Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de edities juni en juli 2005


3 juni 2005

Hoofdredactioneel:

De langste dag

Een paar dagen geleden begon de maand juni en kort daarna had ik een DVD in mijn handen met de klassieker "The Longest Day". Een befaamde film uit 1962 over de geallieerde invasie in Normandië met een zeer internationale cast, variërend van Paul Anka tot Arletty en van Jean-Louis Barrault en Bourvil tot Eddy Albert en Sean Connery. Toeval? Misschien, misschien ook niet. Maar juni is wel de maand met de langste dag van het jaar: de 21e. Vanaf dat moment worden de dagen alweer korter, helaas.

De langste dag. Er zijn in ons leven soms momenten dat we vaststellen dat het een lange dag was. Zoals de sterfdag van onze geliefde. Voor mij was dat de langste dag van mijn leven. Een dag en nacht zonder slaap. Vol herinneringen, vol verdriet eindigend in een wervelende draaikolk van wanhoop en een onverbiddelijk toeslaande eenzaamheid in een ontzettend groot en vooral zeer leeg bed.

De maand juni heeft de langste dag van het jaar. Ik vind dat persoonlijk een fijne dag. Omdat het de dag is dat de zon het langst blijft schijnen. Na lange tijd heb ik het gevoel dat ik ook dáár weer van kan genieten.
Ik hoop dat die zon ook in jouw leven, wanneer dan ook, zo'n lange, feestelijke lichtdag lang voor je zal schijnen. En dat de langste dag van het jaar een andere, positieve betekenis zal krijgen in jouw leven. Een dag om van te genieten en je te koesteren in de warme stralen van een aangename junizon.


Bert Vos 
Hoofdredacteur De Draaikolk


Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 26 - Wieneke van Rossum

4 juni 2005

Hoi Agnes,

Deze 26ste brief schrijf ik met de wetenschap dat we onze briefwisseling niet alleen voor onszelf doen, maar dat we wel degelijk gelezen worden. Het is fijn om reacties te krijgen die je weer stimuleren om door te gaan, anders hadden we onderling de ervaringen en gevoelens wel kunnen uitwisselen. Maar de opzet was natuurlijk ook dat anderen hier herkenningspunten in zouden vinden en hierdoor gesterkt zouden worden dat hun en onze beleving van rouw gemeenschappelijke raakvlakken heeft. Juist daarom zijn we open en bloot op het web. Als het aan mij ligt gaan we nog even door, alhoewel ik weleens denk in hetzelfde te vervallen, maar aan de reacties te merken is dat gelukkig dus toch niet zo.
Als ik terugdenk aan de tijd dat ik de redactie van twee clubbladen heb gedaan en dat vergelijk met de response die ik erop kreeg is dat gewoon hetzelfde. Ik moest de mensen bidden en smeken om eens wat kopij te leveren om het niet een saai blad van wedstrijddata en regels te laten worden. Maar zelden kreeg ik een wedstrijdverslag binnen, dus zocht ik zelf interessante artikelen op, maar of die ooit gelezen werden? We zijn dus gewoon trendvolgers, maar een beetje (h)erkenning geeft de burger weer moed om door te gaan.

Ameland was inderdaad erg koud, vooral de noordenwind, maar wel heel zonnig. Dus overdag en ook 's avonds bij de kachel ging wel, maar zo tegen de ochtend word je van de kou wakker, terwijl ik onder twee dekbedden lag en sokken aan… Ik ben gewoon een koukleum. Maar het was gelukkig droog dus we hebben heerlijk gefietst en weer veel te veel lekker gegeten en gedronken. Kortom: je komt heerlijk uitgerust en schoongewaaid weer thuis. Ik stelde al voor Ameland in de zorgverzekering op te nemen, dat scheelt heel veel kosten in de burnouts, stress, slapeloosheid, depressies enzovoort. Het bespaart ziektekosten en stimuleert de economie, maar helaas zal onze minister daar wel anders over denken als hij er met de huisartsen al niet uitkomt.
Wat elke keer dan wel weer een kater is, is de thuiskomst. Opeens ben je weer alleen. Normaal bouw je samen zoiets af, je praat nog eens over je ervaringen. Maar pats boem ben je weer op jezelf teruggeworpen. Dan overheerst er altijd weer een verdrietige stemming. Het is geen reden om niet weg te gaan, maar die overgang ervaar ik toch als een triest gevoel. Als je achter de geraniums blijft zitten, beleef je ook nooit wat en ben je nog alleen.

Jé zeg, dat is echt verbouwen, geen wonder dat je daarvan droomt! Het grappige is dat ik net zo'n reactie had als Marina in haar ingezonden brief. Ik heb ook gedacht dat Cees en Andries je gewoon even een handje kwamen helpen en je moed gaven om het af te maken.
Maar ik ben verder niet zo goed in het uitleggen van dromen; onbewust spelen de gebeurtenissen van die dag door in je hoofd. Nu ik er over nadenk, droom ik niet zo veel. Ik slaap heel licht en pas als ik heel vast slaap ( meestal na het nuttigen van wat alcohol) droom ik. En vergeet ze dan ook vaak weer snel. Jammer dat zo'n fijne droom met zijn drieën stopt. Ik kan me voorstellen dat je die verbouwing op deze manier nooit zou afmaken. .
Ik heb twee keer gedroomd dat Frits vlakbij me was, maar de ene keer voelde ik me totaal verlamd en kon hem niet aanraken en de andere keer vervaagde zijn beeld en verdween. Ook dat oude, veilige, vertrouwde gevoel, waar jij over schrijft, was aanwezig en had ik het liefst willen vasthouden. Een andere droom was dat ik de kinderen riep om te komen eten en toen stapte hij zomaar de kamer binnen. "Wat doe jij hier nu", vroeg ik, "je bent toch dood"? "Geintje", was zijn antwoord. Ja, ik weet het, het klinkt komisch maar het is echt zo gebeurd. En wat moet je daar nu mee? Ik zou niet weten hoe ik deze droom moet uitleggen of het moet op zijn zeer groot gevoel voor humor slaan. Te groot, in dit geval, lijkt mij.

Weet je waar ik nu ook zo mee zit? Die Europese Grondwet. Ik weet niet wat ik moet gaan stemmen. Niet dat ik Frits zijn stem volgde, maar een beetje discussie hierover mis ik verschrikkelijk. Juist nu ik er zo'n behoefte aan heb, is hij er niet om hier samen over van gedachten te wisselen. Informatie, zeker op mijn werk, is hier genoeg over, maar ik zou zo graag hebben willen weten wat zijn visie hierover was. Ik ben geen volmondige ja stemmer maar ook geen nee, een middenweg is er niet en toch wil ik mijn stem niet verloren laten gaan. Ik heb stille hoop dat Frankrijk mijn dilemma oplost, maar dan toch wil ik mijn stem laten horen. Wat gebeurt er met ons sociaal stelsel als ik ja stem, wat gebeurt er… Niemand die me hier thuis een antwoord geeft of met je mee reageert als je op de televisie hier wat over hoort. Ik betrap me er weleens op, dat ik zelf de neiging heb om hardop te zeggen: "dat klopt niet, wat je zegt". Of zou de ouderdom al toeslaan? Met je partner hierover praten is toch anders dan met andere mensen vind ik, of vind je dat niet uitmaken? Zou het ook met vertrouwen te maken hebben?

Bij dat schuine opstapje in je huiskamer moet je wel een bordje zetten: "denkt u om het afstapje", anders kan die rollator wel eens rolstoel worden. Of wat dacht je van zo'n stem, net als op Schiphol als je van de tapis roulant stapt, "mind your step, mind your step". Ja, zo'n stem lijkt me wel wat. In de Londense metro hoor je: "mind the gap between the door and the platform". Geeft gelijk wat meer leven in je huiskamer als je alleen bent (nu zie ik je gelijk al dementerend het afstapje op en af gaan, terwijl je kleinkinderen vragen wat oma nu toch doet, ach oma is alleen…) Ja Agnes, dit afstapje geeft legio mogelijkheden.

Is het niet met alles zo, dat als je jong bent je nergens tegenop ziet, je durft alles aan en pas nu realiseer ik me dat ik nu net zo reageer als mijn ouders toen. Dus het is heel normaal dat Maaike en René makkelijker tegen de verbouwing aankijken dan jij. Ik verplaats me dan ook regelmatig dertig jaar terug om mijn kinderen te begrijpen en kom dan tot de slotsom dat ik geen haar beter was, misschien nog wel erger! En wat benijd ik hun zorgeloze leven dan. Als ik toen al wist wat me te wachten stond… Wat een heerlijke tijd was dat (ouwe trut, denk ik bij mezelf). Dus gewoon maar over je heen laten komen, het komt vast wel op zijn pootjes terecht, om in je eigen jargon te spreken.

Mijn design stoel staat trouwens prachtig en van de week heb ik op de plaats waar de barometer hing een prachtig bewerkte houten trommel van de bosnegers uit Suriname gehangen. Een herinnering aan zijn diensttijd daar. Dus achteraf gezien is het best een goede deal geweest.

Agnes, het blad is alweer bijna vol. Succes met de verbouwing en doe voorzichtig want je weet toch dat de meeste ongelukken binnenshuis gebeuren?

Liefs, Wieneke

***

Brief 27 - Agnes Ostendorf

17 juni 2005

Hoi Wieneke,

Ik heb eigenlijk geen tijd om te schrijven. Maar ja, na wat lichte aandrang van Bert en Monique toch maar weer in de "pen" geklommen. Ik weet heel goed dat schrijven voor mij net zo belangrijk is als eten en drinken. Het geeft mij in tijden van stress en drukte juist rust om verplicht te gaan zitten, na te denken over wat me bezighoudt. Met een moeilijk woord: zelfreflectie. Jammer alleen, dat het tijd kost. Tijd die ik blijkbaar op dit moment tekort kom. Maar ik heb de oplossing gevonden. Het is nu bijna 05.00 uur, het koffiezetapparaat staat te pruttelen en het is verder heel erg stil in en om huis. Heerlijk stil en hét moment om een uitgebreide brief naar jou te schrijven.

M'n opstapje is weg! Na intern overleg met de bouwcommissie (René, Maaike en ik dus) hebben we besloten om toch maar de vloer op gelijke hoogte te laten brengen. De timmerman is er twee hele dagen mee bezig geweest. De bestaande prachtige houten vloer er uit, opslaan in de schuur en een nieuwe ondervloer met isolatie er in. Uiteindelijk is dat toch wel veiliger.
Mijn toekomstige huiskamer is/was het vierkant en een deel van de koegang. Dat houdt in dat het plafond héél hoog is. Laat ik nou degene zijn die de planken en balken, die onder de "plastic schrootjes" vandaan kwamen ben gaan schuren - plamuren - schuren - in de grondverf zetten - schuren - weer in de grondverf - weer schuren en uiteindelijk af moet gaan lakken.
Ik sta dus boven op een trap te balanceren met schuurmachine of schilderskwast. Jij hebt me nog nooit ontmoet, anders zou je het wel weten, maar ik ben niet zo erg lang (1.57 én een halve centimeter) en sta dus echt op de bovenste trede van de trap. De wet van de zwaartekracht bepaalt dat alles niet naar boven, maar naar beneden valt en dat geldt vooral bij verfspetters.
Ik ben op dit moment dan ook aardig gespikkeld en krijg die verfspetters er niet meer af. Er zitten zelfs witte spikkels in mijn, pas geverfde, haar. Daar werd dan ook door Joost en Anne hartelijk om gelachen. Oma met witte spikkels op d'r gezicht en in d'r haar! Tijdens de koffie vroeg ik aan Joost of ik zijn petje lenen mocht. Hij keek me héél nadenkend aan en zei met een bloedserieus gezicht: "Nee, dat vind ik niet goed, want dan wordt m'n petje vies". Dat was zo vertederend. Het dilemma was op zijn gezichtje te zien. Oma die vol verfspetters zat en geholpen zou worden met zijn petje óf zijn petje aan oma uitlenen en terugkrijgen vol met verfspetters. Hij koos voor z'n petje. We hebben er met z'n allen vreselijk om zitten lachen en Joost verteld dat er vast nog wel ergens een oud petje van opa Cees is en dat ik zijn petje niet hoefde te hebben. Hij keek toen wel erg opgelucht. Lief hè?

Inmiddels is het bekend. Die nieuwe grondwet komt er dus niet. Ook ik heb lopen twijfelen en ook ik miste daar mijn praatpalen in. Je hebt zo gelijk dat discussiëren met je partner compleet anders is dan discussiëren met andere mensen. Het is, denk ik, minder eigen, minder veilig. Ik weet zeker dat Cees, Andries en ik er ook over gekletst zouden hebben. Het standpunt van hen zou "uit principe" tegenover elkaar staan en ik zou daar natuurlijk weer tussenin laveren.
Naar aanleiding van jouw brief ben ik, toen ik die nacht niet kon slapen, in gedachten die discussie met hen aangegaan. Uiteindelijk wist ik het. Ik vraag me dan ook af of dat de rest van m'n leven zo blijft. Bij elk besluit bedenken wat Cees en/of Andries daarvan zouden hebben gevonden. Komt er ooit een tijd dat ik m'n eigen beslissing neem, zonder eerst aan hen te denken? Ach, het maakt ook eigenlijk niet uit. Die twee horen gewoon bij me en ook bij de besluiten die ik neem.

Weet je dat ik heel vaak aan jouw barometer versus design stoel heb moeten denken. Ik wilde er naar vragen in deze brief, maar je hebt je antwoord al gegeven. Goed hoor, dat je tevreden bent met deze deal.

Ik heb trouwens ook een nieuwtje voor je. Bert en Monique hebben weer wat nieuws. Er komt een nieuwe site. Een dating-site! Dus daar hebben ze het zo druk mee. Ik heb de site stiekem al een beetje bekeken en het ziet er veelbelovend uit.
Wel werd ik direct geconfronteerd met mijn tegenstrijdige gevoelens in de periode dat Andries en ik verliefd werden op elkaar. Juist de periode na het overlijden van Cees was Andries degene die samen met mij rouwde en samen met mij Cees zo verschrikkelijk miste. Allebei waren we immers onze beste vriend kwijt.
Na anderhalf jaar werden onze gevoelens ten opzichte van elkaar anders en daarna is het ons maar één keer gelukt om samen écht over Cees en over onze gevoelens over Cees te praten. Voor Andries was het té moeilijk: ik was/ben immers de vrouw van zijn beste vriend.
Er zit duidelijk verschil in het aangaan van een nieuwe relatie als je nieuwe partner de overleden partner niet heeft gekend. Tussen Andries en mij was het soms aardig gecompliceerd, omdat we allebei elkaar, met betrekking tot onze gevoelens ten opzichte van Cees, niet wilden kwetsen. Nu ook Andries is overleden, heb ik er spijt van dat ik niet meer met hem over Cees heb gepraat. Maar ja, Andries kreeg zelf ook kanker, hij was soms ook te ziek om te praten en we wisten beiden dat hij nog maar kort te leven had. We zijn de confrontaties toen gewoon uit de weg gegaan en leefden in die periode héél erg van dag tot dag.

O ja, het laatste nieuws over mijn trimsalon. Het gaat goed. Vorige week had ik het eigenlijk veel te druk. Er kwamen op één dag vijf honden waarvan er twee héél bewerkelijk en moeilijk bewaren. Ik heb toen hulp gevraagd (en gekregen) van een collega-stagiaire van toen. Wie had ooit kunnen bedenken dat de zaken zo goed gaan, dat ik zelfs hulp nodig zou hebben?
Ook maak ik heel ontroerende dingen mee, reacties van eigenaren als ze hun hond weer komen halen.
Twee weken geleden kreeg ik een pup met héél véél en veel te lang haar op m'n trimtafel. De pup heet Boris, is acht maanden oud en door z'n baasje (voor alle duidelijkheid: z'n baasje is een vrouw hier uit het dorp) heel goed onderhouden en ook goed opgevoed. Die mevrouw kwam met de boodschap dat het haar, zowel de hond als haar, flink in de weg zat. Het moest er af! Nou, dat vond ik natuurlijk ook. Na ruim twee uur knippen en een flinke was- en föhnbeurt verder, belde ik het baasje op om te zeggen dat Boris klaar was en opgehaald kon worden. Toen die mevrouw kwam en Boris zag, begon ze zachtjes te huilen. Ik schrok daar erg van en vroeg of ze Boris nu niet mooi geknipt vond. "Jawel", zei ze toen, "hij is vreselijk mooi geworden". En toen kwam het hele verhaal eruit. Haar man is ruim een jaar terug overleden en ze had een paar maanden na zijn overlijden Boris gekocht. Ze was helemaal gek op die hond. Ze verzorgde hem, knuffelde hem, ze ging elke dag met hem wandelen en twee keer in de week naar puppytraining en ze kreeg zoveel terug van Boris. Hij is altijd blij, vrolijk en heel aanhankelijk. Ze heeft iets om voor te zorgen en mensen maken een praatje met haar als ze met Boris over straat loopt. Ze is zo blij met hem en nu is hij ook nog zo verschrikkelijk mooi geworden. Het werd haar gewoon teveel.
Toen ze dat in dikke tranen aan me vertelde, herkende ik dat (na het overlijden van Cees heb ik me immers Doortje aangeschaft). Tijdens haar verhaal heb ik mijn eigen tranen erg moeten verdringen, het was zo ontroerend en herkenbaar allemaal. Die mevrouw en ik hebben samen nog over haar overleden man gepraat en pas na een half uur praten ging ze weg, omdat de volgende klant mét hond op de stoep stond. Mijn lunch is er die dag ook bij ingeschoten.

Wieneke, ik hoor beneden gestommel dus het is inmiddels al een heel eind in de ochtend. Ik denk dat ik de brief afsluit en opstuur naar Bert en Monique, dan kunnen ze hem nog plaatsen voordat ze (weer) op vakantie gaan.

Lieve groeten,

Agnes


4 juni 2005

Vannacht was ze nog even bij me, door Bert Vos

Vannacht was ze nog even bij me. Zo maar kwam ze even langs. Even "buurten" noem ik dat. Ze kwam me vertellen dat ik Monique geen "leugens" over haar mocht verkopen. En als ik dat wel deed, zoals die avond dus, kwam ze me wel even corrigeren.

Ik vertel dit zo maar tussen neus en lippen door alsof het heel gewoon is dat je overleden partner 's nachts even bij je komt buurten. Dat is natuurlijk niet algemeen gebruikelijk, maar mij overkomt het met een zekere regelmaat. Ook ruim zeven jaar na haar overlijden. Ook al is de frequentie waarin het gebeurt na mijn laatste operatie wat afgenomen.
Veel mensen durven niet over zoiets te praten met anderen als het hen overkomt. Want dat gelooft toch niemand? Je wordt voor gek versleten en het leven is al moeilijk genoeg.

Ik heb daar geen last van. Integendeel. Ik praat er zonder enige terughoudendheid over en wat Janny mij 's nachts te vertellen heeft, deel ik daarna zonder problemen met Monique. Natuurlijk, toen vlak na het overlijden van Janny zij voor het eerst uitgebreid bij me kwam "buurten" terwijl ik in het grote lege bed lag te huilen, was ik heel verrast dat het me overkwam. Eerst dacht ik nog dat ik het allemaal zelf in mijn geest lag te verzinnen, maar langzaam maar zeker drong het tot me door dat zij dingen tegen mij zei zoals alleen zij die op die voor haar typerende wijze zou kunnen zeggen.

Vanaf dat moment heb ik, ondanks mijn reputatie als ongelovige Thomas, mij erbij neergelegd dat Janny "zo maar" bij me langs kwam als zij dat nodig vond. Dat is niet altijd even ontspannend, dat geef ik eerlijk toe. Het kost me soms enorm veel energie. Vaak komt ze op een moment dat ik verdriet heb, het even niet meer zie zitten, bijvoorbeeld als de kanker in mijn lijf weer eens heeft toegeslagen en ik vol vragen en angsten zit. Zij troost me dan onmiskenbaar. Zij geeft adviezen en soms, soms licht ze een klein tipje van mijn toekomstsluier op en stelt me daarmee gerust op het juiste moment. Dat laatste is tot nu toe nog maar één keer gebeurd, maar wat ze me toen vertelde heeft ons, Monique en mij, onmiskenbaar door het afgelopen jaar heen gesleept. Zij kreeg gelijk.

Kortgeleden heeft Monique een zoomlens van me gekregen voor haar digitale camera. Ze had er al vaker over gepraat. Wie veel fotografeert mist zo'n lens op een gegeven moment. 's Avonds in bed lagen we nog even te filosoferen over de mogelijkheden van zo'n "fotokanon" en ik vertelde Monique over de praktijkervaringen van Janny met háár zoomlens. Janny was naar mijn gevoel veel te impulsief en daardoor waren haar zoomlensfoto's vaak een tikkeltje onscherp door teveel beweging. Dat is nu eenmaal het nadeel van een groot zoombereik: elke beweging wordt ook versterkt…
En ik vertelde als voorbeeld over Janny's niet aflatende jacht naar flamingo's, het liefst in vogelvlucht. Dat je eigenlijk een statief nodig hebt om die vogels scherp op de foto te krijgen. Maar dat vond ze eigenlijk veel te lastig en belemmerde haar in haar bewegingsvrijheid.
Hatsiekidee! Nog geen kwartier later was Janny er, kwam mijn geest binnen zoals ze dat altijd doet en vertelde me kort, maar fijntjes dat je een vlucht flamingo's in de lucht natuurlijk niet vanaf een statief goed en snel in beeld kon krijgen. Dat zou ik moeten weten omdat we dat probleem ook al hadden met die groepen rotganzen op het wad bij Moddergat, toen, weet je nog Bert? En verder moest ik Monique maar gewoon haar eigen gang laten gaan. Zij kan best zelf zonder al mijn "adviezen" bepalen of het gebruik van een statief wel of niet handig is...

Ik heb er erg om moeten lachen. Want ze had natuurlijk gelijk. Zoals mijn vrouwen altijd gelijk hebben.

© Bert Vos - juni 2005


7 juni 2005

Ruggesteuntjes (31) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos

 


14 juni 2005  

Boekbespreking:

"Lachen en huilen zijn heel dicht bij elkaar komen te liggen. Als ik lach, als ik me gelukkig voel, dan kan me dat ook heel erg emotioneren. Heel af en toe moet ik dan opeens aan mijn (overleden) vrouw en zoon denken, alsof ik me tegenover hen zou willen verontschuldigen voor mijn geluksmoment" (Evert Siemstra)

Na de klap.

Bruikbare adviezen in zelfhulpgids voor verkeersslachtoffers en hun naasten, door Monique Vos

In maart 2004 werd ik per e-mail benaderd door Huub Buijssen. Hij was bezig de laatste hand te leggen aan een boek over de psychische nasleep van verkeersongelukken. Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel komen twaalf slachtoffers of nabestaanden van een verkeersongeluk aan het woord, het tweede deel bevat een praktische gids voor zelfhulp en steun na een verkeersongeluk. Nu had hij in de Draaikolk-editie van maart 2001 aflevering 14. "Gewijzigde verkeerssituatie" van mijn serie "Blaka Rosoe" gelezen en hij vroeg toestemming om dit verhaal in dit boek te mogen opnemen om lezers duidelijk te maken dat teruggaan naar de plek van het ongeluk voor velen een belangrijke stap naar "herstel" markeert.
Ik was geraakt door dit verzoek en vond het heel bijzonder dat juist deze aflevering in het boek zou worden opgenomen, want had het niet acht maanden geduurd voordat ik mij over mijn angst had kunnen heen zetten om de plek te bezoeken, zo dicht bij huis, waar Eric eind april 1999 was verongelukt? En het feit dat dit verzoek uitgerekend kwam in de maand maart, elk jaar weer het startpunt van twee maanden waarin mijn gedachten intensief worden beheerst door herinneringen aan die weken voorafgaand aan het ongeluk. De laatste weken van zijn leven waarin hij zo dolgelukkig was geweest met de aanschaf van zijn droommotor.

Nadat ik een aantal presentie-exemplaren had mogen ontvangen, heeft het precies een jaar geduurd voordat ik zo ver was dat ik het boek niet meer oppakte om het vervolgens weer weg te leggen en ik geen excuses meer kon verzinnen waarom ik het boek niet zou lezen, en eventueel te bespreken op de Draaikolk. Zes jaar verder en nóg was de confrontatie blijkbaar te groot. En toch was het weer rond diezelfde moeilijke tijd, maart/april van dit jaar, dat ik het boek dan eindelijk ter hand nam. Goed, nu waren er op voorhand twee aspecten die mij als nabestaande heeft afgeschrikt: de omslag en de titel. Zo gevoelig ligt dat blijkbaar, bij mij althans. De afbeelding op de omslag spreekt voor zich, denk ik. De titel associeer ik met twee zaken: enerzijds met de angst die bij mij direct na de onheilstijding overheerste voor de pijn die Eric eventueel gehad zou kunnen hebben als gevolg van "de klap" en anderzijds met de ruim drie maanden die het daarna heeft geduurd alvorens bij míj "de klap" zich aandiende.

In hoeverre hebben wij, die hun partner hebben verloren door een verkeersongeluk, nu iets aan dit boek? Welnu, van de twaalf ervaringsverhalen heeft de helft betrekking op nabestaanden van wie een dierbare (partner, kind, collega) het ongeluk niet heeft overleefd. De ervaringsverhalen zijn stuk voor stuk diepgaande verhalen die goed weergeven met welke gevoelens en emoties betrokkenen te maken krijgen. Het tweede deel van de zelfhulpgids geeft adviezen aan (voornamelijk) de directe slachtoffers van een ongeluk (die het dus hebben overleefd) en zijn of haar omgeving, compleet met praktische checklists voor wie zich nog niet goed kan concentreren op de theorie in het boek.
Maar het opmerkelijke wil nu dat de ervaringen en gevoelens van de slachtoffers die het overleefd hebben voor mij als nabestaande ook erg herkenbaar zijn, wat maakt dat ik een groot deel van de adviezen ook zelf ter harte kan nemen. Zoals de auteurs zelf ook al geconstateerd hebben, toont het verwerken van een psychotrauma veel verwantschap met het verwerken van een groot verlies.
Datzelfde heb ik overigens ook ervaren bij het lezen van verhalen van mensen die terminaal zijn. Ze blijken grotendeels door dezelfde fasen van verwerking te gaan als de partner die achterblijft. Niet zo verwonderlijk eigenlijk, want sterft er in ons ook niet iets na het verlies van onze partner…?

Dit boek is dan ook bedoeld voor drie groepen mensen. Voor diegenen die zelf een ongeluk hebben meegemaakt en worstelen met de psychische nasleep. Voor diegenen die indirect slachtoffer zijn geworden en die plots het verschrikkelijke bericht hebben gekregen dat een dierbare is betrokken geweest bij een ongeluk, hierbij blijvend ernstig letsel hebben opgelopen of zijn overleden. En voor die personen die de directe en indirecte verkeersslachtoffers beter willen leren begrijpen en ze willen bijstaan. Adviezen hoe je met een dergelijke traumatische gebeurtenis het beste om kunt gaan, zijn volop in dit boek te vinden. Zelf heb ik onder meer veel gehad aan adviezen, zoals het belang van rust, afleiding en vermijding, uitleg waarom confrontatie met de plek van het ongeval noodzakelijk is en een beproefde strategie hoe om te gaan met piekeren.

Monique Vos

Huub Buijssen (1953), psychogerontoloog, gezondheidszorgpsycholoog en klinisch psycholoog NIP, is directeur van cursusbureau Buijssen Training en Educatie in Tilburg, dat gespecialiseerd is in trainingen collegiale trauma-opvang.
Suzanne Buis (1960) werkte na haar doctoraal Geneeskunde als verpleeghulp, patiëntenvertrouwenspersoon en als docente aan de opleiding voor verpleegkundigen en werkt sinds 1998 als freelance journaliste vanuit Hamburg.

Na de klap. Gids zelfhulp voor verkeersslachtoffers en hun naasten - Huub Buijssen en Suzanne Buis; Uitg. De Stiel, Nijmegen 2004; ISBN 90-704-1534-8, 160 blz. Verkrijgbaar in alle boekhandels en via bol.com


17 juni 2005   

Ze zeggen, door Rita de Jong

Als de eerste twee jaar maar voorbij zijn, zeggen ze, dan ben je door de ergste pijn heen, zeggen ze.
Ze zeggen
, dat ik dan weer een beetje kan gaan bouwen, dat de pijn dan minder scherp wordt.
Ze zeggen, dat ik er dan een beetje klaar mee moet zijn, en zeker nu er weer een mooie liefde in mijn leven is.
Ze zeggen niets over alle worstelingen die ik voer met mezelf en met dat wat geweest is, en al het moois wat op mijn pad is gekomen sinds Chris er niet meer is.
Ze zeggen niets over schuldgevoel en verlies van vrienden, omdat ze mij niet laten vallen maar omdat ík ze al twee jaar laat vallen omdat er in mijn hoofd geen ruimte is voor vriendschap.
Ze zeggen niets over mijn boosheid en haat tegen Chris, die eerst mijn liefde was. Boos omdat Chris mij en de kinderen zoveel verdriet heeft aangedaan.
Ze zeggen niets over al die tegenstrijdige en niet te begrijpen gevoelens die vechten om voorrang.

Nog 18 dagen en dan zijn er twee jaar voorbij.
Ze zeggen niet hoe je die laatste dagen van het tweede jaar beleeft, en of je dan over een soort drempel stapt, zo van: hè hè, dat heb ik gehad en doorleeft.
Nog 18 dagen van weer beleven van zijn laatste dagen, onze laatste dagen. Maar de pijn word helemaal niet minder scherp, zeker als ik naar mijn kinderen kijk. Zij hebben hun vader zo nodig.

Het is zo zwaar en moeilijk om alleen drie kinderen op te voeden. Je wilt het ook goed doen, dat ben ik aan Chris verplicht. Dat heb je je min of meer voorgenomen en in stilte aan hem belooft. Maar nu hij er al bijna twee jaar niet meer is, valt het me zwaar. Samen waren we wat dat betreft een goed team. Als ik moe ben van het opvoeden en zijn karaktertrekken zie in mijn kinderen, waar hij zelf ook zo mee worstelde, ben ik boos op hem. Waarom liet je me alleen? Waarom laat je het mij alleen doen? Ik kan het niet!
De kinderen zetten hun vader op een voetstuk, gelukkig. Maar ik wil ook een aai over mijn bol, want ik ben zo moe van de afgelopen twee jaar en soms zo bang voor wat nog komen gaat.
Zullen het mensjes worden waar hun vader trots op zou zijn? Zal het ze lukken een beetje liefde in de wereld neer te zetten?

Ik wil naar huis. Ik voel me onrustig, in een spagaat tussen mijn toekomst en verleden. Thuisgekomen breek ik en komen er tranen, heel veel tranen. Dan zijn er twee jongetjes die mij troosten en zeggen dat ik het goed doe, dat ze trots op me zijn en dat ze blij voor me zijn dat ik weer een nieuwe liefde heb gevonden in mijn leven.
Een nieuwe liefde.
Dáár zeggen ze niets over, want dat is voor geen mens te bevatten en daarom noemen Rinus en ik dat een groot wonder. Gelukkig bestaan er nog wonderen, als een geschenk uit de hemel.
En is dat niet de plek waar Chris nu zit, samen met Carla?
Ja, ik weet het zeker.

Rita de Jong, vrouw, geboren 14 augustus 1956; partner Chris op 10 juni 2003 overleden aan een hartstilstand; drie kinderen waarvan twee thuiswonend. Nieuwe relatie met lotgenoot. E-mailadres: hoekdejong@chello.nl



Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 28 - Wieneke van Rossum

8 juli 2005

Hoi Agnes,

Aan de vooravond van Frits' zijn sterfdag schrijf ik deze brief. Inmiddels is het alweer vier jaar geleden, maar nog steeds dichtbij. Vier jaren zijn voorbijgegaan zonder zijn lijfelijke aanwezigheid, maar in mijn geest is hij nog nooit zo dichtbij geweest. Zonder emotioneel te worden kan ik nu makkelijker over hem praten. De tranen leer je langer in te houden, maar de wond blijft schrijnen...
Morgen (8 juli) komt een broer van mijn vader met zijn vrouw langs, de enigen eigenlijk van de familie die me ongelofelijke steun hebben gegeven. Ik heb ze dan ook erg hoog in aanzien. Zulke lieve mensen moet je in ere houden. Natuurlijk komt ook mijn schoonmoeder langs, de kinderen zijn er en 's avonds komen de buren op onze "dodenherdenking". Ach, en dan met veel afleiding is de dag dan weer voorbij. Het zijn juist meer de onverwachte momenten die meer pijn doen.

Zoals, bijvoorbeeld, het feit dat hij niet meer meemaakt dat onze oudste dochter het huis uitgaat. Karin en Johan hebben de sleutel van hun huis gekregen en zijn druk bezig. Dan denk ik: verdomme, hij had hier ook moeten zijn. Wat had hij dit ook graag meegemaakt. Zijn kinderen niet meer zien opgroeien, vond hij een van de ergste dingen die hij zou missen.
Ook voor mij is het wel even wennen dat ze er bijna niet meer is. Eerst was ze op studiereis naar Egypte en daarna zaten ze twee weken in het huis van Johan's broer, die op vakantie was, om op de honden te passen en nu is ze er ook nog maar sporadisch. Nu was Karin altijd de rustigste, Linde haar aanwezigheid telt voor twee, dus er is nog genoeg leven in onze brouwerij. Zo zijn we in vier jaar tijd van vier tot twee gehalveerd. De tijd schrijdt voort en alles voert steeds verder weg van hem.

Geweldig wat je allemaal in je huis aan het doen bent! Ik ga boven de muren en kozijnen verven. Met dit soort dingen mis ik Frits gewoon helemaal niet om de doodeenvoudige reden dat hij nooit kluste! Die heeft van zijn leven (wat een uitdrukking) nog nooit een verfkwast of een boor in zijn handen gehouden. Hij schaamde zich er ook niet voor. Toen ik eens geld voor mijn verjaardag vroeg om een klopboor te kopen, vroeg hij aan iedereen of ze al gestort hadden voor het boorfonds! Hij was ook verschrikkelijk a-technisch. Als ik een lamp ophing en met kruissteentjes in de weer was, beschouwde hij dit als een wereldwonder. Ik heb hem op een gegeven moment tot banden plakken gedwongen en op de een of andere manier ging hij dan altijd even iets aan de buurman vragen met het gevolg dat de buurman die band dus weer stond te plakken…
Het klussen moet ik wat gedoseerd doen om mijn schouder niet te belasten, dus ik neem het fijne werk en Linde pakt de grotere oppervlaktes. Ik heb van de week een beukhaag gesnoeid en heb gelukkig geen last van mijn schouder gehad. Zoals jij onder de verfspetters zat, zo liep ik de volgende dag op mijn werk nog met blaadjes en takjes in mijn haar rond.

Over mijn werk gesproken: twee weken geleden zijn we door Vrij Nederland, samen met Maastricht, tot de beste bibliotheek van Nederland uitgeroepen. Ik had al het gevoel dat ik een "mystery guest" aan de balie had, nu weet ik het zeker. We zijn er allemaal best wel een beetje trots op.

Het plan van de dating-site heb ik gelezen. Ik kan me heel goed voorstellen dat er na de dood van Cees tussen jou en Andries wat groeide. Dat je met Andries zo weinig over Cees heb gepraat is eigenlijk logisch. Omdat Andries ook kanker kreeg, ben je bang dat het te confronterend voor hem wordt. Dat merkte ik ook onlangs. Een vriend van Frits, die hem tijdens zijn ziekte veel gesteund heeft, heeft ook kanker en ik betrapte me erop, dat ik gewoon niet meer met hem over Frits kon praten uit angst dat ik hem misschien zou belasten. Ondanks dat het een andere vorm van kanker is ben je bang dat hij het ziektebeeld gaat vergelijken. Je kunt daar wel spijt over hebben, maar ik denk niet dat de situatie zich ervoor leende. Blijf gewoon je mooie herinneringen aan je twee liefdes koesteren. Je hebt op dat moment gedaan wat in die situatie het beste was.

Ja, en dan snij je een onderwerp aan: Internet daten! Het is een hot item. In de HP van deze week wordt er een heel artikel aan gewijd en zelfs in de Consumentengids, maar ik ben er dus gewoon niet zo'n type voor. Het komt op mij een beetje over als een marktplaats waar je je te koop aanbiedt. Vroeger was ik ook nooit zo'n flirt en zoekende, ik ben meer het afwachtende type in plaats van zelf het initiatief te nemen. Het grappige is dat juist deze houding Frits aantrok. Hij was een knappe man om te zien (pas toen anderen mij daar op wezen, viel het me op!) en had vrouwen genoeg achter zich aan. Ik was de eerste, die niet achter hem aanliep en dat vond hij wel interessant. Ik moet opeens denken aan een documentaire die ik een jaar na 11/9 zag. Er was een interview met een weduwe van een omgekomen brandweerman en iemand vroeg haar of ze al weer een nieuwe relatie had. Ze antwoordde: "Gosh, it took me twentyfive years to find this one!"
Daarbij komt de angst opnieuw een relatie te beginnen, ook de angst om nog eens een keer misschien een sterfgeval mee te maken, zoals jou dat dus is overkomen. Aan de andere kant weegt dat misschien niet op tegen de mooie jaren die je dan toch nog samen kunt hebben. Eigenlijk voel ik me nog heel kwetsbaar en ga het eerder uit de weg uit angst om weer pijn te lijden. Uit eenzaamheid begin ik geen relatie, pas als ik met vlinders in mijn buik rondloop en denk: "wow, dit is hem!", dan zou ik een lat-relatie overwegen en misschien in de toekomst samenwonen niet uitsluiten. Maar dan moeten er gemeenschappelijke interesses zijn en die reizen bijvoorbeeld van mij zijn dure hobby's!
Ach Agnes, ik laat het maar op mij af komen. Zoekende ben ik niet, maar ik sta er ook niet afwijzend tegenover, dus heren… kom maar op! Ons hele hebben en houden ligt toch al bloot op Internet, via de Draaikolk!

Agnes, ik stop er mee, ik ga me voorbereiden op de dag van morgen. Een mooi boeket bloemen en zijn foto staan op de tafel en ik ga het vijfde jaar in zonder mijn geliefde. Het is nog steeds als de dag van gisteren. Volgende maand zou hij 55 jaar geworden zijn, maar hij wordt niet ouder en ik laat hem achter in de tijd.

Lieve groeten van Wieneke


12 juli 2005

Ruggesteuntjes (32) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos

 


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren