Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de edities februari en maart 2006


2 februari 2006

Hoofdredactioneel: De lente in mijn kop

Sinds kort heb ik de lente in mijn kop. Zeg nou niet dat het nog steeds winter is met aardig nog wat kou op komst, dat helpt niet. Ik heb gewoon de lente in mijn kop, wat je ook zegt. Ik weet ook niet hoe dat komt, hooguit doordat de schemering steeds weer later invalt en ik daarbij een lentegevoel krijg. En dat gevoel is op zich heel merkwaardig als je bedenkt dat januari de maand is, waarin de sterfdag van Janny valt. Toegegeven, zij hield van de lente, net als ik, maar het is nog maar januari en… Ik voel de lente door mijn lichaam stromen.

Daarom zette ik boven dit redactioneel zonder aarzelen "De lente in mijn kop". Het is eigenlijk ondoenlijk om dat allemaal te verklaren, maar ach, er zijn zoveel onverklaarbare zaken in mijn leven, deze kan er ook nog wel bij.

Ik heb dus de lente in mijn kop. De laatste Amaryllisbol is uitgebloeid en de kerstboom is weer - zoals elk jaar - extra opgeruimd door Monique opgeruimd. En ik zit met dat lentegevoel in mijn kop. En ook 'op mijn kop' want mijn tot voor kort kale hoofd is nu ook al uitbundig aan het "uitbotten", waardoor mijn hoofdhuid nu bedekt is met een steeds meer in dikte toenemende donslaag. Voelt goed aan, ook al is het hooguit goed voor een extra vleugje lente in mijn kop.

Soms denk ik wel eens dat Janny vanuit een ander universum al die gedachtestromen in mijn geest speciaal voor mij op gang brengt. Speciaal in januari, de maand, waarin in 1998 een eind kwam aan haar bijzondere leven en aan haar lijdensweg. Lente associeer je niet met de dood maar met nieuw leven. Met helder licht, groene jonge blaadjes aan de bomen en uitbundig uitbottende bloemknoppen die te lang verpakt hebben gezeten. Zo heeft zij altijd gedacht en daarom was de lente haar favoriete seizoen. De maanden waarin we vaak de camera pakten om al dat jonge groen en al die uitgebarsten bloemknoppen te fotograferen en zij razend enthousiast de eerste wilgenkatjes vastlegde alsof dat de eerste keer van haar leven was en zij dat tere lenteteken voor het eerst aanschouwde. Opnieuw hoor ik het geklik van haar camera in een razendsnel tempo.

Ach, januari en de lente in mijn kop. Ik voel de tranen in mijn ooghoeken prikken bij al die plotselinge herinneringen. En ik zoek in ons grote foto-archief naar een uitbundige lentefoto en vind er eentje die door Monique gemaakt is. Tijdens onze eerste lente in ons nieuwe huis in Ter Apel nadat we samen de Randstad hadden verlaten en opnieuw waren begonnen, ver van waar alles gebeurde.

Binnenkort is het Janny's sterfdag en de dag daarna begint februari. Op de eerste dag van die korte maand is mijn jongste zoon jarig. En elke keer als het zover is denk ik aan 31 januari 1998 en ik hoor het mezelf nog tegen mijn zoon zeggen toen wij haar ogen voorgoed hadden gesloten: "Je moeder heeft jouw verjaardag niet helemaal willen bederven en heeft dus 31 januari gekozen om afscheid van ons te nemen". Hij knikte toen ietwat nadenkend. Hij geloofde er zonder meer in dat zijn moeder zoiets voor hem zou hebben kunnen regelen. Zoals hij ook wist dat zijn verjaardag nooit meer hetzelfde zou zijn als het voordien was.

En ik? Ik heb gewoon de lente in mijn kop en weet dat zij dat voor me heeft geregeld.


Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 42 - Wieneke van Rossum

3 februari 2006

Ha die Agnes,

Nog even op de valreep een brief, terwijl ik mijn koffer aan het pakken ben en me met de huishoudelijke beslommeringen bezig hou, zoals bedden verschonen, boodschappen doen, enzovoort. Ik laat mijn schaatsen thuis want ik ken mezelf: als ik ze meeneem, kom ik gegarandeerd in de verleiding ermee te gaan rijden. Het is met pijn in mijn hart, maar het risico op natuurijs met al die scheuren is te groot. Ik troost me maar met de gedachte dat ik nog elke week naar de kunstijsbaan kan gaan. De prognose was tenslotte dat ik helemaal niet meer zou mogen schaatsen. En dat idee was slechter voor me te verteren geweest. Toch ligt mijn hart bij tochten rijden, heerlijk in de natuur, al genietend van de sfeer in ons mooie Nederland. Ik heb in natuurgebieden gereden die normaal alleen met een bootje toegankelijk zijn. Nu is het "domweg" rondjes draaien, maar telkens je techniek wat verbeteren geeft ook wel een kick en dat natuurijs laat lang op zich wachten.

Zoals ik in de vorige brief al schreef, is half januari een lotgenote uit het hoge noorden een weekend op bezoek geweest. We hebben het erg gezellig gehad en veel gepraat. Het was weer anders dan de eerste keer toen we elkaar ontmoeten. Je bent nu alweer wat stappen verder en merkt dat je er anders tegenaan kijkt dan enkele jaren terug. Wat we allebei sterk hadden, was het gevoel dat herinneringen vervagen en dat je je geliefde achterlaat in de tijd. Dingen die ze zeiden en deden borrelen wel weer op, maar het komt van een veel verder punt dan daarvoor. Allebei hadden we het gevoel dat we dat langer wilden vasthouden, maar je verliest de grip erop en het glijdt steeds verder weg.
Toch merkte ik ook heel sterk dat het belangrijk is om met een lotgenote te praten. Je spreekt over dingen die je met andere mensen niet aankaart. Vaak is het een onderwerp dat gemeden wordt, of je hebt zelf het gevoel dat ze gaan denken "heb je haar weer". De herkenning is er ook niet bij mensen die niet hetzelfde hebben meegemaakt. Ook al zeggen ze honderd keer "we begrijpen wat je meemaakt" dan dekt het nog de lading niet. Tussen begrijpen en voelen wat je meemaakt, ligt een groot verschil. Pas als je het zelf hebt meegemaakt, kun je voelen wat het voor een ander geweest is en daarom was het erg waardevol om zo eens met een andere lotgenote over de afgelopen jaren te praten. Je praat nu niet meer over de ziekte, het overlijden en de eerste tijd daarna, maar over hoe je de afgelopen jaren bent doorgekomen en waar je tegenaan liep. Vooral het tweede jaar vond ik erg zwaar, het jaar ook waar ik al zoekende tegen de Draaikolk aanliep. Als ik nu verhalen in de Draaikolk lees over recent verlies merk ik dat ik er meer vanaf sta. Dit lees ik ook bij mensen die al langer alleen zijn. De scherpe kanten gaan er af en gelukkig geeft dat veel herkenning. Je zou er anders bijna een schuldgevoel aan overhouden. Nu begrijp ik ook waarom hulpverleners, die zich in dezelfde situatie bevinden, ook "vers" moeten zijn. Toch hoop ik, dat wij met onze bijdragen en de bagage die we hebben, deze steun nog wel kunnen geven aan onze lotgenoten, ook al staan we er nu verder vanaf. Al is het alleen maar om er hoop uit te kunnen putten dat de tijd helend kan werken, maar nooit kan genezen.

Zo sta ik nu met mijn fototoestel in de hand en twijfel of ik het zal meenemen. Vroeger had ik dat nooit, er was geen vakantie zonder fototoestel en plakboeken vol liggen er als getuige van al onze reizen. Sinds het overlijden van Frits heb ik veel minder foto's gemaakt, het is alsof de glans eraf is. De foto's zijn stille getuigen geworden die je met niemand meer kunt delen. Het worden nu momentopnames van een tijd, waarvan je zo graag samen had willen genieten. Onze fotoboeken heb ik de laatste jaren niet meer ingekeken, deze herinneringen doen nog zo'n pijn. En de foto's van mijn laatste vakanties liggen er en stralen verder geen bijzondere herinneringen uit. Een getuigenis dat ik er was, maar de speciale sfeer ontbreekt.

Ik hoop dat je van de 'West Side Story' genoten hebt. Ik heb hem als film meermalen gezien en heb de LP kaal gedraaid. We zijn tenslotte van dezelfde generatie. Ik ben verder niet zo'n musicalfan maar deze is erg goed. En eigenlijk is het thema nog steeds actueel: hoeveel bevolkingsgroepen gaan elkaar niet te lijf en accepteren elkaar niet? Kijk maar om je heen in Afrika of in de oude Sovjetstaten, de Koerden in Irak, en zo zijn er nog veel meer. Suriname vind ik een prachtig voorbeeld van hoe verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam naast elkaar leven. Natuurlijk zijn er kleine strubbelingen maar ze accepteren elkaar wel.

Afgelopen januari zouden wij dertig jaar getrouwd zijn geweest. Vijf jaar geleden waren we nog met de kinderen op Cuba om onze vijfentwintig jaren legaal samenzijn te vieren. 'Illegaal' woonden we al langer samen. Daarom was 29 april, de dag dat we elkaar ontmoetten, een dag dat we uit eten gingen of iets leuks deden. Die traditie is nu in het slop geraakt maar ik vond dat ik die toch maar weer tevoorschijn moest halen en ga half april met de meiden en schoonzoon een weekend uitwaaien op Terschelling. Ik heb daar een leuk appartement gehuurd. De kinderen zijn nog nooit op de Waddeneilanden geweest en verheugen zich er enorm op. Ook Terschelling is nieuw voor mij en met zo'n bootreis erbij is het net of je heel ver weg bent.
Karin is momenteel met haar schoonfamilie in Bulgarije op skivakantie omdat haar schoonouders ook dertig jaar getrouwd zijn. Dat bracht me eigenlijk op het idee, en waarom zouden we het niet herinneren? Het is wel 'tot de dood ons scheidt', maar ik voel me nog steeds met hem verbonden. En ik weet zeker dat hij hier ook van genoten zou hebben.

Zo, ik ga eerst even zwaar geschut innemen, want ik loop nog steeds verkouden rond. Ik ben het helemaal eens met die flinke borrel van je 'moeder zaliger', maar die zet geen zoden aan de dijk. Of ik moet me naar het stadium van alcoholist toe gaan werken. Ik loop hier al sinds kerst mee rond en ik baal er stevig van. Het lijkt wel of al mijn weerstand weg is, ik heb dat nog nooit zo erg gehad. Ik hoop dat de frisse berglucht - vrij van alle bacteriën - me goed zal doen, maar ik zie ook tegen die kou op! "Gaat wel weer over voor je een jongetje bent", zou mijn 'moeder zaliger' zeggen, en daar zullen we het dan maar op houden!

Lieve groet, Wieneke

***

Brief 43 - Agnes Ostendorf

22 februari 2006

Hallo Wieneke,

Weer een brief. Een brief waaraan ik wel drie keer eerder begonnen ben. Drie keer "verscheurd" en opnieuw begonnen. Waarom, vraag je je af. Wel, dat zal ik je vertellen. In de Draaikolk staat een brief van Marijke Verhaak. Het zou voor een groot deel mijn brief geweest kunnen zijn en ik weet uit gesprekken met lotgenoten dat het ook hun brief zou kunnen zijn. Zo herkenbaar, zo precies zoals het is.

Zij schrijft over "lege weekenden". Bij mij waren niet alleen de weekenden leeg. M'n hele leven voelde leeg. Ik ben in 4,5 jaar tijd twee keer weduwe geworden en dat was op dat moment meer dan ik "behappen" kon. In de periode dat Andries zo ziek was en ook nog na zijn overlijden, liep ik twee dagen in de week stage bij een hondentrimsalon en was voor één dag in de week natuurlijk de vaste oppas van Anne en Joost. Maar voor de rest was het leeg en wilde ik absoluut niemand spreken en niemand zien. Die leegte beviel me toen uitstekend. Het gebeurde vaak dat ik enkele dagen niet echt naar buiten ging. Doortje deed op een oude zandbak achter de schuur haar behoefte en ik hoefde de poort niet uit. Mijn huis en tuin waren een veilige plek en ik had absoluut geen behoefte aan gezelschap. Aan de nummermelder zag ik wie er belde en zo bepaalde ik zelf met wie ik een gesprek aan ging. Maar ook die gesprekken waren vaak kort. Ik zei dan dat ik het druk had en op het punt stond om weg te gaan.
Ooit heb ik voor de Draaikolk een serie "Gedachtekronkels" geschreven.
Eéntje ken ik er nog uit m'n hoofd:

Toneelspelen

De wereld om me heen gaat door.
Het gevoel van amputatie wordt maar niet minder,
maar…toneelspelen gaat steeds beter.

Ook ik heb tijden gekend waarin wijn, sherry, cognac, eigenlijk alles als er maar alcohol in zat, mijn "beste" vriend was. Het vervaagde de alles verscheurende pijn van wat ik altijd mijn "grote gemis" noem. De gigantische hoofdpijn de volgende ochtend nam ik dan voor lief. De eerste maanden na het overlijden van Andries gingen bij mij letterlijk en figuurlijk in een roes langs me heen. Totdat bij mij de knop omging en ik besefte dat alcohol het probleem en het verdriet alleen maar groter maakte. Ik kreeg er namelijk pijn in mijn maag, een schuldgevoel en slapeloze nachten van. Toen was de maat vol. Ik heb professionele hulp gezocht en gekregen. Na een aantal gesprekken met de psychologe had ik alles weer in de hand, de rest van de (met een fraai woord - gecompliceerde -) rouwverwerking ging geheel volgens het boekje. Met weliswaar hier een daar een ferme uitglijer, maar toch.
Dan heeft Marijke het ook over "de computer, haar vriend in de eenzaamheid". Wel, daar hoef ik weinig over te zeggen. De Draaikolk dankt haar/zijn bestaan aan het opvullen van die eenzame uren/dagen/maanden/jaren.
Aan het eind van haar brief heeft Marijke het over haar burgerlijke staat. Daar zit een verschil in haar beleving en de mijne. Ik weet nog dat ik voor een rijbewijs naar het gemeentehuis moest. Op mijn nieuwe rijbewijs zou komen te staan: weduwe van C.J. van Veen. Ik kan me de stress van toen nog goed herinneren. Dat wilde ik niet! Ik wilde niet de weduwe zijn. Ik wilde verder met mijn leven. Marijke noemt het haar twee-eenheid op papier, ik voelde dat anders. Ik wilde verder en dacht dat dit niet zou kunnen als ik als "weduwe van" te boek zou staan. Nu, zoveel jaren later, weet ik beter, want wat is nou een naam…

Nou, je begrijpt het al, de brief van Marijke heeft me veel gedaan. Gek hé, ruim zeven jaar na het overlijden van Cees en bijna drie jaar na het overlijden van Andries, doet het me nog steeds heel veel. Hieruit zou ik voor mezelf kunnen concluderen dat het gezegde "de tijd heelt alle wonden" niet geldt voor de wonden die veroorzaakt worden doordat m'n liefsten zijn overleden. Hooguit worden de randen van mijn pijn wat minder scherp. Maar echt helen? Nou nee. Misschien heb ik gewoon wat meer tijd nodig. En weet je? Ik neem ook die tijd en het maakt me niks uit wat anderen daar van vinden.

Nu even weer terug naar m'n leven van nu. Stilzitten is er voor mij niet meer bij. Vorige week is Maaike op een akelige manier van de trap gevallen. De trap naar hun slaapkamers grenst aan mijn huiskamer en de geluidsisolatie is nog niet geheel perfect. Ik hoorde Maaike gillen en vervolgens een vreselijk gebonk. Ik heb op dat moment mijn persoonlijk record hordelopen verbroken (drie deuren open en dicht en een grote stap over een rioolafvoerpijp). Toen ik bij de trap aankwam stond René ook al bij d'r en vroeg haar of ze nog wist hoe ze gevallen was en waar de pijn precies zat. Maaike werd pisnijdig en zei dat hij niet moest zeuren, dat alleen haar arm wat pijn deed en hij haar moest helpen om overeind te komen. René en ik wisten toen dat, in ieder geval haar hoofd, dik in orde was. Uiteindelijk bleek ze toch wel erg veel pijn te hebben aan haar arm en omdat René de volgende ochtend heel vroeg aan het werk moest, hebben we besloten dat ik met Maaike naar het ziekenhuis zou gaan voor foto's en René thuis zou blijven. Hij ging vast naar bed. Nu loopt Maaike, met haar arm in een blauw gipsverband omdat haar pols gebroken is, te balen als een stekker. Maar, het had ook erger kunnen zijn. Nu is het alleen maar wat pijnlijk en onhandig.

Verder heb ik eindelijk een goede oplossing gevonden voor een praktisch probleem waar vast heel veel weduwes/weduwnaren mee zitten. Ik was samen met mijn dorpslotgenote aan het winkelen in dat grote Zweedse warenhuis in Amsterdam. Al kletsend en om me heen kijkend loop ik alleen achter m'n karretje. Opeens merkte ik dat ik tegen mezelf aan het kletsen was, ik was m'n dorpgenote kwijt! In lichte paniek loop ik terug en ik zie haar verderop heel diep nadenkend met een groot leuk dienblad in haar handen staan. Ze had de ultieme oplossing gevonden voor ons eetprobleem. We hebben het er al eens eerder over gehad. Bijna allemaal eten we met een bord op schoot op de bank voor de televisie. Zelf zet ik m'n bord en m'n glaasje water c.q. wijn op een harde placemat. Maar ja, dat ding is glad en soms begint de boel te schuiven voordat ik de bank bereikt heb. M'n warm eten kon opgeveegd worden en werd samen met het kapotte bord en de scherven van het glas weggegooid. Vervolging ging ik aan de boterham met pindakaas.
Wel, een gouden tip. Koop een leuk niet te zwaar dienblad met een kleine opstaande rand, leg er een dekservet in en voilá je eigen tafeltje is gereed. Plaats genoeg voor je bord, bestek en het glas.

Trouwens, fijn voor je Wieneke dat het contact met je lotgenote uit het hoge noorden zo fijn was. Maar wat bedoel je precies met de zin: "je geliefde achterlaten in de tijd"? Het is natuurlijk wel zo dat jouw Frits en mijn Cees en Andries inderdaad niet meer in "deze tijd" leven. Maar ik merk bij mezelf dat ik nog steeds denk bij alles wat ik van plan ben, onderneem of beslis: "Wat zouden zij doen? Wat zouden zij ervan vinden? Zouden zij het anders doen?" Voor mijn gevoel horen zij ook in mijn huidige tijd nog steeds bij me. Ik voel dat niet als "achterlaten in de tijd".
Inmiddels ben je vast alweer terug van je vakantie. Hoe was het? Bij mij komt wel direct de vraag omhoog of je heel en gezond gebleven bent. Trouwens wel verstandig van je dat je je schaatsen thuisgelaten hebt en hoop toch wel stiekem dat je je fototoestel meegenomen hebt en dat het je gelukt is om leuke en fijne foto's te maken. Ik snap je wel hoor, ik heb dat ook van die foto's.

Wieneke, vanavond (zaterdagavond) is het uitstapje naar Rotterdam. Volgens mij zijn we met iets van tien mensen! Allemaal Draaikolklezers die naar de 'West Side Story' gaan. Vind je het niet geweldig? Ik heb er vreselijk veel zin in. In m'n volgende brief laat ik je zeker weten hoe het was.

Nou, het was wel weer een hele brief. Ik stuur hem nu naar Bert en Monique want ik ben weer eens wat aan de late kant. Maar ja, druk hé…

Groetjes aan allen en tot de volgende brief maar weer.

Agnes


26 februari 2006

Thema: Rouw en werk

Als er één onderwerp is dat veel te weinig aandacht krijgt, dan is het wel de vraag hoe een rouwende op zijn of haar werk tegemoet wordt getreden. Kan men trouwens werken en rouwen tegelijk? En is er voldoende ruimte om naast je werk te kunnen rouwen? Hoe gaan jouw collega's om met het feit dat jouw partner is gestorven? Ben je zelf in staat om jouw werk goed te doen ongeacht jouw gemoedstoestand? Of schuif je al je rouwgevoelens naar een verre achtergrond om aan het werk te kunnen blijven.
Schrijf eens over rouwen en werken. Over jouw gevoelens en emoties tussen je collega's, terwijl het werk om alle aandacht vraagt. Hoe ga jij als man om met het rouwproces op je werk? En hoe doen vrouwen dat? Lukt het allemaal? Of is men het al snel vergeten dat je nog in een rouwproces zit en verwachten de chefs en jouw collega's veel meer van je dan je in feite aankunt? Schrijf, schrijf, schrijf! Over jouw ervaringen, positieve, maar ook negatieve.


26-02-2006

Ik ben blij dat ik werk want dan heb ik afleiding, en ik denk dat ik
mijn verdriet ook kan "vergeten" als ik werk

Ik ben sinds 21 januari 2005 weduwe, ben 51 jaar. Ik werk in een kaaswinkel, twee dagen in de week. De eigenaar en zijn vrouw, en nog twee andere dames, werken er op verschillende dagen.

Joop (mijn man) heeft niercelkanker gehad met uitzaaiingen en twee jaar ervoor een hartinfarct. Toen hij ziek was ben ik erg goed opgevangen door mijn baas en zijn vrouw, we konden er over praten.
Nadat Joop was overleden ben ik een paar weken thuis geweest en daarna heb ik aangegeven dat ik wel weer wilde werken. Ik ben toen eerst op de "stille" dagen gaan werken om te kijken of het wel ging en na twee weken ben ik weer op mijn eigen dagen gaan werken.

Met mijn baas en zijn vrouw kon en kan ik er over praten en als ik ergens mee zit, kan ik ook bij hen terecht. Een paar vaste klanten van de winkel wisten wel wat er aan de hand was en vroegen ook hoe het met mij ging toen ik terug was. Ik ben blij dat ik werk, want dan heb ik afleiding en ik denk dat ik mijn verdriet ook kan "vergeten" als ik werk.
Soms komt het wel ineens op als iemand een opmerking maakt of vertelt over een partner die ziek is. Ik ben er wel emotioneler door, maar ik ben blij dat ik mijn werk heb. En als ik eens meer dagen kan werken heb ik daar geen problemen mee. Zelfs nu, na een jaar, vragen mensen nog hoe het gaat en daar ben ik blij om, want dan kan ik er toch nog over praten. Ik hoop dat jullie hier wat aan hebben.

Met vriendelijke groeten,

Coby Haas, vrouw, geboren 29 april 1954, partner Joop (56) overleed op 21 januari 2005 aan uitgezaaide niercelkanker en hartfalen; een uitwonende zoon; woonplaats Brielle. E-mailadres: jhaas@hetnet.nl


23-02-2006

Ik heb nooit de druk gevoeld om weer aan het werk te moeten en dat was erg fijn

Via het boek 'Leven met de dood' van Raymond A. Moody kwam ik jullie website op het spoor en las ik dat het thema voor reacties is 'Rouw en werk'.
Ik zal beginnen met me voor te stellen. Mijn naam is Thea Huisman en ik ben 46 jaar. Op 19 augustus 2003 is mijn man Dick Dijkgraaf overleden aan een hartstilstand. Hij was pas 52 en ik bleef achter met onze twee kinderen, toen 17 en 14 jaar oud. Ik had toen al een baan van 20 uur per week als administratief medewerkster Financieel bij een schildersbedrijf.

Op vrijdag 29 augustus ben ik weer naar het werk gegaan omdat de muren op me af kwamen. De directeur van onze vestiging is meteen bij me op kantoor gekomen en heeft een hele poos met me zitten praten. Hij maakte me vooral duidelijk dat het goed was dat ik weer op het werk kwam, dat het belangrijkste was dat ik me weer goed ging voelen en dat het werk dan vanzelf weer kwam.
In het begin deed ik over dingen waar ik daarvoor twee uur deed minimaal een hele middag, maar dat was nooit een probleem. Maandag 1 september kwam het hoofd van de afdeling P&O van de hoofdvestiging met me praten en ook dat was een heel goed gesprek. Later heb ik ook een gesprek gehad met een van de directeuren van de hoofdvestiging wiens vader ook te jong was overleden. Ik heb dus nooit de druk gevoeld om weer aan het werk te moeten en dat was erg fijn.

Alle collega's zijn of op het afscheid in de aula of op de crematie geweest en toen ze vrijdagmiddag na het werk op kantoor kwamen, zijn een aantal bij mij gekomen om te vragen hoe het ging en ook om ervaringen uit te wisselen. Van een collega was de vader jong overleden en dan heb je iets gezamenlijks om over te praten, daarvoor wist ik dat niet. Er zijn collega's die het moeilijk vinden er over te praten, maar dat kan ik ze niet kwalijk nemen. Ik ben erg goed opgevangen op het werk.

Momenteel zit ik weer in een moeilijke periode, maar dankzij de kinderen, nu 19 en 17, vrienden en goede collega's red ik het wel. Ook heb ik veel aan mijn nicht, wiens vriend ca. twee weken voor Dick is overleden. Met haar schrijf ik en ook dát is een goede therapie.

Groetjes,

Thea Huisman; e-mailadres: t.m.huisman@home.nl


11-02-2006

Mijn cliënten hebben mij goed opgevangen en begrijpen mijn verdriet

Ik ben Lily Bos en ben 46 jaar. Ik ben sinds april 2005 plots weduwe geworden. Mijn Pieter stierf aan een acute hartstilstand, hij was net 50 jaar. Ik schreef hierover al eerder in de reactierubriek.

Ik heb de eerste weken thuisgezeten (ik werk bij de thuiszorg), maar na zeven weken ben ik weer gestart met werken want thuis komen de muren op je af. Je hebt dan afleiding en als ik thuiskom heb ik mijn huishouden. Mijn cliënten hebben mij goed opgevangen en begrijpen mijn verdriet.

Ik wil als advies meegeven aan mijn lotgenoten: als je werk hebt, moet je dat vooral blijven doen. Ga niet thuiszitten want dan komen de muren op je af.
Voor mensen die geen werk hebben: zoek een bezigheid, steek daar je energie in, en denk vooral aan al die mooie momenten die je ooit met je partner beleefd hebt. Ik doe dat ook vaak en denk met een glimlach aan Pieter terug. Hij zal altijd in mijn hart blijven.

Groetjes,

Lily Bos; e-mailadres: lily_bos@hotmail.com


07-02-2006

Mijn werkplek was tevens de plek waar wij elkaar hebben ontmoet

Mijn werkplek was tevens de plek die voor Jan en mij altijd bijzonder zal blijven, omdat wij elkaar daar ontmoet hebben. Hij kwam tussen de middag, samen met zijn collega's, tussen de bedrijven door sporten als onderdeel van de bedrijfsfitness, zodat hij daarna verfrist zijn werkzaamheden weer kon voortzetten. En ik verzorgde daar de diverse aerobics/steps/spinning/meditatielessen in diezelfde sportschool.
Het klikte gelijk vanaf het begin. Het werd voor mij steeds prettiger om naar mijn werk te gaan, en ook hij zat al vanaf zijn bureaustoel te draaien of het al twaalf uur was. Je zult begrijpen dat zijn teamleider steeds minder enthousiast werd over het steeds langer worden van Jan zijn "pauzes". Ons natafelen werd steeds langduriger, onze gesprekken werden steeds diepgaander en zo ook onze liefde voor elkaar. Daarna volgde een heel gelukkige tijd.

Kort na zijn overlijden probeerde ik al heel snel het ritme van het werken weer op te pakken. Niet zozeer omdat ik die behoefte voelde, maar meer omdat ik thuis gek werd van de onrust. Kon met mezelf toch geen kant op, dus dan maar werken. Dit was ontzettend moeilijk, omdat ik ondanks een groot verdriet toch een prettige les wilde geven. En wat dacht je van die lege plek in de zaal… Via de spiegels de zaal inkijken en dan dat altijd stralende gezicht van Jan missen (die heerlijke blikken van verstandhouding die we altijd wisselden). De lessen waren namelijk altijd erg gezellig en hadden een hoog feestgehalte. Dat was zo tegenstrijdig als wat, want ik bleef ook les geven aan zijn ook zeer geschokte collega's, waarvan enkelen zelfs drager waren op zijn begrafenis. Na jaren samen gesport en gewerkt te hebben, was er voor hen óók datzelfde gat.
Er was gelukkig veel steun van hun zijde, maar ik bleef het moeilijk vinden me een houding te geven. Hadden zij in de gaten dat lesgeven 'een rol aannemen' is? Ik kreeg vaak te horen: "goh, dat je er nog zo goed uit ziet" en "je haar doe je altijd nog zo leuk". Ik was bang dat men zou denken, dat het me allemaal wel erg makkelijk afging en dat ik dus niet echt zoveel om Jan gegeven zou hebben. Ik wist op een gegeven moment niet meer hoe en waar ik moest kijken. Zo werd er ook vaak medeleven getoond (wat heel fijn was) maar vlak vóór de les, zodat ik met een brok in mijn keel door de microfoon heen moest doceren. Dat was lastig.

Toch vond ik dat ik er doorheen moest. Als ik langer zou wachten, zou ik misschien nooit meer teruggegaan zijn. Het was een soort van actieve verwerking door bewust naar de sportschool (lees: onze plek) te gaan. In plaats van natafelen en koffie drinken met mijn fris gedouchte Jan, ging ik nu gesprekken aan met klanten (zijn collega's) aan diezelfde tafel. Het was pijnlijk, maar wel goed. Ook draaide ik heel bewust favoriete muziek van Jan tijdens de cooling-down. Het huilen stond me dan nader dan het lachen, maar toch zocht ik het op. Menigmaal heerste er een bepaald sfeertje aan het eind van de les waarin we ontspannen op de grond lagen met een New-Age muziekje. Heel duidelijk voelbaar, een soort van gedenkmoment.
Van sommigen hoorde ik niets meer, maar die hadden wel een meelevende blik in hun ogen. Van anderen kreeg ik heel lieve kaarten met de meest troostrijke teksten. Ook enkele collega's leefden mee, maar wat ik opvallend vond was, dat dit van korte duur was. Het voelde voor mij alsof ik een zeur was. Nu moest ik maar gewoon alleen maar les gaan geven en mezelf niet belangrijker maken dan ik was.

Wat een prachtig moment was, was tijdens de spinninglessen. Ik had namelijk de gewoonte een plekje voor Jan vrij te houden, dat is met de tijd zo gegroeid. De spinningfietsen stonden in een cirkel en hij zat dan naast mij, vaste prik. Je moet weten dat het aantal fietsen in de zaal bijna altijd bezet was. Ik zag dan ook erg op tegen de eerste spinningles na Jan's overlijden (zonder mijn rechterhand). Zoals altijd deed ik nog wat voorbereidingen, terwijl de klanten langzaam aan binnendruppelden. En wat zag ik tot mijn verbazing vanuit mijn ooghoek? Niemand was op die plek gaan zitten. Dat voelde voor mij echt als een eerbetoon aan hem, ook al is er geen woord over gesproken. De eerste tijd is dat zo gebleven, dat vond ik iets heel moois hebben. Toen was er op een dag een moment waarop ik zelf tegen een naar een fiets zoekende vrouw zei: "ga daar maar zitten, hoor". Het was alsof er - via blikken over en weer - werd begrepen dat het goed was zo.

Waarom het al met al toch te makkelijk leek te gaan, was omdat ik op een gegeven moment niets meer voelde. Ik ging aan alles voorbij. Het verdriet werd me te groot om aan te gaan. Uiteindelijk ging ik tijdens het meedoen van een les bij een collega door mijn enkel. Toen brak ik: ten overstaan van alles en iedereen gebeurde waar ik al die tijd voor had gewaakt. Al die tijd zo sterk en verstandelijk en daar lag ik op de grond midden in de zaal, en huilde alles bij elkaar. Ik moest letterlijk weggedragen worden. Apathisch zat ik even later bij de EHBO van het ziekenhuis te wachten op de uitslag, met het zicht op de klapdeuren waar enige tijd geleden Jan op de brancard (na zijn verkeersongeval) binnengebracht moest zijn. Kon het erger? Voor mij toen niet. Toen ik hoorde dat mijn enkelbanden gescheurd waren en ik maanden niet meer zou kunnen sporten/werken, werd ik nóg banger voor de toekomst. Achteraf gezien moest het zo wezen, want toen kwam ik pas écht aan verdere verwerking toe. Het diepe in!

Dat ik tijdens die drie maanden rust nauwelijks iets van mijn collega's hoorde, deed zeer. Net zoals die lieve collega, die voor mij inviel tijdens mijn afwezigheid, nét niet lief genoeg was om ook weer te gaan bij mijn terugkomst. Dat maakte het uiteindelijk wel makkelijker om de werkplek (na zoveel jaren van trouwe dienst) te verlaten, om te gaan verhuizen naar een andere provincie. Een nieuwe start?

Nathalie Vieveen; e-mailadres:
vievie@planet.nl


05-02-2006

Ik werd botweg eruit geschopt

O
p 28 oktober 2003 overleed mijn Berthy totaal onverwacht aan de gevolgen van een longembolie. Op dat moment stortte mijn wereld helemaal in, ze kuste me nog goedemorgen en nog geen uur later was ze er niet meer. Ik bleef achter met mijn zoon die toen pas elf jaar was. Ik was op detacheringbasis werkzaam als procesoperator en dat werk wordt vrijwel altijd in ploegendienst verricht. Op dat moment had ik al zestien jaar in ploegendienst gewerkt en was onlangs nog door een reorganisatie mijn vaste baan kwijtgeraakt en kon via een detacheerder een nieuwe baan krijgen, eerst natuurlijk een tijdelijk contract.

Ik kon mijn zoon onmogelijk 's avonds en 's nachts alleen laten en daarom werd werken in ploegendienst onmogelijk voor me. Omdat ik door haar overlijden onmogelijk kon werken heb ik me ziek gemeld. Ik heb natuurlijk het bedrijf verzocht na te gaan of er mogelijkheden waren in dagdienst maar die waren alleen maar voorhanden voor de mensen met een vast contract. Op 1 december 2003 eindigde mijn tijdelijke arbeidsovereenkomst en deze werd niet meer verlengd omdat ik niet meer beschikbaar was voor de ploegendienst. Men had werkelijk totaal geen gevoel voor de situatie waarin ik belandde, ik was duidelijk een wegwerpmens. En juridisch had ik geen poot om op te staan omdat het contract eindigde. Ik zat in diepe rouw en toen werd ik ook nog de straat op geschopt omdat mijn vrouw overleed. Dit zijn dus nu de werkgevers van deze neo liberale tijd; keihard en totaal gevoelloos. Mijn leven werd helemaal met de grond gelijk gemaakt, vrouw en baan kwijt. Niemand kan zich voorstellen hoeveel pijn dat doet.

Omdat ik mijn beroep als procesoperator niet meer kon uitoefenen werd het heel moeilijk voor me om een nieuwe baan te vinden. Behoudens een uitzendbaan ben ik nu nog steeds werkloos. Ik ben inmiddels vijftig jaar en mijn kansen op de arbeidsmarkt zijn zo goed als verkeken. Zelfs een reintegratietraject kon me niet aan een nieuwe baan helpen. Er zijn nu zelfs werkgevers die me afwijzen omdat ik alleen ben met mijn zoon, ze zijn bang dat ik ga verzuimen als mijn zoon eens ziek zou zijn. Ik word zo verdrietig van zulke harteloosheid. Ik ben nu zo bang dat de bijstand mijn lot zal gaan worden. Wanneer gaat voor mij eens de zon schijnen?

Groetjes,

Ton Bonné, man, geboren 10 augustus 1955; partner Berthy geheel onverwacht overleden op 28 oktober 2003 aan de gevolgen van een longembolie; een zoon; e-mailadres: ton.bonne@planet.nl


05-02-2006

De verstandhouding is behoorlijk verstoord en ze laten me nu rotkarweitjes opknappen

Schrijven doe ik normaal nooit, en schrijven over het verlies van mijn man Arnold op 28 oktober 2004 heb ik tot nu toe nooit gedaan. Maar het thema 'rouw en werk' sprak me erg aan. Vooral omdat ik niet zo'n geweldige ervaring daarmee heb.

Na het plotselinge overlijden van mijn man Arnold ben ik na twee weken weer aan het werk gegaan. Mijn zoon Stijn ging weer naar school en ik vond dat ik dan ook niet langer thuis kon blijven. Ik wílde ook weer beginnen, al was het alleen maar om de afleiding. Ik sprak af met mijn leidinggevende dat ik het zou proberen, zou het niet gaan kon ik zo weer naar huis gaan. Ik heb zo goed en zo kwaad als het ging mijn werk verricht. En ik dacht dat het redelijk ging, ook al had ik natuurlijk ook die problemen die kenmerkend zijn bij het verliezen van een dierbare. Concentratie, in zo'n geval, is een heel groot probleem met al die gedachten en herinneringen die er door je hoofd gaan.

Vier maanden na de dood van Arnold overlijdt mijn vader plotseling.
Tja, wat moet ik daarvan zeggen? Heel heftig. Je zit volop in het verwerken van de dood van je man en wordt je gesteund en geholpen door je ouders, moet je plotseling dat verdriet onderbreken en er voor je moeder zijn. Moeilijk is dat, vreselijk moeilijk. Maar ook na de dood van mijn vader ben ik meteen weer aan het werk gegaan. Het werk zorgde wederom voor de nodige afleiding. En ook al had ik ook nog de zorg van mijn moeder erbij gekregen, ik heb me nooit ziek gemeld en heb mijn werk in mijn ogen zo goed mogelijk gedaan.

Na verloop van tijd kreeg ik tijdens planningsbesprekingen de eerste op- en aanmerkingen: ik kwam te vaak te laat en ik hield me niet altijd aan de afspraken. Verder vonden ze dat ik niet genoeg werk verzette. Ik heb daar niet echt op gereageerd. Ik deed mijn werk zo goed mogelijk en verder vond ik dat ze maar begrip voor de situatie moesten hebben. Nou, en dat was dus helemaal de verkeerde gedachte.
Ik kreeg een heel slechte beoordeling, waar ook nog doodleuk in vermeld werd dat ze mijn privé-situatie wel in ogenschouw hadden genomen. Maar ze vonden dat niet relevant voor de beoordeling want 'dan had ik zelf wat meer aan moeten geven dat ik nog niet optimaal functioneerde.'
Nu ben ik inderdaad niet iemand die steeds maar gaat zitten klagen hoe moeilijk ik het heb en dat ik nog steeds niet helemaal goed in mijn vel zit. Dat is simpelweg mijn aard niet. Maar zeg nou eerlijk, iedereen kan toch wel op zijn vingers natellen dat iemand die ruim een half jaar daarvoor zo'n groot verlies heeft geleden niet optimaal kan functioneren? Dat hoeft diegene toch niet zélf aan te geven?

Ik heb natuurlijk bezwaar ingediend en aangezien ik bij een gemeente werk (wie durft er nu nog te zeggen dat bij een gemeente alles zo goed geregeld is…) is mijn bezwaar terecht gekomen bij de gemeentesecretaris (hoofd van het gemeentepersoneel) en die heeft mij na een goed gesprek in het gelijk gesteld. Maar nu is de verstandhouding tussen mij en mijn leidinggevenden behoorlijk verstoord. Ze laten me nu rotkarweitjes opknappen en ik word heel sterk in de gaten gehouden en gelijk aangesproken als ik iets verkeerd doe. Dat geeft een heel wrang gevoel want ik vind dat ik genoeg meegemaakt heb de laatste tijd.
Kortom, na het verlies van mijn man en mijn vader ben ik nu ook nog de zin in mijn werk verloren. Toch moet ik zeggen dat werken in het begin voor mij de afleiding was die ik hard nodig had. En met een beetje begrip van de leidinggevende en goede afspraken wil ik iedereen adviseren om niet te lang te wachten met het hervatten van het werk.

Met vriendelijke groet,

Rita van de Weijer; e-mailadres: Ritavdweijer@hotmail.com


16 februari 2006

Huiselijk leven? door Marijke Verhaak

Na de dood van mijn man Jan ervaar ik een verdriet dat zijn weerga niet kent in mijn leven. Ik merk dat ik goed afleidbaar ben met mensen om me heen. Het grote verdriet kan ik tijdelijk opzij zetten als ik in gezelschap ben. Ik kan zelfs genieten van leuke en gezellige activiteiten, samen met anderen. Maar altijd dreigt de leegte thuis weer, de plek waar Jan gewoon hoort te zijn, waar alles zo pijnlijk aan hem herinnert, waar hij zo voelbaar ontbreekt.

Een "leeg" weekend

Als ik alleen thuis ben, vallen alle remmen weg, ik kom in een vrije val terecht. De wanhoop, de leegte, de uitzichtloosheid, de zinloosheid donderen over me heen en laten zich niet meer kooien. Dit zijn de ergste uren van de dag. Ik huil tegen de foto's. Niemand antwoordt. Overdag, zelfs zonder afspraken, lukt het me nog wel de nodige afleiding te zoeken. Ik ontvlucht het stille lege huis.
Twee dagen per week mag ik werken, dat geeft structuur aan mijn week. Na mijn werk, waar ik veel collega's spreek die echt belangstelling tonen, rek ik de dag nog wat op met shoppen, maar uiteindelijk volgt toch de zware gang naar huis. Thuis is mijn voornaamste bezigheid het regelen van afspraken buitenshuis. Het vooruitzicht van een "leeg" weekend is aanleiding tot complete paniek. Meer dan dertig jaar heb ik nooit last gehad van lege tijd.

De kip of het ei?

Koken doe ik niet meer, er is niets meer aan. Bovendien vind ik alleen ongezond voedsel echt lekker. Groente bijvoorbeeld lust ik niet als ik alleen ben. Koffie smaakt me ook niet meer. De uren van de maaltijden kom ik door met een boterham en een paar glazen wijn. Een glas wijn drinken heeft ook zijn charme verloren. De context is verdwenen, ik drink het sneller, waardoor de neiging ontstaat om meer te gaan drinken. Doordat het glas sneller leeg is, neem ik een groter glas. Zo gaat de alcoholinname omhoog. Ik weet best dat alcohol labiel kan maken. Maar dat ben ik al en daarom drink ik juist. Wat is er eerder, de kip of het ei?

Een vriend in de eenzaamheid

Thuis is de computer een vriend in de eenzaamheid. Als ik mijn e-mail open is het fijn te merken dat er mensen aan me gedacht hebben, ik reageer altijd meteen. Sms'en is ook een geliefde bezigheid geworden. Voordeel boven de telefoon is dat je het ook huilend kunt doen, op ieder gewenst moment. Ook weet je zeker dat je de anderen niet lastigvalt op ongewenste tijdstippen. Ik doe zelfs een internettherapie. Ik ben dus een soort computerweduwe.
Ja, ik ben weduwe. Mijn burgerlijke staat is weer alleenstaande. Bleef het maar bij staan alleen, het behelst ook alleen gaan, alleen liggen. In mijn nieuwe paspoort mocht nu w/v J. Zuidema staan in plaats van e/v J. Zuidema. Zo is onze twee-eenheid op papier tenminste nog gebleven!

Ik ondervind veel steun van familie en vrienden. De stroom is uitgevallen, maar er zijn veel kaarsen die me licht en warmte geven. Wel merk ik dat ik zelf ervoor moet zorgen dat de kaars blijft branden.

Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl



21 februari 2006  

Hoofdredactioneel: Stem

Gisteren hoorde ik de stem van mijn schoondochter op de radio. Zij is geestelijk verzorger bij de Luchtmobiele Brigade en ze werd uitgebreid geïnterviewd over haar gevoelens over en haar aandeel in de missie naar Afghanistan, waar ze vrijwel zeker aan mee zal doen. Het was een mooi interview. Mijn schoondochter is verbaal altijd al sterk geweest, maar nu hoorde ik in haar stem en in wat ze zei heel wat meer dan wat je doorsnee zou verwachten van een geestelijk verzorger. Ze heeft ook ruim vier maanden in Irak gezeten en wat ze daar heeft meegemaakt hoorde ik nu terug in haar stem en in wat ze zei. Levenservaring die er voordien (nog) niet in die mate was. Het heeft me ontroerd.

Levenservaring blijkt elke keer weer een belangrijk element in onze dagelijkse beleving. Wij lotgenoten hebben onze partner verloren en als we daar met anderen over praten of corresponderen, ontdekken we al heel snel dat lotgenoten ons beter begrijpen dan al die anderen om ons heen, hoe lief ook, die nooit helemaal hetzelfde kunnen invoelen zoals lotgenoten dat kunnen. Is dat erg? Dat anderen niet dezelfde levenservaring hebben? Nee, in de meeste gevallen niet. Want de meeste mensen die ons lief hebben delen vaak toch wel iets van dezelfde pijn die wij nog steeds voelen. Of hebben in hun omgeving een soortgelijk verlies meegemaakt. Ook die ervaring kan helpen om iets van onze pijn te voelen.

Levenservaring. Je hoort het, zeker als je goed luistert, in de stem van de mensen met wie je praat. En dan weet je -gek genoeg- dat het veelal een goed gesprek wordt. Wij zijn daar dan best blij mee, ook al gunnen we eigenlijk niemand de pijn, die wij hebben ervaren en met enige regelmaat nog steeds ervaren. Maar het is die lotsverbondenheid die ons verder helpt door ons, door verdriet over het verlies verscheurde, leven.

Als ik dit zo schrijf, denk ik meteen aan het begin van de Draaikolk. Toen ik hunkerde naar een "stem" van een lotgenoot en daarom deze site begon.
Daaraan moest ik gek genoeg heel sterk denken toen ik de stem van mijn schoondochter hoorde. Toen ze zo met overtuiging praatte over de saamhorigheid en de lotsverbondenheid van militairen die allemaal dezelfde ervaring delen. Net zoals wij, lotgenoten.

21 februari 2006

Bert Vos 
Hoofdredacteur De Draaikolk


25 februari 2006

Rouwgedichten
gedichten over leven en dood, van Bert Vos

Ik hou van

Ik hou van de plenzende regen
en ik hou van de duwende wind
Ik hou van de woeste hoosbui
zoals ik dat al deed als kind

Ik hou van de winter, van de sneeuw
en van het krakend ijsgeweld
Ik hou van de lente, van de zomerzon
en van de herfst als de natuur is uitgeteld

Ik hou van de drukte en de geur van de stad,
van de grootse stilte van die ene berg,
van die oneindig weidse blik, met diep ontzag
genietend als een nederige dwerg

Ik hou van de bonte kleuren van de
bloemen die bloeien in de warme zon
En ik wou dat ik net zo uitbundig
als die bloemen bloeien kon

Ik hou van het leven, elke dag
dat ik het leven opnieuw beleven mag
met alle herinneringen van weleer
met pijn, verdriet, maar ook de stille lach

Ik hou het meest van het nu en denk
aan wat was en ooit is geweest
Maar ik herleef vooral die wervelende
herinneringen in mijn overvolle geest

Ik hou van het leven,
omarm het steeds met alle kracht
en weiger te denken aan alle pijn
die misschien ook op mij nog wacht

Eigenlijk is dit waar ik van hou:
van het leven en van jou

© Bert Vos - februari 2006


17 maart 2006 

Hoofdredactioneel

Voorjaarsmoeheid in een bed van eenzaamheid

Op dit moment - het is half maart en het vriest - heb ik behoorlijk wat last van voorjaarsmoeheid. Eigenlijk ben ik wintermoe, heel erg wintermoe. Ik kan geen sneeuw meer zien. Gelukkig zijn de laatste sneeuwvelden in de tuin nu ook gesmolten. De krokussen, hyacinten en andere vroege vogels bedenken zich echter wel twee keer voordat ze hun koppen boven het maaiveld uit gaan steken. Want ze riskeren dan een fikse verkoudheid, of hoe dat bij bloemen ook mag heten. Vorige week maakten we nog een frisse wandeling in het prachtige stroomdal van de Ruiten A en zagen we de eerste wilgenkatjes. Niet echt uitbundig, maar ze waren klaar voor de lente, zeg maar. En gisteren zag ik tot mijn niet geringe verbijstering zowaar een vlinder fladderen in de tuin, op zoek naar de eerste bloem als landingsbaan. Het lijkt meer een soort fata morgana in een niet bestaand landschap.

Ik kan me voorstellen dat er ettelijke lotgenoten zijn die hetzelfde ervaren als ik. En dan nog een graadje erger wellicht. Omdat de partner nog maar kortgeleden is overleden en het verdriet en de eenzaamheid nog rauw en puur is. Dan valt het leven opeens extra zwaar, denk ik. Want ik heb het altijd als een soort opluchting ervaren als de lente eindelijk weer doorbrak, de zon warmer ging schijnen en de hele wereld ontwaakte uit een diepe winterslaap. Op zo'n moment ging ik, ook al was ik toen nog alleen, ineens aan vakantie denken. Of aan de lome warmte van een hete zomerdag met een koel glas pils naast me.

En nu, jaren verder, heb ik nog steeds last van die voorjaarsmoeheid en verlang ik naar de warmte van lente en zomer. En ik sta daarin niet alleen. Monique heeft dat ook. Maar zij heeft een paar redenen meer om een deel van het voorjaar, met name de maand april, over te willen slaan: dat is de maand waarin haar Eric met zijn motor verongelukte en ook de maand dat de eerste motorrijders weer opduiken en hun toertochten gaan maken zodra de zon wat uitbundiger wordt. Voor haar is dat dubbele pijn.

Voorjaarsmoeheid. Weg uit de kille eenzaamheid van de winter naar de warmte van een nieuwe zon. Naar een lente en zomer waarin de eenzaamheid en het verdriet misschien een klein beetje minder zwaar vallen door de helderheid van het zonlicht.

17 maart 2006

Bert Vos 
Hoofdredacteur De Draaikolk


2 maart 2006

Lente? door Joostien Beuving

De winter was nooit zo mijn jaargetijde. Ik ben meer iemand die 'loopt op zonne-energie'. Ik kon me er, om deze tijd van het jaar, dan ook altijd enorm op verheugen dat de lente weer in aantocht was. Lange avonden, lekker veel buiten zijn, samen buiten te eten, samen kijken hoe 's avonds de sterren weer opkwamen, vaak met een glaasje wijn erbij.

Nu is alles anders. Op 15 juni 2005 werd het voor mij plotseling winter. Het werd ijzig koud en donker tot diep in mijn hart. Op de dag van Arend zijn afscheid op 20 juni was er een warmterecord, het was 34°C, zo werd gezegd. Ik heb daar niets van gevoeld!

Buiten zie ik weer de eerste tekenen van de naderende lente. De dagen worden al wat langer en overal komen de bolletjes uit de grond. De meerkoetjes, die eerst nog in een grote groep voor onze deur samen zwommen, zie ik nu weer paren vormen. 's Morgens vroeg hoor ik een merel zingen ten teken dat onze tuin nu zijn territorium is, voor hem en voor zijn vrouwtje, dat een stukje verderop rondscharrelt.
Eerder zou mij dit blij hebben gemaakt. Begin van nieuw leven, zowel in de tuin als bij onze dieren. Onze merrie die straks een veulentje krijgt, de kippen die straks kuikentjes zullen hebben.

Zij wel samen, ik niet meer!

Als ik nu die vogeltjes zo samen zie voel ik een steek van afgunst. Zij wel samen, ik niet meer!
De naderende lente boezemt mij nu alleen nog maar angst in. Als het maar goed gaat met de merrie nu Arend er niet meer is. Die tuin, zijn tuin, die ik nu alleen moet onderhouden. Buiten zitten in mijn eentje tot de sterren opkomen? Ik moet er niet aan denken!

En dan 15 juni..., de dag waarop het straks 1 jaar geleden is, dat hij zo plotseling stierf. Die onwerkelijke periode daarna tot aan de dag van het afscheid op 20 juni…
Ik heb alvast vrij genomen van mijn werk. Ik zie mijzelf dan niet 'normaal' functioneren. Samen met de kinderen zal ik dan de as verstrooien, op zijn plekje, zoals hij dat heeft gewild. Verder kan en wil ik nu niet denken.

Toch hoop ik dat het, ook voor mij, ooit weer lente wordt. Lente in mijn hart, zodat ik weer mag leven in plaats van overleven.

Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een thuiswonende dochter en zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl


Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 44 - Wieneke van Rossum

6 maart 2006

Hallo Agnes,

Heel treffend in jouw brief vond ik dat je begon over de brief van Marijke Verhaak. Deze brief heb ik twee weken geleden als steun namelijk een paar keer zitten lezen. Op zondagochtend kwam ik thuis na een week wintersport en vrienden om me heen. Het lege huis greep me naar de keel, ik had een confronterende ontmoeting met de leegte. Ondanks dat ik bij de buren onder het genot van een bakje koffie mijn verhaal kwijt kon en de kinderen in de loop van de dag langs kwamen, sloeg de eenzaamheid bikkelhard toe. Deze stemming beschreef Marijke feilloos, ook bij mij was even de stroom weer uitgevallen. En ook ik had net voor de vakantie een nieuw paspoort aangevraagd met één andere letter erop die een wereld van verschil uitmaakt. Haar brief heb ik als troostend epistel gelezen. Wetend dat ik niet de enige was die dit overkomt, gaf me dit weer kracht om me er doorheen te slaan. En zo'n euforische stemming na de nodige glaasjes alcohol is ook zo herkenbaar…
Marijke's brief zou ook míjn brief kunnen zijn, ze legt precies haar vinger op de gevoelige plaats. Ik was er ook erg van onder de indruk en had haar dat ook gemaild.
En wat was ik blij met die Olympische Spelen, heerlijk achter de tv en alleen maar aan schaatsen denken! Zo zijn er bij mij weer de scherpe kantjes van afgeslepen.

Ik heb die week in Oostenrijk heerlijk gewandeld maar mistte het schaatsen toch wel enorm. Tevens was deze week op een of andere manier ook confronterend. Met Frits en de kinderen was ik hier vaak in de zomer geweest en ondanks dat de winter de entourage heel erg veranderd had keerden herinneringen, die naar de achtergrond verbannen waren, in alle hevigheid terug. Toen ook nog de persoon met wie ik zou wandelen het af liet weten, zag ik de bui al hangen. Ik zag mezelf al jankend op de paden lopen die we zo'n acht jaar terug samen belopen hadden. Maar dan merk je dat je tussen fijne vrienden zit en anderen boden al aan om mee te gaan. Ik ben dus met anderen op pad gegaan.
Het was een enorm gezellige week waarin we verschrikkelijk veel gelachen hebben. Na het eten gezellig spelletjes doen of zo verschrikkelijk dom ouwehoeren over de meest onnozele dingen dat je kaken zeer doen van het lachen. Hele theorieën werden er verzonnen over het gewicht en toename van het spierweefsel door het sporten en ondanks dat ik me realiseerde dat Frits juist aan spierweefselkanker is overleden, heb ik er hartelijk om kunnen lachen. In humor verpakt kan ik meer hebben dan dat mensen klagen over onbenullige kwaaltjes die totaal niet levensbedreigend zijn.

Je vroeg wat ik met "achterlaten in de tijd" bedoel. Ik bedoel daarmee dat de wereld maar doordraait, de wereld verandert en onze geliefden maken dat niet meer mee. Het leven gaat wel door, maar hún tijd staat stil. 9/11, de euro, Linde's rijbewijs, het samenwonen van Karin, dingen die in en rondom mijn huis veranderen, alles loopt door maar zíjn tijd staat stil op 2001. En dat gevoel hadden we allebei heel sterk. Het is dus heel letterlijk bedoeld en natuurlijk denken we in figuurlijke zin nog altijd aan ze.

Verder ben ik deze week digitaal gegaan! Mijn camera, een analoge spiegelreflex, gewoon met rolletjes, heb ik uiteindelijk toch meegenomen, maar ik heb me er groen en blauw aan geërgerd. Zwetend liep ik met dat ding in mijn rugzak en voordat ik hem al te voorschijn had, had een ander met een digitale camera bij wijze van spreken al vijf foto's geschoten. Dat gesjouw was ik spuugzat en ik heb me dus een digitale camera cadeau gedaan. Het zal ook wel met mijn stemming te maken hebben gehad, in zulke buien overvalt me een kooplust, een heel bekend verschijnsel bij lotgenoten, begrijp ik. En wat het geld betreft, zou mijn moeder gezegd hebben: "het laatste hemd heeft geen zakken". Enfin, die camera daar kom ik wel uit, maar nu het verkleinen van de foto's zonder kwaliteitsverlies en het op CD of DVD zetten daarvan. Daar ben ik al uren zoet mee, zo'n computer vreet tijd! En dan heb ik het nog niet eens over het bewerken van een foto, dat ga ik dus niet doen. Dat kost me nog meer tijd en ik vind eens geschoten moet maar goed geschoten zijn. Wat heeft het nu nog met fotograferen te maken als je alles kunt bijwerken?

Hoe gaat het met Maaike? Zo zie je maar weer dat je niet eens hoeft te gaan schaatsen om onderuit te gaan. De stelling dat de meeste ongelukken in huis gebeuren, klopt dus wel. En ach, als je achter de geraniums blijft zitten, gebeuren er misschien geen ongevallen maar dan slibben wel je bloedvaten dicht en dat is ook niet zo goed voor het hart… Ik hoop dat ze die pols een "beetje knap" gebroken heeft want anders kan het best nog lastig worden.

Weet je dat ik iets heel stoms heb gedaan? Over een videoband, waar een Tv-opname op stond over het kantongerecht en het terughalen van ten onrechte uitgekeerde bijstand, heb ik de Olympische Spelen gezet! Frits werd in deze opname uitgebreid gefilmd en het waren de laatste beelden die ik van hem had, en de enige van hem op de werkvloer. Ik kan me wel voor mijn kop slaan, maar helaas krijg ik daar de beelden niet mee terug. Gewoon slordig die band weggelegd en ondoordacht gepakt toen ik snel wat wilde opnemen.
Ik heb af en toe zo veel aan mijn hoofd, die harde schijf lijkt wel één warboel, een ongeordend zooitje bij elkaar. Ondanks dat ik alles opschrijf, vergeet ik veel. Zo noteerde ik een e-mailadres van iemand op een voor mij zeker duidelijk papier. Laat ik daarna toch niet meer weten waar? Hebben we er nu zoveel bij gekregen, dingen die onze partner voorheen deed? Hoort dit bij rouwverwerking of is het gewoon de leeftijd? Heb jij dit nou ook?

Lieve groet van Wieneke

***

Brief 45 - Agnes Ostendorf

17 maart 2006

Hoi Wieneke,

Apart hé, dat weduwen en wellicht ook weduwnaren zo verschillend reageren op die ene stomme letter in het nieuwe paspoort. Zowel jij als Marijke Verhaak wilde juist wél in het paspoort genoemd staan als weduwe, terwijl bij mij de paniek toesloeg omdat ik dat juist niet wilde. Het is mij inmiddels wel duidelijk dat iedereen anders reageert op zo'n situatie en alles is goed. Als het maar goed voelt en bij me past.

Je moeder had wel gelijk, hoor, met dat laatste hemd. De aanschaf van je digitale camera is volgens mij een verstandige investering. Het scheelt je ontwikkel- en afdrukkosten en je hoort er nu weer helemaal bij. En hoe gaat dat nou met het overzetten op je PC, het vergroten c.q. verkleinen van al die foto's? Zit er geen CD-ROM bij waarop staat hoe een en ander moet? Gewoon doorzetten en anders maar een stoomcursusje volgen bij Seniorenweb of het boekwerk "Digitale fotografie voor Dummies" uit de bieb halen. Ik vind juist het bijwerken van al die foto's veel leuker dan die foto's maken. Een foto zo manipuleren dat hij nét even mooier belicht is, een mooiere compositie of compleet andere kleuren, dat vind ik het leukste. Nou, volgens mij ben jij slim zat. Ik ben drie jaar geleden al overstag gegaan en heb er absoluut geen spijt van. Het lukt jou ook vast wel. Ik hoor het nog wel van je.

Nog even over die gebroken pols van Maaike. Ja, die is "knap" gebroken. Op de foto was duidelijk te zien dat het een mooie rechte breuk was. Door de arts werden we al gewaarschuwd voor een eventuele operatie als de breuk niet "knap" zou zijn. Maar gelukkig, dat viel allemaal reuze mee. Inmiddels is het gips er af en volgens mij heeft ze er geen last meer van (ik hoor er namelijk helemaal niets over).

Trouwens, wat erg van die videoband. Is er bij Frits z'n werkgever niet een kopie van die band aanwezig? Misschien zou je dat kunnen informeren?
Van Cees heb ik ook een aantal videobanden, maar ik heb ze nooit (durven) bekijken. Van de crematie van Cees is een geluidsopname gemaakt. De twee sprekers die Cees gevraagd had om iets te zeggen staan daar natuurlijk ook op. Eén van die twee is Andries en een paar maanden na het overlijden van Andries (toen ik in een gigantische dip zat) wilde ik zijn stem weer eens horen. Ik heb toen, héél stom, dat bandje van de crematie van Cees afgespeeld. Nou, je kunt je mijn verdriet wel voorstellen. Het is zo raar, aan de ene kant wilde ik niet verdrietig zijn, maar aan de andere kant was het ook heerlijk om eens helemaal uit te huilen. Soms luchtte dat op. Ik heb zowel de videobanden als het cassettebandje veilig opgeborgen.

Wat fijn dat je zo'n heerlijke vakantieweek gehad hebt. Ik heb nog aan je lopen denken. Het plannen van een vakantie is spannend, het op vakantie gaan (de reis) en het op vakantie zijn is heerlijk, maar die thuiskomst vind ik nog steeds een ramp. M'n thuis is dan zo incompleet. Zelf heb ik al weer drie vakanties gepland. In het voorjaar en in het najaar met de Rapidoclub op stap, in de zomer een week Buitenkunst. Alles is al gereserveerd en betaald. Dus ik kan niet meer terug. Verder nog een paar keer een weekend weg en mijn zomer is helemaal gevuld met heerlijke uitstapjes. Ik heb er zin in.

Ach Wieneke, die concentratie… Over welke concentratie heb je het? Ik héb helemaal geen concentratie. Bij mij is die al jaren verdwenen. Ik ben wel in het bezit van een agenda. Eigenlijk is dat gewoon m'n extern geheugen, m'n privé harde schijf. Het is een heel dikke agenda waar ik echt alles tot in de kleinste en meest suffige details in opschrijf en ik moet er niet aan denken om die te verliezen. Als ik ook niet de juiste tijd opschrijf, kom ik ook steevast te vroeg óf te laat. Heel vervelend, maar het beste is om je er niet druk over te maken, dan wordt het alleen maar erger. Ook over het onderwerp 'concentratie' heb ik eens een kronkel geschreven.

Concentratie
Verlies van concentratie heeft ook voordelen
Leuke boeken lees je gewoon nog een keer

Er schijnen wel voedingssupplementen te zijn die je concentratie wat opvijzelen. Maar volgens mij is dat gewoon zakkenklopperij. Ze helpen niks en kosten bakken met geld. We hebben gewoon een druk leven, er is (te) veel gebeurd en ik denk dat we moeten stoppen met alles zo perfect te willen doen.

Nog even over de 'Westside Story'. Het was geweldig! Toen de muziek door het theater galmde. moest ik toch wel even slikken. Het was zo Cees z'n muziek. Ik zou er alles voor over gehad hebben als ik met hem daar zou hebben gezeten. Het was goed dat ik daar met lotgenoten zat en niet in m'n uppie, dat zou voor mij een ramp zijn geweest.
Het was een hele drukke en emotionele dag. Overdag had ik drukke andere bezigheden en daarna in vliegende vaart naar Rotterdam. Daar zat de hele groep al aan tafel en kon ik nog aanschuiven. Na afloop van de 'Westside Story' nog wat drinken en toen weer terug naar West-Friesland. Bekaf kwam ik thuis en ik heb echt twee dagen nodig gehad om weer op adem te komen. Dus, zo gek is het nog niet dat mijn concentratie wat minder wordt.

Nou Wieneke, ik ben zo ongeveer weer aan het eind van m'n brief beland. Er gebeuren hier in en om het huis op dit moment geen schokkende dingen, geen verbouwingen, geen nieuwe ontwikkelingen, maar gewoon lekker rustig. Over ongeveer anderhalve maand gaat het vervolg van de verbouwing van start, dus dan is het weer gedaan met mijn rust.

Groeten aan je dochters en ik lees jouw belevenissen over twee weken weer.

Agnes


Rouwgedichten
gedichten over leven en dood, van Bert Vos

 

Blauwe vlekken in het groen

Lijnen, strepen, kleuren, stippen
blauwe vlekken in het groen
Nummers, namen, plaatsen
miljarden memories aan toen

Duizend plekken in de bergen,
en nog eens honderden in het dal
Langs traag stromende rivieren en aan zee
duizenden plekken, hier en overal

Ik staar naar de map met kaarten
Lijnen, strepen, kleuren stippen
blauwe vlekken in het groen
Net als toen en toen en toen….

Het is de vlekkerig geworden
plattegrond van mijn leven
Waar ik wat dromerig naar staar en
waaraan mijn vele tranenvlekken kleven

En ik weet eigenlijk wel zeker
dat ze met me mee zal reizen

naar alle plekken
waarheen ik straks nog zal gaan

*

27 maart 2006

 

Rouw is maar één enkel woord

Rouw is maar één enkel woord
het is rauw en puur en hard
Rouw is maar zo'n simpel woord
maar verbergt steeds hoge bergen smart

Rouw is eenvoudig als begrip
het gaat over verlies, verdriet en pijn
Rouw kan eigenlijk van alles zijn
van zware hoofdpijn, stress tot lange dip

Rouw is maar één enkel woord
vandaar dat niemand het echt begrijpen zal
Rouw is een woord uniek in z'n soort:
een lange weg met dan weer berg en dan weer dal

Rouw: hoe lang mag dat duren
als de ander echt beslissen mag?
Een korte wijle als het even kan
want er komt toch weer een nieuwe dag?

Maar ik rouw en ik besta
ondanks alles en iedereen

*

17 maart 2006

17 maart 2006

Rouwen, door Marijke Verhaak

Wat is na de dood van Jan mijn HOOFDbezigheid? Naast mijn werk, mijn contacten met familie en vrienden, is het rouwen mijn voornaamste activiteit. Het vergt veel tijd en gaat met heel veel tranen gepaard. Het vult, net als een fanatieke hobby, alle tijd die er overblijft. Het woord "liefhebberij" kan ik niet meer gebruiken, dat woord heeft ineens een andere betekenis gekregen.
Rouwen is afscheid nemen van je grootste liefhebberij, de liefhebberij die je leven gevuld heeft en inhoud heeft gegeven. De liefhebberij waar je alles voor over had en nog altijd zou hebben. Liefhebberij= lief hebben. Ik had een levensvullende liefhebberij: ik had lief, ik heb liefgehad, ik ben liefgehad. Wij hadden elkaar lief.

Niets helpt wezenlijk

Het gevolg van je liefhebberij is het rouwen om het verlies ervan. Hoe rouwt een mens om het allergrootste verlies? Vele boeken zijn erover geschreven, veel ervan heb ik gelezen. Herkenning vind je erin. Rouwverwerken, hoe doe je dat? Er is geen handleiding voor, iedereen zoekt zijn eigen weg. Ik doe zoveel dat ik het niet meer durf te vertellen zonder dat ik er zelf om lachen moet. En nog altijd is het niet voldoende voor me. Men vraagt mij of het helpt. Nee, het helpt niet, niets helpt wezenlijk.

Zelf maak ik gebruik van alle mogelijkheden die zich aandienen. Het is me nooit genoeg, omdat het verdriet, de wanhoop, de uitzichtloosheid me volledig in hun macht hebben. Ik laat me zoveel mogelijk steunen om overeind te blijven. Ik tors een te zware rugzak mee die ik soms even bij iemand neer mag zetten. Soms kan ik wel een tijdje ontsnappen en zelfs even genieten, samen met anderen. Voor eventjes, want ik zak onmiddellijk door het ijs als ik weer aan mezelf overgeleverd ben.

Terwijl ik dit schrijf zit ik weer eens in het donkere gat. Helpt dit schrijven? Natuurlijk niet! Het leidt slechts even af. Ik zoek woorden voor de lawines van gevoelens waaronder ik bedolven word. Graag wil ik mijn woorden kwijt aan anderen, ook aan hen die wat meer moeite hebben met woorden vinden. Ik hoop dat zij herkenning vinden. Dat dit het geval is merk ik aan de reacties die ik ontvangen heb. Dank daarvoor!

Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


23 maart 2006

Samen Actief in Drenthe, door Joostien Beuving

Op mijn oproep in Samen Actief om iets te ondernemen met lotgenoten uit Drenthe (daarbuiten mag natuurlijk ook) hebben inmiddels al 11 (!) personen gereageerd.
Zondag 19 maart zijn we voor het eerst met een aantal bij elkaar gekomen en hebben we een wandeling gemaakt in de bossen bij Spier. Na afloop hebben we nog ergens iets gedronken met wat lekkers erbij. Niet iedereen was die dag aanwezig, maar dat hoeft ook niet want er komt zeker een vervolg.

Sterk met elkaar verbonden

Zelf heb ik het als heel bijzonder ervaren dat mensen, die elkaar nog nooit eerder ontmoet hebben, zo open en eerlijk over hun gevoelens kunnen praten. Heel bijzonder dat je de ruimte krijgt te zeggen wat je voelt zonder dat iemand daar een oordeel over geeft of met 'goed bedoelde, maar fout gezegde' raad komt.
Allemaal verschillende mensen met verschillende achtergronden, maar toch sterk met elkaar verbonden door één gemeenschappelijke ervaring, het verlies van je partner. Ook allemaal in een andere fase van het rouwproces: voor de een is het slechts enkele maanden, voor de ander al vele jaren geleden. Maar dat waar je tegen aanloopt of dat wat je voelt, is vaak toch zo herkenbaar!

Even de weg kwijt

We hebben veel gepraat, zoveel dat we op een gegeven moment tot de ontdekking kwamen dat we op een bepaalde plek al eerder waren geweest. Even de weg kwijt dus! Op dat moment kwam er net een echtpaar aan dat ons voor de tweede keer ontmoette. Meneer wees ons de weg en toen we weer op pad gingen zei hij: "dat heb je met vrouwen alleen…"
Toen we, na het afrekenen, vanuit het restaurant weer naar buiten wilden, liepen we al pratend per ongeluk een zaaltje in waar net iemand een voordracht stond te houden. Erg gelachen toen. Zou die meneer dan toch gelijk hebben?
Thuisgekomen, waren net mijn zus en zwager daar. Toen ik hen over onze middag vertelde zei mijn zus: "oh, dat hebben wij ook wel eens gehad. Weet je nog? In Tsjechië kwamen we aan de verkeerde kant van de berg uit." Mijn zwager glimlachte zuur en ik dacht: zie je wel, het kwam van het praten en niet omdat we nu toevallig 'vrouwen alleen' waren.

Zoals ik al zei, er komt een vervolg. Voor hen die wel graag mee willen maar nog niet gereageerd hebben: stuur me een e-mail en je hoort waar en wanneer we elkaar weer ontmoeten.

Wie weet tot ziens.

Joostien Beuving, vrouw, geboren 13 juli 1954; partner Arend (64) op 15 juni 2005 totaal onverwacht overleden aan een longembolie; een thuiswonende dochter en zoon; e-mailadres: joostien@xs4all.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren