Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Alle teksten uit de edities februari en maart 2007
1 februari 2007
Hoofdredactioneel
Je bent alleen en je wilt wat...
Het is nu alweer zeven
jaar geleden dat ik Berts Draaikolk ontdekte en er, in veel opzichten,
een nieuwe wereld voor mij open ging.
Toen wist ik nog niet beter of ik moest wel de enige vrouw zijn
die haar man reeds op zo'n jonge leeftijd had moeten missen, in
mijn directe omgeving had ik dit immers nog niet meegemaakt. Maar
tot mijn verwondering zag ik in de rubrieken 'de Mailbox' en 'Ik
denk aan jou' een hele rij namen staan van lotgenoten die hetzelfde
was overkomen en sommigen waren zelfs nóg jonger dan ik!
Nadat ik mij
vrijwel direct enthousiast voor de rubrieken had opgegeven, was
het toch wel even slikken om mijn en vooral zíjn naam tussen
al die anderen te zien staan. Maar het voelde als een soort eerbetoon
aan mijn eerste man Eric. Hij verdiende het dat zijn naam niet
vergeten zou worden.
In veel reacties kon ik mijn eigen situatie heel goed herkennen
en dat gaf troost. Al snel heb ik verschillende lotgenoten aangeschreven
die, net als ik, hun partner door een motorongeval hadden verloren.
Over en weer vertelden we wat ons was overkomen. En dat proces
van overdenken, van het ordenen van de alsmaar draaikolkende gedachten
in mijn hoofd en het vervolgens proberen om dit onder woorden
te brengen, bracht mij sneller in contact met mijn eigen gevoelens
dan dat de maanden daarvóór het geval was geweest.
En dat was het begin van mijn e-mailcontact met lotgenoten.
De daaropvolgende jaren hebben Bert en ik, als medelotgenoten maar ook als hoofdredactie van de Draaikolk, gemerkt dat het voor velen vaak nog een brug te ver is om daadwerkelijk een mail te sturen naar lotgenoten. Ja, men geeft zich wel op voor de rubrieken, en dat is op zich al een hele overwinning, maar verder hopen ze toch dat anderen vervolgens het initiatief tot contact zullen nemen. Heel begrijpelijk, want het is ook niet niks om jezelf zo kwetsbaar te durven opstellen ten aanzien van een in feite onbekend iemand. Maar tegelijkertijd is dat ook heel spijtig, want daar blijft het dan vaak bij. En toch: je bent alleen en je wilt wat
Hier moet ik
de laatste tijd wel eens aan denken nu de dagen weer wat gaan
lengen en mijn gedachten steeds vaker richting het voorjaar gaan.
Op zich niet zo'n aanlokkelijke gedachte nu Bert er niet meer
is. Ik weet het wel, ik ontkom er niet aan dat ik straks mijn
weg zonder hem weer zal moeten zien te vinden, hoe moeilijk en
ongezellig dit ook zal zijn. Maar het is mede met dit vooruitzicht
in het achterhoofd, dat ik onlangs zelf over een nieuwe drempel
ben heengestapt.
Voor het eerst heb ik mij aangesloten bij een groepje lotgenoten
in het noordoosten van het land dat regelmatig bij elkaar komt.
Nu ben ik met e-mailcontact in de loop der jaren dus wel vertrouwd
geraakt, maar persoonlijk contact leek mij toch wel van een andere
orde. Zou ik dát wel aandurven? Toch is me die eerste keer
voldoende goed bevallen om binnenkort als medelotgenote weer van
de partij te zijn, ook al was ik na afloop best moe en ook wel
wat emotioneel. Maar dat hoort nu eenmaal bij de verwerking, denk
ik dan maar.
Nu wil het geval dat de Draaikolkrubriek 'Oproepen' prima geschikt is voor dit soort concrete initiatieven. Er wordt echter nog te weinig gebruik van gemaakt.
Hoe zo'n middag er dan bijvoorbeeld uit zou kunnen zien?
- Prik een datum
voor een zondagmiddag, bijvoorbeeld elke eerste of laatste zondagmiddag
van de maand, zodat iedereen hiervoor de agenda
vrij kan houden;
- Spreek af in een gelegenheid voor de eerste kennismaking met
een kopje koffie of thee;
- Bezoek vervolgens een bezienswaardigheid in de buurt (bijvoorbeeld
een kleinschalig museum, een expositie enz.) waar
iedereen op eigen gelegenheid of in groepjes kan rondwandelen
en zo desgewenst met elkaar een praatje kan maken;
- Afhankelijk van het weer kan dit nog gevolgd worden door een
korte wandeling;
- Voor diegenen die daar nog zin en gelegenheid voor hebben, kan
er na afloop samen ergens in de buurt gegeten worden.
Uitgangspunt
is dat zo'n middag voor iedereen betaalbaar moet zijn. Een ieder
betaalt zijn eigen natje/droogje en entreegeld.
Om beurten stellen twee nieuwe deelnemers zich beschikbaar om
een geschikte locatie voor de volgende keer te vinden en een tafel
te reserveren voor het etentje. Er kan zelfs samen gereisd worden
wat de drempel ook weer kan verlagen. De organisatie hoeft dus
niet zo heel veel om het lijf te hebben.
En ook al wíl je (nog) helemaal niet praten over jouw gemis,
dat hoeft ook niet. Door samen verschillende dingen op een middag
te dóen, ontstaat er al snel een ongedwongen sfeer. En
het fijne van lotgenotencontact is nou juist dat alles mag en
niets moet. We hoeven elkaar niet veel uit te leggen. We begrijpen
elkaar immers als geen ander?
Dus, mocht jij aan het begin van dit nieuwe jaar ook willen afrekenen met tenminste één van die troosteloze zondagmiddagen van de maand, prik een datum en kies een geschikte locatie en stuur jouw oproep voor plaatsing naar: Monique Vos, e-mailadres: info@draaikolk.com
Monique Vos
Hoofdredactrice De Draaikolk
6 februari 2007
Ruggesteuntjes (39):Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos
"Niets is zo onvoorspelbaar als onze gedachten en emoties: heb je enig idee wat je volgende gedachte of emotie zal zijn? Onze geest is in feite zo leeg, zo vergankelijk en vluchtig als een droom. Kijk maar eens naar een gedachte: hij komt, hij is er, en hij gaat.
Het verleden is voorbij, de toekomst nog niet aangebroken, en zelfs de gedachte die we nu hebben, wordt, op het moment van ervaren, verleden tijd.
Het enige dat we werkelijk hebben is het nu.""Door vast te houden aan het idee dat dingen blijvend zijn, sluiten we de mogelijkheid om van verandering te leren uit.
Aangezien onbestendigheid bij ons een gevoel van angst oproept, klampen we ons wanhopig aan dingen vast. We zijn doodsbang om los te laten, in feite doodsbang om te leven, maar: leren leven is leren loslaten.
Dit is de tragiek en de ironie van onze hardnekkige pogingen om vast te houden: niet alleen is het onmogelijk, maar het veroorzaakt juist de pijn die we proberen te vermijden.""Hoewel men ons heeft doen geloven dat, als wij loslaten, we niets overhouden, laat het leven zelf telkens weer het tegenovergestelde zien: loslaten is het pad naar werkelijke vrijheid."
Uit: "Het Tibetaanse
boek van leven en sterven" - Sogyal Rinpoche; Uitgeverij Kosmos-Z&K
Uitgevers, Utrecht/Antwerpen 2001, ISBN 90-215-8508-1, 15e druk,
418 blz.
7
februari 2007
Verstand versus gevoel, door Joostien Beuving
Enkele maanden na het
overlijden van Arend hebben wij bedankkaartjes gestuurd naar de
mensen die ons in die periode hadden gesteund. In dat kaartje
schreef ik het volgende:
"Nog steeds kunnen wij het niet beseffen dat Arend niet
meer hier bij ons in dit leven is. Ons verstand weet dat het zo
is, maar ons gevoel zegt soms dat het niet waar is. Verstand en
gevoel, zo ver uit elkaar "
'Troostwoorden'
In de periode
daarna probeerden mensen, met de beste bedoelingen, mij te troosten
met woorden als: "Het leven gaat door, je hebt nog de
herinneringen, het heeft tijd nodig, je moet het een plaats geven,
je moet het accepteren, je moet het verwerken, je moet het loslaten."
Ik ontwikkelde een soort van allergie voor dit soort 'troostwoorden':
Het leven gaat door. Ja, om mij heen wel en voor degene
die dat zegt ook. Maar voor mij stond het leven op die bewuste
dag stil en ik moest weer een heel nieuw leven zien op te bouwen.
Herinneringen heb ik natuurlijk wel, maar ze roepen vaak
een gevoel van heimwee op. Heimwee naar de tijd toen huis noch
thuis was en dat doet nog steeds pijn.
Het heeft tijd nodig, alleen zegt niemand erbij hoeveel.
Deze wond is zo diep dat ik mij soms afvraag of ik wel genoeg
tijd van leven heb om die helemaal te laten helen, een litteken
zal het zeker altijd blijven.
Het een plaats geven? Ja, een plaats heeft het en wel zodanig,
dat ik er niet omheen kan!
Het accepteren? Wat moet ik accepteren, dat zij (lotgenoten
heb ik dit nog nooit horen zeggen) hun partner nog wel hebben
en ik niet meer?
Je moet het verwerken. Wat is dat 'verwerken' en wanneer
heb je het verwerkt?
Loslaten dan. Wat bedoelen ze met loslaten?
Het leven om mij heen ging door
Het leven
gaat door. Rationeel
gezien is dat waar, maar liever zou ik zeggen: Het leven om mij
heen ging door. In het begin vond ik dat raar, maar uiteindelijk
ging ik toch ook zelf weer verder. Eerst deed ik dat voor mijn
kinderen, maar nu doe ik het ook weer voor mezelf.
Arend had een enorm gevoel voor humor en nog steeds als er iets
gebeurt zeggen de kinderen of ikzelf: "Arend/papa zou
nu dit of dat gezegd hebben." Dit geeft ons dan een gevoel
van saamhorigheid, een warm en goed gevoel. Je zou dit ook herinneringen
kunnen noemen.
Accepteren. Rationeel had ik het wel geaccepteerd, je moet
wel. Maar gevoelsmatig gaat dat toch minder snel. Het lijkt alsof
het verstand, het gevoel steeds vooruit is.
Dus wil ik positief
blijven denken!
Vond ik destijds mijn leven niet veel meer waard, als ik het nu
een cijfer zou geven is het toch al weer een mager zesje. Voordat
Arend overleed was het echter een dikke acht en ook nu wil ik
meer. Ik wil 's morgens kunnen zeggen: "Yes, weer een
nieuwe dag" in plaats van 's avonds: "Gelukkig
dat deze dag weer voorbij is".
Af en toe ben ik het geloof in mijn eigen positieve denken even
kwijt. Ik raak dan weer in een flinke dip. Maar na verloop van
tijd lukt het me daar ook weer uit te komen, zo kom ik steeds
een stapje verder.
Positief blijven denken, dus: op naar een zeven (plus
) !
Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een studerende en op kamer wonende dochter en een thuiswonende zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl
26 februari 2007
Vandaag ben ik verdriet en verder niets, door Geke de Jonge
Vandaag ben ik grenzeloos
verdrietig. Ik ben verdriet en verder niets.
Ik loop door het huis, doe huilend wat opruim- en schoonmaakklussen
en zie overal Wim: de perfect passende linnenkast die hij in een
"verloren" hoek in mijn werkkamer heeft gemaakt, het
haardhout dat hij zo netjes opstapelde in het speciaal door hem
bij de garage aangebouwde hok, de stapel door hem achtergelaten
nog niet verwerkte post op zijn bureau die ik door moet worstelen
op zoek naar een voor de belastingaangifte benodigde rekening,
de zeer onverwachte confrontatie daarbij met de laatste van hem
gemaakte pasfoto's die nodig waren voor het verlengen van zijn
rijbewijs twee maanden voor zijn dood, het door hem op het leitje
in de keuken geschreven "sop vloer" dat er al wel drie
jaar op staat en dat we nooit gekocht hebben omdat we daarvoor
naar een speciale winkel moesten, die niet in onze woonplaats
is. We veegden er voorzichtig omheen en dat doe ik nog, maar nu
nog veel voorzichtiger en behoedzamer!
Vechten om en voor mezelf
Ik wil de herinneringen
niet kwijt, omdat dan de totale eenzaamheid dreigt. Ik ben bang
voor het moment dat ze vervaagd zullen zijn.
Riekje Boswijk-Hummel schrijft op bladzij 178 van 'Afscheid
nemen':
"En dan is de ander er echt niet meer. Niet alleen feitelijk, lichamelijk is de ander verdwenen, maar ook herinneringen komen steeds minder vaak op. Het wordt steeds eenzamer en stiller om je heen. Het voelt alsof er een koude en stille winter in je bestaan aanbreekt."
Ik vecht om op de been te blijven, om in leven te blijven, om Wim niet te vergeten. Ik vecht om en voor mezelf, maar niet tegen de tranen, niet tegen m'n verdriet, niet tegen de wanhoop, heb niet de neiging om me te verzetten, omdat ik weet dat ik er dwars doorheen moet.
Dóórgaan, voor mezelf
Dat het leven
doorgaat is een feit waarop een ander je niet mag wijzen, omdat
dat een ontkenning inhoudt van jouw realiteit. Ik mag (en moet)
het wel tegen mezelf zeggen, omdat ik aan het leven moet blijven
deelnemen. Het antwoord op de vraag waarom dat moet, weet ik wel.
Het moet voor mezelf.
In sombere buien vraag ik me echter af waarom ik voor mezelf verplicht
ben om door te gaan. Wie of wat legt me die plicht op? Het leven
zelf? Op zo'n moment is het leven geen autoriteit, vertegenwoordigt
het ook geen autoriteit.
Mijn kleur is zwart en het is opvallend dat "zwart de eigenschap van een oppervlakte is dat al het opvallende licht absorbeert" (aldus de encyclopedie). Dat licht lijkt verdwenen te zijn en je moet heel veel moeite doen om het weer te voorschijn te laten komen. Zou zwart daarom de oorspronkelijke kleur van de rouw zijn?
Geke de Jonge, vrouw, geboren 20 januari 1950; partner Wim (69) overleed 6 september 2006 aan de gevolgen van hartfalen; samen geen kinderen; e-mailadres: gekedejonge@planet.nl
1 maart 2007
Hoofdredactioneel
Die 'eerste keren', hoe gaan we daar mee om?
In de loop van deze maand zal het er van komen: dan zal ik de caravan uit de stalling halen die ik er eind juni 2006 met zoveel gemengde gevoelens naartoe heb gebracht.
Zoals bijna
elk jaar waren we er in het voorjaar twee maanden mee op pad geweest.
En zoals elk jaar sinds 2003 hadden we, slechts een paar maanden
na alweer een operatie aan het begin van dat jaar, al onze moed
bijeen geraapt om - ondanks steeds meer beperkingen - er toch
weer even tussenuit te gaan. Dit met de bedoeling om alles even
achter ons te kunnen laten. Die voorgaande jaren deden we dat
met een niet aflatende hoop dat Bert de daaropvolgende maanden
weer overeind zou krabbelen en dat ons dan wellicht wat rust gegund
zou worden.
Deze vakantie was het echter anders. Bert was immers 'uitbehandeld'.
Het kon niet meer beter, maar alleen maar slechter met hem gaan.
En tijdens die vakantie, die eigenlijk geen vakantie meer was,
werd dat ook elke dag duidelijker.
En toch hebben we zelfs dat laatste jaar het leven opnieuw willen
uitdagen door een nieuwe caravan te kopen. En ik moet toegeven
dat hij veel gebruik heeft kunnen maken van het verhoogde vaste
bed
Maar bij het uitruimen van de caravan wist ik het eigenlijk al:
dit was onze eerste en laatste vakantie met deze caravan geweest.
Nu kan ik er
dus voor kiezen om de caravan in de stalling te laten staan en
eventueel op een andere manier op vakantie gaan, of om de draad
weer op te pakken en door te gaan. En dus ga ik met Pasen, samen
met schoonzus en zwager mee, naar een door hen uitgezochte plek
aan de kust waar Bert en ik ook samen hebben gestaan.
Mijn ervaring is, dat ik er de komende weken in gedachten wel
veel mee bezig zal zijn. En zodra de caravan voor de deur staat
en het inruimen begint, zullen de herinneringen aan de vorige
keren ongetwijfeld versterkt naar boven komen. En hoewel ik de
laatste jaren noodgedwongen veel zelf heb gedaan, zal ik er nu
écht alleen voor komen te staan. Niet iets om op voorhand
naar uit te kijken dus, maar meer om doorhéén te
gaan. Om hopelijk mee verder te kunnen.
Dit is dus míjn manier om hiermee om te gaan: het zoeken van de confrontatie. Maar ik kan me zo voorstellen dat jullie een andere, geheel eigen manier hebben of wellicht ook nog moeten vinden, om met dit soort situaties om te gaan. Misschien kies je juist voor het inslaan van nieuwe wegen die niet zo nauw verbonden zijn met de herinneringen aan hem of haar. Mogelijk heb je een tussenweg gevonden die goed aanvoelt of misschien heb je nog geen idee en sla je sommige eerste keren voorlopig nog even over
Hoe dan ook, er is natuurlijk niet één juiste manier die op iedereen van toepassing is en die voor iedereen werkt, maar ik ben wel heel benieuwd naar jullie eigen verwachtingen en eventuele ervaringen ten aanzien van al die eerste keren waar we allemaal - telkens weer - tóch voor komen te staan.
Wil je reageren? Stuur jouw reactie dan naar: Monique Vos, e-mailadres: info@draaikolk.com
Monique Vos
Hoofdredactrice
De Draaikolk
7 maart 2007
Ruggesteuntjes (40):Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos
"Net zoals een steen in een draaiende trommel wordt gepolijst, zijn het de klappen die het leven uitdeelt waar na veel vallen en opstaan de diamant aan te danken is."
"Wanneer een verlies ons treft, hebben we niet alleen dat ene verlies te betreuren, maar ontvallen ons meteen ook al die overtuigingen en aannames van hoe het leven zou moeten zijn."
"Maar wat een mens ook doet om zijn verdriet te overleven en te hanteren, alleen zijn voelt vaak veiliger dan kwetsbaar zijn in het gezelschap van mensen die het misschien niet begrijpen."
"Afzondering maakt deel uit van het rouwproces en kan een tussenfase zijn op de terugweg naar het leven van alledag. Uiteindelijk is afzondering een duisternis waar je doorheen moet, geen plek om te blijven."
Uit: "Over rouw. De zin van de vijf stadia van
rouwverwerking." - Elisabeth Kübler-Ross & David
Kessler; Ambo/Anthos
Uitgevers, Amsterdam 2006, ISBN 90-263-1962-2, 265 blz.;
19,95. Verspreiding voor België: Veen Bosch & Keuning
Uitg., Wommelgem
7 maart 2007
Verborgen 'lentekriebels', door Joostien Beuving
De dagen worden steeds
langer en langzaam zie ik de natuur zich weer voorbereiden op
de komende lente. Vorig jaar in maart sprak ik de hoop uit, dat
het ooit ook weer lente zou worden in mijn hart.
Het is nu ruim anderhalf jaar geleden dat ik, noodgedwongen, aan
mijn tweede leven begon en ik stel mezelf de vraag:"Wat wil
ik met dit leven, wil ik alleen verder of kan ik ruimte maken
voor een nieuwe relatie." Want hoewel ik mezelf best kan
redden, vind ik het alleen zijn nog steeds niet leuk.
Aandacht
Enkele weken
geleden kreeg ik mailcontact met een weduwnaar. Na een wat moeizame
start, waarbij we eerst enkele (voor)oordelen uit de weg moesten
ruimen, bleek dat we ook heel veel gemeenschappelijk hadden.
Het mailcontact werd intensiever en ik merkte dat ik die aandacht
heel prettig vond. Schreef ik kort geleden nog dat mijn verstand
mijn gevoel steeds ver vooruit was, nu gebeurde er iets onverwacht,
mijn gevoel ging er vandoor en gaf mijn verstand het nakijken.
Zo ken ik mezelf helemaal niet!
We wisselden foto's uit en ook dat leek veelbelovend. Toen hij
me vroeg of hij mij een keer mocht bellen, heb ik daar dan ook
meteen in toegestemd.
Geen 'klik'
Dan komt het moment waarop we elkaar gaan ontmoeten, heel spannend allemaal, een beetje 'schoolmeisjes' gevoel. En daar zit je dan, met een 'vreemde' man tegenover je. We praatten, aten en dronken wat, maar het vertrouwde gevoel dat er was toen we alleen nog mailden, was weg. Het gevoel kwam weer terug bij het verstand en daarmee ook het inzicht dat wij niet bij elkaar zouden passen. Nadat hij mij had thuisgebracht spraken we af dat we weer zouden mailen. Terwijl ik de volgende ochtend probeerde in een mail te verwoorden waarom het wat mij betreft niets zou kunnen worden, ontving ik van hem een mailtje waarin hij kort maar krachtig zei, dat wat hem betreft, de 'klik' er toch niet was. Ik besloot toen, om in plaats van mijn mail te versturen, dit kort te bevestigen, het was misschien wel beter zó.
'Een ervaring rijker en een illusie armer?
Ben ik nu, wat
ze zeggen, 'een ervaring rijker en een illusie armer'? Ik vind
van niet.
Evenals dat nu aan het begin van de lente, diep onder de grond
van alles verborgen zit, wachtend op het juiste moment om boven
te komen, heb ik ervaren dat er diep in mij nog 'lentekriebels'
verborgen zijn. Gevoelens, waarvan ik niet wist dat ik ze nog
had.
Ook in de natuur gaat het niet altijd in een keer goed, zijn daar
toch weer van die winterse buien, of bevriezen de bloemknoppen
na een late nachtvorst. Maar de natuur laat zich daardoor niet
ontmoedigen, steeds weer laat het nieuwe loten ontspruiten.
Ook ik wil mij door deze ervaring niet laten ontmoedigen, leven is immers risico's nemen. Ik durf nu weer een beetje te leven en vertrouw erop dat het, ook in mijn hart, ooit weer lente gaat worden, met óf zonder nieuwe relatie. Ik ben een ervaring rijker, maar een illusie armer, zeker niet!
Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een studerende en op kamer wonende dochter en een thuiswonende zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl
Na het plotselinge overlijden
van haar jeugdliefde Eric Klaverweide als gevolg van een motorongeluk
in 1999 gaat zijn vrouw Monique op Internet op zoek naar lotgenoten
en ontdekt ze zo De Draaikolk (zie de vervolgreeks 'Blaka
Rosoe'). Al snel ontstaat er intensief e-mailcontact
met de oprichter en hoofdredacteur Bert Vos die zijn vrouw Janny
begin 1998 had verloren aan borstkanker. In datzelfde jaar werd
ook bij hem darmkanker geconstateerd waaraan hij vervolgens is
geopereerd.
Voor beiden is het 'liefde op het eerste woord'. Ze trouwen begin
2002 en verhuizen vanuit de Randstad naar Groningen om daar 'met
z'n vieren' opnieuw te beginnen. Een paar dagen na de verhuizing
krijgen ze de onheilstijding dat er een uitzaaiing is geconstateerd.
De jaren daarna volgt er elk jaar een operatie. Tussen alle ziekenhuisverwikkelingen
door weten ze toch intens te genieten van het leven en vooral
van elkaar (zie de vervolgreeks 'Dubbel-leven') en samen verwerken
ze zo het verlies van hun vorige partners. Totdat eind 2005 een
vijfde operatie niet meer mogelijk blijkt en ook een chemotherapie
mislukt. Over dit alles houdt Bert jarenlang een persoonlijk dagboek
bij (zie 'Langs de vloedlijn'). Op 31 oktober 2006 komt Bert Vos
te overlijden. Hoe het vanaf dat moment verder gaat met Monique
lees je in deze vervolgreeks.
24 maart 2007
Rouw in Reprise, door Monique Vos
(4): Werk aan de winkel!
Sinds een week bespeur ik een verandering: ik begin te wennen aan het alleen zijn. Als ik bedenk dat Bert en ik al jaren nagenoeg 24 uur per dag samen thuis zijn geweest, ben ik er niet ontevreden over dat ik dit na vijf maanden "al" begin te ervaren. De vorige keer had dit toch veel meer tijd nodig. Overigens geldt dit niet alleen op dit punt. Over het algemeen merk ik dat het proces sneller verloopt. Zo snel, dat ik me af en toe afvraag of ik er überhaupt wel in heb gezeten
Tijd tekort
Ondanks dat
ik geen bezigheden buitenshuis heb, verveel ik me nog steeds niet.
Sterker nog, ik kom tijd te kort. Naast mijn 'werk' voor de websites,
dat ik thuis achter de PC kan doen, zijn er de gebruikelijke huishoudelijke
bezigheden, boodschappen en niet te vergeten die ergerlijke administratieve
rompslomp die nog wat na-ijlt. Het is zelfs zo dat de ochtendkranten
pas 's avonds worden gelezen en dat het moment waarop het avondeten
bij elkaar is gewokt maar al te vaak niet veel vroeger is dan
voorheen, zo moet ik tot mijn schaamte bekennen.
Hoe vaak ik niet gemopperd heb op mijn 'kok' over het late tijdstip
waarop hij mij pleegde te voederen als hij weer eens aan het "overwerken"
was
Nu er niemand op míj let, overkomt mij exact
hetzelfde. En als zelfs de eigenaresse van de plaatselijke Chinees
er opmerkingen over begint te maken 'dat ik toch wel weer erg
laat van mijn werk kom', dan zegt dat al genoeg. Inwendig moet
ik er wel eens om lachen want ik hoor Bert dan brommen
De euforie voorbij
Dat er een zekere
gewenning aan het optreden is, realiseerde ik mij vorig weekend
eigenlijk voor het eerst, toen ik weer eens in het theater zat.
Ik vond het min of meer 'gewoon' en dus niet langer bijzonder
dat ik daar zat. Ook viel het me op dat ik mij, in tegenstelling
tot de vorige keren, niet alléén voelde tijdens
deze matineevoorstelling die uit veel ouders met kinderen bestond.
De voorstelling boeide mij maar matig en ik heb me moeten inhouden
om niet tijdens de pauze naar huis te gaan. Lag het aan mij of
aan de voorstelling? Aan allebei wellicht.
Ik denk dat ik de euforie zo'n beetje voorbij ben. De afgelopen
maanden was dit mijn manier om met het alleen zijn om te gaan,
om een invulling te geven aan het lege weekend en om er toch af
en toe even uit te zijn, onder de mensen te komen. Misschien wordt
het tijd om hier mee op te houden, heeft het z'n functie verloren.
Het gegeven blijft: genieten doe je niet alleen, maar samen, en
het liefst met je partner.
Geen kluizenaarster
Het gaat dus nog steeds best goed met me. Tot nu toe ben ik nog niet in die mij zo bekende draaikolk van emoties terechtgekomen. Terugkijkend, denk ik nog steeds dat ik hier de afgelopen jaren al doorheen ben gegaan. Wat ik toen voelde, staat in geen verhouding tot de rust die ik nu voel. Die zware deken van onzekerheid is nu van mij afgenomen. Dat gevoel is allesoverheersend. Maar of dat zo blijft ?
Ik functioneer
'normaal', al zeg ik het zelf. Ik begin mijn dagritme van heel
lang geleden weer een beetje terug te vinden. Regel de zaken die
geregeld moeten worden. Hou mezelf in de gaten door niet continu
de hort op te gaan, maar ook veel thuis te zijn, en de laatste
tijd ook meer in de weekenden.
Wel wil ik er alert op blijven dat ik geen kluizenaarster word.
Daarom zoek ik niet alleen via e-mail, maar ook persoonlijk contact
met voornamelijk lotgenoten, omdat ik me bij hen toch meer op
m'n gemak voel want minder hoef uit te leggen. En vooral, omdat
zij ook alléén en geen stel zijn
'Voor alle zekerheid '
En toch zijn
er dan weer van die momenten dat ik aan mezelf ga twijfelen. Ben
ik nou inderdaad zo sterk als ik me denk te voelen of ben ik toch
aan het verdringen? Ik heb zogezegd wat behoefte aan bevestiging.
Daarom heb ik mij, na er goede verhalen over te hebben gehoord
van andere lotgenoten, toch maar aangemeld bij een psycho-oncologisch
centrum dat gespecialiseerd is in rouwverwerking voor kankerpatiënten
en hun partners en nabestaanden. 'Voor alle zekerheid', zeg maar.
En omdat ik 'toch wel heel veel heb meegemaakt', zoals na afloop
van het intakegesprek mijn verhaal werd samengevat.
En zo start ik binnenkort met deelname aan een rouwgroep (twaalf
tweewekelijkse bijeenkomsten van 2,5 uur), een vijftal sessies
haptonomie (om wat meer in contact met mijn gevoelens te kunnen
komen?) en, naar behoefte, een aantal individuele gesprekken.
En hoewel het mijn uitgangspunt was dat ik slechts aan één
van bovengenoemde therapievormen mee zou kunnen doen, werd als
vanzelfsprekend geopperd dat ik aan alles kon deelnemen. De kosten
worden door de AWBZ vergoed; slechts een verwijsbrief van de huisarts
volstaat. Dus waarom zou ik er geen gebruik van maken? Baadt het
niet, schaden kan het ook niet, lijkt me zo.
Nieuwe contacten
Tot begin september
is mijn agenda dan ook aardig gevuld. Het geeft me er een nieuwe
afleiding bij, de mogelijkheid om me te spiegelen aan andere lotgenoten
die ook met kanker zijn geconfronteerd en, niet minder belangrijk,
om mogelijk weer nieuwe contacten op te doen. Daarnaast heeft
het onderwerp 'rouwverwerking', als ervaringsdeskundige en hoofdredactrice
van de Draaikolk, al jaren mijn 'bijzonder warme' belangstelling
en wil ik wel eens ervaren hoe een en ander in z'n werk gaat.
Met die ervaring kan ik mogelijk weer wat meer voor anderen betekenen.
Maar voor nu, moet ik eerst zelf aan de slag. Werk aan de winkel
dus!
Monique Vos, vrouw, geboren 29 oktober 1960; partner Eric (44) op 26 april 1999 overleden door een motorongeval; partner Bert (64) op 31 oktober 2006 overleden aan darmkanker; geen kinderen; e-mailadres: elvo@planet.nl
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren.
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren