Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Binnengekomen reacties van lotgenoten (31)
in november en december 2007


REACTIES binnengekomen in december 2007:

31-12-2007

Lieve Jan,

Het is zover.
Ik heb er een behoorlijke tijd over gedaan, wel ruim zeven jaren. Maar nu ben ik zover dat ik je los kan laten. Vooral omdat ik heb gemerkt dat wij nooit los van jou zullen zijn. Of ik nu moeite doe of niet om je bij mij, bij ons te houden: je bent er, elke dag. Dat is een groot goed, dat eindelijk te zien en te voelen. Het kostte wat tijd, het was een diepte-investering van jewelste, die jaren in rouw om jou. Maar om met jou te spreken: 'Dan heb je ook wat…'. En inderdaad: ik heb jou teruggevonden in het leven dat ik met onze kinderen zonder jou leef.

Op enig moment werd me duidelijk dat jij er nog steeds bij hoort en dat ik mezelf belast met alle over-activiteit die ik vertoonde om jou die plek te geven. Ik ben aan enkel leven slecht toegekomen, heb dagelijks heel erg met jou geleefd in mijn schrijfsels waar ik zelfs na duizend keer dezelfde teksten maar geen genoeg van kon krijgen…Doorlopend reflecterend, herinnerend, beschouwend, steeds herhalen van de pijn en het gemis. Dat zijn geen loze acties geweest, dat heeft de boel hier zeker op het spoor gehouden dat jij en ik samen ooit uitstippelden. Maar het is inmiddels ook een soort blokkade geworden die niet nodig blijkt te zijn. Stukje bij beetje gaan mijn ogen meer open over hoe jij nog in dit gezin leeft en hoe onnodig het is dat ik jou er met mijn dagelijkse schrijfsessies nog zo aan de haren bijsleep.

Toen je stierf hebben wij van jouw overlijden bericht gedaan met de woorden: "De bodem is uit ons bestaan gevallen" en inderdaad hebben wij ons jarenlang bodemloos gevoeld. Er werd dagelijks behoorlijk geknaagd aan de fundamenten die jij en ik in zestien jaar samen (waarvan 5 jaar gehuwd) hebben gelegd en verstevigd. Zonder jou is het huis van onze liefde en ons leven samen in rap tempo een kaartenhuis geworden. Maar andere stutten en steunen staken de kop op. Ikzelf ben ook sterker gebleken dan ik dacht en onze kinderen zijn ras-overlevers gebleken. Dus is het kaartenhuis tot dusver nooit echt ingestort. Jij hebt geen idee hoe ons leven in de voorbije zeven jaren veranderd is, je zult geen besef hebben van de kou die in mij is ontstaan toen ik jouw warmte voorgoed moest missen. Maar ik heb jarenlang geen idee gehad over hoe jij er nog wel was, nog hier aanwezig, nog steeds een stem in dit onbestemde gebeuren zonder jou. Ook als ik niet dagelijks alle moeite doe om aan jou of over jou te schrijven. Dat begrip begint nu te dagen en ik ben er ongelooflijk blij mee.

Ik wil verder met mijn leven, Jan.
Dat gat dat jouw dood geslagen heeft gaat nooit meer dicht, dat weet ik. Maar ik wil het ook niet erger (meer) maken dan het is. Ik blijk al die jaren van ons samenzijn meer en beter naar jou geluisterd te hebben dan jij je kunt bedenken en ik heb me ingezet voor voortzetten van 'onze lijn' in ons gezin. De drie R's van Rust, Reinheid en Regelmaat zijn hier nog steeds leidraad. De kinderen sporten beiden en leren daar meer dan op school, zoals jij al voorspelde. Beiden zijn heldere geesten en hoewel Hidde een stuk minder praktisch en daadkrachtig is als Fenna zie ik beiden met de juiste begeleiding ooit wel goed terecht komen. Die verantwoordelijkheid voel ik vooral op mijn eigen schouders rusten, maar ook in jouw dood is het niet zo dat ik het helemaal in mijn upje moet doen. Jij praat nog steeds mee, bij monde van de herinneringen die ik aan jou heb, de meningen die jij had, de man die jij was. Jij bent in ons gezin niet weggepoetst, niet onbesproken geraakt, jij bent nog bij ons…

Er is veel veranderd. Mocht je ooit opstaan uit de dood dan zul je je verbazen over hoe anders ons leven zonder jou geworden is. Ikzelf verbaas me daar regelmatig ook nog over. Maar hoever we in doen en laten ook van jou vervreemd zijn, in de kern blijkt dit gezin toch de lijn van de gezamenlijkheid gevolgd te hebben. Dat houdt jou dichtbij ons, zo dicht als in zeven jaar dood maar mogelijk kan zijn.
Dat beseffend wil ik je dus zeggen dat ik verder met mijn leven wil, Jan. Jouw plek daarin zal onveranderd blijven, maar tot op heden heb ik het niet gekund of aangedurfd om nieuwe ruimte voor mezelf te kweken. Dat moment is nu aangebroken. Ik ga een studie doen die me de pet te boven gaat, maar ik ben vast van plan om me er in vast te bijten. In mijn beroepsleven is alle aanleiding te vinden om die studie ooit productief te maken en dat lijkt me gaaf.

Tot nu toe heb ik zo bedrukt in het leven zonder jou gestaan, ben vooral zo gekleurd geweest door verdriet en gemis en heb dat overgedragen. Maar dat wil ik niet meer. Ik wil graag gaan teren op de liefde die jij voor ons gezin voelde, je trouw, je loyaliteit.
Ik wil me niet meer eenzaam voelen zonder jou. Jij zit in mij, in ons gezin en aan ons is het om er nog iets heel leuks van te maken zonder jou, ter nagedachtenis van jou. Het spijt me dat het zo lang heeft geduurd voor ik dat begreep.

Dag lief,

Gé Stuiver; e-mailadres: g.stuiver@wanadoo.nl


30-12-2007

Hallo mensen,

Ik ben hier voor het eerst. Mijn man is in maart 2006 overleden na een ziek zijn van elf jaar.
In 2000 kreeg ik de diagnose borstkanker, waarvoor ik nu nog medicijnen slik. Maar gelukkig ben ik er nog. Het waren ontzettend zware jaren waarin ik, ondanks mijn eigen ziekte, toch altijd het voortouw moest nemen.
Ik ben erg blij dat ik het heb volgehouden om voor hem te zorgen. Hij had ook nog hersenletsel en was niet altijd makkelijk in de omgang, maar hij heeft thuis mogen sterven en met de hulp van veel mensen is dat gelukt.

Maar de verwerking en kracht die mij dat heeft gekost merk ik nu pas. Ik ben doodop, verdrietig en down. Ik heb mij echt door de kerstdagen heen geworsteld, ondanks de kinderen en kleinkinderen. Ik voelde mij met iedereen om mij heen nóg eenzamer want er miste toch iemand: de man, de vader en de opa.
En de buitenwereld wenst je maar weer 'een gelukkig nieuwjaar', terwijl je van binnen denkt: zal ik ooit weer gelukkig worden?

Mijn man had ernstig hartfalen en zijn leven is als een kaarsje opgebrand. Uiteindelijk hebben we gekozen voor sedatie, maar ook dat was een moeilijk proces. Hij werd steeds weer wakker en is een ochtend nog heel benauwd geweest, terwijl wij hadden beloofd dat hij het nooit meer zo benauwd zou hebben als jaren eerder was gebeurd. Dat was zijn grote angst.
Vanaf november 2005 kreeg hij al veel morfine, maar zijn lichaam en geest vochten maar door. Toen hij besloten had voor de sedatie kwam er een geweldige rust over hem en hebben wij als gezin een goed afscheid kunnen nemen.

Maar ik droomde vorig jaar maar steeds dat hij weer wakker werd en er opeens weer was. Dan zei ik: "maar dat kan toch niet, jij bent toch dood?" Nu gaat dat wel beter.
Ik merk ook dat ik helemaal niet ben begeleid na de sedatie. Mijn huisarts kwam nog een keer na vier maanden en daarna was het of er nooit iets gebeurd was.

Het is voor het eerst dat ik dit verhaal schrijf en het vliegt er ook zo uit, omdat ik het gevoel heb dat ik het hier kan vertellen. Vooral die opluchting na zijn dood en het verdriet, dat dubbele gevoel en het gemis dat steeds groter wordt kan je alleen maar delen met lotgenoten.

Ik kwam gisteren op mijn werk. Vragen ze: "hoe was jouw kerst?". Zeg ik: "moeilijk". Vraagt de ander: "hoezo dan?". Dan word ik echt boos en denk: kun je je daar niet in verplaatsen?
Een heel verhaal, maar ik ben toch wel een rijk mens.
Ik wens iedereen heel veel sterkte toe en veel begrip.

Jannie Terhuizen-Nauta, vrouw, geboren 8 januari 1945; partner Jan Piet (67) overleed op 4 maart 2006 aan de gevolgen van hartfalen; drie volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: jannieterhuizen-nauta@hetnet.nl


29-12-2007

Dag Monique en lotgenoten,

Ook ik heb al lang niet meer geschreven, maar bijna elke avond kijk ik wel of er nieuwe mails te lezen zijn. Ik lees dan over de strijd die we allemaal aan moesten gaan en dat is nog steeds hard werken, ook al was dit voor mij al de vierde keer dat ik kerst beleef zonder Harry.

Van tevoren had ik echt het gevoel dat het deze keer stukken beter zou gaan. Ik had nu ook een kerstboom gezet en verder geprobeerd kerstversiering aan te brengen, maar nog steeds met een brok in mijn keel. Vandaag heb ik het meeste trouwens alweer weggedaan want ik kon er toch niet zo goed tegen. Zou dat ooit over gaan? Eigenlijk weet ik niet eens of ik dat wel wil…

Vandaag zouden we 41 jaar getrouwd kunnen zijn. Dat is ook weer zo'n dag waar je geen raad mee weet.
Nu de jaarwisseling nog, daarna gelukkig weer de gewone dagen.
Als troost voor onze lotgenoten die nog maar kort aan het knokken zijn, kan ik wel zeggen dat de meest rouwe pijn echt gaat minderen, al zal dat bijna niet te geloven zijn.

Een ieder wil ik sterkte wensen en ik hoop dat we ook kracht krijgen om het leven weer op te pakken en door te gaan. We kunnen elkaar helpen door het van ons af te schrijven. Je hoofd leeg maken kan ook goed voelen.
Een goede jaarwisseling en gezond 2008.

Magda Minderhoud, vrouw, geboren 16 juni 1943; partner Harry (61) op 23 juni 2004 overleden aan hersentumoren; twee uitwonende kinderen; e-mailadres: minderhoud@kabelfoon.nl


28-12-2007

Hallo allemaal,

Op de valreep van oud en nieuw jaar stuur ik nog een berichtje. Een heel bewogen en intens verdrietig jaar ligt straks achter mij, een nieuw jaar stap ik aarzelend in. Ik moet achterlaten in het oude jaar wat ik nog zo graag bij me had gehad, ook dit nieuwe jaar. Onzeker en leeg staart mij de toekomst aan, zoekend en struikelend naar een doel.
Veel heb ik nog om voor te leven, veel om heel dankbaar voor te zijn, en dat ben ik ook. Maar ik moet dat allemaal nog weer leren zien. Er zit nog zo'n dikke brok verdriet in mijn hart.

Maar gelukkig weet ik me gesterkt en geborgen door mijn hemelse Vader die dag en nacht over mij waakt en waarvan ik weet en ervaar dat die zielsveel van me houd.
Elke ochtend is mijn eerste vraag aan Hem of hij ook die dag weer m'n hand wil vasthouden. En elke dag ervaar ik ook weer dat hij me inderdaad vasthoud en kracht geeft om door te gaan, ook al is het met vallen en opstaan.
Elke dag dank ik Hem voor m'n kinderen die om me heen staan en m'n kleinkinderen. Ook hoe dankbaar ik ben voor mijn ouders, die steeds voor me klaarstaan, ook voor het geduld dat jullie met me hebben. Ik dank God dan voor al die liefde om me heen.

Ook voor de Draaikolk waar ik zoveel lotgenoten vind en lees en ervaar dat ik niet de enige ben die dit allemaal doormaakt. Ik hoop ook via deze Draaikolk steun te mogen ontvangen in het nieuwe jaar wat komt, een jaar zonder hem die me zo innig lief was.
Ik wens daarom iedereen hier een heel voorspoedig en gezond 2008 toe.

Hartelijke groeten,

Alie Goudbeek; e-mailadres:
arisiha@hotmail.com


23-12-2007

Lieve mensen,

Doordat ik in mijn pijn en verdriet contact kreeg met de Draaikolk is het wat rustiger in mijn leven geworden.
Ik heb een leuke mailvriendin erbij. We wisselen onze blijde en verdrietige momenten met elkaar uit en op die manier leer ik heel veel dingen te delen met haar.
We hebben elkaar nog nooit gezien, maar er zijn veel overeenkomsten. We komen bijvoorbeeld van oorsprong allebei uit Gelderland en hebben een beetje dezelfde ideeën. Dit is ook een soort balsem voor onze pijn!

Vaak lees ik de berichten van de Draaikolk, troost mezelf en zeg dan: waarom al dat verdriet en wat gaan veel mensen er goed mee om.
Ik ben blij de Draaikolk gevonden te hebben!

Hierbij wens ik een ieder goede kerstdagen en een gezond 2008 met veel liefde en vertrouwen in de toekomst!

Trijntje Maandag; e-mailadres: jan.maandag@hetnet.nl


21-12-2007

Lieve Monique en alle andere lotgenoten,

Het is écht een hele tijd geleden dat ik mijn lief en leed aan de Draaikolk toevertrouwde, onder andere bij mijn mislukte knieoperatie en het gevoel volkomen verlaten te zijn in alle pijn en ziekenhuisnarigheid.
Ik miste Peter meer dan verschrikkelijk. Het gemis is er nog steeds en nu ook onze kat, Peters lieveling, erg ziek is en waarschijnlijk moet gaan "hemelen", ben ik afgelopen weken in een diep gat geduikeld. De kat is het laatste levende draadje. Ik denk dat jullie dat wel begrijpen.

Toch, met deze winterse dagen met prachtig rijp op bomen en struiken is het alsof Peter even dichterbij is. We hielden er allebei van naar buiten te gaan en te genieten van het witte sprookje.
Het gaat nu weer fysiek en psychisch een stuk beter. Ik zie het, ondanks wat nog aan verdriet en zorg zal komen, rustig tegemoet.

In het afgelopen jaar heb ik zoveel lieve mailtjes gehad, dat ik iedereen wil bedanken en er zeker nog veel vergeet!
Monique: een nieuw geluk toegewenst; Mooder, Mary Hoefman, Marion Blansjaar, Joostien Beuving, Ton van Abswoude: bedankt voor alle steun-e-mailtjes en ook Lodewijk Lagemaat, Geke de Jonge, Thea Maes, Ria Peters en allen die me dierbaar zijn geworden: gelukkige feestdagen, goede, rustige feestdagen, gezonde feestdagen en vooral een "Spetterend en méér dan Goed 2008!"

Met alle liefs van

Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl


21-12-2007

Mijn eerste kerst en oud en nieuw zonder Geert. Het gemis wordt met de dag groter.
Ik dacht: ik sla me er wel doorheen, maar hoe dichter we bij de kerstdagen aankomen, hoe verdrietiger ik word.

Kerstkaartjes schrijven: doe ik het wel of doe ik het niet? Natuurlijk doe ik het wel. Het zal dan voor mij heel anders zijn, maar voor anderen niet. En met speciale kaarten kun je dan ook nog eens je gevoel aangeven.
Maar het is zo anders dit jaar, de eerste keer dat ik de kaarten alleen schrijf. Dit was iets wat we samen altijd deden. Geert zocht de adressen op en las ze voor en ik schreef. Nu vergis ik me een paar keer, zet ik de naam van Geert er ook nog bij. Ik ben het zo gewend… En dan iedere keer die dreun weer. Maar goed, ze zijn geschreven en de deur uit.
Hier komen ze ook binnen. Mensen die er echt goed over nagedacht hebben wat ze sturen, met heel bijzondere inhoud. Maar ook de "gewone" kaarten met "prettige kerstdagen" erop. Wat nou prettig, denk ik dan. Voor mij even geen prettige kerst.
Zo anders als anders dit jaar, maar het is goed bedoeld, ik weet het. En beter zo'n kaart dan maar, dan helemaal geen.

Ik ga 30 december naar de lotgenotendag in Hoenderloo. Heel bijzonder vind ik dat. Ik vind het zo mooi dat dit georganiseerd wordt!
Dit eerste jaar ben ik bij mijn lieve familie, maar als ik dat niet was geweest, dan was ik zeker de hele week gekomen, dus wie weet volgend jaar?

Vanmiddag reed ik door het mooie Drentse land, terug naar huis van een verjaardag van mijn vriendin. Samen lekker geshopt in de kleine winkeltjes hier in de buurt, kleine presentjes voor de kerst, ik ben geslaagd.
De bomen wit van de aangevroren rijp van de mist. Heel even geniet ik van deze aanblik, om tenslotte weer helemaal verdrietig te worden van het feit dat Geert dit nooit meer zal zien. Nooit meer kerst samen... het doet zo'n pijn!
Of het merelechtpaar wat hier in het voorjaar zo druk bezig was met het nestelen. Waar Geert vanuit zijn bed uitzicht op had, daar ook heel erg van aan het genieten was, de kleine dingetjes...
De hele zomer niet teruggezien en nu ineens zijn ze er weer. Het doet me goed, ze horen in onze tuin.

Onze tuin, maar niet voor lang meer. Ik heb ons huis te koop gezet. Zo lang als we hier hebben gewoond (anderhalf jaar) hebben we hier niets anders dan ellende meegemaakt, en Geert heeft het nog gezegd: "verkoop het als ik er niet meer ben".
Ik ben eraan toe om iets nieuws te beginnen, oftewel te beginnen met mijn leven.

De steen van Geert is inmiddels geplaatst en een paar weken geleden heb ik daar een lotgenoot van de Draaikolk ontmoet. Een heel bijzondere ontmoeting.
Drie roosjes heeft hij op de steen geplaatst van Geert; twee roze voor Geert en Truida en één rode voor zijn vrouw. Zo ontroerend.
Een fijn en ongedwongen gesprek gehad over de belevenis van het rouwen. Het doet me beseffen dat ik een leven voor mezelf aan het opbouwen ben. Een leven zonder Geert lijfelijk naast me, maar innerlijk nooit weg. Nieuwe vrienden maken want ik stond een beetje stil. Maar ik sta er voor open nu.
Sinds het overlijden van Geert ben ik zelf ook heel erg veranderd, kan beter relativeren, ben gemakkelijker geworden, want ik weet: het leven kan soms best wel kei en keihard zijn.

Lieve contacten opgedaan bij de Draaikolk. Veel steun aan gehad en ik heb er veel van geleerd. Bedankt allemaal!
Dus ook lieve Monique (en ook Bert via jou): heel er bedankt voor dit gegeven. Echt heel erg waardevol de site van de Draaikok voor mensen als ons!

Nogmaals: allemaal een liefdevolle kerst en alle goeds voor 2008.

Een lieve groet,

Anja de Graaf, vrouw, geboren 20 maart 1959; partner Geert (46) overleed op 25 april 2007 aan blaaskanker; geen kinderen; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl


20-12-2007

Hallo lieve Draaikolkers-lotgenoten,

Ik wil jullie allemaal even kerstdagen toewensen, waarin met warme gevoelens kan worden teruggedacht aan onze geliefden die er niet meer zijn. Ook al zijn deze dagen best emotioneel, toch hoop ik dat er lichtpuntjes zullen zijn en dat jullie omringd zullen zijn door lieve familie of vrienden.

Zelf vind ik de kerst nog steeds, na 8 jaar, niet meer zoals het vroeger samen met Harry was. Ook zonder alle andere dierbaren die er niet meer zijn, zoals mijn vader, is het niet meer hetzelfde.
Ik ben sowieso al gevoelig voor de sfeer in december (de muziek, de lichtjes), maar nu helemaal. Toch kan ik gelukkig weer enorm genieten van het samenzijn met fijne en lieve mensen.

Ik kijk nu net uit raam en wat zie ik... het sneeuwt. Weliswaar een heel klein beetje, maar toch. Dit vind ik wel heel bijzonder.
Gisteren zei ik in mezelf: Harry, kun jij er niet voor zorgen dat het dit jaar toch weer een beetje gaat sneeuwen? Je weet dat ik dat zo mooi vind.
Het is alweer bijna over nu, maar ik voelde net Harry even heel dichtbij. Mooi!

Wat ik ook zo mooi vind is: Harry en ik hadden iets met gele rozen (zoals ik al eens eerder beschreef) en altijd bloeit er elk jaar als eerste in de tuin een gele roos. Maar het gekke is dat er nu, ook in december, nota bene nog drie gele rozen aan de struik zitten. Dit zijn voor mij echt lichtpuntjes.

Nogmaals wens ik iedereen sfeervolle en relaxte dagen toe.

Warme groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


19-12-2007

Hallo allemaal,

Ik wil jullie allen, samen met de mensen die jullie nastaan, prettige kerstdagen toewensen.
En voor 2008: wij gaan het redden met onze warme en liefdevolle herinneringen!

Zoals Franz Kafka zegt:

Je hoeft je kamer niet te verlaten.
Blijf aan tafel zitten en luister, wacht.
Nee, wacht zelfs niet, wees stil en alleen.
De wereld zal zich aan je openbaren.
Ze heeft geen andere keuze.
Als in extase ontrolt zij zich aan je voeten.

Hartelijke groeten,

Debbie Hartsteen-Walinga, vrouw, geboren 16 mei 1953; partner Heerco (53) overleden op 4 augustus 2007 aan een gescheurde aorta; geen kinderen; e-mailadres: d.hartsteen@chello.nl


18-12-2007

Lieve Monique en andere lotgenoten,

Ik heb al enige tijd niets meer van me laten horen, maar ik lees de Draaikolk nog steeds met enige regelmaat.
Hoewel het alweer 2,5 jaar geleden is dat mijn Arend overleed en ik mijn leven inmiddels weer aardig op de rails heb, heb ik daar zo nu en dan nog wel behoefte aan.

Recent heeft het stukje van Udo Stolp mij erg getroffen, met name hoe positief het is, terwijl het nog maar zes maanden geleden is dat hij zijn vrouw verloor!

Kerst een feest van hoop en toekomst?

Soms echter kunnen/durven we dat niet meer (in) zien.
Twee jaar geleden was voor mij de toekomst iets wat me alleen maar bang maakte en durfde ik nergens meer op te hopen. Inmiddels heb ik, ondanks de 'kras op mijn ziel', zoals Monique dat zo mooi noemt, mijn hoop en vertrouwen weer terug.

Lotgenoten, graag wil ik jullie voor 2008 ook (weer) hoop en vertrouwen toewensen.

Lieve groet,

Joostien Beuving; e-mailadres: joostien@xs4all.nl


17-12-2007

Lieve "Draaikolkers",

Opeens - gisteren - is ook dit jaar de weemoed bij me binnengeslopen.
Het terugkijken op de kerst, waarop Jan er nog was, weliswaar met zijn doodvonnis op zak, maar we gingen toen in 2005 nog op stap om samen te zijn met vier zonen, vier schoondochters en vijf kleinkinderen, waarvan de jongste pas negen dagen oud was.
Er was wel dat lóódzware op de bodem van mijn hart, maar er was ook de realiteit van twee volop levende, jongere generaties.

Ook was er vaag de herinnering aan kerstmis vroeger, toen ik kind was en - levendiger - aan alle jaren later, waarin ik zelf moeder was van jonge kinderen.
En daarbij was er ook alweer de terugblik op vorig jaar, toen een eerste keer zónder Jan.
En kleindochter Isa werd gisteren twee.

Verglijdt de tijd? In zekere zin wel. Maar de tijd doet me ook stilstaan...

Ooit zijn we immers "ingestapt" als nog van niets bewuste, hulpeloze wezens in de eeuwig lijkende "trein-van-het-leven".
Wanneer het einddoel bereikt is, staat in geen enkel spoorboekje vermeld.
Maar wat een afstand hebben we er zelf al in afgelegd en wat hebben we al veel gezien - gehoord - meegemaakt - beleefd - doorstaan!

Het menselijk bestaan houdt ons vast: leven noemen we dat, vanaf onze eerste tot onze laatste adem.
Dat "levend ademen", wat vanzelf in ons gebeurt, dag en nacht, delen we op onze planeet o.a. met alle tweebenige wezens, die we mensen noemen, ongeacht kleur of ras.
Nu ik dit ene leven van mijzelf zó uitbreid, zó verwijd tot allen, overal en van alle tijden, word ik daar stil van. Wordt dit - hoe werkelijk ook - ónbevattelijk, word ik heel klein.

Ik voelde me weemoedig, maar al schrijvend ben ik inmiddels een en al vráág, een en al verwonderde verwachting in deze donkere maand december, op weg naar het feest van het Licht, dat jaar op jaar nog altijd gekomen is.
Voor christenen onder ons nog altijd de viering van de geboorte van Jezus. Voor iedereen: zonnewende, terugkeer van de zon op ons halfrond. Ook nu in 2007?

Ik wens het voor onze aarde (na Bali), voor allen, maar heel in het bijzonder voor jullie en mijzelf, die de warmte ervan zo hard nodig hebben.

Voor ieder zo blij mogelijke dagen!

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


14-12-2007

Beste lotgenoten,

In deze maand besef je eens te meer wat je bent kwijtgeraakt en wat een verandering dat teweeg heeft gebracht.
Het is nu één jaar en drie maanden geleden dat Ton is overleden. Soms lijkt het of hij er gisteren nog was, maar ook heb ik wel eens het gevoel dat het in een heel ander leven was.

Er is veel gebeurd afgelopen jaar. Ik heb een aantal belangrijke dingen kunnen afronden.
Onze boot werd, na vele uren schuur- en schilderwerk, eindelijk verkocht.
De as van Ton hebben wij verstrooid, daar waar hij graag wilde zijn, namelijk de Friese meren. Alles klopte aan dit gebeuren: het gezelschap (familie en vrienden), de plek (waar wij vaak voor anker gingen), het schip dat ik gehuurd had (een skûtsje), zelfs het weer (regen en wind).
Dit laatste klinkt misschien raar, maar Ton zou zeker gezegd hebben: "Kom op! Jullie zijn toch niet van suiker!"
Het was heel bijzonder, al die mensen in regenpakken in de stromende regen op dat schip, de as en een heleboel rode rozen in het water, erg indrukwekkend.

Dit jaar heb ik ook een keer de stoute schoenen aangetrokken en ben ik naar een lotgenotenbijeenkomst geweest, in Wieringerwerf. Dat was een hele stap om daar naar toe te gaan, maar het was een fijne dag. Zoals velen van ons ondervinden, gebeurde het mij ook dat er mensen afhaakte, waar je niets meer van hoort, maar door de Draaikolk kreeg ik daar weer prettige contacten voor terug.

Sinds een paar maanden ben ik op een zangkoor gegaan, alhoewel ik daar geen ervaring in had. Dat is de beste stap die ik dit jaar heb genomen. Het is geweldig, ik krijg daar weer nieuwe energie van.

Het is allemaal zeker niet makkelijk, maar ik ben wel van plan om van 2008 een goed jaar te maken, met weer nieuwe ervaringen en lieve mensen om mij heen die mij steunen.

Graag wil ik hierbij iedereen veel sterkte toewensen. Dat de kerstdagen maar gevuld mogen zijn met liefde en steun en vooral een gezond 2008 vol moed en kracht.

Warme groet,

Mary Hoefman-Groesz, vrouw, geboren 7 april 1947; partner Ton (62) overleed op 25 september 2006 aan longkanker; twee volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: mary@hoefman.nu


13-12-2007

Dit wordt voor mij de tweede kerst zonder Bram. Vorig jaar nog in een roes, nu in de herbeleeffase. Het klopt wat iedereen schrijft.
Weet je, ik vind het jammer dat er zo weinig mensen over praten.

Ik ben naar een lotgenotengroep gegaan. Iedere week behandelen wij een ander onderwerp. Deze week was het onderwerp: 'het ervaren van de gevoelens en de reacties die volgen op het verlies'. Nu, dat is precies waar ik in zit. De gevoelens komen nu om de hoek kijken.

Zo kon ik Bram niet laten zien dat ik een nieuwe bril had gekocht en werd daar heel verdrietig van.
Ik zat in de stad op een bankje vlak bij de ijsbaan en hoorde allemaal mensen plezier maken en ik dacht: wat plezier, zien jullie mijn tranen niet? Ik werd er bijna jaloers op. Voordien had ik er helemaal geen last van als ik iets nieuws kocht.
Vervolgens heb ik een vriendin gebeld, ben naar haar toegegaan, heb haar de nieuwe bril laten zien en… ze vond hem prachtig.

Ik dacht dat ik uit hoofde van mijn beroep alles wel aan kon, maar dat is niet zo. Het beleven is heel anders dan er als hulpverlener bij staan.

Groeten,

Anneke van der Knaap, vrouw, geboren 7 januari 1951; partner Bram overleden op 7 september 2006 aan blaaskanker; twee volwassen uitwonende dochters uit een eerdere relatie; e-mailadres: info@a-groeneweg.speedlinq.nl


11-12-2007

Lieve mensen,

Vandaag is het vier maanden geleden dat ik mijn lief en alles verloor. Ik ging op zwart. Begrijpen kan ik het nog steeds niet en dat zal ook wel nooit gebeuren.

Wat ik wél begrijp is, dat er voor mij een andere toekomst is aangebroken. Nu weet ik wel dat de toekomst geen enkele belofte doet, zelfs niet naar morgen, maar toch. Ergens in mij ligt een sleuteltje dat op een deur past en achter die deur ligt mijn nieuwe toekomst. Ondanks het verdriet is er licht. Je moet er voor werken, hard werken. Hoe die toekomst eruit zal zien, bepaal je uiteindelijk toch zelf.

Ik wens uit de grond van mijn hart dat jullie, mijn lotgenoten, de kracht vinden om dat sleuteltje te zoeken en de toekomst een hand te geven, dat zijn we allemaal stuk voor stuk waard. Met deze kerstgedachte wil ik jullie veel sterkte toewensen.

No Rutten, man, geboren 6 mei 1943; partner Margriet (1948) op 11 augustus 2007 overleden aan een hersenbloeding; drie volwassen uitwonende kinderen; e-mailadres: no.rutten@hetnet.nl


10-12-2007

Hallo Monique,

'Alweer' een jaar, of is het 'pas' een jaar geleden? Als ik achterom kijk, lijkt het alsof het gisteren was!
De herinneringen aan 3 december 2006 komen weer genadeloos naar boven. Ik weet nog hoe ik me voelde toen ik die dag geen contact meer met Feije kon krijgen en ik besefte dat ik hem definitief kwijt was.

Vaak hoor ik mensen zeggen "Je doet het goed, hoor"! Maar wat doe ik goed? De pijn zit er nog steeds en vooral deze periode maakt me soms verdrietig en opstandig.
Ik heb het afgelopen jaar veel afleiding gezocht, heb geschilderd en behangen, maar dat nam de pijn niet weg. Ook heb ik bijna alle zaken zelf geregeld die te maken hadden met Feije's overlijden. Eindelijk, na een jaar knokken met overheidsinstanties, is alles afgehandeld. Hoewel me dat ontzettend veel energie heeft gekost, ben ik toch trots op mezelf dat ik dit heb kunnen doen, maar ook dit neemt de pijn niet weg.

Alleen beslissingen nemen drukt soms zwaar op me en dat maakt me soms onzeker (hoe had Feije dat gewild?). Ik weet dat dat niet meer uitmaakt, maar toch...

Als ik de balans opmaak van het afgelopen jaar, dan zie ik dat er mensen zijn afgehaakt, maar er zijn ook mensen bijgekomen en die laatste zijn voor mij heel waardevol. Vooral het contact met lotgenoten doet me bijzonder goed.
Ook kom ik mensen tegen die eigenlijk niet weten hoe ze je moeten benaderen en bang zijn om je weer opnieuw verdriet te doen, maar juist er over praten doet zo goed!

Ik wil alle lotgenoten veel sterkte toewensen deze dagen. Ook een warme kerst met fijne mensen om je heen, en dat de zon zo af en toe weer door mag breken in het nieuwe jaar.

Groeten,

Ina Terpstra-Vinke, vrouw, geboren 17 april 1945; partner Feije (66) overleed op 3 december 2006 aan de gevolgen van maagkanker; drie volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: iterpstra@versatel.nl


08-12-2007

De derde verjaardag van Jan is voorbij, de derde al zonder hem. Hij zou 63 geworden zijn.

De dag ervoor voelde ik me gespannen, alsof er iets ergs zou gaan gebeuren. De twee vorige jaren heb ik van die dag een bijzondere gedenkdag kunnen maken.
In 2005 had het lot voor mij bepaald dat de boomplantdag in het Wilhelminabos exact op Jans eerste verjaardag zonder hem zou plaatsvinden. Ik heb er geen seconde over nagedacht. Dit was de enige manier waarop ik deze dag een zinvolle invulling kon geven.
Zijn tweede verjaardag heb ik vormgegeven door het prachtige gedenkboek, dat ik heb samengesteld met veel bijdragen van mensen die belangrijk waren in Jans leven, te presenteren. Ik wilde dat die middag een receptieachtig karakter zou krijgen, met muzikale bijdragen van het familiekoor en van het muziekgroepje waarin Jan klavecimbel speelde. Ik was beide dagen omringd door familie en vrienden.

Dit jaar geen grote happening meer, maar een gedenkdag samen met enkelen die mij zeer nabij zijn. Ik had gehoopt en zelfs gerekend op blijken van meeleven, op telefoontjes, kaarten, mailtjes en smsjes. Wij waren zelf altijd heel attent bij alle verjaardagen. Maar diepe teleurstelling werd mijn deel.
De geboortedag van Jan is geen reden meer tot vreugde, maar het blijft toch een gedenkdag? Mag ik nog wel verwachten dat anderen op die dag aan mij denken en dat ook laten zien? Of zit er al een plakkertje over zijn verjaardag op de kalenders? Uit het oog, uit het hart? Zand erover? Mij willen ontzien?

Eerst was ik boos en voelde me verwaarloosd. Maar ik heb, na een paar dagen van bezinning, een goede manier gevonden. Naar degenen van wie ik aandacht had verwacht of gehoopt heb ik een mail gestuurd om belangstellend te informeren naar hun eigen bezigheden en naar hun wel en wee. Vervolgens heb ik wat over mezelf verteld: mijn vakantieplannen, het gedoe met financiën, de invulling van kerst en jaarwisseling en ook over mijn beleving van Jans verjaardag.
De terloopse zin dat ik blij was met de aanwezigheid, telefoontjes en mailtjes die ik had ontvangen leverde het verwachte resultaat op: men stak de hand in eigen boezem en verontschuldigde zich voor zijn nalatigheid.
Beetje "vilein", maar het werkt en ik ben tevreden.

Marijke Zuidema-Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


08-12-2007

Beste lotgenoten,

Aanvankelijk had ik niet het oogmerk om te reageren op de reactie die op de Draaikolk werd geplaatst naar aanleiding van mijn bijdrage van 4 december. Maar nu er ongewild toch een soort van polemiek rondom mijn persoon lijkt te zijn ontstaan, lijkt me enige verheldering wel op zijn plaats.

De kans dat een vrouw getroffen wordt door een echtscheiding is exact even groot als de kans dat een man daarmee te maken krijgt. De kans dat een vrouw op een dag weduwe wordt is echter vijfmaal zo groot als de kans dan een man weduwnaar wordt. Er zijn dus veel meer weduwen dan weduwnaars en dat weerspiegelt zich onder andere in de Draaikolk.

Veel mensen, mannen en vrouwen, hebben zich slecht voorbereid op het overlijden van hun partner. En daarmee zij nadrukkelijk niet door mij gesuggereerd dat je je zou moeten voorbereiden of zelfs maar zou kúnnen voorbereiden op het allesomvattende gevoel van verdriet dat je overkomt als je geliefde overlijdt. Ik weet waar ik het over heb.
Bij leven en welzijn kun je wél een paar praktische dingen voor elkaar regelen. Dat is óók een bewijs van liefde voor elkaar. In veel gevallen gebeurt dat echter niet, zo blijkt ook weer uit de Draaikolk. Als je je partner/nabestaande met een administratieve warboel achterlaat, met verborgen schulden, zonder duidelijk testament, levensverzekering, wat gedeeld eigen vermogen of nabestaandenpensioen, dan bezorg je hem of haar veel extra en vooral onnodig verdriet. Dat zou je als partner eigenlijk ook niet mogen laten gebeuren. Ik denk dat een oordeel hierover niet ongepast is.

Feit is óók dat het financiële weerstandvermogen van vrouwen in Nederland aanmerkelijk geringer is dan dat van mannen en de kans dat ze er alleen voor komen te staan juist veel groter. Voor mij was dat raakvlak van feiten een leerpunt.
Ik begrijp dat ik een taboe aansnijd als ik er op deze met verdriet behangen plaats voor pleit dat mensen (m/v) hierin ook een eigen verantwoordelijkheid hebben.
Zo was mijn schreeuw uit het raam (dus naar de buitenwereld en vooral naar de toekomst gekeken) bedoeld. Niets meer of minder dan dat.

Tot slot wil ik mijn excuses aanbieden aan al die mensen die zich persoonlijk door mij aangesproken voelden.
Ik heb dat voorzien noch beoogd. Sorry.

Vriendelijke groeten,

Pieter Lanser, partner (46) overleden op 14 februari 2005, hertrouwd; emailadres: p.lanser@wxs.nl


08-12-2007

Lieve medemensen voor wie “de Draaikolk” een functie vervult in het leven,

Er staan heel veel reacties op “ons aller Draaikolk” en al die schrijvers/schrijfsters vertolken eigen emoties. Wat een ongelooflijk kaleidoskopisch geheel is het inmiddels geworden!

Herinneren jullie je uit je kindertijd ook nog de kaleidoscoop? Zo’n ronde, busvormige speelgoedkijker, waar je door een klein rond glaasje in kon kijken en die – als je dat ding langzaam rond draaide - dan prachtig weerspiegelende beelden liet zien van telkens een ander in-elkaar-grijpend veelkleurig mozaïek?

Wat zijn mensen toch stuk-voor-stuk ongelooflijk uniek en wat vormen ook wij als ‘Draaikolkers-samen’ toch een kleurrijk spiegel-mozaïek van de maatschappij. En wat een levensmoed, zoveel kracht vloeit er plotseling door onze gelederen!
We hebben kennelijk geen behoefte aan ongevraagde oordelen en adviezen. We willen onze eigen boontjes best doppen (hoe moeilijk soms ook!), maar dan wel op onze eigen manier(-en).

Je kunt achteraf constateren, dat iemand onbedoeld, en ook met onverwacht effect een knuppel in ons hoenderhok blijkt te hebben geworpen en dat alle schrijvers/schrijfsters, diep geraakt óf verbijsterd, geschrokken, begrijpend, beledigd enzovoorts, enzovoorts, een innerlijke drang hebben gevoeld om te reageren en dat ieder dat op een strikt eigen manier heeft gedaan, maar toch in verbondenheid.

Goh, wat voel ik me prima thuis bij ‘deze club’!

En nu weer verder tot stut en steun van elkaar in deze decembermaand?

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


08-12-2007

Beste Monique,

De reactie die jij geeft op het stukje van Pieter is eigenlijk dezelfde als die ik zou willen geven. Je partner verliezen (Dick stierf op 17 december 2004) en het intense verdriet dat je daarbij hebt, kan heel goed samen gaan met de liefde die je voor je nieuwe partner voelt.

Ook ik heb alweer een tijdje een nieuwe vriend en in april gaan we trouwen, maar dat wil helemaal niet zeggen dat "alles" nu weer goed is.
De reactie van mensen die zich afvroegen wat hij met zijn nieuwe liefde nog op de site van de Draaikolk doet, is precies de reactie die mij ervan weerhoudt om me op te geven voor een ontmoeting met lotgenoten via de site.
Wat mensen vergeten is dat het heel eng is je weer te binden en weer lief te hebben, omdat je weer het risico loopt te verliezen en daar weet jij alles van.
Wat zitten wij mensen toch vreemd in elkaar soms, en wat is het soms moeilijk je eigen weg te blijven volgen.

Ik wil je trouwens ook nog zeggen dat ik heel veel aan de Draaikolk heb en heb gehad. Groot is mijn respect voor jou dat je het blijft volhouden om de Draaikolk draaiend te houden. Bedankt en ik blijf zeker donateur en bezoeker.

Astrid van Berkel; e-mailadres: berkelda@zonnet.nl


Dag allemaal,

Als lotgenote wil ik graag even reageren op een opmerking die gemaakt werd naar aanleiding van de bijdrage van Pieter:

"Ik neem Pieter vooral kwalijk dat hij zich niet realiseert hoe de rijkdom van zijn nieuwe liefde zijn verhaal naar de Draaikolkers kleurt. Hij doet er in mijn ogen goed aan om zich eens af te vragen wat hij als lotgenoot met een nieuwe, vervullende liefde nog op de Draaikolk te zoeken heeft."

Als je dit namelijk zou doortrekken naar mijn eigen levensverhaal, dan zouden Bert en ik begin 2000, toen wij als lotgenoten een relatie met elkaar kregen, ook hebben moeten stoppen met de Draaikolk. We hadden immers elkaar en ze "leefden nog lang en gelukkig". Maar wij hebben ervaren dat het niet zo eenvoudig ligt. En geloof me, in de jaren daarna toen hij ernstig ziek werd, viel het ons regelmatig heel zwaar om ons met de Draaikolk te blijven bezighouden.
Maar wij vonden dat wij onze lotgenoten niet zomaar in de steek konden laten en hoopten dat zij door het meebeleven van onze ervaringen, onder meer in de reeks
Dubbel-leven, wellicht zicht en hoop konden krijgen op een andere toekomst, inclusief alle eventuele nieuwe tegenslagen waar we in dit leven niet altijd aan kunnen ontkomen.
Wanneer er een nieuwe liefde in je leven komt, in mijn geval een weduwnaar die dus hetzelfde heeft meegemaakt, dan houdt het gemis van de overleden partner namelijk niet op. Hooguit in het prille begin kan het even wat meer op de achtergrond raken.
Maar als de relatie goed is, dan verwerk je dit verlies samen verder door erover te praten en door over en weer herinneringen uit onze 'vorige levens' met elkaar te kunnen delen. Zo leer je elkaar immers ook beter kennen.

Mijn ervaring is dat geluk en verdriet wel degelijk naast elkaar kunnen bestaan. Daarom waardeer ik het ook zo in Pieter dat hij blijft meedoen met de Draaikolk, ondanks dat hij een nieuwe liefde heeft, met alle eventuele levensbedreigingen die dát kwetsbare 'bezit' weer met zich mee kan brengen.

Monique Vos, vrouw, geboren 29 oktober 1960; partner Eric (44) op 26 april 1999 overleden door een motorongeval; partner Bert (64) op 31 oktober 2006 overleden aan darmkanker; geen kinderen; e-mailadres: elvo@planet.nl


08-12-2007

Lieve Draaikolkers,

Mogelijk gaan jullie mij ook de kop afbijten als ik in mijn openbare reactie een lans wil breken voor Pieter Lanser. Dat 'lans breken' is ook helemaal niet nodig, want hij is heel wel in staat om zichzelf te verdedigen of de woorden, die bij velen van jullie zo slecht vielen, nader uit te leggen, als hij dat zou willen.
Desalniettemin voel ik de behoefte om óók een tegengeluid te laten horen, maar dan een andere dan Marion inzette en velen van jullie vervolgden.

Ik denk inderdaad ook dat Pieter een 'rijk' man is, maar dan niet in geldelijke zin bedoeld. Hij is rijk (in mijn ogen) omdat hij een nieuwe liefde heeft gevonden en daarmee kennelijk een dermate prettig en gelukkig leven heeft dat hij 'beschouwend' op zijn eigen verlies terug kan kijken. Ik heb zijn 'vierde stukje' als heel waar gelezen, als een soort wens om ons allen - machteloos, krachteloos, van de benen geslagen door de dood van onze geliefden - te verzoeken eens eerlijk af te wegen hoe machteloos, krachteloos we nu eigenlijk zijn.
Om dan, in zijn optiek, fluks tot de conclusie te komen dat het meevalt met die machteloosheid als we maar aanpakken, als we maar doen, als we onszelf maar losweken van het juk dat alleen gelaten zijn ons oplegt. Daarmee wordt de pijn van zonder je lief verder moeten hanteerbaarder, dat kan ik uit eigen ervaring getuigen en in zoverre ben ik het oprecht met hem eens.

Ik ben met Marion en alle andere reflectanten eens dat Pieter zijn woorden ongelukkig kiest en zijn statement wat te ver doorvoert als hij de vrouwelijke emancipatie opvoert waar wij nog met enkel en alleen met rouwarbeid bezig zijn. Heb het daar later maar eens over, Pieter, als we niet zoveel werk meer hebben van onze rouwarbeid. En er ons buurland bij slepen, dat land waar we van oudsher geen hechte band mee hebben, is al helemaal onkies.
Laat onverlet dat Pieter wel wat te melden heeft wat we eens in ons om kunnen laten gaan, vrijblijvend…Verdriet ben je niet vóór, je rekent er niet op, je ziet het niet aankomen, je denkt dat het jouw huisje voorbij gaat. Tot het zich aandient. Dat kan inderdaad anders, dat is een kwestie van calculerend je relatie in gaan en in stand houden. Onsympathiek? Best. Niet romantisch genoeg? Zal best.
Maar inderdaad, als je de boel van meet af aan regelt en de bijl vervolgens valt, dan heb je wel veel minder zorgen, veel minder lasten die je bij de pijn van alleen gelaten zijn helemaal niet kunt gebruiken.

Ik denk dat degenen die op Pieters stukje gereageerd hebben zich vooral bezeerd hebben aan de laag van zijn gevoel en bewustzijn waar zijn tekst in mijn ogen uit voortkwam: die van een andermaal gearriveerd man, terugkijkend op wat eens was, leven binnen een nieuwe liefde en vanuit die nieuwe laag heel ware woorden schrijvend, die echter niet kunnen landen bij Draaikolkers die nog vers in het verdriet zitten, ook al is dat verdriet al jaren oud.
Ik neem Pieter vooral kwalijk dat hij zich niet realiseert hoe de rijkdom van zijn nieuwe liefde zijn verhaal naar de Draaikolkers kleurt. Hij doet er in mijn ogen goed aan om zich eens af te vragen wat hij als lotgenoot met een nieuwe, vervullende liefde nog op de Draaikolk te zoeken heeft. Maar inhoudelijk blijf ik vinden dat hij een tweede gedachte, het nogmaals herlezen van zijn stukje (het vierde) - en dan met gestreken veren - verdient.

Met warme groeten aan jullie allemaal,

Gé Stuiver; e-mailadres: g.stuiver@wanadoo.nl


08-12-2007

Wat een heftige reacties komen er op de brief van Pieter. Eerlijk gezegd zat ik het ook met gekromde tenen te lezen.
Pieter, je stukje kwam mij nogal arrogant over. Jij schrijft vanuit een positie waarin een vrouw je tot ongekende hoogtes brengt. Hartstikke mooi. Ik gun het je van harte.
Toen ik verder las, kwam als eerste in mij op: hoe zou het met deze man gaan als hij weer alleen komt te staan? Ongekende hoogtes kunnen een diepe val veroorzaken.

Wat me vooral opvalt uit de reactie van de vrouwen is, dat ze zich aangevallen voelen en nu heftig in de verdediging gaan. Ze voelen zich blijkbaar gekwetst. Ik denk dat dat niet je bedoeling was.
Het onderwerp dat jij zo formuleert is naar mijn idee meer iets dat je met een discussie in een groep bespreekt. Als er iets onduidelijk is dan kun je het persoonlijk toelichten. In zo'n brief staat het zwart op wit en komt het hard aan. Bovendien vraag ik mij af of het een meerwaarde heeft voor de Draaikolk.

Iedereen heeft z'n eigen verdriet, relatie, achtergrond, verhaal, met z'n eigen persoonlijkheid en die van de overleden partner te verwerken.
Hoe het komt dat er meer vrouwen op de site reageren, daar heb ik vermoedens over. Ik zou het zo graag van de mannen zelf willen horen.
Wat ik wél inmiddels ontdekt heb is dat mannen net zo radeloos en hulpeloos in hun verdriet zijn als vrouwen. En dat het niet vanzelf gaat om overeind te komen of te blijven. De een vindt al snel een andere partner en zoekt en vindt dáár het geluk in. De ander wil het zélf doen, met vrienden in de nabijheid.

Het is precies wat Udo zo treffend verwoordt: wij zijn allemaal mensen.

De Draaikolk is zo fijn omdat ieder zich op zijn/haar manier kan uiten, omdat dat in eigen kring voor veel mensen onmogelijk is.

Vriendelijke groeten van

Ria Peters; e-mailadres: jilmo@planet.nl


07-12-2007

Beste Pieter,

Na een aantal keren je stuk op de Draaikolk te hebben gelezen, besloot ik te reageren. Ik herken mijzelf namelijk in de door jou beschreven "radeloze vrouw". Laat ik mezelf even voorstellen.

Tineke, 18 jaar oud, ontmoet een man van 23 jaar waar zij na twee jaar mee trouwt, zo uit huis bij haar ouders vandaan. Nooit zelfstandig gewoond of voor zichzelf gezorgd. Wanneer na drie jaar het eerste kind wordt geboren, stopt zij met werken buiten de deur en na een aantal jaren komt er nóg een kindje bij.
Manlief werkt veel buitenshuis, reist voor zijn baan regelmatig naar het buitenland en zorgt dus voor het inkomen. Hij heeft haar echter nooit uitgesloten van het verdiende geld, want hij zag toen al in dat haar werk binnenshuis minstens even belangrijk was. Daardoor was het immers voor hem mogelijk zijn werk goed te doen. Dus was er slechts één portemonnee binnen het gezin (wie weet was hij wel de eerste geëmancipeerde man!).

Toen aan 37 jaar huwelijk een eind kwam door zijn overlijden, bleef zij inderdaad radeloos achter. Rationeel had zij alles aan zien komen, maar de emoties had zij iets onderschat blijkbaar. Ook op het financiële vlak was zij een redelijke 'nul', dat had híj altijd voor zijn rekening
genomen. Gelukkig had hij alles ook voor de laatste keer fantastisch geregeld. Maar nu moest zij zelf aan de slag en, hoewel dat niet meeviel, is het haar uiteindelijk wel gelukt…

Er zit dus best wel wat waarheid in je betoog Pieter, maar een beetje relativeren zou geen kwaad kunnen. Natuurlijk zou het voor iedereen die alleen komt te staan het makkelijkst zijn om alle klussen in het leven zelf te kunnen klaren. Dit geldt voor vrouwen en ook voor mannen. Maar iedereen die in deze situatie terechtkomt, ondervindt zijn eigen problemen waar hij of zij bij vlagen radeloos van wordt, en dat lijkt mij vrij normaal en is zeker niet alleen voorbehouden aan vrouwen. Het is wat te kort door de bocht om dat aan te weinig vrouwenemancipatie te koppelen.

Ik geloof echter wel dat je integere bedoelingen had toen je het stuk schreef. Het zal ook vast niet je bedoeling zijn geweest er anderen mee te kwetsen. Ik ben blij met alle emoties die een ander laat zien op de Draaikolk, of het nou mannen of vrouwen betreft.
Wat mijn keuzes op mijn 18de jaar betreft, daar sta ik overigens nog steeds volmondig achter. Ik had het niet anders willen doen.

Een groet van

Tineke Pastijn-Jaburg, vrouw, geboren 20 februari 1948; partner Jos (60) overleed op 18 augustus 2004 aan de gevolgen van kanker/Non Hodgkin's; twee volwassen, uitwonende dochters; e-mailadres: pastijn@hetnet.nl


07-12-2007

Hallo allemaal,

Ook ik heb met grote verbazing en verdriet het verhaal van Pieter Lanser gelezen. Ik vraag me af wat de bedoeling van zijn verhaal is en welk voorbeeld we moeten nemen aan onze lotgenoten in Duitsland.

Het moet toch niet zo zijn dat er een soort competitie moet plaatsvinden, wie zich beter kan redden? Het gaat er toch om dat we met onze verhalen en ons verdriet en onze praktische problemen bij elkaar terecht kunnen? Niet voor directe hulp, maar als klankbord.
Ik vind het jammer dat er door zijn verhaal mensen zijn die zich laten beperken in wat ze kwijt willen. Jammer, dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Tot slot wil ik iedereen veel kracht en wijsheid voor de nabije en verre toekomst toewensen. En blijf alsjeblieft gewoon alles schrijven wat je hart je ingeeft. Wij hebben het zo nodig.

Debbie Hartsteen-Walinga, vrouw, geboren 16 mei 1953; partner Heerco (53) overleden op 4 augustus 2007 aan een gescheurde aorta; geen kinderen; e-mailadres: d.hartsteen@chello.nl


07-12-2007

En dan de reactie van een man op het stuk van Pieter.

Hij heeft gelijk als hij schrijft dat, na het overlijden van je partner, de radeloosheid groot is, ook in organisatorisch opzicht.
En hij heeft gelijk als hij zegt dat een achtergebleven partner zich af en toe best hulpeloos voelt. Zeker!

Maar beste Pieter, die radeloosheid, de organisatie, de hulpeloosheid heeft mijns inziens niets te maken met de sekse, maar heeft alles te maken met het feit dat we gewoon 'mens' zijn. Mensen van vlees en bloed. Die de liefde van hun leven zagen weggekaapt door de dood.
En die - ze moeten wel - hun leven moeten doorleven. En de taken van die ander nu ineens zelf moeten doen. Of dat nu de financiën betreft of het strijken van de overhemden.
En - het kan niet anders - jij bent ook een mens.

Udo Stolp, man, geboren 29 september 1954, partner Bernadette (51) overleed op 29 juni 2007 aan hersentumoren als gevolg van een melanoom; drie uitwonende kinderen; e-mailadres: rwstolp@stolp-ps.nl


07-12-2007

Wat een commotie over het geschrevene van Pieter. Zo ook hier hoor.
Ik heb ook met irritatie en verdriet de ingezonden mail zitten lezen en was blij met de eerste reactie van Marion! Maar het zou toch erg triest zijn als wij ons hierdoor geremd zouden moeten voelen om ons verdriet of onze overwinning of onze tegenslagen hier op de Draaikolk neer te zetten, zoals Sandra in haar laatste stukje schrijft!

Ik blijf het gewoon doen. Ik ben met mijn rouwproces bezig. Ik heb alles verloren, en natuurlijk ook best op financieel gebied, maar nog erger: ik ben mijn geliefde, mijn maatje kwijt. Ik zoek herkenning en die vind ik hier, maar ik zoek geen douw in mijn rug, die krijg ik al genoeg van niet wetenden!

Ook van mijn kant: liefdevolle kerstdagen en alle goeds voor 2008.

Een lieve groet,

Anja de Graaf, vrouw, geboren 20 maart 1959; partner Geert (46) overleed op 25 april 2007 aan blaaskanker; geen kinderen; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl


07-12-2007

Ook ik heb me zeer geïrriteerd aan het schrijven van Pieter Lanser en ben het geheel eens met de reactie van Marion Blansjaar.
Ik ben een zeer geëmancipeerde vrouw, die jarenlang alle administratieve rompslomp onder haar hoede heeft genomen. Als je plots, zonder enig voorgevoel, alleen komt te staan, dan ben je verdrietig en van slag. Mag het misschien?

Wellicht kan Pieter eens nagaan of er voor onze Duitse lotgenoten inderdaad ook een Draaikolk beschikbaar is en anders is hij de aangewezen persoon om deze op te zetten. Hij weet het immers allemaal zo goed?
Overigens ben ik niet van plan om me verder druk te maken over deze, in mijn ogen, "domme" reactie.

Ik wens een ieder sterkte met zijn of haar verdriet.

Met hartelijke groet,

Anke Loman; e-mailadres: A.loman2@chello.nl


07-12-2007

Lieve allemaal,

Ik lees zojuist de brief van Marion Blansjaar, haar reactie op die van Pieter Lanser, en ik ben blij dat er een tegengeluid klinkt. Ook ik heb namelijk met stijgende verbazing de brief van de heer Lanser gelezen, maar omdat ik andere dingen aan mijn hoofd heb (getuige mijn brief van 4 december) had ik niet gereageerd.

Nu dan toch een reactie, omdat ik over de ergste schok van maandag heen ben en er weer ruimte komt voor andere gedachten.
Hoe langer ik over het geschrevene van de heer Lanser nadenk, hoe kwader ik eigenlijk wordt. Wij leggen hier met z'n allen, man en vrouw, onze ziel en zaligheid bloot en vinden daardoor steun bij elkaar. Maar de heer Lanser vindt het nodig om de vrouwen hier nog even een flinke trap na te geven, alsof we nog niet genoeg ellende hebben om onze weg in te vinden.
Waarom en met welk recht, vraag ik mij dan af. Ook hij zit op de Draaikolk. Kennelijk haalt hij toch ook steun uit alles wat geschreven wordt. Waarom dan zo neerbuigend doen over de vrouwen die hier schrijven? Waarom dan zulke steken onder water uitdelen?

Omdat ik even niet weet wat ik met mezelf aanmoet, zit ik al de hele middag achter de pc, een beetje surfen op het net en op die manier nam ik ook een kijkje op je/jullie datingsite. Daar kwam ik een brief tegen van meneer Lanser gedateerd op 19 december 2006. De onderste passage maakte mij nog kwader dan ik al was en die haal ik dan ook nog even aan.

"Het barst in de wereld van de taboes rondom hertrouwen. Die taboes worden vooral gekoesterd door mensen die veel te snel oordelen en niet bij benadering weten waar ze het over hebben. Die zelfs niet kúnnen weten waar ze het over hebben omdat een relatie tussen twee personen nu eenmaal altijd aspecten bevat die door derden niet kunnen worden gekend c.q. beoordeeld. Meestal zitten (rouwende) mensen helemaal niet op oordelen te wachten, laat staan op afkeurende. Ik heb besloten om de meeste van die oordelen dan ook in de wind te slaan, al valt dat niet altijd gemakkelijk."

En als ik dit dan gelezen heb, dan vraag ik mij helemaal af hoe meneer Lanser zijn laatste brief heeft kunnen schrijven, want eigenlijk schrijft hij alles zelf al. De onderstreepte gedeeltes dienen ter onderstreping van mijn gevoelens.

Ik kan alleen maar hopen, dat wij 'vrouwen' toch blijven schrijven, omdat er zoveel anderen zijn die wel blij zijn met alles wat er geschreven wordt. Zoveel anderen die wel herkenning voelen en zich daardoor gesteund weten.
Maar ik moet zeggen dat ik de volgende keer toch even nadenk bij wat ik op zal schrijven. Bedankt hoor, meneer Lanser!

Sandra de Jonge-Witteman, vrouw, geboren 10 april 1975, partner Fred (56) overleed op 22 mei 2007 aan asbestkanker (mesothelioom); Fred had een volwassen zoon uit een eerder huwelijk; e-mailadres: sandra-witteman@quicknet.nl


07-12-2007

Beste lotgenoten,

Ja, ik heb ook het gevoel om te reageren op Pieter Lanser, maar denk er wel bij: maak je niet kwaad, de Draaikolk bied je méér! Het komt bij mij over dat hij wil laten weten dat hij rijk is (geld?).
Ik voel me ook rijk met mijn kinderen en kleinkinderen, waarvan de vader en opa in de kerstnacht overleed toen hij drie dagen ervoor 62 was geworden. Het herhaalde zich, mijn mans vader werd doodgeschoten in de oorlog met kerstmis en was pas 44 jaar.

Mijn man vond kerst een belangrijke tijd in het gezin en de vrolijkheid en warmte die hij ons heeft gegeven is een erfenis. Na zeven jaar maken de kleinkinderen het nog vrolijk op de begraafplaats. Deze morgen was ik er met mijn jongste kleindochter en dan zegt ze: "oma, het is er mooi hè, dan zien de mensen ook dat opa lief was, hè? Dan denk ik: dat is een erfenis.

En het gevoel, daar ben ik blij mee dat je dat terugvind op de Draaikolk. Als ik lees wat Lies van Doorenmaal schreef, dan denk ik: ja, met deze mensen wil ik mijn gevoel delen.

Alle Draaikolkers wens ik een goede decembermaand toe en ik hoop dat er voor jullie allen ook warmte is in de omgeving. En een prettige jaarwisseling.

Groetjes,

Anny Thielen; e-mailadres: a_thielen@hetnet.nl


07-12-2007

Lieve lotgenoten,

Ook ik voelde de behoefte om te reageren op het stukje van Pieter Lanser. Marion Blansjaar was me voor en ik had het niet beter kunnen verwoorden.
Ik herken mezelf ook niet in Pieter zijn vierde stukje en denk dat er veel lotgenoten zijn die het ook met verbazing hebben gelezen.

Liefdevolle kerstdagen gewenst en alle goeds voor 2008.

Met vriendelijke groet,

Adrie Herstel, vrouw, geboren 9 augustus 1958; partner Ton (50) overleed op 17 juli 2005 aan slokdarmkanker; twee volwassen kinderen, één thuiswonend en één uitwonend; e-mailadres: aherstel@wanadoo.nl


07-12-2007

Ik voel de behoefte te reageren op het vierde stukje in het verhaal van Pieter Lanser, geplaatst op 6 december. Met stijgende verbazing en irritatie heb ik het gelezen.
Ja, de vrouwelijke schrijvers zijn ver in de meerderheid. De waarschijnlijke verklaring hiervoor is, volgens mij, dat vrouwen zich over het algemeen makkelijker en beter kunnen uiten over gevoelens, zowel verbaal als schriftelijk. De meeste mannen hebben daar veel meer moeite mee en houden diepe gevoelens liever voor zichzelf dan daarmee op de Draaikolk te verschijnen.

Radeloosheid als je lief is overleden, mag het alsjeblieft? Laat al het verdriet er maar uitkomen, dat is de enige manier om uiteindelijk te helen. Ik lees nu zo'n half jaar de verhalen op de Draaikolk, en ja, soms kom je totale ontreddering en hulpeloosheid tegen van "deze" vrouwen. Meestal zijn dat verhalen, die geschreven zijn kort na het overlijden van de partner.

Ook de zin "ze waren totaal niet voorbereid op wat er gebeurde, zelfs als ze het wél hadden kunnen voorzien" is mij in het verkeerde keelgat geschoten. Wat nou voorbereid of het zien aankomen? Natuurlijk hebben velen van ons het (de dood) zien aankomen, maar dat helpt toch helemaal niet, dat zorgt er toch niet voor dat de pijn en het verdriet minder hard aankomt op het moment dat je geliefde ook daadwerkelijk sterft?

Ik lees op de Draaikolk vaak ook positieve verhalen. Verhalen waaruit kracht en moed spreken, verhalen met een "zonnetje" als het weer een stuk beter gaat.
Vrouwenemancipatie, ik vind het wel erg ver gaan om te schrijven dat wij, vrouwen, nog wat kunnen leren van onze Duitse lotgenoten.
Natuurlijk zijn er lotgenoten, die het financieel moeilijk hebben (het verhaal van Sandra van 4 december), of zich er nooit mee bezig hebben gehouden in het verleden, maar dat heeft volgens mij meer te maken met de tijdsgeest van een generatie.
Ikzelf herken me in ieder geval totaal niet in het geschreven vierde stukje en ik denk dat ik niet de enige ben.

Een warme groet voor iedereen en nog een beetje extra voor hen, die recent een partner hebben verloren.

Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl


06-12-2007

Beste Monique,

'De tijd die ons ontglipt…' Vaak gebruik je titels waar je nog alle kanten mee op kunt.
Inderdaad, de decembermaand nodigt uit tot reflectie. En voor reflectie heb je denkruimte nodig. Hoe waren de kerstdagen vorig jaar, vijf jaar geleden, tien jaar geleden? Hoe voelde ik me toen? Hoe voelden wij ons toen?

Vrijdag is de geboortedag van mijn overleden vrouw, Désirée. Oók in december. Ze zou 49 zijn geworden. Een goede vriendin van haar heeft daar ook aan gedacht. Ze zal vrijdag op de Kunstkring een Schubert-stuk ('Die Rose') voorspelen dat ook op haar uitvaart, waar bijna 300 mensen waren, werd gespeeld. Dat is geen toeval. Hoeveel van deze 300 mensen zouden, bijna drie jaar later, nog spontaan weten dat 7 december haar verjaardag was? Ik heb weinig illusies; ik schat het aantal op vijf of zes. Daarom vind ik het mooi dat deze vriendin haar verjaardag in ere houdt. Wij gaan zeker luisteren. Respect voor de doden moet men hebben.

Ik was geraakt door jouw zinsnede dat wij ons in de tijd haast ongemerkt ontwikkelen op andere terreinen, weer ondernemen en nieuwe activiteiten ontplooien. Ik kan het bevestigen. Het is mooi dat het kan gebeuren en een klein wonder als het gebeurt. Het gebeuren wordt in een versnelling gebracht, of - zo je wilt - bruut afgedwongen, door het verlies van een partner.
Toch worstel ik daar ook wel eens mee. Renée, mijn tweede vrouw, brengt mij tot hoogtes waartoe ik niet eerder was geraakt. Ik vraag mij dan af, waarom is dat niet eerder op die manier gelukt? Waren wij te veel bezig met 'doen' en te weinig met 'zijn'? Ik kan dat niet zeggen, maar natuurlijk hoort 'doen' bij de jeugd; samen de wereld ontdekken en je plaats vinden, samen ervaringen opdoen. Ook dat is immers 'Zweisamkeit'. Als je partner vroeg overlijdt dan ben je op slag die naïviteit en onschuld voorbij.
Moet ik mijzelf misschien verwijten indertijd de verkeerde prioriteiten te hebben gelegd? En me boos te hebben gemaakt over de verkeerde dingen? Ik heb geen echte haast om dat te erkennen. Met de kennis van toen heb ik keuzes gemaakt. Met die kennis waren dat toen goede keuzes.
Ik verbaas me nog bijna dagelijks over mijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Ik heb de indruk dat het overlijden van een partner je werkelijk op een kruispunt van je leven brengt: óf je roest snel vast óf je ontwikkelt je juist heel snel. De lethargie of de euforie. Er lijkt geen middenweg.

Van de reacties op de Draaikolk leer ik veel. In de eerste plaats blijken de vrouwelijke respondenten zwaar in de meerderheid. Daar zijn plausibele verklaringen voor te geven. De radeloosheid is vaak groot, mentaal, maar vaak ook in organisatorisch opzicht. Ik schrik nogal eens van de hulpeloosheid van deze vrouwen (en op een andere manier ook de mannen). Ze waren totaal niet voorbereid op wat er gebeurde, zelfs als ze het wél hadden kunnen zien aankomen.
Je kunt je niet overal op voorbereiden, maar je kunt wel de administratie, financiën of pensioen op orde hebben. Je moet helaas maar afwachten of jouw sociale omgeving jou destabiliseert of dat zij je tot hulp is. Dáár is geen scenarioplanning voor te schrijven. Ik kan me voorstellen dat het rouwproces dan jaren, ja misschien wel een leven lang, kan duren.
Ik kan me er gedeeltelijk wel in verplaatsen, want een ongeluk komt zelden alleen. Maar snappen doe ik het toch ook niet helemaal: blijkbaar heeft de vrouwenemancipatie nog een lange weg te gaan. Als vrouwen financieel wat meer op eigen benen zouden staan, zou de weg naar boven een stuk korter kunnen zijn. Ik heb een moeder en een paar verweduwde tantes die geen financiële problemen hebben. Dat maakt ze beduidend minder kwetsbaar. Het geld is natuurlijk maar een deel van hun onafhankelijkheid, want als ze het geld ooit zelf hebben verdiend, hebben deze vrouwen meestal ook geleerd om een zelfstandige plaats in de wereld te veroveren.
Laat de Draaikolk daarom ook een schreeuw uit het raam zijn naar al die mensen die hun liefhebbende man of vrouw nog hebben.

In Duitsland heeft de vrouwenemancipatie - oh, ironie - een grote boost gekregen door de gevolgen van twee wereldoorlogen. Veel jonge vrouwen en ook vrouwen van middelbare leeftijd stonden er alleen voor en moesten het zelf maar zien te redden. Er waren rolmodellen, waar de Duitse samenleving zestig jaar na dato nog steeds profijt van heeft.
Anno 2007 wordt meer dan 50% van de (kleine) bedrijven in Duitsland opgericht door ondernemende vrouwen. De Duitse samenleving heeft zich na de oorlog bijna ongemerkt ontwikkeld, is weer opgestaan, is andere dingen gaan ondernemen en heeft nieuwe activiteiten ontplooid. Duitsland heeft zijn verleden verwerkt, maar is het niet vergeten, gelijk de weduwen en weduwnaars hun verlies kunnen verwerken zonder het te vergeten.
Misschien valt er nog iets van onze Duitse lotgenoten te leren? Zou er bij onze oosterburen ook een 'Draaikolk' zijn?

Vriendelijke groeten,

Pieter Lanser, partner (46) overleden op 14 februari 2005, hertrouwd; emailadres: p.lanser@wxs.nl


05-12-2007

Lieve lotgenoten,

Ik heb de stukjes in de Draaikolk gelezen en zit hier helemaal ontroerd en met tranen in m'n ogen. Wat herken ik dat: je zo leeg voelen, je maatje zo missen.

Ook ik verloor mijn man/maatje totaal onverwachts op 20 maart van dit jaar aan de gevolgen van een gescheurde aorta. Hij was nog maar 54 jaar. Geen afscheid kunnen nemen, opeens alles over. Mijn toekomst in één klap ingestort.
En ook ik besef dat de wereld doorgaat, m'n leven doorgaat, ook al wilde ik dat in eerste instantie helemaal niet. Voor mij hoefde het niet meer.

Langzaam kom ik weer een beetje tot mezelf en probeer ik de draad zo goed als het kan weer op te pakken. Ook voor mij nu het eerste Kerstfeest sinds 35 jaar zonder hem die mij zo lief en dierbaar was. Samen met m'n kinderen en kleinkinderen probeer ik er iets zinvols van te maken.

Ik wens jullie gezegende Kerstdagen toe.

Hartelijke groeten,

Alie Goudbeek; e-mailadres: arisiha@hotmail.com


04-12-2007

Beste Draaikolkers,

Vorige keer dat ik schreef, had ik het nog over de grote leegte, het alleen zijn en de weinige belangstelling die me parten speelde. Nu spelen er alweer heel andere zaken, een vervelende, maar oh zo belangrijke centenkwestie.

Ik ben gisteren bij de notaris geweest om opheldering te krijgen over de financiële kant van dit, toch al zo vervelende, verhaal en hij had me weinig positiefs te melden. Zag ik tot nog toe de toekomst met een redelijk vertrouwen tegemoet, dat is nu de bodem ingeslagen. Sinds mei was er onzekerheid over de hoogte van verschillende bedragen. In de loop van de tijd werd al duidelijk dat de bedragen niet misselijk waren, maar toch was het nog een mokerslag gisteren.
Eén aspect had ik altijd buiten beschouwing gelaten: de erfenis van Fred, die staat tenslotte op de langstlevende. Maar de rentevoorwaarden daaromheen maken, dat ik met mijn leeftijd er bijna niet onderuit kan om ook dat gedeelte uit te keren. Als ik dat niet doe, dan hangt er over mijn hele verdere leven (en vooral van een eventuele nieuwe partner) een schaduw van een niet te overziene erfenis. Ik wil niet nog 40, 50 jaar leven met een spook op mijn hielen. Maar de andere optie houdt in, dat ik het huis binnen afzienbare tijd moet verkopen en dat is heel hard aangekomen.

Zoals ik zei, ik zag de toekomst met een redelijk vertrouwen tegemoet, al wist ik dat het niet gemakkelijk zou worden. Langzaamaan begon ik na te denken over hoe nu verder. Als alle tumult een beetje zou gaan liggen, wat zou ik dan gaan doen?
Want dat was het vreemdste van de afgelopen zomer. Ik stond niet op een splitsing. Ik kon niet twee of drie kanten op, nee, ik kon alle kanten op. Een uitzichtpunt in de duinen, sommige dalen kon ik zien en wist ik wat me te wachten stond, maar andere dalen zijn aan het oog onttrokken en daarvan weet ik dus niet wat ze voor me in petto hebben of misschien kan ik ze zelf nog wel inrichten. En hoe vaak je dat misschien wel wenst in je leven, dat je je leven drastisch zou willen veranderen, als je voor een voldongen feit komt te staan, dan is het helemaal niet meer zo leuk. Dan heb je liever dat beschutte dal met zekerheden, want op dat uitzichtpunt sta je midden in de wind en is het moeilijk kiezen welke kant je op wilt.

De afgelopen paar maanden heb ik veel nagedacht over wat ik graag wil en de belangrijkste conclusie was wel, dat ik niet wenste te verhuizen. Een paar jaar heb ik geroepen dat ik graag weg wilde, weg uit de herrie van de vliegtuigen en de A9. Rust wilde ik graag hebben en dat was ook echt zo. Maar nu, nu sta ik er alleen voor en zitten alle herinneringen in dit huis en dat wil, dat kan ik nog niet loslaten. Het was echt een bevrijding dat ik daar achter kwam, weer een paar huilbuien verder, maar er was weer een stukje wat een plaatsje had gekregen.

Naar aanleiding van deze bewustwording ben ik gerichter naar mijn leven gaan kijken en langzaamaan actie gaan ondernemen om ervoor te zorgen, dat ik hier ook zou kunnen blijven wonen.
In oktober kreeg ik eindelijk weer inzicht in de maandelijkse uitgaven ten opzichte van de inkomsten en daarmee leerde ik, dat het nog een flinke kluif zou worden. Op zich niet erg, van een gezond portie werken is nog nooit iemand slechter geworden, maar wel moeilijk als je nog zo labiel bent als ik en zo ontzettend moe. Het kost dus enorm veel moeite. Ik moet me echt overal toe dwingen en soms lukt me dat gewoon (nog) niet. Dat tandje harder, waar al eerder over gesproken is, dat is bijna geen doen. Voor mij nog niet althans.
En toch zag ik de toekomst wel zitten. Mijn eigen bedrijfje (ik ben goudsmid) eindelijk verder uitbouwen, eindelijk al die plannen realiseren die al zo'n tijd op de plank liggen en dat allemaal op mijn eigen vertrouwde stekkie, in de buurt waar ik me goed voel (ook al is er dan herrie) met fijne mensen om me heen.

In één klap staat de toekomst die ik voor mezelf voor ogen had, waar ik langzamerhand geloof in begon te krijgen, waar ik naar uit begon te zien, in één vernietigende klap weer op losse schroeven.
Oh, ik ben zo teleurgesteld, zo kwaad, zo verdrietig, zo alles tegelijk. Kwaad op Fred, omdat hij het niet goed geregeld heeft in zijn testament. Nóg kwader op de notaris, omdat hij het zo heeft opgesteld en wij daar alle vertrouwen in hadden. Kwaad op Freds zoon, om het simpele feit dat hij bestaat. Sorry hoor, maar het is zo'n arrogant stuk egotripper, daar zijn geen woorden voor, en voor dat stuk verdriet moet ik nu verhuizen, grrr. En ook kwaad op mezelf, dat ook ík er niet beter naar gekeken heb, dat ook ík te goed van vertrouwen ben geweest. Ik ben zwaar gefrustreerd, omdat ik met mijn rug tegen de muur sta en er niets aan kan veranderen.
Ik heb nog één ontsnappingsmogelijkheid en dat is een bovennormatieve schadeclaim die loopt tegen Freds werkgever in verband met zijn opgelopen asbestkanker. Er bestaat misschien, heel misschien, een heel klein kansje dat die hoog genoeg uitkeert, zodat ik daarmee alles kan betalen, maar er is nog geen enkel zicht op de uiteindelijke hoogte. Ik heb ook geen idee wanneer daar duidelijkheid over komt, hopelijk vóór februari.

Ik voel mij net een kameleon. Ik moet me weer aanpassen aan de omstandigheden, maar hoe lang houdt een mens dat vol?
In de afgelopen jaren heb ik al geleerd dat een mens heel erg veel kan hebben en ook hier zal ik wel weer doorheen komen. De moed niet laten zakken, positief blijven!
Ook als ik zal moeten verhuizen zijn daar weer positieve dingen aan verbonden: dat ik eindelijk de rust zal kunnen opzoeken, dat ik misschien eindelijk een atelier op de begane grond kan maken wat tevens als winkel kan functioneren, eindelijk ruimte voor mijn hond om rond te rennen.
Maar al die positieve kanten nemen niet weg dat de mokerslag nu nog heel erg hard nadreunt en dat het allemaal weer eerst een plekje moet krijgen, voordat ik opnieuw met een frisse kijk naar wéér een andere toekomst kan gaan kijken.

Sandra de Jonge-Witteman, vrouw, geboren 10 april 1975, partner Fred (56) overleed op 22 mei 2007 aan asbestkanker (mesothelioom); Fred had een volwassen zoon uit een eerder huwelijk; e-mailadres: sandra-witteman@quicknet.nl


04-12-2007

Lieve lotgenoten,

Vaak ben ik achter de PC gekropen om mijn gedachten met jullie te delen… Gedachten die maar heen en weer gaan naar het verleden en naar de toekomst.

Vandaag ben ik op Texel geweest waar mijn wortels liggen. Samen met mijn nog in leven zijnde broers heb ik daar de dag doorgebracht. Herinneringen opgehaald aan onze overleden ouders, mijn twee overleden broers (één na een ongeluk in 1968, toen was ik 16, en een andere broer die in 1990 verongelukte). Zij blijven hun leeftijd houden. Verdriet op verdriet heeft zich bij mij opgestapeld.
Het verdriet om Bram is weer een heel ander soort verdriet. Wij kenden elkaar nog geen vier jaar toen hij overleed, maar alles staat op zijn kop.

Vorige week heb ik ook met mijn kinderen een boompje geplant. Tijdens de één minuut stilte keek ik omhoog en dacht aan al die overleden mensen. Ook aan een mevrouw die ik heb mogen begeleiden in haar laatste levensfase en die tegen mij zei: "Anneke, ik zal over je waken daar boven." Een mooier afscheid kan ik mij niet voorstellen.

De 'oude ik' is op zoek naar de 'nieuwe ik'. Terecht noemt Monique dit 'met vallen en opstaan'. Ik heb ook de eerste tekenen van: hé, er is tóch een leven na de dood van mijn partner. Maar wel heeft hij mijn hele leven op z'n kop gezet…
Mensen gaan door met hun leven, net zoals wij, maar ze staan er niet bij stil dat de tijd voor ons soms stilstaat.

De herinnering blijft, maar er komen ook weer nieuwe herinneringen bij.
Nieuwe mensen ontmoeten, een geweldig gevoel, maar ook de angst om teleurgesteld te worden en dat is ook alweer gebeurd, waarna het verdriet heftig terugkwam. Ik weet, daar moet ik niet bij stilstaan, maar het gebeurt wel.

Twee huishoudens samenvoegen. Bram en ik hadden allebei een eigen woning totdat hij ziek werd. Komende week gaat er een huis in de verkoop en heb ik besloten waar ik definitief wil gaan wonen. Veel emoties. Verleden... en toekomst.

De 'oude ik' en de 'nieuwe ik'?
De feestdagen staan voor de deur. Veel lichtjes, ook voor ons!

"Wat doe jij Tweede Kerstdag?" Een standaardvraag…

Groeten,

Anneke; e-mailadres: info@a-groeneweg.speedlinq.nl


04-12-2007

Hallo lieve mensen,

Het einde van het jaar is alweer in het zicht en het is voor heel veel mensen een heel bewogen jaar geweest.
In negen maanden tijd heb ik veel nieuwe vrienden gemaakt en ik heb genoten van de wandelingen. Ieder persoon heeft er een grote bijdrage aan geleverd voor mij om aan een nieuwe (andere) toekomst te werken. Het zijn er te veel om persoonlijk op te noemen en velen zullen voor de rest van mijn leven altijd in mijn gedachten blijven, want hun steun en begrip is onbeschrijfelijk.

Daarom is het zo fijn dat Thea het idee kreeg om rond de jaarwisseling een paar dagen weg te gaan (zie de rubriek 'Oproepen', red.).
Alleen is het zo jammer dat de belangstelling van de heren zo minimaal is, ook bij de wandelingen zijn we sterk in de minderheid.
Dus heren, trek eens de stoute schoenen aan en kom ook naar Hoenderloo. Ik heb begrepen dat het ook voor twee of drie dagen mogelijk is.
Ik ben ervan overtuigd dat het hele fijne dagen worden.

Ik wens iedereen verder hele fijne dagen toe in deze decembermaand en hopelijk zien we jullie in Hoenderloo.

Groeten,

Wim van Woudenberg; e-mailadres: woudyss@versatel.nl


03-12-2007

Lieve lotgenoten,

Zoals sommige briefschrijvers al hebben aangegeven, is de hindernis die je neemt om met lotgenoten in contact te komen en je persoonlijk verhaal hier neer te zetten enorm groot. Bij het lezen van een aantal verhalen, waarbij de letters vervagen door emotie en tranen, kwam ik erachter dat de dingen, zoals ik ze voel en beleef, niet vreemd zijn. Ze worden, tot mijn ingetogen vreugde, bevestigd.

In 1998 werd bij Maria borstkanker geconstateerd. Na een operatie, chemo-kuren en bestralingen, waren de uitslagen positief. Dat ging zo door tot maart 2006: Maria werd onwel en in het ziekenhuis werden uitzaaiingen in hersenen, botten, longen en lever geconstateerd.
Het bericht dat Maria niet meer te genezen was en dat we ons moesten voorbereiden op een komend afscheid, sloeg in als een bom. Radeloos...
Na een enorm gevecht heeft Maria de strijd verloren en is ze op 1 oktober jl. thuis (zoals ze dat zelf graag wilde) overleden.

Na een periode van woede (waarom zo jong en waarom zij?) is de pijn en het verdriet groot om degene om wie ik geef te verliezen en los te moeten laten. Ik heb een fijne familie en een groot aantal vrienden die me steunen daar waar ze kunnen, maar ondanks dat is het stil, koud en eenzaam geworden.
Als ze aan me vragen "Hoe gaat het?", kan ik er geen duidelijk antwoord op geven. Ik kan gewoon niet aangeven hoe ik me voel.
Volgens mij moet je een verlies van je geliefde meegemaakt hebben om dit te begrijpen. Hiermee is meteen de reden genoemd waarom ik via de Draaikolk in contact wil komen met lotgenoten.

Iedereen die er op dit moment behoefte aan heeft, wens ik sterkte toe, vooral in deze maanden.

Cor Wiltink, man, geboren 24 augustus 1957; partner Maria (45 jaar) overleed op 1 oktober 2007 aan de gevolgen van borstkanker; geen kinderen; e-mailadres: c.wiltink@hccnet.nl


02-12-2007

Het is zondag, een dag die ik soms bewust en expres alleen doorbreng. Zo oefen ik me in het ervaren van de "eenzaamheid". Dit alles uit een soort innerlijk gevoelde noodzaak tot gewenning.
Ik hoef niet alleen te zijn. Ik kan iemand bellen om er thee te gaan drinken bijvoorbeeld, maar dat wil ik niet. Eenvoudig omdat ik daar geen zin in heb nu, een criterium wat ik weer durf te hanteren.

Wat een verschil met vorig jaar om deze tijd!
De blaadjes van mijn keukenkalender stonden toen de hele week tjokvol met afspraken met vrienden of kennissen, variërend van wandelingen, eetafspraken, bezoekjes aan concerten tot aan meer of minder noodzakelijke schoonmaakwerkzaamheden in huis en afspraken om alle zakelijke dingen, die te maken hadden met het overlijden van Wim, te regelen.
Ik nam de raad die ik in een boek over het weduwschap had gelezen op deze manier wel erg serieus: 'Ga niet slapen voor je een plan hebt voor de volgende dag!'

Vanmorgen keek ik op het blaadje dat ik afgescheurd had en ik zag dat er, op twee eetafspraken na, niets opstond deze week.
Het hinderde me niet. Integendeel, het was een soort opluchting te constateren dat er ook wat dit soort dingen betreft iets wezenlijk is veranderd.
Niks te doen te hebben betekende vorig jaar, naast het niet afgeleid worden van het grote verdriet om het er niet meer zijn van Wim, ook dat ik het risico liep om in paniek te raken.
Het feit dat ik het nu net zo druk heb als vorig jaar is, naast het gevolg van de noodzaak om de kost te verdienen, ook een bewijs voor het in staat zijn tot het weer oppakken - in praktische zin - van het oude leven. Het leven zoals het was toen Wim nog leefde.
Ook toen vond ik het moeilijk om niks te doen. Er is wel een essentieel verschil: als nu dreigt dat ik klaar ben met alles wat ik me voorgenomen heb of waartoe ik verplicht ben, kijk ik in een leegte. Toen was ik slechts bang voor de verveling. Het laatste zorgde niet voor verdriet, het eerste doet dat nu wel.

Zou je kunnen concluderen dat alles wat ik nu doe in wezen dient om me af te leiden van het grote gemis? Is dat vluchtgedrag of een gezonde manier om met de gevolgen van deze grote persoonlijke ramp om te gaan? Of beide?
Wat mij betreft is het dat laatste en daar kan ik mee leven. Vluchten is immers een natuurlijke reactie op een noodsituatie en zolang ik meen te kunnen concluderen dat ik geen angst ken voor mijn gevoel, althans niet in die mate dat het me hindert om mijn gevoelens van rouw te onderkennen en te doorleven, maak ik me wat dat betreft geen zorgen.

Dit heeft de tijd met al zijn gebeurtenissen van de afgelopen maanden onder andere met me gedaan. Het schiet allemaal nog niet zo hard op. Je hoopt op (meer) relativeringsvermogen, assertiviteit, zelfvertrouwen en andere van dit soort persoonlijke eigenschappen die je in theorie (verder) zou moeten gaan ontwikkelen, al is het alleen maar om beter bestand te zijn tegen de angstig bedreigende emotie dat jouw leven, net zo min als dat van ieder ander, vastheid noch zekerheid kent.

Jouw, wat filosofisch getinte, stuk over het vergaan van de tijd, Monique, heb ik wat verengd tot mijn eigen persoonlijke en ingrijpende ervaringen van de afgelopen vijftien maanden. Dank voor het feit dat je me daartoe op het idee bracht.
En…, ga vooral door met het schrijven van dit soort mooie hoofdredactionele bijdragen!

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 5 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


02-12-2007

Beste Monique,

Ik sta even stil bij de ontmoetingsdag van gisteren in Raalte (georganiseerd door de Oecumenische Werkgroep Verliezen verwerken Salland/NW Overijssel, red).
Wat een opkomst en wat een warme ontvangst.

Gelukkig was ik met nog iemand van de Draaikolk gegaan. Wie er nog meer waren kan ik niet zeggen, maar wel dat Marinus van den Berg een fantastische spreker was. Niet alleen de boodschap, maar ook zijn stem was met liefde neergezet. Hij vertelde uit zijn leven de verhalen die hij al zo vaak had gehoord. Het was muisstil en ik werd ontroerd door die verhalen.
Wat kan het een mens goed doen er achter te komen dat je best zelf de weg weet te vinden. Maar wat is het niet meegenomen wanneer er een dikke warme mantel van mensen om je heen staat.

Velen, die jaren geleden hun partner hadden verloren, hadden meer grip op alles, maar rouwen en alleen zijn bleef moeilijk. En hoe het leven op zijn kop gaat staan en dat het niet gek was dat je hulp had of ging zoeken, dat dit juist heel goed kon zijn. Dat alles gaf me weer moed.
In de middag werd er met groepen gewerkt en dan krijg je weer lucht dat je niet alleen bent.
De vertelling zal nog lang bij me blijven hangen en ik hoop dat iedereen er wat uit heeft gehaald om deze donkere dagen, die komen gaan, zo goed mogelijk door te komen. Want de kaarsje die we hebben aangestoken, gaf licht voor onze geliefden.
Juist daarom wil ik iedereen die dit mogelijk hebben gemaakt bedanken en alle lotgenoten het beste wensen de komende feestdagen met iedereen die hen liefhebben. Ik zal er zeker volgend jaar weer heengaan.

Lieve Monique, bedankt voor jouw werk op de site.
Hierbij zend ik mijn lieve groetjes voor allemaal.

Wil van den Burg-ten Hoven, vrouw, geboren 13 december 1940; partner Henk (66) overleden op 30 april 2006 aan mesothelioom (asbestkanker); twee volwassen, uitwonende kinderen, uitwonend; e-mailadres: odw71zwl@hetnet.nl


REACTIES binnengekomen in november 2007:

30-11-2007

Hallo,

Ik heb ineens eventjes de behoefte om een beetje van me af te schrijven want ik lees net in de bijdrage van Lies over een vrouw die helaas de diagnose "kanker" heeft gekregen.
Hè bah, wat is het toch een afschuwelijke ziekte. Ook een lotgenote van de Draaikolk, waarmee ik af en toe eens mail, is momenteel bezig met de strijd tegen deze nare ziekte. Twee weken geleden belde mijn lievelingsoom om te vertellen dat men maagkanker bij hem heeft geconstateerd. Mijn eigen lieve moeder heeft in 2005 kanker gehad. Zij is gelukkig wel, na veel vechten, genezen.

Al deze verhalen en berichten raken mij zeer, vooral ook omdat mijn eigen lieverd Harry aan deze ziekte helaas is overleden. Gelukkig zijn er ook velen die deze ziekte overwinnen. Maar al met al grijpt dit enorm in, in een mensenleven.

Ik wil iedereen die hiermee te maken heeft gehad, of heeft, heel veel sterkte en moed toewensen met het gevecht ertegen of met het verwerken van een verlies.
Uiteraard wens ik een ieder op deze site sterkte met het verlies van hun dierbaren. En ook met het bijstaan van dierbaren die ziek zijn.

Ook de maand december komt er weer aan en ik denk dat een ieder deze dagen weer anders zal beleven en doorkomen. Ik hoop voor iedereen dat er toch lichtpuntjes zullen zijn. En dat jullie allen steun en troost vinden van goede en lieve familie en vrienden.

Warme groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


28-11-2007

Lieve Draaikolkers,

Zondag was ik voor het eerst bij zo'n dag voor 'ons', dit keer op Goeree-Overflakkee bij Thea Maes. Ik heb er geen spijt van, maar... inmiddels heeft die ervaring plaats gemaakt voor een andere, die via onze "Draaikolk" op mijn pad gekomen is.

Een van de vele dingen die het leven je leert, is dat je nooit het verdriet of de pijn van de ene mens met die van een ander moet gaan vergelijken, want op het moment dat ik dát doe, laat ik immers mijn koele hoofd werken, terwijl de gevoelens van een ander alleen maar gebaat zijn bij het meevoelen vanuit je hart!

Een onverwacht verhaal dus:
Een jonge vrouw van 41 jaar, moeder van twee kinderen van 4 en 7, door dezelfde kanker getroffen die mijn Jan het leven kostte, namelijk alvleesklierkanker, stuurde mij deze mail. In haar wanhoop zoekend naar 'jonge lotgenoten' kwam ze op onze site terecht. Een stukje uit haar mail:

"En op 5 november 2007 kreeg ik het nieuws.
Ik heb twee kleine kinderen van 4 en 7 jaar. Dit kan toch niet. Ik wil nog zoveel. Er zijn weinig opties. Ik weeg nog maar 39 kilo. Weinig of geen reserve. Ik zoek op internet naar lotgenoten die ook zo jong zijn maar die kan ik niet vinden. Het is zo onwerkelijk en oneerlijk.
Hopelijk ontvang ik een bericht van u. Ik weet niet wat, ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik me niet zomaar onder het gras laat duwen en ga genieten van elke minuut die ik heb met mijn gezinnetje.
Ik ben een uitzondering in deze ziekte dus waarom zou ik niet een uitzondering zijn dat het nog heel lang duurt!"

Dit kwam diep bij me binnen. Ik kon het niet naast me neerleggen, heb haar gemaild en ook weer antwoord ontvangen.

Hier schrijven over zondag kan ik nu niet. Die ervaring blijft aanwezig op de achtergrond, maar moet even wijken.
Ik vond het een waardevolle en bijzondere dag!

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


27-11-2007

NOOIT

Nooit meer aan je zij
Nooit meer 'wij'

Nooit meer samen doen
Nooit meer jouw zoen

Nooit meer, ik wil er niet aan
Nooit meer, ik kan je niet laten gaan

Nooit meer ik en jij
Nooit meer zijn we 'zij'

Nooit meer samen delen
Nooit meer jou strelen

Nooit meer, ik wil er niet aan
Nooit meer, …en toch ben je gegaan

(Jenny, oktober 2007)


Jenny Wolsheimer; e-mailadres:
fredenjenny@orange.nl


25-11-2007

Lieve allemaal,

Vandaag ben ik voor het eerst achter de computer gaan zitten om in contact te komen met lotgenoten. En dan eigenlijk lotgenoten die ook hun partner zijn kwijtgeraakt aan kanker.
Ik kwam op de Draaikolk uit en tijdens het lezen van de site kwam ik er al snel achter dat het helemaal niet uitmaakt waaraan je partner is overleden. Het verdriet is universeel en ook de "problemen" waar je na het overlijden tegenaan loopt zijn zeer herkenbaar.

Ik sta er sinds 22 mei alleen voor. Fred is overleden aan de gevolgen van asbestkanker, mesothelioom. In mei 2002 werd de ziekte geconstateerd en de wereld stortte in. We waren net getrouwd, maar Fred zou Fred niet zijn, als hij het gevecht niet aan zou gaan. Ons werd gezegd dat hij de kerst niet zou halen, maar Fred heeft er vijf jaren van kunnen maken. Ondanks zijn ziekte zijn het vijf heel mooie jaren geweest en voor mij zo heel kostbaar.

De reden dat ik nu op zoek was naar lotgenotencontact is, dat ik me zo ontzettend alleen voel.
Gisteren was ik in het Wilhelminabos voor de onthulling van de namen van dierbaren die zijn overleden aan kanker, ook Fred z'n naam staat daarbij. Ik was daar met mijn moeder en vrienden en nog steeds voelde ik mij zo ontzettend alleen. 'Samen alleen' werd daar gezegd en eigenlijk deed dát me pas beseffen dat ik niet de enige ben met dit verdriet.
En waren tijdens Fred z'n ziekte zoveel mensen om ons heen die met ons meeleefden en die ook naar mij vroegen, nu hoor ik echt vrijwel niemand meer. Het is echt zo'n groot contrast. Tijdens zijn ziekte heb ik nooit het gevoel gehad dat ik er maar bij bungelde, altijd vroegen 'de mensen' ook naar míjn kant van het verhaal: hoe ik ermee omging, of ik het allemaal nog een beetje trok. Nu lijkt het wel of ik niet besta, ik vind het echt bizar.

En tja, de hand in eigen boezem steken? Misschien verwacht ik iets van mensen wat ze niet kunnen geven, maar dan valt het me toch nog steeds vies tegen. Het zal er allemaal wel bij horen en ook hier zal ik wel niet alleen in staan, want anders zou de Draaikolk niet zo'n succes zijn. Ik ben blij dat ik een plek als deze gevonden heb en zal hier dan ook nog wel regelmatig te vinden zijn.

Voor iedereen die hier leest: heel veel sterkte gewenst met het verlies van je dierbare.

Met verdrietige, lieve groet,

Sandra de Jonge-Witteman, vrouw, geboren 10 april 1975, partner Fred (56) overleed op 22 mei 2007 aan asbestkanker (mesothelioom); Fred had een volwassen zoon uit een eerder huwelijk; e-mailadres: sandra-witteman@quicknet.nl




20-11-2007

Lieve mensen,

Afgelopen vrijdag moest ik afscheid nemen van een leuke groep mensen. Onze vakantie zat er op.
Mijn vakantieherinneringen heb ik in een gouden lijst aan de muur gehangen. Als ik op de bank zit, sluit ik mijn ogen en kijk naar dit prachtige schilderij.
Het was een avontuurlijke rondreis in Thailand. Avontuurlijk was hij zeker. We hebben, zoveel als het kon, het massatoerisme vermeden. Ik heb in een luxe hotel geslapen, maar ook op een matje tussen de bergstammen, m'n haren gewassen in een rivier en een duik genomen vanuit mijn huisje op palen aan een groot meer. Een trekking van vier dagen. Ach, te veel om op te noemen.

We reisden met een kleine groep van twaalf mensen. De laatste avond of nacht hebben we met een paar mensen aan zee de laatste restjes rum cola gedronken. Een zwoele zomeravond, de ruisende zee aan m'n voeten. Een leuk clubje mensen. Zonde om naar bed te gaan.
De ochtend van ons vertrek snorkelde ik om half acht in m'n uppie in de zee. Ik had de zee helemaal voor mij alleen. De stilte van het onder water, de vissen die om me heen zwommen. Ik zie ze nog op m'n schilderij voorbijkomen.
Ach, Thailand. Prachtig land met z'n vele tempels en vriendelijke mensen. Ze leven in zo'n andere cultuur dan wij. Zelden zie je een Thai alleen. Bijna altijd met meerdere mensen. Zowel met werk als privé.

Als ik thuiskom, valt de stilte van het alleen zijn weer op me, maar ik merk een verschil. Het is niet meer zo beklemmend als voorgaande jaren. Ik pak de souvenirs uit. Mooi zijn ze.
Ik krijg veel belangstellende telefoontjes. Het eerste telefoontje is van een Draaikolk-vriendin. Zaterdagavond komt een goede kennis van de Draaikolk op bezoek. Fijn, ik ben niet echt alleen.

Na de dood van Dick heb ik verschillende verre reizen gemaakt. Het is een hobby van me. Ik merk ook dat het me flexibel maakt, dat het me goed doet om andere mensen, andere culturen, andere levensomstandigheden te ontdekken. Het vertrouwde van thuis, met al zijn vastgeroeste gewoontes, even loslaten. Het verfrist mij. Het verruimt mijn blik.
De cultuurschok krijg ik meestal als ik weer thuis kom. De meeste Nederlanders leven zo teruggetrokken in hun eigen privéwereldje. Er zijn mensen waar zelfs prikkeldraad omheen zit. Ik prik me daar dan aan. Ik probeer ze zoveel mogelijk te vermijden en zoek de mensen op waar ik me fijn bij voel.

Ik lees de Draaikolk site weer. Er zijn verhalen bijgekomen. Goed dat de Draaikolk er is. Ieder kan zijn verhaal kwijt.
Ik herken veel in het verhaal van Thea. Sinds april 2007, onze eerste wandeling, heb ik veel gelijkgestemden ontmoet. Ik heb er erg veel aan gehad. Er ontstaan leuke vriendschappen her en der, ook bij mij.

Er is mij wat opgevallen bij deze groep mensen. Naast het verdriet om de dood van de partner is er een soort van cultuurschok. Jarenlange relaties met vaste gewoontes. Veiligheid. Vertrouwdheid. Vanzelfsprekendheid. Een blik was meestal al genoeg om te begrijpen wat de ander wilde. Zelfreflectie? Ach, de ander kende je door en door.
Los van het feit of mensen gelukkig waren met elkaar. Men sprak een eigen taal, had een eigen cultuur.

Als je partner overlijdt, maak je ook een soort van cultuurschok mee. Opeens deel je intimiteiten met een ander. Opeens kom je met andere mensen in contact, met andere gedachten, meningen en gewoontes. Je eigen taal wordt niet meer als vanzelfsprekend verstaan of overgenomen.
Als je een flexibel karakter hebt en je staat open voor een ander dan kan dit heel verrijkend zijn. Heb je hier veel moeite mee, dan wordt het rouwproces nóg ingewikkelder, lijkt me.

Dick is nu drie jaar dood. Er is een leven vóór en na hem. Als ik hem terug kon toveren, zou ik het zo doen. De realiteit is anders. Het feit is nu eenmaal zo. Hij komt nooit meer terug.
Mijn leven gaat door. Ik heb in de drie jaar andere kanten van mezelf ontdekt waar ik best trots op ben. Mijn leven is niet opgehouden na de dood van Dick.
Eenzaamheid komt voor bij mensen die alleen zijn, maar komt ook voor in relaties.
Ik heb een aantal verre reizen gemaakt die ik voor geen goud had willen missen.
De grootste en intensiefste reis die ik heb gemaakt, dat is na de dood van Dick. Ik ben mezelf in alle facetten tegengekomen Het is de meest ingrijpende en onbegrijpelijke reis tot nu toe in mijn leven geweest. Ik ben er sterker van geworden.
Er is een kleur uit mijn leven verdwenen, maar er is een heel bijzondere, persoonlijke kleur voor in de plaats gekomen. Hoe de kleur er nu uitziet, kan ik niet beschrijven, maar ik zie hem helder voor ogen.
Ik denk dat ik hem naast het 'gouden herinneringsschilderij' hang. Dat schilderij gaat zelfs nog veel verder en dieper dan mijn laatste vakantie.

Vele warme groeten van

Ria Peters; e-mailadres: jilmo@planet.nl


20-11-2007

Lieve mensen,

Zowel het verhaal van Thea als het verdriet van Trijntje ontroeren me. Ofschoon ik al een hele tijd niet meer schreef, bezoek ik 'de Draaikolk' regelmatig. Ik zit in rustiger vaarwater, waar ik dankbaar voor ben, maar de solidariteit met jullie blijft bestaan.
De keren, dat ik per trein reis en andere eenlingen zie, zonder natuurlijk te weten of het lotgenoten zijn, besef ik dat we met vélen zijn, dat het iedere dag opnieuw gebeurt, dat er zowel ontroerde kersverse ouders bijkomen als nieuwe weduwen en weduwnaars. We herkennen elkaars 'struggle for life'.

In mijn vriendenkring speelt het nu, dat ik van dag tot dag in gedachten bij twee lieve mensen ben, die op oudjaar, of al veel eerder, niet meer samen zullen zijn, maar die nu meer op elkaar betrokken zijn dan ooit. Alsof alle liefde zich nog een keer zo intens mogelijk samenbalt.
Van oude bomen is bekend, dat ze soms verrassend veel vrucht dragen in wat het jaar daarop hun laatste oogst blijkt te zijn geweest.
Voor wie z'n partner plotseling verliest, vergaat als het ware de toekomst in één klap, niet te bevatten, een bliksemslag bij heldere hemel, totaal onvoorbereid! Je eigen leven wordt dan mee afgebroken. Keus hebben we niet, het overkomt ons.
Zo treffen we elkaar hier op deze site aan in onze verschillende fasen van pijn, rouw, verzet, strijd, met onze eigen gedachten over de liefde(s) van ons leven. Nu weer Thea en Trijntje.
Het gemis blijft en dat is goed. Dat doet die ander recht, zegt hoe innig de band was.

Met man en macht wordt de boom van Anne Frank nog wat langer in leven gehouden, terwijl Anne al lang van onze aardbodem verdwenen is... Wonderlijk wat mensen daar kennelijk aan hechten: er steun, troost aan beleven
Ik denk aan Geke en de boom van Wim, die ze weg moest laten halen... en aan wat ze nu schrijft.
Ik denk aan Wil, die nu zelf de ziekte van haar overleden Jan bevecht in haar eigen lijf, de moed daarvoor opbrengt.
En ik doe eigenlijk elk van jullie tekort, die ik hier nu niet noem, maar met wie ik me wel verbonden voel. En dat zijn ook degenen, die nieuwe zin in hun leven vinden en daarin van uitzicht getuigen. Soms vinden ze een nieuwe vriend, vriendin, raken weer geënt op een mens. Soms "ontstaat er" andere balsem op de wonde. Die blijft, maar zonder nog zo schrijnend te zijn.

Gisteren kreeg ik een rekening, waar niets van klopte, die ik al voldaan heb in september. Het maakte me boos! Ik liet hem liggen tot vandaag en begon vanmorgen te bellen en nadien te kopiëren en te schrijven. De boosheid was wel weg, maar het kostte me natuurlijk energie, die ik liever aan iets anders had besteed.
Het hielp, dat ik wist, dat jullie dit soort dingen ook op je eentje tegenkomen en op moeten lossen.
Het werd twaalf uur en mijn koffie was erbij ingeschoten. Toen dacht ik zomaar aan Jan en fantaseerde, dat hij nu koffie voor me ging zetten.
En ik moest glimlachen bij deze gedachte. Maar terwijl ik het zelf deed, wist ik, dat hij me dat zó gegund zou hebben, dat ik er nu dubbel van genoot. Dat verlate kopje koffie bleek balsem voor mijn ziel!

Dag lieve medemensen, die glimlach stuur ik nu naar elk van jullie.

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


19-11-2007

Mijn naam is Mariëlle (34 jaar) en ik ben moeder van een zoon van 11 jaar uit een eerder huwelijk. Na de scheiding heb ik mijn partner Ed leren kennen in 2001. Hij had toen net drie maanden zijn vriendin verloren aan een agressieve kanker na een relatie van negen maanden.
We hebben samen zijn rouwperiode, de voogdij over de kinderen van zijn overleden vriendin, een moeizame omgangsregeling met zijn eigen kinderen die bij hun moeder woonden (vijf kinderen in drie gezinnen) meegemaakt en een paar jaar heen en weer gereisd. In de zomer van 2003 is hij bij mij en mijn zoon komen wonen.

Achteraf gezien was Ed al een paar jaar extreem moe, had pijn in zijn onderrug en benen en dat alles weten we toen aan de combinatie van zijn rouwverwerking, stress, werken en reizen en we hebben er geen moment bij stilgestaan dat het voortekenen waren van kanker. Ed zei nog: "de kansberekening dat ik het nu ook krijg is heel klein…" Na tot twee keer toe buikgriepklachten in 2004 kregen we te horen dat Ed endeldarmkanker had. Naar later bleek was dit uitgezaaid in de lever en nog veel later ook in het buikvlies en andere organen. In september 2006 is hij na een lange strijd overleden.

De afgelopen dertien maanden ben ik behoorlijk geconfronteerd met het rouwproces en erg verdrietig geweest om het gemis. Ik viel in een groot gat doordat de zorg en het veelvuldige samenzijn tijdens het ziekteproces wegvielen. Het was net na de zomervakantie in 2006 waarin veel mensen nog vol waren van hun zomervakantie en het goed hadden gehad.
Enige maanden daarna, de kerstdagen en Oud en Nieuw, toch maar een kerstboom opgezet. Oud en Nieuw met vrienden gevierd bij hun thuis, wetende dat je inklapt als het 00.00 uur is. Daarna verder gegaan met Oud en Nieuw vieren in het plaatselijke Grand Café. Stoer doorgegaan, maar het klopte voor geen meter met mijn gevoel. Pfff, wat moeilijk om door te gaan en weer wat van je leven proberen te maken wanneer de tijd stilstaat.
Daarna zo goed en zo kwaad als het ging verder gegaan. Positief ingesteld, veel sociale contacten onderhouden, nieuwe lieve mensen leren kennen, begonnen met een studie waar mijn interesse al jaren naar uitging, stage gelopen, motorrijlessen genomen en een vakantie naar Mallorca geboekt. Die heb ik als in een roes beleefd. Veel op het strand gelegen en twee dagen op excursie geweest met mijn zoon. De datum dat Ed en ik elkaar zes jaar daarvoor hadden leren kennen, viel in die vakantie. Dus hoewel ik positief wilde zijn, heb ik daar toch een flinke traan om gelaten.

Na de zomervakantie 2007 weer verder gegaan met het opruimen van de spullen die meegenomen waren en nog uitgezocht zouden gaan worden door Ed, voor in ons huis waar we inmiddels samenwoonden. Daar is hij niet aan toegekomen. Ook spullen van zijn voormalige overleden vriendin lagen er bij. Heel confronterend voor mij. Twee mensen rond dezelfde leeftijd overleden aan dezelfde ziekte en van beiden de condoleanceregisters in huis, de kaarten, de linten. Zo gemeen voor alle partijen en wat voelde ik me klein en alleen…Ook vond ik entreekaartjes van leuke uitstapjes die Ed, ik en de kinderen hebben gemaakt: dagje 'Nemo', dierentuin, theater enz.
Op dit moment is alles opgeruimd, dat wil zeggen: weggedaan. Ook heb ik wat dingen bewaard in huis en heb ik het een en ander nieuw gekocht en veranderd.

Veel leuke dingen gedaan met de gedachte: Carpe Diem! Geestelijk geeft dat ook weer meer ruimte. Heel veel ups en downs gehad om alles te kunnen verkroppen. Het is niet te begrijpen en ik moest door. Waarom?, heb ik me vaak afgevraagd en nog. Voor mijn zoon, dat weet ik, maar ik ben 34 jaar en dan zo'n bagage en verlies!
Met mijn zoon gaat het goed gelukkig, al mist hij wel zijn ,,soort vader''. Om het weekend en in de vakanties is het vaak zo stil en confronterend als mijn zoon bij zijn vader is en ik steeds weer geconfronteerd wordt met de stilte en het gemis en het bedenken hoe ik de niet gewenste vrije tijd in die weekenden ga invullen…
Nieuwe doelen stellen, maar dan helemaal voor jezelf, waarvan ik merk dat ik het wel doe maar het voelt niet goed. Ik ben niet enthousiast en het gaat moeizaam.
Pfff, het heeft allemaal enorm veel impact en ik hoop dat de zon over een poosje wel wat meer gaat schijnen.

Mariëlle Pel, vrouw, geboren 21 mei 1973; partner Ed (40) op 19 september 2006 overleden aan uitgezaaide endeldarmkanker; een thuiswonende tienerzoon uit een eerder huwelijk; e-mailadres: h27marielle@yahoo.com


19-11-2007

Beste Monique,

Zelf heb ik vier maanden geleden het lichaam van mijn Bernadette begraven.
Tijdens haar ziekte werd ik (door mijn werk) gevraagd te praten met een "lotgenoot", wiens vrouw ook terminaal ziek was door kanker. Een aantal gesprekken volgde. Bernadette overleed op 29 juni (twee dagen na haar 51-ste verjaardag). Vorige maand overleed ook de vrouw van die lotgenoot. Ik wil je graag de inhoud van de brief mailen die ik toen aan hem schreef. Voel je vrij de brief op de website te publiceren.

"Beste E.,

Afgelopen dinsdag heb je afscheid genomen - moeten nemen - van jouw Marian. Ik wil je graag heel gemeend en vanuit het diepst van mijn hart condoleren. Je maatje is er niet meer. En dat doet pijn. Dan heb je pijn, huil je de hele dag door, soms met tranen, maar meestal van binnen. Word je er door iedere ontmoeting, ieder stoffelijk dingetje in huis, steeds en onophoudelijk op gewezen dat ze er niet meer is. Denk je soms dat ze met vakantie is en zo weer binnen kan lopen, zie je haar in de verte ineens lopen. Moet je er zijn voor je kinderen, maar je hebt het zelf al zo moeilijk. Hoe kun je troosten als je zelf die troost zo hard nodig hebt?

De dag na de begrafenis van mijn Bernadette