Een nieuwe rubriek met 'oude' verhalen, door de jaren heen opgetekend door Bert Vos, journalist en oprichter van De Draaikolk (1942-2006) en mijn tweede liefde.
Hij schreef over zijn ervaringen als weduwnaar puur vanuit zijn eigen gevoel dat werd ingegeven door het verlies van zijn eerste vrouw Janny. Zij bezweek begin 1998 aan de gevolgen van dezelfde ziekte (kanker) welke enkele maanden later ook bij hem zou worden geconstateerd en waarover hij een persoonlijk dagboek heeft bijgehouden (
Langs de vloedlijn).

"Alleen door jezelf open en kwetsbaar te durven opstellen, kunnen lotgenoten herkenning en erkenning van hun gevoelens vinden", was zijn stellige overtuiging. En hiermee is meteen het succes van De Draaikolk verklaard want zijn voorbeeld is de afgelopen jaren door ontelbare lotgenoten gevolgd.
Met deze rubriek zullen Berts verhalen opnieuw tot leven komen en hopelijk weer veel lotgenoten tot troost en steun kunnen zijn. Ze hebben immers nog niets aan zeggingskracht verloren en zijn daarom te waardevol om in het Draaikolkarchief te laten 'verstoffen'.

Monique Vos, hoofdredactie De Draaikolk


Verhalen van Bert Vos

'Het wonderlijke dromenwoud' en 'De spiegel van haar ziel'

Wij dromen onze dromen vaak zonder dat we echt weten waarom we ze dromen. Vaak zijn het onbestemde beeldenflarden, schimmige plaatjes uit een verward prentenboek, maar soms zijn de beelden helder en kleurrijk. Dat geldt voor mijn dromen en ik denk dat het voor velen van ons niet veel anders zal zijn.
De laatste tijd had ik sterk het gevoel dat mijn geest driftig bezig was met een soort tussenanalyse van mijn leven. Allerlei ooit beleefde beelden kwamen voorbij. Beelden van mensen en situaties, die ik al lang was vergeten, droomde ik opnieuw in mijn dromen, ook al weet ik niet waarom dat gebeurde.
Ik denk dat ik onbewust bezig ben met het afsluiten van een belangrijke periode in mijn leven. Dat afsluiten is misschien nodig, denk ik, om op een goede manier aan een nieuwe periode te kunnen beginnen.

Dagdromen

Wat mij na het overlijden van Janny, mijn vrouw, nu bijna vier jaar geleden, met een zekere regelmaat overdag overkwam en nog steeds overkomt, zou je heel misschien ook kunnen rangschikken onder de categorie 'dagdromen', al zullen er óók mensen zijn die het daar absoluut niet mee eens zullen zijn en die mij zullen vertellen dat ik nog steeds een nauwe binding met m'n overleden vrouw heb.
Zelf denk ik dat het laatste inderdaad het geval is, omdat ik het als zéér reëel beleef: gesprekken die ik in mijn gedachten met haar voer of het sterke gevoel opeens 'gestuurd' te worden. Ik schreef daar al eens over in mijn verhaal
'Ogen' toen me hetzelfde overkwam bij het bezoeken van een tentoonstelling van Max Ernst in Berlijn en ik steeds maar weer naar bepaalde schilderijen werd getrokken die tot Janny's favorieten behoorden. Ik raakte daardoor compleet van slag en ik was blij dat zoon Rob op dat moment bij me was en het begreep, anders zou ik mezelf misschien wel op z'n minst een beetje gek hebben verklaard. Dat hebben de ettelijke tientallen mensen in het restaurant vast wél gedaan toen ze die oude man boven zijn Kaffee mit Kuchen watervallen zagen huilen.

Maar dat was twee jaar geleden. De tijd slijt de herinneringen tot vervagende contouren, zou je denken. Niets is minder waar.
Tijdens onze vakantie, nu alweer ettelijke maanden geleden, waren Monique en ik, ergens in een Spaanse stad, in een kloostermuseum waar verschillende eeuwenoude boeken lagen, zogenaamde incunabelen. Dat wist ik omdat Janny handboekbindster van beroep was en een uitgebreide vakopleiding van jaren had gevolgd. Ik heb dan ook ettelijke uren met haar in musea en kloosterbibliotheken doorgebracht waar zij die oude boeken bestudeerde met de glinsterende ogen van iemand die wonderbaarlijke ontdekkingen doet en daar steeds maar weer volop van geniet. Zelf bekeek ik de boeken met wat andere ogen: ontzag voor de ouderdom en misschien ook voor de inhoud, waarin vaak de kennis van eeuwen lag opgeslagen. Voor Janny gold dat ook wel, maar vooral het vakmanschap bracht haar meestal in verrukking. Ze kon er heel lang naar kijken en van genieten, terwijl ik dan vaak ettelijke boeken op haar 'vóór lag'.

Die middag in dat Spaanse kloostermuseum was zij er opnieuw bij. Ik keek aanvankelijk naar de oude boeken zoals ik ze altijd had bekeken. En wilde verder lopen..., maar ik kon het niet.
Na een paar stappen ging ik terug, bukte me en bestudeerde de onderkant van de boeken, keek naar de bindwijze, naar de gebruikte materialen en zag de door een kennelijke vakman gerestaureerde beschadigingen van de band. Ik constateerde dat allemaal als een kenner. Rustig, systematisch.
Pas toen ik eindelijk verder wilde lopen, voelde ik dat ze mij slechts met moeite liet gaan. Die ervaring trof me opnieuw als een geestelijke mokerslag, ook al wist ik deze keer mijn tranen te bedwingen. Monique vertelde me later dat ze het allemaal onbewust zag gebeuren en pas na een tijdje besefte wát er gebeurde, toen ik me bukte om de boeken aan de onderkant te bekijken.

Meezingers...

Janny kan soms heel onverwacht en soms heel sterk in mijn geest aanwezig zijn. Dat ontdekte ik bijvoorbeeld twee keer tijdens een popconcert dat ik samen met Monique bijwoonde. De eerste keer was dat tijdens een optreden van de Dubliners, een groep die ik altijd had bewonderd, maar van wie ik, gek genoeg, nog nooit een concert had bijgewoond. Je weet hoe dat gaat: steeds er over praten en het nooit echt doen omdat er altijd wel iets anders tussenkomt. Samen met Janny had ik veel naar hun LP's en CD's geluisterd, vooral als buiten de regen met bakken uit de lucht viel...
Samen met Monique luisterde ik nu opnieuw, maar nu live naar de 'ouwe Ierse knarren' en geloof het of niet: bij de allereerste tonen voelde ik Janny's aanwezigheid en wist ik dat ze meeluisterde. Mijn gemoed schoot vol toen bepaalde nummers werden gezongen. Nummers die juist zij mooi had gevonden. Ik voelde en hoorde hoe ze in mijn gedachten meezong.
Ach, zul je misschien zeggen, dat is toch logisch? De herinnering maakte je verdrietig. Maar zo simpel ligt het niet. Ik voel haar sterke aanwezigheid en kan me daar op zo'n moment ook absoluut niet tegen verweren, ook al zou ik dat willen.
Het tweede concert waarbij me hetzelfde overkwam betrof een soulconcert. Dat was eigenlijk meer Monique's muziek, ook al al zijn er in dit genre veel prachtige nummers waar ik met plezier naar luister. Maar dat ik uitgerekend tijdens dit concert opnieuw Janny's aanwezigheid zo sterk zou voelen had ik absoluut niet verwacht. En ook nu moest ik bij sommige nummers m'n uiterste best doen om niet in huilen uit te barsten. Ik besefte pas achteraf dat het nummers waren die zij mooi vond, het waren háár favorieten. Pas toen er andere nummers werden gespeeld kwam mijn geest tot rust. Dat waren mijn nummers, die ik meezong, samen met al die anderen in de zaal...

Een goed gesprek

Zoals Janny al vier jaar lang mij regelmatig laat weten dat zij er is, op welke manier dan ook, zo 'praatte' ik regelmatig met haar. Ik zeg dat met opzet in de verleden tijd, want die 'gesprekken' zijn de laatste tijd aanzienlijk minder geworden. Maar toch: als het echt nodig was kwam ze even in mijn geest en gaf me advies als ik weer eens twijfelde terwijl ik toch echt een keuze moest maken.
Ik begrijp dat het 'praten' met je overleden partner geen unieke gebeurtenis is. In boeken over rouwen lees je er tenminste regelmatig over. Monique vraagt me wel eens hoe dat nou werkt. Ik moet haar dan teleurstellen, want ik weet het niet. Ik kan haar zelfs niet echt goed uitleggen hoe het voelt, wat er op dat moment gebeurt. De 'gesprekken' vonden altijd plaats op momenten dat ik dat echt nodig had omdat ik het even niet meer wist of verdrietig was. Nadat ik Monique leerde kennen werd die behoefte minder, dat is natuurlijk logisch en de gesprekken met Janny werden dan ook sporadischer. Maar ze hielden niet op.
Ik heb wel eens gehad dat ik midden in een gesprek met Monique min of meer werd overvallen door een onderbreking in mijn gedachten. Op zo'n moment zwijg ik even, verward door de interruptie van mijn overleden vrouw, die me dan ongevraagd haar mening geeft over het onderwerp waar we het over hadden. Dat overkwam me bijvoorbeeld kort geleden toen ik de 'mededeling' van Janny kreeg dat ik me geen zorgen hoefde te maken over de uitslag van de contrôle met een leverscan in het academisch ziekenhuis, dat ik een week later moest hebben. Dat alles 'goed' zou zijn. De uitslag bleek later inderdaad 'goed' te zijn.
Ben ik gek? En hoe weet ik dat het Janny is die haar mening geeft? Hoe weet ik dat ik het niet zelf ben die onbewust Janny's meningen ventileer? Ik weet het echt niet. Ik voel dat zij het is. En meer hoef ik eigenlijk niet te weten.

Een mooie droom

Nog niet zo lang geleden werd ik wakker na een mooie droom. Het was een mooie droom omdat ik me ineens prettig ontspannen voelde, in tegenstelling tot al die momenten na de meeste dromen die ik droom. Eigenlijk was het wel een bijzondere droom, want het ging over Janny, over Monique en over mij. Jung en Freud zouden ongetwijfeld weer tal van sluitende verklaringen hebben gevonden voor mijn droom, maar ik had beide illustere grondleggers van de psycho-analyse niet echt nodig. Integendeel.

Mijn droom was kort. Ik zat achter op een motor die door Monique gereden werd. Naast mij in de zijspan zat een vrouw met een kaal koppie, waar ik steeds met m'n hand teder over aaide en 'Hé kale!' riep. Dat was het. Een korte rit, want dat was alles wat me bij was gebleven toen ik wakker werd. Maar een haarscherp beeld. Nog steeds.
Ik vertelde Monique over dat beeld en over de vrouw met het kale koppie. "Ach," zei ze toen, met een tedere glimlach, "je aaide Janny". Met een schok besefte ik dat ik daar helemaal niet bij stil had gestaan, maar dat ze gelijk had. Omdat ik dat altijd op dezelfde manier deed als Janny weer een chemokuur had gehad en 's avonds pruikloos naast me in bed lag. "Hé lieve kale," zei ik dan gekscherend.
Het is wonderlijk hoe mijn geest de meest belangrijke elementen van mijn leven ogenschijnlijk probleemloos in elkaar past en tot een complex, maar compleet beeld vormt. De motor symboliseerde Eric, de op zijn motor verongelukte man van Monique. Monique die nu de motor reed en misschien wel de richting bepaalde met mij achterop en Janny, die meereed in de zijspan.
Maar wat was er nu zo prettig aan deze wonderlijke droom? Ik heb daar die hele dag over nagedacht en ik kon uiteindelijk maar één reden bedenken: omdat het een complete droom was. De puzzel van mijn leven, aanvankelijk in stukjes uiteen gevallen, was weer compleet. Vandaar dat scherpe beeld. Vandaar dat ik zo plezierig wakker werd.

Ik heb sindsdien het gevoel dat mijn leven is veranderd. Misschien niet beter of slechter, maar gewoon: anders. En ik weet niet of Janny in mijn leven blijft 'rondspoken', me mee blijft sleuren langs schilderijen of me in fluisterende kloostergangen mee blijft trekken naar eeuwenoude boeken. Ik weet niet of ze samen met mij naar muziek blijft luisteren of me ongevraagd adviezen blijft geven in mijn droom of dagdroom. Zij blijft welkom, op elk moment van de dag of de nacht.
Oók op die momenten dat ik besluit om allerlei dingen die ik bewaarde om het bewaren zelf, weg te doen. Als ik besluit om die dingen weg te doen die van haar waren, maar waarvan ze zelf altijd heeft gevonden dat ik ze niet had moeten bewaren. Op al die momenten zal ik aan haar denken en het zal me niks verbazen als ik dan toch weer ongevraagd een adviesje meekrijg. Wat dat betreft denk ik dat ik de spiegel van haar ziel voor de rest van mijn leven in me mee zal blijven dragen.

november 2001

© foto: Bert Vos 2005

010708

Herkenbaar? Deel dan ook jouw gevoelens met al die andere gelijkgestemden op de Draaikolk door deze te sturen naar e-mailadres: info@draaikolk.com


Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren