemaal op
tijd daarover bij te praten. Dat moet heel wat werk geweest zijn!
Het is inderdaad even wennen, maar de gegevens van de nieuwe Mailbox
kun je toch gewoon geprint naast de PC leggen, zo voor het grijpen?
groetjes,
sjel
12-06-2008
Jeetje Monique, wat een gedoe voor jou. Jammer dat een lotgenote
zo heeft gereageerd.
Wat zou Bert hiervan hebben gedacht? jullie hebben altijd zo je
best gedaan!
Ik wens je veel succes en sterkte met alles.
Een warme groet,
pavvl
11-06-2008
Hoi Monique,
Ik wil je complimenteren
met de veranderingen op de site. Zeer zorgvuldig gedaan.
Persoonlijk zit ik er niet zo mee dat ik gegoogeld kan worden,
maar ik kan me voorstellen dat het voor anderen een drempel was/is.
Ik hoop dan ook dat het een positief effect zal hebben wat betreft
de inzendingen op de Draaikolk.
Bedankt voor je tijd en inzet om "onze site" in de lucht
te houden.
Lieve groet,
adhe
11-06-2008
Dag Monique,
Het is ons natuurlijk niet ontgaan dat de Draaikolk intussen ingrijpend
gewijzigd is. Het is jammer dat het openbare karakter van de Draaikolk
hiermee verlaten is.
Maar dat openbare karakter brengt ook nadelen met zich mee. Het
internet is voor iedereen toegankelijk en voor iedereen zichtbaar.
Dus ook de vaak erg persoonlijke stukjes die in de Draaikolk geplaatst
worden. Dat beseft helaas niet iedereen, wat tot vervelende situaties
kan leiden.
Het is even wennen, maar ik denk dat deze nieuwe opzet goed en
noodzakelijk is. Je hebt in je hoofdredactioneel ook duidelijk
uitgelegd het hoe en waarom.
De stukjes in de Draaikolk worden nu anoniem geplaatst wat wellicht
een drempel wegneemt. Wie dat wil kan zijn of haar gegevens in
de Mailbox plaatsen welke verder ook niet openbaar is. Dat zal,
hopelijk, het e-mail verkeer bevorderen want mailen met iemand
waar verder niets van bekend is moeilijk.
Ik hoop dat al deze veranderingen een positieve uitwerking zullen
hebben op het voortbestaan van de Draaikolk. Het blijft, voor
ons lotgenoten, een erg belangrijk medium.
Of het nu gaat om het plaatsen van stukjes in de Draaikolk of
het meedoen met allerlei activiteiten of het alleen maar lezen
van de Draaikolk, het kan allemaal helpen in het verwerken van
ons verlies en dat is veel waard.
Dus Monique, bedankt voor de Draaikolk "nieuwe stijl",
wat ongetwijfeld veel werk en energie zal hebben gekost.
arsi
10-06-2008
Hoi Monique,
Wat een ingrijpende veranderingen. Ik heb net de reacties van
boko, moge en gedjo gelezen.
Aan de ene kant
begrijp ik het wel, aan de andere kant legt het ook beperkingen
op want je kunt nu niet meer spontaan op een reactie van een lotgenoot
reageren.
Toen ik zelf in mei 2007 de Draaikolk ontdekte en toen erg veel
behoefte had om met lotgenoten te "praten" heb ik veel
gereageerd op verhalen. Nu kan dat alleen nog als je geregistreerd
staat in de Mailbox, een gemis vind ik. Het is ook een stuk onpersoonlijker
met alleen die letters onder een persoonlijk verhaal.
Bert Vos schreef eens, dat de nadelen van het feit dat er gegevens
van een Draaikolker te vinden zijn via Google, niet opwegen tegen
de voordelen van een openbare site. Ik had toen nog nooit mijn
eigen naam ingetikt bij Google en ging het eens proberen. Ik was
snel te vinden.
Bovenaan de eerste pagina prijkt mijn naam door bijdragen aan
de Draaikolk. Maar ook dat ik in het verleden informatie had opgevraagd
over kleding in verband met een stoma was te lezen. En er blijkt
in Leiden ook iemand te zijn die overlijdensberichten uit het
Leids Dagblad doorgeeft aan Annonce Revue, want ook daar kwam
ik mijzelf tegen.
Het is bijna onmogelijk om volledig anoniem te blijven als je
veel via internet regelt.
Met een vriendelijke groet voor iedereen,
mabl
Berts opvatting
is nog steeds waar, maar dateert van jaren geleden. De tijd is
niet stil blijven staan en veel mensen schrikken terug voor deelname
aan het internet, hiertoe een handje geholpen door alle negatieve
berichtgeving over de aantasting hierdoor van de privacy van mensen.
Elke verandering heeft tijd nodig om aan te wennen, zo ook deze.
Waar de afkortingen boko en moge voor staan, kan
jij natuurlijk zo zien op de bijlage die ik in mijn vorige mail
naar alle deelnemers heb gestuurd. Wat dat betreft, krijg je het
op een presenteerblaadje aangereikt.
10-06-2008
Lieve Monique,
Ik schrok van
het bericht dat we nu met een paar letters worden aangeduid. We
zijn bijna nummers geworden!
Natuurlijk kan ik na enig 'vlooien' straks wel weer te weten komen
hoe ik op de Draaikolk mijn verhaal kan doen (dat blijft ongewijzigd,
red.). Ik ben alleen erg
boos en ook verdrietig dat zulke maatregelen genomen moeten worden.
Waarom zijn mensen zo vreselijk bang om naam en e-mailadres bekend
te maken? Dan neem je toch een ander mailadres dan voor je zakenrelaties
e.d.?
Als je wel je verhaal kwijt wilt, maar oh zo bang bent om bekend
te worden, neem dan een privé adres en vraag om hulp bij
rouwverwerking. Bij het Humanistisch Verbond kun je altijd terecht
voor een privépersoon die luisteren wil.
Dit geeft mij een héél slechte dag. En dat, Monique,
terwijl jij je warmte en aandacht royaal aan iedereen uitdeelde.
boko
Het is helaas
niet anders. Maar iedereen kan nog steeds zijn of haar verhaal
doen. Alleen staat jouw naam en e-mailadres er niet meer voluit
bij. En in de lijst met deelnemers, die ik je in mijn vorige mail
als bijlage heb gestuurd, kun je zien welke afkorting bij wie
hoort. Het zijn de eerste twee letters van ieders voor- en achternaam.
Ik heb met opzet niet voor nummers gekozen, omdat we inderdaad
geen nummers zijn.
Ik zal jouw mailtje gewoon weer op de Draaikolk plaatsen, zoals
ik dat altijd doe. Daar verandert dus niets aan, hoor.
09-06-2008
Dag Monique,
Ik wil je graag even complimenteren met de veranderingen die je
ten aanzien van de site hebt doorgevoerd.
Waarschijnlijk heb je gelijk door te veronderstellen dat er door
deze nieuwe situatie meer mensen de reageerdrempel
overgaan.
Je hebt een en ander bovendien goed en gedegen verantwoord in
je toelichting.
Lieve groet,
gedjo
09-06-2008
Deze mail (over
de nieuwe opzet van de Draaikolk, red.) komt precies op tijd voor
mij.
Ik ben er via via achter gekomen dat ik dus met naam en toenaam
bij jullie geregistreerd sta. Hier was ik niet blij mee.
Ik wilde jullie dus al verzoeken om mijn naam te verwijderen.
Dat is nu dus niet meer nodig want het regelt zich vanzelf...
Dank voor deze mail en uitleg daarvan.
Met vriendelijke groet,
moge
08-06-2008
Dag lieve mensen van de Draaikolk,
Ik zal mij even
voorstellen: ik ben Truus. Mijn man Joop had een hersentumor en
na een ziekbed van zeven maanden is hij op 2 maart 2007 overleden.
Mijn wereld stond op zijn kop. We hadden een prima relatie. We
hebben elkaar op latere leeftijd leren kennen en zijn tien jaar
zeer gelukkig geweest.
Nu moet ik alleen verder en dat is zwaar. Geleidelijk heb ik mijn
(vrijwilligers)werk en mijn hobby's weer opgepakt.
Er zijn vele vragen. Eén daarvan is vakantie. Wat en hoe?
In mei ben ik een paar dagen naar Terschelling geweest. Het was
een vogelreis met een groep onder begeleiding van een gids. Er
was geen eenpersoonskamer beschikbaar. Nou, dan wilde ik die paar
dagen wel een tweepersoonskamer, maar ook dat bleek niet zo eenvoudig.
Ik kreeg te horen dat die kamer gevuld moest zijn anders ging
de boeking niet door
Inmiddels wilde ik wel graag een paar dagen weg, dus dit was een
vieze tegenvaller. Al mopperend achter de computer, zo van: "daar
heb ik niet voor gekozen om alleen te zijn", heb ik me
in april opgegeven voor een lotgenotendag in Denenkamp. Oók
een drempel. Maar het was daar fijn, zeker onder de bezielende
leiding van Marinus van de Berg. Echter, een paar dagen later
kreeg ik toch een mail van de gids dat ik alsnog mee mocht. Hij
had dat voor mij geregeld met het hotel. Ik was dolblij.
Deze stap was genomen, maar met wie deel je die blijdschap? Ik
heb mijn collega/vriendin maar gebeld.
De datum van vakantie kwam naderbij. Ik moest alleen inpakken
en had absoluut geen vakantiegevoel. De dag ervoor voelde het
verschrikkelijk en ik heb veel gehuild.
Ik had het zo ingekleed dat ik s' avonds naar vrienden ben gegaan,
gezelligheid opzoeken. 's Nachts heb ik slecht geslapen en de
volgende ochtend was het alleen opstaan, alles in de auto en dan
alleen weg. Afschuwelijk.
Toch mijn vriendin gebeld of de koffie klaar was. Een lekker bakje
koffie gedronken en mijn emoties kunnen uiten. Zij had een leuk,
waardevol motto bedacht: 'Truus gaat op expeditie' en zo voelde
het ook.
De vakantie
heb ik voor het eerst met een groep doorgebracht (ik was de jongste).
Het was gezellig en iedereen was zorgzaam voor elkaar.
Het hotel was prima: heerlijk ontbijt, lunch mee voor onderweg
en 's avonds een heerlijk diner. Ik heb me even lekker laten verwennen,
dat voelde goed.
We hebben heerlijk gewandeld en gefietst en met elkaar heel veel
vogels gezien, maar zeker ook mooie bloemen. Joop heeft mij zoveel
geleerd, m.n. de namen van de vogels en de bloemen. Dat voelde
fijn, alsof Joop af en toe de namen nog in mijn oor fluisterde...
De derde dag werd het zwaar. Ik werd verdrietig en het liefst
had ik even onder mijn dekbed willen liggen. Maar ik ben er maar
bovenop gaan liggen en heb mezelf na drie kwartier weer bij elkaar
geraapt en ben met de groep thee gaan drinken.
Dat zware gevoel omschrijf ik nu als heimwee naar Joop en hoe
we samen de vakanties beleefden.
Thuiskomen, ook weer zo iets.
Geluk bij een ongeluk had een van de buurkinderen een stokje van
een ijsje in het slot van de poortdeur gestopt. Dus moest ik naar
mijn lieve buren om een pincet te vragen. De buurvrouw (het was
17.00 uur) zei gelijk: 'Truus, je eet even mee want het lijkt
me helemaal niets om zo thuis te komen.' Dat was ontzettend
lief. Het gaf mij een goed gevoel: ik besta, ik mag er zijn.
Ik had nog een paar vrije dagen en wilde ook leren hoe met deze
vrije dagen om te gaan. Het voelde zwaar, alsof ik weer helemaal
opnieuw het ritme moest oppakken. Wat voel je je dan alleen. En
iedereen maar vragen of ik een leuke vakantie heb gehad. En elke
keer maar weer uitleggen dat het anders is: dubbel.
Ik heb genoten
van het weerzien met het eiland. Voor mij een nieuw eiland en
ik heb zelfs mooie foto's gemaakt.
Mijn conclusie: mijn eerste vakantie zonder Joop was een geslaagde
expeditie waarin ik heb genoten van de mooie dingen. Maar wat
was het ook zwaar. Wéér een confrontatie dat Joop
er niet meer is.
trge
02-06-2008
Beste Monique,
Ik heb jouw
stuk gelezen over het plotseling overlijden van jouw eerste echtgenoot
('Wel
of geen afscheid. Een onmogelijke 'voorkeur'...') en als je dit overkomt,
is dat ook heel moeilijk.
De andere kant is dat hij, ondanks dat het vreselijk blijft, geen
jarenlang ziekbed gehad heeft. Doordat jij met Eric een fijn leven
beleefd hebt en jullie geen onafgemaakte kwesties hadden, was
dit toch goed af te sluiten. Een confrontatie met het gemis krijg
je toch altijd en is voor iedereen anders.
Ikzelf heb mijn man 10 februari 2008 verloren. Ook ik voelde mij overrompeld. Wij zijn bijna 28 jaar bij elkaar geweest. Wij konden ook geen dag zonder elkaar. Gingen allebei onze eigen gang met eigen hobby's en deden ook heel veel samen.
December 1998
begon hij tia's te krijgen en in april 2001 volgde hierop herseninfarct
op herseninfarct (4x). In 2002 kreeg hij een longoperatie (helaas
kanker), waarbij een derde long weggenomen werd. Vanaf 2001 was
het ziekenhuis en revalidatiecentrum in en uit. En vanaf januari
2003 moest hij na het vierde infarct het ziekenhuis in, daarna
naar een revalidatiecentrum, een verzorgingshuis en in 2004 naar
een verpleeghuis.
Je begrijpt het al, voor mijn man was al na het eerste infarct
alles wat hobby betreft afgelopen. Ik heb ondanks mijn fulltime
baan (er moet toch brood op de plank zijn) mijn man eerst met
hulp thuis verzorgd en verder toen hij het huis uitging constant
nagelopen. Ieder uitstapje dat er georganiseerd werd hebben wij
meegemaakt. Ik heb ongeveer vierduizend foto's van alles wat wij
samen ondernamen. Aangezien zijn denkvermogen tot het einde goed
was, had hij het met zijn invaliditeit ook heel erg moeilijk.
Hij werd dagelijks geconfronteerd met hetgeen hij niet meer kon.
Alles moest voor hem gedaan worden.
Mijn man is
jarenlang sociaal werker geweest en heeft deze fase van zijn leven
ook nooit kunnen verwerken. Door mijn man ben ik volwassen geworden
en kijk ik heel anders tegen het leven aan. Mijn man confronteerde
mij iedere keer met de realiteit, hoe hard die ook was. Hij leerde
mij ermee om te gaan.
Ik heb ook altijd tegen mezelf gezegd dat het leed wat mijn man
moest dragen niet voor mij bestemd was. Ik kon hem wel verlichting
schenken door er te zijn en samen zoveel mogelijk te genieten.
Voor ieder mens is een lot weggelegd en dit was mijn lot. Wij
zijn tot het laatste toe een eenheid geweest en hebben dit ook
tot het einde toe samen gedragen.
Nu hij niet
meer leeft heb ik het gevoel dat ik een tijdperk netjes afgesloten
heb en dat geeft mij een bijzonder goed gevoel. Wij wisten natuurlijk
al jaren dat er een eind aan kwam. Ik zat al vijf jaar alleen
thuis als ik niet bij hem of op mijn werk was.
Wat erbij komt is natuurlijk dat je hem als levenspartner mist
en dat moet slijten. De mooie jaren hebben wij gehad en ook de
lotsjaren en die waren minder leuk (en heel zwaar te noemen).
Ik heb mijn
werk behouden en wil november volgend jaar iets minder gaan werken
met een pasdag (dus 32 uur per week, ik ben nu 57 jaar). Ik heb
nog wel wat meer rust nodig daar ik een aanslag op mijn gezondheid
gedaan heb. Dit was het mij ook waard, want wij hielden heel veel
van elkaar.
Ik heb heel veel van mijn man geleerd, vooral om geen zelfmedelijden
te krijgen. Daarmee help je jezelf in een negatieve spiraal en
krijg je het alleen maar moeilijker. Ik heb er ook vrede mee dat
deze periode achter mij ligt. Ik kijk nu vooruit en sta weer overal
open voor. De moeilijkste jaren heb ik immers verwerkt tijdens
het gebeuren.
En een nieuwe relatie? Als er iets op mijn pad komt wat klikt,
dan sla ik die weg weer in. Het leven is een uitdaging en ik geloof
dat er na dit leven meer is en dat moeten wij toch verdienen.
Ik hoop dat
jouw pad voor de toekomst die eraan komt ook een uitdaging wordt
met heel veel liefde en geluk.
Veel stukjes die je geschreven hebt, heb ik al gelezen. Ik vind
de Draaikolk een hele goede opzet en hoop dat er meer bekendheid
aan gegeven wordt. Ik zal er de mensen ook op wijzen.
Groetjes,
neka
REACTIES binnengekomen in mei 2008:
26-05-2008
Hallo Monique en andere lotgenoten,
Op 1 december
2007, 's nachts om kwart over twaalf, heeft mijn vrouw Aulikki
een fatale hersenbloeding gehad.
Het gebeurde na een gezellige vrijdagavond met vrienden die net
om middernacht weer naar huis gingen. Ze zat net op het toilet
in de badkamer en riep: "Hans, Hans, bel een dokter, ik
heb zo'n hoofdpijn". Ik snelde naar haar toe en daar
kroop ze moeilijk ademend over de vloer van de badkamer.
Totaal verstijfd was ik pas na een minuut in staat 112 te bellen.
In afwachting van de ambulance heb ik de buitendeur opengezet
en het buitenlicht aangedaan. Ik snelde weer terug naar haar en
volgde de telefonische aanwijzingen op van de hulpverlener. Terwijl
ik haar hoofd in mijn armen had vroeg ik aan haar mijn naam te
zeggen en in mijn hand te knijpen. Ze kneep zachtjes in mijn hand
en zei als laatste woorden mijn naam en op een angstige toon dat
ze zo bang was om dood te gaan. Na een diepe zucht viel ze in
coma, net op het moment dat het ambulancepersoneel binnenkwam.
Dat laatste beeld van haar ogen staat nog steeds op mijn netvlies
gegrift, zelfs nu nog na bijna zes maanden. Die korte tijd in
mijn armen, die paar wisselingen van woorden, dat was mijn enige
korte afscheid van haar.
Diezelfde zaterdagmiddag is zij hersendood verklaard en is zij
nog kunstmatig enkele uren in leven gehouden voor orgaandonatie.
Daarna is zij, 60 jaar oud, gestorven.
Ik kan het nog steeds niet bevatten en huil dus nog vele malen
per dag, alleen de frequentie neemt wat af de laatste maanden.
Ik weet nog wel dat ik de eerste week tot de crematie volledig
verdoofd was en onder de Oxacepam zat, zodat ik nog enigszins
kon functioneren. De eerste vier weken was ik meestal bij mijn
dochter of bij vrienden die me goed opvingen.
Na zes weken ben ik weer gaan werken en via de bedrijfsmaatschappelijk
werker ben ik bij een psycholoog terecht gekomen die me hielp
en nog helpt bij mijn rouwverwerking.
Voor mij was dit nodig omdat, nu vier jaar geleden, ook mijn zoon
op 31 jarige leeftijd overleden is. Deze gebeurtenis hebben mijn
vrouw en ik in uitstekend overleg en goede verstandhouding redelijk
proberen te verwerken en samen dachten wij dat dit wel een plaats
gekregen had. Echter, door het wegvallen van mijn vrouw viel deze
plaats aan diggelen en werd ik weer in volle hevigheid geconfronteerd
met het verlies van mijn zoon.
Deze psychologische behandeling is voornamelijk gericht op het
verwerken van posttraumatische stress want er was nogal wat ellende
van mijn zoons ziekte blijven hangen bij mij en de angsten die
hieruit voorvloeiden stonden mijn huidige rouwverwerking in de
weg.
Inmiddels heb ik met vele collega's en vrienden vele goede gesprekken
gevoerd over mijn verdriet, maar het echte verwerken en verdriet
moet ik kennelijk toch helemaal zelf doen. Wat ik vooral merk
is dat mijn verdriet dieper wordt en dat ik haar echt mis. De
beste gesprekken die ik gevoerd heb, zijn met mensen geweest die
eveneens hun partner verloren hebben.
Hoe nu verder? Ik ben inmiddels met pensioen en dat komt nou ook
niet echt gelegen want je valt dan in een sociale leegte. Gelukkig
heb ik nog een vervolgbaantje via Randstad kunnen regelen tot
eind dit jaar. Ik ga nu bewust minder om met vrienden anders ben
ik gewoon te weinig in mijn eigen huis.
Ik heb via rouwverwerkingsboeken geleerd dat je met de dag moet
leven en geen problemen moet maken voor de toekomst want die is
er toch nog niet na zes maanden. Wat ik ook geleerd heb is dat
je je geliefde partner pas echt kunt loslaten als je haar volledig
in je hart hebt opgenomen en je er dus niet meer een beroep op
hoeft te doen. Wel, dat klink allemaal maar mooi, maar ga er maar
eens aan beginnen; dat valt niet mee.
De dagelijkse realiteit is dat ik in ieder geval via mijn werk
of bezigheden in huis een structuur probeer te handhaven want
als die wegvalt dan geraak je dieper in de put. Met andere woorden:
gewoon bezig blijven met je verstandelijke kant en dit laten afwisselen
met je emotionele kant om het verdriet voldoende plaats te geven.
Zo werkt dat bij mij, maar ik ben er inmiddels wel achter dat
anderen hun verdriet op andere wijze verwerken.
Als ik niet
bij vrienden logeer blijft mijn grootste probleem de leegte en
eenzaamheid bij het opstaan thuis. Veel familie is er niet want
mijn schoonfamilie woont in Finland en daar ga je niet even langs.
In juli ga ik er twee weken heen met vakantie en om bij te praten.
Bovendien ben ik enig kind met, gelukkig, een dochter met twee
kinderen die op 500 m afstand wonen.
Uiteraard moet ik er voor oppassen dat ik niet voortdurend met
mijn verdriet naar haar kom want zij is nog zo druk bezig met
haar kleintjes dat ze zelf nauwelijks de gelegenheid heeft haar
eigen rouw te verwerken.
Hartelijke groet,
hatu
24-05-2008
Hallo Monique,
Ik heb ineens
neiging om te schrijven.
De aanleiding daarvan is, omdat een lotgenote waar ik wekelijks
mee schrijf, mij in haar laatste brief na mijn deelname aan de
wandeling in Vasse vroeg: wat is voor jou de waarde van dit soort
wandelingen?
Daar dieper over nadenkend kwam ik tot de conclusie dat de vraag
veel breder is. Al denkende daarover kwam de vraag: waarom doe
ik het, want eigenlijk wil het helemaal niet. Nog verder denkende
dacht ik: waarom mail ik met lotgenoten? Waarom werk ik nog aan
de boot? Waar doe ik het eigenlijk allemaal voor? Waarom probeer
ik de draad weer op te pakken?
Ik loop doelloos
door het huis. Ik doe van alles en kom tot niets, begin met van
alles maar maak bijna niets af.
Ik ga fietsen voor mijn conditie. Het is prachtig weer, maar alles
ziet er dof uit en alles roept herinneringen op. Als ik op de
binnenwegen fiets en een auto tegenkom, houd ik mijn adem in om
geen stof binnen te krijgen.
Ik ga naar de boot om schoon te maken, maar vlucht dan weer gauw
naar huis.
Ik maak het huis schoon en krijg de opmerking dat ik het mooi
op orde heb. Een opmerking die ze nooit bij Eef geplaatst zouden
hebben.
Ik stapel het brandhout voor de winter netjes op.
Ik zet elke week het huis vol met bloemen, was de auto geregeld.
Minstens tweemaal in de week ga ik naar het graf van Eef en zorg
ik dat er altijd een bloemetje op staat. En dan sta ik daar twee
minuten en dan ga ik maar weer, want ik vind er zo weinig. Wat
ik daar zoek, draag ik bij me. En wat ik eigenlijk wil, kan niet
meer en is afgesneden.
Toch doe ik
het allemaal. Vaak heel emotioneel. Soms gaat het iets beter.
Iets in mij zegt dat ik het moet doen. Toch moet ik mij overal
toe aanzetten, maar toch doe ik het.
Ik denk dat ik het doe, omdat het een innerlijke drang tot overleven
is.
Al zie ik niet waarvoor ik overleven moet. Maar ik doe het.
Met hartelijke
groet,
bekn
24-05-2008
'In de Draaikolk van je leven'. Zo staat het er. En soms denk je dat die draaikolk jou gelukkig heeft 'uitgespuwd'. Dat je boven bent komen drijven. Dan gloort er hoop aan de horizon. Je hebt weer even zin in het leven, wat dat ook voor jou in petto heeft. Je móet toch verder.
Maar dan tuimel
je toch weer in die draaikolk, want je gezondheid is niet meer
wat je zelf graag wilt. Je hebt je er telkens bovenuit gewerkt,
soms geworsteld. Je kijkt naar de foto van Peter en je zegt: "jongen,
gelukkig, het gaat weer".
Maar dan word je wakker om vijf uur in de morgen en bemerk je
dat je aan één kant niets meer kunt. Hoe kan dat
nou, denk je dan. Het ging toch prima de laatste maanden? Elke
dag weg met je autootje, weer eigen boodschappen halen, daagse
zorgen, maar toch weer etentjes met de mensen van het Inloophuis.
Maar echt, je kunt je niet meer bewegen en een lichte paniek slaat
toe.
Gelukkig bezit
ik een alarmknop en daar maak ik dan ook gebruik van. Na drie
kwartier verschijnt er eindelijk iemand die binnenkomt en vraagt:
"is er iets?". "Ja, dat dacht ik wel
"
Gelukkig blijkt het geen Tia te zijn waar iedereen meteen aan
denkt, maar ineens zijn mijn wervels ingeklapt onderaan mijn rug
en een zenuw zit klem. Met hulp van de huisarts, morfinepleisters
en veel oefenen loop ik weer. "Een overwinning, Peter".
Ja, zelfs als ik zonder waarschuwing een week later ineens
wéér in het ziekenhuis lig, nu met een maagbloeding.
Maar ik geef niet op en nu ook dat weer over en voorbij is, kijk
ik op onze Draaikolk.
Ik lees en denk
lang na over twee dingen: wel of geen afscheid nemen van elkaar
en wel of niet samengaan met iemand die chronisch ziek is.
In het eerste geval is in beide zaken het verdriet groot en ontroostbaar.
Het gaat ook niet om de duur van de relatie, maar om de intensiteit
ervan. Ik had slechts 18 jaar samen, maar de laatste 6 jaar was
je elkaar al kwijt aan de Alzheimer. Kanker is verschrikkelijk,
maar je kunt nog met elkaar spreken. Elkaar bij leven verliezen
is zo onwezenlijk en het komt ook 4 jaar na zijn dood telkens
weer terug: wat had hij nog willen zeggen, wat heb ik hem onthouden
aan knuffels of begrip?
Toen het nog in het beginstadium was, zei Peter wel: "denk
eraan dat je iemand zoekt als ik er niet meer ben. Je hebt nog
zoveel te geven, meisje. En je weet: ware schoonheid zit van binnen".
Wat hebben we daar vaak om gelachen.
Maar nu komt
punt twee: het samengaan met iemand die chronisch ziek is. Nou,
ik kan me aardig redden en chronisch ziek? Veel mensen hebben
moeite met het bewegingsapparaat, zoals het zo mooi in medische
termen wordt gezegd. Maar met een autootje kom je een heel eind
en samen genieten van de zon op een terrasje of samen uit, dat
lijkt mij althans geen punt. Ook bestaan er leuke reizen want
samen met Peter heb ik mooie reizen gemaakt, ondanks dat ik toen
ook geen grote wandelingen, trekking e.d. kon doen. Het is maar
of je samen iets wilt ondernemen.
Helaas, ook via de site van Monique van Klavertje 4 heb ik steeds
als afwijzing: "sorry, ik zoek een vrouw die mobiel is
en waar ik van alles mee kan doen. En ook moet ze wel een stuk
jonger zijn dan ik". Au!!
Kijk en dat is nu iets waar ik zo verdrietig van kan worden. Samen
kun je nog een heleboel en het zijn dikwijls een paar overkomelijke
beperkingen. Maar wat nog meer speelt is: ben je afgeschreven
als je (bijna) even oud bent?
Met schilderen, wandelen en luisteren naar wat anderen me vertellen
over hun verdriet en eenzaamheid probeer ik invulling te geven
aan mijn leven en... misschien komt dit bij het 'sterke/zwakke
geslacht' over, want het is vaak zo dat men toch het liefst weer
geborgen en vooral verzorgd wil worden door een jongere vrouw.
Iets om over na te denken misschien?
Alle lotgenoten, de hartelijke groeten van
boko
23-05-2008
Lieve Monique,
Mijn verhaal is niet zo opzienbarend, maar ik wilde toch vertellen van drie lege boterkuipjes.
Op een plank in Bas zijn hobbykamer staan drie lege roomboterkuipjes. Je weet wel, zo in de vorm van een bootje. Een is er al klaar. Door Bas samen met de oudste kleinzoon omgebouwd tot een zeilbootje, compleet met beweegbaar roer, dek, mastje, zeiltje en boeg. De kleinzoon heeft het bootje geverfd en een naam gegeven, samen met opa. 'Campina' moest het zijn. De andere drie zijn in verschillende stadia van bouw blijven steken. Op 1 april vorig jaar, toen hij naar het ziekenhuis moest. Volkomen onverwacht.
Ik kan er bijna niet naar kijken. Het zijn eigenlijk maar heel kleine dingen, die drie bootjes, maar het bewijst zijn liefde voor onze kleinkinderen. Hij leerde ze dat je blij kon zijn met iets kleins. Dat hebben ze als erfenis van opa meegekregen. Het hoeft niet groot en duur te zijn. Als iets met liefde en aandacht gemaakt wordt, is het zeker zo belangrijk als de duurste afstandsbediende boot.
Onze oudste
kleinzoon koestert het bootje. De anderen vragen: "oma,
wie maakt nu ons bootje?" Ik heb gezegd: "Ome
Eric heeft aan opa beloofd dat hij ze zal afmaken, zoals opa het
wil." Eric moet nog moed verzamelen om er aan te beginnen,
maar hij gaat het zeker doen. Hij heeft het aan zijn vader beloofd.
Hij kan het ook wel, dat is al onze jongens geleerd.
Misschien dat ik de moed heb om ook de andere bouwmodellen en
gereedschap op te ruimen, samen met de zoons.
Het is een kamer vol met herinneringen, maar die drie bootjes...
anja
17-05-2008
Hallo Monique en andere lotgenoten,
Op 15 mei jl.
was Jan anderhalf jaar dood. Dat is 18 maanden of 547 dagen.
Onlangs heb ik zijn schoenen en zijn zwemboxer in de vuilniszak
gedaan en dat is de volgende ochtend door de vuilnisman opgehaald.
Al die tijd kon ik het niet wegdoen. Ook nu heb ik ermee in mijn
handen gestaan, maar wat moet ik er nog mee? Blijkbaar ben ik
er nu aan toe om het weg te gooien.
Een aantal weken
geleden is er in een nieuwbouwwijk in Leiden een gedenksteen onthuld
met de "kop" van Jan erop. Het is een prachtige steen
geworden. De steen is gemetseld in de gevel van een huis. Hij
hangt naast de bar. Dat is een plek waar hij zeker blij mee zou
zijn geweest.
Voor het ontwerpen van de steen moest ik vorig jaar juni foto's
met zijaanzicht van Jan inleveren. Ook werd mij toen gevraagd
of ik iets wist voor de steen wat echt bij Jan hoorde. Zijn beste
vriend Pieter en ik waren het erover eens dat een biertje en een
shagje het beste zou zijn, maar dat zoiets te ver zou gaan voor
een herdenkingssteen. Dat hij nu naast de bar hangt is een goede
plek.
Het was voor
mij en mijn zoon een emotioneel moment toen de steen onthuld werd.
Jan Kleingeld heeft de steen ontworpen en het is ongelooflijk
knap hoe hij van een foto (hij kende Jan niet) met een aantal
streken Jan zo treffend heeft kunnen neerzetten. Mijn emoties
kwamen los omdat het gewoon Jan is die daar hangt.
Uiteraard ben ik trots en wie overkomt het nou om een herdenkingssteen
te krijgen, maar het is ook heel raar. Ik ben er laatst even naar
toe gefietst en dan denk ik: Jan, je zou eens moeten weten.
Er zijn veel
reacties op de Draaikolk te lezen over wel/geen afscheid kunnen
nemen.
Jan had, net als Bert Vos darmkanker. Vorige week heb ik "Langs de Vloedlijn" gelezen. Bert Vos beschrijft
hierin zijn ziekteproces. Ik vond hierin veel herkenning vanwege
het feit dat het dezelfde ziekte betreft. Voor de rest was bij
ons alles anders.
Monique vraagt zich af hoe het is als één van de
partners het naderende einde niet onder ogen wil zien. Dat was
bij ons het geval. Jan bleef, tegen beter weten in, positief.
Hij liet zich niet klein krijgen. Hij wilde er niet aan dat hij
dood zou gaan, ook al ging hij vanaf de zomer van 2006 zienderogen
achteruit. Vanaf juli 2006 zat hij in een rolstoel, haalde de
zware morfinepleister slechts de top van de vreselijke pijn weg
en werd hij steeds magerder. Hij wilde zo ontzettend graag onze
zoon volwassen zien worden. Diep in zijn hart wist hij het wel,
want hij was regelmatig niet te genieten.
Op een gegeven
moment vroeg hij aan mij of ik de moed had laten zakken, want
dat kon niet, hij had mijn steun nodig. "Nee, nee",
zei ik, "ik maak me alleen zoveel zorgen". Het
is zwaar als je niet samen kunt praten over wat er echt aan de
hand is. Ik had ontzettend veel moeite om mee te gaan in zijn
positief denken.
Kort voor zijn opname in het ziekenhuis op 31 oktober 2006 zei
hij tegen mij: "Jon, ik ga het redden". Wat moet
je dan zeggen? Ik dacht alleen maar: ik ben al blij als je de
jaarwisseling haalt.
Ik heb wel afscheid van hem kunnen nemen en hij heeft afscheid
van mij genomen, door mijn hoofd naar zich toe trekken en door
mijn haar te kroelen en mij een handkus te geven. Praten ging
toen al niet meer.
Daarna heeft hij nog 9 dagen geleefd. Bang om dood te gaan, want
al die dagen heeft hij met zijn ogen open geslapen. Godzijdank
is hij uiteindelijk rustig ingeslapen. Zijn hand in de mijne.
Ik weet ook wat het is als je géén afscheid kunt
nemen.
In januari 1987 pleegde mijn toenmalige vriend suïcide; een
mooi woord voor zelfdoding/moord. Dat heb ik destijds ervaren
als een traumatische gebeurtenis.
Hij had mij in de avond terug naar huis gebracht. De halve nacht
heb ik geprobeerd hem te bereiken, maar er werd niet meer opgenomen.
De volgende ochtend hoorde ik dat hij voor de trein was gesprongen.
Dan is er natuurlijk helemaal geen mogelijkheid iemand nog te
zien.
Ik heb daarna 4 ½ maand bij mijn ouders gewoond. Ik haatte
de zon wanneer die scheen en ik begreep niet dat de wereld gewoon
doordraaide.
Ik weet nog goed dat ik toen met mijn moeder boodschappen ging
doen en al die mensen zag lopen in dat winkelcentrum en dacht:
niemand ziet wat er met mij aan de hand is. Ik wilde het wel uitschreeuwen,
maar dat deed ik natuurlijk niet.
Ik kwam toen iemand tegen die ik kende uit de kroeg, een niet
zo'n aantrekkelijke man, en ik dacht: daar gaat X, maar hij is
wel gelukkig getrouwd. Maar niets was minder waar. ' s Avonds
in de krant las ik dat zijn vrouw was overleden
Nu 21 jaar geleden was ik de vaste grond onder mijn voeten kwijt
en was ik er veel slechter aan toe dan toen Jan overleed. Zelfdoding
geeft de dood een heel andere lading dan wanneer iemand plotseling
een natuurlijke dood sterft of na een ziekte overlijdt.
Op de Draaikolk lees je niets over zelfdoding. De mailbox is leeg.
Dat is jammer, want er zijn talloze mannen en vrouwen die hun
partner verliezen door zelfdoding. Ik weet dat als dit je overkomt
je alleen behoefte hebt aan contact met gelijkgestemden, omdat
het een heel ander rouwproces is waar je doorheen gaat. Er zouden
zich meerdere mensen moeten aanmelden, want als je zelfdoding
hebt meegemaakt vind je absoluut geen herkenning bij de verhalen
die nu op de Draaikolk staan.
Het is een beetje zwaar onderwerp om mee af te sluiten, maar dat wat ik wilde vertellen heb ik gedaan.
Hartelijke groet,
mabl
11-05-2008
'Verdriet
slijt niet. Het steekt alleen wat minder vaak de kop op! ' (cabaretier Mike Boddé)
Wel of geen afscheid nemen. Herkenbaar verhaal van Monique.
Tijdens de contactdagen van de Draaikolk heb ik daar met verschillende
mensen over gesproken. Ik heb diverse meningen gehoord.
Ik kan alleen uit eigen ervaring putten.
Het moment dat ik Dick dood in de tuin vond, staat op mijn netvliezen
gebrand. Toen ik hem zag liggen, dacht ik eerst dat het een film
was waarin wij meespeelden. Ik voelde het meteen in iedere vezel
van mijn lijf dat hij dood was.
Het 'nóóit, nóóit meer' gevoel moest
ik mijzelf inpraten, maar tegelijk was ik er zo van doordrongen.
Als ik naar
een film kijk, vooral bij detectives, komt het wel eens voor dat
er opeens een close up van een lijk in beeld komt. Ik draai dan
mijn hoofd om en constateer dat ik daar echt niet op zit te wachten.
Geen afscheid in die zin van 'Ik ga binnen een afzienbare tijd
dood'. Nee, het was abrupt. Ik stond er voor. Er is mij niets
gevraagd. Als dat wel zo was dan had ik om uitstel gevraagd. Het
was een voldongen feit.
Na drieënhalf jaar ben ik niet meer zo labiel. Ik sta weer
op de rails.
Ik geniet weer van het leven. Op een bepaalde manier ben ik gelukkig
met de invulling van mijn leven.
Ik krijg regelmatig de vraag naar mijn hoofd toegeworpen of ik
al een nieuwe relatie heb. Trouwens, kort na Dick zijn dood werd
me verteld dat ik binnen het jaar weer een andere man zou hebben
Waar haal ik die vandaan? Staat hij in de uitverkoop? Of koop
ik er twee en betaal ik er één? Een bonusprijs of
zo?
Het lijkt wel of daar het geluk vanaf hangt. Alleen zijn, is dat
eenzaamheid? Nee, zo werkt het niet voor mij.
Natuurlijk vind ik het met iemand naast me ook veel leuker. Ik
zie zoveel stellen om me heen die gelukkig zijn met elkaar, maar
ik zie ook veel eenzaamheid binnen relaties.
De afgelopen drieënhalf jaar heb ik het druk gehad om iets
goeds van mijn leven te maken. Ik zette een glazen wand om me
heen als ik merkte dat een man te dicht bij me wilde komen. Eigenlijk
ben ik een egotripper geworden. Met m'n vriendenkring om me heen.
Bang om weer opnieuw te beginnen. Bang om weer te verliezen. Bang
om weer van iemand te gaan houden. Bang dat er weer iemand zoveel
van mij gaat houden. Bang om datgene wat ik heb opgebouwd te verliezen.
Vriendschappen, die zijn hanteerbaar voor mij. Dat is duidelijk.
De dood van Dick is meer dan rouwen om het verlies. Het is ook
opbouwen van het nieuwe. Ik kan dit niet los van elkaar koppelen.
Kan en durf ik mij weer open te stellen? Juist vanuit die kwetsbaarheid
put ik de kracht om mijn leven op zo'n zinvol mogelijke manier
in te vullen.
Wat ik wel weet is, dat ik sterker ben geworden. Ik vind het leven
de moeite waard om het te beleven.
ripe
08-05-2008
Hallo Monique
en lotgenoten,
Na het lezen van verschillende verhalen, wat me zo goed doet omdat
het allemaal zo herkenbaar is, schrijf ik ook mijn verhaal zodat
anderen hier ook weer iets uit kunnen halen.
Ik ben blij met deze site want inderdaad, er zijn maar weinig
mensen die begrijpen wat wij meemaken.
Mijn verhaal
begint op 26 juni 2007, niet de officiële dag van Koos zijn
overlijden, maar de laatste dag dat ik hem levend heb gezien.
Ik had de dag ervoor mijn tweede chemokuur gehad omdat in april
2007 borstkanker bij mij is geconstateerd. Koos maakte zich daar
vreselijk zorgen over (was zelf zijn moeder op 12 jarige leeftijd
verloren en zijn vader toen hij 22 was). Nu kon ik hem niet uit
zijn hoofd praten dat ik het wel zou redden.
Goed, de dag van de chemo was hij eerder naar huis gekomen om
te koken, maar hij had vreselijke hoofdpijn. We waren samen niet
lekker en zijn vroeg naar bed gegaan. De andere morgen toch naar
zijn werk. Een dikke kus en daar ging hij.
Om half tien kreeg ik een telefoontje van zijn baas dat Koos niet
goed geworden was en dat ik naar het ziekenhuis moest komen. Met
mijn zieke lijf in de auto op naar Amsterdam, een dik uur rijden,
samen met m'n oudste zoon.
In het AMC kregen we te horen dat het om een hersenbloeding ging
en dat het er niet goed uit zag. Dit was op dinsdag. Koos heeft
het volgehouden tot zondag. Elke dag een operatie om weer iets
uit te proberen, maar op zondag 1 juli is hij overleden verklaard.
Hij was donor en heeft verschillende organen afgestaan.
Maandag 2 juli is hij thuis gebracht. We hadden afscheid genomen
van een warme 'ademende' man en nu kwam hij stil en koud thuis.
Hij is bij ons geweest tot vrijdag de dag van de begrafenis die
massaal bezocht werd, maar dat heb je natuurlijk met een relatief
jong iemand.
Dan kom je thuis
en is de kamer waar hij stond wel heel erg leeg.
Iedereen was en is heel erg lief, maar leiden toch hun eigen leven.
Mijn oudste zoon had vreselijk veel verdriet, maar hij was hun
huis aan het opknappen om te gaan samenwonen en dat moest ook
doorgaan.
Ondertussen gingen de chemokuren van mij ook gewoon door en later
nog 33 bestralingen. Iedereen zegt dan: 'goh, wat knap, dat
je het allemaal doet'. Wat nou knap? Je leeft gewoon door
op de automatische piloot. Je zit in een trein en uitstappen kan
niet.
In januari 2008
was ik klaar met de bestralingen en ben ik weer gaan werken en
na een maand draaide ik weer volledig mee. Het ging best goed
allemaal.
Af en toe stik je van verdriet en doen sommige dingen letterlijk
zeer in je hart, maar wat wil je na een huwelijk van 28 jaar.
We hadden samen oud willen worden en dat had ik hem ook beloofd
toen de kanker bij mij werd ontdekt.
Nu zijn we een jaar verder en gaat het lichamelijk goed, maar
hij is er niet meer. De dag komt steeds dichterbij van de ziekenhuisopname
en het is net of die deken, die over me heen is gegooid, steeds
zwaarder wordt.
Op m'n werk heb ik afleiding, maar thuis ben ik vaak verdrietig
en is die sterke vrouw van een tijdje terug ver te zoeken. Zou
het na 1 juli weer een beetje beter gaan? Ik hoop het zo.
Ik blijf ervaringen lezen van mensen die het allemaal op hun eigen
manier mee hebben gemaakt en voel me dan niet zo alleen.
Dit is mijn verhaal en hoe het verder gaat, weet gelukkig niemand. De toekomst zal het uitwijzen. Ik hoop voor mijn kinderen en familie dat ik er nog een tijdje zal zijn. Dit is zo al zwaar genoeg.
Lieve groet,
andot
04-05-2008
Geachte mevrouw Vos, beste Monique,
Via Google heb
ik de site "Draaikolk.com" ontdekt. Geweldig!
Zo'n ruime mogelijkheid voor lotgenotencontacten met andere volwassenen
die eveneens door de dood hun partner verloren hebben.
Ik heb dan ook al besloten om donateur van de Draaikolk te worden.
Op zondag 27
januari jl. is mijn vrouw Eugénie, geheel onverwacht, plotseling
overleden aan de gevolgen van een zeer noodlottige val van een
trap.
Op zaterdag 26 januari hadden we eerst het gezinnetje van mijn
dochter bezocht met ons kleindochtertje van toen bijna zes weken
oud. Die middag gingen we naar het gezin van onze jongste zoon
om te helpen bij de voorbereiding van het verjaardagsfeest van
onze andere kleindochter. Ook mijn andere (oudste) zoon kwam 's
middags nog langs.
Het was een fijn en gezellig samenzijn. Eugénie bakte koekjes,
samen met haar kleindochter, terwijl mijn zoon en ik andere voorbereidingen
deden. Daarna hebben we samen lekker gegeten en nog een leuk spel
gespeeld.
's Avonds bracht mijn vrouw onze kleindochter naar bed. Haar kamertje
was boven in huis op de vliering.
Nadat Eugénie haar welterusten gewenst had is zij, nog
staande op een steile 'ladderachtige' trap, door onbekende oorzaak
achterover van deze trap met haar hoofd op de zoldervloer gevallen.
Hierbij heeft zij een meervoudige schedelbasisfractuur en dusdanige
hersenbeschadigingen opgelopen, dat zij drie uur later, in het
bijzijn van mij en onze kinderen, in het ziekenhuis is overleden
(een nog snel uitgevoerde hersenoperatie mocht niet meer baten).
De kinderen
en ik waren verbijsterd. We konden dit niet bevatten. Hoe was
dit in Godsnaam mogelijk? Zo'n stom ongeluk! Dat kon toch niet
waar zijn? Met je verstand weet je dat het zo is. Je ziet het
voor je ogen, maar onze gevoelens waren nog verdoofd.
En dan moet er snel veel geregeld worden. Gelukkig hadden we met
elkaar over heel veel gepraat. Mijn vrouw en ik wisten van elkaars
laatste wensen (als het 'ooit' zo ver zou zijn). Het moest een
hele mooie, persoonlijk toegesneden, kerkelijke afscheidsviering
worden en een heel mooie begrafenis op een fraai kerkhof (alleen
het beste was goed genoeg voor haar). Dat is ons ook gelukt en
daar kijken de kinderen en ik met een goed gevoel op terug. We
hebben allemaal in de afscheidsviering, met een snik in onze stem,
nog iets persoonlijks over Eugénie verteld.
En dan, langzamerhand,
begin je ook echt te ervaren dat je levenspartner en maatje er
echt nooit meer (althans op deze aarde) zal zijn. Dat je nu alles
alleen moet doen.
Fysiek red ik het allemaal wel, zij het dat ik nu minder energie
heb. Maar gevoelsmatig is het een heel andere zaak.
De kinderen en ik steunen elkaar. Wij zijn elkaar nader gekomen.
Dat is fijn en geeft troost. Toch neemt dat de pijn niet weg.
Mijn vrouw en ik hadden het fijn met elkaar. Ik kan op veel mooie
herinneringen terugzien. Ook dat geeft troost. Maar ook juist
ómdat het zo goed was, komt het gemis nu ook extra hard
aan. Ook voor mijn dochter, die zelf net moeder geworden was,
is het hard dat zij deze gevoelens nu niet meer met haar moeder
kan delen.
Door dit alles
ervaar ik een toenemende behoefte aan lotgenotencontact. Aan contact
en uitwisseling met mensen die hetzelfde ervaren. Want met anderen,
hoe goedwillend ook, is het toch minder goed mogelijk om 'diepgaand'
hierover te praten.
Wat dat betreft vind ik deze site heel goed. Verschillende artikelen
hebben mij al geholpen.
Verder wil ik
over het artikel: 'wel of geen afscheid, een onmogelijke voorkeur...'
wel iets opmerken.
De volkomen abrupte wijze waarop mijn vrouw is overleden (ze was
direct buiten bewustzijn), heb ik heel erg gevonden. Ik heb geen
afscheid meer kunnen nemen. Er kon niets meer gezegd worden. Er
werd ook niet naar 'iets' toegeleefd.
Nu hadden mijn
vrouw en ik op meerdere levensterreinen veel met elkaar besproken
en was de laatste dag een heel fijne dag geweest. Er hoefde dus
niet per se nog iets gezegd te worden en er hoefde gelukkig ook
nog niet iets goed gemaakt te worden, maar toch. Het zo abrupte
maakte het ook minder 'grijpbaar', minder te bevatten, meer onwerkelijk
nog.
Omgekeerd lijkt mij een lang ziekteproces met lang ziekbed ook
heel erg. Ik denk nóg erger. Achteraf gezien zou ik het
liefst een kort ziekbed gehad hebben. Toch misschien maar gelukkig
dat je hierin niets te kiezen hebt.
Tot slot toch
nog ook een opmerking over een al wat oudere boekbespreking: "leven
en dood - partners op afstand". Ik las daar o.a. de zin:
"Mannen zijn vaak heel 'realistisch' in het accepteren
van de werkelijkheid van het gebeurde. Hun verstand zegt hen duidelijk
dat het voorbij is. Ze zeggen haast nooit, zoals vrouwen dat vaak
doen: "Ik kan het nog niet geloven". daardoor worden
mannen niet, en vrouwen wel, voortdurend, honderden malen, gedrukt
op het feit dat het echt waar is, en daarmee op de onontkoombare
vraag wat dat dan voor hen betekent. En juist dat is nodig om
de ernst van het verlies te onderkennen."
Ik dacht toen:
dat klopt niet. Althans, voor mij klopt dat niet. Ik vind dit
veel te generaliserend.
Het mag dan zo zijn dat gemiddeld genomen mannen anders zijn en
denken en doen dan vrouwen. De variatie hierin bij zowel mannen
als vrouwen is, volgens mij, misschien nog wel groter dan de gemiddelde
onderlinge verschillen tussen de seksen.
Ook de opmerking: 'Vrouwen zijn getrouwd en mannen zijn onder
andere getrouwd' vind ik veel te ongenuanceerd. Maar misschien
ligt dat wel aan mij. Mijn dochter zegt dat ik een wat 'vrouwelijke'
man ben.
Ik zou op nog wel veel meer willen reageren. Maar dat komt nog wel. Ik wil het voor dit moment hierbij laten.
Met vriendelijke
groeten,
hego
03-05-2008
Lang geleden
dat ik iets geschreven heb, maar ik ben er weer aan toe.
Ik heb ons huis verkocht en ben volop bezig om van mijn nieuw
gekochte flat mijn eigen plekje te maken. Ben al maanden bezig
met opruimen, en dan ook écht opruimen. Het móet
gewoon, hoe zeer dat het ook doet bij alles wat ik in mijn handen
krijg en waar ik beslissingen over moet nemen.
Op 15 april
heb ik de sleutel van mijn nieuwe toekomst gekregen en er is inmiddels
al heel wat gedaan. Nu is het wachten op de keuken en dan kan
ik over.
Ik zie er best wel naar uit. Weg van hier. Weg van de plek waar
zoveel pijn en verdriet hangt. Maar tegelijkertijd ook gevoelens
van verdriet voor de overgang straks. Dit was wel het huis waar
we afscheid hebben genomen, waar Geert uit gedragen is, waar we
zoveel hebben besproken, waar hij in mijn armen is gestorven.
Heel dubbel allemaal.
Verder ben ik
het eerste jaar ook door; 25 april heb ik gehad. De aanloop er
naartoe vond ik erger dan de dag zelf. Maar waar ik meer moeite
mee heb, is de dag van de begrafenis
Het is te veel, merk
ik nu: de verhuizing en het verwerken. Het komt rouw op mijn dak
en ik zit er best wel doorheen nu.
Het missen van mijn maatje komt kei en keihard aan bij alle beslissingen
die ik alleen moet nemen, maar ik ga het redden! Ik weet het wel.
Ik ben immers een sterke vrouw (zoals anderen het dan zo mooi
zeggen).
Maar ik heb wel het gevoel dat ik nu pas goed in de rouwverwerking
zit. Ik kon het nooit geloven als er geschreven werd dat het tweede
jaar moeilijker zou zijn, maar ik begin het nu te geloven
Lieve groet,
andgr
Terug naar index Archief
Terug
naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben
verloren