Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Alle teksten uit de edities februari en maart 2005
1 februari 2005
Hoofdredactioneel:
Over sneeuwklokjes, krokussen, hyacinthen en nog wat...
Op het moment dat ik
dit schrijf is het 31 januari 2005. Precies zeven jaar geleden
stierf Janny, de vrouw met wie ik bijna veertig jaar gelukkig
was. Het doet me altijd weer goed te ervaren dat ik desondanks
op zo'n dag in staat ben om bijvoorbeeld dit stuk te schrijven.
Het is dan net alsof ik extra energie krijg van een plek ergens
in deze onbegrensde kosmos. Er zijn mensen die het goddelijke
energie noemen, extra kracht van omhoog. Anderen geloven wellicht
dat het de kracht is die in ieders geest besloten ligt. Eigenlijk
maakt het niet uit wat je gelooft. Ik krijg gewoon even extra
energie aangeleverd, ook al heb ik nergens een bestelling geplaatst.
Maar ik ben wel blij het te krijgen. Het is altijd weer een klein,
wonderbaarlijk geschenk.
Ik had eigenlijk willen schrijven over krokussen. Je weet wel,
die dappere bloempjes die hun kopjes al boven het maaiveld uit
durven te steken als er bij wijze van spreken nog "een meter"
sneeuw ligt. Maar ik heb eigenlijk, zo lang de Draaikolk bestaat,
elke jaar zo rond deze tijd over krokussen geschreven, zodat ik
er nu maar eens de sneeuwklokjes en de hyacinthen bij betrek.
Maken we er een mooi winterboeketje van.
Natuurlijk gaat het me niet echt om die bloempjes. Ze zijn veel
meer een symbool voor het feit dat de winter langzaam maar zeker
terrein prijs moet geven aan de naderende lente. Natuurlijk, dat
duurt nog een paar maandjes, maar het is wel fijn om er nu alvast
aan te denken. Ook aan het feit dat de dagen weer steeds langer
worden.
Over een kleine veertien dagen proberen Monique en ik eventjes alvast de "lente" op te zoeken en vliegen we naar (hopelijk) warmere streken. Even de zon op m'n bast en even bijtanken voordat ik wellicht toch weer het ziekenhuis in moet. En, zo heb ik begrepen, voor die operatie moet ik een goede conditie hebben en iedereen weet dat je die het allerbest opbouwt op een droge, warme plek. Met veel helder zonlicht. Toch?
Wie vóór die tijd nog iets aan de Draaikolk wil bijdragen, wie een reactie heeft of misschien een "mooi" verhaal over eigen rouwervaringen; wie nog vóór die tijd een plek in de Mailbox wil hebben, op de pagina "Ik denk aan jou" of "Samen Actief", wie dat wil doet er goed aan om deze week die bijdrage, die reactie of de aanmelding te sturen. Want daarna zijn we aan het inpakken. En onze Belgische lotgenoten dagen we hierbij uit om zich met z'n allen aan te melden voor de "Mailbox" én onze nieuwe rubriek "Samen actief in Vlaanderen".
Dat heet huiswerk...
1 februari 2005
Bert Vos, Hoofdredacteur
De Draaikolk
1 februari 2005
Ruggesteuntjes
(27) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed
voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos
3 februari 2005
Carnaval, door Saskia Spitholt
Begin dit jaar kwam totaal
onverwacht de ommekeer. Na maanden van intens verdriet om het
gemis van Huub en het niet meer weten wat je met je verdriet (en
niet te vergeten met jezelf) aan moet, werd ik op een ochtend
in de eerste week van januari wakker en zag de wereld er heel
anders uit.
Het moment waarop het gebeurde was totaal onverwacht en onverklaarbaar:
de moeilijke kerstdagen en Oud en Nieuw stonden nog vers in mijn
geheugen en ook aan de goedbedoelde, maar toch moeilijke nieuwjaarswensen
was nog niet helemaal een eind gekomen. Maar toch, die ochtend
was anders. Het leek wel alsof iemand die nacht in mijn hoofd
een knopje had omgezet. Het begon buiten te stormen en hoe meer
de wind in kracht toenam, hoe meer mijn krachten toenamen. Mijn
"oude ik" kwam weer boven: ik werd weer uitbundig, vrolijk,
had het gevoel de wereld weer aan te kunnen en was van plan ondanks
het gemis van Huub van 2005 een mooi jaar te maken.
Ook "vroeger" waren de dagen niet allemaal perfect.
Maandenlang
had ik Huub hoofdschuddend voor me gezien en hoorde ik hem al
zeggen: "Sas, doe dat nou niet" als bijvoorbeeld
de koekjestrommel weer eens snel leeg raakte. Aan de ene kant
baalde ik er flink van, maar aan de andere kant interesseerde
me het ook helemaal niet. Nu ik weer beter in mijn vel zat bleven
de snoepbuien achterwege. Zelfs het hardlopen had ik weer opgepakt
na een stop van bijna een jaar.
De beelden van een hoofdschuddende Huub wijzigden in beelden van
een trots glunderende Huub en zorgden voor nóg meer enthousiasme.
Ook opmerkingen van familie en vrienden die mijn verandering merkten,
zorgden ervoor dat ik me nóg beter ging voelen. Ik genoot
van de ommekeer en hoopte dit een lange tijd vast te kunnen houden.
Op dagen dat het iets minder ging, realiseerde ik me dat ook "vroeger"
de dagen niet allemaal perfect waren.
De herinneringen houden me 's nachts uit mijn slaap.
Nu februari,
de maand van Huub's overlijden, begonnen is, voel ik me weer langzaam
afglijden. Hoewel ik er tegen vecht, kan ik het niet tegenhouden.
Voor mijn gevoel zal ik Huub's sterfdag jaarlijks twee keer beleven:
op zijn sterfdag de 23e en met carnaval, omdat Huub maandagmorgens
na het carnavalsweekend overleden is.
Carnaval begint dit weekend; de herinneringen die weer flink naar
boven komen zetten, houden me 's nachts uit mijn slaap en ook
de tranen vloeien weer rijkelijk. Ieder jaar bekijken we met vrienden
de carnavalsoptocht en feesten we nog wat na. Ondanks het feit
dat het met Huub niet zo goed ging, ben ik ook vorig jaar naar
de optocht geweest. Huub gunde me mijn verzetje, maar echt plezier
heb ik die middag niet gehad, mijn gedachten waren toch thuis.
Gelukkig knapte Huub 's avonds weer op en ik kan wel zeggen dat
ik daar meer van genoten heb dan van de optocht.
Vol optimisme begon ik de volgende ochtend op mijn werk, totdat
de telefoon ging. De buurman (en tevens goede vriend) belde, het
ging niet goed met Huub. Bij thuiskomst kreeg ik te horen wat
ik onderweg al vreesde: Huub was plotseling overleden. Mijn toekomst
was kapot en ik bleef achter met intens verdriet.
Dit weekend ga ik weer naar de carnavalsoptocht, maar waarschijnlijk zal ik opnieuw met mijn gedachten ergens anders zijn. Carnaval, dat altijd een feest voor mij is geweest, zal nooit meer hetzelfde zijn, net zoals zoveel andere dingen. Desondanks ben ik vastberaden het goede gevoel van januari terug te krijgen. Huub zou niet anders willen.
Saskia Spitholt, vrouw, geboren 11 mei 1973; partner Huub (1962) plotseling overleden op 23 februari 2004 door onbekende oorzaak (waarschijnlijk longembolie of hartritmestoornis); geen kinderen. Woonplaats: Apeldoorn. E-mailadres: S.Spitholt@zonnet.nl
5 februari 2005
En dan begint het echte leven weer , door Patricia van Boerdonk
Op 23
oktober 2004 overlijdt Kees, de man van Patricia van Boerdonk,
op 42-jarige leeftijd. Kees was SVH Meesterkok en samen hebben
ze al bijna tien jaar een restaurant.
Hectische uren volgen waarin het pand moet worden verzegeld voor
sporenonderzoek door de politie omdat Kees 's nachts onderaan
de trap is gevonden. Nadat ze op vrijdagavond een heel drukke
wildavond hebben gehad, blijkt Kees 's nachts wakker te zijn geworden
van het gestommel van zijn broer die in het donker over iets struikelde.
Nadat hij zijn broer weer naar bed heeft geholpen, heeft Kees
op de trap een hartstilstand gekregen, is hij naar beneden gevallen
en heeft hij zijn nek gebroken.
Ook hun 15-jarige dochter Regina moet versneld terugkomen uit
Polen, waar ze met school voor een uitwisselingsprogramma verblijft.
Patricia vertelt het vervolg van haar verhaal.
Dan wordt het weer maandag en de post stroomt binnen, mensen blijven komen en we schenken liters koffie, alles moet geregeld worden. Godzijdank wist ik wat Kees wilde. Hij wilde twee dingen, die ik niet wilde, en dat was zijn organen afstaan (helaas kon dat niet in verband met het politieonderzoek) en hij wilde gecremeerd worden. Ik krijg van iedereen alle medewerking. Mijn Kees was er trots op dat hij al veertien jaar SVH Meesterkok was en ik wil graag dat zes collega-meesterkoks hem naar binnen begeleiden. Ik mag de zes zelf uitzoeken en iedereen stemt meteen toe.
De crematie
is zo enorm druk, het past niet in het crematorium. Het is in
een woord geweldig. Ik heb het op laten nemen door het crematorium
en al diverse malen beluisterd. Alles wat gedaan is is voor Kees
en heeft een bepaalde waarde voor Kees en mij. Na de crematie
wordt iedereen uitgenodigd voor de koffietafel in onze zaak.
Dan is het 's avonds half zeven en bijna iedereen is weg. Er liggen
meer dan veertig grafstukken op de pad naar ons pand toe. Het
personeel legt alle bloemstukken binnen. Het kiststuk had de begrafenisondernemer
al binnengelegd op de kapstok, het lijkt er wel voor gemaakt.
Zeventien afmeldingen
En dan begint
het echte leven weer. We hebben nog een dag en dan gaat de zaak
weer open. Niet omdat we stoer willen doen, maar de week erop
hebben we een bruiloft en het personeel en ik moeten ons mentaal
voorbereiden.
De eerste dag dat we open gaan, hebben we zeventien afmeldingen.
Er komen dus maar drie tafels, welgeteld zes personen durven naar
ons te komen. Horecacollega's zijn druk op zoek om voor ons een
goede chef-kok te vinden, want dat hebben we nodig. En je gelooft
het niet, binnen een week hebben ze iemand gevonden waarvan we
weten dat hij een heel goede kok is en waarvan iedereen ook denkt
dat we samen kunnen werken.
Michiel doet zijn intrede op de dag dat we de eerste bruiloft hebben. Het is een giga feest en het loopt als een trein. Het moeilijke is wel dat er ook veel vaste gasten komen en die komen eerst mij condoleren voordat ze het bruidspaar gaan feliciteren. Het feest gaat goed en de band speelt een liedje waar ik het heel erg moeilijk mee heb, dus iemand gaat even met mij weg zodat ik even kan uithuilen. Het bruidspaar is heel erg gelukkig met het verloop van hun feest. Wij ook, en er zijn nu zoveel mensen geweest in onze zaak, dus het moet goed gaan.
Kees zijn menukaart
We gaan nu weer
open. Michiel kookt nog met Kees zijn menukaart en november en
december zijn ontzettend druk. Al onze vaste en nieuwe gasten
komen ons een hart onder de riem steken, het is enorm, ik kan
het tot op heden nog steeds niet geloven. Dit bevestigt dat we
door moeten gaan om te zorgen dat onze zaak een succes blijft
en misschien zelfs nog een groter succes gaat worden.
Michiel voelt zich steeds meer op zijn gemak en na het carnaval
gaat zijn eigen kaart erin en kan hij er echt een stempel op drukken.
Enkele gerechten mag hij er niet afhalen, die zijn specifiek van
Kees en worden nu ook nog steeds bereid volgens Kees zijn receptuur,
maar wij komen er. Zakelijk en privé.
We hebben veel hulp van vrienden en bekenden, maar ook professionele
hulp voor mijn dochter, want voor haar is het heel erg moeilijk.
Zij is iets kwijt wat ze nooit meer terug kan krijgen, en ik kan
dat niet compenseren."
Patricia van Boerdonk-Verbakel, vrouw, geboren 21 juni 1966; partner Kees (42) overleden op 23 oktober 2004 aan een hartstilstand (tijdens val nek gebroken); een thuiswonende dochter. Woonplaats: Deurne; interesse: breed, behalve museumbezoek. E-mailadres: info@hofvandeurne.nl
Heb jij dat
nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 18 - Wieneke van Rossum
11 februari 2005
Dag Agnes,
De januarimaand
zit er weer op en de stormen hier zijn gelukkig geluwd. Bedankt
voor je troostrijke woorden, na al die trieste berichten moeten
we weer vooruit gaan kijken.
We zagen erg tegen de condoleance op, maar uiteindelijk viel het
mee. Marianne haar man stond zoveel andere mensen te troosten,
ik hoop voor hem dat die mensen er ook zijn als híj troost
nodig heeft. Dit alles is nog een roes voor hen, de klap komt
later. Linde had het er erg moeilijk mee, maar gelukkig kwamen
hun kinderen haar al gauw knuffelen en toen ze zag hoe hun dochtertje
verstoppertje speelde met vriendinnetjes in de garderobe, stond
ze al gauw weer te lachen.
Maar na regen
komt zonneschijn: een andere vriendin kwam met de mededeling dat
ze toch niet bestraald hoefde te worden. Het een en ander heeft
wel weer tot gevolg dat je met de neus op de feiten wordt geduwd
en je je realiseert dat het leven maar kort is. Wat bij mij goed
helpt, is leuke dingen plannen. Dus heb ik een plan gemaakt om
een paar goede films te gaan bekijken en theatervoorstellingen
te boeken. Helaas was Youp al volgeboekt, maar nu gaan we naar
Herman van Veen. Tevens hebben we vijf dagen naar Barcelona geboekt
dus daar kan ik ook heerlijk naar uitkijken.
Nu we het toch over de dood hebben, ik heb met Youp van 't Hek
iets heel geks meegemaakt. Tijdens een weekje vakantie in Markelo
kreeg Frits het heel benauwd en we zijn toen naar het ziekenhuis
in Hengelo gegaan. Bij terugkomst installeerde hij zich op de
bank, ik wilde nog een stukje lopen en zette de T.V. aan voor
het weerbericht. Ik viel midden in een uitzending van Youp waarin
hij met een vrouw praatte over haar naderende dood. Dit was zo
mooi en gevoelig, ik was er erg onder de indruk van, helaas had
ik een stuk gemist. Een week later kreeg Frits zijn doodvonnis
te horen en toen ben ik gaan zoeken wie die documentaire uitgezonden
had. Uiteindelijk heb ik de documentaire toegezonden gekregen
zodat ik nog eens in alle rust er naar kijken kon. Toeval bestaat
niet zeggen ze wel eens
Wat goed van
je dat je je ook hebt aangemeld bij het CNK. Aan de ene kant zou
ik dat ook wel willen, maar aan de andere kant ben ik er ook bang
voor. Het is allemaal erg tweeslachtig. Misschien ben ik wel bang
om er te veel in te blijven hangen want je moet toch verder, maar
aan de andere kant is het ook zo'n onderdeel van je leven. En
als jij je ervaringen weer doorgeeft, help je ook anderen weer.
Ik vind het heel knap dat je dat aandurft.
Wat ik wel graag wil is een boom planten in het Wilhelminabos
en zijn naam laten aanbrengen op de gedenkplek. Een boom is een
symbool voor groei en verbondenheid en het leven dat doorgaat.
Het is er nooit van gekomen, maar dit jaar is het precies op mijn
verjaardag, op zaterdag 26 november, dus een unieke gelegenheid.
Frits was een natuurmens en ik weet zeker dat hij dit erg zou
waarderen.
Wat een hufter
van een notaris zeg, ik kan me voorstellen dat je je even af moest
reageren.
Dit is nu met recht iemand met een bord voor zijn kop! Wat kunnen
mensen toch tactloos zijn. Juist van zo'n notaris verwacht je
het niet, die heeft tenslotte veel met nabestaanden te maken.
En zo'n huis verkopen, waar je zolang met je partners hebt gewoond,
doe je ook zo maar niet als een pak suiker van de hand. Wat dat
betreft zeggen de Fransen dat mooi: "Partir c'est mourir
un peu." Weggaan is een beetje sterven. Die man sloeg
dus echt de plank mis!
Ik heb me ook weer blauw geërgerd aan de KPN. Destijds schreef ik je al eens dat ze zonder een akte van overlijden de initialen voor de naam niet wilden veranderen. Na drie maanden kreeg ik van de ADSL-provider een standaardbriefje dat mijn gegevens niet overeenkwamen met die van de KPN en dat ze geen aansluiting konden maken. Ik heb nooit meer aan die initialen gedacht! Maar de KPN accepteert wel mijn betaling elke twee maanden, dan krijg ik geen melding dat de initialen niet kloppen! Eigenlijk zou ik dat moeten intrekken, maar het vervelende is dat ze je zo afsluiten en dan heb ik er alleen maar mezelf mee. Enfin, de kabel is er ook nog, ze kunnen de pot op.
Ik begrijp dat
je nog een hele klus aan je huis hebt. Maar wel een leuke klus.
Zulke dingen doe ik ook graag en in het najaar ga ik boven aan
de slag. In het voorjaar moet het nodige aan de tuin gebeuren,
de muren van het huis worden opnieuw gevoegd en de gevel wordt
gereinigd. Van een blinde muur waar ik op kijk is een gigantische
klimop verwijderd, maar daar wil ik clematissen en kamperfoelie
plaatsen. Ach, Frits mis ik daar niet zo mee, die had van mij
een tuinverbod nadat hij pas geplante planten als onkruid er weer
uitgeschoffeld had!
Ik kan me voorstellen dat je Cees en Andries daarbij mist, het
geeft wel veel afleiding nu je zoveel om 't hand hebt. Ik vind
het altijd wel leuke klusjes, leuker in ieder geval dan de dagelijkse
huishoudelijke bezigheden. Ben je zelf een beetje handig of laat
je alles doen?
Weet je dat
ik mij suf heb lopen peinzen waar ik "rouwen is op verhaal
komen" heb gelezen? Ik lees zo'n twee boeken per week, dan
zie ik op mijn werk natuurlijk ook het nodige. Vaag staat me iets
bij in een boek van Marinus van den Berg. Het was gewoon een terloopse
zin, door je verhaal te vertellen verwerk je je gevoelens en kom
je op verhaal. Je blaast een beetje uit en vind je krachten weer
terug door je verhaal te doen. Ik vond dat heel mooi gezegd. Maar
rouwverwerking hoeft natuurlijk niet perse met de dood te maken
te hebben. Scheiding, werkeloosheid, een handicap, alles is een
vorm van rouw, de grenzen liggen alleen net even anders, maar
ik denk dat veel verdriet overeenkomt. Het hangt natuurlijk van
de intensiteit van de relatie af in hoeverre je rouwt. Daarom
vind ik de vraag hoe oud iemand is geworden, na een sterfgeval,
ook zo'n dooddoener. Voor de persoon zelf is het mooi als zijn
leven er al bijna op zi,t maar voor de rouwende maakt het niets
uit. Als je een sterke band met iemand had is het rouwen hetzelfde,
ook al is iemand tachtig geworden!
Daarom kun je ook geen enkele vorm van rouw vergelijken. Bij iedereen
ligt het anders. Dit is ook de reden dat ik met mijn schoonzusje
gebroken heb, zij vond dat voor mij de zon wel weer ging schijnen
terwijl zij geen toekomst meer hadden met hun gehandicapt kind.
Nou, ik had Frits liever gehandicapt dan dood gehad. Met iemand
die zo over het leven en haar kind denkt, kan ik niet mee omgaan.
Ik moet zeggen, dat het me opgelucht heeft want ik heb natuurlijk
wel meer van die domme opmerkingen moeten horen en nu is het,
wat niet weet wat niet deert.
"Ben je al aan een nieuwe relatie toe" vroeg
ze eens! Alsof ik pakken mannen in de kast heb staan en er eentje
uitpak als ik er aan toe ben! Houdbaarheidsdatum verstreken, die
moet op! Wat moet je met zulke opmerkingen?
Agnes, ik stop er mee. Fijn dat je je draai al hebt gevonden in je nieuwe huis en succes met je verbouwing, ik hoor er vast wel meer over.
Lieve groeten,
Wieneke
2
maart 2005
Hoofdredactioneel:
De witte volmaaktheid
Op het moment
dat ik dit schrijf is de lente volgens de meteorologen begonnen.
Er is net bijna een halve meter sneeuw voor onze deur gevallen
dus opnieuw is bewezen dat weerkundigen er heel veel verstand
van hebben. Sneeuw. Bergen sneeuw. Veel overlast voor iedereen.
Maar ook: een mooie, witte wereld. Maagdelijk wit. Alsof alle
lelijke, onvolmaakte dingen eventjes zijn verborgen. Alsof alles
in ons leven heel even weer volmaakt is.
Het is natuurlijk schijn. Die witte wereld is niet voor eeuwig
en ons leven blijft niet de witte volmaaktheid houden die het
dankzij die sneeuw eventjes heeft gehad. Op het moment dat de
auto's weer gaan rijden worden de wegen zwart, vies, modderig.
Als we de sneeuw hebben geruimd komt al het oude weer tevoorschijn.
Een pak sneeuw
is voor ons, lotgenoten, een beetje te vergelijken met een goed
gesprek over wat ons beroert. Over ons verdriet, onze hoop en
onze toekomst. Als we zo'n gesprek hebben dan houden we daar vaak
een heel goed gevoel aan over. De "sneeuw" van het gesprek
heeft heel eventjes onze eenzaamheid verdrongen. Heeft ons heel
eventjes het gevoel gegeven dat we niet alleen zijn. Zoals die
witte wereld om ons heen de illusie van volmaaktheid in zich heeft.
En dan wordt de sneeuw geruimd en verdwijnt die "witte volmaaktheid".
Is ons leven weer als voorheen. Maar toch misschien wel een klein
stukje beter. Door dat gesprek.
Daaraan moest
ik denken toen ik vanmorgen wakker werd en de witte wereld om
ons heen niet zonder enige verbijstering en verwondering bezag.
Sneeuw in maart. De lente is begonnen, zeggen de meteorologen.
Maar dat is maar schijn. De lente zit nog steeds verborgen onder
die dikke laag sneeuw. Misschien dat volgende week de zon weer
gaat schijnen en de sneeuwklokjes en krokusjes alsnog echt een
kans krijgen. En net als wij, lotgenoten, omhoog kruipen naar
de verse lentezon.
Bert Vos
2 maart 2005
2
maart 2005
In onze reeds jarenlang lopende rubriek "Troostmuziek", over muziek die troost geeft en muziek om te troosten, dit keer een bijzondere herinnering van Trudy Linkerhof. In deze rubriek hebben we het niet over de geijkte liedjes die tijdens uitvaartplechtigheden worden gedraaid. Die kennen we eigenlijk allemaal wel en stemmen ons vaak niet echt vrolijk. Nee, we hebben het dan bijvoorbeeld over rustgevende muziek, muziek die je een goed gevoel geeft of waar je een fijne herinnering aan hebt, muziek die je geest tot rust brengt of je somberheid ineens kan verdrijven.
Troostmuziek
(11): "Autumn leaves" van Yves Montand,
door
Trudy Linkerhof
The falling leaves drift by the window
The autumn leaves of red and gold
I see your lips, the summer kisses
The sun-burned hands I used to holdSince you went away the days grow long
And soon I'll hear old winter's song
But I miss you most of all my darling
When autumn leaves start to fall
In ons leven was muziek
belangrijk, voor de een iets meer dan voor de ander, maar dat
geeft niet. We zijn 25 jaar getrouwd geweest en door de jaren
heen hadden we van die avonden: heerlijk een beetje van dit, een
beetje van dat en dan uiteindelijk onze muziek op. Genieten was
dat, ook al viel je dan soms in slaap.
Een van de mooiste was "Les Feuilles Mortes"
gezongen door Yves Montand, ook wel bekend als "Autumn
Leaves."
Oh! je voudrais
tant que tu te souviennes
Des jours heureux où nous étions amis
En ce temps-là la vie était plus belle
Et le soleil plus brûlant qu'aujourd'hui
Les feuilles mortes se ramassent à la pelle
Tu vois, je n'ai pas oublié
Les feuilles mortes se ramassent à la pelle
Les souvenirs et les regrets aussi
Et le vent du nord les emporte
Dans la nuit froide de l'oubli
Tu vois, je n'ai pas oublié
La chanson que tu me chantais
C'est une
chanson qui nous ressemble
Toi, tu m'aimais et je t'aimais
Nous vivions tous les deux ensemble
Toi qui m'aimais, moi qui t'aimais
Mais la vie sépare ceux qui s'aiment
Tout doucement, sans faire de bruit
Et la mer efface sur le sable
Les pas des amants désunis
Les feuilles
mortes se ramassent à la pelle
Les souvenirs et les regrets aussi
Mais mon amour silencieux et fidèle
Sourit toujours et remercie la vie
Je t'aimais tant, tu étais si jolie
Comment veux-tu que je t'oublie
En ce temps-là, la vie était plus belle
Et le soleil plus brûlant qu'aujourd'hui
Tu étais ma plus douce amie
Mais je n'ai que faire des regrets
Et la chanson que tu chantais
Toujours, toujours je l'entendrai
(Franse tekst van Jacques Prévert, Engelse tekst van Johnny Mercer, muziek van Joseph Kosma)
Ik zie ons nog
zitten op een terras in Zuid-Frankrijk, ik geloof dat het in Saint
Maximin was. Een heerlijke avond, de band speelde. Later moesten
we, als we dit lied hoorden, altijd aan Zuid-Frankrijk denken.
Het was gewoon speciaal.
Toen je ons verliet na 25 jaar, door een ongeluk, hebben we het
gedraaid op je begrafenis, heel mooi, heel intiem, heel verdrietig.
Het bijzondere
nu weer is (ik ben weer op piano- en keyboardles gegaan), dat
ik deze week als huiswerk mee kreeg: "Autumn Leaves"
ofwel "Les Feuilles Mortes"
Ik heb hem onder de knie hoor!
Heb hem vandaag
aan Hans, m'n nieuwe man, laten horen.
Dat vind ik zo prachtig, dat ik dit kan delen, en kan doen.
Dag hoor, liefs van mij.
Trudy Linkerhof-Kerstens, vrouw, geboren 16 augustus 1951; partner (50) overleden op 27 september 1996 door een auto-ongeluk; twee volwassen zoons; sinds 1998 nieuwe relatie met weduwnaar van dezelfde leeftijd met ook twee zoons; e-mailadres: trudy.narcis@hccnet.nl
4 maart 2005
Ruggesteuntjes
(28) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed
voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos
9 maart 2005
Mijn overlevingsdrang is veranderd in levenslust, door Mirjana van Zeijderveld
Gisterochtend zocht ik op de bovenverdieping van ons huis de inhoud van mijn leven uit. Grote dozen waarin tien jaar geschiedenis zat moesten worden leeggehaald, en aangezien ik zo ongeveer wist wat ik had meeverhuisd, had ik totaal geen moeite met dit plan. Muziekje aan, de mouwen opstropen en kreten slaken bij alles wat ik al jaren niet meer had uitgepakt en nu weer terugvond. Het werd een bijzondere ochtend
Twee weken geleden was Elout's sterfdag en ik zag er zó tegenop. Het werd uiteindelijk een dag die vrolijk begon en ook positief eindigde. En in het teken van "leven" stond, van samen toekomst maken. Samen met Bas ging ik shoppen voor spullen voor ons huis, lekker snuffelen in Kringloopwinkels, gezellig een broodje eten en als klap op de vuurpijl kochten we een prachtige antieke kast uit 1850 - een aanwinst voor ons bijzondere huis.
Liefdesbrieven aan zijn eerste vriendinnetje
Twee momenten
hebben gisterochtend diepe indruk op me gemaakt. De eerste was
de vondst van een stapeltje liefdesbrieven tussen Elout en zijn
eerste vriendinnetje, brieven die ik al langere tijd liep te zoeken.
Elout had de brieven altijd bewaard en ik bewaarde ze voor hem
toen hij was overleden. Als zestienjarige nam Elout de liefde
al heel serieus.; met het verzamelen van alle brieven werd me
opnieuw duidelijk hoe bijzonder het is dat Elout altijd in staat
is geweest om mensen zo open en ongeremd lief te hebben.
Aangezien ik het meisje in kwestie ooit eens had ontmoet en jarenlang
had geprobeerd om haar te traceren, was ik blij dat ik haar afgelopen
december 'zomaar' tegenkwam. Nu gaan de brieven terug naar haar,
in mijn ogen degene bij wie de brieven thuis horen. Toegegeven,
ik werd gisteren eventjes héél jaloers en dacht
er een nanoseconde aan om uit hebberigheid de brieven niet te
geven. Zij vroeg er immers niet naar en ik wou ze wel even vernietigen!
Tja, als je veertien jaar na dato ineens jaloers kan zijn op een
jeugdliefde, dan is dat ergens heel grappig
Ik schrijf nieuwe geschiedenis, maak nieuwe herinneringen.
Het tweede moment
raakte me nog het diepst. Ik was tijdens het sorteren van de dozen
op de vliering in mijn vorige huis gewend om spullen van mezelf
en Elout bij elkaar aan te treffen. Jarenlang samenwonen leidt
er immers toe dat je samen spullen aanschaft, ze opruimt en naar
zolder verbant. Het heeft me vorig jaar een goede maand en ook
de nodige tranen gekost om alles uit te zoeken. Het was een klus
voor mij alleen en het grote afscheid van mijn oude plek.
Gisteren opende ik een doos en vond weer een mengelmoes van spullen:
van mezelf
en van Bas. Hij heeft een tijdje bij me gewoond
voordat ons huidige nestje bewoonbaar was en heel geleidelijk
kwamen zijn persoonlijke spulletjes in mijn leven en in mijn dozen.
Daarnaast hebben we ook in dit huis van alles naar boven gesjouwd
en zo onze levens bij elkaar gevoegd. Dat gebeurt ongemerkt. Wat
ook ongemerkt gebeurt en wat ik soms roep: "ik schrijf
nieuwe geschiedenis, maak nieuwe herinneringen." Gisteren
was het overduidelijke bewijs hiervan!
De overlevingsdrang
die ik lange tijd sinds 22 februari 2001 voelde is veranderd in
levenslust.
Ik haal adem nu ik mijn verhuisdozen leeg en mijn gronding vind
in mijn nieuwe thuis.
Ik voel dat mijn volle rugzak met elk afscheid ietsje leger wordt.
Dit is overweldigend en soms gewoon eng, maar
het loopt
wél lichter. Dát is wennen!
Mirjana van Zeijderveld, vrouw, geboren 20 oktober 1974; verloor partner Elout (26) door een auto-ongeluk op 22 februari 2001; geen kinderen; e-mailadres: mirjanaz@zonnet.nl
9 maart 2005
Ons thema: opnieuw beginnen
De angst voor een nieuwe relatie of voor het gevoel van "verraad" en "overspel", door Bert Vos
Vera van Bavel schreef ons kortgeleden het volgende:
"Sinds juni/juli 2000 ben ik een regelmatige
bezoeker van de Draaikolk. Aanleiding was inderdaad dat in juni
2000 mijn echtgenoot is overleden. Zoals veel mensen lid worden
van een rouwverwerkinggroep na een overlijden van een naaste geliefde,
zo heb ik altijd mijn troost gevonden op jullie site. Ik kon jullie
dag en nacht bereiken. Chapeau, voor allebei!
Bewust rondneuzend deze avond vond ik dat "Het redactioneel
van de 2e jaargang nr. 2 - november 1999"" mij wel aansprak.
Mijn vriendin
en ik zijn allebei nu vijf jaar verder, sinds vorig jaar gepensioneerd
en nu begint de eenzaamheid dus echt op te spelen. Het schrijnende
verdriet is over, het verlies is gebleven iedere dag opnieuw.
Familie en vrienden maken goedbedoelde grapjes, die ik nu ook
kan verdragen, een paar jaar geleden dus niet, om mij eens te
zien verschijnen met twee.
Maar om nou zomaar een andere man aan te schrijven ? of te ontmoeten
? Dat is nogal wat, en eigenlijk vind ik het een beetje een verraad
ten opzichte van mijn overleden echtgenoot. Maar, zoals in je
artikel staat, Bert, dat zou ik dan nog wel aandurven met iemand
die ook zijn troost op deze site heeft gevonden, want misschien
is dat een beetje hetzelfde type mens, om daarmee een e-mail-
c.q. vriendenrelatie aan te gaan. Het verlies van je echtgenoot/echtgenote
stopt niet op de dag van zijn/haar overlijden, daarmee ben je
je hele leven belast.
Zo zie je
maar, na vijf jaar begint er een andere worsteling: hoe nu verder?
Alléén voor de komende dertig jaar? Nooit geen vertrouwelijkheid/genegenheid
meer?
Maar ja, ik weet het wel, "Je moet schieten om te kunnen
scoren", maar je moet ook DURVEN".
Vera van Bavel-de Bruijn, vrouw, geboren 18 mei 1949; partner overleed op 18 juni 2000 aan acute alvleesklierontsteking met hartinfarct; geen kinderen; e-mailadres: jvanbavel@zeelandnet.nl
Vera zou graag onze, mijn, mening hierover nog eens horen en de mening van andere lotgenoten, al dan niet met een nieuwe relatie. Een goed thema om extra aandacht te geven. Vandaar dat ik graag op het verzoek in ga.
Voor alle duidelijkheid: in november 1999 schreef ik, bijna twee jaar na de dood van mijn eerste vrouw Janny en ruim een jaar na de start van de Draaikolk, over het krijgen van een nieuwe relatie. Over het gevoel dat je toch graag een eind zou willen maken aan die niet verkozen eenzaamheid. Ik schreef toen onder meer:
Het leven kunnen delen
"Kortgeleden las ik in de krant dat steeds
meer (maar met name ook oudere) alleenstaanden, 50-plussers dus,
op zoek gaan naar een man of vrouw waarmee ze al dan niet samenwonend
het leven kunnen delen. De weduwen zoeken bij voorkeur weduwnaars
en omgekeerd weduwnaars weduwen. Het onderzoek (want daar ging
het artikel over) gaf ook aan, dat mensen die hun partner hadden
verloren van tevoren bij een nieuwe relatie aangaven, dat zij
hun eerste partner nooit zouden vergeten, dat die een eigen plaats
in hun leven zou behouden. Blijkbaar is dat geen drempel om toch
met succes een nieuwe relatie aan te kunnen gaan, zo bleek uit
het onderzoek.
Terwijl ik dat artikel las bedacht ik, dat deze webplek misschien
gebruikt zou kunnen worden als een ontmoetingsplaats van weduwen
en weduwnaars. Een soort vraag en aanbod. Kleine advertenties,
zoals je zoveel in de dagbladen ziet. Als ik een beetje marktgericht
zou denken, maar dat doe ik niet, dan zou je eigenlijk van een
gat in de markt kunnen spreken. Alles kan op Internet, dus dit
ook. Geen enkel probleem.
Toch aarzel
ik om zo'n stap te doen, ook al zal er misschien heel veel behoefte
aan bestaan. Je zou kunnen beginnen met elkaar e-mails te sturen,
om - op papier - ervaringen uit te wisselen en ook om elkaar beter
te leren kennen. En zo verder denkend bedacht ik, dat ik dáár
op verzoek van lotgenoten de pagina ,,Mailbox" al voor had
opgezet. En dat loopt nog niet echt storm, toch?
Is Internet dan toch nog een te hoge drempel voor het leggen van
echte contacten? Bang misschien om door een volslagen onbekende
voor gek te worden gezet? Digitaal misbruikt te worden? Zijn we
met z'n allen bang om die ene stap te doen, om van het e-mailgesprek
over te gaan op de warme handdruk van een echte kennismaking,
oog in oog? Ik weet het niet, maar wie daar iets over wil zeggen/schrijven,
is welkom. Misschien dat we dáár met z'n allen ook
eens een special over kunnen maken.
Je denkt wat af als je zo alleen in die stoel zit omdat de TV je niks heeft te bieden en je geen goed boek bij de hand hebt. En zo ,,heb elk nadeel weer z'n voordeel" En wat dit artikel betreft: ,,Je moet schieten om te kunnen scoren." Met dank aan Cruijff. " ( De Draaikolk, 2e jaargang nummer 2, november 1999).
Voor Vera en al haar lotgenoten met dezelfde vragen, heb ik nu, met heel veel nieuwe ervaring, het volgende "antwoord" of advies:
Géén verraad of overspel
Monique en ik hebben natuurlijk de nodige ervaring (...) met het onderwerp dat Vera nu aankaart: een nieuwe relatie. We hebben eigenlijk geen van beiden onze relatie ooit als een soort verraad aan onze overleden echtgenoten beschouwd. En waarom zouden we ook? Mijn eerste vrouw Janny had het me nota bene zo overduidelijk gezegd: "blijf niet alleen als ik er niet meer ben. Je krijgt vast wel weer een lieve vrouw". Ik heb dat toen als onbestaanbaar weg gezwaaid. Natuurlijk wil ik nooit meer een andere partner, dacht ik toen, heel oprecht. Ik ben mijn hele leven lang monogaam geweest. Dat hoort bij mij, dat is mijn karakter en dat zijn mijn normen. Toen Janny dat zo zei dacht ik meteen aan een soort "overspel". En toch: twee jaar na het overlijden van Janny wandelde Monique mijn leven binnen om er permanent te blijven. Ik heb daar nooit ook maar één moment een schuldig gevoel over gehad. Monique ook niet, ook al was het voor haar nog korter na het plotseling overlijden van haar man dan voor mij. Het leven gaat zoals het gaat en ik heb er nooit echt aan "gewerkt" om een nieuwe partner te krijgen. Ook al was ik toch wel eenzaam. Maar ik schreef al dankzij mijn site met verschillende lotgenoten, wisselde ervaringen en gevoelens uit. En dat scheelde natuurlijk ook wel een beetje. Toen kwam voor mij toch opeens een wonderlijk "keerpunt" toen Monique mij voor het eerste mailde en haar gegevens toestuurde. Er ging bij mij ongemerkt een knopje om en ik begon haar daarna wel heel uitgebreid te vertellen over wat ik voelde en dacht. Zoals zij mij net zo uitgebreid over háár leven, haar gevoelens vertelde.
Natuurlijk, net zoals Vera zelf ook al aangeeft, het is wel goed dat we allebei ongeveer hetzelfde hebben meegemaakt en dat we er samen over konden en kunnen praten en er samen over konden en kunnen huilen. Samen verdrietig kunnen zijn en begrip hebben voor wat ons was overkomen. Vanaf dat moment waren we met z'n vieren en dat is altijd zo gebleven tot op de dag van vandaag. Zonder schuldgevoelens, wel gelukkig, maar niet zonder verdriet.
Je moet wél durven
Datzelfde kan
jou ook overkomen. Als je met lotgenoten mailt heb je misschien
al het gevoel wat het is om begrip te krijgen voor je eigen verdriet
en gemis en zo werkt dat ook omgekeerd. En inderdaad: je moet
wel durven. Je moet, net zoals Monique dat bij mij deed, gewoon
het initiatief nemen. Zij maakte de eerste daadwerkelijke afspraak.
Mannen zijn wat dat betreft lafaards, hoor, ook al doen ze nog
zo stoer. We hadden weliswaar al een uitgebreide e-mail uitwisseling
van gevoelens en gedachten waaruit al snel bleek dat we op dezelfde
golflengte zaten, maar ik werd er toch door overrompeld, vond
het wel geweldig dat het mij zo maar overkwam. En natuurlijk voelden
we ons in de eerste maanden weer net pubers die een tikkeltje
onbeholpen en onzeker aan hun eerste liefde begonnen. Maar we
hebben het allebei aangedurfd, ook al ben ik kankerpatiënt
zonder enige garantie voor de toekomst. We zijn getrouwd en het
is net alsof we dat ons hele leven al zijn. Mét onze overleden
partners, die onmogelijk uit ons leven zijn weg te poetsen. Als
je het leven, ondanks alles, zo opnieuw in kunt vullen, dan moet
het lukken. En het blijft een waarheid als een koe: niet geschoten
is altijd mis. Dat is iets wat Janny me mijn hele leven had voorgehouden.
Ze had dus gelijk. Drie maanden nadat ik dat bewuste stuk had
geschreven waar jij aan refereert, bloeide totaal onverwacht onze
liefde op via onze mailwisseling.
Maar natuurlijk: de angst voor het mislukken zal altijd een rol
mee spelen als je ergens aan begint. Maar is dat het hele leven
al niet het geval geweest? Hoort dat niet bij ons leven? Ik heb
geluk gehad, zeg ik steeds. Monique heeft me gered van de eenzaamheid.
Maar ik weet zeker dat ik als weduwnaar niet uniek ben
Ik wens al onze lotgenoten net zoveel geluk op hun weg naar een nieuw leven als wij. Laat het maar gewoon gebeuren, was mijn motto. Monique moest daar een beetje om glimlachen met als motto: dan moet ik toch maar eens aan het werk gaan om het ook echt te láten gebeuren".
En dat geldt natuurlijk voor al onze lotgenoten. Laat het maar gebeuren!
Bert Vos
hoofdredacteur de Draaikolk
Heb jij dat
nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 19 - Agnes Ostendorf
2 maart 2005
Hallo Wieneke,
Ik ben blij voor je dat die condoleance uiteindelijk mee viel. Helaas weten jij, ik en nog héél veel andere lotgenoten héél goed wat de partner, van degene die is overleden, doormaakt. Wij "lotgenoten" weten als geen ander welk lot hem of haar nog te wachten staat en echt vrolijk word ik daar niet van. Net als jij hoop ik dat Marianne's man getroost kan en zal worden door de mensen die híj nu getroost heeft. Heel veel sterkte jullie allemaal.
Wat heerlijk dat jullie een reisje naar Barcelona in het vooruitzicht hebben. Barcelona is een schitterende stad waar je uren kunt wandelen, prachtige parken kunt bezichtigen, musea bezoeken, alles van Gaudi kunt bekijken. Maar ja, dat hoef ik jou waarschijnlijk niet te vertellen, dat weet je vast al wel. Ik hoop dat het weer daar dan wat aangenamer is dan nu hier. Er is buiten echt niks aan. Het is guur, koud, nat en vreselijk onaangenaam.
Op dit moment
ben ik aan huis gekluisterd. Rode verstopte neus, waterige ogen,
zere keel en een gigantische hoofdpijn. Kortom snipverkouden.
In jaren ben ik niet zo verkouden geweest en ben deze winter dan
ook meer dan zat. Nog nooit heb ik last gehad van sombere buien
tijdens een winter, maar deze winter kan me echt gestolen worden.
Ik heb net genoeg energie om Doortje zo nu en dan uit te laten,
maar ga daarna toch maar weer snel terug naar de bank. Gelukkig
hebben twee klanten de trimbeurt van hun hondje uitgesteld. Ze
vonden het te koud en te nat met die sneeuw. Anders had ik toch
echt snuffend en snuitend aan het werk gemoeten. Ja, ja, het leven
van de kleine zelfstandige is zwaar.
Zo, dat is er uit, dat lucht op!
Wat apart dat jij Youp van 't Hek zo waardeert. Ik kan die man niet luchten of zien. Hij doet zo verschrikkelijk onbeschoft tegen z'n publiek en hij maakt echt alles en iedereen belachelijk. Ik kan me bijna niet voorstellen dat die man een mooie en gevoelige kant heeft. Misschien moet ik die documentaire van Youp maar een keer bekijken. Wie weet heb ik het hartstikke mis en ga ik mijn mening over hem herzien.
Weet je Wieneke, als er een toptien zou bestaan van organisaties die blunderen met nabestaanden, dan is het de KPN wel. Ook ik heb daar verschrikkelijk veel problemen mee gehad. Die organisatie is gewoon te log en te groot om menselijk na te denken. Maar wat ga je nou doen? Ga je werkelijk over op telefoon via kabel? Daar hoor ik ook niet zulke goede berichten over. Wat vind je van rooksignalen, postduiven of misschien wel telepathie?
Ach, dat Wilhelminabos
hé. Dat staat al vanaf het begin op mijn verlanglijstje,
maar ik heb nog steeds niet het lef gehad om daar naar toe te
gaan. Ik zal je vertellen waarom.
Al een paar maanden correspondeer ik met een lotgenoot. In één
van zijn mails gebruikte hij de volgende zin: "Het is
net of ik op een lange weg loop, als ik omkijk zie ik haar
steeds kleiner worden, zij blijft staan en ik loop steeds verder
van haar vandaan... onafwendbaar!"
Die uitspraak raakte me diep en deed me heel erg denken aan
het gesprek wat Andries, Cees en ik eens hadden. Samen met hen
maakte ik een, weliswaar hele korte, maar heerlijke boswandeling.
Cees was "uitbehandeld" en we wisten inmiddels dat het
nog een kwestie van maanden zou zijn voordat hij zou overlijden.
Tijdens die wandeling (ik liep stevig gearmd tussen die twee mannen
in) kwam ook hun langdurige vriendschap ter sprake. Aan dat gesprek
heb ik hele lieve en goede herinneringen. Andries vertelde toen
hoe hij tegen het leven aankeek, zijn uitleg was ongeveer als
volgt:
"Je leven is als een pad. Soms loop je dat pad alleen,
een flink aantal jaren kan je het met z'n tweeën lopen. Er
zijn mensen die met je meelopen, vlak naast je, dichtbij, maar
ook parallel. Ze lopen mee, maar op de ventweg. Er zijn mensen
die hele korte stukjes, héél dichtbij je lopen en
weer snel van je pad verdwenen zijn. Het is een komen en gaan
van mensen, maar het is en blijft jouw pad. Jij moet het gaan."
Een paar jaar geleden, vlak na het overlijden van Cees, heb ik daar een gedichtje over gemaakt (is toen ook op de Draaikolk geplaatst). Inmiddels heeft dat gedichtje voor mij natuurlijk nóg meer waarde gekregen.
Je zult nu wel begrijpen waarom zo'n bos vol met paden en bomen (en helemaal bomen die aangepland zijn door nabestaanden van kankerpatiënten) voor mij verschrikkelijk beladen is. Dus of ik ooit het lef zal hebben om naar dat Wilhelminabos te gaan? Ik weet het niet.
In je brief
vertelde je dat je met je schoonzusje gebroken hebt. Jammer, maar
ik snap het wel. Het is helaas maar al te waar dat veel mensen
je na het overlijden van je partner gaan vertellen hoe je leven
er uit moet komen te zien. Het is mij ook overkomen. "Vriendinnen"
gingen voor mij bepalen, dat acht maanden na het overlijden van
Cees het verdriet over moest zijn. Dat ik weer dezelfde moest
zijn als vóór zijn overlijden. Het werd me zelfs
kwalijk genomen dat ik niet deed wat zij me "adviseerden".
Nou, mensen die zo denken én doen kun je inderdaad beter
kwijt dan rijk zijn.
Het is ook algemeen bekend dat na het overlijden van je partner
er héél veel mensen gewoon afhaken. Zij kunnen en/of
willen niet begrijpen dat er verdriet is, dat dat verdriet er
altijd is en niet alleen wanneer het de ander uitkomt. Je mist
je liefste met elke vezel in je lijf vanaf je tenen tot aan het
puntje in je kruin. Het is en blijft: HET GROTE GEMIS.
Wieneke, ik stop met m'n brief. Ik ga nog even met m'n hoofd boven een bak met Dampo hangen. Misschien helpt het.
Tot de volgende brief Liefs en de groeten aan je meiden,
Agnes
***
Brief 20 - Wieneke van Rossum
11 maart 2005
Hallo Agnes,
Heerlijk genietend
zit ik naar buiten te kijken terwijl de sneeuw naar beneden dwarrelt.
Er komt gewoon een intens licht van de witte tuinvlakte naar binnen
stralen, de takken hangen zwaar bedekt met sneeuw naar beneden.
Ik kan hier uren naar zitten kijken, zo mooi maagdelijk wit alles
is. Ik krijg een blij gevoel van binnen, alsof alles even van
je afvalt.
Ik heb heerlijk door de sneeuw lopen banjeren, terwijl ik eigenlijk
vind dat je die mooie, witte vlakte niet met je voeten mag betreden.
Maar net als je leven, blijft ook deze sneeuw niet ongeschonden
liggen en wordt het al gauw beschadigd. Tegen de tijd dat deze
brief geplaatst wordt zal er van de sneeuw niets meer over zijn
en gaan wij met onze beschadigde zielen het voorjaar tegemoet.
Wij hebben deze week de boekenweek met een groot lezersfeest waar schrijvers als Bernlef, Helga Ruebsamen en Clyde Accord komen. Die lezingen die georganiseerd worden zijn altijd leuke dingen naast het gewone werk. Ik ben de laatste tijd veel naar de bioscoop geweest en heb kaartjes gekocht voor "African Footprint", een Zuid-Afrikaans optreden met dans en muziek. Wat dat betreft zit je zo dicht bij Amsterdam, heel gunstig, maar ook ons "dorp" heeft goede theater en filmproducties. Gelukkig is er altijd wel iemand te vinden die mee wil, want in je eentje is toch maar saai, vind je niet?
Ben je alweer
wat opgeknapt van de griep? Behalve twee keer een voorhoofdsholteontsteking,
is de griep verder (afkloppen!) aan mij voorbij gegaan. Ik heb
mijn portie vorig jaar wel gehad, vind ik. Linde heeft hier ook
proestend en kuchend rondgelopen en is een week ziek geweest.
De week daarop voelde ze zich nog erg moe en de vrijdag had ze
maar vier kindjes op de crèche, dus dacht ze: ik ga er
gewoon lekker tussen liggen als ze hun middagslaapje doen en zo
heeft ze anderhalf uur liggen snurken! En dat deed me zo aan Frits
denken, die kon ook overal slapen. Tijdens zijn diensttijd in
Suriname kon hij slapend op wacht staan voor het gouverneurspaleis
en als werkstudent op Schiphol lag hij gewoon tussen de koffers
te snurken.
Ik herken best wel veel dingen van hem in mijn dochters. Zoals
Karin van de week zat te modderen met een koptelefoon die het
niet deed, dat moest moeders weer oplossen. Nu, dat was niet zo
moeilijk, als je het stekkertje in de DVD-uitgang stopt, doet
hij het natuurlijk niet. Zou Frits ook zo gedaan hebben. Herken
jij dat nu bij Maaike ook?
Jammer dat je
Youp van't Hek niet waardeert, maar het is echt een man met een
verschrikkelijk grote mond ("Ik schreeuwlelijk", heet
dan ook een boekje met columns van hem) maar met een enorm klein
hartje. Zijn manier van nadenken over leven en dood is bijna een
filosofie voor mij. Hij heeft prachtige teksten geschreven over
leven, een leven dat je maar één keer leeft, dat
leven gaat hem veel te snel. In dat leven wil hij niet hebben,
maar zijn en ook duidelijk leven en genieten. Daarnaast natuurlijk
zijn prachtig lied over Alzheimer, maar ook "Wie zal mijn
wagen duwen"? Ooit komt er een dag, dan loop je niet meer
door en dan zit je in die wagen. Dan denk ik, wij hebben onze
zorgen al gegeven aan onze zieke echtgenoten, maar wie zorgt er
straks voor ons? En dan schiet me gelijk een ander lied van hem
te binnen: "Per ongeluk", waarin hij hoopt niet te zullen
sterven aan duizend slangen, of weg te kwijnen in een verpleegtehuis,
maar zonder angst en pijn te zullen sterven. En dat zijn onderwerpen
waar we natuurlijk allemaal bij stilstaan.
Daarnaast stelt hij heel veel dingen aan de kaak die in wezen
gewoon belachelijk zijn. Wij leven hier in zo'n welvaartstaat,
dat er dingen gebeuren die wij normaal vinden, maar als je er
goed bij nadenkt gewoon belachelijk zijn. Maar dat betekent niet
dat hij alles even serieus meent, want zoals hij zelf ook aangeeft,
profiteert hij er ook van mee.
Wat dacht je van deze tekst:
En juist in die documentaire is hij speciaal gevraagd door degene die ging sterven vanwege zijn visie over leven en dood, die mij dus ook aanspreekt. En ook geholpen heeft in mijn verwerkingsproces.
Wat mooi wat
je over dat pad schreef. Ik heb daar lang over nagedacht. Eerst
zit je duidelijk op een doodlopend pad, maar je pad is ook je
levensweg die je samen belopen hebt en die je nu alleen moet voortzetten.
Maar zouden die bomen langs dat pad misschien niet de steun kunnen
symboliseren die je op je pad gevonden hebt? Het is een veelbelopen
pad, maar iedereen moet het toch alleen gaan. Het zal voor iedereen
beladen zijn daar een boom te planten, maar er is wel iets gemeenschappelijks
waardoor je misschien het gevoel krijgt dat je je pad niet alleen
beloopt. Je bent in ieder geval niet het verkeerde pad opgegaan
en door bomen daar te planten zou je Cees en Andries ook kunnen
laten zien dat je je juiste pad, al was het misschien strompelend,
als kleine zelfstandige toch maar gevonden hebt!
Maar ik kan me voorstellen dat het dubbel zo beladen is, zo heeft
iedereen zijn herinneringen die meer emoties oproepen dan dat
bij een ander zou doen.
Van de week was het alweer tien jaar geleden dat mijn moeder overleed. Ach, als ik toen geweten had wat ik nu weet Zo vliegen er weer tien jaar om, en al die krakende en zeurende mensen in hun vriendenkring zijn er nog en mijn ouders en man die nooit wat hadden zijn er niet meer. Hoe zal het er over tien jaar uitzien? Leven wil ik, genieten en daarin passen geen mensen die me pijn doen, vandaar dat de breuk met mijn schoonzus gewoon een opluchting was. Kwaadspreken over mijn ouders die zich niet meer kunnen verdedigen en ondertussen de mond vol hebben over naastenliefde. Je begrijpt soms niet dat zulke mensen bestaan. En dan kom ik weer bij Youp uit
Agnes, ik laat het hierbij. Jij zult met de Dampo wel uitgestoomd zijn en ik heb weer even stoom kunnen afblazen!
Liefs aan iedereen,
Wieneke
***
Brief 21 - Agnes Ostendorf
25 maart 2005
Hoi Wieneke,
Eindelijk! Volgens de mensen die het weten kunnen (KNMI) komt de lente er aan. Het zal tijd worden. De prachtige witte wereld van drie weken terug is mooi hoor, maar dit jaar wil ik graag veel zon en aangenamere temperaturen. Volgens mij zullen alle pijntjes en ongemakken dan "als sneeuw voor de zon" verdwijnen.
Wat bij mij
natuurlijk ook meespeelt is m'n nieuwe tuin. Ik sta te popelen
om daarin aan het werk te gaan. Ik wil zien wat voor prachtige
verrassingen er uit de grond komen. Bij mij werkt het helend,
werken in de tuin. Het is al weer erg lang geleden, maar toen
ik nog in Zaandam werkte en 's avonds doodmoe en suf-vergaderd
thuiskwam, ging Cees het eten koken en ik ging mijn tuin in om
therapeutisch gras te maaien. Als ik dan binnen werd geroepen
om te gaan eten, was ik alle frustraties al weer kwijt. "Die
heb ik ondergemaaid" zei ik dan altijd tegen Cees. Familie,
vrienden en buren waren ook altijd stikjaloers op mijn mooi gemaaide
gazonnetje met al prachtige strak geknipte kantjes. Cees en ik
moesten dan altijd even grinniken want wij wisten wel hoe het
precies zat en hoe dat zo kwam.
De tuin van nu wordt anders. Het grasmaaien zal één
groot feest worden (mijn oude elektrisch maaiertje heb ik voor
een prikkie verkocht en we hebben nu een mooie rooie splinternieuwe
motorgrasmaaier). Verstand op nul en heerlijk lopen achter de
maaier. Ook in deze tuin wordt ongetwijfeld het een en ander ondergemaaid,
maar het is natuurlijk ook een tuin met nieuwe uitdagingen en
grote verrassingen. Waar m'n vorige tuin toch meer een kijktuin
was, wordt deze tuin voor een groot deel een gebruikerstuin. Er
staan fruitbomen, er komt een aardbeienveldje, er is plek voor
de kinderen om een hut te bouwen, en zelfs Doortje heeft achter
de schuur een plekje waar ze haar plasje mag doen als ik geen
zin heb om met haar te wandelen.
Het is zo compleet anders dan voorheen, net zoals de rest van
mijn leven compleet anders is dan voorheen. Kortom, ik heb er
zin in en sta te popelen om aan het werk te gaan.
Heb jij dat
nou ook Wieneke, dat je denkt dat je rouwproces al een aardig
eind op weg is, maar als je dan met lotgenoten wat verder praat
dan alleen maar het oppervlakkige "hoe is het er mee? Goed
zeker!" je merkt dat het verdriet en gemis toch nog groot
is, het gevoel van amputatie nog lang niet voorbij is.
Afgelopen zaterdag was er de jaarlijkse landelijke contactdag
CNK (Contactgroep Nabestaanden Kankerpatiënten). Ik ben er
natuurlijk naar toe gegaan. Het was een heftige dag vol emoties.
De verhalen en het verdriet van anderen maakten bij mij toch het
een en ander los waarvan ik dacht dat het over was. Het is ook
hartstikke fijn om weer eens te kunnen praten over m'n mannen,
om hun namen weer eens te noemen. Om hardop te kunnen zeggen dat
je ze zo mist. Het is ook goed te horen dat lotgenoten dezelfde
twijfels en gevoelens hebben, dat je niet de enige bent.
Een jaar na het overlijden van Cees ben ik ook naar zo'n landelijke
dag geweest. De terugweg was een ramp, ik deed er uren over om
thuis te komen. Ik was letterlijk en figuurlijk compleet verdwaald.
Nu, vijf jaar later en veel levenservaring rijker, reed ik binnen
vijf minuten op de snelweg en was een uurtje later thuis. Het
was een bijzonder goede en waardevolle dag die mij een gevoel
van saamhorigheid en energie heeft gegeven.
In je laatste brief lees ik dat je veel naar de bioscoop en theater gaat. Ga je dan alleen? Of neem je één van je meiden mee? Ik blijf er grote moeite mee hebben om alleen naar de bioscoop te gaan of alleen musea of tentoonstellingen te bezoeken. Ik probeer het wel, maar vind er dan echt niets aan en kom dan ook met een triest gevoel weer thuis. Het gemis is dan zo voelbaar, zo duidelijk aanwezig.
Over theater gesproken. Volgende week ga ik samen met een vriend naar een voorstelling van Mathilde Santing. Dat zal voor mij weer een avond vol emoties worden. Cees vond haar muziek heel erg mooi. De laatste uren dat wij met z'n allen bij hem gewaakt hebben, heeft haar muziek constant héél zachtjes op de achtergrond gedraaid. Ach, mijn ervaring is eigenlijk ook dat de dagen vóór een speciale dag (verjaardag, trouwdag, sterfdag) altijd meer spanning opleveren dan de dag zelf. Misschien valt het mee en kan ik van haar muziek genieten zonder weemoed en verdriet.
Nog even over Youp van 't Hek. Jouw enthousiasme over die man heeft mij aan het denken gezet. De theaterstukken die ik van hem op de TV gezien heb, hebben bij mij echt de indruk achtergelaten van een man die "over zieltjes heen walst". Het gedichtje (of is het één van zijn liedjes) is inderdaad iets om over na te denken. Misschien wordt het gewoon tijd voor mij om over sommige mensen anders te gaan denken. Beter opletten wat er achter die grote mond zit. Ik beloof je dat ik bij mijn eerstvolgende bibliotheekbezoek een boekje van hem meeneem en het eens rustig ga zitten lezen.
Weet je Wieneke,
dat ik vaak langs mijn oude huis wandel en dan heel nieuwsgierig
naar binnen probeer te gluren. Het is niet meer het huis waar
ik met Cees en Andries zo gelukkig was. De nieuwe eigenaren hebben
namelijk alles verbouwd
en de leuke dingen weggesloopt.
Zelfs de houten schouw die Cees en Andries samen getimmerd hadden
en de deur met glas-in-lood raampjes zijn weggehaald. Alles is
nu strak en modern. Brrrr.
Ik realiseer me heel goed dat mijn huis direct na de verkoop mijn
huis al niet meer was, maar elke keer als ik er langs liep, kwam
er toch een gevoel van nostalgie omhoog. Steeds weer zag ik dat
het huis minder míjn huis en meer hún huis werd.
Trouwens, ook heel grappig maar zo typerend voor de situatie:
Doortje wilde steeds het pad oplopen als ik langsliep. Sinds drie
weken doet ze dat niet meer. Ze loopt nu gewoon door zonder om
te kijken. Ik denk dat ik dat ook maar ga doen. Doorlopen zonder
om te kijken!
Wieneke, ik stop met schrijven. Ik ga nog even naar de schuur, m'n nieuwe grasmaaier bewonderen en hopen op een paar mooie dagen, dan kan ik eindelijk weer wat ondermaaien.
Groeten aan je meiden en tot de volgende brief maar weer,
Agnes
17 maart
2005
Boekbespreking:
"Niemand denkt na je dood meer echt over me na,
niemand kijkt echt naar me,
ik ben onzichtbaar geworden,
ook voor mezelf."
Zonder afscheid. Verder leven na de dood van je partner.
Overtuigend geschreven boek met ervaringsverhalen van vrouwen door Monique Vos
"Als iemand sterft van
wie je veel gehouden hebt, dan verlaat je deze wereld evenzeer
- op een andere manier. Vanaf dat moment laat je verstand je in
de steek, je gevoel verzwelgt je en niets laat zich meer bedwingen,
het verdriet nog wel het allerminst. Dat is zo intens dat je ervoor
terugdeinst, want het is levensgevaarlijk."
Met deze uitspraak opent de Duitse journalist Beatrix Gerstberger
(1964) het voorwoord van haar, uit het Duits vertaalde, boek.
Ze was vijfendertig jaar en zes maanden zwanger van hun zoon,
toen haar vriend als journalist voor het Duitse weekblad "Stern"
in 1999 in Kosovo werd neergeschoten.
Ze beschrijft hoe zij zich door haar zwangerschap ingemetseld
voelt met haar kind. "Ik wil schreeuwen, maar kan het
niet, omdat binnen in mij iemand beschermd moet worden. Roerloos,
vooral niet de pijn opwekken. Ik speel het spel, speel het nog
maandenlang." Toch is ze niet bang voor de geboorte.
Ze zit vol raadselachtige moed, alsof er na de ramp geen andere
meer denkbaar is. Maar ze voelt zich wel van de kans beroofd om
samen van hun eerste kind te genieten, van de eerste geboorte.
Samen met haar zoon leeft ze in een niemandsland, zonder tijd,
enkel van minuut tot minuut, uur na uur, dag na dag. Ze leeft
niet, maar overleeft, een toestand die na bijna twee jaar pas
zal veranderen. Maar met de geboorte heeft ze ook haar bescherming
prijsgegeven, haar harnas verloren. "Ik ben naakt, kan
me niet meer verschuilen achter mijn buik, als stenen valt het
leven boven op me, dit leven zonder jou met een zuigeling, een
kwelling die me eindeloos uitput."
Haar verhaal eindigt met de derde zomer na zijn dood. Wanneer
zij aan de andere kant van de wereld aan zee staat, is zij zich
ineens weer bewust van de wereld. "Ze is er, ze heeft
je overleefd, haar schoonheid maakt niets duisters meer los. Ik
vraag me niet meer af of je ooit hebt bestaan en het verlangen
treft me niet meer onverhoeds als een vuistslag, maar de weemoedige
nachten overvallen me nog altijd."
Het relaas van Gerstberger wordt vervolgd door een zevental interviews met vrouwen die, net als zij, ook hun partner in de bloei van hun leven hebben moeten missen.
Freda (kunstenares) was zevenentwintig toen haar levenspartner in 1983 verdronk in een poging zijn hond uit de rivier te redden. Ze vraagt zich nog steeds af of het draaglijker is om iemand bij het sterven te begeleiden of om deze (plotselinge) schok te ondergaan. Terwijl de mensen in de woongemeenschap waarin zij leefde vaste relaties aangingen en kinderen kregen, begon zij een tegenovergesteld soort leven te leiden. Op het moment dat zich bij de anderen alles verdichtte, viel bij haar alles uiteen. Wat haar heeft geholpen is het vertalen van haar verdriet in schilderijen, die ze tegenwoordig niet meer wil zien. "Ik geloof inmiddels dat, ondanks de droefheid die ik in me draag, ik ook kan lachen."
Kirstin, (gediplomeerd bankemployee) nu tweeëndertig, was zes weken zwanger van haar tweede zoon, toen haar man in 2000 stierf na van de trap te zijn gevallen en zijn nek te hebben gebroken. Aanvankelijk was ze enorm bang om de verantwoordelijkheid voor een tweede kind alleen te moeten dragen en of ze het financieel wel kon redden. Het gaat beter met haar zolang ze mensen om zich heen heeft. Maar de rusteloosheid in haar is nog steeds ondraaglijk: "Als het tegenwoordig in het weekend slecht met me gaat en ik voel me alleen met mijn kinderen, dan kleed ik ze aan en ga ik bij mensen op bezoek, of ik hen nu op de zenuwen werk of niet."
De zevenendertigjarige
Amerikaanse Cheri (schoolpsychologe) en tweeënveertigjarige
Michelle (onderwijzeres) verloren hun mannen bij de aanslagen
op het World Trade Center op 11 september 2001. Cheri had reeds
een tweeling van destijds twee jaar en zes weken oud en was drie
maanden zwanger van haar derde baby die ze tien dagen voor de
uitgerekende datum verloor. Michelle had twee kinderen van twintig
en zeventien jaar.
Een tijdlang heeft Michelle overwogen de baby niet te houden.
"Ik kon me al niet goed voorstellen hoe ik alleen met
twee kinderen moest overleven, en dan nog met een zuigeling, het
leek me niet te doen. Ik was bang nog geïsoleerder te raken
en voor mijn twee kinderen zorgde ik ook nog maar nauwelijks."
Samen met nog zeven nabestaanden van de ramp hebben de inmiddels
vriendinnen een zelfhulpgroep opgericht, waar ze veel steun uit
putten. Michelle: "In de groep kunnen we lachen zonder
ons schuldig te voelen. Ieder ander bekijkt je als door een microscoop.
Als je make-up gebruikt, zeggen ze meteen: het gaat zeker beter
met je; iedereen analyseert je. We gaan samen eten, maken grapjes
en ineens is er weer iets normaals in ons leven."
Hansi, de vriend van Kathrin (schilder en graficus), nu achtendertig jaar, werd in 1993 tijdens zijn werk als fotoreporter in Mogadishu doodgeschoten. De slechte relatie met haar schoonfamilie leidde ertoe dat zij geen inspraak kreeg in de gang van zaken rondom de begrafenis. Omdat ze hem niet wilden laten opbaren, heeft zij hem niet meer kunnen zien. "In de jaren daarna zijn er periodes geweest waarin ik dacht dat hij misschien ergens in Afrika woonde, dat er misschien heel iemand anders in zijn kist lag." Hoewel ze voorheen niet geloofd zou hebben dat ze ooit weer van iemand zou kunnen houden, is ze inmiddels zes jaar getrouwd met een vriend van Hansi en samen hebben ze een zoontje van vier. Omdat hij evengoed een vriend had verloren, begreep hij dat Hansi altijd een deel van haar zou blijven en dat zij er ook over moest praten. "Ik zou niet met iemand samen kunnen leven bij wie ik mijn verleden moest verloochenen of er niet over mocht praten."
Computerdeskundige
Martina was negenentwintig en hun dochter pas zes weken oud, toen
haar Griekse man in 1997 bij een auto-ongeluk om het leven kwam.
Ze heeft lang niet geweten wat er precies gebeurd was. "Niemand
heeft me echt iets verteld omdat ze bang waren dat het me te veel
zou worden. Die kennis moest ik in een jaar moeizaam bijeenschrapen."
De gedachte dat haar kind er recht op had ook gezond en beschermd
op te groeien maakte haar wanhopig en gaf haar tegelijkertijd
de kracht om verder te gaan. Inmiddels heeft ze in Duitsland de
Nicolaidis Stichting opgebouwd dat aan volwassenen, kinderen en
jongeren hulp biedt op het gebied van rouw. Over een nieuwe relatie
zegt ze: "Een nieuwe liefde, die is totaal anders, maar
niet per se slechter." Toch kan ze zich moeilijk voorstellen
met een weduwnaar samen te leven: "Altijd overheerst het
onderwerp 'dood', je moet met twee overledenen kunnen omgaan,
en de kinderen eveneens. Aangezien ieder mens, en dus ook kinderen,
op een andere manier rouwt, heb je plotseling bijvoorbeeld vijf
verschillende rouwenden."
De zevenentwintigjarige man van de Canadese journaliste en presentatrice Carmen, pleegde in 1997 zelfmoord, toen hun zoon negentien maanden oud was. Haar man wilde aanvankelijk dat ze abortus zou plegen, omdat dit kind in zijn ogen al zijn kansen en plannen zou bederven. Het was het begin van het einde van hun relatie. Haar zoon weet nog altijd niet hoe zijn vader gestorven is. Hij denkt dat het door een auto-ongeluk kwam. "Ik wil dat hij kind kan zijn, hij moet niet met zoiets opgroeien. Misschien zal hij me dit later verwijten. Daar maak ik me zorgen over. Hoe lang kan ik nog met de leugen leven?"
Met dit boek
heeft Gerstberger op overtuigende wijze blootgelegd hoe de wanhoop
bij haarzelf en bij deze vrouwen zich op verschillende wijzen
heeft gemanifesteerd. Tegelijkertijd laat het zien hoe ze in veel
opzichten erg op elkaar lijken. Of, zoals Gerstberger zegt: "Het
is net alsof het verdriet een kern blootlegt die bij iedereen
dezelfde is".
Maar wat ze bovenal gemeen hebben, is het feit dat ze geen afscheid
hebben kunnen nemen van hun geliefde. En misschien is het wel
dit belangrijke aspect dat ik met hen deel, dat maakt dat de gedragingen
van enkele van hen zo griezelig veel met die van mij destijds
overeenkomen.
Zonder Afscheid. Verder leven na de dood van je partner. - Beatrix Gerstberger; Uitg. Arena, Amsterdam 2004; ISBN 90-6974-575-5, 176 blz.; 17,50.
Monique Vos
22 maart 2005
Een nieuwe relatie, mag dat wel? door Rita de Jong
Graag wil ik reageren op het verhaal van Vera van Bavel (ons Draaikolkthema "Opnieuw beginnen" van 9 maart 2005, red.)
Levensweg
Vele wegen
kent het leven, maar van al die wegen is er een die jij te gaan
hebt.
Die ene is voor jou. Die ene slechts.
En of je wilt of niet, die weg heb jij te gaan.
De keuze is dus niet de weg, want die koos jou.
De keuze is de wijze hoe die weg te gaan.
Met onwil om de kuilen en de stenen.
Met verzet omdat de zon een weg, die door ravijnen gaat, haast
niet bereiken kan.
Of met de wil om aan het einde van die weg milder te zijn en wijzer
dan aan het begin.
De weg koos jou, kies jij hem ook?
Dit gedicht schreef Dag Hammarskjöld (secretaris-generaal van de Verenigde Naties) in zijn geestelijk dagboek vlak voordat hij in 1961 omkwam bij een vliegtuigongeluk.
Toen mijn partner in
2003 zeer plotseling overleed, was ik pas 46 jaar en bleef ik
"alleen" achter met drie opgroeiende kinderen. Ik schrijf
het woord alleen tussen aanhalingstekens want ik voelde me het
eerste jaar absoluut niet alleen, maar heel aanraakbaar en ik
keek zeer liefdevol de wereld in. Het was alsof ik dat eerste
jaar gedragen werd en mijn hart stond wagenwijd open. Wel ervaarde
ik het verlies van mijn partner als het ergste wat mij was overkomen
in mijn leven en ik wilde dat nooit, maar dan ook nooit meer meemaken.
Dus toen mijn jongste kind mij vijf weken na het overlijden van
zijn vader vroeg of ik nu weer een andere man zou gaan zoeken,
kon ik volmondig vertellen dat dat niet, en zeer waarschijnlijk
nooit meer, aan de orde zou zijn. Hij zuchtte opgelucht en was
blij dat het bij ons geen "goede tijden, slechte tijden"
verhaal zou worden, want daar ging het allemaal wel erg gemakkelijk,
leek hem.
Toen ik dit verhaal aan mijn zussen en zwagers vertelde, vonden
ze het toch wel wat dom van mij om dat zo stellig te zeggen tegen
mijn kind want je wist immers nooit. Ik reageerde boos en gaf
aan dat als er een nieuwe liefde zou komen (maar die kans was
zo goed als zeker uitgesloten) dan wachtte hij maar tot de kinderen
de deur uit waren.
Ook miste ik de intimiteit.
Met mijn dochter
van 19 jaar gingen we wel eens mannen kijken als we op een terrasje
zaten en iedere keer moest ik toegeven dat er gewoon geen leuke
mannen waren. Alleen haar vader was echt leuk en mooi en interessant.
Dus het tijdperk mannen was voor mij voorbij. Wel miste ik het
vreselijk om aangeraakt te worden, ook miste ik de intimiteit
en verlangde ik daar erg naar. Ook dat speciale maatje miste ik
vreselijk en het gevoel dat er iemand op de wereld is die helemaal
voor jou gaat. In de literatuur kon ik hier weinig over vinden
en als ik er voorzichtig naar vroeg bij andere mensen die hun
partner waren verloren, dan beaamden ze datzelfde gevoel en verlangen.
Zou het komen omdat ik zo aanraakbaar was en kwetsbaar dat mijn
hart zo open stond? Is het daarom dat zoveel weduwen en weduwnaren
in dat eerste jaar hun nieuwe liefde tegenkomen en dat dit in
de loop van de jaren steeds moeilijker wordt, omdat je hart zich
langzaam afsluit?
Zomaar wat vragen en hersenspinsels. Een echt antwoord heb ik
er niet op gevonden. Alles alleen maar gebaseerd op ervaring en
gevoelens van mijzelf.
Toen sloeg Cupido toe...
Toen werd het
20 april 2004, vandaag precies een jaar geleden. Ik zou koffie
gaan drinken met Rinus. Rinus en ik waren lotgenoten en we vonden
elkaar via een rouwverwerkingsite. We hadden prachtige, herkenbare
gesprekken via de mail. Omdat ik graag wilde weten wie die man
was waar ik zo leuk mee aan het mailen was, en ik er moeite mee
had met een onbekend gezicht te mailen, gingen we samen koffie
drinken zodat we voortaan wisten met wie we te doen hadden. Punt.
Niet meer en niet minder, maar
toen sloeg Cupido toe.
Er volgde een verwarrende tijd, die langzaam omsloeg in een mooie
tijd die heel bijzonder, liefdevol en warm aanvoelde. Van gewoon
wachten tot de kinderen de deur uit waren, kon geen sprake zijn
want dit was zo mooi en voelde zo aan als een geschenk uit de
hemel, daar konden we niet omheen. Van schuldgevoel naar de overleden
partners was geen sprake, want ze hoorden er bij. En dat zal zo
blijven. Van schaamte of schuldgevoel naar de omgeving was ook
geen sprake. Wel gaven we zelf aan dat we het begrepen dat mensen
de tijd nodig hadden met dit gegeven en met onze liefde. We gaven
ze de ruimte en namen hierin zelf initiatief. Spraken er eerlijk
en open over. Als je je zelf schaamt en vind dat het eigenlijk
niet mag, dan straal je dat ook uit. Veel mensen reageerden hartelijk
en gaven aan te genieten van onze liefde omdat we zo straalden.
En als mensen niet reageerden, lieten we dat daar liggen want
je kunt het niet iedereen naar de zin maken en niet iedereen hoeft
het te begrijpen.
We hebben ons wel eens schuldig gevoeld naar de kinderen, maar dat wordt steeds minder. Zes pubers die al het nodige voor de kiezen hadden gehad, werden nu weer geconfronteerd met een verliefde vader en moeder. Dat had nogal wat gevolgen voor hun leven. Maar als ze zien en ervaren dat hun vader en moeder ervan stralen, het leven weer aankunnen en weer een toekomst zien, heeft dat ook zijn uitwerking op de kinderen. Ze krijgen er een goed gevulde rugzak van, waar ze de rest van hun leven hun voordeel mee kunnen doen. Een samengesteld gezin is net een fusie van twee bedrijven en reken maar dat je daar veel van kan leren.
En vandaag, 20 april 2005, precies een jaar na die eerste ontmoeting, is de eerste paal van ons nieuwe huis geslagen. Ik hoop dat een ieder die deze kans krijgt in zijn leven hem pakt, vol liefde en vertrouwen. Want zo gaan wij met z'n tienen de toekomst tegemoet. Acht hier en twee daar.
Een lieve groet van
Rita de Jong, vrouw, geboren 14 augustus 1956; partner Chris op 10 juni 2003 overleden aan een hartstilstand; drie kinderen waarvan twee thuiswonend. Nieuwe relatie met lotgenoot. E-mailadres: hoekdejong@chello.nl
23 maart 2005
Hoofdredactioneel:
Het wilgenkatje
Op het moment dat ik dit schrijf is het vier uur in de morgen. Over drie uur gaat de wekker en een paar uur later zit ik weer in het ziekenhuis voor de laatste onderzoeken voordat ik op paasmaandag me mag voorbereiden op de pancreasoperatie, de dag erop. Mijn vierde kankeroperatie na het overlijden van Janny. Ik kan dus even niet slapen en laat mijn leven alweer de revue passeren. Allerlei fijne en minder fijne fragmenten komen voorbij zonder dat ik er direct conclusies aan verbind. Ze zeggen wel eens dat als je op het punt staat dood te gaan je hele leven voorbijflitst. Dat is dus niet wat ik voel. Want mijn leven is nog niet klaar. Nog niet af. Ik heb nog veel te doen, denk ik, en met die gedachte ga ik straks de operatie in.
Mijn vorige hoofdredactioneel ging over de witte volmaaktheid, toen begin maart het landschap van ons leven met een halve meter glanzend witte sneeuw werd bedekt met alle minder mooie dingen in dat landschap en er heel even voor een schijnbaar witte volmaaktheid zorgde. Ik schreef ook dat als we de sneeuw hebben geruimd, al het oude weer tevoorschijn komt. Maar ook dat de krokusjes en al die andere vroege bloeiers weer een nieuwe poging zouden doen om de lente aan te kondigen.
We zijn een paar weken verder. De sneeuw is verdwenen. De lente heeft bezit genomen van het nog kale landschap. Deze week hebben Monique en ik veel gewandeld door dat prachtige Westerwoldse landschap rond Ter Apel. Ik heb daarvan genoten. En gekeken naar de kracht van de wilgenkatjes die al druk bezig zijn aan hun vruchtbaarheidscyclus zoals ze dat elk jaar vol overgave doen.
Ik voel me een beetje als dat wilgenkatje. Ook ik heb het gevoel met een soort terugkerende cyclus bezig te zijn. Zonder die winterse volmaaktheid weliswaar, maar toch met dat tintelende voorjaarsgevoel in mijn lijf. Het duurt misschien nog een paar weken, maar dan breken ook bij mij ongetwijfeld definitief mijn voorjaarsknoppen open en kondigt de mooie bloesem mijn volgende cyclus aan die, wat ik hoop en ook zeker verwacht, nu toch heel wat langer zal gaan duren.
*
Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk
25 maart 2005
Mijn verhaal van hoop en troost:
De engelenbak en de wonderen die misschien toch wel gebeuren , door Bert Vos
Kortgeleden las ik nog eens mijn verhalen die ik jaren geleden schreef voor de nieuwjaarsboekjes die Janny en ik sinds de jaren tachtig samen maakten. Wie er meer over wil weten kan terecht op mijn site "Het Spinnenweb" bij de "Rare Boekjesreeks". Waar ik nu over wil vertellen zijn mijn twee verhalen uit die reeks: "Engelenbak" en "Wonderen gebeuren er niet meer". Terwijl ik die twee verhalen nog eens rustig op een avond na las, inclusief de inleidingen over het ontstaan van het verhaal en boekjes, werd ik ineens overweldigd door emoties. Ik was niet verdacht op die uitbarsting waar bijna geen eind aan leek te komen.
Later, getroost door Monique, kwam langzaam maar zeker dat wonderlijke besef van inzicht. Inzicht in jezelf, inzicht in het universum om je heen met alle vaak niet geziene wonderen, niet gehoorde of nauwelijks opgemerkte signalen uit andere dimensies. Uit dat universum kwam naar mijn gevoel die overweldigende indrukken van verdriet, maar ook gevolgd door gevoelens van hoop en troost. Het waren natuurlijk de inleidingen waarmee ik elk verhaal was begonnen. Wat ik vorig jaar heel impulsief, gravend in tamelijk scherpe herinneringen, had geschreven, bleek mij nu ineens zelf te troosten en hoop te geven. Een onbegrijpelijk wonderlijke ervaring.
Vandaag, toen ik deze pagina klaar had (bewust zonder de inleidende teksten nogmaals te lezen...) heb ik het op de site gezet. Voor jullie. En toen beging ik de "fout" door de tekst op de site nog even te lezen om te zien of er geen fouten in zaten. En het wonder gebeurde opnieuw. Ik werd overmand door verdriet, dezelfde teksten overrompelden me opnieuw. Het was alsof ik niet alleen alles weer opnieuw in haarscherpe beelden meemaakte, maar er was misschien ook sprake van een soort projectie. Het was daardoor alsof ik in feite Janny was geworden. Janny, vol pijnlijke tumoren, genietend van het moment, zelf een wonder vol onstuitbare, tomeloze energie. Ik voelde hoe haar kracht en energie maar ook vol verdriet in mij stroomde. Ik zeg wel eens dat je herinneringen niet over kunt doen. Ik heb het mis. Deze herinnering kan ik misschien wel duizenden malen overdoen. En steeds met hetzelfde resultaat.
"Engelenbak" gaat over het hebben
van een beschermengel of misschien wel méér dan
een. "Wonderen gebeuren er niet meer" is een
verhaal met een vraagteken. Is het waar dat er geen wonderen meer
gebeuren? Toen ik het schreef was Janny zwaar ziek en we wisten
min of meer dat het niet zo heel lang meer zou duren. Dat er geen
wonder meer inzat, ook al hadden we dat nog gehoopt tot het laatst
toe.
De veertjes die we nodig hadden voor "Engelenbak"
ach, het is net als het andere verhaal, haar verhaal van doorzettingsvermogen,
kracht puttend uit het genieten van het moment.
Terwijl ik dus die twee inleidingen las, drong het opeens tot
me door. Want waarom zou ik, vlak voor het slapen gaan, naar mijn
site gaan en juist die twee verhalen er uitpikken om zo nog eens
te lezen terwijl ik ze bijna uit mijn hoofd kende?
Het was een paar weken geleden dat dit gebeurde. Ik zou niet lang
daarna worden opgenomen. En ik kreeg een signaal uit dat andere
universum met een boodschap: Wonderen gebeuren echt nog wel
en je hebt een beschermengel om daar voor te zorgen. En denk er
om: geniet van het moment. Hetzelfde signaal kreeg ik vanavond
opnieuw.
Uit de vele e-mails die we regelmatig ontvangen wéét ik, dat ik niet de enige ben die signalen ontvangt uit dat andere universum waar de zielen van onze overleden geliefden op welke manier dan ook zo goed als mogelijk is over ons welzijn waken, ons aanwijzingen geven, ons troosten en hoop geven. Een andere titel uit de Rare Boekjesreeks is "Je moet er in geloven". En ik denk dat juist dát de essentie van ons leven is. Er in geloven. Dat is geen religie, dat is de enige manier om ons leven te leven.
Ik doe dat. Al meer dan zestig jaar. Meer kan ik niet doen. Ik laat mijn leven verder maar gewoon gebeuren. Soms omgeven door een werveling van hoopvolle, troostvolle signalen. Soms moet ik het zonder doen. Daarom moest ik die avond, een paar weken geleden, én vanavond, zo uitbundig huilen om wat ik las en, zonder het meteen te beseffen, de boodschap langzaam begon te begrijpen: het komt allemaal, allemaal, allemaal wel goed Want wonderen gebeuren er nog wel degelijk en ik zal je beschermengel zijn.
Over een paar dagen ga ik onder het mes. Maar niet voordat ik dit heb opgeschreven en aan mijn lotgenoten heb doorgegeven. Met dank aan mijn beschermengelen. Zwaar werk.
25 maart 2005
Hieronder de inleidingen en de verhalen waar het hier om gaat
"Engelenbak" was het eerste nieuwjaarsboekje dat niet meer naar zakenrelaties van Janny ging. Dat was voorbij. (zie ,,Want goed papier heeft alle tijd"). Zij had zich, aan het begin van het jaar al, afgevraagd of we niet helemaal moesten stoppen met het maken van deze boekjes. Maar ik ben van nature een koppig mens en ik wilde niet opgeven. Ik wilde niet erkennen dat ons ,,Rare boekjes-avontuur" was afgelopen. Ik wilde verder gaan, maar nu ook meer als een soort ontspanningstherapie in bange tijden. Mijn argument: ,,Ik zou graag de tien afleveringen willen vol maken", overtuigde haar. Denk ik.
Hoe dan ook,
we bedachten voor dat jaar (ze had inmiddels een forse bestralingsperiode
achter de rug) opnieuw een nieuwjaarsboekje. Deze keer leverde
ik ongevraagd het verhaal aan. Ik schreef dat verhaal op basis
van een door Janny echt beleefd "auto-avontuur". Een
ervaring die ze me, toen ze op een duistere, regenachtige avond
thuiskwam na een autorit vanuit Utrecht, nog natrillend van de
spanning had verteld.
Van dat verhaal maakte ik een eigen magisch-realistische versie
ook al was 99% op haar waarheid berust en wie bewijst me trouwens
dat die éne overblijvende procent niet op waarheid zou
kunnen berusten?
Toen ik dat
verhaal had geschreven bleef er nog één groot probleem
over: een passend omslag. Al brainstormend kwamen we uit op een
blauw omslag (blauw was haar lievelingskleur, zoals het nu ook
de mijne is geworden) met daarop één veertje geplakt.
Het geheel zou worden verpakt in half doorzichtig papier zoals
je dat vaak in de betere foto-albums aantreft. Hierdoor zou het
veertje diffuus worden, een beetje wazig, mysterieus.
We hadden de oplage bepaald op 125 en dat betekende dat we in
de loop van het jaar 125 geschikte veertjes moesten verzamelen.
Vanaf dat moment wandelden we wel erg vaak door de Leusdense bossen
op zoek naar veertjes van door roofvogels verslonden duiven en
ander dom gevogelte. Vrouwen worden dan ineens veel hardvochtiger
en wreder dan mannen en menige keer riep ze naar de waarschijnlijk
imaginaire roofvogels in het bos "Vreet ze dan op, stomme
beesten!" Maar de echo stierf ongehoord weg.
Op deze manier
zouden we ons quotum van 125 beslist niet halen en bovendien wist
ik bij voorbaat dat mijn vrouw, perfectionist als ze was, alleen
maar genoegen met mooie veertjes zou nemen. We hadden niet voor
niks twee grote glazen kokers in de kamer staan met in de ene
de paar mooie en in de ander de hoop ,,reserve-veertjes".
Ik herinner me dat nog goed omdat sommige veren enorm kunnen stinken
Doordat er geen vermoeiende kampeervakanties meer inzaten, besloot
Janny dat een weekje of wat Ameland in een huisje misschien nog
wel haalbaar voor haar zou zijn en misschien zouden we daar nog
wel eens een veertje kunnen vinden ook. Via onze oudste zoon kregen
we het adres van een aardig, niet te duur huisje en zo kwam het
dat toeristen op Ameland die in dat jaar het eiland in het voorseizoen
bezochten, twee mensen hebben kunnen zien, een man en een vrouw,
die regelmatig diep gebukt over het gras van het dijktalud langs
het wad liepen en soms iets opraapten
We zagen vaak dat mensen die ons passeerden daarna ook gebukt
over het gras gingen lopen om te kijken waar we in vredesnaam
naar op zoek waren of wat er nou voor kostbaars in het gras te
vinden zou zijn. Veertjes dus. Honderden meeuwenveertjes werden
er in die mooie tijd op Ameland verzameld. Spelenderwijs als een
soort sport. Voor haar, net bestraald en nog doodmoe, was het
ware topsport en ze was ontzettend fanatiek. We zijn daarna thuis
nog dagen zoet geweest met het uiteraard zeer streng sorteren
van de honderden veertjes. Om over het plakken van de uiteindelijke
favorieten nog maar te zwijgen.
Na de jaarwisseling kregen we echt heel veel leuke reacties op "Engelenbak", dat mooie boekje met dat veertje. Janny straalde en ook al was ze altijd erg bescheiden als het over haarzelf ging, deze keer wilde ze best kwijt dat het háár verhaal was, dat zij het echt zo had beleefd En ik weet beter dan wie ook dat ze altijd al iets met engelen heeft gehad en haar verhaal gewoon voor 100% op waarheid berust.
Engelenbak
Zorg dat
je vertrouwd raakt
met engelen
en koester ze vaak in gedachten,
want ze zijn,
ongezien,
altijd bij je.
(Heilige Franciscus de Sale)
Ze is moe. Dat is natuurlijk niet echt verwonderlijk als je een hele dag kamers bij een temperatuur van zo'n 30 graden hebt behangen, maar toch. Ze moet toegeven dat ze het werk een tikkeltje had onderschat, toen ze er die morgen opgewekt aan was begonnen.
Binnen de familie staat ze bekend als de deskundige op dit terrein en haar zoon had haast als vanzelfsprekend aangenomen dat zij dat klusje wel even zou klaren toen de verhuizing ter sprake kwam.
Ze zucht diep
en neemt zich voor om de eerste jaren geen behang meer aan te
raken. Ze zet de plaktafel op de grond en opent de achterbak van
haar auto. Haar zoon reikt de emmers met restanten stijfsel en
de kwasten aan.
Zwijgend zet ze de spullen in de achterbak. De plaktafel wordt,
misschien een beetje onzorgvuldig, er bovenop gekwakt. Klep dicht.
Klaar, denkt ze. Naar huis. Ze veegt het zweet van haar voorhoofd.
"Fijn dat
je ons hebt geholpen, mam." Haar zoon knuffelt haar even,
maar ze is eigenlijk te moe om er écht op te reageren.
"Bedankt,"zegt hij dan, en ze hoort aan zijn stem dat
hij ook moe is. "En als de verhuizing achter de rug is, maken
we er een keer een gezellige avond van."
Ze knikt. "Doen
we," zegt ze met een glimlach. "Groetjes aan iedereen."
Haar zoon kijkt haar opeens een beetje bezorgd aan. "Rij
je voorzichtig, mam?" vraagt hij dan, "volgens mij komt
er een zware bui aan."
Weer een knik. "Maak je geen zorgen. Ik heb nog nooit een
echt ongeluk gehad. Alleen het parkeren gaat soms wat moeilijk,
maar dat weet je..." Ze haalt met een grimas haar schouders
op en stapt achter het stuur.
Hij zwaait als ze de straat uitrijdt. Ze zwaait terug. Even later zit ze op de snelweg. Naar huis, denkt ze. De open ramen brengen niet veel verkoeling, maar het is beter dan niets.
Het is niet
echt druk op de weg. Alleen enkele zware vrachtwagens en wat verdwaalde
dagjesmensen op weg naar huis. Het is zaterdag, denkt ze, en warm.
Dan ga je niet voor je plezier in een auto zitten.
Ze heeft even de neiging haar snelheid wat op te voeren, maar
ze bedwingt zich en blijft toch maar achter een Poolse vrachtwagen
rijden.
Polen, denkt
ze, die zie je steeds meer. Haar gedachten dwalen af naar de Oostbloklanden.
Nog niet zo lang geleden was ze er samen met haar man geweest.
Een benauwende ervaring.
Die troosteloosheid van het communistische landschap. Die doordringende
geur van bruinkool en de horden ongezond sputterende Trabantjes,
die zwaar beladen met westerse spulletjes terugkeerden na een
lucratieve dagtocht over de pas geopende grens. Ze was er triest
van geworden. Maar het schijnt nu een stuk beter met ze te gaan,
daar.
De Poolse vrachtwagen heeft nog steeds het tempo van het oosten.
Zeventig is bepaald niet snel op de autoweg. Ze kijkt in de spiegel.
Het kan.
Als ze de Pool passeert ziet ze tot haar schrik, dat de rechterweghelft
vóór haar bezet is met nog twee vrachtwagens. Geen
schijn van kans om daar tussen te komen. Ze heeft ruimte nodig.
Veel ruimte. Bovendien heeft ze er altijd al een hekel aan gehad
om tussen twee vrachtwagens te zitten. Ze zal ze moeten passeren.
Op dat moment
barst de bui in alle hevigheid los. Het is ineens aardedonker
en het schijnsel van de autolichten op de nu spiegelende weg verblinden
haar bijna. Ze haat het autorijden in de regen. Ze voelt de forse
spetters op haar gezicht.
Automatisch doet ze de ruitenwissers aan. De autoraampjes! denkt
ze in paniek en haar handen gaan automatisch naar de knopjes.
Let op de weg, prent ze zichzelf in. Je bent aan het passeren!
Die raampjes zijn even niet belangrijk. Kan ze tussen die vrachtwagens?
Nee, het kan niet.
En achter haar zit zo'n snelheidsmonster bijna op de achterbak,
ongeduldig knipperend met zijn lichten. De hufter.
Ze geeft gas en begint de vrachtwagens in te halen, terwijl ze
er onbewust in slaagt om de ramen dicht te doen. Op het zware
kletteren van de regen tegen de voorruit en het irritante geklapper
van de ruitenwissers na, keert de rust terug. Ze haalt even diep
adem. Ze ziet in gedachten al die patser achter het stuur, met
aan z'n linkeroor zijn pas vernieuwde GSM-telefoon, de rechtervoet
op het gaspedaal.
Normaal gesproken zou ze zich niet zoveel van zo'n snelheidsmaniak
hebben aangetrokken, maar het maakt haar nu opeens zenuwachtig.
De korte, maar
onverlichte tunnel die ze even was vergeten, doemt nu voor haar
op en ze schrikt ervan als de wagen het donkere gat inschiet naast
de grommende vrachtwagen.
Als ze er weer uitkomt, beseft ze met een schok, dat ze nu onder
de zware betonnen geluidswerende overkapping van de weg terecht
is gekomen die als een dreigende, inktzwarte schaduw boven haar
hangt. Haar benauwt. Ze haat dit stuk weg.
Haar voet drukt het gaspedaal bijna tot de bodem, maar de vrachtwagen
blijft naast haar.
Onvermurwbaar. Groot, zwaar.
De ruitenwissers
kunnen de plensbui nauwelijks aan en bovendien krijgt ze regelmatig
het door de vrachtwagen opspattende water over zich heen. Ze tuurt
door het regengordijn.
De weghelft voor haar lijkt leeg en ontzettend eindeloos. Met
naast haar de grommende vrachtwagen en achter haar de nog steeds
ongedurig met zijn lichten knipperende auto.
Haar voet doet pijn van het drukken op het gaspedaal. Sneller!
Ze moet de vrachtwagen passeren. Ze moet! Ze denkt in een flits
aan wat haar zoon nog maar tien minuten geleden zei. Rij je rustig,
mam?
Dan opeens is
het alsof de weg steeds smaller wordt en de vrachtwagen steeds
breder en breder. Alsof die haar langzaam wil verpletteren tegen
de vangrail in de middenberm. En voor haar: waar is de weg? Daar
is plotseling iets mee. Die lost op in het niets. In leegte. Ze
voelt het klamme zweet in haar handen en op haar voorhoofd. Ze
tuurt vooruit.
En ze hoopt.
Maar er lijkt geen einde te komen aan de zwarte schaduw van de
overkapping boven haar, de dreigende vrachtwagen en die weg die
er eigenlijk niet meer is. Ze heeft het beklemmende gevoel dat
ze in een vreemde, bizarre wereld terecht is gekomen. Niet de
hare. Een andere wereld. Een niemandsland.
Een grimmige wereld, vol zwarte schaduwen. Vol grommende, sissende
geluiden.
En lichtknipperende snelheidsduivels.
Ze is als verlamd.
De middenberm flitst in een grijze, onbestemde streep langs haar.
Ze zit achter het stuur, maar het is alsof andere handen de richting
aangeven. Het van haar over hebben genomen. Haar voet op het gaspedaal
is haar voet niet meer. Verwarring. Haar ogen bijna verblind door
de brutale lichten achter haar. En die eindeloze tunnel vol zwarte
duisternis. Een weg, eindigend in het niets.
En dan, opeens, is het voorbij. Boven haar is de zwarte schaduw
van de overkapping verdwenen. En naast haar is geen vrachtwagen
meer.
De weg voor haar is leeg, op een enkel schimmig rood achterlicht
in de verte na. De regen is wat minder geworden. Ze neemt gas
terug. Met trillende voet. En even later rijdt ze weer op de haar
vertrouwde rechter weghelft, terwijl de achter haar rijdende auto
met een nijdige druk op de claxon passeert. Een boze macho, denkt
ze nog, maar ze kan er nu om glimlachen.
Haar handen
omklemmen het stuur. Dan ontspant ze zich, een beetje maar. Ze
heeft alles weer onder controle, denkt ze en huivert bij de gedachte
aan wat er allemaal had kunnen gebeuren in die paar verschrikkelijk
lange minuten die nu voorbij zijn.
Haar man had het al vaker gezegd: "Volgens mij heb je een
beschermengel in de achterbak."
Op zo'n moment had ze wat gelachen. "Ik rij gewoon goed,"
was dan steevast haar antwoord, maar in haar hart was ze daar
niet altijd van overtuigd geweest. En wat die beschermengel betreft
kon hij best gelijk hebben. Daar is ze nu eigenlijk wel van overtuigd.
Ze heeft er vast eentje. Speciaal aan haar toegewezen. Een engel
die op de kritieke momenten het stuur van haar overneemt.
Ze blijft nog
enkele seconden doodstil zitten als ze de oprit van haar huis
heeft bereikt. Dan haalt ze diep adem en stapt uit.
De plaktafel is opeens extra zwaar en ze tilt met moeite de stijfsel
emmers en kwasten er uit. En terwijl ze dat doet ziet ze het.
Ze ziet de geopende achterbak. Vol met kleine, verontwaardigde
engeltjes die hun pijnlijke ledematen wrijven en hun verfomfaaide
vleugeltjes rechtfladderen.
Engeltjes. Ze knippert met haar ogen en het is voorbij. Het is
weer een gewone, lege achterbak. Ze is moe, denkt ze. Dat zal
het zijn. Maar toch...
Haar man staat
intussen naast haar en neemt de plaktafel over. Het regent niet
meer. De lucht voelt prikkelend fris aan. "Alles goed gegaan?"
vraagt hij een tikkeltje bezorgd als hij haar gezicht ziet. Ze
lacht wat geforceerd. "Waarom zou het niet goed zijn gegaan?
Ik ben expert in behangen, weet je nog?"
Hij glimlacht. Opgelucht door dat antwoord. "Was het erg
vervelend met die regen?" vraagt hij nog.
Ze knikt. "Niet leuk. Al dat opspattende water van die vrachtwagens..."
Hij schudt zijn hoofd. "Dan moet je daar niet achter blijven
zitten, levensgevaarlijk. Dan zie je geen barst."
Ja, denkt ze
ironisch, levensgevaarlijk. Maar dat is passeren ook. Ze kijkt
naar de auto, waar de regen in straaltjes afdruipt. Gelukkig heeft
ze een hele achterbak vol engelen. Mét voldoende rijervaring!
Ze zal ze in het vervolg toch wat minder ruw moeten behandelen,
denkt ze nog in een bezorgde flits, als ze met een klap de achterklep
dicht mept. En het is net alsof ze van die verontwaardigde, tegensputterende
geluidjes hoort.
En het heftig fladderen van vleugeltjes.
Heel even maar.
Dan is het voorbij.
Ze ruikt de geur van versgezette koffie.
En glimlacht.
*
© 1995/96-2004; Bert Vos- Ter Apel
"Wonderen gebeuren er niet meer " was de min of meer profetische en misschien ook wel wat fatalistische titel die ik het tiende en laatste verhaal meegaf in de serie Nieuwjaarsboekjes die Janny en ik samen hebben gemaakt. Dat tiende deeltje was een extra bijzonder deeltje omdat Janny daar eigenlijk letterlijk haar laatste krachten aan heeft gegeven en wat dat betreft gebeurde er op dát moment toch nog een wonder. En nog wel in een van oudsher befaamd godshuis, in de Domkerk in Utrecht.
Het verhaal ontstond uit
een reeks gebeurtenissen en het begon ooit met een bezoek van
Janny aan de Domkerk samen met een vriendin die toen in Utrecht
kunstgeschiedenis studeerde en veel over de geschiedenis van de
kerk en de kerkschatten wist te vertellen. Zoals over het altaar
retabel "Anna te Drieën" in de Van Arkel Kapel
van de Utrechtse Dom. De gezichten op dit mooie beeldhouwwerk
waren tijdens de Beeldenstorm grotendeels vernield. Janny was
op de één of andere manier erg onder de indruk van
wat ze daar in die kapel zag, want ze heeft me het verhaal later
meerdere malen verteld.
In de zomer van 1996 wisten we dat Janny's kanker ongeneeslijk
zou zijn en dat ze niet zo heel lang meer te leven zou hebben.
Wat we die zomer dus deden is allerlei niet al te moeilijke tochtjes
maken, zoals een bezoek aan de Domkerk, waar Janny me eindelijk
de gruwelijk verminkte gezichten in die kapel zou laten zien.
Bovendien wilde zij er foto's van maken. Ik zal die middag in
de kerk nooit meer vergeten. Janny, wiens rug bijna was ,,gebroken"
door de bestralingen van de talrijke uitzaaiingen in de ribben
en ruggengraat, heeft die middag een paar uur in die kapel half
gehurkt gestaan, op de vloer gezeten, kortom in allerlei standen
die beschadigde retabel gefotografeerd. Ik heb niet één
keer een glimp van pijn op haar gezicht gezien.
Toen we thuis de foto's terug kregen van de ontwikkelcentrale ontstond ineens het idee voor het nieuwjaarsverhaal, dat ik kort daarna schreef. Maar tja, toen kwam dus het omslagproject. Er moest in ieder geval een foto van die beschadigde retabel op en als het even kon gezien door een soort kerkraam. We kwamen er samen wel uit, want we besloten dat de kleurenfoto op de voorkant van het boekje geplakt zou worden met daar overheen een doorzichtig plastic vel, een overhead-sheet, waarop we het zwart-wit silhouet van één der kerkramen kopieerden. Alleen, er moest nog wel een betere foto komen, want hoewel ze er al 72 had gemaakt, moesten we er toch nog maar een middagje aan besteden Nu met statief natuurlijk, voor de scherpte. En weer konden bezoekers van de Domkerk op een mooie zomermiddag in augustus een enthousiaste vrouw in de Van Arkel Kapel bezig zien. Ze droeg toen niet meer de van haar eigen lange haar gemaakte pruik, maar het bekende "kortgeknipte koppie" want de laatste chemokuur was alweer een tijdje geleden, en ze glimlachte stralend als mensen belangstellend kwamen kijken hoe zij de foto's maakte. Gewoon een aardige vrouw die beroepshalve foto's maakte, zal men toen gedacht hebben. Ik wist wel beter. Ik heb de pijn gevoeld die zij gevoeld moet hebben en die zij heel knap achter die glimlach verborgen hield.
Dat dit tiende deeltje uiteindelijk in een oplage van 125 exemplaren ook nog door haar werd gebonden, zij ook nog eens het papier (met de benodigde kracht) van mooie rondhoeken voorzag én de 125 exemplaren van de door haar uiteindelijk goedgekeurde foto op de omslagen plakte met daar omheen het kerkraam op doorzichtvellen: dát was het wonder dat zo maar gebeurde, ruim een jaar voordat ze in januari 1998 overleed. Als ik nu één van die exemplaren in mijn handen heb, dan voel ik nog steeds de kracht, de warmte en de liefde voor haar vak waarmee Janny het toen heeft gemaakt.
Wonderen gebeuren er niet meer
"Eigenlijk gebeuren er tegenwoordig geen
wonderen meer, vindt u ook niet?"
Pas toen de man de vraag herhaalde drong het tot me door dat hij
het tegen mij had. Hij keek me aan met een blik alsof hij dringend
om een wonder zat te springen. "Wonderen?" vroeg ik
en ik besefte dat het niet bepaald geïnteresseerd klonk.
Ik was verdiept in een klein gidsje over de Utrechtse Domkerk
die ik op dat moment aan het bezichtigen was en de man naast me
was me niet opgevallen. Toch zag hij er niet alledaags uit in
zijn uiterst kleurige outfit waar een fitte vutter op vakantie
in het buitenland bijzonder jaloers op zou zijn geweest.
"Dat zei ik. Wonderen gebeuren er niet meer. Vroeger wel."
De man zwaaide breed naar het fraaie interieur van de kerk, waarvan
de stilte nu alleen werd verbroken door de verongelijkte stem
van de wonderzoeker naast me.
"Hebt u er wel eens bij stilgestaan waaróm er geen
wonderen meer gebeuren?"
Dat was een goeie vraag. Zonder antwoord. Dat ook. Althans: ik moest de goeie man het antwoord schuldig blijven. Wonderen gebeuren of ze gebeuren niet. Er is geen trucje om ze te laten gebeuren, tenzij we de talrijke wonderdokters in ons kleurrijke land die kunst willen toedichten. Ik geloof niet in gemaakte wonderen.
"Weet u het?" was
mijn wedervraag. Mijn altijd werkende kunstgreep om een moeilijk
antwoord te omzeilen. De man keek me onderzoekend aan.
"U neemt me in de maling." zei hij met een bittere ondertoon
in zijn stem. "U gelooft niet in wonderen. En toch gebeuren
ze. Alleen de laatste tijd..."
Ik knikte meelevend.
Ik keek op m'n horloge, want ik had nog een afspraak in de stad.
Alleen omdat er vandaag nauwelijks files op de weg waren was ik
veel te vroeg en had ik die extra tijd gebruikt om een bezoek
aan de Domkerk te brengen. Dat had ik mezelf al jaren lang beloofd,
maar er was tot nu toe nooit iets van gekomen.
Je zou dat met een beetje goeie wil een wonder kunnen noemen,
bedacht ik, niet zonder ironie.
"Ik zal u een wonder laten zien." zei de man, greep
me stevig bij de arm en trok me half sleurend mee.
Ik sputterde wat en zei binnensmonds iets over "geen tijd
en afspraak", maar de man was niet te stuiten.
Zonder verdere tegenstand liet ik me meevoeren door de kerk, langs
de kapelletjes.
Bij één bleef hij met een ruk staan, tuurde naar
binnen en knikte.
"Een wonder," zei hij toen en er klonk duidelijk ontzag
door.
"Een echt wonder. En niemand wil mij geloven. Kijk!"
Hij trok mij de kapel binnen en wees naar een, naar ik constateerde,
zwaar beschadigd beeldhouwwerk aan de muur: een groep mensen met
allemaal ruw afgehakte hoofden.
"Daar zijn aardig wat koppen gerold," zei ik nog in
een poging de gebeurtenis een humoristische wending te geven,
maar de devotie waarmee de man naar die groep hoofdlozen aan de
muur keek, was te dominant om ook maar een glimlach te kunnen
veroorzaken.
"Een wonder!" riep
hij met ingehouden fluisterstem.
"Beeldenstorm", zei ik, "zonde van het kunstwerk."
Weer klemde zijn hand zich om mijn arm en ik had het gevoel alsof
de waanzin van één van die beeldenstormers van toen
zich van hem meester had gemaakt en mijn arm op het punt stond
gebruikt te worden als de vlijmscherpe bijl waarmee het restant
van de koppen van de muur zou worden gevaagd.
Als het even kon wou ik dat wonder wel voorkomen en ik rukte me
los.
"Rustig nou," zei ik sussend, "we zijn al eeuwen
te laat. Het is nou eenmaal gebeurd. Daar valt niks meer aan te
veranderen."
"Dat bedoel ik nou!" galmde hij ineens met luide stem
door de kerk en ik was op dat moment blij dat het toeristenseizoen
vrijwel voorbij was.
"Het is niet te laat! En dat is nou het wonder. Waar u niet
in gelooft, maar ik wel. Want eindelijk gebeurt het weer. Een
wonder!&q