Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de edities juni en juli 2008


09-06-2008

Hoofdredactioneel

De tijden veranderen...


Toen lotgenoot Bert Vos oktober 1998 met dit Internettijdschrift begon, stond Internet nog in de kinderschoenen. Het was niet iedereen gegeven om ook thuis over een PC te kunnen beschikken, laat staan over een internetaansluiting.
Tegen het fenomeen Internet werd nog wat argwanend aangekeken: je zou er wel eens verslaafd aan kunnen raken…

Inmiddels zijn we bijna tien jaar verder en zijn er in bijna elk huishouden wel een of zelfs meerdere PC's te vinden. En we surfen wat af met z'n allen, hiervoor handig gebruikmakend van allerlei zoekmachines die de afgelopen jaren eveneens als paddenstoelen uit de grond omhoog zijn geschoten. Dezelfde zoekmachines dankzij welke wij de Draaikolk hebben weten te vinden.

Het betrekkelijk kleine internetwereldje van voorheen heeft inmiddels gigantische vormen aangenomen. Tik een willekeurige zoekterm in en je wordt overspoeld met informatie over allerlei zaken, maar… ook over jou. Een favoriet tijdverdrijf van menigeen.
Naast de voordelen kan het dus ook minder prettige 'bijwerkingen' hebben, reden waarvoor de Wet bescherming persoonsgegevens in het leven is geroepen.

Alle recente publiciteit omtrent de bescherming van de privacy van burgers hebben ook z'n weerslag gehad op de Draaikolk. Ik heb hier al eens vaker over geschreven. Diverse lotgenoten hebben om deze reden om verwijdering van hun reacties uit het archief gevraagd. Dit vergt veel tijd.
Eén lotgenote is zelfs zover gegaan dat zij - geheel onnodig - het 'College bescherming persoonsgegevens' op mijn dak heeft gestuurd. Niet dat de Draaikolk berispt is of zo. Nee, het betrof een verzoek om een over het hoofd geziene en dus nog in het omvangrijke archief achtergebleven tweetal reacties alsnog te verwijderen. Dit was uiteraard geen enkel punt, maar dat zij ervoor gekozen heeft om dit op deze manier 'te regelen', dat heeft mij persoonlijk zeer gekwetst omdat de Draaikolk hierdoor onterecht in een kwaad daglicht wordt gesteld.

Tja, het zat er al aan te komen. De tijden veranderen…

Gezien het bovenstaande voel ik mij dan ook genoodzaakt om per 1 juni 2008 de volgende veranderingen door te voeren:

bij de rubriek 'Reacties van lotgenoten' wordt de volledige naam en het e-mailadres van de afzender niet langer vermeld; in plaats daarvan wordt een afkorting gebruikt van de eerste twee letters van de voor- en achternaam

de rubrieken 'De Mailbox' en 'Ik denk aan jou' zijn samengevoegd tot één Mailbox waarin alle persoonlijke gegevens van de deelnemende lotgenoten staan, inclusief de speciale gedenkdagen waarop men graag een mailtje als steun van een lotgenoot/lotgenote zou willen ontvangen en inclusief hun afkortingen

bij de (grotere) bijdragen van lotgenoten in de actuele editie worden de e-mailadressen niet meer vermeld; de volledige voor- en achternaam nog wel totdat de bijdrage na een maand naar het archief verhuist, dan wordt de naam eveneens vervangen door een afkorting

de actuele Mailbox, met alle nieuwe aanmeldingen, wordt zo mogelijk elke maandag per e-mail aan de deelnemende lotgenoten toegestuurd (mits er mutaties zijn geweest)

de Mailbox is om redenen van privacy dus NIET langer openbaar en de lijst met deelnemers wordt uitsluitend verstrekt aan de deelnemers. Het is de deelnemers niet toegestaan om deze gegevens aan niet-deelnemers te verstrekken.

Toch hoop ik dat deze wijziging ook positieve effecten zal hebben.
Dat nóg meer lotgenoten, nu zij niet langer aan de hand van hun naam en e-mailadres vanuit het Draaikolkarchief op het Internet traceerbaar zijn, bereid zijn om hun ervaringen met ons allen op de Draaikolk te delen.
En dat nóg meer, nu nog 'anonieme', lezers actief mee zullen gaan doen door zich ook aan te melden voor
'De Mailbox'.
Ik wacht het in ieder geval vol spanning af.

Monique Vos
Hoofdredacteur De Draa
ikolk

E-mailadres voor reacties: info@draaikolk.com


09-06-2008

Ronkend over De Veluwe en langs De IJssel, de eerste Draaikolk motortoertocht



De motorrijdster

Zondagmorgen 25 mei 2008 rond half tien vertrok ik voor mijn eerste, en hoop ik niet laatste, motortoertocht van De Draaikolk.
Keurig op tijd 'De Goudreinet' in Barneveld gevonden en vast een bakkie genomen met Joke die ook lekker vroeg was.
Langzamerhand druppelden de medereisgenoten binnen.

Ik was de 'mystery guest', omdat ik ontdekt had dat mijn buurjongen uit mijn geboorteplaats mee zou rijden en hij dat niet mocht weten.
Nou, verrassing geslaagd hoor, denk ik, nadat ik het applaus en het harde lachen van de rest had gehoord. Gelukkig wist Peter bijna meteen wie ik was… Iedereen hoorde het rammelen in zijn bovenkamer tot het kwartje viel.

We vertrokken keurig op tijd en met een leuke rit door een mooie omgeving kwamen we via het pontje Bronkhorst binnenrijden. Lekker iets gegeten en gedronken en toen ging de rit door naar Nijkerk waar we gezellig hebben gegeten, gedronken en nagetafeld.
Het was een gezellig clubje en de meesten reden pas rond 21.00 uur weg.

Ik heb het, op een klein buitje in Nijkerk en een klein buitje toen ik die ochtend van huis wegging na, mooi droog gehouden.
Mijn motor had toch nog dorst onderweg en ik haalde dus net niet de Achterhoek zonder te tanken en was rond 22.30 uur thuis. Ik had 370 kilometers op de teller staan en heb geslapen als een os.
Iedereen hartelijk bedankt voor de gezelligheid en wie weet tot ziens!

Groetjes,
hema



De 'verslaggever'

Ik had me opgeworpen als verslaggever, dus heb ik een en ander op papier gezet.

De motortoertocht. Iets heel anders dan wandelen want met elkaar praten met een helm op, en soms nog met oordoppen in ook, lukt niet. Wel een leuk idee.
En wat jammer dat ik niet kan motorrijden. Er hadden zich al meer achteropzitters dan beschikbare rijders gemeld, dus achterop meerijden was ook geen optie. Trouwens, een pak en een helm heb ik ook niet. Ik zou er dus niet bij zijn. Dacht ik.
Toen was er opeens sprake van een 'bezemwagen' en een uitnodiging om daarin mee rijden. Yes! Ik kon toch nog mee.

Op de parkeerplaats bij Barneveld stonden zeven indrukwekkende machines geparkeerd. En wat bleek? Er waren drie stoere meiden onder de rijders: Carla, Herma en Sandra. Wat bleek nog meer? Er waren vier mannen: Adri, Eugène, Peter en Rob (jullie waren ook stoer, hoor) en hiermee is dit volgens mij de eerste Draaikolkactiviteit waarbij de mannen in de meerderheid waren.
Met uiteindelijk drie achteropzitters, Lodewijk, Monique en Ria, bestond de Draaikolk motorclub uit tien personen. Een leuke groep.
De volgauto met drie inzittenden: Ger, Wina en ik, en Joke als uitzwaaister die na afloop ook mee kwam eten, tel ik even niet mee.
Daar gingen ze en wij er in de auto achteraan. Het was een schitterend gezicht en oh wat vond ik het jammer dat ik niet op een motor zat. Het was heel gezellig hoor in de auto, maar ik vond wel dat ik er niet echt bij hoorde.


De route was prachtig. We reden via Apeldoorn en een overtocht met een veerpont over de IJssel naar Bronkhorst, de kleinste stad van Nederland, een soort openluchtmuseum. Daar konden de pakken uit en de helmen af en hebben we heerlijk geluncht en gepraat. Iedereen was nog erg enthousiast en niemand wilde in de bezemwagen…

Het tweede deel van de route was ook weer heel mooi en leidde via Zutphen en Deventer naar eindpunt Nijkerk. Daar hebben motorrijders een status aparte want, terwijl het moeilijk was om een parkeerplaats voor de auto te vinden, mochten de motoren midden op het plein staan. In 'Het Regthuys' stond de tafel gedekt. Er werd nagepraat en lekker gegeten. De stemming was goed en iedereen had genoten. Rob, het was een heel leuk initiatief en ik begrijp dat het een vervolg krijgt.

Het was best een lange rit geweest, maar alle rijders en ook de achteropzitters hebben de hele rit uitgezeten. Echte bikkels! En niet alleen omdat ze motor rijden.
Tijdens de gesprekken onder het eten heb ik weer bewondering gekregen voor de manier waarop mensen, die een groot verlies hebben geleden, in staat zijn om - weliswaar met vallen en opstaan - hun leven weer op te pakken. Het geeft mij zoveel hoop om te zien hoe andere lotgenoten hun leven hebben ingericht en een balans hebben gevonden tussen enerzijds het verdriet en anderzijds een leven waarin ook plaats is voor genieten en leuke dingen doen. Het zelfvertrouwen dat sommigen uitstralen, zo ver ben ik nog lang niet, maar ik heb alle hoop dat het me wel gaat lukken.

Soms voel ik me een aantal dagen helemaal super en dan ben ik gek genoeg ook weer blij als ik verdrietig ben. Want ik ben soms bang dat er een moment komt dat ik niet meer verdrietig ben en dat verdient hij niet. Ik ben pas anderhalf jaar alleen en ik heb er veel moeite mee dat hij nu al langzaam van me weg lijkt te glijden. Ik wil hem graag in beeld houden.
Van de week fietste ik naar huis en opeens hoorde ik zijn stem die me riep. Ik was vergeten hoe die klonk en opeens hoorde ik hem weer. Ik was er blij mee.

Na deze fijne dag kwam 'the day after'. Een voor mij inmiddels bekend fenomeen waar ik altijd last van heb na een leuke dag.
Het alleen thuiskomen gevoel is jullie allemaal wel bekend, maar ik heb daarna nog wel een hele dag nodig om af te kicken. Ik weet dat van tevoren, maar het was het waard. Ik heb genoten van deze dag.

Rob, bedankt voor het organiseren van deze dag en Ger bedankt voor de uitnodiging om mee te rijden. Daardoor kon ik toch met deze leuke activiteit meedoen.

liho




De 'meegenietster'

Ik heb weer een geweldige dag gehad, een dag om niet te vergeten en met weer nieuwe, leuke contacten. Het is toch wel heel bijzonder dat er in deze keiharde, egoïstische maatschappij zoiets als de Draaikolk bestaat. Helemaal te gek. Ik bedank Rob en Monique dan ook van harte voor het organiseren van deze zo geslaagde dag.

Ik ben nog niet zo lang bij de Draaikolk en regelmatig moet ik afhaken. Maar als ik jullie weer zie, geeft dat een goed gevoel.
Je zou denken dat de mensen van de Draaikolk elkaar al heel lang kennen als je soms eens even stilletjes naar de gesprekken luistert. Het is echt bijzonder. Van mij zijn jullie voorlopig nog niet af.

Monique, dat jij het werk van Bert en jou hebt voortgezet na het overlijden van Bert wordt - daar durf ik voor in te staan - alom gerespecteerd en gewaardeerd.
Hoe zou het op dit moment met de Draaikolk gesteld zijn als jij toentertijd de draad níet had opgepakt? Waarschijnlijk hadden dan alle gezellige bijeenkomsten tot het verleden behoord. En wat is het geweldig dat ter nagedachtenis aan Bert de Draaikolk nog steeds draait.

Natuurlijk had ik niet gedacht dat ik aan deze dag zou deelnemen. Ik vond het dan ook heel leuk door Ger uitgenodigd te worden om in de auto mee te rijden. Het was een cadeautje.

Hartelijke groeten en tot ziens.

Liefs van
wido




Naschrift

Monique en ik hebben het heel bijzonder gevonden om de eerste motortoertocht in Draaikolkverband te mogen organiseren.
Hoewel we ons er terdege van bewust waren dat een motorrit nou niet direct iets is om met elkaar in gesprek te komen, hebben we toch gemerkt dat het, mede dankzij de ingelaste pauzes en het etentje na afloop, tussen lotgenoten weer op een andere manier een band gaf.

Gelukkig zijn we allemaal weer heelhuids teruggekeerd. Zelfs de verhoogde vloer van onze gezellige 'Huiskamer' in het restaurant hebben we overleefd...

We hebben geëvalueerd. De opmerkingen, en die waren alle positief bedoeld, zullen we zeker bij een volgend keer meenemen.

Hoewel we ter plekke met de groep de intentie uitspraken dat we de laatste zondag in mei voortaan zouden verheffen tot "De Draaikolk-motortoerrit-zondag" blijkt deze datum volgend jaar samen te vallen met Pinksteren.

Daarom hebben we de tweede motortoertocht nu in onze agenda gezet voor zondag 17 mei 2009.
Plan hem maar vast in jullie agenda, maar uiteraard weten we allemaal: bij leven en welzijn.

Hartelijke groet,
rovto


22-06-2008

Boekbespreking:

Tot hier zijn wij gekomen.
Een boek voor mensen met kanker en hun partners.

Een openhartig en leesbaar verslag!

Inleiding

Stapels literatuur zijn er geschreven over rouwverwerking.
Meters literatuur zijn geschreven over hoe we moeten omgaan met ernstig zieken en stervenden.
Er is echter maar weinig (wetenschappelijk) onderzoek verricht naar het effect van kanker op relaties. De omvang hiervan valt in het niet bij de voorgaande rubrieken.

Bekend is dat relaties onder zeer grote druk kunnen komen te staan door ernstige en/of langdurige ziektes. Echtscheidingen zijn meer dan eens het gevolg. De relatie tot een onbegrijpende werkgever kan schade oplopen en menigmaal eindigt de partner vóór of na het overlijden van de terminaal zieke in de WAO. Daar bestaan huiveringwekkende statistieken over.
Er ligt een werkelijk grote maatschappelijke kwestie braak, één die bovendien beladen is met fikse taboes en veel druk van de omgeving. Vanuit het oogpunt van preventieve geneeskunde, maar ook in het belang van de collectieve verzekeringen, is hier sprake van een vrijwel braakliggend en onontgonnen terrein.

Dit boek is bijzonder aan te bevelen voor wie de sociaal-psychologische kanten van een ziekte, zoals borstkanker, wil leren kennen; een openhartig en leesbaar verslag!

Aanleiding

Gerard Kind ontmoet Wiepke van Coeveren in 2000 als hij 58 jaar oud is. Hij was in het werkzame leven leraar Nederlands en is 15 jaar eerder gescheiden. Wel had hij in de achterliggende jaren kortdurende relaties met andere vrouwen, maar verder dan verliefdheid kwam het steeds niet.
Wiepke, die veertien jaar jonger is dan hij en twee kinderen heeft uit een eerder huwelijk, blijkt de sexy liefde van zijn leven. Ze besluiten om te gaan trouwen. Nadat ze dat besloten en bekend gemaakt hebben, openbaren zich bij Wiepke kwaadaardige uitzaaiingen van een eerder geconstateerde en behandelde borstkanker. Wat nu? Ze besluiten met elkaar door te gaan.
Al snel ontdekt Gerard dat hij, alle goede intenties ten spijt, niet in de wieg gelegd is als mantelzorger. Hij houdt eindeloos veel van Wiepke en voelt zich ook haar maatje, maar voor haar zorgen, daar had hij zich in de nog verse roes van de verliefdheid niet op ingesteld. Die overgang valt hem zwaar. En voor zover hij objectief gezien voor Wiepke zorgt, faalt hij er in om bij haar het gevoel over te brengen dat hij voor haar zorgt.

Inhoud

Het boek bestaat uit twee, feitelijk uit drie delen. In het eerste en langste deel beschrijft Gerard het verloop van de ziekte van Wiepke en zijn gevoelens daarbij. Ook de ontwikkeling van de relatie komt aan bod: de verdieping én de verwijdering.
Gerard aarzelt niet om heilige huisjes omver te halen. Zijn deel heet dan ook: een groot gebrek aan heiligheid.
Hij kapittelt het grote onbegrip van de omgeving en de druk die diezelfde omgeving desondanks op de partner uitoefent. Hij erkent zijn tekortkomingen, maar houdt de verwachtingen van de omgeving over mantelzorgers voor overspannen. Zij dienen zichzelf immers geheel op te offeren, zichzelf weg te cijferen en onvoorwaardelijk beschikbaar te zijn voor de zieke. Op elke andere houding rust een maatschappelijk taboe van hier tot Keulen.
Maar zieken zijn niet altijd dankbaar of gewillig. Ze hebben soms pijn, zijn vermoeid, gedragen zich onhebbelijk, egoïstisch of anderszins onmogelijk. De communicatie verslechtert doordat het perspectief van de partners in de tijd, maar ook ten opzichte van elkaar, veranderd is. Zelfs het bioritme van de mantelzorger wordt zwaar op de proef gesteld.
De partner ziet het libido van de zieke verdampen, maar kan met zijn sexuele behoeften geen kant op.
Mantelzorgers kunnen niet vluchten. Zij zijn te beschouwen als een gevangene van een situatie waarin zij ongevraagd terecht zijn gekomen. Over doodgaan wordt tegenwoordig min of meer normaal gesproken. Over de gevoelens van de mensen die nabestaanden gaan worden niet.

Aan het einde van deel 1 komt Wiepke langzaam in beeld. Eerst als commentator en als deel twee begint is zij de eerste verteller. Haar verhaal, deel 2 dus, begint opnieuw in 2000 en eindigt enkele maanden voor haar dood in augustus 2002.
Wiepke beschrijft haar eigen dilemma’s en zoektocht. Samen verhalen ze over hun kruistocht tegen de medische bureaucratie, tegen artsen die niet alle mogelijkheden tegen pijnbestrijding kennen of benutten, tegen de christelijke moraal en soms tegen elkaar.
Haar deel heet: een groot gebrek aan tijd. Alles wat gezegd kan worden, moet immers in korte tijd – zonder veel verkennende voorbereidingen - tegen elkaar gezegd worden.
De dood meldt zich snel. Ze besluiten al vrij snel weloverwogen geen behandelingen meer toe te laten die het lijden verlengen en het leven waarschijnlijk niet. Uiteindelijk sterft Wiepke, in vrede met zichzelf en met haar man.

Evaluatie

Hoe staat het met de sympathie en antipathie in het boek?
Zoveel is duidelijk: ze zijn gek op elkaar. Gerard en Wiepke komen door hun liefde voor elkaar beiden tot leven.
Het pleit voor Gerard dat hij zich openhartig toont. Hij schrijft het verhaal redelijk geordend op. Soms moet je werkelijk naar adem happen.
Anderzijds is Gerard tot op zekere hoogte onmachtig om te doen wat Wiepke en vooral de maatschappij van hem vraagt. Soms is hij een betweter, een wat verzuurde leraar, gescheiden ook, die in het leven nooit veel tegenspraak heeft gehad en meent dat hij méér verstand van geneeskunde heeft dan de arts die tegen hem spreekt.
Zeer veel mannen die in de rol van mantelzorger terechtkomen zullen zich herkennen in Gerard, zeker als ze van zijn generatie zijn. Nooit opgevoed in het verzorgen. Nooit geoefend in verzorgen. Nooit de tijd gehad om zich er in te bekwamen.

Persoonlijk deel ik niet in de slechte ervaring van Gerard en Wiepke met de medische bedrijfstak. Negenennegentig procent is bekwaam, deskundig en toegewijd. Over het Eindhovense MMC hebben wij niets dan goeds te melden. Misverstanden en communicatieproblemen komen natuurlijk altijd wel voor, mede ten gevolge van spanningen, onzekerheden, eigenwijsheid en gebrek aan aanvaarding en realiteitszin.

Kortom, dit boek was een ‘feest’ der herkenning, als de realiteit tenminste niet zo rampzalig was...
Kanker is alomtegenwoordig. Dertig procent van de mensen overlijdt er uiteindelijk een keer aan.
Dit boek helpt mensen, met name partners, te aanvaarden dat je niet de enige bent die worstelt met bepaalde emoties waarvoor je maar bij heel weinig, niet-met-een-op-voorhand-afwijzend-oordeel-beladen mensen terecht kunt.
Verplichte kost ook voor oncologieverpleegkundigen.

pila

Tot hier zijn wij gekomen. Een boek voor mensen met kanker en hun partners. - Gerard Kind en Wiepke van Coevorden; Uitg. Lannoo, België/Tielt 2002, ISBN 90-209-5001-0, 250 blz.; € 17,95

Naschrift:

Het gebeurt wel vaker dat er boeken worden besproken of dat er in de rubriek 'Nieuw verschenen boeken' uitgaven verschijnen die weliswaar van oudere datum maar nog wel leverbaar zijn. Veelal op verzoek van de redactie worden de boeken door de uitgever toegestuurd. Zo ook dit boek dat wij onlangs van de uitgever ontvingen.
De uitgever heeft echter inmiddels laten weten dat dit boek net in juni 2008 uitverkocht gemeld is en niet meer zal worden herdrukt.

Maar een boekbespreking kun je ook zien als een verhaal op zich waar je misschien iets mee kunt zonder dat je het boek daadwerkelijk gaat lezen. Er zijn immers genoeg mensen die nooit een (rouw)boek oppakken maar die op deze manier toch bepaalde informatie tot zich (kunnen) nemen. Zie de overige boekbesprekingen in het Draaikolkarchief.

220608


23-06-2008

Garderen, een majestueuze wandeling door 'het bos met de dansende bomen'


Je komt alleen, maar staat niet alleen!

Zondag 15 juni jl. was mijn eerste Draaikolkwandeling in Garderen.
Weken stond de aankondiging op de activiteitenlijst en pas op het allerlaatste moment, toen het voor slechts twee deelnemers nog maar mogelijk was om in te schrijven, heb ik moed verzameld en gedacht: nu is het moment.

Van Anneke kreeg ik een bemoedigend mailtje terug en ja, de zondag naderde al snel. Autorijden is voor mij geen punt, maar het vinden van de route wel. Jan was eigenlijk altijd mijn piloot. Maar goed, de route uitgeprint, wegnummers in mijn hoofd geprent en op weg gegaan. Onderweg dwalen mijn gedachten aldoor af. Het is vreemd om zo'n eind alleen te rijden. Meerdere keren reden we hier samen op weg naar mijn ouders die in Putten een stacaravan bezitten. Je zou zeggen, dan moet de route bekend zijn, maar ja, eigenlijk waren we onderweg altijd aan het praten… 'Oh ja, opletten Yvon, niet teveel afdwalen.'
De snelweg af bij Stroe en richting Garderen. De bossen komen naderbij en in Garderen schijnt de zon. Op naar het Boshuis in Drie. Er staan al veel auto's geparkeerd. Zullen dat allemaal Draaikolkers zijn?
Dan slaak ik een diepe zucht en zeg tegen mezelf: "oké, nu ga je naar binnen en bedenk: als het niets is, hoef je deze mensen niet meer te zien."

Binnengekomen word ik verwezen naar het terras waar vier dames heerlijk aan de koffie met een stukje appeltaart zitten. Nou geen stukje, maar je krijgt bijna een complete taart op je bordje. Nou, de lunch kunnen we wel overslaan…
Langzaam druppelen er meer mensen richting terras en de kring wordt uitgebreid. Jammer genoeg jaagt de regen ons naar binnen, maar netjes geregeld: voor de rest van de dag is de "Jachtkamer" tot onze beschikking.

Met elkaar zitten we aan een lange tafel en de gesprekken komen eigenlijk als vanzelf op gang. Na nog een rondje koffie gaan we vertrekken. Er is gekozen voor een korte wandeling door het oudste bos van Nederland. Het is inderdaad prachtig met die majestueuze bomen en het zonlicht dat door het bladerdek valt.
Onder het lopen heb ik met verschillende mensen gesproken en dat zie ik ook om me heen gebeuren. Contact gaat als vanzelf en verloopt soepel. Ja, we hoeven ook niet naar een onderwerp te zoeken, want we willen allemaal praten over het verlies van onze partner.

Geregeld staan we stil bij bomen waar zogenaamd kunst in is verwerkt, zoals bijvoorbeeld een boktor. Ook het Solse gat hebben we bekeken. Het Solse gat is een merkwaardig groot gat in de bodem vermoedelijk ontstaan door een enorm brok smeltend ijs in de ijstijd.

Teruggekomen in het Boshuis gaan we met z'n allen even een glaasje drinken waarna de maaltijd wordt opgediend. Het is fijn om een avond niet alleen te hoeven eten en met een gezelschap aan tafel te zitten. Ook nu gaan de gesprekken als vanzelf.
Het dessert wordt als een spetterend vuurwerk opgediend, ja eigenlijk als een soort lichtpuntje want het is toch wel heel bijzonder om zo'n middag met elkaar te beleven. Uit alle richtingen van het land zijn we bijeengekomen en om dan met elkaar zo'n warmte te voelen en te beleven, vind ik bijzonder.

Ook vond ik het fijn om de mensen te ontmoeten waar ik al eens mee had gemaild. Dan zie je zogezegd 'de mens achter de mail'.
Maar mochten er nog mensen zijn die twijfels hebben om zich aan te melden voor een Draaikolkactiviteit: schroom niet. Het is fijn om elkaar te ontmoeten, te praten en de warmte te voelen. Je komt alleen, maar staat niet alleen!

Ik denk dat velen van ons nog een keer teruggaan naar het Boshuis in Drie om nogmaals in dit schitterende bos een wandeling te maken.

yvjo


Een plek vol herinneringen

Toen Garderen bij de oproepen stond, schreef ik mij gelijk in.
Die prachtige bossen waar je eindeloos kunt lopen, soms ook wel een beetje verdwalen. Die mooie oude bomen en het bijzondere effect wanneer het vocht verdampt door de warmte van de zon en er een mist boven de grond hangt. Prachtige wandelpaden waarbij je je kunt voorstellen dat je honderden jaren terug bent in de tijd.

Onderweg rekende ik uit hoelang het eigenlijk geleden was dat wij Garderen "ontdekten". Het zal ongeveer twintig jaar geleden zijn geweest. Regelmatig kwamen wij er terug om een weekendje "bij" te komen, vaak ook in de winter of het voorjaar, dan is het daar heerlijk wandelen.
Het "Boshuis", waar wij hadden afgesproken en 's avonds zouden eten, was voor mij welbekend. Door de jaren heen hadden wij er vaak vertoefd. Vanuit het hotel waar wij meestal waren was het ca. 5 km lopen, dus een lekkere wandeling om dan even te onderbreken en wat te eten of voor koffie met de welbekende appeltaart.

Bij de parkeerplaats kwam ik al gelijk een lotgenote tegen. Wij kenden elkaar niet, maar toch "herkenden" wij elkaar. Zou dat lichaamstaal zijn? Omdat het nog wat vroeg was liepen wij gelijk een stukje het bos in.
Teruggekomen zochten wij in het zonnetje een plekje op het terras. Iedereen druppelde binnen. Zoals altijd was de sfeer gelijk weer "warm". Binnen niet al te lange tijd zat iedereen achter de koffie met appeltaart.
Toen kwam het eerste buitje, maar geen nood, we hadden de 'Jachtkamer', waar we al snel een plekje vonden.

Toen het droog was gingen wij op pad. Voor alle zekerheid regenjassen en paraplu's in de aanslag. De gesprekken onder de wandeling met "oude "en "nieuwe" lotgenoten doen goed. Er wordt ook veel gelachen, daar zijn deze dagen natuurlijk ook voor.

Soms liepen wij op plekken waar bij mij de herinneringen ineens naar boven kwamen. Het is bizar, het oude en het nieuwe leven op dezelfde plek. Het nieuwe leven wat je helemaal niet wilde, maar wat je ineens krijgt en waar je aan moet wennen.
Het is verwarrend dat je toch loopt te genieten en blij bent dat je de hondjes zo lekker ziet rennen en uit hun dak ziet gaan in een modderpoel en dat je een tel later ineens de pijn voelt van het verlies.
De wandeling was geweldig door dat prachtige bos dat zo heerlijk rook. Een enkel keertje moesten de regenjassen gepakt worden, maar verder was het ideaal wandelweer.
Teruggekomen in de 'Jachtkamer', was het gezellig. Het eten was heel goed. Veel te vlug was het weer tijd om afscheid te nemen.

De tafel, voor de deur naar de jachtkamer, was de tafel waar wij de laatste keer zaten te eten. Ik denk zo'n vier jaar geleden.

Vanmorgen keek ik naar de foto's die in mijn werkkamertje hangen. Op een foto, gemaakt op het terras van het Boshuis, staat Joop met koffie en een groot stuk appeltaart. Het koppie van de toen nog jonge Fun steekt boven de tafel uit.
Toen kwam er wel eventjes een flinke huilbui. Het is maar goed dat je alles niet van tevoren weet. Even later kwam onze zoon binnen met een prachtige Hortensia, want het was onze trouwdag.

Maar toch, ondanks alle soms verwarrende gevoelens was het een hele fijne dag. Jannie en Anneke hartelijk bedankt.
Allemaal bedankt mensen, want met elkaar hebben wij het toch weer erg fijn gehad.

anbo


Ik vind het iedere keer weer bijzonder om te ervaren dat de gesprekken, met mensen die je niet kent, zo spontaan en makkelijk verlopen

Zondag 15 juni heb ik meegewandeld in het immens grote bos in Garderen.
Door de deelnemerslijst wist ik dat ik, voor mij, veel nieuwe gezichten zou zien.
Op het terras van het Boshuis maakten we kennis met elkaar onder het genot van koffie, thee en een flink stuk appeltaart met slagroom.
Toen er wat spetters naar beneden kwamen verhuisden we naar 'de Jachtkamer'. Deze kamer stond de hele dag tot onze beschikking.
Ik vond het leuk om ook weer een paar bekenden te zien. De groep bestond uit een man (vrouw!) of 20. De mannen waren wederom ver in de minderheid. Wat is dat toch, dat zij het zo massaal laten afweten?

Het Boshuis, de naam zegt het al, ligt midden in het bos en de omgeving is werkelijk schitterend mooi.
Ik vind het iedere keer weer bijzonder om te ervaren dat de gesprekken, met mensen die je niet kent, zo spontaan en makkelijk verlopen. De zon brak door en al pratend en luisterend banjerden we maar door. Het bos was zo groot dat we af en toe moesten stoppen om zeker te weten of we wel de goede kant op gingen.

Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Mensen lopen in groepjes of met zijn tweetjes en soms even alleen. Ik heb met veel verschillende lotgenoten gesproken en op een gegeven moment trof ik, de één na de ander, die hun partner van het een op het andere moment verloren hadden. Dat hakte er goed in bij mij. Dat zijn zulke verdrietige verhalen, die je soms niet eens kunt vatten. Ik dacht steeds: jeetje, wat erg is dat.

Af en toe was de zon weer weg en vielen de druppels naar beneden, maar met die grote overhangende bomen bleven we toch redelijk droog. Ik weet niet meer hoe lang we gewandeld hebben, maar de tijd ging snel.
Na de wandeling keerden we terug in de Jachtkamer. De sfeer was goed, de gesprekken gingen door.
Iets wat de gemoederen bezighoudt is de nieuwe opzet van de Mailbox. En al snel blijkt dat er tegenstanders zijn en voorstanders. Iedereen heeft zijn eigen redenen om de nieuwe opzet goed te vinden of om er niet blij mee te zijn. Maar voor of tegen, de sfeer werd er niet minder om.

Zoals altijd ervaar ik een lotgenotendag als zeer intensief. Op een redelijke tijd was ik weer thuis. Ik was ontzettend moe. Om alles even te laten bezinken nam ik, zodra mijn zoon in bed lag, nog een glas wijn en daarna dook ik mijn bed in.
Voordat ik in bed stapte wilde ik de computer nog even afsluiten toen ik zag dat Anneke mij in een mail meldde dat mijn bankpas in het Boshuis gevonden was. Ik had het ding niet eens gebruikt en ook nog niet gemist. Wat ben ik blij dat ie gevonden is.

Ik wil de initiatiefnemers, Anneke en Jannie, hartelijk danken voor de mooie wandeling en de goede organisatie!

Vriendelijke groet,
mabl


Wil je ook een keer meewandelen? Hou de rubriek
'Oproepen etc.' dan goed in de gaten en meld je tijdig aan.
Of: neem zelf het initiatief, prik een datum en mail jouw oproep naar e-mailadres: info@draaikolk.com


08-07-2008

De kat als praatpaal

Mijn eerste vakantieweek zit er op.
Of het nou komt door die vakantie - ik krijg veel de gelegenheid te oefenen in het alleen zijn - of door iets anders, feit is dat ik weer eens lekker in een dip zit. Ik ben zo moe van al het gemis en verdriet, ben het zo hartgrondig zat.
Vanavond, onder het bereiden van een klontloos kaassausje voor de macaroni, bedacht ik me waar ik kennelijk mee bezig ben en dat het hoog tijd is om op m'n schreden terug te keren.
Vechten tegen de windmolens van het verdriet: is er een zinlozere bezigheid te bedenken?
Ik hou me de laatste tijd onledig met het streven naar "het hebben van minder verdriet". De noodzaak van deze tijdspassering en emotionele investering is me door niemand anders aangepraat dan door mezelf!

Laag van ondoordringbaarheid in de verdrietige ziel

Ik probeer afleiding te zoeken. Ik herlees de rouwliteratuur waar ik me gedurende het eerste post-Wim jaar zo fanatiek aan 'vergreep', doe schoonmaakklussen, schrijf naar deze en gene, maak wandel- en/of fietsafspraken etc. Het zet allemaal geen zoden aan de dijk en ondertussen vloeien de tranen weer rijkelijk, zoals op echte ouderwetse huildagen waarvan ik, naar nu weer blijkt onterecht, dacht die achter me gelaten te hebben. Zelfs de goede berichten vandaag van een goede vriend, die bezig is zijn acute leukemie de baas te worden, maakten me niet blij. Die laag van ondoordringbaarheid in de verdrietige ziel laat nergens luchtgaatjes toe, zelfs niet als de bezitster ervan hoort dat iemand om wie ze veel geeft zijn levensbedreigende ziekte lijkt te gaan overwinnen…
Van die ervaring alleen al raakte ik vanmiddag erg van streek. Diepe twijfels, omtrent mijn vermogen om anderen net zo belangrijk te vinden als mezelf, sloegen toe: kan ik nog wel blij zijn, waar ben ik in vredesnaam mee bezig, wat gebeurt er met me en meer van dit soort vragen deden een weinig succesvol beroep op mijn begripsvermogen
Wie weet de antwoorden? Ik haak even af.

Tot nu toe heb ik geen moment de neiging gevoeld om me te isoleren, me van de hele zo irritant aanwezige en heftig doorlevende buitenwereld geen sikkepit aan te trekken en me op te sluiten binnen de vier muren van m'n eigen huis met als enige gesprekspartner Teun, de kat. Hem zal het een zorg zijn of ik huil en zo ja, hoe vaak op een dag, zolang de tranen maar niet op zijn mooie, glanzende vacht vallen.

Ondoordringbare muur van onbegrip voor mezelf

Ik ben met open vizier, haast argeloos het rouwproces tegemoet getreden en met een flinke dosis (over)moed de uitdaging van het verdriet, het gemis en de pijn aangegaan.
In plaats van daarvoor zo langzamerhand een beetje beloond te worden, word ik geconfronteerd met een ondoordringbare muur van onbegrip voor mezelf, die ik met boosheid probeer te slechten. En dat geeft alleen maar frustraties.

Misschien moet ik het maar gewoon doen, al is het maar voor één dag: de deur op slot, me wentelen in zelfmedelijden en aan de kat vertellen hoe moeilijk ik het heb.

Ik wil even niet flink zijn.

gedjo


14-07-2008

Rouwen door te doen

Voor het eerst schrijf ik.
Is het een kwestie van de drempel over durven gaan? Nee, durven is het probleem niet. Het ergste dat kan gebeuren is dat niemand reageert. Soit, denk ik dan dapper. Als ik niet schrijf reageert er ook niemand. Maar dan hoef ik ook geen reactie te verwachten. Dát is dus het verschil.
Maar nee, bang ben ik niet. Hooguit de angst vreemd gevonden te worden.
Op mijn dorp vinden ze me vreemd. Ikzelf sta soms wat raar te kijken. Ik ken niet zoveel rouwenden, maar degenen die ik ken doen allemaal anders. De enigen die me helemaal normaal vinden zijn mijn dochter en mijn kamergenoot op het werk.

Veranderen

Na de dood van mijn maatje, onverwachts en razendsnel, ben ik begonnen het huis te veranderen. De dag na de crematie ging het meubilair voor een belangrijk deel de deur uit en werd de witkwast ter hand genomen.
Hij verzamelde. Hij verzamelde informatie en tastbare herinneringen. Bij de Milieustraat werd ik vaste klant en nog staat het huis vol.
Het donkerbruine plafond werd wit, de bijna zwarte vloeren lichtgekleurd. Het bruin werd vervangen door licht en kleur. Met elke streek wist ik mezelf te overtuigen van het feit dat hij er niet meer is, anders had dit luchtig maken nooit gekund.
Na al dat werk was ik moe.

Ontwortelen

Na een korte pauze kwam de tuin aan de beurt. Veertig bomen en struiken zijn eruit gesloopt en nu groeit het gras en starten er wat bloemen. Met elke boom die uit de grond werd getrokken, ontwortelde zich een stukje van mijn ziel. Dat moest, dat rauwe. Zó rouwen.
In de loop van het jaar wordt de tuin ingericht. Hij zal zichzelf wel ontwerpen tot wat bij ons hoort. Net zoals dat langzaam met het huis gebeurt.
Nee, ik jaag de geest van mijn maatje er niet uit. Ik maak ruimte voor mijn dochter en mij. Voor een andere toekomst dan wij ons voorstelden, maar wel voor de toekomst.

Tussen de bedrijven door vonden de moeilijke dagen plaats: de dagjes uit, de verjaardagen van mijn dochter en van mij. Tussen de bedrijven door wist ik mijn werk weer enigszins op te pakken en mijn dochter naar haar schoolovergang te coachen.

Mijn 'Waterloo'

Mijn 'Waterloo' vind ik voorlopig in de aanleg van een terras. Vanuit diverse plaatsen in het land heb ik via Marktplaats tegels gesprokkeld. Er is zand gestort. Het ligt al op zijn plaats. Maar ik heb nog niet uitgezocht hoe ik daar nu op een goede wijze die tegels op leg. Het geeft niet. Het komt nog wel.
En weer ben ik even moe.

Het niets doen

Volgende week begint de vakantie. Maar voor mij geen vakantie, alleen maar: geen werk.
Volgende week ben ik ook zonder mijn man.
Volgende week begint het niets doen.
Ik hoop het niet, want wat moet ik dan doen? Ik rouw door te doen. Zoveel begrijp ik er inmiddels van.
Volgende week vertrek ik met mijn dochter naar het huis waar hij is overleden. Naar de plek waar ik hem met Pasen heb verstrooid.

Gelukkig is het dak lek...

mapet


Terug naar index Archief
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren