Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Alle teksten uit de edities augustus en september 2005
1 augustus
2005
Hoofdredactioneel: Hemelse tranen
We klagen als lotgenoten nogal eens over de donkere dagen van december. Het zijn duidelijk onze dagen niet. Somber, donker, verdrietig makend vaak. Leuk is anders, zeg maar. Teveel herinneringen, déjà vu gevoelens en heimwee naar die betere tijden van toen. Zodra het lente is leven we helemaal op. De korte dagen worden langer, de nachten korter. Zoals het eigenlijk altijd zou moeten zijn.
En na de lente komt de zomer. De tijd dat we normaal gesproken een tijdje met vakantie gaan. Ver weg of dicht bij huis, maakt niet uit. De tijd dat we alleen maar zon en warmte willen. De helderheid van ons bestaan mag best wat extra licht krijgen onder een lekker warm zonnetje. Maar de natuur is als het leven zelf. Ik heb het op deze en andere plaatsen al zo vaak betoogd.
Neem nou deze
zomer. De lente begon met een metershoog pak sneeuw en 20 graden
vorst, gevolgd door een soort hittegolfje en nu is het dus zomer.
Wat zeg ik, het is alweer augustus. En nu ik dit schrijf valt
de regen heel gestaag, traag verveeld uit de hemel. Logisch dat
de regen er verveeld uit ziet. Ze is al zoveel dagen, weken bezig
met het op gezette tijden laten vallen van al dat vocht op de
honderdduizenden vakantiegangers. Wij hadden zoveel positievere
verwachtingen van deze zomer, zoals we ook positievere verwachtingen
hadden van ons leven. Maar het gaat nooit zoals je verwacht.
Vandaar dat we het vaker dan ons lief is moeten doen met een grote
hoeveelheid hemelse tranen. Afgewisseld met grote hoeveelheden
hagel, windhozen en storm.
Zoals ik al
zei: de natuur is wispelturig en onvoorspelbaar als het leven
zelf. En elke keer maar weer moeten we ons ertoe dwingen om er
het beste van te maken. Toch?
Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk
Op 26 april
1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd
door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna
heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe",
waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen
(te vinden in het archief).
In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar
later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk"
haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd.
In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en
deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt
en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen
plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet
kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven"
andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een
toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot
- ondanks alle dubbele gevoelens en verdere tegenslagen - toch
en misschien wel nóg intenser van het leven kan gaan genieten.
Een leven dat weliswaar door het gemis nooit meer hetzelfde zal
worden. Een leven dat anders is, maar daarom zeker niet minder
waardevol.
(Bert Vos, hoofdredacteur)
Dubbel-leven (14 en slot) - Een overweldigend gevoel
Niets zo veranderlijk als de mens en vooral mensen zoals wij, niet helemaal in hun gewone doen. We hadden ons nog zo voorgenomen om verstandig te zijn en onze kampeervakantie op z'n minst tot het najaar uit te stellen. We zijn immers in februari nog op Lanzarote geweest? Maar ja, die vakantie viel in het water omdat Bert een dubbele longontsteking opliep en verliep bepaald niet ontspannen door de dagelijkse, noodzakelijke bezoeken aan het plaatselijke hospitaal. Die hele "vakantie" lijkt uit ons geheugen te zijn weggevaagd. "Gelukkig hebben we de foto's nog", maar zelfs die kunnen de bitterzoete nasmaak van die herinneringen niet wegnemen.
En nu? Amper tweeënhalve maand na Bert's ontslag uit het ziekenhuis voelt hij zich - wonder boven wonder - zo goed als hij zich in jaren niet meer heeft gevoeld. De pijn is bijna verdwenen, zijn spijsvertering is vrijwel weer op orde en wat vooral opvalt: hij bruist van de energie als nooit tevoren. Deze vitaliteit, die ik in ons vijfjarig samenzijn nog niet eerder heb mogen aanschouwen, heeft weer een positieve weerslag op mij en ik bedenk: als we nu op vakantie gaan, zouden we voor het eerst sinds jaren zonder zorgen op vakantie kunnen gaan. Zijn eerstvolgende controle staat pas voor half augustus op het programma. Geen specialist die tussentijds onze pret kan drukken. Nee, dit buitenkansje laten we ons niet ontnemen! We besluiten ons motto "Carpe Diem" ofwel "pluk de dag" opnieuw in praktijk te brengen. Bert wil me al jaren Berlijn laten zien en daar kunnen we binnen een dag zijn.
Al tijdens de voorbereidingen ben ik aangenaam verrast dat ik er nu niet langer alleen voor sta. Bert is in staat om actief mee te denken aan alles waar je zoal aan moet denken wanneer je op vakantie gaat met een caravan en dat is niet niks. Vooral voor iemand zoals ik, die tot voor vijf jaar geleden er niet over prakkiseerde om met een caravan op pad te gaan. En kleine, lichte zaken, worden door hem zelf ingepakt. Een ware verademing voor mij, waardoor mijn enthousiasme steeds groter wordt en alles, bij wijze van spreken, de caravan inrolt.
Een fase van euforie?
Bert heeft heel
wat op z'n lijstje staan wat hij mij wil laten zien. Het doet
me goed om hem zo opgetogen te zien, en toch kan ik niet nalaten
om me af te vragen of dit misschien een fase van euforie zal zijn.
Zal hij straks niet ineens inklappen? Moet ik hem afremmen, hem
laten genieten van het nu, of gewoon erop vertrouwen dat hij zich
werkelijk zo goed voelt? Dat laatste is haast te mooi om waar
te zijn, maar wie weet zijn de wonderen de wereld nog niet uit.
Omdat we zondags vroeg zijn aangekomen, gaan we nog dezelfde namiddag
even met de trein naar Berlijn. Het geeft Bert rust als hij weer
even zijn geheugen kan opfrissen waar nou precies het station
is, waar we de auto kunnen parkeren en hoe het gaat met het kopen
van kaartjes. Hierin verschillen wij duidelijk van karakter, want
het liefst wil ik zo'n eerste dag niets doen. Ik heb altijd tijd
nodig om even te acclimatiseren. Maar ja, een onrustige man helpt
ook niet mee aan het krijgen van dat gevoel, dus
We treffen het met het weer. Het schommelt rond de 25 graden en af en toe wanen we ons op een Zuid-Franse camping. Omdat je nooit weet hoe lang de weergoden ons gunstig gezind zullen zijn, besluiten we toch maar om de volgende dag de botanische tuin van Potsdam te gaan bekijken. Bert's als vanzelfsprekend gepresenteerde voorstel wordt door mij zwijgend maar ook wel met gemengde gevoelens ontvangen. Zo'n botanische tuin trekt altijd, om verschillende redenen. Je kunt er natuurlijk prachtige foto's maken van de meest exotische bloemen en planten en voor mij biedt dat de gelegenheid om mijn nieuwe van Bert cadeau gekregen zoomlens uit te proberen. Maar aan de andere kant weet ik uit ervaring dat zo'n tuin toch wel de nodige emoties bij mij zal oproepen. Aan herinneringen aan Suriname, het geboorteland van Eric, zal ik niet kunnen ontkomen, vrees ik.
De tuin is prachtig. Het is er heerlijk rustig en we trekken er de hele middag voor uit, al filmend en fotograferend. We besluiten al gauw richting de gigantische tropische kassen te lopen. En we worden niet teleurgesteld in wat we daarin aantreffen aan prachtige flora. Het is een lust voor onze (camera)ogen. Zo wordt ik bijvoorbeeld getroffen door de enorme variatie aan adembenemend mooie waterlelie's. Nooit geweten dat er zoveel soorten waren. En daar op die plek, waar ik voor het eerst mijn zoomlens zo mooi kon uitproberen, moet het zo ongeveer begonnen zijn. Het gevoel van ontroering door de aanblik van al die schoonheid. Zoals altijd wordt er dan ergens binnen in mij als vanzelfsprekend een link gelegd met Eric. Met het gemis van zijn aanwezigheid en gevoelens van spijt dat hij dit niet kan meemaken.
Gevoel van aanwezigheid?
We naderen al gauw de hoogste kas van de drie en stappen een nóg tropischer wereld binnen. Meteen voel ik me bevangen door de warme vochtigheid die als een deken over mij heenvalt. In gedachten zie ik Eric en mij uit het vliegtuig in Suriname stappen. De geuren en de aanblik van de metershoge palmbomen die hoog boven mij uittorenen, voeren mij terug naar het binnenland van Suriname. Een overweldigend gevoel maakt zich van mij meester, zoals ik dat nog niet eerder in deze mate heb gevoeld. Het brengt me in verwarring en ik zoek naar een plausibele verklaring voor dit nieuwe gevoel. Waarom laat ik mij hierdoor overweldigen? Ik had mij er immers op ingesteld dat dit kon gebeuren? En in een flits van een seconde gaat er door mij heen: ervaar ik nu een gevoel van zijn aanwezigheid, iets waar ik andere lotgenoten altijd zo om heb benijd?
Mijn betraande
ogen verschuilend achter mijn fotocamera loop ik door, terwijl
ik Bert's ogen voel prikken in mijn rug. Ik weet dat hij precies
aanvoelt hoe emotioneel dit voor mij moet zijn, want na zoveel
jaren is mijn pijn, zijn pijn geworden en omgekeerd.
Eenmaal weer buiten gekomen, wil Bert even met mij op een bankje
zitten. Even uitrusten en bijkomen van alles. Ook hem gaat dit
alles niet in de koude kleren zitten. Nu het zo goed met hem gaat
is onze hoop om een keer samen naar mijn schoonfamilie in Suriname
af te kunnen reizen weer aangewakkerd. Maar, zou zijn anderhalve
long die vochtige warmte wel aankunnen? Hij is er niet ontevreden
over, maar wil nu even met mij napraten over onze botanische ervaring.
Maar eigenlijk wil ik dat nog niet, want zodra ik stil zal staan
bij mijn gevoelens ga ik zeker huilen en dat wil ik niet, want
we moeten ook nog helemaal terug met de trein en dan loop ik daar
met opgezette, rood doorlopen ogen en
Gelukkig dringt Bert
niet verder aan. Ik slik mijn tranen weg, zet mijn zonnebril op
en net voor sluitingstijd verlaten we de prachtige tuin.
Ik heb nog maar nauwelijks een voet buiten de tuin gezet of ik
voel hoe moe ik ben van alle indrukken. Mijn rug (m'n zwakke plek)
doet ineens ontzettend zeer en ik heb werkelijk moeite om het
ene been voor het andere te zetten en we moeten nog zo'n eind
naar het station
Ontlading
's Avonds, na
het eten, kan ik er in de beslotenheid van onze caravan niet langer
onderuit om na te praten over alle indrukken van deze dag, maar
ik blijf vechten tegen mijn tranen met als gevolg dat we prompt
woorden krijgen over iets onbenulligs. Het is voor mij de spreekwoordelijke
druppel die de sluizen doen openzetten. Terwijl Bert zich naast
mij op de kleine bank wringt, komt dan eindelijk de ontlading.
Natuurlijk komt het niet alleen door dat overweldigende gevoel
dat ik heb ervaren in de botanische tuin, maar ook door alle opgekropte
angsten van de afgelopen maanden. Nu alles zo goed lijkt te gaan,
Bert zo sprankelt van energie en na elke lange dag opgetogen vaststelt
dat hij zich niet "kankermoe" maar gewoon "stadsmoe"
voelt, treed het mechanisme in werking dat ik nu zo langzamerhand
begin te herkennen. Toen hij de afgelopen maanden mijn steun nodig
had, was ik er voor hem en heb ik mezelf als vanzelfsprekend zoveel
mogelijk weggecijferd. En nu het zo goed met hem gaat, kan ik
weer even adem halen, alle last van mijn schouders laten vallen
en op hem leunen. En zo'n botanische tuin is daar dan een goed
hulpmiddel bij
En de rest van de vakantie? Die verliep zoals wij dat gehoopt hadden: ongekend en welverdiend zorgeloos. Zouden de zeven goede jaren zijn aangebroken?
Monique Vos
***
Naschrift:
Helaas heeft
het niet zo mogen zijn. Slechts een paar maanden nadat zijn alvleesklier
grotendeels werd verwijderd, bleek er al snel een explosie van
uitzaaiingen te zijn ontstaan in zijn lever en in zijn tot dan
toe nog ongeschonden linkerlong. Opereren was niet meer mogelijk
en ook een chemotherapie mislukte. Eind oktober 2005 werd Bert
officieel 'uitbehandeld' verklaard. Hij heeft het toch nog een
jaar volgehouden en kwam uiteindelijk op 31 oktober 2006 te overlijden.
Over dit alles heeft Bert jarenlang een persoonlijk dagboek bijgehouden
(zie 'Langs de vloedlijn').
Hoe het vanaf dat moment verder gaat met Monique kun je lezen
in haar derde vervolgreeks: 'Rouw
in Reprise', te
vinden in het Draaikolk-archief ).
Gedichten ontstaan bij mij vaak "toevallig". Zo ook onderstaand gedicht dat op de verjaardag van mijn overleden vrouw Janny ontstond toen Monique en ik wat inkopen deden en ik dan meestal de wijn voor mijn rekening neem. Wat ik zocht was een mooie fles wijn voor een bezoek enkele dagen later aan goede vrienden. De fles die het uiteindelijk werd was uiteraard(!) zuid-Frans van origine, maar uit een streek waar ik zowel met Janny als met Monique had gekampeerd, La Clape in de Provence. Met als jaargang 2000, het jaar waarin ik Monique ontmoette en mijn leven opnieuw begon. De vrienden waar we op bezoek gingen hadden dat allemaal redelijk "van nabij" mee mogen maken. Alle reden dus om juist die fles te kopen en het gedicht te schrijven...
Heb jij dat
nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 29 - Agnes Ostendorf
1 augustus 2005
Dag Wieneke,
Je hebt lang
moeten wachten op m'n brief. Ik weet het, maar het lukte me niet.
Verbouwen kost bergen energie en het verslind alle tijd die ik
heb. Ik zou wel willen dat er 36 uur in één dag
zit. Ik hoop dat je me kunt vergeven dat je wat langer op m'n
brief hebt moeten wachten. Overmorgen ga ik "verhuizen"
van m'n bovenverdieping naar beneden waar nog lang niet alles
klaar is. Koken zal de komende weken niet gaan, want de monteur
die de keramische kookplaat moet aansluiten heeft vakantie. Gelukkig
heb ik wél een goed werkende magnetron en de kant en klare
maaltijden van die ijskoude firma. M'n slaapkamer is nog lang
niet klaar en de badkamer moet ook nog
zucht
Ik ga morgen m'n caravannetje uit de stalling halen en op het
gras naast het huis zetten en dat wordt voor een paar weken mijn
keuken en slaapkamer, want mijn huidige keuken (boven dus) wordt
m'n nieuwe slaapkamer en daaraan grenzend m'n nieuwe badkamer.
Maar dan moet eerst het trappenhuis eruit en een nieuwe vloer
er in. Snap je het nog? Woon ik in een knots van een huis, maar
moet de komende weken als een nomade bivakkeren in m'n sleurhutje.
Tot overmaat van ramp heb ik nog steeds geen boekenkasten dus
m'n boeken die al maanden in de dozen zitten, blijven daar voorlopig
nog en vanaf zaterdag heb ik zeker een week geen TV, radio en
interaansluiting. De leidingen liggen er wel, maar de aansluitingen
zijn nog niet helemaal klaar. Ik ben dus zeven hele dagen en nachten
compleet afgesneden van de buitenwereld en heb alleen maar de
ochtendkrant om te weten wat er in de wereld gebeurt. Rampen gaan
dus de komende week aan mij voorbij.
Ach Wieneke,
voor jou is het alweer vier jaar geleden dat jouw Frits is overleden.
Ik snap je heel goed. Het lijkt een hele tijd maar het is inderdaad
nog steeds dichtbij. Volgens mij blijft het altijd dichtbij, hoeveel
jaren er ook verstreken zijn. Je zegt het heel mooi: "de
tranen leer je langer in te houden, maar de wond blijft schrijnen".
Wat me ook opvalt is, dat in tijden van stress, bij het nemen
van moeilijke beslissingen en grote vermoeidheid (alle drie bij
mij volop aanwezig), ik mijn mannen meer mis dan in periodes van
rust en kalmte.
Trouwens wel bijzonder dat jullie een "dodenherdenking"
hebben. De sterfdag van zowel Cees als Andries gaan bij mij zeker
niet ongemerkt voorbij, maar ik vul ze op mijn eigen manier. Er
komen wel wat telefoontjes en een paar kaarten, maar geen visite.
Zou ik trouwens ook niet willen (denk ik
). Het zijn een
beetje míjn dagen, Ik doe zo'n dag wat bij mij het beste
voelt.
Zo zie je maar, iedereen heeft z'n eigen vorm voor wat betreft
het rouwen. Maar één ding blijft voor mij nog steeds
staan: rouwen is werken, keihard werken!
Voor jou verandert
er ook veel in je leven als je dochter Karin definitief het huis
uit is. Ik weet nog dat toen Maaike op kamers ging wonen Cees
toch nog een poosje drie borden op tafel zette, te veel eten klaarmaakte
en er echt moeite mee had dat z'n dochter niet meer thuis woonde.
Hij vond het helemaal niks. Volgens mij heet dat met een mooie
term: "empty-nest-syndroom". Gelukkig ben je niet helemaal
alleen, je kunt nog lekker Linde verwennen.
Trouwens, gefeliciteerd! De beste bieb van Nederland. Nou, dat
is niet niks. Goed hoor. Het geeft trouwens een flinke positieve
oppepper zoiets. Goed van jullie!
Ik moest ook wel wat grinniken toen ik las dat "ons hele hebben en houden toch al via de Draaikolk open en bloot ligt". Een paar weken terug was ik bij kennissen op visite en daar werd ik aangesproken door een mevrouw die vroeg of ik die Agnes van die brieven van de Draaikolk was. Toen ik dat héél verbluft beaamde, vroeg ze vol belangstelling hoever de verbouwing was. Ik voelde me eerst een beetje opgelaten (ze deed namelijk of ze me al jaren kende), maar later heb ik een heel goed gesprek met haar gehad. Ze vertelde me dat ze veel herkend in onze brieven en haalde ook wat onderwerpen aan waar we het over gehad hebben. Toch wel een aparte ervaring, hoor.
Op dit moment is het zaterdagnacht 00.01 uur en over ongeveer acht uur gaat dus mijn internetstekker er zeker voor een week uit. Ik hoop maar dat Bert en Monique mijn brief in één keer goedkeuren want corrigeren c.q. aanpassen kan dus niet.
Wieneke, ik ga naar bed. Ik ben bekaf en val bijna om van de slaap. Ik lees jouw belevenissen van de afgelopen weken wel over twee weken.
Groeten aan je kinders.
Agnes
***
Brief 30 - Wieneke van Rossum
12 augustus 2005
Hallo Agnes,
Met bewondering
heb ik gelezen wat voor klussen jij allemaal in je woning klaart.
Ik kan me voorstellen dat je niet aan schrijven toekomt.
De afgelopen weken heb ik Karin haar spullen ingepakt en elke
keer als we naar haar toegingen verhuisden we wat mee. Linde heeft
zich ondertussen twee kamers toegeëigend en daar moest vooraf
natuurlijk ook het nodige aan gebeuren. Ik merkte zelf dat je
dan eigenlijk helemaal niet aan andere dingen toekomt en dan heb
ik het alleen maar over een kleine verbouwing. Maar het geeft
wel voldoening als een klus dan weer geklaard is. Ik kan me voorstellen
dat je er naar uitkijkt om heerlijk achterover te leunen en te
denken: zo dat zit erop!
De zomer vliegt voorbij. Tijdens Linde haar vakantie had ik vrienden uit Hannover op bezoek en we hebben heerlijk gefietst. Toch geeft het weer pijnlijke herinneringen. Als je zo met z'n drieën fietst, is er altijd één die alleen fietst en dan denk ik: daar had Frits moeten rijden. Ook Wolfgang mistte zijn maatje met wie hij anders gezellig een biertje dronk. Vroeger, met de kinderen erbij, waren we met zijn negenen, gezellig een huis vol. En nu is alles uitgevlogen en zijn we nog maar met zijn drieën over. En als ze dan weer vertrekken slaat de leegte toe. Er is genoeg om op te ruimen maar er komt niets uit je handen. De eenzaamheid overspoelt me en ik moet me vermanend toespreken om niet te zwelgen in zelfmedelijden. Ach, dat gevoel zal je ook wel kennen. Dan spreek ik mezelf maar weer even moed in en koester de dingen die ik nog wel heb. Maar wat had hij er graag bij willen zijn! En dan weer het grote "waarom", waar je nooit een antwoord op zult krijgen
Jij bent dus aan het kamperen in je eigen tuin, en zonder je radio, tv en Internet lijkt het net echt. Het is ook wel eens heerlijk om alle ellende in de wereld niet te kunnen ontvangen. De communicatie gaat tegenwoordig zo ver dat we wel eens vergeten hoe het vroeger was. Als wij op reis waren moesten we op zoek naar een postkantoor om te trachten het thuisfront te laten weten dat we er nog waren. Nu stuur ik een sms'je naar mijn dochter om te vragen of ze al wakker zijn. Vervolgens krijg je het volgende antwoord: "Vraag je dat al om tien uur? Het is nu 14.30 uur en ik kom pas net mijn bed uit!" Ik moet er ook wel om lachen maar kan me blauw ergeren aan al die stompzinnige gesprekken. Als er een mobiel afgaat in de tram zie je iedereen in zijn zakken graaien om dat ding te zoeken. En waarom iedereen altijd zo luid moet telefoneren is mij ook een raadsel. De zakelijke communicatie vind ik daarentegen niet erop vooruit te zijn gegaan. Je mag blij zijn dat je iemand aan de lijn krijgt die nog tegen je spreekt in plaats van een bandje: "Om u sneller van dienst te zijn, geven wij u het volgende keuzemenu", waarna je vervolgens tien minuten aan de lijn hangt en nog geen antwoord op je vraag heb gekregen! Nou, geniet maar even lekker van die non-communicatie.
Wat grappig dat iemand je herkende als de Agnes van de Draaikolk, we worden nog eens bekende Nederlanders. Gelukkig was het een positieve reactie. Een neef van mij, met wie ik altijd goed kon praten, reageerde van: "moet dat nu zo?". Die vond het gênant. Barst maar, dacht ik, ik doe wat ik goed vind, maar ik heb nooit meer met hem over Frits kunnen praten. Ik klapte gewoon dicht. Gelukkig denken onze lotgenoten daar anders over. Van Freek de Jonge las ik: "wie niet ervaren heeft, kan niet troosten."
Die borden neerzetten, is ook zo herkenbaar. Hoe vaak had ik niet bestek voor vier personen in mijn handen. En dan dacht ik vaak: "anders was hij nu thuisgekomen", zoals gewoonlijk een kwartier te laat. Ja, die en die sprak hem nog aan en die belde nog net even. Altijd dezelfde smoes. Maar als je altijd een kwartier te laat bent, kun je toch ook op tijd komen? Ik vond het knap hoor dat een kwartier later hem altijd wel lukte. Op een gegeven moment spreek je gewoon eerder af, dan weet je zeker dat hij op tijd komt. Frits had dat met al zijn afspraken. Ik ergerde me er blauw aan, maar wat zou ik hem nu graag een kwartier te laat zien thuiskomen
Toch merk ik ook dat veel dingen gaan vervagen. Ik zou zo veel willen vasthouden, maar het glijdt weg. Hij zei altijd, dat hij een selectief geheugen had. Wat hij niet belangrijk vond, sloeg hij niet op. Dat was zijn interpretatie als hij weer eens iets vergat. Maar ik wil alles vasthouden en voel dat dat niet lukt. Eigenlijk zou mijn harde schijf ook gedefragmenteerd moeten worden, zodat het wat overzichtelijker wordt. Aan de andere kant herinner je ook niet alles meer van je kinderen toen die klein waren, maar daar heb ik fotoboeken van en dan schiet me wel weer veel te binnen. En dat is ook een groeiproces dat je hebt vastgelegd, maar de enkele foto's waar wij op staan, horen bij een vakantie en niet bij ons als persoon. Bovendien fotografeerden wij de omgeving. De foto van hem, die ik in de kamer heb staan, is zelfs vier jaar voor zijn overlijden genomen maar typeert wel zijn houding. En dat zegt veel meer dan zo'n onpersoonlijke pasfoto. Herinneringen wellen op, maar ik heb ook het gevoel dat veel wegglijdt. Zou het met de leeftijd te maken hebben of komen er andere dingen voor in de plaats? Heb jij dat nou ook?
Begin september
vertrek ik voor twee weken naar Italië. Ik vlieg naar Napels,
dan via Calabrië naar Sicilië waar ik nog een week ben.
Ik heb in ieder geval Napels gezien voor ik sterf. Elke keer blijft
het vreemd, zonder hem op reis te gaan. En elke keer blijft het
spannend hoe de reis zal verlopen.
Het weer hier maakt je ook niet vrolijker. Van ellende ben ik
de hele bovenverdieping alvast maar gaan schilderen. Dit had ik
voor het najaar gepland. Ik had gehoopt van de zon te kunnen genieten
maar het lijkt wel herfst. Ik word gewoon chagrijnig van dit weer.
En dan te bedenken dat we straks de winter alweer tegemoet gaan.
Ik ga trouwens zelf weer schaatsen. Ik heb dit het afgelopen jaar
vreselijk gemist, maar ik zal het rustig aan doen. Ze hadden al
voorgesteld om rollator-schaatsen voor me in te voeren. Rondjes
hard door de bocht is te riskant maar ik hoop, ook zonder heel
snel te gaan, wat meer aan mijn techniek bij te schaven. Maar
het buiten bezig zijn in de frisse lucht geeft zo'n heerlijk gevoel.
Het is net of alles van je afvalt.
Succes verder met klussen.
Lieve groet,
Wieneke
***
Brief 31 - Agnes Ostendorf
27 augustus 2005
Hoi Wieneke,
Wel, ik heb zoveel te schrijven dat ik niet weet waar ik moet beginnen!
We hebben een
brandje gehad. Omdat de enige ruimte in huis met een wasmachine-
en wasdrogeraansluiting omgetoverd is tot toilet annex cv-ruimte
voor mijn woonhelft, staat de wasdroger nu in mijn "oude"
trimsalon (nu is dat weer de berging waar o.a. mijn kleding, bed,
matrassen en dozen met boeken staan). De elektriciteitsaansluiting
aldaar is waarschijnlijk niet voldoende geweest voor de wasdroger.
Vorige week liet ik 's avonds nog even Doortje naar buiten om
haar avondplasje te doen en zag in de berging/oude trimsalon nog
licht branden en ik hoorde de wasdroger nog rammelen. Maaike en
René waren al ruim een uur ter ruste want we hadden een
verschrikkelijk drukke dag gehad. Ik nam me voor om op de terugweg
de droger en het licht uit te doen. Ik hou er namelijk niet van
als er 's nachts licht brand in een ruimte waar niemand aanwezig
is en al mijn spulletjes duidelijk zichtbaar zijn voor de buitenwereld.
Toen ik terugkwam van ons loopje was het licht uit en de droger
gaf geen geluid meer. M'n eerste reactie was: Maaike of René
heeft alles uitgezet, ik kan direct m'n caravan in en gaan slapen.
Maar op de een of andere manier was er toch iets in me dat zei:
"ga toch maar effe kijken." En dat heb ik gelukkig gedaan.
De schakelaar waarmee je alles uitzet in die berging stond te
branden. Ik ben naar boven gerend en heb Maaike en René
wakker gemaakt en geroepen dat ze de stroom moesten uitschakelen.
Zowel Maaike als René kwamen supersnel aangerend met elk
een brandblusapparaat in hun handen. Ik was inmiddels in het pikkedonker
al bezig om met een blusdeken zoveel mogelijk vlammen te doven;
het was al een echte fik geworden. Met z'n drieën hebben
we de blusklus geklaard. Wat waren wij blij dat ik naar dat heel
kleine stemmetje diep binnen in me geluisterd heb! Alles liep
letterlijk en figuurlijk met een sisser af.
Nadat de ergste schrik voorbij was, ging René weer naar bed en hebben Maaike en ik nog zeker een uur zitten praten. Vooral over dat kleine stemmetje in me die me zei "effe te kijken". Het gebeurt Maaike en mij de afgelopen jaren steeds vaker dat we het gevoel hebben dat er een beschermengel op onze schouder zit die ons behoedt voor rampen en ons ook stuurt en helpt bij het nemen van beslissingen. Het is toch ook niet toevallig dat juist dit huis op ons pad kwam toen wij er aan toe waren, dat het samen in één huis wonen ook daadwerkelijk een goede vorm krijgt, mijn drie jaar met Andries (ondanks zijn ziekte en overlijden) voor hem én voor mij heel fijne jaren waren. Ik had ze, ondanks het verdriet, niet willen missen. En niet te vergeten mijn nieuwe doel en passie: het hondentrimmen. Dat geeft me m'n zelfvertrouwen en m'n vertrouwen in de toekomst weer terug. Ik heb het al eerder geschreven: mijn leven is zo compleet anders als zes jaar geleden, maar het voelt zo verschrikkelijk goed. Oké, ik mis Cees en Andries en voel me vaak alleen. Daar verandert niets aan. Maar de rest gaat me goed.
Een paar maanden geleden sprak ik iemand die ook weduwe is en het elke keer een ramp vindt om alleen thuis te komen en het niet snapte dat ook ik daar nog steeds moeite mee heb. Ze dacht, nu ik samenwoon met Maaike en René dat het alleen-gevoel nu voorbij zou zijn. Nou, niets is minder waar. Als voorbeeld haalde ik de zondagochtend aan. Het is bijzonder confronterend als ik alleen aan mijn ontbijtje zit en ik hoor (omdat beide tuindeuren openstaan) een vrolijk gezin kletsend en lachend aan de ontbijttafel. En inderdaad, het is heerlijk geluiden te horen en te weten dat er mensen in de buurt zijn die om je geven. Maar het is ook heel belangrijk afstand te bewaken en te bewaren. Wij zijn wel familie van elkaar, maar horen niet bij elkaar's "gezin". We leven ons eigen leven. Het is dus ook bij mij donker, stil en eenzaam als ik 's avonds thuiskom.
Maar ik heb
ook leuk nieuws. Ik verdwaal niet meer! Vorige maand was ik weer
eens jarig en heb mezelf een werelds cadeau gegeven. Namelijk
een PDA met ingebouwde navigator. Super! Het werkt! Er is eindelijk
weer een stem naast me in de auto die me vertelt dat ik over drie
kilometer de tweede afslag op de rotonde moet hebben. Trouwens
als ik m'n bestemming ingetoetst heb en m'n navigator heeft de
benodigde satellieten gevonden zegt ie dat ik voorzichtig moet
rijden. Da's toch reuze aardig? Vind je ook niet? Een absolute
aanrader voor iedereen die regelmatig alleen op stap gaat en een
ramp is in het kaartlezen. Niet goedkoop, maar reuze handig voor
mensen zoals ik.
Zo'n navigator had ik me zes jaar eerder moeten aanschaffen. Ik
heb wat zitten huilen in de auto, puur uit onmacht en verdriet,
omdat ik voor de zoveelste keer compleet verdwaald was. Wat miste
ik Cees dan verschrikkelijk. Hij was immers degene die ging kaartlezen
en ons zonder problemen door de drukste steden en prachtigste
landen heen loodste.
Wat ik nu nog zou willen is een navigator die me door de rest
van m'n leven heen loodst. Maar ja, dat zal wel een utopie blijven,
zo'n ding zal er wel nooit komen. Ik zal dat wel weer zelf moeten
blijven doen (zucht). Alhoewel, het gaat me nu toch ook aardig
goed af.
In je brief heb je het over de eenzaamheid die je voelt als je vrienden weer vertrokken zijn. Dat heb ik ook. Juist na een gezellige tijd, die je samen met vrienden/familie doorbrengt, mis je je man het meest. Het samen uitzwaaien bij de deur als ze vertrekken, het samen napraten, het samen opruimen van de logeerbedden. Ook bij mij komt elke keer die klap weer. Ik lijk er wel nooit echt aan te wennen.
Begrijp ik nou goed dat jij volgende week weer op vakantie gaat? Doe je voorzichtig? Ik zal ongetwijfeld niet de enige zijn die dat tegen je zegt, maar ik zeg het toch. Goed op jezelf passen, hoor! Deze vakantie voor jou geen valpartijen, rare bacteriën, vervelende infecties of iets dergelijks. Gewoon, net als de meeste vakantiegangers, heelhuids en gezond weer thuiskomen. Maar hoe ga je eigenlijk? Vliegen, met de auto, georganiseerd of op eigen houtje, alleen of met vrienden? Wil je me in je volgende brief eens haarfijn uitleggen hoe je dat organiseert? Ik hoop daar toch wat van op te steken. Mijn enige vakantie van dit moment is met m'n caravannetje een paar dagen op stap, samen met mensen van de Rapido-club. Echt in m'n uppie twee of drie weken weg van huis is iets wat ik nog niet gedaan heb. M'n oproep in de Draaikolk om samen met iemand anders naar Buitenkunst te gaan heeft niets opgeleverd. Ja, één reactie van iemand die wel mee wilde, maar toen was alles al volgeboekt. Voor mij dit jaar weinig/geen vakantie. Daar heb ik het trouwens ook te druk voor. Volgend jaar beter.
Wieneke, ik ga weer aan het werk. Afgelopen week is één van de drie trappen verwijderd en vandaag wordt dat gat voorbereid om te dienen als vloer van m'n toekomstige badkamer. Het is mijn taak om al het houtwerk wat tevoorschijn komt spijker/schroefvrij te maken, sloophout af te voeren en het 100 jaar oude stof en smerigheid te verwijderen. Ik garandeer je dat ik na zo'n paar uur werken loop te griezelen van mezelf. Spinnen in m'n haar en stof in m'n neus. Bbbrrr. Het enige wat ik dan nog wil, is uitgebreid douchen!
Als ik je niet meer "spreek", nogmaals een heel fijne vakantie en gewoon gezond blijven.
Lieve groeten,
Agnes
Ruggesteuntjes
(33) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed
voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos
De verlatingsangst van een "Moorse krijger", door Mirjana van Zeijderveld
De tijd vliegt voorbij Ik zie hoe er een aantal maanden zijn verstreken sinds mijn laatste verhaal op de site. Ik blik vaak genoeg met verwondering terug en dan vooral, omdat mijn leven sinds langere tijd weer op de rit is en het verleden zo écht verleden lijkt te zijn geworden. Als ik e-mails ontvang van lotgenoten die nog zo rauw in hun verdriet staan, dan gaat heel mijn hart naar hen uit en besef ik: wat ben ik al ver gekomen, wat is het toch goed gekomen.
Mijn vertrouwen
in het leven is terug. Ik ben (zij die mij kennen zouden zeggen:
hoe kan het anders) nog altijd met Bas aan het verbouwen in ons
oude Zaanse huis. We maken nóg meer plannen, we strijden,
we lachen en huilen. We balen en genieten. Kortom: we leven, hebben
een relatie, we groeien. We zijn.
Ik start over een paar weken als docent Engels. Het bedrijfsleven
laat ik achter mij en met nieuw enthousiasme en een berg kriebels
in mijn buik ga ik doen wat goed voelt: een stukje kennis en liefde
voor mijn geliefde tweede taal overbrengen. Nieuwe baan, een huis
dat toch nog eens "af" komt: op de rit dus en naar de
toekomst.
De pijnplek die 'trauma' heet
Toch gebeurt
het vaker dan voorheen, zo vlak na Elout's abrupte overlijden,
dat ik met een schok even teruggebracht wordt naar mijn pijnplek:
dat gapende gat naast mijn hart, naast mijn liefdesplek voor Elout.
De pijnplek die 'trauma' heet. En dan weet ik op zielsniveau:
deze pijn gaat nooit voorbij, ook al heb ik er liefdevol plaats
voor gemaakt in mijn wezen.
Ik verzucht namelijk wel eens dat het verlies van Elout zo veel
zwaarder lijkt nu mijn leven goed gaat. Ik ben een "Master
of Arts", niet alleen in de Engelse taal, maar ook in rouwen.
Geef mij een gruwel van een uitdaging en ik ga ervoor, overlevend
met schild en zwaard. Hakkend en maaiend, mezelf niet ontziend,
ga ik tot de bodem van mijn verdriet en weer terug. Dat kan ik
goed, de vijand zie ik in een periode van pijn immers duidelijk
aankomen.
Tja. Geef mij
dan een stukje geluk in handen, een rustige periode, de zon op
mijn gezicht en een lach in mijn hart en met een ongenadige steek
komt die nietsontziende pijn: Elout is weg, ik mis mijn ouwe maatje.
En ik ga weer terug naar die avond, naar de politie voor de deur
en weet: verdorie, dit stukje van het grote trauma, in één
klap verliezen, kan ik nog steeds niet aan. Hulpeloos, machteloos
kijk ik Bas aan: ik ben zo gelukkig met jou, zie toekomst met
jou en sta als Mirjana weer in het leven. Alleen
laat me
niet achter, blijf jij alsjeblieft leven. Niet nóg eens
dit meemaken
De dagen met een randje worden minder. Vaker nog heffen we het
glas op een bijzondere jongen die geleefd heeft met glans en vanuit
liefde. Die herinnerd wordt door zijn vrienden en zoveel heeft
gegeven aan aandacht, vertrouwen en vriendschap. Die met mij groot
is geworden en die nog zoveel plannen had, voor later, voor de
toekomst.
Ik weet dat ik mag missen
Net zo abrupt als hij ging, word ik soms nog teruggeworpen op mezelf. De lach in mijn hart, om liefde en vrienden en toekomst blijft. De pijn van het gemis weglachen lukt niet, hoeft ook niet. Ik weet dat ik mag missen. Ik weet alleen ook dat er met zijn dood een stukje verlatingsangst is gekomen. En al redt deze Moorse krijger het, o zo stoer en dapper: als de pijn toeslaat, zou ik gewoon wel onder mijn schild willen wégkruipen. Al is het leven nog zo mooi geworden!
3 september 2005
Hoofdredactioneel: Lopen aan de zonnige kant van de straat
Het is begin september. Ik kijk naar buiten en het is zomer. Volgens de weerkundigen is de herfst nu begonnen, terwijl wij juist vinden dat we de herfst eindelijk hebben gehad. Het is net een blauwdruk van ons leven. Verwarring met een steeds maar weer wisselend "weerbericht", wat de verwarring alleen maar groter maakt. Blauwe hemel. Stralende zon. Mooi weer. Geen wolkje aan de hemel en dan ineens die onverwachte plens- en donderbui.
Ik heb er zelf nog steeds last van. De tijd heelt de wonden, zegt een bekend spreekwoord, maar er zijn zoveel wonden om te helen. Soms kun je daar wat verdrietig van worden terwijl je net vrolijk lachend een goede kennis hebt bijgepraat die met een goed gevoel verder is gelopen, jou achterlatend met die dubbele gevoelens die elke ontmoeting blijkbaar oplevert, of je wilt of niet.
Zomer, herfst. Zeg het maar wat je wilt dat het is. De laatste dagen moet ik vaak denken aan dat prachtige nummer van onder meer Louis Armstrong: "On the sunny side of the street".
(Grijp je jas en pak je hoed, laat je zorgen achter op de drempel van je deur. Het leven kan zo goed zijn, aan de zonnige kant van de straat. Hoor je niet het kloppen van je hart en dat gelukkige deuntje van je voetstap? Het leven kan zo compleet zijn aan die zonnige kant van de straat.)
(Tekst en muziek van Dorothy Fields & Jimmy McHugh, 1929)
"On
the sunny side of the street". Een "happy tune" om misschien
wat vaker naar te luisteren. Loop, als het even kan, aan de zonnige
kant van de straat. Of het nou zomer is, herfst of winter. Luister
naar het kloppen van je hart en laat al je zorgen achter op de
drempel van de deur naar het leven zelf.
3 september 2005
Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk
Over de "domheid" van sommige mensen om ons heen
We krijgen
er allemaal een keer mee te maken, in welke vorm dan ook: je wordt
pijnlijk geraakt door een ondoordachte opmerking van iemand, vaak
een niet-lotgenoot, zoals ook Marianne en Anke in hun onderstaande
verhalen recent hebben ervaren.
Is het misschien het onvermogen, van sommige mensen om ons heen,
om mee te kunnen voelen in de onomkeerbaarheid van onze situatie?
Hun wens om weer iets van die vroegere glans in onze ogen terug
te kunnen zien? Of is het domweg ondoordachte lompheid?
Ook op dit "waarom" zullen we niet echt een antwoord
kunnen krijgen. Maar ieder van ons zal op den duur een manier
weten te vinden om dit soort opmerkingen als het ware van onze
schouders te laten afglijden.
Beste redactie,
Bij "toeval" kwam ik op jullie site terecht. En werkelijk,
er ging een wereld voor mij open.
Mijn man is januari 2004 op 56-jarige leeftijd aan slokdarmkanker overleden. Na een operatie, waarbij van de maag een nieuwe slokdarm is gemaakt, leek het aanvankelijk goed te gaan. Echter in april 2003 kreeg hij problemen met slikken en had de kanker hem weer in zijn greep. En liet niet los. Zijn ziekbed was werkelijk vreselijk en ik wil daar verder niet op in gaan. Gelukkig heb ik twee schatten van kinderen, die samen met hun partners alles doen om mij te steunen.
Ik wil nu heel
graag iets vertellen waar ik het ontzettend moeilijk mee heb.
Ik hoop dat jullie even naar mij willen "luisteren".
Met mijn zus en zwager hadden wij een bijzondere band. We gingen
met elkaar op vakantie en weekendjes weg. De avonden die wij 's
winters bij de open haard doorbrachten, al kletsend en borrelend,
zijn niet te tellen. En dat al bijna 30 jaar! Nu mijn man is weggevallen,
merk ik dat zij steeds meer afstand nemen. Ondanks alle beloftes
zoals "wij blijven je altijd steunen" en "er
verandert niets tussen ons." Hun bezoekjes zijn nog maar
sporadisch en ze willen liever dat ik naar hen toe kom, dan zij
naar mij. "Want er is voor Jaap toch niet veel meer aan
bij jou." En dit doet ongelooflijk veel pijn. Ik krijg
ook de "goede raad" naar avonden voor alleenstaanden
te gaan. Wie weet vind ik daar iemand en als het klikt, "zijn
we weer met zijn vieren!"
Ik heb hier ontzettend veel moeite mee. Ik vraag mij af of al
die jaren die wij samen hebben doorgebracht niets hebben betekend.
Ik heb nog zo
heel veel verdriet. Ik mis mijn man nog iedere minuut. Hij was
mijn eerste vriendje van de MULO. Het was zo'n bijzonder mens.
Hield ontzettend van de natuur. Hij was heel intelligent, hartelijk,
betrouwbaar. Ach, te veel om op te noemen. Zo iemand te hebben
mogen kennen en van te houden vind ik een ongelooflijk voorrecht.
Dit had nog veertig jaar moeten duren.
Zelfs mijn zus is zo veranderd. Van een lief en hartelijk mens
is zij nu heel afstandelijk geworden. Vorig jaar mei hebben zij
een stacaravan gekocht in Burg-Haamstede. In het seizoen zijn
ze daar ieder weekend en natuurlijk ook de vakanties. Dit is nu
precies de plaats waar mijn man en ik bijna elke boom en grasspriet
kennen. Er zijn daar zoveel herinneringen en ik kan de confrontatie
nog niet aan. Als ik daar ben, slaat het verdriet en het heimwee
zo hard toe, dat ik het liefst naar huis zou willen vliegen en
onder mijn dekbed kruipen. We hebben samen ook heel veel gereisd
in binnen- en buitenland. Dit weer te beleven vergt zoveel energie
en zover ben ik nog niet. Ik zou heel graag eens met iemand van
gedachten willen wisselen, met ook zo'n ervaring.
Ik zou wel een
heel boekwerk kunnen schrijven hoe ik dit rouwproces beleef, maar
ik denk dat dit vast niet de bedoeling is. Beste redactie, hoe
moet ik nu verder? Ik hoop dat u mij verder kunt helpen.
Vriendelijke groet,
Marianne Korpel; e-mailadres: mariannekorpel@planet.nl
Graag wil ik mijn teleurstelling uiten over de "domheid" van sommige mensen.
Sinds kort ben
ik in het bezit van de nieuwste Sparta-fiets die je de gelegenheid
geeft te fietsen zonder veel kracht te hoeven zetten. Veel last
van een versleten knie en dus is het een uitkomst deze fiets.
Blijmoedig dus op pad met het mooie weer van de afgelopen dagen.
Halverwege kom ik een vage kennis tegen die met haar man aan het
fietsen is. Wij hebben dat ook veel gedaan en dat maakt het toch
al iets moeilijker om weer op pad te gaan. Na wat gebabbel over
het mooie weer en de natuur volgt de vraag: "heb je nog
steeds geen nieuw mannetje gevonden?" Alsof het over
een nieuwe winterjas ging ("nog geen keuze kunnen maken?").
Even was ik met stomheid geslagen en was ik het liefst weer teruggegaan. Gelukkig won mijn gezonde verstand het van de boosheid die ik voelde opborrelen. Heb haar koel een prettige fietstocht gewenst en mijn eigen weg vervolgd. Neen, tegen zoveel domheid zijn geen woorden te vinden.
Later thuis,
was ik trots op mezelf dat ik de stap weer gezet heb.
Alleen fietsen is geen fluit aan, maar ik heb het hem geflikt!
Groeten,
Anke Loman, vrouw, geboren 20 mei 1943; partner Dick op 18 januari 2001 aan een hartstilstand overleden; drie uitwonende kinderen; woonplaats Zevenaar, interesse: bloemen en planten; e-mailadres: a.loman2@chello.nl
Heb jij dat
nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 32 - Wieneke van Rossum
10 september 2005
Hoi Agnes,
Op 27 augustus, Frits' zijn geboortedag, viel jouw brief "in de bus". Dat was een welkome afleiding, temeer daar een week tevoren ik hier al een dreun over te verwerken kreeg. Verjaren doet hij niet meer, maar ik vind wel dat ik zijn geboortedag moet blijven herinneren. En dat zo'n dag ook al voor problemen moet zorgen, is des te pijnlijker. Je begrijpt, dat ik dus heel blij met je brief was.
De buren, die
normaal de avond van zijn verjaardag komen, hadden een andere
afspraak gemaakt en dat deed me verschrikkelijk veel pijn. Temeer,
daar ik op hun kalender een kruisje achter zijn naam zag staan,
waarop ik sarcastisch zei: "ach ja, als er een kruis achter
je naam staat ben je afgeschreven". Gelukkig heb ik er
met hen over kunnen praten en is het probleem opgelost, maar met
mijn schoonmoeder werd het veel erger. Die belde enige dagen tevoren
op met de vraag of ze een andere keer kon komen: omdat het voor
haar zo'n rotdag was, ging ze ergens anders heen! Zou ze nu echt
gedacht hebben dat wij hier de vlag hadden uithangen?
Ik legde haar uit dat ik me hierdoor erg gekwetst voelde. Juist
op de dag zelf is het gemis enorm en is elk beetje afleiding welkom
en een andere dag heeft voor mij geen waarde met betrekking tot
zijn verjaardag. Nou, ze dacht toch aan hem, en - boem - de verbinding
werd verbroken. Ik denk elke dag aan hem, dacht ik vloekend en
als ik ergens een hekel aan heb dan is het aan zomaar ophangen.
Uiteindelijk kwam ze toch en deed ze net of haar neus bloedde.
Oma is van de generatie dat je niet mag huilen en je gevoelens
mag tonen, laat staan dat je liefde of genegenheid mag geven,
dus het werd een kille bedoening. Heel jammer, want we delen toch
een gemeenschappelijk verdriet. 's Middags ben ik maar naar de
kapper gegaan en heb me zo'n windhooskapsel laten aanmeten. Ik
zag er uiterlijk net zo uit zoals ik me van binnen voelde: warrig.
Een voordeel is dat je haar tenminste gelijk goed zit als je je
bed uitstapt. Gelukkig kwamen de kinderen eten en vloog die dag
toch nog om.
En dan denk ik weer aan Frits, die vroeg of we zijn verjaardag
wilden blijven vieren. We moesten het glas op hem heffen en er
voor zijn gezin zijn. Hij kwam een keer bij mijn schoonzusje van
het toilet en zei tegen haar: "Je zet toch straks geen
kruisje achter mijn naam hè, want daar heb ik een bloedhekel
aan". Dat schoonzusje was zijn verjaardag, zes weken
na zijn sterfdag, gelijk al vergeten. Die had beter zijn hele
naam kunnen doorstrepen. Het is ook een vreemde gewoonte. Als
iemand overleden is, vergeet je dat toch niet? Dat je een sterfdag
noteert begrijp ik, maar moet er dan achter je verjaardag ook
nog een kruisje staan?
Van de week
heb ik het boek "Ongeneeslijk optimistisch" van Karel
Glastra van Loon in een adem uitgelezen. Het volgende trof me
heel erg en wil ik je graag laten meelezen:
"Over zaken als leven en dood kun je gemakkelijk in platitudes
vervallen. Mensen kunnen behoorlijk de plank mis slaan en zeggen
wat nou helemaal niet overeenstemt met hoe de ander die dingen
beleeft. Vandaar ook dat mensen er vaak zo moeilijk over kunnen
praten. Bang om de ander te kwetsen. Bang om het verkeerde te
zeggen. Inmiddels ben ik er achter gekomen hoe het zit: waarom
sommige mensen dat zo goed kunnen, zelfs als ze mij helemaal niet
zo goed kennen. Het geheim lijkt erin te zijn gelegen dat ze zelf
iets soortgelijks hebben meegemaakt, in hun eigen leven of in
hun zeer nabije omgeving. Mensen die hun partner verloren aan
een ernstige ziekte, mensen die zelf ooit te horen kregen dat
ze dodelijk ziek waren, die mensen weten vaak op wonderbaarlijke
wijze de juiste dingen tegen me te zeggen, de juiste toon aan
te slaan. Het gaat zelfs zover dat ik inmiddels soms op grond
van een enkel bericht kan inschatten of iemand wel of niet soortgelijke
ervaringen heeft opgedaan als ik. Er zijn mensen die mij zeer
na staan, die nog nooit door een soortgelijke crisis zijn getroffen
en mensen die ik slechts oppervlakkig ken van wie ik dus ook niet
weet waar zij ooit doorheen hebben moeten gaan. Vooral mensen
uit die laatste categorie kunnen mij dan plotseling aangenaam
verassen met een blijk van medeleven dat zo raak is dat ik diep
ontroerd word en in bijzondere mate gesterkt."
Hij hoopte dat hij er andersom te zijner tijd net zo voor anderen
zou kunnen zijn, wanneer die de steun nodig hebben die hij heeft
ontvangen. Het heeft helaas niet zo mogen zijn, maar dit stukje
maakte diepe indruk op mij, want het geldt niet alleen voor zieken,
maar ook voor rouwenden.
Nou, jij hebt
inderdaad een beschermengeltje op je schouder gehad. Maar aan
de andere kant mag het tij toch wel eens keren, om in Draaikolktermen
te spreken, een mens kan toch niet alleen maar ellende hebben?
Ik moest wel grinniken om jouw navigatorverhaal en dan schieten
er gelijk weer herinneringen te binnen. Wij hadden er namelijk
altijd hooglopende ruzie over. Alle twee konden we aardig kaart
lezen en dat botste natuurlijk. Ik heb me er uiteindelijk maar
bij neergelegd en liet me rijden. Nu heb ik er weer profijt van,
alhoewel ik geen rijbewijs heb. Dat is er nooit van gekomen of
er kwam weer wat tussen en nu rijden de meiden in de auto en mag
moeders kaartlezen. Op de fiets ben ik sneller op mijn werk en
verder OV ik. Bovendien is het goed voor lijf en leden en goedkoper
en met het geld dat ik daarmee bespaar, kan ik nu verre reizen
maken. Vorige week ben ik naar Karin genavigeerd en gefietst en
met lekker doortrappen deed ik er maar anderhalf uur over. Bovendien
is het een leuke route, via het Amsterdamse Bos, Ringvaart en
Spaarnwoude, en vanuit Velserbroek zijn we naar de Sail, op het
Noordzeekanaal, gefietst. Weet je dat ik er met de bus net zo
lang over doe?
Ik bereidde ook altijd de vakanties voor, las van te voren wat
we konden doen, enz. Op de plaats van bestemming dook Frits in
de boeken en zei dan waar we allemaal maar toe konden. "Ja,
Frits, dat weet ik al
" Tot mijn grote ergernis
hield hij er dan grote verhandelingen over terwijl ik het allang
uitgezocht had!
En dan kom ik
automatisch op jouw vakantievraag. Ja, ik ga weer op vakantie!
Dat weer wordt door meer mensen gezegd. Zo vaak ga ik niet.
Dit jaar ben ik op Ameland en in Barcelona geweest en Vietnam
is al weer een jaar geleden. Kennelijk wek ik de indruk dat ik
alleen maar op vakantie ga.
Ik ga vliegen en op de plek van bestemming een rondreis maken.
Ik reis alleen, maar toch in een groep, en hoe ik dat doe is heel
eenvoudig. Ik reis met reisorganisaties waarbij je als individu
kunt boeken zonder een toeslag te betalen. Je hebt dan wel een
slaapkamer op indeling met iemand van hetzelfde geslacht, maar
dat is alleen maar gezellig. Je kunt ook een eenpersoonskamer
boeken, maar dan betaal je veel meer. Ik ben ooit naar een open
dag geweest en het viel me gelijk op dat de mensen, die aan die
reizen deelnemen, precies het type was dat mij aansprak. Je boekt
namelijk alleen het vervoer en accommodatie, maar de invulling
van de dag doe je zelf en je bepaalt zelf of in overleg waar je
gaat eten. Je wordt dus niet aan het handje mee genomen en dat
is wat me bevalt. In Vietnam, bijvoorbeeld, bezocht je zelf Saigon,
Hanoi etc, je kon een dag aan het strand liggen, maar ook een
taxi nemen om tempels in het binnenland te bezoeken. Verder worden
er veel wandelingen ingelast en probeert men zoveel mogelijk lokaal
alles te regelen in plaats van via grote touroperators uit Europa.
En dat vind ik ook belangrijk, dat het toerisme duurzaam blijft
en dat het land zelf er het meest van profiteert en niet de rijke
landen in Europa. En dan moet je inderdaad wel eens genoegen nemen
met wat minder luxe, maar dat is vaak veel leuker. Ik vaar liever
de Mekongrivier af op een oud pruttelend vrachtschip dan op zo'n
luxe boot. Zo proef je de sfeer van het land veel meer.
Op deze Sicilië-reis zijn er veertien alleenreizenden en
twee echtparen. Naar Vietnam hadden we één hen in
een kippenhok (vijftien vrouwen en een man), maar de vogelgriep
is niet uitgebroken. We hadden juist een ontzettend leuke groep,
geen enkel gezeur en iedereen trok met elkaar op. Ik denk dat
je dat met gelijkgestemden eerder krijgt. Dus zo doe ik dat. In
een groep en toch redelijk individueel op stap. Ik kan het iedereen
aanraden en als je een beetje avontuurlijk ingesteld bent, is
het een goed alternatief in plaats van alleen te reizen.
Ik moet er ook niet aan denken in mijn uppie aan een strand te
liggen of op een terrasje te zitten. Een strandmens ben ik sowieso
al niet. Ik vind het heerlijk om er langs te wandelen of op een
terras te zitten, maar zo gauw ik er op moet liggen mogen ze het
van mij asfalteren. Brrr, al dat zand! Aan zonvakanties richting
Spanje hebben wij nooit gedaan. Met de kinderen hebben we jarenlang
boerderijvakanties in Duitsland en Oostenrijk gehouden en in Frankrijk
huurden we een gîte in een lokaal dorp. Het leuke is dan,
dat je met de lokale bevolking in contact komt.
Heb ik je trouwens al verteld dat ik de film "Novecento" van Bertolucci heb gekregen van mijn Duitse vrienden? Er bleken dertig jaar Italiaanse rechten op te hebben gestaan en was sinds kort in Duitsland wel te koop. Ook nu, na al die jaren, geniet ik weer van dit vijf uur durend epos waar Frits mij destijds mee naar toe heeft genomen. Aangezien het de geschiedenis van de pachters en herenboeren en het opkomende fascisme in Italië vertelt, is deze film tijdloos en nog steeds prachtig om naar te kijken en te luisteren want de muziek is van Ennio Morricone. Over films gesproken: ik heb van de week "Mar Adentro" gezien, een pleidooi voor euthanasie en ik was diep geroerd. "De zee van binnen", opmerkelijk hoeveel er overeen kwam met de symbolen uit de Draaikolk. Maar voor films kijken heb jij momenteel nog geen tijd, lees ik.
Als jij deze brief leest zit ik al hoog en droog in het zuiden. Uiteraard ben ik van plan heel te blijven en bij thuiskomst niet weer in een ziekenhuis te belanden. Ik heb trouwens andere medische plannen voor het najaar. Aangezien ik nog twee melktanden bezit, die nu toch echt wel aan wisselen toe zijn, krijg ik twee implantaten omdat er geen vaste tanden achter zitten. Het lijkt me doodeng, zo'n gat in je kaak boren, maar alles wordt vergoed dus als echte Hollandse denk ik: het wordt betaald dus we gaan ervoor! Natuurlijk word ik verdoofd, maar ik kreeg ook een recept mee voor drie diamezepam, nou daar krijgen ze me helemaal plat mee. Dan moeten ze me liggend afvoeren in plaats dat ik de tram neem. De fiets zal ik in ieder geval maar niet nemen, dat heb ik ooit gedaan toen ik aan mijn voet geopereerd moest worden. Een kleine ingreep, maar ze verklaarden me voor gek. Toch gaat fietsen beter dan lopen als er een verband omheen zit, dus zo gek vond ik dat niet.
Succes met je verbouwing. Take care, want engeltjes moeten ook wel eens slapen. Werk je ook nog tussendoor trouwens?
Liefs, Wieneke
***
Brief 33 - Agnes Ostendorf
24 september 2005
Hallo Wieneke,
Oeps! Wat een
teleurstelling sprak er uit je brief. Ik snap je natuurlijk wel,
maar ik begrijp de anderen ook. Ik heb het, geloof ik, al een
keertje eerder geschreven. Bij mij gaan de geboorte- en sterfdagen
zo'n beetje geruisloos voorbij. Visite op die dagen krijg ik niet
en wil ik ook niet. En ach, kruisjes achter de naam van degene
die is overleden
Ik ben al lang blij als ik een verjaardagskalender
zie waar de namen van Cees en/of Andries op staan.
Ik zal je een geheim vertellen
, mijn verjaardagskalender
barst van de kruisjes. Die van m'n ouders, broers, een aantal
andere familieleden en die van twee vriendinnen. Ook achter de
namen van Cees en Andries staat een kruisje. En een nieuwe verjaardagskalender
kopen? Ik moet er niet aan denken.
Wil je weten waar ík van door het lint ga? Als mensen aan
me vragen of ik het verdriet al "een plekje heb kunnen geven".
Ik kijk dan altijd stiekem om me heen of ik een rododendron zie
waar ik m'n verdriet achter kan laten. Nog erger, vind ik het,
als ze aan me vragen of ik "het verlies al heb kunnen verwerken".
Ik krijg dan direct beelden van rokende schoorstenen van een vuilafvalverwerkingscentrale
voor m'n ogen.
Dus ja, Wieneke, ik heb dat ook, een tere zwakke plek op m'n ziel
waar mensen soms, absoluut zonder dat te willen, vreselijk op
trappen. En die zwakke plek zegt heel veel over mezelf, over de
pijn die ik nog heb en eigenlijk niets over de ander.
Maar genoeg filosofisch geschrijf. Ik ben blij dat je het wel
goed gemaakt hebt met je buren en dat je schoonmoeder toch nog
kwam.
Het citaat uit
het boek van Karel Glastra van Loon is inderdaad treffend. Bij
mij is dat ook zo. Pas nu begrijp ik hoe mijn moeder zich gevoeld
moet hebben toen mijn vader overleden was. Maar toch heb ik soms
nog het gevoel dat ik niet de juiste dingen weet te zeggen als
anderen hun verdriet aan mij vertellen. In mijn hondentrimsalon
wordt heel veel gepraat als eigenaren hun hondje weer op komen
halen. Dan komen vaak de verhalen los over hoe belangrijk het
hondje voor ze is. Twee maanden geleden stond er bij mij in m'n
agenda een afspraak om Banjer, de Maltezer van één
van mijn klanten, te knippen. Ik verwachtte dat het vrouwtje van
Banjer zou komen, maar zij kwam niet. Haar man kwam, zijn vrouw
was overleden. De afspraak voor de trimbeurt was drie maanden
terug al door z'n vrouw en mij gemaakt. Dus nu bracht hij Banjer.
Eigenlijk wist hij zich geen houding te geven (hij had geen verstand
van honden, zei hij) en ging eigenlijk vrij snel weer weg. Na
ruim twee uur knippen en scheren was Banjer klaar en ik belde
z'n baasje dat ie opgehaald kon worden. Toen Banjer's baasje kwam,
was het slikken voor hem én voor mij. Banjer sprong tegen
hem op en was verschrikkelijk blij dat hij z'n baasje weer terugzag.
De meneer vertelde toen dat Banjer, sinds z'n vrouw is overleden,
niet meer alleen wil zijn, dat hij de hele dag achter hem aanloopt.
De man had het daar héél moeilijk mee. Het was voor
mij overduidelijk dat hij moeite had met het verlies van z'n vrouw
en dat Banjer gewoon blij was z'n baasje weer te zien. Nou, dan
zou je toch menen dat juist ík de goede woorden van troost
moet kunnen vinden. Nou, niet dus
Ik wist niets te zeggen,
stond maar wat begrijpend te knikken en m'n tranen weg te slikken.
Eigenlijk valt hieruit te concluderen dat wat Karel Glastra van
Loon schreef, niet altijd zo hoeft te zijn.
Wieneke, ik kan weer KOKEN! Na wekenlang op magnetronvoer, rauwkost en vitaminepillen geleefd te hebben, is eindelijk m'n keramische kookplaat aangesloten. Het duurde zo lang omdat er een heel aparte elektragroep voor aangelegd moest worden en daarvoor moest eerst mijn keuken geïnstalleerd zijn met de bijbehorende muren waar de elektraleidingen doorheen moeten. Nou, dat alles is nu klaar en ik kan weer koken. Nou ben ik niet zo'n vreselijk goede kokkin, maar daar ga ik verandering in aanbrengen. Ik ga me een kookboek voor een éénpersoonshuishouden aanschaffen en ik heb mezelf beloofd dat ik daar elke dag een gezonde maaltijd uit kies en dat ik die dan ook voor mezelf kook. Heb jij als bibliothecaresse nog tips over goede kookboeken voor mij? Het mogen natuurlijk geen al te moeilijke gerechten zijn. Als koken te moeilijk en te ingewikkeld wordt, hou ik het niet vol!
Hoe was je vakantie trouwens? Ik neem tenminste aan dat je al lang en breed weer thuis bent? Volgens mij is jouw cultuurbehoefte voor de komende maanden weer vervuld. Maak jij ook reisverslagen en plak je daar ook foto's etc. bij? Cees heeft dat jarenlang van al onze vakanties gedaan. Er staan dan ook nog twee grote dozen met onuitgepakte reisverslagen. Op de een of andere manier lukt het me nog steeds niet om die, zonder dat er tranen over m'n wangen rollen, uit te pakken. Ik ben dan ook bang dat die dozen onuitgepakt naar de zolder verhuizen onder het mom van "geen plek in m'n boekenkast".
Heb jij dat trouwens ook? Dat je jouw "verleden" verdeelt in periodes? In periodes van vóór en ná het overlijden van Frits? Als mensen mij iets vragen over gebeurtenissen van een paar jaar terug moet ik eerst goed nadenken. Ik peins dan eerst van: was dat na het overlijden van Cees en vóór dat ik samen met Andries ging wonen of was dat ná het overlijden van Andries toen ik weer alleen was? Ik vind het zelf heel vervelend, maar soms lijkt het wel of m'n geheugen me daar een beetje in de steek laat. Het voelt dan net alsof mijn 28 jaar huwelijk met Cees en m'n 3 jaar samenwonen met Andries met elkaar vergroeid zijn.
De brief die ik op dit moment schrijf, had eigenlijk al lang en breed bij Bert en Monique moeten zijn, maar mijn gezondheid laat me een beetje in de steek. Ik heb voor de zoveelste keer weer eens een keelontsteking. Nou is dat niet zo heel erg, het ergste vind ik nog steeds dat er niemand is die tegen me zegt: "ga maar lekker vroeg naar bed, ik zorg voor je hondje en je glaasje vruchtensap, met andere woorden: "ik zorg voor jou". Voor de buitenwereld hou ik me groot en roep dat het allemaal goed gaat (en dat gaat het ook), maar in tijden van ziek, zeer en algehele malaise wordt het gemis van je partners extra gevoeld.
Wieneke, ik ga onder de wol. Nog steeds niet in m'n eigen slaapkamer want die wordt op dit moment nog gemaakt. Morgen gaan de dakramen er in en daarna komt de afwerking. En je weet het, de afwerking is mijn pakkie-an. Ik schilder, behang, hang de gordijnen op en doe de inrichting. De streefdatum van einde verbouwing van mijn deel van ons stolpje is 1 oktober aanstaande. Nou, inmiddels weet ik al dat we dat niet halen, maar dat vertel ik niet aan René en Maaike. Dat is zo demotiverend. Die twee doen zo vreselijk hun best. We houden gewoon de moed er voorlopig nog maar in.
Welterusten en tot de volgende brief.
Agnes
15 september 2005
Ruggesteuntjes
(34) Wijsheden, gedachten en uitspraken,
kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique
Vos
16 september 2005
Mannelijke lotgenoten, hoe gaat het nu met jullie?
Beste mannelijke lotgenoten,
De reden dat ik mij zo - via deze open brief - tot jullie richt is, dat in de zeven jaar dat de Draaikolk nu al weer bestaat, mij is opgevallen dat jullie verhoudingsgewijs zo weinig van jullie laten horen. Het zijn de reacties en bijdragen van vrouwen die veruit de meerderheid vormen. Naar de reden hiervan kan ik slechts gissen en dat doe ik dus maar niet.
Maar, hoe gaat het nu met jullie?
Vrouwelijke lotgenoten schrijven op de Draaikolk dat ze zich regelmatig kunnen herkennen in de gevoelens en ervaringen van de andere, dus veelal vrouwelijke, lotgenoten. Maar geldt dat ook voor jullie?
Ik vraag
mij af: hoe gaan júllie om met de nieuwe realiteit waarmee
je geconfronteerd bent, het opnieuw invulling geven aan je leven
zonder jouw liefste. Waar kun je terecht met je gevoelens? Waar
vindt je afleiding?
Hoe gaat het thuis, met het huishouden en de opvang van de kinderen
als die er zijn? En als je geen kinderen hebt, hoe vul je dan
de uren thuis? Waar vind je steun?
Heb je misschien nuttige tips voor jouw medelotgenoten op basis
van de ervaring die je wellicht hebt opgedaan of zit je met prangende
vragen die je graag zou willen voorleggen aan mannelijke lotgenoten?
Dit zijn zo enkele van de vragen die bij mij boven komen als ik aan jullie denk. Laat eens wat van je horen, zodat jouw mede mannelijke lotgenoten zichzelf ook eens kunnen spiegelen aan een ander en omgekeerd. Wie weet wat dit oplevert, voor hen maar ook voor jou.
Jouw reactie kun je sturen naar:
Monique Vos, hoofdredactie De Draaikolk, e-mailadres: info@draaikolk.com
Een man geneert zich voor zijn gevoelens, maar inwendig huilt zijn hart
18 september 2005
Beste Monique,
Zal me eerst even voorstellen. Ik ben Robbie Schuil en heb in 1998 mijn maatje verloren.
Op je vraag
in de Draaikolk wil ik wel even reageren.
Het schrijven en verwoorden van de gevoelens die de mannelijke
lotgenoten hebben, die verbergen ze, volgens mij. Ook kijken ze,
volgens mij, minder op de site van de Draaikolk. Daar maak ik
me zelf ook schuldig aan, helaas. En of dat nou komt omdat ze
zich ervoor generen (?) of omdat dat een stukje kilheid van ze
is
Wat ik dus denk, een man komt niet zo snel voor zijn
gevoelens uit en al helemaal niet hoe hij er mee omgaat.
Neemt niet weg dat hij er beter wél mee voor de dag kan
komen. Ga gerust de confrontatie maar aan, het geeft een opgelucht
gevoel als je het van je af kunt praten. Het is toch geen schande
als een man, hoe of waar dan ook, een traan moet laten als in
een bepaalde situatie zijn overleden partner ter sprake komt?
Een man geneert zich daarvoor, dus laat hij dat niet blijken,
maar inwendig huilt zijn hart.
Het invullen
van de dan ontstane situatie, na het overlijden van de partner,
is soms best wel moeilijk. Er komt zoveel op je af. In mijn eigen
situatie is het niet anders. In de meeste gevallen is er je baan,
daarna is er je huishouden nog. Je wilt niet dat óók
een bende wordt. Er komt heel veel extra drukte op je af.
Ik ben dus bijna op de leeftijd dat ik mag en kan stoppen met
werken. Tóch twijfel ik of ik wel zal stoppen. Dan denk
ik: wat zal ik thuis doen? Om nou ieder jaar je huis te schilderen
uit verveling is ook wat te gek.
Zoals ik me nu voel (heel goed dus), ga ik nog even door. Aan
de andere kant besef ik ook dat het zomaar anders kan zijn (dan
denk ik aan de achterliggende situatie). Ik kan me heel goed voorstellen
dat meer lotgenoten hetzelfde hebben.
De kinderen
vragen ook je aandacht, al zijn ze in mijn geval allemaal de deur
uit. Je kunt ze niet negeren als ze met vragen komen. Ik merk
dus ook een verschil bij hen.
De jongens gaan er heel anders mee om dan de dochter. De jongens
praten niet of nauwelijks over het gemis van hun moeder, terwijl
de dochter er juist wél over spreekt, zelfs na bijna acht
jaar nog. Het is voor de jongens dus hetzelfde als voor de mannelijke
lotgenoten: er is een bepaalde "kilheid" (weet niet
of dit het juiste woord hiervoor is).
Als mijn overleden partner ergens ter sprake komt, zit ik - ook
nu nog - met tranen in de ogen. Zelfs na acht jaar nog en ik geneer
me er niet voor, waarom zou ik?
Verder red ik het prima, ga zo nu en dan heerlijk weg, trek ook
veel met de jongste zoon en zijn vriendin op. Verder heb ik een
fijne vriendin, die ook haar partner verloren heeft, en we kunnen
beiden goed over de wederzijdse partners spreken en vooral naar
elkaar luisteren is belangrijk, merk ik hierbij wel op.
Een paar adviezen
heb ik ook wel:
- Doe de dingen, die je denkt te moeten doen. Wil je huilen, huil
gerust. Je hebt toch verdriet om het gemis van je geliefde?
- Wil je er even tussenuit, ga gerust als je in de gelegenheid
komt. Waarom zou je niet gaan?
- Ga een verdrietige situatie niet uit de weg. Ga de confrontatie
maar aan. Het zal je vast en zeker verdriet doen, maar je voelt
je daarna opgelucht als er mensen naar je hebben geluisterd.
- Begeef je onder de mensen, zoek ze desnoods op. Probeer nieuwe
vrienden te krijgen (er zullen in jouw omgeving ook vast wel vrienden
zijn, waarvan je dacht dat het vrienden waren, totdat ze afhaakten
omdat je partner is overleden). Dit is in mijn geval wel gebeurd,
maar ik heb er geweldige vrienden voor teruggekregen.
Monique, dit
is wat ik wilde schrijven. Lieve groetjes aan jullie beiden.
En ik wens mijn mannelijke broeders heel veel sterkte en kracht
toe.
Robbie Schuil, man, geboren 23 november 1946; partner Tjitske Engelina (Tilly) overleden op 21 maart 1998 aan longkanker met uitzaaiing naar de hersenen; drie volwassen kinderen; e-mailadres: r.schuil@home.nl
18 september 2005
Houd je blik gericht op de toekomst! door Ery Geerts
Ik ben op vakantie geweest. Dat doen er zo velen, zult u zeggen, maar ik ben met een lotgenoot op vakantie geweest. Een vriendin voor het leven, ontmoet via de Mailbox van de Draaikolk.
Hoe raar kan
het lopen. Twee vrouwen, wiens man in 2003 overleed aan slokdarmkanker.
We zitten in dezelfde situatie, 47 jaar oud toen onze man overleed
en achterblijvend met twee resp. drie kinderen. Wat hebben we
gemaild en later gebeld!
Toen ons contact overging in over en weer bezoekjes en gezellige
winkelmiddagen, begonnen we te praten over de vakantie. Wij hebben
allebei geen familie of vrienden die alleen zijn, dus het overleggen
begon. In juni een weekeindje weg om te wennen, maar dat ging
uitstekend. En dan nu tien dagen naar Griekenland geweest. Ik
heb voor het eerst gevlogen (dat zouden Paul en ik later wel doen
),
de kinderen voor het eerst alleen thuis.
En wat hebben we genoten! Gehuild en gelachen, ons gedragen als pubers. Maar ook serieuze gesprekken over hoe het allemaal geweest is. En constant het gevoel gehad dat Paul en Bert bij ons waren. Als het een van ons te veel werd en in huilen uitbarstte, was de ander er om te troosten en andersom. We hebben een heel fijne vakantie gehad. Veel mensen in mijn omgeving vonden het onvoorstelbaar, dat ik zomaar op vakantie durfde met iemand die ik "bijna" niet ken. Maar mensen vergeten dat Riet en ik zoveel hebben meegemaakt dat we jaren konden overslaan. We hebben aan een half woord genoeg. We vinden het wel eens onvoorstelbaar dat er eerst zo'n verdriet in ons leven moest komen om elkaar te ontmoeten. Ik hoop dat meer lotgenoten met elkaar zo de dingen kunnen delen om het leven leefbaar te houden.
Vorig jaar was
mijn leven een groot zwart gat, maar door dit soort dingen glooit
er steeds meer licht aan de horizon. Ik mis Paul nog elke dag.
Ik kan nog steeds zomaar in tranen uitbarsten, maar ik kan ook
weer genieten van kleine dingen. Ik hoop dat dit een hart onder
de riem is van veel lotgenoten die het ook zo moeilijk hebben.
Zoek iemand met wie je verdriet kunt delen. Probeer er op uit
te gaan (dat hoeft niet meteen Griekenland te zijn, hoor), maar
houd je blik gericht op de toekomst!
Ik hoop dat ik met de fijne herinnering aan deze zomer de natte
herfst en de donkere winter goed doorkom.
Groetjes van
Ery Geerts-Bolster, vrouw, geboren 6 juli 1957; partner Paul (47) is op 10 december 2003 gestorven aan slokdarmkanker; drie thuiswonende kinderen. Woonplaats: Neede. E-mailadres: P.Geerts2@chello.nl
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren