Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Binnengekomen reacties van lotgenoten (26)
in januari en februari 2007


REACTIES binnengekomen in januari 2007:

31-01-2007

Vandaag herbeleef ik deze dagen van twee jaar geleden. Jan, toen al langer dan vier jaar ziek, kwam in de laatste fase van zijn leven. Er zouden nog vier maanden volgen van ernstige pijn en steeds minder kunnen.

Deze dagen en maanden zitten als een film in mijn hoofd, ik heb er geen dagboek of agenda bij nodig. Ik plan mijn dagen vol met afspraken. Toch ben ik vaak alleen thuis. Ik ben een "computerweduwe" geworden: als ik thuiskom is mijn eerste actie het aanzetten van mijn computer. Eerst kijken of er iemand een mailtje heeft gestuurd en daarna open ik de Draaikolk. Het is fijn om zoveel te lezen van wat lotgenoten schrijven. Zelf schrijf ik ook veel op, maar het allerliefste wil ik kunnen delen met anderen, dat geeft me het gevoel van echt contact. Het verwoorden van gevoelens vind ik erg belangrijk.

Ik wijs mijn familie en vrienden op stukjes van mij die in de Draaikolk staan. Dat maakt het "gewone" contact veel makkelijker, doordat ik zeker weet dat men weet hoe ik me vaak voel, vooral als ik thuis ben met het constante besef en verdriet dat Jan nooit meer thuis zal komen. Hoe ik ineens begin te huilen als ik nog iets tegenkom dat door hem voor het laatst is gebruikt. Op zulke momenten kan ik mijn tranen stoppen door jullie stukjes te gaan lezen.
Dank aan jullie allemaal! Jullie helpen mij als het me weer eens teveel wordt. En ik dank Monique voor het moedige doorgaan met het werk. Fijn vind ik het dat de reacties van lotgenoten zo vaak aangevuld worden.

Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


31-01-2007

Een lotgenote schreef: "Troost krijg je soms in de schoot geworpen en soms kun je er zelf voor zorgen". Wat mooi gezegd.

Als een vriendin me belt dat er wat over Noorwegen op de tv komt, omdat ze weet dat dit ons favoriete vakantieland was, dan doet me dat goed.
Als ik zie dat ook dit jaar de eerste bloem die in mijn tuin bloeit wéér een gele roos is, dan troost mij dat. Geel was de kleur waar Harry van hield. In mijn bruidsboeket zaten gele rozen en het afscheid was ook met gele rozen.
Als ik de liefdesbrief, die Harry ooit schreef en die ik ingelijst heb, weer eens lees, dan maakt het me blij dat ik deze lieve man heb mogen ontmoeten in mijn leven.
Dit soort dingen en momenten ervaar ik als zeer waardevol.

Ik hoop dat mijn lotgenoten ook zulke troostvolle momenten ervaren en daar moed uit kunnen putten om door te gaan.

Groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


29-01-2007

In plaats van m'n leven verbaal te delen met Wim doe ik dat met mijn dagboek. Het is een wat armzalig, maar toch ook wel troostend alternatief.
Ik ben veel op zoek naar troost, doordat je zo vaak geconfronteerd wordt met dingen die verdriet geven: de gedachte aan Wims ziekbed tot en met het zien hangen van de prachtige door Wim gebouwde houten kano, telkens als ik de auto uit de garage haal, en alles wat daar tussen zit.

In eerste instantie is er niets dat je kan troosten. Voor de ultieme troost, de terugkeer van je geliefde, kan niets of niemand zorgen en dat is wat je alleen maar wilt. Dat betekent dat er niks anders op zit dan tevreden te zijn met troost van het tweede garnituur.
Troosten doet datgene wat her- en erkenning biedt, wat je gevoel van eenzaamheid verlicht of in ieder geval ervoor zorgt dat je je er even niet van bewust bent. Je wordt geraakt, waardoor je voor een moment je eenzaam-zijn vergeet. Soms krijg je dat in de schoot geworpen en af en toe kun je er zelf voor zorgen.

Vorige week donderdag had ik voor de eerste keer sinds het overlijden van Wim groep 3 weer onder m'n hoede. Tijdens het aankleden na de gymles vroeg Yoeri mij: "Juf, ben je nog verdrietig?" "Ja," zei ik, "ik ben nog wel verdrietig". "O", was het antwoord. Weer terug in de klas - we waren aan het tekenen - hoor ik hem hardop tegen zichzelf zeggen: "Deze tekening is voor juf, omdat ze nog verdrietig is". Even later stapt hij met het resultaat op mij af. Ik zie in het midden een felgekleurde kerktoren, inclusief klok en deur met aan weerszijden zwart gekleurde vlakken, genummerd, die bij navraag samen het kerkhof blijken te vormen. De zon schijnt en er zijn wolken in de lucht. Hij geeft mij de tekening met de woorden: "Dit heb ik voor jou getekend, omdat je nog verdrietig bent!"
Vorige week kreeg ik van een kennis een mailtje, dat ze besloot met de woorden: "Huil als het moet, lach als het kan." Wat een er- en herkenning spreekt er uit deze zin!
Een vriendin belt mij om de twee, drie dagen op met de vraag: "Wat was je aan het doen?" of  "Hoe was het vandaag?"
Sommige mensen zijn zo goed in staat om troostrijke vragen te stellen. Je wordt ogenblikkelijk naar je gevoel geleid door het karakter van de vraag. "Is het te doen?" vraagt een andere vriendin als ze me begroet bij binnenkomst in haar huis.

Ik ben er nu nog niet aan toe, maar mijn voornemen om ooit een" Wim-muurtje" te maken in de woonkamer, met foto's en tekeningen, zorgt nu al wel voor troost.
Als ik erg (lang) verdrietig ben en huil, en daar vanaf wil omdat ik er wanhopig van word, vraag ik hardop aan Wim of hij me wil helpen om minder verdrietig te zijn. Dat heeft zich tot op heden drie keer voorgedaan en dat dit helpt is een zeer troostende gedachte. Hoe het kan is een tweede en in wezen niet zo van belang.

Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar prachtige pianomuziek van Händel. Ik zit op mijn eigen, samen met Wim helemaal naar mijn wens ingerichte, werkkamer achter de computer en bedenk me dat ik dankzij de Draaikolk in staat ben om dat te doen waar ik op dit moment troost uit put: opschrijven wat me bezighoudt, voor anderen die er hopelijk herkenning (en misschien troost?) in vinden.

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 5 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


29-01-2007

Wat was ik weer blij met de bijdragen van de laatste dagen: soms een reactie op elkaar, soms een eigen verhaal met, ook voor mij, herkenpunten (bijvoorbeeld dat van het naambordje bij de deur).
Ook ik ben een "aanhanger" van: de mens is op zichzelf aangewezen en zal het, als puntje bij paaltje komt, helemaal alleen moeten doen. Mijn schoonzus en zwager verloren jaren geleden hun zoon van achttien en ook toen ontdekte ik (en dat werd later ook beaamd) dat ieder mens zijn/haar eigen verdriet moet verwerken op zijn/haar eigen wijze. Het hebben van een partner kan (soms) prettig zijn, maar je verdriet sec moet je zelf door-worstelen, zo liet mijn schoonzus heel duidelijk blijken. Ondanks het hebben van lieve familie en vrienden ben je op jezelf aangewezen.

Ik heb mij, een paar maanden na de dood van Jan, afgevraagd of ik ooit had geleden aan verlatingsangst of, misschien nog erger, aan bindingsangst. Dat was, realiseerde ik me, wel enigszins het geval. Dat was en is met vriendschappen eigenlijk nog zo.
De dood van Jan, echter, heeft me in verband met deze angst nóg meer aan het denken gezet over: had ik dan het leven met Jan willen missen uit angst dat ik eventueel eens zonder hem zou moeten? En ik ben tot de conclusie gekomen dat ik niets van het leven met Jan had willen missen. Mijn denken daarover is geworden: 'Het is minder erg om iets dierbaars te verliezen dan het nooit te hebben gehad'.

Persoonlijk heb ik veel steun aan de herkenbare verhalen op de Draaikolk en de openhartigheid van die verhalen. En verder groei ik, hoop ik, steeds meer toe naar mijn zeer dierbare herinneringen aan mijn verkerings- en verlovingstijd en mijn 42-jarig huwelijk (om de woorden van Lies te gebruiken: "onbeschrijflijk rijke herinnering").

Het volgende heb ik dan ook aan Jan opgedragen en het biedt me enig houvast, merk ik.

Ik herinner mij een sleurloos huwelijk,
een huwelijk waarin ruimte was voor meningsverschillen,
een teken van verschillende karakters.
Een grotendeels vrolijk huwelijk,
maar vooral een levendig huwelijk,
met vele ups en een enkele down.

Daarom, denk ik nu, is het beter om
de oogst van dat tot einde gekomen huwelijk
te dragen als een lauwerkrans,
beter dan het verlies ervan
als een doornenkroon te voelen.

Samen hebben wij de lauwerkrans
van een vol en rijk leven gevlochten…

(vrij naar Cri Stellweg)

Een warme groet van

Wil van de Belt-Huizing, vrouw, geboren 10 november 1940; partner Jan (67) overleed op 27 maart 2006 aan longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten; geen kinderen; e-mailadres: wilvandebelt@planet.nl


28-01-2007

Toen ik trouwde met Wim, in 1981, voelde ik me zó trots, dat ik voortaan zijn naam wou dragen. Nu hij er niet meer is, voel ik nog diezelfde trots. Ik blijf zijn naam dus houden en, afhankelijk van de situatie, al of niet samen met mijn meisjesnaam. Misschien verandert dat nog eens. Ik weet het niet en het interesseert me eerlijk gezegd ook niet op dit moment. Het voelt goed om het nu zo te doen en dat is wat telt.
Ik ben niet van plan om te twijfelen bij alles wat ik beslis of doe, omdat ik mijn gevoel hierin volg. Hoe een ander reageert, is voor mij in eerste instantie geen reden om mijn eigen "gevoelsbeslissingen" te herzien. Dat gevoel kan natuurlijk veranderen door toedoen van iemand of iets anders, waardoor je gaat bedenken of je het wel zo goed mogelijk doet voor jezelf. Mijn eigen gevoel blijft mijn criterium en soms heb je hulp nodig van anderen of van je eigen rationele zelf om je gevoel duidelijk te krijgen.

Je bent inderdaad, als het erop aankomt, alleen van jezelf (ik geloof niet in God). Als daarvoor op enig moment het bewijs wordt geleverd, is het wel nu, nu je worstelt om in leven te blijven. Een strijd die je uiteindelijk in eenzaamheid moet aangaan, maar die je zult winnen, juist door het besef van dat existentiële alleen zijn. Kracht haal je uit jezelf, met alle "hulptroepen" op welk gebied dan ook die je daarvoor (hopelijk) tot je beschikking hebt. Mensen kunnen een heel eind met je meelopen, je vergezellen bij je zoektocht naar een nieuwe levensvorm waarin je je liefde voor en je herinneringen aan je geliefde een plek kan geven, maar ze zullen je nooit tot op het absolute eindpunt kunnen brengen, het punt waarop je uiteindelijk weer zult gaan leven.

Goed te lezen dat de rede troostrijk kan zijn. Voor mij werkt dat niet, althans niet als het gaat om het loslaten van Wim. Ik ben nog zo gevoelsverbonden met hem, dat als ik zijn rol in mijn leven op die manier zou rationaliseren ik hem nóg een keer (dood) zou laten gaan en daar is het nog te vroeg voor.
Gelukkig denk ik ook zeker te weten dat hij op een keer in mijn hart zal zijn als een "onbeschrijflijk rijke herinnering", zoals jij zo mooi schrijft Lies, en dat ik juist daardoor de draad van mijn leven weer zal kunnen oppakken en vasthouden.

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 5 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


27-01-2007

In het dagelijkse leven gebruik ik nog de achternaam van mijn man. Het is nu al zeven jaar geleden, maar ik kan het nog steeds niet opbrengen om me voor te stellen met mijn meisjesnaam. Mijn rekeningen staan ook nog op dubbele naam. Twee jaar geleden had ik een nieuw paspoort nodig en dat heb ik weer op mijn eigen naam laten zetten. Toen ik het gebouw van de gemeente uitkwam en met mijn nieuwe paspoort in de auto van mijn ouders stapte, moest ik een traantje laten. Het voelde even raar. Pas een paar jaar na zijn overlijden heb ik ons naambordje naast de voordeur weggehaald en een ander bordje opgehangen. Soms voelt het heerlijk aan om me voor te stellen met zijn naam, soms ook voelt het vreemd.

Na zijn heengaan, heb ik niemand meer van zijn familie gezien. Hij heeft vier broers. We overliepen elkaar niet, maar vierden bijvoorbeeld zestien jaar lang elke Kerst met z'n allen. De eerste de beste Kerst na zijn overlijden ben ik niet meer uitgenodigd. Dat deed pijn. Ik heb wel altijd goed contact gehouden met mijn schoonmoeder, maar die is helaas in 2003 overleden. Toen heb ik de broers weer even gezien.
Omdat ik nu niemand meer heb van zijn kant, vind ik het heel soms ineens een beetje vreemd om wél die naam nog te gebruiken, maar ik wil het toch ook, omdat ik hem in ere wil houden. Hij hoort nog steeds bij me en blíjft bij me horen.

Wellicht komt er een tijd dat ik weer mijn eigen naam ga gebruiken, bijvoorbeeld als ik ooit nog eens een nieuwe liefde vind. Maar voor nu wil ik nog geen afstand doen van de naam Hartog.

Groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


26-01-2007

Is gevoel niet altijd redeloos? Onderscheidt het zich daarin niet juist van de rede?
Natuurlijk weet Marijke (Verhaak, w.v Jan Zuidema) dat zelf maar al te goed. En natuurlijk heeft vooral ons gevoel een - ongelooflijke splijtende - opdonder gekregen. Het vraagt tijd en geworstel om gevoel en rede uiteindelijk weer verzoend te zien in een harmonisch "huwelijk" van die twee binnen jezelf. Marijke deelt die worsteling met ons; ik herken dat gevoel.

Mijn eerste huwelijk strandde en toen had ik aanvankelijk een levensgrote emotionele barrière ten opzichte van het weer gaan gebruiken van mijn vaders naam. Ik was daarvan vervreemd en mijn kinderen droegen daarmee immers een andere naam dan ik. Dat voelde destijds alsof ik "hen" daarmee aan de kant zette. Bij mijn tweede huwelijk - meer dan tien jaar later - behield ik officieel mijn, inmiddels weer vertrouwde, achternaam van vroeger. Maar na de dood van Jan herkende ik wat Marijke nu beschrijft.

Het drukte me pijnlijk op wat het moeilijkst te accepteren valt van de dood van "mijn" Jan. Het vertelt me, dat hij dat - welbeschouwd - nooit geweest is. Ieder mens, hoeveel je ook van die ander houdt, is alleen "van zichzelf" volgens de een; of van God volgens een ander. Alleen word je geboren, alleen ga je dood. Je vertrouwt je in je huwelijk of verbintenis slechts tijdelijk toe aan elkaar.
Ik geef nu - wat dit betreft- de voorkeur aan de rede en beleef dat als een respectvol terugtreden voor de strikt persoonlijke eigenheid van Jan. Zijn identiteit, zijn totaliteit behelst immers nog veel meer dan het gegeven, dat hij jarenlang "mijn man en meest geliefde" was.
Hij is dood, voorgoed van deze aardbodem verdwenen, leeft voort in mijn hart. Hij is daar een onbeschrijflijk rijke herinnering!

Marijke, je bent moedig, lijkt me. Volvoer dat opheffen van en/of rekeningen maar op jouw tijd, al zal het ook dan misschien met tranen gepaard gaan. Er is immers niets mis met tranen. Die helpen ons verder in wat - tegen ons verlangen in - toch onherroepelijk voorbij is.

Lies van Dooremaal, weduwe van Jan Hermans? Ja, dat ook..., maar ook nog heel wat meer!

Hoe ervaren jullie, die ons hier lezen, dat ?

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


22-01-2007

Toen Jan en ik trouwden, in 1975, was mijn omgeving enigszins geschokt door het feit dat ik mijn eigen naam wenste te blijven gebruiken. Dat was een nogal feministisch besluit in die tijd. Zelf vond ik het de normaalste zaak van de wereld. Waarom zou ik ineens anders moeten heten? Alleen de directeur van de school hield stug vol dat ik, nu ik getrouwd was, Zuidema moest heten. Ik heb mijn salaris maar niet geweigerd.

Nu Jan overleden is, besef ik wat zijn naam voor me betekent en natuurlijk altijd betekend heeft. We hadden, en ik heb nu nog, twee "en/of"- rekeningen. De naam van Jan staat voorop.
Gisteren, bezig met allerlei financiële zaken, bedacht ik dat Jans naam nu maar verwijderd moest worden; hij is nu twintig maanden dood. Ik begon met het invullen van het formulier, vulde netjes de datum van overlijden in en ineens kwamen de tranen, heel heftig.
Ik kan het niet, ik wil het niet. Ik wil zijn naam niet loskoppelen van mijn naam. Ik had het gevoel dat ik hem, door zijn naam weg te halen, losmaak van mij. Zelfs het redeloze gevoel dat hij, als hij thuiskomt, geen girorekening meer heeft. Dit is nog erger dan het wissen van telefoonnummers die alleen hij nodig had en het doorstrepen van adressen. Hoewel, zijn 06 nummer en het nummer van zijn werk heb ik ook nog niet kunnen weghalen.

Het is wat vreemd om, nu Jan niet meer leeft, alsnog zijn naam te gaan gebruiken, maar dat is wat ik het liefste zou willen: Marijke Verhaak w/v Jan Zuidema.

Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


22-01-2007

Ik zit even terug te denken (na het lezen van de woorden van Monique) aan hoe ík me voelde de eerste maanden na het overlijden van Harry. Het ging me, wat ik zelf niet zo begreep toen en waarover ik me ook schuldig voelde, beter af dan in de periodes die na die eerste maanden kwamen.

Op de een of andere manier viel er in eerste instantie iets van me af en dat was vooral het feit dat Harry niet meer hoefde te lijden. Maar ook, denk ik, omdat de spanningen en zorgen over Harry ineens weg waren. Het ware zware maanden geweest (met ook heel veel waardevolle dingen en liefde overigens).
Ik ben de eerste tijden, zo terugdenkend, een beetje gevlucht in leuke dingen doen. Ik ging ineens uit met vriendinnen, de kroeg in, wat ik normaal nooit deed. Ik kocht heel veel tassen (want ik ben een tassenfreak), spendeerde veel geld (te veel) aan flutinkopen. Ik leefde in een roes en deed maar wat.
Nu achteraf, voel ik me daar niet schuldig meer over. Ik liet het toen maar over me heen komen, het leven, en daar is niets verkeerds aan.

Monique, ik ervaar ook een bepaald verschil in iemand verliezen aan een ziekte en iemand onverwachts verliezen. Het verdriet is beiden absoluut even erg en heftig, maar het is meer dat beide manieren andere gevoelens en vragen bij me oproepen. Maar ik denk dat dit ook normaal is. Elk verlies is weer anders en op zichzelf staand.
Het was voor mij persoonlijk, als nabestaande, een grote troost dat ik alles nog tegen Harry heb kunnen zeggen en hij tegen mij. Dat mis ik bijvoorbeeld na het overlijden van mijn vader sterk, maar voor hem ben ik weer blij dat hij niet geleden heeft.

In ieder geval vind ik eigenlijk, dat geen enkel gevoel en doen en laten, vreemd of raar is in een rouwproces. Ik heb er het meeste aan gehad om alles zo te ervaren en te beleven zoals het kwam.

Groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


21-01-2007

Aan Monique en andere lotgenoten,

Monique, zojuist heb ik gelezen hoe jij jezelf beleeft in je leven nu... ('Rouw in Reprise' (3), red.).
Je bent blij met de rust. Het einde van een gestreden maar verloren strijd is beter te verdragen, lichter om mee om te gaan dan de gelukkige, maar ook vaak dreigend bewolkte hemel waar je jaren onder hebt moeten leven. Het heeft toen niet als een "moeten" gevoeld; je vond immers de kracht om te hopen en te vechten in de liefde die jullie in elkaar vonden en voedden. Gun jezelf maar zonder schaamte al wat je ervaart, hoe wonderlijk het je ook voorkomt. Je boog is heel lang enorm gespannen geweest. Je hebt een "taak" tot het onafwendbare einde toe, met alle liefde die je in je had, vervuld.

Rouwprocessen zijn persoonlijk, al vallen er misschien voor 'een buitenwacht' allerlei fasen in te ontdekken en herkennen. Beleef alsjeblieft - zonder enig schuldgevoel - wat jij beleeft en ga ervan uit, dat je aan geen enkel verwachtingspatroon hoeft te beantwoorden. Ja, geniet van de ruimte die je in jezelf voelt en vertrouw die! Jij, pas 46-jarige, je hebt (statistisch gezien) waarschijnlijk nog jaren en jaren voor je. Je verzamelt kennelijk nieuwe levenslust. Ik vind het prachtig wat je ons schrijft in je 'Rouw in Reprise'. Het is volstrekt geloofwaardig.

Het nu is nu, en geen van je beide partners wordt er nu nog gelukkiger van, als jij je door je dagen voort zou slepen. Verdrietige momenten zijn er zeker ook en die laat je er dan immers ook zijn. Omhels het leven maar en weet dat ook dát kostbaar is voor ons, je "lotgenoten". In elk geval voor mij!

Dit wil ik jou, en jullie allemaal, even laten weten. Ook dit mag er zijn!

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


16-01-2007

Reactie op 'Kleurloos' van Joostien Beuving.

Een variant op "tel je zegeningen" is mijn levensmotto: "ik tel alleen de heldere uren" (ofwel: horas non numero nisi serenas), iets wat bij mij (net als in 'De Kleine Waarheid') op de zonnewijzer staat. Ik doe er bewust mijn best voor en meestal lukt het aardig.

Op een kaartje kwam ik het volgende gedichtje tegen, dat mij, omdat het zo mooi hierbij aansluit, ook erg aanspreekt:

Met open ogen
kijk ik
in het hier
kijk ik
in het nu van nu
en
wonderlijk
ik zie
de alledaagse dingen
zich verdringen
om mij te wijzen
op geluk

(schrijver onbekend)


Nora ten Raa-Neuteboom; e-mailadres:
htenraa@xs4all.nl


13-01-2007

Dag Monique,

Wéér een goed stuk in
de Westland-bijlage van het AD. Wat een moed om dat nu alweer te kunnen doen!
Ik heb ook het stuk uit de Haagsche Courant van januari 2005 bewaard en heb dat al vaker aan andere mensen laten lezen. Wat een ander stuk nu, van jou alleen, maar even gedreven om de mensen die hun lief zijn verloren door een moeilijke periode te helpen.

Ik hoop - met jou - dat onze lotgenoten blijven reageren, ook om elkaar te helpen, al was het soms alleen om wat stoom af te blazen. Sommigen blijven lang, anderen maar een enkele keer, maar ik denk dat we altijd wel iets uit de brieven van onze medelotgenoten halen.

Monique, ik wens je sterkte met alles wat je gaat ondernemen. Je moet tenslotte je leven weer helemaal opnieuw op de rit krijgen.
En een ieder: sterkte met het ondervinden van een weg waar geen terug is.

Lieve groetjes,

Magda Minderhoud, vrouw, geboren 16 juni 1943; partner Harry (61) op 23 juni 2004 overleden aan hersentumoren; twee uitwonende kinderen; e-mailadres: minderhoud@kabelfoon.nl


12-01-2007

Ik zit vandaag weer eens even op de site en lees de laatste bijdrage van een lotgenote. Wéér een bijdrage die me ontroert. Even voel ik de behoefte om ook wat te schrijven.

Mijn Harry heeft ook nog maar kort mogen leven, vijf maanden, na de diagnose schildklierkanker. Hij was 52 en had nog nooit de wachtkamer van een huisarts gezien. Dan ga je er voor de eerste keer heen en dan is het gelijk raak.
Wij hadden een huisarts (hij is inmiddels met pensioen) die werkelijk fantastisch was. Gedurende de hele fase kwam hij vaak zomaar bij ons thuis langs, zelfs op z'n vrije dag. Hij vertelde dat hij nooit op uitnodigingen inging en nooit naar het afscheid van een patiënt ging. Maar toen Harry, met een feest in een zaaltje, zijn laatste verjaardag vierde (voor zover dat nog ging) kwam hij tóch langs met zijn vrouw. Hij had voor Harry, vertelde hij, veel respect en maakte voor hem een uitzondering. Bij het opbaren is hij ook langsgekomen en heb ik met zijn armen om me heen bij de kist gestaan. Dat was een bijzonder moment. Hij is nu mijn huisarts niet meer, maar ik zal deze man nooit vergeten en ik ben hem en zijn vrouw zeer dankbaar voor alle goede zorgen en de geweldige begeleiding.

Ook zal ik dat feest nooit vergeten! Harry was helemaal geen verjaardagen-man, maar ineens gaf hij aan dat hij iedereen nog een keer wilde zien. En of ik een feestje/soort receptie wilde organiseren. Natuurlijk wilde ik dat doen voor hem. Ik heb uitnodigingen gemaakt en een zaaltje besproken. Het was in de lunchroom waar hij in de pauze van z'n werk (eigen bedrijfje) altijd heenging. Harry was toen al heel ernstig ziek. Hij liep moeilijk, had haast geen stem, hoestte veel, was erg zwak en soms geestelijk flink in de war.
Maar..., hij heeft genoten van het feest. Af en toe zag je een glimlach, maar ook tranen. Er zijn veel mensen geweest en die ben ik ook allemaal ontzettend dankbaar. Sommigen zagen er erg tegenop. Hoe moest je je gedragen ten opzichte van iemand die je voor het laatst zou zien? Maar het is allemaal heel sereen en prettig verlopen. Het feest heb ik op de video staan en heel af en toe kijk ik er nog eens naar.
Komende april is alles alweer zeven jaar geleden, maar alles staat me nog bij alsof het gisteren was.

De pijn is verzacht. Ik heb m'n leventje weer opnieuw ingericht, maar Harry blijft altijd in mijn gedachten en in mijn leven.

Groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


10-01-2007

Op zondag 10 april 2005 hebben wij onze pup uit de buurt van Gent gehaald. Wat waren we blij met onze nieuwe pup, nadat we zo plotseling afscheid hadden moeten nemen van Myrrha, ook een Briard, die slechts negen jaar werd. In Nederland en België was nog slechts één puppy te koop: Eileen. Zij was een 'annulatie' (je moet maar geannuleerd worden…), omdat de toekomstige eigenaars bij nader inzien toch liever een reutje hadden. Wij blij en we hadden er graag een lange rit vanuit het noorden des lands voor over.

Op 3 februari 2006 gingen we met Eileen, en met gebak, haar verjaardag vieren bij vrienden in Steenwijk en we bleven daar ook eten. Tegen acht uur 's avonds gaf Jan aan graag naar huis te willen. Dicht bij ons dorp nam hij de verkeerde weg. Daarna ging het mis en mijn aanbod dat ik verder zou rijden, nam hij graag aan.
Thuis gekomen ging Jan op de trap in de hal zitten, zogenaamd omdat hij moe was, maar de volgende dag bekende hij dat hij toen moest nadenken over hóe hij in de badkamer kwam en hóe hij de keuken kon bereiken. Hij was de kluts kwijt. Jan was het er mee eens dat ik die avond met hem naar de huisartsenpost ging, omdat ik dit niet vertrouwde. Hij stemde er mee in, voor míjn gemoedsrust, zei hij…

Meteen is er een scan gemaakt en de volgende dag, zaterdag 4 februari, hadden we 's middags een gesprek met de artsen: longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten. Een levensverwachting van twee tot drie maanden…
Over de rest: second opinion in Groningen, tóch nog een chemokuur plus bestraling (alles op verzoek van Jan), hoef ik niets te schrijven/zeggen. Dat alles, de hele gang van zaken bij dergelijke patiënten, is bekend. Tegen beter weten in toch hopen… Na slechts drie dagen in bed te hebben gelegen, is Jan op maandag 27 maart om kwart over acht 's avonds rustig ingeslapen, in aanwezigheid van acht lieve, trouwe mensen.
Omdat Jan bij veel uitvaarten heeft gesproken en hij het "koekhappen" (zoals hij dat noemde) na afloop altijd zo vreselijk vond, zijn wij dit uiteraard niet gaan doen. Met een beperkte groep mensen zijn we bij zijn favoriete café-restaurant in ons dorp een hapje en een drankje gaan gebruiken en heeft zijn beste vriend een toost op het leven (en wát voor een leven, een genóten leven) van Jan uitgebracht.

Maar nu: Eileen zal op 3 februari aanstaande twee jaar worden en was echt de hond van Jan. Wij missen Jan zo: zijn opgewektheid, zijn attentheid, zijn speelsheid, zijn bezorgdheid over mijn gezondheid (een cyste aan de kop van de pancreas; elke drie maanden een scan).
Een groot aantal lotgenoten zit in hetzelfde schuitje voor wat betreft het missen. Klagen doen we niet, maar van ons afschrijven is soms een remedie, al druppelen de tranen op het toetsenbord, zoals nu het geval is.
Ik zie toch wel op tegen die 3e februari, omdat toen alles begon, een jaar geleden…
Gelukkig kan ik (ook voor Eileen) nog steeds op dezelfde familieleden en vrienden terugvallen.

Een warme groet van

Wil van de Belt-Huizing, vrouw, geboren 10 november 1940; partner Jan (67) overleed op 27 maart 2006 aan longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten; geen kinderen; e-mailadres: wilvandebelt@planet.nl


06-01-2007

Jouw uitvaart -1 april 2006- en nu ...

Negen maanden ben ik gegaan
omdat ik “verder moest!”
het proefde zout!

Nu drinken we champagne
klinken op het nieuwe jaar
en slapen daarna een gat in de dag!

nog later...

We staan aan de vloedlijn;
de jagende zee aan onze voeten
torst hoge witte kragen!

hun woeste schuim spat uiteen,
vlokt stuiterend over het strand,
tenslotte verorberd door zand:

oud vertoon van macht

Ik zie het aan met droge ogen
voel me - uit "zout" om jou -
opnieuw geboren,
weer krachtig staan.

L(e)v(en)D

Geschreven voor Jan, met voor ieder de wens: geborgenheid en moed voor 2007

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


05-01-2007

In de voorbije dagen is het gemis van je liefste weer heel erg voelbaar geweest. Het "voordeel" van de kersttijd is, dat iedereen een grotere waardering ervaart voor wat hij zelf bezit en zich daardoor ook bewuster is van wat anderen niet (meer) hebben. In deze periode wordt er een groot beroep gedaan op ieders verantwoordelijkheid voor dat deel van de mensheid dat getroffen is door verlies en verdriet. Met Kerst en Oud en Nieuw draagt de aanwezigheid van een minder gelukkige medemens bij tot het "kerstgevoel".

Dit klinkt cynisch, maar zo bedoel ik het niet. Het is gewoon de realiteit. De balans van een jaar wordt opgemaakt en eventuele niet nagekomen voornemens kunnen nog net worden uitgevoerd. Op 1 januari kun je met een schone lei beginnen en met nieuwe goede voornemens.
Ik heb mijn grote verdriet weer tot de bodem beleefd, de aandacht van mijn naasten was roerend, de saamhorigheid groot. Ik ben niet iemand die smelt van dankbaarheid, dat hoort niet bij mijn gevoel van eigenwaarde. Gelukkig vind ik het (bijna) vanzelfsprekend dat mijn naasten mijn aanwezigheid op prijs stellen. Ik hoor erbij.

Nu ga ik een onderwerp aanroeren waarover ik zelden of nooit lees.
Bij anderen ben ik altijd gezellig en leuk. Wat ik mis, is gewoon een potje zitten zeuren, gewoon chagrijnig zijn, zomaar zonder diepe oorzaak. Zomaar wat zitten mopperen, omdat je zomaar helemaal nergens zin in hebt. En dat je liefste dan gewoon nauwelijks reageert of een opmerking maakt die nergens op slaat. Gewoon even niet leuk en gezellig zijn, omdat je daar gewoon even geen zin in hebt. En dat je beiden weet dat het geen enkele consequentie heeft. Het is zelfs wel lekker, dat risicoloos humeurig zijn om niets. Het hoort gewoon zo bij samen-zijn!
En dit onbenullige aspect mis ik ook zo vreselijk!

Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


03-01-2007

Het nieuwe jaar 2007 is begonnen. Ik ga er weer tegen aan, voor zover mogelijk.
Ik heb chronische vermoeidheid (met diverse klachten) en dat is wel eens moeilijk, maar... ik ga er het beste maar van maken. Ik heb goede, redelijke en mindere fases met deze vermoeidheid, maar elke keer als ik een terugslag heb, krabbel ik weer overeind, al gaat dat soms met kleine stapjes. Binnen mijn beperkingen heb ik het redelijk onder controle. Vooral moet ik op de grens van mijn kunnen letten en er niet te veel overheen gaan. De buitenwereld begrijpt niet altijd wat deze vermoeidheid inhoudt, wat ik ook wel snap, maar gelukkig staan mijn vrienden en familie achter me.

Ik hoop voor iedereen die een geliefde is verloren, dat ze ook weer met kleine stapjes vooruit gaan. Maar neem de tijd die je er voor nodig hebt en niet de tijd die anderen denken dat je nodig hebt. Men bedoelt het uiteraard heel goed, maar het ligt, denk ik, voor iedereen zeer persoonlijk. De een kabbelt door en stort later pas in, de ander stort gelijk in en krabbelt langzaam weer op. De een doet er een jaar over, de ander zeven jaar. Iedereen doet het op z'n eigen manier en dat is, denk ik, ook heel belangrijk.

Niets is gek in het rouwproces, vind ik. Ik heb voor mezelf ervaren dat ik er veel aan had de dingen te doen die voor míj goed aanvoelde, of juist níet te doen wat ik niet wilde.
Zelf heb ik veel gehad aan het opschrijven van mijn gevoelens in m'n dagboek. Het was geen echt dagboek, maar ik schreef op de momenten dat ik er behoefte aan had en dat doe ik nog steeds.

Ik wens een ieder een 2007 met veel lichtpuntjes en waardevolle momenten.

Groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


REACTIES binnengekomen in februari 2007:

27-02-2007

Dag Monique,

Dank je wel voor het "apart" plaatsen van het geschreven gevolg van een zeer verdrietige dag ('Vandaag ben ik verdriet en verder niets', red.). Je hebt er ook een zeer passend plaatje bij gedaan. Het heeft me een paar hele empathische en troostende reacties opgeleverd, die me op mijn beurt in staat stellen, op een manier die je haast heilzaam zou kunnen noemen, te reageren.

Daarnaast heeft het me ook aan het denken gezet over wat je eigenlijk doet als je zo je hele ziel en zaligheid op Internet zet. Eigenlijk is het niks voor mij. Wim en ik waren bepaald niet scheutig met het naar buiten brengen van persoonlijke zaken, zolang het niet om goede vrienden of familie ging, enigszins wantrouwend als we waren ten aanzien van algemeen menselijke eigenschappen waarmee we onszelf ook behept wisten.
Aan de andere kant realiseer ik me dat ik me vanaf de dag dat Wim is gecremeerd suf heb gelezen; niet alleen in boeken waar je je kennis mee vergroot, maar ook in dagboeken en persoonlijke verhalen van mensen die hun rouw beschrijven en zich daartoe zeer kwetsbaar moeten opstellen wil het integer zijn en dat vraagt moed. In wat meer kritische buien denk ik dat het van enig exhibitionisme (en dan van het onschuldige soort) getuigt als je zo te koop loopt met je verdriet, maar dat moet dan maar.

Ik had dus nogal wat aarzelingen. Het worden er steeds minder. "Wat heb ik erbij te verliezen?" is langzamerhand veranderd in het tegenovergestelde: "Wat heb ik erbij te winnen?" Die vraag kan ik nu oprecht beantwoorden met: "Veel!"

Mijn dank voor het feit dat je me daartoe in praktische zin in staat stelt!

Met erkentelijke groet,

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


27-02-2007

Hallo allemaal met hetzelfde verdriet,

Na 22 jaar samen te zijn geweest, is op 23 maart 2004 mijn man plotseling overleden door een stolsel in zijn kransslagader. Wij hadden net een nieuw huis gekocht en waren daar nog in bezig. Op 23 maart ging mijn man dood en op 26 maart kreeg ik de sleutel van ons nieuwe huis. Verhuizing op 27 maart, Cor werd op 29 maart begraven en op 30 maart werd het andere huis opgeleverd.

Daar sta je dan. Heel veel lieve mensen om me heen en iedereen hielp me. De eerste zes weken heb ik bij mijn oudste zus gewoond, omdat het huis nog niet klaar was. Eigenlijk doe je alles op de automatische piloot. Daarna komt pas het gemis.

Nu, bijna drie jaar later, heb ik het gevoel dat iedereen denkt 'nu ben je er toch wel overheen?' Maar ik denk dat je er niet overheen komt, maar het gaat een plaatsje krijgen.
Wat ik zelf heel erg moeilijk vind, zijn de avonden en de weekenden. De muren vliegen tegen me op. Doordeweeks heb ik gelukkig nog aanspraak van collega's. En ik merk ook vaak dat sommige mensen me gewoon niet willen zien, omdat ze het moeilijk vinden om er over te praten.
Maar ik ben er ook wel van overtuigd dat je alles kan hebben, maar toch niets.

Groetjes,

Tineke Heuckeroth; e-mailadres:
tinekeheuckeroth@planet.nl


25-02-2007

Lieve Monique,

Het was al een tijdje dat ik niet meer op jullie site had gekeken en zag dat Bert is overleden. Ik had gedacht dat ie 93 zou worden! Dacht steeds: die komt er wel weer bovenop... vecht zich eruit.
Voorheen las ik elke maand zo'n beetje Berts dagboek. Wat was hij ongelofelijk dapper en hij kon zo mooi schrijven.

Wat moet het vreselijk moeilijk voor je zijn nu voor de tweede keer je man te verliezen. Ik heb zo'n bewondering voor jullie beide. Ik wens je heel veel sterkte.

Liefs,

Brigitte Jansen; e-mailadres: bejansen@xs4all.nl


23-02-2007

Mijn man is overleden op 20 september 2006 in het ziekenhuis. Wat hij had was mij vanaf het begin bekend, maar liefde kent geen grenzen. Wij hebben elkaar ontmoet in het ziekenhuis in Nieuw-Zeeland. Hij was mijn eerste liefde, maar ik was voor hem de tweede. Toen wij trouwden op 20 september kon ik mijn geluk niet op. Wij hebben samen twee kinderen gekregen, eerst een zoon en daarna een dochter.

In 1975 zijn wij teruggekomen naar Nederland vanwege zijn ziekte. Wij ontdekten dat hij heimwee had naar Nederland. Hij wist niets van deze onderneming van mij totdat ik het hem moest vertellen. Toen wij in 1975 arriveerden was hij de gelukkigste man op de wereld en ik ook de gelukkigste vrouw, omdat hij blij was om terug te keren op de plaats van bestemming. Ik liet mijn hele familie achter, maar dat was het waard want de dokter in Nieuw-Zeeland had gezegd: 'je hebt geluk als je hier blijft dat hij nog een jaar heeft.'
Na alles wat wij als gezin in die jaren hebben meegemaakt, kunnen wij als nabestaanden alleen maar zeggen: wat heeft hij een fijne tijd meegemaakt. Ik als moeder en vrouw en mijn kinderen zijn niets tekort gekomen en mijn man ook niet. Hij klaagde nooit, ondanks alles dat hij heeft meegemaakt. Toen hij in het ziekenhuis overleed op 20 september heb ik gelukkig nog afscheid van hem kunnen nemen. Ik zei tegen hem: 'ga maar, je hebt je taak vervuld.'

Na het overlijden van je geliefde leef je in een roes. Iedereen heeft het beste met je voor. Toen ik thuiskwam met mijn kinderen, inclusief schoonzoon en schoondochter, ging alles aan mij voorbij. Ik heb de begrafenisondernemer een foto laten zien van twee maanden voordat hij overleed, hoe hij er toen uitzag. Ik ben nog dankbaar voor de persoon van het uitvaartcentrum die ons begeleidde, dat alles volgens de laatste wens van mijn man is verlopen.
Na de toespraak van mijn schoondochter werd het lied 'The Power of Love' gezongen, en dat was mijn man zijn lied: 'liefde overwint alles.'
Nu kijk ik terug op de jaren die ons gelukkig hebben gemaakt en dat zijn er 45. Ik ben zelf 63 en hij 78 toen hij van ons heenging, maar die jaren kan niemand van ons afnemen. Hoe moeilijk het ook is voor mijn kinderen, kleinkinderen en mijzelf.

Riet Voogt; e-mailadres: g-r-voogt@wanadoo.nl


21-02-2007

Hallo,

Ik zag jullie site via 'rouw' en heb gelezen over de Draaikolk.

Ik ben 47 jaar oud, ongehuwd, mijn partner en moeder verloren in drie maanden tijd en heb het er vrij moeilijk mee. Ik houd me wel bezig en heb mijn werk, maar 's avonds vlieg ik tegen de muren op van eenzaamheid en schuldgevoelens. En ik zit met nog zoveel vragen die ik zou willen stellen en die nooit meer beantwoord zullen worden.

Hopelijk kunnen jullie mij een beetje op weg helpen met dit grote verlies? Dank u.

Emanuela von Scheibler, e-mailadres: manou.von.scheibler@skynet.be


21-02-2007

Hoi Monique,

Nog even een berichtje van mij, als hart onder de riem voor jou.

Ik wilde je nog even vertellen dat Bert, dankzij het opzetten van jullie website, indirect ook voor nieuw leven heeft gezorgd. Mijn vriendin Daniëlle (zie mijn reactie van 10 november 2006) is zwanger, ze is nu bijna vier maanden ver.
Vandaag bedacht ik me weer eens, dat het leven van zoveel 'toevalligheden' aan elkaar hangt: als Bert nooit de Draaikolk had opgezet, was ik mijn lotgenote Daniëlle nooit tegengekomen... et cetera...

Ik hoop dat het goed met je gaat!

Groetjes,

Hjalmar Teunissen; e-mailadres: hjalmarteunissen@hotmail.com


20-02-2007

Hallo allemaal,

Bijna dagelijks klik ik even de Draaikolk aan. Bij het lezen denk ik dan: Oh, wat herkenbaar, dat heb ik ook! Of ik lees iets wat ik niet heb of voel, maar dat ik helemaal niet gek vind omdat het rouwen voor ieder anders is en voelt.

Ik heb mijn eigen kop gevolgd, de afgelopen vijf jaar. Ik doe en deed alles in mijn eigen tempo. En heb niet geluisterd naar mensen die zeiden: "Als ik jou was dan..." Nee, het is mijn rouw.

Het helpt om te lezen over lotgenoten en ik weet dat ik dat ook nog wel een "poos" nodig heb en ik ben blij dat de Draaikolk er is.

Anneke de Vries; e-mailadres:
adevriesdreijer@kpnplanet.nl


20-02-2007

De reacties die ik vanmorgen heb gelezen, en die ik erg ontroerend vond, hebben me weer even aan het denken gezet.

Is er een wezenlijk verschil tussen mannen en vrouwen in het omgaan met en tonen van gevoelens? Ik weet dat eigenlijk niet precies. Over het algemeen zijn vrouwen, ervaar ik persoonlijk, gemakkelijker en openlijker in het uiten van hun gevoelens, maar dat geldt niet voor elke vrouw en er zijn ook genoeg mannen die hun gevoelens wél durven tonen.
Zelf denk ik eigenlijk dat het meer te maken heeft met het karakter van de persoon op zich. Een vriendin van mij doet altijd heel stoer tegenover de buitenwereld en zegt dat ze het allemaal wel redt, maar wanneer haar verdriet overkomt, wordt ze van binnen verteerd door pijn. Ik heb ook een goede vriend die er absoluut niet voor schroomt al zijn gevoelens naar buiten te brengen. Die vriend vraagt ook altijd hoe het met mij is en bij mijn vriendin moet ik het meer zélf aangeven als ik me verdrietig voel of zo. En zo is ieder mens weer anders, denk ik.
Maar het belangrijkste is, maar dat is puur mijn persoonlijke ervaring hoor, dat je met je gevoelens en verdriet omgaat zoals jij het zélf voelt en niet wat anderen van je verwachten dat je zult voelen.

Dan las ik nog over afweermechanismen om je verdriet nog niet ten volle te hoeven ervaren. Dat is voor mij ook heel erg herkenbaar.
Ik heb zelf wel eens het gevoel dat het gewoonweg ook niet anders kan. Dat als je alles in één keer zou realiseren, je het niet aan zou kunnen. En dat daarom je gevoel het je automatisch, van nature, stukje bij beetje laat weten. Ik vind het altijd een beetje moeilijk om duidelijk uit te leggen hoe ik dat ervaar.
Ik leef nog steeds, elke dag, met Harry in mijn hart, maar tegelijkertijd heb ik hem, inmiddels na bijna acht jaar, ook los kunnen laten, in dat opzicht dat ik weet dat hij nooit meer terugkomt. Maar zijn brilletje, zijn horloge en wat andere dingetjes liggen nog steeds, en voor altijd, op de kast.

"Als een vlinder vloog jij naar de horizon.
Nu staat er één nieuwe ster aan de hemel"


Groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres:
suzettehb@planet.nl


19-02-2007

Dag allemaal,

Wat wordt er mooi en veel geschreven voor de Draaikolk. Het gaat mij zoals kennelijk velen van jullie: ik kijk elke dag op de site en het feit dat ik daardoor de mogelijkheid heb om te schrijven is een goede gedachte.

Zojuist heb ik huilend een voornemen ten uitvoer gebracht dat al een aantal dagen in mijn hoofd rondging: de kleren van Wim liggen nu één etage hoger, in de kast op zolder, zodat ik meer ruimte heb voor mijn garderobe. Vaak als we ergens naar toe gingen en ik me voor de gelegenheid leuk wou kleden, antwoordde Wim op mijn kennelijk nogal wanhopig klinkende vraag "Wat moet ik nu weer aantrekken?" met grote, gespeelde, liefhebbende verbazing: "Je doet net of je niks hebt!" Het zal vele van mijn vrouwelijke lotgenoten zo zijn gegaan, veronderstel ik.

Het feit dat ik, terwijl ik de stapels kleren naar boven bracht, hardop zei: "Je vindt het wel goed hè, dat ik dit nu doe?", en dus eigenlijk om toestemming van Wim vroeg, deed me denken aan wat ik gisteravond in mijn dagboek schreef naar aanleiding van wat ik las in "Wenen om het verloren ik" van A.R.M. Polspoel:
"Ik heb vandaag nagedacht over de vraag wat mijn afweermechanismen zijn om niet tot me te hoeven laten doordringen dat Wim er niet meer is. Een bewijs van die afweer kan zijn dat ik zijn sfeer om me heen laat hangen, dat ik zijn aanwezigheid in mijn hoofd heb. Ik vraag hem soms om me te helpen als ik me zo verdrietig voel en om zijn mening als ik ergens niet zeker van ben."

In hoeverre kan dit soort afweer kwaad? Kan het de goede voortgang van het rouwproces vertragen en er misschien uiteindelijk wel de oorzaak van zijn dat je er niet "goed" doorheen komt? Is het überhaupt van belang om je dit soort dingen af te vragen? Ik weet wel dat ik dit soort ontsnappingsmogelijkheden hard nodig heb op dit moment, omdat ik niet de hele dag kan vechten. Af en toe heb ik vertroosting nodig van Wim en die verschaf ik me door gebruik te maken van zijn niet aanwezige aanwezigheid.

Judith Viorst schrijft in "Noodzakelijk verlies":
"Maar door de doden in ons op te nemen, door ze te betrekken bij wat we denken, voelen, liefhebben, willen en doen, kunnen we ze bij ons houden en tegelijk ook loslaten."

en:

"Door de doden te internaliseren, door hen op te nemen in onze innerlijke wereld, kunnen we tenslotte het rouwproces voltooien".

Dit zijn voor mij troostvolle gedachten!

Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl


18-02-2007

Lieve lotgenoten,

Laat ik allereerst mijn waardering uitspreken voor de energie die in dit blad gestoken wordt, jullie als schrijvers/lotgenoten, maar ook door de redactie die dit alles mogelijk maakt.

Laat ik maar beginnen met mijn verhaal, maar eerst een reactie vooraf. Mij was het ook snel opgevallen dat in deze rubriek vooral vrouwen reageren. Maar dat geldt niet alleen in deze rubriek, dat merk ik ook in het dagelijks leven. Ik kom daar nog op terug.

Mijn vrouw Joke is 9 december 2006 plotseling overleden. We kenden elkaar 36 jaar waarvan we 33 jaar getrouwd waren. Vanaf het moment dat ik haar leerde kennen, ze was 19, wist ik dat ze een hartprobleem had. Maar we hebben, ondanks deze beperking die dat met zich meebracht, veel van het leven genoten. Uiteindelijk kreeg ze in 1998 een nieuwe hartklep en een paar jaar later werd ze gedotterd. Dat wij samen wel eens niet zo oud zouden worden, waren we ons terdege van bewust. Uiteindelijk stierf ze plotseling aan een herseninfarct, een oorzaak die niet direct verband hield met haar hartproblemen.

Op dit moment, ruim twee maanden later, voel ik mij best goed. Ik zeg dat openlijk tegen mijn drie kinderen (uitwonend met partner) en durf dat hier ook wel na enige aarzeling neer te schrijven. Natuurlijk, de eerste weken waren zeer heftig, de buren hebben mij vast horen janken, of de muziek meegeluisterd die soms keihard aanstond met haar lievelingsnummer. Maar het lijkt of die heftige huilbuien naar de achtergrond verschoven zijn, het is meer wegslikken, bijvoorbeeld als leerlingen vragen (ik zit in het onderwijs): "mijnheer, welk nummer liet u in de afscheidsdienst spelen", of als je op vrijdagmiddag naar huis fietst en ontdekt dat het de eerste schoolvakantie is zonder haar, dus geen weekendje weg naar Gent of Haarlem maar alleen thuis blijven.
Zo, ik heb eerst maar even een borrel ingeschonken, want net als jullie hebben mannen ook gevoelens. Ik ben ze ook tegengekomen in de afgelopen periode, maar gemiddeld genomen zijn mannen wat minder begaafd die gevoelens onder woorden te brengen. Het zijn vooral de vrouwelijke collega's die mij over Joke aanspreken maar gelukkig ook mannen. Mannen die hun vrouw hebben verloren, klagen wel over eenzaamheid. Vooral als ze wat ouder zijn en niet meer werken. Als vrouw of man ga je toch niet alleen op bezoek bij een weduwnaar. Voor mijn gevoel ligt dat bij vrouwen iets makkelijker, maar misschien vergis ik mij wel.

Ja, hoe nu verder? Twee stappen vooruit en één achteruit. Gevoelens niet onder controle hebben, blijft voor mij moeilijk te aanvaarden. Maar dat zal wel bij het man-zijn horen. Ik hoef niet altijd flink te zijn, zeker niet bij mijn kinderen, mijn familie en vrienden. Maar het blijft dagelijks vechten: alles zelf doen, zelfs de rommel die je maakt moet je zelf opruimen, wassen, iedere dag koken "want dat is zo gezond", zeggen ze, en dan ook nog bellen of een verjaardagskaart sturen.
Ja, hoewel het overlijden van Joke heel onverwachts kwam, hield ik er in mijn achterhoofd wel rekening mee. Maar dit verlies gaat zo diep, zo onvoorstelbaar diep, dat je het nauwelijks kunt voorstellen.

Voor de komende week heb ik toch maar wat afspraken gemaakt, ook daarin moet je actie ondernemen en energie voor opbrengen. Niets wordt meer door die ander gedaan. Hebben jullie het ooit eerder gehoord, een onderwijsman die opziet tegen de vakantie? Maar zo is het wel.

Een goede week voor jullie allemaal en reageer gerust.

Gerrit Leene, man, geboren 30 december 1948; partner Joke is 9 december 2006 overleden aan een hersenbloeding of -infarct; drie uitwonende kinderen; e-mailadres: gerritenjoke@zonnet.nl


18-02-2007

Hallo lieve mensen,

Ik ben Wim van Woudenberg. Ik heb jullie brieven in de Draaikolk keer op keer gelezen en had tranen in overvloed. Het gevoel van machteloosheid, verdriet, woede, eenzaamheid, onrecht, in de steek gelaten (door de rest) voel ik nog elke dag.

Mijn Hilde, de mooiste, beste, liefste, trouwste, eerlijkste, oprechtste vrouw ter wereld, is overleden aan borstkanker op 22 mei 2002 na een helse 18 maanden. Haar leven was voor haar twee dochters. Sharon zat op het HBO en moest haar scriptie inleveren in de week dat Hilde werd gecremeerd. Het onrecht dat ze dit niet mee mocht maken, maakt mij echt kapot. Miriam is in 2005 afgestudeerd op het HBO en dan sta je daar weer bij de diploma-uitreiking: "waarom, waarom, waarom?" Ik kwam, als mijn dochters thuis waren, op de tweede plaats en eigenlijk was ik daar wel trots op want ze was de beste moeder ter wereld.

Het is nog steeds zo: geen uur gaat er voorbij dat ik niet aan haar denk. En als ik voor elke keer dat iemand tegen mij zei "ik zou dit doen" of "jij moet dat doen" één euro zou krijgen, hoefde ik niet meer te werken want er is zo veel onbegrip. Op mijn werk gaat het erg goed. Ik kan er met mijn collega's altijd over praten, dus vaak is het niet erg dat het weekend zo kort duurt. Soms krijg ik wel de opmerking "het is al vijf jaar geleden, je bent er nu toch wel overheen?"

Ik begrijp alle gevoelens en gedachten van jullie zo goed, dat ik jullie heel veel sterkte toewens. Er zijn geen woorden om je verlies te verzachten. Er is een toekomst, maar ja, het verleden is zo mooi en dat mag je ook niet vergeten, tegen elke prijs. Hoe het eindigt, vind ik nog steeds onbelangrijk want ik heb alles, maar ik heb ook helemaal niks.

Groeten,

Wim van Woudenberg; e-mailadres: woudyss@versatel.nl


18-02-2007

Meer geëmotioneerd, Suzette, schreef je. Niet alleen bij een afscheid, maar bij meer zaken waarbij gevoelens naar boven komen, merk ik. De tranen komen na het overlijden van Jan gemakkelijker, ervaar ik.

Vanmiddag werden mij per computer enkele foto's toegestuurd van een onthulling van de naam 'Willem' op een locomotief bij de NS in Zwolle afgelopen woensdagmiddag. Willem (in de familie Wim) is mijn tantezegger die in mei 2005 is overleden aan de gevolgen van lymfeklierkanker. Net een maand 41.
En de foto's, lieve lotgenoten, brachten heel wat bij mij teweeg: daar stonden ze bij de locomotief met daarop in grote letters de naam van echtgenoot en vader (een jongen van nu 11 en een meisje van 7). Trots dat hun Willem/Wim was geëerd met zijn naam op zijn locomotief. Maar, dieptriest in feite. Als Wim nog had geleefd was deze naamgeving uiteraard niet gebeurd.

Na het overlijden van Jan kreeg ik een brief waarin werd vermeld dat Jan erelid was geworden van een verzorgingshuis, waarvan hij tot aan z'n overlijden meer dan 25 jaar penningmeester is geweest. Eigenlijk jammer dat Jan dat niet bij leven heeft meegemaakt. Hij was ook erelid van de tennisvereniging in ons dorp, omdat hij een van de oprichters daarvan was. Dat erelidmaatschap heeft hij bewust meegemaakt en aanvaard toen men hem voordroeg en uiteraard heeft men hem na zijn overlijden gememoreerd, net als natuurlijk het verzorgingshuis die dat deed via overlijdensadvertenties in de kranten.
Maar toch, die foto's bij de Willem-locomotief met drie lieve mensen ervoor: aan tranen geen gebrek…

Ik moest dit even van me afschrijven.

Een lieve, warme groet van

Wil van de Belt-Huizing, vrouw, geboren 10 november 1940; partner Jan (67) overleed op 27 maart 2006 aan longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten; geen kinderen; e-mailadres: wilvandebelt@planet.nl


18-02-2007

Afgelopen dinsdag moest ik naar een afscheid. De laatste jaren had ik weer wat contact met mijn schoonouders uit mijn eerste huwelijk, 22 jaar geleden. Helaas is mijn ex-schoonvader vorige week overleden.

Het viel mij weer op dat ik een afscheid tegenwoordig toch weer anders ervaar dan voorheen. Ik was altijd al geëmotioneerd en geraakt erdoor, maar na het heengaan van Harry is dat nog veel intenser geworden.
Ik denk dat het onder andere komt omdat ik nu veel beter kan meeleven met de gevoelens van de nabestaanden. Ik herken de roes waarin ze zitten, het ongeloof dat dit het echte afscheid is en het verdriet. Ook komen herinneringen aan de dierbaren die ik zelf verloren heb weer omhoog.

Weer een lief en goed mens die deze aarde moest verlaten. Het is helaas niet te ontlopen, maar elke keer is het weer droevig en pijnlijk. Ik ga zijn vrouw eerdaags weer eens even bellen en ik hoop dat ik haar wat steun kan geven, al is het alleen maar door naar haar te luisteren.

In gedachten geef ik alle lotgenoten op deze site vandaag even een knuffel. Sterkte!

Groet,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres:
suzettehb@planet.nl


16-02-2007

Lieve lotgenoten,

Reinold Jan schrijft dat er zo weinig mannen zijn die schrijven in de Draaikolk. Waar zitten al die weduwnaars en wat doen zij om een beetje uiting te geven aan hun verdriet en gemis?

Ik heb sinds de dood van Jan in twee rouwverwerkinggroepen gezeten. Tot mijn verbazing was er slechts één man in beide groepen, die ook geleid werden door vrouwen. In beide groepen moeten die mannen, door niet te kunnen delen met mannelijke lotgenoten, zich toch wel wat alleen gevoeld hebben. Ik bewonderde hun moed om door te gaan.
Ik wil niet generaliseren, maar beide mannen hadden de neiging om zo rationeel mogelijk te blijven. Als dat niet altijd lukte, hadden ze daar zelf moeite mee. Wij, de vrouwen, hadden veel minder de neiging om te doen alsof het leven weer "z'n gangetje gaat". Dat is niet zo, het gangetje is er juist uit! Er is geen draad meer om op te pakken; die draad moeten we zelf weven. En het lezen en schrijven in de Draaikolk voelt voor mij, en zo te lezen voor vele lotgenoten, als het weven van de draad. Elke dag de Draaikolk openen is voor mij een vaste routine geworden, het voelt echt alsof ik een draad oppak.

Ik hoop dat de weinige mannen zich niet laten ontmoedigen door alle schrijvende vrouwen, maar dat ook zij hier "hun mannetje willen staan".

Marijke Zuidema-Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


13-02-2007

Ja, hoe begin je zo’n mail als je hart nog vol of eigenlijk leeg is over de afgelopen gebeurtenissen. Recent is mijn echtgenoot Gerrit overleden. Dit was op 27 december 2006.

Hij lag naast mij in bed en plotseling draaiden zijn ogen weg en er was een spasme van zijn ledenmaten. Ambulance gebeld en ondertussen beademd en hartmassage gegeven. Stabiel naar het ziekenhuis, zoals ze bij de ambulance zeiden. Eenmaal in het ziekenhuis bleek hij een gebarsten aneurysma (forse hersenbloeding) te hebben. Hij was eigenlijk vanaf het begin al dood. Na allerlei tests gedaan te hebben, bleek hij overleden te zijn.
Hij was 46 jaar en laat twee zoons van 20 en 18 jaar achter.

Wie heeft er ook zo’n heftige ervaring gehad met het overlijden van je partner?

Carla Pronk; e-mailadres: g.pronk@quicknet.nl


13-02-2007

Lieve lotgenoten,

Dankzij de vermelding van onze e-mailadressen onder iedere bijdrage aan de 'Reacties van L....', waar Monique zo trouw voor zorgt, ontving ik op dat adres mailtjes die me goed deden. Dat vind ik het extra van deze site, dat we ons hier kunnen uiten naar 'allemaal', maar dat je daarnaast ook 'een-op-een' kunt reageren.
Niet iedereen uit zich zo gemakkelijk op schrift en vaak denk ik aan de lezers, die hier wel komen lezen, maar die er geen behoefte aan hebben om een eigen bijdrage te sturen. Ik hoop dat ze herkenning vinden. Niemands leven loopt immers vanzelf. We voelen ons beroofd, teruggeworpen op eigen kracht, die juist is aangetast.

Mijn Jan had o.a. een hobby voor koken, kon echt kookboeken opslaan om een lekker maaltje uit te zoeken, soms voor ons beiden alleen, maar meestal als we vrienden aan tafel kregen. Voor mij is koken meer een 'must', een dagelijks weerkerend noodzakelijk ritueel (nu trouwens een echte opgave…). Ik was dan Jan zijn maatje bij de inkoop en het voorbereiden en ik vond dat leuk, omdat hij daar echt plezier aan beleefde.
Ik stel me zo voor, dat dit een beetje lijkt op mijn schrijven. Zoals hij zijn hele hart kon leggen in zo'n gezellige maaltijd met anderen, zo heb ik jullie vaak in gedachten: vooral jullie die wel komen lezen, maar daarna het web weer het web laten...

En zoals Jan genoot van het genieten van onze gasten, zo hoop ik dat lezers/lezeressen-lotgenoten iets hebben aan "wat ik hier ter tafel breng..." en als dat dan blijkt, ben ik daar blij mee. Op mijn beurt geniet ik namelijk van de talenten, die anderen hebben: hun tuin; hun aquarellen; de wandelingen die ze uitzoeken; de muziek die ze me sturen; de kleine lieve attenties waar ze goed in zijn. Als je partner wegvalt, krijgt dat opeens onschatbare waarde, lijken dat wel de zwemboeien die je toegeworpen krijgt... en die je zo hard nodig hebt!
Stuk voor stuk zijn wij aan het roeien met de riemen die we nog hebben... en krijgen, plus het vele lieve dat er ook nog steeds in ieder van ons zit en dat een nieuwe uitweg nodig heeft.

Iedere dag brengt mij nu terug bij vorig jaar en dat zal nog wel even zo duren. Ik leef - hotsebotsend - verder... op weg naar nieuw evenwicht. Dank aan jullie allemaal!

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


08-02-2007

Dag lieve lotgenoten,

Door een vriendin werd ik attent gemaakt op jullie website en ik heb daar voldoende stof gevonden om de komende maanden mij nog eens behoorlijk in te verdiepen.
Ik ben een man van net 63 jaar oud en op 28 januari jl. zouden wij 45 jaar verkering hebben gehad, waarvan op 15 september jl. 39 jaar getrouwd. Mijn vrouw Jeltje heeft dit niet meer mee mogen maken, omdat zij in augustus 2006 overleed ten gevolge van ovariumkanker die zich op 23 december 2002 manifesteerde.

Wij hebben vier prachtige kinderen tussen 37 en 29 en vier schatten van kleinkinderen tussen 12 jaar en 14 maanden. De laatste twee zijn geboren in oktober en november 2005, dus Jeltje heeft alle vier kleinkinderen gelukkig nog mee mogen maken en hun geboorte ook. Het voelt als echte rijkdom, zeker in deze periode. Bovendien ben ik mij, nog sterker dan voorheen, gaan hechten aan onze hond en ik betrap me er regelmatig op dat ik tegen haar praat als ik 's morgens beneden kom.

In oktober kon ik toetreden tot een rouwverwerkingsgroep van het Vicki Brownhuis, waarvan de laatste bijeenkomst op 6 maart a.s. zal plaatsvinden. Helaas bestaat de groep uit alleen maar lieve vrouwen en, hoewel dit een vrij normaal verschijnsel zou zijn, heb ik toch wel de mannelijke lotgenoten en hun ervaringen op het gebied van rouwverwerking moeten missen.

Door diverse omstandigheden heb ik veel ervaring met lotgenoten en ik zal me binnenkort graag bij de Draaikolk als vriend/donateur aanmelden.

Redactie, mijn complimenten voor wat jullie doen om dit mogelijk te maken. Klasse!

Met lieve en vriendelijke groet,

Reinold Jan Faber; e-mailadres:
reinoldjanfaber@wxs.nl


07-02-2007

Onmisbare lotgenoten!

Op moeilijke, zware dagen, die zich onverwachts aandienen, zijn jullie, "onzichtbare bekenden", soms m'n enige troost en bemoediging. "Je bent niet de enige", zeg ik dan tegen mezelf als ik jullie lees. Het is natuurlijk een schrale troost, maar die is toch beter dan niets. Daarom hecht ik zo aan de benaming 'lotgenoten', terwijl ik het tegelijkertijd een verschrikkelijke term vind.

Evenwicht

Verdriet eist me op,
zet me klem,
vangt me binnen doodsheid
ik voel lood in m'n schoenen,
in m'n hart,
voel weer zwaarte bij alles wat ik doe,
ook in mijn dichte handen,
die niet open gaan...

ik mijd weer andere mensen,
terwijl ik snak naar één
die woordeloos aanwezig is,
die me omvat
met warmte...
een, die weet,
hoe afschuwelijk koud het is
bij wie ik onbedaarlijk huilen mag
tot ik - van tranenlast verlost -
herleef... en langzaamaan weer lach:

bevrijd van het te veel
aan opgeklopte moed,
het weer te lang,
manmoedig bergbeklimmen

ik ben weer teruggevoerd
naar tweezaamheid, die w a s,
maar i s voorgoed verleden tijd,
ik beken éénzaamheid!

ik ben bij lange na niet toe
aan veel gemeenzaamheid,
tenzij met - l o t g e n o t e n -
die zonder míj te hoeven kennen,
wel dat gesloten-zijn herkennen:

"Is het verdriet de prijs,
die we betalen voor geluk,
dat ons beschoren was?

de levensweegschaal zwicht,
ze stijgt en daalt
van licht naar zwaar,
van zwaar naar licht

groeit zo
uiteindelijk
- baarmoederlijk behoedzaam -
van binnen-uit nieuw evenwicht?"


Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


06-02-2007

Vandaag de laatste reacties gelezen. Ik hoop zo dat het iedereen, die hier reageert, goed doet om even van zich af te schrijven.

Mij persoonlijk heeft dat erg geholpen tijdens Harry's ziekteproces, en ook de maanden na zijn overlijden. Ik heb schriften vol met wat er allemaal gebeurde en met gevoelens. Zelf heeft hij er ook nog iets in geschreven, al kon hij niet goed meer schrijven, onder andere doordat hij in de war was. Zo goed en zo kwaad als het ging, zijn we nog een weekje in een vakantiehuisje in Overijssel geweest, samen met mijn ouders.
Toen schreef hij: "Het is mooi weer en we hebben het heel gezellig." Ook schreef hij, vol met fouten, dat hij mijn vriendin miste. Zij was er altijd voor ons.
Deze woorden van hem koester ik enorm en zal ik natuurlijk voor de rest van mijn leven bewaren.

Ik hoop dat iedereen een uitlaatklep heeft voor zijn verdriet, of het nu is in de vorm van opschrijven of goed kunnen praten met iemand. Zelf dacht ik het altijd allemaal wel alleen te kunnen, maar heb toch ervaren dat het heel goed kan doen als je inderdaad een uitlaatklep kan vinden, in welke vorm dan ook.

Groetjes,

Suzette Hartog-Been; e-mailadres: suzettehb@planet.nl


05-02-2007

Ik lees dat meer mensen, net als ik, tijdens de ziekte van hun partner hun familie en vrienden via e-mails op de hoogte hebben gehouden.

Wij (mijn kinderen en ik) hebben al heel snel na het overlijden van mijn man (hij overleed nu precies anderhalf jaar geleden aan galblaaskanker) een boekje gemaakt waarin niet alleen die e-mails staan, maar ook foto's, de toespraken en songteksten van de crematie en ook stukjes uit brieven en e-mails die we kregen in de vier maanden dat Hans ziek geweest is. Ook van mijn vader, die een half jaar daarvoor overleed, heb ik zo'n boekje. Beide boekjes zijn totaal verschillend van inhoud, maar allebei zijn ze me heel dierbaar. We hebben ons boekje gegeven aan al die mensen die ons toen zo gesteund hadden en nog steunden.

Omdat ik ervan overtuigd ben dat het bezig zijn met zo'n herdenkingsboekje een therapeutische werking heeft (zelfs als het overlijden al veel langer geleden was) en het een dierbare herinnering is in woord en beeld geef ik jullie het adres waar ik dit heb gedaan: www.NaBestaanBoek.nl .

Nora ten Raa-Neuteboom; e-mailadres:
hrenraa@xs4all.nl


04-02-2007

Ik begin iets raars bij mezelf te ontdekken. Ik weet natuurlijk niet of dit blijvend is, maar ik vind de zondagen niet meer zo griezelig eenzaam. Ik begin eraan te wennen en ik ga het zelfs een beetje waarderen. Hoe dat in de komende lente en zomer zal zijn, als iedereen erop uittrekt en ik dit misschien net zo zal missen als in 2006, is natuurlijk afwachten.
Jan was het liefst thuis. Hij las veel en kon genieten van het aanrommelen en het er even met de hond tussenuit gaan. Hij vond het fijn wanneer vrienden bij ons kwamen en was dan de perfecte gastheer. Dat laatste gaat mij nog niet zo denderend af, want ik vergeet wel eens tijdens een gesprek dat er toch ook koffie geschonken moet worden. Maar toch lijk ik wel Jan te worden…, lekker thuis! Zelfs televisie kijken ga ik wat meer waarderen.

Na het overlijden van Jan heb ik mij voorgenomen niet achter de geraniums te gaan zitten. Een paar bestuursfuncties, waarvoor ik ben gevraagd, heb ik het eerste half jaar afgehouden. Ik wou niet voor mijn rouw vluchten in bezigheden. Nu heb ik tegen twee functies "ja" gezegd, o.a. tegen het voorzitterschap van het bibliotheekbestuur in mijn gemeente.

Straks een jaar zonder mijn lief en maatje: onvoorstelbaar.
Ik doe mijn best, Jan, er iets van te maken zonder jou, maar het gemis blijft en dat is dan nog heel zwak uitgedrukt.

Liefs,

Wil van de Belt-Huizing, vrouw, geboren 10 november 1940; partner Jan (67) overleed op 27 maart 2006 aan longkanker met uitzaaiingen naar hersenen en botten; geen kinderen; e-mailadres: wilvandebelt@planet.nl


04-02-2007

Ik ben Lily Bos, 47 jaar, en verloor mijn man Pieter in april 2005 aan een acute hartstilstand. Het doet nog ontzettend veel pijn als ik met herinneringen word geconfronteerd.

Mijn man had boven een PC met daarop zijn profiel (hij maakte zelf websites). De harde schijf is kapot en moet dus binnenkort vervangen worden. Ik moet dan alles wat er op staat op gaan slaan, anders ben ik alles kwijt, dus ik wou nagaan wat er allemaal op stond.
Ik loop dus tegen een foto aan die ik ooit van hem gemaakt heb. Ik schrok, want het was net alsof hij me recht aankeek. Ik kreeg weer dat verliefde gevoel van het moment dat ik hem leerde kennen en ik letterlijk voor zijn ogen viel en daar verliefd op werd. Ik heb er een gedicht op gemaakt:

Je ogen

Ik zag op de PC jouw foto op jouw profiel staan
wat er toen weer allemaal door mij is heengegaan
Je ogen kijken me nu nog steeds aan
waarom ben je toch zo plots van mij heengegaan

Jouw lieve lach, jouw vriendelijke blik
het gaf mij van binnen weer een tik

Wat zou ik toch graag van alles willen doen
om nog een keer van jou te krijgen die warme zoen
Jouw stevige hand te voelen in die van mij
Er was er maar eentje voor mij en dat ben jij

Je liefste Lily

Lily Bos; e-mailadres: lily_bos@hotmail.com


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren