Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de edities april en mei 2007


16 april 2007

Hoofdredactioneel

Verder wíllen leven zonder hem of haar

Nu de natuur dankzij de uitbundige zonnestralen van de afgelopen weken weer aan het ontluiken is, lijkt hetzelfde wel te gebeuren met mij. Lichaam en geest ontwaken voorzichtig uit een naar het wel schijnt lange winterslaap.

Van boven af uitkijkend op onze tuin zie ik hoe de cirkel van het leven weer van voren af aan begint. Elke dag verschijnt er méér bloesem aan de bomen, de niet winterharde struiken en bomen lopen uit, ook 'zijn' hortensia, die voor hem altijd zoete herinneringen opriep aan zijn eerste vrouw, begint weer bladeren te krijgen, en ergens achter in de tuin kleurt er iets rood. Hoe het met de lavendel en de varens staat, kan ik zo van een afstandje niet goed zien en dat wil ik ook nog even niet weten…
Het gras heeft z'n eerste maaibeurt gehad en tevreden stel ik vast dat de eksters, musjes en ander klein grut het vogelhuisje weer hebben gevonden. Prima, alle gezelschap is welkom.

Herinneringen. Weemoedige herinneringen aan zomer 2003, onze eerste zomer in ons nieuwe huis. Wat hebben we genoten van al die verschillende kleuren groen. En elke keer opnieuw lieten we ons verrassen door alwéér een andere struik die in bloei stond.
Zal er ooit weer een moment komen waarop ik weer alléén van dit alles zal kunnen genieten, vroeg ik mij een paar weken geleden nog af.

Nee, het alleen genieten valt niet mee. Ook de schoonheid van de natuur beleef ik pas echt wanneer ik dat samen met anderen kan delen. Ik merkte dat de afgelopen weken nog tijdens wandelingen met lotgenoten. Het leek wel alsof ik mezelf tóen pas - in dat gezelschap - toestemming kon geven om de natuur weer in z'n ware pracht te willen zien. Of zou het komen omdat ook zij in hetzelfde schuitje zitten als ik, waardoor ik mij minder alleen voelde?
Wat is dat toch dat ons er (nog) van weerhoudt om alléén te kunnen genieten? Een vorm van schuldgevoel, omdat onze partner dit niet meer mee kan maken en wij wel? Is dat de reden waarom we niet goed durven toegeven dat ook wij ons een ietsie pietsie voelen opbloeien nu de lente begint? Hoe schrijnend dan, want ook al voelt het soms zo, óns leven is niet opgehouden na het heengaan van onze partner. Als geen ander zouden zíj juist willen, dat wij verder leven zonder hem of haar. Dat wij nog iets maken van dit leven hier, al was het maar omdat het zomaar voorbij kan zijn.
Maar ja, zij hebben makkelijk praten…

Nou heb ik door de jaren heen 'mogen' ervaren dat het leven niet hoeft op te houden wanneer je alleen bent komen te staan. Ook al kun je er nu misschien nog niets bij voorstellen: het leven kan en zal weer andere, negatieve maar ook positieve, wendingen nemen, het zal continu aan verandering onderhevig blijven.
Naarmate we - stapje voor stapje - het verlies van onze partner leren accepteren, veranderen ook wij. In onze nieuwe rol als alleenstaande worden we noodgedwongen zelfstandiger en ontplooien we onszelf weer in andere richtingen, simpelweg omdat de oude rolverdeling niet meer bestaat. We zoeken naar nieuwe manieren om onze 'vrije tijd' op te vullen en ontplooien misschien wel nieuwe interesses.
Ook de relatie met onze directe omgeving verandert. Afhankelijk van of ook zij met ons mee kunnen groeien of niet zullen er mensen uit ons leven verdwijnen en zullen er hopelijk weer nieuwe voor in de plaats komen. En in het eerste geval leren we uiteindelijk te aanvaarden dat het leven blijkbaar zo in elkaar steekt.
Tja, we betalen er weliswaar een hoge prijs voor, maar de optelsom van dit stukje nieuwe levenservaring is, dat we er sterker uit zullen komen.

Na het verlies van mijn eerste liefde kreeg ook ik een tweede leven, iets wat ik van tevoren niet had kunnen bedenken of op had durven hopen. Ook ik ben mee veranderd met de tijd en durf nu dan ook - sneller dan de eerste keer - opnieuw te vertrouwen op een nieuwe, nog onbekende toekomst. En dat is de reden dat ik mij nu weer een beetje voel opbloeien en dat ook best aan mezelf durf toe te geven. Ik laat me verwarmen door de zon, ook al is het met een gevoel van nostalgie.

Een paar maanden geleden schreef een lotgenoot mij: "Monique, hou je blik op de toekomst gericht!" En dat krachtige advies bleef hangen bij mij en wil ik graag bij deze aan jullie doorgeven. Is het begin van de lente geen mooi moment om met dit idee vertrouwd te raken, er tenminste voor open te staan?
Wees lief voor jezelf: ga naar buiten, maak een wandeling, pak de fiets, maak die afspraak waar je eigenlijk als een berg tegenop zie, maar doe het toch, of zoek herkenning en steun in het contact met lotgenoten. Ook al beleef je er misschien nu nog geen plezier aan en valt het je zwaar, zet door! Het zal steeds beter gaan.
'Rouwen is hard werken om het verlies te leren verdragen', dus sluit je niet te lang op en blijf niet lijdzaam afwachten, al was het alleen maar 'omdat onze partners nog heel lang dood zullen blijven…', zoals ik onlangs ergens heel treffend las.
We zullen zelf in actie moeten komen en dan komt er vast wel weer een moment waarop we ons bloed weer voelen stromen en we tot de conclusie komen dat we niet alleen verder móeten leven, maar ook wíllen leven.
Waarom je dat zou willen?
Nou, misschien wel om wat die tv reclame ons zo mooi vertelt: omdat je het waard bent?!

Wil je reageren? Stuur jouw reactie dan naar:

Monique Vos, e-mailadres: info@draaikolk.com

Monique Vos

Hoofdredactrice De Draaikolk


16 april 2007

Rouw in Reprise, door Monique Vos

(5): Een bijzondere warme dag in april

Amersfoort, zondagmiddag 15 april 2007. Voor het eerst sinds jaren ben ik weer op bekend terrein. Vlakbij Leusden, waar Bert het merendeel van zijn leven met Janny heeft doorgebracht en waar wij nog twee jaar hebben samengewoond voordat we naar Groningen verhuisden om daar opnieuw te beginnen.
De straten rondom het station doen ook verlaten aan op deze uitzonderlijk warme dag. Het voelt onwerkelijk om hier weer te zijn zonder hem. Als was het uit een vorig leven, en dat is ook zo.

Levensverhaal

Vandaag komen wij als nieuwe groep 'Draaikolkers' in deze regio bij elkaar. Allemaal hebben we onze twijfels moeten overwinnen om deze stap te durven zetten. Maar we willen er graag even uit, samen met gelijkgestemden. Ons even minder alleen voelen en meer begrepen.
De onwennigheid van de eerste kennismaking maakt al snel plaats voor een gevoel van opluchting. Het voelt goed. Het is mooi om te zien hoe de spanning van de gezichten afglijdt.
De wandeling door de bossen van Soesterduinen biedt voldoende gelegenheid om op informele wijze om beurten een gesprekje met elkaar aan te knopen. Over en weer is er oprechte interesse in elkaars levensverhaal: over vroeger, toen alles nog 'normaal' was, over wat er is gebeurd, en over hoe wij ons leven nu weer oppakken. Openhartige gesprekken, sommige zelfs zeer openhartig. Dat vertrouwen is er als vanzelfsprekend. Maar er is ook ruimte voor grappen en grollen.

Paartjes

En dan is daar het moment om even uit te puffen. Bovenop een duin, in de schaduw van een eenzame, wijd vertakte boom. Elf lotgenoten, zes vrouwen en vijf mannen, ieder met een kras op de ziel. Aan het begin van de middag nog vreemden voor elkaar, maar met elkaar verbonden door het gemis van die ander.
Op de grond, in het zand, zijn we toevalligerwijs neergestreken in paartjes van twee, man en vrouw. De elfde zit even alleen met haar gedachten. Een ontroerend mooi beeld.

Het etentje na afloop verloopt in goede sfeer. Het voorstel om elkaar op zondag 10 juni weer te ontmoeten, wordt met instemming begroet. En we hopen dat dan nóg meer Draaikolkers zich bij ons zullen aansluiten.
Dan nemen we afscheid en gaat ieder zijns weegs met een hoofd vol indrukken en een goed gevoel over deze, in elk opzicht, bijzondere warme dag in april.

Even bij me

Zoals altijd na zo'n dag ben ik moe en wat emotioneel. De gelegenheid om zo veel over mijn voorbije levens te praten, doet zich niet vaak voor en grijpt me aan. En Bert, als oprichter van de Draaikolk, had hier gewoon bij moeten zijn… Wéér een stukje dat zo vandaag geheeld wordt.
De autorit naar huis verloopt letterlijk en figuurlijk op de automatische piloot, terwijl ik mijn tranen alsmaar verwoed blijf wegvegen. De radio staat aan en ik word overvallen door dat ene nummer van Eric's crematie. Het verhaal van hem en zijn motor heb ik vandaag verteld en dat doe ik niet vaak. Heel even waan ik hem bij me.

Het is 03.30 uur en nog steeds kan ik de slaap niet vatten. Dan toch maar dit verslagje geschreven, zoals iemand al opperde. Ze hebben me toch geïnspireerd.

Monique Vos, vrouw, geboren 29 oktober 1960; partner Eric (44) op 26 april 1999 overleden door een motorongeval; partner Bert (64) op 31 oktober 2006 overleden aan darmkanker; geen kinderen; e-mailadres: elvo@planet.nl


21 april 2007

'Mams, je ziet er stralend uit!', door Rita Nuytten

Als ik goed nadenk, dan zijn de laatste vier jaar en drie maanden de meest donkere, meest verdrietige en meest eenzame van mijn hele leven geweest. Als je je partner verliest dan blijft je wereld gewoonweg stilstaan. Al je verdriet, al de bijkomende emoties: boosheid, zelfmedelijden, opstandigheid (met of zonder agressie), je uitputting van zo lang zorgen en waken, overgevoeligheid voor alles en niks, en zo veel meer, beheersen je dagen en nachten. En met al de praktische regelingen en de papierwinkel kun je het niet aan om met deze gevoelens op een verstandige manier om te gaan.

Alléén willen zijn

Je wordt geleefd. Je laat je leiden door mensen die het wel goed met je menen, maar die in de verste verte niet weten wat er werkelijk met je gebeurt. Je deur wordt platgelopen en de telefoon staat nooit stil. Je voelt je gecontroleerd, bespied, gedwongen tot gezond verstand. Je denkt: wat weet jij nu in godsnaam van mijn gevoelens en behoeften, zoals alléén willen zijn!
Je moet nog zoveel verwerken en uitzoeken en een plaats geven. Je verwaarloost jezelf, eet niet of bijna niet, slaapt niet, je ligt dagen en nachten op de bank en je komt haast niet buiten.
Als je dan eindelijk even alleen bent, dan komt je verdriet met een oergeschreeuw naar buiten. Je klampt je vast aan foto's en spulletjes van je partner. Je ruikt eraan, je voelt en streelt. Dit laat de storm in je hoofd weer op volle kracht aan het razen.
Je krijgt problemen met je gezondheid, van alles en nog wat. Dan krijgen de mensen nóg meer medelijden met je en wordt je deur nóg meer platgelopen en de telefoon staat nóg minder stil. Innerlijk schreeuw je: "mensen, ik wil geen medelijden, maar ik heb hulp nodig, nu en niet morgen als het te laat zal zijn."

Het mooie welig laten tieren

En dan komt de dag dat je besluit zélf hulp te zoeken. Je neemt je huisarts in touw, een rouwpsychologe, je wordt lid van de Draaikolk en ook hier schreeuw je om hulp.
En dan precies op tijd komt die hulp, van alle kanten. Je lichamelijke problemen worden één voor één aangepakt, de psychologe helpt je om je gevoelens en verdriet en onmacht een naam te geven, maar ook een plaatsje in je diepste binnenste. Je leert er de mooie momenten en warme gevoelens weer herkennen. Je beseft dat je een heel grote schat aan goede herinneringen hebt om kracht uit te putten. Je wiedt alle slechte gedachten en gevoelens uit je secret garden en laat het mooie welig tieren. Na een tijdje besef je dat je een positieve richting uitgaat en uit de krater klautert.
Je moet verder met je leven. Nee, niet vergeten, maar koesteren. Je voelt warmte in overvloed om die met anderen te delen. Er komen nog vele moeilijke momenten, maar je voelt dat je kracht genoeg verzamelt om daar sereen mee om te gaan.

Soulmate

Je krijgt ook warme en fijne reacties vanuit de Draaikolk. Van mensen die wel weten wat het is, die met je begaan zijn en je interesse in andere mensen weer kunnen aanwakkeren. En dan heb je meer mailcontact met één iemand in het bijzonder en je krijgt het gevoel dat dit een soulmate is. Dat je op hetzelfde niveau zit. Het klikt meer en meer en de correspondentie wordt nóg intenser. En dan op een dag voel je dat het goed is zo. Dit moet toch kunnen?

Je laat de lente toe in je diepste binnenste, je krijgt kriebels in je buik en een heel oprecht warm gevoel vanbinnen. En op een dag zeg je heel spontaan: dit is het, ik voel me happy. En het mag. Het is goed, geniet er van...
Als je bezoek krijgt van een van de weinig resterende vrienden, of van je kids, dan voelen en zien die de warmte die je teruggevonden hebt.
Mams, je ziet er stralend uit! En dan wordt het nóg warmer in je hart, want je laat je kinderen stralen...

Dankjewel aan iedereen die reageerde op mijn hulpkreet.

Rita Nuytten, vrouw, geboren 28 november 1951; partner Claude (63 ) overleed op 19 januari 2007 aan longkanker; vier volwassen, uitwonende kinderen; e-mailadres: rita.nuytten@skynet.be


6 mei 2007

Impressie lotgenotenontmoeting 6 mei jl. in IJhorst

Draaikolkgenoten,

En genoten hebben wij van de prachtige omgeving van IJhorst, later meer hierover.

Voor het eerst naar een samenkomst van lotgenoten geweest. Al heel veel gelezen en heel veel steun daardoor gekregen, en nu maar eens kijken of er nóg meer steun te halen of te geven is. De opkomst zou hoger zijn dan voorheen, er zouden nu 23 personen zijn, dus veel namen om te onthouden.

Samen met Rita uit België, die ik heb leren kennen via de mail van de Draaikolk en die bij mij logeerde, gingen wij op pad. Bij de poort zat Monique geduldig te wachten en verwelkomde ons, warm en hartelijk. "Loop maar door zover je kunt, daar zit de rest al met koffie en koek te wachten, het kan niet missen".
"Tja, wel ver hé, zou het wel het goede paadje geweest zijn?" En ja hoor, in de uiterste hoek, de stoeltjes in een kring en de koffie al op tafel, werden wij ook daar hartelijk ontvangen. Nadat iedereen aanwezig was, werd er al druk gekletst over en weer en leek het al gauw een familiesfeertje te zijn, tenminste zo voelde dat bij mij.

Er zou ongeveer 6 kilometer gewandeld worden, maar op de heenreis werden we door de campingeigenaar op een boerenkar weggebracht. Zo, dat scheelde zeker 6 km. Tijdens de rit leek het net een kippenhok, daar werd wat afgekletst. Ik kon eens mooi rondkijken en een beetje bescheiden observeren. Een warm gevoel kreeg ik van binnen om iedereen, eigenlijk vreemden van elkaar, zo met elkaar bezig te zien. Gevoelens delen, noemen ze dat, prachtig om te zien.

En dan nu de ooievaarsnesten bekijken. Jammer van het bordje 'verboden toegang', maar geen nood, vanaf een zijweg hebben we ook een goed zicht op het drukke verkeer van het opstijgen en landen van de ooievaars op hun nesten, en zelfs bij één nest kon men de baby-ooievaars zien. Of het er nu vier of zes waren, dat was niet helemaal duidelijk, genoeg in ieder geval om er zeker van te zijn dat er weer baby's geleverd worden het aankomende jaar.

Verder met de prachtige wandeling door een mooi natuurgebied en ook nu werd er over en weer gepraat. Begrip voor elkaar, dat sprong er het meeste uit, een bemoedigend woordje, een blik in de ogen, dat was voldoende om even bij te tanken. De wandeltocht werd wel iets langer, bijna het dubbele denk ik, daardoor ook weer mooier en leuker, langs een brede sloot de weg vervolgend met grappige opmerkingen, een beetje plagen over de verkeerde route en dat het zo lang was. Geen probleem, hij was dubbel en dwars de moeite waard. Wat heb ik genoten, wel een beetje moe, maar voldaan moe.
Het laatste stukje opgehaald door de eigenaar en netjes voor de poort afgezet, en nu samen wat eten. En daar werd gretig gebruik van gemaakt, ik ook hoor, heerlijk was het. Mijn complimenten Marja en Tineke, heel goed geregeld.

Daarna afscheid nemen. "Het is niet anders", hoorde ik vaak zeggen, "en toch wel tot de volgende keer, he? "
Het was goed, geen spijt dat ik gegaan ben. Het heeft mij goed gedaan en ik hoop dat ik er de volgende keer weer bij ben om verder kennis te maken. Deze dag was zo voorbij om met iedereen even te praten, een handdruk, een knuffel, een traan.

De Draaikolk moet blijven bestaan. Bert bedankt... Ook Monique bedankt voor... Ja, voor heel veel, en alle anderen die deze dag aanwezig waren. Ik hoop tot snel.

Lieve groeten van Piet (achternaam en e-mailadres bij de redactie bekend)

Wil je ook een keer meewandelen? Hou de rubriek 'Oproepen' dan goed in de gaten en meld jezelf tijdig aan. Of: neem zelf het initiatief, prik en datum en mail jouw oproep door naar: Monique Vos, e-mailadres: info@draaikolk.com


22-05-2007

Tweede keren, door Joostien Beuving

In het eerste jaar bereidde ik me er steeds goed op voor wanneer ik een 'eerste keer', dus een moeilijk moment, verwachtte. Nu kijk ik niet meer steeds naar de lucht of er een bui aankomt, waardoor die mij soms onverwacht kan overvallen.

In het eerste jaar was de uitreiking van het VWO-diploma van mijn dochter. Ik was me er van tevoren van bewust dat ik daar, in tegenstelling tot al die anderen, alleen bij zou zijn. Toen ik dit jaar naar de ouderdag van de universiteit ging, was ik vooral bezig met het idee dat ik voor het eerst een nachtje bij mijn, nu uitwonende, dochter ging logeren. Ik was 's middags al naar haar toe gegaan, zodat we die avond gezellig samen ergens konden gaan eten. De volgende ochtend bij de universiteit aangekomen, zag ik ineens al die moeders én vaders, soms zelfs ook grootouders. Ik raakte toch weer even behoorlijk van slag toen ik mij realiseerde dat dit voor ons niet meer is weggelegd, dat mijn kinderen nu alleen mij nog maar hebben.

Samen 'rommelen' rondom huis

Evenals vorig jaar komt nu weer die periode van mooi weer, lange weekeinden en vakanties. Dé tijd om samen leuke dingen te ondernemen. Voor de één was dat de tijd om er samen op uit te gaan, voor ons was dat vooral de tijd van samen te 'rommelen' rondom huis. De tuin weer 'zomerklaar' maken. De afrastering van de wei nalopen, zodat de paarden weer naar buiten konden. Het terras schoonmaken zodat we, als het weer het toestond, lekker buiten konden eten of 's avonds, gezellig met een glaasje wijn, de sterren aan de hemel te zien opkomen.
Evenals vorig jaar maak ik nu alleen de tuin weer 'zomerklaar' en ook het terras is weer schoon zodat, als het mooi weer is, ik weer buiten kan eten.

'Troostwoorden'

Waren de eerste keren vooral gericht op overleven, de tweede keren zijn steeds meer gericht op leven, steeds meer toekomstgericht. Daarbij stel ik mezelf de vraag: 'Wat wil ik met mijn tweede leven, hoe ga ik nu verder.'
Veel cliché's blijken achteraf waar. Het heeft tijd nodig, je moet het uiteindelijk accepteren en je leven gaat door. Deze 'troostwoorden' worden alleen vaak door de verkeerde personen of op het verkeerde moment tegen je gezegd. Hierdoor doen ze vaak meer pijn dan dat ze troost geven.

Nat word je toch!

Alle tweede keren heb ik nog niet gehad, zoals zijn tweede sterfdag. Voordat hij stierf was er bij ons geen ziekbed, zoals bij veel van mijn lotgenoten. In mei 2005 waren we, voor het eerst zonder de kinderen, een weekend weggeweest. Thuisgekomen zeiden we tegen elkaar: "Dit moeten we vaker doen!" Het was echter ook de laatste keer, op 15 juni 2005 overleed hij, plotseling.
Vorig jaar kwam ik, na een redelijk goede periode, eind mei plotseling in een forse dip. Hoe het nu zal gaan, weet ik nog niet, ik laat het maar gebeuren. Want of je de bui nu aan ziet komen of niet, nat word je toch!
Maar uit ervaring weet ik nu dat daarna ook steeds de zon weer doorbreekt, misschien eerst nog wat waterig, maar uiteindelijk zal hij toch weer gaan schijnen.

Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een studerende en op kamer wonende dochter en een thuiswonende zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl


Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren.

Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren