Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de edities april en mei 2005


18 april 2005    

Hoofdredactioneel: Een nieuw leven beginnen

Met de lente beginnen heel veel nieuwe levens. Kijk maar om je heen. Zodra de dagen weer gaan lengen, de zon de winterkilte heeft verdreven, gaat het gebeuren. Ik kijk er nu elk jaar met stijgende verbazing naar. Vroeger zou ik alles als vanzelfsprekend hebben beschouwd. Na de winter komt immers altijd de lente en dan de zomer, tijd voor vakantie. Simpeler kan het niet. Maar is het leven wel zo simpel? Ik vrees van niet. Een nieuw leven beginnen is niet zo maar iets. Het is niet een simpel klusje dat je eventjes tussendoor klaart. Kijk naar de vogels in de tuin. Ze werken zich te pletter om een beetje een behoorlijk nest te bouwen en als het dan zover is moet er nog heel wat gebeuren voordat de jonkies uit kunnen vliegen. Als ze de strijd tenminste hebben overleefd en elk soort roofgedierte op afstand hebben weten te houden.
Een mensenleven is eigenlijk niet veel anders. Toch?

Het is nu lente en veel lotgenoten hebben nu misschien wel het gevoel dat ze een nieuw leven zouden willen beginnen. Net als de vogels om ons heen. Ik ken dat specifieke lentegevoel. Sinds Janny uit mijn leven gleed heb ik in sterkere mate dat gevoel gehad. Ik ging ook ineens letten op de details van de natuur om me heen en ik zag opeens veel scherper dan ooit dat alles in de natuur als het leven zelf is en dat ik daar slechts een heel klein deeltje van ben. Met Monique naast me heb ik jaren geleden de stap gewaagd en ben samen met haar aan een nieuw leven begonnen. Niet simpel, wel fijn. En elke keer als de lente begint, de knoppen ontluiken en de bomen in een licht groene waas worden gehuld, weet ik dat we samen weer een jaar verder zijn.

Zoals nu. Een paar weken geleden deed ik mijn ogen weer open na een zware operatie en wist ik dat ik opnieuw aan het leven zou gaan beginnen. Ons tweede leven samen, dat nu al voor de derde keer ruw was onderbroken door de overigens succesvol snijdende messen der chirurgen. Ik hoop dat mijn volgende lente anders zal zijn. Beter. Rustiger. Onbezorgder. Zonder de napijn van alwéér een operatie.
Maar dat niet alleen. Ik hoop dat het met mijn lotgenoten óók steeds beter zal gaan en dat ze dan misschien in die nieuwe lentetijd ook opnieuw gaan uitvliegen om een nieuw leven te kunnen beginnen.

Bert Vos 
Hoofdredacteur De Draaikolk


4 april 2005

Ruggesteuntjes (29) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos

 

Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 22 - Wieneke van Rossum

8 april 2005

Hoi Agnes,

Grappig dat je zo uitkijkt naar de zon. Voor mij is de lente een periode met veel pijnlijke herinneringen. In het voorjaar van 1998 hoorden we dat Frits kanker had en in het voorjaar van 2003 viel zijn doodsvonnis, dus ik onderga de lente altijd met weemoedige en gemengde gevoelens. Bovendien overleden mijn ouders en schoonvader ook in dezelfde periode.
Als ik dan al die mensen er weer gezellig samen op uit zie trekken, voel ik een steek van jaloezie. Niet dat ik er niet op uit trek, maar spontaan even een fietstocht of een wandeling maken is voorbij. Dit loopt allemaal min of meer gepland om de eenvoudige reden dat er nu niemand meer in huis is die meegaat en met je vrienden plan je dat van tevoren.
Het lijkt wel hoe scherper ik die lente voel, hoe scherper het gemis is. Nu kan ik niet "uitmaaien", maar uitwaaien doe ik graag. Sinds mijn schaatsval hangen ook de skeelers aan de wilgen dus nu spring ik op de fiets en rij een rondje de polder in. Afgelopen zondag heb ik een tocht van 40 km gereden, net genoeg, want ondanks mijn fietsbroek met zeemleren kruis eindig ik met beurse billen en een brandend kruis!

Maar het neemt niet weg dat ik toch wel van al die ontluikende bomen en opkomend groen geniet. En ook ik zie uit naar mijn tuinwerkzaamheden. Momenteel staat het huis in de steigers en worden alle voegen handmatig uitgevreesd en opnieuw gevoegd. Ik kijk op een blinde muur van een huis, waar een klimop tegen aan groeide. Die heb ik laten verwijderen en als het voegwerk klaar is, wil ik daar vier gaaspanelen opzetten met rozen en clematissen. Gras hebben we al een paar jaar niet meer. Frits was de "grassoloog", maar één die er met de pet naar gooide. Het grasmaaien deed ik dan, maar ik vertikte het de kantjes te knippen en het onkruid er uit te halen, want dat had hij op zich genomen. Toen heb ik hem nog een jaar de kans gegeven om te maaien en nadat dat niets uithaalde een ontwerp gemaakt met klinkertjes. Goh, dat hadden we jaren eerder moeten doen, was zijn antwoord! Maar ik ben best wel trots op mijn tuin, alles in pasteltinten en een beetje cottagestijl, lekker rommelig met veel kleur. Ik vind het dan ook heerlijk om erin te werken en het leegt je gedachten.
Er loopt een "ouwehoerenpaadje" naar de buren en 's avonds zijn er samen buiten menig borrels genuttigd. Overigens, over ouwehoeren gesproken: de vrouwen hebben de naam, maar het waren hier de mannen die het deden. Als mijn buren er niet zijn, zit ik in mijn eentje buiten met wat kaarsjes aan en staar naar de dansende vlammen in de vuurpot. Maar ik mis een praatpaal, in je eentje is er gewoon niets aan. Nu heb ik ontdekt dat ik bij een tuinlamp kan gaan zitten lezen, zodat ik toch nog lekker buiten kan blijven zitten zonder dat mijn gedachten op hol slaan.
Ik heb schatten van buren en kan er bij wijze van spreken dag en nacht terecht. Met John, de buurman, heb ik een keer tot vijf uur 's ochtends hierover zitten filosoferen, over het alleen willen en niet willen zijn. Hij kan totaal niet zonder mensen om hem heen en zou gek geworden worden in mijn situatie, zegt hij. Hij stond vaak voor het dilemma om me binnen te halen als hij me zo alleen zag zitten maar, dacht hij dan, toen Frits er nog was zat ze ook vaak een boek te lezen. En zo moeten we het ook laten, ook zij kunnen het gemis niet wegnemen, maar het is een fijn gevoel te weten dat we er voor elkaar zijn. In de twintig jaar dat we naast elkaar wonen, hebben we heel wat lief en leed gedeeld.

Niet alleen de wereld om je heen verandert, maar ook je naaste omgeving. Zoals jij je oude huis al niet meer terugkent, zijn er ook dingen in je eigen huis die veranderen. Die veranderingen geven toch een ongemakkelijk gevoel, alsof alles zo zou moeten blijven zoals het was toen je geliefde overleed. Inmiddels zijn hier in huis en in de tuin de nodige veranderingen aangebracht, maar elke keer gaf het mij een gevoel van ontrouw.
Vorige week lopen dubben over een antieke Admiral Fitzroy barometer. Geen hond die er op kijkt omdat alles met Engelse maten staat aangegeven, maar Frits vond hem altijd mooi. Ik had een mooie design stoel gezien, maar tamelijk prijzig. Als ik nu die barometer verkoop en daar die stoel neerzet, dacht ik, maar het schuldgevoel kwam toch boven. Alsof ik een soort verraad pleegde tegenover hem. Uiteindelijk trokken de kinderen me over de streep: die waren heel enthousiast over die stoel en vonden die barometer maar een stom ding. Dus ik heb de knoop doorgehakt en komt daar over een week of tien die stoel te staan.

Hoe was de voorstelling van Mathilde Santing? Ik heb ook twee cd's van haar, ze heeft een prachtige stem.
Zo is er natuurlijk altijd veel herinneringsmuziek. Of films die je samen heb gezien. De eerste film die ik met Frits zag was "Novecento" van Bertolucci, een Italiaans epos over het opkomende fascisme en de onderdrukking van de leenboeren in Toscane. Die film was in twee delen en helaas is deze film nooit op dvd uitgekomen hoewel er spelers als De Niro, Sutherland en Depardieu in meespelen. Zoiets zou ik nu graag als herinnering willen hebben.
Naar de bioscoop ga ik meestal met iemand uit mijn kennissenkring of met een collega. Het komt ook wel door mijn werk: een bibliotheek is meer dan boeken uitlenen. Officieel heet het: "centrum voor kennis en cultuur", dus je komt in je werk zoveel tegen dat je wel zou willen zien of bezoeken en dan is een collega er ook meestal wel voor te porren. Naar het theater gaat Linde vaak mee of, zoals naar Herman van Veen, gaan de buren mee. Vier jaar geleden zijn we nog met zijn vieren daar geweest. Ja, en dan voel je dat gat gelijk weer. Maar ik vind het geen reden om het niet te doen. Als ik echt per se iets wil zien en er is niemand om mee te gaan ga ik alleen, maar inderdaad dat geeft vaak een katterig gevoel. Je mist iemand om je ervaringen mee te delen, er is gewoon geen feedback. En in zo'n pauze sta je daar ook maar in je uppie een bakkie koffie te drinken, dan is er weer die amputatie.

Dat gevoel van amputatie is inderdaad nog lang niet voorbij. Zal het ooit voorbij gaan? Ik ben bang van niet, het zal misschien wat minder pijnlijk worden maar weggaan zal het nooit, denk ik. En dat is iets dat alleen lotgenoten zullen begrijpen, anders krijg je niet van die knullige antwoorden. Pas als je het zelf ondervonden heb, kun je aanvoelen hoeveel pijn alles nog geeft. Wij hebben gewoon levenslang. Er zijn maar heel weinig niet-lotgenoten die jouw situatie begrijpen, maar hun tijd komt ook nog wel, denk ik dan heel gemeen…

Ach Agnes, dan mogen we blij zijn dat we niet in India leven. Gisteravond zag ik een documentaire over weduwen in India. Vroeger werden ze gelijktijdig met de crematie van hun man levend mee verbrand, nu worden ze uit de familie gestoten, moeten op straat verder leven en bedelend moeten ze rond zien te komen. Waar hebben wij het dan nog over?

Lieve groeten van Wieneke

P.S.: Weet je dat we binnenkort in aanmerking komen voor een zilveren theelepeltje?
Onze 25e brief komt eraan!


***

Brief 23 - Agnes Ostendorf

22 april 2005

Hallo Wieneke,

Ik hoop echt, Wieneke, dat deze lente voor jou toch een lente wordt waarin je wat minder geconfronteerd wordt met al je pijnlijke herinneringen. Bert omschreef het al in zijn hoofdredactioneel stukje in de Draaikolk: De lente is een periode waarin alles opnieuw begint. Zouden wij dat ook kunnen? Opnieuw beginnen? Aan de ene kant wil ik héél graag al m'n verdriet, de pijn en het amputatiegevoel achter me laten. Er niet meer aan herinnerd worden. Aan de andere kant zijn het ook zoete herinneringen. Het intensieve leven van toen, het heel erg alleen maar bij elkaar willen zijn, blij zijn met elke dag die je samen hebt. De troost die we elkaar gaven en van elkaar kregen. Het zijn geweldige herinneringen, ik wil dat sterke gevoel van saamhorigheid van toen absoluut niet kwijt.

In je brief las ik dat jij dat ook hebt… een steek van jaloezie als je ziet dat mensen er samen gezellig op uit trekken. Ik heb dat ook, maar durf het eigenlijk niet hardop te zeggen. "Nou", zullen de mensen dan waarschijnlijk zeggen, "doe er dan wat aan". Nou, dat doe ik. Lees maar eens m'n oproep in de Draaikolk (onderaan "Samen Actief", red.). Maar niemand die reageert.
Waar dat aan ligt? Géén idee. Maar ik geef de moed niet op, ik ga er gewoon in m'n uppie op uit. 28 April aanstaande ga ik weer met m'n caravannetje naar een Rapido-weekend. Ditmaal naar Zuid-Limburg. Best wel een end rijden (ik ben ruim drieënhalf uur onderweg). Maar het is dan ook weer gezellig en tijdens zo'n Hemelvaartweekend van de caravanclub ben ik wel alleen, maar absoluut niet eenzaam. Trouwens, ik heb genoeg te doen die dagen. Ik neem m'n laptop mee en ga eindelijk m'n ondernemingsplan schrijven. Thuis gun ik me daar geen tijd voor, het komt er gewoon niet van. Er is altijd wel wat te doen. Grasmaaien, hondjes knippen, Anne en Joost van en naar school brengen, planken schuren en schilderen en weer opnieuw verhuisdozen inpakken omdat de verbouwing is begonnen en ik inpandig moet verkassen van de ene naar de andere ruimte. Weet je Wieneke, eigenlijk zijn wij ook niet alleen. Vanuit die beruchte skybox kijken immers onze grootste fans altijd mee!

Het raakte me dat je schreef: "Niet alleen de wereld om je heen verandert, maar ook je naaste omgeving". Opeens realiseerde ik me dat, zowel Cees als Andries, nooit ouder zullen worden. Hun leeftijd en de herinnering aan hen verandert niet. Zelfs als ik honderd ben, blijven zij net zo oud als de dag waarop ze overleden. Eigenlijk een rare gewaarwording: ouder te zijn dan de man die altijd drie jaar ouder was. Zou dat gevoel van verraad en ontrouw (want dat hebben we blijkbaar alle twee), als we de dingen veranderen waarvan we weten dat de ander het daar helemaal niet mee eens was, daarmee te maken hebben? Misschien is het zelfs wel zo dat als Frits was blijven leven hij misschien zelf wel die barometer verkocht zou hebben om voor jou die hele mooie speciale stoel te kopen. Weet je, Frits blijft dezelfde met de ideeën die hij toen had, terwijl wij en de rest van de wereld veranderen. Tenslotte weten we het alle twee: niets is zo veranderlijk als een mens.

Mathilde Santing, wat kan die vrouw prachtig zingen! Bij mij kwamen, waar ik al bang voor was, de emoties behoorlijk los. Het allereerste nummer was het lied "Aftertones" van Janis Ian. Cees en ik hebben die LP waar dat nummer op staat vroeger helemaal grijs gedraaid. Er kwamen veel herinneringen naar boven. Het was maar goed dat het in de zaal van het theater behoorlijk donker was, de tranen biggelden over m'n wangen bij de eerste toegift. Het was namelijk "Beautiful People" van Melanie. Dit nummer had Cees uitgekozen om te laten horen op het moment dat zijn vrienden de kist, waarin hij lag, de aula van het crematorium in droegen. Dat was zijn dank aan al die prachtige mensen die hij in zijn leven had gekend. Kortom, het was een heftige maar prachtige avond. Ik ben blij dat ik geweest ben en zal de avond zeker niet meer vergeten.

Wat heerlijk dat jij zulke fijne buren hebt. Gewoon koesteren en zuinig op zijn. Het is heerlijk als er een adres héél dicht in de buurt is, waar je tijdens een grote dip naar toe kunt gaan. Ik heb het ook geprobeerd, 's avonds buiten zitten met kaarsjes aan. Ik vond er niets aan. Kwaad en huilend heb ik de hele handel uitgeblazen en opgeruimd en ben toen linea recta mét een slaappil m'n bed ingedoken. Vreselijk was het, zo verschrikkelijk confronterend met het alleenzijn. Het zag er gezellig uit, maar was het niet! Gezelligheid is pas gezelligheid als je het kunt delen. 's Avonds buiten lezen heb ik nooit gedaan, maar ga ik zeker proberen. Hoe doe jij dat trouwens met de muggen die massaal op je af vliegen?

Wieneke, heb ik je trouwens al geschreven dat het heerlijk is om weer aan het werk te zijn? Het geeft me niet alleen veel voldoening, maar ook financieel wat meer ruimte. De trimsalon loopt als een trein. Soms voel ik me wel erg onzeker hoor, zo van: doe ik het wel goed, is dit wel het goede trimschema, scheer, knip of pluk ik wel goed genoeg, geef ik de klanten wel het juiste advies?
Ik kom wel heel zelfverzekerd over bij de mensen, maar dat is absoluut alleen maar schone schijn. Van binnen blijf ik twijfelen (ik heb als sterrenbeeld Kreeft). Ook boekhoudkundig ben ik een grote kluns en ik weet zeker dat zowel Cees als Andries die klus op zich zou hebben genomen. Maar ja, nu moet ik het wel zelf doen. En wat blijkt? Ik kan het! Oké, het zal niet perfect zijn, maar voor mij - en voor de belastingen - is het goed genoeg.

Wat betreft het leven in India. Inderdaad, ik ben blij dat ik geen weduwe in India ben. En verstoten uit de familie? Ik zie mijn schoonfamilie ook niet meer, de contacten waren al niet zo denderend en de enige bindende factor tussen de schoonfamilie en mij is/zijn overleden. Aan de andere kant zeggen er ook mensen tegen mij "Wat erg wat jou is overkomen, twee keer weduwe worden!" Ik bedenk me dan dat ik het twee keer heel erg getroffen heb met een hele lieve fijne partner, terwijl er genoeg relaties zijn waarbij zowel man als vrouw zich doodongelukkig voelen. Maar bedelend over straat is iets wat hier niet gebeurt, en dat is maar goed ook.

Wieneke, ik stop met deze brief en ga m'n bed opzoeken. Het was vandaag weer een fysiek vermoeiende dag. Ik ben namelijk samen met m'n broer (het gaat hem gelukkig weer goed) keihard in de tuin aan het werk. Nog nooit heb ik zoveel takken op één dag versjouwd. 25 Meter beukenhaag is drastisch gesnoeid en al dat snoeihout moet naar de houtwal achter in de tuin. Op zo'n moment verlang ik wel weer naar m'n kleine tuin.
Maar ja, elk voordeel heb z'n nadeel.

Groetjes van Agnes



14 april 2005  

Boekbespreking:

"Als je vader is gestorven, verlies je soms ook een beetje je moeder zoals ze vroeger was. Of je vader is veranderd sinds je moeder dood is" (Van Essen, 46).

Samen verdrietig. Rouwverwerking bij kinderen.

Nuttige en in heldere taal geschreven adviezen voor steun aan rouwende kinderen

Kinderen hebben hun ouders nodig bij hun rouwverwerking. Ouders kunnen die steun niet altijd geven omdat zij ook hun eigen verdriet te verwerken hebben. Zij zijn dus de belangrijkste hulpbron én de belangrijkste obstakels voor kinderen om op een goede manier te rouwen.
Maar wanneer het juist een van de ouders is waarom gerouwd wordt, dan is het voor de overblijvende ouder (tijdelijk) een haast onmogelijke taak om hun kind(eren) te ondersteunen, temeer omdat elk kind weer anders reageert, mede afhankelijk van de leeftijd. Dit boekje wil hierbij die ouder tot steun zijn.

Baby's en peuters tot ongeveer drie jaar hebben bijvoorbeeld nog geen besef van de dood, maar ze voelen wel heel goed aan wanneer er in hun directe omgeving iets ingrijpends is voorgevallen, omdat ze erg sfeergevoelig zijn. Voor hen is continuïteit en het hechten aan de volwassenen die hen verzorgen heel belangrijk voor een goede ontwikkeling.

Peuters en kleuters van drie tot ongeveer zes jaar begrijpen wel het verschil tussen leven en dood, maar ze denken bijvoorbeeld dat je even dood bent en dat je na een tijdje weer levend wordt. Peuters beschikken nog niet over de mogelijkheid om hun gevoelens en gedachten te verwoorden. Ze uiten hun verdriet vaak via lichamelijke reacties (bedplassen, duimen of buikpijn) of door boosheid of afhankelijk gedrag.

Kinderen van zes tot negen jaar begrijpen beter wat dood zijn betekent. Maar wat de dood nu precies inhoudt en dat iedereen dood kan gaan, kunnen ze nog moeilijk bevatten. Ze zijn geneigd om de dood tot een persoon te maken, die meestal onzichtbaar is. Soms geven ze zichzelf de schuld dat hun ouder is overleden.

Kinderen vanaf tien jaar gaan beseffen dat de dood definitief is en dat het iedereen kan overkomen. Ze zitten in een extra kwetsbare leeftijd om met groot verlies te maken te krijgen, omdat ze juist aan het leren zijn om 'namens zichzelf te leven'. Ze zijn zich aan het losmaken van hun ouders en dan is het moeilijk om met de overblijvende ouder gevoelens te delen. Ze schamen zich gemakkelijk voor emoties. Ze willen hun ouder of omgeving vaak niet lastigvallen met hun verdriet. De tiener vindt zichzelf al gauw kinderachtig. Je bent bezig zelfstandig te worden en daar hoort vragen om geborgenheid niet bij. Ze lijken heel flink, maar ze hebben juist veel aandacht en geborgenheid nodig. Het is fijn wanneer er dan iemand anders in de omgeving beschikbaar is om te luisteren (een leraar, buurvrouw of iemand anders in de familie). Maar geef wel aan dat je er als ouder voor hen bent, zonder iets te forceren. Soms gaat er een periode van vervreemding voorbij, waarin het lijkt dat er weinig contact mogelijk is met tieners. Maar er komt een tijd dat ze weer bij de ouder terugkomen. Ze willen zelf keuzes maken en verdriet verwerken, en vanuit de eigen plek in het leven zal de tiener weer het gesprek aangaan met de ouder. Hier kunnen jaren overheen gaan.

Zoals gezegd, omdat kinderen niet altijd woorden voor hun verdriet hebben, kunnen ze soms via een omweg en soms jaren later reageren door bijvoorbeeld: druk of teruggetrokken gedrag, onrustige slaap, nachtmerries, om niets boos of verdrietig worden, lichamelijke klachten, prikkelbaar zijn, geen interesses tonen, duimzuigen, bedplassen, hulpeloos of juist agressief gedrag vertonen en niet alleen durven zijn. Het kind dat nog verdriet moet verwerken heeft extra aandacht nodig en zal er baat bij hebben dat het met materiaal kan spelen waarin het haar of zijn emoties kwijt kan (prentenboeken, klei, tekenen of rollenspelletjes). Soms is professionele hulp nodig.

Kinderen kennen in deze situatie (volgens M. Keirse) zes behoeften:

- Om de realiteit van de dood onder ogen te kunnen zien hebben ze behoefte aan goede informatie over de dood en de doodsoorzaak. Ze moeten vragen kunnen stellen over het hoe en wat van doodgaan en begraven worden;

- Om de pijn van het verlies te kunnen ervaren, moeten kinderen worden aangemoedigd om over hun verdriet te kunnen praten en hun emoties daarover te kunnen uiten. Erover zwijgen lost niets op. Dan worden de verdrietige gevoelens weggestopt. Laat als ouder ook je eigen emoties zien. Het feit dat je je kwetsbaar durft op te stellen, geeft aan dat er veiligheid is in je gezin om jezelf te mogen zijn, maar wel zonder dat jouw verdriet een te grote belasting voor je kinderen wordt.

- Om de relatie van de gestorven ouder om te kunnen vormen van aanwezigheid naar een herinnering, is het goed om eerst veel goede en minder goede herinneringen op te halen. Je kunt als kind pas loslaten door er veel over te mogen praten, tekenen of spelen. Door in je hart en in je gevoel toe te laten wie degene voor je was, geef je plaats om goed afscheid te nemen;

- Om een nieuwe identiteit te kunnen ontwikkelen in een omgeving zonder de overleden ouder, is het goed het kind te stimuleren, aandacht te geven en te bevestigen in zijn of haar unieke persoontje, zodat het voelt dat het belangrijk is. Want met het wegvallen van een ouder valt er ook een stukje van hun identiteit weg;

- Terwijl het kind zoekt naar een zinvolle context voor de dood, kan het vragen gaan stellen waar je als ouder geen antwoord op weet. Doe de vragen niet af met een nietszeggend antwoord, maar realiseer je waarom het kind deze vragen stelt. Welke schuldvraag, informatiebehoefte, worsteling of woede steekt hierachter? Laat eventueel jouw eigen worsteling zien en geef eerlijk antwoord op vragen of zeg dat je het ook moeilijk vindt;

- Een continue steungevende volwassene in de komende jaren, dat is waar kinderen behoefte aan hebben. Juist in die perioden dat het gemis en verdriet weer een grote rol speelt, zoals bij speciale gedenkdagen. Door even te laten merken dat je weet wat er in hem of haar omgaat. Als je zelf tijdelijk niet in staat bent om je kind op te vangen, zorg dan dat er iemand anders voor je kind beschikbaar is.

Bovenstaande en nog veel meer praktische adviezen rondom rouwverwerking bij kinderen zijn terug te lezen in dit handzame en helder geschreven boekje van de hand van Marja Bos-Meeuwsen, orthopedagoge, tevens werkzaam als coach en trainer voor ouders, en zelf moeder van drie kinderen. Het maakt deel uit van de reeks "Over opvoeding gesproken".

Monique Vos

Samen verdrietig. Rouwverwerking bij kinderen - Marja Bos-Meeuwsen; Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 2004; ISBN 90-239-1638-7, 74 blz.; € 9,50.



3 mei 2005  

Op 26 april 1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe", waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen (te vinden in het archief).

In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk" haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd. In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven" andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot - ondanks alle dubbele gevoelens en verdere tegenslagen - toch en misschien wel nóg intenser van het leven kan gaan genieten. Een leven dat weliswaar door het gemis nooit meer hetzelfde zal worden. Een leven dat anders is, maar daarom zeker niet minder waardevol.
(Bert Vos, hoofdredacteur)


Dubbel-leven (13) - Niet mijn dag

Langzaam voel ik hoe ik word weggetrokken uit een diepe, onrustige slaap. Een aanhoudend gepiep klinkt bij mijn linkeroor. Al meteen bekruipt me het gevoel dat ik eigenlijk vandaag niet wakker wil worden. Ik hou mijn ogen nog stijf dicht terwijl ik het geluid probeer te duiden. Ik wacht net zolang met het openen van mijn ogen totdat ik zeker weet dat ik het gepiep meerdere keren heb gehoord. Ja hoor, gniffel ik in mezelf: Bert zijn thermometer.

Sinds kort verdenk ik hem ervan dat dit zijn nieuwe "subtiele" manier is om mij wakker te krijgen. En met succes. Sinds Bert weer een week of drie thuis is na zijn derde operatie in tweeënhalf jaar, nu aan zijn alvleesklier, is er elke avond en elke ochtend hetzelfde ritueel: het temperaturen. Zoals hem is opgedragen, houdt hij het keurig bij op een lijstje. Het ziekenhuisritme zit er nog zo goed in dat hij iedere dag, een stuk vroeger dan normaal, in de ochtend wakker wordt en ook 's nachts slaapt hij nog steeds rommelig.
Heel lief, heeft hij mij tot een paar dagen geleden laten doorslapen, maar blijkbaar begint het hem nu toch wat te gortig te worden en slaat hij op deze manier toe... Want ik, die maar al te vaak een vergeefse poging heb gedaan om ons 'uitslaapritme' te doorbreken, blijf nu onverstoorbaar doorslapen. Blijkbaar heb ik het nodig.
De uitslag is geruststellend, vandaag geen verhoging. En terwijl Bert vrij monter de badkamer induikt, stel ik voor mezelf tevreden vast dat hij vandaag een goede dag heeft.

Moederdagkaart

In plaats van, zoals te doen gebruikelijk, nog even samen de nacht en onze wederzijdse dromen danwel nachtmerries te evalueren, sta ik meteen naast m'n bed, fris me op en loop de trap af om het ontbijt-op-bed te gaan verzorgen, in de hoop dat ik Bert's nog steeds koppige maag ertoe kan verleiden om iets tot zich te nemen. Terwijl ik door de hal naar de keuken loop, valt mijn oog op de Moederdagkaart die klaar ligt om verstuurd te worden naar Eric's moeder in Suriname. Oh ja, die moet ik vandaag nog even posten, zeg ik tegen mezelf. In de keuken herinner ik mij dat het vandaag Koninginnedag is. Dat komt mooi uit want dan kan ik, terwijl ik bezig ben, gelijk af en toe even kijken. Bert heeft er namelijk een bloedhekel aan, net als Eric.

Als ik met het dienblad weer boven kom, staat - hoe kan het ook anders - de TV in de slaapkamer aan. Meneer zit prinsheerlijk te kijken. Typisch mannen, denk ik. En ik constateer: "Het is ook elk jaar hetzelfde met Koninginnedag. Jij, die niet geïnteresseerd zegt te zijn in Koninginnedag, zit hier lekker TV te kijken, terwijl ik met het ontbijt bezig ben". Bert probeert zich nog een beetje pesterig te verdedigen, maar vandaag zit dat er niet in. Langzaam begint een gevoel van ergernis en onbehagen zich van mij meester te maken. Ik voel de bui al hangen: de eerste waterlanders zijn gearriveerd. Terwijl Bert me in zijn armen neemt, stelt hij zijn meest favoriete vraag, die hij ook altijd van zichzelf beantwoord wil zien: waarom? En zoals altijd heb ik er niet veel moeite mee om het 'waarom' op te lepelen. Of het nou terecht of vergezocht is, zelf kan ik er altijd mee leven.

Gedeelde smart is halve smart

Het was 26 april, nu alweer zes jaar geleden, dat Eric verongelukte. Dus zit ik nu tussen de periode van zijn sterfdag en zijn crematiedag op 3 mei in. Zijn sterfdag ben ik overigens 'goed' doorgekomen, en ik dacht bij mezelf: nou, dat zou ook wel eens een keertje tijd worden na zes jaar.
Sinds een jaar of twee heb ik de 'gewoonte' om op die dag mijn schoonmoeder in Suriname op te bellen. Onder het motto: 'Gedeelte smart is halve smart'. Aan de enthousiaste reactie te horen waarmee de telefoon wordt opgenomen, blijkt dat ook zij deze traditie als zodanig heeft herkend. Mijn telefoontje werd dus verwacht. "Omdat het vandaag de sterfdag is van Oom Eric" zei zijn jonge neefje desgevraagd, toen ik hem vroeg hoe hij nu wist dat ik het was die belde. "En we zijn vandaag allemaal verdrietig", voegde hij er nog aan toe. Het deed mij goed te horen dat hij zich zijn oom nog kon herinneren en dat er vandaag met hem over gesproken was. En het horen van de altijd vrolijke stem van mijn schoonmoeder kleurde mijn dag weer helemaal goed.

Maar natuurlijk waren mijn gedachten en zorgen dit jaar, gedurende die altijd moeilijke weken voorafgaand aan Eric's overlijden, voornamelijk gericht op Bert en zijn gezondheid. Alleen uit mijn - de laatste weken weer toenemende - nachtmerries, met Eric als grote afwezige in de hoofdrol, bleek dat er 's nachts toch nog wel wat te verwerken was.

Koninginnedag 1999

Maar nu Bert vandaag een goede dag heeft, is er volgens mijn geest voor mij blijkbaar voldoende ruimte om herinneringen toe te laten. En ze kwamen, de herinneringen aan Koninginnedag 1999. Flitsen, waaronder beelden van mijn schoonfamilie, zoals we met z'n vieren wezenloos op de bank voor de TV naar de feestelijkheden in het land zaten te kijken; mijn schoonouders die uit Suriname en mijn schoonzus die uit Brazilië was overgekomen en ik. De dag ervoor nog was er voor hen het eerste weerzien met Eric geweest. En voor mij voelde het zo onwezenlijk aan dat zij er waren. Onder normale omstandigheden zou dit zo'n feestelijke hereniging geweest zijn, maar ze hadden die lange, inspannende reis 'alleen maar' moeten maken om afscheid van hem te nemen. Toen besefte ik al, dat Koninginnedag en de dagen die vlak na zijn crematie volgen: Dodenherdenking en Bevrijdingsdag, voor mij altijd nauw verbonden zullen blijven met de dood van Eric. Die wapperende vlaggen en feestende mensen vallen nog steeds erg uit de toon bij hoe ik mij deze dagen voel.

En dan was daar natuurlijk ook nog die Moederdagkaart die mij dwars zat. Van begin af aan heb ik die traditie van het sturen van een kaart niet willen doorbreken. Toen, omdat ze haar zoon al zo weinig in levende lijve zag. Nu, omdat wanneer ik hiermee zou stoppen, bij haar het gevoel zou kunnen ontstaan dat zij niet alleen haar zoon maar ook haar schoondochter had verloren. Toch blijft het een pijnlijk moment om de kaart te ondertekenen, want het belangrijkste eraan ontbreekt: Eric's naam.

Gelukkig is de maand april voorbij en het gevaar om juist in deze maand opnieuw een man te moeten verliezen is geweken. Met Bert gaat het eigenlijk zo goed, dat we het nog niet durven geloven.
Maar, blijft het wel goed gaan of komen er alsnog complicaties? Daar blijven we - bewust of onbewust - toch nog wel even mee bezig. We moeten opnieuw leren vertrouwen te krijgen in de toekomst en dat is niet gemakkelijk.
En de Moederdagkaart? Die is vanochtend dan toch de deur uitgegaan.

Monique Vos


5 mei 2005

Ruggesteuntjes (30) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos

 

Hoofdredactioneel: Rouw, mooi weer en vrije dagen

Soms is internet een graadmeter voor de gevoelens van de bezoekers. Neem nou bijvoorbeeld "De Draaikolk", ons Internettijdschrift voor maar ook dóór lotgenoten. We kunnen aan het aantal bezoekers vaak aflezen (door op het blauwe vierkantje boven of onder de inhoudspagina te clicken) of het mooi weer is of dat de regen met bakken uit de lucht valt. We zien het bezoekersaantal kelderen als het vakantie is. En als ons koninklijk huis live op TV te zien is, komt er bij wijze van spreken "geen hond" onze site bezoeken. Pasen, de meivakantie, Koninginnedag, Pinksteren, het is dan rustig op de Draaikolk.

Is dat een goed teken?

Ik vind van wel, ook al vinden wij het natuurlijk jammer dat er dan veel minder lotgenoten dan normaal onze site bezoeken. Ook al vinden wij het spijtig dat wij juist in die periode minder verhalen en reacties krijgen. Maar aan de andere kant betekent het ook dat het leven van onze lotgenoten ondanks alles toch min of meer doorgaat. Lotgenoten met kinderen ontkomen er ook niet aan, ook al staat hun hoofd misschien niet altijd naar het doen van leuke dingen met de kinderen.

Maar als het buiten guur, winderig en nat is, stromen de bezoekers toe. Zoeken lotgenoten de "warmte" van de herkenning. Is er behoefte aan troost. In mijn gedachten noem ik zo'n moment "het verdriet van internet". Het is dan net alsof het gevoel van verdriet en rouw digitaal wordt weerspiegeld op de pagina's van de Draaikolk en andere sites over rouw.
Op zo'n moment denken we aan onze lotgenoten en zijn blij dat we met ons internettijdschrift een heel klein beetje troost kunnen bieden in sombere tijden.

De zomer staat intussen al weer bijna voor de deur. Veel van onze lotgenoten zullen dan met vakantie gaan. Misschien voor de eerste keer zonder hem of haar. Alleen of met een vriend of vriendin. En als ze er zijn: met de kinderen. Maar er zullen ook veel thuisblijvers zijn. Het zou fijn zijn als de Draaikolk voor hen juist dán weer heel veel nieuwe verhalen van lotgenoten zou kunnen publiceren. Voor als het even grijs en somber is in de harten van de thuisblijvers. Alleen op die manier is de Draaikolk niet alleen een tijdschrift geschreven vóór lotgenoten, maar ook mede geschreven dóór lotgenoten.

Bert Vos 
Hoofdredacteur De Draaikolk


Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 24 - Wieneke van Rossum

7 mei 2005

Hallo Agnes,

Na thuiskomst uit Barcelona lag jouw brief op me te wachten. Wat is het toch heerlijk om er helemaal even uit te zijn, maar het is ook wel weer lekker om in je eigen bed te kruipen.

Met er helemaal uit te zijn bedoel ik niet alleen lijfelijk, maar ook geestelijk. In een andere omgeving heb je zoveel afleiding dat je minder met je verlies geconfronteerd wordt. Je deelt met iemand anders je ervaringen en dat geamputeerd zijnde gevoel is minder aanwezig. Mijn hoofd is even "rouwvrij" gemaakt. Nu ben ik een globetrotter en vlak na Frits zijn dood was ik veel op stap, dat was meer vluchten, maar ik heb het ook nodig om met mijn gedachten ergens anders te zijn.
We hebben genoten. Gaudi en het modernisme in ons opgenomen, heerlijk gegeten en wijn en sangria gedronken. Dat kan ook wel, als je in een restaurant gewoon de winkelprijs voor een fles wijn betaalt. Hoewel de spreektaal daar Catalaans is, kon ik met Spaans aardig uit de voeten. Ik vind het altijd leuk om zo contacten met mensen in hun eigen taal te hebben. Barcelona is een echte aanrader!

Ik hoop dat je ook geniet in Zuid-Limburg. Jammer dat er niemand gereageerd heeft. In je eigen kennissenkring merk je toch ook dat mensen minder van zich laten horen of helemaal niet meer. De dood is te confronterend voor de levenden. Mensen zijn egoïstisch en houden zich liever met leukere dingen bezig. Emoties worden vermeden, de dood confronteert ze met hun eigen onafwendbaar sterven. Ik vind dit een laffe houding. En juist via de Draaikolk zou je meer begrip verwachten. Ook via de Draaikolk heb ik gemerkt dat mensen gewoon erg laks in hun contacten zijn. Kennelijk zit de mens zo in elkaar.

Zo herinner ik me twee ex-collega's van mij die, nadat ze de advertentie in de Volkskrant gelezen hadden dat Frits was overleden, in het crematorium aanwezig waren. Bij de condoleance boden ze aan om langs te komen, contacten weer op te halen enz. Op de avond zelf bleek dat het meer nieuwsgierigheid was. Ze leken te zwelgen in het verdriet van een ander en andere sterfgevallen werden vergeleken. Ondertussen wierp één van hen steeds een steelse blik op haar horloge. Wat voelde ik me gekwetst en verdrietig toen ze weg waren. Ik heb me dan ook heilig voorgenomen hier niet meer in te trappen.
En al die clichés die je hoort: "het leven gaat door; het moet slijten; jullie hebben een mooie tijd samen gehad; je vind vast wel een ander; je kunt altijd langskomen, maar dan en dan zijn we er niet; het is nu eenmaal zo." Ik kan er, geloof ik, wel een boek mee vullen.
Wat je gewoon nodig hebt is een klankbord voor je verdriet, iemand die het begrijpt en met je meevoelt en niet iemand die met deze "dooddoeners" komt.
Ik ben na Frits zijn dood selectiever in vriendschappen geworden. Mensen die niets meer van zich laten horen, schrap ik resoluut en ik ga geen tijd meer verdoen aan al die loze woorden die mensen bezigen. Mensen die op mijn ziel trappen, ga ik nu uit de weg, dan doet het ook geen pijn meer.

"Beautiful people" is inderdaad een nummer dat je koude rillingen bezorgt. Ik hoor zo die schorre stem van Melanie. Die nummers krijgen nu helemaal een andere dimensie. Vroeger zette ik de Misa Luba heel vaak op, maar nadat we een Afrikaanse kerkdienst hebben gehouden kan ik deze muziek niet meer horen zonder dat er emoties boven komen.
De film, waar ik het in de vorige brief over had, komt in mei als DVD uit, dus dat wordt nostalgisch terugkijken.

Wat heerlijk dat je trimsalon zo goed loopt. Zo'n eigen toko blijft natuurlijk altijd spannend. Het is niet zo dat je automatisch je salaris aan het einde van de maand gestort krijgt. Boekhouden is ook mijn hobby niet. Ik vind het altijd heel knap als die posten weer sluitend zijn, maar mijn interesse heeft het niet. Ik ben al blij dat ik mijn eigen belastingformulier kan invullen en dat het dan klopt. Ik kreeg vroeger al van Frits op mijn kop als ik een girootje had uitgeschreven zonder de datum op het kaartje te vermelden. Die was zo'n Pietje Precies! Ik ben meer van de Franse slag.

Nu we het daarover hebben, weet je dat ik dat nu ook mis? Laatst stonden de tuindeuren open en hoorde ik dat mijn buren een meningsverschil hadden. Ik was er gewoon jaloers op. Er is niemand meer om mee te kibbelen of om boos op te worden. Het is nu wel heerlijk rustig zo. Je hoeft met niemand rekening te houden, maar aan de andere kant mis je feedback. Er is niemand meer die je corrigeert, je kunt geen kritiek meer geven noch kritiek ontvangen. Er is niemand om boos op te worden en er is niets om uit te praten. Complimenten krijg je niet meer en je kunt ze ook niet meer geven. Er is niets om je voor te verontschuldigen. Aan de ene kant geeft het veel rust, maar de spanning mis ik toch ook. En je vraagt je af: doe ik het wel goed zo? Je gaat bijna denken dat je perfect bent omdat niemand je meer corrigeert, behalve dan je kinderen eens af en toe.
Het lijkt mij dat jij dit toch ook wel mist, zeker nu je voor jezelf begonnen bent en zo graag je ervaringen hierover wilt uitwisselen. Positieve kritiek kan altijd verhelderend werken. Misschien komt daar dat onzekere gevoel vandaan van: doe ik het wel goed?

De komende weken lossen we elkaar af met vakanties. Linde is nu een week paardrijden, haar aanwezigheid geldt altijd voor twee. De Pinksterdagen ga ik Ameland onveilig maken en daarna is Karin een week op studiereis naar Egypte. Kan ik er alvast aan wennen om met zijn tweeën thuis te zijn.

Agnes, ik ga douchen. Ik heb de hele dag in de tuin gewerkt, de panelen op de muur geboord, aarde gestort en rozen en clematissen gepland. Ik kom kreunend van de spierpijn overeind en bedenk dat ik wel heel letterlijk met rouwranden onder mijn nagels achter de computer zit.
Konden we alle rouwranden maar zo makkelijk wegboenen…

Groeten van Wieneke

***

Brief 25 - Agnes Ostendorf

21 mei 2005

Hoi Wieneke,

Gelukkig, je bent weer heelhuids terug uit Barcelona. Ik las dat je het vreselijk naar je zin gehad hebt. Goed zo! Het is je van harte gegund. Barcelona is natuurlijk ook een prachtige stad. De bouwwerken van Gaudi, de vrolijke drukte op de Rambla en de restaurantjes met die heerlijke tapas en sangria. Toen ik er was (al heel wat jaren geleden) heb ik uren door de stad lopen dwalen.

Mijn Hemelvaartweekend met de Rapido-club was weer ouderwets gezellig. Het is verschrikkelijk fijn om een weekje te kamperen met zo'n club. Iedereen helpt elkaar met het opzetten en afbreken van voortenten en er is altijd wel iemand die gezellig komt kletsen. Gelukkig wordt er niets geregeld of opgelegd en zo'n week is dan ook supersnel voorbij. Dit jaar was alleen het koude en regenachtige weer een grote spelbreker. Maar, ik heb weer heerlijk gelachen, geborreld, gekletst en m'n meegebrachte boeken uitgelezen.
Even over m'n oproep in de Draaikolk. Die was niet bedoeld voor de Hemelvaart maar voor een week midden in de zomer. Helaas, niemand heeft gereageerd. Ik vraag me trouwens af of er wel eens gereageerd wordt op die oproepen. Zelf heb ik wel een aantal keren via de Draaikolk e-mailcontact gezocht, maar dat liep wat stroef en uiteindelijk was het dan ook weer over. Er werd gewoon niet meer gereageerd. Ik vraag me trouwens nu opeens af of onze brieven nog wel gelezen worden? Waarom reageren er zo weinig mensen?

In je laatste brief heb je het over al de clichés die je hoort. Ik stoor me daar ook aan. Maar ja, als ik heel eerlijk bij mezelf kijk, dan weet ik dat ik ze ook wel eens gebruik. Het is zo makkelijk gezegd en soms wil je ook niet dieper ingaan op wat er gezegd wordt, omdat bijvoorbeeld de tijd ontbreekt of omdat degene met wie je aan het praten bent nou ook niet iemand is waarbij je "het achterste van je tong" wilt laten zien. Ik denk dat het gebruik van clichés ook een soort zelfbescherming is; antwoord geven op zo'n cliché is namelijk bijna niet mogelijk. Het gesprek is dan vaak afgelopen.

Weet je trouwens, Wieneke, dat ik de laatste tijd weer heel veel droom? Ik schrijf tegenwoordig, zodra ik wakker word, m'n dromen op. Een van die dromen was zo echt. Ik zal je de droom vertellen.
Cees was op een podium een decorstuk voor een toneelstuk aan het bouwen en schilderen. Hij speelde zelf ook in dat toneelstuk mee. In de zaal stonden allemaal houten banken waarop het publiek dan moest gaan zitten. Ik liep om Cees heen en hielp hem door de panelen vast te houden. Opeens was Andries er bij en ook hij hielp mee en werd het beregezellig met z'n drieën. Dat toneelpodium was met donkerrode gordijnen en met houten planken en behoorlijk stoffig en vies, maar de decorwanden waren prachtig. Tijdens de voorstelling zaten Andries en ik als enige in de zaal, terwijl Cees helemaal alleen z'n toneelstuk stond te spelen. Er was niets raars aan, het hoorde zo.
Ik werd wakker en het was allemaal zo echt, net alsof we daar werkelijk met z'n drietjes bezig waren geweest. Eigenlijk wilde ik ook helemaal niet wakker worden maar nog verder dromen; het oude vertrouwde, veilige gevoel was tijdens die droom zo goed voelbaar. Maar ja, de keiharde werkelijkheid zonder Cees en Andries stond weer klaar.
Ze zeggen toch dat dromen de verwerking is van je is overkomen. Weet jij het? Wat moet ik dan met zo'n droom?

Over planken en schilderen gesproken: de eerste muren zijn gesloopt. Wat een stof, wat een viezigheid en vooral, wat een werk! Gelukkig kan er nu gebouwd worden. Dat is wat minder deprimerend dan al dat gesloop. Maaike was afgelopen zaterdag voorzichtig bezig een jaren-70 schrootjeswand weg te halen en daarachter kwam ze een fantastisch cadeau tegen. Er kwamen twee prachtige openslaande paneeldeurtjes tevoorschijn waar vroeger duidelijk een bedstede heeft gezeten. Die deurtjes zitten precies op de plek waar Maaike en René een trap naar boven krijgen. Echt schitterend, het kon niet mooier. Het kozijn en de deuren zijn volledig intact, schuren en schilderen en "klaar is K(C)ees"! We komen helaas ook minder leuke dingen tegen. Vloeren die ongelijk van hoogte blijken te zijn nadat de muur is weggehaald. Ik krijg dus midden in m'n huiskamer een schuin opstapje. Handig voor later, kan ik daar m'n rollator parkeren. Maar goed, dat lossen we ook wel weer op. Het valt me trouwens op dat ik meer tegen die hele toestand van verbouwen opzie dan Maaike en René dat doen. Ik heb in m'n leven al heel wat verbouwingen gehad en hoop dus echt dat dit de allerlaatste verbouwing is. Als die twee nog meer verbouwingsplannen hebben, verhuis ik gewoon naar de overkant (daar staat een spiksplinternieuw bejaardenhuis met aanleunwoningen en seniorenflatjes). Ze zijn dus gewaarschuwd. Voor Anne en Joost is het nog steeds feest. Ze kunnen nu zelfs binnen fietsen als het buiten regent. Niet dat dat mag, maar ja…
Het is trouwens wel héél apart om te zien hoe Maaike de touwtjes van die verbouwing strak in handen heeft. Precies zoals Cees dat altijd deed. Planningen en begrotingen maken en de taken een beetje verdelen. Ik zie haar ook regelmatig met de bouwtekeningen aan tafel zitten en met een rood potlood strepen trekken op die tekeningen en lijstjes maken met vragen/opmerkingen voor de timmerman en elektricien.
Het is een hectische tijd, morgen komt de houtboer stapels hout brengen en aanstaande maandag komt de keukenboer mijn nieuwe keuken brengen die pas over een paar weken door de timmerman geplaatst kan worden omdat nog niet alle leidingen op de goede plek liggen. Waar we alles neerzetten? Géén idee en eigenlijk wil ik het ook niet weten. Ik ga er voor het gemak maar van uit dat Maaike en René precies weten waar alles staan/liggen moet. Mijn grootste klus moet nog komen, namelijk het behangen, schilderen en witten van de hele handel. Op dit moment ben ik toch veel facilitair bezig (oppassen, koffie zetten, broodjes smeren, vloeren schoonvegen, stofzuigen en de rotzooi na een werkdag opruimen).
Het is de komende drie maanden gewoon even doorbijten, maar daarna zitten we heel moe, maar zielstevreden in een huis wat voegt als een warme jas. Ik hou je op de hoogte.

Wieneke, hoe is het met je vakantiedagen op Ameland gegaan? Hier hadden we het gewoon koud en er viel heel wat regen. Jammer hoor. Met Pinksteren staat namelijk het hele dorp op z'n kop. Vooral "Pinkster-3" wordt groots gevierd. Harddraverij, kermis, rommelmarkt en van 's morgens vroeg tot 's avonds laat de kroegen open. Het is echt gezellig dan. Maar dit jaar was het gewoon veel te koud om buiten een kermisborrel te geven.
Maar jou kennende, laat jij je niet verjagen door onaangenaam weer. Ameland is ook met wind en regen heel erg mooi.

Nou, het is al met al weer een lange brief geworden, ik stop voor vandaag met schrijven. Ik moet trouwens ook weer eens hoognodig iets "onder gaan maaien". Maar dat bewaar ik voor de volgende brief.

Tot de volgende brief,

Liefs, Agnes


11 mei 2005

Die gouden momenten, door Nel van Hengel

Op 24 november 2003, na een ziekbed van tien weken, overleed mijn man. Hij was vijftig jaar en tien maanden. Wij waren achtentwintig jaar getrouwd en kenden elkaar bijna dertig jaar.

Toen wij hoorden dat Leo ziek was en de artsen nog vol hoop waren, stond al snel voor ons vast dat het wel eens anders kon gaan. De nachtmerrie begon: de eerste weken paniek, huilen, praten samen en met de kinderen, samen nog de begrafenis geregeld. Maar Leo was ook bezig met het regelen "voor straks, als ik er niet meer ben" en vaak zei hij: "denk erom, hoor…", en er kwam een opmerking van: "het is maar dat je het weet."
Al snel na twee weken kon hij niet meer lopen, sliep beneden en kreeg een rolstoel. Onderzoek na onderzoek volgde. Artsen, die nog verwachtingen hadden. Wij niet. Achteruitgang werd door ons wél bemerkt, vooral toen het slikken moeizaam ging, eten niet meer lukte en toen het praten onverstaanbaar werd en hij snel te moe werd om alles op te schrijven.
Enkele dagen werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Zijn doel: zaterdag 22 november nog te leven, want onze dochter had zich geplaatst voor de Nederlandse kampioenschappen en dat móest doorgaan. De doktoren zeiden toch dat hij nog een aantal maanden te leven had, in ieder geval met gemak 2004 kon halen? Zelf had hij gezegd: "zaterdag moet ik nog leven, zondag wil ik bij jullie zijn en vanaf maandag kan ik gaan." Druk regelend met zijn ontslag uit het ziekenhuis is hij totaal onverwachts overleden. Alleen, waar hij zo bang voor was…
Zonder afscheid te nemen, is hij onverwachts weggegaan, maar hij wist zeker: ooit zien wij elkaar weer, misschien wel over vijftig jaar. Voor hem was en is het een "tot ziens".

Schuldgevoelens

De nachtmerrie werd werkelijkheid. Mijn gedachten werden beheerst door ons verdriet en de zorg om onze kinderen. Leo verwachtte dat ik het zou redden. Na acht weken overleed mijn vader. Opnieuw een begrafenis. Zonder Leo hebben wij afscheid van hem moeten nemen.
In al mijn gevoel stond het gemis van Leo centraal. Later kwamen daar de schuldgevoelens bij: dat ik zijn klachten had onderschat, accepteerde dat hij soms moe was en minder wilde ondernemen. Iedereen riep: "ook mannen hebben last van de overgang". Altijd was er wel een reden te bedenken als hij klachten had.
De zorg voor de kinderen, het rouwen met de kinderen, het geloof, het vertrouwen wat Leo in ons/mij had: kon ik dat nakomen? Hoe kon ik alles aan zonder de samenspraak die wij altijd hadden? Nooit geen knuffel meer, de energie die spoorloos was, het huishouden, nog eten koken als ik zo moe thuis kwam. Vrienden die geen tijd meer hebben, vriendinnen die alleen leuke dingen willen horen, maar ook nieuwe mensen die mij niet vergaten en mij maar lieten praten.
Vele facetten van de rouw gingen aan mij voorbij.

Het besef wordt steeds groter…

Nu is het bijna achttien maanden geleden. Mijn eerste en de laatste gedachte van de dag zijn voor hem. Nóg word ik soms in paniek wakker en denk dat hij weer naast mij ligt. Zijn stoel, zijn plaats in huis, het lijkt steeds leger te worden. Het besef wordt steeds groter en nu ja, nu voel ik het: hij komt nooit meer terug… Ik moet alleen verder en proberen om alleen iets van onze plannen te verwezenlijken: de auto kopen die hij twintig maanden geleden uitgezocht had, ooit zonder hem naar de Noordpool gaan. Er zijn meer dagen, uren dat ik denk: dit lukt mij nooit, maar soms..., soms is er een moment waarvan ik denk: ja, het gaat mij lukken. Die gouden momenten probeer ik vast te houden en vast te plakken in mijn herinneringen.

"De tijd heelt", zegt men. "Je moet en mag er niet meer over praten", zegt men. "Het is al een tijd geleden", zegt men. "Ooit vind je misschien wel weer iemand", zegt men. "Alleen kamperen, dat is ongehoord vragen om moeilijkheden", zegt men. "Eenzame zondagen? Ga naar een koffieconcert", zegt men. "Er zijn méér weduwen, hoor, en die leven óók verder. Kijk naar hén", zegt men. Zo kan ik wel doorgaan, maar het gemis en gevoel van eenzaamheid blijft.

Wij proberen de draad weer op te pakken en soms is daar het gevoel: hij kijkt van boven over onze schouder mee bij bijzondere gebeurtenissen. De oudste dochter heeft een vriend, de andere dochter heeft een huis gekocht en ook onze zorgenkinderen, de tweeling, "drogen goed op", zou Leo gezegd hebben en heel soms, kan ik op al deze dingen zo trots zijn en dan denk ik: ja, dat is het begin van verwerken. Dan wil ik naar hem roepen:

"Bedankt voor alles wat jij voor ons gedaan hebt.
Bedankt voor onze tijd samen, want door jou ben ik geworden wie ik ben.
Bedankt voor die fantastische kinderen die wij samen hebben gekregen.
Bedankt dat ik jou heb ontmoet, maar het was te kort.
Dag lieve Leo, het is goed zo."

Nel van Hengel-de Jong, vrouw, geboren 27 december 1953; partner Leo (1953) overleed op 24 november 2003 aan tumoren in long, bot- en hersenen; vier volwassen kinderen, waarvan één thuiswonend. Woonplaats: Spijkenisse. E-mailadres: n.vanhengel2@chello.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren