Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Binnengekomen reacties van lotgenoten (28)
in mei en juni 2007


REACTIES binnengekomen in mei 2007:

31-05-2007

Dag lieve Monique,

Er komt heel wat verdriet dagelijks per mail naar je toe. Hoe verwerk je dat toch!

Vandaag, 31 mei, eerst naar revalidatie vanwege die knie die maar niet kan buigen na de operatie. Ik houd me groot en beloof mezelf na de pittige therapie in het restaurant een heerlijke cappuccino. Het helpt niet mijn verdrietige stemming, die alweer een week duurt, te verdrijven. "Alles goed?", vroegen ze me in het inloophuis waar ik zeker 3x per week kom omdat ik niets of niemand heb (dit is beslist niet zielig bedoeld, ik heb al zolang geleerd alles alleen te moeten verwerken).
Naar waarheid zeg ik deze keer: "neen, ik mis Peter mijn man zo verschrikkelijk." Men kijkt een beetje vreemd: "hij is toch al drie jaar geleden overleden?" Ja, dat weet ik ook wel, maar soms komt alles aangestormd alsof het gisteren is gebeurd. "Het went wel, hoor. Bovendien, je ziet er gelukkig weer goed uit de laatste tijd." Alsof dát een graadmeter is voor verdriet!

Wat moet ik daar nu op antwoorden? Ik zeg niets want er zijn verschillende mensen aanwezig die een echtgenoot of vrouw hebben verloren. Ze zitten allen lachend aan de koffie, een paar geven me een knipoog. "Komt wel goed", zeggen ze. En ik denk: komt wel goed? Wat komt er goed? Nooit zal ik hem meer zien, nooit kan ik meer een kus geven op zijn kale bolletje, mijn armen om hem heen slaan en een knuffel geven, zijn raad vragen, zijn verhalen horen... Komt wel goed?

Ik voel me eenzamer dan ooit en om te proberen er weer bij te horen en misschien, heel misschien zal het verdriet morgen minder zijn, daarom geef ik me maar op voor de gezamenlijke maaltijd van aanstaande dinsdag. Het gezegde is waar: "It will never be the same." Had ik dat maar op zijn steen laten zetten…

Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl


31-05-2007

Hallo Monique,

Nadat Ton een paar maanden was overleden, dacht ik ineens (naar mijn trouwring kijkend): ik ben helemaal niet meer getrouwd. Dat is raar, die ring had ik vanaf onze verloving ruim veertig jaar aan mijn vinger.
Nu heb ik van onze ringen samen een heel mooi sieraad laten maken (de inscriptie is ook bewaard gebleven) en aan een plat gouden halssnoer draag ik dit en zijn de ringen met elkaar verbonden. Om toch een ring aan mijn hand te hebben, heb ik een herinneringsring laten maken met een beetje as van Ton erin. Zo draag ik hem altijd bij me.

Dat wilde ik even kwijt, misschien een idee?

Met lieve groeten,

Mary Hoefman-Groesz; e-mailadres:
mary@hoefman.nu


31-05-2007

Lieve Monique,

Wat heb je het weer treffend verteld over de gevoeligheid van het dragen van de trouwring (zie Hoofdredactioneel juni 2007: 'Verbondenheid', red.).
Loek heeft zijn ring nooit afgedaan en het eerste wat ik zag toen hij overleden was, was zijn ring en het horloge wat op het ziekenhuistafeltje lag. Ik kreeg toen een misselijkmakend gevoel. Wij zijn niet meer wij. Ik heb de ringen naast elkaar in een doosje gelegd en ik kijk er nog regelmatig naar.

Over twaalf dagen is het vier jaar geleden, maar voor mij voelt het nog als de dag van gisteren. Zoals jij al zei, in je hart blijft die verbondenheid en daar ben ik dankbaar voor. Het blijven voor altijd veertig prachtige jaren.

Tot ziens op 10 juni in Soest.

Lieve groet,

Marina van der Sluis-van Balen, vrouw, geboren 27 augustus 1941; partner Loek (1942) is op 12 juni 2003 overleden aan een gescheurde aorta; een volwassen, uitwonende zoon; e-mailadres: lrwvandersluis@chello.nl


30-05-2007

Lieve Monique,

Wat ben ik blij met deze site, zoveel herkenning, en zoveel lieve mail die ik krijg op mijn voorgaande stukje.
Ik moet nog even vermelden dat ik ook nog ontzettend veel steun aan mijn "broertje" heb en zijn vrouw. Mijn broer is 16 jaar jonger dan ik, dus zal het altijd mijn 'broertje' blijven. Ze komen hier regelmatig. Jammer, het is zo'n 120 kilometer rijden heen en weer, maar ze zijn er toch. En ik ben al een paar keer bij hen geweest in die vijf weken dat Geert nu weg is, en dat voelt goed.

Ik heb echt van die momenten op een dag dat ik er helemaal doorheen zit, zoals met opstaan of koffiedrinken. Geert was echt een koffielurker. Ik kan ook zomaar huilen, zo uit het niets: in de auto, op de fiets, of erger nog: in de supermarkt. Een rare gewaarwording.

Soms zeggen mensen in mijn ogen ook zulke domme dingen, zoals: "wees blij dat jullie vorig jaar nog zo'n mooi seizoen op de camping hebben gehad." Dan denk ik: ja hallo,ik was nog graag dertig jaar verder gegaan met Geert. Ach, ze zullen het wel goed bedoelen allemaal, misschien zie ik het nog te zwart. Maar de mooie herinneringen brengen hier alleen nog verdriet, omdat ik weet dat het nooit meer zo zal zijn.

Liefs,

Anja de Graaf; e-mailadres:
geertdegraaf@versatel.nl


30-05-2007

Dag Monique Vos,

Toen ik op 2 januari 2005 mijn verhaal over het verlies van mijn vrouw naar jullie stuurde, kon ik niet vermoeden wat een fijne en opbeurende reacties naar mij werden gestuurd van lotgenoten die eigenlijk in hetzelfde schuitje zaten.
En dankzij de Draaikolk heb ik ook een lieve vriendin. Haar man en mijn vrouw zijn allebei in 2004 overleden. Wij hebben elkaar gesteund en getroost met veel praten, lachen en huilen. Hierdoor is de band met elkaar heel intens geworden. Huilen doen wij niet zoveel meer en dat is ook goed. Het praten en lachen kunnen wij niet afleren, want al lijkt het voor anderen al weer een hele tijd geleden dat onze partners overleden zijn, voor ons is het vaak nog als de dag van gisteren. En ook dát is goed en is een onderdeel van het verwerken van het verlies.

Verder heb ik nog een boekentip. Het boekje heet: "Gids na een overlijden". Het wordt uitgegeven door de Landelijke Stichting Rouwverwerking, postbus 13189, 3507 LD Utrecht. Hierin staan, naast heel veel praktische en zakelijke tips, ook veel uitleg over rouwverwerking. Ik heb er veel aan gehad. Het is prettig leesbaar en ik lees er nog regelmatig in.

Toen ik laatst nog op de Draaikolk rondkeek, dacht ik: goed dat deze site zoveel mensen troost geeft. Ik heb een donatie gestort opdat jullie deze troost kunnen blijven geven.

Met vriendelijke groeten,

Frank Hoogwijk; e-mailadres: f.c.hoogwijk@wanadoo.nl


25-05-2007

Ik weet niet waar te beginnen, maar ik begin maar. Mijn maatje is precies een maand geleden overleden, Geert, ik mis je zo verschrikkelijk…
Ik was op zoek naar herkenning, en zo kwam ik de Draaikolk tegen. "Draaikolk", zo is het precies zoals ik mij nu voel, zoals mijn leven nu is. Geert is overleden aan uitzaaiingen bij blaaskanker. Drie jaar heeft hij nog mogen "genieten" na de diagnose, om tenslotte na een strijd van vier maanden in mijn armen te sterven.

De eerste maand is voorbij, er zullen nog velen volgen. Het besef dat Geert nooit meer terugkomt wordt alsmaar groter, en daarmee ook mijn verdriet, een verstikkend gevoel. Nooit meer even een praatje, geen nieuwtje. Nooit meer samen naar onze geliefde camping in Annen, nooit meer... jouw stem. Zijn kleren hangen nog in de kast, zijn jas nog aan de kapstok en zijn schoenen eronder. Ik moet het eens een keer opruimen, maar wanneer? Ik weet het niet, ben er nog niet aan toe. Ik doe mijn ding, ga eruit als ik dat wil, en blijf binnen als ik wil janken. Vrienden en familie gaan weer hun eigen weg. Echte vrienden waar ik veel aan heb en een zuster van Geert, daar heb ik nog dagelijks contact mee, maar hoe lang zal dit nog duren?

Het is goed om de herkenning hier te lezen. Het concentreren, het eten, niets wil meer. Ben helemaal hyper, terwijl ik altijd de rust zelve was. Het kerkhof is dichtbij, ik zoek daar troost en krijg het ook. Elke dag even langs Geert, die nu bij zijn eerste vrouw ligt, zoals wij dat samen wilden. Goed voor mij om te weten dat hij niet alleen is. Maar ík moet alleen verder, en ik besef dat ik nog een lange weg heb te gaan, met vallen en opstaan, maar het is nu alleen nog vallen.

Anja de Graaf; e-mailadres:
geertdegraaf@versatel.nl


25-05-2007

Hallo lotgenoten,

Sinds ik een paar weken geleden de Draaikolk heb ontdekt, lees ik heel wat af. Net heb ik een aantal verhalen gelezen, die met rouw en werken te maken hebben en dan zie je dat iedereen anders reageert.
De een gaat snel weer aan het werk, de ander heeft meer tijd nodig. Werkgevers kunnen ook verschrikkelijk zijn, blijkt uit de verhalen. Iemand die zijn baan kwijtraakte, omdat zijn baas bang was want wat als zijn jonge zoon ziek zou worden. Iemand die een slechte beoordeling kreeg, omdat er totaal geen rekening werd gehouden met haar verdriet. Mijn broer zei in januari tegen mij: "wat jij doet, dat zou ik bij mijn baas niet hoeven te proberen." Ik had al eerder dit soort verhalen gehoord, van een vrouw tegen wie gezegd werd dat zij er maar niet over moest praten op het werk.

Ik las net ook een verhaal waarin een lotgenote zegt iedereen aan te raden snel weer aan het werk te gaan. Daar ben ik het niet mee eens, ik vind dat iedereen moet doen wat het beste is voor zichzelf. Ik besef dat die keuze afhankelijk is van hoe de werkgever zich opstelt. Het is, denk ik, ook afhankelijk van het soort werk dat je doet. Ik sta voor een klas van 26 kleuters en houd heel veel van mijn werk, maar nog steeds moet ik er niet aan denken de hele dag de verantwoordelijkheid te dragen voor het reilen en zeilen in de klas. Ik werk op AT-basis en dat is wat ik aan kan en dat doet me ook goed: contact met de kids en met collega's. De kinderen vragen: "wanneer kom je nou weer de hele dag" of zeggen: "jouw man is dood hè".

Ik zou er alles voor over hebben om weer lekker te werken zonder zorgen, zonder verdriet, zonder pijn, maar zover ben ik nu nog niet. Ik vind dat ik er ook wel recht op heb. De drie jaar dat Jan ziek is geweest heb ik, op vijf weken en een aantal dagen na, continue gewerkt. Ook tijdens het laatste loodzware half jaar, voorafgaande aan Jans overlijden. Sinds 1 november 2006 zit ik dus in de ziektewet en ik mag me gelukkig prijzen met onze directeur (hij is alleen maar bezorgd om me), maar ook met het controlerend bedrijf.

Ik wens iedereen, die tegen problemen aanloopt op het werk, veel sterkte.

Een groet van

Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl


22-05-2007

Ik lees net dat jij, Monique, een last-minute vakantie hebt gehad. Ik hoop echt dat het fijn was en dat je even lekker hebt kunnen relaxen.

Ja, de vakantietijden komen weer in zicht. Zelf ging ik altijd met Harry naar het door ons zo geliefde Noorwegen. Soms in augustus, meestal in mei. Zoals ik al eens schreef heb ik geen kinderen, dus we zaten niet aan de schoolvakanties vast. De herinneringen aan die vakanties zijn voor mij echt enorm waardevol. We hebben het in Noorwegen zo fijn gehad samen. We hielden vooral van de stilte en rust in dat land. We konden uren ergens zitten en gewoon maar lekker naar een mooi uitzicht kijken. Naar een fjord, de bergen, de bossen, een waterval enz.
Meestal huurden we vakantiehuisjes, maar ook hebben we wel eens hoteltours gedaan. We hebben ons daar zelfs verloofd, in 1986. In onze ringen stond niet alleen de naam en datum, maar ook een N. De N van Noorwegen.

Harry zou dit jaar 60 zijn geworden en zou gestopt zijn met werken. Ons plan was om een klein tweedehands huisje daar te kopen en dan lekker zelf opknappen en heel veel maanden in het jaar daar vertoeven. Maar helaas gaat deze droom nu niet door. Omdat dat dus eigenlijk vanaf dit jaar het plan was, denk ik er regelmatig aan. Gelukkig heb ik veel foto's en ook videobeelden uit die tijd.
Ik ben met een kennis in 2001 nog een keer teruggeweest in Noorwegen. Aan de ene kant gaf dat verdrietige gevoelens, maar toch vooral warme gevoelens. Ik heb toen een kettinkje met een kruisbedeltje (wat Harry bij zich droeg toen hij ziek was) van Harry in een fjord gegooid en ik heb een ander voorwerpje in de bossen neergelegd zodat er, in mijn gevoel, toch ook een stukje van Harry voorgoed daar is. Ik denk dat hij dat heel fijn vind.

Tja, dit kwam eigenlijk ineens allemaal in me omhoog toen ik hier het woord vakantie las. Gek hè, wat een woord ineens omhoog kan brengen aan herinneringen.

Liefs,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


17-05-2007

Ik was erg jong toen ik mijn man leerde kennen, ik 15 en hij 18 jaar. Onze verkeringstijd bestond uit een strijd met mijn moeder die er fel op tegen was en een sussende vader die het allemaal wel goed vond.
Ik trouwde op mijn 19de, voornamelijk om de voortdurende strijd in mijn ouderlijk huis te ontvluchten. Gelukkig bleek hij de liefde van mijn leven en we deden alles samen. We werkten een lange periode samen, dus zagen wij elkaar dag en nacht en evengoed konden we oeverloos met elkaar praten of dubbel liggen van het lachen. Natuurlijk waren we ook wel eens boos op elkaar, anders zou het maar een saaie boel geweest zijn en het was allesbehalve dat. We hebben genoeg tegenslagen gekend, maar door onze positieve instelling bleven wij die de baas. Samen konden wij de hele wereld aan.

Toen ik zeven maanden zwanger was van onze eerste zoon, overleed mijn schoonvader, daarna werd mijn moeder ziek en zij overleed op 47 jarige leeftijd aan kanker. Ik was toen net zeven maanden zwanger van onze tweede zoon. Moesten zij plaatsmaken voor het nieuwe leven, vroegen wij ons toen af?
Jaren later kregen wij onze eerste zeilboot. Deze noemden wij 'La Nuova Vita' (het nieuwe leven), want het varen was voor ons het begin van een nieuw leven. We hebben daar tien jaar van mogen genieten.

Helaas is kort geleden mijn allerliefste maatje aan longkanker overleden. Toen hij overleed was mijn schoondochter zeven maanden zwanger van ons vierde kleinkind. Het werd onze eerste kleinzoon. Dat had hij nog zo graag willen meemaken. Maar daar was weer de gedachte: het nieuwe leven?
Op 16 maart 2007 zouden wij 40 jaar getrouwd zijn geweest. Goed beschouwd ben ik het grootste deel van mijn leven erg gelukkig geweest, dat koester ik. Maar nu is voor mij ook een nieuw leven begonnen, uiterlijk zonder hem, maar innerlijk zal hij altijd een deel van mij blijven.

Mary Hoefman-Groesz, vrouw, geboren 7 april 1947; partner Ton (62) overleed op 25 september 2006 aan longkanker;twee volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: Mary Hoefman-Groesz


16-05-2007

Hallo lieve mensen,

Ik heb een hele week vrij. Eerst dubben: zal ik toch maar gaan werken? Het weer is niet al te best. Kreeg het advies dat het beter was om maar thuis te blijven en het niet op mijn collega's af te reageren. En toen ik merkte dat ik m'n broodtrommel en fruit in de vuilnisbak had gegooid en de vuilnis had meegenomen naar mijn werk wist ik het zeker: ik ben een tijdbom want 22 mei, de sterfdag van Hilde, komt steeds dichterbij.

Zaterdag was Sharon jarig. Het was erg gezellig. Zo'n mooi huis en ze is zo gelukkig. Waarom mocht Hilde dit nooit zien?
Zondag moederdag, gewoon een trieste dag, ik denk niet dat ik de enige was.
Maandag verder de vliering opruimen. Ben al twee jaar bezig. Er staan dozen bij die vijftien jaar geleden in Australië zijn ingepakt. Veel mooie herinneringen en veel emoties.
Dinsdag naar Utrecht met de tram. In de krant stond dat er een dubbel DVD Bob Dylan was uitgebracht vanaf 1965, dus die moet ik hebben. Gevonden. Neem die ook maar mee, en nog één en nóg meer. Er is toch niemand die zegt: "dat is wel genoeg."
Leun op de brugleuning over de oude gracht bij de rondvaartboten, diep in gedachten: waren jullie maar hier.
"Mooiste stad van de wereld", hoor ik. Ik kijk op, schrik me rot, staat een zwerver voor mijn neus. Wat moet ik? Hij stonk een uur in de wind. "Ik woon hier al vijftien jaar", zei hij. "De hele stad is mijn huis."

We raakten toch aan de praat. Hij kwam uit Leeuwarden, was getrouwd, had twee kinderen, een goeie baan, een mooi huis. Kwam op een dag thuis en mocht er niet meer in en is zo, al zwervend, in Utrecht beland.
Kreeg de hint dat hij nog niet gegeten had, dus twee Italiaanse bollen gehaald bij 'Mario' wat gelijk een hele maaltijd is. Hij dronk altijd koffie bij Appie Heijn, maar mocht er niet meer in de winkel komen, dus ook maar twee bekers koffie gehaald.
"Alle mensen zijn gek", vertelde hij. "We maken ons alleen maar druk om geld en materialisme. Niemand is gelukkig meer", zei hij. Hij was de enige nog die gelukkig was.

Thuis aangekomen zet ik de DVD op. Heeft hij misschien toch gelijk? Ik voel me soms toch wel gelukkig, maar nu voel ik me toch zo verdomd alleen.

Groeten,

Wim van Woudenberg; e-mailadres: woudyss@versatel.nl


16-05-2007

Hallo Monique,

Het voorjaar is alweer een eindje op weg, maar toch wil ik even kwijt dat ik hier de hele winter naar uit heb gekeken. De bomen zijn weer groen en ik heb meer bloemen dan ooit in m'n tuintje. Dat alles bij elkaar neemt mijn verdriet niet weg, maar het verzacht een boel en geeft weer hoop voor de toekomst.

Hoe was het weekend in IJhorst, hebben jullie genoten? Ik kon de moed nog niet opbrengen om ook te komen, maar wie weet in de toekomst.
Het eerste weekend van juni ga ik kamperen met mijn drie kinderen, aanhang en kleinkinderen. Hoewel ik er wel zin in heb, zie ik er behoorlijk tegenop. Het wordt de eerste keer nadat Feije is overleden en dat weekend is het precies een half jaar geleden dat hij van ons heen ging. Dat geeft heel tegenstrijdige gevoelens, mijn verstand zegt andere dingen dan mijn gevoel.

Toch hoop ik dat we het met z'n allen naar onze zin zullen hebben, ondanks alle herinneringen die soms veel verdriet meebrengen. En ik hoop dat dit het begin is van een nieuwe toekomst!

Groeten,

Ina Terpstra-Vinke, vrouw, geboren 17 april 1945; partner Feije (66) overleed op 3 december 2006 aan de gevolgen van maagkanker; drie volwassen, uitwonende kinderen'; e-mailadres: iterpstra@versatel.nl


16-05-2007

Soms zou ik willen dat ik uit deze nare droom weer in het leven kon stappen.
Of is dit leven een droom.
Het verwart me.
Ik kende dit leven niet, terwijl het leven om mij heen doorgaat op afstand.
Een toneelstuk ,of sta ik op het toneel en zie de zaal niet door de lichten die mij nog steeds verblinden.
Soms applaus omdat je het zo "goed" doet.
Survival of the fittest?
Maar als ik me afschmink, zie ik een gezicht en voel een hart dat ik niet herken.
Op weg naar huis zou ik willen dwalen tot in het diepste binnenste om te ontwaken om verder te gaan.
Het licht tegemoet.

Lodewijk Lagemaat; e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com


15-05-2007

Beste Monique,

Bij het surfen op het net kwam ik de site van jou tegen. Al een paar keer op zitten kijken en had schroom om te mailen. Vanavond dacht ik: daar gaat ie dan.

In 2005 is mijn man overleden (50 jaar oud) aan de gevolgen van zeven jaren ziek zijn. Hij leed aan kanker en had een PNET-sarcoom rond zijn longen. Het waren moeilijke jaren met spanning maar ook mooi, samen met de kinderen. Zo tegenstrijdig!
Vooral het laatste half jaar was zwaar, de laatste maanden had hij een dwarslaesie vanaf zijn borst en was totaal afhankelijk van zorg. Die hebben wij met liefde gegeven. We waren ontzettend gelukkig dat hij die laatste maanden thuis was. Maar zwaar om mijn lieverd zo te zien. Toch ook dankbaar dat voor hem een einde aan zijn lijden kwam op 31 augustus 2005 toen hij overleed. Het lijkt wel gisteren.

In dat laatste half jaar kampte ook ik met gezondheidsproblemen. Ik kreeg in maart 2005 een hartaanval en moest drie weken na het overlijden van mijn man geopereerd worden aan een goedaardige hersentumor. Een tikkie teveel. Maar ik leef nog, al vraag ik mij wel eens af: hoe krijgt een mens het voor elkaar door te leven na zoiets allemaal. Het gemis van mijn man is het ergste wat mij en mijn kinderen is overkomen. Daarbij ervaar ik dat ikzelf twee keer dat jaar door het oog van de naald ben gekropen en ben mij er ontzettend van bewust er te willen zijn voor onze kinderen, een dochter en een zoon en heerlijke schoondochter.
Dat is mijn rijkdom op dit moment. Het had voor hetzelfde geld anders kunnen lopen.

Als ik al die reacties lees, lijkt het net of ik in een spiegel kijk. Het klinkt allemaal zo bekend. Het gemis, maatje kwijt, doorgaan, ook al zie je het vaak niet zitten, alleen beslissingen moeten nemen (verhuis ik of niet), rare reacties van je omgeving, vrienden verliezen en nieuwe vrienden krijgen enz.
Ik denk dat ik een vaste lezer ga worden van jouw site om al die ervaringen door te nemen.

Ik vergeet mij eigenlijk helemaal voor te stellen. Ik ben Ingrid van Meurs en net 50 jaar geworden. Toen Cock, mijn man, overleed was ik 48 jaar. Onze dochter studeert HBO verpleegkunde, onze zoon is brandweerman (net als zijn vader was) en studeert daarbij ook aan het HBO-MER. Daarbij heb ik een ontzettend fijne schoondochter. Zelf ben ik werkzaam als bestuurssecretaresse voor vijf dagen in de week met veel plezier. Ten eerste uiteraard voor het inkomen wat nodig is, maar daarnaast zeker belangrijk voor de contacten, structuur etc.

Al met al heb ik wel eens het idee dat ik het weer een beetje op de rails heb, maar dat kan een andere dag geheel anders zijn. Dan zie ik het gewoon niet zitten, zo lang nog leven zonder Cock. Ik ga op vakantie en ervaar elke dag als gegeven, maar toch... Als ik tussen mensen zit, zie ik alleen maar gelukkige echtparen van mijn leeftijd, als ik winkel hetzelfde. Ik ben beslist dankbaar wat ik heb en heb gehad, maar toch...

Maar ja, ik ga door met aan de buitenkant lachen en zeggen dat het goed gaat. Ook al voelt het van binnen vaak heel anders, maar wat moet ik? Opgeven? En de kinderen dan? Dat kan toch niet? Zo zit ik tegen mijzelf vaak te praten. Daarom is het lezen van dezelfde ervaringen zo fijn om te lezen.

Ik wilde mijn verhaaltje even kwijt. Bedankt voor het lezen.

Ingrid van Meurs; e-mailadres: ingridvanmeurs@hotmail.com


15-05-2007

Gisteren had ik het jaarlijkse onderhoud met mijn directeur: het "op je ontwikkeling georiënteerde gesprek". "Naar aanleiding van de door jou ingevulde, uitgebreide vragenlijst vindt er, naast een inventarisatie van je wensen met betrekking tot het komende schooljaar, ook een evaluatie plaats van je functioneren in het afgelopen schooljaar." Aangezien er weinig viel te beoordelen omdat ik met ziekteverlof was, hebben we een deel van de tijd besteed aan het praten over mijn persoonlijke omstandigheden en de consequenties daarvan met betrekking tot het volgende schooljaar waarin ik weer regulier aan het werk ga.

Het deed me heel goed te merken dat er rekening met me gehouden wordt, dat ik niet gepusht word, in welke richting dan ook, en dat mijn directeur een hogere pet op heeft van mijn functioneren dan ik, misschien wel uit een soort angst voor overschatting van mijn capaciteiten, had aangegeven op de invulformulieren. Of was het valse bescheidenheid?
Hoe dan ook: een en ander bezorgde me de eerste huilbui van de dag, toen ik in de auto zat op weg naar huis. Als ik thuiskwam zou Wim er immers niet zijn om te luisteren naar mijn verslag van het gesprek. Ik zou niet horen: "Je weet zelf toch ook wel wat je waard bent in je werk?" als ik enigszins trots en blij zou verhalen over hoe goed ik er kennelijk op sta bij mijn directeur. Wim vond altijd dat ik veel te veel twijfelde over mijn beroepsmatige kwaliteiten en niet genoeg doordrongen was van het feit dat ik die had/heb.

Enigszins gekalmeerd toog ik vervolgens naar de boekwinkel om een verjaardagscadeautje te kopen voor een vriend van me die donderdag jarig is. Op de terugweg in de auto hoorde ik op de radio een item over de herdenking van het bombardement van Rotterdam. Het was half twee en op dat moment luidden alle klokken van de stad, van Wim z'n stad! Wat hield hij van Rotterdam, de stad van een groot deel van zijn jeugd. Wat flaneerde hij graag langs de havens als we er eens waren, genietend van alle bedrijvigheid, en wat liet hij me graag de belangrijke plekken uit zijn kinderjaren zien: de straat met het huis waarin hij woonde, de kerk waarin zijn vader preekte en de plek waar zijn school had gestaan. Het verdriet overviel me voor de tweede keer.
's Avonds bij het tandenpoetsen gebeurde dat weer, dit keer zonder directe aanleiding. Ik voelde me gewoon erg alleen.

Eenmaal in bed overdacht ik de dag.
De avond verliep goed en gezellig in het gezelschap van een vriendin. Zij is bijna vijf jaar weduwe en we praatten over het nu van haar en van mij. Onze levens hebben veel gemeen. Met behulp van wat zij vertelt over haar ervaringen kan ik me een beeld vormen van mijn toekomst, een toekomst die altijd zonder Wim zal zijn en in die zin gespeend van alle onzekerheid.

Af en toe probeer ik te voelen dat ik tevreden kan worden met de impact die onze relatie zal hebben op mijn toekomst en dat dat voldoende zal zijn om mijn verdere leven de moeite waard te laten worden. Onze liefde was immers zo sterk! Daar moet toch iets van overblijven dat mij verrijken zal, dat mij kracht en levensmoed zal geven.
Zal Wim op een keer zo "in mijn hart zitten" dat ik kan genieten van en lachen om de dingen die we samen hebben meegemaakt? Wist ik al dat dat het geval zal zijn op het moment dat ie vol overtuiging tegen me zei dat ik het zonder hem wel zou redden en ik dat bevestigde?

Wat is er veel waarover ik met hem zou moeten kunnen praten!

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


14-05-2007

Hallo Monique, dit is mijn verhaal.

Een oproep voor de schrijvers onder ons: "schrijf je verhaal". Tja, ik schrijf altijd makkelijk, schrijf veel, zeker als ik verdriet en problemen heb. En verdriet heb ik. Jan, mijn partner, is over twee dagen een half jaar dood en zou 18 mei jarig zijn geweest. Met koeienletters heb ik in mijn agenda op die dag geschreven: "GEBOORTE DAG JAN, NOOIT MEER JARIG!" met een dik uitroepteken en dik omlijnt.

Ons kind is 26 december 12 jaar geworden, hij worstelt met de dood van zijn vader, heeft sinds december therapie (praten en masseren). Masseren vindt hij heerlijk, praten over het verlies van zijn vader gaat moeizaam.
Toen Jan nog zo ziek was, en ik geen hoop meer had dat het nog een beetje goed zou komen en wist dat de dood akelig dichtbij kwam, was ik heel erg bang dat het in groep 8 mis zou gaan. Maar hij heeft een CITO-score gehaald van 548 (550 is het hoogst haalbare). Knap, razend knap.
Ik zei tegen hem: "papa zou gezegd hebben, dat is mijn zoon", en zo zou het ook gegaan zijn, met een grote grijns zou Jan dat gezegd hebben.
Dat onze zoon de trots van zijn vader niet meer kan voelen, doet mij het meeste verdriet. Dat ons kind op zo'n jonge leeftijd, zoveel verdriet en pijn heeft, vind ik het allerergste. Je gunt je kind een onbezorgde jeugd en dat hebben wij hem niet kunnen geven.

Ik heb een sterk karakter en weet dat het weer goed kan komen uit eigen ervaring, ik ben al eerder door een rouwproces heen gegaan. Twintig jaar geleden dacht ik "de prins op het witte paard" gevonden te hebben, niet wetende dat hij al eerder suïcidaal was geweest. In januari 1987 maakte hij een eind aan zijn leven. Toen stortte mijn wereld echt in. Ik was de vaste grond onder mijn voeten kwijt, dacht dat ik nooit meer verliefd zou kunnen worden, maar dat was niet waar want anderhalf jaar later ontmoette ik Jan in de kroeg.

En nu is hij dood en moet ik beslissen wat we met zijn as gaan doen, vreselijk moeilijk vind ik dat. Er is meer wat ik ontzettend vervelend heb gevonden: al het gesodemieter met de KPN, het zittend Ziekenvervoer, Planet Internet en ga zo maar door. Wat me enorm kwaad maakte was een brief, die ik ontving van een bedrijf dat alles verkoopt wat te maken heeft met de dood. Vooral de toon van de brief : "u hebt veel verdriet, maar toch moet u eens nadenken over…" Inspelen op je gevoel, en hoe kwamen ze aan mijn adres?
Ik werk in het onderwijs, ben kleuterjuf, hou veel van mijn vak, maar heb sinds 1 november 2006 niet meer gewerkt. Ik werk sinds half februari op AT basis en dat is net genoeg, 9.00 uur op school en om 12.00 uur weer naar huis. Krijg alle begrip van de directie en Commit (arbo).

Het gaat zowel goed met me als slecht. Vooral in het begin heb ik slecht gegeten en nog steeds zit ik niet in mijn normale ritme met eten. Ik ben dus een aantal kilo afgevallen en dat kan ik eigenlijk niet missen. Ik kan uren slapen, als je slaapt hoef je niet na te denken. Concentratie en geheugen zijn veel minder dan normaal. Vergeet verjaardagen, zo weet ik het nog en zo ben ik het weer kwijt.
Tijdens de crematieplechtigheid heb ik als eerste gesproken, ik had een laatste brief aan mijn lief geschreven en er kwam een rust over me waardoor ik rustig kon lezen en ik was enorm trots op mezelf.

Terwijl ik dit verhaal schrijf, zie ik dat het al 2.17 uur is, veel te laat. Ik moet morgen weer vroeg op, ben altijd een avondmens geweest, maar het afgelopen half jaar loopt het de spuigaten uit. Ik moet weer in mijn normale ritme komen. Dat is echter moeilijk, mis Jan zo erg, heb zoveel zorg over onze zoon. Ik vermeld niet zijn naam, omdat hij al boos wordt als ik over hem praat tegen vriendinnen, laat staan als iedereen zijn verhaal kan lezen.

Ik hoop dat ik via de Draaikolk in contact kan komen met lotgenoten die ook jonge kinderen hebben. Ik ga nu slapen.

Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl


09-05-2007

Dag Mary,

Een en al herkenning! Wat dat betreft, kun je hier inderdaad vinden wat je zoekt en zo nodig hebt om het er bij jezelf te kunnen laten zijn.
Medemensen bedoelen het vaak wel goed, maar omdat ze niet voelen wat wij voelen, reageren ze vaak zo, dat ze ons van de regen in de drup helpen.
Mijn man stierf ook in 2006, op 28 maart. Ik maakte dus een jaar rond vol herinneringen, die geen nieuwe aanvulling meer krijgen...

Ik begon me in september vorig jaar tot 'De Draaikolk' te wenden. Het heeft geholpen.
Ik wens je toe, dat het jou ook helpt om het zoveel kaler geworden leven maar te vervolgen van dag tot dag, hopend op nieuw licht en beleefbare warmte in de dagen, die nog zullen blijven komen.
Ze zitten nu nog vol gemis en verdriet, maar er komt weer ruimte als we dat onszelf voldoende hebben toegestaan. Dit is tenminste mijn ervaring en mijn man was een schat. Herkenbaar?

Laat alle 'beste stuurlui, die aan wal staan' hun zegje maar doen en blijf aan boord!

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


07-05-2007

Beste Monique,

Misschien dat mijn verhaal wat later komt, ik zal mij eerst eens voorstellen. Mijn naam is Henk Kolhoff, bijna 62 jaar. Ik verloor mijn vrouw Carla, begin 2005, geheel onverwacht (zonder afscheid te kunnen nemen) binnen een dag. Mijn verdriet heb ik van mij afgeschreven in versvorm, zoals onder meer in onderstaand gedicht:

Welkom thuis

Welkom thuis
Wij zijn weer samen
En toch apart
Ik raak je weer aan
Al is de as verpakt
Jouw plekje
Thuis
Is in mijn hart

Met vriendelijke groet,

Henk Kolhoff; e-mailadres: swerwersrus@gmail.com


07-05-2007

Na verschillende keren de Draaikolk bekeken te hebben, heb ik nu genoeg moed verzameld om ook eens te reageren. Ten eerste wil ik mijn complimenten uitspreken tegen Monique over deze site, mooi en verzorgd. Ik zal zeker binnenkort mijn donatie overmaken.

Het is wel apart dat ik vandaag reageer, op de dag dat mijn man jarig geweest zou zijn, de eerste keer na zijn overlijden (is het moeilijkste zeggen ze). Ik denk dat het altijd wel moeilijk zal blijven. Mijn man is overleden in september 2006 aan longkanker met een uitzaaiing in zijn hoofd, na een ziekteperiode van een jaar.

Gelukkig werk ik nog, dat geeft mij de nodige afleiding. Ook mijn kinderen en kleinkinderen zijn voor mij erg belangrijk, zodat ik kan zeggen: ook al is de glans eraf, er is nog genoeg om voor te leven.
Buiten het voorgaande moet ik proberen mijn leven opnieuw inhoud te geven en dat valt niet mee. De vrienden en kennissen zijn bijvoorbeeld allemaal echtparen en dat contact verandert nu ik alleen ben.

Een klein beetje hoop ik, dat door middel van de Draaikolk er nieuwe contacten ontstaan met lotgenoten, waarmee je kunt praten omdat zij hetzelfde voelen als jij en waarbij je niet flinker hoeft voor te doen dan je werkelijk bent.
Het is niet zo dat ik bij de pakken neerzit. Nee, het leven gaat verder voor ons, en wie weet hoe lang of kort dat is?

Afgelopen maart zouden wij 40 jaar getrouwd geweest zijn, zoveel onvergetelijke jaren. Vóór mij ligt de leegte van een toekomst zonder hem, die ik probeer weer wat kleur te geven.

Mary Hoefman-Groesz; e-mailadres:
mary@hoefman.nu
07-05-2007

De laatste tijd heb ik last van medische kwaaltjes die hopelijk (nog) onschuldig zijn. Wel zijn er enkele belastende onderzoeken en behandelingen noodzakelijk.
Mijn eerste reacties waren: laat alles maar gewoon z'n gang gaan, het kan me niets schelen, dan hoef ik misschien niet zo lang meer door te leven. Maar ja, daarna gaat het gezonde verstand spreken. Natuurlijk moet het onderzocht en behandeld worden. Dat heb ik altijd zo gewild en nu moet ik het ook willen. Ik heb daar bij anderen ook vaak op aangedrongen. Dus heb ik de nodige acties ondernomen. Nu zit ik aan te hikken tegen de (chirurgische) routine-ingrepen. Ik ben bepaald geen heldin in dat soort zaken.

Jan was altijd mijn steun bij dit soort zaken. Hij was de enige die mij mocht zien als ik ziek, zwak of misselijk was. Jan was geen ander, we waren een tandem. Nu moet ik echt anderen vragen om begeleiding en steun. Ik heb voldoende bereidwillige, lieve mensen om me heen, maar ik wil me zo graag flink en onafhankelijk tonen. Mijn kwetsbaarheid tonen, vind ik heel erg moeilijk. Ik noem het "aftakelen".
Het liefste was ik tegelijk met Jan in een acceptabel tempo rustig begonnen met gezellig samen aftakelen. Ook hiervoor heb je gekozen, al besef je dit pas pijnlijk goed als je geliefde partner gedwongen werd om voortijdig af te haken.

Ik vraag me vaak af: wie zorgt er liefdevol voor mij? Maar vooral: van wie zal ik dat kunnen en durven accepteren?

Marijke Verhaak-Zuidema, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


06-05-2007

Hallo Monique,

Voor de tweede keer heb ik de site de Draaikolk opgezocht en lees net jouw verhaal over de ontmoeting met andere Draaikolkers en ik voel de tranen opkomen… Besluit te reageren, er is zoveel herkenning. Mijn partner is 15 november 2006 overleden, ook aan darmkanker.

Voor mij is het ook de tweede keer dat ik de dood van een geliefde moet verwerken. Twintig jaar geleden, ik was toen 30, pleegde mijn toenmalige vriend zelfmoord. Godzijdank ben ik van nature een positief en optimistisch mens.
Onze zoon is net 12 jaar, een rot leeftijd voor een beginnende puber, om je papa te verliezen. Hij worstelt dan ook met de dood van Jan. Ik vraag me vaak af hoe andere kinderen die een ouder hebben verloren reageren.

Jan heeft drie jaar met ongekende kracht gevochten om bij ons te blijven. Hij wilde er niet aan dat hij het gevecht ook zou kunnen verliezen. Dat maakte het voor mij extra zwaar.
Ik schrijf normaal heel makkelijk, maar voor dit moment is het even genoeg.

Vriendelijke groet,

Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl


05-05-2007

Ik lees in het Algemeen Dagblad een artikel over oudere mensen die rouwen om hun verloren partner. Dat mensen na een half jaar het al genoeg vinden om de verhalen over hem/haar te horen. Ik schrijf meteen een reactie en wijs hen op het interview met Monique Vos en uiteraard op de Draaikolk en Klavertje 4. Maar, een reactie is nog geen ingezonden stukje in het AD, dat ga ik hierna doen want de Draaikolk is een geweldige steun (ik lees bijna dagelijks). Het is mijn steuntje voor de dag en vaak ook voor de nacht.

Koninginnedag is voorbij. Gelukkig kreeg ik een vriendin op bezoek, want alleen is maar alleen en in ons wooncomplex is geen enkele feestelijkheid gehouden. Zelfs geen koffie met oranje tompouce en eigen initiatief wordt niet op prijs gesteld.
Aan mijn vriendin vertel ik dat ondanks de termijn van 3 jaar alleen - en het gaat best met me hoor, maar toch blijft er een gat in mijn lijf en mijn hart - het voelt als het beeld van Zadkin in Rotterdam.
Ze begrijpt het wel, maar vindt ook dat ik het goed doe? Als ik vertel over het steuntje van de Draaikolk kijkt ze wat bevreemd, nog nooit over gehoord. Ik neem me voor dit nog veel meer door te vertellen.

Monique, je sites zijn prachtig! Een wandeling door de reisverslagen ( "Het Spinnenweb" , red.) geeft ook even een bevrijdend gevoel.

Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl


03-05-2007

Hallo Monique en alle lotgenoten,

Vandaag kreeg ik van mijn zoon twee aanhangers vol met brandhout. Hij heeft met zijn gezin een ander huis gekocht en is daar flink in aan het verbouwen. Ook de grote tuin moet veranderd worden, zodoende de aanhangers met hout. Wat zou Jan hier blij mee zijn, al een heleboel voorraad voor de komende winter. Samen met wat er nog ligt, is de bergplaats voor ons hout al bijna vol. Hij kon er zo van genieten als dit al op tijd geregeld was.

Het is nu een dik jaar geleden en nog steeds mis ik hem zo. Ook het alleen zijn valt zo tegen. Niemand die vraagt of je goed geslapen hebt, niemand die zegt dat het eten lekker was en noem maar op. En wat heeft het voor zin om te zorgen dat alles netjes is, dat de tuin er goed uitziet, niemand die het ziet.
Ik ga geregeld naar familie en vrienden toe, maar dat betekent wel dat ze daarna niet meer naar mij toe komen want "Truus was toch pas nog hier".

Als ik de verhalen in de Draaikolk lees, weet ik zo goed wat iedereen voelt en leef ik zo met iedereen mee. Toch moeten we allemaal verder, ook voor ons gaat "het leven" door.

Over een paar weken word ik 60 jaar. Ik ben nu bezig om iets te regelen zodat ik dit toch samen met familie en vrienden ga vieren.

Verder heb ik nog een vraag. Zijn er ook ontmoetingen of bijeenkomsten in het zuiden (Limburg) van het land? Of zijn er lotgenoten uit het zuiden bij die iets willen organiseren. Alle activiteiten zijn tot nu toe zo ver weg.

Lieve Monique en alle andere, heel veel sterkte met verder gaan.

Wie trekt de stoute schoenen aan en prikt een zondagmiddag en een locatie in het zuiden van het land om ook daar iets te organiseren? Stuur jouw oproep dan naar info@draaikolk.com voor plaatsing in de rubriek 'Oproepen'.

Truus Ruijters-Terstappen, vrouw, geboren 21 mei 1947; partner Jan (65) overleed op 23 januari 2006 na een hartstilstand; drie volwassen uitwonende kinderen; e-mailadres: truijters@ruijters.pilmo.nl


03-05-2007

Hallo lieve mensen,

Ik loop fluitend naar het station, ik heb een draaikolk in mijn hoofd.

Er komen tien mensen, die ik twee weken geleden ontmoet heb op een prachtige zomerse dag vol herinneringen. Ze komen met auto en tram naar dit kleine stadje in het midden van het land. Gaan eerst naar mijn huis koffie drinken.
De sfeer is geweldig. Ik laat iedereen het stadje zien (niet de plaats van mijn hart, maar ik woon hier geweldig).

Geweldig om iedereen te zien, alsof we elkaar al jaren kennen en ik heb het gevoel dat we 23 personen zijn, want we hebben allemaal iemand meegebracht in ons hart.
De dag is geweldig, iedereen loopt door mijn huis of ze hier vaker zijn geweest.
De icoon van ons allemaal roept uit het raam: "hé vriend, kom jij eens hier, dan zal ik jou eens leren wat jij met die troep hier moet doen." Iedereen voelt zich hier thuis.
De dag is bijna ten einde. Iedereen gaat afscheid van elkaar nemen.

Ik schrik wakker, badend in het zweet. Het was maar een droom. Het lijkt wel of er tien mensen op mijn bed hebben staan springen. Ik ben kapot.
De hele dag is knudde. Alles gaat fout en ik krijg jullie maar niet uit mijn gedachten. Ach, wat maakt het uit, morgen weer een andere dag.

Groetjes,

Wim van Woudenberg; e-mailadres: woudyss@versatel.nl


01-05-2007

Onschuldige onbevangen kinderlogica.

Vanavond heb ik twee kleinkinderen (Merel 3 jaar en Floris 6 jaar) te logeren. Na het avondritueel, uitkleden, wassen en tandenpoetsen, moest opa een verhaaltje voorlezen, ging over hondjes. Na het voorlezen had de kleine Merel nog een verhaaltje. Zij was ten tijde van het overlijden van mijn geliefde vrouw en hun oma Cecilia, nog net geen twee jaar, dus weinig bewust meegemaakt

"Opa! Opa! Uuh…vroeger, toen ik nog een baby was, uuh… Nou ja, iets groter, was uuh…, ging oma dood. Nou uuh… kan ze niet meer bij u slapen."

De tranen schoten in mijn ogen, moest even goed slikken, kon even geen woorden uitbrengen. Was zogezegd uit het veld geslagen.

Ton van Abswoude, man, geboren 16 juni 1941; partner Cecilia (62) overleed op 17 augustus 2005 aan longziekte; twee volwassen uitwonende kinderen; e-mailadres: a.vanabswoude@casema.nl


01-05-2007

Bedankt, Monique.
Ik heb net jouw verhaal gelezen van het doorgaan met het leven. Ja, het is waar, het leven gaat door, maar het is niet meer zoals het was. Jij hebt het nu, in jouw leven, twee keer moeten ervaren. Life sucks en we moeten maar doorgaan of er niets aan de hand was.

Nu heb ik ook een nieuwe vrouw ontmoet, een schatje. Nooit, nooit gedacht dat dit zou gebeuren, maar toch gebeurd. Nu ben ik zelf met haar een paar weken geleden, een week naar Cuba geweest. Ik heb er erg van genoten en merk nu dat ik weer de oude gekke Harry aan het worden ben, altijd gekheid maken over alles. Zij vertelde me dat ze nog nooit zo veel had gelachen had, de week dat we samen in Cuba waren.
Maar dan herinner ik weer mijn Janine. Ook mijn Janine kon zo lachen, dat ze er niet meer uitkwam.
Ik heb deze vrouw ontmoet met dansles (niet dat ik dansles nodig had, ik gaf vroeger ballroomdansles!), maar zij had er zoveel problemen mee, dat ik als een gentleman aanbood om haar te helpen. Wel, van het een kwam het andere en nu dansen we tango's, cha,cha's en noem maar op. Het enigste dat ik niet met haar kan doen, is slow dancing, die dans ik in mijn gedachten met Janine en ik kan nog steeds de blik in Janine's ogen zien, als wij samen dansten. Zo, als er een slow dans komt, ga ik zitten. Dan realize ik, dat ik nog lang niet over mijn Janine ben. Ik ben nog steeds te veel verliefd op mijn Janine.

Wel Monique, na moedersdag zal ik jou weer een cheque sturen, want Berts en nu jouw website hebben mij en een heleboel andere mensen ontzettend veel geholpen en jij moet er mee doorgaan.

Het allerbeste,

Harry Zweers, Canada; e-mailadres: harry@su.net

P.S. Sorry for my spelling en zins forming!


01-05-2007

Koninginnedag, een dag vol herinneringen.
Geen overleg meer: wat zullen we gaan doen? Zullen we vroeg naar de rommelmarkt gaan? Misschien zitten daar een paar verrassingen tussen, of naar een optreden.
Wel vroeg en onrustig wakker, maar dan weer die stilte. Er toch maar uit en de vergeten boodschappen gehaald bij de AH, die tot twaalf uur open is.

Daarna naar de rommelmarkt.
Onwillekeurig dwalen mijn ogen rond. Zou ze ergens geïnteresseerd over iets gebogen staan om te kopen? We moeten elkaar niet uit het oog verliezen.
Dan flitst het door mij heen, onzin man! Ze is er niet meer, nooit meer.
"Hoe gaat het?", hoor ik een kennis vragen. "Goed hoor", hoor ik mezelf zeggen.

Het feest gaat door.
Thuis mijn emoties.

Lodewijk Lagemaat; e-mailadres:
l.lagemaat@gmail.com


REACTIES binnengekomen in juni 2007:

30-06-2007

Dag Monique,

Vandaag waag ik het om ook maar eens te schrijven. Dat vind ik het best moeilijk, maar gelukkig ben ik ook daar niet de enige in…
Ik ben 58 jaar en heb een uitwonende zoon, schoondochter en twee lieve kleinzoons van 7 en 10 jaar oud. Mijn Jan overleed op 8 november 2006 aan de gevolgen van een harttransplantatie die op zich gelukt was, maar de andere organen gaven het op. Hij heeft zeven weken in het ziekenhuis op de Intensive Care gelegen.

Het is een vreselijke tijd geweest, iedere keer weer hoop en dan toch weer niet. Zelf heb ik het gevoel dat ik daardoor ook beetje bij beetje dood ben gegaan. Eerst die spannende tijd op de wachtlijst (ruim veertien maanden), dan mijn maatje daar zo te zien liggen en niets voor hem te kunnen doen.

Nu probeer ik net als iedereen te overleven. Dit lukt de ene keer beter dan de andere keer. Gek dat je zo onstabiel bent. Soms gaat het dagen goed, dan zie je wel weer een stukje zonzijde. Dan ineens hoeft er maar iets te gebeuren en plof je in elkaar. Net als vandaag, ik heb het weer moeilijk.
Ik was uitgenodigd voor een herdenkingsbijeenkomst in het rouwcentrum vanmorgen. Er waren verschillende mensen. Het was mooi. Een muziekstuk heb ik laten spelen dat gedraaid is tijdens de plechtigheid van Jan.

Even ben ik weer terug bij af. Alles gaat weer als een film aan mij voorbij.
Morgen zal het wel weer beter gaan.

Groet,
Truus Wiggermans; e-mailadres:
truus.wig@wanadoo.nl


28-06-2007

Hallo lotgenoten,

Nu vier en een halve maand na het overlijden van Ben is het gemis hevig. De eerste weken ben je druk met het regelen van alles. Nu komt de leegte, de stilte op me af. Ik ben op zoek gegaan op de pc en vond de Draaikolk een tijdje geleden. Ik lees al de verhalen die mensen schrijven en herken mezelf in veel dingen die geschreven worden.

Vier en een halve maand is erg kort, maar soms lijkt het al lang. Ik vraag me vaak af: hoe rook Ben ook alweer, hoe klonk zijn stem en meer van dat soort dingen. Missen doe ik hem elke dag iets meer, lijkt wel. Toch wil ik positief in het leven blijven staan. Ik heb nog kinderen en kleinkinderen die me lief zijn.

Voorzichtig zet ik op de pc de eerste stappen naar contacten. Heb behoefte om met lotgenoten te praten over wat we mee hebben gemaakt. Zij begrijpen immers wat je voelt. Ben en ik hebben het er de laatste jaren over gehad: als één van ons wat zou gebeuren, dat dan de ander niet moest vergeten verder te leven. "Niet alleen blijven", zei hij altijd.
Ben was tien jaar hartpatiënt, waarvan hij de laatste vijf jaar thuis was, dus we hebben veel tijd gehad om over alles te praten. Toen hij dus overleed, wisten de kinderen en ik precies wat zijn wensen waren. Maar verder leven, hoe doe je dat? Moeilijk, als bijna iedereen heeft afgehaakt de laatste tien jaar en waarom? Konden ze niet met een hartpatiënt omgaan? Geen idee…

Hanny Leemhuis; e-mailadres:
hannyl@home.nl


28-06-2007

Dag Monique,

Gisteren kreeg mijn/onze zoon Thomas te horen dat het met zijn herexamen toch niet is gelukt en dat hij nog een jaar VWO over moet doen. Hij heeft er het afgelopen jaar ook niet echt heel hard voor gewerkt, denk ik.

Maar wat een tranen blijven er bij mij stromen. Tranen om Dick, zijn vader die op 17 december 2004 is gestorven en dus niet heeft kunnen helpen met scheikunde, het vak waar Thomas veel moeite mee heeft en waar Dick zo goed in was. Dat wij niet samen met Thomas kunnen overleggen hoe nu verder, en dat ik niet bij Dick kan uithuilen om de tranen van teleurstelling die Thomas had.
Een zware klus vind ik het om drie kinderen te begeleiden in m'n eentje. Soms een beetje te zwaar, en dan vraag ik me af of het ooit zal wennen dat mijn kinderen geen vader meer hebben of dat het altijd zo'n pijn zal blijven doen.

Het zal over een paar dagen wel weer beter gaan met mij en met m'n tranen, maar nu even niet. Het helpt wel om even kwijt te kunnen waar ik het soms nog zo moeilijk mee heb.

Astrid van Berkel; e-mailadres: berkelda@zonnet.nl


27-06-2007

Dag Monique,

Waar te beginnen, een beetje aarzel ik toch wel.
Mijn naam is Elisabeth, nu 54 jaar oud. Moeder van een dochter van 35 en een zoon van 32 en oma van twee kleindochters. Sinds februari 2005 weduwe van mijn onvergetelijke liefde Jan, na een huwelijk van bijna 34 jaar. Als hartpatiënt stierf hij uiteindelijk aan de gevolgen van toediening van te zware (placebo) medicijnen.

Mijn rouwproces wil niet erg vlotten. Ik blijf heel erg in mijn verdriet hangen en dacht het wel allemaal aan te kunnen. Ik heb wel bij een psycholoog gelopen, maar dat wierp geen vruchten af.
Wat zou ik graag eens met mensen over mijn levensverhaal willen praten zonder dat ze gelijk afhaken, zo in de trant van "die heeft wat te veel problemen".

Ik ging op zoek op internet en vond jouw site. En zelfs met dit kleine berichtje, waarvan ik nog in dubio staat of ik het wel zal verzenden, voel ik me al wat beter. Ben nu toch al een beetje kwijt van wat mij allemaal zo'n zeer doet.

Dank voor je aandacht en veel sterkte bij je eigen verwerking.

Lieve groet,

Elisabeth Kapitein-Broeders; e-mailadres: dichtster@gmail.com


26-06-2007

Dank je wel voor de mooie site van de Draaikolk. Erg boeiend en ik blijf het lezen. Ik merk dat ik niet alleen bent met mijn verdriet.

Ik heb vorig jaar juli mijn man verloren aan een hartstilstand en dan vergaat je wereld. We dachten, nadat hij in de vut was gegaan, nog lang van elkaar te genieten en dan op 61 jarige leeftijd zomaar weg en komt hij nooit meer terug.

Ik stop nu maar, ik weet niet meer wat ik moet schrijven en wil niet zielig overkomen. Hopelijk hoor ik nog iets, hoe ik mij bij de Draaikolk en lotgenoten kan aansluiten.

Groeten,

Riny van Tongeren; e-mailadres:
rinyvtongeren@home.nl


25-06-2007

Al weken en weken in een diep dal, een behoorlijke dip. Ik snap er niets van. Het ging de laatste tijd zo goed, en ook het ontmoeten van lotgenoten op 10 juni bij het Derde Erf was een plezierige (goede) dag.

Maar het wil niet meer. Ik droom en ik droom en sta op met een gevoel alsof het Peters sterfdag is. Alles wat ik onderneem - en dat is heel wat voor mijn doen - is gehuld in een grijze deken.
Ik overdenk van alles: hoe alles is gelopen, hoe blij ik was toen ik in 1985 Peter leerde kennen, alsof je elkaar al jaaaaaren kende.
En dan is in 2000 bijna alles voorbij. Al vier jaar wist ik van de Alzheimer. Ja, hij was er nog, maar alleen lijfelijk en er was veel zorg; in 2003 verpleeghuis en elf maanden later… wég. De dag ervoor was ik nog geweest en in de nacht is hij ingeslapen. Voor hem goed, voor mij een soort doffe dreun.

De afgelopen jaren heb ik veel geregeld, zelfs tweemaal een rouwcursus gevolgd en nu kom ik maar niet boven het verdriet heen. Van de week ga ik naar de huisarts, de afspraak is al gemaakt. Dan maar aan de pillen, de tranquillizers waar ik nooit van heb willen weten, maar zó gaat het ook niet.
Hoe kunnen mensen het jaren volhouden zonder hun geliefde? Misschien omdat ze nog met familie contact hebben of af en toe met vakantie gaan.
Ik moet verder en het zal wel weer lukken, maar nu even niet.

Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl


25-06-2007

Hallo lieve mensen,

Ik zat al weken uit te kijken naar de bruiloft van mijn neef, vrijdag 22 juni jl. Alle ooms en tantes waren de hele dag uitgenodigd. Het was een geweldige dag van elf uur s' morgens tot één uur in de avond. Maar dat was net een half uurtje te veel...
Iemand maakte de opmerking: "hè, dit is de laatste trouwpartij in de familie Van Woudenberg". Dat kwam als een donderslag bij heldere hemel. Mijn dochters heten toch ook Van Woudenberg? Tellen die nu ook al niet meer mee?
Ik zink weg in mijn eigen kleine wereldje (moet ik hier op reageren?) en zing heel zacht mijn favoriete lied op dit moment.

For you there'll be no more crying
For you the sun will be shining
Cause I'll feel that when with you
Its all right
I know its right
To you I'll give the world
To you I'll never be cold
Cause I feel that when I'm with you
Its all right
And the songbirds keep singing
Like they knew the score
And I love you, I love you, I love you
Like never before
Like never before

(Christine McVie)

De trip naar huis is ijzig stil en koud. Misschien toch maar 'bestemming onbekend'?

Zondagavond zit ik in de trein vanuit Amsterdam naar Utrecht, na een heel mooie stadswandeling met veel regen, een bezoek aan een heel mooi grachtenpand samen met lotgenoten, weg te deinen op het zoemende geluid van de trein en zing hetzelfde liedje, maar nu… met een heel fijn en gelukkig gevoel.

Wim van Woudenberg; e-mailadres: woudyss@versatel.nl


25-06-2007

Mijn gevoel van veiligheid is even weg…
Onlangs kreeg ik een persoonlijke uitnodiging om het Literair Midzomerfestival in een dorpje in onze provincie bij te wonen. Heerlijk. De vriendin, met wie ik vaker naar dergelijke bijeenkomsten ga, had andere, reeds toegezegde, verplichtingen.

En ineens realiseerde ik me, dat ik eigenlijk niet naar die bijeenkomst kon gaan, want ik zou pas na middernacht terug zijn. En dat was het hem juist. Ging ik, toen Jan nog leefde, naar bijeenkomsten en het werd het ’s avonds laat, dan draaide ik m’n hand daar niet voor om. Wanneer ik van de plek wegreed, belde ik Jan en zei hem waar ik langs ging. Hij wist dan dat ik om zo en zo laat ongeveer thuis zou zijn. Ik had dan de zekerheid dat, mocht er iets met de auto zijn of iets dergelijks, ik Jan maar hoefde te bellen en hij zou in zijn auto naar me toekomen. Dat gaf, juist ’s avonds laat of ’s nachts een veilig gevoel.

Ik heb geen achtervang meer, realiseerde ik me opeens. Niet alleen mijn gevoel van veiligheid is weg, ook mijn vrijheid van kunnen gaan en staan. Dat laatste ervaar ik natuurlijk steeds al, wanneer ik uitlaat-oppas voor mijn hond Eileen moet organiseren, maar zo nadrukkelijk met de neus op mijn “onveiligheid” gedrukt te worden, kwam hard aan. Ik vraag me af hoe anderen hier mee omgaan, zijnde inwoner van een plattelandsgebied, zoals ik.

Een warme groet van

Wil van de Belt-Huizing, vrouw, geboren 10 november 1940; partner Jan (67) overleed op 27 maart 2006 aan longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten; geen kinderen; e-mailadres: wilvandebelt@planet.nl


24-06-2007

Hoi Draaikolkers,

Zaterdag 23 juni: tuinfeest bij vrienden vanaf 16.00 uur; ik was er pas om 17.30 uur. Ik wist dat ik een aantal mensen zou zien die ik goed ken, na het overlijden van Jan niet meer gezien of gesproken heb, maar die wel bij het afscheid van Jan waren.
Een van de broers van mijn vriendin ziet me en spreekt me direct aan en vraagt hoe het met me gaat en dat is prettig. Veel mensen staan rond hoge tafels, maar ik ga lekker zitten op een tuinstoel en praat met iemand die ook vraagt hoe het gaat. Het is gezellig en ik ben goed in staat om ook over andere dingen te praten. Toch speelt door mijn hoofd dat Jan er de vorige keer nog bij was en dat ik nu alleen ben. Verder komt geen mens even naar me toe, iedereen is druk bezig met zichzelf en anderen, zo gaat het nou eenmaal.

De zus van mijn vriendin ken ik al dertig jaar en ik weet allang hoe zij in elkaar steekt: aardig, maar weinig tot geen diepgang. Als zij op het punt van weggaan op haar man wacht, staat zij naast mijn stoel en vraagt: "hoe gaat het met je moeder?".
Pardon, je bedoelt zeker hoe het met mij gaat?! Maar nee, dat zeg ik niet en riedel hetzelfde verhaaltje over mijn moeder op dat ik de vorige keer ook verteld heb. Hoezo onmachtig om met gevoel om te gaan...?

Later heb ik een lang gesprek met een "oude" vriendin. We praten over Jan. Hoe mager hij de laatste keer was, hoe hij zich vasthield aan het leven. Ik vertel haar het hele verhaal: de maanden voor zijn dood, over de ziekenhuisopname op 31 oktober 2006, over de dagen en nachten die we in het ziekenhuis hebben gebivakkeerd, hoe mijn zoon (toen nog 11 jaar) het beleefde, samen met zijn neefjes van toen 11 en 14 jaar, hoe die jongens met zijn drieën mochten slapen op de kamer waar normaal chemotherapie wordt gegeven, dat Jan negen dagen met zijn ogen open heeft geslapen en ik vertel dat hij - godzijdank - rustig is ingeslapen.

Na dit gesprek ben ik direct naar huis gefietst, een beetje somber, niet huilend, wel met ietwat waterige ogen.
Als ik thuis ben, zet ik toch de televisie maar aan. Ik begin op Nederland 1 en val in het, net begonnen, cabaretprogramma van Jan Jaap van der Wal. Ik ken zijn naam, maar heb nog nooit iets van hem gezien. Als ik hem wel eens voorbij zag komen, dacht ik: man, ga eens naar de kapper.
Maar Jan Jaap hield mijn aandacht gevangen en hij is goed. In mijn eentje heb ik vreselijk moeten lachen. Met dank aan Jan Jaap van der Wal, want ik voelde me daarna een stuk beter.

Lieve groet voor iedereen

Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl



21-06-2007

"I did it!"
Dit is mijn triomfkreet sinds ik in 2003 in het Engels als ervaringsdeskundige, met mijn eigen verhaal in een notendop, een internationaal symposium over niet-aangeboren hersenletsel mocht openen. Ik reserveer deze kreet voor heel bijzondere ervaringen waarover ik trots op mezelf mag zijn. Wat was ik toen trots en Jan ook!
Het toenmalige gevoel was compleet omdat we het samen deelden. Nu moet ik in m'n eentje trots zijn op zaken die ik goed voor elkaar gekregen heb. Het gevoel van blijdschap is eraf. Al complimenteert iedereen mij, er komt geen vreugde meer bij. In feite wil ik het compliment hebben van hem die er niet meer is.

Jan regelde altijd met grote zorg en kennis van zaken het onderhoud van ons monumentenpand(je). De fraaie buitenkant van het huis begon wat kaal te worden. Aanvankelijk vond ik het wel mooi symbolisch: het huis en ikzelf, beiden hun glans kwijt. Maar, ondanks mijn somberheid, heb ik contact opgenomen met een goede aannemer. Na vijf weken steigers, schilders, timmerlieden, opzichters, drukte en onrust staat mijn huis er weer stralend bij. Precies zoals Jan het gewild zou hebben. Voor het eerst sinds twee jaar zeg ik nu weer: "I did it!"

Nóg een wapenfeit waarop ik trots kan zijn: ik ben een week, helemaal alleen, naar Lanzarote geweest. Met Jan was ik er tweemaal. We vonden het een heel bijzonder eiland, nog afgezien van het mooie weer. Zorgvuldig had ik een locatie uitgezocht waarvan ik dacht me het prettigst te kunnen voelen, zonder gezelschap. Intussen weet ik wat voor mij, in mijn nieuwe status, geschikte plaatsen zijn. Welnu, ik heb gelijk gekregen. Ik heb ervaren dat ik het echt kan: alleen reizen, alleen een appartement bewonen, spontaan wat vluchtige contacten hebben, me kunnen redden als (niet heel ernstige) gehandicapte, alleen op terrasjes zitten, dagexcursies maken. Ik heb er zelfs van genoten!
Bij het thuiskomen, terwijl ik de trappen opliep, stroomden ineens de tranen weer. Maar toch: "I did it!"

Deze ervaringen hebben me weer wat vertrouwen in een redelijk onafhankelijke toekomst opgeleverd.

Marijke Verhaak-Zuidema, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


20 juni 2007

Hallo allemaal,

Ik heb vanmorgen weer de laatste bijdragen gelezen en er waren twee dingen die me raakte.

Iemand schreef dat "hun" huis langzamerhand "haar" huis werd. Dat voelde ik een jaartje of twee geleden ook ineens bij mezelf. Eerst is het een paar jaar absoluut nog ons huis geweest, behoudens een nieuwe bank was verder alles hetzelfde. Maar steeds meer begon ik dingen weg te doen en er iets anders voor in de plaats te zetten, en vooral in de vorm van accessoires. Ook gaf ik de muren een ander kleurtje. Ik heb inmiddels ook de tuin veranderd, eerst was er gras, nu tegels.
Het gevoel dat het steeds meer "mijn" huis werd, was voor mij een vreemde gewaarwording. Aan de ene kant betekende het dat het beter met mij ging en ik het leven alleen weer op de rails kreeg, aan de andere kant maakte dat ook weer pijnlijk duidelijk dat Harry inderdaad nooit meer terugkomt. Het is nu inderdaad mijn huis, maar Harry leeft er ook nog, in mijn hart, elke dag.

Het tweede wat me aansprak is, dat het inderdaad zeer doet als je, op bijvoorbeeld een formulier, je burgerlijke staat moet invullen. Met 'alleenstaand' blijf ik moeite hebben. En met het woord 'vrijgezel' voel ik me al helemaal niet prettig. Ik vul dan ook meestal 'weduwe' in. Ook als iemand mij eens vraagt of ik getrouwd ben, een vriend heb of vrijgezel ben, dan antwoord ik altijd dat ik weduwe ben.
Een paar jaar terug heb ik mijn nieuwe paspoort wel op mijn meisjesnaam laten zetten, en toen ik uit het gemeentehuis naar buiten kwam liep er toch stiekem een traantje over mijn wang. Ik stel me ook altijd nog voor met zijn achternaam, me voorstellen met mijn meisjesnaam voelt niet goed. Nu na acht jaar nog steeds niet.

Nou, ik ga nu stoppen, want vanmiddag ga ik op visite bij de moeder van een goede vriend van mij. Ik hoop dat we lekker in haar tuin kunnen zitten.
Ik wens iedereen natuurlijk veel sterkte en hoop dat jullie vandaag ook een beetje kunnen genieten van het zonnetje.

Warme groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


20-06-2007

Monique, ik hoop ook dat het nu draait als een zonnetje met Planet…

Ik ben de week slecht doorgekomen, het is net of doe ik elke dag een stap terug, maar dat kan ook bijna niet anders. Vandaag is het acht weken geleden (ik denk nog in weken, maar er zal een tijd komen dat dit maanden en jaren gaan worden). Ben ook mailtjes kwijtgeraakt op mijn pc, ook hier werkte het niet allemaal naar behoren, kan er ook nog wel bij.
Ben vorige week donderdag bij onze huisarts geweest, ook zo'n crime. Ben zo vaak de laatste maanden in die praktijk geweest, maar niet voor mezelf maar voor Geert. Er zijn weken bij dat ik er kind aan huis was, nu maar voor mezelf er naartoe. Heb het gevoel dat ik enorm vastloop; ik kan niet op momenten dat ik wil over Geert praten. Soms beginnen vrienden en familie erover, maar dat is maar heel even. Het moet beslist niet te lang duren, ze weten niet goed hoe met mijn verdriet om te gaan. Dus ik mag vrijdag a.s. naar de psycholoog. Ik naar de psycholoog... Nou, ik zie wel wat het oplevert, weet ook niet wat ik ervan verwachten moet. Maar ik besef wel dat de laatste jaren en vooral de laatste maanden erg traumatisch waren, en dat kan ik niet in mijn eentje verwerken.

Ik doe mijn ding, regel alles, maar op de automatische piloot. Zo ben ik gisteren met mijn verstand op nul naar onze garage gereden. Ik moet onze auto wegdoen, is te groot en te duur nu voor mij. Vrienden hebben hem al op Internet gezet, maar dat wordt niet wat. Wat was dit zwaar zeg. Voor twee jaar terug zaten we samen op dat kantoortje bij die dealer. Samen de auto uitgezocht die ik nu weg moet doen, het doet me pijn, en niet om dat stuk blik, hoor. Ik zat daar wel, en ze konden me ook appels voor peren verkopen, maar de verkoper begreep het wel. Hij heeft alles op papier gezet. Ik heb in een mooi autootje gezeten en dat zal hem waarschijnlijk worden. Of ik ook nog een proefritje wilde maken? Nou nee, ik kom morgen wel terug, met een vriend, ook nog om even over de prijs te praten, kan ik nu niet. Maar ondanks dat het erg emotioneel was, ben ik toch trots dat ik het gedaan heb, en ik weet zeker dat Geert dat ook zou zijn.

Ondanks alle ellende ga ik ook proberen om naar onze camping te gaan voor een paar weken. De caravan wordt er voor me neergezet door mijn zwager, naast onze lieve vrienden. Ik zie wel hoe het gaat, als het niet gaat dan ben ik in no-time weer thuis.
Waar ik óók mee bezig ben, is schrijven. Ik schrijf naar Geert, elke dag weer. Dat was een goed advies van de mensen die gemaild hebben. Bedankt nog.

Anja de Graaf; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl


19-06-2007

Hallo Monique,

Ik weet niet hoe ik moet beginnen, maar ik wil gewoon even stoom afblazen.
Op 6 april 2007 is mijn man Marcel, net 46, plotseling overleden door een acute hartstilstand, en ook nog eens in het buitenland. We hebben geen afscheid van elkaar kunnen nemen, anders dan alleen de maandag ervoor toen ik hem naar de boot bracht en hem een knuffel gaf en zei dat ik van hem hield en "tot de 13 de."

Op Goede Vrijdag stond daar plotseling een man van zijn werk voor de deur met de vraag of we even naar binnen konden gaan want hij had een bericht over Marcel. Op dat moment gaat de grond onder je voeten open en stort alles in. De kinderen bellen dat ze thuis moesten komen (ze zijn 18 en 16 jaar), mijn ouders bellen en de rest van de familie.
Die week heb ik in een roes geleefd en ik ben blij dat mijn broer overal foto's en een film van gemaakt heeft (Marcel is met de helikopter uit Engeland overgevlogen).

Ik kan alleen zeggen dat ik hem ontzettend mis en hier op de site lees ik dat ik niet de enige ben. Ik kom heel herkenbare dingen tegen. Ik voel me ook nog te jong (ben 43) om me 'weduwe' te noemen, maar ik weet niet hoe het anders moet. Volgende maand wordt het ook al beladen want de 19de is onze trouwdag en die zal nooit meer verder gaan dan 21 jaar…
Zaterdag is mijn zoon jarig en we zien er als een berg tegenop, maar ik weet dat hij had gewild dat we door moesten gaan, maar het doet pijn.

Voor de buitenwereld doen we gewoon, maar thuis is het huilen. De mensen verwachten het gewoon, het leven draait door. Maar hóe moet je verder als je weet dat je maatje er niet meer is die je opvangt na je werk. De kinderen missen hun toffe vader die overal voor in was en met alles hielp.

Lieve Monique, het is misschien een warrig verhaal, maar ik wilde het even kwijt en ik zit nu alweer te snotteren. Ik ga morgen nog even verder op je site kijken hoe ik eventueel met anderen in contact kan komen, maar dat kan ook volgende week worden want dit verhaal heb ik al tig keren gewist, maar ik wilde nu even met iemand "praten". Kijk maar wat je er mee doet.

Groetjes en bedankt voor het lezen.

Jeanne van Houwelingen; e-mailadres: maw.vanhouwelingen@quicknet.nl


18-06-2007

Hallo lotgenoten,

Deze week ontving ik een kaart van de afdeling Hematologie van het VU ziekenhuis in Amsterdam. Bijgesloten ontving ik een overzicht met adressen in verband met rouwverwerking en viel mijn oog op de Draaikolk. Na een aantal reacties gelezen te hebben, dacht ik: hier moet ik ook op reageren. Het doet me goed om te lezen dat anderen ook met bepaalde problemen kampen.

Ik heb 29 januari 2007 mijn man verloren. Hij was vanaf september 2005 ziek; een syndroom wat een voorloper kan zijn van acute myeloide leukemie. Helaas is dat op zijn verjaardag 4 mei 2006 ook een acute leukemie geworden en is hij in het VU ziekenhuis beland gedurende drie maanden, waarvan één maand in coma.
In augustus vol goede moed weer naar huis om te revalideren om weer verder te kunnen met de chemo, maar het noodlot sloeg toe. Half september bleek de leukemie weer terug te zijn. Nog maar een paar maanden te leven… Je wereld stort in.
Mijn oudste zoontje (11 jaar) heeft alles bij elkaar geschreeuwd toen we vertelden dat papa dood zou gaan. Mijn jongste kind (meisje 9 jaar) reageerde weer heel anders. Die wou allemaal nog leuke dingen doen met papa en ons, maar helaas was papa daar te zwak voor.

Mijn man was 47 jaar toen hij overleed, we missen hem nog steeds heel erg. Ik werk wel weer volledig (drie dagen per week) en dat doet me goed, hoewel het me af en toe toch heel zwaar valt. Ik ben zelf ook 47 jaar. Ik doe mijn best om de draad weer op te pakken. Het lukt ons aardig, maar ik zit af en toe ook in een dip, wat voor mensen die dit nog nooit hebben meegemaakt soms moeilijk te begrijpen is.
Ik ben in april wel lekker een weekje met mijn kinderen naar Egypte geweest en dat heeft ons even goed gedaan. Morgenochtend gaat mijn zoon op kamp met school. Hij gaat na de grote vakantie naar de middelbare school. Ik voel nu al dat ik hem ga missen.

Voor vandaag vind ik het even genoeg. Het was voor mij best een stap om dit op te schrijven en tijdens het schrijven komen er toch weer emoties los.

Lieve groetjes van

Nel Roos, e-mailadres: nelroos@zonnet.nl


14-06-2007

Het is maanden geleden dat ik naar de Draaikolk geschreven heb. Ondertussen heb ik er wel veel gelezen, de bijdragen van mensen bekeken en steeds weer gevoeld hoe zeer diep verdriet vanwege rouw en dapper doorknokken hand in hand gaan tijdens het proces van 'doorgaan met ademhalen'.

Zelf ben ik nu ruim zestien maanden voorbij Hans sterfdag (7 februari 2006, longkanker). Mijn leven nu lijkt in niets op het leven dat wij samen hadden. En ook ik ben veranderd. Rustiger, stiller, minder verwachtend van het leven. "De lat moet lager", heb ik mezelf het afgelopen jaar vaak voorgehouden, en steeds weer bevestigde de praktijk dit voornemen. Ik zal details achterwege laten, maar lotgenoten zullen haarfijn aanvoelen wat ik hiermee bedoel.
Ik probeer cynisme tegen te houden, het keert zich namelijk tegen je. Dat lukt niet altijd, moet ik bekennen. Inherent aan doorgaan met het leven is gelukkig ook dat zich nieuwe kansen aandienen. Anonieme buren worden opeens hartelijke en zorgzame 'medelevenden', zoiets doet je goed. Lotgenoten sturen op de goede momenten hartelijke e-mails, met precies de thematiek waarmee jij op dat moment worstelt. Onverwachte ontmoetingen die je doen beseffen dat je meer kunt dan alleen maar ademhalen. Die je van ding weer tot mens verheffen. "Er gaat weer bloed door m'n aderen in plaats van azijn", heb ik het wel eens gekscherend genoemd.

Het proces van herstel is ingezet, dat voel ik. Mijn weerbaarheid is aan het herstellen, mijn vitaliteit ook. Ik herijk mijn leven, iedere dag een beetje meer. Dat ik opeens rotdagen heb, zonder aanwijsbare aanleiding, heb ik ondertussen begrepen. Ik vind er niets meer van. Weet dat ook zo'n dag maar 24 uur telt.
Langzaam transformeer ik het huis. Een ander schilderij, een nieuwe kast, de slaapkamer anders ingericht. Spullen van Hans die ik weggeef aan liefhebbers van biljarten en vissen. Zo wordt 'ons' huis iedere dag een beetje meer 'mijn' huis. Voorwaarde om verder te gaan, heb ik het afgelopen jaar ervaren. Ik zeg niet dat dit voor iedereen zal gelden hoor, hou me ten goede. Er zijn al genoeg betweters in de wereld. Ik hou het bij mezelf. Voor mij werkt het, ik ervaar ruimte bij opruimen en verandering. Hans zit voor eeuwig in mijn hart. Maar ik geloof niet in het aanleggen van een collectie trillende atomen die me te pas en te onpas eraan herinnert wat we hier allemaal meegemaakt hebben.
Ik ben nu 47 jaar, kijk volgens de statistieken nog pak 'm beet dertig jaar de toekomst in (voor wat statistieken waard zijn...) dus ik wil een modus vinden om verder te gaan. En als dat een beetje leuk kan, dan graag. Hans zou het me gunnen, en ik mezelf eigenlijk ook...

Lisenka Pechtold; e-mailadres:
lisenkapechtold@hotmail.com


14-06-2007

De eerste acht weken achter de rug zonder Geert, weken van 'opruiming houden', zo voelt het wel.

Bankzaken regelen, alles op mijn naam overzetten. Met één druk op de knop zijn alle gegevens weg van Geert, wat doet dit pijn. Bedrijf uit laten schrijven van Geert, kwam hij zelf nooit aan toe op zijn manier. Nou, ik weet nu wáárom niet, en maar weer janken. Combi-Care, het bedrijf waar we stoma-materialen van kregen voor Geert, opgebeld. Ik kreeg nog een magazine op naam van Geert want hij was nog niet uitgeschreven, dus dat zou ze nog even doen. "Mag ik de geboortedatum van uw man?". Ja hoor, toe maar: "15 juni 1960". "Goed", hoor ik even later, "hij is nu uitgeschreven". Verzekeringen allemaal uitgeschreven, wat een confrontaties, en ik word er thuis in de stilte al zo mee geconfronteerd…

De waarheid begint langzaam tot me door te dringen: Geert komt niet meer thuis. Morgen zou hij 47 worden, zijn eerste verjaardag zonder hem. Ben er al de hele week van ondersteboven. Ik krijg familie over de vloer om mij te steunen, maar het zal nooit meer hetzelfde zijn, nooit meer...
En Geert kan dan wel uitgeschreven zijn overal, maar niet bij mij. Hij zit in mijn hart, in mijn bloed.
Morgenavond drink ik maar een borrel op je, als iedereen weg is. Lieverd, ik mis je zo.

Anja de Graaf; e-mailadres:
geertdegraaf@versatel.nl


13-06-2007

Hallo Monique, en andere lotgenoten,

Na het overlijden van mijn man Tom in 2005 heb ik veelvuldig deze site bezocht. Laatst heb je mij verrassend persoonlijk bedankt voor mijn donatie. Ik heb je toen terug gemaild dat ik het best moeilijk vond om openbaar op de site te reageren.

Mijn man is plotseling overleden aan een complicatie bij kort daarvoor ontdekte, vergaand uitgezaaide prostaatkanker. Ik heb mij lange tijd erg schuldig gevoeld over de laatste uren van zijn leven, over hoe ik anders had kunnen handelen. Ondanks dat we niet met woorden afscheid hebben kunnen nemen, voel ik mij wel bevoorrecht dat we bij elkaar waren, en dat hij omringd was door warmte van o.a. zijn kinderen.
Op de site putte ik vooral veel steun aan de herkenbare situaties, het als het ware begrepen worden door lotgenoten.

Over trouwringen gesproken: ik heb de mijne nog steeds om. Ik heb er zelfs niet bij nagedacht om er iets anders mee te doen. Ik voel mij ook nog getrouwd. Ik ben dan ook benieuwd wat lotgenoten vinden van de situatie waarbij je burgerlijke staat moet invullen. Ik zet soms een kruisje bij 'gehuwd' of maak er een vakje bij met 'weduwe'. Ik weiger om 'alleenstaand' in te vullen.
Ik vind het ook niet erg als bekenden tegen mij nog 'jullie' zeggen, en omdat het zo af en toe gebeurt vind ik dat nog fijn ook (hoort Tom er toch gewoon nog bij…). Ik ben benieuwd of er lotgenoten zijn die dat ook meemaken en ik kan mij best voorstellen dat dit voor sommigen dan juist weer confronterend is.

Zes weken voordat Tom werd opgenomen in het ziekenhuis waren wij verhuisd en deze situatie bemerk ik ook vaak op de site of om mij heen. Sommige lotgenoten waren een grote verbouwing gestart of waren net verhuisd of moesten nog verhuizen.
Dat rouwen hard werken is, vol met valkuilen en terugslagen, daar herken ik mijzelf ook in. Ik zou het af en toe meer 'uitputtend' willen noemen.
Ik begin nu langzaam weer het heft in handen te krijgen en ben begonnen de (verhuis)staat van het huis te veranderen. Maar ik wil nog steeds teveel tegelijk en zit nog vol onrust, de afgrond van de valkuil in zicht, neus naar voren… Toch maar doorgaan...

Vriendelijke groet,

Jolande Roestenberg; e-mailadres: jwindmuller@planet.nl


12-06-2007

Hallo,

Ik ben op zoek naar mensen die me op weg kunnen helpen bij het verwerken van het verlies van mijn vrouw. Zij is op 2 mei 2007 overleden en plotseling. Ik weet niet wat ik moet doen en wil er over praten.

Help me. Bedankt voor de aandacht alvast.

Groetjes,

Jan Janssen; e-mailadres: jan-41@live.nl


05-06-2007

Hallo Monique en andere lotgenoten,

Eindelijk dan eens een reactie van iemand die al sinds september 2004 de site bezoekt.

Om mijn verhaal niet te lang te maken: in december 1978 gingen we samenwonen, spaarden een fles vol dubbeltjes en zouden daar vriendschapsringen voor kopen. Onze zilveren vriendschapsringen met naam kregen wat later een datum erin en wel 12-09-80, onze trouwdatum. Vanaf die datum waren het onze trouwringen en hadden we onze verbondenheid, die er toch al was, bezegeld met een trouwboekje en een feest. Willem had wel moeite met het dragen van sieraden, maar zijn trouwring ging alleen af voor een bezoek aan de juwelier.

Zijn laatste levensweek in het ziekenhuis kon hij de ring op geen manier meer verdragen, dat deed hem zichtbaar pijn. Op 14 september 2004 overleed Willem. De ring werd aan onze zoon gegeven, is wel erg beschadigd, maar ligt in een doosje in zijn nachtkastje. Hij is bang hem kwijt te raken.
Mijn trouwring zit nog altijd op dezelfde plaats ongeschonden aan de ringvinger van mijn linkerhand. Daar blijft de ring naar mijn idee zitten tot... God mag het weten?

Zelf ben ik ook nog in het bezit van de trouwring van mijn moeder, die ligt ook al sinds ik getrouwd ben in mijn nachtkastje. Ik heb geen drang om er verder iets mee te doen en laat het liever puur.

Buiten onze drie kinderen, die de herinneringen met mij delen, zit Willem voor altijd in mijn hart. Wat de toekomst brengt, dat weet ik niet. Ik leef nog van dag tot dag...

Heel veel groetjes,

Nelleke van den Biggelaar, vrouw, geboren 27 september 1956; partner Willem (49) overleed op 14 september 2004 aan longkanker, uitgezaaid naar de lever en nieren; drie kinderen, waarvan de oudste uitwonend; e-mailadres: biggelcs@planet.nl


03-06-2007

Soms droom ik van mijn vrouw. We praten met elkaar. Zij vanuit haar wereld; ik vanuit de mijne. Vreemd vind ik dit niet. Als het beeld vervaagt, is de "ontmoeting" over. Na enige tijd word ik wakker, voel naast me, maar daar is niemand. Het kussen blijft leeg.

De TV zet ik aan. Vanuit het bed volg ik het half acht nieuws, maar door mijn onrust blijf ik niet lang liggen. Er moet nog zoveel gedaan worden. Hoe meer afleiding, hoe minder je hoeft te denken en piekeren. Je moet toch immers verder! Naar wat? Wat heeft het leven voor zin als je geen zin in leven hebt?

Dan denk ik aan het volgende:

Je mag zijn...

"Je mag zijn zoals je bent
om te worden wie je bent
maar nog niet kunt zijn
en je mag het worden
op jouw manier
en in jouw tijd!"

Lodewijk Lagemaat; e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com


03-06-2007

Dag Monique,

Jouw stukje over de trouwringen is weer heel herkenbaar. Ik denk dat we allemaal vroeger of later met die vraag zitten en daarmee aan de slag gaan.

Ik heb de ring van Harry, vanaf het moment dat hij was overleden, direct aan mijn ketting gehangen om hem maar niet kwijt te raken. Na enige tijd heb ik advies gevraagd en heb van onze beide ringen een mooie ring laten maken: de een als een slang om de andere gedraaid en de inscriptie is behouden.
Ik ben daar heel blij mee en eigenlijk ben ik daar ook trots op (klinkt misschien wat raar). Ik draag mijn, en nu dus onze ring, tenslotte al vanaf 16 juni 1965. Dat was toen onze verlovingsdatum.

Monique, ik wens jou en alle lotgenoten - ondanks ons gemis - toch een goede zomer toe. We moeten er zelf iets van proberen te maken.

Groetjes,

Magda Minderhoud, vrouw, geboren 16 juni 1943; partner Harry (61) op 23 juni 2004 overleden aan hersentumoren; twee uitwonende kinderen; e-mailadres: minderhoud@kabelfoon.nl


02-06-2007

Hallo,

Ik ben Lily, 48 jaar, en sinds twee jaar weduwe. Ik had nooit gedacht dat dit mij nog zou overkomen, maar ik ben waanzinnig verliefd geworden. In januari kwam ik via een site een lotgenoot tegen. Hij is 52 jaar en iets langer dan ik weduwnaar, hij heeft twee volwassen kinderen.

Na een tijd chatten op mijn verjaardag, stond hij ineens voor mijn deur met een vette bos bloemen. Ik zat aan de telefoon en mijn zoon deed open. Hij was hevig gepikeerd en vroeg zich af: wat moet die man hier? Hij vond het helemaal niet leuk, gedroeg zich niet netjes, wou die man niet eens een hand geven.
Ik schaamde mij een beetje en zei dat ik het wel leuk vond van hem en attent en beloofde dat we het bezoekje nog wel eens over zouden doen. Ik heb dat gedaan. We zijn een hele dag in Valkenburg en Epen geweest en hebben een fantastische dag met elkaar doorgebracht.

Sindsdien is het menens tussen ons en zijn we stapel op elkaar. We weten allebei niet goed wat ons overkomt. Het klikt gewoon heel goed samen. Ik heb een gedicht gemaakt voor hem.

Jij

Ineens stond je met een bos bloemen voor mijn deur,
toen ik jou zag kreeg ik gelijk een kleur
Van binnen kreeg ik een apart gevoel,
misschien weet jij wel wat ik hiermee bedoel

De vlinders kriebelen in mijn buik overal rond
en ik voel me na een lange tijd eindelijk weer gelukkig en gezond
Er brand voor mij ergens weer een licht
als ik jou aankijk in je lieve gezicht

Lily

Lily Bos; e-mailadres: lily_bos@hotmail.com


02-06-2007

Beste Monique,

Hier nog een vervolg op mijn brief van 8 april 2007. Ik denk dat best meer mensen zulke ervaringen hebben, maar daar niet zo snel iets over schrijven.

Ik wil het met jullie even hebben over mijn geestelijke ervaringen na het overlijden van Carmen. De eerste keer dat ik iemand verloor die me erg dierbaar was, maakte ik een paar vreemde dingen mee, namelijk bij mijn broer Ben, zo'n twintig jaar geleden.
Op de avond dat hij stierf, was ik samen met Carmen. Ik moest opeens heel sterk aan mijn broer denken en ik voelde een heel sterke walm door me heen gaan. Ik vond het wel vreemd, maar ik heb het maar zo gelaten.
De volgende ochtend kreeg ik een telefoontje dat hij op dat moment door die walm was overleden, het was blijkbaar een soort afscheid van hem. Twee weken later moest ik weer heel sterk aan hem denken. Ik lag thuis op de bank en er begon zich een soort verschijning te ontwikkelen. Ik was erg rustig, maar ik heb toen gezegd: "Ben, ga maar. Ik red het wel alleen."
Met Carmen heb ik ook zoiets meegemaakt. Ik zag duidelijk Carmen verschijnen op het balkon waar ik op uitkijk als ik op bed lig. Ik was heel rustig en totaal niet bang. Ook Carmen heb ik gezegd dat ze moest gaan en dat gebeurde ook.

Ik denk dat ik juist heb gehandeld want volgens mij moet je je overleden geliefde niet op deze manier proberen vast te houden, hoe moeilijk het ook is om je geliefde los te laten. Ik denk zelf dat mijn broer en Carmen in de hemel zijn en rust hebben, en wat dat inhoudt, dat weten zij alleen.

Nico Gilbers; e-mailadres:
nico-gilbers@hotmail.com

P.S.:
Door problemen met mijn internetprovider kan het zijn dat ik eventuele reacties op mijn vorige mail niet heb ontvangen. Ik zou het fijn vinden als ik deze opnieuw zou mogen ontvangen.


02-06-2007

Nee, je trouwring droeg ik niet. Hij zat gewoon niet lekker om de vinger, bovendien kreeg ik er uitslag van. Ik bewaarde hem zorgvuldig in een kistje.
Nu je dood bent, wil ik iets met onze ringen. Niet om mijn vinger. Ik moet er niet aan denken twee gouden ringen aan mijn vinger te hebben. Ik wil ook niet zo zichtbaar met het stempel van een weduwe lopen. Ik koop een gouden ketting en hang ze zo om mijn hals.

Onze dochter vindt het goud niet bij mij passen. Dat klopt. Ik vind jouw dood ook niet bij me passen. Toch heb ik behoefte om jouw dood symbolisch uit te dragen. Ik wil me onderscheiden van de gescheiden mensen. Ik wilde met jou oud worden. Ik heb geen invloed op jouw dood gehad. Er is mij geen toestemming gevraagd. Als dat wel zo was, dan had ik om uitstel voor later gevraagd.

Ik draag de ringen te bewust om mijn hals. Ik hoor ze altijd tegen elkaar aan klingelen. Ik krijg er vreemde associaties bij, over koeien die met een grote bel om hun nek lopen in de bergen. Als ze verdwalen, zijn ze van verre te horen. Als ik verdwaal, ben ik dan ook te horen?
In mijn beleving worden de ringen om mijn hals steeds groter en zwaarder. Ze gaan me irriteren.

Ik besluit om er iets moois van te laten maken, maar ik wil dat je kunt blijven zien dat het twee trouwringen zijn. Ik laat ze in elkaar smeden als een ronde kogel. Het is mooi geworden. Ik ben niet meer te horen als ik me beweeg.

Is deze kogel de gouden glans van weduwe zijn?

Ria Peters; e-mailadres: jilmo@planet.nl


02-06-2007

Beste Monique,

Op 16 februari is mijn vrouw Nelline plotseling overleden. In het begin is er veel aandacht en is er heel veel te regelen. Maar die aandacht ebt weg en vervolgens ben je alleen met alle gevoelens. Ik denk dat die gevoelens alleen met lotgenoten gedeeld kunnen worden.
Op zoek hiernaar kwam ik je website tegen en ik was verbaasd dat zoiets bestond. De openhartigheid van de deelnemers, de hele opzet van de zeer verzorgde website, ik vind het perfect.

Al lezende zie ik ook zoveel overeenkomsten met wat ik zelf momenteel doormaak. Ik las je stukje over het wel of niet dragen van de trouwring. Ik zie het als een stukje verbondenheid met Nelline. Zevenentwintig jaar geleden zijn we in liefde getrouwd en nu voel ik die liefde voor haar nóg sterker.
De ring is voor ons altijd een teken van verbondenheid geweest en dat zal zo blijven. Het wel of niet dragen ervan is voor de een belangrijk, voor de ander niet. Ook kan de persoonlijke situatie in de loop der tijd veranderen door bijvoorbeeld een nieuwe partner. In ieder geval een interessant onderwerp met (hopelijk) veel reacties.

Veel succes met je website.

Met vriendelijke groet,

Arend Simons; e-mailadres:
asimons@12move.nl


02-06-2007

Dag Monique,

Een dag voor het plotselinge overlijden van Dick vertelde hij mij dat hij zijn trouwring "ergens" boven, tussen zijn immense archief, kwijtgeraakt was. "Morgenavond zal ik proberen hem op te speuren", was mijn reactie. Dat is er dus niet meer van gekomen.
Weken nadien alles afgezocht, werd er tureluurs en emotioneel van, want de ring bleef onvindbaar. Pas toen de kinderen aan de slag gingen, werd hij binnen drie minuten gevonden. Vreemd en iets om over na te denken? Hij stak tussen twee dikke boeken uit die ik ook al onderhanden genomen had.

Heb bij de juwelier uit zijn ring een stukje laten halen en dat hebben ze gebruikt om er een mooi steentje in te zetten. Ik draag dus twee ringen die kunstig samengevoegd zijn. De inscripties zijn nog steeds duidelijk te zien en op deze wijze heb ik het gevoel dat we nog verbonden zijn, niet alleen die bijna veertig jaar, maar tot op de dag van vandaag.

Hartelijke groet,

Anke Loman, vrouw, geboren 20 mei 1943; partner Dick op 18 januari 2001 aan een hartstilstand overleden; drie uitwonende kinderen; e-mailadres: a.loman2@chello.nl


01-06-2007

Dag Monique,

Naast mijn toetsenbord ligt jouw verhaal over verbondenheid (Hoofdredactioneel: 'Verbondenheid', red.). Ik wil er graag op reageren. Het ontroerde me en ik heb het daarom afgedrukt om het in mijn map te stoppen bij alle andere verhalen die ik zelf schrijf of die ik via de mail van lotgenoten en vrienden toegestuurd krijg.

Waardoor en vanwaar die ontroering?, vroeg ik mij af. Niet dat ik veel herkende in jouw verhaal. Uiteraard is het ook niet mijn verhaal, zelfs niet als het alleen maar over trouwringen zou gaan en jij jouw persoonlijke gedachten, associaties en belevenissen niet had toegevoegd.
Het ontroerde me door wat je vertelt en vooral hoeveel je vertelt, in een stukje niet groter dan een A4tje. Bovendien zie ik voor me hoe je tijdens het etentje observeert en op welke manier je deel uitmaakt van het gezelschap. Over dat laatste had je al eens wat verteld.

Het deed me terugdenken aan mijn pogingen de trouwring van mijn moeder terug te vinden in de inventaris van mijn in mei 2006 overleden vader. Mijn moeder stierf in 1992. Toen was het uiteraard mijn vader voor wie haar trouwring emotionele waarde vertegenwoordigde. Die van mijn vader is er, maar moeders ring is verdwenen. Ik vind het jammer dat ik ze niet allebei heb.

Maar vooral dacht ik aan Wim en mij en aan ons trouwen in 1981. Wij vonden het aanschaffen en dragen van trouwringen niet nodig. Wij wisten dat we onvoorwaardelijk voor elkaar hadden gekozen en dat vonden we voldoende. Het verklaren van onze liefde aan elkaar was een persoonlijke getuigenis, waar een ring niets aan toe of af deed. Wim heeft die overtuiging altijd gehad en gehouden. Hij had al eens een trouwring gedragen - ik was zijn tweede vrouw - en in hoeverre het mislukken van zijn eerste huwelijk ermee te maken had? Ik weet het niet (meer).

Aan mijn rechter ringvinger draag ik een gladde zilveren ring, zonder inscriptie. Ik kreeg hem van Wim, een tijdje voor ons trouwen. Hij zocht hem, samen met mij, voor me uit. Zelf wou hij er geen. Het is een levendige herinnering: wij samen voor de etalage van de juwelier op zoek naar uitdrukkelijk alleen een ring voor mij.
Deze ring blijf ik dragen.

Nu weet en voel ik opeens de bron van mijn ontroering…

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


01-06-2007

Hallo Monique,

Onze trouwringen liggen momenteel bij een kennisje die ze, want ze is edelsmid, gaat versmelten en daarvan een hangertje gaat maken.
Toen Harry net overleden was, heb ik al heel snel onze ringen aan elkaar laten zetten door middel van een witgouden randje ertussen en zo heb ik die ring ongeveer een jaar gedragen. Daarna heb ik de ring aan een kettinkje gedaan en om mijn hals gedragen. Nu, na acht jaar dus, had ik ineens het gevoel dat ik dat niet meer wilde, maar dat ik wel dat goud wil bewaren, vandaar dat ik er nu een andere vorm van laat maken.

Voor ons beiden was onze trouwring een teken van verbondenheid. Harry was verder geen type voor sieraden, alleen de ring heeft hij altijd omgehad. Ik heb me na zijn heengaan lang nog getrouwd gevoeld en ik wilde dat ook.
Op een dag kreeg ik de verklaring van erfrecht en daar staat dan in dat je de wettige erfgename bent, maar ook dat het huwelijk door het overlijden is ontbonden, wettelijk gezien. Wat deed dat zeer om te lezen. Ik voelde een soort boosheid ook, zo van: hoe komen ze daar nou bij! Maar ja, dat zijn nu eenmaal van die wettekstjes.

Als ik er nu zo even over nadenk, heeft het lang geduurd voordat ik me een vrijgezel voelde. Misschien voel ik het stiekem diep in mijn hart nog steeds niet zo… Ik weet het eigenlijk niet precies.

In ieder geval is Harry tot mijn eigen einde een deel van mij. En aan de sieraden die ik van hem kreeg, en aan zijn eigen horloge, brilletje en sloffen, hecht ik heel veel waarde. Die zal ik nooit wegdoen.

Warme groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


01-06-2007

Donderdag 20 april 2006 begint zoals zoveel andere dagen, maar eindigt zoals ik nooit had kunnen denken. Die avond overlijdt mijn man Willem (51) aan een hartinfarct op de tennisbaan. Als ik hem later in het ziekenhuis mag zien, kan ik het niet geloven. Ik huil, ik schreeuw: "dit kan niet, dit mag niet, jullie vergissen je!"
Hoe is het mogelijk dat iemand er zomaar van de ene op de andere seconde niet meer is. Hij is nooit ziek geweest, heeft nooit pijn op zijn borst gehad, nooit een waarschuwing… Dat kan toch niet! Maar helaas, het kan wel en mijn drie zonen (nu 19, 16 en 12) en ik (44) moeten zonder vader en man verder.

Maar het leven gaat door. Drie weken na het overlijden van zijn vader heeft mijn middelste zoon zijn examenfeest. Op de avond van het examenfeest wil hij zijn nette pak aan papa laten zien. Samen staan we bij het graf en mijn middelste is er van overtuigd dat papa die avond bij hem is. Maar hoe is het mogelijk dat deze zoon er zo nuchter over kan doen. Wat ben ik ontzettend trots op deze jongen en als hij naar het feest is, geef ik mij over aan mijn verdriet en laat ik al mijn tranen lopen die de hele avond al zo hoog zitten.
Zo aan het einde van een schooljaar zijn er veel ''leuke'' activiteiten'. Mijn jongste zoon zit in groep 8 en speelt in de musical op de afscheidsavond. Ik ben blij dat mijn andere twee zoons meegaan naar de afscheidsavond, maar het zou niet moeten. Ik wil daar met Willem heen!
Ook bij de diploma-uitreiking gaat er familie met me mee. Er zijn zo'n 400 mensen aanwezig, maar wat voel ik me eenzaam en alleen daar.
Dan is het zomervakantie en er hoeft niets meer. Niet meer naar allerlei ''leuke, gezellige'' avonden. En dan slaat de vermoeidheid toe, ik ben helemaal op. Val 's avonds als een blok in slaap en sta 's ochtends gebroken op. Regelmatig mag ik bij vrienden uithuilen en na zo'n huilbui kan ik er weer een poosje tegen.

Tussendoor probeer ik de boel draaiende te houden. Ik koop een kleinere auto, schilder het huis omdat het deze zomer moest gebeuren, ruim de kleren van Willem op en het gaat eigenlijk best wel lekker gezien de omstandigheden. Ik praat veel over Willem en gelukkig komt er nog steeds bezoek dat mijn verhaal weer wil aanhoren. Mijn oudste zoon praat ook makkelijk over zijn vader. Mijn middelste zoon zegt niets. Hij reageert heel nuchter: "het is gebeurd en we moeten het accepteren", zegt hij. Ik snap daar niets van. Het doet me pijn dat ik hem niet bereiken kan en niet met hem over zijn vader kan praten. Hij geeft duidelijk aan dat hij dat ook niet wil en hij snapt niet dat ik er niet over uitgepraat raak. We moeten beiden accepteren dat we het verlies anders verwerken.
Mijn jongste is nog te klein om zijn gevoelens te verwoorden, maar hij gedraagt zich niet anders en het gaat goed met hem.
Ook ga ik al weer vrij snel naar mijn werk, ik werk twintig uur in de week als administratief medewerkster. De eerste weken ga ik alleen maar voor de afleiding en dat voelt goed. Wat zijn al mijn collega's met me begaan en wat zijn ze begripvol! Ik kan daar mezelf zijn en ik vind ook daar een schouder om op uit te huilen.

In augustus zegt mijn oudste zoon dat hij voor het einde van het jaar de steen op het graf wil hebben liggen. Ik moet daar niets van weten en schuif het voor me uit. Maar uiteindelijk besef ik dat mijn jongens ook mee mogen beslissen wat zij willen. Mijn middelste zoon heeft getekend hoe hij de steen zou willen hebben. Weer ben ik helemaal van slag als ik zie dat een jongen van 16 een steen ontwerpt voor zijn vader. Weer word ik boos en opstandig, dit kan niet en mag niet!
Het zijn niet alleen de verdrietige momenten waarop ik Willem zo mis, ook de leuke dingen die gebeuren kan ik niet meer delen met hem. Mijn oudste haalt zijn rijbewijs en we laten het iedereen weten, maar wéér kunnen we het niet aan papa vertellen. Zal deze pijn en dit verdriet ooit overgaan?

En weer word ik boos en verdrietig als de eerste kerstkaarten komen. Sommige kaarten alleen met ''gelukkig Nieuwjaar'', andere met een persoonlijk woord. Het is weer zo confronterend als men ons veel kracht en sterkte wenst in het nieuwe jaar zonder Willem.
Net voor kerst wordt de steen geplaatst, mijn twee oudste zonen gaan gelijk kijken. Ik durf het niet en kan de confrontatie niet aan. Met kerst gaan we met de familie een weekje weg, we willen deze kerst niet thuis zijn. En het is goed om er even tussenuit te zijn, het wordt een week met een lach en een traan.
Dan wordt het oudejaarsdag, ik loop de hele dag met mijn ziel onder mijn armen. Ik loop ergens op te wachten, maar weet niet waarop. Misschien dat het twaalf uur wordt? En dan? Dan is het jaar voorbij. Maar voor mij is er niets voorbij, het volgend jaar is mijn verdriet er echt niet minder om.
En toch ben ik die oudejaarsnacht dankbaar voor de steun die ik ook nu weer van veel mensen krijg. 's Avonds zijn er de mensen die ons het afgelopen jaar zo enorm gesteund hebben. En ik voel me rijk met deze mensen om mij heen. De afgelopen maanden hebben wij een intensief contact gehad, de gesprekken hebben zich verdiept.
Op 3 januari zou Willem jarig zijn geweest, het is druk 's avonds. Iedereen neemt bloemen mee en we huilen weer met z'n allen.

In januari ga ik vier dagen werken om een collega tijdelijk te vervangen. Afleiding is goed, denk ik. Ook in deze periode krijgt mijn middelste zoon het een paar weken heel moeilijk. Eindelijk komt al zijn verdriet er uit. Hij mist papa zo. Hij en papa waren twee handen op één buik. Ze hebben allebei hetzelfde karakter en deden veel samen. Nu voelt hij zich zo ontzettend alleen en bij zijn vrienden gaat het leven gewoon door alsof er niets gebeurd is. Wat doet het ongelofelijk pijn om mijn zoon zo intens verdrietig te zien en ik kan niet anders dan mee huilen. Wat moet ik zeggen: "kom op joh, het valt wel mee."? Nee, het valt niet mee. Toch ben ik heel blij dat hij nu eens zijn verdriet laat zien en mij toelaat om hem te troosten.

Deze terugslag van hem heeft ook zijn weerslag op mij en eind februari stort ik in en weer ga ik de ziektewet in. Uiteindelijk kom ik bij de huisarts terecht en ik zeg dat ik het niet meer zie zitten, ik weet niet hoe ik verder moet. Zij stuurt me naar een professionele hulpverlener en hij gaat me de komende maanden begeleiden. Om de twee weken heb ik nu nog steeds een gesprek met hem en dat is goed. Altijd kom ik er heel emotioneel vandaan, blijkbaar zit er nog veel onverwerkt verdriet in me. Ook werd ik iedere keer boos als ik weer een terugslag had. Volgens mijn hulpverlener moet ik daar niet meer boos om worden. Rouwen is heel hard werken en dat gaat met ups en downs, dat kan niet anders. Hij benadrukt steeds dat ik er aan toe moet geven. Dat doe ik nu ook en ik moet heel diep gaan en dat kost ontzettend veel energie. Maar het kan niet anders, ik moet dwars door de pijn en het verdriet heen, om het uiteindelijk een plaatsje te geven.

Waar ik al weken tegenop zie, komt er nu toch echt aan: zijn eerste sterfdag. Het wordt een heel emotionele dag. Ik luister naar de herdenkingsdienst van vorig jaar die op CD staat en weer laat ik alle tranen stromen. Er komen kaarten, sms'jes van mensen die aan ons denken. Weer zit 's avonds de kamer vol met vrienden en familie. Een ieder is er op zijn eigen manier mee bezig geweest en het doet goed te weten dat veel mensen Willem niet zijn vergeten. Weer ben ik dankbaar voor zoveel steun, ook al zeggen de mensen dat ze zo weinig voor mij kunnen doen.

Een veel gehoorde opmerking was de laatste maanden: "als het eerste jaar maar voorbij is." Ook daar kan ik weer heel boos om worden. Het wordt niet makkelijker, het wordt alleen maar zwaarder! Gelukkig heb ik nog steeds een groep mensen om mij heen, waar ik altijd terecht kan. En ook op mijn werk is er nog steeds begrip voor mijn situatie en kijken ze er niet raar van op als ik zomaar ineens zit te huilen om iets dat ik lees of hoor.

Hebben anderen dat ook of ben ik de enige die nog regelmatig boos en opstandig is en die zomaar van iets helemaal van slag raak?
Daarom ben ik blij dat ik deze site gevonden heb, want hier begrijpt iedereen dat het na een jaar niet over is.

Hartelijke groet,

Gea Bolderman, vrouw, geboren 15 februari 1963; partner Willem (51) overleed 20 april 2006 aan een acuut hartinfarct, drie thuiswonende pubers; e-mailadres: geabolderman@wanadoo.nl

P.S.: Graag zou ik 10 juni meegegaan zijn met jullie wandeling, dat is namelijk dicht bij mij in de buurt, maar mijn jongste zoon wordt die dag 13 jaar.


01-06-2007

Dag lotgenoten,

Op de laatste bijeenkomst van de rouwgroep waaraan ik deel heb genomen werd ons de suggestie gedaan om een soort familiedossier aan te leggen. Op die manier kun je je nabestaanden veel moeilijkheden besparen, mocht je onverhoeds komen te overlijden.

Ik realiseerde me dat dit in mijn geval een hele goede zaak zou zijn. Mijn situatie is redelijk ingewikkeld, in zoverre dat mijn man Wim (overleden in september 2006) uit zijn eerste huwelijk drie kinderen heeft die, naast mij, benoemd zijn tot erfgenaam. Wim en ik hebben geen kinderen. Voor de goede orde: ik heb een goede band met die van hem.
Alles is in principe heel goed en voor alle partijen duidelijk geregeld in de door ons beiden gemaakte testamenten. Maar om de kinderen en mijn zus, die ik heb benoemd tot executeur-testamentair, onduidelijkheden te besparen wil ik mijn persoonlijke wensen vastleggen.

Is er iemand onder jullie die me daarover enige praktische suggesties kan geven, misschien door persoonlijke ervaring? Ik vind het moeilijk om er een begin mee te maken en zou erg geholpen zijn met wat ideeën hieromtrent. Ik hou er rekening mee dat er meer mensen zijn die hiermee bezig zijn en wie weet zijn die er ook mee geholpen.

Alvast heel erg bedankt voor de bemoeienissen.

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren