Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Binnengekomen reacties van lotgenoten (29)
in juli en augustus 2007


REACTIES binnengekomen in augustus 2007:

29-08-2007

Hallo lieve lotgenoten,

Het is inmiddels alweer drie jaar geleden dat mijn lieve Hans overleed aan slokdarmkanker en ik zonder hem verder moest na 14 jaar samen te zijn geweest. En dat laatste heb ik ook gedaan, met vallen en opstaan, met ontzettend veel pijn, verdriet en tranen. Maar met hulp en steun van familie, lieve vrienden, mijn twee honden en een leuke baan met fijne collega's heb ik het gered en weet ik dat Hans trots op me is.

In de periode van die zes maanden dat hij ziek was, viel ook mijn 40e verjaardag. Het leven begint bij 40 werd er altijd gezegd, maar ik zag dat toch heel anders. In mijn geval hield het leuke leven namelijk op, een leven zonder Hans. Ik kon het me niet eens voorstellen, maar het ging toch gebeuren. Ik was niet echt in de stemming om mijn verjaardag te vieren, maar vrienden van ons wilden deze dag niet zomaar voorbij laten gaan. Het moest juist een mooie dag worden. Niet alleen omdat ik 40 werd, maar vooral omdat dit mijn laatste verjaardag met Hans erbij zou worden. Ik liet het allemaal gebeuren en het is een ontzettend mooie en gezellige dag geworden in de Efteling waar we, ondanks dat Hans al behoorlijk ziek was en aan de chemo was, toch allemaal (inclusief Hans) heel veel plezier hebben gehad die dag en we die rotkanker even konden "vergeten". Wat ik me van tevoren niet kon voorstellen gebeurde toch: ik voelde me jarig en het voelde ondanks al het verdriet toch als een feest. Vaak denk ik nog terug aan de mooie herinneringen van die dag.

En nu ben ik alweer drie jaar alleen, heb ik zo goed en kwaad als het ging mijn leven weer een beetje opgepakt en ben ik best trots op mijzelf hoe het nu gaat. Ik mis Hans nog steeds en het valt lang niet altijd mee om zonder hem door te moeten gaan. Het verdriet en het gemis is er nog steeds, maar de scherpe kantjes gaan er gelukkig langzamerhand wat van af. Ik heb in de loop der jaren beter geleerd om er mee om te gaan, ben dankbaar voor alle steun die ik heb gekregen en nog steeds krijg van mijn omgeving en ik kan gelukkig weer genieten van de mooie dingen die er nog wél zijn.
De steun van lotgenoten van de Draaikolk is ook van groot belang geweest en nog steeds. Het is fijn om te weten dat er mensen zijn die hetzelfde verlies hebben meegemaakt en begrijpen wat het is om verder te moeten zonder je partner. Die aan een paar woorden genoeg hebben en je het gevoel geven er niet alleen voor te staan.

En nu heb ik een grote stap gewaagd. Ik heb na lang zoeken een mooi appartement gevonden en gekocht en ga over een paar maanden verhuizen. Ik zie het als een soort van nieuwe start, een nieuwe periode in mijn leven zonder Hans. Hoewel, nooit echt zonder hem. Hij zal er in gedachten altijd bij zijn. De herinneringen van ons samen verhuizen mee. Hij zal er toch altijd bij horen omdat hij een deel is wat bij mij hoort, hoe mijn leven er in de toekomst ook uit gaat zien. We woonden pas een jaar in dit huis toen hij ziek werd en een half jaar later overleed. Ik ben niet echt gehecht aan dit huis. De verdrietige herinneringen zijn hier te sterk aanwezig en overheersen vaak de mooie herinneringen van vóór die tijd dat hij ziek was.
Met de verhuizing hoop ik vooral de mooie en fijne herinneringen mee te nemen en dat daardoor de verdrietige herinneringen wat naar de achtergrond zullen verdwijnen. Het vooruitzicht van mijn nieuwe huisje geeft mij een fijn en blij gevoel, maar ik weet dat als het straks zover is de verhuizing alles behalve makkelijk zal zijn. Wéér een stukje afscheid nemen van iets wat van ons samen was.
Mochten er lotgenoten zijn die deze stap al gemaakt hebben en hun ervaring met mij willen delen, dan hou ik me aanbevolen.

Vriendelijke groet,

Anneke Strating, vrouw, geboren 16 april 1964; partner Hans (44) overleed op 8 augustus 2004 aan slokdarmkanker; geen kinderen; e-mailadres: a.strating1@kpnplanet.nl


26-08-2007

Lieve Monique en alle andere lotgenoten,

Zojuist weer eens doorgelezen wat er op deze pagina's staat aan verdriet en belevenissen en ook de hoeveelheid nieuwe lectuur doorgenomen. Dat zijn heel wat boeken en ik moet jullie eerlijk zeggen, ik heb er al een heleboel van gelezen. Sommigen al in mijn eerste huwelijk toen ouders en schoonouders overleden. Maar hoe gek het ook klinkt, dat is toch anders dan wanneer je eigen lief, je eigen maatje er niet meer is. Je denkt steun te vinden in de boeken, je vindt herkenning, maar je eigen verdriet blijft...

Na enkele jaren heb ik ook mijn draai min of meer gevonden, soms vind ik het zelfs prettig dat ik kan doen en laten wat ik zelf wil, ben ik blij dat ik de energie heb hervonden voor mijn hobby van schilderen en mandala's tekenen. Maar toch... de eenzaamheid blijft. Mensen zien de buitenkant en die houd ik natuurlijk zo goed en zo vrolijk mogelijk: "mens, dat je nog zoveel interesses hebt in allerlei dingen en altijd opgewekt bent, knap hoor" (???).

Dan lees ik vooral veel over vakanties die met verdriet worden beleefd. Pijnlijke, verdrietige herinneringen. Maar, lieve mensen jullie kunnen nog uitgaan met familie, vrienden of samen met andere Draaikolkers lekker wandelen of fietsen.
Ik wil niet zielig doen of zielig zijn, maar dan lopen me wel eens de tranen over de wangen. Kon ik dat nog maar, dan zou het ook wat makkelijker zijn. Natuurlijk kom ik met mijn autootje in de omgeving bij een vriendin of bij de winkels, maar shoppen, wat eigenlijk o zo leuk kan zijn, is ook al niet goed mogelijk. De gevolgen van mijn spierziekte geven veel beperkingen en helaas ook pijn. Maar ik ben een doorzetter, hoor. Een dag in m'n uppie shoppen gaat met een tussenstop bij een restaurantje of zo en even doorbijten.

Helaas zie ik ook op de site van Monique geen brave borst die zin heeft eens samen een dagje op te trekken. Mannen van 'zekere' leeftijd: toe, doe eens wat meer dan alleen 'verzorgd willen worden' of een super jonge vrouw te vinden. Het leven kan nog zo gezellig zijn als je samen iets wilt ondernemen en van gedachten kunt wisselen. Het leven gaat door, dat geldt voor iedereen. Veel onverwerkt of verwerkt verdriet, maar de eenzaamheid blijft...

Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl


25-08-2007

Beste lotgenoten,

Twee jaar geleden is mijn vrouw overleden aan darmkanker. Dit zat ik laatst te overdenken.

Ik wil doorgaan met doorzetters die iets van hun leven proberen te maken en die niet bij de pakken neer gaan zitten. 'We gaan ervoor knokken' en niet van: 'oh, oh, wat ben ik toch zielig!' Dit soort mensen heb ik al in mijn leven meer als genoeg gezien.
Hoe verdrietig en eenzaam en nutteloos het leven er af en toe ook uit mag zien, ik weet uit ervaring dat als ik weer eens door een diep dal ging, dat ik er iedere keer weer sterker uit ben gekomen en dat vind ik voor mezelf een grote stimulans om de uitdaging weer aan te gaan en te ontdekken wat het leven nog meer te bieden heeft.
Dit vind ik een van de mooiste dingen: dat een mens na een zware periode weer langzaam de kracht vindt om op te klimmen. Ik geef toe, het gaat niet vanzelf, maar het is te doen.

Ik zou zeggen: lotgenoten, blijf zoveel mogelijk in het hier en nu. Geloof me maar, het leven begint je dan langzaam weer toe te lachen ondanks het verdriet en verlies en na al onze onnodige schuldgevoelens.

Ik wil jullie nog dit onderstaande schrijven meegeven en hoop dat jullie er kracht uit kunnen putten:


Mild worden

Mild worden is de rijpste vrucht van de mens.
Het is zacht worden in je woorden, in de klank van je stem, in heel je zijn.
De blik uit je ogen wordt een warm aanvoelen, omdat je in de mens om je heen jezelf herkent.
Het heeft niets te maken met zwakheid, het zit veel dieper: het is de kracht die je doet ontwaken en doet leven.

Mensen die van binnen mild worden beseffen wie ze zijn.
Je oordeelt niet meer over anderen.
Je bent niet langer hard.
Je wilt je niet overal laten gelden ten koste van andere mensen.
Je luistert, omdat elk mens een voortdurend wonder is.
Je geniet van de zon en de regen en van heel kleine dingen.

Dikwijls zie je die mildheid bij mensen die geleden hebben.
Ze horen en zien alles anders.
Wie mild wordt, heeft zichzelf overwonnen.
Een dankbare zucht van bevrijding welt uit je op.
Je houdt van mensen, omdat je geleerd hebt om van jezelf te houden.
Niet zoals je zou willen zijn, maar gewoon zoals je bent.

Karel Staes

Nico Gilbers; e-mailadres: mailto:info@n-gilbers.speedlinq.nl


25-08-2007

De 'Heiligenbergerbeekroute' (zie de rubriek 'Oproepen'). Ik heb hem pas geleden alvast voorgelopen. Ik verheug mij erop om deze wandelroute met lotgenoten samen te bewandelen. Het is een prachtige en afwisselende tocht. Tijdens mijn wandeling stond de hei in volle bloei. Onderweg op een mooi plekje m'n brood gegeten. Wat smaakte dat lekker.

Het fijne van een wandeltocht is dat je onder het lopen met elkaar kunt praten. Tijdens andere ontmoetingsdagen hoor ik regelmatig van lotgenoten dat ze eindelijk hun verhaal kunnen delen met iemand anders. Men voelt zich echt begrepen. Als je met elkaar hetzelfde verdriet deelt dan hoef je niets uit te leggen. Buiten in de natuur al pratend met lotgenoten een prachtige route lopen. Ik denk dat dit een heel goede manier is om je verdriet te verwerken. Ik nodig je bij dezen van harte uit om de (stoute) wandelschoenen aan te trekken om lekker mee te gaan.

Ik krijg veel reacties van mensen die enthousiast zijn over de eerdere ontmoetingsdagen; een stimulans om daar mee door te gaan. De meeste mensen vinden 17 km te veel, maar voor de sportievelingen is het goed te doen. Fantastisch dat er meer activiteiten verspreid over het land plaatsvinden. Er zijn nu meer keuzemogelijkheden.

Vriendelijke groeten van

Ria Peters; e-mailadres:
jilmo@planet.nl


23-08-2007

Hallo allemaal,

Afscheid nemen doet zo ontzettend pijn. Je sluit je er voor af, je kunt het niet aan, je moet verder met je leven. Totdat de verdoving verdwijnt en je beseft dat je constant aan het afscheid werkt, lijkt wel.

De crematie is voorbij en de rekeningen zijn betaald. De bedankkaartjes zijn de deur uit. Je kunt nu weer verder met je leven, denk je...
Voorzichtig aan begin je weer met je werk op te pakken. Eerst een paar uurtjes per dag en dan de uurtjes verder uitbreiden. Dat gaat goed, uitstekend zelfs. Volgende week zelfs halve dagen, vijf dagen in de week. Ik zie wel hoe het loopt.

Nu moet ik even vertellen dat Dick een echt fanatiek voetbaldier was. Vroeger was hij zelf ook voetballer, keeper bij verschillende clubs in West-Friesland geweest, daarna de lijnen getrokken en onderhoud bij A.S.V.55 in Venhuizen waar wij bijna 35 jaar hebben gewoond. Dat werk heeft hij bijna twintig jaar gedaan.
Vanavond kreeg ik telefoon. Eerst een uitnodiging om zo snel mogelijk te komen kijken (barbecue en dergelijke, heel gezellig altijd) en tussen neus en lippen door of ik zijn sleutels even wilde inleveren... Ja, het leven gaat verder, maar met die sleutels moet ik weer een beetje afscheid nemen van Dick. Weer slikken en dan komen toch weer de tranen.

Iedere keer als je denkt: ik ga vooruit, moet je toch weer een stapje terug doen. Af en toe wordt je er moedeloos van, maar dan zijn er gelukkig weer fijne mensen die je weer op het rechte pad zetten en je de moed geven om verder te gaan. En die fijne mensen ben ik zo innig dankbaar dat ik hier mijn verhaal kwijt kan...

knuffel van
Elly de Groot; e-mailadres:
dj.de.groot@quicknet.nl


23-08-2007

Lieve Monique en andere lotgenoten,

Het is even helemaal mis en ik zit behoorlijk in een dip. Aanstaande dinsdag 28 augustus is het een jaar geleden dat Willem in elkaar zakte en vervolgens na dertien weken vechten en spanning het net niet heeft kunnen halen. Het is net of de hele film weer opnieuw voorbijkomt en blijft herhalen. De leegte die achter blijft is niet te vatten en het doet zo onvoorstelbaar pijn en is door niets op te vullen.

Gelukkig zijn de caravans weer de straat uit en begint het "gewone leven" weer. In september begin ik weer met lesgeven van 3D schilderijen, ik heb daar drie groepen van. En vrijdag ga ik weer volleyballen, dan hoop ik wat verdriet van me af te kunnen spelen.

Op 29 juli ben ik voor het eerst naar Orvelte geweest van de Draaikolk en het is me goed bevallen om te praten met lotgenoten. Ik wil daar de organisatie van Trix nog hartelijk voor bedanken.

Monique, geweldig dat ik even kon praten. Bedankt.

Liefs,

Annemiek Peters, vrouw, geboren 17 februari 1946; partner Willem (62) op 13 november 2006 overleden door complicaties ten gevolge van darmbloedingen; twee volwassen en uitwonende dochters; e-mailadres: annemiek_peters@hetnet.nl


21-08-2007

Hallo allemaal,

Het ging allemaal zo goed, dacht ik.

Vrijdagavond, samen met mijn broer en schoonzusje, gezellig naar de kroeg, maar wel zonder hem. Zaterdags komt mijn zoon altijd eten. Hij voelde zich eigenlijk helemaal niet lekker en om hem een beetje op te kikkeren dacht ik: laat ik hem maar de foto op canvas laten zien van Dick met onze kleindochter Mieke met de tekst erboven: "Opa Duck met Mieke".
Nou, dat was me wat. We kregen allebei een enorme huilbui en zeiden tegen elkaar dat we hem zo enorm misten. 's Avonds kreeg ik de ene huilbui na de andere. Niet kunnen slapen. 's Zondags niet naar de barbecue geweest want ik kon de moed niet opbrengen. Voelde zo'n pijn van het gemis om hem. Niet van: "El opschieten, anders missen we de helft. Effe lekker slap ouwehoeren met John, dat wil ik niet missen hoor".
's Maandags wel even naar de kermis geweest, maar ik was om 11.30 uur alweer thuis. Huilend mijn kinderen gebeld. Pas 's avonds zakte het af en dinsdag weer aan het werk gegaan en wonder boven wonder: dat ging hartstikke goed.

Nou ja, de eerste hobbel is genomen, zonder hem. Het valt niet mee, maar ik houd er de moed in hoor.

ik worstel en kom boven

knuffel van
Elly de Groot; e-mailadres:
dj.de.groot@quicknet.nl


21-08-2007

Ik ben terug van twee weken kamperen in Frankrijk, voor het tweede jaar na Hans' overlijden. Ik ging met een vriendin en haar 4 jarig zoontje naar de camping waar mijn dochters in het recreatieteam zaten. Goed geregeld dus allemaal, ik ging immers niet alleen.

Ik had dan ook gedacht dat het dit jaar wat makkelijker zou zijn, maar dat viel tegen. Wéér miste ik Hans heel erg, eigenlijk veel meer dan hier thuis. En misschien is dat ook wel logisch. Thuis is hij immers al 2x52 weken niet meer en op vakantie is het pas de zesde week in de caravan dat hij er niet meer is. Daarbij komt dat je thuis elk je eigen leven hebt, maar op vakantie de hele dag alles samen doet. Bovendien zie je op de camping alleen maar (gelukkige) stellen, is er veel aanleiding (en tijd) om stil te staan bij het veleden, met weemoed, verdriet terug te denken.
Het missen van Hans liep over in het missen van "iemand", van een partner, en als het weer dan ook nog tegenvalt...

Nora ten Raa-Neuteboom; e-mailadres:
htenraa@xs4all.nl


21-08-2007

Ik ben na mijn vakantie avontuur weer een beetje terug bij af merk ik, maar ik laat het maar op me afkomen.

Voor ik wegging, heb ik een grafsteen laten ontwerpen voor Geert, het laatste wat ik nog voor hem kan doen. Heb net de tekening binnen en wat wordt het mooi! Een liggende plaat met een staande erop in de vorm van een woning. En in dat huis een half openstaande deur. In de liggende plaat een uitsparing in de vorm van een winkelhaak.
Dat huis is helemaal Geert. Hij was aannemer in de bouw en het was ook zijn hobby, huizen bouwen. Ik zie dit huis als zijn laatste en die half openstaande deur is voor mij. Ooit kom ik er nog aan.
In de uitsparing van de winkelhaak (bouw) komen buxus te staan, het haagje voor de woning. En het huis zelf komt een beetje scheef op de liggende plaat, gericht naar Geerts eerste vrouw die naast hem ligt. Zo wordt ook zij weer betrokken bij het geheel. Ik had er moeite mee om de steen uit te zoeken, maar nu kan ik bijna niet meer wachten tot ie klaar is!

Gisteren kreeg ik van mijn broertje (zestien jaar jonger, dus het blijft altijd mijn broertje) te horen dat ik tante wordt. Ze zijn zwanger van hun eerste, na een lange en moeizame periode en het wordt mijn eerste tantezegger van mijn kant. Wat had Geert dit mooi gevonden. Zo lang hebben ze er op moeten wachten. Zo vaak hebben we het erover gehad. Leven en dood, het staat zo dicht bij elkaar.

Anja de Graaf; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl


21-08-2007

Vier maanden geleden heb ik mijn partner verloren aan slokdarmkanker. Hoe nu verder? Wie kan dit gevoel met mij delen?

Vriendelijke groetjes,

Margreet ter Horst; e-mailadres: greterhorst@planet.nl


20-08-2007

Hallo,

Jeanne schreef iets over eten en verdriet hebben. Dat spreekt me even aan omdat ik het hier toevallig vanmiddag over had met een goede vriend van me.
Ik ben in de acht jaar na Harry's heengaan in fases afgevallen en weer aangekomen. Dat aankomen is niet moeilijk bij mij want ik heb er de aanleg voor. Het afvallen is moeilijker, maar het lukt me wel als ik er mijn best voor doe, mijn uiterste best.

Ik ben een emotie eter: als ik me verdrietig of ongelukkig voel dan zoek ik in het hele huis naar lekkers om het zo maar te zeggen. De periode van Harry's ziekte is eigenlijk de enige keer geweest dat ik tijdens mijn verdriet juist géén trek had en er was toen rap twaalf kilo af. Maar verder eet ik dan juist extra veel en dan zijn het vooral de tussendoortjes die de boosdoener zijn.
In de eerste maanden na zijn heengaan, kan ik me herinneren, was lekker eten of snoepen een soort "me even lekker en prettig voelen", maar dat was dan alleen tijdens dat eten want daarna had ik dan spijt. Maar ik heb dat dus eigenlijk niet alleen toen gehad maar altijd in moeilijke periodes of dagen.
Ik heb chronische vermoeidheid (fases van op en af) en op momenten dat het een mindere fase is, merk ik dat ik ook weer meer eet.
Nou moet ik natuurlijk wel helemaal eerlijk zijn en erbij zeggen dat ik ook wel een soort Bourgondisch type ben. Ik hou bijvoorbeeld erg van gezellig eten met vrienden met een wijntje erbij. Maar als ik me goed of blij voel, dan kan ik de zin in extra lekkers in toom houden en op de een of andere manier in mindere tijden wat moeilijker.

Persoonlijk denk ik dat het ongeveer zo werkt als het shoppen/winkelen waar Monique een tijdje terug wat over schreef. Je zoekt afleiding in iets waarmee je jezelf even wil bevrijden van het nare gevoel dat je hebt. Maar…, ik probeer nu mijn best te doen. Ik had een kleine terugslag in verband met de vermoeidheid en ben weer erg met Harry bezig de laatste weken. Maar nu probeer ik niet aan dat eten toe te geven en tot nu toe lukt het aardig. Ik ben een heel klein beetje best wel trots op mezelf en daar word ik wel weer blij van.

Nou, ineens kwam dit schrijven er even uit bij me. Wat fijn toch dat de Draaikolk bestaat. Dank!

Warme groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


20-08-2007

Hoi Monique,

Mijn vriend is donderdagavond 2 augustus bij een motorongeluk omgekomen. Tranen, een leegte, een bal in mijn buik die eruit wil...

Een heerlijke vakantie in Luxemburg gehad (we waren net een paar dagen thuis). Op 1 augustus in Amsterdam gewinkeld en 's avonds samen liggen zingen op de bank.
De volgende morgen is hij vertrokken met zijn motor om te gaan werken. Ik zou hem die avond niet zien want we wilden vrienden bezoeken. Ik ben naar de stad gegaan. Die avond en bij thuiskomst ben ik kaarsjes aan gaan steken. Terwijl ik dat deed ging de telefoon. Een motorongeluk en daarbij overleden… Dat kan toch niet? Vanmorgen lag hij nog naast me.
In het ziekenhuis wordt mijn angst bevestigd. Totale paniek. Ik wilde de hele wereld bellen om te melden dat mijn 'Binky' dood was. Ik kende hem pas een aantal maanden en we waren zo verliefd. We liepen de hele dag hand in hand. Konden niet van elkaar afblijven en nu…

Ik voel me zo leeg. Ik weet dat ik verder moet en dat gaat me lukken. Ik heb mijn kinderen en ben al lange tijd alleen geweest. Weet nu wel dat ik superverliefd kan zijn, maar ook dat ik zoveel verdriet kan hebben. Daar gaat dat stoere meisje...

Maartje Schraven (36 jaar); e-mailadres:
maartjeschraven@hotmail.com


20-08-2007

Ik ben weer thuis, thuis van weggeweest. De "vakantie" zit erop en ik ben blij toe. Ik had er zo'n zin in, even eruit, even op mezelf aangewezen, maar wat viel dit zwaar tegen. Natuurlijk had ik het kunnen weten. Het alleen zijn zou op de camping nóg sterker benadrukt worden, het gemis van Geert nóg erger.

Al vanaf dag één voelde het niet goed. Natuurlijk, de eerste dagen heel veel aanspraak, maar ook heel veel mensen die om je heen lopen, niets zeggen, je misprijzend aankijkend zo van: wat doe jij hier? Maar goed, daar ben ik maar boven gaan staan en ik heb mijn ding gedaan.
Totdat de luchtballon de lucht inging en toen knapte er echt iets in mij. Wij zouden (na uitstel van vorig seizoen door het slechte weer ) er mee de lucht in gaan en nu zou ik alleen gaan, dacht dat ik het wel aankon. Maar ik was een paar dagen eerder flauw gevallen (spanningen?), volgens de huisarts een virus, en durfde het niet aan, dus bleef ik aan de grond. Maar wat een verdriet kwam eruit, wat een gemis. Nu ben ik blij dat ik niet meegegaan ben, het moet nog maar een paar jaar wachten.

Na die luchtballon wou het helemaal niet meer, elke dag een ramp. Ik ben opgestapt en mijn vrienden begrepen het wel. Maar ik heb het in ieder geval gedaan, ben trots op mezelf. De stap voor volgend jaar is gezet. De caravan kan de stalling weer in. Ik ben weer een stukje verder met mijn verwerking, maar zo blij dat ik weer hier ben, vlakbij Geert op het kerkhof, want ook dat heb ik dus gemist…

Anja de Graaf; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl


17-08-2007

Hallo Monique,

Daar zit ik dan. Twintig weken verder en ik voel me zo rot. Ik zit te janken bij het leven, voel me zo K...... Heb het idee dat het nu gaat gebeuren, alles komt er uit, maar nee het is mondjesmaat. Soms zou ik wel zo willen huilen, maar als ik dan begin dan is het ook zo over en als er iemand bij me is dan werkt het niet echt.

Eigenlijk is het op 6 augustus begonnen. 's Morgens ging ik mijn dochter wegbrengen, die ging voor tien dagen met scouting naar Friesland om te zeilen en mijn zoon zat al in Salou. Thuis al pijn op de borst en rug, moeite met diep inademen. Eigenlijk al bang, maar je wilt sterk zijn dus: dochter wegbrengen, auto door de wasstraat en boodschappen, maar de pijn bleef, dus maar even bij moeders een bak koffie halen. Maar dat is er niet van gekomen want ik was net binnen of ik begon al helemaal te janken en vond zelf dat het wel tijd werd om naar een dokter te gaan en dat wil wat zeggen als ik dat wil. Huisarts gebeld, mocht gelijk komen en heb lekker twintig minuten met hem gepraat, maar ondertussen ook mijn bloeddruk opgenomen en die was, zoals te verwachten, schrikbarend hoog en nu sta ik even onder controle van hem. Het was stress wat er nu uitkomt. Bij het naar buiten gaan voel ik me aan de ene kant wel wat beschaamd en moet dan wel weer schaapachtig lachen en bedenk dat ik ook hier niet helemaal ben los gekomen met huilen.
Ik doe dus niet veel meer dan 's avonds huilen en eten, maakt niet uit wat en daar baal ik van want ik ben volslank en dan ga ik nog eten ook, dus daar ook weer verdrietig om en boos op jezelf dat je zo gek doet. En ik weet het niet hoe ik het allemaal moet opschrijven, maar het is net alsof ik een vulkaan ben die op het punt staat van uitbarsten.

Je doet vrolijk overdag, maar zodra het avond wordt dan weet ik niet meer waar ik het moet zoeken. Net als Elly de Groot zou ik willen schreeuwen en gillen, maar hij komt niet meer terug en god wat mis ik hem, zo erg dat het pijn doet.
Ik weet het soms niet meer. Het ene moment gaat alles goed en het volgende moment dan drukt de hele wereld op je. Loodzwaar is het dan. Soms denk ik van ik ga naar een medium, maar ben daar ook huiverig voor want vindt maar een echt goeie.

Het positieve is dat ik op 2 september naar een lotgenotendag ga in Wieringerwerf en dat ik met iemand mee kan rijden die bij mij in het dorp woont. Ik vind het doodeng want het is de eerste keer dus je kent er niemand. Maar wie weet, het voelt alleen al lekker dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten en allemaal hetzelfde meemaken en zo mekaar kunnen opvangen.
Gek hè, ik zit nu naar je te schrijven en word wat rustiger. Lieve Monique, bedankt dat ik even naar je mocht schrijven en een dikke knuffel van mij.

Jeanne van Houwelingen, vrouw, geboren 25 augustus 1963; partner Marcel (46) op 6 april 2007 overleden aan hartstilstand; twee pubers thuiswonend; e-mailadres: maw.vanhouwelingen@quicknet.nl


17-08-2007

Na een drukke laatste vakantieweek, waarin ik op school de zaken voor het volgende jaar heb voorbereid, is het nu vrijdagavond. Volgende week donderdag begint het voor mij weer "echt", dat wil zeggen: met de kinderen.
Het was ook een week vol heimwee naar Wim. Hij hoort zo bij deze sfeer van gezelligheid met de collega's; het samen hard werken om alles weer in en op orde te krijgen, zodat we de kinderen in een gezellig gemaakt lokaal kunnen ontvangen. Ik zag de computertafels met de ingenieus aangebrachte uitschuifplanken voor de toetsenborden, het gootsteenkastje dat hij maakte en waarvan de door hem op enig moment gerepareerde deurtjes- het zwakke punt vanaf het begin- nog steeds goed functioneren. Zelfs de haakjes in de muur brachten me terug naar die fijne tijd met hem. Hij heeft zoveel voor mij en voor mijn school gedaan.

Het is goed om weer voor honderd procent bij alles betrokken te zijn. De afleiding die het werk me biedt is in zekere zin een zegen. Fijn is het om twee jonge, enthousiaste nieuwe collega's zo bezielt bezig te zien. Ik verheug me op het weerzien met de kinderen.
Er was overdag weinig ruimte voor verdriet en dat gaf rust en het stelde me in staat om me te concentreren op het werk. 's Middags bij het thuiskomen (en soms al onderweg) was het huilen geblazen. Ik was ook bang af en toe. Zal ik het wel redden volgend jaar? Met wie moet ik praten als het allemaal moeilijk blijkt? Tegelijkertijd probeer ik een beetje nuchter te blijven en op mezelf te vertrouwen, daarbij denkend aan Wim z'n credo als het om dit soort diepgaande twijfels en onzekerheden ging: er niet van te voren vanuit gaan dat het niet goed komt.

Ondertussen is het over 19 dagen een jaar geleden dat hij overleed. Dit soort herdenkingsdata is niet zo belangrijk voor me. Dat ene jaar, als getal, zat niet zo hoog bij me tot voor kort. Wat maakte het in wezen uit of hij er nou 365, 298 of 610 dagen, of hoeveel dan ook, niet meer is of zal zijn?
Het eerste, pijnlijke jaar is bijna voorbij. Ik ga een tweede jaar in, tegelijk met een nieuw schooljaar. Misschien wordt het daardoor nu toch wat anders en ben ik meer met m'n gedachten bij 5 september.
Hoe het ook zij: ik zal het moeten nemen zoals het komt. Ik heb bewezen een jaar met zoveel pijn en verdriet aan te kunnen. Het volgende zal er gewoon komen. Ik zal er doorheen gaan en op enig moment de balans weer opmaken, net zoals zoveel andere mensen in deze omstandigheden.

Het volgende gedichtje van Kris Gelaude las ik in een boek. Het sprak me aan omdat het op eenvoudige wijze vertelt hoe het is en zal zijn.

tijd heelt
geen wonden
tijd leert
je leven
met verdriet
en wachten
zeer geduldig
tot je weer
schoonheid ziet

en tot
de tederste
herinneringen
zo diep
vertakt zijn
in je ziel
dat ze die
zere plekken
kunnen overgroeien

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


17-08-2007

Verdriet is zo oneindig. Op sommige dagen dacht ik ook: dit wil ik niet voelen, hier kom ik niet meer uit. Gieren, brullen, schreeuwen. Ik wilde hem weer terug. Heel veel steun van iedereen en nu nog bijna drie maanden later. Je hebt je ups en je downs. Ik laat het gewoon over mij heen komen. Gelukkig heb ik een heel begripvolle werkgeefster.

Dick, mijn manen maatje, is op 26 mei om 2.45 uur overleden in het ziekenhuis en ik was erbij… Heel bijzonder als je je bed uitkomt en dan de ingeving krijgt dat je naar Dick toe moet. Ik heb zijn hand gepakt (hij was in coma), ik heb hem een kus gegeven, ik keek op om op de monitor te kijken en op dat moment kreeg ie een hartritmestoornis. Zijn bloeddruk viel weg, zijn hart viel weg, hij was er niet meer...
En toch heeft dit mij een beetje rust gegeven, te weten dat hij niet alleen was. Dát zou ik echt heel erg hebben gevonden.

En nu ben ik weer aan het opkrabbelen. Proberen om weer te werken. Volgende week halve dagen, ben al geweest voor een paar uurtjes. Lukt het effe niet dan blijf ik thuis, neem lekker een dipdag en de volgende dag gaat het weer een beetje en vol goede moed ga ik dan weer mijn dingetjes doen.

Vena, vini, vici. Ik kwam, zag en overwon.
Ik worstel en kom boven.

Knuffel van

Elly de Groot; e-mailadres:
dj.de.groot@quicknet.nl


15-08-2007

Terug van vakantie in ons geliefde Frankrijk, 3400 km alleen gereden in de auto omdat ik graag bij familie en vrienden wilde zijn. Eindeloze afstanden rijden doordat ze (toevallig) 1.000 km van elkaar af zaten. Zoveel herinneringen aan onze heerlijke vakanties met tent en fiets. Overal borden langs de autoroutes die verwijzen naar plekken waar we zo gelukkig waren.

Ik heb mezelf behoorlijk overschat dit jaar. Dit overrompeld worden door heimwee naar het verleden, moet ik dit mezelf aandoen? En, wat me tegenvalt: het wordt niet minder, eerder erger!

Frankrijk is voorgoed veranderd, er zit een rouwrandje om. "A la recherche du temps perdu" is de titel van een boek van Marcel Proust. Ik kan zoeken wat ik wil, maar zal de verloren tijd nooit meer vinden.

Marijke Verhaak-Zuidema, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


15-08-2007

Lieve mensen van de Draaikolk,

Even moet ik jullie vertellen dat ik weer aan het mandala tekenen en kleuren ben. Wat een rust krijg ik ervan en... wat een kick als er weer één af is en ik zelf kan genieten van kleur en vorm. Mandala's cirkelvormige afbeeldingen. Vaak voorgedrukt om in te kleuren naar eigen beleven van kleur, maar nog beter: om zelf te ontwerpen. Dit wilde ik even aan jullie kwijt.
Je kunt ze ook via internet/google bekijken. Nou, je kunt er stil van worden, zo prachtig!

Bij treurigheid en dip kun je ook je verdriet kwijt. Zo heb ik een rouw-mandala gemaakt na het overlijden van mijn man Peter - alles in lila en blauw. Nu, precies drie jaar later, een andere en tot mijn verbazing werd het deze keer dieprood/goud. Zo zie je maar weer hoe het kan veranderen in je hoofd en je hart.

Alle goeds voor jullie en... het was 12 augustus weer een fijne dag met een stel Draaikolkers in Amersfoort. Bedankt Ria Peters.

Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl


06-08-2007

Een jaar geleden of is het nog heden?
's Morgens vroeg nerveus wakker: iets onbestemds, intense stilte.

Toen, alsof de Twin Towers instorten 9 augustus 2006: ongeloof en verbijstering. Mijn vrouw was niet meer.
De dag breekt aan als het nachtlicht nog niet is gedoofd, maar spoedig zal de dag de nacht verdrijven.
De lakens zijn nog warm, maar je bent weggegaan.

Een jaar geleden of is het nog heden?
Inderdaad, de buitenkant ziet er weer aardig uit.
Nu nog de binnenkant.

Lodewijk Lagemaat; e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com


04-08-2007

Lieve Monique,

Een poos geleden stuurde ik een mailtje. Oh, wat zat ik in een heel diepe put. Zover dat ik zelfs naar de huisarts ben gegaan om kalmeringsmiddelen te vragen. Nou, daar werd ik wel rustig van en veel slapen ook overdag. Na een dag of 14/15 vond ik het welletjes, ik wilde weer aan het gewone leven deelnemen. Bovendien werd ik vergeetachtig van die kleine witte bolletjes en ik kreeg concentratiestoornissen.

Of het aan die kleine, korte periode heeft gelegen, weet ik niet. Ik denk eigenlijk van niet. Ik heb eens de tijd genomen om gewoon te gaan zitten als ik 's morgens mijn twee beschuiten en koffie op had. Gewoon lekker lui, oogjes dicht en ontspannen zitten. Gedachten laten gaan tot ze op het nulpunt kwamen en zie... na een dag of tien lukte het me: ik werd rustiger. Ik kon opeens weer zachtjes zingen als ik aan de afwas ging, had weer plezier om even naar buiten te gaan en merkte hoe, ondanks regen en storm, de hortensia's in de tuinen er prachtig bijstonden.
En als klap op de vuurpijl heb ik de catalogus van onze schouwburg aangevraagd! Ik had gedacht dat ik nooit meer uit zou willen gaan zonder Peter. Ik heb zelfs een paar voorstellingen uitgezocht, ben met Ria Peters naar ons winkelcentrum gegaan, heb bij de vijvers genoten van zon, koffie en appeltaart, ik heb weer verf gekocht en een bloc om weer te gaan schilderen. Het heeft dus drie jaar geduurd en nu kan ik weer een beetje mens zijn!

Misschien zal het voor de lotgenoten, die nu zo in de put zitten, een troost zijn dat het eens toch weer beter kan gaan. Het gaat met ups en downs, Ja, ook ík dacht: ik kom hier nooit overheen…
Het grote gemis blijft, je verdriet slijt héél langzaam. Gun het de tijd, de tranen, de wanhoop, de boosheid en wat er verder nog naar boven komt aan emoties. Geef toe aan je koopdrift. Het helpt, al is het voor even. Ja, ik heb nu zelf twee houten katten naar het voorbeeld van Rosina Wachtmeister gekocht. Ze hangen met een mooi koordje om hun nek naast mijn huisdeur en verwelkomen zo mijn bezoekers.

Dit wilde ik even kwijt want de laatste brieven van onze lotgenoten waren zo intens verdrietig. Ik zou ze wel allemaal een aai over de bol willen geven en een dikke kus, dat doe ik dan bij dezen.

Liefs voor allen van

Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl


03-08-2007

Afgelopen maandag is mijn lieve vrouw Lilian overleden. Zo maar ineens, een hartinfarct. Altijd gezond geweest (dachten we) en nu is ze er niet meer. Maandagochtend bracht ik haar nog naar haar werk, samen nog een bakkie gedronken. Tussen de middag heeft ze nog gebeld, ik zat thuis te werken. Alles was goed, beetje druk wel.
Een half uur later gaat de telefoon. Monica, een collega van Lilian belde: "Lilian zit op de wc en wil er niet afkomen. Wat moeten we doen?"
"Nou, ik kom er aan"
, zeg ik, want ik denk, dat zal haar ongesteldheid weer zijn, die is vaak nogal heftig en het was ook nog een beetje druk de laatste tijd dus die moet maar lekker thuis bijkomen want vrijdag moeten we op vakantie. Ik trek gauw wat normale kleren aan en spring in de auto. Na 10 minuten opnieuw het werk aan de telefoon: het gaat helemaal niet goed met Lilian, ze zijn haar aan het reanimeren. "Ben er zo". Verdulleme, geen parkeerplek te vinden in centrum Rotterdam. Eindelijk een plekje gevonden, geen tijd voor een parkeerbonnetje, ik moet naar Lilian toe.

Snel naar de 4e verdieping, daar staan politie agenten in de gang, ik mag niet naar binnen. Ze zijn binnen bezig met Lilian. Er komt een verpleger naar buiten. Het gaat slecht met Lilian, ze gaan naar het ziekenhuis met haar. Ondertussen krijgt ze hartmassage en in het ziekenhuis aangekomen wordt dit gedaan door een of ander pompapparaat. Adrenaline wordt ingespoten, atropine, niets helpt. Als laatste bloedverdunner, voor het geval het een bloedpropje ergens is. Dit heeft een uur nodig om door het hele lichaam te gaan. Ik mag in de behandelkamer er constant bij zijn, maar er verbeterd niets. Elke tien minuten wordt de pomp even stilgezet, maar geen hartslag.
Met mijn ogen en mijn gedachten zeg ik tegen haar: leef, doe je ogen open, maar er gebeurt niets. Het uur is voorbij. "We kunnen niets meer doen." Het is afgelopen.
Ongeloof, dit kan niet. Mijn Lilian. We moesten nog zoveel doen. De caravan staat voor de deur, vrijdag gaan we naar Frankrijk. Niet dus, want mijn levenslustige Lilian is er niet meer.

Het is nu vier lange dagen verder, morgen is condoleance, maandag de crematie en dan? Hoe ga je in godsnaam die weekenden vullen zonder haar, niets zal toch meer leuk zijn. Bij alles wat je gaat doen, zal je toch denken: wat zou zij vinden, waarom is ze niet hier?
Vakantie? Kan me niet voorstellen daar nog zin in te hebben, maar Lilian had een zoontje die ook mijn zoon geworden is en die, naar ik hoop, bij mij kan blijven. Die zal misschien weer willen gaan.
Feestdagen? Nou ja, ik hoef jullie niets te vertellen. Maar hoe ga je daar mee om?

Lilian was alles voor mij, we deden alles samen. Belden en sms'ten dagelijks sinds we elkaar kenden. We waren beiden gescheiden. Ik heb twee dochters die bij hun moeder wonen en Lilian had, zoals gezegd, een zoon die bij ons woont. Zeven jaar geleden hebben we elkaar leren kennen en sinds juli 2001 wonen we samen. Ik ben trouwens Rob Slinger 48 jaar en Lilian was 41 jaar.

Rob Slinger; e-mailadres:
r.slinger@tiscali.nl
03-08-2007

Daar ben ik weer eens. Ik lees dat sommigen van jullie op vakantie gaan en dat anderen weer liever thuis blijven. Ik bedenk me wat ik de laatste jaren eigenlijk heb gedaan.

Ik heb wat kleine vakanties gehouden. Twee keer ben ik met een goede vriend naar Duitsland geweest. De eerste keer naar Goslar in de Harz en de tweede keer naar Cochem aan de Moezel. Verder ben ik nog wel weekendjes weggeweest en een paar keer in een vakantiehuisje in Overijssel met mijn ouders.
Zoals ik al eens schreef, gingen Harry en ik altijd naar Noorwegen want we waren superverliefd op dat land. En die vakanties miste en mis ik nog steeds heel erg. Ik heb de gelegenheid gehad om er nog een keer een weekje naar toe gaan en dat was moeilijk en tegelijkertijd zo vertrouwd.
De vakanties in Duitsland waren echt heerlijk. Het lukte me om bijna alles van me af te zetten en volop te genieten. Ik merk wel altijd, als het dan weer tijd is om naar huis te gaan, dat ik dat eigenlijk helemaal niet wil. Ergens vind ik dat soms ook wel een beetje raar van mezelf. Je zou toch denken dat ik het lekker vind om weer in mijn eigen huis te komen. Ik heb dat eigenlijk altijd al wel gehad, omdat Harry en ik dan zo ontzettend genoten daar in het mooie Noorwegen, maar nu nog wat meer. Ik denk omdat de eenzaamheid die ik soms voel thuis sterker is dan op vakantie. Thuis gaat dat gevoel op en af.

Het is voor mij alweer acht jaar geleden dat ik Harry verloor, maar er blijven momenten van eenzaamheid, maar ook zijn er gelukkig lange periodes dat ik er geen last van heb. Wat altijd blijft is, dat als het zomer is en mooi weer, dat ik dan weer terugdenk aan de fijne zomers met hem. Het barbecuen samen, de vakanties, de strandwandelingen enz. Maar ja, dat heb ik ook in de winter: het gezellig eten bij kaarslicht, de feestdagen enz. Hij is eigenlijk altijd in mijn hart, waar ik ook ben.
Als ik nu terugdenk aan de tijd met hem, o.a de vakanties, geeft me dat meestal heel warme gevoelens. In de beginjaren had het verdriet en de pijn om zijn verlies dan de overhand, maar gelukkig hebben nu meestal die warme gevoelens dat. Ook kon ik in het begin alleen maar aan de nare ziekteperiode denken, maar zo langzamerhand, in de loop der jaren, dacht ik steeds meer aan de mooie en fijne dingen uit de tijd dat hij nog niet ziek was.

Wat me nu zomaar ineens nog te binnen schiet, is onze huwelijksreisvakantie. Die was zowaar niet naar Noorwegen, maar naar Oostenrijk. We zijn getrouwd op 4 december en in Oostenrijk was volop sneeuw, prachtig! Harry had deze reis geregeld als verrassing voor mij.
Volgens mij schrijf ik een beetje chaotisch vandaag, van alles wat, sorry. Maar ja, dat hoort een beetje bij mijn karakter want mijn gedachten staan nooit stil.

Nou, ik wens jullie allemaal een prettige en relaxte zomer, uit of thuis, en iedereen natuurlijk veel sterkte, hè.

Warme groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


REACTIES binnengekomen in juli 2007:

30-07-2007

Zijn er nog meer sportieve mannen?
Dan is dit jullie kans op zondag 12 augustus om rondom Amersfoort te gaan fietsen onder de bezielende leiding van Ria Peters (zie verder onder de rubriek 'oproepen').

Tot ziens!

Lodewijk Lagemaat; e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com


24-07-2007

Een paar dagen geleden was ik op de fiets op weg naar de stad om naar iets passends te kijken voor bij m'n nieuwe broek. Nog geen honderd meter van huis voelde ik de tranen branden en wist ik dat ik om zou moeten keren, omdat ik alleen nog maar zou kunnen huilen. Meestal werkt het me onder de mensen begeven afleidend, maar nu had ik geen schijn van kans. En dat alleen al was een grote teleurstelling.
Thuisgekomen kwam er een soort verdriet los waar ik nauwelijks woorden voor kon vinden, zo intens en zo heftig. Omdat ik weet dat het me kalmeert als ik dat toch probeer, ben ik achter de computer gaan zitten om te schrijven.

Het is een peilloos verdriet dat je onmachtig maakt, in alle opzichten. Je weet niet wat je denken, voelen of doen kunt. Je bent volkomen lamgeslagen. Het gaat verder dan een gevoel van gemis of heimwee. Het is een heel diep, bodemloos dal waarin je je bevindt. Erger kan niet.
Ik wou in huis op zoek naar een plek waar ik vindbaar noch bereikbaar zou zijn. Ik deed een paar stappen de trap op, maar kon nauwelijks boven komen. Is het een goed teken dat ik niet voelde dat ik dood wou?

Deze vakantietijd is heel moeilijk. Van mijn zus en zwager kreeg ik een berichtje via sms. Ze hebben het heel fijn op een mooie camping in de Drôme, een gebied waar Wim en ik ook een aantal keren zijn geweest. Dat doet weer zo zeer, zo vreselijk zeer. Het is geen misgunnen; het is de confrontatie met zoete, maar nu o zo pijnlijke herinneringen.
Bij de buren staat al dagen de caravan op de oprit. Ze zijn druk aan het inpakken en ik kan ze (letterlijk) wel wegkijken!

Op 't moment kan ik weinig met mezelf beginnen. Het voelt alsof het nooit zal overgaan, dat verdriet. Het is niemands schuld, de waarom-vraag stellen is totaal zinloos. Waarom een vraag stellen waarop je het antwoord nooit zult krijgen?
Overwegingen als: je moet eerst de diepste dalen van je emoties door om er weer bovenop te kunnen komen zijn louter ideeën, waar ik nu geen boodschap aan heb. Ik wil alleen maar van dit verdriet af. Het moet weer een beetje dragelijk worden.
Ik wil de mensen om wie ik geef ook zo graag laten voelen wat ik voel; niet uit kwaadaardigheid, maar uit een verregaande behoefte om me niet zo eenzaam te voelen. In dat streven word ik heel vaak gefrustreerd, want er zijn maar enkelen die het echt kunnen meevoelen. In plaats van blij te zijn met het feit dat ik deze mensen ken, ben ik toch nooit tevreden. Ik ben veeleisend.
Alles is terug te voeren op die eenzaamheid, op dat gemis van die ene persoon wiens uitverkorene je was, die jou begeerde, bij wie je als een klein meisje kon wegkruipen als dat nodig was.

Wat ik zoek bij anderen via het mailen, de lotgenotencontacten, gesprekken etc. is compensatie voor het tekort aan de wezenlijke, unieke aandacht die ik van Wim niet meer kan krijgen. Je voelt ook telkens weer dat je niet bereikt wat je wilt, omdat dat tekort niet gecompenseerd kan worden, ook niet als je alle resultaten van die activiteiten bij elkaar optelt. Het zorgt op z'n hoogst voor tijdverdrijf, afleiding en als het meezit hier en daar troost; ook goede doelen, maar ze vullen de leegte niet.

Arthur Polspoel heeft gelijk: het is wenen om het verloren ik.

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


23-07-2007

Hallo lotgenoten,

Vorig jaar is plots mijn man aan een hartstilstand overleden.
Alle mensen om me heen hebben hun partner nog en ik ken niemand die alleen is. Ook al doen ze nog zo hun best om me te steunen, ze weten toch niet wat het inhoudt om alleen te zijn.

Ik ben 53 jaar en woon in Limburg. Daarom zoek ik contact met lotgenoten in Limburg om samen over dit verlies te praten zonder dat je je schuldig voelt en misschien om elkaar te ontmoeten om ook leuke dingen te ondernemen.

Groetjes,

Christien Savelkoul; e-mailadres: christien-1@hotmail.com


22-07-2007

Lieve Monique en allemaal,

Ja, hoe stap je hier nou in? Mensen die allemaal iemand hebben moeten loslaten. Ook ik en mijn kinderen.

Bij mijn Henk werd in oktober 2002 binnen een paar uur in het ziekenhuis asbestkanker geconstateerd. Wat een bericht. Niets meer aan te doen. Het zou Henk niet zijn geweest om de moed op te geven. Maar de horrorfilm begon. En waar sta je dan als zijn vrouw, zo verdrietig te wezen.
Henk besloot een experimenteel traject in te gaan dat werd aan geboden in Rotterdam. En op 7 maart 2003 was de grote operatie daar. Alles wat mis kon gaan, ging ook mis. Ik bleef met mijn dochter in Rotterdam elke dag aan zijn bed. Wat kan een mens dan sterk zijn. En Henk vocht voor zijn leven. De artsen gaven ons het advies de stekkers eruit te halen, maar wij bleven geloven in kracht. Je loopt daar week in week uit op de automatische piloot want voor je liefste doe je alles. Geen moment spijt van gehad.

Maar ver van huis werd Rotterdam dichtbij. Bij Henk blijven en verzorgen. Wat een steun van de verpleging, ook voor mij. En na drie keer stervende te zijn geweest, kwam Henk er weer door. Met een long en na zo'n grote operatie sta je voor een wonder. Hij mocht even mee naar huis om aan te sterken om daarna naar Daniël den Hoed te gaan voor bestraling. Gedurende drie maanden waren wij samen en wat niemand verwacht had: Henk kwam toch thuis. Feest voor ons. Maar de pijn nam de overhand door spanning en zenuwpijn, gordelroos.
Op 30 april 2006 werd onze liefste opgehaald. Mijn kinderen hielden zo veel van hem en het gemis zal altijd blijven.

Onze vakantiereis naar Tenerife, waar wij zo gelukkig waren, heb ik in mijn uppie door laten gaan. Henk zei: "lieverd, ga." En ik kan zeggen: het was een goede beslissing. Ik moest overal bij langs waar wij samen eens waren.
De vakanties komen er weer aan en iedereen probeert op zijn of haar manier er iets van mee te krijgen, dus heb ik besloten om in september naar Turkije te gaan. Wel in een gezelschap dat ik niet ken. Ons hotel, waar wij veel waren, dat wil ik dit keer ook weer zien. Herinneringen ophalen en het zal best goed gaan. Vaak lees je dat velen het een ramp vinden nu iedereen weg gaat, maar ik weet dat ik thuis eenzamer ben dan daar.
Nu ik bijna vijftien maanden verder ben, wil ik ook zo graag eens weer wat leuks meemaken. Ik verveel me niet en doe veel leuke dingen, maar bij thuiskomst is het niet aangenaam. Ik mist de aanspraak. Dus dit jaar heb ik weer meegezongen in ons koor en het was goed. Wij hebben zo genoten. Ik wandel en fiets graag en als die momenten van eenzaamheid komen, denk ik: kom op Wil, aanpakken!
Ik hoop dat iedereen die nu voor deze vakantietijd staat het een beetje goed mag hebben en ik kan zeggen: ik ga stap voor stap verder.
Stappen jullie met me mee?

Lieve groetjes,

Wil van den Burg-ten Hoven, vrouw, geboren 13 december 1940; partner Henk (66) overleden op 30 april 2006 aan mesothelioom (asbestkanker); twee volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: odw71zwl@hetnet.nl


22-07-2007

Lieve mensen,

Zomer en vakantie zijn niet van elkaar los te koppelen. Het lijkt wel of ik alleen maar gelukkige stelletjes om me heen zie. De eenzaamheid snijdt als een mes door me heen. Als een robot voer ik mijn werk en activiteiten uit. Wordt het dan nooit beter?

Het is nu bijna drie jaar geleden. Er zit een gat in mijn lijf dat maar niet opgevuld kan worden. "Je hebt toch zoveel fijne vrienden en je doet toch zoveel leuke dingen?", hoor ik regelmatig. Ja, dat klopt allemaal. Er zijn momenten dat ik veel plezier in het leven heb, dat ik het helemaal zie zitten, maar nu even niet…

Het valt me op dat er veel vrouwen en maar heel weinig mannen naar de Draaikolk schrijven. Waar blijven de mannen?
Voor de thuisblijvers organiseer ik op 12 augustus weer een middag, zie de rubriek 'oproepen'. Mannen, komen jullie ook? Het is zo goed om (vakantie)ervaringen met elkaar uit te wisselen.

Pffffff, dat lucht op. Ik kan er weer even tegenaan. Heerlijk dat de Draaikolk er is.

Dag hoor.

Ria Peters; e-mailadres: jilmo@planet.nl


21-07-2007

Hallo,

Ik ben Thea en ik heb mijn man op 28 april 2007 plotseling verloren. We waren de hele dag samen geweest. We kwamen thuis, hij gaat zitten en hij is dood. Hij was 55 jaar.

Ik zelf kan daar niet mee leven en ik wil nu ook niet meer verder met mijn leven. Mijn man en ik waren altijd samen, dag en nacht. We waren 33 jaar getrouwd.

Het leven is nu een hel voor mij. Mijn gevoel van binnen kan ik niet beschrijven, het wordt steeds erger. Eten kan ik ook bijna niet meer van verdriet. Het enige wat ik wil is dat ik zelf dood wil en naar hem toe want ik weet zeker dat ik hem daar boven zie. Dit verdriet zal ik nooit kunnen dragen.

Thea Kraaijeveld; e-mailadres: LKraaijeveld1@kpnplanet.nl


21-07-2007

Zo, ook ik heb de sleurhut bij huis gehad en ook mij viel het vies tegen. Net zoals Anneke, heb ook ik alle dingen weer door de handen gehad.
Vorig jaar, eind oktober, de deur van de caravan gesloten om hem begin april weer open te doen. SAMEN en niet in de verwachting om dit alleen te gaan doen.
Maar het gebeurt wel. Ik sta er nu alleen voor en wat doet het zeer.

Hij is leeg nu en schoon. Vandaag heb ik hem naar de camping gebracht om daar over een week drie weken in door te gaan brengen en, raar maar waar, ik heb er zin in. Dit ondanks dat ik weet ( nu al aan denkend) dat ik ook weer eens naar huis moet en dan weer in dat gat val. Maar goed, dat zien we dan wel weer. Het is dan ook al bijna september (wat gaat die tijd toch snel) en dan ga ik naar een rouwverwerkingsgroep, maar eens zien wat dat oplevert.

Bij dezen wil ik een ieder (thuis of op vakantie) heel mooi weer toewensen, want het zal snel genoeg weer vroeg donker zijn, de dagen langer dan voorheen…

Een lieve groet van

Anja de Graaf; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl


20-07-2007

Hallo lieve mensen,

Op dit ogenblik zit ik weer behoorlijk in een dip. Ik heb er wel een verklaring voor: pas geleden een tragische begrafenis, waar ik iets over schreef, en het is vakantietijd. Een paar mensen waar ik mee omging, zijn weg op vakantie. Ook zijn een aantal activiteiten uitgevallen die na de zomervakantie weer beginnen. Je hebt dan afleiding en kontakten.

Ga dan zelf op vakantie! Psychologische blokkades. Over drie weken (9 augustus) is het precies één jaar geleden dat plotseling mijn vrouw overleed. Dan ga ik niet voor die tijd nog eventjes "gezellig" vakantie vieren en met wie?
Ik dacht dat ik al verder was en sterker zou zijn. Afgelopen week bleek bij een psychologisch onderzoek dat mijn rouwverwerking vastzat of dreigde vast te lopen. Nou ja, heb ik alvast één vastigheid. Rouwverwerking valt niet altijd in fases in te delen, zoals sommige deskundigen denken te weten door onderzoek zoals o.a. door W. Worden. En voor rouwverwerking lijkt een jaar te staan volgens hem, daar val ik dus buiten.

Een van de fases is het aanpassen van verwachtingen en opvattingen over de toekomst en het leven en de dierbare een nieuwe plek geven. In de Draaikolk lees ik ook andere verhalen. Ik krijg ook de indruk dat een man het maar eerder alleen moet uitzoeken, in de breedste zin van het woord. Is er iets stuk dan lossen de mannen het zelf wel op. Ook zie ik niet veel mannen samen fietsen (wel racen, crossen e.d.), winkelen, wandelen enz. Niet dat ik daar direct behoefte aan heb en bovendien wil ik niet het plaatje krijgen dat ik een relatie met een man zou hebben…

Toch moeten we verder en opnieuw beginnen. Volgens Nietsche zou het opnieuw beginnen de eeuwige wederkeer van het gelijke zijn, wat bij ons niet kan omdat we onze partners missen! Je kunt het verleden niet terughalen. Hij wil wel een manier van leven vinden die de zin van elk moment in dat moment zelf ziet. Ook Alain Badiou (Frans filosoof) stelt dat het opnieuw beginnen het enige is dat telt en tevens de voorwaarde om werkelijk te leven, zodat op bepaalde momenten de mens boven zichzelf kan uitstijgen.
Toch word ik tegengehouden door het verlangen naar stabiliteit en continuïteit. Juist door mijn labiliteit en onrust. Er hebben al radicale veranderingen genoeg plaatsgevonden. Echt opnieuw beginnen vergt moed om juist in het bestaande iets nieuws in gang te zetten. Dus ga ik maar weer door met knokken.

Met dank aan alle lieve mensen die mij mailtjes en mooie diapresentaties toezenden.

Lodewijk Lagemaat; e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com


19-07-2007

Op 15 februari 2006 ging om 6.45 uur de telefoon. Met een angstig voorgevoel, bijna een zeker weten, nam ik op. Het was de dienstdoende arts van het ziekenhuis in Nieuwegein. Hij liet mij weten dat Roel, mijn man, die nacht ineens verslechterd was. Hij raadde mij aan direct te komen. Terwijl ik alles bij elkaar zocht, kon ik alleen maar denken: nee, nee, nee, dat kan niet waar zijn. Niet Roel, niet nu, we zijn er niet klaar voor.

Toen ik aankwam, zat Roel rechtop, lachend. Niks aan de hand, volgens hem. Hij leek ook echt goed, al was het feit dat hij veel meer zuurstof nodig had dan voorheen, niet echt bemoedigend. Maar doodgaan? "Nee, echt niet meisje, nog lang niet. Ik knok er voor en volgend jaar spring ik weer over de heg". En we hadden een goede dag samen. Hand in hand in een verrassend winterzonnetje gezeten, gepraat over van alles en nog wat, ook naar aanleiding van mijn ingeving over een eventuele crematie (als... ooit... ver weg...).
Die nacht ging het met sprongen achteruit. Ik zorgde voor hem, regelde alles, zorgde er voor dat alle kinderen afscheid konden nemen. Van de avond ervoor tot aan het middaguur waarop hij stierf, heb ik naast hem gezeten, zijn hand vastgehouden, water gegeven als hij daarom vroeg, geruststellende dingen gezegd ("ik ben bij je, alles komt goed") totdat hij om 12.30 uur, in alle rust de laatste adem uitblies. Het was zo rustig, zo vredig, zo goed. Alles was goed gekomen, voor hem…
s' Middags begon het regelen, maar kwam ook als een mokerslag het besef. Ik was zo druk geweest met zorgen dat hij niet leed, met zorgen dat alle kinderen en mijn moeder afscheid konden nemen. Ik had zelf geen laatste afscheid genomen. Wij hadden geen laatste woord meer voor elkaar gehad. Geen afscheid genomen…

De eerste dagen, een gekkenhuis. Met elkaar een prachtige uitvaartdienst gemaakt. Met het gevoel iets te moeten goed maken (geen afscheid genomen) zelf een laatste eerbewijs gemaakt en uitgesproken. Alles gezegd wat ik nog zou hebben willen zeggen. Nog steeds was ik rustig, nog steeds flink, al had ik wel vreselijke huilbuien. Daarna...

Het verdriet kwam niet in golven, maar in vloedgolven. Geen draaikolk, maar een tsunami. Dagen, weken, maanden. Er was geen afstand. Ik werd overstroomd, weggevaagd. Maanden een loodzwaar drukkend gevoel op mijn borst, hartenpijn. Alles herinnerde aan Roel: de boerderij, elke steen, elke plant, elk hek. Alles samen opgebouwd, de boerderij was onze plek. De omgeving, overal waar we samen waren geweest, maar ook overal waar we niet samen waren geweest. Het besef: nooit meer, nooit meer...
En dan de paniek. Mijn leven had in een keer opgehouden te bestaan. Ik kon nog geen dag vooruitkijken of golven van paniek kwamen over mij heen. Ik werd gek van de oneindige afwezigheid, de leegte, de meedogenloze aaneenschakeling van momenten van zinloosheid. Ik had het gevoel niet meer gezien te zijn. Zo alleen, zo bang. Een vogeltje uit het nest gevallen. Niemand meer die mij warm houdt, niemand meer die voor mij zorgt, nooit meer leren vliegen...Hoe moest ik leven zonder Roel, wat voor zin had mijn leven nog. Ik kan het niet, ik kan het niet. Al die verschrikkelijke impulsen van iets willen vertellen, iets willen vragen en keer op keer weer op mezelf teruggeworpen worden. Hij is er niet meer. Niets vertellen, niets meer vragen.

Het eerste ¾ jaar kwamen de beelden, de herinneringen permanent, zo pijnlijk. Ik zag hem nog voortdurend lopen, rondsloffen op zijn klompen, de paarden voeren, water geven. Ik zag hem in die hete dagen met zijn blote lijf in een tuinstoel zitten, de zweetdruppeltjes glinsteren tussen de haren op zijn borst. Ik hoorde hem lachen, praten...
Ik zocht hem voortdurend. Hoopte dat hij terug zou kunnen komen. Wilde niet langer dan een uur van huis, want thuis, daar zou hij immers terugkomen. Ik wilde iets van hem horen, zien, ik wilde hem terug. Al die maanden kon ik alleen maar huilen, het uitschreeuwen als ik met de hond langs de sloten liep: ik mis je zo, je moet terugkomen, je moet op de een of andere manier terugkomen, tegen mij praten, naar mij luisteren. Magisch denken: als ik maar hard genoeg huil, maar hard en vaak genoeg zeg hoe ik je mis, dan kom je terug. Kan onze relatie doorgaan over de scheidslijn van de dood heen? Het móet.

Verschrikkelijk pijnlijk waren de beelden van onze eerste jaren samen; allerlei dierbare momenten die de laatste jaren zeldzamer waren geworden. En met dat verdriet kwam ook de spijt, het schuldig voelen.
Wat heb ik gedaan, wat heb ik nagelaten dat een bepaalde kostbare intimiteit langzaam minder werd, minder voorkwam. Was onze liefde steeds een beetje meer beklemd geraakt in het leven van alledag, karaktertrekken, persoonlijke voor- en afkeuren? Ik miste onze begintijd zo, maar wat ik ook deed, hoe ik erover praatte, wat ik ook voorstelde, het maakte niks uit. Voor Roel hoorde dat er bij. Je kon niet eeuwig op de toppen van verliefdheid leven, zei hij. Maar ik miste het/hem, miste de openheid van het begin, leed er onder, schermde mij een beetje af. En dat besef: je hebt het zelf gedaan, ik heb mij afgeschermd. Ik heb me zo schuldig gevoeld, zo schuldig. En telkens als de beelden van vroeger kwamen, kon ik alleen maar huilen en keer op keer zeggen: "het spijt me zo, het spijt me zo…"
Het spijt me van alle keren dat ik niet goed luisterde, geen volledige aandacht had. Het spijt me van alle keren dat ik me liet opslokken door werk, door alles wat er nog moest gebeuren. Het spijt me van alle keren dat ik vroeger naar bed ging, dat ik niet samen met jou naar voetbal keek. Het spijt me zo, het spijt me zo. Ook al wist ik met mijn verstand dat me schuldig voelen onzin was, nergens op sloeg, dat we het goed hadden, dat Roel ook een aandeel had in de relatie. Het maakte voor hoe ik mij voelde niks uit: schuldig. Ik had het beter moeten doen.

Soms dacht ik: met jouw dood leer ik wel leven, maar dat ik kapot ga aan het schuldgevoel, het gevoel 'als ik maar anders had gedaan, anders was geweest, dan zouden we tot het einde in een heldere stroom van liefde hebben geleefd'. Zo heb ik elke fout opnieuw beleefd, zo diep gerouwd, berouwd. Het gevoel van falen, zo diep gevoeld. Juist doordat door de dood alle futiliteiten wegvielen, werd de diepte van onze liefde voelbaar. Met het verdriet kwam ook de liefde in vloedgolven over en door mij heen, ongehinderd, onbelemmerd. Te laat. Zo had het altijd moeten zijn, altijd moeten blijven. Oh, het spijt mij zo.

'De liefde kent haar eigen diepten niet, dan op het uur van afscheid'.

Juli 2006: onze hond Sarah, door ons samen gekocht in ons eerste jaar samen, wordt ziek en gaat dood. Hoe moet ik al mijn verdriet verwerken zonder Sarah?
December 2006: mijn moeder ernstig ziek, verslechtert snel. Eerste kerstdag gaat zij over, haar hand in de mijne, rustig, vredig. Het was goed.
1 Januari 2007: een gevoel van opluchting overvalt mij. Het jaar van de dood, het is voorbij.

Hoe ben ik die tijd, dat eerste jaar doorgekomen? Letterlijk met vallen (instorten, huilbuien) en opstaan. Na elke huilbui, soms zelfs in een huilbui, mezelf gedwongen wat te doen, iets in huis, de tuin, de dieren en later ook weer: mijn werk, weer zingen. En geleidelijk aan kon ik weer een uur, een halve dag vooruitkijken, een hele dag, een week, een maand. Soms kon ik weer even een kort moment genieten, van een kleinkind, van een vrolijk paard, een zonnestraal. Het grote zwarte gat is minder zwart geworden.

Nu ben ik anderhalf jaar verder De vloedgolven zijn minder geworden, bijna verdwenen. De herinneringen worden dragelijk, het verdriet is stil verdriet geworden. Het huilen zacht, verinnerlijkt. De zee is tot rust gekomen, ik kan weer helder zien. Onze relatie was goed, onze liefde groot. Ik begin te beseffen: over de zee spreekt het water niet...
De leegte blijft, het gemis ook, van Roel vooral, maar ook van mijn moeder en van Sarah. Mijn leven is weg, mijn leven gaat door.
Het eerste jaar voelde Roel nog heel dichtbij. Ik kon hem bijna aanraken, hij kon bijna terugkomen Nu voelt hij ver, heel ver. Hij gaat zijn eigen weg. En ik moet verder gaan. Blijmoedig, zoals Roel heeft gevraagd. Blij en moedig. Dat lukt nu, soms.

vandaag een dichte dag
dolende gedachten
het komen en gaan van licht
wolken reizen voorbij
zonder te weten waarheen
jij was het, die mij zei,
toen het nog gister was,
dat een vogel op zijn vlucht
nooit stil kan staan

Jij bent weggegaan

(Uit: Over de zee sprak het water niet, van Els van Stalborch)

Yvonne Kool; e-mailadres: yvonnekool@wanadoo.nl


19-07-2007

Beste Draaikolkers,

Vandaag heb ik een enorme hobbel genomen. Het begon al in het weekend, twee kleinzoons jarig, zaterdag en zondag. Ik ben net een beetje bijgekomen, want zo'n eerste keer is om de drommel niet makkelijk. Die kleine snoetjes: "jammer hè oma, dat opa er nou nooit meer bij kan zijn?" Dan breekt je hart op dat moment.

Maandag moest de caravan uit de stalling gehaald worden; met onze jongste zoon ga ik naar Friesland. Het heeft tot vanavond zeven uur geduurd voor ik in de caravan wilde. Hartkloppingen, dikke paniek, maar ik heb het gedaan!
Wat liggen er eigenlijk veel dierbare herinneringen in zo'n ding. Ik heb één voor enkele alle kastjes open gedaan en alles door mijn handen laten gaan. Het was erg moeilijk, maar ook erg vertrouwd. Het was Bas zijn grote hobby: rondtrekken en veel zien, bergwandelingen maken, aan een meertje zitten, picknicken, mooie oude stadjes bekijken. We hadden elkaar beloofd, dat wanneer een van het twee er niet meer zou zijn, het ander voor twee moest genieten. Hoe makkelijk zeg je zulke dingen als je nog goed gezond en samen op stap bent…

Ik ga in eerste instantie proberen mee te gaan naar Friesland, dat rondtrekken zie ik nog niet gebeuren, zeker niet alleen.
De hobbel is genomen. Nu de berg van zaterdag, als ik alleen achter het stuur zit zonder mijn vertrouwde maatje naast me. De bedoeling is drie weken, maar dat moet ik nog zien, dat ik die haal. Ik vind het allemaal nog zo kort geleden: 1 april was hij nog kerngezond en 29 mei was het helemaal over. Ik hoop dat ik ergens de kracht vandaan kan halen om te doen wat hij zo graag wilde: doorgaan met leven, dat was zijn grootste wens. Als ik voor 11 augustus niets schrijf, dan is dat een klein beetje gelukt.
Ik hoop dat jullie een beetje aan me denken. Ik zie er als een berg tegen op, maar als ik afhaak, gaan de kinderen ook niet en dat wil ik ze niet aandoen.

Groetjes,

Anneke Jansen;
bas.en.anneke@wanadoo.nl


17-07-2007

Dag Harmanna en lotgenoten,

Jouw verhaal roept veel herkenning op, raakt mij. Net als jij verloor ik op 16 februari 2006 mijn man Roel. Verwacht en toch veel sneller dan gedacht: onverwacht. Mijn leven was in een klap weg, voelde kapot. Het leven om mij heen ging door (wat gek, dat kan helemaal niet), maar ik deed niet meer mee. Ook Roel dacht dat ik het wel zou redden. "Je bent zo sterk", zei hij tegen mij. En inderdaad, nu anderhalf jaar later, heb ik het gevoel dat ik weer een beetje begin te leven, weer een beetje perspectief kan zien.

Dat je na een eerste sterk half jaar instort, vind ik (achteraf) heel normaal. De eerste tijd wordt je overspoeld door verdriet, gemis, pijn. Er is geen afstand, je bent verdriet. Je beleeft de schok van zijn dood keer op keer. Na een bepaalde periode (voor iedereen weer anders) komt er een beetje afstand. Mijn ervaring is, dat dan pas het eigenlijke gemis begint, de verwerking pas kan gaan beginnen. Alleen leren leven. Het oude is weg en je wilt het terug. Het nieuwe is er (nog) niet, maar eigenlijk wil je dat helemaal niet. 'Zelfmedelijden' noem je het. Misschien, maar wel absoluut noodzakelijk. Wie anders heeft met jou te doen? De buitenwereld is al weer op het punt dat je er weer een beetje tegen moet kunnen, toch?

Een vriendin reageerde op de term 'lotgenoten': "wat een naar woord, het klinkt zo slachtofferig" (!). Ja, dacht ik, maar dat zijn wij ook! Wij zijn slachtoffer van iets vreselijks, ongewilds, wat ons leven totaal vernietigd heeft. Lotgenoten dus. En dat betekent niet dat we allemaal als een slachtoffer in de hoek blijven zitten. We knokken allemaal om weer door te leven, de draad weer op te pakken en weer open te staan voor nog wat geluk. Jou/ons is het ergste overkomen wat je maar kan gebeuren. Ja, zelfmedelijden, mee lijden met jezelf, ik kon niet zonder. Alleen door ten diepste met mezelf mee te lijden, is er weer een beetje ruimte ontstaan om door te leven. Het enige wat mij hielp, was huilen, toegeven aan het gemis, toegeven aan het gevoel 'ik kan niet zonder hem', toegeven aan de zwakte, het gevoel van totale onveiligheid. En, waar mogelijk, ook een beetje de draad weer oppakken, hoe kort ook.

Zingen heeft ook mij enorm geholpen. Op de ademsteun kon ik mijn emoties de baas, me heel even heel voelen. Tussen de zanglijnen in: huilen…, tranen..., maar het voelde goed om te doen.
Alles waar je vroeger plezier aan beleefde blijven doen, dat helpt een beetje. Aan de ene kant brengt het herinnering en tranen, maar ook soms, het weer even je goed voelen. Ik hoop dat het je een beetje troost.

Lieve groet,

Yvonne Kool; e-mailadres: yvonnekool@wanadoo.nl


16-07-2007

Dag Monique en alle andere lotgenoten,

Nog niet zo lang geleden hoorde ik van deze site en besloot ik om ook een stukje te schrijven, maar dat is nog niet zo eenvoudig als het over jezelf gaat.
Mijn lieve man Willem is 13 november jl. overleden. Hij was al jaren in huis in verband met darmbloedingen. De ene keer was dit merkbaar en de andere keer voelde hij zich alleen erg moe en slap, maar hij kwam er altijd weer bovenop.
We trokken er vaak op uit met de caravan: in het voorjaar naar Blokzijl, dan weken naar Frankrijk en in het najaar naar Callantsoog. We hadden erg veel gemeen met elkaar, we waren dan ook echte maatjes.

Nu is alles afgelopen… Op 28 augustus zakte Willem in elkaar. Ik was eerst bang voor z'n hart en ben dan ook gaan reanimeren, maar het bleek weer een enorme bloeding te zijn. Na dertien weken ziekenhuis en balanceren tussen hoop en vrees hebben de doktoren op 13 november de behandeling gestaakt. Er was geen menswaardig bestaan meer mogelijk voor hem. Er vielen steeds meer organen uit en dat was erg traumatisch. Wat er dan door je heengaat, is niet te beschrijven.

En dan komt dat diepe gat: zo ben ik nooit alleen (als ik thuiskwam, was Willem er altijd) en nu kom en ga ik alleen. Ik heb erg veel steun en liefde van onze kinderen, maar ieder heeft z'n eigen leven.
Ik doe m'n best om het weer op poten te krijgen, maar ik kan nog niet bij zo heel veel mensen mijn verhaal kwijt. Er is zo veel onbegrip bij wie het niet hebben meegemaakt. Als je keurig bent opgemaakt, hoor je van: "het gaat geweldig met je, dat kun je goed zien." Heb je een nare of huildag, dan hoor je: "nu moet je toch wel aan jezelf gaan werken, hoor. Het is al een tijdje geleden en je krijgt hem er niet mee terug." Dat weten wij natuurlijk zelf als de beste, maar ik ben gelukkig geen robot die je tijdens een bui aan en uit kan zetten, op een moment dat ik zelf kan bepalen.

Ik hoop wat reacties van jullie te krijgen. Samen praten, is samen verwerken en wie weten dat beter dan lotgenoten onderling.

Bedankt voor het aanhoren van mijn verhaal.

Groetjes,
Annemiek Peters; e-mailadres:
annemiek_peters@hetnet.nl


10-07-2007

Ik krijg er een nieuw gevoel bij: schuldgevoel. En dan over simpele dingen nog wel. Lekker eten bijvoorbeeld, of een dagje sauna, mijn nieuwe auto. Nou ja, over van alles eigenlijk. En ik weet het, het is al tegen mij gezegd: "niet doen, Geert zou trots op je zijn", maar daar aan denken, helpt niet.

Zaterdag wordt onze caravan hier gebracht, ook zoiets. Daar hadden we samen nog van moeten genieten. Ik heb de plaats op de camping al besproken, vrienden daar zijn allemaal ingelicht. Eigenlijk kan ik niet meer terug en dat heeft ook geen zin. Iedereen gaat straks weg, zit ik hier in mijn uppie.

Ik weet het niet meer. Het ging eigenlijk best wel goed de laatste dagen, maar nu overvalt me dit en heb ik het gevoel weer terug bij af te zijn. Bah.

Anja de Graaf; e-mailadres:
geertdegraaf@versatel.nl


09-07-2007

Zaterdag 7 juli was het een jaar geleden dat mijn lieve Dick is overleden. Ik ben samen met onze kinderen naar zijn graf gegaan en heb bloemen gebracht. Daarna zijn we naar (ons) mijn huis gegaan en hebben we gesproken over de mooie tijd die we samen hebben gehad. En onze zoon zei: "dat nemen ze ons nooit meer af".

Alles kwam weer naar boven. Hoe we vorig jaar, trots als we waren met onze nieuwe auto en caravan, naar ons geliefd Kroatië gingen en daar onze vrienden weer ontmoetten. Dat we er samen maar drie weken van mochten genieten had niemand kunnen denken. Als ik nu, vooral in deze vakantietijd, alle caravans zie rijden, komt alles weer boven. Hoe fijn we het altijd hebben gehad.

Toen onze kinderen weg waren, heb ik vreselijk gehuild en gedacht: wat moet ik nu zonder hem? Mijn maatje en geliefde zomaar bij me weggerukt…
Het alleen zijn valt me moeilijk. Ik hoop dat ik dat ooit een plekje kan geven.

Groeten,

Riny van Tongeren, (vrouw), geboren 4 september 1945; partner Dick (61) overleed op 7 juli 2006 door een hartstilstand; twee volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: rinyvtongeren@home.nl


07-07-2007

Gedachten.

Het verwerkingsproces is een moeizaam proces. Een eenzaam gebeuren ondanks de omgeving waarin je leeft.
Je hoeft niet alles alleen te doen, maar alleen alles doen wat je kunt!

Het leven is compleet anders en tegelijkertijd precies zoals voorheen. Twee tijdsbeelden die zich niet tot één laten componeren.
De leegte van binnen valt niet van buiten te vullen, hoogstens een zinvolle afleiding.
Op sommige vragen bestaat geen antwoord en dat is een moeilijke les te leren.

Wel uit de zorgen (bezorgdheid) om haar, maar de zorgen niet uit jou. Ook dát moet losgelaten worden en slijten.

Om met het gedicht van Bert Schierbeek te zeggen:


Ik denk
als het regent:
laat ze niet nat worden!

en als het stormt:
vat ze geen kou?

en ik denk ook
dat dat denken niet helpt

want je wordt nooit meer
nat noch vat je geen kou

want het regent
noch waait ooit
meer voor jou

Lodewijk Lagemaat; e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com


07-07-2007

Dag Monique,

Op 1 april is mijn man en beste maatje plotseling in het ziekenhuis opgenomen met een acute pancreasontsteking. Aanvankelijk leek het mee te vallen, maar achteraf is hij na twee weken op de intensive care terechtgekomen. Het ging steeds slechter. Op pinksterzondag is hij geopereerd, op dinsdag 29 mei is hij overleden.

Ik was en ben nog helemaal verdoofd. Ik weet niet hoe ik verder moet, laat staan hoe ik de dag door kom.
We waren altijd samen. Hij was al 7 jaar in de flo. We waren veel met de caravan op stap, maakten veel plannen, deden veel met de kleinkinderen.

Ik ben mijn maatje kwijt. Hoe vind ik hier weer een invulling voor? Wat moet ik gaan doen? Help me alsjeblieft met een idee hoe ik de dag door moet komen.
Normaal ben ik niet zo negatief, maar ik zie het even niet zitten.

Groetjes,

Anneke Jansen; bas.en.anneke@wanadoo.nl


06-07-2007

Dag Monique en andere lotgenoten,

Er bestaan enkele luchtige boekjes over 'shoptherapie'. Het verschijnsel wordt daarin wat humoristisch benaderd, met cartoonachtige illustraties erbij. Vrouwen die "niet zo lekker in hun vel zitten" troosten zichzelf ermee. Je ziet die boekjes vaak in de tijdschriften- en boekenwinkels in stations. Lekkere lectuur voor in de trein op weg naar een winkelcentrum in een gezellige stad. Leuk om samen met vriendinnen om te lachen terwijl je bij koffie en taartje je sores bespreekt.

Wij horen niet echt tot de doelgroep van die boekjes. Het zou, mijns inziens, goed zijn om het verschijnsel serieus in verband met rouwen te brengen.

Ik herken het helemaal en ik doe het vaak. Zodra het alleen-zijn me erg aanvliegt, vlucht ik de stad in en stort me volledig op het winkelen. Er valt altijd wel iets te kopen. Het aanbod wekt de vraag wel op, vooral als je erop uit bent.
Even is het van het grootste belang of je nu dat topje in het wit, zwart of groen wilt hebben. Even is dat het belangrijkste wat er bestaat. En je moet toch nog even kijken in die andere zaak om te vergelijken. Eventueel moet je ergens een kop koffie drinken om een verantwoorde keuze te kunnen maken.
Tenslotte blijkt bij thuiskomst dat je vergeten was dat er al drie van hetzelfde soort in je kast liggen. Geen nood: je mag weer terug om het te ruilen. Zo heb je twee keer afleiding voor de prijs van één!

Helaas is de werking van deze therapie maar van korte duur. Dat is het kenmerk van verslaving: het verlangen naar meer.

Marijke Verhaak-Zuidema, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


04-07-2007

Beste Harmanna en andere lotgenoten,

De zin "En nu is het een half jaar later en heb ik het gevoel alsof ik verder van huis ben dan ooit tevoren" van Harmanna ('Aan de zijlijn van het leven', red.) had van mijzelf kunnen zijn.

In april 2006 stortte mijn wereld in. Mijn man Willem, die ik het grootste deel van mijn leven al ken, is er van het ene op het andere moment niet meer. Daar sta je dan met drie kinderen en dan komt alles op mij neer. Voor mijn gevoel moest alles net zo doorgaan als toen Willem er nog was.
Al die maanden daarna functioneerde ik redelijk "gewoon". Tussen de vaak heftige huilbuien door, schilder ik het huis op, ga met de jongens naar diverse avonden van school, zorg dat het huis schoon blijft, dat er gezond word gegeten, regel de financiën, ga weer af en toe werken en ga zo maar door.

In juli 2006 dacht ik wel eens bij mezelf: het gaat eigenlijk best wel goed met me, ben niet meer intens verdrietig, ben niet vrolijk, ik voel eigenlijk helemaal niets.
Later lees ik in een boek over rouwverwerking dat dit een tijdelijke fase in mijn rouwproces is, waarin je even niets meer voelt. Het is een bescherming van je eigen lichaam, want die kan het allemaal niet meer aan. Deze fase mag niet te lang duren (volgens het boek) en gaat weer vanzelf over. Nou, dat heb ik geweten!

Na de "feest" maand en de verjaardag van Willem op 3 januari, ga ik me steeds ellendiger voelen. Er zijn zoveel dingen die moeten, maar langzaam raakt mijn energie op. Iedereen blijft maar steeds zeggen dat ze zo'n bewondering voor me hebben. Dat ik zo sterk ben en me er zo goed doorheen sla. Maar zo voelt het helemaal niet!
Ik begin zomaar ineens om ''niets'' te huilen, eten gaat moeizaam en slapen wil ook niet echt lekker. Ik ben op en eind februari ga ik naar de huisarts en vertel haar dat ik het niet meer zie zitten en het gevoel heb weer helemaal terug bij af te zijn. Ik kom bij een hulpverlener terecht en hij begeleidt me nu nog steeds. Hij heeft me doen inzien, dat rouwen heel hard werken is en dat je daar niet voor weg moet lopen. Dat ik ook voor mezelf moet opkomen en dat niet alles meer gaat zoals vroeger…

En op dit moment heb ik weer energie, ik geniet weer, ik werk weer en wil weer iets van ons leven maken. Over vijf weken ga ik samen met de jongens op vakantie, heerlijk. Ik voel me niet meer schuldig naar Willem toe.
Ik ben blij zoals ik me nu voel, maar besef heel goed dat er terugslagen zullen blijven komen. Maar ik weet nu hoe daarmee om te gaan en dat voelt als een bevrijding.

Dus Harmanna, deze fase gaat echt voorbij. En ook voor jou komt er een tijd dat het weer wat makkelijker gaat. Dat gaat niet vanzelf, daar moet je hard voor werken. Maar dat is het meer dan waard.

Warme groetjes,

Gea Bolderman, vrouw, geboren 15 februari 1963; partner Willem (51) overleed 20 april 2006 aan een acuut hartinfarct, drie thuiswonende pubers; e-mailadres: gbolderman@orange.nl


04-07-2007

Hallo Monique,

Vandaag is het feest. Mijn zoon en schoondochter zijn 12,5 jaar getrouwd en geven een tuinfeest. Alles is prachtig versierd en overal hangen lampjes. Ik loop daar wat rond en zie veel mensen voorbijgaan: bekende en onbekende. Het is gezellig en iedereen heeft plezier.

Soms komt er iemand langs en vraagt hoe het met mij gaat. Dan zeg ik: 'wel goed'. Dan zie ik opluchting op de gezichten en we praten nog even over koetjes en kalfjes. Het feest gaat verder en de mensen worden steeds vrolijker. Ik heb het gevoel toeschouwer te zijn, van een afstandje alles bekijkend.

Dan komt er iemand op me af en vraagt: 'hoe gaat het met je?'. Ik zeg weer: 'wel goed'. Dan zegt hij: 'dit moet toch wel een heel moeilijke dag zijn voor jou' en we praten nog even verder over hoe ik me werkelijk voel… Ik voel de tranen branden achter m'n ogen, maar ik wil me goed houden, want het is feest vandaag.
Ik kom tot de conclusie dat het toch niet zo goed met me gaat als ik graag zou willen. Ondanks alle mensen om me heen voel ik me zo verschrikkelijk alleen.

Tegen middernacht besluit ik om naar huis te gaan en het nachtelijke fietstochtje doet me goed. Thuisgekomen is er weer die vreselijke leegte en in bed komen de tranen. Ik hoor de eerste vogels zingen voordat ik wegdommel.

Zo is er weer een hobbel genomen. Proficiat! Maar het was deze keer een hele grote…

Groeten,

Ina Terpstra-Vinke, vrouw, geboren 17 april 1945; partner Feije (66) overleed op 3 december 2006 aan de gevolgen van maagkanker; drie volwassen, uitwonende kinderen'; e-mailadres: iterpstra@versatel.nl


03-07-2007

Afgelopen zaterdag heb ik afscheid moeten nemen van onze boot, want hij is verkocht. Natuurlijk moet ik er blij om zijn, maar ik ben er ook heel verdrietig over. Die boot was de trots van Ton. Elk voorjaar ging hij weer vrolijk, schuren, schilderen en lakken. Dat was zijn hobby.
Het was een klassiek zeilschip, een platbodem. Als we dan een mooi plekje voor anker of aan een eilandje hadden gevonden, speelde hij wat op de trekzak en genoten wij van de zonsondergang.

Zomers waren wij altijd naar de boot. Dan gingen wij niet in het weekend op visite en dat is ons wel eens kwalijk genomen. Achteraf kan ik zeggen, dat het goed is dat wij dat gedaan hebben, hoewel we toen met de mogelijkheid van een overlijden echt geen rekening hielden. Hij was blij dat hij nét nog (als een van de laatste) van de VUT gebruik kon maken en hij zag zijn tijd met de boot als onbeperkt. Daar heeft hij één jaar van kunnen genieten; het jaar daarna was hij ziek.
Wij waren net met de boot twee dagen in Friesland met vakantie, dat was in augustus. 2005, toen de huisarts belde met het verzoek om terug te komen voor de uitslag van een foto van zijn longen. Dat was dus niet best. Hij heeft de boot niet meer teruggezien…

Dit voorjaar had ik de boot te koop gelegd, maar er was veel achterstallig onderhoud. Op de een of andere manier was ik het aan Ton verplicht om de boot er goed uit te laten zien. Tenminste, dat voelde ik zo. Zo heb ik, soms met hulp maar ook vaak alleen, staan schuren, schilderen en lakken en dat viel niet mee.
Het heeft mij wel geholpen om afscheid te nemen van de boot, maar ook van een bijzonder mooie periode in mijn leven. Wat rest zijn de foto's en video's en natuurlijk al die herinneringen.

Ik ben gelukkig met wat we samen hadden en doe hevig mijn best om de weg te vinden naar een nieuw leven zonder hem.

Lieve lotgenoten, eens breekt de zon weer door...!

Mary Hoefman-Groesz, vrouw, geboren 7 april 1947; partner Ton (62) overleed op 25 september 2006 aan longkanker;twee volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: mary@hoefman.nu


03-07-2007

Hallo lotgenoten,

Met veel plezier heb ik het ingezonden stukje van Ria Peters en Thea Maes gelezen. Wat goed dat ze proberen om iets leuks van hun leven te maken ondanks het verdriet dat ze hebben. Ik gun ze dit ook van harte.
Ook was ik een beetje jaloers dat ik (nog) niet zo'n leuke lotgenoot(e) heb gevonden om gezellige dingen mee te doen.

Ik heb wel gemerkt, in de anderhalf jaar dat Ab nu overleden is, dat familie en vrienden, waar je altijd samen naartoe ging, het nu af laten weten. Wat moeten ze nou met een vrouw alleen en stel je voor dat ze over Ab gaat praten want dat moet nu toch wel over zijn na anderhalf jaar…

Ik hoop dan ook via deze site nieuwe contacten te maken die wel gewoon zichzelf kunnen zijn en over hun overleden partner mogen en kunnen praten als ze daar zin in hebben. Voel je hier ook iets voor en woon je in de omgeving van Utrecht laat dan iets van je horen. Ik wacht op jullie reacties.

Groetjes,

Yvonne van Egdom-van Beek, vrouw, geboren 17 april 1959; partner Ab (58) overleed op 20 december 2005 aan longkanker; drie volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: yvanegdom@kpnplanet.nl


02-07-2007

Herkenbare Harmanna en anderen,

Allemaal, ieder voor zich, kennen we de behoefte aan "eigenheid", aan dát wat mij onderscheidt van ieder ander, dát waarom onze partners óns indertijd gekozen hebben. Jóu en niet een van de tientallen anderen die zich binnen hun blikveld bevonden. Van ons uit gold dat natuurlijk ook in onze keuze voor hem/haar met wie wij het leven wilden gaan delen.

En wat blijken wij, "de Draaikolkers", plotseling te doen, wanneer we van onze voetstukken geworpen zijn door de onverwacht woeste maalstroom die leven heet? We zoeken plotseling elkáár op, omdat we niet weten hoe om te gaan met die nooit gekende, nooit voorziene emoties, waar we als radeloos verdwaalden mee geconfronteerd worden en die we echt niet in 'n vloek en 'n zucht kwijtraken. We zoeken bij elkaar steun, herkenning, die we niet vinden bij de lieve mensen die ons ook best nabij willen zijn, maar die (gelukkig voor hen!) niet overkomen is, wat ons overkwam. We kijken hier door elkaars ogen naar hetzelfde, al kijken we ieder voor zich naar een ander, naar die "eigene", die er nooit meer zijn zal, die niet weerkeert...

Over grondonteigening door de overheid worden eindeloze processen gevoerd door boze, verontwaardigde 'eigenaren', die zich in hun bezit aangetast voelen. Zij kunnen hun boosheid kwijt. Iets dergelijks, maar dan nog veel fundamenteler, voelen wij ook. Maar er is geen 'overheid' met wie we in proces kunnen gaan, waarin we onze boosheid kunnen investeren. Dat heeft iets verlammends! We zijn door een voltreffer geraakt in onze eigen levensenergie, zijn in feite dood voor onze eigen toekomst, die er nog wel is, maar wensen we die nog? Dat wordt ons niet gevraagd!
Hetzelfde is ons ook overkomen bij onze geboorte, maar toen hadden we nog geen stem in het kapittel; piepklein en onbewust van alles als we toen nog waren. Nu zijn wij opnieuw in dit leven geworpen, opnieuw zonder enige eigen inspraak en bovendien bewust beroofd van wat we als "recht op geluk" waren gaan voelen: die ander naast ons (van ons?).
We blijken geen been te hebben om op te staan. We bevinden ons in "de draaikolk", vechtend als Don(na) Quichotte(s) tegen windmolens. Wéten dat. Maar al krijgen we onze liefste hier echt niet mee terug, we vechten zó-doende wel voor een nieuwe geboorte, een nieuw eigen leven.

Terugkijkend op mijn eigen rouwtijd heb ik - net als iedere berooide - heel wat met en in mezelf afgevochten (mijn bijdragen in het archief vanaf september 2006 liegen er niet om), om uiteindelijk sinds april dit jaar weer te ontdekken dat ik graag leef! Vraag me niet hoe dat is gebeurd want ik weet het niet. Wel blijkt, dat het zogenaamd "loslaten" je niet aan komt waaien. Het komt, maar het is mij pas overkomen na veel gezucht, gekreun en blind gespartel.

Ik gunde dat mezelf hier op deze site. Deze 'Draaikolk" is daarvoor immers door Bert voor zichzelf en al zijn toekomstige lotgenoten gecreëerd. Dankjewel Bert én Monique!

En Ramses Shaffy zingt het: "Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder", een lijflied voor lotgenoten. Dankjewel Ramses!

En voor al jullie bijdragen: dankjewel jullie allemaal!

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


02-07-2007

Mijn oog viel onmiddellijk op het ingezonden stukje van Ria en Thea ('Twee 55-plussers op een tandem', red.). Omdat ik hen nu persoonlijk ken, durf ik mijn reactie op te geven. En die heeft natuurlijk helemaal niets te maken met hun vriendschap en hun gezellige tandemtocht, maar alles met mijn verlies en gemis van het leven samen met Jan.

Nu de vakantietijd aangebroken is, denk ik iedere dag aan de heerlijke tandemtochten die wij ieder jaar maakten in Frankrijk. Sinds mijn fietsongeluk in 1994 kan ik niet meer zelfstandig fietsen. Om toch weer samen te kunnen fietsen, kochten we een prachtige sporttandem. We trokken er veel aandacht mee, vooral als men zag dat ik, als ik afstapte, met twee stokken liep. Wat genoten we van deze herwonnen levensvreugde!
Nu staat onze fiere tandem op stal bij een zwager en wordt vrijwel niet meer bereden. Ik ben afhankelijk van anderen en kijk dan aan tegen de "verkeerde" rug. Het verdriet erover is langzamerhand zo groot geworden dat ik verkoop overweeg.

Voor mij is de tandem het symbool van onze verbondenheid en van mijn onafhankelijkheid (van Jan was ik niet afhankelijk, van anderen wel, zeker wat dit fietsen betreft).
Fietsend vormden we een twee-eenheid. Nu voel me vaak een halve tandem.

Marijke Verhaak-Zuidema, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


02-07-2007

Hallo Monique,

Ook ik heb last gehad van koopwoede.
Ik ben gek op tassen en ik kocht echt de ene na de andere. Verder kocht ik sieraden, boeken en allerlei andere dingen. Maar vooral heb ik veel mensen verwend. Dat vind ik sowieso leuk om te doen, maar het is toen best wel wat uit de hand gelopen.
Nu moet ik er wel bij vertellen dat er twee mensen zijn die er toen aardig van geprofiteerd hebben, maar ik was natuurlijk zelf zo dom om daar in te trappen. Daar heb ik wel van geleerd, hoor. Wéér wat meer mensenkennis gekregen.

Achteraf hebben de koopwoedefase en de verwenfase me wat meer spaarcentjes gekost dan me lief is. Aan de ene kant heb ik daar een beetje spijt van, aan de andere kant niet. Blijkbaar zoek je dan inderdaad iets waarmee je jezelf blij wilt maken, om je even goed te voelen. En ik voelde me dan ook even lekker, maar... het loste natuurlijk niet het verdriet en gemis op.
Ik heb altijd al wel gehad, en nog, dat als ik me niet goed voel of ergens over tob, ik mezelf of een ander verwen met iets. Maar nu, hoe zal ik het zeggen, doe ik het meer gedoseerd. Moet trouwens ook wel, hoor, want de financiën liggen anders dan toen.

Zelf heb ik van veel vrouwen gehoord dat dit geen onbekend fenomeen is. En ik denk dat het ook helemaal niet erg is als je dit overkomt in een bepaalde fase van je leven. Je zoekt iets, wat dan ook, om je aan op te trekken, denk ik. En even blij zijn met iets nieuws doet dan even goed.

Dit zijn eigenlijk de eerste, spontane gedachten die bij me opkwamen toen ik jouw stukje las.
Ik wens jou en alle lotgenoten een goede zomer en hoop dat de zonnestralen wat extra troost en warmte brengen.

Warme groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


01-07-2007

Beste Monique en lotgenoten,

Enige tijd geleden heb ik een stukje geplaatst dat ging over het wel of niet dragen van een trouwring. Ik heb toen geschreven dat het voor mij een symbool van verbondenheid is met Nelline. Dat zal zo blijven, wat mijn toekomst ook zal zijn.
Nelline overleed op 16 februari plotseling door een hersenbloeding. Ze was net 53 jaar geworden. Gedurende 27 jaar hebben we lief en leed gedeeld, 27 jaar van verbondenheid. We waren een eenheid. En dan is Nelline er plotseling niet meer.
Allerlei zaken moeten geregeld worden, beslissingen moeten genomen worden, zonder overleg met elkaar. Je merkt hoe bureaucratisch dit land is, hoe er langs elkaar heen wordt gewerkt, hoe simpele handelingen pas na vele telefoontjes goed uitgevoerd worden. Gelukkig heb ik de "papierfase" nu achter de rug en ik merk dat het rouwproces nu pas echt begint.

Herinneringen aan vroeger worden steeds sterker. Dingen die we samen deden, plaatsen waar we samen waren, onze vakanties in Frankrijk en Overijssel met de caravan. Haar creatieve hobby's, haar sociale bewogenheid, haar zorg voor ons gezin. Het is allemaal herinnering, maar wel een heel fijne.
Ik heb gemerkt dat alleen lotgenoten aanvoelen wat je doormaakt, hoe het is om je geliefde te moeten missen. Ook heb ik gemerkt dat het me goed doet het verdriet van me af te schrijven in de hoop dat lotgenoten het lezen en er iets in herkennen.

Ik ben vastbesloten mijn leven weer op het spoor te krijgen en, zover ik dat kan, andere lotgenoten te helpen. Ik zou het fijn vinden als lotgenoten op mijn stukje zouden willen reageren De eerste keer is dat misschien best moeilijk maar het is, denk ik, goed als je met elkaar over allerlei dingen die ons bezighouden van gedachten kan wisselen. Ik heb daar in ieder geval veel behoefte aan.

Dit alles is alleen mogelijk door het bestaan van de Draaikolk!
Monique, nogmaals bedankt voor al je inzet en energie die je in de Draaikolk steekt. Je helpt er vele lotgenoten mee.

Vriendelijke groet,

Arend Simons; e-mailadres: asimons@12move.nl


01-07-2007

Dag Monique,

Heb al dagen zitten turen naar de reacties van lotgenoten en verbaas mij er over wat een herkenning ik daar vind. Heb wel na moeten denken over wat ik zelf zou schrijven want dat is best moeilijk.

Ik ben 48 jaar. Mijn allerliefste Ab is op 20 december 2005, na een ziekbed van acht weken, overleden aan longkanker met uitzaaiingen naar de botten. Het is nu anderhalf jaar geleden en ik heb het gevoel dat het gemis nu pas ernstige vormen aan gaat nemen. Op deze site lees ik dat dit niet abnormaal is.

Ik probeer mijn leven weer een beetje op de rails te krijgen, maar dat valt niet mee want (en dit lees ik ook op de site) ik kom altijd weer alleen thuis. Je kunt je kinderen toch ook niet altijd met hun moeder opzadelen? Wat dat betreft kan ik altijd wel bij mijn kinderen terecht, maar dat wil ik zelf niet.
Ik ben in mei voor het eerst met mijn kinderen op vakantie geweest, maar dat was nog te snel. Je wordt dan zo geconfronteerd met het alleen zijn omdat zij (gelukkig) hun gezinnetjes hebben. Je moet 's avonds toch alleen naar je kamer en ik kan zeggen: dat is vreselijk. Ik mocht wel bij de kinderen op de kamer, maar dat is niet wat ik wilde want ik ben toch wel gesteld op mijn privacy. En iedere ochtend om zes uur wakker, omdat de kinderen dan wakker worden, zag ik ook niet zitten.

Ik hoop dat ik op deze site nieuwe contacten zal opdoen die het leven weer een beetje aangenamer zullen maken.

Bedankt voor het luisteren.

Yvonne van Egdom-van Beek, vrouw, geboren 17 april 1959; partner Ab (58) overleed op 20 december 2005 aan longkanker; drie volwassen, uitwonende, kinderen; e-mailadres: yvanegdom@kpnplanet.nl


01-07-2007

Donderdag 28 juni 2007. Ik moet de stad in, heb nieuwe kleren nodig. Alles zit me zo langzamerhand te ruim of zakt af.
Erg optimistisch rij ik naar Assen, daar moet het wel lukken. Het wil dus niet lukken. De ene na de andere winkel loop ik in, totdat ik het ineens besef: ik mis jouw hand zo… Als we ergens zomaar ronddwaalden dan hadden we altijd elkaars hand vast. Dat ging gewoon zo. En nu ineens was ie er niet. Zo stom, ik laat mijn hand nog even hangen, in de hoop... Maar nee, natuurlijk is hij er niet, nooit meer. Een verstikkend gevoel komt er over me heen, de tranen drukken alweer.

Eerst maar eens even een broodje eten. Dat lukt wonderwel, lekker buiten op het terras in een hoekje waar het rustig is. Alle moed verzamelend tóch maar weer verder, ik kwam immers voor nieuwe kleding. Maar het wil niet meer. Mijn benen worden zwaar en de tranen komen bijna weer terug. Dan maar naar de auto en weer op huis aan, dan de broekriem nog maar even aanhalen.

Tot ik langs een zuil loop waar allemaal spiegeltjes hangen met teksten erop. Er is er één bij die mij zó aanspreekt. Dus weer terug naar het bedrijf waar ze deze te koop hebben, het spiegeltje gekocht en met een voldaan gevoel op huis aan. Misschien een simpele tekst, maar ook zo waar. Het spiegeltje staat nu naast een mooie foto van Geert, ook in een spiegellijst. Of heeft het zo moeten zijn dat ik daar tegenaan gelopen ben op deze donderdag?

Afscheid

ik wist dat het zou gaan komen
ik moest je laten gaan
maar toch bleef ik altijd hopen en denken
"het is nog niet gedaan"

ik dacht, het duurt nog wel even, er is nog heel veel tijd
en wanneer het zover is, dan ben ik voorbereid
het blijkt niet zo te werken, ineens was je er niet meer
maar één ding weet ik zeker, wij zien ons later weer

En toch blijf ik die hand missen. Die grote sterke hand, die zo nu en dan in mijn hand kneep als teken van verbondenheid.

Anja de Graaf; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl


01-07-2007

Hallo Monique,

Ik las jouw stukje over koopwoede (Over 'koopwoede', een mogelijke 'bijwerking' van verlies verwerken', hoofdredactioneel juli 2007, red.) en dacht terug aan vijf jaar geleden. Dus ja, het fenomeen koopwoede is ook niet aan mij voorbijgegaan.

Na het overlijden van Dick was ik heel veel afgevallen en er moest dus een nieuwe garderobe worden aangeschaft. Dit was moeilijk omdat mijn lief niet meer zei: "leuk meid, moet je kopen", dus heb ik het alleen beslist.
Ons huis was te groot voor mij alleen, dus een appartement gekocht. En er moesten andere meubels komen omdat de "oude" veel te groot waren voor het nieuwe huis wat veel commentaar van de omgeving opleverde. En ga zo maar door.
Soms ook onzinnige dingen aangeschaft. Op het moment leuk, achteraf denkend: wat moet ik daarmee? Dus heb ik een ander er maar een plezier meegedaan.

Ik merk dat ik nu makkelijker met geld omga. Als ik iets leuks zie, koop ik het makkelijker dan vroeger want nu denk ik: voor wie moet ik het bewaren? Ik ben alleen over, dus...

Nu, vijf jaar later, is de koopwoede een heel stuk minder, dus dat is het enige wat bijna over is. Voor de rest is het nog steeds een kwestie van "overleven". Maar eens zal het toch wel beter gaan?

Groetjes,

Lida Groeneveld; e-mailadres:
lida55@home.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren