Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Binnengekomen
reacties van lotgenoten (27)
in maart en april 2007
REACTIES binnengekomen in april 2007:
30-04-2007
Die keren
Wat gaat er
wat in je om, al die herinneringen aan al die momenten dat je
wist dat die de laatste keer zouden zijn. Die keren kwamen en
komen in alle heftigheid terug wanneer ze voor het eerst zijn:
de vakanties, Sinterklaas, de Kerst, oud en nieuw enz.
En dan komt alles weer in bloei. Vorig jaar keek je met z'n beiden
naar de ontluiking van de boom voor het raam, wetende dat
Al die eerste
keren na
Vreselijk, dat je niet met je maatje over die bloeiende
prunus kan praten, niet over dit, niet over dat, niet over
Al die eerste keren. De eerste trouwdag van je dochter niet mee
kunnen maken, eventueel kleinkinderen. Wat was dat voor haar een
zware, niet te dragen wetenschap.
Als je geen
mensen om je heen hebt, zou je nu tegen muren op willen vliegen
als je aan al die momenten denkt, maar rationeel denkend doe je
dat niet.
Je weet ook dat er meer mensen (lotgenoten) zijn die hiermee om
pakken en niet goed weten hiermee om te gaan. Je moet verder en
wilt niet nóg meer verdriet veroorzaken. De kinderen moeten
ook door, hebben ook intens verdriet om het verlies van moeder,
ook hun maatje
Velen zeggen dat je verder moet. Ja, maar wie zullen dat niet
het beste weten.
De Draaikolk heeft vele van deze verhalen, ze geven op moeilijke momenten steun, je weet dat dat enige verlichting geeft. Postuum heel veel dank aan Bert voor het maken hiervan en van het in standhouden door jou, Monique.
Arend Steunebrink;
e-mailadres: a.steunebrink@kpnplanet.nl
30-04-2007
Zorgen
Zorgen voor mijn kinderen
Zorgen voor mijn leerlingen
Zorgen voor mijn patiënten
Zorgen voor het huishouden
Zorgen voor, zorgen hebben, zorgen maken
Ik ben het zorgen soms zo moe...
Maar ja, wie zorgt er dan voor mij?
Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een studerende en op kamer wonende dochter en een thuiswonende zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl
3o-04-2007
Dit las ik en geef het door.
Vriendelijke groet,
Lodewijk Lagemaat; e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com
29-04-2007
Heel veel wordt in mijn hoofd door elkaar gehusseld: de laatste bijdrage van Geke de Jonge met name laat mij zo'n groot verdriet zien, vergelijkbaar met dat van mij (en van velen).
Ik bewonder
Geke dat ze met vrienden naar Lindau gaat; ik durf nog niet zonder
Jan aan vakantie te denken. Ik kan er me ook geen voorstelling
van maken hoe dat is alleen, zonder Jan, met vrienden mee te gaan.
Altijd waren Jan en ik samen in de vakanties, soms met z'n tweeën,
soms met een bevriend stel, maar altijd Jan en Wil.
Ook merk ik dat ik soms angstig ben. Twee weken geleden waren
een tantezegger en z'n vrouw bij mij te eten. Dit nichtje heeft
Jan de laatste dag helpen verzorgen (zij werkt in de zorg en had
vrij genomen) en Jan droeg haar op handen. De volgende morgen
belde m'n tantezegger met een benepen stem op dat Berna die nacht
plotseling was opgenomen in het ziekenhuis van Zwolle, waar ze
meteen was gedotterd: een 100% dichte kransslagader. Dat was schrikken,
ook voor deze evenwichtige Berna, die nogal emotioneel was toen
ze de eerste keer weer alleen thuis was.
Mijn gedachten
gaan terug naar augustus 1998, toen ik een beroerte kreeg. Na
twee weken ziekenhuis mocht ik weer naar huis (ik had nog nooit
in een ziekenhuis gelegen). Ook ik bemerkte toen hoe het was alleen
thuis te zijn: nooit ziek, altijd volop in de maatschappij, altijd
een fulltime baan en dan
Gelukkig belde Jan een paar keer
per dag op: heerlijk om dan zijn stem te horen en te weten dat
hij tegen de avond thuiskwam. En nou denk ik maar: stel dat ik
"iets" krijg, vergelijkbaar met Berna, hoe moet dat
dan? De aandacht en zorg van Jan zal ik nu moeten ontberen
Ik doe de ketting 's nachts niet meer op de voordeur, maar welke
voorzorgsmaatregelen kun je nog meer treffen? Natuurlijk weet
ik dat er velen in hetzelfde schuitje zitten. Ik hoop dat ik zeer
binnenkort die angst weer kwijtraak en meer onbevangen met mijn
gezondheid omga.
Ik vind mijzelf aardig flink, maar ik "durf" een aantal
zaken nog niet en maak me af en toe zorgen om stel-dat-zaken.
Ik ben mij ervan bewust en dat bewust-zijn is een stap in de goede
richting, hoop ik.
Wil van de Belt-Huizing, vrouw, geboren 10 november 1940; partner Jan (67) overleed op 27 maart 2006 aan longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten; geen kinderen; e-mailadres: wilvandebelt@planet.nl
29-04-2007
Een zeer goede
vriend van mij heeft een paar daagjes bij me gelogeerd. Samen
hebben we de tuintegels schoongemaakt met de hogedrukspuit, samen
deden we nog andere klusjes, samen kletsen we en samen hebben
we gezellig gebarbecued.
Heerlijk! Allerlei gekeutel sámen met iemand doen.
Alhoewel ik geen liefdesrelatie met deze vriend heb, hij is om
het zo maar te zeggen mijn hartsvriendin in mannelijke vorm, kan
hij me een geluksgevoel geven. Ik voelde me weer net zo heerlijk
als vroeger, toen Harry er nog was. Wij deden ook samen de tuin,
praatten heel veel samen en ook barbecueden we regelmatig in de
zomermaanden.
Deze vriend bracht deze fijne herinneringen aan Harry de laatste
dagen weer bij mij omhoog. Ik heb dat ook tegen hem gezegd. Dat
vindt hij altijd oké, al praat ik de hele dag over Harry,
dat is altijd goed (heb ook een paar vriendinnen bij wie ik altijd
terecht kan en andersom).
Hè, wat heerlijk toch als je échte vrienden hebt
bij wie je jezelf mag en kan zijn.
Ik hoop dat jullie, lieve lotgenoten, ook fijne mensen om jullie
heen hebben bij wie jullie steun vinden en bij wie jullie jezelf
kunnen zijn. Mensen met wie je een lach maar ook een traan kan
delen.
"vriendschap is een kostbaar goed"
Groetjes,
Suzette Hartog-Been;
e-mailadres: suzettehb@planet.nl
28-04-2007
Hallo Monique,
Lente. Al wat dood was, komt weer tot leven: het groeit en bloeit
erop los.
Tegelijk met Dick ben ik ook een beetje doodgegaan.
Nu na 2 1/2 jaar voel ik mij weer lente.
De dood wil uit mijn lijf. Ik wil leven.
En dat is goed.
Onderstaand gedicht heeft Dick eens geschreven:
Ria Peters;
e-mailadres: jilmo@planet.nl
28-04-2007
Morgenvroeg om acht uur word ik gehaald door vrienden voor een weekje Lindau, Zuid-Duitsland. Het is één van die activiteiten waarvan de uitvoering meer plussen dan minnen heeft en dus moet het wel goed zijn.
Ik was vanmorgen even in de stad om nog het een en ander te kopen. Op de terugweg kwam ik over een prachtig laantje, met aan weerszijden bomen en andere aanplant. Gelukkig droeg ik een zonnebril, zodat ik mijn tranen de vrije loop kon laten. Ik was niet de enige fietser. Telkens als ik iemand tegenkwam trok ik mijn gezicht in de plooi, was ie voorbij dan liet ik me weer gaan. Zo kwam ik betraand en overstuur thuis.
Het wil de laatste
dagen allemaal niet zo. De grootste en kleinste kleinigheden maken
me verdrietig. Gisteren hoorde ik dat een vriendin van mij en
Wim zich niet goed voelt. Een oude, niet direct levensbedreigende
kwaal speelt weer op. Dit soort berichten kan ik nauwelijks hanteren.
Zo zorgde nog een aantal dingen voor tranen.
Ik had onenigheid met een meneer met een volle boodschappenkar
die meende dat ie wel voorrang op me kon nemen bij het oversteken."U
rijdt veel te hard", kreeg ik toegevoegd via m'n openstaande
autoraampje. "Ach man, schei toch uit", was mijn
machteloze, "indrukmakende" antwoord. Het gebruik van
deze milde vorm van agressie, dat dit soort incidenten mogelijk
maakt - je zult eens lekker laten merken dat je niet over je heen
laat lopen!- is eigenlijk niet wat ik wil. Het is er alleen maar
omdat ik me zo ongelukkig en eenzaam voel.
Op de tv zag ik een echtpaar van wie zij een lintje kreeg. Het
hele gezelschap maakte de indruk blij en tevreden te zijn. Dit
soort beelden schrijnt zo, omdat het niet past bij mijn gevoel
van niks meer hebben, niks meer leuk vinden, alleen maar dingen
doen omdat er geen beter alternatief is, geen positieve keuzes
kunnen maken, omdat je niks positiefs voelt.
Een vriend van me vindt het vervelend om, als ie me belt door
mijn ingesproken boodschap met Wim geconfronteerd te worden; alsof
ie er nog is en we nog met z'n tweeën zijn. Gisteren, bij
het naar huis gaan, gaf hij me een briefje met een voorstel voor
een gewijzigde tekst. Op mijn opmerking, dat ik het heel moeilijk
vind om het te veranderen, reageerde hij vol begrip. Maar hij
heeft gelijk. Ik moet het toch veranderen, want ik op mijn beurt
begrijp ook zijn bezwaren. In de auto kwamen de tranen.
De twee lijnen,
die van mijn verdriet aan de ene en van mijn dagelijkse leven
aan de andere kant, liepen tot voor kort parallel. Nu lijken ze
samengekomen te zijn. Alle dingen die ik doe om structuur in mijn
leven te houden, om het leven dóór te leven hebben
de kleur en de smaak van verdriet. De lijn loopt horizontaal,
onder de grond, in het donker.
De tijd lijkt ook niet meer zo snel te gaan. De dagen hebben,
zo lijkt het, allemaal hetzelfde kenmerk van af en toe mateloos
verdriet en zijn daardoor saai en langdradig en zonder verrassingen.
Gisteravond schreef ik in mijn dagboek:
"Je
bent zo ver weg, je voelt zo ver. Kan ik je nog wel bereiken als
ik wil dat je me helpt bij het nemen van een beslissing of bij
het minder laten zijn van mijn verdriet als ik huil? Wat weet
en voel ik nog van je?
Ik ben nog lang niet gewend aan je fysieke afwezigheid en nu moet
ik je geest ook nog missen. Dit voelt als de donkere tunnel, als
de winter die is aangebroken. En het ergste is dat ik je dit allemaal
niet kan vertellen!"
Toch: iets zegt me dat dit niet het einde is. Iets zorgt ervoor dat ik schrijf, dat ik kook, dat ik naar school ga, dat ik afspraken maak om op visite te gaan, dat ik de rotzooi onder de Els in de tuin bij elkaar veeg en de uitgebloeide bloemen uit de viooltjes knip, dat ik een praatje maak met de buurman en samen met hem de pas gemaakte carport bewonder, met lotgenoten ga wandelen en dat ik mijn koffer inpak om op vakantie naar Duitsland te gaan.
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
27-04-2007
Hallo Monique,
Ik vind je site heel waardevol en warm en hartstikke mooi om te
leren kennen. Zoals bevestigd in "mijn verhaal" heb
ik er veel aan gehad en nog steeds elke dag een van de eerste
sites in mijn favorieten die ik bezoek.
De tekst hieronder kreeg ik als aanmoediging van een collega. Vind ik mooi. Ik weet niet of je er iets aan hebt, maar ik vind dat er zoveel antwoorden in zitten op de vragen die rouwenden stellen. Misschien ken je het al, misschien is het nieuw, en indien nieuw dan wil ik het graag delen met anderen.
Mooi hé, en zoveel waarheid in.
Warme groetjes van
Rita Nuytten, vrouw, geboren 28 november 1951; partner Claude (63 ) overleed op 19 januari 2007 aan longkanker; vier volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: rita.nuytten@skynet.be
25-04-2007
Lieve Monique,
Het leven zit
vol verrassingen en teleurstellingen, dat is geen nieuws. Voor
mij vaak met angst, ook angst voor het altijd alleen te moeten
blijven.
Waar ik het toch wel wat moeilijk mee had, en dat bleek ook al
vorige keer, was hoe het verder moest met de kennismaking. Ik
wilde het absoluut een kans geven, maar toen ook nog een groot
verschil in politieke opvatting bleek, heb ik het afgezegd en
het contact verbroken.
Ik vraag me dan steeds af: wil ik te veel? Een gezellig mailcontact
om elkaar wat te leren kennen, eventueel ontmoeten en/of later
samen eens naar een terrasje. In een nieuwe vriendschap moet je
beiden investeren, zo is het tenminste bij mijn laatste huwelijk
ook gegaan. Aandacht aan elkaar geven. Je hebt immers beiden een
heel leven achter de rug.
Ik zoek niet speciaal naar een relatie, een goede vriendin is minstens zo waardevol en ik lees graag de stukjes bij de Draaikolk. Soms geef ik een antwoord of stuur ik een gedichtje. De retourmailtjes zijn dan ook zo warm en plezierig.
Deze keer stuur ik het gedichtje 'Angst' in. Zo voelt het nu ook even.
Het heeft me heerlijk opgelucht.
Liefs van
Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl
22-04-2007
Hallo Monique,
Ik wil wel weer eens wat schrijven. Ten eerste ben ik blij dat jij weer schrijft. Ik wist niet wat er aan de hand was, maar gelukkig, jij bent er weer.
Monique, het
is nu meer dan vier jaar geleden dat mijn man Bertus is overleden.
Nee, vergeten ben ik hem niet, maar de pijn is er niet meer zo.
Door de Draaikolk heb ik toch goede vriendinnen ontmoet, en ik
heb ook contact met een paar heren van de Draaikolk. Ik ben echt
niet op een relatie uit, maar wil graag iedereen helpen, wat niet
altijd gaat.
Ik ben van plan om zelf nu op vakantie te gaan. Ik ben die vier
jaar met mijn jongens mee geweest, maar ik vind dat het tijd wordt
dat ik het nu alleen moet gaan doen. Mijn knullen zeggen: "moeders,
ga nu gewoon lekker met ons mee", maar zij moeten nu
maar eens met hun eigen gezin gaan. Hoe ik het ga doen, weet ik
nog niet.
Monique, wat is het toch jammer dat die lotgenotenwandelingen altijd zo ver weg zijn. Ik hoop jou weer eens te ontmoeten, misschien als er eens iets niet zo heel ver is.
Ik wil iedereen heel veel sterkte toewensen.
Lieve groetjes,
Jopie Wouters, vrouw, geboren 3 februari 1938; partner Bertus (1935) overleden 19 februari 2003 aan alvleesklierkanker; drie volwassen zonen; e-mailadres: ewouters@chello.nl
21-04-2007
Ik zie vandaag
op de Draaikolk de tekst staan van een lied van de groep Volumia,
in een bijdrage geschreven door Wim. Ik ken dat nummer, het is
inderdaad heel erg mooi. En ik kan me voorstellen dat je daar
troost uit kan putten.
Wat kan muziek toch een invloed hebben op je gevoelens. Bij mij
is dat soms alleen de melodie, soms de tekst en soms beiden.
Bij het afscheid van Harry draaide ik o.a het nummer "Ik
heb een steen verlegd" gezongen door Paul de Leeuw. Het ging
ook om de tekst, die samengevat als volgt luidt:
"Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
Zo weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan"
Naar aanleiding van dat nummer hebben Harry en ik een keer, toen
we weer eens op vakantie waren in ons geliefde Noorwegen, een
steentje verplaatst in een riviertje aldaar.
Een paar jaar geleden kwam ik via internet terecht op een site
van een studio waar je je eigen tekst kon inleveren en dan maakte
zij daar een melodie bij en ze zongen het ook voor je in. En dat
cd'tje kreeg je dan toegestuurd. Ik heb toen een tekst geschreven
als ode aan Harry waarvan het refrein als volgt gaat:
"Als een vlinder vloog jij naar de horizon
Ik wou dat ik dat ook kon
Dan zagen wij elkaar daar weer,
al was het maar voor één keer
Al was het maar voor één keer"
In de eerste maanden na Harry zijn heengaan zocht ik veel troost
in muziek. Toen kwam er een periode waarin ik geen muziek kon
beluisteren zonder dat er tranen vloeiden. Ik kon gewoon een lange
tijd geen muziek aanhoren.
Inmiddels kan ik gelukkig weer genieten van muziek die ik mooi
vind en die me raakt.
Ook zijn er bepaalde nummers waarvan ik weer vrolijk kan worden
als ik me een beetje verdrietig voel.
Wat zou de wereld toch zijn zonder muziek, denk ik wel eens.
groetjes
Suzette Hartog-Been;
e-mailadres: suzettehb@planet.nl
20-04-2007
Hallo Monique,
Graag wil ik reageren op het stukje dat je op de Draaikolk site
schreef (Die 'eerste keren', hoe gaan we daarmee
om?, red.). Het trof me bijzonder.
Eerst zal ik
iets over mezelf vertellen. Ik ben Ina Terpstra en woon in Kampen.
Ik ben 61 jaar, heb drie kinderen en zeven kleinkinderen. Mijn
man is 3 december overleden aan de gevolgen van maagkanker en
omdat ik met veel vragen zit ben ik op zoek naar lotgenoten (kwam
zodoende op jullie site).
Ook mijn man en ik gingen graag kamperen en hebben vorig jaar
besloten een caravan te kopen met een vast bed. In maart hebben
we de caravan opgehaald en in april kregen wij te horen dat er
uitzaaiingen waren gevonden.
Eerst heb je nog hoop dat er iets aan gedaan kan worden. Het advies
van de oncoloog was: een aantal chemokuren en hopen dat het aanslaat...
De prognose was hooguit nog enkele jaren. Dat advies is opgevolgd
en het werd een lange hete zomer van chemokuren zonder kamperen.
In september,
na de laatste kuur, is er weer onderzoek gedaan en de uitslag
was hoopvol. Dan ben je al weer blij als je die 'enkele jaren'
er bij krijgt (je bent voortdurend bezig met grenzen verleggen).
Begin oktober was mijn man weer fit genoeg om toch nog een weekje
te gaan kamperen. Dat hebben we gedaan en we hebben genoten, konden
we onze nieuwe caravan toch nog proberen!
Eind oktober ging mijn man weer achteruit en na onderzoek bleek
dat de uitzaaiingen weer in volle hevigheid terug kwamen. De artsen
konden niets meer doen en 3 december is mijn man overleden.
Ook ik heb de caravan niet weggedaan en hoop in juni met familie te gaan kamperen, al moet ik toegeven dat ik er wel tegenop zie, maar ik wil het proberen en ik hoop dat ik er geen spijt van krijg. Dit was mijn verhaal en ik wens u veel sterkte en ook nog veel kampeerplezier toe!
Met vriendelijke groet,
Ina Terpstra;
e-mailadres: iterpstra@versatel.nl
20-04-2007
20 april
1967
Wakker om 6.00 uur, slecht geslapen.
Al vroeg met mijn jongere zus liggen kletsen over de grote dag.
Om 9.30 uur stond je aan de deur met een boeket witte rozen.
Klokslag 10.00 uur begon het pas echt in de kerk.
20 april
2007
Wakker om 6.00 uur, slecht geslapen.
Al vroeg lag ik mijn jongste kleindochter te vertellen hoe fijn
het toen was, hoe blij ik nu ben met hun en dat ik er van geniet
als ik moet oppassen.
Om 9.30 uur ga ik naar de bloemist en haal 40 witte rozen.
Het slaat 10.00 uur: ik fiets naar huis vanuit de begraafplaats.
Onderweg naar
huis. Een dag net als andere, en toch niet.
Vanavond komen onze drie dochters me halen voor een etentje met
z'n viertjes.
En dan denk ik: het is goed zo, Jan.
Anny Thielen;
e-mailadres: a_thielen@hetnet.nl
20-04-2007
Hallo lieve
mensen,
Loop al de hele avond door het huis te banjeren. Doe van alles
wat en doe eigenlijk niets. Komt er een heel mooi liedje op de
radio. Snel harder gezet, barst uit in tranen, maar krijg toch
een goed gevoel.
Ik heb de tekst op internet opgezocht en uitgeprint. De hele dag
gaat het door me heen.
Hou me vast
Niemand weet waarom de dag weer nacht wordt
Niemand weet waarom de zon nog schijnt
Niemand weet waarom de kille wind nog waaien zou
Maar weet dat ik van je houNiemand weet waarom er sterren vallen
Niemand weet waarom de dood ons volgt
Niemand weet waarom mensen slapen in de kou
Maar ik weet dat ik van je houNiemand weet waarom geluk soms wegwaait
Niemand weet waarom een bloem verwelkt
Niemand weet waarom jij de enige bent die ik vertrouw
Maar ik weet dat ik van houVraag me niets, zeg me niets, sla je armen om me heen
Praat niet met me, hou me stevig vast
Woorden schieten toch te kort, als ik m'n hart bij jou uitstort
Praat niet met me, hou me stevig vastHou me vast, leg m'n hoofd lief op je schouder
Hou me vast, streel me zachtjes door m'n haar
Hou me vast, soms wordt het allemaal eventjes te veel
En bij jou zijn, is dan alles wat ik wil(Volumia)
Groeten,
Wim van Woudenberg; e-mailadres: woudyss@versatel.nl
20-04-2007
Hallo medelotgenoten,
Ik zal me even voorstellen, mijn naam is Hanny Leemhuis. Mijn
man Ben is 12 februari 2007 overleden. Ben was al enige jaren
hartpatiënt, had aderen verstopt zitten. Al een aantal keer
had hij een infarct gehad. Hij moest 12 februari om tien uur in
de hartkliniek in Enschede zijn voor een catheterisatie.
Ik zou snel de honden uitlaten, Ben kwam net uit bed en ging naar
de badkamer. Toen ik terug was, en de kraan maar bleef stromen,
ging ik kijken. Hij lag op de vloer van de badkamer en alle hulp
kwam te laat.
Ik ben nu ruim twee maanden verder en het alleen zijn word naar
mijn gevoel steeds erger, zelfs in een groot gezelschap voel ik
me alleen. Af en toe zou ik het liefst in bed onder de dekens
willen blijven liggen.
Ik moet nu een eigen leven opbouwen. Dat valt erg tegen, de afgelopen
jaren waren Ben en ik 24 uur per dag samen. Familie en kennissen
vielen af, vaak doordat ze niet om konden gaan met de ziekte van
Ben.
Ik probeer positief te blijven en elke dag te nemen zoals hij
komt en zie wel wat de toekomst brengt.
Liefs,
Hanny Leemhuis, vrouw, geboren 1 januari 1952; partner Ben (56) overleed 12 februari 2007 aan een hartstilstand; drie volwassen zonen, waarvan één nog thuiswonend; e-mai adres: hannyl@home.nl
19-04-2007
Hallo Monique,
Je laatste redactionele stuk ('Verder wíllen leven zonder hem of haar', red.) heb ik uitgeprint en verschillende malen al herlezen. Bijzonder goed en ik heb er veel aan.
Inderdaad, het
willen genieten en nog niet kúnnen genieten, maar alsjeblieft
niet omdat we ons schuldig zouden moeten voelen, meer dat onze
psyche een opdonder heeft gekregen en ook moet herstellen.
Voor een gebroken arm "staat" zes weken. Voor de psyche
van de mens komen heel veel factoren erbij: leeftijd, gezinssituatie,
werksituatie en helemaal niet te vergeten: hoe je huwelijksrelatie
was, etc. Dat kost veel meer tijd!
Hartelijke groeten,
Lodewijk Lagemaat;
e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com
18-04-2007
Dag lieve Monique,
in jou groet ik ook alle anderen die regelmatig de Draaikolk lezen.
Wat een zegen dat dit bestaat. Ook het lezen hoe anderen hun "nieuwe,
ongewenste situatie" = ROUWEN beleven, daar heb ik veel aan,
ook al stroomt er regelmatig een traan over de wangen.
Naast de zorgen
om mijn mislukte knie-operatie is er ook iets anders waar ik mee
zit, en dan neem ik mezelf grondig onder handen. Maak ik van mijn
in 2004 overleden man Peter geen al te bijzondere man? Komt dat
door alles wat ik heb gehad? Mijn eerste huwelijk was moeilijk
en daar kwamen heel nare situaties door, ook voor de kinderen.
Ik denk er wel eens aan, maar denk ook: dat is nu voorbij, al
50 jaar geleden, net zolang geleden als mijn oudste dochter is.
De jongste zal ik door omstandigheden nooit meer zien of horen,
ook al probeer ik het bij tijden met een kaartje. Hoe zit het
met mijn gevoel, dat ik alles zo kan opschrijven alsof het over
een ander gaat?
Peter was een fantastische man, waar hij kwam hield iedereen van
hem en hij stond ook altijd dag en nacht voor iedereen klaar.
Hij had grandeur, was nooit uit zijn humeur, ik wel hoor! Hij
nam me mee op reis, liet me alles zien. Ik kon mijn moeilijke
periode vergeten terwijl hij het toch ook moeilijk heeft gehad.
We hadden het samen zo goed: samen in een koor, samen tien jaar
gewerkt voor groepswonen voor ouderen. Er is een wooncomplex naar
hem genoemd.
Waarom zo uitgebreid verteld? Misschien omdat het zo schrijnend
was dat er niemand op bezoek kwam toen hij steeds meer vergat
en mensen niet meer herkende door de Alzheimer. Toch was en blijft
hij mijn Godsgeschenk.
Nu heb ik iemand leren kennen die het liefste met me zou beginnen
en ik? Ik weet het niet. Ik mis het sprankelende, de interesse
in daagse dingen, de humor, en vraag me af: ben ik wel reëel?
Ik wil het wel een kans geven, maar geef ik dan geen valse hoop?
Ook in mijn eerste huwelijk had ik een charmante, intelligente
man die veel had meegemaakt, maar 'als de drank was in de man,
zat zijn wijsheid in de kan
'
Want ik zoek en ik mis alles wat mijn leven altijd vol heeft gemaakt
en dat was het sprankelende, het onverwachte, bij moeilijkheden
toch vooruit kijken (door mijn kamptijdverleden misschien). Het
vrije leven, samen doen wat leuk is want er is al zoveel wat verkeerd
gaat.
Ik heb een vrij turbulent leven gehad (29 keer verhuisd, dat zegt
genoeg) en dit, dit is zo rustig, zo gezapig: "vandaag
heb ik dat en dat gekookt", en het gaat om een bezoekje,
een telefoontje en over de computer.
Toen ik deze avond mezelf een kop koffie maakte en nadacht, was
het weer helemaal mis. Tranen met tuiten en boos dat Peter me
verlaten had. God, die arme man. Hij heeft zulke slechte jaren
gehad en dan ben ik nog boos op hem ook.
Wat mis ik Peter, mijn man die alles in mijn leven was, hoe we
samen alles invulden. Ik bruis nog van belangstelling in veel
dingen. Hoe moet ik nu verder, alleen is maar alleen. Maar toch,
misschien beter alleen dan in een saai keurslijf? Of overdrijf
ik nu?
Misschien zie ik alles morgen wel iets beter. Ik zal wel weer
veel met zijn foto spreken en vragen wat te doen.
Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl
18-04-2007
Ik kan niet slapen. Het was een enerverende, bijzondere dag. De eetclub kwam bij mij op bezoek. Hij bestaat nu uit drie bevriende stellen en ik, allemaal leden van het Humanistisch Verbond en is daaruit al wel twintig jaar geleden ontstaan, op initiatief van twee van ons. We koken om de beurt.
Ik ben vanmorgen
al op tijd begonnen met de voorbereidingen. Het is de hele dag
moeilijk. Ik sta te koken voor de eetclub en ondertussen m'n tranen
tegen te houden. Koken was zijn taak. En wat deed hij dat met
plezier! Van mij werd alleen verwacht dat ik de kamer gezellig
maakte, het toetje uitzocht en verzorgde en de tafel dekte. Nu
doe ik alles voor het eerst alleen. Het is het zoveelste in een
lange, onafzienbare rij van dingen waarvoor geldt: voor het eerst
zonder Wim.
Als ik het mooie, witte tafelkleed uit de linnenkast pak, gaat
het mis: ik word overvallen door de eerste huilbui. De vorige
keer dat ik dat deed, was Wim er nog bij
Het eten was een succes. Het werd een geanimeerde avond, dankzij mensen die me erg dierbaar zijn en voor wie het ook vreemd was. Voor hen was het tenslotte ook de eerste keer in ons huis zonder Wim. Mijn buurman en een vriend van me, die druk aan het werk zijn met het maken van een carport tussen onze huizen, kwamen ons tijdens de koffie gezelschap houden. Zij maakten de gezelligheid compleet.
Vanmiddag schreef ik, wachtend op het gaar worden van de rijst, het volgende in mijn dagboek:
"Mijn
leven wordt op dit moment gekenmerkt door het hebben van verdriet
en het zoeken naar afleiding, om even het verdriet niet te hoeven
voelen. Je wordt er namelijk zo moe van. Vaak vraag ik me af hoe
lang dat verdriet nog zal gaan duren. Ik vraag naar de bekende
weg, naar een antwoord dat niet is te geven en te krijgen. De
tijd is mijn leermeester, maar die leermeester is niet te bevragen.
Iedere andere onderwijzer zou niet benoemd cq ontslagen worden
als ie van die eigenschap blijk zou geven. Deze leermeester kan
het ongestraft doen".
Ik zal mijn ziel in lijdzaamheid moeten bezitten.
Vanavond schreef ik:
"Wat
zou Wim trots op me zijn geweest om alles wat ik vandaag heb gedaan.
En wat heeft hij het zo heel erg niet anders gewild. Hij wou dat
ik mijn leven weer zou oppikken, maar soms is dat zo verschrikkelijk
moeilijk.
Ik wil met, door en voor hem verder leven!"
Geen wonder dat ik niet kan slapen. Er gaat veel te veel in mijn hoofd om.
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
18-04-2007
Dag lieve Draaikolkers,
De partner van Jans broer is opgevoed door haar grootmoeder en door een oom van haar. Afgelopen zaterdag is die oom begraven (93 jaar) en toen ik in de loop van de dag mijn zwager belde om te informeren hoe alles was verlopen, kwam onwillekeurig het gesprek op Jan. Immers, Jan was een veel gevraagd spreker bij uitvaarten en de uitvaartleider en de spreker van zaterdag kenden Jan goed en wisten mijn zwager te vertellen waaróm Jan zo vaak werd gevraagd om te spreken. Niet alleen om de inhoud van zijn speeches, maar ook om de rust die hij uitstraalde én om zijn warme, donkerbruine stem. Ik heb (uiteraard) heel wat speeches van Jan op CD staan. Ik durf echter nog geen van die speeches af te spelen.
Vanmorgen stuurde
een vriendin van ons via e-mail een stel prachtige foto's met
bijpassende muziek/tekst van Louis Armstrongs 'What a wonderful
World'.
En toen "hoorde" ik Jan meezingen, want zo lang ik hem
ken, kon hij het niet laten juist met dít lied mee te zingen
en per se niet te zacht. En dan met name het laatste van dat lied
met veel gebruik van keelgeluid, zo donkerbruin
Ik "hoorde" en "zag" Jan meezingen en het
was emotioneel, maar misschien durf ik nu, na ruim een jaar, ook
zijn eigen stemgeluid beluisteren. Ik zie wel wanneer ik daar
de moed voor heb
Een heel warme groet van
Wil van de Belt-Huizing, vrouw, geboren 10 november 1940; partner Jan (67) overleed op 27 maart 2006 aan longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten; geen kinderen; e-mailadres: wilvandebelt@planet.nl
18-04-2007
Dag lotgenoten,
Hoe moeilijk het is om bij belangrijke beslissingen op je gevoel af te gaan, is mij de afgelopen dagen weer gebleken.
Na veel aarzelingen
besloot ik enige tijd geleden om met Pasen weg te gaan. Twee zondagen
alleen thuis doorbrengen leek me een verre van aanlokkelijk idee.
Daarom nam ik contact op met een club, bestaande uit mensen die
allemaal alleenstaand zijn en op afspraak enige keren per jaar
gaan kamperen. Ik voelde me, gezien de positieve reacties die
ik kreeg van de betrokken clubleden, erg welkom en dat ik nu vol
met twijfels zit aangaande deze "missie", ligt dan ook
absoluut niet aan hun. Het probleem zit bij mij.
Wat een verdrietigmakende herinneringen kwamen er gisteren bij
me boven toen ik een inventarislijst maakte van alles wat er mee
moet! Tranen met tuiten begeleidden me bij dit werkje, dat Wim
altijd zo zorgvuldig en met plezier deed. Hij zorgde ervoor dat
we volledig en goed voorbereid in de auto konden stappen, de caravan
op de juiste, meest veilige manier ingepakt en beladen. Het enige
dat hij van mij verwachtte was het verzorgen van de afdelingen
kleding, keukentextiel en beddengoed.
Dit alles doet me concluderen, dat ik misschien nog helemaal niet
toe ben aan dit soort uitstapjes, hoe graag ik er ook aan toe
wil zijn. Waarschijnlijk heb ik mezelf overschat en overhaaste
besluiten genomen. Met deze constatering volg ik mijn gevoel,
weliswaar een beetje laat, maar niet te laat om op mijn schreden
terug te kunnen keren.
Gevoel en verstand: ze zijn vaak niet van elkaar te scheiden als je besluiten moet nemen. Je hebt ze daartoe beide zo nodig en maken juist daardoor soms de verwarring compleet. Toch probeer ik mijn gevoel mijn belangrijkste raadgever te laten zijn. Nood breekt wet: mijn allerbelangrijkste raadgever is er immers niet meer!
Op maandag 2
april jl. kwam ik tot de conclusie dat ik emotioneel nog niet
toe was aan kamperen zonder Wim. Mijn drieste plan om met een
gehuurde camper kennismakingsdagen te gaan hebben met een flink
aantal leden van de Nederlandse Alleenstaanden Kampeerclub bleek
op dat moment veel te ambitieus.
Toch wou ik me niet zonder meer neerleggen bij de consequenties
van een eventueel besluit om niet te gaan. Het zou toch een mooie
gelegenheid zijn om anderen, waaronder weduwen, te ontmoeten.
Ik had alle reden om aan te nemen dat ik met open armen ontvangen
zou worden en de kans op luisterende oren was ook niet denkbeeldig.
Bovendien zag het alternatief, de paasdagen thuis, er ook niet
zo aanlokkelijk uit.
Vandaar dat ik op het idee kwam om het volgende te doen: ik zou
elke dag naar de camping rijden mèt de camper en 's avonds
terug naar huis. Het was tenslotte maar op drie kwartier afstand
van mijn woonplaats. Op deze manier kon ik ervaren hoe het rijden
in een grote kampeerbus zou bevallen; ook belangrijk in verband
met mijn nog onzekere kampeertoekomst: zou ik de caravan gaan
verkopen en een camper kopen, die ik ook dagelijks zou kunnen
gebruiken?
Ik heb best een flinke som aan huurgeld betaald en de duidelijkheid
die ik me, dankzij het rijden ermee heb kunnen verschaffen, maakte
die uitgave acceptabel.
Zo'n grote auto is niks voor mij. Hij rijdt heel goed, hij zit lekker, maar voor gewoon huis-tuin-en-keukengebruik is ie me veel te groot. Ik kan het makkelijk af met mijn eigen kleine MPV. En de caravan hou ik nog, zeker voorlopig.
Het is een goede stap geweest om met de N.A.K.C. mee te gaan op deze manier: alles meemaken overdag en 's nachts in m'n eigen huis, in m'n gewone bed. Ondanks het feit dat je jezelf altijd meeneemt- wat verlang ik er af en toe toch naar om mezelf even achter te kunnen laten- heb ik fijne, ontspannen momenten gehad en die waren niet in de laatste plaats te danken aan de mensen die ik trof. Ze hebben allemaal een verhaal, waarvan dat van de aanwezige weduwen logischerwijs de meeste raakpunten met het mijne heeft. Ik ontmoette veel begrip en sympathie, ook van de rest van het gezelschap. De twee wandelingen, het lekkere mee-eten en de gesprekken hebben me goed gedaan. Het feit dat ik 's avonds naar huis ging na de koffie werd door iedereen als gegeven geaccepteerd.
Ik ben vast van plan een tweede weekend als aspirant-lid mee te gaan. Wanneer en hoe? De tijd zal me moeten leren wanneer ik zover ben dat ik de caravan op kan halen, in kan pakken en er alleen mee op stap kan gaan.
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
17-04-2007
De telefoon
gaat dagelijks: "hoe gaat het met je?" Een vraag
die je zo gemakkelijk stelt. Ik heb nooit geweten dat het antwoord
geven hierop zo moeilijk is. Ik stel de vraag aan mezelf. Ik denk
dan meteen aan Zwitserland.
Per minuut verschilt mijn landschap. Naar mijn beleving ben ik
altijd aan het klimmen, dalen en aan het klauteren. Berg op, berg
af. Twee stappen vooruit, één achteruit. Dan weer
een afgrond waarin ik te pletter dreig te vallen. Ik loop met
mijn hoofd in een dichte mist, het maakt mijn zicht heel klein.
Opeens sta ik in de zon met een prachtig uitzicht. Helemaal rondom
mij. Maar wel altijd weer die bergen
Ik word er zo moe van. "Het heeft nu wel lang genoeg geduurd,
Dick. Kom nu maar weer terug."
Er wordt steeds
minder gebeld. Men vindt dat ik mij er zo goed doorheen sla. Ja,
dat vind ik ook. Ik heb de draad weer opgepakt. Ik werk weer.
Ik nodig mensen uit om bij mij te eten. Ik ga af en toe uit. Ik
lach weer. Ik ben weer gezellig.
Wat moet ik doen om aandacht te krijgen? Het is een eenzame strijd.
Zielig achter de geraniums zitten als een treurige weduwe? Dat
past niet bij mij. Wat past wel bij mij? Wat is de juiste balans?
Jij bent dood,
Dick. Ik leef. We waren 35 jaar samen. En, pfffffft, zomaar in
een paar seconde ben je weg
Ik sta elke dag voor je foto. Ik vertel je hele verhalen. Je bent
geduldig. Je luistert goed. Toen je nog leefde vond je dat ik
soms, of eigenlijk vaak, te veel babbelde. Je werd daar wel eens
moe van. Nu weet ik soms niet meer tegen wie van m'n vrienden
ik wat gezegd heb. Maar het is niet jij.
Zoals je in leven bij mij hoorde, zo hoor je dood nu ook bij mij.
Is dat je dood een plekje geven?
Ria Peters;
e-mailadres: jilmo@planet.nl
16-04-2007
Ik ben net even
lekker in de tuin gaan zitten, ik kan nog net in de schaduw. Prettig,
want in de felle zon is het pittig warm. Ik kijk naar poes die
aan zijn lange touwtje allerlei plekjes besnuffelt. Vindt ze heerlijk,
de schat.
Nu heb ik net een kopje thee gezet en zet de pc aan om even te
kijken of de Draaikolk weer actief is. Ja hoor, fijn!
Wat staan er weer indrukwekkende verhalen op. Wat mij toch elke
keer weer raakt, is dat ik het knap vind dat mensen zo openlijk
durven schrijven over emoties en over wat ze bezighoudt. Ikzelf
vond dat in het begin best moeilijk, maar het ging steeds wat
makkelijker. Het heeft er voor mij ook mee te maken dat je hier,
zeg maar, anoniem schrijft en dan gaat het in mijn gevoel wat
makkelijker.
Ook valt me steeds weer op dat het belangrijk is/blijkt, dat een
ieder zijn rouwproces doorgaat op zijn eigen manier en niet op
de manier zoals anderen misschien verwachten. Ieder mens heeft
zijn eigen karakter, gevoelens, gedachten, enz. en een ieder gaat
daar weer anders mee om. Ook is natuurlijk elke situatie weer
anders: zijn er kinderen of niet, heb je vrienden of niet, werk
je of niet.
Mijn eigen ervaring is, dat ik door mijn rouwproces ben heen gekomen
door de dingen te doen en te voelen zoals ik voelde dat ik het
moest doen. Heel soms ging ik op mijn verstand af, maar over het
algemeen op mijn gevoel. En zo leef ik nog steeds.
Harry is nu acht jaar niet meer bij me, maar in mijn hart is hij
er elke dag. In het begin kon ik alleen maar de ziekteperiode
voor me zien. Inmiddels denk ik aan hem zoals hij was vóór
zijn ziekteperiode, aan de dingen die we samen hebben mogen beleven
en ervaren. Dat voelt warm aan.
Er zijn nog steeds wel dagen dat ik me verdrietig voel en dat
ik moet huilen als ik er aan denk hoe vreselijk ziek hij is geweest
en hoeveel ik hem mis, maar gelukkig overheersen de positieve
dagen.
Ik geniet weer van het leven. Ik móet niet alleen doorleven,
ik wíl ook weer doorleven.
En het levensgenieten heb ik vooral ook aan Harry te danken, want
als er iemand van het leven genoot was hij het wel. En hij wilde
ook dat ik dat bleef doen.
Harry, bedankt voor al je levenslessen en je liefde. Ik hou van
je!
Ik wens iedereen veel sterkte toe!
Groet,
Suzette Hartog-Been;
e-mailadres: suzettehb@planet.nl
16-04-2007
Dag Monique,
Blij te zien dat je er weer bent en dat we weer contact kunnen
hebben met al onze lotgenoten. Heb wel gedacht: je zal toch zeker
niet zó lang weg zijn met je caravan
Kan me indenken
dat je tijd over had, nu je niet met de Draaikolk bezig kon zijn.
Ik hoop dat ieder de Paasdagen op eigen manier goed doorgekomen is. Nu moeten we ook van de zomerdagen wat gaan maken. Ik hoop voor mezelf dat ik de moed op kan brengen om wat meer en verder te gaan fietsen, wat ik vorige zomer nog erg moeilijk vond.
Ik wens jou en al onze lotgenoten een goede zomer, al moeten we vaak heel wat overwinnen. Al kan dat dan wel weer een goed gevoel geven.
Groetjes,
Magda Minderhoud, vrouw, geboren 16 juni 1943; partner Harry (61) op 23 juni 2004 overleden aan hersentumoren; twee uitwonende kinderen; e-mailadres: minderhoud@kabelfoon.nl
16-04-2007
Daar sta ik
dan met een A4tje in mijn hand. Op het witte papier staat het
logo van de Draaikolk. Ik weet niet wat er méér
draait in mijn maag: de kolk of ik.
Ik heb een blind date. Ik sta onder het vertrekbord in de stationshal
van Amersfoort. Ik zie mensen naar de vertrektijden kijken, maar
zie ook hun blik afdwalen naar mij toe. Bij een enkeling zie ik
een glimlach verschijnen. Opgelaten ga ik een stukje verderop
staan. Ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn als ik een
date zou hebben via een contactadvertentie. Nu heb ik een date
met tien mensen.
Gelukkig, de eerste persoon stapt op me af, ik voel me niet meer
zo alleen. Van lieverlee komen de andere mensen aangedruppeld.
Opeens staat daar een groep van acht mensen. We kennen elkaar
niet en toch voelt het vertrouwd. We delen iets gemeenschappelijks,
namelijk dat van ons allemaal onze partner dood is.
Als ik naar
de wachtende groep kijk, vind ik dat heel confronterend. Zoveel
leed op een kluitje! Terwijl ik naar buiten loop om de twee verlate
personen op te wachten, rollen de tranen vanzelf over m'n wangen.
Ik vraag het mezelf af of ik er goed aan doe om deze wandelmiddag
te organiseren.
We besluiten gezamenlijk om nog een trein af te wachten. We willen
niet dat de laatste twee voor niets komen. Uiteindelijk gaan we
maar naar de trein. Groot is de blijdschap als we in Den Dolder
de twee verloren schapen aantreffen. Files en treinstoringen zijn
de boosdoeners. De club is compleet.
Als we aan de stamtafel in het café zitten met z'n allen
is de sfeer heel gezellig. We oefenen met namen. We vinden een
thuisplekje bij elkaar.
Het is prachtig
weer. We wandelen door de bossen terug naar Amersfoort. Er wordt
veel gepraat onder het lopen. Ik vang af en toe wat op. We vertellen
elkaar allemaal hetzelfde met een ander verhaal. We hoeven niet
uit te leggen. We begrijpen elkaar. Op een natuurlijke manier
wisselen we van gesprekspartner. We geven aan elkaar de aandacht
die we zo hard nodig hebben. Als we op een mooi plekje gaan uitrusten
zie ik ontspannen gezichten om me heen. De diepe verdrietlijnen
zijn zachter geworden.
Als we later op de dag bij de Chinees aan de ronde tafel zitten,
zie ik rood verbrande koppen. We praten over koetjes en kalfjes
en maken grapjes. Het eten smaakt lekker, maar bovenal genieten
we van elkaar. We spreken af om nog een keer een middag te gaan
wandelen en er wordt een datum in juni geprikt. De oproep zal
op de Draaikolk verschijnen.
We nemen afscheid van elkaar. We zullen elkaar zeker weer terug
zien. We kunnen mailen als we daar behoefte aan hebben.
Tijdens het
fietsen naar huis wisselen de emoties zich bij me af. Ik zit te
huilen en te lachen en toch voelt het ontzettend goed. Als ik
thuis kom ben ik alleen, maar ik voel mij niet eenzaam.
Als ik in bed lig, wil de slaap maar niet komen, ik zit nog te
vol. Ik neem me voor om nóg meer van het moment, het hier
en het nu, te genieten.
Ria Peters;
e-mailadres: jilmo@planet.nl
08-04-2007
Hallo Monique en andere lotgenoten,
De pijn en het verdriet dat mijn vrouw Wilma en ik voelden toen ons eerste kindje Ellen op de leeftijd van 3,5 jaar overleed, is nu nog steeds erg emotioneel. Het verdriet konden we met elkaar delen en door de jaren heen een plaatsje geven. De twee zonen die daarna werden geboren, gaven ons weer zin in het leven. Toen Wilma 49 was, kreeg ze kanker en zij stierf op 25 januari 2006 na een zeer intens ziekbed.
Mijn leven na
Wilma probeer ik nu verder op papier te zetten, voor mijzelf en
misschien ook voor anderen.
De paniek was intens toen het zeker was dat Wilma zou sterven.
Voor de twee zonen van 15 en 18 jaar moeilijk te bevatten. Toch
stierf Wilma in bijzijn van haar zonen. Ze wou niet opgeven, maar
had geen keus.
Wilma zei steeds tegen de mensen: "alles komt goed".
Helaas is dat niet uitgekomen.
Hoe nu verder?
Ook dat was een vraag van mijn oudste zoon aan mij.
Hoe nu verder, is wat je er zelf van maakt. De dagelijkse verwerking
van jouw verdriet, op je werk, in je omgeving, bij je familie
en vrienden is iets waar de meeste mensen geen benul van hebben.
Tot zover mijn gevoelens vandaag.
Groeten,
Jos Verhallen;
e-mailadres: jverhal@planet.nl
08-04-2007
Beste lotgenoten,
Ik zal me even voorstellen: ik ben een jonge man van 49 jaar uit Rotterdam. Sinds 22 juli 2005 ben ik weduwnaar, mijn vrouw Carmen is aan darmkanker overleden. Zo'n twintig jaar geleden heb ik Carmen ontmoet in een afkickcentrum in Zutphen. Na een hoop vallen en opstaan zijn we in 2000 getrouwd uit liefde. We dachten: wat kan ons nu nog overkomen? De liefde tussen ons had immers alles overwonnen en we waren echt maatjes door dik en dun.
In 2003 werd
er darmkanker bij Carmen ontdekt. Dit was een grote klap en ook
erg onwerkelijk. We hadden in die tijd veel "vrienden'' en
feestjes en uitjes en daar zijn we destijds ook gewoon mee doorgegaan,
ondanks het zwaard dat boven ons hoofd hing. Met de chemokuren
hebben we het nog zo'n 2,5 jaar kunnen redden. Ik heb Carmen,
samen met mijn zus, thuiszorg, huisarts en een medisch team voor
de onmisbare morfinepomp,16 dagen verzorgd. Ik kan je wel vertellen:
dit wil je voor geen tweede keer in je leven meemaken.
Carmen was van Surinaamse afkomst, dus de begrafenis ging gepaard
met de nodige rituelen en muziek. Zelfs op het kerkhof was er
muziek, wat enorm indrukwekkend was. Er waren ongelooflijk veel
mensen op haar begrafenis, die ik trouwens tijdens haar ziekte
en na haar dood niet meer gezien heb. Onze grote vriendenkring
is dus aardig uitgedund. Ik denk dat een hoop mensen de tekst
op de rouwkaart iets te letterlijk hebben genomen. Er stond namelijk
op: ''geen rouwbezoek aan huis''. Op kanker en de dood, en het
verdriet wat erbij hoort, zit volgens mij nog steeds een groot
taboe. Niet alleen bij de Nederlanders, maar zeker zoveel bij
de Surinaamse gemeenschap. Gelukkig heb ik nog een paar goede
vrienden overgehouden, waar ik erg zuinig op ben.
Het gaat op
dit moment best redelijk met me, maar er gaat geen dag voorbij
dat ik niet aan Carmen denk. Ik had nog zoveel leuke dingen met
haar willen doen. Gelukkig heb ik een hoop steun aan mijn geloof,
want zoals ze wel eens zeggen: het geloof helpt je niet van je
verdriet af, maar er wel doorheen.
Nu ik al weer zo'n twintig maanden verder ben na Carmens dood
kan ik steeds makkelijker terugkijken. Vlak er na was het een
grote chaos in mijn hoofd. Ik had last van paniekaanvallen, schuldgevoelens
en een gevoel van zinloosheid. Ik heb toen van de dokter wat pilletjes
gekregen om iets rustiger te worden. Hij zei dat ik een beetje
opgebrand was. Ik heb de eerste maanden bewust bepaalde gedachten
weg moeten duwen, omdat ze te heftig waren om er over te denken,
zoals het sterfbed en dat ik Carmen nooit meer zou zien en zou
voelen. Ik kan me van die tijd niet alles meer herinneren. Het
was "blik op oneindig" en doorgaan met leven.
Na twee maanden
ben ik weer gaan werken, eerst halve dagen, langzaam opbouwend
naar vier hele dagen. Dit kostte mij veel moeite. Om weer te gaan
werken was een goed idee omdat je dan weer verplicht bent om je
gedachten naar je werk te verplaatsen. Ik werk in de installatietechniek.
Ik voelde dat mijn collega's zich moeilijk een houding tegenover
mij konden aannemen, maar over het algemeen reageerden ze positief
en begripvol. Soms had ik het gevoel dat ze op het werk dachten,
dat ik niet alleen mijn vrouw maar ook mijn verstand had verloren,
ondanks mijn dertigjarige ervaring in de installatietechniek.
Maar ach, waarschijnlijk wilden ze me ontzien.
Ik moest erg wennen aan het feit, dat als ik van mijn werk thuiskwam
er niemand op mij wachtte. Ik loste dat meestal op door gelijk
mijn dingen te gaan doen, zoals koken, met een borreltje voor
de gezelligheid.
Iets wat me
het afgelopen jaar is opgevallen, is dat ik met bijvoorbeeld de
Kerst mijn huis een beetje versierd had en toen ik dat na vier
weken opruimde, ik mij realiseerde dat ik de enige persoon was
die de versiering gezien had. Ik voelde me toen best wel lullig
en eenzaam. Aan de andere kant heb ik het afgelopen jaar er zelf
ook best voor gekozen om alleen te zijn. Ik ben van plan om dat
wat minder te gaan doen en weer wat meer contacten te gaan leggen.
Ik moet het leven gewoon weer een beetje gaan opstarten.
Je wordt dan best wel met jezelf geconfronteerd. Je krijgt tenslotte
toch wel met vragen te maken zoals: hoe ga ik nu verder met m'n
leven, en met wie en hoe ga ik daar mee om? Zulke beslissingen
zijn best moeilijk. Vooral met wie, omdat je dan weer afscheid
moet nemen van bepaalde "vrienden".
Ik moet mezelf doelen stellen, maar een hoop zaken in het leven
zoeken toch wel hun eigen weg. Zo viel mij laatst op dat ik best
wel weer gevoelens van verliefdheid kan voelen, of zou dat alleen
mijn libido zijn? Toch geeft mij dat een goed gevoel. Het gevoel
dat ik weer leef en vooruit ga.
Ik heb deze
brief geschreven voor het paasfeest want dat is immers het feest
van de dood en de opstanding. Ik zie het komende jaar met vertrouwen
tegemoet, ondanks dat er nog een hoop obstakels genomen moeten
worden.
Ik wens jullie allemaal veel sterkte toe. Hopelijk heeft iemand
iets aan deze brief.
Groeten,
Nico Gilbers;
e-mailadres: nico-gilbers@hotmail.com
08-04-2007
Lieve lezers, lezeressen,
Vandaag is het
Pasen. Ik ben nu precies een week uit het ziekenhuis, opgenomen
voor een knieoperatie die hooguit zeven dagen ziekenhuis zou vragen.
Het werden drie weken
In de operatiekamer heeft men het
drukverband veel te strak omgedaan. Toen ik bijkwam uit de narcose
heb ik geschreeuwd als een mager varken: "te strak, het
doet zo'n pijn!"
"Dat hoort zo", werd me door iemand in een groen
pak gezegd en ik werd teruggereden naar de afdeling. Pas 24 uur
later, toen het verband er af mocht, kon men de ravage zien...
Na drie weken
mag ik naar huis. Al die dagen denk ik aan Peter, mijn allerliefste,
die er niet meer is, die me zeker zou hebben opgezocht, me moed
had ingesproken, m'n hand had vastgehouden en mijn tranen van
pijn gedroogd zou hebben.
Ik loop slechter dan voor ik kwam. Ik verga van de pijn en het
ergste is: ik kan nauwelijks de auto van mijn vriendin inkomen,
want mijn been is behoorlijk stijf gebleven. Geen garantie dat
het helemaal goed komt.
Ik zet m'n tanden op elkaar; er is na de dood van Peter al zoveel
misgegaan, dat dit er ook nog bij kan.
Dan is het zaterdagavond.
Ik heb even gekeken op de TV - de paaswake - en probeer te slapen.
Het lukt niet. Ondanks de morfinepil weet ik me geen raad van
de pijn en er stromen tranen over mijn wangen van pijn en wanhoop
en ik denk: was je maar even hier...
Dan zet ik de radio aan, muziek is een goede afleiding, en wat
hoor ik: 'May it be' van Enya, gespeeld op zijn crematie, gevolgd
door 'Concerning Hobbits' als afscheid bij het verlaten van de
aula. Het was of Peter wou zeggen: "ik ben bij je,
ook al zie je me niet." Zou dat mogelijk kunnen zijn.
Is dit toeval? Ik ben nog steeds van streek.
Met Peter heb ik slechts 18 jaar kunnen leven, waarvan de laatste 8 jaar met Alzheimer. Hij overleed in zijn slaap in augustus 2004. De hobbits en 'De Ban van de Ring' waren onze lievelingsboeken; we lazen elkaar daar ook uit voor.
Bo Konings-Stolk;
e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl
06-04-2007
Lieve lotgenoten,
De Paasdagen zijn in aantocht en wellicht gaan sommigen van jullie
een paar daagjes weg, anderen zullen weer thuisblijven. Zelf ben
ik eerste paasdag thuis en tweede paasdag komen mijn moeder en
haar man even gezellig langs. Ik kan me indenken dat ook deze
dagen weer extra herinneringen oproepen aan jullie geliefden.
Mijn Harry maakte
met Pasen altijd een heerlijk ontbijtje klaar om mij te verrassen.
Als ik dan beneden kwam, stonden er op de eettafel lekkere warme
broodjes, sinaasappelsap, thee, eieren, enz. Vaak stond er dan
nog een bloem, uit eigen tuin, in een vaasje op m'n bord. Ja,Harry
was erg romantisch, ondanks dat de meeste mensen in mijn omgeving
dat niet echt achter hem zochten.
We gingen bijvoorbeeld een keer op vakantie naar Noorwegen met
de boot (een soort cruiseschip, twaalf uur varen ongeveer) en
die keer had hij als verrassing zomaar de huwelijkssuite gehuurd.
Met Sinterklaas lag er vaak ineens iets van marsepein op m'n kussen.
Als we uit eten gingen, stond er soms al een bloemetje voor mij
klaar op het tafeltje waar we gingen zitten. Nou ja, dat soort
dingen.
Ook verwende hij mij met heerlijk avondeten, want zijn hobby was
koken. Hij was dan ook een uitstekende gastheer als we visite
hadden of vrienden te eten. Ik heb daar altijd zo van genoten
en ik ben hem daar erg dankbaar voor.
Ik wens jullie een zo relaxed mogelijke Pasen, en ik hoop op een
beetje zonneschijn voor ieder.
Groetjes,
Suzette Hartog-Been;
e-mailadres: suzettehb@planet.nl
03-04-2007
Hallo Monique,
Van een alleenstaande man in ons dorp heb ik jullie adres gekregen. Ik heb toch maar besloten om te schrijven. Ik zal iets over mezelf vertellen.
Ik ben 64 jaar,
heb vier dochters en een zoon die zich in 1989 heeft opgehangen.
Ik ben in 1962 getrouwd met Joop, mijn man, en we hebben in Singapore
gewoond. Toen ik Joop leerde kennen had hij een Chinees meisje
geadopteerd, zij was toen drie jaar. Samen hebben we een dochter
en een zoon gekregen.
In 1971 is Joop na een ziekte aan een hersentumor overleden. Ik
kwam als 30-jarige met drie kinderen naar Nederland, wat erg wennen
was.
Ik heb toen
Fokke ontmoet, een Friese man, en samen hebben we twee dochters.
Hij is verleden jaar augustus, na een jaar chemotherapie, overleden
aan longkanker. Een maand na het overlijden van Fokke kregen we
een kleinzoon van onze dochter, en weer na een maand overleed
mijn schoonmoeder.
Door allerlei moeilijke situaties van erfenisdingen is er geen
contact met mijn schoonfamilie; na 33 jaar is het boek dicht.
Jammer, maar het is zo.
Weer een paar maanden later overleed mijn schoonzoon.
Tot aan januari
ging het redelijk en toen kwam de klap. Ik ben nu aan de medicijnen
maar ik kom er nog niet uit, heb nergens geen zin in, en alles
wat ik doe gaat met strijd.
Ik moet nog zoveel dingen leren. Ik kan heel goed voor een ander
zorgen maar niet voor mezelf, en toch heb ik geen negatief zelfbeeld.
Ik ben vroeger balletdanseres geweest, dan sta je veel voor de
spiegel. Ik was en ben nog steeds trots op mezelf en toch kan
ik niet goed voor mezelf zorgen.
Ik weet niet
wat ik bereik met het schrijven van deze brief. Misschien is er
iemand of iets dat mij er doorheen helpt, ik weet het niet.
Begrijp me goed, ik heb een goed contact met mijn dochters, jammer
genoeg niet met de vrouw en kinderen van mijn overleden zoon.
Maar zij hebben hun eigen leven en kunnen mij daar niet bij helpen.
Verder weet ik niet wat ik schrijven moet.
Groeten,
Yvonne Drenth;
e-mailadres: fdrenth@uwnet.nl
03-04-2007
Hoi Monique,
Fijn dat het iets beter gaat met jou. Wij, Wim en ik, lezen trouw
mee in de Draaikolk. Wij hebben ons hier drie jaar geleden leren
kennen, en zijn voornemens in augustus 2007 te trouwen! Een ruggesteuntje
voor iedereen die nu nog in het rouwproces zit. Je zou willen
dat de wereld stilstaat, maar de overlevenden moeten door. Zo
ook wij.
Wij blijven meelezen en hopen voor jullie dat je het geluk ook nog eens mag vinden, maakt niet uit op welke manier.
Lieve groetjes,
José
en Wim; e-mailadres: jw.smalbrugge@home.nl
01-04-2007
Hallo Monique,
Wat een dag. Het is mooi weer dus eerst even de boodschappen doen.
Ben de eerste die de winkel binnenloop. Neem gewoon mee wat ik
denk nodig te hebben. Thuis zie ik dat de helft al meer dan genoeg
was geweest.
Even naar Martien,
mijn zwager, koffie drinken. Hij is ook weduwnaar en zit niet
goed in z'n vel deze week, dus er is maar één onderwerp
vandaag.
Dan naar het tuincentrum, leuke struikjes en plantjes gekocht.
Oeps, wordt bijna door een auto overreden op het zebrapad, was
even schrikken. Bestuurder geeft gas en is weg, sta wel even na
te trillen.
Eerst alles snoeien, nieuwe planten gepoot, alles ziet er weer
goed uit. In de sloot zit een waterhoentje te broeden, het mannetje
zwemt kwekkend heen en weer. Wat zou het mooi zijn om een vogel
te zijn
Nu naar Hilde. Mooie viooltjes gekocht, en ik zal de steen schoonmaken. Er komt een begrafenisstoet aan. Er wordt een meisje begraven, 13 jaar jong. Waarom zijn we hier eigenlijk?
Alles opruimen,
volgende week ga ik wel weer verder. Ik ga aan het eten beginnen,
koken is een hobby van me vandaag. Thaise nasi, zo héét
mogelijk, is weer goed gelukt. Rustig de krant lezen lukt niet,
wordt te emotioneel.
Ik zet maar een DVD op van Fleetwood Mac. Geluid op maximum. Laat
maar even doorwaaien
Uiteindelijk
maar naar bed. Was het die auto maar gelukt
Niet al te veel geslapen, toch wel in goede stemming. Eerst even
de Draaikolk lezen en ik besluit om vandaag naar het Koningin
Wilhelmina bos te gaan in Dronten. Daar hebben we ook voor Hilde
een boom geplant.
Groeten,
Wim van Woudenberg; e-mailadres: woudyss@versatel.nl
REACTIES binnengekomen in maart 2007:
31-03-2007
Dag allemaal,
die hier ook komen...
De laatste weken heeft de film van het ziekbed van Jan mijn leven
helemaal bepaald. Het waren vier maanden, maar de beelden en herinneringen
betroffen vooral de laatste weken daarvan, toen hij helemaal aan
bed gekluisterd was. De gedachte, dat hij daar niet meer vanaf
zou komen, kreeg toen niet eens de kans om echt tot me door te
dringen. We leefden immers van dag tot dag en ik was toen constant
bezig om alles voor hem zo prettig mogelijk te maken, voor zover
nog mogelijk...
Nu heb ik teruggekeken, stil gestaan, nagedacht, wetend, dat dat
niets verandert aan de feitelijke situatie; maar nu wou ik het
per sé opnieuw doorleven, de pijn ervan toelaten, nu ik
immers het onherroepelijke einde ervan toen heb meegemaakt.
Dat deed ik vorig jaar niet, want jullie weten hoe je dan onmiddellijk
in een voortrazende trein terechtkomt van regelen, regelen, regelen
en daarna alle administratieve rompslomp, die jullie even erg
gehaat moeten hebben als ik!
Daaraan ontkom je niet, maar bij dat stuk blijf ik nu niet meer
hangen. Dat was Jan niet meer, al had het alles met hem te maken.
Goddank, voel ik opnieuw - net als vorig jaar - de aanvankelijke
dankbaarheid, omdat hij thuis heeft kunnen sterven, wat zijn liefste
wens was. En ik was daar zelfs zo blij mee, dat ik woensdag, de
28ste, die stralende lentedag, grotendeels buiten doorgebracht
heb met lieve 'nabijen'!
Ik herinner me goed, dat de lente vorig jaar in april voor mijn
beleven zo vloekte met hoe het mij te moede was, maar nu word
ik ontroerd door al het ontluikende leven. Ik voel ook weer ruimte
in mijzelf.
De laatste keer, dat ik hier schreef, vertelde ik over het zorgen
voor mijn jongste kleinkind, terwijl zoon en schoondochter een
weekje genoten van een eerste keer samen weg na 15 maanden "continu-ouderschap".
Ook dát had alles van "een nieuwe lente", zo'n
onbevangen mensje dat om me heen dartelde, "van niets wist",
me gewoon nodig had.
Het is alsof het leven zich aan me opdringt, maar niet meer ongewenst.
Ik mis Jan niet minder dan vóór deze eerste herdenking
van zijn dood, maar er ligt een waas van zachtheid over dat gemis.
Voor nu ben ik daar ongelooflijk blij mee, alsof ik zelf uit een
"gevangenis" bevrijd ben. Ik zie wel weer, hoe het volgende
week en daarna is.
Goeds voor ieder!
Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl
29-03-2007
Zondag.
De lente breekt aan in volle pracht, schitterend weer. Bomen met
jonge, frisse, groene blaadjes. Schitterende bloesems en bloemen.
Het favoriete seizoen van mijn vrouw, waar ze zo van kon genieten
en we er samen op uit trokken.
Ik besloot te
gaan fietsen, zoals we dat vaak deden. Toen gebeurde er iets vreemds.
Ik kwam niet weg van huis en voelde me opeens als een fietsband
leeglopen, terwijl ik al zoveel deed en dacht te kunnen. Maar
dat waren andere activiteiten, dus dat lag ook anders.
Achteraf heb ik me emotionele slapheid verweten. Het zij zo.
De tijd dobbert mij weg
van de kustlijn van emoties
ze vervaagt
totdat een onverwachte golf
mij terugslaat op het strand
Vriendelijke groet,
Lodewijk Lagemaat;
e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com
29-03-2007
Gisteren, op
die stralende, rustige lentedag, heb ik samen met mijn familie
en de kinderen van Wim zijn overblijfselen aan de zee gegeven.
We reden naar Stellendam, alwaar we werden opgewacht door de schippers
van de kleine boot, die ons naar de verstrooiingsplek zou varen.
Aan boord viel me de eenvoud van het vaartuig op. Het dek was
klein, evenals de kombuis, en mede omdat je bij regenweer normaal
gesproken binnen moet zitten werd het me nu duidelijk waarom er
plaats was voor hoogstens zes personen. Navraag leerde dat het
een Engelse boot was, die gebruikt wordt voor allerlei klussen
op zee, bijvoorbeeld ten behoeve van de visserij of off-shorewerkzaamheden,
bij en op olieplatforms en in dit geval voor de asverstrooiing
van mijn geliefde.
Wachtend voor
de Goereese sluis ontstond er met de beide schippers een geanimeerd
gesprek over boten en over scheepvaart in het algemeen. Ik observeerde
en was met mijn overpeinzingen alleen en iedereen liet dat zo.
Wat zou Wim hiervan hebben genoten en wat zou ie geïnteresseerd
zijn geweest en zich met plezier in het gesprek hebben gemengd!
Het was alsof ie erbij was en ervan genoot, van deze pretentieloze
sfeer, alsof we gezellig met z'n zessen een boottochtje maakten
op de Noordzee, genietend van elkaars gezelschap, van de wind
en de zon, de witte schuimkoppen van de golven die het bootje
achter zich liet, het harde monotone geluid van de motor en de
vlagen van de lucht van diesel die je bij het starten van de motor
opsnoof.
Na een uurtje
varen gingen we voor anker. De boot kreeg even de gelegenheid
om zich te richten naar de rust van het water.
We werden plotseling door stilte omgeven. Niet ver van ons vandaan
lagen drie zeilboten, dienend als toevallig, zeer toepasselijk
decor bij de gebeurtenis die zou plaatsvinden: Wim, die zo van
varen hield en zich met frisse tegenzin had neergelegd bij het
ooit door ons samen genomen besluit om ons te richten op vakanties
op het land en niet op het water, zou hier zijn laatste rustplaats
krijgen.
Liggend op onze knieën bij de boord hebben zijn zoon en ik de resten uitgestrooid. Hij kreeg rozen en anemonen, zijn lievelingsbloemen, van ons mee.
We hebben elkaar omhelsd, onze tranen de vrije loop gelaten en zijn teruggevaren, ieder met zijn eigen gedachten over deze in alle opzichten zo goede en troostende gebeurtenis. Hij was achtergelaten waar ie hoort!
Thuisgekomen
kijk ik naar zijn foto op het werktafeltje beneden. Hij heeft
zijn pijp in zijn hand en lacht naar mij.
"Zo is het goed, hè?" zeg ik. "Ja",
zegt hij, "zo is het goed!"
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
26-03-2007
Vandaag, de
eerste lentedag. De bollen die al sinds drie weken opkomen, de
narcissen, tulpen en hyacinten in onze tuin. Onze tuin waar Hans
zo blij mee was als de bollen weer opkwamen.
De tuinstellen die ik morgen weer te voorschijn haal, vooral op
ons speciale plekje, waar wij om vier uur 's middags ons glaasje
wijn dronken, luisterend naar de vogels en genietend van het uitzicht
over de polder... Ik weet niet of ik dat morgen al aan kan. Als
wij samen in de zon zaten, en de honden fijn aan het spelen waren
of lagen te "klieren", zoals jij het kon zeggen.
De narcissen
en tulpen die jij voor mij plukte, pluk ik nu voor jou.
Het zwembad dat zomerklaar moet worden gemaakt over een paar weken.
Gelukkig krijg ik hulp van Hans' oudste zoon Tim, maar jouw "Tarzan"geluid
zal ik niet meer horen als het klaar is. Alles is de eerste keer.
Vandaag zit
ik helemaal stuk, terwijl ik normaal positief ben ingesteld en
denk aan die fijne tijd die wij 26 jaar hebben gehad. Maar ik
huil omdat Hans dit nooit meer mee zal maken.
Mary Broeke; e-mailadres: mary_broeke@hotmail.com
26-03-2007
Lieve Monique,
Op de Draaikolk
volg ik hoe het met je gaat sinds het overlijden van Bert. Ik
lees dat je de caravan uit de stalling haalt en met Pasen ermee
weggaat. Zoals je zegt, zullen de herinneringen van de vorige
keer naar boven komen.
Zoals wij allemaal weten, is de eerste keer alleen iets ondernemen
dat wij voorheen sámen deden ontzettend moeilijk. Toch
heb ik ondervonden dat de gedachten er over in de dagen vooraf
het moeilijkst zijn. Wanneer het zover is valt het meestal mee.
Kort na het overlijden van mijn man, toen ik er tegenop zag om
zonder hem iets te ondernemen, zei onze dochter tegen mij: "ma,
je moet nu nieuwe herinneringen creëren". Ik begreep
wat zij bedoelde, wij vergelijken alles met "de vorige keer".
Sinds het overlijden van mijn man 3,5 jaar geleden, ging ik met
Kerst vluchten. Ik ging naar mijn zus en haar familie in Engeland.
Waren de herinneringen aan onze laatste kerstdagen leuk geweest,
dan was het makkelijker voor mij om hier te blijven, maar dat
was niet het geval.
Een week voor Kerst hadden we te horen gekregen dat Dirk ongeneeslijk
ziek was. Eerste kerstdag hebben we een familiefeest bij ons thuis
gehouden, dat was zijn wens. Enkele dagen daarvoor haalden wij
een kerstboom en versierde het huis, wat voorheen altijd een gezellige
gebeurtenis was. Deze keer, toen wij de boom gingen uitzoeken
en tijdens het versieren, had ik een zwaar gevoel. Toch probeerde
ik "normaal" te doen en Dirk floot onder de bezigheden
alsof er niets aan de hand was. Een paar dagen voor Kerst werd
een stent in zijn slokdarm gezet, de dagen daarna was hij ontzettend
ziek van al de troep die vrijkwam. Toch ging het feest door, dat
moest, dat wilde hij. Het was een schouwspel, iedereen deed 'alsof'.
Inwendig was iedereen verdrietig wetende dat het waarschijnlijk
zijn laatste Kerst was, maar wij speelden het spel.
Het was inderdaad
zijn laatste Kerst en, zoals ik eerder zei, kon ik daarna met
Kerst niet thuis zijn
Tot afgelopen Kerst, toen ik had besloten
om hier te blijven. Ik zag er vreselijk tegenop en, zoals voorbijgaande
jaren, kwamen de herinneringen weer naar boven, maar deze keer
zou het erger zijn want ik zou hier zijn.
Eerste kerstdag zouden wij allemaal bij elkaar komen bij een schoonzus
thuis, maar in de ochtend zou ik alleen zijn. Achteraf bekeken
viel het mee en het feest was leuk. Geen Dirk, maar twee kleindochtertjes
erbij die ons ontzettend amuseerde.
De herinneringen aan zijn laatste Kerst, die ik alleen als triest
kan omschrijven, is nu vervangen door een nieuwe herinnering.
Wij misten hem, maar het was ontspannend en gezellig! Ik ben ervan
overtuigd dat hij in de geest wél aanwezig was en blij
dat wij weer bij elkaar waren.
Lieve Monique, ik vind het ontzettend moedig van je dat je met
de caravan weggaat, maar neem het van mij aan: uitstellen maakt
het niet makkelijker. De "eerste keer", of het nu enkele
maanden of jaren erna is, moet je doorheen, tenzij je het helemaal
uit de weg gaat. Toch is dat jammer wanneer het iets is wat je
graag doet.
Bert zal trots op je zijn!
Patricia van Vliet, vrouw, geboren 6 augustus 1947; partner Dirk (54) overleden 21 augustus 2003 aan slokdarmkanker; een volwassen dochter; e-mailadres: d-p-vanvliet@hetnet.nl
25-03-2007
Dag Monique,
Lief dat je me persoonlijk een berichtje stuurt om me te bedanken
voor mijn donatie. Ik ben blij dat ik in de gelegenheid ben om
een financiële bijdrage te leveren, zodat jij de Draaikolk
draaiende kan blijven houden en ik zou eerder jóu moeten
bedanken voor het bestaan van de Draaikolk en het in stand houden
ervan, want dat is uiteindelijk waar het allemaal om draait.
Het is voor mij, en niet minder voor heel veel andere lotgenoten,
een enorm belangrijke en waardevolle plek om op ieder moment van
de dag of nacht "even" aan te wippen, en om steeds weer,
wanneer we dat nodig hebben, kracht te putten uit verhalen op
de Draaikolk.
Ik mag dan zelf tot nu toe niet veel hebben bijgedragen voor wat
betreft het schrijven, ik ervaar wel enorm veel steun uit het
lezen van alle verhalen, en heb via de Draaikolk lotgenoten gevonden
waar ik geregeld mee e-mail. Maar ik zal proberen om eerdaags
weer een poging te doen om een bijdrage te leveren aan de reactierubriek
(vaak blijft het bij een poging). Ik vind het niet makkelijk om
voor een groot publiek te schrijven, één op één
gaat mij beter af.
Voor mij is de Draaikolk onmisbaar geworden en ik hoop dat er
vele lotgenoten zullen zijn die, indien ze de mogelijkheid hebben
om een financiële bijdrage te leveren, dat ook zullen doen,
om zo met z'n allen de Draaikolk draaiende te houden.
Maar uiteindelijk hebben we dit allemaal aan jou en Bert te danken.
Ondanks jullie eigen moeilijkheden en zeer zware tijden bleven
jullie dit belangrijke werk doen. Ik heb ontzettend veel respect
voor jullie, voor wat jullie deden, en voor wat jij nu, ondanks
je verdriet en gemis na het overlijden van Bert, in je eentje
voortzet.
Voor mij ben je een kanjer, en van onschatbare waarde voor ons
lotgenoten.
Vriendelijke groet,
Anneke Strating, vrouw, geboren 16 april 1964; partner Hans (44) overleed op 8 augustus 2004 aan slokdarmkanker; geen kinderen; e-mailadres: a.strating1@kpnplanet.nl
21-03-2007
Ik was de 18e
maart jarig en kreeg van drie lotgenoten een mailtje/e-mail kaart.
Dat vond ik heel erg attent en lief. Wat fijn dat er mensen zijn
die op zo'n dag aan je denken.
Dat is ook het mooie van deze site. Mensen die aan elkaar denken,
elkaar troosten, hoop putten uit de verhalen, meeleven. Alleen
al door de reacties te lezen kun je je al gesteund voelen.
En dat komt
allemaal doordat Bert ooit deze site heeft opgezet, gesteund door
en samen met Monique. En nu zet Monique zijn werk voort. Monique,
bedankt!
Ik hoop dat vele mensen, die helaas hun liefde moeten missen,
hier steun kunnen vinden.
"Een klein gebaar kan een grote steun zijn."
Groet,
Suzette Hartog-Been;
e-mailadres: suzettehb@planet.nl
17-03-2007
Hoe ga je om
met het verlies van je vrouw? Elke situatie zal verschillend zijn.
Eind juli kwam ik bijna overspannen thuis na een hectische werkperiode.
Mijn vrouw belde 8 augustus 's morgens de huisarts, dat ze zich
niet goed voelde. "Neem voldoende vocht en een paracetamol."
's Nachts overleed ze plotseling. Geen afscheid na 34 jaar huwelijk.
Twee dagen later
werd mijn moeder plotseling opgenomen met een hartaanval en een
herseninfarct. Ik moest én de begrafenis regelen én
het ziekenhuis bezoeken. Gelukkig had ik hulp van mijn broer en
schoonzus.
Mijn vrouw heb ik zelf mee mogen helpen afleggen, zodat ze verzorgd
het huis verlaten heeft. Mijn broer heb ik gevraagd foto's van
haar te maken als afscheid. Op de begrafenis heb ik zelf een afscheidsrede
gehouden, maar ik heb dit thuis een aantal keren hardop geoefend
om niet door emoties niet verder te kunnen.
Vanaf het begin
heb ik een soort dagboek bijgehouden om grip op de situatie te
houden. Onbedoeld heeft mijn moeder veel voor afleiding gezorgd,
doordat ik veel naar het ziekenhuis moest.
Ik heb opeens met veel praktische zaken te maken gekregen, zoals
een bewijs van overlijden en een verklaring van erfrecht bij de
notaris. Dit in verband met het op één naam zetten
van rekeningen. Ook kreeg ik opeens een extra belastingaanslag:
successierechten die je moet betalen over je bezittingen.
Door de slechte verhouding moeder-dochter hebben zij nooit meer
iets goed kunnen maken. Mijn kleindochter heb ik als baby gezien
en als 5-jarig meisje. Mijn dochter wil weinig contact.
Hoe ga je verder
om met je emoties? Van de huisarts heb ik iets gekregen om de
stress en emoties te verminderen en slaappillen. Daarnaast heb
ik wekelijks psychotherapie vanwege vroegere gezins- en arbeidssituaties.
Ik ben veel meer gaan sporten om endorfine op te bouwen voor mijn
lichaam. Met kerst ben ik naar Zuid-Spanje (Andalusië) gegaan
om de "gezelligheid" te ontlopen. Muziekuitvoeringen
bezoek ik als troost en vlucht, van jazz-sessions tot klassiek.
Sommige onverwachte ontmoetingen koester ik. Vind ik het 's avonds
te stil dan drink ik koffie in een restaurant en ben uit huis.
Boodschappen doe ik weinig, zodat ik "verplicht" ben
de volgende dag weer de deur uit te moeten gaan. Wel probeer ik
regelmatig te eten.
De kleding van
mijn vrouw heb ik gedeeltelijk en gedoseerd weggedaan. Een paar
jassen hangt nog in de gang. Als ik thuiskom, ben ik niet alleen...
Elders in huis hangt ook nog wat.
Mijn emoties had ik niet altijd in de hand, maar ik geneerde me
er niet voor.
Blijf niet thuis zitten, maar probeer iets op te bouwen en ook
kontakten te leggen. Dit laatste is moeilijk als alleenstaande.
Vlucht niet in iets als je er niet aan toe bent. Ik ben er na
zeven maanden nog niet aan toe. Ik voel het als een soort verraad
aan mijn vrouw, ondanks alles! Ook de liefde went, volgens Freek
de Jonge.
Lodewijk Lagemaat;
e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com
16-03-2007
"Ja,
het gaat best wel goed met mij". Dat zeg ik vaak als mensen vragen hoe
het gaat, en dat is ook eigenlijk wel waar.
Ik kom net terug van koorrepetitie en voel me weer helemaal vol
energie. Had nooit gedacht dat ik ooit zoiets zou doen, want om
nou te zeggen dat ik zo'n zangeres ben
Maar, meegetroond
door een vriendin en als één van de circa 150 koorleden
valt het best wel mee en word ik er weer blij van. En de liederen
die ik thuis moet oefenen, spelen geregeld door mijn hoofd. Ook
ben ik pas naar een literatuurclub gegaan en sinds eind 2005 zit
ik op Spaanse les. En in augustus word ik voor het eerst oma.
Allemaal positieve
dingen, alleen, soms word je toch weer even met je neus op de
feiten gedrukt. Zoals laatst, toen een goede vriend jarig was.
Hun dochter en schoonzoon met hun eerste kleinkind waren er ook.
Het kleine mannetje was pas één jaar geweest en
begint al leuk te brabbelen en zet zijn eerste stapjes.
Toen zij, met zijn drietjes, mijn vriend Jan gingen feliciteren
had ik het beeld opeens heel scherp voor mij. Het was zo ontroerend
lief en tegelijk werd ik er zo verdrietig van. Zeker, ik ga ook
enorm van mijn nieuwe kleinkind genieten, maar ik kan het niet
meer delen.
En van de week op de literatuurclub was er iemand jarig, die trakteerde. "Gefeliciteerd", zei ik. "Ja", zegt ze, "ik heb toch zo'n rare verjaardag. Ben helemaal alleen vandaag, kinderen en man zijn weg, vreemd hoor." Toen schoot ik dus ook weer even vol. Ik herinner mij vorig jaar nog heel goed, voor het eerst alleen wakker worden op mijn verjaardag. Gedurende 37 jaar hadden we de 'traditie' van 's ochtends feliciteren met ontbijt op bed voor de jarige met cadeaus, bloemen en een zak drop. Ook als één van onze jongens jarig was; iedereen verzamelde op het 'grote bed'. Zij zijn de deur uitgegaan kort voor Hans is overleden en dus is het nu wel erg stil in huis.
Hoewel ik momenteel
wel erg druk ben en mijn huis mooi gerenoveerd wordt, mis ik het
'delen' nog steeds heel erg en ik denk nog ieder moment van de
dag aan Hans. Als ik beslissingen moet nemen over mijn verbouwing
bijvoorbeeld, denk ik altijd: hoe zou jij dit nou opgelost hebben
en wat vind je ervan?
Laatst was ik bijvoorbeeld bij een winkel om raamsluitingen uit
te zoeken (mijn huis is uit 1920, dus wil ik wel iets in stijl).
Zegt die verkoper: "neemt u dat boek maar even mee naar
huis, dan kunt u het laten zien". Ik zeg: "aan
wie dan? Ik moet het toch zelf bepalen." De man was gelukkig
erg aardig en reageerde wel goed. Maar dit soort dingen confronteert
je op onverwachte momenten constant met je situatie.
Ik ben toch ook regelmatig best wel trots op mezelf, en krijg
veel support van mijn kinderen, familie en lieve vrienden. Maar
af en toe zou ik toch zo graag willen dat Hans om een hoekje komt
kijken of nog even koffieleuten, zoals we zo lekker konden, al
is het maar voor één kopje... En dat hij dan zegt:
"dat heb je goed gedaan."
Lieve lotgenoten, herkennen jullie hier ook iets in?
Trix van Laar-van Leeuwen, vrouw, geboren 18 maart 1945, partner Hans (62) overleden op 11 oktober 2005 aan uitgezaaide stembandkanker; drie volwassen, uitwonende zoons; e-mailadres: trix@vlsrecords.nl
17-03-2007
Na lang aarzelen
schrijf ik toch mijn verhaal. Mijn naam is Sjan, 53 jaar. Mijn
man Niek is 24 januari 2006 overleden aan mesothelioom (asbestkanker).
Hij was 56 jaar.
Wij hadden samen een geweldig leven, genoten van kleine, gewone
dingen. Twee getrouwde kinderen, een zoon en een dochter, en grootouders
van vier kleinkinderen. Wat wil een mens nog meer?
Bij Niek werd in april asbestkanker geconstateerd. De longarts gaf hem zes tot twaalf maanden. Geen enkele hoop op genezing. Hij kreeg palliatieve behandeling. Zo sta je midden in het leven, en zo hoor je dat je dood gaat. Bizar. Wij konden het niet geloven. Na een paar dagen ziekenhuis, waar de longvliezen werden geplakt nadat het vocht was weggehaald, ging het eigenlijk best goed. In de gesprekken met verpleegkundigen kwam wel steeds ter sprake: geniet van de dingen die je nu nog kunt, en stel je plannen niet uit.
Wij hadden twee
weken vóór de diagnose een nieuwe caravan gekocht,
na zo'n dertig jaar met "oudjes" te hebben gekampeerd.
Onze toekomst lag in Zeeland, daar wilden we gaan wonen als we
klaar waren met werken.
Onze laatste zomer hebben we met de caravan in Zeeland aan de
duinen doorgebracht. Na de zomer werd Niek steeds zieker en benauwder.
De kanker zorgde voor pijn, de medicijnen voor bijwerkingen, en
langzamerhand was het voor hem duidelijk dat hij het niet ging
redden.
Van het leven afscheid moeten nemen als je nog zoveel plannen
hebt, is hard. Zijn laatste maanden zijn zo zwaar geweest, deze
tijd ligt als een zware steen op mijn hart. Het heeft heel lang
geduurd voor ik besefte: hij komt nooit meer terug. Soms is er
de paniek: dit kan toch niet waar zijn?
Wij waren 35
jaar samen. Het heimwee, het gemis en het gevoel van eenzaamheid
als je naar bed gaat. Als je wakker wordt, en je heel voorzichtig
omdraait om hem niet wakker te maken
, dat gevoel is verschrikkelijk.
Ik lees de reacties van lotgenoten op de site en voel me vaak
verbonden met ze.
Hartelijke groeten,
Sjan de Koning, vrouw, geboren 2 april 1953; partner Niek (56) overleed op 24 januari 2006 aan mesothelioom (asbestkanker); twee volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: s.dekoning@kpnplanet.nl
16-03-2007
Mijn naam is Mary Broeke, ik ben 50 jaar en woon samen met onze zoon Robin, 18 jaar, in Wieringerwerf. Ik heb jullie site doorgekregen van Ria Peters.
Afgelopen 15
februari is mijn echtgenoot, Hans, overleden aan een zwaar hartinfarct
ten gevolge van een longembolie. In het vliegtuig 's nachts werd
Hans erg benauwd, maar dacht dat hij hyperventileerde. Aangekomen
op Schiphol wilde hij niet naar de EHBO-post, maar naar huis.
Onderweg heb ik nog gevraagd of we niet beter langs de cardioloog
konden gaan, Hans was onder behandeling in verband met een lekkende
hartklep. Nee, hij wilde beslist naar huis. Op weg naar huis toch
de huisarts gebeld, die bij thuiskomst langs zou komen.
Enfin, bij thuiskomst stortte Hans in, direct 112 gebeld en ondanks
dat de ambulance en huisarts snel bij ons waren was Hans al helemaal
weg. Hartstilstand, toen gereanimeerd, maar uiteindelijk die zware
hartaanval die hem fataal werd.
Ik heb onze
zoon Robin gebeld, die nietsvermoedend op school zat, dat hij
direct thuis moest komen. Helaas voor hem te laat, want wij waren
al onderweg naar Hoorn. Gelukkig heeft hij zijn rijbewijs zodat
hij snel naar ons toe kon komen.
Eigenlijk wist ik in de ambulance al dat Hans niet meer bij ons
was. Zijn laatste woorden waren nog: "wat hebben wij een
fijne vakantie gehad, hè".
Tja, en dan komt Robin het ziekenhuis binnen en moest ik hem vertellen
dat pap overleden was.
Vanaf dat moment
leef je in een roes. Het is nu vier weken geleden, en nu pas begint
het gemis door te dringen, dat wat er eens was er nooit meer is.
Gelukkig heeft Hans de afgelopen vijf jaar genoten van zijn vrijheid
(geen eigen zaken meer) en genoten heeft hij. Hans was een echte
Bourgondiër, hield van lekker eten, een wijntje 's avonds,
en van de polder.
Ook heeft hij onlangs nog gezegd dat hij hier nog jaren wilde
blijven wonen, of hier dood zou gaan. Wel, zo is het ook gebeurd.
Wij moeten verder zonder deze lieve, geweldige man. Een man met
een groot hart, die hem uiteindelijk fataal werd.
Mary Broeke; e-mailadres: mary_broeke@hotmail.com
15-03-2007
Vannacht sliep
ik weer thuis na een oppasperiode van vijf dagen in Amsterdam.
Mijn jongste kleinkind - bijna vijftien maanden oud- was daar
een gezelligheid biedende en ook zorg vragende gezelschapsdame.
Iedere dag om 17.30 uur werd er door ons 'geskyped' met een vakantieadres
in Zwitserland met de webcam als moderne praat- en kijkmogelijkheid.
Isa zat dan in haar kinderstoel op de juiste hoogte voor de computermonitor,
waarop ginds op deze tijd de twee hoofden van haar ouders zich
vertoonden. Ze herkende ze.
Haar eigen actieve woordenschat is nog beperkt tot woordjes, maar
haar gezichtje begon te stralen, wanneer die twee in koor voor
Isa bekende liedjes begonnen te zingen van 'Berend Botje' en 'Nijntje
is een lief konijn'. Haar lijfje deinde opgetogen mee, ze zwaaide
naar ze en vier mensen genoten.
Moeiteloos gewoon bleek deze virtuele voorstelling voor haar en
even moeiteloos gingen wij daarna samen over op haar avondmaaltijd.
Ik kijk terug op deze dagen, maar op nog heel veel meer. Vooral
op hoe de wereld ingrijpend veranderd is sinds deze pappa-zoon
mijn eigen laatstgeboren kind was in 1967. Ik besef, dat ik met
deze steeds veranderende wereld in heel veel opzichten op tijd
ben meegegroeid en dat er ook nog zaken onveranderd zijn (dat
zijn de wezenlijke
), maar hoelang zal ik nog genoeg flexibiliteit
opbrengen om mee te evolueren in deze 'vaart der volken'?
Het missen van mijn lief heeft een bres geschoten in m'n levens-elan.
Ik ben al bijna een jaar bezig met m'n persoonlijke pas op de
plaats, noodgedwongen ja, maar ook steeds meer deze periode belevend
als tijd voor het opmaken van mijn eigen levensbalans tot nu.
Ik heb veel vragen:
Wat doet er echt toe, wat weinig, wat niets?
Waarvoor ben ik hier nog; vooral: waarvoor wil ik hier nog zijn?
Wat houdt de wereld draaiend en wat houdt haar leefbaar?
Ook mijn rol daarin: kies ik die genoeg zelf, zodat ik er een
gelukkiger mens van kan worden, ook nu ik alleen ga?
Ik heb de antwoorden nog niet, maar wel het vertrouwen dat ik
ze vinden zal en dat ze over wezenlijke zaken zullen gaan. Ook
verdriet is wezenlijk als het houden van je lief diep ging. Ik
laat het er dan ook zijn, geef het de ruimte, want dat heb ik
nog nodig.
Dag lieve lotgenoten. Leven is niet altijd gemakkelijk.
Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl
15-03-2007
Ja, lieve Wil,
ik filosofeer en denk ook heel wat af.
Hoe zou het zijn als Harry was blijven leven, wat nou als ik eerst
gegaan was?
We zouden vanaf dit jaar veel in Noorwegen gaan vertoeven. Hij
zou nu gestopt zijn met werken. Hoe zou dat geweest zijn?
Wat is er in het hiernamaals?
Is er meer tussen hemel en aarde?
Zou ik ooit nog wel een nieuwe liefde ontmoeten, en zo ja, zou
ik dat dan wel kunnen en willen?
Nou ja, allemaal van dit soort vragen.
Nou moet ik
erbij zeggen dat ik sowieso wel een filosofeertype ben. Ik kan
dat heel interessant vinden. Levensvragen en zo. Maar mijn karakter
is ook zo, dat ik altijd veel denk, maar vooral veel pieker over
dingen:
Zou die en die het wel oké vinden als ik een dagje later
afspreek?
Wat zal men wel niet denken als ik
?
Zouden ze het niet raar vinden dat ik...?
Daar kan ik het mezelf soms wel eens moeilijk mee maken.
Harry stond altijd achter me met mijn drukmakerijtjes, en dan
hielp hij me door het even te relativeren.
Ik heb chronische vermoeidheid en ik herinner mij bijvoorbeeld
nog dat ik zat te wachten op een uitslag van het UWV, die zou
ik ongeveer drie weken later ontvangen.
"Ja, maar... als er in die brief nou dit of dat staat,
wat moet ik dan gaan doen?"
Dan zei mijn lieverd altijd: "meisje, op het moment dat
die brief binnen is en je hem leest is het vroeg genoeg om je
er druk over te maken en dan zien we wel weer verder."
Heerlijk vond ik dat. Dat mis is ook heel erg.
Maar ik leer steeds meer om maar gewoon per dag te leven en dan
zie ik wel weer verder. Ik ga nu ook, merk ik, zelf steeds meer
dingen relativeren. Dan denk ik: wat maak ik me druk, er zijn
echt wel ergere dingen in het leven... Of bijvoorbeeld iemand
kwetst me, maar dat zegt dan misschien wel meer over diegene zelf
dan over mij.
Ik ben heel benieuwd hoe Harry vind dat ik het doe zo in m'n eentje
en of hij het met bepaalde dingen eens of oneens zou zijn geweest.
Maar ik heb het gevoel dat hij wel een beetje trots op me zou
zijn, want tot nog toe red ik het.
Hij zei vlak voor hij heenging: "ik hoop dat je niet alleen
maar onder de tafel gaat zitten lieverd, blijf van het leven genieten
en ga erop uit. Ik let boven op je".
Zo, en nu ga ik lekker even in de tuin zitten samen met poes.
Groet,
Suzette Hartog-Been;
e-mailadres: suzettehb@planet.nl
13-03-2007
"Een nieuwe
lente, een nieuw geluid", schreef Herman Gorter. Mooie woorden!
Ook ik zie natuurlijk, zelfs in hartje Amsterdam, de nieuwe lente
tevoorschijn springen na een overvloed aan natte en sombere dagen.
Afgelopen zondag
maakten veel mensen hun eerste fietstocht van dit jaar. De wereld
ziet er een stuk vriendelijker uit, al heeft weemoed bij mij de
overhand. Voor mij geen zondagse fietstochten meer.
Jan en ik waren enthousiaste fietsers, tot in 1994 een val van
mijn fiets daar voor mij een einde aan maakte. Hersenletsel veranderde
mijn leven. Fietsen, langlaufen, wandelen: ik kon het niet meer.
Jan en ik zochten en vonden oplossingen. Jan, dol op lange zwerftochten
door steden, scheurde mij opgewekt in mijn rolstoel door Warschau,
Krakau, Boedapest, Barcelona en zelfs Jeruzalem. Dat laatste was
een hachelijke onderneming die we snel opgegeven hebben. We schaften
een sportieve tandem aan. Ik kan wel trappen, maar mijn evenwichtsgevoel
is weg. We fietsten weer in ons geliefde vakantieland Frankrijk.
Wat genoten we van de verbaasde blikken als we afstapten en ik
me verder verplaatste met twee stokken.
Nu staat de tandem op stal, bij familie. Soms vraag ik mijn zwagers of ze een ritje met mij willen maken en dat doen ze dan ook. Ik mis mijn tandem-maatje heel erg. Ik kijk tegen de "verkeerde" ruggen aan.
De eerste merel op de gracht boven het stadslawaai uit, het eerste glaasje witte wijn op ons balkon, het transparante groen van de bomen langs de gracht, de futen, jonge zwanen, waterhoentjes... Zal ik er ooit nog zo van kunnen genieten? Ik registreer het en word vervuld van heimwee naar wat voorbij is.
Marijke Zuidema-Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl
12-03-2007
Meer dan graag had ik met Jan heel oud willen worden. Zijn moeder werd 94 en zijn vader ver over de 80. En wij gingen er gewoon vanuit dat wij samen oud zouden worden. Het heeft niet zo mogen zijn.
De laatste tijd
filosofeer ik vaak over het volgende: ik was 65 toen Jan in 2006
overleed. En dan probeer ik me te verplaatsen in het feit dat
Jan nog minstens tien jaar was blijven leven. Hoe zou ik als 75-jarig
iemand dan de dood van mijn geliefde partner hebben ervaren? Wordt
dat bij het ouder worden steeds moeilijker? Hoe aanvaard je dan
het overlijden?
Ik ben nu nog flexibel, zowel in denken als in "aanpassen"
(wat heet aanpassen); ik bedoel aanpassen aan de nieuwe situatie.
Hoe kan ik mij aanpassen als het sinds 1960 altijd 'Jan en Wil'
is geweest en nu alleen Wil.
Afgelopen zaterdag met drie stellen (en ik) naar een ander stel.
Daar zaten dus vier stellen en ik. Ik kon er mee omgaan en aanvaardde
het (noodgedwongen) als feit. Ik werd opgehaald en reed mee, iets
wat wij (Jan en ik) vaak deden: anderen meenemen. Ik vergader
weer, heb dit kort na het overlijden van Jan eerst op een laag
pitje gezet, omdat ik niet wou vluchten voor rouw.
En dan begin ik weer te filosoferen; een mens filosofeert wat af. Stel dat ik de 75 al was gepasseerd en me was dit overkomen: alleen achterblijven. Wat zou ik graag willen weten hoe ik me dán gevoeld, me geestelijk gered zou hebben, als je alleen komt te staan door overlijden van je partner, als gevolg van een kort ziek-zijn, zoals bij ons is gebeurd, dus niet voorbereid op een naderend afscheid.
Op de Draaikolk
lees ik uiteraard ook reacties van mensen, die veel jonger dan
ik alleen achterbleven (mijn tantezegster Ingrid, van de 'Willem-locomotief',
was nog geen 40). Ik wil maar zeggen: in vergelijking daarmee
mag ik nog niet klagen. Maar toch, ik had nog zo graag samen met
Jan verder willen leven.
Waar duidt dat gefilosofeer dan toch op? Probeer ik het overlijden
van Jan en het verlies van mijn maatje, na 46 jaar een eenheid
te zijn geweest, te relativeren en mezelf een oppepper te geven
dat ik "gelukkig nu nog mobiel ben" en er, indien gewenst,
nog op uit kan gaan (alsof dat niet meer kan als je 75 of 80 bent).
Of zou je op die leeftijd de dood van je geliefde beter accepteren?
Of juist niet? Of ben je op die leeftijd wat eenzamer?
Hoe je het ook wendt of keert: ik ben nú alleen; ik moet nú zonder Jan verder en ik krijg geen antwoord op al mijn "stel dat" vragen. Natuurlijk kun je je lief niet missen, of je nu 30, 40, 60 of 80 bent. Eén blijft in de regel over en die heeft het moeilijk. Is het egoïstisch om te hopen dat jíj niet de achterblijver bent, zoals mij niet zo lang geleden door een man van ca. 58 jaar werd toevertrouwd?
Soms word ik moe van mezelf, van al dat gedenk en het niet gewoon kunnen accepteren. Maar ik doe mijn best het overlijden van Jan wél te accepteren, omdat het wel zal móeten en ondanks het enorme heimwee naar wat voorgoed voorbij is. En omdat ook ik weet dat leven en dood onlosmakelijk bij elkaar horen. Maar , en dan begint dat gedenk weer
Een heel warme groet en liefs van
Wil van de Belt-Huizing, vrouw, geboren 10 november 1940; partner Jan (67) overleed op 27 maart 2006 aan longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten; geen kinderen; e-mailadres: wilvandebelt@planet.nl
11-03-2007
Ik zou graag in contact komen met lotgenoten die heel recent hun partner verloren hebben. Ik zit momenteel compleet aan de grond.
Ik ben Rita,
55 jaar en op 19 januari 2007 overleed mijn man Claude aan longkanker.
Het is nog zo kort geleden en ik heb het gevoel almaar meer de
dieperik ingezogen te worden.
Wij waren al 24 jaar een heel gelukkig getrouwd (nieuw samengesteld)
gezin, maar waren eigenlijk al dertig jaar samen. Samen hebben
we twee meisjes en vier jongens. Een mooi groot gezin. En nu eindelijk
de jongste uitgevlogen was en wij een klein beetje begonnen te
genieten van het leven, komt dan die ene dag het nieuws: longkanker
met metastasen. Niets meer aan te doen dus.
Zeven maanden
hebben we gekregen sedert die bewuste zomerdag in juli vorig jaar.
Heel intense en mooie zeven maanden die ons nooit meer kunnen
afgenomen worden en waar ik probeer kracht uit te putten. Zwaar
was het. 'Palliatieve chemo' noemen ze dat, 'voor het comfort
van de patiënt', die constant zorgden voor een hoge koorts
Claude heeft alles ondergaan met een serene rust.
We hebben die zeven maanden genoten van heel kleine dingen, telkens
samen uitgekeken naar nabije evenementen: trouwdag van onze dochter,
verjaardagen, uitstapjes, nog een laatste week aan zee, Kerstmis
en Nieuwjaar.
Hoeveel keer heeft Claude niet gezegd: "ik hoop dat ik
nog de feestdagen mag meemaken..." En vlak na de feestdagen
heeft hij stilletjes aangevoeld dat het moment niet meer veraf
was. Op 19 januari laatst heb ik mijn liefste, mijn soulmate en
beste vriend moeten laten gaan. Claude is thuis gestorven zoals
hij het wou.
En dan begon
de ellende. De eerste weken versuft en moeten zorgen voor de kerkdienst,
voor dit en voor dat, papierwinkel in orde maken. Hele dagen of
avonden mensen om je heen, zodanig dat je ze soms zou buiten kegelen.
Ik wil ook wel eens alleen zijn en mijn verdriet zomaar laten
gaan! Al die goeie bedoelingen en raadgevingen dwingen je alleen
maar om boven je krachten te functioneren, vind ik.
En dan, een maand na de sterfdag van Claude, is echt de grote
ellende begonnen: wenen gans de dag, lichamelijke klachten die
ik al sedert vorig jaar opzij schoof kwamen letterlijk en figuurlijk
het laatste beetje van mijn weerstand wegnemen. Conclusie bij
doktersbezoek vorige week: depressie, uitgezakte blaas, een knobbel
in de borst, een oog met maar 3/10 en 7 kilo lichter sedert Nieuwjaar.
NMR-scan van de borst gepasseerd, geen zeker uitsluitsel nog.
Er wordt een punctie aangeraden. Aan de grond zit ik en heb geen
plaats of ruimte om mijn verdriet op een normale manier te uiten
of een plekje te geven in mijn dagelijkse leven.
Mijn kinderen
zijn lief maar rouwen op hún manier, samen met de kindjes
en hun partner. Wat ik zo graag wou: papa, papa blijven noemen
en laten deel uitmaken van ons gezin; dat kunnen ze niet of nog
niet.
Daarom ook heb ik het opgegeven. Ik moet uit die neerwaartse spiraal
geraken. Alleen of met hulp van buiten.
Is de Draaikolk daar een van? Ik hoop het zo.
Sorry van het
lange epistel.
Ik heb zoveel gevoelens en zorgen en verdriet te uiten.
Liefs,
Rita Nuytten, vrouw, geboren 28 november 1951; partner Claude (63 ) overleed op 19 januari 2007 aan longkanker; vier volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: rita.nuytten@skynet.be
10-03-2007
Ten eerste wil
ik even tegen Magda zeggen dat ik haar 18 maart veel sterkte toe
wens. Het is toevallig ook mijn eigen verjaardag. Bij mij is het
die dag dus andersom: ik vier mijn verjaardag, maar mijn Harry
is er niet meer bij.
Op zijn eigen verjaardag, 13 april, doe ik elk jaar iets anders.
Het is net hoe het loopt en waar ik die dag behoefte aan heb.
Ik ga even naar zijn graf of ik ga uit eten met goede vrienden
of mijn ouders, om hem te herdenken zeg maar, en weer een andere
keer ben ik het liefst maar alleen thuis.
De eerste verjaardag dat hij er zelf niet meer was, had ik het
erg moeilijk. Inmiddels, na acht jaar, voel ik hem die dag extra
aanwezig in mijn hart en dat voelt warm.
Met zijn sterfdag en afscheidsdag heb ik het wat moeilijker, omdat
dan de herinneringen aan zijn ziek zijn weer zo boven komen. Ook
op die dagen is hij extra in mijn gedachten, maar eigenlijk is
hij dat elke dag.
Ik heb een achterneef, waar ik een goede band mee heb, en elk
jaar op die drie dagen stuurt hij mij een kaart met mooie woorden
of een mooi gedicht. Inderdaad, Lies, die lieve mensen hebben
we nodig. Het is soms, vind ik, al door een heel klein gebaar
of een blik van iemand dat je gesteund en begrepen voelt en dat
is fijn.
Wat het voorjaar betreft: ik vind het heerlijk om te zien dat
diverse planten en struiken in mijn tuin weer knopjes krijgen.
Dat je mensen alweer hier en daar ziet genieten op een terrasje.
Ik ga straks weer tulpen kopen en dan vooral gele, want dat is
Harry's lievelingskleur.
Maar ik kan me heel goed voorstellen, want dat heb ik ook ervaren,
dat het voor sommigen van ons nog pijnlijk kan zijn om weer vrolijke
stelletjes te zien lopen. Om te zien dat mensen samen weer gaan
fietsen, lekker de buitenlucht in gaan en iets leuks doen.
Ik wens jullie daar natuurlijk veel sterkte mee en hoop dat de
zon jullie hier en daar een extra straaltje warmte wil geven,
want dat verdienen jullie!
Groetjes,
Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl
09-03-2007
Dag allemaal,
Afgelopen woensdag is de scootmobiel door de dealer op mijn verzoek opgehaald. Hij zal hem te koop aanbieden. Deze (tweede) scootmobiel was gloednieuw. We hebben hem aan het begin van de zomer vorig jaar gekocht. Wim was de laatste jaren niet meer zo mobiel. Hij kon geen lange einden meer wandelen en fietsen, iets wat we allebei graag deden. Voor ons was een scootmobiel een fantastische oplossing. Van ons eerste karretje hebben we dan ook erg genoten. De tweede bracht ons geen geluk: Wim stierf een paar maanden na de aanschaf, na er welgeteld 14 kilometer op te hebben gereden
Het besluit om hem weg te doen kwam een paar weken geleden. Het voorjaar is het meest geschikte seizoen om een dergelijk vervoermiddel te koop aan te bieden en bovendien bedacht ik me dat het financieel verstandig zou zijn om niet te lang te wachten. Vervolgens heb ik tegen Wim gezegd: "Ik weet zeker dat je dit een goed besluit vindt. Je zou tegen me zeggen: "Wat moet jij er nog mee?"
Ik betrek Wim
(nog) bij de moeilijke, nare emoties oproepende beslissingen.
Ik deed het toen ik zijn kleren naar zolder bracht en ik doe het
nu bij deze verkoop weer. Achteraf bleek het laatste veel moeilijker
dan het eerste. Het haalde zoveel herinneringen naar boven en
ook zoveel frustratie, omdat we van deze nieuwe, met z'n veel
grotere actieradius, geen plezier hebben gehad.
Toen de auto met de scootmobiel erin wegreed, kwam er een enorme
huilbui, die de hele avond duurde. Logisch, daar reed een stuk
van een zeer gelukkig leven van me weg, de straat uit en verdween
definitief.
Die betrokkenheid
van Wim heb ik nog zo nodig. Zijn "goedkeuring" behoedt
me voor het ontstaan van schuldgevoel. Het stelt me bovendien
in staat de illusie te hebben dat hij zich nog bemoeit met mij
en met mijn dagelijkse leven.
Het is een teken van met elkaar verbonden zijn, of in ieder geval
van je met hem verbonden voelen; een situatie die je afschuwelijk,
hartgrondig graag wilt continueren. Nu dat niet meer aan de orde
is in de realiteit, heb ik een soort compensatie nodig.
Voor mij voelt dat inderdaad als volkomen legitiem en is het één
van de middelen op dit moment om me te handhaven. Tegelijkertijd
hou ik er rekening mee dat het leven of de voorzienigheid, of
wat dan ook, me op deze manier geleidelijk laat wennen aan Wims
afwezigheid.
Mocht dat zo zijn, dan is dat goed!
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
09-03-2007
Dag lotgenoten,
Als jullie gelezen
hebben wat Wil gisteren schreef, wordt het daarin natuurlijk duidelijk,
dat wij, mensen, heel verschillend omgaan met het verlies van
onze levensgezellen. Ik gun Wil helemaal haar trots en tevredenheid
om het al weer opnemen van maatschappelijke functies. Zij kent
haar overleden Jan en schrijft dat ze er zeker van is, dat dit
is wat hij ook van haar zou wensen, willen.
Alles, waarvan we vermoeden dat het ons verder helpt, mogen we
immers doen (of ook uitproberen). We staan stuk voor stuk in het
bevolkingsregister voortaan weer ingeschreven als 'ongehuwd'.
Ambtelijk gebeurt dat gewoon van het ene op het andere moment...
Of je het nu wel of niet hebt zien aankomen, toch brengt h