Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Alle teksten uit de edities juni en juli 2007
1 juni 2007
Hoofdredactioneel: Verbondenheid
Tijdens een etentje met lotgenoten viel me op dat de meerderheid de trouwring niet langer om had. Daar is op zich natuurlijk niets mis mee, maar het maakte mij ervan bewust dat ook ik wat dit betreft een ontwikkeling heb doorgemaakt.
Eric gaf niet
om sieraden. Hij hield niet van opsmuk maar van eenvoud. Zijn
horloge en ja, na enig aandringen van mijn kant ook onze trouwring,
was het enige wat hij droeg. In zijn laatste levensjaar verloor
hij zijn ring tijdens het sporten. Hij leek er niet zo van onder
de indruk, maar ík vond dat wel erg want voor mij stonden
onze ringen symbool voor onze verbondenheid met elkaar.
Na zijn overlijden had ik dus alleen nog mijn eigen trouwring
over. Ik heb er twee briljantjes bij laten zetten en ik ben deze
vervolgens blijven dragen totdat Bert en ik onze eigen trouwringen
gingen uitzoeken.
Ook Bert is zijn ring blijven dragen. Ook toen wij samen waren,
vonden wij dit heel vanzelfsprekend want er is geen moment geweest
dat we ons níet getrouwd hebben gevoeld. Het was voor hem
dan ook bijzonder pijnlijk dat moment waarop de juwelier de trouwring
van hem en Janny moest doorzagen om die van ons te kunnen aanmeten.
Niet omdat de ring af moest, want daarvoor zou immers die van
ons samen in de plaats komen, maar het feit dat deze - bovendien
door de inscriptie heen - doorgezaagd moest worden
Tijdens Berts
ziekenhuisopnames kreeg ik steevast met veel tegenzin zijn trouwring
in mijn hand gedrukt met de mededeling dat ik hem vooral niet
moest kwijtraken en dat hij hem direct weer terug wilde hebben
zodra hij na de operatie weer bevrijd was van zijn infuus. Zonder
zijn ring voelde hij zich zo kaal, zo ongetrouwd.
Maar nadat hij 'uitbehandeld' was verklaard, begon het vermageren
en ondanks dat we wisten dat hij nooit meer aan zou komen, heb
ik zijn ring toch nog een keer naar de juwelier teruggebracht
om te laten verkleinen. Nadat na een paar weken nog net op het
nippertje kon worden voorkomen dat de ring in de toiletpot zou
belanden, was het moment aangebroken en kreeg de ring een definitief
plekje in mijn byjouteriedoos. Er werden dit keer weinig woorden
aan vuil gemaakt, maar zijn blik sprak boekdelen.
En mijn ring? Vanaf het moment dat die van hem steeds ruimer kwam te zitten, kreeg ik - voor het eerst op die plek - precies onder mijn trouwring last van eczeem. Ik heb het regelmatig behandeld, maar het werd steeds schraler en pijnlijker. 'Waar je mee omgaat, word je mee besmet' en dus kon ik hier de symboliek wel van inzien. Ook ik heb de mijne uiteindelijk afgedaan en naast die van hem gelegd. Het was zo.
Mijn blik op
die handen van lotgenoten aan tafel bracht dit alles weer naar
boven. Maar ook wat mijn gevoel betreft, realiseer ik mij dat
er iets veranderd is. Vanaf het moment dat Bert overleed, heb
ik niet langer het gevoel gehad dat ik (nog steeds) getrouwd was.
Een paar maanden geleden tijdens een avondje uit met een (gescheiden)
vriendin in een leuk bruin café/restaurant riep ik, zo
om me heen kijkend naar de jongelui, ineens uit: "hè,
wat gezellig, ik voel me net weer een vrijgezel", om
vervolgens wat lacherig tot de conclusie te komen dat ik dit toch
feitelijk ook ben. Van weduwe tot vrijgezel in acht jaar tijd
Tja.
Blijkbaar geldt ook hiervoor dat elke situatie weer anders is
en dat een eerdere ervaring geen blauwdruk hoeft te zijn voor
een volgende ervaring. Ik zal daaraan proberen te denken wanneer
ik me weer eens al te nadrukkelijk wil gaan baseren op ervaringen
uit het verleden. Zonde van de tijd.
Hoe dan ook, die verbondenheid met Eric en Bert zal altijd blijven,
ook zonder ringen, want die is er in mijn hart.
Wil je reageren? Stuur jouw reactie dan naar:
Monique Vos, e-mailadres: info@draaikolk.com
Monique Vos
Hoofdredactrice
De Draaikolk
19 juni 2007
Impressie lotgenotenontmoeting 10 juni jl. in Soest
Het is tien uur en de
bel gaat. Ik weet dat Ingrid voor de deur staat. Mijn zoon doet
open en ik hoor een vriendelijke stem. Ik ben net klaar met aankleden
en loop naar beneden. We zien elkaar voor het eerst. Het is best
spannend, tijdens de mail klikte het, maar hoe is ze in het echt?
Gelukkig, ik zie een leuk mens mijn huis binnenkomen. Ik zet koffie
en er valt geen moment een stilte.
Mijn zoon gaat naar een vriendje en wij gaan op weg naar Soest,
op zoek naar het Derde Erf. Onderweg bespreken we of we er nou
wel echt behoefte aan hebben, aan een ontmoeting met lotgenoten.
We besluiten dat als we het niets vinden we gewoon weer weg gaan.
Dan rijden we het parkeerterrein op bij het Derde Erf. Er staat
een man bij de ingang. Hij stelt zich voor en wijst ons de groep
op het terras. De groep is al redelijk groot, het voorstellen
kan beginnen. Ik doe mijn best de namen te onthouden, maar dat
lukt niet echt.
Ingrid en ik gaan eerst koffie en thee kopen, dat is lekker veilig,
maar dan weer naar buiten. Het is te zien dat een aantal mensen
elkaar al kent, want er vinden hartelijke ontvangsten en zoenen
plaats. Ik drink mijn thee en observeer de groep. De enige die
ik direct herken is Monique.
We zijn niet de enige nieuwkomers. Iedereen wordt welkom geheten
door Ria Peters. We gaan beginnen aan de eerste 5 kilometer.
Onderweg loop
ik samen met Ingrid op. Het is toch wel moeilijk om zomaar naast
een wildvreemde te gaan lopen, daarbij lopen we een lang stuk
op een heel smal pad, zodat je wel achter elkaar moet lopen.
Er wordt onderweg veel gekletst, niemand loopt in zijn eentje.
Een mooi gebied mogen we niet in vanwege het broedseizoen. De
zon komt door, de tijd gaat razend snel voorbij, want voordat
ik het weet gaan we weer terug naar het Derde Erf.
Ik hoor de naam Geke vallen. "Hé, ben jij Geke?
Ik heb met jou gemaild, ik ben Marion." Het is leuk om
te zien met welke persoon ik via de mail heb gesproken. Geke,
de volgende keer spreken we met elkaar, o.k.?
We blijken een rondje te hebben gewandeld. Het is dat het gezegd
wordt, want met mijn ruimtelijke inzicht had ik dat niet door.
Terug op het terras haalt iedereen iets te drinken. Er vormen
zich groepjes om de banken met een tafel in het midden. Daar zit
je dan, met mensen die je totaal niet kent. In het 'gewone leven'
zou ik er niet over peinzen om een hele dag met vreemden te vertoeven,
maar we verkeren niet in het gewone leven. We hebben allemaal
een verlies geleden. We hebben allemaal de Draaikolk opgezocht.
We hebben er blijkbaar allemaal behoefte aan gelijkgestemden te
ontmoeten. En het voelt goed.
Aan de tafel waar ik zit, wordt niet gesproken over het verlies
dat we hebben geleden. Maar ja, ik ben nieuw, Ingrid is nieuw
en nog een man en vrouw om de ronde tafel zijn nieuw, dan is het
toch nog even aftasten. Wel praten we over de Draaikolk.
Na het uitrusten
is het tijd voor de volgende 5 kilometer. Mijn voeten branden
in mijn laarzen en ik hoef niet zo nodig nog een keer te wandelen.
Ingrid blijft ook op het terras en met ons nog drie lotgenoten.
De groep vertrekt en Ingrid en ik gaan bij de andere drie zitten:
bij Piet, Marina en Wally. Ik pak een makkelijke stoel en direct
ontstaat er contact. We hebben heerlijk in het zonnetje zitten
praten. Het is bijzonder dat er geen enkele gêne is, het
is alsof je al lang goede vrienden bent.
Ik luister naar het verhaal van Piet, hij heeft het flink voor
zijn kiezen gekregen. Marina, zij vertelt dat na vier jaar het
gemis alleen maar erger wordt. Toch zie ik twee sterke mensen,
dat kan niet anders, want anders zouden zij hier niet zijn. Foto's
worden getoond. Ik reageer op wat de anderen vertellen en op wat
ik herken. Míjn verhaal heb ik niet verteld, misschien
een volgende keer. Wellicht vond ik het nog te moeilijk, wilde
ik niet te emotioneel worden. Ik heb het gesprek als zeer waardevol
ervaren.
De tijd gaat erg snel, de groep arriveert weer. Er worden wijntjes
en biertjes gedronken en het is gezellig. Om half zes kunnen we
genieten van een degelijke en gelukkig ook lekkere biologische
maaltijd.
Na het eten wordt er nog veel gepraat, dan gaan de eersten naar
huis. Er wordt hartelijke afscheid genomen. Van Piet krijg ik
een dikke knuffel, nog dank daarvoor Piet. Ook Ingrid en ik besluiten
naar huis te gaan, we nemen afscheid. Op de terugweg hebben we
geen gebrek aan gesprekstof. Om kwart voor negen ben ik thuis,
ik haal mijn zoon op, drink nog een glas wijn en dan naar huis.
Mijn kind gaat naar bed en dan ben ik weer alleen en voel hoe
ontzettend moe ik ben. Ik probeer hoeveel namen ik nog weet, welke
gezichten ik nog weet en dat zijn ze toch bijna allemaal.
Het heeft toch een grote impact zo'n dag. Als ik naar bed ga,
spoken al die gezichten door mijn hoofd en beleef ik de dag nog
een keer.
Een lieve groet van
Marion Blansjaar, vrouw, geboren 19 juli 1956; partner Jan (63) overleed op 15 november 2006 aan darmkanker; een thuiswonende tienerzoon; e-mailadres: m.g.blanssjaar@planet.nl
Terug van Soest, waar
ik samen met ongeveer 25 lotgenoten een aangename zondagmiddag
doorbracht, liep ik via de trap van het station van mijn woonplaats
naar beneden, naar de uitgang. Opeens kreeg ik een beeld van vroeger
voor ogen: Wim, die me onderaan dezelfde trap stond op te wachten
als ik een dagje zonder hem uit was geweest en me begroette met
de woorden: "Dag schat, hoe was het?" Vervolgens
liepen we naar de auto om gezellig samen naar huis te gaan.
Wat was alles anders geworden. Nu liep ik daar alleen tussen alle
andere reizigers, vol van gedachten, gevoelens, en moe van alle
indrukken die ik had opgedaan.
Ik begaf me
in deze groep lotgenoten, van wie ik een aantal mensen al kende,
met "open mind" en de intentie om er een gezellige en
goede dag van te maken. Dat is wat mij betreft helemaal gelukt.
Terugkijkend ben ik blij met de gesprekken die ik had. Er waren
zoveel mensen die m'n nieuwsgierigheid prikkelden. Jammer dat
je niet aan iedereen toekomt met wie je zou willen praten om nader
kennis te maken.
Ik voelde me op m'n gemak aan de picknicktafel buiten, waar we
tijdens het eten met z'n zevenen omheen zaten, blij met de maaltijd
en met elkaars gezelschap. De onderwerpen van gesprek logen er
niet om. Die varieerden van vervelende familie-omstandigheden
door het overlijden, onverwachte en goede keuzes die vaderloze
kinderen blijken te maken aangaande hun toekomst, toevallige gebeurtenissen
die signalen afgeven en je geloof daarin of je scepsis daarover,
hoe je met je verlies omgaat en de rol die anderen daarbij spelen,
tot en met de redenen waarom je meedoet aan deze lotgenotenactiviteiten.
Het was een
zondag vol intensiteit. Ik ben daar blij mee, omdat het me laat
voelen dat ik leef en dat ik betrokken ben en wil zijn op het
leven en op anderen met een verhaal dat in grote lijnen identiek
is aan het mijne. De herkenning en de confrontatie met mezelf,
die daar het gevolg van zijn, doen me beseffen hoe zeer ik die
ander nodig heb om goed door m'n rouwproces te gaan en er uiteindelijk
gegroeid en gerijpt uit te kunnen komen.
Die contacten met anderen, lotgenoten zowel als vrienden, stellen
me in staat om mezelf, mijn persoonlijkheid een beetje "op
te krikken". Ik moet mijn innerlijke wereld weer opbouwen.
Kennelijk ben ik op zoek naar erkenning, erkenning van en zekerheid
over de moeite waard zijn.
Wim vond mij meer dan de moeite waard; sterker, hij had mij nodig.
Ik vulde hem aan en had een essentiële rol in zijn leven.
Die rol speel ik niet meer. Dat is ineens voorbij en daarvoor
zoek ik nu compensatie. Aan mezelf heb ik (nog) niet genoeg. Er
ontbreekt een stuk en daarvoor is nog niets in de plaats gekomen,
althans niet op bewust niveau. Het resultaat zal een ander leven
zijn, waarin Wim ook op een of andere manier een rol zal spelen.
In het boek "Over rouw" van E. Kübler-Ross en D. Kessler staat hierover op bladzij 45:
"In het helingsproces leren we wie we zijn en wie onze geliefde was toen hij nog leefde. Terwijl we het verdriet doormaken brengt het helingsproces ons op een of andere vreemde manier dichter bij degene van wie we hielden. Een nieuwe relatie begint. We leren te leven met de geliefde die we hebben verloren. We beginnen het proces van reïntegratie en proberen de stukjes die weggerukt zijn weer op hun plek te leggen."
Als reactie
op deze dag had ik het maandag wat moeilijk. De overgang naar
de hele dag thuis alleen en het schoonmaken van de douche en de
wc is ook wel erg groot. Ik stond met een "opgekropt"
gevoel op en de eerste huilbui zorgde voor wat opluchting.
Een paar dagen geleden sprak ik in de supermarkt een kennis. Op
haar vraag hoe het met me gaat, antwoordde ik naar waarheid:
"Het gaat de ene dag beter dan de andere en per dag zijn
er momenten dat het afwisselend goed, minder goed of slecht gaat".
Het viel me meteen op dat ik voor de eerste keer geen tranen
direct achter m'n oogleden voelde toen ik antwoordde.
Zaterdagavond ging er een nieuwe gedachte door me heen. Ik dacht na over het alleen zijn de hele dag en vond dat al een beetje bij me horen. Het is nu eenmaal zo en waarom zou ik alvast niet beginnen met daaraan te wennen. Is mijn andere leven al een heel klein beetje begonnen!?
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
Aan de deelnemers van 10 juni, lopers van het klompenpad,
Ik vond het een hele ervaring, ineens tussen jullie allen te mogen zitten en verhalen te horen van lief en leed. Jammer vond ik het dat ik niet mee kon lopen en ook met de stadswandeling in Amsterdam op 24 juni a.s. was ik graag meegegaan, tja... Zo langzamerhand ben ik het wel gewend, maar soms is het wel een beetje erg spijtig als je niet meer kunt met de benenwagen. Wat heerlijk als je zo met elkaar kunt omgaan.
Wat me natuurlijk
erg opviel is, dat er op het werk vaak geen of te weinig begrip
is voor het feit dat je geliefde partner is overleden en dat je
dus in een groot gat valt van verdriet en allerlei regelingen
waar je hoofd al helemaal niet naar staat.
En toch, wees blij dat je werk hebt of vrijwilligerswerk waardoor
je toch iets anders MOET doen. Dat mis ik heel erg, juist omdat
ik al vier jaar bezig ben/was met APK voor mijn lijf en leden.
Toch ga ik binnenkort weer vrijwilligerswerk doen. Dat zou Peter
ook gewild hebben, "zolang je kunt, blijf bij de tijd."
Wat had ik graag jullie leeftijden gewild. Helaas, ik ben
te vroeg geboren, zeg ik maar.
Al met al, het was een mooie middag. Een middag die ik nog lang zal overdenken en alle namen zal ik niet kunnen onthouden, maar op de computer kan ik altijd de Draaikolk bijhouden. Monique, liefs voor jou maar ook voor alle deelnemers van 10 juni!
Bo Konings-Stolk, vrouw, geboren 10 januari 1931; partner Peter (1925) op 14 augustus 2004 overleden aan Alzheimer; e-mailadres: bo.stolk@hetnet.nl
Wil je ook een keer meewandelen? Hou de rubriek 'Oproepen' dan goed in de gaten en meld je tijdig aan. Of: neem zelf het initiatief, prik een datum en mail jouw oproep naar: Monique Vos, e-mailadres: info@draaikolk.com
27 juni 2007
Single, door Marijke Verhaak
Single. Wat klinkt dit woord vrolijk, frank en vrij! Single zijn, dat staat voor een dynamische leefstijl die je kiest om ongebonden van het leven te genieten, het toont je onafhankelijkheid. "Ik ben single!": wat klinkt dat fier en zelfbewust. Een single kiest een soloreis uit, met andere soloreizigers, bezoekt singleparty's, kan haar (waarom zijn het meestal meiden?) hele salaris uitgeven zonder met een gezin rekening te hoeven houden. Kortom, een bruisende leefstijl. En gelijk hebben ze!
Startpagina
Ik keek eens op internet, waar ik een speciale startpagina voor singles vond. Tot mijn verrassing (niet verbazing) staan de datingpagina's en relatiebemiddelingsbureaus bovenaan. Ik las er weer de ouderwetse termen als 'alleenstaande' en 'alleengaande'. Is dan toch het doel van een single om zo snel mogelijk de helft van 'double' te worden? Is er dan slechts verandering in woordgebruik? Ben je alleen maar single zolang je nog op zoek bent naar de ideale partner? Maak je zo van de nood een deugd?
Weduwe, maar bepaald niet happy
Ineens begrijp
ik het: single is een positief woord, alle andere termen benadrukken
dat er iets ontbreekt. Dat moet het zijn! Maar 'vrijgezel' dan?
Waarom klinkt dat zo tuttig? Terwijl het woord vrij toch ook positief
is? Teveel associaties met oude vrijers en vrijsters? Hoewel vrijgezellenfeestjes
het tegendeel van tuttig zijn. Het einde van de vrijheid vieren?
Ik begrijp het niet zo goed.
Vrijgezel kún je levenslang zijn, maar tot welke leeftijd
kun je single zijn? Is er een leeftijdsgrens? Ik ken de codes
nog niet. Wel vrees ik dat ik er te oud voor ben. Ik ben vierenzestig
en mijn man is twee jaar geleden overleden. Ben ik nu weer alleen
of ook single? Ik voel me erg alleen. Hiervoor heb ik niet mogen
kiezen. De term single is mij te luchtig, vooral als ik de combinatie
happy single lees. Ik ben weduwe, maar bepaald niet happy.
Spelregels?
Kan iemand mij
de spelregels uitleggen? Moet ik er, op mijn leeftijd, naar streven
mezelf single te noemen of geldt dat niet voor weduwen van een
zekere leeftijd? Het woord 'weduwe' klinkt niet bepaald flitsend,
eerder wat sneu. Net als: achtergebleven, overgebleven, nabestaande,
weer alleen zijn.
Ongewild heb ik de burgerlijke staat van 'alleenstaande' weer
gekregen. Voor de belasting ben ik 'erven van'. Al deze benamingen
benadrukken het niet meer compleet zijn. Tot op de dag van vandaag
past dit beter bij mijn gevoel dan een modieuze term. Ik hoop
dat ik me op den duur iets minder incompleet zal voelen.
Marijke Verhaak-Zuidema, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl
1 juli 2007
Twee 55-plussers op een tandem, door Ria Peters en Thea Maes
We hebben elkaar ontmoet op onze eerste ontmoetingsdag van de Draaikolk. Het klikte tussen ons. We vonden veel herkenning bij elkaar. Partner tweeënhalf jaar dood, kinderen de deur uit en we werken beiden parttime in de gezondheidszorg. De eerste rouwperiode hebben we doorgelopen. We herkenden bij elkaar dezelfde levensvraag van dit moment: "hoe ga ik verder met mijn leven?" We hebben behoefte aan "leuke" dingen.
Pubermeisjes
En zo besloten
we om samen een paar dagen met de tandem op de Veluwe te gaan
fietsen. We zijn per slot van rekening weduwe/single/vrijgezel,
de pinksterdagen vóór ons en niemand die op ons
wacht. We hebben een mooie fietsroute uitgekozen die ons door
verschillende dorpjes leidt.
We volgen onze weg via een knooppuntenroute. Heel simpel, maar
niet voor ons. Wij slagen er in om tóch nog te verdwalen.
Dat heb je als je zoveel praat. Het gesprek is zo nu en dan zo
heftig dat we vergeten op de bordjes te letten. Twee mutsen op
een tandem. De voorste heeft het stuur in handen en de achterste
hoeft alleen maar te trappen. Dat valt niet mee als je letterlijk
jaren zelf het stuur in handen hebt gehad.
We voelen ons net twee pubermeisjes. We vertellen geheimen en
giechelen erbij met rode wangen. Stiekem kijken we of we nog leuke
mannen tegenkomen. Die zijn er wel, maar ze zijn bezet. We lachen
veel. We groeten tegemoetkomende fietsers en daar worden we nóg
vrolijker van.
'Rouwlijn'
We zien een oude man met een rollator. Hij schuifelt voetje voor voetje vooruit. Hij houdt een jonge hazewindhond aan een lange lijn. Rennen mag hij nooit, arm beest. Hij moet aan de lijn blijven. Wij voelen ons als in onze tweede pubertijd. Wij willen net als die hond rennen en plezier maken in het leven. Wij willen niet aan de 'rouwlijn' vast blijven zitten. We maken toekomstplannen, maar bovenal zijn we ons ervan bewust om van het moment te genieten en dat we zelf verantwoordelijk zijn voor de inhoud van ons eigen leven. Bittere tranen komen vanzelf wel als je verdriet hebt. Lekker lachen hoort er ook bij, is noodzakelijk. Is zalf op de wond.
Onze nieuwe levensfase is spannend, we zijn vol verwachting. "We staan er open voor".
Ria Peters; e-mailadres: jilmo@planet.nl
en
Thea Maes-Lange; e-mailadres: t.maes-lange@chello.nl
1 juli 2007
Hoofdredactioneel
Over 'koopwoede', een mogelijke 'bijwerking' van verlies verwerken
In de tientallen boeken over rouwverwerking die ik in de loop der jaren heb gelezen, wordt steevast gesproken over een scala aan emoties waarmee wij 'rouwenden' zoal geconfronteerd kunnen worden en die (voor zover je dat nog niet mocht weten) er allemaal bij horen. Om er maar een aantal in willekeurige volgorde te noemen: shock, ontkenning, angst, verdriet, boosheid, woede, opluchting, schuld, schaamte enz. Veel van die emoties heb ik in meer of mindere mate en in verschillende perioden van mijn leven gevoeld. Maar er is nog een andere 'bijwerking' van verlies verwerken die in de literatuur nauwelijks aan bod komt en waar ik in de beginperioden 'last' van heb gehad (of moet ik zeggen plezier aan heb beleefd?), namelijk: 'koopwoede'.
De behoefte aan het doen van 'troostaankopen', zoals het ook wel wordt genoemd, ontstond al vrij snel. Om de stilte van ons lege huis zo veel mogelijk te ontlopen, bracht ik - al winkelend - veel tijd door in het centrum van mijn geboorte- en werkstad Rotterdam. Niet dat dit nou altijd een onverdeeld genoegen was, dat nou ook weer niet. Al rusteloos dolend door mijn favoriete warenhuis, van een afstand naar mezelf kijkend, kwam regelmatig in een flits het besef tot mij: Kijk mij nou. Ik loop hier te winkelen terwijl hij dood is!
Ondanks dat
ik mij ervan bewust was dat dit voor mij - in dit tempo - een
nieuwe gedraging was, vond ik overigens niet dat ik hierin totaal
ongeremd was. Ik kon het voor mezelf goed verantwoorden.
Die geheel nieuwe zomerse garderobe had ik gewoon nodig omdat
ik was afgevallen en van plan was om naar mijn schoonfamilie in
Suriname te gaan. Ik ging immers niet zover dat ik hetzelfde kledingstuk
in vier verschillende kleuren kocht
De vliegtickets die ik schonk aan mijn schoonzus en haar dochter
hadden tot doel dat de familie in z'n geheel (
) bij elkaar
in Suriname kon zijn om het verlies van hun broer en zoon verder
samen te kunnen delen.
De twee briljantjes die ik in mijn trouwring er extra bij liet
zetten, had alles te maken met mijn behoefte om op deze manier
toch mijn trouwring te kunnen blijven dragen. En dat ik dan ook
maar meteen een collier met bijpassende oorbellen bestelde, iets
waaraan ik voorheen mijn geld nooit wilde uitgeven, ach, dat was
gewoon om mezelf een beetje te kietelen.
Die palmtopcomputer, waar ik tot op het moment van aankoop het
bestaan nog niet van afwist, kocht ik puur als tijdverdrijf omdat
mijn toenmalige steun en toeverlaat met gezin op vakantie ging,
waardoor ik mij ineens wel heel erg alleen voelde.
En ja, die computer met alle toeters en bellen eraan, waar ik
tot dan toe ook totaal het nut niet van had ingezien (ik zat er
op m'n werk al zo vaak achter en je zou eens verslaafd kunnen
raken aan internet
), leek me ineens toch wel een nuttige
manier om thuis 'kantoortje te kunnen spelen', om zo al die onwelkome
brieven gericht aan 'de erven van' te kunnen beantwoorden dan
wel terug te kaatsen. En wie weet kon ik via internet te weten
komen of er nog meer mensen waren die net zoals ik hun partner
hadden verloren
En zo wist ik voor elke uitgave wel een goede reden te bedenken.
Ook nieuw voor mij was het in een opwelling weggeven van bepaalde dingen, die nauw met hem verbonden waren geweest. Twee nieuwe maar ongebruikte luidsprekers, die al jaren als extra set niet aangesloten in de huiskamer hadden gestaan maar die achteraf niet geschikt bleken te zijn voor dolby surround, werden door mij - met een gevoel van boosheid - rücksichtslos weggegeven. Zijn favoriete vulpen, zonnebril en racefiets waren hetzelfde lot beschoren. Wat moest ik er nog mee? En ook het doen van nieuwe aankopen voor mensen, van wie ik vond dat ze het wel goed konden gebruiken, werd een nieuw tijdverdrijf.
Natuurlijk wil ik met dit alles niet zeggen dat dit een dermate nuttige tijdsbesteding is die ik hierbij in jullie warme aandacht zou willen aanbevelen. Nee, zeker niet als je hierdoor in financiële problemen terecht zou kunnen komen. Ik wil alleen maar signaleren dat deze impulsaankopen voor mij als neveneffect hadden, dat ik mij er tijdelijk beter door ging voelen. Het waren voor mij als cadeautjes waarvan ik vond dat ik (of anderen) ze gegeven de omstandigheden wel verdiend hadden.
Van het te snel weggeven van een aantal persoonlijke dingen van hem heb ik achteraf spijt gehad. Maar de aanschaf van die computer was de beste aankoop ooit. Het bracht me immers in contact met de Draaikolk, met diverse lotgenoten met wie ik mijn gevoelens (nog steeds) kon delen, en niet in de laatste plaats met Bert Vos, de oprichter/hoofdredacteur die later mijn tweede liefde zou worden.
Herken jij dit
en wil je reageren? Stuur jouw reactie dan naar:
Monique
Vos, e-mailadres: info@draaikolk.com
Monique Vos
Hoofdredactrice De Draaikolk
1 juli 2007
Impressie stadswandeling
24 juni jl. in Amsterdam, door
Lodewijk Lagemaat
Zondag 24 juni, de derde wandeltocht die ik met dit keer 14 Draaikolkers mee mag maken. Voor het centraal station in Amsterdam wacht Thea ons op. We krijgen een mooie kaart van het Centraal Station van haar, zoals het was. Beweeg je de kaart, dan verschijnt het toekomstig stationsgebouw. Was dit maar mijn leven, zoals het was of hoe het gaat worden
Trouw werd rouw
Het is soms zo oneerlijk verdeeld, zo verwarrend. Een neef die op 20-jarige leeftijd in Uruzgan omkomt. Trouw werd rouw. Eén letter, een wereld van verschil. Ook al die lieve mensen om mij heen missen die ene letter en daarmee hun geliefden.
Schreierstoren
Gedachten in
het levendige Amsterdam met zijn geuren en kleuren. In de kakofonie
van geluiden gaat het leven door. We gaan koffie drinken in het
gezellige Noord-Zuid-Holland restaurant. Laten een flinke plensbui
voorbijgaan, dan stappen richting Schreierstoren. Twee verhalen,
maar het ene verhaal spreekt meer aan: als de mannen uitvoeren,
namen hier de (schreiende) vrouwen afscheid van hen.
We wandelen verder naar het prachtig gerestaureerde pand van Marijke.
De stijlkenmerken zijn zorgvuldig gehandhaafd gebleven. We worden
hartelijk uitgenodigd verder te komen en worden gastvrij onthaald.
Een sfeervol huis waar je de historie voelt met een schitterend
uitzicht over het water.
Hoe waardevol is echte liefde?
Daarna doorgewandeld naar de Waag, het grootste niet-religieuze gebouw uit 1488 in Amsterdam; aanvankelijk een verdedigingstoren, nu een restaurant. Van daaruit wandelen we richting centrum door een 'red light zone' waar zich het "leven" afspeelt. Hoe waardevol is echte liefde? Onbetaalbaar! De liefde kent haar eigen diepte niet dan op het uur van afscheid, wat de geboorte van een herinnering wordt. En er zijn herinneringen.
Het wordt voelbaar stil als de stad wegvalt in de stilte van het kapelletje in het Begijnhof. Ieder met zijn/haar gedachten, verdriet, onmacht, boosheid, woede. In mijn hoofd begint de draaikolk van het wáárom? van de afgelopen week. Is het voor mij nog niet genoeg geweest? Zinloos bloedvergieten of geofferd worden voor de vrede. Wanneer worden wapens omgesmeed tot ploegen?
We gaan de frisse lucht weer in. Het decor van een zachte regen trekt voorbij. De clown in mij begint zich te roeren. Naast een traan hoort een lach. We gaan op weg naar "Humphrey's", waar we in een gezellige sfeer eten, praten en lachen.
Dankjewel, Thea en Marijke.
Lodewijk Lagemaat;
e-mailadres: l.lagemaat@gmail.com
2 juli 2007
Aan de zijlijn van het leven, door Harmanna Huisjes
Toen ik de oproep las
voor een bijdrage van iemand met een vlotte pen, heb ik het vaak
weer weggeklikt. Ik was namelijk bij uitstek behept met een vlotte
pen. Leuke vlotte verhalen? Geen enkel probleem. Een mooi of grappig
gedicht? Ik heb een ware reputatie opgebouwd en niet zomaar één.
Waarom lijkt het dan absoluut niet meer te lukken? Sterker nog:
de gedachte om mijn verhaal op te schrijven of zomaar wat gedachten
te ventileren doet me bijna paniekerig hard op de rem staan. Het
wordt een chaos in mijn hoofd en het verdriet is niet te harden.
Dát zal het wel zijn: mijn natuurlijke behoefte aan humor
vanuit diep van binnen, en dat dan ook leuk te brengen, heeft
een enorme opdoffer gehad. Het klopt ook van geen kant bij mijn
belevenissen van het laatste half jaar.
Ik zou het wel gaan redden
Op 3 januari, 's ochtends om zes uur, werd ik door het ziekenhuis gebeld dat Eddy was overleden aan een fatale longbloeding. Dan is alles opeens volledig anders, niet te geloven gewoon. Mijn verwachting, dat ik me het afgelopen jaar heb kunnen voorbereiden op wat komen ging, is niet uitgekomen. Ik wist pas écht wat het voor me zou betekenen toen ik het mee ging maken. Ik hoorde iemand zeggen 'dat je pas voelt hoe te kleine schoenen knellen en pijn doen als je ze aantrekt'. Uiteraard wist ik dat het anders zou worden, dat ik veel verdriet zou hebben. Maar wij beiden, Eddy en ik, hadden ook het idee dat ik wel weer gelukkig zou worden. Met andere woorden: ik zou het wel gaan redden.
Zoveel mogelijk thuis zijn
Het eerste half
jaar is voorbij. Ik heb veel meegemaakt en heel veel gehuild.
Dat laatste alleen al is onwennig als je dat zelden doet in normale
situaties.
De eerste acht weken wilde ik zoveel mogelijk thuis zijn. Ik kreeg
heel veel bezoek en leefde bij de dag. Daarna ben ik weer gaan
werken voor een beperkt aantal uren. Dat voelde vreemd, alsof
ik over ging tot de orde van de dag en Eddy achterliet. Ook merkte
ik dat ik, net als Eddy zelf in zijn ziekte, zoiets had van: óf
snel er overheen zijn óf laat het voor mij ook maar voorbij
zijn, want dit is de meest vreselijke periode in mijn leven. Ik
voelde me boos dat ik als het ware aan de zijlijn van het leven
terecht was gekomen.
Ik stelde me allemaal doelen, zoals het kopen van allerlei zaken
die ik meende nodig te hebben. Nu ben ik in het bezit van een
soort Senseo en een Juicer. Allebei heel praktisch en handig (ik
kocht ook meteen een Juicer voor onze zoon en zwangere schoondochter).
Leuke dingen om te doen, maar ook ik had, net als Monique, het
gevoel: zie mij eens shoppen
Ik vond het niet goed van mezelf
om vergelijkend warenonderzoek te doen op internet en daardoor
eens een minuut niet aan Eddy's laatste dagen en zijn sterven
te denken.
Positieve kritieken
Op een gegeven
moment heb ik mijn hobby's weer toegelaten. Ik zing in twee koren
en dat is erg lastig met een dikke keel
Maar ik ken deze
mensen al heel lang en ik had ze nodig. Plotseling hoorde ik mezelf
weer een mop vertellen (gelukkig wel één van Eddy,
maar toch) en als ik naar huis reed, voelde ik me prettig en soms
zelfs vrolijk. Volgens iedereen, die het wel of niet weten kon,
deed ik het erg goed en was ik sterk. Ik voelde me trots en was
blij met deze positieve kritieken. Vreemd eigenlijk, want dan
lijkt het net alsof je het voor de anderen doet.
In april ben ik geopereerd en heb ik een nieuwe heup gekregen.
Dit is heel goed gegaan en het verzette de zinnen een beetje.
Voordat ik opgenomen werd, kon ik eigenlijk al nagaan dat het
toch niet zo goed ging met me als ik deed voorkomen. Ik was hyper
en sliep veel te weinig, met als gevolg dat ik scheef liep van
de rugpijn en uiteindelijk blij was dat ik verplicht een tijdje
moest liggen.
Verder van huis dan ooit tevoren
En nu is het
een half jaar later en heb ik het gevoel alsof ik verder van huis
ben dan ooit tevoren. Al mijn positiviteit en truken die ik heb
verzonnen om er bovenop te komen, doen het niet meer naar behoren.
Zodra ik alleen ben, heb ik verschrikkelijk veel medelijden met
mezelf en met Eddy. En ik geloof bijna dat ik het nooit meer te
boven zal komen... Ik mis Eddy zo intens, dat het haast niet te
harden is.
Nóg erger is het, dat ik het gevoel heb het eventuele aanstaande
geluk nooit te kunnen pakken als het verdriet niet weggaat. Lastig
is ook dat, ondanks nog steeds zoveel lieve en leuke mensen om
me heen, het gevoel van eenzaamheid steeds groter wordt.
Dat is nog eens een afsluiting van mijn verhaal... In plaats van een verhaal waarom mensen kunnen glimlachen of waar men hoop uit kan putten, krijg je dit. Niet echt opbeurend. Toch is het echt zoals ik het beleef en ik hoop dat er wellicht reacties komen waaruit ik kan opmaken dat ook deze fase erbij hoort. Dat het over een tijdje beter zal gaan. Anders kan ik Eddy's motto tot en met zijn laatste dag: 'Pluk de dag' nooit bereiken.
Groet aan alle lezers,
Harmanna Huisjes, vrouw, geboren 19 december 1956; partner Eddy (57) overleed op 3 januari 2007 aan longkanker; drie volwassen uitwonende kinderen; e-mailadres: harmannahuisjes@zonnet.nl
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren.
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren