Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Binnengekomen
reacties van lotgenoten (28)
in mei en juni 2007
REACTIES binnengekomen in mei 2007:
31-05-2007
Dag lieve Monique,
Er komt heel wat verdriet dagelijks per mail naar je toe. Hoe verwerk je dat toch!
Vandaag, 31
mei, eerst naar revalidatie vanwege die knie die maar niet kan
buigen na de operatie. Ik houd me groot en beloof mezelf na de
pittige therapie in het restaurant een heerlijke cappuccino. Het
helpt niet mijn verdrietige stemming, die alweer een week duurt,
te verdrijven. "Alles goed?", vroegen ze me in
het inloophuis waar ik zeker 3x per week kom omdat ik niets of
niemand heb (dit is beslist niet zielig bedoeld, ik heb al zolang
geleerd alles alleen te moeten verwerken).
Naar waarheid zeg ik deze keer: "neen, ik mis Peter mijn
man zo verschrikkelijk." Men kijkt een beetje vreemd:
"hij is toch al drie jaar geleden overleden?"
Ja, dat weet ik ook wel, maar soms komt alles aangestormd alsof
het gisteren is gebeurd. "Het went wel, hoor. Bovendien,
je ziet er gelukkig weer goed uit de laatste tijd." Alsof
dát een graadmeter is voor verdriet!
Wat moet ik daar nu op antwoorden? Ik zeg niets want er zijn verschillende
mensen aanwezig die een echtgenoot of vrouw hebben verloren. Ze
zitten allen lachend aan de koffie, een paar geven me een knipoog.
"Komt wel goed", zeggen ze. En ik denk: komt
wel goed? Wat komt er goed? Nooit zal ik hem meer zien, nooit
kan ik meer een kus geven op zijn kale bolletje, mijn armen om
hem heen slaan en een knuffel geven, zijn raad vragen, zijn verhalen
horen... Komt wel goed?
Ik voel me eenzamer dan ooit en om te proberen er weer bij te
horen en misschien, heel misschien zal het verdriet morgen minder
zijn, daarom geef ik me maar op voor de gezamenlijke maaltijd
van aanstaande dinsdag. Het gezegde is waar: "It will never
be the same." Had ik dat maar op zijn steen laten zetten
Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl
31-05-2007
Hallo Monique,
Nadat Ton een paar maanden was overleden, dacht ik ineens (naar
mijn trouwring kijkend): ik ben helemaal niet meer getrouwd. Dat
is raar, die ring had ik vanaf onze verloving ruim veertig jaar
aan mijn vinger.
Nu heb ik van onze ringen samen een heel mooi sieraad laten maken
(de inscriptie is ook bewaard gebleven) en aan een plat gouden
halssnoer draag ik dit en zijn de ringen met elkaar verbonden.
Om toch een ring aan mijn hand te hebben, heb ik een herinneringsring
laten maken met een beetje as van Ton erin. Zo draag ik hem altijd
bij me.
Dat wilde ik
even kwijt, misschien een idee?
Met lieve groeten,
Mary Hoefman-Groesz; e-mailadres: mary@hoefman.nu
31-05-2007
Lieve Monique,
Wat heb je het
weer treffend verteld over de gevoeligheid van het dragen van
de trouwring (zie Hoofdredactioneel juni 2007: 'Verbondenheid',
red.).
Loek heeft zijn ring nooit afgedaan en het eerste wat ik zag toen
hij overleden was, was zijn ring en het horloge wat op het ziekenhuistafeltje
lag. Ik kreeg toen een misselijkmakend gevoel. Wij zijn niet meer
wij. Ik heb de ringen naast elkaar in een doosje gelegd en ik
kijk er nog regelmatig naar.
Over twaalf dagen is het vier jaar geleden, maar voor mij voelt het nog als de dag van gisteren. Zoals jij al zei, in je hart blijft die verbondenheid en daar ben ik dankbaar voor. Het blijven voor altijd veertig prachtige jaren.
Tot ziens op 10 juni in Soest.
Lieve groet,
Marina van der Sluis-van Balen, vrouw, geboren 27 augustus 1941; partner Loek (1942) is op 12 juni 2003 overleden aan een gescheurde aorta; een volwassen, uitwonende zoon; e-mailadres: lrwvandersluis@chello.nl
30-05-2007
Lieve Monique,
Wat ben ik blij met deze site, zoveel herkenning, en zoveel lieve
mail die ik krijg op mijn voorgaande stukje.
Ik moet nog even vermelden dat ik ook nog ontzettend veel steun
aan mijn "broertje" heb en zijn vrouw. Mijn broer is
16 jaar jonger dan ik, dus zal het altijd mijn 'broertje' blijven.
Ze komen hier regelmatig. Jammer, het is zo'n 120 kilometer rijden
heen en weer, maar ze zijn er toch. En ik ben al een paar keer
bij hen geweest in die vijf weken dat Geert nu weg is, en dat
voelt goed.
Ik heb echt van die momenten op een dag dat ik er helemaal doorheen zit, zoals met opstaan of koffiedrinken. Geert was echt een koffielurker. Ik kan ook zomaar huilen, zo uit het niets: in de auto, op de fiets, of erger nog: in de supermarkt. Een rare gewaarwording.
Soms zeggen
mensen in mijn ogen ook zulke domme dingen, zoals: "wees
blij dat jullie vorig jaar nog zo'n mooi seizoen op de camping
hebben gehad." Dan denk ik: ja hallo,ik was nog graag
dertig jaar verder gegaan met Geert. Ach, ze zullen het wel goed
bedoelen allemaal, misschien zie ik het nog te zwart. Maar de
mooie herinneringen brengen hier alleen nog verdriet, omdat ik
weet dat het nooit meer zo zal zijn.
Liefs,
Anja de Graaf; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl
30-05-2007
Dag Monique Vos,
Toen ik op 2
januari 2005 mijn verhaal over het verlies van mijn vrouw naar
jullie stuurde, kon ik niet vermoeden wat een fijne en opbeurende
reacties naar mij werden gestuurd van lotgenoten die eigenlijk
in hetzelfde schuitje zaten.
En dankzij de Draaikolk heb ik ook een lieve vriendin. Haar man
en mijn vrouw zijn allebei in 2004 overleden. Wij hebben elkaar
gesteund en getroost met veel praten, lachen en huilen. Hierdoor
is de band met elkaar heel intens geworden. Huilen doen wij niet
zoveel meer en dat is ook goed. Het praten en lachen kunnen wij
niet afleren, want al lijkt het voor anderen al weer een hele
tijd geleden dat onze partners overleden zijn, voor ons is het
vaak nog als de dag van gisteren. En ook dát is goed en
is een onderdeel van het verwerken van het verlies.
Verder heb ik nog een boekentip. Het boekje heet: "Gids na een overlijden". Het wordt uitgegeven door de Landelijke Stichting Rouwverwerking, postbus 13189, 3507 LD Utrecht. Hierin staan, naast heel veel praktische en zakelijke tips, ook veel uitleg over rouwverwerking. Ik heb er veel aan gehad. Het is prettig leesbaar en ik lees er nog regelmatig in.
Toen ik laatst nog op de Draaikolk rondkeek, dacht ik: goed dat deze site zoveel mensen troost geeft. Ik heb een donatie gestort opdat jullie deze troost kunnen blijven geven.
Met vriendelijke groeten,
Frank Hoogwijk;
e-mailadres: f.c.hoogwijk@wanadoo.nl
25-05-2007
Ik weet niet
waar te beginnen, maar ik begin maar. Mijn maatje is precies een
maand geleden overleden, Geert, ik mis je zo verschrikkelijk
Ik was op zoek naar herkenning, en zo kwam ik de Draaikolk tegen.
"Draaikolk", zo is het precies zoals ik mij nu voel,
zoals mijn leven nu is. Geert is overleden aan uitzaaiingen bij
blaaskanker. Drie jaar heeft hij nog mogen "genieten"
na de diagnose, om tenslotte na een strijd van vier maanden in
mijn armen te sterven.
De eerste maand is voorbij, er zullen nog velen volgen. Het besef dat Geert nooit meer terugkomt wordt alsmaar groter, en daarmee ook mijn verdriet, een verstikkend gevoel. Nooit meer even een praatje, geen nieuwtje. Nooit meer samen naar onze geliefde camping in Annen, nooit meer... jouw stem. Zijn kleren hangen nog in de kast, zijn jas nog aan de kapstok en zijn schoenen eronder. Ik moet het eens een keer opruimen, maar wanneer? Ik weet het niet, ben er nog niet aan toe. Ik doe mijn ding, ga eruit als ik dat wil, en blijf binnen als ik wil janken. Vrienden en familie gaan weer hun eigen weg. Echte vrienden waar ik veel aan heb en een zuster van Geert, daar heb ik nog dagelijks contact mee, maar hoe lang zal dit nog duren?
Het is goed
om de herkenning hier te lezen. Het concentreren, het eten, niets
wil meer. Ben helemaal hyper, terwijl ik altijd de rust zelve
was. Het kerkhof is dichtbij, ik zoek daar troost en krijg het
ook. Elke dag even langs Geert, die nu bij zijn eerste vrouw ligt,
zoals wij dat samen wilden. Goed voor mij om te weten dat hij
niet alleen is. Maar ík moet alleen verder, en ik besef
dat ik nog een lange weg heb te gaan, met vallen en opstaan, maar
het is nu alleen nog vallen.
Anja de Graaf; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl
25-05-2007
Hallo lotgenoten,
Sinds ik een paar weken geleden de Draaikolk heb ontdekt, lees
ik heel wat af. Net heb ik een aantal verhalen gelezen, die met
rouw en werken te maken hebben en dan zie je dat iedereen anders
reageert.
De een gaat snel weer aan het werk, de ander heeft meer tijd nodig.
Werkgevers kunnen ook verschrikkelijk zijn, blijkt uit de verhalen.
Iemand die zijn baan kwijtraakte, omdat zijn baas bang was want
wat als zijn jonge zoon ziek zou worden. Iemand die een slechte
beoordeling kreeg, omdat er totaal geen rekening werd gehouden
met haar verdriet. Mijn broer zei in januari tegen mij: "wat
jij doet, dat zou ik bij mijn baas niet hoeven te proberen."
Ik had al eerder dit soort verhalen gehoord, van een vrouw tegen
wie gezegd werd dat zij er maar niet over moest praten op het
werk.
Ik las net ook een verhaal waarin een lotgenote zegt iedereen aan te raden snel weer aan het werk te gaan. Daar ben ik het niet mee eens, ik vind dat iedereen moet doen wat het beste is voor zichzelf. Ik besef dat die keuze afhankelijk is van hoe de werkgever zich opstelt. Het is, denk ik, ook afhankelijk van het soort werk dat je doet. Ik sta voor een klas van 26 kleuters en houd heel veel van mijn werk, maar nog steeds moet ik er niet aan denken de hele dag de verantwoordelijkheid te dragen voor het reilen en zeilen in de klas. Ik werk op AT-basis en dat is wat ik aan kan en dat doet me ook goed: contact met de kids en met collega's. De kinderen vragen: "wanneer kom je nou weer de hele dag" of zeggen: "jouw man is dood hè".
Ik zou er alles
voor over hebben om weer lekker te werken zonder zorgen, zonder
verdriet, zonder pijn, maar zover ben ik nu nog niet. Ik vind
dat ik er ook wel recht op heb. De drie jaar dat Jan ziek is geweest
heb ik, op vijf weken en een aantal dagen na, continue gewerkt.
Ook tijdens het laatste loodzware half jaar, voorafgaande aan
Jans overlijden. Sinds 1 november 2006 zit ik dus in de ziektewet
en ik mag me gelukkig prijzen met onze directeur (hij is alleen
maar bezorgd om me), maar ook met het controlerend bedrijf.
Ik wens iedereen, die tegen problemen aanloopt op het werk, veel
sterkte.
Een groet van
Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl
22-05-2007
Ik lees net
dat jij, Monique, een last-minute vakantie hebt gehad. Ik hoop
echt dat het fijn was en dat je even lekker hebt kunnen relaxen.
Ja, de vakantietijden komen weer in zicht. Zelf ging ik altijd
met Harry naar het door ons zo geliefde Noorwegen. Soms in augustus,
meestal in mei. Zoals ik al eens schreef heb ik geen kinderen,
dus we zaten niet aan de schoolvakanties vast. De herinneringen
aan die vakanties zijn voor mij echt enorm waardevol. We hebben
het in Noorwegen zo fijn gehad samen. We hielden vooral van de
stilte en rust in dat land. We konden uren ergens zitten en gewoon
maar lekker naar een mooi uitzicht kijken. Naar een fjord, de
bergen, de bossen, een waterval enz.
Meestal huurden we vakantiehuisjes, maar ook hebben we wel eens
hoteltours gedaan. We hebben ons daar zelfs verloofd, in 1986.
In onze ringen stond niet alleen de naam en datum, maar ook een
N. De N van Noorwegen.
Harry zou dit jaar 60 zijn geworden en zou gestopt zijn met werken.
Ons plan was om een klein tweedehands huisje daar te kopen en
dan lekker zelf opknappen en heel veel maanden in het jaar daar
vertoeven. Maar helaas gaat deze droom nu niet door. Omdat dat
dus eigenlijk vanaf dit jaar het plan was, denk ik er regelmatig
aan. Gelukkig heb ik veel foto's en ook videobeelden uit die tijd.
Ik ben met een kennis in 2001 nog een keer teruggeweest in Noorwegen.
Aan de ene kant gaf dat verdrietige gevoelens, maar toch vooral
warme gevoelens. Ik heb toen een kettinkje met een kruisbedeltje
(wat Harry bij zich droeg toen hij ziek was) van Harry in een
fjord gegooid en ik heb een ander voorwerpje in de bossen neergelegd
zodat er, in mijn gevoel, toch ook een stukje van Harry voorgoed
daar is. Ik denk dat hij dat heel fijn vind.
Tja, dit kwam eigenlijk ineens allemaal in me omhoog toen ik hier
het woord vakantie las. Gek hè, wat een woord ineens omhoog
kan brengen aan herinneringen.
Liefs,
Suzette Hartog-Been;
e-mailadres: suzettehb@planet.nl
17-05-2007
Ik was erg jong
toen ik mijn man leerde kennen, ik 15 en hij 18 jaar. Onze verkeringstijd
bestond uit een strijd met mijn moeder die er fel op tegen was
en een sussende vader die het allemaal wel goed vond.
Ik trouwde op mijn 19de, voornamelijk om de voortdurende strijd
in mijn ouderlijk huis te ontvluchten. Gelukkig bleek hij de liefde
van mijn leven en we deden alles samen. We werkten een lange periode
samen, dus zagen wij elkaar dag en nacht en evengoed konden we
oeverloos met elkaar praten of dubbel liggen van het lachen. Natuurlijk
waren we ook wel eens boos op elkaar, anders zou het maar een
saaie boel geweest zijn en het was allesbehalve dat. We hebben
genoeg tegenslagen gekend, maar door onze positieve instelling
bleven wij die de baas. Samen konden wij de hele wereld aan.
Toen ik zeven
maanden zwanger was van onze eerste zoon, overleed mijn schoonvader,
daarna werd mijn moeder ziek en zij overleed op 47 jarige leeftijd
aan kanker. Ik was toen net zeven maanden zwanger van onze tweede
zoon. Moesten zij plaatsmaken voor het nieuwe leven, vroegen wij
ons toen af?
Jaren later kregen wij onze eerste zeilboot. Deze noemden wij
'La Nuova Vita' (het nieuwe leven), want het varen was voor ons
het begin van een nieuw leven. We hebben daar tien jaar van mogen
genieten.
Helaas is kort
geleden mijn allerliefste maatje aan longkanker overleden. Toen
hij overleed was mijn schoondochter zeven maanden zwanger van
ons vierde kleinkind. Het werd onze eerste kleinzoon. Dat had
hij nog zo graag willen meemaken. Maar daar was weer de gedachte:
het nieuwe leven?
Op 16 maart 2007 zouden wij 40 jaar getrouwd zijn geweest. Goed
beschouwd ben ik het grootste deel van mijn leven erg gelukkig
geweest, dat koester ik. Maar nu is voor mij ook een nieuw leven
begonnen, uiterlijk zonder hem, maar innerlijk zal hij altijd
een deel van mij blijven.
Mary Hoefman-Groesz, vrouw, geboren 7 april 1947; partner Ton (62) overleed op 25 september 2006 aan longkanker;twee volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: Mary Hoefman-Groesz
16-05-2007
Hallo lieve mensen,
Ik heb een hele week vrij. Eerst dubben: zal ik toch maar gaan werken? Het weer is niet al te best. Kreeg het advies dat het beter was om maar thuis te blijven en het niet op mijn collega's af te reageren. En toen ik merkte dat ik m'n broodtrommel en fruit in de vuilnisbak had gegooid en de vuilnis had meegenomen naar mijn werk wist ik het zeker: ik ben een tijdbom want 22 mei, de sterfdag van Hilde, komt steeds dichterbij.
Zaterdag was
Sharon jarig. Het was erg gezellig. Zo'n mooi huis en ze is zo
gelukkig. Waarom mocht Hilde dit nooit zien?
Zondag moederdag, gewoon een trieste dag, ik denk niet dat ik
de enige was.
Maandag verder de vliering opruimen. Ben al twee jaar bezig. Er
staan dozen bij die vijftien jaar geleden in Australië zijn
ingepakt. Veel mooie herinneringen en veel emoties.
Dinsdag naar Utrecht met de tram. In de krant stond dat er een
dubbel DVD Bob Dylan was uitgebracht vanaf 1965, dus die moet
ik hebben. Gevonden. Neem die ook maar mee, en nog één
en nóg meer. Er is toch niemand die zegt: "dat is
wel genoeg."
Leun op de brugleuning over de oude gracht bij de rondvaartboten,
diep in gedachten: waren jullie maar hier.
"Mooiste stad van de wereld", hoor ik. Ik kijk
op, schrik me rot, staat een zwerver voor mijn neus. Wat moet
ik? Hij stonk een uur in de wind. "Ik woon hier al vijftien
jaar", zei hij. "De hele stad is mijn huis."
We raakten toch
aan de praat. Hij kwam uit Leeuwarden, was getrouwd, had twee
kinderen, een goeie baan, een mooi huis. Kwam op een dag thuis
en mocht er niet meer in en is zo, al zwervend, in Utrecht beland.
Kreeg de hint dat hij nog niet gegeten had, dus twee Italiaanse
bollen gehaald bij 'Mario' wat gelijk een hele maaltijd is. Hij
dronk altijd koffie bij Appie Heijn, maar mocht er niet meer in
de winkel komen, dus ook maar twee bekers koffie gehaald.
"Alle mensen zijn gek", vertelde hij. "We
maken ons alleen maar druk om geld en materialisme. Niemand is
gelukkig meer", zei hij. Hij was de enige nog die gelukkig
was.
Thuis aangekomen zet ik de DVD op. Heeft hij misschien toch gelijk? Ik voel me soms toch wel gelukkig, maar nu voel ik me toch zo verdomd alleen.
Groeten,
Wim van Woudenberg;
e-mailadres: woudyss@versatel.nl
16-05-2007
Hallo Monique,
Het voorjaar is alweer een eindje op weg, maar toch wil ik even
kwijt dat ik hier de hele winter naar uit heb gekeken. De bomen
zijn weer groen en ik heb meer bloemen dan ooit in m'n tuintje.
Dat alles bij elkaar neemt mijn verdriet niet weg, maar het verzacht
een boel en geeft weer hoop voor de toekomst.
Hoe was het weekend in IJhorst, hebben jullie genoten? Ik kon
de moed nog niet opbrengen om ook te komen, maar wie weet in de
toekomst.
Het eerste weekend van juni ga ik kamperen met mijn drie kinderen,
aanhang en kleinkinderen. Hoewel ik er wel zin in heb, zie ik
er behoorlijk tegenop. Het wordt de eerste keer nadat Feije is
overleden en dat weekend is het precies een half jaar geleden
dat hij van ons heen ging. Dat geeft heel tegenstrijdige gevoelens,
mijn verstand zegt andere dingen dan mijn gevoel.
Toch hoop ik
dat we het met z'n allen naar onze zin zullen hebben, ondanks
alle herinneringen die soms veel verdriet meebrengen. En ik hoop
dat dit het begin is van een nieuwe toekomst!
Groeten,
Ina Terpstra-Vinke, vrouw, geboren 17 april 1945; partner Feije (66) overleed op 3 december 2006 aan de gevolgen van maagkanker; drie volwassen, uitwonende kinderen'; e-mailadres: iterpstra@versatel.nl
16-05-2007
Soms zou ik
willen dat ik uit deze nare droom weer in het leven kon stappen.
Of is dit leven een droom.
Het verwart me.
Ik kende dit leven niet, terwijl het leven om mij heen doorgaat
op afstand.
Een toneelstuk ,of sta ik op het toneel en zie de zaal niet door
de lichten die mij nog steeds verblinden.
Soms applaus omdat je het zo "goed" doet.
Survival of the fittest?
Maar als ik me afschmink, zie ik een gezicht en voel een hart
dat ik niet herken.
Op weg naar huis zou ik willen dwalen tot in het diepste binnenste
om te ontwaken om verder te gaan.
Het licht tegemoet.
Lodewijk Lagemaat;
e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com
15-05-2007
Beste Monique,
Bij het surfen op het net kwam ik de site van jou tegen. Al een
paar keer op zitten kijken en had schroom om te mailen. Vanavond
dacht ik: daar gaat ie dan.
In 2005 is mijn man overleden (50 jaar oud) aan de gevolgen van
zeven jaren ziek zijn. Hij leed aan kanker en had een PNET-sarcoom
rond zijn longen. Het waren moeilijke jaren met spanning maar
ook mooi, samen met de kinderen. Zo tegenstrijdig!
Vooral het laatste half jaar was zwaar, de laatste maanden had
hij een dwarslaesie vanaf zijn borst en was totaal afhankelijk
van zorg. Die hebben wij met liefde gegeven. We waren ontzettend
gelukkig dat hij die laatste maanden thuis was. Maar zwaar om
mijn lieverd zo te zien. Toch ook dankbaar dat voor hem een einde
aan zijn lijden kwam op 31 augustus 2005 toen hij overleed. Het
lijkt wel gisteren.
In dat laatste half jaar kampte ook ik met gezondheidsproblemen.
Ik kreeg in maart 2005 een hartaanval en moest drie weken na het
overlijden van mijn man geopereerd worden aan een goedaardige
hersentumor. Een tikkie teveel. Maar ik leef nog, al vraag ik
mij wel eens af: hoe krijgt een mens het voor elkaar door te leven
na zoiets allemaal. Het gemis van mijn man is het ergste wat mij
en mijn kinderen is overkomen. Daarbij ervaar ik dat ikzelf twee
keer dat jaar door het oog van de naald ben gekropen en ben mij
er ontzettend van bewust er te willen zijn voor onze kinderen,
een dochter en een zoon en heerlijke schoondochter.
Dat is mijn rijkdom op dit moment. Het had voor hetzelfde geld
anders kunnen lopen.
Als ik al die reacties lees, lijkt het net of ik in een spiegel
kijk. Het klinkt allemaal zo bekend. Het gemis, maatje kwijt,
doorgaan, ook al zie je het vaak niet zitten, alleen beslissingen
moeten nemen (verhuis ik of niet), rare reacties van je omgeving,
vrienden verliezen en nieuwe vrienden krijgen enz.
Ik denk dat ik een vaste lezer ga worden van jouw site om al die
ervaringen door te nemen.
Ik vergeet mij eigenlijk helemaal voor te stellen. Ik ben Ingrid
van Meurs en net 50 jaar geworden. Toen Cock, mijn man, overleed
was ik 48 jaar. Onze dochter studeert HBO verpleegkunde, onze
zoon is brandweerman (net als zijn vader was) en studeert daarbij
ook aan het HBO-MER. Daarbij heb ik een ontzettend fijne schoondochter.
Zelf ben ik werkzaam als bestuurssecretaresse voor vijf dagen
in de week met veel plezier. Ten eerste uiteraard voor het inkomen
wat nodig is, maar daarnaast zeker belangrijk voor de contacten,
structuur etc.
Al met al heb ik wel eens het idee dat ik het weer een beetje
op de rails heb, maar dat kan een andere dag geheel anders zijn.
Dan zie ik het gewoon niet zitten, zo lang nog leven zonder Cock.
Ik ga op vakantie en ervaar elke dag als gegeven, maar toch...
Als ik tussen mensen zit, zie ik alleen maar gelukkige echtparen
van mijn leeftijd, als ik winkel hetzelfde. Ik ben beslist dankbaar
wat ik heb en heb gehad, maar toch...
Maar ja, ik ga door met aan de buitenkant lachen en zeggen dat
het goed gaat. Ook al voelt het van binnen vaak heel anders, maar
wat moet ik? Opgeven? En de kinderen dan? Dat kan toch niet? Zo
zit ik tegen mijzelf vaak te praten. Daarom is het lezen van dezelfde
ervaringen zo fijn om te lezen.
Ik wilde mijn verhaaltje even kwijt. Bedankt voor het lezen.
Ingrid van Meurs;
e-mailadres: ingridvanmeurs@hotmail.com
15-05-2007
Gisteren had ik het jaarlijkse onderhoud met mijn directeur: het "op je ontwikkeling georiënteerde gesprek". "Naar aanleiding van de door jou ingevulde, uitgebreide vragenlijst vindt er, naast een inventarisatie van je wensen met betrekking tot het komende schooljaar, ook een evaluatie plaats van je functioneren in het afgelopen schooljaar." Aangezien er weinig viel te beoordelen omdat ik met ziekteverlof was, hebben we een deel van de tijd besteed aan het praten over mijn persoonlijke omstandigheden en de consequenties daarvan met betrekking tot het volgende schooljaar waarin ik weer regulier aan het werk ga.
Het deed me
heel goed te merken dat er rekening met me gehouden wordt, dat
ik niet gepusht word, in welke richting dan ook, en dat mijn directeur
een hogere pet op heeft van mijn functioneren dan ik, misschien
wel uit een soort angst voor overschatting van mijn capaciteiten,
had aangegeven op de invulformulieren. Of was het valse bescheidenheid?
Hoe dan ook: een en ander bezorgde me de eerste huilbui van de
dag, toen ik in de auto zat op weg naar huis. Als ik thuiskwam
zou Wim er immers niet zijn om te luisteren naar mijn verslag
van het gesprek. Ik zou niet horen: "Je weet zelf toch
ook wel wat je waard bent in je werk?" als ik enigszins
trots en blij zou verhalen over hoe goed ik er kennelijk op sta
bij mijn directeur. Wim vond altijd dat ik veel te veel twijfelde
over mijn beroepsmatige kwaliteiten en niet genoeg doordrongen
was van het feit dat ik die had/heb.
Enigszins gekalmeerd
toog ik vervolgens naar de boekwinkel om een verjaardagscadeautje
te kopen voor een vriend van me die donderdag jarig is. Op de
terugweg in de auto hoorde ik op de radio een item over de herdenking
van het bombardement van Rotterdam. Het was half twee en op dat
moment luidden alle klokken van de stad, van Wim z'n stad! Wat
hield hij van Rotterdam, de stad van een groot deel van zijn jeugd.
Wat flaneerde hij graag langs de havens als we er eens waren,
genietend van alle bedrijvigheid, en wat liet hij me graag de
belangrijke plekken uit zijn kinderjaren zien: de straat met het
huis waarin hij woonde, de kerk waarin zijn vader preekte en de
plek waar zijn school had gestaan. Het verdriet overviel me voor
de tweede keer.
's Avonds bij het tandenpoetsen gebeurde dat weer, dit keer zonder
directe aanleiding. Ik voelde me gewoon erg alleen.
Eenmaal in bed
overdacht ik de dag.
De avond verliep goed en gezellig in het gezelschap van een vriendin.
Zij is bijna vijf jaar weduwe en we praatten over het nu van haar
en van mij. Onze levens hebben veel gemeen. Met behulp van wat
zij vertelt over haar ervaringen kan ik me een beeld vormen van
mijn toekomst, een toekomst die altijd zonder Wim zal zijn en
in die zin gespeend van alle onzekerheid.
Af en toe probeer
ik te voelen dat ik tevreden kan worden met de impact die onze
relatie zal hebben op mijn toekomst en dat dat voldoende zal zijn
om mijn verdere leven de moeite waard te laten worden. Onze liefde
was immers zo sterk! Daar moet toch iets van overblijven dat mij
verrijken zal, dat mij kracht en levensmoed zal geven.
Zal Wim op een keer zo "in mijn hart zitten" dat ik
kan genieten van en lachen om de dingen die we samen hebben meegemaakt?
Wist ik al dat dat het geval zal zijn op het moment dat ie vol
overtuiging tegen me zei dat ik het zonder hem wel zou redden
en ik dat bevestigde?
Wat is er veel waarover ik met hem zou moeten kunnen praten!
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
14-05-2007
Hallo Monique, dit is mijn verhaal.
Een oproep voor de schrijvers onder ons: "schrijf je verhaal". Tja, ik schrijf altijd makkelijk, schrijf veel, zeker als ik verdriet en problemen heb. En verdriet heb ik. Jan, mijn partner, is over twee dagen een half jaar dood en zou 18 mei jarig zijn geweest. Met koeienletters heb ik in mijn agenda op die dag geschreven: "GEBOORTE DAG JAN, NOOIT MEER JARIG!" met een dik uitroepteken en dik omlijnt.
Ons kind is
26 december 12 jaar geworden, hij worstelt met de dood van zijn
vader, heeft sinds december therapie (praten en masseren). Masseren
vindt hij heerlijk, praten over het verlies van zijn vader gaat
moeizaam.
Toen Jan nog zo ziek was, en ik geen hoop meer had dat het nog
een beetje goed zou komen en wist dat de dood akelig dichtbij
kwam, was ik heel erg bang dat het in groep 8 mis zou gaan. Maar
hij heeft een CITO-score gehaald van 548 (550 is het hoogst haalbare).
Knap, razend knap.
Ik zei tegen hem: "papa zou gezegd hebben, dat is mijn
zoon", en zo zou het ook gegaan zijn, met een grote grijns
zou Jan dat gezegd hebben.
Dat onze zoon de trots van zijn vader niet meer kan voelen, doet
mij het meeste verdriet. Dat ons kind op zo'n jonge leeftijd,
zoveel verdriet en pijn heeft, vind ik het allerergste. Je gunt
je kind een onbezorgde jeugd en dat hebben wij hem niet kunnen
geven.
Ik heb een sterk karakter en weet dat het weer goed kan komen uit eigen ervaring, ik ben al eerder door een rouwproces heen gegaan. Twintig jaar geleden dacht ik "de prins op het witte paard" gevonden te hebben, niet wetende dat hij al eerder suïcidaal was geweest. In januari 1987 maakte hij een eind aan zijn leven. Toen stortte mijn wereld echt in. Ik was de vaste grond onder mijn voeten kwijt, dacht dat ik nooit meer verliefd zou kunnen worden, maar dat was niet waar want anderhalf jaar later ontmoette ik Jan in de kroeg.
En nu is hij
dood en moet ik beslissen wat we met zijn as gaan doen, vreselijk
moeilijk vind ik dat. Er is meer wat ik ontzettend vervelend heb
gevonden: al het gesodemieter met de KPN, het zittend Ziekenvervoer,
Planet Internet en ga zo maar door. Wat me enorm kwaad maakte
was een brief, die ik ontving van een bedrijf dat alles verkoopt
wat te maken heeft met de dood. Vooral de toon van de brief :
"u hebt veel verdriet, maar toch moet u eens nadenken over
"
Inspelen op je gevoel, en hoe kwamen ze aan mijn adres?
Ik werk in het onderwijs, ben kleuterjuf, hou veel van mijn vak,
maar heb sinds 1 november 2006 niet meer gewerkt. Ik werk sinds
half februari op AT basis en dat is net genoeg, 9.00 uur op school
en om 12.00 uur weer naar huis. Krijg alle begrip van de directie
en Commit (arbo).
Het gaat zowel
goed met me als slecht. Vooral in het begin heb ik slecht gegeten
en nog steeds zit ik niet in mijn normale ritme met eten. Ik ben
dus een aantal kilo afgevallen en dat kan ik eigenlijk niet missen.
Ik kan uren slapen, als je slaapt hoef je niet na te denken. Concentratie
en geheugen zijn veel minder dan normaal. Vergeet verjaardagen,
zo weet ik het nog en zo ben ik het weer kwijt.
Tijdens de crematieplechtigheid heb ik als eerste gesproken, ik
had een laatste brief aan mijn lief geschreven en er kwam een
rust over me waardoor ik rustig kon lezen en ik was enorm trots
op mezelf.
Terwijl ik dit verhaal schrijf, zie ik dat het al 2.17 uur is, veel te laat. Ik moet morgen weer vroeg op, ben altijd een avondmens geweest, maar het afgelopen half jaar loopt het de spuigaten uit. Ik moet weer in mijn normale ritme komen. Dat is echter moeilijk, mis Jan zo erg, heb zoveel zorg over onze zoon. Ik vermeld niet zijn naam, omdat hij al boos wordt als ik over hem praat tegen vriendinnen, laat staan als iedereen zijn verhaal kan lezen.
Ik hoop dat ik via de Draaikolk in contact kan komen met lotgenoten die ook jonge kinderen hebben. Ik ga nu slapen.
Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl
09-05-2007
Dag Mary,
Een en al herkenning!
Wat dat betreft, kun je hier inderdaad vinden wat je zoekt en
zo nodig hebt om het er bij jezelf te kunnen laten zijn.
Medemensen bedoelen het vaak wel goed, maar omdat ze niet voelen
wat wij voelen, reageren ze vaak zo, dat ze ons van de regen in
de drup helpen.
Mijn man stierf ook in 2006, op 28 maart. Ik maakte dus een jaar
rond vol herinneringen, die geen nieuwe aanvulling meer krijgen...
Ik begon me
in september vorig jaar tot 'De Draaikolk' te wenden. Het heeft
geholpen.
Ik wens je toe, dat het jou ook helpt om het zoveel kaler geworden
leven maar te vervolgen van dag tot dag, hopend op nieuw licht
en beleefbare warmte in de dagen, die nog zullen blijven komen.
Ze zitten nu nog vol gemis en verdriet, maar er komt weer ruimte
als we dat onszelf voldoende hebben toegestaan. Dit is tenminste
mijn ervaring en mijn man was een schat. Herkenbaar?
Laat alle 'beste stuurlui, die aan wal staan' hun zegje maar doen en blijf aan boord!
Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl
07-05-2007
Beste Monique,
Misschien dat mijn verhaal wat later komt, ik zal mij eerst eens voorstellen. Mijn naam is Henk Kolhoff, bijna 62 jaar. Ik verloor mijn vrouw Carla, begin 2005, geheel onverwacht (zonder afscheid te kunnen nemen) binnen een dag. Mijn verdriet heb ik van mij afgeschreven in versvorm, zoals onder meer in onderstaand gedicht:
Met vriendelijke groet,
Henk Kolhoff;
e-mailadres: swerwersrus@gmail.com
07-05-2007
Na verschillende keren de Draaikolk bekeken te hebben, heb ik
nu genoeg moed verzameld om ook eens te reageren. Ten eerste wil
ik mijn complimenten uitspreken tegen Monique over deze site,
mooi en verzorgd. Ik zal zeker binnenkort mijn donatie overmaken.
Het is wel apart dat ik vandaag reageer, op de dag dat mijn man
jarig geweest zou zijn, de eerste keer na zijn overlijden (is
het moeilijkste zeggen ze). Ik denk dat het altijd wel moeilijk
zal blijven. Mijn man is overleden in september 2006 aan longkanker
met een uitzaaiing in zijn hoofd, na een ziekteperiode van een
jaar.
Gelukkig werk ik nog, dat geeft mij de nodige afleiding. Ook mijn
kinderen en kleinkinderen zijn voor mij erg belangrijk, zodat
ik kan zeggen: ook al is de glans eraf, er is nog genoeg om voor
te leven.
Buiten het voorgaande moet ik proberen mijn leven opnieuw inhoud
te geven en dat valt niet mee. De vrienden en kennissen zijn bijvoorbeeld
allemaal echtparen en dat contact verandert nu ik alleen ben.
Een klein beetje hoop ik, dat door middel van de Draaikolk er
nieuwe contacten ontstaan met lotgenoten, waarmee je kunt praten
omdat zij hetzelfde voelen als jij en waarbij je niet flinker
hoeft voor te doen dan je werkelijk bent.
Het is niet zo dat ik bij de pakken neerzit. Nee, het leven gaat
verder voor ons, en wie weet hoe lang of kort dat is?
Afgelopen maart zouden wij 40 jaar getrouwd geweest zijn, zoveel
onvergetelijke jaren. Vóór mij ligt de leegte van
een toekomst zonder hem, die ik probeer weer wat kleur te geven.
Mary Hoefman-Groesz; e-mailadres: mary@hoefman.nu
07-05-2007
De laatste tijd
heb ik last van medische kwaaltjes die hopelijk (nog) onschuldig
zijn. Wel zijn er enkele belastende onderzoeken en behandelingen
noodzakelijk.
Mijn eerste reacties waren: laat alles maar gewoon z'n gang gaan,
het kan me niets schelen, dan hoef ik misschien niet zo lang meer
door te leven. Maar ja, daarna gaat het gezonde verstand spreken.
Natuurlijk moet het onderzocht en behandeld worden. Dat heb ik
altijd zo gewild en nu moet ik het ook willen. Ik heb daar bij
anderen ook vaak op aangedrongen. Dus heb ik de nodige acties
ondernomen. Nu zit ik aan te hikken tegen de (chirurgische) routine-ingrepen.
Ik ben bepaald geen heldin in dat soort zaken.
Jan was altijd
mijn steun bij dit soort zaken. Hij was de enige die mij mocht
zien als ik ziek, zwak of misselijk was. Jan was geen ander, we
waren een tandem. Nu moet ik echt anderen vragen om begeleiding
en steun. Ik heb voldoende bereidwillige, lieve mensen om me heen,
maar ik wil me zo graag flink en onafhankelijk tonen. Mijn kwetsbaarheid
tonen, vind ik heel erg moeilijk. Ik noem het "aftakelen".
Het liefste was ik tegelijk met Jan in een acceptabel tempo rustig
begonnen met gezellig samen aftakelen. Ook hiervoor heb je gekozen,
al besef je dit pas pijnlijk goed als je geliefde partner gedwongen
werd om voortijdig af te haken.
Ik vraag me vaak af: wie zorgt er liefdevol voor mij? Maar vooral: van wie zal ik dat kunnen en durven accepteren?
Marijke Verhaak-Zuidema, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl
06-05-2007
Hallo Monique,
Voor de tweede keer heb ik de site de Draaikolk opgezocht en lees
net jouw verhaal over de ontmoeting met andere Draaikolkers en
ik voel de tranen opkomen
Besluit te reageren, er is zoveel
herkenning. Mijn partner is 15 november 2006 overleden, ook aan
darmkanker.
Voor mij is
het ook de tweede keer dat ik de dood van een geliefde moet verwerken.
Twintig jaar geleden, ik was toen 30, pleegde mijn toenmalige
vriend zelfmoord. Godzijdank ben ik van nature een positief en
optimistisch mens.
Onze zoon is net 12 jaar, een rot leeftijd voor een beginnende
puber, om je papa te verliezen. Hij worstelt dan ook met de dood
van Jan. Ik vraag me vaak af hoe andere kinderen die een ouder
hebben verloren reageren.
Jan heeft drie
jaar met ongekende kracht gevochten om bij ons te blijven. Hij
wilde er niet aan dat hij het gevecht ook zou kunnen verliezen.
Dat maakte het voor mij extra zwaar.
Ik schrijf normaal heel makkelijk, maar voor dit moment is het
even genoeg.
Vriendelijke groet,
Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl
05-05-2007
Ik lees in het
Algemeen Dagblad een artikel over oudere mensen die rouwen om
hun verloren partner. Dat mensen na een half jaar het al genoeg
vinden om de verhalen over hem/haar te horen. Ik schrijf meteen
een reactie en wijs hen op het interview met Monique Vos en uiteraard
op de Draaikolk en Klavertje 4. Maar, een reactie is nog geen
ingezonden stukje in het AD, dat ga ik hierna doen want de Draaikolk
is een geweldige steun (ik lees bijna dagelijks). Het is mijn
steuntje voor de dag en vaak ook voor de nacht.
Koninginnedag is voorbij. Gelukkig kreeg ik een vriendin op bezoek,
want alleen is maar alleen en in ons wooncomplex is geen enkele
feestelijkheid gehouden. Zelfs geen koffie met oranje tompouce
en eigen initiatief wordt niet op prijs gesteld.
Aan mijn vriendin vertel ik dat ondanks de termijn van 3 jaar
alleen - en het gaat best met me hoor, maar toch blijft er een
gat in mijn lijf en mijn hart - het voelt als het beeld van Zadkin
in Rotterdam.
Ze begrijpt het wel, maar vindt ook dat ik het goed doe? Als ik
vertel over het steuntje van de Draaikolk kijkt ze wat bevreemd,
nog nooit over gehoord. Ik neem me voor dit nog veel meer door
te vertellen.
Monique, je sites zijn prachtig! Een wandeling door de reisverslagen ( "Het Spinnenweb" , red.) geeft ook even een bevrijdend gevoel.
Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl
03-05-2007
Hallo Monique en alle lotgenoten,
Vandaag kreeg ik van mijn zoon twee aanhangers vol met brandhout.
Hij heeft met zijn gezin een ander huis gekocht en is daar flink
in aan het verbouwen. Ook de grote tuin moet veranderd worden,
zodoende de aanhangers met hout. Wat zou Jan hier blij mee zijn,
al een heleboel voorraad voor de komende winter. Samen met wat
er nog ligt, is de bergplaats voor ons hout al bijna vol. Hij
kon er zo van genieten als dit al op tijd geregeld was.
Het is nu een dik jaar geleden en nog steeds mis ik hem zo. Ook
het alleen zijn valt zo tegen. Niemand die vraagt of je goed geslapen
hebt, niemand die zegt dat het eten lekker was en noem maar op.
En wat heeft het voor zin om te zorgen dat alles netjes is, dat
de tuin er goed uitziet, niemand die het ziet.
Ik ga geregeld naar familie en vrienden toe, maar dat betekent
wel dat ze daarna niet meer naar mij toe komen want "Truus
was toch pas nog hier".
Als ik de verhalen in de Draaikolk lees, weet ik zo goed wat iedereen
voelt en leef ik zo met iedereen mee. Toch moeten we allemaal
verder, ook voor ons gaat "het leven" door.
Over een paar weken word ik 60 jaar. Ik ben nu bezig om iets te
regelen zodat ik dit toch samen met familie en vrienden ga vieren.
Verder heb ik nog een vraag. Zijn er ook ontmoetingen of bijeenkomsten
in het zuiden (Limburg) van het land? Of zijn er lotgenoten uit
het zuiden bij die iets willen organiseren. Alle activiteiten
zijn tot nu toe zo ver weg.
Lieve Monique en alle andere, heel veel sterkte met verder gaan.
Wie trekt de stoute schoenen aan en prikt een zondagmiddag en een locatie in het zuiden van het land om ook daar iets te organiseren? Stuur jouw oproep dan naar info@draaikolk.com voor plaatsing in de rubriek 'Oproepen'.
Truus Ruijters-Terstappen, vrouw, geboren 21 mei 1947; partner Jan (65) overleed op 23 januari 2006 na een hartstilstand; drie volwassen uitwonende kinderen; e-mailadres: truijters@ruijters.pilmo.nl
03-05-2007
Hallo lieve
mensen,
Ik loop fluitend naar het station, ik heb een draaikolk in mijn
hoofd.
Er komen tien
mensen, die ik twee weken geleden ontmoet heb op een prachtige
zomerse dag vol herinneringen. Ze komen met auto en tram naar
dit kleine stadje in het midden van het land. Gaan eerst naar
mijn huis koffie drinken.
De sfeer is geweldig. Ik laat iedereen het stadje zien (niet de
plaats van mijn hart, maar ik woon hier geweldig).
Geweldig om
iedereen te zien, alsof we elkaar al jaren kennen en ik heb het
gevoel dat we 23 personen zijn, want we hebben allemaal iemand
meegebracht in ons hart.
De dag is geweldig, iedereen loopt door mijn huis of ze hier vaker
zijn geweest.
De icoon van ons allemaal roept uit het raam: "hé
vriend, kom jij eens hier, dan zal ik jou eens leren wat jij met
die troep hier moet doen." Iedereen voelt zich hier thuis.
De dag is bijna ten einde. Iedereen gaat afscheid van elkaar nemen.
Ik schrik wakker,
badend in het zweet. Het was maar een droom. Het lijkt wel of
er tien mensen op mijn bed hebben staan springen. Ik ben kapot.
De hele dag is knudde. Alles gaat fout en ik krijg jullie maar
niet uit mijn gedachten. Ach, wat maakt het uit, morgen weer een
andere dag.
Groetjes,
Wim van
Woudenberg; e-mailadres: woudyss@versatel.nl
01-05-2007
Onschuldige onbevangen kinderlogica.
Vanavond heb ik twee kleinkinderen (Merel 3 jaar en Floris 6 jaar) te logeren. Na het avondritueel, uitkleden, wassen en tandenpoetsen, moest opa een verhaaltje voorlezen, ging over hondjes. Na het voorlezen had de kleine Merel nog een verhaaltje. Zij was ten tijde van het overlijden van mijn geliefde vrouw en hun oma Cecilia, nog net geen twee jaar, dus weinig bewust meegemaakt
"Opa! Opa! Uuh vroeger, toen ik nog een baby was, uuh Nou ja, iets groter, was uuh , ging oma dood. Nou uuh kan ze niet meer bij u slapen."
De tranen schoten in mijn ogen, moest even goed slikken, kon even geen woorden uitbrengen. Was zogezegd uit het veld geslagen.
Ton van Abswoude, man, geboren 16 juni 1941; partner Cecilia (62) overleed op 17 augustus 2005 aan longziekte; twee volwassen uitwonende kinderen; e-mailadres: a.vanabswoude@casema.nl
01-05-2007
Bedankt, Monique.
Ik heb net jouw verhaal gelezen van het doorgaan met het leven.
Ja, het is waar, het leven gaat door, maar het is niet meer zoals
het was. Jij hebt het nu, in jouw leven, twee keer moeten ervaren.
Life sucks en we moeten maar doorgaan of er niets aan de hand
was.
Nu heb ik ook
een nieuwe vrouw ontmoet, een schatje. Nooit, nooit gedacht dat
dit zou gebeuren, maar toch gebeurd. Nu ben ik zelf met haar een
paar weken geleden, een week naar Cuba geweest. Ik heb er erg
van genoten en merk nu dat ik weer de oude gekke Harry aan het
worden ben, altijd gekheid maken over alles. Zij vertelde me dat
ze nog nooit zo veel had gelachen had, de week dat we samen in
Cuba waren.
Maar dan herinner ik weer mijn Janine. Ook mijn Janine kon zo
lachen, dat ze er niet meer uitkwam.
Ik heb deze vrouw ontmoet met dansles (niet dat ik dansles nodig
had, ik gaf vroeger ballroomdansles!), maar zij had er zoveel
problemen mee, dat ik als een gentleman aanbood om haar te helpen.
Wel, van het een kwam het andere en nu dansen we tango's, cha,cha's
en noem maar op. Het enigste dat ik niet met haar kan doen, is
slow dancing, die dans ik in mijn gedachten met Janine en ik kan
nog steeds de blik in Janine's ogen zien, als wij samen dansten.
Zo, als er een slow dans komt, ga ik zitten. Dan realize ik, dat
ik nog lang niet over mijn Janine ben. Ik ben nog steeds te veel
verliefd op mijn Janine.
Wel Monique, na moedersdag zal ik jou weer een cheque sturen, want Berts en nu jouw website hebben mij en een heleboel andere mensen ontzettend veel geholpen en jij moet er mee doorgaan.
Het allerbeste,
Harry Zweers, Canada; e-mailadres: harry@su.net
P.S. Sorry for
my spelling en zins forming!
01-05-2007
Koninginnedag,
een dag vol herinneringen.
Geen overleg meer: wat zullen we gaan doen? Zullen we vroeg naar
de rommelmarkt gaan? Misschien zitten daar een paar verrassingen
tussen, of naar een optreden.
Wel vroeg en onrustig wakker, maar dan weer die stilte. Er toch
maar uit en de vergeten boodschappen gehaald bij de AH, die tot
twaalf uur open is.
Daarna naar de rommelmarkt.
Onwillekeurig dwalen mijn ogen rond. Zou ze ergens geïnteresseerd
over iets gebogen staan om te kopen? We moeten elkaar niet uit
het oog verliezen.
Dan flitst het door mij heen, onzin man! Ze is er niet meer, nooit
meer.
"Hoe gaat het?", hoor ik een kennis vragen. "Goed
hoor", hoor ik mezelf zeggen.
Het feest gaat door.
Thuis mijn emoties.
Lodewijk Lagemaat; e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com
REACTIES binnengekomen in juni 2007:
30-06-2007
Dag Monique,
Vandaag waag
ik het om ook maar eens te schrijven. Dat vind ik het best moeilijk,
maar gelukkig ben ik ook daar niet de enige in
Ik ben 58 jaar en heb een uitwonende zoon, schoondochter en twee
lieve kleinzoons van 7 en 10 jaar oud. Mijn Jan overleed op 8
november 2006 aan de gevolgen van een harttransplantatie die op
zich gelukt was, maar de andere organen gaven het op. Hij heeft
zeven weken in het ziekenhuis op de Intensive Care gelegen.
Het is een vreselijke tijd geweest, iedere keer weer hoop en dan toch weer niet. Zelf heb ik het gevoel dat ik daardoor ook beetje bij beetje dood ben gegaan. Eerst die spannende tijd op de wachtlijst (ruim veertien maanden), dan mijn maatje daar zo te zien liggen en niets voor hem te kunnen doen.
Nu probeer ik
net als iedereen te overleven. Dit lukt de ene keer beter dan
de andere keer. Gek dat je zo onstabiel bent. Soms gaat het dagen
goed, dan zie je wel weer een stukje zonzijde. Dan ineens hoeft
er maar iets te gebeuren en plof je in elkaar. Net als vandaag,
ik heb het weer moeilijk.
Ik was uitgenodigd voor een herdenkingsbijeenkomst in het rouwcentrum
vanmorgen. Er waren verschillende mensen. Het was mooi. Een muziekstuk
heb ik laten spelen dat gedraaid is tijdens de plechtigheid van
Jan.
Even ben ik
weer terug bij af. Alles gaat weer als een film aan mij voorbij.
Morgen zal het wel weer beter gaan.
Groet,
Truus Wiggermans; e-mailadres: truus.wig@wanadoo.nl
28-06-2007
Hallo lotgenoten,
Nu vier en een halve maand na het overlijden van Ben is het gemis
hevig. De eerste weken ben je druk met het regelen van alles.
Nu komt de leegte, de stilte op me af. Ik ben op zoek gegaan op
de pc en vond de Draaikolk een tijdje geleden. Ik lees al de verhalen
die mensen schrijven en herken mezelf in veel dingen die geschreven
worden.
Vier en een halve maand is erg kort, maar soms lijkt het al lang. Ik vraag me vaak af: hoe rook Ben ook alweer, hoe klonk zijn stem en meer van dat soort dingen. Missen doe ik hem elke dag iets meer, lijkt wel. Toch wil ik positief in het leven blijven staan. Ik heb nog kinderen en kleinkinderen die me lief zijn.
Voorzichtig
zet ik op de pc de eerste stappen naar contacten. Heb behoefte
om met lotgenoten te praten over wat we mee hebben gemaakt. Zij
begrijpen immers wat je voelt. Ben en ik hebben het er de laatste
jaren over gehad: als één van ons wat zou gebeuren,
dat dan de ander niet moest vergeten verder te leven. "Niet
alleen blijven", zei hij altijd.
Ben was tien jaar hartpatiënt, waarvan hij de laatste vijf
jaar thuis was, dus we hebben veel tijd gehad om over alles te
praten. Toen hij dus overleed, wisten de kinderen en ik precies
wat zijn wensen waren. Maar verder leven, hoe doe je dat? Moeilijk,
als bijna iedereen heeft afgehaakt de laatste tien jaar en waarom?
Konden ze niet met een hartpatiënt omgaan? Geen idee
Hanny Leemhuis; e-mailadres: hannyl@home.nl
28-06-2007
Dag Monique,
Gisteren kreeg mijn/onze zoon Thomas te horen dat het met zijn
herexamen toch niet is gelukt en dat hij nog een jaar VWO over
moet doen. Hij heeft er het afgelopen jaar ook niet echt heel
hard voor gewerkt, denk ik.
Maar wat een
tranen blijven er bij mij stromen. Tranen om Dick, zijn vader
die op 17 december 2004 is gestorven en dus niet heeft kunnen
helpen met scheikunde, het vak waar Thomas veel moeite mee heeft
en waar Dick zo goed in was. Dat wij niet samen met Thomas kunnen
overleggen hoe nu verder, en dat ik niet bij Dick kan uithuilen
om de tranen van teleurstelling die Thomas had.
Een zware klus vind ik het om drie kinderen te begeleiden in m'n
eentje. Soms een beetje te zwaar, en dan vraag ik me af of het
ooit zal wennen dat mijn kinderen geen vader meer hebben of dat
het altijd zo'n pijn zal blijven doen.
Het zal over een paar dagen wel weer beter gaan met mij en met m'n tranen, maar nu even niet. Het helpt wel om even kwijt te kunnen waar ik het soms nog zo moeilijk mee heb.
Astrid van Berkel;
e-mailadres: berkelda@zonnet.nl
27-06-2007
Dag Monique,
Waar te beginnen, een beetje aarzel ik toch wel.
Mijn naam is Elisabeth, nu 54 jaar oud. Moeder van een dochter
van 35 en een zoon van 32 en oma van twee kleindochters. Sinds
februari 2005 weduwe van mijn onvergetelijke liefde Jan, na een
huwelijk van bijna 34 jaar. Als hartpatiënt stierf hij uiteindelijk
aan de gevolgen van toediening van te zware (placebo) medicijnen.
Mijn rouwproces
wil niet erg vlotten. Ik blijf heel erg in mijn verdriet hangen
en dacht het wel allemaal aan te kunnen. Ik heb wel bij een psycholoog
gelopen, maar dat wierp geen vruchten af.
Wat zou ik graag eens met mensen over mijn levensverhaal willen
praten zonder dat ze gelijk afhaken, zo in de trant van "die
heeft wat te veel problemen".
Ik ging op zoek op internet en vond jouw site. En zelfs met dit kleine berichtje, waarvan ik nog in dubio staat of ik het wel zal verzenden, voel ik me al wat beter. Ben nu toch al een beetje kwijt van wat mij allemaal zo'n zeer doet.
Dank voor je aandacht en veel sterkte bij je eigen verwerking.
Lieve groet,
Elisabeth Kapitein-Broeders;
e-mailadres: dichtster@gmail.com
26-06-2007
Dank je wel voor de mooie site van de Draaikolk. Erg boeiend en ik blijf het lezen. Ik merk dat ik niet alleen bent met mijn verdriet.
Ik heb vorig jaar juli mijn man verloren aan een hartstilstand en dan vergaat je wereld. We dachten, nadat hij in de vut was gegaan, nog lang van elkaar te genieten en dan op 61 jarige leeftijd zomaar weg en komt hij nooit meer terug.
Ik stop nu maar,
ik weet niet meer wat ik moet schrijven en wil niet zielig overkomen.
Hopelijk hoor ik nog iets, hoe ik mij bij de Draaikolk en lotgenoten
kan aansluiten.
Groeten,
Riny van Tongeren; e-mailadres: rinyvtongeren@home.nl
25-06-2007
Al weken en weken in een diep dal, een behoorlijke dip. Ik snap er niets van. Het ging de laatste tijd zo goed, en ook het ontmoeten van lotgenoten op 10 juni bij het Derde Erf was een plezierige (goede) dag.
Maar het wil
niet meer. Ik droom en ik droom en sta op met een gevoel alsof
het Peters sterfdag is. Alles wat ik onderneem - en dat is heel
wat voor mijn doen - is gehuld in een grijze deken.
Ik overdenk van alles: hoe alles is gelopen, hoe blij ik was toen
ik in 1985 Peter leerde kennen, alsof je elkaar al jaaaaaren kende.
En dan is in 2000 bijna alles voorbij. Al vier jaar wist ik van
de Alzheimer. Ja, hij was er nog, maar alleen lijfelijk en er
was veel zorg; in 2003 verpleeghuis en elf maanden later
wég. De dag ervoor was ik nog geweest en in de nacht is
hij ingeslapen. Voor hem goed, voor mij een soort doffe dreun.
De afgelopen
jaren heb ik veel geregeld, zelfs tweemaal een rouwcursus gevolgd
en nu kom ik maar niet boven het verdriet heen. Van de week ga
ik naar de huisarts, de afspraak is al gemaakt. Dan maar aan de
pillen, de tranquillizers waar ik nooit van heb willen weten,
maar zó gaat het ook niet.
Hoe kunnen mensen het jaren volhouden zonder hun geliefde? Misschien
omdat ze nog met familie contact hebben of af en toe met vakantie
gaan.
Ik moet verder en het zal wel weer lukken, maar nu even niet.
Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl
25-06-2007
Hallo lieve mensen,
Ik zat al weken
uit te kijken naar de bruiloft van mijn neef, vrijdag 22 juni
jl. Alle ooms en tantes waren de hele dag uitgenodigd. Het was
een geweldige dag van elf uur s' morgens tot één
uur in de avond. Maar dat was net een half uurtje te veel...
Iemand maakte de opmerking: "hè, dit is de laatste
trouwpartij in de familie Van Woudenberg". Dat kwam als
een donderslag bij heldere hemel. Mijn dochters heten toch ook
Van Woudenberg? Tellen die nu ook al niet meer mee?
Ik zink weg in mijn eigen kleine wereldje (moet ik hier op reageren?)
en zing heel zacht mijn favoriete lied op dit moment.
De trip naar huis is ijzig stil en koud. Misschien toch maar 'bestemming onbekend'?
Zondagavond
zit ik in de trein vanuit Amsterdam naar Utrecht, na een heel
mooie stadswandeling met veel regen, een bezoek aan een heel mooi
grachtenpand samen met lotgenoten, weg te deinen op het zoemende
geluid van de trein en zing hetzelfde liedje, maar nu
met
een heel fijn en gelukkig gevoel.
Wim van
Woudenberg; e-mailadres: woudyss@versatel.nl
25-06-2007
Mijn gevoel
van veiligheid is even weg
Onlangs kreeg ik een persoonlijke uitnodiging om het Literair
Midzomerfestival in een dorpje in onze provincie bij te wonen.
Heerlijk. De vriendin, met wie ik vaker naar dergelijke bijeenkomsten
ga, had andere, reeds toegezegde, verplichtingen.
En ineens realiseerde ik me, dat ik eigenlijk niet naar die bijeenkomst kon gaan, want ik zou pas na middernacht terug zijn. En dat was het hem juist. Ging ik, toen Jan nog leefde, naar bijeenkomsten en het werd het s avonds laat, dan draaide ik mn hand daar niet voor om. Wanneer ik van de plek wegreed, belde ik Jan en zei hem waar ik langs ging. Hij wist dan dat ik om zo en zo laat ongeveer thuis zou zijn. Ik had dan de zekerheid dat, mocht er iets met de auto zijn of iets dergelijks, ik Jan maar hoefde te bellen en hij zou in zijn auto naar me toekomen. Dat gaf, juist s avonds laat of s nachts een veilig gevoel.
Ik heb geen achtervang meer, realiseerde ik me opeens. Niet alleen mijn gevoel van veiligheid is weg, ook mijn vrijheid van kunnen gaan en staan. Dat laatste ervaar ik natuurlijk steeds al, wanneer ik uitlaat-oppas voor mijn hond Eileen moet organiseren, maar zo nadrukkelijk met de neus op mijn onveiligheid gedrukt te worden, kwam hard aan. Ik vraag me af hoe anderen hier mee omgaan, zijnde inwoner van een plattelandsgebied, zoals ik.
Een warme groet van
Wil van de Belt-Huizing, vrouw, geboren 10 november 1940; partner Jan (67) overleed op 27 maart 2006 aan longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten; geen kinderen; e-mailadres: wilvandebelt@planet.nl
24-06-2007
Hoi Draaikolkers,
Zaterdag 23 juni: tuinfeest bij vrienden vanaf 16.00 uur; ik was
er pas om 17.30 uur. Ik wist dat ik een aantal mensen zou zien
die ik goed ken, na het overlijden van Jan niet meer gezien of
gesproken heb, maar die wel bij het afscheid van Jan waren.
Een van de broers van mijn vriendin ziet me en spreekt me direct
aan en vraagt hoe het met me gaat en dat is prettig. Veel mensen
staan rond hoge tafels, maar ik ga lekker zitten op een tuinstoel
en praat met iemand die ook vraagt hoe het gaat. Het is gezellig
en ik ben goed in staat om ook over andere dingen te praten. Toch
speelt door mijn hoofd dat Jan er de vorige keer nog bij was en
dat ik nu alleen ben. Verder komt geen mens even naar me toe,
iedereen is druk bezig met zichzelf en anderen, zo gaat het nou
eenmaal.
De zus van mijn
vriendin ken ik al dertig jaar en ik weet allang hoe zij in elkaar
steekt: aardig, maar weinig tot geen diepgang. Als zij op het
punt van weggaan op haar man wacht, staat zij naast mijn stoel
en vraagt: "hoe gaat het met je moeder?".
Pardon, je bedoelt zeker hoe het met mij gaat?! Maar nee, dat
zeg ik niet en riedel hetzelfde verhaaltje over mijn moeder op
dat ik de vorige keer ook verteld heb. Hoezo onmachtig om met
gevoel om te gaan...?
Later heb ik een lang gesprek met een "oude" vriendin.
We praten over Jan. Hoe mager hij de laatste keer was, hoe hij
zich vasthield aan het leven. Ik vertel haar het hele verhaal:
de maanden voor zijn dood, over de ziekenhuisopname op 31 oktober
2006, over de dagen en nachten die we in het ziekenhuis hebben
gebivakkeerd, hoe mijn zoon (toen nog 11 jaar) het beleefde, samen
met zijn neefjes van toen 11 en 14 jaar, hoe die jongens met zijn
drieën mochten slapen op de kamer waar normaal chemotherapie
wordt gegeven, dat Jan negen dagen met zijn ogen open heeft geslapen
en ik vertel dat hij - godzijdank - rustig is ingeslapen.
Na dit gesprek ben ik direct naar huis gefietst, een beetje somber,
niet huilend, wel met ietwat waterige ogen.
Als ik thuis ben, zet ik toch de televisie maar aan. Ik begin
op Nederland 1 en val in het, net begonnen, cabaretprogramma van
Jan Jaap van der Wal. Ik ken zijn naam, maar heb nog nooit iets
van hem gezien. Als ik hem wel eens voorbij zag komen, dacht ik:
man, ga eens naar de kapper.
Maar Jan Jaap hield mijn aandacht gevangen en hij is goed. In
mijn eentje heb ik vreselijk moeten lachen. Met dank aan Jan Jaap
van der Wal, want ik voelde me daarna een stuk beter.
Lieve groet voor iedereen
Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl
21-06-2007
"I did
it!"
Dit is mijn triomfkreet sinds ik in 2003 in het Engels als ervaringsdeskundige,
met mijn eigen verhaal in een notendop, een internationaal symposium
over niet-aangeboren hersenletsel mocht openen. Ik reserveer deze
kreet voor heel bijzondere ervaringen waarover ik trots op mezelf
mag zijn. Wat was ik toen trots en Jan ook!
Het toenmalige gevoel was compleet omdat we het samen deelden.
Nu moet ik in m'n eentje trots zijn op zaken die ik goed voor
elkaar gekregen heb. Het gevoel van blijdschap is eraf. Al complimenteert
iedereen mij, er komt geen vreugde meer bij. In feite wil ik het
compliment hebben van hem die er niet meer is.
Jan regelde altijd met grote zorg en kennis van zaken het onderhoud van ons monumentenpand(je). De fraaie buitenkant van het huis begon wat kaal te worden. Aanvankelijk vond ik het wel mooi symbolisch: het huis en ikzelf, beiden hun glans kwijt. Maar, ondanks mijn somberheid, heb ik contact opgenomen met een goede aannemer. Na vijf weken steigers, schilders, timmerlieden, opzichters, drukte en onrust staat mijn huis er weer stralend bij. Precies zoals Jan het gewild zou hebben. Voor het eerst sinds twee jaar zeg ik nu weer: "I did it!"
Nóg een
wapenfeit waarop ik trots kan zijn: ik ben een week, helemaal
alleen, naar Lanzarote geweest. Met Jan was ik er tweemaal. We
vonden het een heel bijzonder eiland, nog afgezien van het mooie
weer. Zorgvuldig had ik een locatie uitgezocht waarvan ik dacht
me het prettigst te kunnen voelen, zonder gezelschap. Intussen
weet ik wat voor mij, in mijn nieuwe status, geschikte plaatsen
zijn. Welnu, ik heb gelijk gekregen. Ik heb ervaren dat ik het
echt kan: alleen reizen, alleen een appartement bewonen, spontaan
wat vluchtige contacten hebben, me kunnen redden als (niet heel
ernstige) gehandicapte, alleen op terrasjes zitten, dagexcursies
maken. Ik heb er zelfs van genoten!
Bij het thuiskomen, terwijl ik de trappen opliep, stroomden ineens
de tranen weer. Maar toch: "I did it!"
Deze ervaringen hebben me weer wat vertrouwen in een redelijk onafhankelijke toekomst opgeleverd.
Marijke Verhaak-Zuidema, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl
20
juni 2007
Hallo allemaal,
Ik heb vanmorgen weer de laatste bijdragen gelezen en er waren twee dingen die me raakte.
Iemand schreef
dat "hun" huis langzamerhand "haar" huis werd.
Dat voelde ik een jaartje of twee geleden ook ineens bij mezelf.
Eerst is het een paar jaar absoluut nog ons huis geweest, behoudens
een nieuwe bank was verder alles hetzelfde. Maar steeds meer begon
ik dingen weg te doen en er iets anders voor in de plaats te zetten,
en vooral in de vorm van accessoires. Ook gaf ik de muren een
ander kleurtje. Ik heb inmiddels ook de tuin veranderd, eerst
was er gras, nu tegels.
Het gevoel dat het steeds meer "mijn" huis werd, was
voor mij een vreemde gewaarwording. Aan de ene kant betekende
het dat het beter met mij ging en ik het leven alleen weer op
de rails kreeg, aan de andere kant maakte dat ook weer pijnlijk
duidelijk dat Harry inderdaad nooit meer terugkomt. Het is nu
inderdaad mijn huis, maar Harry leeft er ook nog, in mijn hart,
elke dag.
Het tweede wat
me aansprak is, dat het inderdaad zeer doet als je, op bijvoorbeeld
een formulier, je burgerlijke staat moet invullen. Met 'alleenstaand'
blijf ik moeite hebben. En met het woord 'vrijgezel' voel ik me
al helemaal niet prettig. Ik vul dan ook meestal 'weduwe' in.
Ook als iemand mij eens vraagt of ik getrouwd ben, een vriend
heb of vrijgezel ben, dan antwoord ik altijd dat ik weduwe ben.
Een paar jaar terug heb ik mijn nieuwe paspoort wel op mijn meisjesnaam
laten zetten, en toen ik uit het gemeentehuis naar buiten kwam
liep er toch stiekem een traantje over mijn wang. Ik stel me ook
altijd nog voor met zijn achternaam, me voorstellen met mijn meisjesnaam
voelt niet goed. Nu na acht jaar nog steeds niet.
Nou, ik ga nu
stoppen, want vanmiddag ga ik op visite bij de moeder van een
goede vriend van mij. Ik hoop dat we lekker in haar tuin kunnen
zitten.
Ik wens iedereen natuurlijk veel sterkte en hoop dat jullie vandaag
ook een beetje kunnen genieten van het zonnetje.
Warme groet,
Suzette Hartog-Been;
e-mailadres: suzettehb@planet.nl
20-06-2007
Monique, ik hoop ook dat het nu draait als een zonnetje met Planet
Ik ben de week
slecht doorgekomen, het is net of doe ik elke dag een stap terug,
maar dat kan ook bijna niet anders. Vandaag is het acht weken
geleden (ik denk nog in weken, maar er zal een tijd komen dat
dit maanden en jaren gaan worden). Ben ook mailtjes kwijtgeraakt
op mijn pc, ook hier werkte het niet allemaal naar behoren, kan
er ook nog wel bij.
Ben vorige week donderdag bij onze huisarts geweest, ook zo'n
crime. Ben zo vaak de laatste maanden in die praktijk geweest,
maar niet voor mezelf maar voor Geert. Er zijn weken bij dat ik
er kind aan huis was, nu maar voor mezelf er naartoe. Heb het
gevoel dat ik enorm vastloop; ik kan niet op momenten dat ik wil
over Geert praten. Soms beginnen vrienden en familie erover, maar
dat is maar heel even. Het moet beslist niet te lang duren, ze
weten niet goed hoe met mijn verdriet om te gaan. Dus ik mag vrijdag
a.s. naar de psycholoog. Ik naar de psycholoog... Nou, ik zie
wel wat het oplevert, weet ook niet wat ik ervan verwachten moet.
Maar ik besef wel dat de laatste jaren en vooral de laatste maanden
erg traumatisch waren, en dat kan ik niet in mijn eentje verwerken.
Ik doe mijn ding, regel alles, maar op de automatische piloot. Zo ben ik gisteren met mijn verstand op nul naar onze garage gereden. Ik moet onze auto wegdoen, is te groot en te duur nu voor mij. Vrienden hebben hem al op Internet gezet, maar dat wordt niet wat. Wat was dit zwaar zeg. Voor twee jaar terug zaten we samen op dat kantoortje bij die dealer. Samen de auto uitgezocht die ik nu weg moet doen, het doet me pijn, en niet om dat stuk blik, hoor. Ik zat daar wel, en ze konden me ook appels voor peren verkopen, maar de verkoper begreep het wel. Hij heeft alles op papier gezet. Ik heb in een mooi autootje gezeten en dat zal hem waarschijnlijk worden. Of ik ook nog een proefritje wilde maken? Nou nee, ik kom morgen wel terug, met een vriend, ook nog om even over de prijs te praten, kan ik nu niet. Maar ondanks dat het erg emotioneel was, ben ik toch trots dat ik het gedaan heb, en ik weet zeker dat Geert dat ook zou zijn.
Ondanks alle
ellende ga ik ook proberen om naar onze camping te gaan voor een
paar weken. De caravan wordt er voor me neergezet door mijn zwager,
naast onze lieve vrienden. Ik zie wel hoe het gaat, als het niet
gaat dan ben ik in no-time weer thuis.
Waar ik óók mee bezig ben, is schrijven. Ik schrijf
naar Geert, elke dag weer. Dat was een goed advies van de mensen
die gemaild hebben. Bedankt nog.
Anja de Graaf;
e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl
19-06-2007
Hallo Monique,
Ik weet niet
hoe ik moet beginnen, maar ik wil gewoon even stoom afblazen.
Op 6 april 2007 is mijn man Marcel, net 46, plotseling overleden
door een acute hartstilstand, en ook nog eens in het buitenland.
We hebben geen afscheid van elkaar kunnen nemen, anders dan alleen
de maandag ervoor toen ik hem naar de boot bracht en hem een knuffel
gaf en zei dat ik van hem hield en "tot de 13 de."
Op Goede Vrijdag
stond daar plotseling een man van zijn werk voor de deur met de
vraag of we even naar binnen konden gaan want hij had een bericht
over Marcel. Op dat moment gaat de grond onder je voeten open
en stort alles in. De kinderen bellen dat ze thuis moesten komen
(ze zijn 18 en 16 jaar), mijn ouders bellen en de rest van de
familie.
Die week heb ik in een roes geleefd en ik ben blij dat mijn broer
overal foto's en een film van gemaakt heeft (Marcel is met de
helikopter uit Engeland overgevlogen).
Ik kan alleen
zeggen dat ik hem ontzettend mis en hier op de site lees ik dat
ik niet de enige ben. Ik kom heel herkenbare dingen tegen. Ik
voel me ook nog te jong (ben 43) om me 'weduwe' te noemen, maar
ik weet niet hoe het anders moet. Volgende maand wordt het ook
al beladen want de 19de is onze trouwdag en die zal nooit meer
verder gaan dan 21 jaar
Zaterdag is mijn zoon jarig en we zien er als een berg tegenop,
maar ik weet dat hij had gewild dat we door moesten gaan, maar
het doet pijn.
Voor de buitenwereld doen we gewoon, maar thuis is het huilen. De mensen verwachten het gewoon, het leven draait door. Maar hóe moet je verder als je weet dat je maatje er niet meer is die je opvangt na je werk. De kinderen missen hun toffe vader die overal voor in was en met alles hielp.
Lieve Monique, het is misschien een warrig verhaal, maar ik wilde het even kwijt en ik zit nu alweer te snotteren. Ik ga morgen nog even verder op je site kijken hoe ik eventueel met anderen in contact kan komen, maar dat kan ook volgende week worden want dit verhaal heb ik al tig keren gewist, maar ik wilde nu even met iemand "praten". Kijk maar wat je er mee doet.
Groetjes en bedankt voor het lezen.
Jeanne van Houwelingen;
e-mailadres: maw.vanhouwelingen@quicknet.nl
18-06-2007
Hallo lotgenoten,
Deze week ontving ik een kaart van de afdeling Hematologie van
het VU ziekenhuis in Amsterdam. Bijgesloten ontving ik een overzicht
met adressen in verband met rouwverwerking en viel mijn oog op
de Draaikolk. Na een aantal reacties gelezen te hebben, dacht
ik: hier moet ik ook op reageren. Het doet me goed om te lezen
dat anderen ook met bepaalde problemen kampen.
Ik heb 29 januari
2007 mijn man verloren. Hij was vanaf september 2005 ziek; een
syndroom wat een voorloper kan zijn van acute myeloide leukemie.
Helaas is dat op zijn verjaardag 4 mei 2006 ook een acute leukemie
geworden en is hij in het VU ziekenhuis beland gedurende drie
maanden, waarvan één maand in coma.
In augustus vol goede moed weer naar huis om te revalideren om
weer verder te kunnen met de chemo, maar het noodlot sloeg toe.
Half september bleek de leukemie weer terug te zijn. Nog maar
een paar maanden te leven
Je wereld stort in.
Mijn oudste zoontje (11 jaar) heeft alles bij elkaar geschreeuwd
toen we vertelden dat papa dood zou gaan. Mijn jongste kind (meisje
9 jaar) reageerde weer heel anders. Die wou allemaal nog leuke
dingen doen met papa en ons, maar helaas was papa daar te zwak
voor.
Mijn man was
47 jaar toen hij overleed, we missen hem nog steeds heel erg.
Ik werk wel weer volledig (drie dagen per week) en dat doet me
goed, hoewel het me af en toe toch heel zwaar valt. Ik ben zelf
ook 47 jaar. Ik doe mijn best om de draad weer op te pakken. Het
lukt ons aardig, maar ik zit af en toe ook in een dip, wat voor
mensen die dit nog nooit hebben meegemaakt soms moeilijk te begrijpen
is.
Ik ben in april wel lekker een weekje met mijn kinderen naar Egypte
geweest en dat heeft ons even goed gedaan. Morgenochtend gaat
mijn zoon op kamp met school. Hij gaat na de grote vakantie naar
de middelbare school. Ik voel nu al dat ik hem ga missen.
Voor vandaag
vind ik het even genoeg. Het was voor mij best een stap om dit
op te schrijven en tijdens het schrijven komen er toch weer emoties
los.
Lieve groetjes van
Nel Roos, e-mailadres:
nelroos@zonnet.nl
14-06-2007
Het is maanden geleden dat ik naar de Draaikolk geschreven heb. Ondertussen heb ik er wel veel gelezen, de bijdragen van mensen bekeken en steeds weer gevoeld hoe zeer diep verdriet vanwege rouw en dapper doorknokken hand in hand gaan tijdens het proces van 'doorgaan met ademhalen'.
Zelf ben ik
nu ruim zestien maanden voorbij Hans sterfdag (7 februari 2006,
longkanker). Mijn leven nu lijkt in niets op het leven dat wij
samen hadden. En ook ik ben veranderd. Rustiger, stiller, minder
verwachtend van het leven. "De lat moet lager", heb
ik mezelf het afgelopen jaar vaak voorgehouden, en steeds weer
bevestigde de praktijk dit voornemen. Ik zal details achterwege
laten, maar lotgenoten zullen haarfijn aanvoelen wat ik hiermee
bedoel.
Ik probeer cynisme tegen te houden, het keert zich namelijk tegen
je. Dat lukt niet altijd, moet ik bekennen. Inherent aan doorgaan
met het leven is gelukkig ook dat zich nieuwe kansen aandienen.
Anonieme buren worden opeens hartelijke en zorgzame 'medelevenden',
zoiets doet je goed. Lotgenoten sturen op de goede momenten hartelijke
e-mails, met precies de thematiek waarmee jij op dat moment worstelt.
Onverwachte ontmoetingen die je doen beseffen dat je meer kunt
dan alleen maar ademhalen. Die je van ding weer tot mens
verheffen. "Er gaat weer bloed door m'n aderen in plaats
van azijn", heb ik het wel eens gekscherend genoemd.
Het proces van
herstel is ingezet, dat voel ik. Mijn weerbaarheid is aan het
herstellen, mijn vitaliteit ook. Ik herijk mijn leven, iedere
dag een beetje meer. Dat ik opeens rotdagen heb, zonder aanwijsbare
aanleiding, heb ik ondertussen begrepen. Ik vind er niets meer
van. Weet dat ook zo'n dag maar 24 uur telt.
Langzaam transformeer ik het huis. Een ander schilderij, een nieuwe
kast, de slaapkamer anders ingericht. Spullen van Hans die ik
weggeef aan liefhebbers van biljarten en vissen. Zo wordt 'ons'
huis iedere dag een beetje meer 'mijn' huis. Voorwaarde om verder
te gaan, heb ik het afgelopen jaar ervaren. Ik zeg niet dat dit
voor iedereen zal gelden hoor, hou me ten goede. Er zijn al genoeg
betweters in de wereld. Ik hou het bij mezelf. Voor mij werkt
het, ik ervaar ruimte bij opruimen en verandering. Hans zit voor
eeuwig in mijn hart. Maar ik geloof niet in het aanleggen van
een collectie trillende atomen die me te pas en te onpas eraan
herinnert wat we hier allemaal meegemaakt hebben.
Ik ben nu 47 jaar, kijk volgens de statistieken nog pak 'm beet
dertig jaar de toekomst in (voor wat statistieken waard zijn...)
dus ik wil een modus vinden om verder te gaan. En als dat een
beetje leuk kan, dan graag. Hans zou het me gunnen, en ik mezelf
eigenlijk ook...
Lisenka Pechtold; e-mailadres: lisenkapechtold@hotmail.com
14-06-2007
De eerste acht weken achter de rug zonder Geert, weken van 'opruiming houden', zo voelt het wel.
Bankzaken regelen, alles op mijn naam overzetten. Met één druk op de knop zijn alle gegevens weg van Geert, wat doet dit pijn. Bedrijf uit laten schrijven van Geert, kwam hij zelf nooit aan toe op zijn manier. Nou, ik weet nu wáárom niet, en maar weer janken. Combi-Care, het bedrijf waar we stoma-materialen van kregen voor Geert, opgebeld. Ik kreeg nog een magazine op naam van Geert want hij was nog niet uitgeschreven, dus dat zou ze nog even doen. "Mag ik de geboortedatum van uw man?". Ja hoor, toe maar: "15 juni 1960". "Goed", hoor ik even later, "hij is nu uitgeschreven". Verzekeringen allemaal uitgeschreven, wat een confrontaties, en ik word er thuis in de stilte al zo mee geconfronteerd
De waarheid
begint langzaam tot me door te dringen: Geert komt niet meer thuis.
Morgen zou hij 47 worden, zijn eerste verjaardag zonder hem. Ben
er al de hele week van ondersteboven. Ik krijg familie over de
vloer om mij te steunen, maar het zal nooit meer hetzelfde zijn,
nooit meer...
En Geert kan dan wel uitgeschreven zijn overal, maar niet bij
mij. Hij zit in mijn hart, in mijn bloed.
Morgenavond drink ik maar een borrel op je, als iedereen weg is.
Lieverd, ik mis je zo.
Anja de Graaf; e-mailadres: geertdegraaf@versatel.nl
13-06-2007
Hallo Monique,
en andere lotgenoten,
Na het overlijden van mijn man Tom in 2005 heb ik veelvuldig deze
site bezocht. Laatst heb je mij verrassend persoonlijk bedankt
voor mijn donatie. Ik heb je toen terug gemaild dat ik het best
moeilijk vond om openbaar op de site te reageren.
Mijn man is
plotseling overleden aan een complicatie bij kort daarvoor ontdekte,
vergaand uitgezaaide prostaatkanker. Ik heb mij lange tijd erg
schuldig gevoeld over de laatste uren van zijn leven, over hoe
ik anders had kunnen handelen. Ondanks dat we niet met woorden
afscheid hebben kunnen nemen, voel ik mij wel bevoorrecht dat
we bij elkaar waren, en dat hij omringd was door warmte van o.a.
zijn kinderen.
Op de site putte ik vooral veel steun aan de herkenbare situaties,
het als het ware begrepen worden door lotgenoten.
Over trouwringen
gesproken: ik heb de mijne nog steeds om. Ik heb er zelfs niet
bij nagedacht om er iets anders mee te doen. Ik voel mij ook nog
getrouwd. Ik ben dan ook benieuwd wat lotgenoten vinden van de
situatie waarbij je burgerlijke staat moet invullen. Ik zet soms
een kruisje bij 'gehuwd' of maak er een vakje bij met 'weduwe'.
Ik weiger om 'alleenstaand' in te vullen.
Ik vind het ook niet erg als bekenden tegen mij nog 'jullie' zeggen,
en omdat het zo af en toe gebeurt vind ik dat nog fijn ook (hoort
Tom er toch gewoon nog bij
). Ik ben benieuwd of er lotgenoten
zijn die dat ook meemaken en ik kan mij best voorstellen dat dit
voor sommigen dan juist weer confronterend is.
Zes weken voordat
Tom werd opgenomen in het ziekenhuis waren wij verhuisd en deze
situatie bemerk ik ook vaak op de site of om mij heen. Sommige
lotgenoten waren een grote verbouwing gestart of waren net verhuisd
of moesten nog verhuizen.
Dat rouwen hard werken is, vol met valkuilen en terugslagen, daar
herken ik mijzelf ook in. Ik zou het af en toe meer 'uitputtend'
willen noemen.
Ik begin nu langzaam weer het heft in handen te krijgen en ben
begonnen de (verhuis)staat van het huis te veranderen. Maar ik
wil nog steeds teveel tegelijk en zit nog vol onrust, de afgrond
van de valkuil in zicht, neus naar voren
Toch maar doorgaan...
Vriendelijke groet,
Jolande Roestenberg;
e-mailadres: jwindmuller@planet.nl
12-06-2007
Hallo,
Ik ben op zoek naar mensen die me op weg kunnen helpen bij het verwerken van het verlies van mijn vrouw. Zij is op 2 mei 2007 overleden en plotseling. Ik weet niet wat ik moet doen en wil er over praten.
Help me. Bedankt voor de aandacht alvast.
Groetjes,
Jan Janssen;
e-mailadres: jan-41@live.nl
05-06-2007
Hallo Monique
en andere lotgenoten,
Eindelijk dan eens een reactie van iemand die al sinds september
2004 de site bezoekt.
Om mijn verhaal niet te lang te maken: in december 1978 gingen
we samenwonen, spaarden een fles vol dubbeltjes en zouden daar
vriendschapsringen voor kopen. Onze zilveren vriendschapsringen
met naam kregen wat later een datum erin en wel 12-09-80, onze
trouwdatum. Vanaf die datum waren het onze trouwringen en hadden
we onze verbondenheid, die er toch al was, bezegeld met een trouwboekje
en een feest. Willem had wel moeite met het dragen van sieraden,
maar zijn trouwring ging alleen af voor een bezoek aan de juwelier.
Zijn laatste levensweek in het ziekenhuis kon hij de ring op geen
manier meer verdragen, dat deed hem zichtbaar pijn. Op 14 september
2004 overleed Willem. De ring werd aan onze zoon gegeven, is wel
erg beschadigd, maar ligt in een doosje in zijn nachtkastje. Hij
is bang hem kwijt te raken.
Mijn trouwring zit nog altijd op dezelfde plaats ongeschonden
aan de ringvinger van mijn linkerhand. Daar blijft de ring naar
mijn idee zitten tot... God mag het weten?
Zelf ben ik ook nog in het bezit van de trouwring van mijn moeder,
die ligt ook al sinds ik getrouwd ben in mijn nachtkastje. Ik
heb geen drang om er verder iets mee te doen en laat het liever
puur.
Buiten onze drie kinderen, die de herinneringen met mij delen,
zit Willem voor altijd in mijn hart. Wat de toekomst brengt, dat
weet ik niet. Ik leef nog van dag tot dag...
Heel veel groetjes,
Nelleke van den Biggelaar, vrouw, geboren 27 september 1956; partner Willem (49) overleed op 14 september 2004 aan longkanker, uitgezaaid naar de lever en nieren; drie kinderen, waarvan de oudste uitwonend; e-mailadres: biggelcs@planet.nl
03-06-2007
Soms droom ik van mijn vrouw. We praten met elkaar. Zij vanuit haar wereld; ik vanuit de mijne. Vreemd vind ik dit niet. Als het beeld vervaagt, is de "ontmoeting" over. Na enige tijd word ik wakker, voel naast me, maar daar is niemand. Het kussen blijft leeg.
De TV zet ik aan. Vanuit het bed volg ik het half acht nieuws, maar door mijn onrust blijf ik niet lang liggen. Er moet nog zoveel gedaan worden. Hoe meer afleiding, hoe minder je hoeft te denken en piekeren. Je moet toch immers verder! Naar wat? Wat heeft het leven voor zin als je geen zin in leven hebt?
Dan denk ik aan het volgende:
Je mag zijn...
"Je mag zijn zoals je bent
om te worden wie je bent
maar nog niet kunt zijn
en je mag het worden
op jouw manier
en in jouw tijd!"
Lodewijk Lagemaat;
e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com
03-06-2007
Dag Monique,
Jouw stukje over de trouwringen is weer heel herkenbaar. Ik denk
dat we allemaal vroeger of later met die vraag zitten en daarmee
aan de slag gaan.
Ik heb de ring
van Harry, vanaf het moment dat hij was overleden, direct aan
mijn ketting gehangen om hem maar niet kwijt te raken. Na enige
tijd heb ik advies gevraagd en heb van onze beide ringen een mooie
ring laten maken: de een als een slang om de andere gedraaid en
de inscriptie is behouden.
Ik ben daar heel blij mee en eigenlijk ben ik daar ook trots op
(klinkt misschien wat raar). Ik draag mijn, en nu dus onze ring,
tenslotte al vanaf 16 juni 1965. Dat was toen onze verlovingsdatum.
Monique, ik wens jou en alle lotgenoten - ondanks ons gemis - toch een goede zomer toe. We moeten er zelf iets van proberen te maken.
Groetjes,
Magda Minderhoud, vrouw, geboren 16 juni 1943; partner Harry (61) op 23 juni 2004 overleden aan hersentumoren; twee uitwonende kinderen; e-mailadres: minderhoud@kabelfoon.nl
02-06-2007
Hallo,
Ik ben Lily, 48 jaar, en sinds twee jaar weduwe. Ik had nooit gedacht dat dit mij nog zou overkomen, maar ik ben waanzinnig verliefd geworden. In januari kwam ik via een site een lotgenoot tegen. Hij is 52 jaar en iets langer dan ik weduwnaar, hij heeft twee volwassen kinderen.
Na een tijd
chatten op mijn verjaardag, stond hij ineens voor mijn deur met
een vette bos bloemen. Ik zat aan de telefoon en mijn zoon deed
open. Hij was hevig gepikeerd en vroeg zich af: wat moet die man
hier? Hij vond het helemaal niet leuk, gedroeg zich niet netjes,
wou die man niet eens een hand geven.
Ik schaamde mij een beetje en zei dat ik het wel leuk vond van
hem en attent en beloofde dat we het bezoekje nog wel eens over
zouden doen. Ik heb dat gedaan. We zijn een hele dag in Valkenburg
en Epen geweest en hebben een fantastische dag met elkaar doorgebracht.
Sindsdien is het menens tussen ons en zijn we stapel op elkaar. We weten allebei niet goed wat ons overkomt. Het klikt gewoon heel goed samen. Ik heb een gedicht gemaakt voor hem.
Lily Bos; e-mailadres:
lily_bos@hotmail.com
02-06-2007
Beste Monique,
Hier nog een vervolg op mijn brief van 8 april 2007. Ik denk dat
best meer mensen zulke ervaringen hebben, maar daar niet zo snel
iets over schrijven.
Ik wil het met jullie even hebben over mijn geestelijke ervaringen
na het overlijden van Carmen. De eerste keer dat ik iemand verloor
die me erg dierbaar was, maakte ik een paar vreemde dingen mee,
namelijk bij mijn broer Ben, zo'n twintig jaar geleden.
Op de avond dat hij stierf, was ik samen met Carmen. Ik moest
opeens heel sterk aan mijn broer denken en ik voelde een heel
sterke walm door me heen gaan. Ik vond het wel vreemd, maar ik
heb het maar zo gelaten.
De volgende ochtend kreeg ik een telefoontje dat hij op dat moment
door die walm was overleden, het was blijkbaar een soort afscheid
van hem. Twee weken later moest ik weer heel sterk aan hem denken.
Ik lag thuis op de bank en er begon zich een soort verschijning
te ontwikkelen. Ik was erg rustig, maar ik heb toen gezegd: "Ben,
ga maar. Ik red het wel alleen."
Met Carmen heb ik ook zoiets meegemaakt. Ik zag duidelijk Carmen
verschijnen op het balkon waar ik op uitkijk als ik op bed lig.
Ik was heel rustig en totaal niet bang. Ook Carmen heb ik gezegd
dat ze moest gaan en dat gebeurde ook.
Ik denk dat
ik juist heb gehandeld want volgens mij moet je je overleden geliefde
niet op deze manier proberen vast te houden, hoe moeilijk het
ook is om je geliefde los te laten. Ik denk zelf dat mijn broer
en Carmen in de hemel zijn en rust hebben, en wat dat inhoudt,
dat weten zij alleen.
Nico Gilbers; e-mailadres: nico-gilbers@hotmail.com
P.S.:
Door problemen met mijn internetprovider kan het zijn dat ik eventuele
reacties op mijn vorige mail niet heb ontvangen. Ik zou het fijn
vinden als ik deze opnieuw zou mogen ontvangen.
02-06-2007
Nee, je trouwring
droeg ik niet. Hij zat gewoon niet lekker om de vinger, bovendien
kreeg ik er uitslag van. Ik bewaarde hem zorgvuldig in een kistje.
Nu je dood bent, wil ik iets met onze ringen. Niet om mijn vinger.
Ik moet er niet aan denken twee gouden ringen aan mijn vinger
te hebben. Ik wil ook niet zo zichtbaar met het stempel van een
weduwe lopen. Ik koop een gouden ketting en hang ze zo om mijn
hals.
Onze dochter vindt het goud niet bij mij passen. Dat klopt. Ik vind jouw dood ook niet bij me passen. Toch heb ik behoefte om jouw dood symbolisch uit te dragen. Ik wil me onderscheiden van de gescheiden mensen. Ik wilde met jou oud worden. Ik heb geen invloed op jouw dood gehad. Er is mij geen toestemming gevraagd. Als dat wel zo was, dan had ik om uitstel voor later gevraagd.
Ik draag de
ringen te bewust om mijn hals. Ik hoor ze altijd tegen elkaar
aan klingelen. Ik krijg er vreemde associaties bij, over koeien
die met een grote bel om hun nek lopen in de bergen. Als ze verdwalen,
zijn ze van verre te horen. Als ik verdwaal, ben ik dan ook te
horen?
In mijn beleving worden de ringen om mijn hals steeds groter en
zwaarder. Ze gaan me irriteren.
Ik besluit om er iets moois van te laten maken, maar ik wil dat je kunt blijven zien dat het twee trouwringen zijn. Ik laat ze in elkaar smeden als een ronde kogel. Het is mooi geworden. Ik ben niet meer te horen als ik me beweeg.
Is deze kogel de gouden glans van weduwe zijn?
Ria Peters;
e-mailadres: jilmo@planet.nl
02-06-2007
Beste Monique,
Op 16 februari is mijn vrouw Nelline plotseling overleden. In
het begin is er veel aandacht en is er heel veel te regelen. Maar
die aandacht ebt weg en vervolgens ben je alleen met alle gevoelens.
Ik denk dat die gevoelens alleen met lotgenoten gedeeld kunnen
worden.
Op zoek hiernaar kwam ik je website tegen en ik was verbaasd dat
zoiets bestond. De openhartigheid van de deelnemers, de hele opzet
van de zeer verzorgde website, ik vind het perfect.
Al lezende zie
ik ook zoveel overeenkomsten met wat ik zelf momenteel doormaak.
Ik las je stukje over het wel of niet dragen van de trouwring.
Ik zie het als een stukje verbondenheid met Nelline. Zevenentwintig
jaar geleden zijn we in liefde getrouwd en nu voel ik die liefde
voor haar nóg sterker.
De ring is voor ons altijd een teken van verbondenheid geweest
en dat zal zo blijven. Het wel of niet dragen ervan is voor de
een belangrijk, voor de ander niet. Ook kan de persoonlijke situatie
in de loop der tijd veranderen door bijvoorbeeld een nieuwe partner.
In ieder geval een interessant onderwerp met (hopelijk) veel reacties.
Veel succes
met je website.
Met vriendelijke groet,
Arend Simons; e-mailadres: asimons@12move.nl
Dag Monique,
Een dag voor het plotselinge overlijden van Dick vertelde hij
mij dat hij zijn trouwring "ergens" boven, tussen zijn
immense archief, kwijtgeraakt was. "Morgenavond zal ik
proberen hem op te speuren", was mijn reactie. Dat is
er dus niet meer van gekomen.
Weken nadien alles afgezocht, werd er tureluurs en emotioneel
van, want de ring bleef onvindbaar. Pas toen de kinderen aan de
slag gingen, werd hij binnen drie minuten gevonden. Vreemd en
iets om over na te denken? Hij stak tussen twee dikke boeken uit
die ik ook al onderhanden genomen had.
Heb bij de juwelier uit zijn ring een stukje laten halen en dat
hebben ze gebruikt om er een mooi steentje in te zetten. Ik draag
dus twee ringen die kunstig samengevoegd zijn. De inscripties
zijn nog steeds duidelijk te zien en op deze wijze heb ik het
gevoel dat we nog verbonden zijn, niet alleen die bijna veertig
jaar, maar tot op de dag van vandaag.
Hartelijke groet,
Anke Loman, vrouw, geboren 20 mei 1943; partner Dick op 18 januari 2001 aan een hartstilstand overleden; drie uitwonende kinderen; e-mailadres: a.loman2@chello.nl
01-06-2007
Dag Monique,
Naast mijn toetsenbord ligt jouw verhaal over verbondenheid (Hoofdredactioneel: 'Verbondenheid', red.). Ik wil er graag op reageren. Het ontroerde me en ik heb het daarom afgedrukt om het in mijn map te stoppen bij alle andere verhalen die ik zelf schrijf of die ik via de mail van lotgenoten en vrienden toegestuurd krijg.
Waardoor en
vanwaar die ontroering?, vroeg ik mij af. Niet dat ik veel herkende
in jouw verhaal. Uiteraard is het ook niet mijn verhaal, zelfs
niet als het alleen maar over trouwringen zou gaan en jij jouw
persoonlijke gedachten, associaties en belevenissen niet had toegevoegd.
Het ontroerde me door wat je vertelt en vooral hoeveel je vertelt,
in een stukje niet groter dan een A4tje. Bovendien zie ik voor
me hoe je tijdens het etentje observeert en op welke manier je
deel uitmaakt van het gezelschap. Over dat laatste had je al eens
wat verteld.
Het deed me terugdenken aan mijn pogingen de trouwring van mijn moeder terug te vinden in de inventaris van mijn in mei 2006 overleden vader. Mijn moeder stierf in 1992. Toen was het uiteraard mijn vader voor wie haar trouwring emotionele waarde vertegenwoordigde. Die van mijn vader is er, maar moeders ring is verdwenen. Ik vind het jammer dat ik ze niet allebei heb.
Maar vooral dacht ik aan Wim en mij en aan ons trouwen in 1981. Wij vonden het aanschaffen en dragen van trouwringen niet nodig. Wij wisten dat we onvoorwaardelijk voor elkaar hadden gekozen en dat vonden we voldoende. Het verklaren van onze liefde aan elkaar was een persoonlijke getuigenis, waar een ring niets aan toe of af deed. Wim heeft die overtuiging altijd gehad en gehouden. Hij had al eens een trouwring gedragen - ik was zijn tweede vrouw - en in hoeverre het mislukken van zijn eerste huwelijk ermee te maken had? Ik weet het niet (meer).
Aan mijn rechter
ringvinger draag ik een gladde zilveren ring, zonder inscriptie.
Ik kreeg hem van Wim, een tijdje voor ons trouwen. Hij zocht hem,
samen met mij, voor me uit. Zelf wou hij er geen. Het is een levendige
herinnering: wij samen voor de etalage van de juwelier op zoek
naar uitdrukkelijk alleen een ring voor mij.
Deze ring blijf ik dragen.
Nu weet en voel ik opeens de bron van mijn ontroering
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
01-06-2007
Hallo Monique,
Onze trouwringen liggen momenteel bij een kennisje die ze, want
ze is edelsmid, gaat versmelten en daarvan een hangertje gaat
maken.
Toen Harry net overleden was, heb ik al heel snel onze ringen
aan elkaar laten zetten door middel van een witgouden randje ertussen
en zo heb ik die ring ongeveer een jaar gedragen. Daarna heb ik
de ring aan een kettinkje gedaan en om mijn hals gedragen. Nu,
na acht jaar dus, had ik ineens het gevoel dat ik dat niet meer
wilde, maar dat ik wel dat goud wil bewaren, vandaar dat ik er
nu een andere vorm van laat maken.
Voor ons beiden was onze trouwring een teken van verbondenheid.
Harry was verder geen type voor sieraden, alleen de ring heeft
hij altijd omgehad. Ik heb me na zijn heengaan lang nog getrouwd
gevoeld en ik wilde dat ook.
Op een dag kreeg ik de verklaring van erfrecht en daar staat dan
in dat je de wettige erfgename bent, maar ook dat het huwelijk
door het overlijden is ontbonden, wettelijk gezien. Wat deed dat
zeer om te lezen. Ik voelde een soort boosheid ook, zo van: hoe
komen ze daar nou bij! Maar ja, dat zijn nu eenmaal van die wettekstjes.
Als ik er nu zo even over nadenk, heeft het lang geduurd voordat
ik me een vrijgezel voelde. Misschien voel ik het stiekem diep
in mijn hart nog steeds niet zo
Ik weet het eigenlijk niet
precies.
In ieder geval is Harry tot mijn eigen einde een deel van mij.
En aan de sieraden die ik van hem kreeg, en aan zijn eigen horloge,
brilletje en sloffen, hecht ik heel veel waarde. Die zal ik nooit
wegdoen.
Warme groet,
Suzette Hartog-Been;
e-mailadres: suzettehb@planet.nl
01-06-2007
Donderdag 20
april 2006 begint zoals zoveel andere dagen, maar eindigt zoals
ik nooit had kunnen denken. Die avond overlijdt mijn man Willem
(51) aan een hartinfarct op de tennisbaan. Als ik hem later in
het ziekenhuis mag zien, kan ik het niet geloven. Ik huil, ik
schreeuw: "dit kan niet, dit mag niet, jullie vergissen
je!"
Hoe is het mogelijk dat iemand er zomaar van de ene op de andere
seconde niet meer is. Hij is nooit ziek geweest, heeft nooit pijn
op zijn borst gehad, nooit een waarschuwing
Dat kan toch
niet! Maar helaas, het kan wel en mijn drie zonen (nu 19, 16 en
12) en ik (44) moeten zonder vader en man verder.
Maar het leven gaat door. Drie weken na het overlijden van zijn
vader heeft mijn middelste zoon zijn examenfeest. Op de avond
van het examenfeest wil hij zijn nette pak aan papa laten zien.
Samen staan we bij het graf en mijn middelste is er van overtuigd
dat papa die avond bij hem is. Maar hoe is het mogelijk dat deze
zoon er zo nuchter over kan doen. Wat ben ik ontzettend trots
op deze jongen en als hij naar het feest is, geef ik mij over
aan mijn verdriet en laat ik al mijn tranen lopen die de hele
avond al zo hoog zitten.
Zo aan het einde van een schooljaar zijn er veel ''leuke'' activiteiten'.
Mijn jongste zoon zit in groep 8 en speelt in de musical op de
afscheidsavond. Ik ben blij dat mijn andere twee zoons meegaan
naar de afscheidsavond, maar het zou niet moeten. Ik wil daar
met Willem heen!
Ook bij de diploma-uitreiking gaat er familie met me mee. Er zijn
zo'n 400 mensen aanwezig, maar wat voel ik me eenzaam en alleen
daar.
Dan is het zomervakantie en er hoeft niets meer. Niet meer naar
allerlei ''leuke, gezellige'' avonden. En dan slaat de vermoeidheid
toe, ik ben helemaal op. Val 's avonds als een blok in slaap en
sta 's ochtends gebroken op. Regelmatig mag ik bij vrienden uithuilen
en na zo'n huilbui kan ik er weer een poosje tegen.
Tussendoor probeer ik de boel draaiende te houden. Ik koop een
kleinere auto, schilder het huis omdat het deze zomer moest gebeuren,
ruim de kleren van Willem op en het gaat eigenlijk best wel lekker
gezien de omstandigheden. Ik praat veel over Willem en gelukkig
komt er nog steeds bezoek dat mijn verhaal weer wil aanhoren.
Mijn oudste zoon praat ook makkelijk over zijn vader. Mijn middelste
zoon zegt niets. Hij reageert heel nuchter: "het is gebeurd
en we moeten het accepteren", zegt hij. Ik snap daar
niets van. Het doet me pijn dat ik hem niet bereiken kan en niet
met hem over zijn vader kan praten. Hij geeft duidelijk aan dat
hij dat ook niet wil en hij snapt niet dat ik er niet over uitgepraat
raak. We moeten beiden accepteren dat we het verlies anders verwerken.
Mijn jongste is nog te klein om zijn gevoelens te verwoorden,
maar hij gedraagt zich niet anders en het gaat goed met hem.
Ook ga ik al weer vrij snel naar mijn werk, ik werk twintig uur
in de week als administratief medewerkster. De eerste weken ga
ik alleen maar voor de afleiding en dat voelt goed. Wat zijn al
mijn collega's met me begaan en wat zijn ze begripvol! Ik kan
daar mezelf zijn en ik vind ook daar een schouder om op uit te
huilen.
In augustus zegt mijn oudste zoon dat hij voor het einde van het
jaar de steen op het graf wil hebben liggen. Ik moet daar niets
van weten en schuif het voor me uit. Maar uiteindelijk besef ik
dat mijn jongens ook mee mogen beslissen wat zij willen. Mijn
middelste zoon heeft getekend hoe hij de steen zou willen hebben.
Weer ben ik helemaal van slag als ik zie dat een jongen van 16
een steen ontwerpt voor zijn vader. Weer word ik boos en opstandig,
dit kan niet en mag niet!
Het zijn niet alleen de verdrietige momenten waarop ik Willem
zo mis, ook de leuke dingen die gebeuren kan ik niet meer delen
met hem. Mijn oudste haalt zijn rijbewijs en we laten het iedereen
weten, maar wéér kunnen we het niet aan papa vertellen.
Zal deze pijn en dit verdriet ooit overgaan?
En weer word ik boos en verdrietig als de eerste kerstkaarten
komen. Sommige kaarten alleen met ''gelukkig Nieuwjaar'', andere
met een persoonlijk woord. Het is weer zo confronterend als men
ons veel kracht en sterkte wenst in het nieuwe jaar zonder Willem.
Net voor kerst wordt de steen geplaatst, mijn twee oudste zonen
gaan gelijk kijken. Ik durf het niet en kan de confrontatie niet
aan. Met kerst gaan we met de familie een weekje weg, we willen
deze kerst niet thuis zijn. En het is goed om er even tussenuit
te zijn, het wordt een week met een lach en een traan.
Dan wordt het oudejaarsdag, ik loop de hele dag met mijn ziel
onder mijn armen. Ik loop ergens op te wachten, maar weet niet
waarop. Misschien dat het twaalf uur wordt? En dan? Dan is het
jaar voorbij. Maar voor mij is er niets voorbij, het volgend jaar
is mijn verdriet er echt niet minder om.
En toch ben ik die oudejaarsnacht dankbaar voor de steun die ik
ook nu weer van veel mensen krijg. 's Avonds zijn er de mensen
die ons het afgelopen jaar zo enorm gesteund hebben. En ik voel
me rijk met deze mensen om mij heen. De afgelopen maanden hebben
wij een intensief contact gehad, de gesprekken hebben zich verdiept.
Op 3 januari zou Willem jarig zijn geweest, het is druk 's avonds.
Iedereen neemt bloemen mee en we huilen weer met z'n allen.
In januari ga ik vier dagen werken om een collega tijdelijk te
vervangen. Afleiding is goed, denk ik. Ook in deze periode krijgt
mijn middelste zoon het een paar weken heel moeilijk. Eindelijk
komt al zijn verdriet er uit. Hij mist papa zo. Hij en papa waren
twee handen op één buik. Ze hebben allebei hetzelfde
karakter en deden veel samen. Nu voelt hij zich zo ontzettend
alleen en bij zijn vrienden gaat het leven gewoon door alsof er
niets gebeurd is. Wat doet het ongelofelijk pijn om mijn zoon
zo intens verdrietig te zien en ik kan niet anders dan mee huilen.
Wat moet ik zeggen: "kom op joh, het valt wel mee."?
Nee, het valt niet mee. Toch ben ik heel blij dat hij nu eens
zijn verdriet laat zien en mij toelaat om hem te troosten.
Deze terugslag van hem heeft ook zijn weerslag op mij en eind februari stort ik in en weer ga ik de ziektewet in. Uiteindelijk kom ik bij de huisarts terecht en ik zeg dat ik het niet meer zie zitten, ik weet niet hoe ik verder moet. Zij stuurt me naar een professionele hulpverlener en hij gaat me de komende maanden begeleiden. Om de twee weken heb ik nu nog steeds een gesprek met hem en dat is goed. Altijd kom ik er heel emotioneel vandaan, blijkbaar zit er nog veel onverwerkt verdriet in me. Ook werd ik iedere keer boos als ik weer een terugslag had. Volgens mijn hulpverlener moet ik daar niet meer boos om worden. Rouwen is heel hard werken en dat gaat met ups en downs, dat kan niet anders. Hij benadrukt steeds dat ik er aan toe moet geven. Dat doe ik nu ook en ik moet heel diep gaan en dat kost ontzettend veel energie. Maar het kan niet anders, ik moet dwars door de pijn en het verdriet heen, om het uiteindelijk een plaatsje te geven.
Waar ik al weken
tegenop zie, komt er nu toch echt aan: zijn eerste sterfdag. Het
wordt een heel emotionele dag. Ik luister naar de herdenkingsdienst
van vorig jaar die op CD staat en weer laat ik alle tranen stromen.
Er komen kaarten, sms'jes van mensen die aan ons denken. Weer
zit 's avonds de kamer vol met vrienden en familie. Een ieder
is er op zijn eigen manier mee bezig geweest en het doet goed
te weten dat veel mensen Willem niet zijn vergeten. Weer ben ik
dankbaar voor zoveel steun, ook al zeggen de mensen dat ze zo
weinig voor mij kunnen doen.
Een veel gehoorde opmerking was de laatste maanden: "als
het eerste jaar maar voorbij is." Ook daar kan ik weer
heel boos om worden. Het wordt niet makkelijker, het wordt alleen
maar zwaarder! Gelukkig heb ik nog steeds een groep mensen om
mij heen, waar ik altijd terecht kan. En ook op mijn werk is er
nog steeds begrip voor mijn situatie en kijken ze er niet raar
van op als ik zomaar ineens zit te huilen om iets dat ik lees
of hoor.
Hebben anderen
dat ook of ben ik de enige die nog regelmatig boos en opstandig
is en die zomaar van iets helemaal van slag raak?
Daarom ben ik blij dat ik deze site gevonden heb, want hier begrijpt
iedereen dat het na een jaar niet over is.
Hartelijke groet,
Gea Bolderman, vrouw, geboren 15 februari 1963; partner Willem (51) overleed 20 april 2006 aan een acuut hartinfarct, drie thuiswonende pubers; e-mailadres: geabolderman@wanadoo.nl
P.S.: Graag
zou ik 10 juni meegegaan zijn met jullie wandeling, dat is namelijk
dicht bij mij in de buurt, maar mijn jongste zoon wordt die dag
13 jaar.
01-06-2007
Dag lotgenoten,
Op de laatste bijeenkomst van de rouwgroep waaraan ik deel heb genomen werd ons de suggestie gedaan om een soort familiedossier aan te leggen. Op die manier kun je je nabestaanden veel moeilijkheden besparen, mocht je onverhoeds komen te overlijden.
Ik realiseerde
me dat dit in mijn geval een hele goede zaak zou zijn. Mijn situatie
is redelijk ingewikkeld, in zoverre dat mijn man Wim (overleden
in september 2006) uit zijn eerste huwelijk drie kinderen heeft
die, naast mij, benoemd zijn tot erfgenaam. Wim en ik hebben geen
kinderen. Voor de goede orde: ik heb een goede band met die van
hem.
Alles is in principe heel goed en voor alle partijen duidelijk
geregeld in de door ons beiden gemaakte testamenten. Maar om de
kinderen en mijn zus, die ik heb benoemd tot executeur-testamentair,
onduidelijkheden te besparen wil ik mijn persoonlijke wensen vastleggen.
Is er iemand onder jullie die me daarover enige praktische suggesties kan geven, misschien door persoonlijke ervaring? Ik vind het moeilijk om er een begin mee te maken en zou erg geholpen zijn met wat ideeën hieromtrent. Ik hou er rekening mee dat er meer mensen zijn die hiermee bezig zijn en wie weet zijn die er ook mee geholpen.
Alvast heel erg bedankt voor de bemoeienissen.
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren