<

Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de edities oktober en november 2006


Hoofdredactioneel

Negen jaar geleden

We zijn trots dat we er wéér in zijn geslaagd een jaargang Draaikolk vol te maken, en hopen samen een overschot aan energie te hebben om het eerste jubileum volgend jaar met jullie te kunnen vieren!

Bert en Monique Vos
Hoo
fdredactie De Draaikolk


1 oktober 2006

Tijd om te oogsten…?, door Joostien Beuving

Buiten kan ik het voelen, ruiken en zien. Het is weer herfst. Het seizoen van oogsten. Wat in het voorjaar is gezaaid en gepland en in de zomer met liefde en hard werken is gegroeid kan nu worden geoogst.

In het plaatselijke krantje lees ik een advertentie van de apotheek waarin advies wordt gegeven aan vrouwen in de overgang. Je zou kunnen zeggen vrouwen die in de herfst zijn van hun leven. Zelf heb ik gelukkig geen fysieke problemen, maar door mijn werk kom ik regelmatig in aanraking met vrouwen die wel veel klachten hebben. Ik lees dus verder.
In de advertentie staat: "Het is een levensfase waarin veel veranderingen plaats vinden: je ouders hebben meer zorg nodig wegens ziekte of komen misschien te overlijden, de kinderen gaan de deur uit of krijgen zelf kinderen. Belangrijk is het om nu leuke dingen te gaan doen en tijd te nemen voor jezelf."
Na het lezen hiervan ben ik behoorlijk van slag. Zo zou ik willen dat het was. De werkelijkheid voor mij is anders.

'Ouders meer zorg nodig'

Als ik 18 jaar ben krijgt mijn vader een ongeluk waardoor hij een ernstige hersenbeschadiging oploopt. Na enige tijd in het ziekenhuis te hebben gelegen, komt er een andere (vaak ook agressieve) man thuis, in het lichaam van mijn vader.
Ik ben 27 jaar wanneer ik met Arend trouw. We zijn in de bloei van ons leven en werken samen hard. We hebben een mooi huis, wat hij zelf gebouwd heeft, met een grote tuin en wat weidegrond eromheen voor onze dieren. Nadat aanvankelijk tegen ons was gezegd dat de kans op het krijgen van kinderen voor ons klein was, wordt na 7 jaar toch onze dochter geboren en 2 ½ jaar later mogen we zelfs nog een gezonde zoon in onze armen sluiten. In de periode dat onze zoon wordt geboren heeft Arend, tengevolge van zijn zware werk in combinatie met een rugafwijking, veel rugproblemen. Om ook in de toekomst nog een beetje te kunnen functioneren, krijgt hij pijnblokkades en het advies te stoppen met zijn zware werk. Gelukkig krijg ik dan de mogelijkheid om meer te gaan werken, waardoor ik een deel van het financiële verlies kan opvangen.
Ik ben 28 wanneer ik te horen krijg dat mijn moeder borstkanker heeft. Een zware operatie volgt met de nodige nabehandelingen, maar na verloop van tijd wordt ze weer genezen verklaard. Enkele jaren later wordt bij haar een melanoom ontdekt. Ook hiervan wordt ze na allerlei behandelingen weer genezen verklaard. Enige tijd later wordt weer borstkanker ontdekt, weer een operatie en allerlei behandelingen volgen. Uiteindelijk overlijdt ze na een langdurig ziekbed.
Al die tijd is Arend mijn grote steun en toeverlaat. Wij hebben elkaar, ons veilige gezinnetje, en van daaruit blijft nog genoeg over om anderen te helpen. Dat hebben we ook nodig. De man van mijn zusje, met wie we veel optrekken (ze wonen dichtbij en hebben kinderen in dezelfde leeftijd) overlijdt plotseling op 41 jarige leeftijd aan een hartstilstand.
Ook dan is Arend mijn rots in de branding en ook mijn zusje en haar kinderen kunnen op zijn onvoorwaardelijke steun rekenen.

'Veel veranderingen'

Dan ben ik 50 jaar. Totaal onverwacht door een longembolie komt Arend te overlijden. Hiermee verandert alles totaal…

'De kinderen gaan de deur uit'

Hier klopt het enigszins. Mijn dochter woont sinds kort op kamers voor haar studie.
Ik weet dat ik, hoe graag ik ook zou willen, geen vader en moeder tegelijk kan zijn. Maar soms voel ik me zo machteloos. Ze zit tijdelijk (in afwachting tot ze aan de beurt is voor een studentenflat) op een klein kamertje bij een hospita die, net als vele andere huisjesmelkers, misbruik maakt van het enorme woningtekort aldaar. Als mijn dochter dan 's avonds huilend belt omdat ze zich daar zo eenzaam voelt, zijn mijn armen 150 km te kort. Als ik haar dan toch weer wat heb kunnen troosten, kan ik zelf daarna vervolgens mijn verhaal niet meer kwijt.
Ik vind steeds in mijn kinderen de kracht om door te gaan, maar tegelijk ben ik daarin nu ook zo kwetsbaar…

'Leuke dingen doen, tijd nemen voor jezelf'

'Leuke dingen doen' (ik schreef het al eerder) staat voor mij gelijk aan samen iets doen. Tijd voor mezelf? (ook dit schreef ik eerder) Ik heb voortdurend tijd tekort. Arend deed de huishouding en nam de verzorging van de dieren voor zijn rekening. Daarnaast deed hij de klussen in en om het huis die zo nu en dan gedaan moeten worden en ook financieel is het er niet gemakkelijker op geworden. Het komt nu allemaal op mij neer.

Ik ben nu 52 jaar oud. Je zou kunnen zeggen dat ik aan het begin sta van mijn herfst, voor veel mensen misschien de tijd om te oogsten. Voor mij heeft zich echter een enorme natuurramp voltrokken die een groot deel van mijn oogst heeft vernield. Ik probeer nu alleen nog maar te redden wat er te redden valt.
Vanuit mijn contacten met lotgenoten, mede dankzij de Draaikolk, weet ik echter dat ik hierin niet alleen sta.

Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een studerende en op kamer wonende dochter en een thuiswonende zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl


15 oktober 2006

Buitenwereld-binnenwereld, door Marijke Verhaak

De rouw om mijn allerliefste, mijn Jan, is de meest rauwe emotie die ik ooit heb beleefd. Helaas maak ik vele uren per etmaal zeer bewust mee; ik slaap slecht en dan nog met medicatie. Ik voel me kapot gescheurd, ik ben de grond onder mijn voeten kwijt. De wereld is niet meer onze wereld. Wij bestaan niet meer. Wij zijn uit elkaar gerukt. Jan is nergens meer.

Ik ontmoet lotgenoten die hun overleden partner naast zich blijven voelen, met hem/haar praten, adviezen krijgen van hem/haar. Ik niet, hij is echt helemaal weg. Wat ben ik jaloers op mensen die geloven in een weerzien na de dood. Kon ik dat ook maar geloven. Ik wil wel, maar dat werkt niet.
In mijn huwelijk heb ik altijd mijn eigen naam gebruikt. Na Jan's dood zou ik het liefst alsnog zijn naam gaan gebruiken, om in naam nog een twee-eenheid te zijn. Met dat doel heb ik mijn naam al op het graf naast zijn naam laten zetten. Mijn zwarte humor deed me opmerken dat er vast op kon staan: 7-6-1943, gevolgd door 20.., dat zijn de zekerheden die ik nu al heb. Maar ja, dat gaat wel erg ver, zelfs ik vind dat.

Buitenwereld

Na vijftien maanden is mijn verdriet niet minder geworden. Alleen toon ik het minder aan de buitenwereld. Af en toe krijg ik de indruk dat men vindt dat het nu tijd wordt om weer de draad op te pakken. Welke draad? Er is geen draad meer! Ik ervaar een buiten- en een binnenwereld.
In de buitenwereld zet ik mijn bijpassende masker op en speel mijn rol doorgaans goed. Soms val ik even uit mijn rol, maar meestal pak ik die snel weer op. Ik ben graag en veel in de buitenwereld, het geeft me afleiding.

Binnenwereld

Maar vaak ben ik alleen, met name de late avonden, de nachten, de vroege ochtenduren. Dan kom ik tot mezelf, zoals dat heet. Dat moet iets positiefs zijn, momenten van reflectie, bezinning, innerlijke rust. Dat klinkt mooi en lieflijk, maar zo werkt het niet bij mij. Mijn binnenwereld bestaat uit verdriet en vaak kwaadheid op het lot. Ik heb mezelf nog niet veel beters te bieden, helaas. De deur naar mijn binnenwereld moet ik zoveel mogelijk gesloten zien te houden om de storm en het onweer op afstand te houden.
Ook in huis probeer ik zoveel mogelijk met de buitenwereld in contact te blijven. Dat doe ik met de computer. Vooral het e-mailen doet me goed, het voorkomt een tijdje dat ik onderga in verdriet, het houdt me bij het moment. Ook Internet biedt veel mogelijkheden, je haalt de buitenwereld naar binnen. Enkele verslavende spelletjes doen het ook goed, je moet er je aandacht bij houden.

Ik hoor al bijna wat anderen tegen mij willen zeggen: laat het verdriet maar komen, huil het eruit, je moet tot de bodem van de put.
Alleen ik weet dat er nog altijd meer dan genoeg tijd overblijft waarin ik alleen ben in mijn binnenwereld. Ik stel alleen maar uit, het dreigende noodweer overvalt me toch.

Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


Hoofdredactioneel

De Draaikolk draait door...

Zoals jullie wellicht inmiddels weten is mijn tweede liefde, Bert Vos, op 31 oktober jl. op 64-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker overleden. Na het overlijden van zijn eerste vrouw Janny in 1998 richtte Bert ‘De Draaikolk, verder leven zonder hem of haar’ op, een persoonlijke webplek voor mensen die hun partner hebben verloren met verhalen, gedachten en gedichten, adviezen, tips, reacties, relevante links, recensies en boekenlijst, voor en van lotgenoten, gericht op de eigen rouwverwerking.
Via ‘De Draaikolk’ leerde hij mij, een lotgenote, kennen en sinds begin 2000 hebben wij ons samen als de hoofdredactie voor zijn ‘geesteskind’ ingezet.

Ondanks zijn eigen rouwverwerking en afnemende gezondheid is Bert zich de afgelopen jaren verantwoordelijk blijven voelen voor de continuïteit van zijn website waar veel lotgenoten, zowel in Nederland, België als overzee, de afgelopen jaren veel steun en troost uit hebben kunnen putten.
Per 1 oktober jl. is ‘De Draaikolk’ alweer aan de 9e jaargang begonnen. Best wel een unicum voor een dergelijk belangeloos initiatief in het nog jonge Internetwereldje.

Als de journalist in hart en ziel die Bert Vos was, wilde hij graag tot het einde gelezen worden. Ik zal zijn/ons werk voortzetten en mede zo de herinnering aan Bert levend houden.
Dus blijf De Draaikolk lezen, blijf vooral ook reageren en help zo mee om ervoor te zorgen dat De Draaikolk - net als de afgelopen 8 jaar – een persoonlijke webplek voor maar ook van lotgenoten kan blijven en zo aan een ieder een luisterend oor kan blijven bieden.

Dank aan alle lieve mensen die de afgelopen jaren, in welke vorm dan ook, met ons hebben meegeleefd. Hierdoor zijn Bert en ik in staat gebleven om ons liefdeswerk - ondanks alles - toch voort te blijven zetten.

Overlijdenskaart Bert

 

Bedankt!

De afgelopen drie weken heb ik mij kunnen wentelen in een warm bad van e-mails, kaarten en telefoontjes. Ik voelde mij er als het ware door 'gedragen' en het ontroerde mij te lezen wat Bert's moedige intiatief, destijds in 1998, tot op de dag van vandaag voor jullie persoonlijke rouwverwerking heeft betekend. Heel erg bedankt voor jullie hartverwarmende woorden van erkenning en steun.

Net als na het verlies van mijn eerste liefde Eric, zal ik de Draaikolk nu zélf opnieuw hard nodig hebben om op enig moment mijn gevoelens weer van mij af te kunnen schrijven, want ik weet immers uit ervaring dat dit de sluimerende gevoelens in mij naar boven zal brengen en voor de noodzakelijke ontlading zal zorgen.
Ik hoop van harte dat jullie je vrij voelen om dit vooral ook te blijven doen, zodat wij ons aan elkaar kunnen optrekken.

22 november 2006

Monique Vos
Hoo
fdredactrice De Draaikolk



11 november 2006

De ervaring van mijn lichtdroom, door Lies van Dooremaal

Liefste,

Toen ik je mijn eerste brief na jouw dood schreef, was dat een sprong in het duister. Ik was me maar al te bewust van jouw definitieve afwezigheid. Maar ik merkte dat iedere keer dat ik die pijnlijke realiteit tot mijn bewustzijn toe liet, de wankele bodem onder me weer weg sloeg. En dat was uiterst bedreigend. Je moet wel gek zijn om dat bewust op te zoeken. Wie legt zichzelf op de pijnbank?
Tegen mezelf zei ik keer op keer: 'luister toch naar mensen die van je houden, die je zeggen dat ze het fijn vinden dat jij er nog bent. Je kinderen, je vrienden...' Ze zeggen dat immers als ze me opzoeken, uitnodigen, er dan even voor me zijn.
Maar lief, zij waren met z'n allen en met al hun genegenheid en goede bedoelingen niet in staat om een nieuwe dragende bodem aan te brengen in dat gat, dieper dan een bomkrater, dat jij - onbedoeld - in mijn bestaan geslagen had. Zij leven namelijk verder. Ik ademde wel, dus leefde. Vierde de verjaardagen van kleinkinderen en hun ouders mee; ging met de moed der wanhoop op uitnodigingen in; gaf me op voor een wandel-, lees- en filosofiegroep, maar ik was toch het allerliefste hier thuis. Voelde me hier het dichtst bij jou. Hier nog "wij". Ik wist voor jouw dood niet hoe ik zou reageren. Wat blijkt een mens toch telkens opnieuw weinig van zichzelf te kennen. Het zijn altijd nieuwe omstandigheden die ons een nieuw zicht daarop geven.

Vreugdeloos

Nu er al zeven maanden verstreken zijn, ben ik langzamerhand aan je lichamelijke afwezigheid gewend. Ik hang voor jou allang geen handdoeken meer op in de badkamer. Ik strijk geen overhemden meer. De suikerpot blijft al veel langer bijna even vol. De wijnglazen komen nauwelijks nog uit de kast... Ik leefde vreugdeloos.
En iedere herinnering, de dagelijkse blikken naar je stralende foto, het horen van je naam, het tegenkomen van je handschrift, het lezen van bepaalde post, het bracht en brengt mijn hart - telkens nog eventjes - in beroering.
En zoetjesaan raakte ik verder "gespeend", werd ik niet alleen met m'n neus, maar met mijn hele eigen "zelf" gedrukt op jou als zijnde-niet, zijnde-nooit-meer, zonder enig wenkend perspectief.

Niet jij bleek mijn last, maar ikzelf

Toen, op een dag in diepe eenzaamheid, schreef ik jou en ontdekte al schrijvend hoe dood ík in feite was, zodat ik eindigde met die bede: "dat nu dan, uit het Licht vandaan, voor mij jouw hulp mag komen." En zo mezelf in die "brief" tegenkomend in al mijn naaktheid en armoede. Voelde dat, die werkelijkheid, pas als waarachtige grond-om-op-te-staan.
Niet jij bleek mijn last, maar ikzelf. Mijn gebukt gaan onder 'mijzelf-zonder-jou'. Hoe kan iemand die dit niet beleeft, altijd alleen was of nog steeds met een partner het dagelijkse leven deelt, hoe kan die ook maar enige notie hebben van wat er in mij speelde en dan vooral: in mij woelde en woedde? "Ze" komen aan met voorschriften, raadgevingen en statistische data omtrent rouw. Overwonnen ze in plaats daarvan maar hun eigen vaak weggestopte angst voor wat de dood niet alleen met je partner kan doen, maar ook met wie-van-de-twee overblijft. Dat "wegstoppen" doen wij als samenleving met z'n allen, met man en macht! Maar dan nog blijft de dood, op onbekende termijn, voor iedereen de enige echt onontkoombare "terrorist".
"Leve het leven!" krijsen vooral alle reclameleugens ons toe. Nee, ik heb niets tegen "leef het leven", integendeel, doe dat vooral! Maar wil je echt alles uit het leven puren, wat er aan hartstochtelijke vreugden en mogelijkheden in opgeslagen ligt, dan zul je daar beter in slagen, wanneer je - zonder innerlijk verzet - ook al jonger bewust durft kijken naar het einde van het leven, dat absoluut komt. "Dat wil ik helemaal niet! Zal ik me daar even treurig gaan zitten wezen?" kreeg ik van een veertigjarige te horen als onmiddellijke spontane en verontwaardigde reactie (geleverd bewijs voor die stelling).

Einddoel voor onze levensreis

Maar... voor iedere gewone reis die we plannen, kiezen we eerst waar we heen willen. Voor onze levensreis ligt dat einddoel voor iedereen al vast, maar in navolging van ettelijke vorige generaties nemen we klakkeloos aan dat daar weinig of niets over aan de weet te komen valt. En dat het triest is. Hoe komt dat? Want het is niet waar. Dit is in feite de grootste leugen waarmee wij zo goed of zo kwaad mogelijk opgroeien en die veel levens zo verschrikkelijk plat, bekrompen, egoïstisch en armzalig maakt.
Jij, liefste, hoopte en weet nu inmiddels, dat bij de dood niet alles ophoudt. Als de dood de laatste en afschuwelijkste afgang lijkt waar geen mens aan ontkomt, dan staat er op onze tamelijk korte levens van 70 tot 90, desnoods 110 jaar, een nog toenemende druk om leven-na-de-dood te ontkennen: 'gat in de grond... klaar uit...fini!' Maar, als zou kunnen blijken dat er voor iedereen wél leven is na de dood?
Ik kan me onmogelijk voorstellen dat wat mij na mijn eerste brief aan jou in een droom geschonken werd, alleen voor mij gegeven is. Veel mensen die rouwen om een kind, partner of enig ander met wie ze een liefdesband hadden, dromen helder over die mens en dat is al troostrijk. Ook mij overkwam dat enige tijd geleden en het deed me goed, al was het 'maar een droom...'

Muur-van-licht

Maar na mijn eerste brief aan jou heb ik twee nachten daarna opnieuw gedroomd, maar zo anders, zo verschillend van die eerste keer! Toen droomde ik immers van je in je vertrouwde ochtendjas, keek jij me glimlachend aan, stak je armen naar me uit, omhelsde me en bij het wakker worden in de ochtend was ik daar nog steeds blij mee.
Ik kan me goed voorstellen dat onze aardse wensen zich 's nachts in onze geest vertalen in zo'n droomgezicht en wie zullen vuriger wensen hun geliefden te zien dan juist mensen die hen voorgoed moeten missen? Dat soort dromen is zo verklaarbaar!

Maar dit keer? Ik werd wakker in de overtuiging dat jij me riep. Ik ging staan en zag een muur-van-licht, zo hoog en laag, zo breed en wijd als ik kijken kon! En plotseling zag ik niets meer, maar beleefde dat ikzelf in dat Licht was, erin opgenomen, en ik beleefde dat als een en al weldaad, had geen besef van tijd of plaats, was lichaamloos, tijdloos, maar heel bewust aanwezig.
's Morgens werd ik wakker en wist onmiddellijk wat me voor bijzonders overkomen was. Ik stond rond acht uur op, zette thee en maakte zoals altijd twee beschuiten klaar waarmee ik op de bank in de balkonkamer ging zitten - zoals zo vaak met jou - uitkijkend over het water. Ik was dankbaar en vredig gelukkig en na m'n ontbijt sloot ik mijn ogen om nog even te verwijlen bij de herinnering aan de nacht. Toen ik ze weer opende, bleek het bij elven. Ik had niets gezien, niets gehoord, niets gezegd, maar wist heel duidelijk, dat ik in het 'Boek der Wijsheid' moest lezen en dat een bijzondere, maar raadselachtig gebleven droom die ik ooit had in de tachtiger jaren, me net verklaard was. Die verklaring was echter meteen weer verdwenen, maar ik was zorgeloos, zo van "ach, als het belangrijk is komt het wel terug". Ik ben er absoluut van overtuigd, dat "jij" het was die me die nacht "op mocht halen", al heb ik daar verder niets van jou, of wie wat dan ook, met mijn ogen "gezien".

En jawel, in een van de nachten daarna werd een groot machtig bouwwerk, dat bij die twintig jaar oude droom hoorde (die ik jou ooit verteld heb) opnieuw vertoond en tot mijn opperste verbazing plots in gevouwen toestand "opgerold", alsof het van lichtgewicht bordkarton was en daarna werd het ook weer "uitgerold" in de vorige toestand. En ik begreep. Die droom is van en voor mij persoonlijk, maar wat eromheen speelt, is "gewoon". Ik bedoel daarmee, dat jij en ik weten dat ik geen paranormaal begaafd mens ben. Ik droomde zelden samenhangend en zo duidelijk. Dat is iets wat voor de meeste mensen zo wel zal gelden.
Maar het meest bijzondere zit er daarom ook in (natuurlijk alleen voorzover iemand anders hier een boodschap aan wenst te hebben) dat ik me in diepe nood tot jou, mijn gestorven lief, wendde en dan eigenlijk zo op mijn wenken bediend ben (maar daarin heb je me ook bij-je-nog-hier-zijn altijd al verrast). Ook ben ik normaal genoeg om te weten dat je geen brief kunt sturen (wel schrijven) aan een gestorven mens, maar dat schrijven op zich werd voor mij wel een ontwikkeling van vragen, antwoorden, die tot inzichten werden, wat me verder en verder hielp in mijn situatie toen. Ik zou zonder die brief niet jouw hulp ingeroepen hebben en toen ik dat deed, bracht je me die in die muur van licht, op de grens tussen onze werelden.

Nieuwe verbinding

Vrucht van dit alles is, dat er nu een nieuwe verbinding is tussen jou en mij of juister: tussen "jullie" en mij, want jij bent daar niet zo'n afgescheiden individu meer als wij - mensen - hier hebben te zijn. Hier bouwen wij, vaak uiterst moeizaam, onze bruggen naar elkaar. Die afgescheidenheid houdt op bij de dood, bij het einde van "leven binnen een lichaam". Dat werd voor jou een heerlijk thuiskomen waar we ons hier nauwelijks een voorstelling van kunnen maken. Misschien moeten wij, nog geheel en al aards, sterker geloven in wat onmogelijk lijkt. In dat onbewijsbare, wat daarom nog niet onbestaanbaar is. Het verstand is hier op aarde onmisbaar om kennis op te doen, maar tegelijkertijd is het lichaamsgebonden, zodat we er geen 'inzicht-in-alles' mee kunnen krijgen. Verstand blijft een aardse, krachtige, individuele, sterk overschatte, begrensde gave.

Mijn lief, ik geloof dat het nu langzamerhand tijd wordt, dat ik het mijne ga gebruiken om me te verdiepen in dat oudtestamentische 'Boek der Wijsheid'. Voor mij is het, dankzij de ervaring van mijn lichtdroom, alsof ik sindsdien de reis geboekt heb naar "jullie" en me - in vertrouwen verder levend - daarop "voorbereid".

Voor nu en altijd in onverbreekbare liefde, jouw Lies.

Lies van Dooremaal, vrouw, geboren 23 juni; partner Jan overleden op 28 maart 2006 aan uitgezaaide pancreaskanker; vier volwassen uitwonende zonen; e-mailadres: lvdooremaal@xs4all.nl


12 november 2006

Mijn computer als therapeut, door Joostien Beuving

Toen Arend net was overleden en men aan mij vroeg: 'hoe gaat het nu met je?' zei ik 'klote' of iets dergelijks. Soms gaf ik helemaal geen antwoord, schudde ik alleen maar met mijn hoofd. 'Dat begrijp ik', zeiden ze dan.
Na verloop van tijd kreeg ik steeds meer het gevoel dat ze het helemaal niet (meer) begrepen. Dus als weer iemand vroeg: 'Hoe gaat het met je?' gaf ik als antwoord: 'wisselend'. Ik kon dit naar waarheid zeggen, want niemand vroeg door. Ik hoefde dus ook niets uit te leggen, niet te zeggen dat dit voor mij betekende soms beroerd, soms nog beroerder. 'Het leven gaat door' zeggen ze dan. 'Ja', zeg ik dan, en ik denk: voor jou wel...
Rationeel gezien hebben ze natuurlijk gelijk, maar gevoelsmatig is mijn leven op 15 juni 2005 gestopt. Ik moet een compleet nieuw leven zien op te bouwen. Een leven zonder mijn geliefde, zonder mijn steun en toeverlaat.

Hoe meer er verandert, hoe verder hij van mij weg komt te staan

Als nu iemand aan mij vraagt hoe het met mij gaat, dan zeg ik: 'Goed hoor'. Dat is namelijk wat ze van mij verwachten. Er is immers al meer dan een jaar voorbij, al die eerste keren zijn geweest, alles lijkt weer gewoon door te gaan. Zij begrijpen niet dat juist doordat alles weer 'gewoon' lijkt door te gaan, ik hem steeds meer ga missen.
Er verandert de laatste tijd zo veel en ik zou hem dat zo graag willen vertellen. Ik zou hem willen laten zien dat de verbeteringen aan de woning en aan de stallen, waar hij net aan was begonnen, nu bijna klaar zijn en hoe het geworden is. Ik zou hem willen zeggen dat het onze dochter is gelukt de studie te beginnen, die ze van klein kind af aan al wilde gaan doen. Ik zou hem willen vertellen dat onze zoon naar een andere school is gegaan en dat hij het daar erg naar zijn zin heeft.
Steeds als er goed nieuws is denk ik, in een nanoseconde: dat moet ik tegen Arend zeggen! Bijna gelijktijdig weet ik dan: dat kan niet meer... Ik voel mij dan zo eenzaam. Het is net alsof, hoe meer er verandert, hoe verder hij van mij weg komt te staan en dat doet pijn, veel pijn.

De computer (ver)oordeelt niet

Ik ben dus niet meer eerlijk tegen anderen, want ik ben bang als ik zeg hoe ik mij écht voel, dat ze me straks gaan mijden. Eerlijk ben ik nu alleen nog maar tegen mijn computer. Mijn computer is als het ware mijn therapeut, tegen hem kan ik alles zeggen. Ik kan hem zeggen dat ik nog vaak verdrietig ben, ik kan hem zeggen dat ik mij nog regelmatig rot voel.
Het fijne van deze therapeut is, dat ik altijd bij hem terecht kan, ook 's nachts. Als ik wil dat wat ik zeg niet verder komt, hoef ik het alleen maar op te slaan in de map 'privé' en ik weet dat hij het niet verder zal vertellen. De computer (ver)oordeelt niet, ik kan alles eerlijk zeggen zonder dat hij mij ongevraagd advies geeft. Zonder dat hij mij gaat zeggen wat ik moet voelen, denken of doen. Zonder dat hij mij gaat 'troosten' met verhalen van mensen die het nog erger hebben dan ik.

Mocht ik de behoefte voelen om mijn verhaal toch met iemand anders te willen delen, dan verstuurt hij het gewoon voor mij naar diegene aan wie ik mijn verhaal wil toevertrouwen. Zoals nu bijvoorbeeld naar mijn lotgenoten op Draaikolk.com. En mochten mijn lotgenoten er dan op willen reageren, dan vertelt mijn computer dit ook weer tegen mij. Vaak voel ik me dan wel begrepen en daardoor even weer wat beter.

Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een studerende en op kamer wonende dochter en een thuiswonende zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl


Na het plotselinge overlijden van haar jeugdliefde Eric Klaverweide als gevolg van een motorongeluk in 1999 gaat zijn vrouw Monique op Internet op zoek naar lotgenoten en ontdekt ze zo De Draaikolk (zie de vervolgreeks 'Blaka Rosoe'). Al snel ontstaat er intensief e-mailcontact met de oprichter en hoofdredacteur Bert Vos die zijn vrouw Janny begin 1998 had verloren aan borstkanker. In datzelfde jaar werd ook bij hem darmkanker geconstateerd waaraan hij vervolgens is geopereerd.
Voor beiden is het 'liefde op het eerste woord' en ze laten er geen gras over groeien. Ze trouwen begin 2002 en verhuizen vanuit de Randstad naar Groningen om daar 'met z'n vieren' opnieuw te beginnen. Een paar dagen na de verhuizing krijgen ze de onheilstijding dat er een uitzaaiing is geconstateerd. De jaren daarna volgt er elk jaar een operatie. Tussen alle ziekenhuisverwikkelingen door weten ze toch intens te genieten van het leven en vooral van elkaar (zie de vervolgreeks
'Dubbel-leven') en samen verwerken ze zo het verlies van hun vorige partners. Totdat eind 2005 een vijfde operatie niet meer mogelijk blijkt en ook een chemotherapie mislukt. Over dit alles houdt Bert jarenlang een persoonlijk dagboek bij (zie  'Langs de vloedlijn'). Op 31 oktober 2006 komt Bert Vos te overlijden.
Hoe het vanaf dat moment verder gaat met Monique lees je in deze vervolgreeks.


27 november 2006

Rouw in Reprise, door Monique Vos

(1): De vorige keer

Een leeg scherm, een leeg gevoel van binnen, en weer een nacht waarin ik de slaap niet kan vatten.
Het is nu bijna vier weken geleden dat Bert, mijn tweede liefde, overleed. En ook al is dit verlies nog erg vers, toch denk ik dat het goed voor me is om - al schrijvende - te proberen in contact te komen met mijn gevoelens die nu nog onderhuids aan het broeien zijn. En net als de vorige keer doet moedertje natuur opnieuw haar werk door mij tijdelijk te voorzien van een beschermende laag, simpelweg omdat dit alles te veel is om in één keer te bevatten.
De afgelopen weken waren mijn gevoelens (of beter gezegd de afwezigheid ervan) niet meer dan een knipperlicht van speldenprikken, zoals bij het uit het zicht ruimen van de eerste meest beladen spullen: de babyfoon, zijn leesbril en zijn pantoffels; de medicijnen, de babyfoon en de hulpmiddelen van de thuiszorg; zijn ochtendjas, de babyfoon en zijn minitoetjes in de koelkast; zijn scheerapparaat, zijn horloge en de babyfoon...

Weerbaarder

Het is een nieuw aspect, dat vergelijken met 'de vorige keer'. Het is niet altijd even fijn want daarmee doe ik 'de vorige keer' dus ook nog eens dunnetjes over, en zo krijg ik er twee voor de prijs van één.
Maar het zou best wel eens kunnen zijn, hou ik mezelf voor, dat ik sterker ben geworden door wat mij de vorige keer is overkomen. Met die eerdere ervaring moet ik toch mijn voordeel kunnen doen?
En daar heeft het nu ook alle schijn van. Het leven heeft mij een stuk weerbaarder gemaakt, zodat ik beter voorbereid ben op zaken die mij de vorige keer zo van mijn stuk brachten, zoals de onverbiddelijke administratieve rompslomp, de 'mannelijke' klusjes in huis die ik de afgelopen jaren - deels uit noodzaak - op voorhand al zoveel mogelijk naar mij heb toegetrokken, het uitkiezen van een urn enz. Maar er is ook dat kleine stemmetje in mij dat mij eraan herinnert dat mijn huidige gemoedstoestand over een paar maanden wel eens plotsklaps kan omslaan en dan is het maar beter wanneer deze zaken zoveel mogelijk geregeld zijn, denk ik dan pragmatisch.

Teleurstelling

Maar dat vergelijken heeft nog andere nadelen. De vorige keer was ik zo in shock na Eric's plotselinge dood dat zijn uitvaart mij eigenlijk niets kon schelen. Ja, ik heb alles ondanks of dankzij de roes waarin ik verkeerde keurig weten te regelen, maar diep in mijn hart had ik het liefst alleen afscheid van hem genomen. Wij hadden immers altijd alles samen gedaan, net zoals Bert en ik. Uiteindelijk heb ik het hele gebeuren, gelaten maar ook met enige verwondering, over me heen laten komen en hield ik er een goed gevoel aan over.
Deze keer hebben Bert en ik het einde - rationeel gezien - natuurlijk zien aankomen, ook al bleef de hoop, als was het onkruid, na elke operatie onverminderd de kop opsteken en word je uiteindelijk door het moment zelf toch weer overvallen.

De laatste maanden is Bert actief betrokken geweest bij het voorbereiden van zijn afscheid en zo konden wij samen de belangrijkste beslissingen nemen. Dat hij daarvoor open stond, vond ik geweldig van hem, want nu zou ik er immers niet helemaal alleen voor komen te staan. De voorbereidingen werden door ons beiden met een flinke dosis 'zwarte humor' gelardeerd, waardoor het te doen was.
Maar, hooggespannen verwachtingen kunnen al gauw tot teleurstelling leiden. Zijn uitvaart was voor mij dan ook als een lang verwachte première zonder de aanwezigheid van de hoofdrolspeler. En zo kon het gebeuren dat gevoelens van teleurstelling bij mij de overhand wisten te krijgen. En écht, ik doe mijn best om dit weer te relativeren, maar de ene dag lukt me dit beter dan de andere.

Derde leven

Inderdaad, in tegenstelling tot de vorige keer heb ik al wat vóóraf kunnen verwerken. Ik heb Bert immers de afgelopen jaren met mijn eigen ogen lichamelijk achteruit zien gaan. Ik heb hem, ook de laatste maanden, tot het einde thuis alleen kunnen verzorgen. Heb de wanhoop gevoeld toen ik hem steeds meer van me zag wegglippen. Zat naast hem op het moment dat hij, na vier dagen continu onrustig te zijn geweest, ineens stil werd en zomaar kalm heen ging. Heb ik zelf zijn ogen gesloten en is hij thuis opgebaard.
Of dit alles ertoe zal bijdragen dat mijn rouwverwerking dit keer minder zwaar zal verlopen, dat moet ik nog ontdekken. Ik zal het opnieuw 'laten gebeuren'.

In de herfst van mijn leven heeft de winter opnieuw z'n intrede gedaan.
Ik haal diep adem, en aan het begin van mijn derde leven wil ik erop vertrouwen dat de lente zich weer zal aandienen.


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren