Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Alle teksten uit de edities juni en juli 2006
Hoofdredactioneel
De plek en het moment
Nog niet zo lang geleden zat ik op een plek in Frankrijk, waar ik bijna tien jaar geleden ook was, samen met Janny, een half jaar voordat ze stierf. Ik had de plek niet bewust uitgezocht, ook niet het tijdstip. Het bleek de trouwdag van Janny en mij te zijn. Ik moet eerlijk zeggen dat het pas tot me doordrong toen ik me met een boek in het zonnetje had geïnstalleerd en ik nog wat wegdromend naar de contouren van de Bourgondische bergen verderop keek. Pas toen bedacht ik dat ik in Bourgondië zat en toen de datum tot me doordrong, kwamen de herinneringen als een vloedgolf. Want hier had ik met Janny onze laatste trouwdag samen gevierd. Een heel bijzonder, maar ook heel verdrietig moment.
Hoeveel lotgenoten die nu op vakantie zijn of nog gaan zal hetzelfde misschien overkomen? Al die déjà vu gevoelens, al die herinneringen die bewust of onbewust worden opgeroepen door de plek waar je bent. Natuurlijk, veel lotgenoten zullen juist die plekken mijden, er met een grote boog omheen gaan. Anderen kiezen er bewust voor om de confrontatie nog eens aan te gaan. Het is als muziek. We hebben het er wel eens vaker over gehad dat je sommige muzieknummers liever niet draait omdat ze bepaalde verdrietige of juist heel dierbare herinneringen oproepen. Met de plekken waar je samen bent geweest is het al net zo.
Zelf heb ik de Camarque jarenlang gemeden. Die bijzondere plek was in mijn hart opgeborgen omdat het de lievelingsplek van Janny was. Toen ik er uiteindelijk toch weer naar toe ging, samen met Monique, werd ik overvallen door een enorme verdrietaanval die lang aanhield. De confrontatie was eigenlijk net even teveel geweest.
Iedereen beleeft het op zijn of haar eigen manier. De één wandelt met een glimlach vol blije herinneringen over een mooi bergpad waar hij of zij ook samen met zo ontzettend veel plezier hadden gewandeld. De ander huilt het hart uit z'n lijf of durft er gewoon niet aan te beginnen.
Er is een troost.
Naarmate de jaren verstrijken worden herinneringen minder pijnlijk,
krijgen ze steeds meer de warmte die ze verdienen, zonder het
verdriet dat ze aanvankelijk op bleven roepen. Nou ja, vaak. Niet
altijd. Want ik zat op die Bourgondische camping op onze trouwdag
toch nog weer met een brok verdriet in mijn hart en ik heb onbekommerd
de tranen gehuild die ik zo vaak heb gehuild.
En toch, toch is het alweer negen jaar geleden dat Janny stierf.
Bert Vos, hoofdredacteur.
De 50ste en laatste aflevering van "Heb jij dat nou ook?"
De vijftigste
en laatste aflevering van "Heb jij dat nou ook?" is
nu op onze webplek te lezen. Op 1 juni 2004 begon Agnes Ostendorf
de reeks brieven die ze aan Wieneke van Rossum schreef. Wieneke
besluit deze veelgelezen briefwisseling met de laatste brief aan
Agnes gevolgd door een terugblik van Agnes. En daarmee is wat
ons betreft de cirkel rond.
Van juni 2004 tot juni 2006 hebben lotgenoten op basis van de
wetenswaardigheden van Agnes en Wieneke ongetwijfeld veel herkenbaars
kunnen ontdekken. Maar we hebben het gevoel dat zo langzamerhand
alles wel is gezegd en om te voorkomen dat de brieven teveel in
herhalingen vallen, zetten we er in goed overleg met de twee briefschrijfsters
een punt achter. Uiteraard met heel veel dank aan Agnes en Wieneke
die het twee jaar hebben volgehouden om elke veertien dagen een
brief te schrijven over wat hen beroert. En uiteraard blijft alles
in ons archief na te lezen.
Bert en Monique
Vos, hoofdredactie de Draaikolk
Brief 50 (slot) - Wieneke van Rossum:
20 juni 2006
Hallo Agnes,
Oeps, ik kijk vandaag (16 juni) op de Draaikolk en zie dat jouw brief er inmiddels al twee weken op staat! Ik heb het erg druk gehad en het is finaal langs me heen gegaan. Maar dat neemt niet weg dat dit wel een brief met een gouden randje is. Vijftig brieven hebben we inmiddels met elkaar uitgewisseld en toch vraag ik mij wel eens af of we nog door moeten gaan. De laatste reactie is inmiddels al weer bijna een jaar geleden. Zoals je al schrijft, rouw blijft altijd bestaan dus je kunt er altijd wel iets over schrijven maar komt het niet allemaal op hetzelfde neer? Dus of we dat diamanten lepeltje ooit zullen vergaren... Heb jij dat nou ook?
Jouw vakantie ligt alweer achter je en ik hoop dat je het in die regen en kou hebt kunnen uithouden. Je hebt het werkelijk niet getroffen met het weer maar ik hoop dat je desondanks toch een fijne vakantie heb gehad. Dat is nu altijd het nadeel van Nederland, voor de natuur en de veelzijdigheid van landschappen hoef je niet weg maar het weer jaagt de mensen naar het zuiden.
De eilanden
heb ik inmiddels al weer achter me gelaten en met Hemelvaart ben
ik met mijn Duitse vrienden via Hannover naar Dresden gegaan.
Zij hadden daar als verrassing een hotel geboekt en we hebben
de stad en omgeving (de oude DDR) uitvoerig bekeken. Een broer
van mijn vrienden ging ook mee en nu met zijn vieren voelde ik
me minder geamputeerd als voorheen. Met zijn vieren voel je die
lege plaats naast je veel minder omdat het opgevuld werd.
Dresden is een erg interessante stad: vlak voor de capitulatie
hebben de geallieerden de stad plat gebombardeerd, de hele binnenstad
met zijn cultuurgoederen lag aan puin en 35.000 doden. Er zijn
verschillende discussies over het hoe en waarom, strategisch gezien
was de stad niet belangrijk maar er wordt wel gesuggereerd dat
de geallieerden dit deden om de Duitse ziel te breken. De Frauenkirche
is sinds dit jaar weer helemaal opgebouwd en is het symbool voor
vrede en nutteloosheid van het voeren van een oorlog. Ik voelde
met wel verbonden met de stad: allebei tot in de ziel geraakt,
allebei met een diepe wond die je probeert te helen maar die nooit
meer zo geheeld kan worden zoals het was. Ook in Dresden blijf
je het litteken van vernietiging altijd proeven in de stad. Alles
is weer heel knap opgebouwd, de paleizen, de opera, de kerken
en musea. Van de binnenstad was niets meer over, uiterlijk kun
je alles nog zo mooi opbouwen maar het innerlijke voelde nog steeds
kapot aan. De sfeer van de tijd van toen krijg je niet meer terug.
Is het met ons ook niet zo: uiterlijk ziet niemand iets aan ons,
maar innerlijk is onze ziel nog steeds kapot. Niemand voelt zoals
wij ons voelen, behalve onze lotgenoten.
Je hebt een mooi gedicht geschreven. Aan rouw komt zeker geen einde. Acht juli is mijn eerste rouwlustrum en na vijf jaar ik mis nog steeds zijn woordspelingen, zijn intelligentie waar ik me aan kon optrekken, zijn humor,zijn warmte, ik mis het kibbelen en lekkere felle discussies om eens lekker tegen elkaar te schreeuwen. Ik zal hem nog elke dag missen, hij zit nog steeds als een litteken voor altijd en eeuwig in mijn ziel gegrift. Het is een verlies dat nooit weggaat. Je kunt het niet zoals een project afronden, of als een schooljaar afsluiten. Het verdriet laat zich niet afsluiten. We moeten er mee leren te leven, het verdriet is dan weer op de voorgrond dan weer op de achtergrond.
Afgelopen weekend
was ik met de schaatsploeg in Zuid Limburg. Als ik die prachtige
heldere sterrenhemel zie vraag ik me toch of waar mijn geliefde
is. Ik voel de kracht van het universum door me heen stromen maar
het is onbereikbaar...
Ik kan wel eens jaloers zijn op mensen die een geloof hebben.
Het is een troostend element op de achtergrond en biedt veel steun.
Ik ben zelf niet gelovig opgevoed en roep ook altijd dat die geloven
alleen maar oorlog en ellende veroorzaken maar ik denk dat het
zeker in tijden van verdriet de mens houvast kan geven. Frits
had zelfs, als oudste zoon in een katholiek gezin, op een seminarie
gezeten. Maar ja de puberteit kwam er tussen en hij ging zich
afvragen of het nu allemaal wel klopte. Uiteindelijk kreeg Darwin
de voorkeur en keerde hij het geloof de rug toe. Toch brandde
hij in elke kerk die we in Toscane bezochten een kaarsje.
Toen ik later tegen hem zei dat dat niet veel geholpen had, gaf
hij een in mijn ogen erg katholiek antwoord: "al is het niet
voor mij dan hoop ik maar dat het voor anderen kan helpen".
Hier moest ik aan denken toen ik een tekening van Peter van Straten
zag: een stel loopt de kerk binnen en zegt "even een kaarsje
opsteken, ik geloof niet in god, maar ik wil hem wel te vriend
houden."
Inmiddels is mijn plafond in de huiskamer ook gewit en nu kan ik de komende maanden de tijd aan het verven van de muren besteden. De zomermaanden zijn meestal de rustigste maanden van het jaar voor me dus het zal wel gaan lukken.
Agnes, ik brei er nu gauw een eind aan.
Lieve groet van Wieneke
***
Terublik - Agnes Ostendorf:
5 juli 2006
Hallo Wieneke,
Vandaag mijn
laatste brief aan jou. Samen hebben we de 50 vol gemaakt en aan
mij de twijfelachtige eer om echt de allerlaatste te schrijven.
Twee jaar duurde onze briefwisseling en er is zo vreselijk veel
veranderd. We hebben gereisd zonder onze mannen, plannen gemaakt
én uitgevoerd zonder onze mannen, we zijn ziek geweest
en weer beter geworden, teleurstellingen weggeslikt en 's nachts
onze kussens nat gehuild, diploma's behaald, dromen verwezenlijkt,
verhuisd en verbouwd, we hebben gigantisch veel twijfels overwonnen
en belangrijke beslissingen genomen, de (klein)kinderen zijn groter
geworden, jouw oudste dochter is zelfstandig gaan wonen en de
mijne is juist weer bij mij gaan wonen.
Wieneke, we hebben twee heftige "rouw"jaren overleefd.
En hoe! Het was hard werken. Onze mannen in hun skybox zouden
goedkeurend knikken en tegen iedereen zeggen dat ze natuurlijk
allang wisten dat wij het wel zouden bolwerken. Ik weet zeker
dat ze supertrots op ons zijn.
Al een flink aantal dagen loop ik te piekeren wat ik allemaal nog aan je kwijt wil en ik ben tot de conclusie gekomen dat het eigenlijk nog heel veel is, maar dat het ook wel genoeg is geweest. Het was een intensieve briefwisseling over ons verdriet, verlangen en verwachtingen. Onze diepste roerselen hebben we - in het openbaar - aan elkaar toevertrouwd. Ik weet niet wat het met jou gedaan heeft, maar mij heeft het goed gedaan. Bedankt voor je lieve luisterend oor.
Ach, weet je nog dat we het uitgebreid gehad hebben over onze achternamen? Jij gebruikt nog steeds Frits z'n achternaam en ik ben m'n meisjesnaam weer gaan gebruiken. Vorige week werd ik door een officiële instantie aangesproken als "mevrouw Van Veen" en dat voelde toch ook wel weer heel erg vertrouwd. Tja, wat is wijsheid? Welke naam past het best bij een weduwe. Wie het weet, mag het zeggen.
Ik vraag me
trouwens ook af of alle "nieuwe" weduwes en weduwnaren
in dezelfde valkuilen vallen als wij hebben gedaan. Zou de ambtelijke
molen van de KPN inmiddels wat menselijker zijn? Dat gedoe met
die Verklaring van Erfrecht, de verandering van de initialen en
de naamgeving in het telefoonboek, ik vergeet dat nooit meer.
Wat me ook nog helder voor de geest staat is het gebral van die
notaris tijdens de overdracht van m'n huis. Eigenlijk zou elke
weduwe/weduwnaar zo snel mogelijk na het overlijden van de partner
een soort handleiding moeten krijgen met daarin allerlei goede
en praktische tips om niet in dezelfde valkuilen te trappen. Het
zou ze een hoop verdriet en frustratie besparen. Misschien moeten
we samen maar eens zo'n handleiding schrijven...
Toch nog maar even terugkijkend naar de afgelopen twee jaar. Voor
jou waren ze ook niet makkelijk. Je hebt een paar keer flink in
de lappenmand gelegen en juist dan had je Frits zo nodig. Iemand
die met heel veel liefde je sinaasappeltje uitperst en je kussens
eens extra opschut. Wat zal je hem gemist hebben!
Weet je wat me ook opviel aan onze correspondentie? We ergeren ons allebei aan al die stomme opmerkingen die de mensen soms kunnen maken. De opmerking: "de tijd heelt alle wonden" staat voor mij op een goede derde plaats, de tweede plaats is voor het gezegde "hij was al zo lang ziek en heeft nu geen pijn meer". Op de eerste plaats - met stip - is de opmerking: "geniet maar van je leven, je bent vrij om te doen wat je zelf wilt, je hoeft geen rekening te houden met de ander". Begrijpen ze nou echt niet dat dát juist hetgeen is wat ik zo vreselijk mis: "rekening houden met Cees en Andries" en absoluut zeker weten dat zij beiden ook rekening houden met mij. Gewoon het samen zijn, zonder veel woorden vertrouwen op de ander.
Ik weet nog
dat jij in je eerste brief schreef dat ik rouwde in stereo. Dat
is me altijd bijgebleven. Je raakte namelijk precies de kern van
mijn verdriet. Ik rouw(de) om het verlies van mijn twee grootste
liefdes en allerbeste vrienden en was soms zelfs jaloers dat zij
samen weer verder gingen en ik in m'n uppie hier achterbleef.
Zelf nu, nu ik dit weer schrijf voel ik weer die scherpe pijn
van toen. Nog steeds mis ik ons geklets over SF-boeken en ons
bioscoopbezoek als er weer een nieuwe SF-film uitkwam. Daar is
niets voor teruggekomen. Natuurlijk zijn er nieuwe leuke bezigheden
en passies gekomen, maar ze zijn niet in de plaats gekomen van
de interesses die ik deelde met 'mijn mannen'.
Soms, Wieneke, vergelijk ik rouwen met tuinieren. Ik zal het proberen
uit te leggen.
Na het schoffelen in mijn tuin, raap ik alle steentjes, kiezeltjes,
scherfjes en andere ongerechtigheden tussen de planten op en gooi
ze in de grijze afvalbak. Opgeruimd staat netjes, denk ik er dan
altijd bij. Vervolgens hark ik de hele handel nog even licht aan
zodat alles er weer piekfijn en superstrak uitziet. Helaas
,
dat piekfijn en superstrakke duurt maar een paar dagen. Er liggen
dan weer steentjes en scherfjes. Die worstelen zich gewoon uit
de aarde omhoog. Zo is dat ook met rouwen. Denk je net dat je
alles (weer zo'n rotwoord, maar ik weet geen ander) verwerkt hebt,
dat de pijn in je ziel eindelijk een beetje weg is, gebeurt er
weer iets waardoor het keurig weggeharkte verdriet weer omhoog
komt en toch weer eventjes flink pijn doet. Tuinieren en rouwen
hoort blijkbaar bij me. Ik ben net als jij aan het leren er mee
te leven, maar of ik ooit afstudeer?
Voor ons beiden is het nu tijd om afscheid van elkaar te nemen. Ik zal het missen. Al die brieven die ik niet verstuurd heb, wat moet ik daar nu mee? Op m'n pc heb ik een aparte 'Draaikolk'map met daarin weer mapjes voor elk soort van schrijven, bijvoorbeeld een map brieven, een map gedichten, een map overdenkingen en probeersels maar ook oude mapjes met dagboekfragmenten, kronkels en diverse kopij en boekbesprekingen. Ik heb aardig wat afgeschreven en ván me afgeschreven voor de Draaikolk. Voor mij is en was de Draaikolk een steun en toeverlaat in de verdrietigste periode van mijn leven.
Wieneke, vanuit
het verre Westfriesland stuur ik je een hele warme groet en bedankt
voor al je lieve en ontroerende brieven waarin jij mij een blik
gunde in jouw 'rouwverwerking'.
Graag wil ik met jou samen proosten op een goede en fijne toekomst
voor ons beiden, maar ook voor al diegene die ons zo lief zijn.
Agnes Ostendorf
Thema: Rouw en vrije tijd
Het weekend staat weer voor de deur. Keken we er vroeger naar uit en vloog het maar al te snel voorbij, nu plaatst het ons iedere keer weervoor het dilemma: hoe vul ik deze vrije tijd in, nu het weekend zonder hem of haar zo leeg en oneindig lang lijkt? Zo ineens zijn we ons er pijnlijk van bewust hoe de gezinnen op zaterdagmorgen hun huizen uit lijken te stromen om samen activiteiten te ondernemen: boodschappen doen, gezellig winkelen, een rondje samen fietsen of wellicht een weekendje weg. We slaan dit gade alsof we een buitenstaander zijn en er niet meer bijhoren.
Het niet meer samen kunnen plannen en vooral delen van de vrije tijd met de partner is iets waar we elk weekend opnieuw tegenaan lopen, vanaf het moment dat voor velen de werkweek voorbij is, collega's ons - als we pech hebben- onnadenkend een 'prettig weekend' toewensen en we de deur met een zucht achter ons dicht kunnen slaan.
We vragen
ons af, hoe doen jullie dat nou? Hoe vullen jullie deze vrije
tijd? Hebben jullie daar (bij gebrek aan beter) een bevredigende
manier op gevonden? Door te sporten of door in de tuin te gaan
werken of met je kinderen op pad te gaan. Heb je misschien een
nieuwe bezigheid gevonden, een waarvan je nooit had gedacht dat
je dat nog eens zou gaan doen?
Ga je nu alleen naar de bioscoop of het theater, met vrienden
of ga je helemaal niet meer? Blijf je nog het liefst thuis in
je vertrouwde omgeving of hou je het daar juist niet uit en ben
je veel uithuizig? Ga je met een stel vrienden een potje biljarten
of klus je het liefst aan de auto? Heb je je aangesloten bij een
computer- of videoclub of ga je toch alleen de natuur in?
Maar het kan ook zijn dat je partner nog zo recent is overleden dat je deze 'vrije' tijd hard nodig hebt om weer een beetje bij de mensen te komen en energie te vergaren voor de kersverse week die er onverbiddelijk weer aan zit te komen. Wellicht is concentratie nog steeds een probleem en kom je niet veel verder dan een beetje bijslapen om de wirwar van gevoelens in je hoofd een beetje tot rust te brengen.
Laat het ons gerust weten, al is het alleen maar om jouw gevoelens hierover met ons te kunnen delen
© foto: Monique Vos - 2004
030406
26-07-2006
Regelmatig met vakantie als remedie
Hoi, ik ben Guido Kanaar, 37 jaar en vier dagen voor mijn vakantie lees ik weer eens de Draaikolk. Er wordt een stukje gevraagd over rouw en vrije tijd. Mmmm, daar kan ik wel wat mee. Kan ik ook weer eens lekker van me af schrijven.
Vorig jaar op 2 september 2005 overleed mijn vriendin Annemieke Wingelaar plotseling aan een longembolie, terwijl ze bijna 21 weken zwanger was van onze tweeling. Dag lieve vriendin, dag mooie toekomst.
Een bak vrije tijd, waar ik in eerste instantie geen enkele invulling aan wist te geven. Ik was lamgeslagen, werd geleefd en leefde samen met goede vrienden en familie. Tot ik wat opkrabbelde en mijn eigen ruimte nodig had. Aan het huis dat we begin 2004 kochten moest nog het nodige gebeuren. De geplande kinderkamer werd logeerkamer, de wc gezellig en de keuken afgewerkt. Regelmatig vrienden en familie over de vloer bleef een goede invulling voor de overige tijd. Tot ik in januari weer langzaam het werk oppakte.
Wat kost werken een energie! Vaak had ik geen energie meer over om zelf leuke dingen te plannen. De paar afspraken die ik toeliet met anderen waren meer dan genoeg. De overige tijd wandelde ik veel op plekken waar ik met Miek was geweest en sleutelde veel aan de motoren. Alles om het in mijn hoofd maar weer een beetje op een rijtje te krijgen. Met vrienden had ik goede gesprekken en ik bezocht een rouwtherapeut. Het was niet genoeg, ik moest weg. Alleen. Even op mezelf in een andere omgeving.
Ik ben een lang weekend naar Slenaken in Limburg geweest. Heerlijk! Lekker gewandeld, kleren gekocht, uit eten geweest, filmpje gepakt. Ik kwam zowaar fris weer terug en had genoten. Vreemd, dat ik dat nog kon ervaren en dat ik het volhield. In gedachten was Miek met mij op reis en dat maakte het dragelijk, maar de afstand tot de buitenwereld was enorm.
Regelmatig met vakantie is nu een remedie geworden voor als de pijn die ik ervaar in dit lege stille huis me aanvliegt. Het voorjaar hopte ik van vakantie in vakantie. Twee weken Nieuw Zeeland bij een neef. Paar dagen Duitsland op de motor, hemelvaarttreffen met vrienden. Weekje wandelen in Noorwegen met vrienden. Het kost telkens net zoveel energie om me voor te bereiden en weer te wennen aan het huis, als dat ik eruit opdoe. Maar het blijft de moeite waard. Miek zou tenslotte willen dat ik geniet, dus doe ik mijn best.
Voor Noorwegen gebeurde er iets opmerkelijks. Ik wist zowaar ergens in mijn lijf een knop om te zetten en wist weer zonder ruis en tegelijkertijd zonder te vergeten te genieten. Zelfs toen in die vakantie ons het bericht bereikte dat de vader van mijn beste vriendin was overleden hield dit stand.
Ik voelde me weer krachtig en werd enigszins hyperactief na de vakantie. Wederom tot diep in de nacht samen rouwen om een dierbare, klussen, sleutelen en veel vrienden en familie bezoeken.
En nu? Drie
weken met twee vrienden op de motor richting de Dolomieten in
Italië. Ik ben eraan toe. Het huis kan ik niet meer zien
van binnen, het voelt ongemakkelijk. Weer alleen naar binnen stappen
na een gezellige dag/avond met vrienden. Niks niet even napraten
of een knuffel voor het slapen gaan, een ontbijtje met eitje.
Ik begin me te ergeren aan 'gezellige' stelletjes, wil ik ooook!
Mijn lontje wordt korter en ik maak ondoordachte opmerkingen.
Nee, ik moet echt gaan, even het gemis ontvluchten, even de Triumph
uitlaten.
Schat, tot over drie weken. X
Guido Kanaar, man, geboren 15 september 1968; partner Annemieke (36) op 2 september 2005 overleden aan een longembolie; ongeboren tweeling op de leeftijd van 21 weken gelijk met hun moeder overleden; woonplaats: Deventer. E-mailadres: g.kanaar@home.nl
26-07-2006
Vrije tijd lacht je toe, terwijl lege tijd je grimmig toegrijnst
Vrije tijd als je rouwt, is in mijn ogen geen vrije tijd, maar lege tijd die krampachtig opgevuld moet worden. Samen met Jan was er vrije tijd. Vrije tijd klinkt naar aangenaam bezig zijn, naar gezelligheid, tijd om naar uit te kijken en je op te verheugen. Tijd die je naar eigen keuze mag invullen, samen of alleen, terwijl de verplichte activiteiten achtergelaten mogen worden. Lege tijd klinkt negatief, heeft niet de associatie met iets prettigs.
Ik heb nu veel
meer lege tijd dan ik vroeger vrije tijd had. In vrije tijd kon
je ook besluiten tot wat klungelen, wat hangen voor de tv, kopje
thee of glaasje wijn erbij, beetje kletsen. Niet gevulde vrije
tijd is vaak heel prettig: je hoeft niet met alle geweld iets
bepaalds te ondernemen. Vrije tijd was fijn, in tegenstelling
tot lege tijd. Vrije tijd lacht je toe, terwijl lege tijd je grimmig
toegrijnst.
Je hebt, als je maatje er niet meer is, heel veel lege tijd. Zelf
wil ik het woord vrij niet meer gebruiken. Vrij zijn betekent:
vrij zijn van plichten en ruimte hebben voor wat je zelf kiest.
Wat verlang ik terug naar de tijd van verplichtingen en zorgen
voor iemand! Kon ik nog maar kiezen voor de dagelijkse sleur waar
ik nu zo pijnlijk van "bevrijd" ben.
Terwijl al je
vrienden en familieleden vakanties aan het plannen zijn, zit ik
op te zien tegen een berg, of liever gezegd een immens gat van
lege tijd dat ik zelf zal moeten vullen. Ja, met wat en vooral
met wie? Hoezeer ik ook gesteund word door fijne familie en vrienden,
cynisch constateer ik dat "eigen volk eerst komt". Begrijpelijk,
we waren zelf natuurlijk ook zo, eerst met je partner of je gezin,
daarna is er misschien nog ruimte over voor een weduwe zonder
kinderen.
Uit frustratie over mijn nieuwverworven status zonder mijn nummer
één boekte ik in een impuls van flinkheid een groepsreis
naar de Verenigde Staten. Ik oogst alom bewondering voor mijn
besluit. Helaas kan ik me er niet op verheugen, voorpret bestaat
niet meer. Het beste wat ik kan hopen is dat het wel meevalt.
Ik weet dat mijn sociale vaardigheden niet slecht zijn, daar moet
ik maar op vertrouwen. Ik laat het wel over me komen.
Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl
24-07-2006
Bezig blijven, al is het met een tandenborstel je wc schoonmaken
Hallo, mijn naam is Marijke
Mulder. Enige tijd geleden heb ik een stukje in de Draaikolk geschreven
in verband met het plotselinge overlijden van mijn Theo op 48
jarige leeftijd. Ik zwaai hem uit en heb hem nooit meer teruggezien...
Binnen 12 jaar verlies ik twee mannen, mijn eerste man is 53 jaar
geworden, verschrikkelijk. En of er geen einde aan de rampspoed
kwam: op de dag dat mijn eerste man een half jaar was overleden
brandt ons huis af. Theo heeft ons toen liefdevol op zijn boot
opgevangen, een varend woonschip. Hij heeft het verdriet geheeld
en mij/ons weer gelukkig gemaakt en dat waren wij. Ik was weer
een gelukkig mensenkind die het leven weer omarmde. Ja, en dan
zwaai ik hem uit en zag hem nooit meer terug.
En toen was ik verslagen, kapot. Maatschappelijk werk, klassieke
homeopaat, een broer die mij gered heeft, zoals nog meer lieve
mensen, ook mijn zoons natuurlijk. Van buiten zie ik er weer "normaal"
uit, maar van binnen is er zoiets kapot en niets of iets kan dat
ooit nog goed maken.
Toen ik het
verschrikkelijke bericht hoorde, zag ik dagenlang rechts in mijn
hoofd kleurtjes, zacht blauw, roze, geel. En met al mijn verdriet
dacht ik: daar moet je wat mee doen en ik ben gaan schilderen
(voor het laatst op de kleuterschool) of mijn leven er van afhing.
En dat was ook zo, mijn leven hing er ook van af. Dagenlang in
mijn slaapkamer (ergens anders kon ik het niet) en maar schilderen.
Op advies van mijn broer meegedaan met een wedstrijd in verband
met de opening van de tramtunnel in Den Haag en alle tassen werden
geëxposeerd in de Bijenkorf. Ik liep als een zombie door
het huis, heb mij toch ingeschreven, en wat schets mijn verbazing:
genomineerd door de vakjury! Dat was even goed voor mij.
En nu heb ik een expositie in een kunstwinkel gehad, momenteel
met een schilderij bij de Haagse kunstkring en, nu komt het mooiste:
in september een expositie in de bibliotheek, 20 schilderijen
zijn er uitgezocht. Voor kinderen ga ik een workshop geven. Deze
expositie gaat dus over rouw: waarom ik ben gaan schilderen. Mensen
zeggen dan: "je wordt nog beroemd!" maar het
is goed bedoeld, daar gaat het niet om. Ik ben dankbaar dat dit
is gebeurd met dat schilderen. Ik had het anders niet overleefd.
Net zoals mijn fiets: twintig jaar niet gedaan, en nu? Ik fiets
wat af, óók mijn redding.
De boot is verkocht (al bijna twee jaar was ik niet geweest) met pijn in mijn hart, maar het moest. Het schip was stuurloos geworden...weer tranen. Tegen mijn zoons had ik gezegd: "dan ga ik een caravan kopen of een volkstuintje." Maar ach, dat was ook niet de oplossing. En op een ochtend, ik werd huilend wakker, en ik hoor ineens: "wat zoek je het ver... een dakterras..." En nu heeft mijn zoon voor zijn moedertje een dakterras gemaakt, een stukje dichter bij de hemel...
Het is een lange mail geworden. Soms denk ik wel eens: ik zou alles zo willen inleveren, in een kartonnen doos onder een brug willen wonen, als ik mijn Theo terug zou krijgen, want zoveel verdriet is te veel voor een mens, maar ach, daar weten jullie en al die mensen van de Draaikolk ook alles van. Maar een ding is zeker: bezig blijven, 'al is het met een tandenborstel je wc schoonmaken', las ik ergens, en zo is het.
Met vriendelijke groet,
Marijke Mulder;
e-mailadres: marijkebrabus@hotmail.com
22-07-2006
"Ga je nog iets leuks doen?"
Vandaag is 'mijn vakantie' begonnen, vakantie tussen aanhalingstekens want het voelt niet als vakantie.
Vorig jaar om
deze tijd was ik ook thuis. Ik had mijzelf, hoewel ik fysiek niet
ziek was, ziek gemeld. Na de plotselinge dood van Arend was ik
niet meer in staat om te werken. Ik wilde alleen nog maar dicht
bij mijn kinderen zijn, die net vakantie kregen. Schuilen bij
elkaar, bang voor wat er komen ging.
De toen geplande vakantie had ik natuurlijk afgezegd. In plaats
daarvan ben ik heel hard aan het werk gegaan, in en rondom huis.
Ik wilde ervoor zorgen dat ik fysiek flink moe werd, in de hoop
een paar uurtjes te kunnen slapen, zodat mijn hoofd, waarin het
voortdurend maalde, even wat rust kon krijgen. Aangezien we net
met groot onderhoud en verbeteringen aan ons huis bezig waren
en Arend dit altijd allemaal zelf deed, was er thuis voor mij
aan werk geen gebrek. In september gingen de kinderen weer naar
school en ook ik ben toen weer naar mijn werk in het ziekenhuis
gegaan.
Nu, één jaar later, zijn de kinderen weer thuis en ik heb ook drie weken vrij genomen. Vakantie, zoals ze dat noemen. "Ga je nog wat leuks doen?" Vragen mijn collega's goed bedoeld. Ik denk: wat leuks doen ? Ik ga wel wat doen, ik ga wéér aan het werk, in en rondom huis, net als vorig jaar. Alleen deze keer gepland, waardoor ik er nu best wel tegenop zie.
In het verleden
deden we dat ook in onze vrije tijd. Het was één
van onze hobby's om samen het huis, dat Arend zelf gebouwd
had, nog mooier te maken. We vonden het leuk om samen
in de tuin aan het werk te zijn en het was ook leuk om
samen bezig te kunnen zijn met onze dieren en om samen
met onze kinderen leuke uitstapjes te maken. Leuk
was het om samen af en toe lekker niets te hoeven doen,
even wat meer tijd te hebben, voor elkaar.
Iets leuks doen, staat voor mij gelijk aan iets samen
doen. Ik ga dus niet iets leuks doen, want ik ga nu alleen
aan het werk rondom huis. Alleen even niets doen, dat lukt
me nu nog niet. Ik probeer wel om ook met mijn kinderen nog iets
te doen en dat is dan wel een beetje samen maar toch heel
anders
Gelukkig ben
ik in de wetenschap dat die weken straks weer voorbij zijn. Waarna
ik weer naar mijn werk in het ziekenhuis mag, waar ik dan weer
al die verhalen moet aanhoren van mensen die wel iets samen
en dus iets leuks hebben gedaan.
Ondertussen vraag ik me af, kun je het ook leuk hebben
alleen en zo ja, kun je dat dan leren, of komt dat vanzelf,
met de jaren
Kan iemand mij daar een antwoord op geven?
Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht
overleden aan een longembolie; een thuiswonende dochter en zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl
17-07-2006
Helen doe ik voornamelijk in de vakantie
Ik zal mij eerst even
voorstellen: ik ben Sonja Leijdekkers, 54 jaar, en sinds anderhalf
jaar weduwe. Ik vind dit laatste, net als velen van jullie, vreselijk
klinken, maar zo heet dat nu eenmaal. Op de dag van Cees' tweede
verjaardag/geboortedag na zijn dood, kwam ik per toeval via een
heel andere website op de site van de Draaikolk terecht. Juist
op een dag dat ik weer heel erg met hem bezig was. Ik ben meteen
van alles gaan lezen en ik moet zeggen dat ik daar wel erg verdrietig
van werd. De herkenning bracht dat in mij naar boven natuurlijk.
Ikzelf heb altijd het gevoel gehad dat ik het verlies een vrij
goede plaats heb kunnen geven. Mijn man is twee jaar ziek geweest
waarvan anderhalf jaar met hersenletsel, waardoor een normaal
geestelijk contact bijna niet meer mogelijk was. Mijn rouwproces
is dus veel eerder begonnen dan bij zijn overlijden. De verscheurende
pijn van verlies en niet weten hoe het verder moest, wat ik tijdens
zijn ziekbed had, ging bij zijn overlijden over in een dankbaarheid
dat het volbracht was, voor hem, voor mij, voor onze zoon en zijn
vrouw en (klein) kinderen. Het alleen zijn was tijdens zijn ziekte
ook erger, minder te aanvaarden, omdat hij er toch nog "was",
zoals zoveel mensen fijntjes opmerkten en niet begrepen dat ik
mijn maatje allang kwijt was.
Maar, zoals
zou blijken, was mijn rouwproces nog lang niet afgelopen. Want
na die periode van dankbaarheid kwam er een heel nieuw besef,
wat ik ook in de Draaikolk herhaalde malen gelezen heb: het
'nooit meer' fenomeen. Heel langzaam week die herinnering
van die nare "ziek zijn tijd" uit mijn geheugen en maakte
plaats voor de andere herinneringen die ik had aan ons 34 jaar
samen zijn. De "gewone" Cees kwam weer bij me terug
in een periode, dat hij er niet meer was. Het beste omschreef
een goede vriendin van mij het toen ze zei: "het is zo'n
raar gevoel, er is iemand dood gegaan, maar opeens is Cees er
ook niet meer." En dus begon het rouwproces weer van
voor af aan, alleen was ik sterker nu want ik had het al een keertje
"ongeveer" meegemaakt.
Ik had op de crematie aan onze vrienden gevraagd of ze me wilden
helpen om die "gewone" Cees weer bij me terug te brengen
door middel van hun herinneringen, de vele anekdotes etc. Op zijn
eerste verjaardag/geboortedag na zijn dood heb ik dus een herinneringsfeest
gegeven en al onze vrienden hiervoor uitgenodigd. Ze zijn allemaal
gekomen en hebben het tot een, voor mij, onvergetelijke dag gemaakt.
Nu, zijn tweede verjaardag, kom ik de Draaikolk tegen en merk
ik dat ik er toch nog lang niet ben. Wel gaat het steeds beter
en hoewel ik van sommige lotgenoten lees dat ze "de tijd
heelt alle wonden" een vervelende, nare opmerking vinden,
heeft voor mij de tijdspanne zeker een verzachtende werking. Helen
zullen wij misschien nooit, maar misschien kunnen wij er, als
we er de tijd voor nemen, beter mee omgaan.
Cees was muzikant
(drummer) en vorige week kon ik voor het eerst naar het "live"
optreden van een band kijken zonder dat de tranen mij over de
wangen biggelden. Niet dat ik andere keren niet ging, want ik
vond dat ik daar doorheen moest, maar het was wel een beetje raar
dat terwijl iedereen plezier heeft, iemand anders daar gewoon
tussen staat te huilen. Maar ik vind dat dit moet kunnen en de
meeste mensen begrepen het wel. En zo niet, dan maar niet. Ik
trok me al nooit veel aan van wat men van mij vond, maar ik ben
daar nu zo mogelijk nog onverschilliger in geworden.
Wat me wel bezighoudt is de vraag: wie ben ik? Ook daar las ik
over in de Draaikolk. Wat vind ik leuk? Doe ik iets omdat ik het
echt zelf wil of nodig vind of omdat "we" dat altijd
zo deden? Misschien is dat iets waar men zich altijd op een zeker
moment in het leven mee bezig gaat houden, maar als de omstandigheden
ineens zo drastisch veranderen als de onze is het onvermijdelijk.
Je kunt niet door zoals vroeger want je bent gehalveerd.
Helen doe ik,
heb ik gemerkt, voornamelijk in de vakantie. Ik ben vorig jaar
voor het eerst alleen drie weken op vakantie naar een Grieks eiland
gegaan en ben van zins dit ieder jaar te herhalen (iedere keer
weer een ander, er zijn er genoeg) en daar tuf ik op een brommertje
hele dagen in de rondte. Onderweg laat ik mijn gedachten en gevoelens
de vrije loop. Ik zing, lach, huil, bid enz. werkelijk letterlijk
zoals in het liedje van Ramses Shaffy. Dit vele honderden kilometers
lang. Voor mij werkt het heel bevrijdend. Het gekke is, dat als
je zo met je gevoelens bezig bent, je dat waarschijnlijk op een
of andere manier overbrengt. Ik heb in de regel snel contact met
mensen, ook al zoek ik dat niet altijd op.
Toen ik eens met een vriendin op vakantie was, jaren geleden,
werd ik opeens door een stel oudere Nederlanders op een Spaans
station tot zoiets als hun infobalie c.q. reisleiding gebombardeerd
en merkte lachend tegen haar op: "dat bordje open staat
waarschijnlijk weer op mijn voorhoofd". Ik denk dat ik
op dezelfde manier mijn verdriet uitstraalde want ik heb in die
eerste Griekse vakantie alleen, met heel veel verschillende mensen
gesproken en een groot aantal heel bijzondere ontmoetingen gehad.
Vaak kwamen die mensen zelf bij mij om zeer openhartig te praten
over hun gevoelens, hoop en angsten, verdriet etc. Jonge mensen
en oudere mensen, vrouwen, mannen, alles door elkaar.
Zoals op een
morgen toen ik in een haventje op een bankje een boek zat te lezen
en er een Engelse dame naar mij toe kwam om wat informatie te
vragen over de afvaart van een boot. Toen ik haar verteld had
waar ze de gevraagde info kon krijgen keek ze me nog eens aan
en begon te vertellen dat haar man pas was overleden. Hij was
muzikant geweest en nu was ze alleen naar Griekenland gegaan omdat
ze het daar altijd zo leuk gehad had, samen met hem. Ze wees op
haar tas en vertelde me dat ze een foto van hem bij zich had en
daar af en toe stilletjes tegen sprak. Zo van: "wat is
het hier mooi, hè." Ze zei zeker te weten dat
haar man verschrikkelijk trots op haar zou zijn geweest, dat ze
dit helemaal alleen aan het ondernemen was.
Hoe kon het zo zijn, zoveel vergelijk? Bij navraag bleken onze
mannen ook nog in dezelfde week gestorven te zijn, allebei dus
muzikanten en wij daar allebei in hetzelfde haventje met dezelfde
gevoelens. We hebben nog even met elkaar gepraat en zijn ieder
ons weegs gegaan, maar het blijft voor mij een wonderbaarlijke
ontmoeting. En dit was er een van de vele en maakte het voor mij
een heel bijzondere vakantie.
Dit jaar ga ik weer, ander eiland, andere mensen. Ik hoop net
zo fijn
Sonja Leijdekkers, vrouw, geboren 24 augustus 1951; partner Cees (56) overleden op 26 november 2004 aan Non- Hodgkin's, een volwassen uitwonende zoon; woonplaats: Hilversum. E-mailadres: sonja.leijdekkers@intomartgfk.nl
14-07-2006
Sommige dingen kun je niet alleen
Al een paar keer heb ik met een scheef oog naar de oproep gekeken om iets over 'rouw en vrije tijd' te schrijven. Het lijkt een dwaze combinatie, maar als je ermee te maken krijgt, merk je dat het inderdaad een lastig probleem is. Zolang je namelijk bezig bent, gaat het wel een beetje, maar als je niets om handen hebt, stil komt te zitten, dan duurt het maar een paar uren voordat alle beelden, herinneringen en andere niet vrolijk stemmende emoties weer op komen borrelen, of je nou wilt of niet. Nou schrijf ik dit in algemene zin, uiteraard is het verstandiger bij mezelf te blijven, namelijk: voor mij voelt dat zo. Maar als ik zo door de verhalen in de Draaikolk grasduin, lees ik veel herkenning bij andere weduwes en weduwnaren.
Maar okay, Lisenka
houdt het nu even bij zichzelf. Vrije tijd: na het overlijden
van Hans op 7 februari 2006 aan longkanker heb ik er veel van.
Veel tijd, veel leegte, veel verdriet. Daar kwam nog bij: concentratieproblemen,
vermoeidheid, een dun schilletje... Het was voor mij een behoorlijk
fatale combinatie.
Al snel na Hans' dood ben ik min of meer instinctmatig begonnen
mezelf bezig te (laten) houden. Daarbij was de hulp van anderen
onontbeerlijk. Gelukkig heb ik veel vrienden met grote tuinen,
drukke banen, sommigen al gepensioneerd, dus met ook veel vrije
tijd. Deze samenstelling van warme mensen maakt dat ik tamelijk
consequent mijn dagen kan vullen met mijn deeltijdwerk, maar ook
met het tuinieren bij vrienden, oppassen op de kinderen, wandelen,
koken voor de uitgeputte workaholics. Daarbij zet ik niet in op
structureel. Ik snap best dat ik hiermee geen jaren door kan gaan,
maar voor nu helpt het me structuur in mijn leven te houden, een
ritme te krijgen tussen werk - alleen zijn - en afleiding. En
ik houd de kans om te ventileren. Want dat grote verdriet kun
je niet 24 uur per dag binnenhouden. Soms moet het er even uitgejankt
worden. Maar ook: je was zo gewend je dagelijkse ach en weeh'tjes
met je partner te delen.
Als je nu thuis komt, wacht de stilte. Dat is best rauw. En er
zijn dagen dat je dat helemaal niet trekt. Dan is het een opluchting
te weten dat je later in de dag een afspraak hebt, waarbij je
vertrouwde mensen ontmoet. En aangezien ik de laatste tijd nogal
onzeker wordt van de gedachte dat ik alleen maar verdriet en tranen
kom brengen, probeer ik me ook wat nuttig te maken. Dat voelt
voor mij prettig. Uiteraard mocht ik de eerste maanden de hele
dag wel komen huilen, maar ik voelde me de laatste tijd prettiger
als ik ook een tegenprestatie kan leveren. Hoeft niet van mijn
vrienden, maar ik wil dat zelf graag. Beter voor de gelijkwaardigheid,
beter voor mij, is mijn stellige overtuiging.
De confronterende vakantieperiode heb ik ook geprobeerd creatief op te lossen. Anders dan de hele zomer triest thuis te zitten, terwijl iedereen op vakantie is, heb ik me aangemeld bij een stichting die vakanties verzorgd voor geestelijk gehandicapten. In augustus ga ik een weekje met twaalf mensen met het syndroom van Down in een huisje op de Veluwe zitten. Ik doe het! Gewoon proberen. Als het me goed bevalt ben ik voor jaren misschien aan een leuke en nuttige vakantie-invulling geholpen. Valt het toch tegen? Nou ja, dan heeft het me een weekje gekost en heb ik nu toch iets om tot augustus naar uit te kijken.
Rouw is niet
weg te redeneren. Ik kan het in elk geval niet. Maar alleen met
het rouwproces opgesloten zitten in de overdosis vrije tijd die
ik nu heb, ik moet er niet aan denken. En door deze manier van
omgaan met de vrije tijd merk ik dat - omdat ik bij mijn vrienden
kan praten over mijn pijn en onvermogen van het dagelijkse leven
- ze me beter begrijpen, een beetje weten waarin ik zit. En dat
geeft weer steun en ondersteuning, iets dat ik nog nooit zo hard
nodig gehad heb als nu! Sommige dingen kun je niet alleen.
Ik hoop dat op termijn mijn oude energiepeil zich weer aandient,
zodat ik meer kan gaan werken en wat opgewekter de overige fratsen
van het leven weer kan aanvaarden. En tot die tijd rommel ik door
op de manier zoals voorgaand beschreven. Ik leef bij de dag, plan
mijn agenda zodanig dat er evenwicht komt in alleen zijn en afleiding.
En daar kan ik nu redelijk mee leven.
Lisenka Pechtold, e-mailadres: lisenkapechtold@hotmail.com
20-06-2006
Vrije tijd wordt langzaam weer vrij!
Een beladen en moeilijk
onderwerp, tenminste zo ervaar ik dat, want vrije tijd was iets
wat eigenlijk niet meer bestond in de tijd dat Jos, mijn partner,
ziek was. In het begin was de kanker er wel met al zijn beperkingen:
eindeloos kuren, pillen, onderzoeken en opnames, maar in de korte
periodes dat de ziekte even pas op de plaats maakte, ging het
leven zo goed en zo kwaad zijn gang.
In die periodes besteedden wij onze "vrije tijd" drie
weken in de maand, als het mogelijk was, in ons huisje in Frankrijk
in de natuur. Naarmate zijn ziekte verergerde waren wij samen
steeds meer aan huis gebonden. De dagen werden ingevuld met zorgen
voor, praten over, afscheid nemen van. Tot het moment dat de echte
"vrije tijd"er was
Wat nu?
De rouw nam de plaats in van de behoefte aan vrije tijd. Alle dingen die er bij ingeschoten waren in de afgelopen jaren en die zo aantrekkelijk hadden geleken, bleken totaal hun glans te hebben verloren. Want hoe kan je nou genieten van allerlei zaken die je vroeger samen deelde? Dat is Rouw met een hoofdletter en door die fase moet je heen.
Toch heb ik geprobeerd de draad weer op te pakken en ben dan ook al snel weer terug gegaan naar onze favoriete plek. Dat is nog eens confrontatie op zijn hevigst. Wat een verdriet maakte ik daar mee, maar ook: wat een fijne herinneringen kwamen daar boven. Heel veel tranen zijn er gevloeid als ik 's avonds naar de sterrenhemel keek waar wij vroeger samen naar keken. Geen partner meer om dat heerlijke ontbijtje mee te delen, om van die plotseling goede dag - zonder pijn - te genieten.
Maar al onze
gezamenlijke ervaringen blijven wel altijd bestaan, elke stap
van hem daar is in mijn geheugen gegrift. Dat troost en geeft
mij steun om toch weer te proberen er iets van te maken. Zo wordt
vrije tijd dan ook langzaam weer vrij! en niet steeds alleen beladen
met verdrietige maar ook fijne herinneringen.
Ik geniet weer voorzichtig van alle mooie dingen daar, deel dat
in gedachten met hem. En als ik soms eens een moeilijke dag heb
en vrije tijd een ballast lijkt, dan mag dat ook.
Tineke Pastijn-Jaburg, vrouw, geboren 20 februari 1948; partner Jos (60) overleed op 18 augustus 2004 aan de gevolgen van kanker/Non Hodgkin's; twee volwassen, uitwonende dochters; e-mailadres: pastijn@hetnet.nl
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren