Terug naar index Archief


Alle teksten uit de editie juni 2010


07-06-2010

VERwerken? Nee, BEwerken, door Rob* van Tongeren

W
anneer is een mens 'zover' dat hij zijn intense gevoelens van verdriet, uit de begintijd na het verlies van zijn lief, aan het papier kan toevertrouwen?
Die vraag heeft mij een tijd beziggehouden en houdt mij zo af en toe nog bezig. Feit is wel dat ik door de gesprekken met jullie tijdens de vele Draaikolkactiviteiten, hetzij tijdens een wandeling, lezing of kampeerweekend, mijn gevoel wel kon uiten.
Nu, vier jaar na Marry's plotselinge overlijden door die verdomde val van de trap thuis, denk ik het moment gevonden te hebben om tot schrijven over te gaan. Wellicht hebben jullie mijn gedachten hieromtrent al eens mondeling gehoord. Nu ben ik zover om het met anderen op deze plek te kunnen delen.

Topsport

Rouwen is topsport. Keihard ongetraind werken. Die rauwe plek in je hart doet pijn, heel veel pijn. Het heeft scherpe, venijnige kanten. Grove vlakken, alsof ze zijn vervaardigd van buitengewoon grof schuurpapier of geklonterd prikkeldraad. Die brok is, van alle kanten bezien en gevoeld, vijandig pijnlijk. Zien kan ik het ook niet. Een g(rouw)e sluier maakt hem onzichtbaar.
Alleen ík voel van binnen die onrechtvaardige, schreeuwende pijn. Het houdt mij in een wurggreep.
Niemand kan mij helpen om het bijvoorbeeld operatief te verwijderen. Het ligt in mij verankerd.

Opdracht

En dan, heel geleidelijk aan, op die weinige momenten dat ik mij, al dan niet door afleiding, een ietsepietsie beter voel, is daar dat gevoel: ik moet hier wat mee. Diep in mezelf voel ik een opdracht om er mee aan de slag te gaan.
Het keiharde werken begint. Het ene moment een klein beetje, het andere moment wat meer en soms veel meer. Het wordt schuren, vijlen, polijsten, kneden en vormen, voor zover het lukt.
Al die bewerkingen kosten heel veel tijd en veel energie, maar ik voel het. Hoe meer ik werk en hoe meer ik op de vorderingen terugkijk, beetje bij beetje, krijg ik meer oog voor het resultaat. Sterker nog, slijtagegaten worden voelbaar, maar dat is verre van verre nog niet genoeg. En ik denk dan: werken joh, keihard werken.

BEwerken

En dan ineens bedenk ik dat je rouw niet moet VERwerken. Verwerken doe je bijvoorbeeld met afval. Maar je lief is immers geen vuilniszak die je aan de straat zet om te verwerken, waarna je vervolgens overgaat tot de orde van de dag. Nee, ik zal mezelf tot taak stellen om die rauwe brok te BEwerken.
Nogmaals, dat kost tijd, energie en wilskracht.

Ik ben daar de afgelopen vier jaar mee aan de slag gegaan en met kleine stukjes gaan die pijnlijke en venijnige plekken er af. Niet dat ze weg zijn, zeker niet. Ze zijn er nog steeds, maar ze zijn minder heftig en ik voel dat het dragelijker wordt. Hier en daar krijgt die brok een beetje glans. Dat geeft me opnieuw kracht om verder door te gaan met het werk.
Ik praat over mijn 'werkstuk', maar kan het niet laten zien. Maar ik hoop dat men om mij heen er wél iets van merkt, omdat ik verander. Dat voel ik want hoe meer ik het proces beschrijf, des te minder moeilijk het volgende te bewerken stukje mij afgaat.

Diamant

Inmiddels ben ik er trots op. Het is als een mooi sieraad geworden dat ik fier binnen in mij draag. Als een diamant met de verschillende, steeds vaker door mij gepolijste, vlakken, die alleen ík in mijn binnenste voel.
Is de diamant nu af? Dat zal wel niet lukken.
Er zullen altijd van die plekjes zijn die BEwerkt kunnen of moeten worden.

(rovto)


07-06-2010

Het blijft kluunen, door Yvonne

"Heb je het boek gelezen?
Heb je de film gezien: 'Er komt een vrouw bij de dokter'?"
"Nee, ik wil hem niet zien en ik wil het boek niet lezen."

Niet begrijpend kijkt men mij aan. "Maar het is zo'n mooi verhaal."
Kan me niet schelen. Ik heb mijn eigen verhaal: 'Er komt een man bij de dokter'.
Dat vond en vind ik helemaal geen mooi verhaal.
Tijden veranderen. Zo heb je een 'normaal' gezin en zomaar is dat verdwenen.

Redelijk gelukkig

Na tien jaar kan ik er nog steeds niet tegen. De confrontatie met boeken over doodgaan brengen teveel emoties met zich mee. Ik heb me vaak afgevraagd hoe dit komt.
Heb ik het niet goed verwerkt? Wat is goed?
Ik denk dat ik het maximaal heb verwerkt. Het is een onderdeel van mijn leven geworden. Een onderdeel dat altijd pijn zal blijven doen, soms iets meer, soms iets minder en soms nog erg heftig.
Ik leef weer mijn leven. Ik heb een schat van een vriend, zonder wie ik af en toe gek zou worden, en schatten van kinderen waar ik af en toe gek van word.
Ik heb een geweldige baan met schatten van collega's. Ik ben redelijk gelukkig.

Incompleet

Maar wat blijft is het incomplete gezin, je kinderen die altijd hun vader zullen missen, de belangrijke beslissingen die je alleen moet nemen, de verantwoordelijkheid die je daarvoor altijd alleen blijft dragen, het niet meer samen kunnen terugkijken naar vroeger en wat er van ons geworden is.
Het kost enorm veel energie om een nieuwe relatie op te starten. Er zijn geen vanzelfsprekendheden, de communicatie vraagt veel aandacht, je bent meestal met twee onvolledige gezinnen met ieders eigen cultuur.
Acceptatie van de nieuwe partner is en blijft moeilijk voor de kinderen. Hij mag en zal zeker niet de vaderrol overnemen. Dat brengt spanningen met zich mee en daar moet je toch weer zelf mee om leren gaan. Soms weegt dat alles zwaar en zou ik graag me nog eens even licht als een veertje voelen, zoals ik me dat vroeger ooit voelde.
Dat is letterlijk, maar vooral figuurlijk al lang geleden. Ik sta stevig, heb wat kilo's in de strijd te gooien en dat heb ik soms ook nodig. Dus behalve lak aan Kluun, heb ik ook lak aan Sonja.

Vallen en opstaan

Er wordt door mij niet 'geBakkerd', er wordt door mij niet naar de bewuste film gekeken.
Ik kluun gewoon verder met vallen en opstaan.
Het kan vriezen en het kan dooien (in Nederland zelfs tot in mei…).
Soms glijd ik soepeltjes en soms struikel ik als mijn ijzers niet scherp geslepen zijn.
Maar met al dat geklungel en gekluun, sta ik iedere keer toch weer op.
Al bijna tien jaar.

Yvonne