Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de edities oktober en november 2005


1 oktober 2005

Hoofdredactioneel

Zeven jaar De Draaikolk

Het getal zeven is voor mensen die zich met dit soort "onzin" bezig houden vaak een geluksgetal. Ik ben gek op getallen en goochel daar ook vaak mee in symbolische zin. Er zijn mensen die er financieel mee jongleren, maar die worden tegenwoordig gelukkig steeds vaker opgepakt en met een telraam in de cel gegooid. Ik was weliswaar ooit bestemd om hoofdboekhouder van een autosloperij te worden, maar dat was een volstrekt verkeerde inschatting van de toenmalige hoofdboekhouder, niet van mij.

Getallen hebben door de eeuwenoude geschiedenis van de mensheid heen een bepaalde waarde gehad. De 6, de 7, de 11 en de 13 zijn wat dat betreft de meest bekende. Wie een beetje Bijbels is onderlegd (of veel horrorfilms over dit onderwerp heeft gezien) weet, dat 666 het getal van het Beest is in Openbaringen. Wat mezelf betreft blijken er verschillende getallen een rol in mijn leven te spelen: de 7 en een meervoud daarvan, de 6 en de 13. De laatste tijd komt de 13 steeds vaker in mijn leven voor en dat valt op. De 13 was het geluksgetal voordat één of andere paus in een ver verleden besliste dat dit de 7 moest zijn. Ik heb het niet zo met pausen die over mijn geluksgetal beslissen. Dat neemt niet weg dat ik - nadat ik kanker kreeg - na zeven jaar nog mooi leef, ook al gaat het niet helemaal van een leien dakje. En De Draaikolk bestaat nu zeven jaar. Wat mij betreft mag die zeven dus best een geluksgetal blijven. Maar ik hou de 13 zelf wel als reservegetal, zeg maar.

Zeven jaar De Draaikolk is voor Internetbegrippen relatief lang. Want het kost toch aardig wat energie (en natuurlijk ook tijd en geld) om deze site als mede lotgenoten op een goede manier op het net actief te houden. Vanaf eind juli 1999 ben ik begonnen met het tellen van de bezoekers. Dat zijn er tot nu toe bijna 200.000. Ook een getal. Het zegt iets over de waarde van De Draaikolk. Niet alles, wel iets. De inhoud kunnen onze lotgenoten nog steeds gratis lezen. Voor het deelnemen aan bepaalde rubrieken moeten we nu helaas een klein bedrag vragen om het financieel vol te kunnen houden, maar De Draaikolk blijft gewoon voor iedereen gratis toegankelijk. Alles wat er in die zeven jaar is geschreven, kun je in het archief terug vinden. Honderden, misschien wel duizenden artikelen, reacties, gedachten en gedichten. Heel veel in ieder geval. Allemaal onder te brengen in getallen.

Maar achter al die getallen die ik nu noem, gaan heel veel lotgenoten schuil. De mensen achter de op zich kille getallen. De lotgenoten die hun gevoelens van verdriet en hoop met ons wilden delen, durfden te delen. En dat nog steeds doen. De mensen, lotgenoten maar ook andere geïnteresseerden, die al die verhalen hebben gelezen en er, naar we hopen, op hun beurt weer troost uit hebben geput. En dat is waar het om gaat: de mens achter het verdriet. We hebben in de zeven jaar die achter ons ligt steeds geprobeerd om die mens centraal te stellen in alles wat we met De Draaikolk deden. We hopen dat samen, Monique en ik, (nog) op z'n minst nog zeven jaar te kunnen doen. 7 en 7 is 14. We zijn met z'n tweeën en 2 maal 14 is 28. Laat dat nou ons huisnummer zijn En we zijn getrouwd op 14-2. Dat was in 2002. En 2 maal 2 is vier en dat klopt. We zijn met z'n vieren….

Maar ach, dát zijn maar getallen. Het is maar goed dat ik het edele boekhoudvak nooit echt heb geambieerd. En een goede numeroloog zal ik ook nooit worden. Terecht. Want de mensen, die honderdduizenden mensen die De Draaikolk in de afgelopen zeven jaren hebben bezocht, herinner ik me, voor zover ik me zoveel mensen kan herinneren, als mensen die, net als ik, het liefste verloren van wat ze hadden: hun levenshelft. En vanaf dat moment hun leven ontredderd leefden als een totale draaikolk. Monique en ik hopen dat we er een klein beetje aan hebben kunnen bijdragen om van die woeste draaikolk een wat rustiger rimpel in de levensvijver te maken. We zullen proberen dat steeds te blijven doen.

(En wat die foto betreft: dat zijn allemaal schapenwolkjes bij een mooie zonsondergang. Ik heb me laten vertellen dat we mooi weer kunnen verwachten, vandaar...)

Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk


1 oktober-15 november 2005

18 weken

"Dat wordt dus
18 weken chemokuur"
zei mijn oncoloog

Ik keek hem aan, terwijl
mijn gedachten
snel verdwaalden
in de draaikolk van
mijn verleden
toen hetzelfde tegen
mijn vrouw werd gezegd

Ik knikte
Dat was alles wat ik kon doen,
terwijl mijn hart opnieuw huilde
om het verlies van toen.

29 september 2005

*

Herfsttijd

De herfst slorpt het groene landschap op
en verft de bladeren geel in gouden rand
Ik kijk dromend naar het spelen van de zon
en naar de scherpe schaduwen op het
door de herfstbui nat geworden zand
en wou dat ik de tijd stil zetten kon

Want soms vergt de tijd méér
dan we vaak kunnen verdragen
Nog even en de herfst is weer voorbij
en daar zijn ze dan: de donkere dagen

Daarom zet ik in gedachten toch
mijn eigen tijd maar even stil
Omdat ik ongestoord nog even
van een mooie herfst genieten wil

1 oktober 2005

*

© Bert Vos - 2005


Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 34 - Wieneke van Rossum

7 oktober 2005

Hallo Agnes,

Laten we gelijk maar met het filosofische deel beginnen, dan hebben we dat gehad.
Als ik de eerste twee alinea's van jouw brief samenvat, kunnen we tot de conclusie komen dat iedereen toch weer anders op rouw reageert. Er zijn natuurlijk verschrikkelijk veel overeenkomsten, maar hoe die ontvangen worden is heel verschillend. Waar de een zo overheen stapt, doet de ander pijn. Daarom is het ook zo moeilijk om de juiste woorden te vinden, want je weet nooit hoe die bij de ontvanger aankomen. Alle bedoelingen zijn goed, maar toch geloof ik dat mensen, die een dergelijke situatie al eerder hebben meegemaakt, vaak eerder de plank raak slaan dan anderen. En al die stereotiepe vragen, daar erger ik me ook aan. Dan kun je maar beter je mond houden of zeggen dat je niet weet wat je zeggen moet. Alles is een wisselwerking. In veel gevallen krijg je zulke opmerkingen tussen neus en lippen door en leent zich de situatie er niet voor er dieper op in te gaan en heeft het je ziel al geraakt.
Niet alleen tijdens rouw hoor je vragen die je pijn doen, ook in andere situaties kan het verkeerd overkomen. Ik denk bijvoorbeeld dat Bert het woord "sterkte" zijn neus inmiddels uitkomt. Toch bedoelt iedereen het goed. Iets originelers verzinnen is moeilijk omdat je niet weet hoe het overkomt. Ik wilde niet in clichés vervallen en toch had ik moeite met mijn wens "laat je niet kisten". Gelukkig reageerde hij positief met de mededeling dat hij die ook nog niet besteld had. Maar voor hetzelfde geld komt het anders over. Taal en communicatie blijft een interessante wisselwerking en in geval van ziekte of rouw ben je hier extra vatbaar voor.

Mijn vakantie zit er weer op en ik heb er wel een erg culturele obstipatie aan overgehouden. Sicilië heeft veel cultuur en natuur, maar persoonlijk had ik iets meer natuur willen hebben. Die Griekse tempels heb je op een gegeven moment wel gezien. Wat ik heel bijzonder vond, was een wandeling op bijna 3.000 meter op de Etna, waarbij je op de hete lava loopt. Graaf je in de grond, dan zijn de stenen zo heet dat je ze niet eens vast kunt houden.
Ik maak foto's (nog lekker ouderwets met een spiegelreflexcamera), maar geen reisverslagen. Wel lees ik vaak na de reis nog heel veel over het land, of bekijk films nog een keer. Ik ben nu de "Godfather" opnieuw aan het bekijken. Het Theater Massimo in Palermo hebben we bezocht en daar zijn o.a ook scènes opgenomen. En de film "Kaos" wil ik ook weer zien. Ik ben sowieso al dol op reisverhalen, maar als je er zelf geweest bent, herken je het veel meer.
Dat op reis gaan is ook wel heel dubbel: ik heb veel afleiding, maar zo vaak speelt door mijn hoofd wat Frits allemaal moet missen en wat hij hiervan genoten zou hebben. Sicilië heeft ook een link met hem: op zijn crematie speelde bij binnenkomst de "Godfather's wals", prachtige Siciliaanse muziek, waarbij ik nog steeds een traan moet wegpinken. Tevens mis je je feedback thuis. Je vertelt je verhalen wel, maar er is niemand meer die er ook bij was en waarmee je verhalen kunt uitwisselen. Aan de ene kant geniet ik van zo'n reis en aan de andere kant geeft het een verschrikkelijke kater.

Ja, mijn leven zie ik ook in periodes opgedeeld. Maar dan in drie periodes van ongeveer vijfentwintig jaar. Ik was bijna vijfentwintig toen we trouwden en bijna vijftig toen hij overleed. Als het mee zit, hoop ik nog eens vijfentwintig jaar vol te maken, maar dan weer zonder hem. Veel kennissen zijn nu dertig jaar getrouwd en dat hadden wij er anders ook op zitten. Zo kom je elke keer weer in een fase van herkenning wat je nu samen mist.

Ben je alweer wat opgeknapt? Je weerstand is door al dat klussen natuurlijk ook op een laag pitje. En je mist je hulp van Cees of Andries erbij, alles komt dus op jouw schouders terecht.
Ik had vorig jaar, toen ik met dat virus lag, ook datzelfde gevoel. Ik was nog te beroerd om water te pakken, laat staan dat er iemand met een vruchtensapje kwam. In het ziekenhuis kreeg ik dus gelijk een infuus omdat ik uitgedroogd was, terwijl ik zelf vond dat ik best wel wat gedronken had. Dat herinnert me aan wat een vriend eens vertelde: zijn moeder (al jaren weduwe) lag graag in het ziekenhuis en probeerde vaak opgenomen te worden. Later begreep hij waarom: er werd constant voor haar gezorgd en ze kreeg veel aandacht, terwijl haar kinderen toch vaak bij haar kwamen. Ik kan me hier wel iets bij voorstellen, maar gelukkig is het met mij zo ver nog niet. Ik kan me trouwens wel gezelliger plekken voorstellen dan zo'n ziekenhuis!

Ik ga nog even een schaatsles voorbereiden. Vrijdag start ik de eerste les weer met tien kinderen, die ik de eerste beginselen ga bijbrengen. Zelf heb ik afgelopen zondag voor het eerst weer geschaatst. Het ging weer lekker en gelukkig had ik geen enkele angst. Wel moet ik mezelf inprenten geen risico's te nemen en natuurijs ga ik niet meer op. Na afloop voel je je heerlijk, net alsof je een lange strandwandeling hebt gemaakt.

Tot gauw.

Liefs, Wieneke

P.S.: Oh ja, die kookboeken… Ik weet daar niet zoveel van want ik vind koken een noodzakelijk kwaad. Er zijn bijvoorbeeld de volgende titels: "Lekker kokkerellen voor jezelf" (voor diegenen met weinig tijd om te koken maar die wel plezier in het koken hebben) en "Lekker koken voor jezelf."
Kunnen we geen kookboek uitgeven "En daarna lekker eten, alleen met jezelf"? Hoe verzinnen ze die titels! Misschien heb je er wat aan.

***

Brief 35 - Agnes Ostendorf

28 oktober 2005

Hoi Wieneke,

Sorry, ik ben een week te laat. Maar mijn hoofd stond echt niet naar het schrijven van een brief. Ik kreeg vorige week een telefoontje dat de moeder van Andries is overleden. Na het overlijden van Andries heb ik haar niet meer gezien of gesproken. Zijn ouders waren immers niet echt blij met mij.
Toen ik het telefoontje van Andries z'n oudste dochter Julia kreeg, was ik toch stil. Het verdriet van haar was zo groot, zo herkenbaar. Samen hebben wij immers het laatste half jaar van Andries z'n leven elke dag heen en weer gereden naar het AMC in Amsterdam, samen hebben we gezorgd dat hij opgenomen kon worden in het verpleeghuis, en samen hebben we na zijn overlijden alles geregeld.
Ze vertelde me dat haar oma de laatste weken heel erg op Andries was gaan lijken en daaruit begreep ik dat er meer verdriet bij haar is dan alleen het verdriet om het overlijden van haar oma. Het verdriet van toen kwam bij haar weer naar boven. Samen hebben we staan sniffen aan de telefoon. Volgende week komt ze weer een middagje bijkletsen. Ik hoop dat ik haar kan helpen en troosten.
Al met al, ben ik aardig van slag. Het doet me veel meer dan ik van mezelf verwacht had. Het constante verdrietige gevoel en de slapeloze nachten zijn weer terug.
Maar… voor de rest gaat alles goed!

Ik hoop dat jij je culturele obstipatie al weer te boven bent en dat al je foto's in je fotoalbum zitten. Met of zonder reisverslag. Het lijkt me trouwens heel apart om over lava te lopen. Hoe doe je dat met je schoenen? Smelten de zolen dan niet?
Volgend jaar wil ik ook uitgebreid op vakantie. Zeker drie weken weg. Maar ja, het is precies zoals jij in je brief al schreef: afleiding zat tijdens de reis, maar in je hoofd zeker weten dat de ander héél erg genoten zou hebben. Vakantie zonder je liefste is vakantie met een miezerige regenwolk boven je hoofd. Ik heb me dan ook opgegeven bij een groepje reislustige alleengaanden. Het, nu nog vage, plan is om in juni 2006 een rondreis door Europa te maken. Elk met zijn of haar eigen caravan, maar wel samen op weg. Binnenkort komen we voor de eerste keer bij elkaar om kennis te maken. Ik ben benieuwd.

Wat betreft de verbouwing. Ik heb een klusjesman ingeschakeld. Ik was het zat. Nog steeds die afwerklatjes niet geplaatst, nog steeds de plinten niet geschilderd, de lampen niet goed aangesloten, het stopcontact bij de boekenkast nog niet geplaatst, etc. etc. Al die kleine kl.. klusjes. We kunnen het zelf, maar de tijd ontbreekt. Het enige wat nu nog niet functioneert, is de douche en de wastafel. Ik douche dus bij de buren (lees: Maaike en René). Die hebben immers twee badkamers en zijn zo lief om er tijdelijk een aan mij af te staan. Nog anderhalve week en dan verwacht ik dat ECHT ALLES in mijn deel van het huis klaar is. En ik weet het héél zeker. Ik verbouw NOOIT meer!

Begin oktober had ik mijn eerste weekend als gespreksgroepbegeleidster bij een weekend van het CNK (Contactgroep Nabestaanden Kankerpatiënten). Vaak had ik het heel moeilijk als ik soms zag hoe groot het verdriet was bij de deelnemers, maar ook zag ik dat ze gesterkt en met rechte schouders na twee dagen weer naar huis gingen. Het was toch wel een heel aparte ervaring om te zien hoe de deelnemers vrijdagavond erg onzeker in het hotel aankwamen, gereserveerd en afwachtend over wat er allemaal zou gaan gebeuren. Gedurende het weekend zag ik ze met elkaar in gesprek gaan en wat later zag ik dat er adressen en telefoonnummers uitgewisseld werden. Zelf heb ik aan mijn eerste weekend als deelnemer van zo'n weekend een goede vriendin overgehouden.
Op de een of andere manier deed het mij ook goed dat ik anderen kon helpen met hun rouwproces, het overlijden van mijn mannen "gebruik" ik nu ook voor positieve zaken.

Maar weet je wat er ook weer aankomt? De zogenaamde gezellige maanden. Sinterklaas, kerst en oud- en nieuw. Nog steeds zou ik willen dat de homo sapiens (wij dus) ook een winterslaap konden houden. Gewoon vóór die donkere en zogenaamde gezellige maanden je bed in, deken c.q. dekbed over je hoofd en pas wakker worden als de narcissen boven de grond komen. Zou het wat zijn om met een ander groepje weduwen/weduwnaren vanaf kerst tot na nieuwjaar ergens die dagen door te brengen? Ik kijk wel eens naar advertenties van vakantiereizen tijdens die dagen, maar dat lijkt mij ook weer zo zielig. Allemaal mensen die alleen zijn. Maar dat is juist zo dubbel. We zijn toch ook alleen? Maar zijn we daarom zielig? Ik ben er nog niet uit.
Hoe vul jij die dagen in? Hoe zouden al die andere weduwen/weduwnaren die dagen invullen?

Even nog over die kookboeken. Ik heb niets in de bieb kunnen vinden, hoor. Een van de titels die jij opgaf, kon ik ook niet meer in de boekhandel krijgen. Wel heb ik een boekje gekocht dat heet "Lekker Single" geschreven door Declercq en Wouders. Reuze lekkere recepten en echt waar, ik begin zelfs al te experimenteren! Cees zou gezegd hebben: "zie je wel, als je wilt kun je alles!

Wieneke, doe je voorzichtig met dat geschaats van je. Ik vind je vreselijk sportief, hoor en neem m'n petje voor je af. Doe de groeten aan je meiden en tot de volgende brief.

Agnes Ostendorf


16 september 2005

Mannelijke lotgenoten, hoe gaat het nu met jullie?

Beste mannelijke lotgenoten,

De reden dat ik mij zo - via deze open brief - tot jullie richt is, dat in de zeven jaar dat de Draaikolk nu al weer bestaat, mij is opgevallen dat jullie verhoudingsgewijs zo weinig van jullie laten horen. Het zijn de reacties en bijdragen van vrouwen die veruit de meerderheid vormen. Naar de reden hiervan kan ik slechts gissen en dat doe ik dus maar niet.

Maar, hoe gaat het nu met jullie?                                                                                                                      

Vrouwelijke lotgenoten schrijven op de Draaikolk dat ze zich regelmatig kunnen herkennen in de gevoelens en ervaringen van de andere, dus veelal vrouwelijke, lotgenoten. Maar geldt dat ook voor jullie?

Ik vraag mij af: hoe gaan júllie om met de nieuwe realiteit waarmee je geconfronteerd bent, het opnieuw invulling geven aan je leven zonder jouw liefste. Waar kun je terecht met je gevoelens? Waar vindt je afleiding?
Hoe gaat het thuis, met het huishouden en de opvang van de kinderen als die er zijn? En als je geen kinderen hebt, hoe vul je dan de uren thuis? Waar vind je steun?
Heb je misschien nuttige tips voor jouw medelotgenoten op basis van de ervaring die je wellicht hebt opgedaan of zit je met prangende vragen die je graag zou willen voorleggen aan mannelijke lotgenoten?

Dit zijn zo enkele van de vragen die bij mij boven komen als ik aan jullie denk. Laat eens wat van je horen, zodat jouw mede mannelijke lotgenoten zichzelf ook eens kunnen spiegelen aan een ander en omgekeerd. Wie weet wat dit oplevert, voor hen maar ook voor jou.

Jouw reactie kun je sturen naar:

Monique Vos, hoofdredactie De Draaikolk, e-mailadres: info@draaikolk.com


Ik ben niet in staat gesteld samen de 'normale' relatieproblemen te mogen oplossen

31 oktober 2005

Het is inmiddels vijf jaar geleden dat mijn vrouw op 36-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker is overleden. De ziekte had eerst vijf jaren weggesnoept alvorens mij, zonder haar, maar met een lieve toen 6-jarige dochter achter te laten.

Er is in die afgelopen vijf jaren veel veranderd. Naast het verdriet merk ik vooral het laatste jaar erg veel boosheid. Door gesprekken en contacten met hoofdzakelijk gescheiden moeders merk ik voor een deel waar deze boosheid vandaan komt. Een 'normale' relatie kent ups en downs, er kunnen spanningen ontstaan die uitgewerkt moeten worden. Sommige relaties vinden nieuwe wegen en oplossingen, andere relaties stranden. Het conflict biedt mogelijkheden om ieder goed naar jezelf te kijken. Waar sta je in het leven en wat los je samen op.
Het grote probleem bij een slepend ziekteproces, in mijn geval vijf jaar, is dat het uitwerken van spanningen niet mogelijk is. De partner is ernstig ziek en je moet als partner heel veel slikken. Hierdoor blijft een hoop in de lucht hangen. Je rol als partner en de bijbehorende plichten, zoals tijdens de huwelijksplechtigheid zo mooi wordt gezegd 'voor haar zorgen totdat de dood er op volgt', blijven bestaan. Hier heb ik geen enkele moeite mee gehad en dit met veel liefde gedaan. Ik wilde heel goed voor haar zorgen en de nog resterende tijd zo mooi mogelijk samen beleven. Wat ik nu achteraf merk is dat ik niet in staat ben gesteld samen de 'normale' relatieproblemen te mogen oplossen. Het voelt nu als een ongelijke strijd. Bij gescheiden partners is het een bewuste keuze op basis van gelijkwaardigheid met naar mijn mening vergelijkbare 'gevoelens van rouw'. Ik herkende in ieder geval veel vergelijkbare gevoelens tijdens de gesprekken met moeders die besloten hadden te gaan scheiden. Die leefden bij mij ook, alleen kon ik er niets mee doen.

Het eerste jaar na het overlijden van mijn vrouw probeerde ik de sfeer in huis en de sociale contacten op peil te houden alsof mijn vrouw nog leefde. Dit was echter onhaalbaar en stond ook te ver van mij af. Je merkt dan dat er tijdens het leven een rolverdeling was die nu ontbrak. Bepaalde contacten haakten af en ik merkte dat dit noodzakelijk was om uiteindelijk weer mijn eigen leven op te bouwen. Een leven zonder de vrouw waar je van houdt, met een dochter, maar vooral met een levensgevoel en instelling alsof je vrouw nog in leven was. Mijn vrouw was net geregistreerd als Huisarts, we hadden samen naar dit moment toegeleefd. Een nieuwe levensfase zou beginnen en na al de jaren die ik haar met de studie en opleiding had ondersteund kon ik me eindelijk gaan toeleggen op mijn eigen leven. Dat kon ik nu, maar zonder haar. Ik voelde me aan één kant enorm bevrijd van de onzekerheid maar voelde tegelijkertijd de angst om nu, in al haar facetten, een eigen leven te moeten opbouwen. Daarnaast voelde ik veel verdriet en eenzaamheid doordat ik de opvoeding van onze dochter nu alleen moest verzorgen. Ik ben gestopt met werken om me meer toe te leggen op de opvoeding.

Ook op mijn werk voelde ik dat men begrip had voor mijn situatie. Het is alleen net als kauwgum, na een jaar ebt de smaak weg en zien collega's bij mij alleen nog maar de privileges die ik door mijn situatie heb kunnen verwerven. De redenen waarom ik deze privileges had gekregen doen er dan niet meer toe. Voor mij reden om er uit te stappen. Me te richten op de opvoeding en op mijn eigen leven. De opvoeding ging aardig, mijn eigen leven is een moeilijker verhaal. Het is de rode draad die je zoekt maar niet kunt vinden. Soms maakt het mij wanhopig. Wel voel ik dat ik op de goede weg ben met zoeken.


met vriendelijke groet,

Aart van Stralen, Leiden; e-mailadres:
aart.van.stralen@autotent.nl


Ik heb ontzettend veel moeite om tijd voor mezelf vrij te maken

7 november 2005

Beste Monique,

Mijn naam is Erik Smoes en ik heb twee jongens van vijf en twee jaar.
Toen mijn vrouw zwanger was van de tweede kreeg ze last van een moedervlek op haar rug en die heeft ze laten wegsnijden. De eerste diagnose was dat het niet kwaadaardig zou zijn, maar na een paar weken kwam de huisarts met het bericht dat het een melanoom was. Hij bracht deze boodschap met een zeer ernstige ondertoon, wij zijn toen erg geschrokken. Ze moest later een groter deel weg laten halen in het ziekenhuis, wat de nodige voeten in aarde had omdat ze zwanger was. Het is weggehaald en ze is in oktober bevallen van een kerngezonde jongen (ruim tien pond). Vervolgens kreeg ze in november een knobbeltje in haar oksel en na onderzoek bleek dit een uitzaaiing te zijn. Geopereerd en vervolgens bestraald. De eerste berichten waren gunstig en we zijn vervolgens ook op vakantie geweest en hadden een fijne tijd ondanks de zorgen. Uiteindelijk bleek ze in oktober drie uitzaaiingen in de hersenen te hebben. Dit was ongeneselijk. Ze is nog een keer bestraald en heeft nog ongeveer zes maanden geleefd. Ik heb haar thuis verzorgd en tot aan haar sterven kunnen begeleiden met hulp van anderen.

Nu ben ik ruim een half jaar weduwnaar en in het begin valt het niet mee om weer regel in je leventje te krijgen. Maar met behulp van familie en vrienden krijg je stukje bij beetje weer een beetje grip op de thuissituatie.
Ik begin 's morgens om half tien, nadat ik de oudste naar school en de jongste naar de oppas heb gebracht. Als ik thuiskom is meestal mijn moeder of schoonmoeder er om op de kinderen te passen en voor het eten te zorgen. Vervolgens doe ik de jongens in bad en breng ze zelf naar bed.

Ik heb ontzettend veel moeite om tijd voor mezelf vrij te maken. Het wordt me van alle kanten wel aangeboden, maar ik vind dat ik overdag al veel vraag van anderen en heb er dan moeite mee om dat 's avonds of in de weekenden ook nog eens te doen. Misschien is er een ander die dit kent en wat tips voor mij heeft?
Ik krijg wel steeds meer het gevoel dat ik dingen zelf met mijn gezin wil gaan doen, maar je bent zo afhankelijk van anderen en wilt niemand voor de kop stoten.

Wat betreft gevoelens uiten bij anderen is dat heel moeilijk want de mensen leven wel met je mee, maar weten meestal niet wat je voelt. Afgelopen zaterdag 5 november ben ik naar een lotgenotendag geweest en daar vindt je wel begrip en ik zal in de toekomst zeker nog eens gaan.

Ik heb al veel getypt en op de een of andere manier lucht dit toch op.

Met vriendelijke groet,

Erik Smoes, Vriezenveen; e-mailadres: erik.christi@home.nl


Ik was te makkelijk en voelde dat ik geen moederrol kon vervullen, hoe ik mijn best ook deed.

28 november 2005

Hallo lotgenoten,

Mijn vriendin gaf me het zetje dat ik nodig had om dit stukje te schrijven. Ze attendeerde me op de behoefte aan verhalen van mannelijke lotgenoten. Nu eindelijk zal ik mij voorstellen aan jullie. Ik ben Kees van Paridon, drieënveertig jaar oud en vader van twee kinderen: Rick twaalf jaar en Alison negen jaar oud.

Het is nu bijna twee jaar geleden dat ik mijn vrouw Judith verloor aan een rot ziekte die borstkanker heet. Het was voorjaar toen we een telefoontje uit het ziekenhuis kregen met de mededeling "u hebt borstkanker en we moeten u snel gaan behandelen." Zij onderging daarna de moeilijke behandelingen: chemo, operatie, bestralingen en nog veel meer waarmee ik jullie niet zal vervelen. Nu zal iedereen, die ook te maken heeft gehad met een partner met een ziekte als kanker, weten wat er allemaal door je heen gaat. De dagen na de chemo, en vooral de bezoeken aan de artsen voor de uitslagen, waren voor ons een marteling. De spanningen vooraf waren groot en zijn alleen te begrijpen door lotgenoten die ook dit hebben moeten doorstaan.
Na twee operaties, vierentwintig chemokuren en vijfentwintig bestralingen was de tumor verdwenen. We waren blij en opgelucht, maar wisten ook dat er nog van alles mis kon gaan en dat ging het ook.
We waren op vakantie in Zeeland toen ze veel pijn in haar heup kreeg. Bij thuiskomst lieten we direct een botscan maken en die middag kwam het verschrikkelijke telefoontje uit het ziekenhuis: "Er zijn diverse uitzaaiingen gevonden in uw botten en wervelkolom. We kunnen u niet meer beter maken."
Na drie dagen van huilen met elkaar en de kinderen, die ook heel dicht bij de ziekte en behandelingen betrokken waren, zijn we doorgegaan met de diverse behandelingen, maar het mocht niet meer baten.
Op 10 december 2003 is Judith overleden, zij was 41 jaar oud.

Ik voelde me verslagen en wist niet wat me te wachten stond om nu alleen twee kinderen te moeten opvoeden. Ik moest van mijzelf doorgaan en alles zo goed mogelijk doen, maar het lukte niet altijd zoals ik wilde. Ik was te makkelijk en voelde dat ik geen moederrol kon vervullen, hoe ik mijn best ook deed.
Met de kinderen ging het naar omstandigheden best goed, maar ik zat in een roes en deed de dingen die ik moest doen op de automaat. We hadden natuurlijk steun aan de familie en vrienden, maar gek genoeg zat ik niet te wachten op de goedbedoelde adviezen.

De grootste steun kwam uit een onverwachte hoek. Ik kwam bij toeval in contact met een medium die mij dingen vertelde over Judith die alleen ík kon weten. Ik putte daar kracht uit en leefde weer op. Voelde dat het leven niet ophield na de dood, terwijl ik daarvoor echt niet zo'n "Char-typje" was.
Op een avond zat ik op de site van het medium te lezen en zag in haar gastenboek een bericht staan dat mij gek genoeg iets deed. Wat? Ik weet het niet, maar het raakte mij op een vreemde manier. Ik besloot, zonder nadenken, te reageren op het bericht en ik mailde, zonder me af te vragen aan wie, wat en waarom. Maar het voelde gewoon goed.
Het duurde niet lang of ik kreeg een mail terug van een vrouw die ook haar partner was verloren en ook verdriet en pijn had. Het voelde vreemd, maar ook heel vertrouwd. Er ging een gevoel van geluk door mij heen. We mailden veel met elkaar en steunden elkaar waar we konden. Het was gek, maar ik voelde een intense liefde voor haar terwijl ik haar niet eens kende, alleen via mail.
Ook bij haar kwam er een gevoel van bestemming, heel vreemd en heel verwarrend. We waren helemaal niet op zoek naar een nieuwe relatie maar het gebeurde gewoon. We besloten na enige tijd om elkaar te ontmoeten, heel spannend spraken we af bij een station in de avond. Ik had haar uitgelegd in wat voor auto ik zou komen.

Wat er toen gebeurde was te mooi voor woorden. Ze stond plotseling voor mijn auto en er ging een flits van geluk en intense liefde door mij heen. Ze was mooier dan ik me kon voorstellen, maar ik zag ook pijn en verdriet in haar mooie ogen. Een beetje ongemakkelijk vielen we in elkaar's armen, het voelde vertrouwd en bestemd. Kortom, ik voelde mij weer mens en leefde weer op. We spraken veel over ons verlies en huilden samen. Ook konden we weer lachen en begon ons leven weer zin te krijgen.
We besloten het met de kinderen rustig aan te doen en het een beetje geheim te houden, maar probeer maar eens tegenover je kinderen verliefdheid te verbergen, dat lukte niet. Het viel hen op dat ik weer lachte en danste op muziek. Ik wou ook niks liever dan hen over die vrouw vertellen, maar had natuurlijk ook rekening te houden met hun gevoelens. Het kon dus ook niet uitblijven om een keer met z'n vieren iets te doen. Rond de kerstdagen zijn we naar een kerstmarkt geweest met de kids (en zenuwachtig dat we waren alle vier!) en wonder boven wonder: het klikte meteen tussen hen. Ook voor de kinderen was het vreemd om weer met een vrouw iets leuks te doen, maar ook dát ging zo natuurlijk en bestemd, het voelde goed. We waren, voordat we er erg in hadden, weer een gezin.

Om mijn verhaal niet te lang te maken: we wonen nu alweer bijna een jaar samen en natuurlijk niet alleen maar met een lach, er zijn ook mindere momenten. Momenten van wennen en bang zijn om weer iemand kwijt te raken, want het leven bestaat niet alleen maar uit zonnige kanten.

Maar wat ik met mijn verhaal aan jullie wil vertellen is...
Het verlies van je partner doet pijn, heel veel pijn, en gaat naar mijn gevoel nooit meer over. Ik voelde dat mijn geluk en liefde over waren en nooit meer terug zouden komen, maar toch: IK LEEF WEER en ben intens veel gaan houden van een bijzondere vrouw, waarmee ik hoop heel oud te worden.

Verlies en opnieuw beginnen? Het kan écht. Zoek het niet op, het overkomt je.

Veel sterkte aan iedereen.

Liefs,
Kees van Paridon, vader van een gezin; e-mailadres:
keesparidon@planet.nl


5 november 2005

Ruggesteuntjes (35) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos


Rouwgedichten
gedichten over leven en dood, van Bert Vos

Deze maand is het negen jaar geleden dat ik samen met Janny een paar weken doorbracht in Bourgondië in de herfst. In de Côte d'Or, een gerenommeerd wijngebied. Het was de tijd dat Janny aan haar laatste chemokuur bezig was. 5Fu. Met een Port-A-Cath, een pompje met een permanent infuus. Met als belangrijkste bijwerking voor haar de aantasting van haar handpalmen en voetzolen. Vandaar de kilo's vaseline en de witte handschoenen, die elke dag werden uitgekookt. Dezelfde kuur die mij begin oktober op een extreme wijze velde waardoor ik chemokuren verder wel kon vergeten. Het zij zo. Maar voor mij is die tijd, november 1996, opnieuw tot leven gekomen in onderstaand gedicht. Ik zocht er foto's bij die door Janny toen zijn gemaakt.

Herfstherinneringen

Een gouden waas
Dwarrelende blad'ren
Regen als een waterval
De laatste chemo
Côte d'Or

Veel lezen en een dagboek schrijven
Een knetterend haardvuur, een goed glas wijn
Tientallen witte handschoenen
handzaam hangend, stomend op een lijn

Wandelen langs ruïnes, heuvel op en heuvel af
door een oud verknoeste kloostertuin
Eenden, kippen, ganzen, zwanen
En raven in de bomenkruin

De laatste druiven eenzaam aan de ranken
Vergeelde velden in een gouden gloed
Rode, blauwe, gele bessen vogelvrij
In het dal luidt de torenklok in ijle klanken

Bijna tien jaar zijn nu alweer voorbij
Maar nog steeds zijn het haarscherpe beelden
In mijn gedachten gegrift alsof het nog maar
gisteren was: bitterzoete herfstherinneringen voor mij

In die herinneringen zie ik haar daar staan
En voel opnieuw haar pijn bij elke stap
En denk aan de angst die ik had
over hoe ik verder zonder haar moest gaan

Ik zie het nog steeds: die glimlach door haar pijn
En voelde toen opeens dat zij ook straks
Als ik het misschien nodig heb
altijd als een engel in mijn geest zal zijn.

Bert Vos - november 2005


17 november 2005

Samen Actief in… Noord-Holland

Op 18 oktober jl. heeft Silvia Stienstra via een oproep in onze subrubriek "Diverse Oproepen" (onderaan "Samen Actief") aangegeven dat zij

"graag in contact wil komen met lotgenoten die samen een groep willen vormen om bijvoorbeeld één keer in de veertien dagen samen te komen op een centrale plek om elkaar te steunen en te helpen. Het maakt haar niet uit om eventueel een stukje te rijden om ergens af te spreken, zodat lotgenoten die wat verder weg wonen ook kunnen komen."

Nog geen maand later ontvingen wij van Silvia het verslag van haar eerste dagje uit met lotgenoten van de Draaikolk:

14 november 2005

Hallo Bert en Monique,

Zondag hebben wij met zijn zevenen een heel prettige en gezellige middag in Zandvoort doorgebracht. Wij zijn in contact gekomen via de Draaikolk en hebben zomaar een keertje afgesproken om met zijn allen iets te ondernemen.

Het was heel bijzonder: zeven totaal verschillende personen, die elkaar totaal niet kenden, ontmoetten elkaar op een zonnig terras in Zandvoort. We dronken koffie en praatten met elkaar, we wandelden langs het strand en gingen daarna lekker uit eten. En al die tijd was er een ontspannen goede sfeer. We begrepen elkaar en hoefden elkaar eigenlijk niet uit te leggen hoe we ons voelden. We praatten en luisterden en dat was heel fijn omdat iedereen begreep wat je bedoelde als je wat vertelde.

Wat mij vooral opviel was het optimisme en de positiviteit die iedereen uitstraalde. Stuk voor stuk hebben wij allemaal onze allerliefste, onze andere helft verloren. Ons verdriet is heel diep en intens, maar allemaal trokken we erop uit om elkaar te ontmoeten en een gezellige dag te hebben. En dat is gelukt. Het was echt heel gezellig en zeker voor herhaling vatbaar!

Bedankt voor jullie geweldige steun via de Draaikolk.

Groetjes,
Silvia Stienstra


Het doet ons altijd weer goed te horen, wanneer een lotgenote/lotgenoot haar of zijn twijfels heeft weten te overwinnen en "gewoon" de stap heeft gezet om in persoonlijk contact te komen met andere lotgenoten. Net zoals Loes de Vos dit eerder in Zuid-Holland heeft gedaan.

En: goed voorbeeld doet natuurlijk goed volgen...

Durf jij het aan om het stokje van Silvia over te nemen om in jouw regio een soortgelijk initiatief te nemen?
Zo ja, stuur jouw oproep dan naar Bert en Monique Vos, e-mailadres:
info@draaikolk.com
Wie weet wat voor fijne contacten je eraan overhoudt.
(
Het plaatsen van een oproep is overigens gratis mits je al meedoet aan "Samen Actief")

Inmiddels kunnen we melden dat er twee nieuwe oproepen zijn binnengekomen van Riny Gibcus en Tineke Medema.


Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 36 - Wieneke van Rossum

11 november 2005

Hoi Agnes,

Hopelijk gaat het weer wat beter met jullie. Ik begrijp dat alles, na het sterven van Andries' moeder, weer bovenkomt. Als een ouder iemand sterft kun je daar wel vrede mee hebben, maar als je vader daaraan vooraf is gegaan, barst de wond weer open. Hopelijk hebben jullie elkaar kunnen helpen. Bij elk sterfgeval komen de herinneringen weer boven omdat het zo herkenbaar is. Er zou zo'n huilmuur moeten zijn waar je kunt uithuilen en troost kunt vinden. Religie biedt velen een troost en ik kan wel eens jaloers worden op die mensen die geloven. Maar geloven heb ik nooit gedaan en al had ik het gedaan, was ik er misschien niet meer toe in staat geweest. Mijn geweten is mijn geloof. Omdat het veel mensen steun kan bieden, zijn dit de mooie kanten van het geloof. Helaas ben ik er te nuchter voor en ook niet zo opgevoed. Frits was wel katholiek opgevoed, heeft zelfs op het seminarie gezeten, maar ook hij viel onder de afvalligen. Geloof was voor hem meer nostalgie, het deed hem aan de rituelen van vroeger denken.

We hebben al eerder in onze briefwisseling over die zogenaamd gezellige maand gehad die voor velen een worsteling is om door te komen. Nu hoef ik niet de hele winter in bed met een dekbed over mijn hoofd door te brengen, maar die laatste twee weken van december lenen zich er uitermate voor.
Met Sinterklaas heb ik niet zo veel moeite. We maken er een gezellig avondje van, waarbij de gedichten het hoogtepunt vormen. Met weemoed kijk ik terug naar de tijd dat die beste man écht bij ons langs kwam en later, toen de kinderen afvallig waren, we het spel doorspeelden.
Onze Sinterklaas gaf zijn verdiende geld namelijk aan een goed doel en dat hebben we nog jarenlang op deze wijze gesteund. Frits was de Sinterklaas op zijn werk en dat pak werd dan meegenomen en dan gingen we in de buurt bij vrienden langs. Zo stond er ook eens een Sinterklaas bij ons aan de deur, terwijl hij zich in het pak aan het hijsen was! Er ontstond natuurlijk een discussie wie nu de echte en de oudste was. Hij vond deze Sinterklaas maar een beunhaas. Met weemoed denk ik terug aan onze Sinterklaasfeesten, maar die herinneringen heb ik met kerst helemaal niet.

Zo half december vind ik het toch rare dagen worden: iedereen is zijn interieur aan het herscheppen en als ik al die lichtjes aan de huizen zie dan krijg ik spontaan jeuk. De rendieren en kerstmannen springen op je af, om nog maar niet te praten over die jengelende kerstmuziek.
In de winkels kan je over de hoofden lopen. Die kerstuitstalling begint nu al en gisteren ging ik al zowat over mijn nek van de oliebollengeur! En dat alles onder het mom van "gezellig". Op zulke momenten prefereer ik inderdaad een winterslaap.
Vakantie rond die tijd trekt me helemaal niet aan, ik geloof dat ik me nog eenzamer zal voelen, maar met zo'n groep lotgenoten is het natuurlijk anders. Ik denk niet dat we zielig zijn, wel geamputeerd. Ik bedenk me dat ik deze dagen nooit leuk heb gevonden, ook vroeger niet, dat gedwongen bij de familie zitten en maar (vr)eten. Hoe je daar nu een zinnige invulling aan kunt geven zodat iedereen het leuk vind, is mij nog steeds een raadsel.

Vorige week ben ik met Frits zijn collega en partner uit eten geweest. We doen dit twee keer per jaar en zo blijf ik tevens op de hoogte van het reilen en zeilen van de Sociale Dienst. Dat is ook niet om vrolijk van te worden en ik vraag me wel eens af wat hem met al dat georganiseer daar bespaard is gebleven. Ook is het interessant te horen hoe hij op de werkvloer was. In de toespraken bij zijn crematie werd hij de hemel in geprezen, nu hoor je wat meer achtergrondinformatie. Je man op de werkvloer gaat dan meer voor je leven en dan blijkt hij toch weer anders te zijn dan thuis. Hij liep dus gewoon bij vergaderingen die hij nutteloos vond weg met de mededeling dat hij weer aan het werk ging! Deze collega is in wezen ook een lotgenoot, ook híj heeft zijn vrouw op jonge leeftijd verloren, en je merkt gewoon dat er veel meer herkenning is.
Zo heb ik ook pas na zijn overlijden gehoord dat hij een bikkelharde voetballer was, niet lichamelijk gelukkig, maar psychologische oorlogsvoering was hem niet vreemd. Hij kon zijn tegenstander ongelofelijk lopen jennen door terloopse opmerkingen te maken. Grappig is dat je zulke dingen allemaal later hoort.

Toch heb ik het gevoel dat hij telkens verder af van me komt te staan. Herinneringen vervagen omdat de tijdspanne groter wordt. Linde zei van de week ook: "dat deed papa vroeger altijd" en toen dacht ik: ja, dat is ook zo. Ik zou zo graag alles vast willen houden van hoe hij was en wat hij deed, maar ik voel het me ontglippen. Merk jij dat nu ook?

Dat je tijdens je verbouwing nog tijd had om naar een weekend van het CNK te gaan, knap hoor! Het is fijn dat je andere lotgenoten kan helpen met jouw ervaringen, maar het blijft voor jou toch ook heel confronterend.

Ik hoop dat je klusjesman je verbouwing heeft afgerond en dat je nu echt van je huis kunt gaan genieten. Ik kan me voorstellen dat je het spuugzat was, maar met een verbouwing zal het wel net als bij een bevalling zijn: je roept "dat nooit meer!", maar als je het vergeten bent, begin je er misschien toch wel weer aan. Alleen zal het niet zo'n ingrijpende verbouwing meer hoeven zijn, of je moet weer verhuizen…

Agnes, ik stop er mee. Eind van de maand op mijn verjaardag gaan we een boom planten in het Wilhelminabos en in de volgende brief hoop ik je van deze ervaring deelgenoot te kunnen maken.

Liefs,
Wieneke

***

Brief 37 - Agnes Ostendorf

26 november 2005

Hallo Wieneke,

Even als eerste. Het gaat hartstikke goed met me, hoor. Het bezoekje van Andries z'n oudste dochter heeft ons beiden goed gedaan. We hebben inderdaad herinneringen opgehaald en dat gaf zowel bij haar als bij mij wel wat tranen, maar het zijn ook heel leuke en heel fijne herinneringen. Ik ben tot de conclusie gekomen dat het goed is zoals het was en het is goed zoals het nu is. Nou, wat kan ik beter wensen!

Inderdaad Wieneke, we hebben het vorig jaar ook uitgebreid over de "feestmaand" gehad. Maar ja, we krijgen er helaas elk jaar nieuwe lezers bij en wij als doorgewinterde weduwes weten inmiddels wat ons te wachten staat, we kunnen ons daartegen wapenen en onze voorzorgsmaatregelen nemen. Voor de nieuwelingen onder ons zal het wel slikken zijn. Ik benijd ze niet. Toch wil ik echt iedereen de allerbeste wensen meegeven voor het komende jaar en ik hoop dat iedereen in het jaar 2006 in ieder geval zijn of haar geluk weer vindt.

Voor wat betreft de kerst. Ik moet je bekennen dat ik tot het deel van het volk behoor dat de hele boel versiert. Ook buitenom moet er dit jaar aan geloven. Zelfs vlak na Cees z'n overlijden (9 december 1998) heb ik de kerstboom neergezet. Vreselijk huilend, dat wel. Maar de boom stond er en dat was voor mij belangrijk. Cees en ik genoten echt allebei van de kersttijd. Dat komt waarschijnlijk ook door onze vakanties in Zweden. Ik heb daar, zelfs een paar keer midden in de zomer, heel veel kerstboomversieringen gekocht. Allemaal rode houten spulletjes en prachtige andere decoratiedingen die je in Nederland nog nergens kon krijgen c.q. kopen. Iedereen had toen nog zilverkleurige, en hier en daar een voorzichtig gekleurde, boom. Wij hadden een boom met al die rode houten spulletjes en allemaal stiekem meegesmokkeld uit Zweden. Het ging natuurlijk niet alleen om die boom, maar ook om al die herinneringen aan geweldige vakanties die weer naar boven kwamen. Niet het eten was voor ons belangrijk (we aten zelfs boerenkool of zoiets) maar gewoon het lekker samen zijn, het aantutten met z'n tweeën. Eindelijk hadden we tijd voor elkaar. Ik had m'n studieboeken in m'n tas gelaten, aan m'n werk dacht ik ook eventjes niet en Cees had zijn bezigheden ook op een laag pitje gezet. Dat gevoel van 'samen met de kerst', ik blijf dat vreselijk missen. Vlak voor kerst kochten we altijd een groot gezelschapsspel voor ons gezin. Dat werd dan ook uitgebreid gespeeld. Ook Maaike heeft aan die dagen heel leuke herinneringen. En wees nou eerlijk, dat is toch goud waard! Ik koester die herinneringen en daarom staat mijn tegenwoordige "kersttijd" zo in schril contrast met de kerst van vroeger. Vandaar mijn verlangen naar een lange winterslaap.

Wat apart dat je via een collega van Frits er achter komt dat jouw Frits op z'n werk én op het voetbalveld een heel andere Frits is dan jij hem kent. Als ik zo las wat hij deed? Nou, dat was ook niet echt aardig, weglopen tijdens een vergadering en dat jennen op het voetbalveld. Hij deed dus aan "psychologische oorlogsvoering". Moest je niet vreselijk lachen toen je dat hoorde? En inderdaad ik heb het ook, dat bepaalde gewoontjes van vroeger verdwijnen. Het zakt gewoon weg. Het past niet meer in m'n leven van nu. Om maar een voorbeeld te noemen: wat moet ik met een gezelschapsspel voor de hele familie? M'n kast staat vol met die dingen en er is niemand met wie ik zo'n spel wil spelen. Kortom, alles is anders geworden. Ik ook.

Wieneke, weet je wat ik gedaan heb? Ik heb een strandwandeling gemaakt met zes andere lotgenoten. Silvia Stienstra had een oproep gedaan in "onze" Draaikolk. Ik (en nog een flink aantal anderen) hebben daarop gereageerd. Die wandeling en dat kletsen met elkaar heeft me verschrikkelijk veel goed gedaan. We zijn van plan contact met elkaar te houden en zo'n wandeling zeker nog een keer te doen. Het toeval wil dat één van de mensen die zich aangemeld heeft bij mij in het dorp woont. Helaas kon zij op de afgesproken datum niet meewandelen. Maar, mijn dorpsgenoot en ik gaan "samen actief" worden. Morgen hebben we voor de eerste keer afgesproken. Eerder lukte me niet want ik blijk het toch wel erg druk te hebben (hoe dat nou weer kan, weet ik ook niet.). Tja, eigenlijk raar, ik heb het druk met van alles en nog wat, maar voel me soms verschrikkelijk eenzaam en geamputeerd. Het rouwen is dus nog niet voorbij.

Ook ben ik weer een stukje verder in mijn praktische aanpak voor wat betreft het voeren van een eenpersoonshuishouden. Mijn kookprobleem heb ik voor een groot deel opgelost. Zoals je nog wel weet was ik een grootverbruiker van maaltijden van die ijskoude firma. Dat is verleden tijd. Bijna had ik de kookboeken bij het oud papier gegooid, maar net op tijd kreeg ik een briljante ingeving. En eigenlijk zo simpel… stom, stom, stom dat ik daar niet eerder aan gedacht heb.
Aan het eind van de middag spreek ik mezelf moed in, schenk gelijktijdig ook een glaasje witte wijn in en ga uitgebreid in m'n nieuwe keuken aan de slag. Ik kook een uitgebreide maaltijd voor vier personen, precies zoals het in het kookboek staat aangegeven. Één maaltijd gaat keurig gedrapeerd op m'n bord en de rest verdeel ik over drie vierkante glazen schaaltjes waarvan ik een flink aantal bij een groot Zweeds warenhuis gekocht heb. M'n bord eet ik keurig leeg en de schaaltjes gaan, nadat ze flink zijn afgekoeld, lekker toegedekt met alu-folie m'n splinternieuwe vrieskastje in. Kijk, dat scheelt drie keer koken, want daar vind ik nog steeds niks aan. Inmiddels heb ik al een aardige collectie verschillende maaltijden klaarstaan voor gebruik. Als ik nu na een dag hondjes trimmen geen boterham met pindakaas wil maar gewoon lekker en gezond wil eten, zet ik zo'n schaaltje met een heerlijke maaltijd onder de gril of in de magnetron en het feest kan beginnen. Ik kan mezelf wel voor m'n kop slaan dat ik dat niet jaren eerder gedaan heb!

Wieneke, ik ben aan het eind van m'n brief gekomen en stuur hem op naar Bert en Monique. Ze zullen wel weer balen dat mijn brief eigenlijk een beetje te laat is. Maar ja, ik heb het druk (en ook een nieuwe pc met installatieproblemen, maar daarover misschien de volgende keer).

Lieve groeten aan je meiden en kop op komende weken, ze gaan vanzelf weer voorbij. We kunnen het, want wij zijn doorgewinterde weduwes!

Groetjes,
Agnes


23 november 2005

Het onderwijs als leerschool door Mirjana van Zeijderveld

Sinds september ben ik docent Engels aan het VMBO - een uitdagende baan, helemaal nieuw en bijzonder leerzaam. Voor mijn leerlingen én voor mij…
Ik ben blij dat ik mijn baan in het bedrijfsleven heb verruild voor eentje, waarbij elke dag anders is. Ik heb het nu ook over 'naar school gaan' in plaats van 'naar mijn werk gaan.' Zoals het nu is, is het goed. Ik ben de juiste weg ingeslagen, werk met mijn hart en ziel.

Soms is juf het alleen zelf ook even kwijt

Het valt alleen niet mee. Nog altijd heb ik van die dagen met een randje, dat ik Elout opeens weer zo mis - emotioneel opgestaan na een slechte nacht, wankel de dag begonnen (letterlijk dingen uit mijn handen laten vallen en mijn evenwicht kwijt zijn) en me afvragen: hoe kom ik hier nu weer doorheen?
Voorheen, in mijn oude baan, nam ik een kop koffie, dook achter mijn pc en liet de dag voorbijgaan. Wilde ik niet praten, dan hield ik me gewoon gedeisd. En ging het echt niet, dan nam ik mijn mobieltje en belde mijn vriend of een vriendin om even mijn hart te luchten. Werk was gewoon werk, niks meer en niks minder.

Nu sta ik na een slechte nacht voor de klas, elke twee uur voor een nieuwe groep jonge mensen die ik iets wil leren. Dit betekent ook: bij elke groep opnieuw 'pieken,' want mijn pubers zijn allen tussen de 14 en 17 jaar oud en vragen van mij 100% aandacht en inzet. Zij hebben daarnaast ook zo hun eigen sores en willen soms hun ei even bij mij kwijt - juf weet vast wel hoe de zaken opgelost moeten worden! Soms is juf het alleen zelf ook even kwijt en dat denkt ze dan maar even in stilte, het mobieltje in de tas...

Onrechtvaardigheid?

Ik kijk met belangstelling naar mijn rumoerige kids. De gemiddelde puber is zo goed te lezen - alle emoties worden uitvergroot, iets is héél erg, héél grappig, héél stom. Er is ruimte voor een huilbui, voor even schelden tegen elkaar, voor puberende nonchalance. De wereld en het universum draaien om de puber heen en hij of zij heeft het vreselijk zwaar, want alles is zo enorm onrechtvaardig…!
En ik? Ik voel me daar soms oud bij. Onrechtvaardigheid? Tja, dat gevoel ken ik maar al te goed…

Ik kreeg zelf verkering met Elout op de middelbare school, amper 18 jaar oud. Net zoals mijn leerlingen werd er hevig geseind vanuit het lokaal, moesten ook wij onder de les spontaan naar de wc met wel verdacht zwakke blazen, werden vrienden ingeschakeld om dat ene afspraakje te organiseren en keek ook ik vaker naar het plafond dan in mijn boek en wist ik alles toch wel beter (NU snap ik ook goed waarom mijn docenten zo gek konden worden van die pubers!) En net zoals mijn pubers deed ik dramatisch en dacht ik, dat de liefde van mij en Elout voor eeuwig en eeuwig was.

Via mijn leerlingen kijk ik in meerdere spiegels, mijn verleden in

Ik vind 'mijn' pubers aandoenlijk, grappig, arrogant, tolerant, verbazingwekkend, kinderlijk, sociaal, onzeker en dapper. Een heel scala aan emoties trekken nu dagelijks aan mij voorbij. Ik heb geeneens tijd om in mijn eentje te rouwen als ik temidden van mijn leerlingen sta. Ik blus andere brandjes, al dan niet vanwege de liefde en kijk zo via mijn leerlingen in meerdere spiegels, mijn verleden in. En al doende, zo voor de klas en temidden van alle uitvergrote emoties, krijgt mijn verdriet ongemerkt weer zijn plek.

We zijn dit schooljaar nog maar net begonnen en ik kan mijn kids naast de Engelse taal een heleboel meegeven voordat ze overgaan, of examen gaan doen en deze school achter zich laten. Maar zij geven mij nu ook al veel mee.

Dit is een pittige leerschool. En niet alleen voor mijn leerlingen...

Mirjana van Zeijderveld, vrouw, geboren 20 oktober 1974; verloor partner Elout (26) door een auto-ongeluk op 22 februari 2001; geen kinderen. Woonplaats: Wormerveer; interesse: kunst en cultuur. E-mailadres: mirjanaz@zonnet.nl


25 november 2005

Nooit meer is écht nooit meer, door Nel van Hengel

Gisteren was het twee jaar geleden dat mijn man Leo stierf en ons achterliet met ons grote verdriet.
Het eerste jaar was een jaar van afscheid nemen: van Leo, van mijn vader en van vrienden die onverwachts stierven. Het eerste jaar was ook een jaar van "overleven". Daarmee bedoel ik het dagelijkse leven wat op de "gewone" manier moest doorgaan met alle klusjes die hij al die jaren voor ons had gedaan.
Elke week de vuilnisbak buiten zetten (ik zag hem in gedachten lachen, al die keren dat ik het vergat en de bak op het karretje naar de stadswerf reed).
Ging ik weg voor een lange rit dan stond de auto altijd volgetankt, met de banden op spanning, voor mij klaar. Nog steeds vergeet ik regelmatig te tanken.
Autowassen heb ik nog nooit gedaan want dankzij onze zoon Erwin is de auto altijd schoon. De dagelijkse gang van zaken regelde mijn man als ik werken was. Nu staat de koffie nooit meer klaar.
Leo heeft onze zoon nooit instructies kunnen geven over het rijgedrag van een automobilist, hoeveel afstand er bijvoorbeeld moet zijn, en dat heeft hij erg gemist.
Vrienden van ons weten de weg niet meer naar ons huis.
De zorg voor onze verdrietige kinderen, die met vele ups en downs door het jaar kwamen en nóg hun downs hebben omdat zij hem missen.

Doorgaan met overleven…

Het tweede jaar brak aan en ik dacht: ik red het wel zoals hij dat voor ogen had. Ik had hulp van de rouwgroep en de herkenning en erkenning van verdriet en een stukje acceptatie van zijn overlijden.
Hulp van anderen toen dochter Yvonne zelfstandig ging wonen en haar huis wilde verbouwen en waar ze nu naar haar zin woont. Dochter Astrid die na drie maanden een fulltime baan had en nu met haar rijbewijs bezig is. Dochter Miranda die iemand ontmoette met wie zij verder wil en die zich nu afvraagt of haar vader hem ook "goedgekeurd" zou hebben. Zoon Erwin die een stukje school heeft afgerond en tóch weer verder gaat.
De drukte die dit alles met zich meebracht, eiste van mij dat ik moest doorgaan met overleven.

Maar toen…
De vakantie, de eerste zonder Leo of een van de kinderen, die anders liep dan gepland. Waarbij ik twaalf dagen alleen door Frankrijk reed met de camper. Waarin ik veel nagedacht, gehuild en gedroomd heb en waarin het slaapwandelen weer begon. Wat zal je wel niet gedacht hebben toen ik met motorpech - al jankend - weggesleept werd door Luxemburg en de sleepwagen niet onder de tunnel door kon en alles achteruit de berg op moest voor ons…

"Nooit meer"

De betekenis van het "nooit meer", dringt langzaam tot mij door.
Nooit meer samen praten, lachen, genieten.
Nooit meer mijn zorgen met hem kunnen delen.
Nooit meer iemand die tegen mij zegt: "dit zie je verkeerd, dit doe je verkeerd."
Nooit meer samen eten, nooit meer samen slapen.
Nooit meer 's nachts uit bed komen voor een beker thee als hij van zijn werk kwam om even bij te praten.
Nooit meer is écht nooit meer.

Leren omgaan met de stilte om mij heen

Nu moet ik hiermee leren omgaan, met de stilte om mij heen. Op zoek gaan naar een oplossing voor het slaapwandelen wanneer ik veel emoties heb, en ik weet dat die er komen want Miranda gaat samenwonen.
Leren leven met de eenzaamheid die hij achterliet, het alleen zijn, geen grapje of een opmerking als ik aan het hobbyen ben. De angst die er is als ik alleen op visite moet of alleen ergens een hapje ga eten. De angst dat ik val, en niemand die mij direct mist en vindt, is groot. Mijn zelfvertrouwen ben ik kwijt want ik ben mijn maatje kwijt.

Gisteren stond ik weer bij zijn graf, met bloemen in de herfstkleuren waar hij zo van genoot. Daar voelde ik zijn nabijheid weer en heb er weer wat moed gekregen om met het "nooit meer" te kunnen leven.
Ik mis mijn Leo, maar ooit zien wij elkaar weer.

Nel van Hengel-de Jong, vrouw, geboren 27 december 1953; partner Leo (1953) overleed op 24 november 2003 aan tumoren in long, bot- en hersenen; vier volwassen kinderen, waarvan één thuiswonend. Woonplaats: Spijkenisse. E-mailadres: n.vanhengel2@chello.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren