Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de edities december 2005 en januari 2006


12 december 2005

Hoofdredactioneel: Nog eventjes...

Sinterklaas is terug in Spanje en ik ben een beetje jaloers op hem, want Monique en ik hadden hem graag vergezeld tot aan de zuidelijke costa's waar wij dan zouden zijn gaan overwinteren totdat de somberte en kilheid van de winter in eigen land door de lente was verjaagd. Maar het zat er niet in en dus kijk ik nu uit over de velden waarover een wat bleek winterzonnetje strijkt. In de verte lopen wat paarden. De koeien zijn op stal. Winter in Ter Apel in plaats van het warme zuiden. Ach, zolang de grijsheid niet overheerst heb ik er vrede mee. Nog eventjes, en het is immers alweer lente. En daarna worden we vast moe van de zomerhitte.

De tijd vliegt, naar mijn gevoel, in ijltempo aan mij en Monique voorbij, het glipt als zilverzand door onze vingers en voor je het weet knallen de kurken en de duizendklappers. Nog eventjes en de donkere dagen van december zijn voorbij. Dan hebben we de langste nacht van het jaar achter de rug en wordt het elke dag een paar minuten langer licht. Wat dat betreft zit de natuur prima in elkaar. Net als we de wintersomberte zat zijn wordt het weer helder. Nog eventjes geduld dus.

Ondertussen zitten we allemaal misschien wel over ons adressenboek gebogen om te kijken wie dit jaar een mooie kaart hebben verdiend en wie we kunnen schrappen. Monique en ik zijn daar heel precies in. Vrienden die uiteindelijk geen vrienden bleken worden zonder pardon geschrapt. Aan de andere kant zijn er gelukkig nieuwe vrienden bijgekomen die eigenlijk wel een dubbele kaart hebben verdiend omdat ze ons toch zo geweldig tot steun zijn geweest.
Ach, jullie kennen dat onzekere gevoel ook vast wel. Sturen we wel kaarten of laten we het dit jaar maar zitten? En wie wel en wie niet? Natuurlijk lost het probleem zich vanzelf wel op, want er is gelukkig een deadline. Als we niet voor die tijd een keuze hebben gemaakt, hoeft het al niet meer.

Nog eventjes dus. En daarna kunnen we met z'n allen weer opgelucht heel diep adem halen en de zon tegemoet zien.                                   


Bert Vos,
hoofdredactie


5 december 2005                

Boekbespreking:

"Dit keer (op oudejaarsavond) kijk ik voor het eerst terug op een heel
jaar zonder Johan. Een jaar met veel verdriet, dat spreekt vanzelf."

Drie stappen vooruit, één stap terug.

Van "de vrouw van" naar "de weduwe van"

door Monique Vos

Wanneer je partner er ineens niet meer is en je ook bent gaan vóelen dat hij of zij nooit meer terug zal komen, dan pas besef je hoezeer je in de loop van de tijd met elkaar vergroeid bent geraakt. Het lijkt dan wel alsof je andere helft zoek is, die dierbare, vertrouwde helft waaraan je je niet langer kunt spiegelen. Ook al voel je je nog altijd "de vrouw of de man van", formeel juridisch krijg je - geheel ongevraagd - het etiket "alleenstaand" of "weduwe/weduwnaar" of, nog erger, "de erven van" opgeplakt. Tegen wil en dank moet je op een gegeven moment wel de confrontatie aan: wie ben ík nu, zonder hem of haar?

Daaraan moest ik met name denken bij het lezen van "Drie stappen vooruit, één stap terug", de gebundelde columns van Heleen Stekelenburg, die zij na het overlijden van haar man Johan (burgemeester van Tilburg, lid van de Eerste Kamer en voormalig FNV-leider) op verzoek van het weekblad Margriet schreef.
Ik weet nog goed wat het Bert en mij deed toen wij begin 2003 van het nieuws over de bij Johan geconstateerde slokdarmkanker met uitzaaiingen hoorden. Als iemand het toonbeeld van vitaliteit en gezondheid leek uit te stralen, dan was hij het wel met zijn flinke bos haar en altijd bruine kleurtje op zijn gezicht. Tegelijkertijd riep dit bericht bij mij een bitterzoete herinnering op aan die keer, jaren daarvoor, dat Eric en ik hem in de VIP-room op Vliegveld Zanderij in Paramaribo hadden opgemerkt.
Bert en ik keken min of meer stilzwijgend naar de TV en ik huiverde inwendig, want ook bij Bert was de eerste uitzaaiing geconstateerd. De maanden daarna hielden we onze adem in en ons hart vast wanneer er weer een (verslechterend) bericht over hem in de media verscheen, terwijl Bert weer overeind krabbelde van zijn eerste longoperatie. Johan Stekelenburg overleed toch, in september 2003. En nu, bij het lezen van Heleen's verhaal, ontkom ik er natuurlijk niet aan dat ik mij (opnieuw stilzwijgend) afvraag hoeveel tijd óns nog samen gegund zal zijn, nu ook Bert is uitbehandeld.

Als "vrouw van" mijn eerste (Surinaams/Nederlandse) man Eric voelde ik mij nauw verbonden met Suriname en de Surinamers. Als zijn "weduwe" bekroop mij al snel het gevoel dat dit alles mij nu ook ontnomen werd, want aan mij alleen, zonder hem aan mijn zijde, was immers niet langer af te zien dat ik iets met Suriname had. Ook daaraan moest ik denken. Natuurlijk is dit een projectie van mijn kant, maar lezen wij zo niet elk boek, al vergelijkingen makend met ons eigen leven?
Dit boek zal dan ook met name aansprekend zijn voor die lotgenoten die zelf ook aan de zijde van een publiek figuur hebben gestaan en die daardoor nu misschien met dat extra stukje leegte zijn achtergebleven.
Want als "vrouw van de burgemeester" en voorheen als "vrouw van de FNV-voorzitter" leidde Heleen samen met Johan een dynamisch leven, aldus Heleen. Zo werden zij vaak uitgenodigd voor en mochten zij altijd vooraan zitten bij premières, concerten, diners, cabaretvoorstellingen of presentaties van het gilde en "won" Johan bijvoorbeeld altijd iets als ze lootjes kochten op de jaarlijkse kermis in Tilburg. De overhandiging van de prijs werd dan vergezeld door een vette knipoog van de standhouder aan Johan. "Beste kamelenstandhouder", sprak Heleen dan ook hoopvol uit toen zij voor het eerst zonder Johan naar de kermis zou gaan, "u mag mij best een vette knipoog geven, want ik wil ook wel eens winnen, al was het maar een sleutelhanger met een klein kameeltje eraan."

Het zijn van "weduwe van" (in dit geval een graag gezien, publiek figuur) heeft zo zijn voor- en nadelen. Aan de ene kant word je bijna overstelpt door alle goedbedoelde steun en belangstelling (het eerste jaar na Johan's overlijden heeft Heleen bijvoorbeeld vrijwel iedere avond bezoek gehad of is ze mee geweest met vrienden) en aan de andere kant schuilt hierin het gevaar dat je wel wat al te zeer geleefd wordt waardoor je mogelijk wat minder snel aan verwerking en zelfreflectie toekomt. Dat zou kunnen verklaren waarom Heleen in haar columns niet al te diep ingaat op haar eigen gevoelens (of komt dit omdat heel Margriet-lezend Nederland over haar schouder meeleest?).
Maar diezelfde belangstelling heeft haar het eerste jaar wel mede op de been gehouden. Want dat zij van diverse kanten veel steun heeft ontvangen, blijkt wel uit wat zij daarover kwijt wil. Zo is de directeur van de schouwburg haar soms zelf komen ophalen om er zeker van te zijn dat de haar toegezonden kaartjes ook door haar gebruikt zouden worden, kwam de korpschef van politie in december kijken 'namens de kerstpolitie' of er wel een kerstboom in huis stond en werd haar boven-de-rivieren-wonende-zus gevraagd voor de jury van het kindercarnaval gevraagd vanuit de gedachte dat zij dan ook wel zou komen.
Ze heeft er ook alle vertrouwen in dat dit zo zal blijven want, zo schrijft ze over een aantal mensen op het stadhuis dat Johan persoonlijk nog steeds mist, "de steun en warmte van deze mensen heeft mij mede op de been gehouden de afgelopen maanden en ik weet zeker dat ik met hen contact blijf houden. Wat dat betreft verandert er niets."

Inmiddels is Heleen gestopt met het schrijven van haar columns voor Margriet, maar zij blijft over en aan Johan schrijven, maar nu weer in de beslotenheid van haar dagboek. Daar zou ik nou graag even in willen bladeren.

Drie stappen vooruit, één stap terug - Heleen Stekelenburg; Uitg. Archipel, Amsterdam-Antwerpen 2005; ISBN 90-6305-208-1, 134 blz.; € 12,50


8 december 2005

Ruggesteuntjes (36) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos

 


Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 38 - Wieneke van Rossum

12 december 2005

Hallo Agnes,

Op zaterdag 26 november, de dag dat ik jouw brief ontving, was het mijn verjaardag en de dag dat we een boom plantten in het Wilhelminabos. In samenwerking met het KWF en Staatsbosbeheer is hier een gedenkplek aangelegd. Rondom de Gedenkplek vormt zich nu een bos. Dat bos symboliseert het leven. Het groeit, biedt beschutting, sterft af en geeft daarmee leven door. Het bos biedt ook rust en ruimte voor herinneringen, voor vreugde en verdriet. In het midden staat een beeldje van koningin Wilhelmina en rondom dat beeld staan in een onderbroken cirkel twaalf Millenniumbomen, één voor elke provincie. Twaalf verwijst ook naar uren, maanden, tijd. De cirkel is onderbroken omdat het directe contact met de overleden dierbaren verbroken is.
Ondanks dat er op die dag zo'n zesduizend mensen verwacht werden, liep alles perfect en heel indrukwekkend. De sfeer gaf mij geen verdrietig gevoel maar meer een plechtig moment om je dierbare te herinneren. Die dierbare zelf zou eerder gedacht hebben, waarom we die kou trotseerden en in die modder liepen en zou de kroeg voorgesteld hebben. We hebben er in ieder geval een fijn gevoel aan overgehouden.
Een lindeboom was wel heel toepasselijk geweest, die was er helaas niet, dus hebben we een eikenboom geplant. Ik was vergeten een schop te pakken en vroeg iemand in de buurt, die net een boom geplant had, of ik die mocht gebruiken. Een vriend van ons, die mee was, had hetzelfde idee, dus er werd gelijk geroepen 'dat mijn man al een schop had'… Dat is verdomd knap, dacht ik, dat hij zijn eigen boom gaat planten. Ach, zelfs lotgenoten kunnen het ook niet weten…

Weet je dat ik net zo'n houten kerstversiering heb gehad? Inderdaad was het nergens te koop. Ik heb veel in Duitsland gekocht en het met beertjes en rode appeltjes opgeluisterd. Dan gingen er nog van die schuimkransjes in en dan was het een echte kinderboom. Pas een jaar of zeven geleden heb ik een andere decoratie gekocht, maar de oude versieringen liggen nog steeds op zolder.
Begrijp me goed: ik heb niets tegen die verlichting, als het smaakvol gedaan is kan het heel mooi zijn, maar dat laatste mankeert er bij veel mensen aan. Van die knipperend gedrapeerde kabels om een pergola krijg ik dus de kriebels!
Dat gezelschapspel is ook zo herkenbaar. Dat gaven mijn ouders elk jaar als Sinterklaascadeau. Ja, dat zijn dierbare herinneringen. Mijn ouders zijn er ook niet meer en de spelen liggen inderdaad ongebruikt in de kast. Wij gingen ook vaak die dagen op stap: naar een museum of dierentuin en de laatste kerst met Frits zijn we naar het Openlucht museum in Arnhem geweest. De dag ervoor was er daar net sneeuw gevallen en met die prachtige oude boerderijtjes en kerkjes leek het net een ansichtkaart van Anton Pieck. De standaardmolen die daar staat is tachtig jaar familiebezit van de familie van Rossum geweest. De molen stond in Delft en de grond is later door de Calvé-fabrieken opgekocht. De molen is afgebroken en weer in Arnhem opgebouwd.

Mijn operatie bij de Bijzondere Tandheelkunde heb ik inmiddels ook achter de rug en het is honderd procent meegevallen. De twee implantaten zitten er in en moeten nu in het bot groeien, pas in april komen de kronen erop. Ik heb geen enkele pijn of napijn gehad, een verstandskies laten verwijderen is tien keer erger. Toch werd het een trieste dag: ik kreeg het bericht dat de man van mijn vriendin uit Zwitserland was overleden. Hij was manisch depressief en alcoholist. Je kunt je wel voorstellen wat voor een zwaar leven mijn vriendin al achter de rug had. Nu had hij epileptische aanvallen gekregen, daar bovenop nog eens longontsteking en dat was hem fataal geworden. Voor hen beiden was het een verlossing, maar zoals ze schreef, ze zat nu ook met de waarom-vraag. Ook zij had zo graag met hem oud willen worden.

Ben je al met je dorpsgenoot op pad geweest? Zo zie je maar weer, hoe klein de wereld is. Fijn dat je dan toch een dorps-/lotgenoot ontmoet. Het "geestelijk actief" zijn, doet een mens goed. Begrip voor elkaar hebben, weten wat de ander voelt, herkenning voelen, enz, veel dat je alleen bij lotgenoten vindt.

Ik heb trouwens vannacht iets heel engs meegemaakt! Ik zat een heel spannend boek uit te lezen en rond kwart voor één werd er aangebeld. Ik ging er vanuit dat een van de buurjongens voor de deur stond, doe open en er staat een wildvreemde man die met een heel verward verhaal komt. Of hij even mocht bellen, het ging heel slecht met zijn broer want die was op de Dam in elkaar geslagen en hij moest er naar toe. 'Nee, het spijt me', zei ik en deed gauw de deur weer dicht. Stomme trut, dacht ik bij mezelf, om zo goed van vertrouwen die deur open te doen! Ik heb gelijk de politie gebeld, die een extra patrouillewagen zou sturen en Linde gewaarschuwd die (gelukkig met vrienden) op de fiets onderweg was. Het is hier geen dorp meer en regelmatig worden er mensen bedreigd. Dat het geen zuivere koffie was bleek de volgende dag. De man had het bij meer mensen geprobeerd en was op geld uit. Enkelen hadden ook de politie gebeld en één had een camera bij de hand gehad en heeft hem gefotografeerd. Ik zal nooit meer zo naïef de deur open doen, maar tevens besef je ook hoe kwetsbaar je bent zo alleen thuis. Dan mis je een sterke arm.

Nou, dat was weer heel wat nieuws, alsof er maanden voorbij zijn gegaan in plaats van maar twee weken.

Agnes, ik "spreek" je niet meer voor Kerst en Oud en Nieuw (die "gezellige dagen" vallen voor ons gunstig zo in een weekend), maar ik wens jou en je familie en tevens alle lezers van de Draaikolk alvast een heel goed en gezond 2006 toe.

Lieve groeten,
Wieneke

***

Brief 39 - Agnes Ostendorf

23 december 2005

Hallo Wieneke,

Er is weer een jaar voorbij. En je kent me inmiddels, ik kijk dan altijd even achterom. Gewoon, omdat ik het niet laten kan.
Natuurlijk is er veel veranderd. De grootste verandering is wel mijn woonstek. Het is prachtig geworden. Op (een flink aantal) kleine klusjes na is mijn deel van ons stolpje klaar. Het is mooier geworden dan ik had durven hopen. In het voorjaar gaan we verder, dan wordt de andere helft aangepakt. Dat zal minder ingrijpend zijn, maar het is nog steeds wel heel veel werk.
Een goede tweede verandering is natuurlijk mijn hondentrimsalon. Soms vraag ik me af wat Cees er van gevonden zou hebben. Zelfs het idee om honden te gaan trimmen is pas een jaar na zijn overlijden ontstaan en ik weet zeker dat ie in ieder geval beretrots op me zou zijn. Ik had toen immers een keurige en goedverdienende kantoorbaan. Nou, wat ik nu doe is wel iets compleet anders. Absoluut niet keurig en al helemaal niet goedverdienend. Maar zo leuk, zo helemaal van mij. Niks geen stress, geen verantwoording aan anderen, m'n eigen beslissingen nemen, mijn eigen agenda beheren en vooral… doen zoals ik het wil doen. In m'n eigen kleine koninkrijk ben ik mijn eigen koning.
Natuurlijk heb ik nog massa's vragen over mijn toekomst. Maar ik weet als geen ander dat ik nog zoveel plannen kan maken als ik wil, het wordt uiteindelijk toch anders. Er zijn altijd factoren die ik niet zelf in de hand heb, maar ik heb zelf de regie en die geef ik niet uit handen.

Geweldig, jouw verslag over het planten van de boom in het Wilhelminabos. Het is dus meer dan alleen maar een bos met namen in glazen panelen gegraveerd en bomen daar omheen. Zelf twijfelde ik of ik zoiets zou willen doen. Maar ik weet het nu zeker. Volgend jaar ben ik ook van de partij. Ik wil dan twee bomen naast elkaar zodat ik ze beiden kan omarmen. Weet je trouwens dat ik van het Wilhelminabos gedroomd heb? Via de CNK hoor ik natuurlijk ook verhalen van het Wilhelminabos en toen kwam jouw brief ook nog eens. Blijkbaar houdt het me erg bezig. Volgend jaar doe ik jóu verslag hoe ik het vond.

Ik ben blij voor jou dat je de kaakoperatie zonder pijn hebt doorstaan. Bij mij staat ook het een en ander te wachten en ik verheug me daar niet echt op. Maar na jouw opmerking over de afwezigheid van pijn heb ik er een stukje meer vertrouwen in gekregen.
Trouwens wel een heel triest bericht wat je hebt gekregen. Ik kan me voorstellen dat jouw vriendin nu met de grote "waarom"-vraag blijft zitten. Ik ken haar niet, maar wens zowel haar als jou veel sterkte toe.

Inderdaad Wieneke, ik ben met m'n dorpsgenoot op stap geweest. Eigenlijk zouden we met z'n drieën zijn, maar de andere lotgenoot heeft zich ziek gemeld en ging helaas niet mee. Ons uitje was niet van zo'n hoog cultureel gehalte hoor. We zijn naar de nieuwe film van Harry Potter geweest en hebben daarna bij mij thuis gedineerd. Ik zou gaan koken (?!?), maar uiteindelijk nam Joke het van me over want voor haar is koken een hobby. Nou…, had ik effe geluk? We hebben tijdens het eten ook flink geproost op al onze etentjes en "culturele" uitstapjes de komende tijd.

Wieneke, wat maak jij enge dingen mee! Doe je wel voorzichtig? Ik wil nog heel lang met jou corresponderen en dat kan niet als jij van die gevaarlijke dingen doet. Absoluut géén deuren opendoen als je geen visite verwacht. Ik raad je ook zo'n klein kijkgaatje in je deur aan, zodat je kunt zien wie er staat en een kettinkje aan je deur lijkt me ook niet overbodig. Na het lezen van jouw brief ben ik direct gaan kijken hoe die veiligheid bij mij thuis geregeld is. De achterdeur heeft een gewoon slot en zo'n hele grote ouderwetse schuif. Die schuif ging wat zwaar, maar dat heb ik verholpen met spul uit een spuitbusje speciaal voor sloten. De voordeur is ook prima. Er is 's avonds permanent een buitenlamp aan dus ik kan via het raampje zien wie er voor de deur staat én de deur gaat 's nachts in het nachtslot. Trouwens, ook alle ramen hebben van die dievenklauwen. En ik heb natuurlijk Doortje. Die gaat als een gek tekeer als er iemand voor de deur staat. Soms is dat vervelend, maar aan de andere kant wel weer handig, want een bel hebben we niet…

De buurt waarin mijn ouders woonden, was ook niet echt een rustige buurt en nadat mijn vader was overleden bleef mijn moeder ook alleen achter. Zij durfde na een poosje de deur niet meer uit als het donker was, terwijl ze echt niet bang uitgevallen was, hoor. Wij brachten haar 's avonds dan ook altijd helemaal naar huis en gingen ook eventjes mee naar binnen. Gewoon voor het veilige gevoel. Op een gegeven moment had mijn moeder de oude kachelpook bij de voordeur staan. Zij vond dat blijkbaar nodig. Een goed alternatief van een kachelpook is een honkbalknuppel en die zijn gewoon in een sportwinkel te koop. Ooit heeft iemand me eens verteld dat er meer gevaarlijke mensen gewoon los rondlopen dan dat er in de gevangenis zitten. Alle gekheid op een stokje. Voorzichtigheid lijkt me geen overbodige luxe.

Wel Wieneke, ik ben wederom aan het einde van mijn brief en bijna aan het einde van het jaar 2005 beland. Ik wens jou en alle lezers van onze brieven, een veilig, inspirerend, vredig, warm, cultureel, gezond en bovenal goed 2006 toe.

Lieve groeten en tot volgend jaar!

Agnes Ostendorf


2 januari 2006            

Hoofdredactioneel

Het leven gaat gewoon verder…

Het vuurwerk gaat de lucht in. Er worden heel veel handen geschud, monden en wangen gekust en warm omhelst in de koude nieuwjaarsnacht. Champagnekurken knallen en voor wie dat net even te veel is, worden andere flessen opengetrokken en wordt er getoast op een vooral goed en gezond nieuw jaar. Daarna worden de kaarsen uitgeblazen, de lege flessen opgeruimd en gaat men naar bed. Want morgen is het weer vroeg op voor familie- of kerkbezoek en wacht de dag erna voor velen het dagelijks werk weer. Het leven gaat, met andere woorden, voor de meeste mensen gewoon verder. Met man, met vrouw, met kinderen en werk. Zoals elk jaar, elke maand, elke week, elke dag en elk uur.

Maar voor velen van onze lotgenoten gaat het leven "niet gewoon" verder. Want voor ons als lotgenoten ontbreekt er één belangrijk element in ons leven: onze partner.
Of het nu al weer vele jaren geleden is of nog heel "vers" : het gemis is even groot, ook al zal de pijn van dat verlies in de loop der jaren wat worden verzacht. Oké, we zijn de donkerte van december voorbij en we kunnen uitzien naar steeds helder wordende dagen, maar dat blijft een schrale troost.

Het leven gaat verder. Voor ieder van ons op een eigen wijze. Want we zijn allemaal uniek in het beleven van onze rouw en het ervaren van het enorme verlies. Toch zijn het de ervaringsverhalen en de reacties in De Draaikolk van onze lotgenoten, die elke keer weer troost blijven bieden. Zij vertellen hoe hun leven zonder partner verder gaat nadat de echo van het knallend vuurwerk is verstorven in de nacht en het vuur van brandende kerstbomen is geblust. We zijn blij dat onze lotgenoten dat willen doen. Want het maakt De Draaikolk tot een echt ontmoetingspunt van lotgenoten.

Welkom in 2006. Wat mij betreft: laat alles, wat dan ook, maar gewoon gebeuren. Huil wanneer je huilen wilt en lach wanneer het leven daartoe aanleiding geeft. Maar blijf vooral jezelf. En misschien dat er dit jaar weer meer momenten in je leven komen waarin je weer even kunt genieten. Zo maar. Het is je van harte gegund.

2 januari 2006

Bert Vos , Hoofdredacteur De Draaikolk


Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 40 - Wieneke van Rossum

8 januari 2006

Hallo Agnes,

Terwijl ik eind van het jaar onze correspondentie aan het doornemen ben, lees ik dat ik Nieuwjaarsdag 2005 een brief naar je geschreven heb om het Nieuwjaarsconcert, met al zijn herinneringen, te ontvluchten.
Nu zijn we alweer een jaar verder en zit ik weer op de eerste dag van het jaar achter de computer, terwijl iedereen nog ligt bij te komen van de Nieuwjaarsviering, die ik voor het eerst in mijn leven in mijn uppie heb doorgebracht. Ik loop al weken tegen een griep aan te snotteren en vond dit een uitgelezen weekend om lekker binnen te blijven en me met veel kranten en andere lectuur op de bank te nestelen. De afgelopen dagen heb ik de schaatswedstrijden voor de plaatsing van de Olympische Spelen gevolgd, dus is er veel blijven liggen. TV-programma's, die ik wilde zien, heb ik opgenomen en zo had ik een hele voorraad om dit weekend door te komen. Ik ben nog nooit zo helder en nuchter het nieuwe jaar begonnen en eigenlijk is het me prima bevallen!

In mijn brief van een jaar geleden vraag ik mij af wat het nieuwe jaar me zal brengen en schrijf ik dat ik het maar over me heen moet laten komen, omdat je er toch geen invloed op kan uitoefenen. In jouw laatste brief lees ik hetzelfde. Ik heb natuurlijk ook massa's vragen over de toekomst, maar een deel van die toekomst ligt achter mij. Plannen samen maken kan niet meer, maar ik heb geleerd me minder druk te maken over dingen, omdat later blijkt dat het zichzelf toch wel weer oplost. Relativeren blijf ik nog steeds doen, omdat deze manier mij het meeste helpt om me door moeilijke tijden heen te slaan.
Vlak voor de kerst reed ik met zo'n sombere stemming over de ijsbaan, maar een schouderklopje en een knuffel plus een lieve kerstkaart die me werd toegestopt door twee schaatsvrienden deed die stemming als sneeuw voor de zon verdwijnen. Gek hè, dat er zo iets kleins voor nodig is om iemand weer op te vrolijken. Daarentegen kreeg ik op oudejaarsdag een telefoontje van een vriendin waarin er opmerkingen en klaagzangen gedaan werden, die als een mes door mijn ziel sneden. Wacht maar, dacht ik vals, tot je zelf je geliefde kwijt bent, dan piep je wel anders. Het motto voor volgend jaar vond ik in de krant: we moeten stoppen met klagen, "druk, druk, druk" uit onze vocabulaire schrappen en voortaan meer tijd voor vrienden en familie maken.

We beginnen weer met de 'Van Rossum-cup', een gezellige avond zaalvoetbal ten bate van het KWF. Het is het eerste lustrum en dat doet pijn, omdat we met de neus op de feiten worden gedrukt dat het alweer vijf jaar geleden is dat Frits overleed. Vijf jaren die voor mijn gevoel twee jaren lijken, dat gevoel zal iedere nabestaande wel hebben. De scherpe kanten zijn er af, maar de leegte die hij achterlaat zal ook in de jaren die komen nooit opgevuld kunnen worden.
Half januari komt er een Draaikolklotgenote uit het hoge noorden een weekend op bezoek. Haar man overleed aan dezelfde zeldzaam voorkomende vorm van kanker en ook hadden ze het allebei op de borstkast. We gaan er een gezellig weekend van maken, waarin toch ook wel weer veel herinneringen naar boven zullen komen.
Dan begin februari een weekje wintersport naar de Weissensee. Dit keer laat ik mijn schaatsen thuis en ga me beperken tot wandelen. Ik heb al van die ijzertjes voor onder mijn schoenen gekocht, want je weet maar nooit… Je ziet het, ik kom beslagen ten ijs.
En verder kijk ik nog maar niet het jaar in, uit ervaring weet ik dat dat zichzelf wel opvult.

Om nog even op onze veiligheid in huis terug te komen: ik héb zo'n kettinkje aan de deur. Wat een muts ben ik toch, dat ik daar gewoon geen gebruik van maak. Aan de andere kant zit dat kettinkje niet meer zo stevig vast, aangezien mijn kinderen het er regelmatig van af hebben geramd omdat ik het als automatisme vasthaakte en ze nog thuis moesten komen…
Een (lattende) vriendin van mij heeft enkele dagen daarna trouwens een inbreker in haar tuin betrapt. Ze heeft gelijk de tuindeur geblokkeerd en de politie gebeld. Ik vond dit wel moedig van haar want je weet nooit hoe zo'n man gaat reageren. Je ziet maar weer: wij vrouwen alleen staan ons mannetje best wel.
Weet je dat er trouwens een klewang naast mijn bed staat? Dit loeischerpe mes gebruikte Frits in zijn diensttijd in Suriname in het oerwoud en iemand raadde mij aan dit op een veilige plaats op te bergen, dus dat is naast mijn bed geworden. Alleen was ik er nooit op gekomen dat ik in geval van nood dit best als wapen kan hanteren. Je brengt me op ideeën!
Volgens de politie is een waakhond de beste beveiliging, dus jij zit met Doortje gebeiteld. Ik heb zo'n bordje voor het raam staan: 'hier waak ik', maar een hond heb ik niet. Jaren geleden kwam Linde hiermee aan. De hond op het plaatje deed haar denken aan een hond die ze altijd uitliet, dus zo kwam dat voor het raam te staan. Toen de huisarts eens langskwam, vroeg ze of we de hond konden vasthouden want ze was bang voor honden, maar of het verder helpt…

Zo Agnes, dit was het weer. Ik ga nog even verder de kranten uitpluizen en een boek uitzoeken. Ik zou niet weten wat ik zonder boeken zou moeten beginnen. Ze houden je gezelschap en in moeilijke tijden kun je er troost in vinden. Het zijn vrienden die er altijd voor je zijn, zelfs midden in de nacht als je wakker ligt. En als ze je niet bevallen, kun je ze zo opzijschuiven. Eigenlijk bevind ik me in een bevoorrechte positie om zo dicht bij hun bron te zitten met mijn werk.

Ik wens jou en al onze lotgenoten een ontzettend goede start van 2006 toe en hoop dat die lijn zich voortzet!

Lieve groeten,
Wieneke

***

Brief 41 - Agnes Ostendorf

21 januari 2006

Hoi Wieneke,

Ben je alweer wat opgeknapt? Volgens mij lag in de afgelopen periode de ene helft van Nederland hoestend en proestend in bed met op het nachtkastje de schone zakdoeken, het glaasje sinaasappelsap en het doosje met paracetamol, terwijl de andere helft van Nederland probeerde op de been te blijven door middel van het slikken van multivitamine. Volgens mijn 'moeder zaliger' is het beste middel om griep te voorkomen een flinke borrel. Haar raad volg ik dan ook altijd nog steeds op als er weer eens een griepgolf aankomt. Ik ga naar de dichtstbijzijnde slijterij en trakteer mezelf op een fles lekkere cognac. 's Avonds neem ik dan zo'n glas met van dat spul en zeg tegen mezelf dat ik niet ziek ga worden want ik heb een medicijn dat stukken beter werkt dan de griepprik. Maar dat neemt niet weg dat het natuurlijk heerlijk zou zijn als er iemand is die je het kopje thee brengt en gewoon lekker voor je zorgt. Helaas, wij moeten het alleen doen.
Dus Wieneke, gewoon 's avonds een sterk drankje nemen als er griep heerst. Natuurlijk niet meer dan één per avond anders krijg je alsnog hoofdpijn, maar dan is een kater de schuldige en niet de griep.
Trouwens wel fijn voor je dat je nu uitgebreid die Olympische Spelen hebt kunnen volgen. Zo zie je maar weer: 'elk nadeel heb z'n voordeel'.

In je brief schreef je dat het voor je gevoel pas twee jaar is dat Frits is overleden terwijl het er feitelijk al vijf zijn. Je schreef ook dat de scherpe kanten van je verdriet er af zijn. Daar heb je gelijk in, dat is bij mij ook. Maar toch… vorige week viel al het verdriet van de afgelopen jaren weer als een mokerslag op me neer. Ik begrijp dat dat wat toelichting vereist.
Ik ben naar een bijeenkomst geweest waar een cursusje 'creatief schrijven' gegeven werd. Die cursus was bedoeld voor mensen met kanker, hun naasten en hun nabestaanden. Er werden daar manieren aangereikt om datgene wat je denkt en voelt op papier te zetten. Nou, ik kan je vertellen dat één van die manieren bij mij een geweldige impact had. We kregen tien minuten om in tien regels op te schrijven wat oud/nieuw voor jou betekent. En dan niet oud/nieuw van 31 december naar 1 januari, maar van je oude leven naar je nieuwe leven. Wieneke, misschien wil je het niet geloven, maar ik heb daar toch vreselijk zitten huilen. Het voelde alsof al het verdriet van de afgelopen jaren nog eens dunnetjes door mij overgedaan werd. Gelukkig werd er daar op een goede en respectvolle manier mee om gegaan (er was ruimte en tijd om m'n verdriet te hebben, er sprong godzijdank niemand overeind om me, hoe goedbedoeld vaak ook, te troosten). Na een paar minuten flink snotteren en vijf papieren zakdoeken later was ik er weer. Maar toen kwam het voorlezen… dat lukte me dus ook niet en mijn buurvrouw deed het voor mij. Zelf ben ik van mening dat ik al een aardig end op weg ben met mijn rouwverwerking, maar na vorige week weet ik dat ik nog steeds veel verdriet heb en nog steeds Cees en Andries ontzettend mis. Het is en blijft leeg en zo nu en dan voel ik toch nog die vlijmscherpe randen van mijn verdriet.

Nog even over onze veiligheid in en om het huis. We maken daar wel wat gekkigheid over, maar eigenlijk is het natuurlijk wel belangrijk dat iedereen zich veilig voelt in zijn of haar huis. Zelf heb ik na het overlijden van Cees nieuwe kozijnen laten plaatsen in mijn huis en heb daar direct ook van die zgn. dievenklauwen en veiligheidssloten in laten zetten. Ik weet nog dat me dat best een gerust gevoel gaf. En over het hebben van een waakhond…, als je mijn waakhond een stukkie worst geeft dan ben je haar beste vriend geworden en wijst ze je ook nog de weg naar de familiejuwelen. Trouwens, er zijn ook dagen, weekenden, vakanties dat ik met mijn waakhond op stap ben. Dan 'bewaakt' ze m'n caravan. Dus Wieneke, een nieuw kettinkje op je deur, dievenklauwtjes in de kozijnen laten plaatsen en gewoon gezond verstand gebruiken en niet meer voor jan en alleman zomaar die deur open doen.

Het is fijn voor je dat de jaarwisseling je goed is bevallen. Waarschijnlijk heb je zitten genieten van Youp van 't Hek. Ik weet nog dat ik vorig jaar met de jaarwisseling ook alleen thuis was. Ik vond het maar niks. Het was ook een moeilijke periode. Ik was bezig m'n oude huis leeg te halen. Er moesten spullen van Cees en Andries, die nog op zolder stonden, weggedaan worden. Wat had ik het daar moeilijk mee. Ook was mijn broer toen verschrikkelijk ziek en lag in het ziekenhuis. Als ik aan die periode denk, voel ik weer die angst. Bang dat hij het niet zou redden en dat ook hij zou overlijden. Mijn angst was terecht, maar blijkt achteraf gelukkig overbodig. Het gaat hem goed.

Er gaat trouwens een oude wens van mij binnenkort in vervulling. Ik ga naar de 'West Side Story'. Nu ben ik van de generatie die met die film en de bijbehorende muziek opgegroeid is. Maar op de een of andere manier heb ik de film gewoon nooit helemaal gezien, wel fragmenten, maar nooit als één verhaal. Ik heb dat toch altijd als een gebrek in m'n opvoeding gevoeld, maar dat gaat nu veranderen. Eén van de lotgenoten van de Draaikolk, waarmee ik wandelde in Zandvoort, heeft het plan opgevat om samen met een stel andere lotgenoten naar de 'West Side Story' te gaan en ik ben ook van de partij. Weer iets waar Cees en ik het altijd over hadden: "we moeten de 'West Side Story' nog samen gaan bekijken". En nu, nu doe ik dat, wél samen met anderen, maar zonder Cees. Hoewel, misschien kijkt hij vanuit zijn skybox wel stiekem mee en gaat hij net zoveel van deze happening genieten als ik ga doen. Ik heb er zin in.

Op het moment dat ik dit schrijf is het prachtig weer. De lucht is blauw en de zon schijnt, het is gewoon eindelijk weer eens lekker weer. Koud, dat wel, maar heerlijk wandelweer. Met andere woorden: ik stop met schrijven en ga samen met Doortje een wandeling maken. Alle nare en verdrietige gedachtes waaien dan vanzelf weer uit m'n hoofd.

Heel veel liefs voor jou en je meiden en ik zie uit naar je volgende brief,

Agnes


24 januari 2006

Thema: Rouw en werk

Als er één onderwerp is dat veel te weinig aandacht krijgt, dan is het wel de vraag hoe een rouwende op zijn of haar werk tegemoet wordt getreden. Kan men trouwens werken en rouwen tegelijk? En is er voldoende ruimte om naast je werk te kunnen rouwen? Hoe gaan jouw collega's om met het feit dat jouw partner is gestorven? Ben je zelf in staat om jouw werk goed te doen ongeacht jouw gemoedstoestand? Of schuif je al je rouwgevoelens naar een verre achtergrond om aan het werk te kunnen blijven.
Schrijf eens over rouwen en werken. Over jouw gevoelens en emoties tussen je collega's, terwijl het werk om alle aandacht vraagt. Hoe ga jij als man om met het rouwproces op je werk? En hoe doen vrouwen dat? Lukt het allemaal? Of is men het al snel vergeten dat je nog in een rouwproces zit en verwachten de chefs en jouw collega's veel meer van je dan je in feite aankunt? Schrijf, schrijf, schrijf! Over jouw ervaringen, positieve, maar ook negatieve.


24-01-2006

Een beetje meer tijd, dat is wat ik zó graag wil!

Normaal zou ik op dit moment aan het werk zijn, ik ben nu echter even thuis. Dit weekend kreeg ik koorts, keelpijn en pijnlijke gewrichten, kortom de griep. Gelukkig ben ik zelden ziek, maar nu was het kennelijk allemaal wat teveel voor mij(n lichaam).

Na de dood van Arend op 15 juni 2005 heb ik me ook ziek gemeld. Ik was weliswaar fysiek niet ziek maar zeker ook niet in staat om te werken. Gelukkig had ik daarbij begrip van zowel mijn leidinggevende, als van mijn collega's. Misschien speelt het feit dat Arend, totaal onverwacht, is overleden in het ziekenhuis waar ik werk (na een kleine ongevaarlijke ingreep) hierbij ook een rol. Mijn leidinggevende wist eerder dat Arend was overleden dan ik en hij ving mij op toen ik met de kinderen naar het ziekenhuis kwam om met eigen ogen te zien dat het echt waar was. Ook heeft mijn leidinggevende meegewerkt aan mijn ongebruikelijke verzoek Arend direct mee te nemen naar ons huis. Arend was voor mijn gevoel op mijn werk en daar hoorde hij niet, hij hoorde thuis! Hij is op de brancard naar ons huis gebracht en ik heb hem op ons eigen bed kunnen verzorgen. Nog steeds ben ik heel blij dat ik dat op die manier heb kunnen doen. Dat ik me niet heb laten ompraten alles volgens protocol te laten verlopen, waarbij hij in het ziekenhuis door anderen verzorgd zou worden en dan 'gekist' (wat een rotwoord) naar huis zou komen.

Maar na enkele weken beginnen mensen toch weer aan je 'te trekken'. Ik was (en ben) kostwinnaar en Arend zorgde, al sinds de geboorte van onze jongste, voor de kinderen, het huishouden, de dieren en alles wat daarbij komt. Die zorg krijg ik er nu dus bij. Voor het schoonmaken heb ik gelukkig een goede hulp weten te vinden en de kinderen kunnen inmiddels redelijk voor zichzelf zorgen en ook voor de (lees hun) dieren zorgen ze grotendeels zelf. Maar daarnaast zijn er nog zoveel taken die er nu voor mij bijkomen. Denk alleen al aan boodschappen doen, eten koken, wassen en vul maar in…

En dan heb ik er voor mijn gevoel nóg een 'baan' bij gekregen, namelijk rouwverwerken. Dit ervaar ik echt als heel hard werken. Het voelt voor mij als een nieuwe baan. Een baan waarbij je niet wordt ingewerkt en het kost me ongelooflijk veel tijd en energie om uit te zoeken hoe ik dit moet doen. Die tijd en energie heb ik soms gewoon niet meer.
Er zijn ook mensen die (goedbedoeld) zeggen: "denk aan jezelf, je moet ook nog 'aan jezelf toekomen'. Wat is dat, 'aan jezelf toekomen'? Wie ben ikzelf?
Ik ben moeder en huisvrouw, ik ben collega en kostwinnaar. En dan is daar nog dat meisje dat als ze nu thuiskomt haar verhaal niet meer kwijt kan, haar eigen kopje thee moet zetten, die een arm om haar schouder zo vreselijk mist, dat ben ik ook! Ik ben dit allemaal en mijn dag duurt nog steeds 'maar vierentwintig uur'.

Zou het niet mooi zijn als we, net als bij ouderschapsverlof, een soort rouwverlof konden krijgen? Zodat we de tijd krijgen om de rouw te verwerken, om te doen waar we op dat moment behoefte aan hebben. Dat kan wat mij betreft variëren van een dag in bed blijven met de dekens over mijn hoofd tot kasten opruimen. Van een eind hardlopen tot mijn gedachten opschrijven, om ze zo te kunnen ordenen. Een beetje meer tijd, dat is wat ik zó graag wil!

Joostien Beuving; e-mailadres: joostien@xs4all.nl


24-01-2006

Bijna alleen maar positieve ervaringen

Mijn ervaring op het werk na het plotselinge overlijden van Michel op 14 november 2000 is bijna alleen maar positief. Ik werk op een dagbehandeling van een verpleeghuis waar deels ouderen komen, maar ook wel jonge mensen voor revalidatie na bijvoorbeeld een herseninfarct of hersenbloeding, en ook mensen waarbij met therapie geprobeerd wordt hetgeen ze nog kunnen te behouden.

Twee dagen na de uitvaart, de kinderen wilden naar school, zat ik daar thuis. Wat moest ik doen? Ik vloog tegen de muren op. Ik heb de telefoon gepakt en naar het werk naar mijn schoonzus gebeld (zij werkte daar toen ook) en gevraagd of het goed was dat ik langskwam op de koffie. Heel eng vond ik het, maar ik was daarvoor al op de hoogte van de reacties van de bezoekers. Die waren hartverwarmend. Iedereen wilde me condoleren en verschillende bezoekers hadden dit zelf in hun familie meegemaakt en vertelde dit ook. Het was echt soms samen huilen. Daar was gewoon ruimte voor (eigenlijk bijzonder).

Een goede maand later overleed plotseling een zoon van een cliënt bij ons. Uitgerekend deze man was bij de uitvaart van Michel geweest. Hij had het hier vanzelfsprekend heel moeilijk mee. Hij zat bij mij in de timmergroep en vooral in het begin hebben we het veel over zijn zoon en Michel gehad, ook tussendoor en hoe dat voor ons voelde. We waren echte lotgenoten. Niet dat we daar geheimzinnig over deden, helemaal niet, anderen waren daar ook wel bij en er werd ook gelachen. Die man zal een speciaal plekje in mijn hart houden. Ook mijn collega's hebben altijd meegeleefd en als het een dag eens niet goed gaat, zet een ander een stapje harder en andersom.

Wat ik alleen niet begrijp is dit. Er is in die vijf jaar heel veel gebeurd in ons gezin, waar ik niet over uit zal wijden, en van het voorjaar was het dieptepunt. Ik trok het niet meer en dat toen mijn manager zei dat ik moest proberen het achter me te laten… Notabene een lotgenote, haar man was een paar maanden ervoor gestorven, ook nog jong. Dit begrijp ik echt niet.
Ondanks dit laatste heb ik toch vooral positieve ervaringen.

Groeten,

Mieke v.d. Laar; e-mailadres: laar123@zonnet.nl


15 januari 2006

Dit is het verhaal van Monique Vos, dat begon met het overlijden van haar man Eric Klaverweide, in april 1999. Eric verongelukte op zijn motor in zijn woonplaats Capelle aan den IJssel door een onverwachte manouevre van een automobilist.

Nadat Monique begin 2000 mij leerde kennen, eerst via e-mail en later ook persoonlijk, beschreef ze in De Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop en verwacht- toch ook een beetje troost uit kunnen putten. Daarom willen we de serie, speciaal voor de lotgenoten die nu de Draaikolk hebben ontdekt, nog eens herhalen.

Bert Vos, hoofdredactie De Draaikolk


Blaka Rosoe, door Monique Vos

(1) De avond waarop mijn leven tot stilstand  kwam

Het was een prachtige zonovergoten maandag geweest. Na het avondeten zaten we in het zonnetje op ons terras te genieten van de laatste zonnestralen van het prille voorjaar. De zaterdag en zondag daarvoor hadden wij, zoals wij dat bij goed weer regelmatig deden, een tochtje gemaakt op onze motor. Een maand ervoor hadden wij onze chopper ingeruild voor een Ducati. Eindelijk was zijn jongensdroom in vervulling gegaan. Hij had zijn racemotor! Niet dat hij een snelheidsduivel was. Als er iemand was die voorzichtig reed en zich bewust was van de risico's dan was hij dat wel. Nee, maar deze motor voelde pas aan als een échte motor. Zijn toch al altijd vrolijke gezicht straalde nu helemaal.

"Ik ga nog even een ritje maken, ga je mee", vroeg hij? Moe en beurs na twee dagen onwennig achterop de nieuwe motor te hebben gezeten besloot ik om lekker in mijn ligstoel te blijven liggen. "Ik ga even op de fiets naar de garagebox om de motor op te halen en daarna kom ik terug om mijn pak aan te trekken", zei hij, want met zo'n leren harnas aan is het moeilijk fietsen. Zo gezegd, zo gedaan. Hij kwam nog terug (waar ik zo dankbaar voor ben!) om iets fris te drinken en vroeg me: "ga je echt niet mee?" Ik ging niet mee. Ondanks mijn aandringen besloot hij om zijn te warme pak toch maar niet aan te doen. "Ik ga niet ver weg; ik ben zo terug en ik rij niet hard" , verzekerde hij me. Zoals altijd gaven we elkaar een zoen en nadat we naar elkaar hadden gezwaaid reed hij rond 19.30 uur weg. Ik voelde me heel droevig toen ik hem zag wegrijden...

Rond 20.30 uur ging de bel boven bij de voordeur van ons appartement. Er van uitgaande dat hij weer eens zijn sleutel niet wilde gebruiken deed ik open in de verwachting dat hij het was. Er stonden twee jonge, ernstig kijkende, politieagenten voor de deur die vroegen of ik mevrouw Klaverweide was hetgeen ik, nog steeds niets vermoedend, bevestigde. Een paar maanden eerder was er in ons pand ingebroken en waren er ook politieagenten aan de deur geweest om te vragen of wij iets gehoord of gezien hadden. Daarna werd mij gevraagd of ik de vrouw van Eric Klaverweide was. Toen begon het te dagen en herkende ik de ontreddering op de twee gezichten. Ik kromp in elkaar en moest mijn razend kloppend hart vasthouden: "Oh god, is er iets met hem gebeurd? Uw man heeft een motorongeluk gehad." Ik liep direct naar de woonkamer en ging op de bank zitten, achtervolgd door de agenten. "Hoe is het met hem?", vroeg ik voorzichtig. "Hij is overleden mevrouw…"

Het is niet in woorden uit te drukken hoe ik me voelde. Het was te veel, te erg om te kunnen bevatten. Mijn hersenen konden dit verschrikkelijke nieuws niet registreren. Naar mijn beleving bleef het vervolgens een tijdlang stil. De agenten nog steeds wachtend op mijn reactie die maar uitbleef. Wat moet ik nu zeggen dacht ik bij mezelf. Ze zitten duidelijk op een reactie van mij te wachten. Het enige wat ik op dat moment kon bedenken was: "nou, dat was het dan..."
Om de stilte verder op te vullen vroeg ik wat er was gebeurd maar echt horen wilde ik het niet. Ze vertelden me kort gezegd dat hij als gevolg van een plotselinge inhaalmanoeuvre van een automobilist door die auto opzij was geraakt, de macht over het stuur had verloren en met zijn hoofd tegen een lantaarnpaal was terecht gekomen. Het enige wat voor mij op dat moment telde was om te weten of hij geleden had. "Nee", werd mij verzekerd, "uw man heeft zijn nek gebroken en was op slag dood…"

Vervolgens ben ik als een zombie naar de slaapkamer gegaan om ons bed op te maken en om zijn kleren, die hij een uur daarvoor nog over een stoel had gehangen, in de kast te proppen, want er zouden nu wel veel mensen over de vloer gaan komen en dan moest alles toch aan kant zijn…
Het was duidelijk dat de agenten niet wisten wat ze met mij aanmoesten. Geen enkele uiting van verdriet, geen uitbarsting, niets. Het enige wat ik voelde was medelijden met die twee jonge mannen die mij dit onheilsbericht moesten brengen.
Eén van hen kwam mij achterna om in de gaten te houden wat ik ging doen en hij vroeg mij wat voor iemand mijn man was geweest in een poging om bij mij een reactie uit te lokken. Was geweest, was geweest, dacht ik, waar heeft die man het over? Ik kon niets anders uitbrengen dan: "geweldig."

"Uw man is zojuist naar het ziekenhuis overgebracht. Wij willen u naar hem toebrengen", boden zij aan. Nee, dat wilde ik niet. Wat voor zin had dat, hij was toch dood hadden zij mij zojuist verteld? Door daar naartoe te gaan werd hij toch niet meer levend? Inmiddels was bij mij de eerste emotie naar boven gekomen; een emotie welke ik nog maanden zou voelen: angst. Onuitgesproken angst om zijn, naar ik aannam, gewonde en bebloede lichaam te zien. Die aanblik kon ik niet verdragen. De eerste fase van de ontkenning waar ik nog maanden in zou blijven steken was hiermee ingetreden. Ondanks aandringen dat het beter zou zijn als ik wél naar het ziekenhuis zou gaan, was ik niet over te halen.

Nadat ik hen vergeefs iets te drinken had aangeboden (ik had met hen te doen) stonden de agenten erop dat er iemand bij mij zou komen. Ze mochten mij niet alleen achterlaten. Ook dat wilde ik niet. Niemand kon immers iets voor mij doen, tenzij iemand mij hem kon terugbrengen...
Maar ze waren niet te vermurwen; ik mocht niet alleen blijven. Zowel mijn ouders als schoonouders verbleven in het buitenland; de eerste tijdelijk, de laatste permanent. Schoorvoetend heb ik ermee ingestemd om er anderen bij te halen. Hoe die avond verder is verlopen kan ik mij niet meer herinneren.

Die nacht heb ik de klok van de bovenburen elk uur horen slaan. Wat mijn gedachten waren, zo ik die al had, weet ik niet meer. Wel heb ik sindsdien en tot op de dag van vandaag nog steeds last van hartkloppingen en een beklemmend gevoel op mijn borst, af en toe vergezeld gaande van pijnscheuten. Mijn hart heeft het zwaar te verduren; er zit een scheur in.
Wat mij wel is bijgebleven is dat ik de hele nacht door keihard vogels heb horen fluiten. Dat verbaasde mij omdat ik er wel eens over geklaagd had dat ik nog maar weinig vogels zag in de jonge bomen die nog niet zo lang geleden voor ons appartementencomplex waren geplant. Het lijkt wel of hij daar de hand in heeft gehad, dacht ik stiekem…

Op die onbeschrijflijke avond, nu ruim acht maanden geleden, kwam mijn leven tot stilstand en het heeft zeker vijf maanden geduurd voordat er weer - tergend langzaam - een klein beetje beweging in kwam.

Monique Klaverweide, januari 2000


19 januari 2006

Rauwe rouw, door Marijke Verhaak

Het allerergste dat me in het leven kon overkomen is gebeurd. Er zijn geen woorden voor, maar ik zoek er voortdurend wel woorden voor. Woorden en muziek geven voor mij vorm aan dit onnoembare verdriet.
In Rotterdam, waar mijn Jan is geboren, staat het beeld van Zadkine dat door Rotterdammers wel "Jan Gat" genoemd wordt. Mijn zwarte humor roept mij steeds toe dat ik ongelooflijk veel moeite heb met mijn "JAN-Gat". Net als bij het beeld voelt het alsof mijn ziel eruit gerukt is. Onze twee-eenheid is wreed uiteengereten.

Ik zoek rauwe woorden want de realiteit is keihard. Ik wil geen wollige eufemistische woorden. Mijn rouw is rauw en ik JANk iedere dag. Voor mij geen "lange strijd die niet te winnen was", geen "moedig gedragen ziekbed", geen "dankbaarheid dat hem verder lijden bespaard is gebleven". Hij is niet "vredig inslapen", niet "van ons heengegaan".
Ik wil geen zachte woorden voor dit definitieve einde van ons samenzijn. Jan is dood!

De spelers zijn er, maar de hoofdrolspeler is er niet

Alles is hetzelfde gebleven en voor mij is niets meer hetzelfde. Overal, en elk uur, voel ik dat Jan ontbreekt. Het decor is gebleven, de rekwisieten en de kostuums ook. De spelers zijn er, maar de hoofdrolspeler is er niet. 'Het leven gaat door'. Waarom en voor wie?
De dingen die gebleven zijn kijken me grijnzend aan. Dingen die hun eigenaar kwijt zijn, zouden gewoon moeten verdwijnen. Ik heb begrip voor andere en vroegere culturen waarin de gestorvenen spullen meekregen voor in het hiernamaals. Ons huis is ontJANd. Het is niet meer óns huis, maar het moet nu míjn huis worden. Het begrip "tijd" heeft een andere dimensie gekregen. Jan is nu al langer dan zeven maanden dood en voor mijn gevoel is het gisteren gebeurd. Toch heb ik die maanden doorgeleefd, doorleefd, overleefd, beleefd.

Gelukkig is er weer uitverkoop!

Ik kom dus de dagen en de nachten door. Vraag niet hoe, ik weet het zelf niet. Domme, gewone dingen gebeuren en vragen om actie. Rekeningen moeten opgeheven of betaald worden, tijdschriften moeten opgezegd, het testament moet veranderd, het nabestaandenpensioen moet geregeld worden. Er moet zelfs gegeten, gedronken, gewassen, geslapen worden. Elke ochtend moet je je aankleden. En gelukkig is er weer uitverkoop!
Ik ervaar nu wat het verschil is tussen huilen en JANken. Huilen doe je redelijk beheerst, je houdt halfbewust de handrem erop. Bij JANken gaan alle remmen los, je uit je diepste gevoel van wanhoop, het enorme gemis van je geliefde, zonder wie je niet wilt voortleven omdat je de zin ervan niet ziet. Je houdt met niemand rekening (ja toch, een klein beetje met de buren…).

Ervaringsdeskundigen zeggen dat de diepste rouw minstens een jaar zal duren. De eerste maanden zitten erop. Erger dan dit is onmogelijk.

Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl


19 januari 2006

Denkend aan toen op 10.000 meter hoogte, door Herman Zwanepol

Het is een typische Hollandse novembermorgen als ik afscheid neem van mijn familie op Schiphol en in het vliegtuig stap dat me naar Houston zal brengen en vandaar door naar mijn woonplaats Calgary in Canada. Een morgen enigszins aan de sombere kant en die ook een beetje de gevoelens reflecteert.
Het is het einde van een bijzonder mooie vakantie die me van Calgary naar Peru heeft geleid en vandaar naar Nederland. In Nederland heb ik de plaatsen bezocht waar Henny en ik samen naartoe gingen. De eerste keer, vijf jaar na haar overlijden, was dit een moeilijk ding om te doen. Nu, na negen jaar, voelt het anders. Ook deze keer heb ik weer onze plekkies opgezocht en nu kan ik daar zijn, denken aan de tijden die we daar samen hadden en dan komt er een glimlach op mijn gezicht en dan heb ik vrede. Ik kijk dan terug en zeg tegen mezelf 'het was goed' en blijf dan nog even langer op de plek.

Op vakantie samen met een lotgenote

Na al de formaliteiten zit je dan eindelijk op je plaats in het vliegtuig voor een vlucht van meer dan elf uur, genoeg tijd om over veel dingen na te denken. Zes weken is het geleden dat ik op het vliegveld van Houston een lotgenote uit Nederland opwachtte om samen deze vakantie te beginnen. En daar zit je dan met al de mooie herinneringen aan die vakantie, de indruk die Peru op je gemaakt heeft, hoe de mensen daar leven in armoede maar toch wel happy, als ik het zo mag uitdrukken. Een vakantie waarbij je niet alléén op reis hoefde, maar een maatje had waar je mee kon praten aan het eind van de dag en gedurende de dag. Je hoeft niet alles alleen te doen, heel mooi en heel fijn.
En het heeft een lange tijd geduurd voor ik op vakantie ben gegaan na het overlijden van mijn vrouw, tenminste alléén op vakantie. Ik had daar geen behoefte aan en een reismaatje maakt dus een heel verschil, vooral als het een lotgenoot is, het maakt dingen makkelijker. Het is iets dat ik vaak zie bij andere lotgenoten die ook niet staan te trappelen van ongeduld om alleen op vakantie te gaan. Zoiets neemt tijd om dat weer alleen te doen.
Ik weet dat mijn eerste vakantie alleen moeilijk maar tóch een succes was. Je denkt vaak aan voorbije vakanties toen je nog bij elkaar was, maar het leven staat niet stil en er komt een tijd, voor een ieder verschillend, dat je dat toch weer wilt doen.
Dus de drie weken in Peru en twee weken in Nederland waren heel goed. We hebben er beiden heel veel van genoten, maar nu komt zoals we hier zeggen de "let down". Dus stap je een beetje weemoedig het vliegtuig in, met uren voor je om de hele vakantie de revue nog eens te laten passeren.

De tiende kerst zonder haar voelt als de eerste…

Het lot wil, dat ik helemaal achter in het vliegtuig kom te zitten met niemand naast me, dus je wordt niet gestoord in je gedachten. Je denkt aan kerst, hoe dat vroeger was, toen alles nog "normaal" was. De laatste maanden van het jaar waren altijd druk voor ons met veel verjaardagen, Sinterklaas natuurlijk, onze trouwdag op 2 december en dan kerst en nieuwjaar, dus drukke tijden. Mijn vrouw Henny besteedde altijd veel aandacht aan die dagen, vooral in de keuken.
Nu is dat voorbij en ik kijk niet bepaald uit naar de komende zes weken tot de feestdagen weer achter de rug zijn. In Canada is Christmas de grootste feestdag van het jaar en er worden kosten nog moeite gespaard om het een succes te maken, al is het wel heel erg commercieel. Maar toch een fijne tijd van het jaar voor de meeste mensen en wij waren daar ook heel druk mee om het een gezellige tijd te maken.
Dit wordt de tiende kerst zonder haar en er is geen verschil in gevoelens tussen de eerste en de tiende keer. Ook deze kerst voelt als de eerste zonder haar, net alsof het gisteren was. Ik zei "alweer" negen jaar geleden, omdat het leven nu anders is. Soms gaat de tijd ontzettend snel en andere dagen zo tergend langzaam. Ik denk dat dit komt omdat er geen regelmaat meer is. Je komt straks thuis in een huis dat leeg en koud is. De warmte van diegene die altijd daar was, is er niet meer. Je leert ermee om te gaan, maar eraan wennen doe je niet. En dat is niet alleen wanneer je terugkomt van vakantie, maar ook gedurende je dagelijks leven als je van het werk komt. Soms laat je de radio aan zodat er toch wat gaande is.

Ik ben niet alleen

Ik denk aan hoe we dat deden. De avond vóór kerst was gereserveerd voor pakjes uitpakken, eerste kerstdag voor lekker eten en drinken met familie en vrienden en tweede kerstdag was onze dag, dan deden we niets. Een vuurtje in de open haard, gewoon lekker rondhangen, drankje erbij, lui wezen, met andere woorden: van het leven genieten.
Ik kijk uit het raam van het vliegtuig en zie het land onder me voorbij glijden en vraag me af hoeveel mensen daar in dezelfde situatie verkeren of het nu de eerste kerst of de derde of wat dan ook is, want één ding is voor mij niet veranderd: de gevoelens met kerst. Ik lees in de Draaikolk dat er lotgenoten zijn die hetzelfde ervaren en dat geeft je dan weer het gevoel van: je bent niet alleen, wat dat betreft een ruggesteuntje.
Door tijdens de kerst te werken, vermijd je enigszins die gevoelens, totdat je thuiskomt. Maar dit werkt ook niet voor iedereen en vaak is het een kwestie van nog even doorzetten en dan zitten we weer in januari. Een nieuw jaar, een nieuw begin, meer daglicht (al gaat dat tergend langzaam), maar het is nog maar twee maanden en dan is het weer voorjaar. Noemen we hier "look at the bright side".

De scherpe kanten zijn er niet meer

Nu, na negen jaar, brengen de feestdagen nog steeds de meeste emoties teweeg in mij, maar ik denk dat het ook niet anders kan omdat er zoveel aan vast zit, vooral de herinneringen. De rest van het jaar is anders. Ik weet niet hoe ik dat uit moet leggen, je gaat er anders mee om, de pijn wordt minder, je leert het een plaatsje te geven in je dagelijkse leven. Zeker weten, geen dag gaat voorbij of hij of zij is in je gedachten voor een tijd(je). Je blijft altijd met zijn tweetjes en in geval van een nieuwe partner met zijn vieren, kan niet anders. De emoties veranderen wel over tijd en worden minder regelmatig. Dat neemt niet weg dat er nog altijd dagen zijn waarop je wakker wordt en weet dat het een k…..dag wordt, wat je ook doet.
Ook de woede blijft er nog, al is het minder. Periodes dat je alles wel in elkaar wilt schoppen. Helpt niet natuurlijk, maar je hebt dat gevoel. Maar ik heb gemerkt dat je er anders mee omgaat omdat ik denk dat het nu eenmaal goed tot je doorgedrongen is dat je partner voorgoed weg is en niet weer terugkomt. Dat wil niet zeggen dat je het hebt aanvaard… Nu kun je over dingen en je partner nadenken zonder emotioneel te worden, met andere woorden: de scherpe kanten zijn er niet meer.

Laat het gaan, schreeuw, huil, het lucht op!

Eén ding geloof ik, en dat is dat je de emoties niet moet inhouden. Laat het gaan, schreeuw, huil, het lucht op! Niemand gaat op dezelfde manier om met verlies, ieder heeft zijn manier om dat te doen en wat werkt voor de een, werkt niet voor de ander. Voor mij was het mijn werk en lange wandelingen die me hielpen, en een paar heel goede vrienden die me er doorheen gesleurd hebben, want van een ding ben ik overtuigd: het is bijna onmogelijk om het alleen te doen. Als ik denk aan het eerste jaar, dan begrijp ik nog niet hoe ik het gedaan heb… Het spreekwoord zegt 'tijd heelt alle wonden'. Niet helemaal waar, maar het haalt zeker de scherpe kanten er af.
Schrale troost voor diegenen die nog niet lang geleden hun partner hebben verloren, maar een ding kan ik zeggen, iets wat ik toen ook niet geloofde: het wordt beter en er komt weer een tijd dat je denkt 'ik moet niet alleen verder'. Ik wil óók verder, ik wil weer van het leven genieten, misschien zelfs met een nieuwe partner. Moeilijk
om te geloven, maar toch is het waar.

Ik denk aan de afgelopen negen jaar zonder haar en aan alles wat ik meegemaakt heb zonder haar, als ik op mijn arm wordt getikt door de stewardess om mijn riemen vast te maken, we naderen Houston. Het zijn negen ongelooflijke jaren geweest die ik het best kan vergelijken met een rollercoaster, en de rit is nog niet voorbij…

Herman Zwanepol, man, geboren 26 mei 1946; partner Henny (49) overleden op 18 november 1996 aan de gevolgen van borstkanker; geen kinderen. Woonplaats: Calgary, Alberta, Canada. E-mailadres: Railman4U@shaw.ca



22 januari 2006

De keuze om voor het 'lichtere' te kiezen, door Sabine Janssen

Het begin van het nieuwe jaar. Twee jaar zijn voorbij zonder Hans. Hij is in de vroege morgen van oudejaarsdag 2003 overleden, dus voor mij is elk nieuw kalenderjaar ook weer een nieuw jaar zonder Hans. Het derde alweer…
Ik had gedacht dat ik dit jaar een heel ander traject zou gaan volgen. Dan is het jaar nog maar drie weken oud en dan moet je keuzes maken en alles weer bijstellen. Voor ieder die dit leest is dit natuurlijk erg vaag en nog niet te snappen, maar uitleg volgt:

Verwerkingsjaar

Het eerste jaar zonder Hans was voor mij een verwerkingsjaar. Veel tijd en ruimte genomen voor, hoe dat zo mooi gezegd wordt: rouwverwerking. Het is een woord op zich, maar er zit zoveel meer achter. Net als een steen die - als je die in het water gooit - ook van alles in beweging zet, maar die tegelijkertijd ook van alles kan stopzetten.
De ziekteperiode die je na een jaar weer helemaal moest herbeleven. Herinneringen aan een ontzettend heftige tijd. Weer een zware tijd, maar wel goed geweest om dit weer opnieuw door te maken. Toen je er middenin zat, had je niet de rust om te voelen wat je moest voelen, een jaar later kon dat wel.
De maand december die er achteraan kwam, was anders, anders dan voorgaande jaren. De glans van december is eraf. Niet dat ik de maand december zou willen overslaan. Nee, zeer zeker niet. Ook deze maand heeft nu wel weer wat. Het mooie vind ik nu dat ik januari niet meer zo erg vind. Om deze tegenstelling nu te kunnen voelen, heeft voor mij erg veel waarde. Als altijd maar de zon schijnt, kun je daar ook niet meer van genieten. Storm, regen, koude en donkere dagen hebben we nodig om de lichte dagen beter te kunnen voelen.

Bezinningsjaar

Het tweede jaar ging van oud op nieuw over in een ander jaar en ik verbaasde mij erover dat er eigenlijk niets veranderd was. Ik ging mij niet in een keer anders voelen nu dat eerste jaar voorbij was en dat vond ik op dat moment vreemd. Later snapte ik de logica ervan wel. Voor ons tijdsbegrip hanteren wij een kalender, je gevoel werkt niet op een kalender, die gaat gewoon van de ene dag naar de andere dag.
Dit tweede jaar is mijn bezinningsjaar geworden. Hoe wil ik verder met mijn leven? Hoe leef ik door zonder Hans, zonder degene waar ik toekomst mee had. Moet ik nu een heel andere toekomst proberen in te vullen of maar gewoon verder gaan en op mij af laten komen hoe er nu van mij verwacht werd mijn leven verder te leven? Ik heb op een bepaald moment voor het tweede gekozen. Plannen kan toch niet meer. Alles komt altijd anders dan je gedacht had en als je daar tegenin gaat, is de teleurstelling elke keer weer zo groot.

'Je lach komt uit dezelfde bron als je smart'

In mijn werk heb ik keuzes moeten maken. Ik ben freelance boekhouder voor diverse praktijken in de gezondheidszorg en ik heb nog wel de neiging om teveel de verantwoording naar mij toe te trekken. Ik heb echt moeten leren om mijn grenzen duidelijk aan te geven.
Mijn zus werd ziek. In het begin van het jaar diverse onderzoeken in verband met een eventuele baarmoederhalskanker. Gelukkig waren de uitslagen allemaal negatief. We hadden af en toe al tegen elkaar gezegd dat we het nu wel even rustig wilden hebben. Even een half jaartje geen gekke dingen, geen ziekenhuizen en bijbehorende spanningen voor onderzoeken en uitslagen. Dit hebben we ook los gelaten. Tegen elkaar gezegd: "laat maar komen zoals het komt".
Een week na de goede berichten van mijn zus werd bij mij diabetes geconstateerd. Gelukkig type II, dus met medicijnen en een dieet goed onder controle te houden.
In juni kreeg mijn zus een oproep voor het bevolkingsonderzoek voor borstkanker. Een kleine week na het onderzoek kreeg ze een telefoontje van de huisarts dat op de foto afwijkingen te zien waren. Na een echo in het ziekenhuis werd borstkanker geconstateerd en werd de procedure in gang gezet. Twee maal links borstbesparend geopereerd, aan de rechterkant een biopsie (gelukkig goedaardig) en in oktober begonnen met de radiotherapie (zes weken). Wat ik heel goed vond van haar was, dat ze de humor niet kwijt is geraakt. Ondanks toch heel veel spanning, emoties en verdrietige momenten, brak bij haar soms die lach weer door. Zag ze iets komisch in een situatie, of lagen we helemaal in een deuk om een opmerking waarvan je later dacht: moest ik daar nu zo om lachen? Het komische zal vaak wel met de opgebouwde spanning te maken hebben gehad, maar haar relativeringsvermogen was soms enorm. En wat de profeet (Kahlil Gibran) schrijft: "je lach komt uit dezelfde bron als je smart".

Mijn kinderen en ik zijn vorig jaar ook voor het eerst op vakantie geweest. Naar Londen. Doodeng, maar wel gedaan. Het heeft ons goed gedaan. Het was een vakantie met Hans, zonder Hans. Hij was erg aanwezig... afwezig. We hebben een erg mooie week gehad. Ik weet nog dat ik uit het metrostation Bond Street zo Oxford Street instapte, naar de bussen, taxi's en mensen keek en alleen maar dacht: wauw, ik ben in Londen!. Dat gevoel heb ik de hele week gehouden. De laatste dag liepen we terug via Hyde Park naar het hotel en toen begon ik enorm te huilen. Dat ik zo genoten had, dat ik Hans zo had gemist, dat ik toch weer genieten mag en kan.

Vrijwilligerswerk

Nu beschreef ik in het begin van dit verhaal over een te volgen traject. Dat had te maken met vrijwilligerswerk dat ik jaren geleden al had willen oppakken, maar wat toen gewoon nog te vroeg was. Ik zou graag voor willen gaan in avondwakes en uitvaarten binnen onze (katholieke) kerk. Na het overlijden van Hans kreeg ik dat gevoel wel weer. Ik heb steun gehad aan mensen binnen de kerk en ik wil die steun ook wel verder geven.
In augustus vorig jaar kwam onverwacht een neef van mij te overlijden. Zijn vrouw (een nichtje van mij) vroeg of mijn zus en ik wilden helpen om de uitvaart voor te bereiden. Bij deze voorbereiding vroegen wij ook iemand om hulp die in onze kerk in de werkgroep vrijwilliger is. Hij vroeg mij toen of ik er niet wat meer mee wilde doen.
Dat voelde erg goed op dat moment. Omdat ik eerst een goede basis wil hebben, heb ik mij opgegeven voor de modules: Avondwake, Gespreksvoering en Uitvaart. Wel met de gedachte: als het niet lukt, of niet goed voelt dan stop ik er mee. Na het volgen van de cursussen zou ik deel uit gaan maken van de vrijwilligersgroep "rond overlijden". Met de Avondwakecursus ben ik in november begonnen en deze duurde tot eind december. Ik heb dit een erg waardevolle cursus gevonden. Ook het contact met de medecursisten vond ik erg bijzonder. Ook in november heb ik een dienst voorbereid voor de bijzetting van een urn in een urnengraf op het kerkhof. Voelde ook weer erg goed om dat te kunnen doen.

Weer een andere december dan het jaar ervoor

En toen werd het weer december. Weer een andere december dan het jaar ervoor. Wel weer zonder die glans van vroeger. Wel genieten van de lichtjes. Geen zin om binnen te versieren, wel leuk om buiten de lampjes neer te hangen. Het donkere buiten een beetje verdrijven. Kerst was ook gezellig. Ik had nu alleen geen zin in feestelijke vieringen, dus ik ben naar de nachtmis in de kapel van het ziekenhuis gegaan met de kinderen. Dat vond ik mooi. Een vrij eenvoudige viering met alleen die dingen die belangrijk zijn op zo'n avond: warmte en aandacht voor elkaar. Tijd om na te denken over wat het kerstfeest voor jou betekent. Gewoon twee rustige dagen. We hebben een wandeling gemaakt, een lichtje bij het graf van Hans neergezet, wat gelezen of TV gekeken en op beide dagen ook gewoon lekker gegeten. Gelukkig vrij tussen kerst en oud/nieuw. 's Avonds terugkijken op de dag en je realiseren dat je eigenlijk niets gedaan hebt. Alleen maar kranten en tijdschriften gelezen, gewandeld, getutteld, heerlijk rustig dus.

Het werd weer oudejaarsdag. De sterfdag van Hans. Vrienden en familie kwamen langs. Gewoon even praten. Er even voor ons zijn op deze dag. De jongste die deze dag weer wat anders kon invullen; een invulling die ik twee jaar geleden wel kon bedenken maar nog niet kon voorstellen dat dat weer mogelijk zou zijn.

Gewoon weer oppakken waar je vóór de kerstdagen gebleven was

En dan wordt het weer januari. Gewoon weer oppakken waar je vóór de kerstdagen gebleven was. De cursus Avondwake was beëindigd in december en de volgende, gespreksvoering, begon.
In die eerste week van januari overleed ook de man van een lieve - oudere - vriendin van ons. Op 9 januari (ook de verjaardag van Hans) was de avondwake. Mijn vader en zus zouden daar ook komen, maar tot na het bezoek aan de aula had ik ze nog steeds niet gezien. Toen ik vanuit de auto opbelde, hoorde ik van mijn zus dat mijn vader ziek was geworden. Ik ben meteen doorgereden naar mijn vader en hij had hoge koorts. De huisartsenpost gewaarschuwd en zij constateerden acute zware longontsteking. Mijn zus zou bliiven slapen en ik ging tegen twaalf uur naar huis. 's Nachts om vier uur ging de telefoon: mijn vader had op dat moment 41.3 graden koorts en mijn zus zou meteen de huisartsenpost weer bellen. Ik ging op bed zitten en sloeg een vest om. Ik kon toch niet meer slapen en wachtte op het telefoontje van mijn zus.
Toen de telefoon ging, nam ik vrij snel op. Het was alleen niet mijn zus, maar de buurman. Mijn buurvrouw was net daarvoor overleden. Ik schrok enorm, heb gauw een broek en een vest aangetrokken en ben naar de buurman gegaan. Daar was het ambulancepersoneel nog aanwezig en zij wachtten op de dokter. Ze hadden niets meer voor de buurvrouw kunnen doen. Het was gewoon niet te bevatten. 's Middags was ze nog even geweest om mij sterkte te wensen met deze dag: "we denken aan je vandaag". Ik had de telefoon meegenomen zodat ik tenminste bereikbaar was voor mijn zus. Tegen de morgen was mijn vader in een rustige slaap gevallen en de koorts was gelukkig ook iets gezakt.

De dag erna, de woensdag, had ik de tweede cursusavond. Ik heb de cursusleider gebeld en uitgelegd waarom ik niet kon komen. Veel nagedacht de daaropvolgende dagen. Is dit een eenmalige afzegging vanwege de drukte of moet ik hier helemaal mee stoppen? Is dit te volgen traject niet veel te vroeg voor mij? Moet ik niet meer aan mezelf denken en aan mijn kinderen? Mijn dochter die nu in het examenjaar zit. Mijn familie is, en vrienden zijn ook, erg belangrijk voor mij. Daar wil ik ook graag tijd voor houden. Mijn werk, dat natuurlijk ook veel van mij vraagt.

De ballon wat lichter laten worden

Ik weet nog dat ik na het overlijden van Hans een soort ballon in mijn hoofd had met allemaal verdrietige en moeilijke gedachten en herinneringen. Aan de rand van die ballon zat een lichter stukje. Een stukje waar het rustig is en mild, waar de zon scheen en het warm aanvoelde. Die ballon zat er nu weer. Maar nu kan ik zelf de keuze maken om die ballon wat lichter te laten worden. Accepteren dat "het universum" dingen voor jou in petto heeft die je niet zelf kunt sturen maar waar je wel van kunt leren. De keuze maken om voor het lichtere te kiezen. Voor wat meer rust en regelmaat. Om dan ook de onverwachte en moeilijke dingen te aanvaarden en tijd voor te nemen.
Dat zijn de keuzes waar ik het in het begin over had. Het accepteren dat zaken anders lopen dan jij gepland had en dat die keuzes weer ruimte geven. Toen ik afgelopen zaterdag de beslissing had genomen, voelde dat gewoon goed. Van diverse kanten kreeg ik de opmerking: "zorg goed voor jezelf!". Ik geloof dat dat een heel goed advies is. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen. Als je goed voor jezelf zorgt, kun je ook goed voor anderen zorgen.

Dit wens ik iedereen toe: rust en ruimte om goed voor jezelf te zorgen!

Lieve groeten,

Sabine Janssen-Davina, vrouw, geboren 16 maart 1959; partner Hans (51) is op 31 december 2003 overleden aan slokdarmkanker met uitzaaiingen naar de lever; een thuiswonende dochter en zoon; e-mailadres: janssen.davina@hccnet.nl


Rouwgedichten gedichten over leven en dood, van Bert Vos

De maand januari is de maand waarin Janny's sterfdag valt. Elk jaar, op 31 januari, zijn mijn gedachten bij dat moment. Soms bewust, soms onbewust. Monique en ik hebben niet een bepaald ritueel zoals sommige lotgenoten heel trouw in stand houden op de sterfdag van hun overleden partner. We laten het eigenlijk afhangen van het moment. Hoe we ons voelen. We laten het gewoon gebeuren.
Voor mij is het op 31 januari 2006 precies negen jaar geleden dat Janny stierf en ik een enorm gevoel van ontreddering onderging. Het was alsof haar wezenlijke ik uit mijn zo vertrouwde bestaan werd gerukt. En een rafelig gat naliet, zoals het gat in de krant waar je het hoofdartikel uit hebt gescheurd. Onherstelbaar. De krant heeft daarmee haar oorspronkelijke vorm verloren. Is het de krant niet meer.
Die ene zin: "Soms sterft de dood en blijft het leven eindeloos eindig leven" hing al de hele dag om me heen. Die zin geeft naar mijn gevoel heel goed weer hoe het leven is, wordt geleefd en wordt ondergaan. Met het leven als een hoopvolle barricade tegen de dood, die de barricade van het leven wil slechten in het eindeloos eindig gevecht tussen het leven en de onontkoombare dood als afsluiting van het leven dat we eigenlijk het liefst eindeloos zouden willen leven.

*

Soms sterft de dood…

Soms sterft de dood en blijft
het leven eindeloos eindig leven

Haar sterven in mijn geest gegrift
haar lijden toch voor lang verborgen
Maar nu heb ik de pijn ontmoet
die bijna ongevoeld door de tijd is meegelift

Soms sterft de dood en blijft
het leven eindeloos eindig leven

En komt de zielenpijn in golven
over mijn vloedlijn heen gespoeld
Het is de branding van mijn leven
met schuimende tranen, de geest omwoeld

Soms sterft de dood en blijft
het leven eindeloos eindig leven

Al die jaren, hoe lang geleden
dat zij afscheid nam en stierf
Hoe kort geleden nog, dat ik
opnieuw de tederheid verwierf?

Soms sterft de dood en blijft
het leven eindeloos eindig leven

Ik loop langs de grillige vloedlijn
van mijn eindig levensstrand en voel
de horizon in avondrood verschijnen
de warmte van die kleur lijkt koel

Soms sterft de dood
en blijft het leven zo maar leven
En ik? ik wil mijn liefde eindeloos
in mijn nog lange leven blijven geven

Totdat de dood ons scheidt
en het leven afscheid neemt

Bert vos - januari 2006


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren