Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Alle teksten uit de edities december 2005 en januari 2006
12 december 2005
Hoofdredactioneel: Nog eventjes...
Sinterklaas is terug in Spanje en ik ben een beetje jaloers op hem, want Monique en ik hadden hem graag vergezeld tot aan de zuidelijke costa's waar wij dan zouden zijn gaan overwinteren totdat de somberte en kilheid van de winter in eigen land door de lente was verjaagd. Maar het zat er niet in en dus kijk ik nu uit over de velden waarover een wat bleek winterzonnetje strijkt. In de verte lopen wat paarden. De koeien zijn op stal. Winter in Ter Apel in plaats van het warme zuiden. Ach, zolang de grijsheid niet overheerst heb ik er vrede mee. Nog eventjes, en het is immers alweer lente. En daarna worden we vast moe van de zomerhitte.
De tijd vliegt, naar mijn gevoel, in ijltempo aan mij en Monique voorbij, het glipt als zilverzand door onze vingers en voor je het weet knallen de kurken en de duizendklappers. Nog eventjes en de donkere dagen van december zijn voorbij. Dan hebben we de langste nacht van het jaar achter de rug en wordt het elke dag een paar minuten langer licht. Wat dat betreft zit de natuur prima in elkaar. Net als we de wintersomberte zat zijn wordt het weer helder. Nog eventjes geduld dus.
Ondertussen
zitten we allemaal misschien wel over ons adressenboek gebogen
om te kijken wie dit jaar een mooie kaart hebben verdiend en wie
we kunnen schrappen. Monique en ik zijn daar heel precies in.
Vrienden die uiteindelijk geen vrienden bleken worden zonder pardon
geschrapt. Aan de andere kant zijn er gelukkig nieuwe vrienden
bijgekomen die eigenlijk wel een dubbele kaart hebben verdiend
omdat ze ons toch zo geweldig tot steun zijn geweest.
Ach, jullie kennen dat onzekere gevoel ook vast wel. Sturen we
wel kaarten of laten we het dit jaar maar zitten? En wie wel en
wie niet? Natuurlijk lost het probleem zich vanzelf wel op, want
er is gelukkig een deadline. Als we niet voor die tijd een keuze
hebben gemaakt, hoeft het al niet meer.
Nog eventjes dus. En daarna kunnen we met z'n allen weer opgelucht heel diep adem halen en de zon tegemoet zien.
Bert Vos, hoofdredactie
5 december 2005
Boekbespreking:
"Dit
keer (op oudejaarsavond) kijk ik voor het eerst terug op een heel
jaar zonder Johan. Een jaar met veel verdriet, dat spreekt vanzelf."
Drie stappen vooruit, één stap terug.
Van "de vrouw van" naar "de weduwe van"
door Monique Vos
Wanneer je partner er ineens niet meer is en je ook bent gaan vóelen dat hij of zij nooit meer terug zal komen, dan pas besef je hoezeer je in de loop van de tijd met elkaar vergroeid bent geraakt. Het lijkt dan wel alsof je andere helft zoek is, die dierbare, vertrouwde helft waaraan je je niet langer kunt spiegelen. Ook al voel je je nog altijd "de vrouw of de man van", formeel juridisch krijg je - geheel ongevraagd - het etiket "alleenstaand" of "weduwe/weduwnaar" of, nog erger, "de erven van" opgeplakt. Tegen wil en dank moet je op een gegeven moment wel de confrontatie aan: wie ben ík nu, zonder hem of haar?
Daaraan moest
ik met name denken bij het lezen van "Drie stappen vooruit,
één stap terug", de gebundelde columns
van Heleen Stekelenburg, die zij na het overlijden van haar man
Johan (burgemeester van Tilburg, lid van de Eerste Kamer en voormalig
FNV-leider) op verzoek van het weekblad Margriet schreef.
Ik weet nog goed wat het Bert en mij deed toen wij begin 2003
van het nieuws over de bij Johan geconstateerde slokdarmkanker
met uitzaaiingen hoorden. Als iemand het toonbeeld van vitaliteit
en gezondheid leek uit te stralen, dan was hij het wel met zijn
flinke bos haar en altijd bruine kleurtje op zijn gezicht. Tegelijkertijd
riep dit bericht bij mij een bitterzoete herinnering op aan die
keer, jaren daarvoor, dat Eric en ik hem in de VIP-room op Vliegveld
Zanderij in Paramaribo hadden opgemerkt.
Bert en ik keken min of meer stilzwijgend naar de TV en ik huiverde
inwendig, want ook bij Bert was de eerste uitzaaiing geconstateerd.
De maanden daarna hielden we onze adem in en ons hart vast wanneer
er weer een (verslechterend) bericht over hem in de media verscheen,
terwijl Bert weer overeind krabbelde van zijn eerste longoperatie.
Johan Stekelenburg overleed toch, in september 2003. En nu, bij
het lezen van Heleen's verhaal, ontkom ik er natuurlijk niet aan
dat ik mij (opnieuw stilzwijgend) afvraag hoeveel tijd óns
nog samen gegund zal zijn, nu ook Bert is uitbehandeld.
Als "vrouw
van" mijn eerste (Surinaams/Nederlandse) man Eric voelde
ik mij nauw verbonden met Suriname en de Surinamers. Als zijn
"weduwe" bekroop mij al snel het gevoel dat dit alles
mij nu ook ontnomen werd, want aan mij alleen, zonder hem aan
mijn zijde, was immers niet langer af te zien dat ik iets met
Suriname had. Ook daaraan moest ik denken. Natuurlijk is dit een
projectie van mijn kant, maar lezen wij zo niet elk boek, al vergelijkingen
makend met ons eigen leven?
Dit boek zal dan ook met name aansprekend zijn voor die lotgenoten
die zelf ook aan de zijde van een publiek figuur hebben gestaan
en die daardoor nu misschien met dat extra stukje leegte zijn
achtergebleven.
Want als "vrouw van de burgemeester" en voorheen als
"vrouw van de FNV-voorzitter" leidde Heleen samen met
Johan een dynamisch leven, aldus Heleen. Zo werden zij vaak uitgenodigd
voor en mochten zij altijd vooraan zitten bij premières,
concerten, diners, cabaretvoorstellingen of presentaties van het
gilde en "won" Johan bijvoorbeeld altijd iets als ze
lootjes kochten op de jaarlijkse kermis in Tilburg. De overhandiging
van de prijs werd dan vergezeld door een vette knipoog van de
standhouder aan Johan. "Beste kamelenstandhouder",
sprak Heleen dan ook hoopvol uit toen zij voor het eerst zonder
Johan naar de kermis zou gaan, "u mag mij best een vette
knipoog geven, want ik wil ook wel eens winnen, al was het maar
een sleutelhanger met een klein kameeltje eraan."
Het zijn van
"weduwe van" (in dit geval een graag gezien, publiek
figuur) heeft zo zijn voor- en nadelen. Aan de ene kant word je
bijna overstelpt door alle goedbedoelde steun en belangstelling
(het eerste jaar na Johan's overlijden heeft Heleen bijvoorbeeld
vrijwel iedere avond bezoek gehad of is ze mee geweest met vrienden)
en aan de andere kant schuilt hierin het gevaar dat je wel wat
al te zeer geleefd wordt waardoor je mogelijk wat minder snel
aan verwerking en zelfreflectie toekomt. Dat zou kunnen verklaren
waarom Heleen in haar columns niet al te diep ingaat op haar eigen
gevoelens (of komt dit omdat heel Margriet-lezend Nederland over
haar schouder meeleest?).
Maar diezelfde belangstelling heeft haar het eerste jaar wel mede
op de been gehouden. Want dat zij van diverse kanten veel steun
heeft ontvangen, blijkt wel uit wat zij daarover kwijt wil. Zo
is de directeur van de schouwburg haar soms zelf komen ophalen
om er zeker van te zijn dat de haar toegezonden kaartjes ook door
haar gebruikt zouden worden, kwam de korpschef van politie in
december kijken 'namens de kerstpolitie' of er wel een kerstboom
in huis stond en werd haar boven-de-rivieren-wonende-zus gevraagd
voor de jury van het kindercarnaval gevraagd vanuit de gedachte
dat zij dan ook wel zou komen.
Ze heeft er ook alle vertrouwen in dat dit zo zal blijven want,
zo schrijft ze over een aantal mensen op het stadhuis dat Johan
persoonlijk nog steeds mist, "de steun en warmte van deze
mensen heeft mij mede op de been gehouden de afgelopen maanden
en ik weet zeker dat ik met hen contact blijf houden. Wat dat
betreft verandert er niets."
Inmiddels is
Heleen gestopt met het schrijven van haar columns voor Margriet,
maar zij blijft over en aan Johan schrijven, maar nu weer in de
beslotenheid van haar dagboek. Daar zou ik nou graag even in willen
bladeren.
Drie stappen
vooruit, één stap terug - Heleen Stekelenburg; Uitg. Archipel, Amsterdam-Antwerpen 2005;
ISBN 90-6305-208-1, 134 blz.; 12,50
8 december 2005
Ruggesteuntjes (36) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos
Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 38 - Wieneke van Rossum
12 december 2005
Hallo Agnes,
Op zaterdag
26 november, de dag dat ik jouw brief ontving, was het mijn verjaardag
en de dag dat we een boom plantten in het Wilhelminabos. In samenwerking
met het KWF en Staatsbosbeheer is hier een gedenkplek aangelegd.
Rondom de Gedenkplek vormt zich nu een bos. Dat bos symboliseert
het leven. Het groeit, biedt beschutting, sterft af en geeft daarmee
leven door. Het bos biedt ook rust en ruimte voor herinneringen,
voor vreugde en verdriet. In het midden staat een beeldje van
koningin Wilhelmina en rondom dat beeld staan in een onderbroken
cirkel twaalf Millenniumbomen, één voor elke provincie.
Twaalf verwijst ook naar uren, maanden, tijd. De cirkel is onderbroken
omdat het directe contact met de overleden dierbaren verbroken
is.
Ondanks dat er op die dag zo'n zesduizend mensen verwacht werden,
liep alles perfect en heel indrukwekkend. De sfeer gaf mij geen
verdrietig gevoel maar meer een plechtig moment om je dierbare
te herinneren. Die dierbare zelf zou eerder gedacht hebben, waarom
we die kou trotseerden en in die modder liepen en zou de kroeg
voorgesteld hebben. We hebben er in ieder geval een fijn gevoel
aan overgehouden.
Een lindeboom was wel heel toepasselijk geweest, die was er helaas
niet, dus hebben we een eikenboom geplant. Ik was vergeten een
schop te pakken en vroeg iemand in de buurt, die net een boom
geplant had, of ik die mocht gebruiken. Een vriend van ons, die
mee was, had hetzelfde idee, dus er werd gelijk geroepen 'dat
mijn man al een schop had'
Dat is verdomd knap, dacht ik,
dat hij zijn eigen boom gaat planten. Ach, zelfs lotgenoten kunnen
het ook niet weten
Weet je dat
ik net zo'n houten kerstversiering heb gehad? Inderdaad was het
nergens te koop. Ik heb veel in Duitsland gekocht en het met beertjes
en rode appeltjes opgeluisterd. Dan gingen er nog van die schuimkransjes
in en dan was het een echte kinderboom. Pas een jaar of zeven
geleden heb ik een andere decoratie gekocht, maar de oude versieringen
liggen nog steeds op zolder.
Begrijp me goed: ik heb niets tegen die verlichting, als het smaakvol
gedaan is kan het heel mooi zijn, maar dat laatste mankeert er
bij veel mensen aan. Van die knipperend gedrapeerde kabels om
een pergola krijg ik dus de kriebels!
Dat gezelschapspel is ook zo herkenbaar. Dat gaven mijn ouders
elk jaar als Sinterklaascadeau. Ja, dat zijn dierbare herinneringen.
Mijn ouders zijn er ook niet meer en de spelen liggen inderdaad
ongebruikt in de kast. Wij gingen ook vaak die dagen op stap:
naar een museum of dierentuin en de laatste kerst met Frits zijn
we naar het Openlucht museum in Arnhem geweest. De dag ervoor
was er daar net sneeuw gevallen en met die prachtige oude boerderijtjes
en kerkjes leek het net een ansichtkaart van Anton Pieck. De standaardmolen
die daar staat is tachtig jaar familiebezit van de familie van
Rossum geweest. De molen stond in Delft en de grond is later door
de Calvé-fabrieken opgekocht. De molen is afgebroken en
weer in Arnhem opgebouwd.
Mijn operatie bij de Bijzondere Tandheelkunde heb ik inmiddels ook achter de rug en het is honderd procent meegevallen. De twee implantaten zitten er in en moeten nu in het bot groeien, pas in april komen de kronen erop. Ik heb geen enkele pijn of napijn gehad, een verstandskies laten verwijderen is tien keer erger. Toch werd het een trieste dag: ik kreeg het bericht dat de man van mijn vriendin uit Zwitserland was overleden. Hij was manisch depressief en alcoholist. Je kunt je wel voorstellen wat voor een zwaar leven mijn vriendin al achter de rug had. Nu had hij epileptische aanvallen gekregen, daar bovenop nog eens longontsteking en dat was hem fataal geworden. Voor hen beiden was het een verlossing, maar zoals ze schreef, ze zat nu ook met de waarom-vraag. Ook zij had zo graag met hem oud willen worden.
Ben je al met je dorpsgenoot op pad geweest? Zo zie je maar weer, hoe klein de wereld is. Fijn dat je dan toch een dorps-/lotgenoot ontmoet. Het "geestelijk actief" zijn, doet een mens goed. Begrip voor elkaar hebben, weten wat de ander voelt, herkenning voelen, enz, veel dat je alleen bij lotgenoten vindt.
Ik heb trouwens vannacht iets heel engs meegemaakt! Ik zat een heel spannend boek uit te lezen en rond kwart voor één werd er aangebeld. Ik ging er vanuit dat een van de buurjongens voor de deur stond, doe open en er staat een wildvreemde man die met een heel verward verhaal komt. Of hij even mocht bellen, het ging heel slecht met zijn broer want die was op de Dam in elkaar geslagen en hij moest er naar toe. 'Nee, het spijt me', zei ik en deed gauw de deur weer dicht. Stomme trut, dacht ik bij mezelf, om zo goed van vertrouwen die deur open te doen! Ik heb gelijk de politie gebeld, die een extra patrouillewagen zou sturen en Linde gewaarschuwd die (gelukkig met vrienden) op de fiets onderweg was. Het is hier geen dorp meer en regelmatig worden er mensen bedreigd. Dat het geen zuivere koffie was bleek de volgende dag. De man had het bij meer mensen geprobeerd en was op geld uit. Enkelen hadden ook de politie gebeld en één had een camera bij de hand gehad en heeft hem gefotografeerd. Ik zal nooit meer zo naïef de deur open doen, maar tevens besef je ook hoe kwetsbaar je bent zo alleen thuis. Dan mis je een sterke arm.
Nou, dat was weer heel wat nieuws, alsof er maanden voorbij zijn gegaan in plaats van maar twee weken.
Agnes, ik "spreek" je niet meer voor Kerst en Oud en Nieuw (die "gezellige dagen" vallen voor ons gunstig zo in een weekend), maar ik wens jou en je familie en tevens alle lezers van de Draaikolk alvast een heel goed en gezond 2006 toe.
Lieve groeten,
Wieneke
***
Brief 39 - Agnes Ostendorf
23 december 2005
Hallo Wieneke,
Er is weer een
jaar voorbij. En je kent me inmiddels, ik kijk dan altijd even
achterom. Gewoon, omdat ik het niet laten kan.
Natuurlijk is er veel veranderd. De grootste verandering is wel
mijn woonstek. Het is prachtig geworden. Op (een flink aantal)
kleine klusjes na is mijn deel van ons stolpje klaar. Het is mooier
geworden dan ik had durven hopen. In het voorjaar gaan we verder,
dan wordt de andere helft aangepakt. Dat zal minder ingrijpend
zijn, maar het is nog steeds wel heel veel werk.
Een goede tweede verandering is natuurlijk mijn hondentrimsalon.
Soms vraag ik me af wat Cees er van gevonden zou hebben. Zelfs
het idee om honden te gaan trimmen is pas een jaar na zijn overlijden
ontstaan en ik weet zeker dat ie in ieder geval beretrots op me
zou zijn. Ik had toen immers een keurige en goedverdienende kantoorbaan.
Nou, wat ik nu doe is wel iets compleet anders. Absoluut niet
keurig en al helemaal niet goedverdienend. Maar zo leuk, zo helemaal
van mij. Niks geen stress, geen verantwoording aan anderen, m'n
eigen beslissingen nemen, mijn eigen agenda beheren en vooral
doen zoals ik het wil doen. In m'n eigen kleine koninkrijk ben
ik mijn eigen koning.
Natuurlijk heb ik nog massa's vragen over mijn toekomst. Maar
ik weet als geen ander dat ik nog zoveel plannen kan maken als
ik wil, het wordt uiteindelijk toch anders. Er zijn altijd factoren
die ik niet zelf in de hand heb, maar ik heb zelf de regie en
die geef ik niet uit handen.
Geweldig, jouw verslag over het planten van de boom in het Wilhelminabos.
Het is dus meer dan alleen maar een bos met namen in glazen panelen
gegraveerd en bomen daar omheen. Zelf twijfelde ik of ik zoiets
zou willen doen. Maar ik weet het nu zeker. Volgend jaar ben ik
ook van de partij. Ik wil dan twee bomen naast elkaar zodat ik
ze beiden kan omarmen. Weet je trouwens dat ik van het Wilhelminabos
gedroomd heb? Via de CNK hoor ik natuurlijk ook verhalen van het
Wilhelminabos en toen kwam jouw brief ook nog eens. Blijkbaar
houdt het me erg bezig. Volgend jaar doe ik jóu verslag
hoe ik het vond.
Ik ben blij
voor jou dat je de kaakoperatie zonder pijn hebt doorstaan. Bij
mij staat ook het een en ander te wachten en ik verheug me daar
niet echt op. Maar na jouw opmerking over de afwezigheid van pijn
heb ik er een stukje meer vertrouwen in gekregen.
Trouwens wel een heel triest bericht wat je hebt gekregen. Ik
kan me voorstellen dat jouw vriendin nu met de grote "waarom"-vraag
blijft zitten. Ik ken haar niet, maar wens zowel haar als jou
veel sterkte toe.
Inderdaad Wieneke, ik ben met m'n dorpsgenoot op stap geweest. Eigenlijk zouden we met z'n drieën zijn, maar de andere lotgenoot heeft zich ziek gemeld en ging helaas niet mee. Ons uitje was niet van zo'n hoog cultureel gehalte hoor. We zijn naar de nieuwe film van Harry Potter geweest en hebben daarna bij mij thuis gedineerd. Ik zou gaan koken (?!?), maar uiteindelijk nam Joke het van me over want voor haar is koken een hobby. Nou , had ik effe geluk? We hebben tijdens het eten ook flink geproost op al onze etentjes en "culturele" uitstapjes de komende tijd.
Wieneke, wat maak jij enge dingen mee! Doe je wel voorzichtig? Ik wil nog heel lang met jou corresponderen en dat kan niet als jij van die gevaarlijke dingen doet. Absoluut géén deuren opendoen als je geen visite verwacht. Ik raad je ook zo'n klein kijkgaatje in je deur aan, zodat je kunt zien wie er staat en een kettinkje aan je deur lijkt me ook niet overbodig. Na het lezen van jouw brief ben ik direct gaan kijken hoe die veiligheid bij mij thuis geregeld is. De achterdeur heeft een gewoon slot en zo'n hele grote ouderwetse schuif. Die schuif ging wat zwaar, maar dat heb ik verholpen met spul uit een spuitbusje speciaal voor sloten. De voordeur is ook prima. Er is 's avonds permanent een buitenlamp aan dus ik kan via het raampje zien wie er voor de deur staat én de deur gaat 's nachts in het nachtslot. Trouwens, ook alle ramen hebben van die dievenklauwen. En ik heb natuurlijk Doortje. Die gaat als een gek tekeer als er iemand voor de deur staat. Soms is dat vervelend, maar aan de andere kant wel weer handig, want een bel hebben we niet
De buurt waarin mijn ouders woonden, was ook niet echt een rustige buurt en nadat mijn vader was overleden bleef mijn moeder ook alleen achter. Zij durfde na een poosje de deur niet meer uit als het donker was, terwijl ze echt niet bang uitgevallen was, hoor. Wij brachten haar 's avonds dan ook altijd helemaal naar huis en gingen ook eventjes mee naar binnen. Gewoon voor het veilige gevoel. Op een gegeven moment had mijn moeder de oude kachelpook bij de voordeur staan. Zij vond dat blijkbaar nodig. Een goed alternatief van een kachelpook is een honkbalknuppel en die zijn gewoon in een sportwinkel te koop. Ooit heeft iemand me eens verteld dat er meer gevaarlijke mensen gewoon los rondlopen dan dat er in de gevangenis zitten. Alle gekheid op een stokje. Voorzichtigheid lijkt me geen overbodige luxe.
Wel Wieneke, ik ben wederom aan het einde van mijn brief en bijna aan het einde van het jaar 2005 beland. Ik wens jou en alle lezers van onze brieven, een veilig, inspirerend, vredig, warm, cultureel, gezond en bovenal goed 2006 toe.
Lieve groeten en tot volgend jaar!
Agnes Ostendorf
2 januari 2006
Hoofdredactioneel
Het leven gaat gewoon verder
Het vuurwerk gaat de lucht in. Er worden heel veel handen geschud, monden en wangen gekust en warm omhelst in de koude nieuwjaarsnacht. Champagnekurken knallen en voor wie dat net even te veel is, worden andere flessen opengetrokken en wordt er getoast op een vooral goed en gezond nieuw jaar. Daarna worden de kaarsen uitgeblazen, de lege flessen opgeruimd en gaat men naar bed. Want morgen is het weer vroeg op voor familie- of kerkbezoek en wacht de dag erna voor velen het dagelijks werk weer. Het leven gaat, met andere woorden, voor de meeste mensen gewoon verder. Met man, met vrouw, met kinderen en werk. Zoals elk jaar, elke maand, elke week, elke dag en elk uur.
Maar voor velen
van onze lotgenoten gaat het leven "niet gewoon" verder.
Want voor ons als lotgenoten ontbreekt er één belangrijk
element in ons leven: onze partner.
Of het nu al weer vele jaren geleden is of nog heel "vers"
: het gemis is even groot, ook al zal de pijn van dat verlies
in de loop der jaren wat worden verzacht. Oké, we zijn
de donkerte van december voorbij en we kunnen uitzien naar steeds
helder wordende dagen, maar dat blijft een schrale troost.
Het leven gaat verder. Voor ieder van ons op een eigen wijze. Want we zijn allemaal uniek in het beleven van onze rouw en het ervaren van het enorme verlies. Toch zijn het de ervaringsverhalen en de reacties in De Draaikolk van onze lotgenoten, die elke keer weer troost blijven bieden. Zij vertellen hoe hun leven zonder partner verder gaat nadat de echo van het knallend vuurwerk is verstorven in de nacht en het vuur van brandende kerstbomen is geblust. We zijn blij dat onze lotgenoten dat willen doen. Want het maakt De Draaikolk tot een echt ontmoetingspunt van lotgenoten.
Welkom in 2006. Wat mij betreft: laat alles, wat dan ook, maar gewoon gebeuren. Huil wanneer je huilen wilt en lach wanneer het leven daartoe aanleiding geeft. Maar blijf vooral jezelf. En misschien dat er dit jaar weer meer momenten in je leven komen waarin je weer even kunt genieten. Zo maar. Het is je van harte gegund.
2 januari 2006
Bert Vos , Hoofdredacteur De Draaikolk
Heb
jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 40 - Wieneke van Rossum
8 januari 2006
Hallo Agnes,
Terwijl ik eind
van het jaar onze correspondentie aan het doornemen ben, lees
ik dat ik Nieuwjaarsdag 2005 een brief naar je geschreven heb
om het Nieuwjaarsconcert, met al zijn herinneringen, te ontvluchten.
Nu zijn we alweer een jaar verder en zit ik weer op de eerste
dag van het jaar achter de computer, terwijl iedereen nog ligt
bij te komen van de Nieuwjaarsviering, die ik voor het eerst in
mijn leven in mijn uppie heb doorgebracht. Ik loop al weken tegen
een griep aan te snotteren en vond dit een uitgelezen weekend
om lekker binnen te blijven en me met veel kranten en andere lectuur
op de bank te nestelen. De afgelopen dagen heb ik de schaatswedstrijden
voor de plaatsing van de Olympische Spelen gevolgd, dus is er
veel blijven liggen. TV-programma's, die ik wilde zien, heb ik
opgenomen en zo had ik een hele voorraad om dit weekend door te
komen. Ik ben nog nooit zo helder en nuchter het nieuwe jaar begonnen
en eigenlijk is het me prima bevallen!
In mijn brief
van een jaar geleden vraag ik mij af wat het nieuwe jaar me zal
brengen en schrijf ik dat ik het maar over me heen moet laten
komen, omdat je er toch geen invloed op kan uitoefenen. In jouw
laatste brief lees ik hetzelfde. Ik heb natuurlijk ook massa's
vragen over de toekomst, maar een deel van die toekomst ligt achter
mij. Plannen samen maken kan niet meer, maar ik heb geleerd me
minder druk te maken over dingen, omdat later blijkt dat het zichzelf
toch wel weer oplost. Relativeren blijf ik nog steeds doen, omdat
deze manier mij het meeste helpt om me door moeilijke tijden heen
te slaan.
Vlak voor de kerst reed ik met zo'n sombere stemming over de ijsbaan,
maar een schouderklopje en een knuffel plus een lieve kerstkaart
die me werd toegestopt door twee schaatsvrienden deed die stemming
als sneeuw voor de zon verdwijnen. Gek hè, dat er zo iets
kleins voor nodig is om iemand weer op te vrolijken. Daarentegen
kreeg ik op oudejaarsdag een telefoontje van een vriendin waarin
er opmerkingen en klaagzangen gedaan werden, die als een mes door
mijn ziel sneden. Wacht maar, dacht ik vals, tot je zelf je geliefde
kwijt bent, dan piep je wel anders. Het motto voor volgend jaar
vond ik in de krant: we moeten stoppen met klagen, "druk,
druk, druk" uit onze vocabulaire schrappen en voortaan meer
tijd voor vrienden en familie maken.
We beginnen
weer met de 'Van Rossum-cup', een gezellige avond zaalvoetbal
ten bate van het KWF. Het is het eerste lustrum en dat doet pijn,
omdat we met de neus op de feiten worden gedrukt dat het alweer
vijf jaar geleden is dat Frits overleed. Vijf jaren die voor mijn
gevoel twee jaren lijken, dat gevoel zal iedere nabestaande wel
hebben. De scherpe kanten zijn er af, maar de leegte die hij achterlaat
zal ook in de jaren die komen nooit opgevuld kunnen worden.
Half januari komt er een Draaikolklotgenote uit het hoge noorden
een weekend op bezoek. Haar man overleed aan dezelfde zeldzaam
voorkomende vorm van kanker en ook hadden ze het allebei op de
borstkast. We gaan er een gezellig weekend van maken, waarin toch
ook wel weer veel herinneringen naar boven zullen komen.
Dan begin februari een weekje wintersport naar de Weissensee.
Dit keer laat ik mijn schaatsen thuis en ga me beperken tot wandelen.
Ik heb al van die ijzertjes voor onder mijn schoenen gekocht,
want je weet maar nooit
Je ziet het, ik kom beslagen ten
ijs.
En verder kijk ik nog maar niet het jaar in, uit ervaring weet
ik dat dat zichzelf wel opvult.
Om nog even
op onze veiligheid in huis terug te komen: ik héb zo'n
kettinkje aan de deur. Wat een muts ben ik toch, dat ik daar gewoon
geen gebruik van maak. Aan de andere kant zit dat kettinkje niet
meer zo stevig vast, aangezien mijn kinderen het er regelmatig
van af hebben geramd omdat ik het als automatisme vasthaakte en
ze nog thuis moesten komen
Een (lattende) vriendin van mij heeft enkele dagen daarna trouwens
een inbreker in haar tuin betrapt. Ze heeft gelijk de tuindeur
geblokkeerd en de politie gebeld. Ik vond dit wel moedig van haar
want je weet nooit hoe zo'n man gaat reageren. Je ziet maar weer:
wij vrouwen alleen staan ons mannetje best wel.
Weet je dat er trouwens een klewang naast mijn bed staat? Dit
loeischerpe mes gebruikte Frits in zijn diensttijd in Suriname
in het oerwoud en iemand raadde mij aan dit op een veilige plaats
op te bergen, dus dat is naast mijn bed geworden. Alleen was ik
er nooit op gekomen dat ik in geval van nood dit best als wapen
kan hanteren. Je brengt me op ideeën!
Volgens de politie is een waakhond de beste beveiliging, dus jij
zit met Doortje gebeiteld. Ik heb zo'n bordje voor het raam staan:
'hier waak ik', maar een hond heb ik niet. Jaren geleden kwam
Linde hiermee aan. De hond op het plaatje deed haar denken aan
een hond die ze altijd uitliet, dus zo kwam dat voor het raam
te staan. Toen de huisarts eens langskwam, vroeg ze of we de hond
konden vasthouden want ze was bang voor honden, maar of het verder
helpt
Zo Agnes, dit was het weer. Ik ga nog even verder de kranten uitpluizen en een boek uitzoeken. Ik zou niet weten wat ik zonder boeken zou moeten beginnen. Ze houden je gezelschap en in moeilijke tijden kun je er troost in vinden. Het zijn vrienden die er altijd voor je zijn, zelfs midden in de nacht als je wakker ligt. En als ze je niet bevallen, kun je ze zo opzijschuiven. Eigenlijk bevind ik me in een bevoorrechte positie om zo dicht bij hun bron te zitten met mijn werk.
Ik wens jou en al onze lotgenoten een ontzettend goede start van 2006 toe en hoop dat die lijn zich voortzet!
Lieve groeten,
Wieneke
***
Brief 41 - Agnes Ostendorf
21 januari 2006
Hoi Wieneke,
Ben je alweer
wat opgeknapt? Volgens mij lag in de afgelopen periode de ene
helft van Nederland hoestend en proestend in bed met op het nachtkastje
de schone zakdoeken, het glaasje sinaasappelsap en het doosje
met paracetamol, terwijl de andere helft van Nederland probeerde
op de been te blijven door middel van het slikken van multivitamine.
Volgens mijn 'moeder zaliger' is het beste middel om griep te
voorkomen een flinke borrel. Haar raad volg ik dan ook altijd
nog steeds op als er weer eens een griepgolf aankomt. Ik ga naar
de dichtstbijzijnde slijterij en trakteer mezelf op een fles lekkere
cognac. 's Avonds neem ik dan zo'n glas met van dat spul en zeg
tegen mezelf dat ik niet ziek ga worden want ik heb een medicijn
dat stukken beter werkt dan de griepprik. Maar dat neemt niet
weg dat het natuurlijk heerlijk zou zijn als er iemand is die
je het kopje thee brengt en gewoon lekker voor je zorgt. Helaas,
wij moeten het alleen doen.
Dus Wieneke, gewoon 's avonds een sterk drankje nemen als er griep
heerst. Natuurlijk niet meer dan één per avond anders
krijg je alsnog hoofdpijn, maar dan is een kater de schuldige
en niet de griep.
Trouwens wel fijn voor je dat je nu uitgebreid die Olympische
Spelen hebt kunnen volgen. Zo zie je maar weer: 'elk nadeel heb
z'n voordeel'.
In je brief
schreef je dat het voor je gevoel pas twee jaar is dat Frits is
overleden terwijl het er feitelijk al vijf zijn. Je schreef ook
dat de scherpe kanten van je verdriet er af zijn. Daar heb je
gelijk in, dat is bij mij ook. Maar toch
vorige week viel
al het verdriet van de afgelopen jaren weer als een mokerslag
op me neer. Ik begrijp dat dat wat toelichting vereist.
Ik ben naar een bijeenkomst geweest waar een cursusje 'creatief
schrijven' gegeven werd. Die cursus was bedoeld voor mensen met
kanker, hun naasten en hun nabestaanden. Er werden daar manieren
aangereikt om datgene wat je denkt en voelt op papier te zetten.
Nou, ik kan je vertellen dat één van die manieren
bij mij een geweldige impact had. We kregen tien minuten om in
tien regels op te schrijven wat oud/nieuw voor jou betekent. En
dan niet oud/nieuw van 31 december naar 1 januari, maar van je
oude leven naar je nieuwe leven. Wieneke, misschien wil je het
niet geloven, maar ik heb daar toch vreselijk zitten huilen. Het
voelde alsof al het verdriet van de afgelopen jaren nog eens dunnetjes
door mij overgedaan werd. Gelukkig werd er daar op een goede en
respectvolle manier mee om gegaan (er was ruimte en tijd om m'n
verdriet te hebben, er sprong godzijdank niemand overeind om me,
hoe goedbedoeld vaak ook, te troosten). Na een paar minuten flink
snotteren en vijf papieren zakdoeken later was ik er weer. Maar
toen kwam het voorlezen
dat lukte me dus ook niet en mijn
buurvrouw deed het voor mij. Zelf ben ik van mening dat ik al
een aardig end op weg ben met mijn rouwverwerking, maar na vorige
week weet ik dat ik nog steeds veel verdriet heb en nog steeds
Cees en Andries ontzettend mis. Het is en blijft leeg en zo nu
en dan voel ik toch nog die vlijmscherpe randen van mijn verdriet.
Nog even over onze veiligheid in en om het huis. We maken daar wel wat gekkigheid over, maar eigenlijk is het natuurlijk wel belangrijk dat iedereen zich veilig voelt in zijn of haar huis. Zelf heb ik na het overlijden van Cees nieuwe kozijnen laten plaatsen in mijn huis en heb daar direct ook van die zgn. dievenklauwen en veiligheidssloten in laten zetten. Ik weet nog dat me dat best een gerust gevoel gaf. En over het hebben van een waakhond , als je mijn waakhond een stukkie worst geeft dan ben je haar beste vriend geworden en wijst ze je ook nog de weg naar de familiejuwelen. Trouwens, er zijn ook dagen, weekenden, vakanties dat ik met mijn waakhond op stap ben. Dan 'bewaakt' ze m'n caravan. Dus Wieneke, een nieuw kettinkje op je deur, dievenklauwtjes in de kozijnen laten plaatsen en gewoon gezond verstand gebruiken en niet meer voor jan en alleman zomaar die deur open doen.
Het is fijn voor je dat de jaarwisseling je goed is bevallen. Waarschijnlijk heb je zitten genieten van Youp van 't Hek. Ik weet nog dat ik vorig jaar met de jaarwisseling ook alleen thuis was. Ik vond het maar niks. Het was ook een moeilijke periode. Ik was bezig m'n oude huis leeg te halen. Er moesten spullen van Cees en Andries, die nog op zolder stonden, weggedaan worden. Wat had ik het daar moeilijk mee. Ook was mijn broer toen verschrikkelijk ziek en lag in het ziekenhuis. Als ik aan die periode denk, voel ik weer die angst. Bang dat hij het niet zou redden en dat ook hij zou overlijden. Mijn angst was terecht, maar blijkt achteraf gelukkig overbodig. Het gaat hem goed.
Er gaat trouwens een oude wens van mij binnenkort in vervulling. Ik ga naar de 'West Side Story'. Nu ben ik van de generatie die met die film en de bijbehorende muziek opgegroeid is. Maar op de een of andere manier heb ik de film gewoon nooit helemaal gezien, wel fragmenten, maar nooit als één verhaal. Ik heb dat toch altijd als een gebrek in m'n opvoeding gevoeld, maar dat gaat nu veranderen. Eén van de lotgenoten van de Draaikolk, waarmee ik wandelde in Zandvoort, heeft het plan opgevat om samen met een stel andere lotgenoten naar de 'West Side Story' te gaan en ik ben ook van de partij. Weer iets waar Cees en ik het altijd over hadden: "we moeten de 'West Side Story' nog samen gaan bekijken". En nu, nu doe ik dat, wél samen met anderen, maar zonder Cees. Hoewel, misschien kijkt hij vanuit zijn skybox wel stiekem mee en gaat hij net zoveel van deze happening genieten als ik ga doen. Ik heb er zin in.
Op het moment dat ik dit schrijf is het prachtig weer. De lucht is blauw en de zon schijnt, het is gewoon eindelijk weer eens lekker weer. Koud, dat wel, maar heerlijk wandelweer. Met andere woorden: ik stop met schrijven en ga samen met Doortje een wandeling maken. Alle nare en verdrietige gedachtes waaien dan vanzelf weer uit m'n hoofd.
Heel veel liefs voor jou en je meiden en ik zie uit naar je volgende brief,
Agnes
24 januari 2006
Thema: Rouw en werk
Als er één
onderwerp is dat veel te weinig aandacht krijgt, dan is het wel
de vraag hoe een rouwende op zijn of haar werk tegemoet wordt
getreden. Kan men trouwens werken en rouwen tegelijk? En is er
voldoende ruimte om naast je werk te kunnen rouwen? Hoe gaan jouw
collega's om met het feit dat jouw partner is gestorven? Ben je
zelf in staat om jouw werk goed te doen ongeacht jouw gemoedstoestand?
Of schuif je al je rouwgevoelens naar een verre achtergrond om
aan het werk te kunnen blijven.
Schrijf eens over rouwen en werken. Over jouw gevoelens en emoties
tussen je collega's, terwijl het werk om alle aandacht vraagt.
Hoe ga jij als man om met het rouwproces op je werk? En hoe doen
vrouwen dat? Lukt het allemaal? Of is men het al snel vergeten
dat je nog in een rouwproces zit en verwachten de chefs en jouw
collega's veel meer van je dan je in feite aankunt? Schrijf, schrijf,
schrijf! Over jouw ervaringen, positieve, maar ook negatieve.
24-01-2006
Een beetje meer tijd, dat is wat ik zó graag wil!
Normaal zou ik op dit moment aan het werk zijn, ik ben nu echter even thuis. Dit weekend kreeg ik koorts, keelpijn en pijnlijke gewrichten, kortom de griep. Gelukkig ben ik zelden ziek, maar nu was het kennelijk allemaal wat teveel voor mij(n lichaam).
Na de dood van Arend op 15 juni 2005 heb ik me ook ziek gemeld. Ik was weliswaar fysiek niet ziek maar zeker ook niet in staat om te werken. Gelukkig had ik daarbij begrip van zowel mijn leidinggevende, als van mijn collega's. Misschien speelt het feit dat Arend, totaal onverwacht, is overleden in het ziekenhuis waar ik werk (na een kleine ongevaarlijke ingreep) hierbij ook een rol. Mijn leidinggevende wist eerder dat Arend was overleden dan ik en hij ving mij op toen ik met de kinderen naar het ziekenhuis kwam om met eigen ogen te zien dat het echt waar was. Ook heeft mijn leidinggevende meegewerkt aan mijn ongebruikelijke verzoek Arend direct mee te nemen naar ons huis. Arend was voor mijn gevoel op mijn werk en daar hoorde hij niet, hij hoorde thuis! Hij is op de brancard naar ons huis gebracht en ik heb hem op ons eigen bed kunnen verzorgen. Nog steeds ben ik heel blij dat ik dat op die manier heb kunnen doen. Dat ik me niet heb laten ompraten alles volgens protocol te laten verlopen, waarbij hij in het ziekenhuis door anderen verzorgd zou worden en dan 'gekist' (wat een rotwoord) naar huis zou komen.
Maar na enkele weken beginnen mensen toch weer aan je 'te trekken'. Ik was (en ben) kostwinnaar en Arend zorgde, al sinds de geboorte van onze jongste, voor de kinderen, het huishouden, de dieren en alles wat daarbij komt. Die zorg krijg ik er nu dus bij. Voor het schoonmaken heb ik gelukkig een goede hulp weten te vinden en de kinderen kunnen inmiddels redelijk voor zichzelf zorgen en ook voor de (lees hun) dieren zorgen ze grotendeels zelf. Maar daarnaast zijn er nog zoveel taken die er nu voor mij bijkomen. Denk alleen al aan boodschappen doen, eten koken, wassen en vul maar in
En dan heb ik
er voor mijn gevoel nóg een 'baan' bij gekregen, namelijk
rouwverwerken. Dit ervaar ik echt als heel hard werken.
Het voelt voor mij als een nieuwe baan. Een baan waarbij je niet
wordt ingewerkt en het kost me ongelooflijk veel tijd en energie
om uit te zoeken hoe ik dit moet doen. Die tijd en energie heb
ik soms gewoon niet meer.
Er zijn ook mensen die (goedbedoeld) zeggen: "denk aan
jezelf, je moet ook nog 'aan jezelf toekomen'. Wat is dat,
'aan jezelf toekomen'? Wie ben ikzelf?
Ik ben moeder en huisvrouw, ik ben collega en kostwinnaar. En
dan is daar nog dat meisje dat als ze nu thuiskomt haar verhaal
niet meer kwijt kan, haar eigen kopje thee moet zetten, die een
arm om haar schouder zo vreselijk mist, dat ben ik ook! Ik ben
dit allemaal en mijn dag duurt nog steeds 'maar vierentwintig
uur'.
Zou het niet mooi zijn als we, net als bij ouderschapsverlof, een soort rouwverlof konden krijgen? Zodat we de tijd krijgen om de rouw te verwerken, om te doen waar we op dat moment behoefte aan hebben. Dat kan wat mij betreft variëren van een dag in bed blijven met de dekens over mijn hoofd tot kasten opruimen. Van een eind hardlopen tot mijn gedachten opschrijven, om ze zo te kunnen ordenen. Een beetje meer tijd, dat is wat ik zó graag wil!
Joostien Beuving;
e-mailadres: joostien@xs4all.nl
24-01-2006
Bijna alleen maar positieve ervaringen
Mijn ervaring op het werk na het plotselinge overlijden van Michel op 14 november 2000 is bijna alleen maar positief. Ik werk op een dagbehandeling van een verpleeghuis waar deels ouderen komen, maar ook wel jonge mensen voor revalidatie na bijvoorbeeld een herseninfarct of hersenbloeding, en ook mensen waarbij met therapie geprobeerd wordt hetgeen ze nog kunnen te behouden.
Twee dagen na de uitvaart, de kinderen wilden naar school, zat ik daar thuis. Wat moest ik doen? Ik vloog tegen de muren op. Ik heb de telefoon gepakt en naar het werk naar mijn schoonzus gebeld (zij werkte daar toen ook) en gevraagd of het goed was dat ik langskwam op de koffie. Heel eng vond ik het, maar ik was daarvoor al op de hoogte van de reacties van de bezoekers. Die waren hartverwarmend. Iedereen wilde me condoleren en verschillende bezoekers hadden dit zelf in hun familie meegemaakt en vertelde dit ook. Het was echt soms samen huilen. Daar was gewoon ruimte voor (eigenlijk bijzonder).
Een goede maand later overleed plotseling een zoon van een cliënt bij ons. Uitgerekend deze man was bij de uitvaart van Michel geweest. Hij had het hier vanzelfsprekend heel moeilijk mee. Hij zat bij mij in de timmergroep en vooral in het begin hebben we het veel over zijn zoon en Michel gehad, ook tussendoor en hoe dat voor ons voelde. We waren echte lotgenoten. Niet dat we daar geheimzinnig over deden, helemaal niet, anderen waren daar ook wel bij en er werd ook gelachen. Die man zal een speciaal plekje in mijn hart houden. Ook mijn collega's hebben altijd meegeleefd en als het een dag eens niet goed gaat, zet een ander een stapje harder en andersom.
Wat ik alleen
niet begrijp is dit. Er is in die vijf jaar heel veel gebeurd
in ons gezin, waar ik niet over uit zal wijden, en van het voorjaar
was het dieptepunt. Ik trok het niet meer en dat toen mijn manager
zei dat ik moest proberen het achter me te laten
Notabene
een lotgenote, haar man was een paar maanden ervoor gestorven,
ook nog jong. Dit begrijp ik echt niet.
Ondanks dit laatste heb ik toch vooral positieve ervaringen.
Groeten,
Mieke v.d. Laar;
e-mailadres: laar123@zonnet.nl
15 januari 2006
Dit is het verhaal van Monique Vos, dat begon met het overlijden van haar man Eric Klaverweide, in april 1999. Eric verongelukte op zijn motor in zijn woonplaats Capelle aan den IJssel door een onverwachte manouevre van een automobilist.
Nadat Monique
begin 2000 mij leerde kennen, eerst via e-mail en later ook persoonlijk,
beschreef ze in De Draaikolk op een indringende manier over haar
emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar
deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka
Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof,
de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om
het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen
kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop
en verwacht- toch ook een beetje troost uit kunnen putten. Daarom
willen we de serie, speciaal voor de lotgenoten die nu de Draaikolk
hebben ontdekt, nog eens herhalen.
Bert Vos, hoofdredactie De Draaikolk
Blaka Rosoe, door Monique Vos
(1) De avond waarop mijn leven tot stilstand kwam
Het was een prachtige zonovergoten maandag geweest. Na het avondeten zaten we in het zonnetje op ons terras te genieten van de laatste zonnestralen van het prille voorjaar. De zaterdag en zondag daarvoor hadden wij, zoals wij dat bij goed weer regelmatig deden, een tochtje gemaakt op onze motor. Een maand ervoor hadden wij onze chopper ingeruild voor een Ducati. Eindelijk was zijn jongensdroom in vervulling gegaan. Hij had zijn racemotor! Niet dat hij een snelheidsduivel was. Als er iemand was die voorzichtig reed en zich bewust was van de risico's dan was hij dat wel. Nee, maar deze motor voelde pas aan als een échte motor. Zijn toch al altijd vrolijke gezicht straalde nu helemaal.
"Ik ga nog even een ritje maken, ga je mee", vroeg hij? Moe en beurs na twee dagen onwennig achterop de nieuwe motor te hebben gezeten besloot ik om lekker in mijn ligstoel te blijven liggen. "Ik ga even op de fiets naar de garagebox om de motor op te halen en daarna kom ik terug om mijn pak aan te trekken", zei hij, want met zo'n leren harnas aan is het moeilijk fietsen. Zo gezegd, zo gedaan. Hij kwam nog terug (waar ik zo dankbaar voor ben!) om iets fris te drinken en vroeg me: "ga je echt niet mee?" Ik ging niet mee. Ondanks mijn aandringen besloot hij om zijn te warme pak toch maar niet aan te doen. "Ik ga niet ver weg; ik ben zo terug en ik rij niet hard" , verzekerde hij me. Zoals altijd gaven we elkaar een zoen en nadat we naar elkaar hadden gezwaaid reed hij rond 19.30 uur weg. Ik voelde me heel droevig toen ik hem zag wegrijden...
Rond 20.30 uur ging de bel boven bij de voordeur van ons appartement. Er van uitgaande dat hij weer eens zijn sleutel niet wilde gebruiken deed ik open in de verwachting dat hij het was. Er stonden twee jonge, ernstig kijkende, politieagenten voor de deur die vroegen of ik mevrouw Klaverweide was hetgeen ik, nog steeds niets vermoedend, bevestigde. Een paar maanden eerder was er in ons pand ingebroken en waren er ook politieagenten aan de deur geweest om te vragen of wij iets gehoord of gezien hadden. Daarna werd mij gevraagd of ik de vrouw van Eric Klaverweide was. Toen begon het te dagen en herkende ik de ontreddering op de twee gezichten. Ik kromp in elkaar en moest mijn razend kloppend hart vasthouden: "Oh god, is er iets met hem gebeurd? Uw man heeft een motorongeluk gehad." Ik liep direct naar de woonkamer en ging op de bank zitten, achtervolgd door de agenten. "Hoe is het met hem?", vroeg ik voorzichtig. "Hij is overleden mevrouw "
Het is niet
in woorden uit te drukken hoe ik me voelde. Het was te veel, te
erg om te kunnen bevatten. Mijn hersenen konden dit verschrikkelijke
nieuws niet registreren. Naar mijn beleving bleef het vervolgens
een tijdlang stil. De agenten nog steeds wachtend op mijn reactie
die maar uitbleef. Wat moet ik nu zeggen dacht ik bij mezelf.
Ze zitten duidelijk op een reactie van mij te wachten. Het enige
wat ik op dat moment kon bedenken was: "nou, dat was het
dan..."
Om de stilte verder op te vullen vroeg ik wat er was gebeurd maar
echt horen wilde ik het niet. Ze vertelden me kort gezegd dat
hij als gevolg van een plotselinge inhaalmanoeuvre van een automobilist
door die auto opzij was geraakt, de macht over het stuur had verloren
en met zijn hoofd tegen een lantaarnpaal was terecht gekomen.
Het enige wat voor mij op dat moment telde was om te weten of
hij geleden had. "Nee", werd mij verzekerd, "uw
man heeft zijn nek gebroken en was op slag dood
"
Vervolgens ben
ik als een zombie naar de slaapkamer gegaan om ons bed op te maken
en om zijn kleren, die hij een uur daarvoor nog over een stoel
had gehangen, in de kast te proppen, want er zouden nu wel veel
mensen over de vloer gaan komen en dan moest alles toch aan kant
zijn
Het was duidelijk dat de agenten niet wisten wat ze met mij aanmoesten.
Geen enkele uiting van verdriet, geen uitbarsting, niets. Het
enige wat ik voelde was medelijden met die twee jonge mannen die
mij dit onheilsbericht moesten brengen.
Eén van hen kwam mij achterna om in de gaten te houden
wat ik ging doen en hij vroeg mij wat voor iemand mijn man was
geweest in een poging om bij mij een reactie uit te lokken. Was
geweest, was geweest, dacht ik, waar heeft die man het over? Ik
kon niets anders uitbrengen dan: "geweldig."
"Uw man is zojuist naar het ziekenhuis overgebracht. Wij willen u naar hem toebrengen", boden zij aan. Nee, dat wilde ik niet. Wat voor zin had dat, hij was toch dood hadden zij mij zojuist verteld? Door daar naartoe te gaan werd hij toch niet meer levend? Inmiddels was bij mij de eerste emotie naar boven gekomen; een emotie welke ik nog maanden zou voelen: angst. Onuitgesproken angst om zijn, naar ik aannam, gewonde en bebloede lichaam te zien. Die aanblik kon ik niet verdragen. De eerste fase van de ontkenning waar ik nog maanden in zou blijven steken was hiermee ingetreden. Ondanks aandringen dat het beter zou zijn als ik wél naar het ziekenhuis zou gaan, was ik niet over te halen.
Nadat ik hen
vergeefs iets te drinken had aangeboden (ik had met hen te doen)
stonden de agenten erop dat er iemand bij mij zou komen. Ze mochten
mij niet alleen achterlaten. Ook dat wilde ik niet. Niemand kon
immers iets voor mij doen, tenzij iemand mij hem kon terugbrengen...
Maar ze waren niet te vermurwen; ik mocht niet alleen blijven.
Zowel mijn ouders als schoonouders verbleven in het buitenland;
de eerste tijdelijk, de laatste permanent. Schoorvoetend heb ik
ermee ingestemd om er anderen bij te halen. Hoe die avond verder
is verlopen kan ik mij niet meer herinneren.
Die nacht heb
ik de klok van de bovenburen elk uur horen slaan. Wat mijn gedachten
waren, zo ik die al had, weet ik niet meer. Wel heb ik sindsdien
en tot op de dag van vandaag nog steeds last van hartkloppingen
en een beklemmend gevoel op mijn borst, af en toe vergezeld gaande
van pijnscheuten. Mijn hart heeft het zwaar te verduren; er zit
een scheur in.
Wat mij wel is bijgebleven is dat ik de hele nacht door keihard
vogels heb horen fluiten. Dat verbaasde mij omdat ik er wel eens
over geklaagd had dat ik nog maar weinig vogels zag in de jonge
bomen die nog niet zo lang geleden voor ons appartementencomplex
waren geplant. Het lijkt wel of hij daar de hand in heeft gehad,
dacht ik stiekem
Op die onbeschrijflijke avond, nu ruim acht maanden geleden, kwam mijn leven tot stilstand en het heeft zeker vijf maanden geduurd voordat er weer - tergend langzaam - een klein beetje beweging in kwam.
Monique Klaverweide,
januari 2000
19 januari 2006
Rauwe rouw, door Marijke Verhaak
Het allerergste dat me
in het leven kon overkomen is gebeurd. Er zijn geen woorden voor,
maar ik zoek er voortdurend wel woorden voor. Woorden en muziek
geven voor mij vorm aan dit onnoembare verdriet.
In Rotterdam, waar mijn Jan is geboren, staat het beeld van Zadkine
dat door Rotterdammers wel "Jan Gat" genoemd wordt.
Mijn zwarte humor roept mij steeds toe dat ik ongelooflijk veel
moeite heb met mijn "JAN-Gat". Net als bij het beeld
voelt het alsof mijn ziel eruit gerukt is. Onze twee-eenheid is
wreed uiteengereten.
Ik zoek rauwe
woorden want de realiteit is keihard. Ik wil geen wollige eufemistische
woorden. Mijn rouw is rauw en ik JANk iedere dag. Voor mij geen
"lange strijd die niet te winnen was", geen "moedig
gedragen ziekbed", geen "dankbaarheid dat hem
verder lijden bespaard is gebleven". Hij is niet "vredig
inslapen", niet "van ons heengegaan".
Ik wil geen zachte woorden voor dit definitieve einde van ons
samenzijn. Jan is dood!
De spelers zijn er, maar de hoofdrolspeler is er niet
Alles is hetzelfde
gebleven en voor mij is niets meer hetzelfde. Overal, en elk uur,
voel ik dat Jan ontbreekt. Het decor is gebleven, de rekwisieten
en de kostuums ook. De spelers zijn er, maar de hoofdrolspeler
is er niet. 'Het leven gaat door'. Waarom en voor wie?
De dingen die gebleven zijn kijken me grijnzend aan. Dingen die
hun eigenaar kwijt zijn, zouden gewoon moeten verdwijnen. Ik heb
begrip voor andere en vroegere culturen waarin de gestorvenen
spullen meekregen voor in het hiernamaals. Ons huis is ontJANd.
Het is niet meer óns huis, maar het moet nu míjn
huis worden. Het begrip "tijd" heeft een andere dimensie
gekregen. Jan is nu al langer dan zeven maanden dood en voor mijn
gevoel is het gisteren gebeurd. Toch heb ik die maanden doorgeleefd,
doorleefd, overleefd, beleefd.
Gelukkig is er weer uitverkoop!
Ik kom dus de
dagen en de nachten door. Vraag niet hoe, ik weet het zelf niet.
Domme, gewone dingen gebeuren en vragen om actie. Rekeningen moeten
opgeheven of betaald worden, tijdschriften moeten opgezegd, het
testament moet veranderd, het nabestaandenpensioen moet geregeld
worden. Er moet zelfs gegeten, gedronken, gewassen, geslapen worden.
Elke ochtend moet je je aankleden. En gelukkig is er weer uitverkoop!
Ik ervaar nu wat het verschil is tussen huilen en JANken. Huilen
doe je redelijk beheerst, je houdt halfbewust de handrem erop.
Bij JANken gaan alle remmen los, je uit je diepste gevoel van
wanhoop, het enorme gemis van je geliefde, zonder wie je niet
wilt voortleven omdat je de zin ervan niet ziet. Je houdt met
niemand rekening (ja toch, een klein beetje met de buren
).
Ervaringsdeskundigen zeggen dat de diepste rouw minstens een jaar zal duren. De eerste maanden zitten erop. Erger dan dit is onmogelijk.
Marijke Verhaak, vrouw, geboren 7 juni 1943; partner Jan (60) overleden op 24 mei 2005 aan carcinoïd, geen kinderen; e-mailadres: zuiver@tiscali.nl
19 januari 2006
Denkend aan
toen op 10.000 meter hoogte, door
Herman Zwanepol
Het is een typische Hollandse
novembermorgen als ik afscheid neem van mijn familie op Schiphol
en in het vliegtuig stap dat me naar Houston zal brengen en vandaar
door naar mijn woonplaats Calgary in Canada. Een morgen enigszins
aan de sombere kant en die ook een beetje de gevoelens reflecteert.
Het is het einde van een bijzonder mooie vakantie die me van Calgary
naar Peru heeft geleid en vandaar naar Nederland. In Nederland
heb ik de plaatsen bezocht waar Henny en ik samen naartoe gingen.
De eerste keer, vijf jaar na haar overlijden, was dit een moeilijk
ding om te doen. Nu, na negen jaar, voelt het anders. Ook deze
keer heb ik weer onze plekkies opgezocht en nu kan ik daar zijn,
denken aan de tijden die we daar samen hadden en dan komt er een
glimlach op mijn gezicht en dan heb ik vrede. Ik kijk dan terug
en zeg tegen mezelf 'het was goed' en blijf dan nog even langer
op de plek.
Op vakantie samen met een lotgenote
Na al de formaliteiten
zit je dan eindelijk op je plaats in het vliegtuig voor een vlucht
van meer dan elf uur, genoeg tijd om over veel dingen na te denken.
Zes weken is het geleden dat ik op het vliegveld van Houston een
lotgenote uit Nederland opwachtte om samen deze vakantie te beginnen.
En daar zit je dan met al de mooie herinneringen aan die vakantie,
de indruk die Peru op je gemaakt heeft, hoe de mensen daar leven
in armoede maar toch wel happy, als ik het zo mag uitdrukken.
Een vakantie waarbij je niet alléén op reis hoefde,
maar een maatje had waar je mee kon praten aan het eind van de
dag en gedurende de dag. Je hoeft niet alles alleen te doen, heel
mooi en heel fijn.
En het heeft een lange tijd geduurd voor ik op vakantie ben gegaan
na het overlijden van mijn vrouw, tenminste alléén
op vakantie. Ik had daar geen behoefte aan en een reismaatje maakt
dus een heel verschil, vooral als het een lotgenoot is, het maakt
dingen makkelijker. Het is iets dat ik vaak zie bij andere lotgenoten
die ook niet staan te trappelen van ongeduld om alleen op vakantie
te gaan. Zoiets neemt tijd om dat weer alleen te doen.
Ik weet dat mijn eerste vakantie alleen moeilijk maar tóch
een succes was. Je denkt vaak aan voorbije vakanties toen je nog
bij elkaar was, maar het leven staat niet stil en er komt een
tijd, voor een ieder verschillend, dat je dat toch weer wilt doen.
Dus de drie weken in Peru en twee weken in Nederland waren heel
goed. We hebben er beiden heel veel van genoten, maar nu komt
zoals we hier zeggen de "let down". Dus stap je een
beetje weemoedig het vliegtuig in, met uren voor je om de hele
vakantie de revue nog eens te laten passeren.
De tiende
kerst zonder haar voelt als de eerste
Het lot wil,
dat ik helemaal achter in het vliegtuig kom te zitten met niemand
naast me, dus je wordt niet gestoord in je gedachten. Je denkt
aan kerst, hoe dat vroeger was, toen alles nog "normaal"
was. De laatste maanden van het jaar waren altijd druk voor ons
met veel verjaardagen, Sinterklaas natuurlijk, onze trouwdag op
2 december en dan kerst en nieuwjaar, dus drukke tijden. Mijn
vrouw Henny besteedde altijd veel aandacht aan die dagen, vooral
in de keuken.
Nu is dat voorbij en ik kijk niet bepaald uit naar de komende
zes weken tot de feestdagen weer achter de rug zijn. In Canada
is Christmas de grootste feestdag van het jaar en er worden kosten
nog moeite gespaard om het een succes te maken, al is het wel
heel erg commercieel. Maar toch een fijne tijd van het jaar voor
de meeste mensen en wij waren daar ook heel druk mee om het een
gezellige tijd te maken.
Dit wordt de tiende kerst zonder haar en er is geen verschil in
gevoelens tussen de eerste en de tiende keer. Ook deze kerst voelt
als de eerste zonder haar, net alsof het gisteren was. Ik zei
"alweer" negen jaar geleden, omdat het leven nu anders
is. Soms gaat de tijd ontzettend snel en andere dagen zo tergend
langzaam. Ik denk dat dit komt omdat er geen regelmaat meer is.
Je komt straks thuis in een huis dat leeg en koud is. De warmte
van diegene die altijd daar was, is er niet meer. Je leert ermee
om te gaan, maar eraan wennen doe je niet. En dat is niet alleen
wanneer je terugkomt van vakantie, maar ook gedurende je dagelijks
leven als je van het werk komt. Soms laat je de radio aan zodat
er toch wat gaande is.
Ik ben
niet alleen
Ik denk aan
hoe we dat deden. De avond vóór kerst was gereserveerd
voor pakjes uitpakken, eerste kerstdag voor lekker eten en drinken
met familie en vrienden en tweede kerstdag was onze dag, dan deden
we niets. Een vuurtje in de open haard, gewoon lekker rondhangen,
drankje erbij, lui wezen, met andere woorden: van het leven genieten.
Ik kijk uit het raam van het vliegtuig en zie het land onder me
voorbij glijden en vraag me af hoeveel mensen daar in dezelfde
situatie verkeren of het nu de eerste kerst of de derde of wat
dan ook is, want één ding is voor mij niet veranderd:
de gevoelens met kerst. Ik lees in de Draaikolk dat er lotgenoten
zijn die hetzelfde ervaren en dat geeft je dan weer het gevoel
van: je bent niet alleen, wat dat betreft een ruggesteuntje.
Door tijdens de kerst te werken, vermijd je enigszins die gevoelens,
totdat je thuiskomt. Maar dit werkt ook niet voor iedereen en
vaak is het een kwestie van nog even doorzetten en dan zitten
we weer in januari. Een nieuw jaar, een nieuw begin, meer daglicht
(al gaat dat tergend langzaam), maar het is nog maar twee maanden
en dan is het weer voorjaar. Noemen we hier "look at the
bright side".
De scherpe
kanten zijn er niet meer
Nu, na negen
jaar, brengen de feestdagen nog steeds de meeste emoties teweeg
in mij, maar ik denk dat het ook niet anders kan omdat er zoveel
aan vast zit, vooral de herinneringen. De rest van het jaar is
anders. Ik weet niet hoe ik dat uit moet leggen, je gaat er anders
mee om, de pijn wordt minder, je leert het een plaatsje te geven
in je dagelijkse leven. Zeker weten, geen dag gaat voorbij of
hij of zij is in je gedachten voor een tijd(je). Je blijft altijd
met zijn tweetjes en in geval van een nieuwe partner met zijn
vieren, kan niet anders. De emoties veranderen wel over tijd en
worden minder regelmatig. Dat neemt niet weg dat er nog altijd
dagen zijn waarop je wakker wordt en weet dat het een k
..dag
wordt, wat je ook doet.
Ook de woede blijft er nog, al is het minder. Periodes dat je
alles wel in elkaar wilt schoppen. Helpt niet natuurlijk, maar
je hebt dat gevoel. Maar ik heb gemerkt dat je er anders mee omgaat
omdat ik denk dat het nu eenmaal goed tot je doorgedrongen is
dat je partner voorgoed weg is en niet weer terugkomt. Dat wil
niet zeggen dat je het hebt aanvaard
Nu kun je over dingen
en je partner nadenken zonder emotioneel te worden, met andere
woorden: de scherpe kanten zijn er niet meer.
Laat het gaan, schreeuw, huil, het lucht op!
Eén ding
geloof ik, en dat is dat je de emoties niet moet inhouden. Laat
het gaan, schreeuw, huil, het lucht op! Niemand gaat op dezelfde
manier om met verlies, ieder heeft zijn manier om dat te doen
en wat werkt voor de een, werkt niet voor de ander. Voor mij was
het mijn werk en lange wandelingen die me hielpen, en een paar
heel goede vrienden die me er doorheen gesleurd hebben, want van
een ding ben ik overtuigd: het is bijna onmogelijk om het alleen
te doen. Als ik denk aan het eerste jaar, dan begrijp ik nog niet
hoe ik het gedaan heb
Het spreekwoord zegt 'tijd heelt alle
wonden'. Niet helemaal waar, maar het haalt zeker de scherpe kanten
er af.
Schrale troost voor diegenen die nog niet lang geleden hun partner
hebben verloren, maar een ding kan ik zeggen, iets wat ik toen
ook niet geloofde: het wordt beter en er komt weer een tijd dat
je denkt 'ik moet niet alleen verder'. Ik wil óók
verder, ik wil weer van het leven genieten, misschien zelfs met
een nieuwe partner. Moeilijk
om te geloven, maar toch is het waar.
Ik denk aan de afgelopen negen jaar zonder haar en aan alles wat ik meegemaakt heb zonder haar, als ik op mijn arm wordt getikt door de stewardess om mijn riemen vast te maken, we naderen Houston. Het zijn negen ongelooflijke jaren geweest die ik het best kan vergelijken met een rollercoaster, en de rit is nog niet voorbij
Herman Zwanepol, man, geboren 26 mei 1946; partner Henny (49) overleden op 18 november 1996 aan de gevolgen van borstkanker; geen kinderen. Woonplaats: Calgary, Alberta, Canada. E-mailadres: Railman4U@shaw.ca
22
januari 2006
De keuze om voor het 'lichtere' te kiezen, door Sabine Janssen
Het begin van het nieuwe
jaar. Twee jaar zijn voorbij zonder Hans. Hij is in de vroege
morgen van oudejaarsdag 2003 overleden, dus voor mij is elk nieuw
kalenderjaar ook weer een nieuw jaar zonder Hans. Het derde alweer
Ik had gedacht dat ik dit jaar een heel ander traject zou gaan
volgen. Dan is het jaar nog maar drie weken oud en dan moet je
keuzes maken en alles weer bijstellen. Voor ieder die dit leest
is dit natuurlijk erg vaag en nog niet te snappen, maar uitleg
volgt:
Verwerkingsjaar
Het eerste jaar
zonder Hans was voor mij een verwerkingsjaar. Veel tijd en ruimte
genomen voor, hoe dat zo mooi gezegd wordt: rouwverwerking. Het
is een woord op zich, maar er zit zoveel meer achter. Net als
een steen die - als je die in het water gooit - ook van alles
in beweging zet, maar die tegelijkertijd ook van alles kan stopzetten.
De ziekteperiode die je na een jaar weer helemaal moest herbeleven.
Herinneringen aan een ontzettend heftige tijd. Weer een zware
tijd, maar wel goed geweest om dit weer opnieuw door te maken.
Toen je er middenin zat, had je niet de rust om te voelen wat
je moest voelen, een jaar later kon dat wel.
De maand december die er achteraan kwam, was anders, anders dan
voorgaande jaren. De glans van december is eraf. Niet dat ik de
maand december zou willen overslaan. Nee, zeer zeker niet. Ook
deze maand heeft nu wel weer wat. Het mooie vind ik nu dat ik
januari niet meer zo erg vind. Om deze tegenstelling nu te kunnen
voelen, heeft voor mij erg veel waarde. Als altijd maar de zon
schijnt, kun je daar ook niet meer van genieten. Storm, regen,
koude en donkere dagen hebben we nodig om de lichte dagen beter
te kunnen voelen.
Bezinningsjaar
Het tweede jaar
ging van oud op nieuw over in een ander jaar en ik verbaasde mij
erover dat er eigenlijk niets veranderd was. Ik ging mij niet
in een keer anders voelen nu dat eerste jaar voorbij was en dat
vond ik op dat moment vreemd. Later snapte ik de logica ervan
wel. Voor ons tijdsbegrip hanteren wij een kalender, je gevoel
werkt niet op een kalender, die gaat gewoon van de ene dag naar
de andere dag.
Dit tweede jaar is mijn bezinningsjaar geworden. Hoe wil ik verder
met mijn leven? Hoe leef ik door zonder Hans, zonder degene waar
ik toekomst mee had. Moet ik nu een heel andere toekomst proberen
in te vullen of maar gewoon verder gaan en op mij af laten komen
hoe er nu van mij verwacht werd mijn leven verder te leven? Ik
heb op een bepaald moment voor het tweede gekozen. Plannen kan
toch niet meer. Alles komt altijd anders dan je gedacht had en
als je daar tegenin gaat, is de teleurstelling elke keer weer
zo groot.
'Je lach komt uit dezelfde bron als je smart'
In mijn werk
heb ik keuzes moeten maken. Ik ben freelance boekhouder voor diverse
praktijken in de gezondheidszorg en ik heb nog wel de neiging
om teveel de verantwoording naar mij toe te trekken. Ik heb echt
moeten leren om mijn grenzen duidelijk aan te geven.
Mijn zus werd ziek. In het begin van het jaar diverse onderzoeken
in verband met een eventuele baarmoederhalskanker. Gelukkig waren
de uitslagen allemaal negatief. We hadden af en toe al tegen elkaar
gezegd dat we het nu wel even rustig wilden hebben. Even een half
jaartje geen gekke dingen, geen ziekenhuizen en bijbehorende spanningen
voor onderzoeken en uitslagen. Dit hebben we ook los gelaten.
Tegen elkaar gezegd: "laat maar komen zoals het komt".
Een week na de goede berichten van mijn zus werd bij mij diabetes
geconstateerd. Gelukkig type II, dus met medicijnen en een dieet
goed onder controle te houden.
In juni kreeg mijn zus een oproep voor het bevolkingsonderzoek
voor borstkanker. Een kleine week na het onderzoek kreeg ze een
telefoontje van de huisarts dat op de foto afwijkingen te zien
waren. Na een echo in het ziekenhuis werd borstkanker geconstateerd
en werd de procedure in gang gezet. Twee maal links borstbesparend
geopereerd, aan de rechterkant een biopsie (gelukkig goedaardig)
en in oktober begonnen met de radiotherapie (zes weken). Wat ik
heel goed vond van haar was, dat ze de humor niet kwijt is geraakt.
Ondanks toch heel veel spanning, emoties en verdrietige momenten,
brak bij haar soms die lach weer door. Zag ze iets komisch in
een situatie, of lagen we helemaal in een deuk om een opmerking
waarvan je later dacht: moest ik daar nu zo om lachen? Het komische
zal vaak wel met de opgebouwde spanning te maken hebben gehad,
maar haar relativeringsvermogen was soms enorm. En wat de profeet
(Kahlil Gibran) schrijft: "je lach komt uit dezelfde bron
als je smart".
Mijn kinderen en ik zijn vorig jaar ook voor het eerst op vakantie
geweest. Naar Londen. Doodeng, maar wel gedaan. Het heeft ons
goed gedaan. Het was een vakantie met Hans, zonder Hans. Hij was
erg aanwezig... afwezig. We hebben een erg mooie week gehad. Ik
weet nog dat ik uit het metrostation Bond Street zo Oxford Street
instapte, naar de bussen, taxi's en mensen keek en alleen maar
dacht: wauw, ik ben in Londen!. Dat gevoel heb ik de hele week
gehouden. De laatste dag liepen we terug via Hyde Park naar het
hotel en toen begon ik enorm te huilen. Dat ik zo genoten had,
dat ik Hans zo had gemist, dat ik toch weer genieten mag en kan.
Vrijwilligerswerk
Nu beschreef
ik in het begin van dit verhaal over een te volgen traject. Dat
had te maken met vrijwilligerswerk dat ik jaren geleden al had
willen oppakken, maar wat toen gewoon nog te vroeg was. Ik zou
graag voor willen gaan in avondwakes en uitvaarten binnen onze
(katholieke) kerk. Na het overlijden van Hans kreeg ik dat gevoel
wel weer. Ik heb steun gehad aan mensen binnen de kerk en ik wil
die steun ook wel verder geven.
In augustus vorig jaar kwam onverwacht een neef van mij te overlijden.
Zijn vrouw (een nichtje van mij) vroeg of mijn zus en ik wilden
helpen om de uitvaart voor te bereiden. Bij deze voorbereiding
vroegen wij ook iemand om hulp die in onze kerk in de werkgroep
vrijwilliger is. Hij vroeg mij toen of ik er niet wat meer mee
wilde doen.
Dat voelde erg goed op dat moment. Omdat ik eerst een goede basis
wil hebben, heb ik mij opgegeven voor de modules: Avondwake, Gespreksvoering
en Uitvaart. Wel met de gedachte: als het niet lukt, of niet goed
voelt dan stop ik er mee. Na het volgen van de cursussen zou ik
deel uit gaan maken van de vrijwilligersgroep "rond overlijden".
Met de Avondwakecursus ben ik in november begonnen en deze duurde
tot eind december. Ik heb dit een erg waardevolle cursus gevonden.
Ook het contact met de medecursisten vond ik erg bijzonder. Ook
in november heb ik een dienst voorbereid voor de bijzetting van
een urn in een urnengraf op het kerkhof. Voelde ook weer erg goed
om dat te kunnen doen.
Weer
een andere december dan het jaar ervoor
En toen werd
het weer december. Weer een andere december dan het jaar ervoor.
Wel weer zonder die glans van vroeger. Wel genieten van de lichtjes.
Geen zin om binnen te versieren, wel leuk om buiten de lampjes
neer te hangen. Het donkere buiten een beetje verdrijven. Kerst
was ook gezellig. Ik had nu alleen geen zin in feestelijke vieringen,
dus ik ben naar de nachtmis in de kapel van het ziekenhuis gegaan
met de kinderen. Dat vond ik mooi. Een vrij eenvoudige viering
met alleen die dingen die belangrijk zijn op zo'n avond: warmte
en aandacht voor elkaar. Tijd om na te denken over wat het kerstfeest
voor jou betekent. Gewoon twee rustige dagen. We hebben een wandeling
gemaakt, een lichtje bij het graf van Hans neergezet, wat gelezen
of TV gekeken en op beide dagen ook gewoon lekker gegeten. Gelukkig
vrij tussen kerst en oud/nieuw. 's Avonds terugkijken op de dag
en je realiseren dat je eigenlijk niets gedaan hebt. Alleen maar
kranten en tijdschriften gelezen, gewandeld, getutteld, heerlijk
rustig dus.
Het werd weer oudejaarsdag. De sterfdag van Hans. Vrienden en
familie kwamen langs. Gewoon even praten. Er even voor ons zijn
op deze dag. De jongste die deze dag weer wat anders kon invullen;
een invulling die ik twee jaar geleden wel kon bedenken maar nog
niet kon voorstellen dat dat weer mogelijk zou zijn.
Gewoon
weer oppakken waar je vóór de kerstdagen gebleven
was
En dan wordt
het weer januari. Gewoon weer oppakken waar je vóór
de kerstdagen gebleven was. De cursus Avondwake was beëindigd
in december en de volgende, gespreksvoering, begon.
In die eerste week van januari overleed ook de man van een lieve
- oudere - vriendin van ons. Op 9 januari (ook de verjaardag van
Hans) was de avondwake. Mijn vader en zus zouden daar ook komen,
maar tot na het bezoek aan de aula had ik ze nog steeds niet gezien.
Toen ik vanuit de auto opbelde, hoorde ik van mijn zus dat mijn
vader ziek was geworden. Ik ben meteen doorgereden naar mijn vader
en hij had hoge koorts. De huisartsenpost gewaarschuwd en zij
constateerden acute zware longontsteking. Mijn zus zou bliiven
slapen en ik ging tegen twaalf uur naar huis. 's Nachts om vier
uur ging de telefoon: mijn vader had op dat moment 41.3 graden
koorts en mijn zus zou meteen de huisartsenpost weer bellen. Ik
ging op bed zitten en sloeg een vest om. Ik kon toch niet meer
slapen en wachtte op het telefoontje van mijn zus.
Toen de telefoon ging, nam ik vrij snel op. Het was alleen niet
mijn zus, maar de buurman. Mijn buurvrouw was net daarvoor overleden.
Ik schrok enorm, heb gauw een broek en een vest aangetrokken en
ben naar de buurman gegaan. Daar was het ambulancepersoneel nog
aanwezig en zij wachtten op de dokter. Ze hadden niets meer voor
de buurvrouw kunnen doen. Het was gewoon niet te bevatten. 's
Middags was ze nog even geweest om mij sterkte te wensen met deze
dag: "we denken aan je vandaag". Ik had de telefoon
meegenomen zodat ik tenminste bereikbaar was voor mijn zus. Tegen
de morgen was mijn vader in een rustige slaap gevallen en de koorts
was gelukkig ook iets gezakt.
De dag erna, de woensdag, had ik de tweede cursusavond. Ik heb
de cursusleider gebeld en uitgelegd waarom ik niet kon komen.
Veel nagedacht de daaropvolgende dagen. Is dit een eenmalige afzegging
vanwege de drukte of moet ik hier helemaal mee stoppen? Is dit
te volgen traject niet veel te vroeg voor mij? Moet ik niet meer
aan mezelf denken en aan mijn kinderen? Mijn dochter die nu in
het examenjaar zit. Mijn familie is, en vrienden zijn ook, erg
belangrijk voor mij. Daar wil ik ook graag tijd voor houden. Mijn
werk, dat natuurlijk ook veel van mij vraagt.
De ballon wat lichter laten worden
Ik weet nog
dat ik na het overlijden van Hans een soort ballon in mijn hoofd
had met allemaal verdrietige en moeilijke gedachten en herinneringen.
Aan de rand van die ballon zat een lichter stukje. Een stukje
waar het rustig is en mild, waar de zon scheen en het warm aanvoelde.
Die ballon zat er nu weer. Maar nu kan ik zelf de keuze maken
om die ballon wat lichter te laten worden. Accepteren dat "het
universum" dingen voor jou in petto heeft die je niet zelf
kunt sturen maar waar je wel van kunt leren. De keuze maken om
voor het lichtere te kiezen. Voor wat meer rust en regelmaat.
Om dan ook de onverwachte en moeilijke dingen te aanvaarden en
tijd voor te nemen.
Dat zijn de keuzes waar ik het in het begin over had. Het accepteren
dat zaken anders lopen dan jij gepland had en dat die keuzes weer
ruimte geven. Toen ik afgelopen zaterdag de beslissing had genomen,
voelde dat gewoon goed. Van diverse kanten kreeg ik de opmerking:
"zorg goed voor jezelf!". Ik geloof dat dat een
heel goed advies is. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen.
Als je goed voor jezelf zorgt, kun je ook goed voor anderen zorgen.
Dit wens ik iedereen toe: rust en ruimte om goed voor jezelf te
zorgen!
Lieve groeten,
Sabine Janssen-Davina, vrouw, geboren 16 maart 1959; partner Hans (51) is op 31 december 2003 overleden aan slokdarmkanker met uitzaaiingen naar de lever; een thuiswonende dochter en zoon; e-mailadres: janssen.davina@hccnet.nl
De maand januari
is de maand waarin Janny's sterfdag valt. Elk jaar, op 31 januari,
zijn mijn gedachten bij dat moment. Soms bewust, soms onbewust.
Monique en ik hebben niet een bepaald ritueel zoals sommige lotgenoten
heel trouw in stand houden op de sterfdag van hun overleden partner.
We laten het eigenlijk afhangen van het moment. Hoe we ons voelen.
We laten het gewoon gebeuren.
Voor mij is het op 31 januari 2006 precies negen jaar geleden
dat Janny stierf en ik een enorm gevoel van ontreddering onderging.
Het was alsof haar wezenlijke ik uit mijn zo vertrouwde bestaan
werd gerukt. En een rafelig gat naliet, zoals het gat in de krant
waar je het hoofdartikel uit hebt gescheurd. Onherstelbaar. De
krant heeft daarmee haar oorspronkelijke vorm verloren. Is het
de krant niet meer.
Die ene zin: "Soms sterft de dood en blijft het leven
eindeloos eindig leven" hing al de hele dag om me heen.
Die zin geeft naar mijn gevoel heel goed weer hoe het leven is,
wordt geleefd en wordt ondergaan. Met het leven als een hoopvolle
barricade tegen de dood, die de barricade van het leven wil slechten
in het eindeloos eindig gevecht tussen het leven en de onontkoombare
dood als afsluiting van het leven dat we eigenlijk het liefst
eindeloos zouden willen leven.
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren