Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Alle teksten uit de edities december 2004 en januari 2005
1 december 2004
De grote "najaars-schoonmaak" is gedaan...
De "grote schoonmaak" van al onze rubrieken is inmiddels afgerond. Iedereen die zijn of haar gegevens in één van onze rubrieken heeft laten opnemen kreeg onderstaande mail met de vraag of je verwijderd wilde worden uit de rubrieken van de Draaikolk, ter controle van de juistheid van het e-mailadres en ook de bestelbaarheid van mailtjes werd hiermee getest. Ook in het geval van volle mailboxen (dat is jouw ruimte bij jouw internetprovider, zoals Planet Internet, UPC, Chello, At Home, Wanadoo, Tiscali, Hotmail etc. voor het tijdelijk "opbergen" van de mailtjes voordat jij ze ontvangt) werden de gegevens verwijderd. Kortom: de e-mailgegevens van elke mail die we onbestelbaar retour ontvingen werden uit de Draaikolk verwijderd. Heel vervelend natuurlijk, maar wees nou eerlijk: er is niets zo ergerlijk dan het onbestelbaar terugkrijgen van een vaak met veel moeite en na lang dubben geschreven e-mail naar een lotgenoot (m/v) . We willen dat natuurlijk zoveel mogelijk voorkomen. (En als we het over een volle mailbox hebben dan bedoelen we natuurlijk NIET de ruimte op jouw eigen computer...)
En jawel: natuurlijk kregen we meteen vragen als: heb ik een volle mailbox dan? En hoe voorkom ik dat?Daar kunnen we niet echt een antwoord op geven. Dat is voor elke internetprovider weer anders geregeld. Waarschijnlijk heb je dan de mogelijkheid benut om gelezen mailtjes toch op de server van jouw internetprovider te laten staan. De ruimte op die server (zeg maar harde schijf van de provider) is echter beperkt en vol is vol. Daarna komen mailtjes onbestelbaar terug bij de verzender. Voordat we verzeild raken in een internetcursus voor beginners, hebben we maar één advies: bij twijfel vraag het aan jouw internetprovider hoe dat zit. Of nog beter: kijk op de site van je provider bij "webmail, netmail of e-mail", log daar in met je gebruikersnaam en wachtwoord en kijk wat er allemaal op jouw plekje op de server staat aan berichten en verwijder na lezing alles. Meer kunnen we helaas niet voor je betekenen.
Voor wie dus vanaf nu in de komende periode wegens onbestelbaarheid is verwijderd van onze site, heeft onderstaande brief dus niet ontvangen en behoort tot de gelukkig relatief kleine groep van wie het e-mailadres niet meer klopt of de mailbox vol is. Die brief plaatsen we dus voor die groep hierbij:
Onderwerp: Wil je met jouw gegevens uit De Draaikolk verwijderd worden?
Beste lotgenote/lotgenoot van De Draaikolk,
Je ontvangt dit mailtje omdat jij jouw persoonlijke gegevens hebt laten vermelden in één of meerdere van onze rubrieken de Mailbox, Samen Actief en/of Ik denk aan jou.
Zoals aangekondigd op onze website De Draaikolk (www.draaikolk.com) willen wij graag ons bestand met e-mailadressen zoveel mogelijk up-to-date houden. Dit om te voorkomen dat anderen vergeefs de moeite nemen om jou te mailen zonder daar een reactie op te krijgen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren wanneer jouw e-mailadres is gewijzigd zonder dat je het nieuwe adres aan ons hebt doorgegeven, wanneer jouw mailbox niet regelmatig door jou wordt geopend en vervolgens is volgelopen of omdat je wellicht niet langer behoefte hebt aan contacten met lotgenoten, maar er nog niet toe gekomen bent om jouw gegevens uit ons bestand te laten verwijderen. Vandaar dus dit mailtje.
Dus, als je NIET langer vermeld wilt staan in onze bovengenoemde rubrieken, stuur dan een mailtje met de tekst s.v.p. mijn e-mailadres verwijderen uit alle Draaikolk-rubrieken naar Bert en Monique Vos, e-mailadres: info@draaikolk.com
LET OP: mocht jij je later alsnog bedenken en je opnieuw willen aanmelden dan kan dit natuurlijk, maar pas na overmaking van 5,-- administratiekosten op girorekeningnummer 1017457 van de Postbank ten name van L.Vos, Ter Apel, onder vermelding van ,,Draaikolk-herplaatsing".
Ditzelfde gaat op wanneer wij dit mailtje aan jou, door eerdergenoemde oorzaken, onbestelbaar terug ontvangen, waarna wij jouw gegevens uit de diverse rubrieken zullen verwijderen.Voor alle duidelijkheid: als je gewoon met jouw gegevens in onze rubriek(en) wilt blijven staan, dan hoef je NIETS te doen, behalve je mailbox bij jouw internetprovider regelmatig leeg te maken.
Bij voorbaat hartelijk dank voor je medewerking!
Hartelijke groeten,
Bert en Monique Vos, hoofdredactie De Draaikolk
www.draaikolk.com
1 december 2004
Ruggesteuntjes (25) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos
Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 13 - Agnes Ostendorf
3 december 2004
Hallo Wieneke,
Ik antwoord
eerst maar even op je laatste vraag in de brief. Ik "vier"
kerst en oud/nieuw niet. Ik doorsta het! Op dit moment heb ik
het gewoon wat moeilijk. M'n jongste broer is behoorlijk ziek.
Hij ligt op dit moment in het ziekenhuis en heeft een paar bijzonder
vervelende onderzoeken gehad. De uitslag van die onderzoeken komt
pas over een paar dagen. Hoe zijn toekomst er uit komt te zien?
Géén idee. Maar ik ben bang en ik merk bij mezelf
dat die angst héél diep zit. Ik was aanwezig bij
het intakegesprek en tijdens dat gesprek kwamen alle herinneringen
van de vorige keren dat ik bij zo'n intakegesprek aanwezig was
weer omhoog.
De emoties kwamen dan ook, vooral bij het naar huis gaan, behoorlijk
los. Onderweg heb ik een parkeerplaats opgezocht om weer wat rustig
te worden zodat ik veilig thuis zou komen. Ik werd toch weer even
met m'n neus op de harde en kille feiten gedrukt. Het "rouwen"
is nog niet voorbij en de angst om dierbaren te verliezen is bij
mij héél groot. Zou ik die angst de rest van m'n
leven houden?
Ik ben trouwens
wel blij dat het weer een stuk beter met je gaat. En ik begrijp
héél goed dat het moeilijk is om te vertellen hoe
het komt dat jij alles van je ziek zijn zo bewust hebt meegemaakt.
Juist het vertellen van het 'waarom' is vaak zo confronterend.
Terwijl mijn ervaring ook is dat juist het praten over wat je
overkomen is, helend werkt. Maar dat kan niet altijd en overal.
Soms 'klikt' het niet met de persoon waarmee je praat, of de omgeving
en omstandigheden zijn niet goed, je voelt je niet veilig of er
is te weinig tijd. En juist daarom is het meedoen aan een gespreksgroep
of rouwweekend van het CNK voor mij zo goed.
Om me heen hebben de mensen vaak gewoon te weinig tijd, weinig
interesse of gewoon geen zin om nog een keer te horen wat me is
overkomen. Trouwens, ik wil ook niet steeds mijn familie en vrienden
'lastig vallen' met mijn verdriet en mijn verhaal. Vandaar de
CNK, daar is tijd, begrip, herkenning, het is er veilig en tijdens
zo'n gesprek met lotgenoten merk je gewoon dat ze begrijpen wat
je bedoelt. Er wordt ook héél wat afgelachen hoor,
het is niet alleen maar diepe treurnis. En zo'n weekend is echt
voor alle leeftijden hoor. Jong én oud, man én vrouw,
allochtoon én autochtoon. Gewoon iedereen is er. Rouwen
discrimineert immers niet. Er is tijdens zo'n weekend zelfs een
groep voor ouders met jonge kinderen en die kindertjes zitten
dan weer in een kindergroep. Echt héél goed doordacht
allemaal. Één dagdeel wordt besteed aan doe-activiteiten
waaruit je een keuze kunt maken, bijv. schrijven, dans, ontspanningsoefeningen,
djembé en één dagdeel komt er een gastspreker
(de afgelopen twee keren was dat Marinus van den Berg).
Wat goed van je dat je je werk voor vluchtelingenhulp weer hebt opgepakt. Het geeft je ongetwijfeld veel voldoening. Wat je schreef over de verdraagzaamheid en de tolerantie is inderdaad iets wat mij ook erg bezighoudt. Tot hoever zijn we verdraagzaam en tolerant? Vaak alleen in gesproken woorden en op papier, maar als het op daden aankomt, zijn we vaak niet thuis. Dan gaat eigen belang toch wel weer voorop.
Nog even over dat koken van ons. Soms kook ik best wel hoor, maar het is absoluut niet m'n hobby. Zowel Cees als Andries konden prima koken en deden het ook graag. Toen ik nog m'n betaalde baan had (dat is inmiddels ook al weer zes jaar geleden), was ik vaak later thuis dan Cees. Hij had dan het eten op tafel staan en ik kon zo aanschuiven. Heel luxe, ik weet het. Ik heb het ook altijd heel erg gewaardeerd. Gelukkig heeft Cees z'n kooktalent doorgegeven aan Maaike en word ik door haar vaak verrast met een pannetje zelfgemaakte erwtensoep, een stuk appeltaart, een zelfgebakken brood, etc. Ik krijg daarbij wel het "tafeltje-dekje-gevoel" maar dat kan me lekker niks schelen!
Sinterklaas gaat dit jaar mijn deur voorbij. Anne en Joost vieren het samen met hun ouders bij de andere opa en oma (ouders van René). Daar zijn héél veel neefjes en nichtjes en is het altijd dikke pret. Sint komt natuurlijk ook nog op school en op de peuterspeelzaal. Ruimschoots voldoende voor die kleintjes. Misschien dat we volgend jaar Sinterklaas thuis vieren, maar dit jaar niet.
Op dit moment
ben ik aan het inpakken en sta dan ook regelmatig met spullen
in m'n handen waarvan ik absoluut niet weet wat ik er mee moet.
Een voorbeeld wil ik je niet onthouden.
Cees werkte bij een ingenieursbureau en had het vak op de oude
manier geleerd. Hij was de laatste jaren op kantoor nog één
van de weinige die (als het nodig was) op de oude manier kon tekenen,
dus achter een tekenbord met pennen, passers, mallen en linialen.
Enkele weken na zijn overlijden hebben collega's z'n bureau opgeruimd
en aan mij gevraagd waar z'n spullen naar toe moesten. Ik heb
toen geantwoord dat ik ze graag thuis wilde hebben. Vervolgens
is die doos met al die spulletjes, en dan heb ik het over agenda,
passers, pennen, etc. via de kast op de overloop, naar de zolder
verhuisd. Nu ben ik bezig op zolder en kom daar die doos weer
tegen. Wat moet ik? Weggooien? Er is niemand meer die dat soort
tekengereedschap gebruikt, alles gaat immers per computer. Ik
heb nog geprobeerd de pennen schoon te maken, zodat ze het weer
zouden doen. Maar zelfs dat lukte me niet, waarschijnlijk doe
ik het verkeerd. Een deel van die pennen en passers heb ik in
een grote doos gedaan en die doos gaat, als hij vol is, naar een
recyclewinkel. De rest heb ik in een kleinere doos gedaan en gaat
mee naar m'n nieuwe woonstek. Gewoon, omdat ik geen afscheid van
z'n spullen kan nemen. Die pennen mogen gewoon nog even bij me
blijven. En zo ben ik constant bezig. Ik kom boeken over weg-
en waterbouw tegen die echt niet meer van deze tijd zijn en krantenknipsels
over projecten waar hij bij betrokken is geweest. De stapel met
wat mee gaat wordt steeds groter en dat was nou net niet de bedoeling.
Ik zou wel willen dat er iemand is die me daarin raad kan geven.
Ook heb ik kennis gemaakt met de nieuwe bewoners. Jonge mensen met nieuwe verbouwingsideeën. Eigenlijk wil ik niet weten wat ze gaan veranderen, maar ja vol enthousiasme hebben ze het me al verteld en dat deed pijn.
En toch Wieneke, leuke dingen zijn er ook. M'n trimsalon gaat goed. De klanten, en de daarbij behorende hondjes, stromen binnen. Inmiddels ben ik al bij de Kamer van Koophandel geweest, heb een bezoekje gebracht aan het Gemeentehuis omdat het bestemmingsplan aangepast moet worden, heb contact gehad met de fiscus, ben lid geworden van een zgn. vakvereniging en de eerste advertentie is al geplaatst. Het wordt al een echt bedrijfje en ik vind het nog steeds leuk.
Wieneke, ik stop met deze brief en ga vanavond nog even bij mijn broer langs, kijken hoe het hem vergaan is vandaag.
Tot schrijfs maar weer.
Agnes
***
Brief 14 - Wieneke van Rossum
17 december 2004
Hallo Agnes,
Je laatste brief
ontving ik toen je broer in het ziekenhuis lag en ik neem aan
dat er inmiddels al wat uitslagen bekend zijn. Ik hoop voor jullie
dat het er niet zo somber uitziet als je in je brief aangeeft.
Ik begrijp dat je je heel veel zorgen maakt. Ik moest opeens aan
Frits denken die destijds toen mijn moeder zo ziek was ook de
auto langs de kant van de weg gezet had en heel hard heeft zitten
huilen.
Ja, alles komt weer boven hè, tijdens zo'n intake gesprek.
En natuurlijk ben je bang, dat was ik ook opeens toen ze mij op
de chemokamer installeerden. En dan hangen ze je infuus aan zo'n
paal waar ook een chemopomp aan zit. Het zweet brak me uit. Ik
dacht gelijk: ze hebben vast wat ontdekt. In plaats dat ze gelijk
zeggen dat alles vol ligt en dat ik daarom hier geplaatst word!
Daar denken ze dan natuurlijk niet aan.
Een vriendin van mij ligt nu heel ziek in het ziekenhuis en elke
keer als ik haar bezoek wil ik eigenlijk zo snel mogelijk weer
weg. Het blijft confronterend, terwijl Frits daar helemaal niet
gelegen heeft.
Ik denk ook
dat je die angst de rest van je leven zal houden. Ik merk het
zelf ook, maar niet alleen wat ziek worden betreft, ook met andere
dingen. Heb jij dat ook niet? Het speelt vaak door mijn hoofd:
als ik er niet meer ben, dan hebben mijn kinderen niemand meer.
Helaas zitten we nu in een tijd waar rouwen meer voorkomt dan
trouwen, onze onbezorgde tijd ligt achter ons. Jammer dat je daar
in die tijd veel te weinig bij stilstaat. Het is zo gewoon tot
iets ernstigs toeslaat en dan realiseer je je pas wat een heerlijke
tijd dat was. Ik heb in korte tijd mijn ouders, schoonvader en
man verloren. Bij veel mensen gebeurt dat pas op latere leeftijd
(neem Beatrix maar!). De rouw is niet minder, maar ik ben soms
wel jaloers dat ze nog zo lang met z'n allen samen waren.
Fijn dat een
gespreksgroep en rouwweekend je zoveel steun biedt. Ik heb het
nooit aangedurfd, omdat ik denk dat ik er veel verdrietiger vandaan
kom. Maar je hebt gelijk: je omgeving staat er niet meer bij stil
dat je nog rouwt en je wilt ze er inderdaad niet mee lastig vallen.
Maar, als ik dat zou willen, weet ik zeker dat ik vrienden heb
waar ik bij terecht kan om mijn gevoelens te uiten. Maar toch
doe je dat niet zo gauw. Misschien is alles van me afschrijven
wel mijn therapie. Maar rouwen zullen we ons leven lang doen.
Er zal geen grens zijn waarop we kunnen zeggen: "nu kan
ik niet meer rouwen."
Toevallig had ik van de week een boek van Marinus van de Berg
in handen. "Voor de laatste tijd, samen werken aan een goede
dood", heette dat boek. Een prachtig boek, maar ik vraag
mij af wie het leest voor een naderende dood. Volgens mij heb
je daar geen tijd voor om je erin te verdiepen, maar waarschijnlijk
ook geen zin in. Ken je zijn andere boeken ook? "Door je
verdriet heen groeien" en "Dagen die je niet vergeet"
zijn de titels. Ik heb ze niet gelezen maar het spreekt me wel
aan. In plaats van dan naar zo'n rouwverwerkingtherapie te gaan
zou ik dus eerder deze boeken oppakken. Misschien doe ik dat ook
wel, omdat je je eigen tijd kunt indelen en omdat het minder confronterend
is. Maar je mist natuurlijk wel de feedback.
Nu met de verhuizing zul je inderdaad wel veel persoonlijke dingen tegenkomen. Ik heb onlangs zijn studie en wetboeken beetje bij beetje weggegooid. Dat kon ik eerst niet over mijn hart verkrijgen, maar ze zijn verouderd en bovendien heb ik er niets aan, laat staan dat ik het begrijp. Persoonlijke dingen en foto's heb ik in een map gestopt, eigenlijk ook meer voor de kinderen voor later. Kun je die krantenknipsels ook niet in mappen stoppen, zodat Maaike er later nog wat aan heeft? Misschien kun je er een soort archief van maken.
Weet je wat
ik in Vietnam zo mooi vond? Ze eren daar hun voorouders en andere
gestorvenen door een altaar in of voor hun huis te plaatsen waar
ze wierook branden. Op de sterfdatum van een overledene komt de
familie bijeen, waarbij voedsel en wierook geofferd wordt. Er
wordt een hele ceremonie van gemaakt en wie dit niet doet geeft
blijk van een schromelijk tekort aan eerbied, waardoor de overledenen
worden veroordeeld tot een zwervend bestaan waarin ze afhankelijk
zijn van liefdadigheid. Daaruit kan ook verklaard worden waarom
de Vietnamezen destijds hun land zo fel verdedigd hebben: het
was de grond waarin hun voorouders lagen en als daar aangekomen
werd zouden hun zielen gaan dwalen.
Ik vind zo iets symbolisch wel mooi. Ik heb mijn plekje achter
in de tuin, waar Frits graag zat maar in de wintermaanden brand
ik toch maar liever een kaarsje binnen. Weet je dat ik bijna zo'n
altaartje gekocht had? Maar waar zet je zoiets, in de tuin rot
het weg en als je het binnen zet moet je iedereen uitleg hierover
geven. Juist in een tijd van cremeren kan zoiets best belangrijk
zijn. Maar ik heb het toch maar niet gedaan. Denk je ook niet
dat meer mensen die rouwen ergens ook zo'n plekje hebben waar
ze hun dierbaren herinneren?
Momenteel heb ik veel afleiding: ik heb een nieuwe computer gekocht en daar ben ik voorlopig zoet mee. Mijn huishouden ligt plat, ik ontdek zoveel nieuwe dingen! Mijn werkkamer is een puinhoop, internetten doe ik nog op de oude computer en de rest op de nieuwe. En tussen de dozen door lopen we, want de oude gaat daarin weer mee naar Karin haar toekomstige huis. Helaas wacht ik al negen weken op de ADSL aansluiting zonder dat de provider iets van zich laat horen. Alleen maar dreigementen dat ik mijn overeenkomst niet kan verbreken, terwijl ze het nog steeds als drie weken levertijd verkopen. Gelukkig had ik het boek "Consumentenrecht" wel bewaard en daaruit concludeerde ik dat dit op deze basis wel kan. Frits adviseerde mij om een rechtsbijstandverzekering af te sluiten na zijn dood. Ik heb ze gebeld en ik bleek gelijk te hebben, dus heb ik ze dit schriftelijk laten weten. Zelfs daarop heb ik geen antwoord gekregen, terwijl er nog wel "doo" in hun naam zit! Als alles goed gaat, ga ik binnenkort op de kabel. Weer van die irritante dingen die je er gewoon niet bij wilt hebben.
Maar Agnes,
ik ga nu stoppen. Mijn strijkmand ligt ook nog vol, er is werk
aan de winkel.
Ik hoop van harte dat het beter gaat met je broer en wens je heel
veel sterkte toe.
Verder wil ik jou en alle Draaikolklezers een goed en gezond 2005
toewensen!
Lieve groeten,
Wieneke
***
Brief 15 - Agnes Ostendorf
31 december 2004
Hoi Wieneke,
Deze brief wordt
waarschijnlijk op de site geplaatst op de laatste dag van het
jaar. En heb jij dat nou ook? Op zo'n laatste dag een beetje de
balans opmaken? Ik wel.
Het was voor mij een bijzonder roerig jaar. Vol groot en klein
verdriet, stress, lichamelijke pijntjes hier en daar, slapeloosheid,
zorgen voor en zorgen om een ander, twijfels, grote vermoeidheid
en vooral dat piekeren en die altijd aanwezige twijfel of ik wel
de juiste beslissing heb genomen.
Natuurlijk kijk ik niet alleen achterom maar ook vooruit. Natuurlijk
tel ik ook m'n zegeningen. Ik heb m'n dierbaren vlak bij me wonen
en woon op een prachtstek in een fantastisch huis, heb een startend
eigen bedrijfje wat lijkt goed te gaan en ben redelijk gezond
van lijf en leden. Maar ja
je weet ongetwijfeld wat ik bedoel.
De eerste hobbel,
namelijk die twee kerstdagen, is genomen. Eerste kerstdag was
een dag vol drukte. Maaike en René hadden de hele familie
(totaal negentien personen) uitgenodigd. Elk gezin nam een onderdeel
van het kerstmenu mee. Natuurlijk was het gezellig, maar ik heb
me in geen tijden zo verschrikkelijk eenzaam gevoeld. Waarschijnlijk
had niemand het in de gaten, ik ben namelijk een kei in het ophouden
van de schone schijn.
Iedereen was met z'n partner, elk stel was compleet. En dat is
wat er bij mij nog steeds speelt. Ik voel me nog steeds niet compleet,
nog steeds geamputeerd. Natuurlijk gun ik iedereen z'n geluk,
natuurlijk ligt dat eenzame gevoel aan mezelf en niet aan de ander.
Dat weet ik ook wel. Binnen mijn eigen vriendenkring zijn er natuurlijk
ook lotgenoten die een nieuwe relatie hebben, samenwonen, samen
gelukkig zijn, maar ook hun verdriet delen. Ook bij de Draaikolk
lees ik over nieuwe relaties en de troost die ze elkaar geven.
Dat is juist zo dubbel. Ik weet hoe fijn het is een nieuwe relatie
met iemand te hebben die troost en steun geeft tijdens de moeilijke
dagen. Aan de ene kant gun ik iedereen natuurlijk alle geluk van
de wereld, maar aan de andere kant is dat geluk van een ander
soms zo confronterend. Het GROTE GEMIS is dan zo voelbaar. Ik
wil niemand op zijn/haar tenen trappen, maar hieruit zou kunnen
blijken dat een mens niet geschapen is om alleen door het leven
te gaan.
De tweede kerstdag beviel me beter. Geen drukte om me heen, heerlijk rustig in m'n uppie in m'n eigen huis. Druk doende m'n pc weer aan de praat te krijgen en onder leiding van Maaike bezig een website te bouwen. Als de site klaar en in de lucht is, laat ik het je natuurlijk direct weten.
Nu die tweede hobbel nog. Oud en Nieuw. Als dat gedoe ook weer voorbij is zal ik opgelucht ademhalen, tranen drogen, m'n neus snuiten en vol goede moed aan een nieuw jaar met nieuwe kansen beginnen. Ik heb er zin in.
Vandaag ga ik samen met René en een vriendin voor de laatste keer m'n oude huis door. Nog wat tuinspullen ophalen, gordijnen, kamerplanten en de buitenlamp die Cees gemaakt heeft, moeten nog mee en natuurlijk het schoonmaken. M'n broer (het gaat hem gelukkig weer goed) komt ook nog even in het oude huis langs. Ik woon wel al twee weken in m'n stolpje, maar ga elke dag toch nog even de post ophalen en kijken of alles goed is. Op 14 januari aanstaande is de overdracht. Als dat gebeurd is, is het niet meer "ons" huis, maar "hun" huis. Dan heb ik er niets meer te zoeken. Kan ik eindelijk letterlijk en figuurlijk die deur dicht doen!
Voor wat betreft de studieboeken en krantenknipsels van en over Cees, Maaike heeft ze inderdaad meegenomen en ze staan nu te "pronken" in de boekenkast, vlakbij z'n schilderspulletjes en verzameling passers. Eigenlijk een soort van herinneringsplek, maar niet bewust als zodanig ingericht, het kwam zo uit. Het is vaak zo dat ik loop te tobben over wat nu de goede oplossing voor een bepaalde situatie is, terwijl het wat later zomaar opgelost is, gewoon zonder er bewust over na te denken.
Ik moest zo vreselijk grinniken om jouw problemen met je pc. Want net als jij had ik ze ook! Het verhuizen van een kabelaansluiting is natuurlijk ook een heel gedoe. Bij het aanmelden van de verhuizing kon ik een keuze maken uit: alles laten monteren door een monteur á 69 Euro of het zelf doen en dan kost het me niets. Nou, je snapt het al, wij kunnen dat zelf. En warempel, het is gelukt! Maar nou doet de TV het stukken minder. Hoe we dat nu weer oplossen met die TV? Eerst maar even rustig nadenken en overal wat navraag doen. Stiekem hoop ik dat er lotgenoten met kabelkennis zijn die dit lezen en mij wat raad kunnen geven. Een goede kennis vertelde me trouwens dat Internet het equivalent is geworden van die "geraniums" waar de meeste lotgenoten achter zitten. Echt blij werd ik niet van die uitspraak, maar het klopt wel.
Wieneke, het is deze keer geen uitgebreide brief. Ik heb op dit moment niet zoveel energie.
Natuurlijk wens ik alle lotgenoten, Bert en Monique en héél speciaal jou en je twee meiden een heel goed en liefdevol 2005 toe.
Agnes
9 december
2004
Beetje raar?
Over de geheimenissen van het leven van Balder Schilt
Onder mijn interesse
staat: "de geheimenissen van het leven". Toen
ik dat schreef voelde ik dat ook zo en eigenlijk nog. Wel vraag
ik me nu af of het een beetje raar is en of je zoiets wel kunt
zeggen.
Weet je, mij valt vaak zo op dat veel mensen erg hun best doen
om wonderen op te zoeken. In deze tijd van "New Age"
en zo, is dat erg gemakkelijk. Toen ik nog Yoga-lessen gaf, merkte
ik dat veel leerlingen kwamen om helderziendheid te leren. Daar
gooide ik dan bakken nuchterheid overheen, omdat ik niet zo houd
van de "Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet" spelletjes.
Elk minibloempje en beetje kon ons hart beroeren.
Ondanks dat
ik het leven nooit een gemakkelijk werkje heb gevonden, voelde
ik wel alles om mij heen als een wonder. Gek genoeg is dat zo
ontzettend veel sterker geworden na het sterven van Sas. Zij kon
ook naar de kleinste dingen altijd met grote verbazing kijken.
Zij heeft altijd haar pure kinderogen behouden en ik had die tik
ook en zo kon men ons vaak kruipend door het gras zien waar we
ons verbaasden over alles dat er in de kleine wereld tussen de
grassprieten te zien was. Elk minibloempje en beetje kon ons hart
beroeren. Uit het diepst van haar wezen kon ze dan zo zeggen:
"Wat een wereldje hè". Ook konden we languit
op de rug gaan liggen en naar de wolken kijken en de wonderlijke
strepen licht die er doorheen vielen.
Licht is al een mysterie en "zien" ook. Wat denk je
er van om onder een boom te liggen als het blad net jong is en
alles helemaal doorschijnend is of dat te doen als de bladeren
door de herfst gekleurd zijn? Helemaal super is het om in de nacht
buiten in een ligstoel onder de sterrenhemel je te liggen verwonderen.
Ga het maar eens doen.
De "Liefdesstroom van het Heelal" voel ik altijd om me heen.
Een beetje raar
waren we al wel, maar het werd zo veel raarder nu zij er niet
meer is. Ik heb wel regelmatig gezegd dat het was alsof ik in
de "Liefdesstroom van het Heelal" werd opgevangen en
die voel ik altijd om me heen. Meestal begrijpen mensen het niet
goed als ik dat zo zeg. Dan probeer ik het anders: Als je me vergelijkt
met een muziekinstrument, heb ik het gevoel er in de laagte en
in de hoogte octaven bij gekregen te hebben na haar dood. Het
hele levens-beleven is zo veel intenser geworden en daarmee ook
de permanente verwondering en ontroering.
Alles dat meegemaakt kan worden is uniek en we weten nooit of
het nog eens komt. Iedere seconde is bijzonder. Zo voel ik ook
dat ik de mij nog gegeven tijd niet wil verknoeien met dingen
te doen die ik niet wil. Bij vrijwel alles houd ik contact met
mijn gevoel en ga na of wat ik doe echt mijn eigen keuze is of
dat ik dingen doe uit oude plichts- en beleefdheidsgedachten.
Vaak voelde ik me wat alleen met dit verhaal, maar bij het lezen
van het boek: "Norea, dochter van Eva" van Marianne
Fredriksson, waar rouw een ruime plaats in heeft, kwam ik veel
herkenning tegen.
Zo vond ik er de zin: "Norea had gedacht dat verdriet
blijdschap uitsloot, maar nu kwam ze erachter dat het andersom
kan zijn, de pijn kan scherpte en inhoud geven aan de pretentieloze
blijdschap, die altijd voor de mens aanwezig is".
Hiep hoi, ....iemand die het snapt!
Permanent
verliefd
Dan zit ik nog
met een vraagstukje. Misschien kan iemand ook daar iets "verstandigs"
over zeggen?
Kijk, het zit zo: Vele lotgenoten vinden na enige tijd, vroeg
of laat weer een partner."Daar zit ik dan naar te kijken
en krabbel er wat bij op mijn kop. Natuurlijk ben ik dan heel
blij voor hen en misschien ook wel een beetje jaloers. "Misschien,
kan zijn", zoiets in ieder geval, maar er gaat dan van
alles door me heen.
Weet je wat het rare is? Ik voel me permanent verliefd. Help!
Wat moet ik er mee? Ik ben verliefd op alles en iedereen. Uh,
ja, neen, schrik nu maar niet, hoor, ik doe niets. Mijn verliefdheid
verwerk ik binnen in mijzelf en de onderwerpen van mijn gevoelens
merken er echt niets van. Trouwens, ik zou het vreselijk druk
krijgen als ik dat wél zou doen. Ik geniet zo van de schoonheid
van al die wezens en het wonder van al die oogjes. Niet alleen
van die van mensen hoor. Bij vogeltjes en muisjes en konijntjes
en torretjes heb ik dat ook, maar vooral bij meisjes natuurlijk.
Meisjes?! Ja, oudjes onder jullie: je bent ook een meisje als
je een beetje kan leven vanuit je pure natuur en niet te veel
levensmasker opzet. Als ik je écht kan zien. Hoe onvolmaakt
ook. Iedereen is dan zo ontroerend. Nou en als ik dan verliefd
ben, geniet ik van de gevoelens van illusie, alles dat zou kunnen
zijn. Die illusie is zo prettig, dat het een hulpmiddel is om
nergens aan te beginnen.
Ondertussen is het net of ik steeds de hand van Sas op mijn schouder
voel met een enorme zachtheid en tederheid en voel ik als het
ware steeds haar glimlach om die dwaze echtgenoot van haar.
Of ik geloof in wat ik voel? Jawel, maar ik bedoel dat gevoelens
vertaald worden naar een "beeldvorm" en daarvan hoef
ik niet te weten of ik het geloof of niet. Nergens heb ik antwoord
op. Alles is een vraagteken. Als ik er echt over nadenk, heb ik
het gevoel dat de liefde altijd om ons heen is maar dat "mijn"
meisje, dat zo'n puur mens was, toch echt wel verder is gegaan
op haar weg in de "sferen", als die bestaan
Kortom,
na ruim acht jaar heb ik wel platonische vriendschappen met meisjes,
maar ik ben nog steeds geen man-vrouw relatie aangegaan.
Uit bovenstaande kun je snappen dat ik het ergens wel wil. Toch
voel ik me ook nog steeds partner van Saskia en dan kan ik toch
niet zomaar...uh, tja, help!
Wie herkent zich in deze rare gevoelens? Is er iemand onder jullie die iets "verstandigs" kan en wil zeggen tegen deze dwaas?
Balder Schilt, man, geboren op 16 juli 1945; partner Saskia stierf op 4 augustus 1996 aan kanker; twee volwassen zoons; woonplaats Gasselte, interesse: de geheimenissen van het leven; e-mailadres: balder.s@hetnet.nl
10
december 2004
Hoofdredactioneel: De heldere dagen van december
Vanmorgen keek ik uit het raam en zag hoe de lage ochtendzon de berijpte velden in een prachtig, bijna Provençaals, helder licht zette. De sombere grijsheid van de dagen daarvoor was ineens verdwenen. Het is als het leven zelf. Somberte wordt afgewisseld met opklaringen. Ik heb er meteen een foto van gemaakt, zo vanuit het raam van mijn werkkamer.
Maar dat beeld
van vanmorgen bleef door mijn hoofd spoken. Want het is wel december.
We zijn op weg naar het moment dat de dagen weer gaan lengen.
Zoals we ook op weg zijn naar wat men ook wel het feest van het
licht noemt: de Kerst.
Waarom hebben we het dan toch steeds over die donkere dagen van
december? Willen we dat zelf zo graag? Dat het lekker donker om
ons heen blijft? Nee toch?
Maar ik weet het: ondanks de heldere momenten, als de rijp de velden bedekt en de winterzon al vroeg in de middag de westelijke horizon kleurt, is de maand december voor velen van ons een sombere, maar vooral ook eenzame maand. De kerstboom wordt weliswaar misschien opgetuigd en we branden vast wel een verdwaald kaarsje. We sturen misschien kaartjes naar familie, vrienden en kennissen. Maar terwijl we dat doen denken we aan hem of haar die we missen. Juist nu.
Ik keek over de helder berijpte velden en dacht aan al mijn lotgenoten. En aan het licht van een minder sombere toekomst. Ooit. Misschien binnenkort, of volgend jaar. Maar wees er van overtuigd dat er - net als mij vanmorgen overkwam - na de grijsheid na het overlijden van je partner er toch op een mooie dag de helderheid van een nieuwe tijd jouw leven zal overspoelen. Misschien eerst met een aarzelend straaltje tussen de brekende wolken door, maar daarna met een zinderende zon aan een azuurblauwe hemel.
Ik keek vanmorgen
over de helder berijpte velden en voelde in gedachten de warmte
van een zomerzon.
Ook namens Monique een heldere kerst gewenst, ondanks alles. En
een knallend, energierijk begin. Al dan niet met een carbidbus
Bert Vos
Hoofdredactie de Draaikolk
10 december 2004
Een weduwnaar met een aura, door Wiebe de Wolf
Lieve lotgenoten,
In februari van dit jaar heb ik hier op de site een verhaal mogen plaatsen: "Ik dacht dat het over was". Ik zat toen (vier en een half jaar na het overlijden van Marian) duidelijk in een dip. Het schrijven van het verhaal alleen al en natuurlijk de lieve reacties die ik op mijn verhaal gekregen heb, bleken behoorlijk therapeutisch. Inmiddels gaat het weer behoorlijk lekker. Een gecrashte computer heeft overigens voorkomen dat ik ieder die mij gemaild heeft persoonlijk heb kunnen bedanken. Ik heb jullie mails niet meer, maar geloof me - ze waren als balsem.
Nu kom
ik weer met een verhaal. Het is eigenlijk een (groot) deel van
een brief die ik een maand of wat terug geschreven heb aan mijn
ex-vriendin; de vrouw waarmee ik na het overlijden van Marian
een helaas inmiddels beëindigde relatie heb gehad.
Ik wil dit verhaal graag met jullie delen omdat het niet alleen
gaat over mij, maar vooral juist om een van de valkuilen waar
ik in mijn eerste relatie na het overlijden van mijn geliefde
ben ingetuind en waarvan ik het vermoeden heb dat die vele van
jullie bekend voor zal komen: verslaving aan de emotie en niet
meer kunnen wennen aan 'gewoon'.
"Gisteravond heb ik in
bed liggen lezen in het boek van Gerard Kind en Wiepke van Coevorden:
"Tot hier zijn wij gekomen". Hierin beschrijven Gerard
en Wiepke een deel van de laatste periode van het leven van Wiepke
die aan botkanker leed.
In eerste instantie kon ik het niet lezen. Al na de eerste bladzijde
liepen de tranen in grote stromen over mijn wangen. Te veel herkenning,
te veel pijn. Ik heb het weggelegd, maar ben er later toch weer
in begonnen. Het gedeelte waarin Gerard schrijft over wat er met
hem gebeurt nadat duidelijk wordt dat de dagen met zijn geliefde
zijn geteld, heet: "Een groot gebrek aan heiligheid".
Deze titel is veelzeggend.
Gerard schrijft openlijk over de gevoelens die hij heeft en die
niet bepaald allemaal passen bij het idee dat je hebt van een
een man die er voor kiest zijn partner te begeleiden naar het
sterven toe. Over de twijfels en frustraties, over hoe hij omging
met de vraag of hij er wel voor wilde kiezen om tot het einde
met Wiepke te blijven en ga zo maar door.
Ik wil me niet aan hem spiegelen, mijn situatie was heel anders
dan die van hem, maar het heeft me wel erg aan het denken gezet.
Toen ik je
leerde kennen was ik een weduwnaar met een aura. Ik had geleerd
wat liefde was en dat geschenk kon niemand mij meer afnemen. Ik
was er uiteindelijk sterker uitgekomen dan dat ik er inging. Ik
had zelfvertrouwen; niet in de laatste plaats omdat ik mezelf
de status had aangemeten van een liefdevolle man die in staat
is om te gaan voor de liefde. Jij viel daarop en ik viel op jou
omdat je me zag zoals ik wilde dat je me zag.
Wat ook nog eens meehielp was jouw eigen lastige lijf. De emoties
die dat opriep bij jou en daardoor bij mij waren herkenbaar en
riepen herinneringen op aan de verbondenheid die ik voelde met
Marian in de laatste maanden van haar leven. Ik kon voor je zorgen
en daardoor voelde ik me vooral in die eerste periode erg goed
bij jou.
Helaas was mijn heiligheid van beperkte duur. Mijn opofferingsgezindheid
had duidelijker grenzen dan ik me van te voren bewust was. Jij
zou niet dood gaan aan je fysieke ongemakken, dus het was aan
mij om te accepteren dat ik nu een geliefde had die snel moe was
en een beperkte mobiliteit had. We zouden samen oud kunnen worden.
Vanaf het moment dat we zijn gaan bouwen aan een leven met toekomst,
verhuizen en samenwonen, is het bij mij misgegaan. De diepe emotionele
verbondenheid was weg.
Hoewel ik
altijd ontkend heb dat Marian ergens een barrière geweest
is om van jou te houden, dat ik jullie nooit als persoon met mekaar
vergeleken heb, is dit toch het moment geweest dat Marian om de
hoek kwam kijken. Ik heb de valkuil niet gezien.
Ik ben me wel vanaf het begin bewust geweest van de mechanismen
waaraan een weduwnaar ten prooi kan vallen. Ik heb na een tijdje
mijn "Marian-museum" opgeruimd. Ik ben mezelf gaan censureren
door mezelf niet elke keer te presenteren als weduwnaar. Ik heb
geprobeerd met jou een frisse start te maken.
Wat mij uiteindelijk niet gelukt is, is afstand te doen van de
emotionele snelkookpan. Het is veelzeggend dat ik steeds de laatste
drie maanden met Marian beschrijf als de mooiste van mijn leven.
Het eerste jaar dat wij samen hadden bouwde daarop voort en beloofde
veel. Tot we over gingen tot de orde van de dag.
Ik realiseer
me nu hoe oneerlijk ik tegenover jou, maar ook tegenover mezelf
geweest ben. Ik ben verslaafd geweest aan de 'grote emoties',
die ik op een gegeven moment niet kon vinden in onze verder kabbelende
relatie, maar vrijwel onmiddellijk kon oproepen als ik aan Marian
dacht. Ik kan achteraf moeilijk ontkennen dat ik daarmee soms
ook koketteerde.
Ik heb je niet goed gezien en ik heb mezelf niet goed willen zien.
Ik heb nagelaten goed te kijken wat er naast al die andere dingen
zich in dat ook mooie lichaam van jou bevond. Ik ben vergeten
blij te worden van jouw liefde, ontevreden als ik was over de
lagere intensiteit van mijn emoties.
Ik heb jou, maar mezelf daar ook een heleboel tekort mee gedaan..."
Wiebe de Wolf, man, geboren 15 juni 1958; partner Marian (35) overleed op 24 augustus 1999 aan baarmoederhalskanker; geen kinderen. Woonplaats: Haarlem; interesse: beeldende kunst. E-mailadres: wiebe@webwolf.nl
11 december 2004
Over knieperties en nieuwjaarsrolletjes, door Bert Vos
Toen we, nu alweer ruim
twee jaar geleden, in Ter Apel gingen wonen, was het bijna winter.
We verhuisden in oktober en hadden minstens een maand nodig om
ons nieuwe huis in te richten, opnieuw te laten schilderen, leidingen
te trekken en zo, zodat we tijdelijk voor de deur bivakkeerden
in onze caravan. Tijdens onze verkenningstochten in onze nieuwe
woonplaats kwamen we (uiteraard) in de lange winkelstraat terecht.
De Hoofdstraat langs het kanaal. Winkels genoeg, maar daar gaat
dit verhaal niet over. In de etalage van Blokker zag ik tot mijn
verbazing (en verrukking) een "knieperties-iezer". Dat
zal Blokker in de Randstad vast niet aanbieden, dacht ik nog.
Want het is min of meer een Drents wafelijzer, waarmee je tegen
Kerst en de jaarwisseling lekkere "knieperties" en nieuwjaarsrolletjes
bakte. Ik was dan weliswaar al meer dan dertig jaar geleden uit
Drenthe vertrokken, maar het "knieperties-iezer" van
mijn moeder was al die tijd in mijn bezit geweest en aan het eind
van elk jaar bakte ik grote hoeveelheden wafels en rolletjes,
genoeg voor de hele buurt. En voor ons gezin en de hele familie
natuurlijk, want mijn zoons waren er als het ware mee opgegroeid
en hadden menig goed gevulde trommel leeggeroofd.
Op het bedrijf waar ik mijn goed belegde boterham verdiende trakteerde
ik tussen kerst en de jaarwisseling uiteraard de meeste collega's
op een nieuwjaarsrolletje mét slagroom, waarvoor ik speciaal
een bus slagroom meenam. En ik vergat er natuurlijk niet bij te
zeggen dat het een typisch Drents gebruik was
Die eerste keer, twee jaar geleden voor de etalage van Blokker, heb ik ernstig getwijfeld of ik een nieuw wafelijzer aan zou schaffen, want de originele was helaas in de chaos van twee verhuizingen "ergens" verloren gegaan. Maar ach, we waren aan het verhuizen en ik zou niet echt veel tijd hebben om aan het bakken te gaan en Maar dat was het natuurlijk niet alleen. De herinnering aan het bakken van de knijpertjes en de nieuwjaarsrolletjes leverde me een enorme berg aan melancholieke déjà vu gevoelens op. De laatste keer dat ik ze had gebakken was in 1996. Eind 1997 was Janny al erg ziek en eind januari overleed ze. Ze at nauwelijks nog iets en ik zou die wafels ongetwijfeld voor niemand - en zeker niet voor haar - hebben gebakken. Het huis was immers bijna leeg.
"Volgens familierecept"
De afgelopen jaren is het er steeds niet van gekomen om zo'n wafelijzer aan te schaffen. Elke keer stond mijn hoofd er niet naar omdat ik me geestelijk moest voorbereiden op alwéér een operatie. Vorig jaar kocht ik in een opwelling een zakje rolletjes aan de deur. Het was voor een goed doel, dat wel, maar ik vond ze niet lekker. Ze smaakten overal naar, alleen niet naar de "knieperties" volgens mijn eigen familierecept.
Vandaag heb
ik ze met heel veel smaak gegeten. Nee, ik heb ze niet zelf gebakken.
Ze werden ons aangereikt door de kinderen van onze aardige en
behulpzame buren. Dáár waren ze gebakken. Ongetwijfeld
volgens oud Drents recept, want ze smaakten zoals die van mij
altijd hebben gesmaakt. Niet zonder enig heimwee naar die onbezorgde
tijd van toen heb ik ze opgegeten. En mét slagroom aan
Monique geserveerd. Héél even was het alsof de tijd
een klein beetje stil had gestaan en ik dankzij onze buren een
traditie weer had opgepakt.
Maar ik denk toch niet dat ik zo'n "knieperties-iezer"
nog eens zal kopen. Het is heel verleidelijk, maar ik weet als
geen ander dat je herinneringen niet over kunt doen. Ik zal misschien
genoegen moeten nemen met de herinneringen zelf.
En in gedachten glimlach ik als ik denk aan de kleine kinderhandjes
die razend snel zeer illegaal werden gevuld als we weer eens niet
hadden opgelet. En ik denk aan al die familieleden die al jaren
die volle trommels met nieuwjaarsrolletjes moeten missen. Zoals
ik natuurlijk heb gedacht aan Janny, die ettelijke trommels vol
met deze lekkernij in haar handboekbinderij presenteerde aan haar
klanten. Met die herinneringen zal ik het moeten doen. Het is
niet anders.
11 december 2004
Op 26 april
1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd
door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna
heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe",
waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen
(te vinden in het archief).
In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar
later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk"
haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd.
In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en
deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt
en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen
plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet
kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven"
andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een
toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot
- ondanks alle dubbele gevoelens en verdere tegenslagen - toch
en misschien wel nóg intenser van het leven kan gaan genieten.
Een leven dat weliswaar door het gemis nooit meer hetzelfde zal
worden. Een leven dat anders is, maar daarom zeker niet minder
waardevol.
(Bert Vos, hoofdredacteur)
Dubbel-leven (12) - Loslaten, en ook weer niet
Telkens wanneer ik in de decembermaand een tuincentrum binnen stap, gaan mijn gedachten terug naar december 1999. Destijds was ik in zo'n centrum op zoek naar een kunstkerstboom. Nee, geen echte, want gezien de grootte die ik op het oog had, zou het voor mij onhandelbaar worden om het alleen te vervoeren. Ondanks dat het mijn eerste Kerst zonder Eric zou worden, of misschien wel juist daarom, had ik blijkbaar toch behoefte aan licht en warmte in mijn woonkamer, mijn "veilige haven." Toch voelde het aan als een vorm van "zelfkastijding", zoals ik daar alleen rondliep in de wetenschap dat ik die dagen zonder hem zou moeten doorbrengen. Mijn in december 2000 geschreven korte verhaal "Haar eerste Kerst alleen" is hierop gebaseerd.
Alles heeft z'n eigen tijd
En nu, vijf jaar later, ben ik in een heel ander deel van Nederland en nu niet langer alleen maar samen met mijn tweede liefde, opnieuw onderweg naar een tuincentrum. We zijn op zoek naar een paar mooie planten voor onze woonkamer. Ja, misschien wel een vreemd moment om daar in deze tijd van het jaar naar op zoek te gaan, maar zoals Bert ook altijd zegt: "alles heeft z'n eigen tijd." En onze tijd is nu blijkbaar aangebroken.
Sinds wij twee jaar geleden ons nieuwe huis betrokken, heb ik het kopen van planten eigenlijk zoveel mogelijk geprobeerd te vermijden. Ik had daar naar mijn gevoel heel legitieme redenen voor: ik wilde onze (overigens uiterst bereidwillige) nieuwe buren niet onnodig belasten met de zorg voor post én planten tijdens vakanties en (niet onbelangrijk) Bert's ziekenhuisopnames. Nu wil het geval dat Bert een echte plantenliefhebber is, maar ondanks voorzichtige pogingen om mij op andere gedachten te brengen, hield ik het liever op bloemen in huis.
Maar nu was
er vorige week nóg iets wat z'n eigen tijd had gekregen:
de hifi-installatie (Eric's passie) hebben we eindelijk verhuisd
van de woonkamer naar mijn werkkamer boven. Twee jaar lang was
ik er niet aan toe geweest om deze stap te zetten. Ondanks dat
het een doorn in mijn ogen was en ook na langere tijd bleef, want
door de grootte van de speakers was het geheel niet goed inpasbaar
in ons interieur waardoor het geluid van opzij kwam in plaats
van recht voor ons. Iedere keer hoorde ik Eric mij in gedachten
vermanend toespreken: "Verkeerde opstelling, Monique.
Het geluid komt zo niet optimaal tot z'n recht".
Vorige week was de tijd dus rijp en heeft er een interne verhuizing
plaatsgevonden. En tja, toen was de woonkamer ineens wel akelig
kaal geworden aan een kant en dat bracht Bert ertoe een nieuwe,
maar nu succesvolle, poging te doen. "Dat lijkt me nou
een perfecte plek om een mooie grote "boom" (
)
neer te zetten." En zo geschiedde, wij naar het tuincentrum.
Zelfs aan planten zijn zoete herinneringen verbonden
Tot mijn opluchting
zag ik dat de speciale Kerstafdeling hier goed was afgescheiden
van de rest. We konden het gedoetje gelukkig links laten liggen
Zoals altijd zijn we het snel eens geworden over de uiteindelijke
keuze. De "boom" is een forse plant geworden die het
plafond nog nét niet raakt. En ook een paar kleinere exemplaren
werden door ons aangeschaft.
Toch werd ik
er wel een beetje moedeloos van te moeten constateren, dat zelfs
aan planten zoete herinneringen verbonden zijn. En ook Bert had
die ervaring. Zo viel mijn oog alsmaar op planten die Eric en
ik eerder hebben gehad. Zoals in elke relatie vindt er al snel
een bepaalde onderlinge rolverdeling plaats. Daarvan werd ik mij
natuurlijk pas pijnlijk bewust op het moment dat Eric er niet
meer was. Hij was degene met de "groene vingers" die
de tuin bijhield en de planten verzorgde. De keren dat ik mijn
steentje wilde bijdragen door de planten water te geven, ging
het subiet mis: ze verzopen door een teveel aan water.
Herinneringen kwamen naar boven aan onze eerste flat die werkelijk
vol stond met planten en die het daar ook zo geweldig deden door
het vele licht dat er naar binnen viel. Een grote bestelbus was
afgeladen met alleen maar planten toen wij gingen verhuizen. Diverse
exemplaren zijn onderweg gesneuveld en lang niet alle planten
die het wél overleefd hadden, konden we uiteindelijk goed
kwijt.
Inmiddels waren we gevallen voor verticale lamellen voor de ramen.
Erg praktisch, maar ja, plek voor planten op de vensterbank was
er niet meer. En de ruimte die eventueel geschikt zou zijn voor
een mooie staande plant
werd ingenomen door de hifi-installatie.
Vanaf dat moment is het eigenlijk op plantengebied nooit meer
écht goed gekomen. De kamer werd voortaan opgefleurd door
bloemen.
Clivia
Na Eric's overlijden was er nog één plantje over dat hij zelf had gestekt: een clivia in de dop. De aanblik van dit jonge plantje deed me pijn iedere keer als ik er naar keek. Twee jaar lang heb ik er een haat-liefdeverhouding mee gehad en heb ik overwogen om het weg te gooien. Toch begreep ik best waar die gevoelens vandaan kwamen en het heeft dan ook tot de volgende verhuizing geduurd voordat het "mijn tijd" was om mijn voornemen in de praktijk te brengen. Dat ging niet zonder schuldgevoelens, maar het was een daad van bewust los willen laten.
Toen ik Bert
leerde kennen was ik dan ook niet echt blij toen ik zag dat ook
híj een clivia in huis had, waar hij overduidelijk zeer
aan gehecht was. Deze flink uit de kluiten gewassen, jarenoude
plant stond wel erg in schril contrast met Eric's stekkie dat
- net als hij - ook niet oud heeft mogen worden. Ook Bert had
zoete herinneringen aan deze plant, die onder meer in volle bloei
had gestaan op het moment dat hij, na Janny's overlijden, na zijn
eerste operatie uit het ziekenhuis in een leeg huis terugkeerde.
De plant was danig uit zijn voegen gegroeid en zat met wortels
en al muurvast aan de Keulse pot waar hij in huisde. Verpotten
was niet meer aan de orde en het was slechts een kwestie van tijd
Toch mag ik niet helemaal uitsluiten, dat ook mijn haat-liefdeverhouding
met déze plant er onbedoeld toe heeft kunnen leiden dat
de uitbundige bloei ophield te bestaan op het moment dat ik huize
Vos betrad (een overvloed aan water?). We hebben hem, niet zonder
enige druk van mijn kant moet ik bekennen, in ieder geval niet
meeverhuist. Ook Bert heeft z'n clivia uiteindelijk moeten loslaten.
En daarom kon het gebeuren dat ik in dat tuincentrum vorige week
nogal afwijzend reageerde toen Bert mij een plant aanwees die
hem wel aansprak en ik naar hem uitviel: "Nee hè,
niet wéér die plant!" Bert schrok van de
felheid van mijn reactie, maar ging er wijselijk niet verder op
in. Later die avond, moe maar voldaan over onze voortvarendheid,
lieten wij zoals gebruikelijk de dag de revue nog eens passeren.
En kwamen wij er achter waarom ik nu eigenlijk zo fel gereageerd
had: Bert had opnieuw een clivia in huis willen halen
Mijn aanvankelijke
"afkeer" van het hebben van planten in huis voer ik
dus nu maar terug op Eric's liefde voor alles wat groeit en bloeit.
Het heeft even geduurd, maar ik heb mijn verzet nu toch opgegeven.
Tijd voor een nieuwe rolverdeling binnen een nieuwe relatie.
De kale plek is opgevuld, de doorn is uit mijn oog verwijderd
en - ik moet het toegeven - onze woonkamer is er een stuk huiselijker
door geworden. Het is nu nog zaak om ze ook in leven te houden.
Daar moet ik overigens nog wel even goede afspraken over maken
met Bert
Eric's installatie staat nu in mijn werkkamer en het geluid komt
daar nu beter tot z'n recht. Eric kan tevreden zijn. En het hoort
thuis in deze kamer, waar ook een deel van onze andere spulletjes
een plek hebben gekregen. Vooralsnog voelt het goed. En wie weet
zal het er nu eindelijk eens van komen dat ik opnieuw leer luisteren
naar en vooral leer genieten van onze muziek, zoals wij dat jaren
met zoveel plezier samen hebben gedaan.
Monique Vos
15 december
2004
En zo rollen
we door de dagen heen
Over de
donkere dagen voor Kerst van
Lenie Commandeur
Begin oktober dacht ik
nog: nou, het gaat redelijk goed met me. Ik ben intussen op bridgeles
gegaan, heb daar een leuke vriendin opgedaan, ze is ook weduwe.
We zijn samen op vakantie geweest en het was erg leuk en heel
gezellig. We hebben een bridgeclubje en bridgen iedere woensdagavond.
Dus mijn leven was echt geen brok ellende.
Maar dan wordt het november en verandert alles ineens.
Je hebt nergens meer écht zin in.
Je huilt bij het minste of geringste.
Je eet nauwelijks, want je hebt geen honger.
Je slaapt slecht.
Ik zeg weleens tegen de kids: "ik wou dat ik Hans Klok
was, dan kon ik mezelf laten verdwijnen en weer terugkomen als
deze rotperiode voorbij is."
Even
een lichtpuntje
En dan komt
er 25 november, even een lichtpuntje. Ik ben weer oma geworden
van een kleindochter. En daar sta je dan als het kindje geboren
is boven de wieg en komen de emoties los.
Fred zal het eerste kind van onze jongste zoon nooit zien. Er
is blijdschap omdat het kindje gezond is, maar ook droefheid.
December breekt aan, voor iedereen die wat heeft meegemaakt een
rotmaand. Maar voor mij is het wel een héle erge rotmaand.
Op 2 december was het een jaar geleden dat Fred is gestorven.
Ik wilde die dag niemand om me heen, heb geen telefoon aangenomen,
heb wel wat in de tuin gewerkt. Ik wilde die dag zelf in mijn
eentje verwerken, heb veel gehuild. En op het tijdstip dat Fred
is overleden, heb ik op de grond gezeten met m'n rug tegen de
verwarming en heb gehuild of er mijn leven van afhing. 's Avonds
belde de jongste zoon (die net vader is geworden) met de vraag:
"kom je koffie drinken?" (!) Ik zei: "ik
heb niet veel zin", en hij vroeg: "kan een héél
klein meisje jou dan misschien opvrolijken?"
Nou, dat zijn dan weer héle positieve dingen die het leven
de moeite waard maken.
Eenzaam
tussen al die mensen
Op die dag was
er nóg een lichtpuntje. Ik sta ook nog ingeschreven bij
"Alleen Over", dat is een onderdeel van "Ouder
Alleen." Toen ik 's morgens mijn pc opstartte, waren er acht
mailtjes van mensen die ik dus niet persoonlijk ken, maar die
mijn naam kennen van die site. Ze wensten mij sterkte en twee
mensen hadden al een kaarsje aangestoken voor mij. Zulke reacties
zijn goud waard, omdat die mensen weten wat jij voelt en meemaakt.
Dan ben ik zelf jarig op 14 december. En tot slot heb ik ook nog
vijf verjaardagen van familie in december. Die verjaardagen zijn
ook een ramp. Al mijn familieleden komen met z'n tweeën.
En dan zit ik daar in mijn uppie en ben je eenzaam tussen al die
mensen.
"Voor
de kerstdagen heb ik een oplossing gevonden."
Dan komt de
kerst en het oudjaar nog, dus erg vrolijk ben ik op het ogenblik
niet. Dit wil niet zeggen dat ik thuis in een hoekje zit, nee
beslist niet. Ik ga gewoon bridgen, ga naar de fitness, ga zwemmen
maar vraag me niet wat het me kost om dit alles te doen. Maar
als je thuis blijft wordt je ook niet vrolijker, dus spoor ik
mezelf aan en ga erop uit.
Voor de kerstdagen heb ik een oplossing gevonden. Ik ben toen
ik alleen kwam te staan vrijwilligerswerk gaan doen, o.a. bij
het Rode Kruis. Ik ben nu dus van 22 tot 27 december bij het Rode
Kruis als vrijwilligster aan het werk. Zo heb ik ook geen tijd
om te piekeren, want je bent daar van 's morgens tot 's avonds
bezig. En nu kunnen de kids doen wat ze willen. Hoeven ze zich
om moeder geen zorgen te maken.
En zo rollen
we door de dagen heen. Ik heb veel verdriet, maar er is toch ook
nog veel positiefs en daar proberen we ons dan maar aan op te
trekken. Ik zit vaak achter de pc, mail en chat met lotgenoten
en dat contact doet je goed omdat het lotgenoten zijn, mensen
die weten waar je over praat. En als men vraagt: "hoe
gaat het nu?" zeg ik steevast: "het gaat wel,
hoor."
En ik ga er vanuit dat het nieuwe jaar wel weer wat moois zal
brengen.
Ik wil iedereen, die het nu ook zo moeilijk heeft, veel sterkte
wensen, hele fijne feestdagen en een goed en gezond 2005.
Lenie Commandeur, vrouw, geboren 14 december 1942; partner Fred overleden aan prostaatkanker op 2 december 2003; twee volwassen zoons; e-mailadres: hw.commandeur@home.nl
20 december 2004
Wat zal ik blij
zijn als het feestgedoe voorbij is
door
Leni van Jelgerhuis
Bij toeval kwam ik bij
jullie site terecht en ik heb echt de behoefte om mijn verhaal
te vertellen en te delen met lotgenoten.
Een half jaar geleden ben ik mijn liefste verloren en nu - in
deze donkere decembermaand - voel ik me echt heel verdrietig.
Eigenlijk denk je dat naarmate de tijd verstrijkt, dat het dan
beter zal gaan, maar dat is helemaal niet zo. Het lijkt wel of
ik nu pas echt ga beseffen dat hij écht niet meer terugkomt.
Ik ben alleen achtergebleven en dat is de harde waarheid waar
ik aan zal moeten wennen.
Het zal nooit meer worden zoals het was
Aan de buitenkant
lijkt het aardig goed te gaan. Mensen zeggen vaak tegen me dat
ze me flink vinden omdat ik toch wel weer van alles aanpak: m'n
werk, hobby's, etc. Ik ga er ook wel op uit, doe leuke dingen
met vrienden en vriendinnen. Maar als je dan weer alleen thuiskomt
en Martin is er niet om op me te wachten en naar me te luisteren,
dan voel je je zo verdrietig en dan ben ik helemaal niet zo flink.
Het verdriet is er volop en lijkt ook wel niet minder te worden.
Er is nog geen dag geweest dat ik níet heb gehuild. Sommige
mensen zeggen dat het goed is om te huilen, dus ik laat het maar
gebeuren. Ik kan het trouwens toch niet tegenhouden want dan krijg
ik zo'n rare bal in m'n keel. Begrijp me goed, ik huil niet de
hele dag hoor, maar soms overkomt het me gewoon als ik over Martin
praat of als ik iets hoor of zie wat me aan hem doet denken. Mijn
leven is veranderd, staat helemaal op z'n kop en het zal nooit
meer worden zoals het was.
We hadden het goed
Volgende week
is het kerst. Toen Martin er nog was, maakten we er altijd een
gezellige tijd van. We namen wat vrije dagen op en gingen wat
leuks doen. De kerstdagen brachten we samen met onze zoon en schoondochter
en familie door en we hadden het goed.
Dit jaar zal het totaal anders zijn. Ik ben natuurlijk weer samen
met onze zoon en schoondochter en, oh lichtpuntje, mijn lieve
kleinzoon die twee maanden geleden geboren is. Maar wat zal ik
Martin missen, wat zullen het moeilijke dagen zijn en wat zal
ik blij zijn als het januari is en het feestgedoe voorbij is.
Misschien is dit verhaal wat onsamenhangend, maar ik heb het maar verteld zoals het bij me opkwam. Ik denk, dat ik later nog wel eens verder vertel hoe het gaat en hoe ik me voel. Het is in ieder geval al heel fijn om je verhaal kwijt te kunnen. Dat kan ik ook wel bij familie en vrienden, maar laten we eerlijk zijn, als je dit niet zelf hebt meegemaakt, kun je onmogelijk voelen wat het is en dat is maar goed ook, want je gunt het niemand.
Ik wens iedereen die dit leest tóch goede kerstdagen en dat we ons in het nieuwe jaar weer een beetje beter gaan voelen. Allemaal veel sterkte.
Leni van Jelgerhuis, vrouw, geboren 21 september 1952; partner Martin (57) overleed op 12 juni 2004 aan een hersentumor; één getrouwde zoon. Interesse: muziek. E-mailadres: lvanjelgerhuis@casema.nl
21 december 2004
Op het aanbod van lotgenoot Jan van Berkum om delen uit zijn laatste boek te mogen overnemen, gaan wij uiteraard graag in. Onderstaand enkele fragmenten.
Laat je niet kisten, door Jan van Berkum
Het fatale ogenblik
Zondagavond 15 maart 1998 overleed Henny plotseling aan een hartstilstand. Zij was 64 jaar. Ik werd van het ene op het andere moment geconfronteerd met een afschuwelijke situatie. Onze verlovingstijd meegerekend, hadden we meer dan 45 jaar lief en leed gedeeld. Onze twee getrouwde zonen waren op hun bestemming. We waren trots op onze kleinkinderen. We hadden het goed tot het fatale ogenblik.
Rouwproces
Ik heb in mijn
rouwproces hulp van anderen zeer op prijs gesteld. Toch kwam ik
al gauw tot de ontdekking dat ik zelf moest gaan werken aan het
weer op de rails zetten van mijn leven. De eerste tijd lukte mij
dat niet. Ik was ontroostbaar en leefde in een roes.
Toch ben ik er gaandeweg in geslaagd een nieuw leven op te bouwen.
Diverse bouwstenen waren daarvoor aanwezig, zoals pianospelen,
koken en tuinieren. Mijn eerste beslissing om mijn leven een andere
wending te geven, was twee keer in de week te gaan zwemmen. Niet
alleen was dat goed voor mijn lichamelijke conditie, maar ook
om mijn geest wat rust te gunnen. Het kostte mij in het begin
moeite om de gang naar het zwembad te maken. Ik had steeds uitvluchten
om niet te gaan. Gelukkig heb ik daaraan niet toegegeven. Het
op schrift stellen van mijn ervaringen nam ook veel tijd in beslag.
Daardoor had ik een druk bezette dagtaak. Met vallen en opstaan
kwam ik door die moeilijke periode.
Na verloop van tijd berustte ik in mijn lot. De duur van de eerste
fase van het rouwproces is onvoorspelbaar. De een heeft een langere
tijd nodig dan de ander om die berusting te bereiken.
De hond, mijn maatje
Bij verliesverwerking kan een huisdier een heel belangrijke rol spelen. Ik heb dat zelf ervaren. Na het overlijden van Henny was mijn hond, Hafra, het enige levende wezen in huis aan wie ik mijn verhaal kwijt kon. Wanneer ik verdriet had, kon Hafra mij troosten. Zij was altijd in de buurt, waar ik ook was.
Na het overlijden
van Henny veranderde Hafra in haar gedrag. Zij miste het vrouwtje
ook. Wanneer ik thuis kwam, keek zij in de gang waar het vrouwtje
bleef. Toen zij eindelijk doorkreeg dat Henny er niet meer was,
richtte zij zich geheel op mij. Ik mocht niet van haar zijde wijken.
Het was al een probleem, wanneer ik boodschappen moest doen. Zij
bleef dan in huis blaffen, dat ik vooral voor de buren vervelend
vond. Als ik bij iemand op bezoek ging, nam ik haar daarom meestal
mee.
De laatste tijd had Hafra een rare gewoonte aangenomen: namelijk
zielig janken wanneer ik piano speelde. Misschien voelde zij aan
dat ik totaal opging in mijn pianospel. Waren deze klassieke stukken
via de geluidsinstallatie te horen, dan gaf zij geen krimp. Ook
had Hafra grote moeite, wanneer iemand mij te dicht benaderde.
Een liefkozing van een vriendin viel bij Hafra niet in goede aarde.
Zij liet dat ook duidelijk merken. Het baasje was van haar en
van niemand anders. Jaloersheid komt dus ook bij dieren voor.
Hafra was mijn
grote steun en toeverlaat. Dag en nacht kon ik op haar rekenen.
Ik heb heel veel tegen haar gepraat. Met haar donkere ogen keek
zij mij aan en ik had de indruk dat zij mij volkomen begreep.
Als ik de hond had uitgelaten zei ik vroeger vaak bij thuiskomst:
'Ga maar tegen het vrouwtje zeggen dat je er weer bent.' Nu
Henny er niet meer is, zei ik wel eens cynisch na het uitlaten
van de hond: 'Ga maar tegen niemand zeggen dat je er weer bent.'
En nu ... is Hafra ook dood. Bijna twee jaar na het overlijden
van Henny.
Maanden geleden had ik mij er al op voorbereid, dat zoiets zou
kunnen gebeuren. De schok was echter enorm. Ik heb gehuild en
haar geaaid. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik heb Hafra in haar
mand in de auto neergelegd. Het afscheid was moeilijk. Mijn trouwe
maatje ging zonder mij weg. Ik kon niets meer voor haar doen!
Eerst Henny, nu Hafra
Het plotselinge
overlijden van mijn vrouw heeft mij geweldig aangegrepen. Ik was
volkomen uit balans. Alle narigheid, die ik tijdens mijn leven
had meegemaakt, zonk in het niets vergeleken bij die tragische
gebeurtenis. De dood van Hafra was voor mij ook een grote schok,
maar natuurlijk niet te verglijken met het plotselinge overlijden
van Henny. Het verlies van je partner is onherstelbaar en eigenlijk
niet in woorden uit te drukken. Met de dood van Hafra werd er
ook een stukje van Henny van mij afgenomen. We hadden samen zo
veel met Hafra beleefd. Het was ook haar hond.
Na het overlijden van Hafra heb ik een blijk van medeleven van
familie en vrienden zeer op prijs gesteld. Zeer ontroerend waren
de brieven met troostende woorden van mijn kleinkinderen. Zij
voelden heel goed aan wat hun opa moest doormaken.
Millennium
Met de jaarwisseling
waren Henny en ik soms samen, maar meestal vierden we dat met
familie of vrienden. De jaarwisseling 2000 stond voor de deur.
Nog nooit had ik oudejaarsavond alleen doorgebracht. Van verschillende
kanten kreeg ik een uitnodiging om oudejaarsavond elders te vieren.
Ik wilde echter de proef op de som nemen of ik het zou aankunnen
om die avond alleen door te brengen.
Daar zat ik dan in het lege huis. Zonder Henny, maar ook zonder
mijn trouwe hond, die een paar weken daarvoor was overleden. Er
was alle reden mij zielig te voelen, maar daaraan wilde ik niet
toegeven. Ik bedacht een plan om de avond door te komen. De hele
avond TV kijken leek mij geen goed idee. Met als afwisseling af
en toe piano spelen vloog de avond voorbij.
Op het cruciale ogenblik 'van klokslag twaalf uur,' heb ik mijzelf
voor het nieuwe jaar het beste toegewenst. Kijkend naar een foto
van Henny bracht ik een toost uit met de woorden:
'Meisje, je zal nog even op mij moeten wachten, want ik wil
nog graag wat van mijn leven maken. Ik laat mij niet kisten.'
Jan van Berkum, man, geboren 26 februari 1928; partner Henny (1934) op 15 maart 1998 overleden aan een hartstilstand; twee volwassen zoons. Woonplaats: Zevenbergen; interesse: klassieke muziek. E-mailadres: janvanberkum@hetnet.nl
24
december 2004
Hoofdredactioneel extra: Kerstgedachte
Op het moment dat ik
dit schrijf zit ik barstensvol emoties. Het loopt zo nu en dan
ook over. Dan is de tranenstroom onstuitbaar. Ik weet niet goed
hoe dat nou komt. Ik heb er ook geen depressieve gedachten bij
of zo, het eerste waar je aan denkt in zo'n geval als ik, natuurlijk.
Maar niks van dat alles. Ik ben alleen maar verdrietig.
Zou het de tijd van het jaar zijn?
Zou het komen door al die miljarden lichtjes aan die miljoenen
kerstbomen in de wereld?
Zou het komen doordat ik weer midden in de ziekenhuismolen zit
en dat met Janny ook altijd rond deze tijd het geval was?
Zou het
?
Ik weet het
niet. Ik moet mezelf en Monique het antwoord schuldig blijven.
Het enige wat ik weet is dat ik al een paar dagen met betraande
ogen rondloop, met mijn ziel onder de arm, een beetje wezenloos
achter m'n computer soms, zonder een letter te schrijven.
Mijn computer die ook een paar dagen "out of order"
was. Gecrasht door een nog onbekende oorzaak, maar wel heel vervelend
zo vlak voor de kerstdagen. Ik heb er dagen werk in gestopt om
de zaak weer aan het draaien te krijgen.
Ik kreeg weliswaar geen beeld meer en de harde schijf was niet
benaderbaar, maar helemaal plat lag het nog niet en met een beetje
ouderwets DOS-gegoochel ben ik er uiteindelijk toch in geslaagd
om mijn PC weer tot leven te wekken. Zonder al teveel schade,
uiteindelijk. Waar leven is, is hoop luidt het gezegde en dat
geldt natuurlijk voor mijn computer én ook voor mij.
De lichtjes van mijn computer en haar onmisbare randapparatuur
branden weer. De onmisbare elektronische, digitale kerstboom van
onze maatschappij nodigt mij uit om de wereld weer rond te surfen,
om op onze eigen sites te kijken en om dit stukje te schrijven
en op te slaan op de harde schijf.
En met mijn
eigen harde schijf gaat het ook weer wat beter, zonder DOS-gegoochel,
maar dankzij de liefde van Monique.
Ik weet dat veel van mijn lotgenoten in deze moeilijke dagen niet
uit kunnen huilen op de schouders van hun geliefde. Ik weet wat
dat is omdat ik het zelf ook jaren heb meegemaakt.
Maar ik hoop, nee denk, dat er ook voor hen ooit weer schouders
zullen komen om even het hoofd op te laten rusten. In liefde.
Dat is mijn kerstwens voor dit jaar.
Bert Vos
Hoofdredactie de Draaikolk
25 december 2004
Over de inhoudsopgave van mijn leven: over verdriet, hoop en toekomst, door Bert Vos
Vannacht had ik een droom
die ik niet kón vergeten. De meeste dromen verdwijnen na
het ontwaken vaak in soms nog nauwelijks herkenbare mistflarden
om daarna op te lossen in de helderheid van de dag. Maar deze
droom was een droom over mijn leven. Over de draaikolk die mijn
leven nog steeds is. Deze droom ging over die draaikolk én,
denk ik, over de Draaikolk, de site die je nu aan het lezen bent.
Zoals je weet heeft deze site links van de pagina een permanent
aanwezige inhoudsopgave. Dat vind ik als journalist een noodzaak.
Je moet snel een overzicht kunnen krijgen van de inhoud van de
Draaikolk.
Toch levert het in stand houden van die inhoudsopgave me, ons,
elke keer toch weer wat probleempjes op omdat we proberen rekening
te houden met zoveel mogelijk instellingen van monitoren zoals
die bij lotgenoten in gebruik kunnen zijn. De een heeft nog zo'n
ronde of een klein beeldscherm, een laptop of een groot en plat
flatpanel. Voor ons webprogramma waarmee we de Draaikolk vorm
geven betekent dit dat er tussen de onderdelen van de inhoudsopgave
voldoende ruimte moet zitten omdat het op sommige monitoren anders
echt een onhanteerbaar rommeltje wordt met als gevolg dat je al
snel de verkeerde pagina aanklikt.
Vannacht droomde
ik over de inhoudsopgave van mijn leven. Een bijzondere droom,
waarin ik naar mijn gevoel de hele nacht bezig ben geweest om
die inhoudsopgave op de juiste wijze vorm te geven. Met voldoende
afstand tussen de honderden, misschien wel duizenden onderdelen.
En ik kwam tot de ontdekking dat dit nóg moeilijker was
dan met mijn gebruikelijke webprogramma.
Iedereen die veel in zijn of haar leven heeft meegemaakt maakt
ook dít wel een keer mee: je krijgt bezoek van mensen die
je lange tijd niet hebt gezien of die je jaren eerder slechts
vluchtig hebt ontmoet en die vragen hoe het met je gaat. Ze hebben
een heel stuk (of vrijwel alles) van je leven gemist en je wilt
ze toch graag even bijpraten voor een beter begrip.
Gisteren hadden we zulke mensen onverwacht op bezoek, lotgenoten, met wie we in een paar uur tijd als het ware mijn, ons, hele leven "even doornamen". Alle hoogte- en dieptepunten van mijn leven werden in sneltreinvaart aan de orde gesteld bijna zonder echt rustpunt. Al mijn plezierige momenten, maar ook mijn verdriet, mijn angsten, wanhoop en hoop kregen opeens een nieuw werkelijkheidsgehalte. Wat "veilig" was opgeborgen in mijn geest werd er als het ware wat ruw uitgetrokken en, door het ontbreken van voldoende ruimte in tijd, op één grote hoop gegooid totdat het was verteld. Dat was niet de schuld van de mensen die op bezoek waren. Integendeel. Ik deed het zelf. Met overgave zelfs.
Vannacht droomde
ik dat ik toch wat moest doen aan de inhoudsopgave van mijn leven.
Omdat ik tot de ontdekking was gekomen dat er tussen de verschillende
onderdelen toch wat erg weinig ruimte zat waardoor je de kans
liep te denken een leuk onderwerp aan te clicken en in plaats
daarvan een hoop verdriet op je bord kreeg omdat je er met de
cursor van je geest nét even naast zat. Wat ik in mijn
droom heb gedaan is ruimte scheppen tussen de onderdelen op de
inhoudsopgave van mijn leven. En geloof me, dat is een hels karwei
omdat je rekening moet houden met honderden verschillende "instellingen"
van de ontvangende "monitoren" van de mensen met wie
je in het dagelijkse leven praat, lacht en huilt. Maar één
ding wist ik zeker: er moest beslist voldoende ruimte komen (lees:
balans, evenwicht) tussen al die onderdelen die samen mijn leven
vormen.
Ik weet niet of ik helemaal in mijn opzet ben geslaagd. Terwijl
ik er mee bezig was dacht ik dat ik best de hulp van Monique kon
gebruiken en ik vroeg haar om verschillende onderdelen "even
vast te willen houden" terwijl ik voor de rest wat ruimte
schiep. Ze deed dat heel bedreven en het werk vlotte behoorlijk.
Toen werd ik in een halfdroom wakker en ik voelde hoe haar hand
de mijne streelde in een constante beweging. Ik dacht nog dat
ze mijn levensonderdelen moest vasthouden en dat ik haar moest
vertellen dat zij me later wel mocht strelen. Er moest nu toch
gewerkt worden?
Toen werd ik definitief wakker. En merkte ik dat ik juist háár hand streelde. Struikelend over mijn eigen woorden, bang om die bijzondere droom te vergeten, vertelde ik mijn lief wat ik had gedroomd en ik moest huilen omdat de inhoudsopgave van mijn leven nog niet helemaal volmaakt was geworden. Een deel ervan had ongetwijfeld nog veel te weinig ruimte tussen de onderdelen.
Vandaag is het eerste Kerstdag en ik voel hoe mijn geest is gevuld met liefde. Voor Monique, voor het leven. En terwijl ik daar over nadacht wist ik ineens dat ik vannacht toch belangrijk werk had verricht. Want had ik de afgelopen dagen niet steeds moeten huilen zonder te weten waarom? Ik denk dat er nu toch eindelijk die broodnodige ruimte is gekomen tussen die onderdelen van de inhoud van mijn leven. Die ruimte heeft een naam: liefde en hoop.
Bert Vos
25 december
2004
28 december
2004
Op de
drempel van het nieuwe jaar, door
Rita de Jong
Op de drempel
van de maand december moet ik alleen maar huilen, ik wil alleen
zijn. Ik wil die laatste stap van dit jaar niet nemen. Ik meld
me ziek en staar een week voor me uit en kruip in m'n schulp.
Even tijd voor mezelf, tijd voor weer een stukje verwerken, loslaten
en afscheid.
Het zal een roerige, emotionele en drukke maand worden. Een maand
van zoeken naar: wat willen we behouden, wat nemen we mee en wat
zal anders worden. Hoe zullen we de laatste maand van het jaar
ervaren met zijn tienen. Acht hier en twee daar. Hoe voegen we
twee culturen en tradities samen tot één. En eigenlijk
wil ik het niet, weer mee in al die aardse verplichtingen. Verplichtingen
van slingers en lichtjes, bezoekjes en uitleggen.
Maar ik wil wel verder en bouwen, bouwen aan onze toekomst. Samen
met Rinus en de kinderen.
Na een week huilen en staren neem ik de stap, ik ga er vol in.
Ik ben rustig en vol vertrouwen dat het goed is. Ik voel de liefde
van Chris en Carla om me heen. Nooit hoef ik het alleen te doen.
Eerst is daar op 1 december
de VUT van Rinus. In een uur tijd organiseer ik samen met de kinderen
een surprise party. Vrienden helpen spontaan mee en het wordt
een succes. Maar het is ook emotioneel en spannend.
4 December, de verjaardag van een van de kinderen. Zo anders als
vorig jaar toen mama er nog was en heel ziek en al zo ver weg.
5 December, sinterklaasfeest. Hoe vieren jullie dat? Samen zoeken
naar een nieuwe, andere vorm waarin iedereen zich kan vinden.
Er worden mooie gedichten gemaakt en buitengewoon bijzondere surprises.
Iedereen geniet. We voelen ons innig verbonden met elkaar en buitelen
vol goede moed de andere feesten in.
10 December, de sterfdag van Carla en anderhalf jaar na de sterfdag
van Chris. Huilen en herdenken. Missen en troosten.
We kiezen voor elkaar, zonder Chris en Carla te vergeten.
14 December,
wat voor een kerstkaart sturen we? Doen we dat samen?
Er wordt een ontwerp gemaakt. Eerst is daar het gedicht met al
onze namen, en ook Chris en Carla nemen we mee in het kaartje
als liefdevolle herinnering. Ze horen er bij. Dan komt er nog
een toevoeging op het gedicht. Dan bedenkt iemand dat een foto
van de kinderen erop mooi zal zijn.
Dan bedenkt weer iemand anders dat de ondergrond er anders uit
moet zien. En zo krijgt de kerstkaart steeds meer vorm tot er
uiteindelijk een prachtig resultaat uitkomt.
We versturen honderd kaarten naar vrienden en familie. De reacties
zijn buitengewoon. Emotioneel, hartverwarmend, meelevend en liefdevol.
Het is goed dat we het hebben gedaan.
Het geeft duidelijk aan dat we voor elkaar kiezen, zonder Chris
en Carla te vergeten. We nemen ze mee in ons leven, altijd.
Opeens staat er een huis te koop...
Dan staat er
halverwege de maand opeens een huis te koop wat helemaal aan onze
woonwensen voldoet. Het moet nog worden gebouwd. We horen dat
het al twee keer (bijna) verkocht is en dat andere mensen er nu
een optie op hebben. Wij nemen er een optie achteraan.
We voelen ons rustig en zeggen tegen elkaar: "als dit
huis voor ons is, komt het goed en anders is het nog te vroeg."
Maar het komt goed, wij kunnen het huis kopen. Zonder al te veel
woorden, maar met een gevoel van verwondering en vertrouwen, wordt
het in een week tijd ons huis. De kinderen hebben we ieder stapje
in ieder proces meegenomen, ook de stapjes van onzekerheid en
onduidelijkheid.
Volgens alle psychologen geen goede keuze maar wél voor
onze kinderen, want op het moment dat de beslissing is gevallen,
beginnen ze direct kamers te verdelen en alles in te tekenen.
Ze denken mee over het meerwerk en geven aan wat ze wel en niet
willen.
Moe van alle emoties, tranen en veranderingen.
Dan komt kerstavond.
We moeten de plek van het vieren van al deze feesten eerlijk verdelen
anders gaan de jongste kinderen steigeren. Dus Sinterklaas in
Woerden, dan kerst in Apeldoorn.
Op kerstnacht gaan we naar de kerk. Met zes kinderen een hele
optocht. Maar heel mooi om met elkaar te beleven. Een van de kinderen
moet drummen in de nachtmis. Dan naar huis voor een kerstnachtontbijt
en dan heerlijk tevreden naar bed. Alles waar we van houden onder
een dak, dat voelt erg rijk. Kerst vol met tradities en herinneringen.
Het valt voor de kinderen en voor ons niet mee, maar het lukt
ons wonderwel.
Eerste kerstdag een uitgebreid ontbijt en dan op naar de familie.
Het wordt een fijne dag. We bezoeken met elkaar ook nog de plaats
waar Chris begraven ligt en de plaats waar Carla ligt begraven.
Het is voor het eerst dat de kinderen dit met elkaar ervaren en
beleven en ook dat is weer goed. Er zijn tranen en ze troosten
elkaar.
Tweede Kerstdag vieren we met schoonfamilie, gescheiden van elkaar,
en dat is erg omschakelen en wennen en missen.
Derde Kerstdag, we zijn moe van het pakken en regelen en organiseren.
Moe van alle emoties, tranen en veranderingen, maar kijken verwonderd
terug op alles wat op ons pad is gekomen sinds het overlijden
van Chris en Carla. We zijn dankbaar en kijken naar de sterren
om Chris en Carla te bedanken.
Nog anderhalf jaar, dan is ons huis klaar. Nog een lange weg te gaan, nog heel wat hobbels te nemen en nog heel wat te overwinnen met elkaar. Maar je leert van de dingen die je hebt gedaan en niet van de dingen die je níet hebt gedaan. We gaan het vol liefde en vertrouwen aan.
Voor een ieder: veel liefdevolle momenten in 2005.
Rita de Jong, vrouw, geboren 14 augustus 1956; partner Chris op 10 juni 2003 overleden aan een hartstilstand; drie kinderen waarvan twee thuiswonend. Nieuwe relatie met lotgenoot. E-mailadres: hoekdejong@chello.nl
29 december 2004
Kinderboekfragmenten:
En met mijn moeder verdween de aarde
Onder mijn te kleine voeten.Voor iedereen wiens voeten te klein waren.
Voor iedereen wiens voeten te klein zijn.
Boekbespreking: De dagen daarna.
Verlies van een moeder, voor kinderen vanaf 6 jaar
De mama van Lis was erg ziek. Nu is ze dood. Lis gelooft niet dat mama nooit meer terug komt. Ze komt áltijd terug.
Alle ooms en tantes zijn gekomen. Maar Lis hoeft niemand te zien. Liever blijft ze met opa nog even wandelen in de wind. Lis voelt zich raar wanneer ze papa voor het raam ziet staan met haar kleine zusje Emma. Ze zucht ervan.
Lis wil niet naar school. Ze wil liever thuisblijven, bij opa, papa en bij Emma. Op het schoolplein wachten haar vriendinnetjes en ja, zelfs Tom op haar. Allemaal willen ze met haar spelen. Maar Lis wil niks vandaag.
's Middags hoeft
ze niet naar school. Ze gaat kijken, naar mama in de kist. Ze
wordt er een beetje verlegen van. Mama in haar mooiste jurk. Mama
zo wit en stil.
Na afloop eten ze friet met heel veel met. Lis wipt op haar stoel.
Ze moet plassen, maar ze mag niet plassen van mama, zegt Lis.
Voor deze keer mag het wel van papa. Zou mama haar nu zien? Lis
hoopt van niet.
Ze lopen achter de kist aan, naar de begraafplaats. Er is een diep gat gegraven. Zou de kist daarin moeten? Lis zucht diep. Ze voelt zich een beetje misselijk. Haar hart bonkt bijna haar buik uit. Ze is helemaal in de war.
Ze zijn in het
café. Iedereen die binnenkomt, geeft een hand. En dan zeggen
ze iets. Heel zacht en heel moeilijk. Lis kan het niet verstaan.
Het lijkt op gefeliciteerd.
Lis heeft geen zin meer in drukte, loopt naar de kapstok en verstopt
zich tussen de jassen. Niemand wil ze zien, niemand! Lis zucht.
Lis slikt. Dan begint ze hard te huilen.
Opa neemt Lis en Emma mee naar huis. Emma kruipt bij opa op schoot. Lis kruipt tegen hem aan. Ze mag nog een koekje en knoeit de bank vol. Mama heeft een hekel aan kruimels. 'Ik stofzuig morgen wel', fluistert opa. 'Nou hoeft mama nooit meer te stofzuigen,' zegt Lis zacht.
Elle van Lieshout
(Odiliapeel, 1963) studeerde pedagogiek en gaf Nederlandse les
aan vluchtelingen. Samen met haar echtgenoot Erik van Os schreef
ze liedjes, gedichten en verhalen, vooral voor peuters, kleuters
en beginnende lezers. De illustraties zijn van An Candaele (Gent,
1959).
Fragmenten uit: De dagen daarna - Elle van Lieshout (vanaf 6 jaar); Uitg. Lemniscaat, Rotterdam 2004; ISBN 90-5637-590-3, 45 blz.; 9,95.
Monique Vos
2 januari 2005
Hoofdredactioneel: Elke dag een klein beetje beter
Vanmorgen zag ik dat
de buurman de kerstverlichting van de boom in zijn tuin haalde.
Die handeling illustreerde eigenlijk heel goed ons gevoel: gelukkig
hebben we al die "fijne feestdagen" gehad en kunnen
we gelukkig weer "gewoon" doen. Ook bij ons branden
de kerstlampjes vanaf vandaag niet meer en staan de glasvezels
van onze digitaal verlichte kerstboom onbeweeglijk kleurloos te
zijn. "Het is weer voorbij, de maand december, de lange dagen
komen weer nabij". Ik ga er bijna van zingen.
Waren die dagen dan echt zo vreselijk? Ach, het viel natuurlijk
wel een beetje mee omdat we ze al ettelijke jaren zonder onze
overleden partners hebben meegemaakt. Maar toch. Ergens blijft
toch een wat unheimisch gevoel hangen. Dat gevoel dat je dat wat
een gezellig feest zou kunnen zijn eigenlijk toch het liefst overslaat.
De Draaikolkredactie
is weer redelijk opgewekt van start gegaan in dit gloednieuwe
jaar en dat is in het verleden wel eens anders geweest. Ik heb
weliswaar wellicht nog wat zware perioden voor de boeg, maar dat
zien we dan wel weer.
Meer dan in vorige jaren rond deze tijd van het jaar brachten
lotgenoten ons in de afgelopen weken een digitaal bezoek, stuurden
mailtjes of Kerst- en Nieuwjaarskaartjes voor ons. We hebben dat
natuurlijk erg op prijs gesteld en het geeft ons weer een oppepper
om er mee door te gaan.
En, zoals ons motto voor 2005 al aangeeft, zijn we meteen opnieuw begonnen met het actualiseren van onze webplek. "Gewoon weer opnieuw beginnen" is niet zo maar een kreet. Het is eigenlijk een levensvoorwaarde voor ons, lotgenoten. Na de dood van Janny heb ik het ettelijke keren moeten doen: uithuilen, overeind krabbelen en gewoon weer opnieuw beginnen. Als je dat niet zou doen zou je langzaam maar zeker wegkwijnen. En dat is toch wel het laatste wat we willen! Toch?
We hopen dat 2005 voor iedereen van jullie weer wat meer kleur in het leven zal brengen. Het zal misschien niet perfect zijn, volmaakt wordt het naar ons gevoel toch nooit (meer), voor zover dat natuurlijk ooit het geval is geweest, maar een klein beetje beter geeft de "burger moed" zoals het gezegde luidt. Dat is onze wens. Elke dag een klein beetje beter. Elke dag een klein beetje groei, net als die prachtige tropische varen op de foto. Wij gaan er in ieder geval voor!
2 januari 2005
Bert Vos , Hoofdredacteur De Draaikolk

Vanaf het nieuwe millennium is de hoofdredactie van de Draaikolk begonnen met het lanceren van een speciaal motto voor het jaar dat voor ons ligt. Op deze pagina vinden jullie een inhoudsopgave van deze motto's. Je kunt ze nog eens rustig teruglezen want ze blijven natuurlijk voor elk jaar geldig. Bij wijze van uitzondering hebben we ook de bijbehorende illustraties bij de tekst geplaatst.
- 2000 - Laat het gebeuren
- 2001 - Geef jezelf een kans
- 2002 - Luister naar je gevoel
- 2003 - Het leven houdt van jou
- 2004 - Neem de tijd
1 januari 2005
Ruggesteuntjes
(26) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed
voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos
Heb jij dat
nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 16 - Wieneke van Rossum
1 januari 2005
Hallo Agnes,
Het is inmiddels
nieuwjaarsdag en hier zit ik dan in mijn uppie. Gisteravond was
ik bij vrienden, mijn dochters waren ook op stap en vallen vandaag
in de loop van de dag binnen. Met een kop koffie zit ik naar het
Nieuwjaarsconcert te kijken en een gevoel van weemoed overvalt
me. Ik kan er niet naar kijken zonder dat er herinneringen boven
komen, maar ook vooral herinneringen aan de tijd dat mijn ouders
nog leefden en ik thuis woonde. Frits en ik zetten uit traditie
ook altijd het concert aan, tot ergernis van de meiden die wel
wat vlottere muziek wensten! Maar, ik weet een betere oplossing
dan weemoedig naar het concert zitten luisteren: ik ga jouw brief
beantwoorden.
Troost je dat niet alleen wij, als lotgenoten, veel Internet gebruiken.
Wat dacht je van de jeugd? "Zodra ik mijn kont gelicht heb",
zit mijn dochter er achter, die ik er af en toe bijna letterlijk
vandaan moet schoppen. Op mijn werk, in de bibliotheek, mogen
pashouders een half uur gratis internetten per dag en het merendeel
is de jeugd die daar gebruik van maakt.
Voor mij was
het ook een roerig jaar, al was dat meer op het medische vlak.
Mijn schouder- en bekkenbreukrevalidatie was net voorbij of dat
Vietcong-virus sloeg toe en zo lig je twee keer in het jaar in
het ziekenhuis, terwijl je anders nooit bij een dokter komt. Gelukkig
ben ik niet gaan "kakelen", maar vanuit die laatste
opname zijn voor mij ook emotionele momenten opgedoken.
Zo ligt degene die naast mij lag in het ziekenhuis nu in het hospice
op dezelfde kamer waar Frits gestorven is. Dit alles voortkomend
uit een diepgaand gesprek wat we samen daarover gehad hebben.
Ik durf haar daar niet op te zoeken. Ik schaam me niet voor mijn
emoties die ongetwijfeld zullen komen, maar ik wil haar die pijn
ook niet aan doen. Om daar weer binnen te gaan zonder tranen kan
ik niet, aan de andere kant denk ik, misschien is het toch wel
goed voor het verwerkingsproces. Maar voor haar zelf om mij dan
zo emotioneel te zien, lijkt me ook niet prettig. Ik mijd trouwens
veel plekken waar ik herinneringen aan Frits terug kan vinden.
Ik merk het al aan mijn vakantiekeuzes, landen waar we samen geweest
zijn staan niet op mijn lijstje, maar ook in Nederland mijd ik
dat. Heb jij dat nou ook?
Nu, na die verschrikkelijke zeebeving, denk ik ook weer terug aan de tijd dat wij in Phuket waren, inmiddels zo'n 25 jaar geleden. Destijds waren er maar twee hotels en Frits had gehoord dat er achter de baai een schitterend strand lag dat FKK heette. Toen ik tegen hem zei dat hij dan wel zijn zwembroek uit moest trekken, keek hij me verbaasd aan. Ja man, dat betekent "Freie Körper Kultur", gewoon het naaktstrand. Wist hij veel. Ook in Galle, op Sri Lanka zijn we geweest. Een prachtig stadje met veel herinneringen aan de VOC. Veel mensen hebben daar nog Nederlandse achternamen. Deze tragedie is gewoon niet te bevatten en dan is ons leed hierbij maar peanuts. Wij hebben onze immateriële pijnen, maar gelukkig hebben wij materieel nog alles. Hoe moeten ze daar hun traumatische ervaringen verwerken? Psychologische hulp is er niet. Je overleeft een ramp, maar je leven wordt compleet verwoest. Geld troost niet, maar geeft wel minder zorgen.
Dat eenzame
kerstgevoel had ik dus ook. Eenzaam maar niet alleen. Het geluk
van de anderen gun je ze wel, maar je voelt je eigen gemis zo
sterk. Rouwen is een eenzame zaak, je voelt je eenzaam zonder
je geliefde. Maar ook, omdat er niemand is met wie je je gevoel
kunt delen. Of je vindt geen woorden voor je gevoelens. Je moet
het alleen doen ondanks de steun die je van mensen krijgt.
Die schone schijn op houden kan ik ook geweldig. Er zijn er niet
veel die daar doorheen prikken. We zijn "Lustige Witwes".
Soms kan ik heftig verlangen naar iemand die daar wél doorheen
kan prikken. Als je je schouder breekt worden er een paar pennen
ingezet, maar aan een gebroken hart kan niets gedaan worden. Je
moet een vrolijk gezicht opzetten, je leven en verplichtingen
gaan door, maar niemand merkt daardoor de pijn die je innerlijk
voelt. Er is geen hand om vast te houden, geen schouder om je
hoofd op neer te leggen, geen arm om je heen. Met de dood eindigt
je relatie niet, inderdaad het GROTE GEMIS is dan zo voelbaar.
Op zulke momenten denk ik dan ook weleens aan een nieuwe relatie
met wie je verdriet kan delen en de troost die je elkaar kan bieden,
maar ik denk dat je op het verkeerde pad bent als je die krampachtig
gaat lopen zoeken. Daar moet je gewoon tegen aan lopen, is mijn
mening. Ik zie in mijn omgeving dat mensen uit eenzaamheid een
relatie aangaan, maar op den duur werkt dat niet. Er komen gegarandeerd
allerlei problemen om de hoek kijken en ik denk dat ik dan liever
alleen ben, zonder die problemen. Wil ik weer een relatie beginnen
dan moet wel de vlam in de pan slaan, weer vlinders in mijn buik
hebben en we moeten samen veel gemeen hebben. Iemand met wie ik
kan lachen en kan huilen.Toevallig zit ik in een circuit waar
ik veel mensen ontmoet, maar in de afgelopen drie jaar kon ik
echt van niemand zeggen: "wouw, dat is hem!"
En zo stappen
we het nieuwe jaar binnen, elke keer weer een jaar verder verwijderd
van de periode dat je nog met je geliefde samen was. Wat het nieuwe
jaar gaat brengen? Ik weet het niet. Soms kan het me beangstigen
als ik denk hoe lang ik nog alleen verder moet, maar is het niet:
de mens lijdt het meest door het lijden dat men vreest? Je moet
het gewoon maar over je heen laten komen en het beste er van maken,
je kunt er zelf toch geen invloed op uitoefenen.
Toch zal het jaar anders worden als rond juli mijn oudste dochter
de deur uit gaat. Dan zitten we nog met zijn tweeën thuis.
Maar ik kan me ook wel verheugen op het verbouwen van de twee
slaapkamers tot één kamer. Als de jongste dan het
huis verlaat, wordt dat mijn kamer. Maar hopelijk zijn we dan
weer een paar jaar verder.
Wij starten elk jaar met een zaalvoetbaltoernooi dat naar Frits vernoemd is. Hij was coach van het team van mijn buurjongen en dat team heeft vier jaar geleden het initiatief genomen een avond te voetballen voor het KWF. Zijn veldvoetbalteam doet ook altijd mee en het mooie was dat zij de eerste cup wonnen, alsof Frits daar zelf nog de hand in heeft gehad! Het is altijd een heel speciale avond vol positieve uitstraling en indrukwekkende momenten. Zo hangt zijn voetbalshirt in de goal. Ook heeft eens een team, dat hem helemaal niet gekend heeft, een minuut stilte gehouden ter nagedachtenis aan hem. En in die paar uur wordt er veel geld gestort, zelfs omwonenden van de sporthal kwamen spontaan geld brengen omdat ze het zo'n prachtig initiatief vinden. Hieruit merk je dat kanker ons allemaal raakt.
Van de week las ik: "rouwen is op verhaal komen." Hier valt niets aan toe te voegen en hier wil ik het dan maar bij laten.
Een lieve groet van Wieneke
***
Brief 17 - Agnes Ostendorf
28 januari 2005
Dag Wieneke,
Oh Wieneke,
wat erg voor je. Het jaar 2005 begint bij mij zo goed, maar het
doet me pijn te lezen dat het bij jou zo anders is. Ik gun je
zoveel goeds maar je hebt nu zoveel verdriet. Ik zou niet weten
met welke woorden ik jou zou kunnen troosten, wetende dat alle
woorden die gezegd gaan worden, het verdriet van verlies niet
verminderen. Je moet héél krachtig zijn, wil je
dit zonder krassen op je ziel "overleven".
Net als jij heb ik ook zoiets van: En waar is die goedheid van
God nou? Waar is nou die rechtvaardigheid waar alle gelovigen
het altijd over hebben? Ook ik heb daar zo m'n vraagtekens bij.
Ik weet héél goed dat afscheid nemen bij het leven
hoort, maar teveel afscheid in zo'n korte periode en vooral van
mensen die je dierbaar zijn, heeft niets met goedheid, laat staan
met rechtvaardigheid te maken.
In je ingezonden
reactie van 20 januari naar de Draaikolk las ik dat de vrouw,
die naast je lag in het ziekenhuis, is overleden en hoeveel verdriet
je dat doet. Het is zo logisch dat je haar niet kon bezoeken.
Het is toch ook onmenselijk zwaar om weer die kamer in te gaan
waar Frits ook lag. Ik vind het knap dat je wel met haar over
leven en dood hebt kunnen praten. Dat kan ook niet iedereen.
Ook schreef je, ondanks het verdriet wat uit je brief spreekt,
heel mooi dat jouw vriendin Marianne nu bij Frits in de skybox
zit. Zo zou ik het ook willen zien. Je dierbaren kijkend vanuit
de skybox naar het spektakel hier op aarde. Wat zouden ze er van
vinden? Met hun handen in het haar als het fout gaat, als de mens
er een rotzooi en een puinhoop van maakt? Misschien wel juichend
als er gescoord wordt of wellicht hand in hand "the wave"
als er hulp en steun nodig is. Ongetwijfeld sturen zowel Frits,
Ineke en Marianne jou vanuit hun skybox veel "waves"
toe.
Wat bijzonder dat er een voetbaltoernooi naar Frits vernoemd is en wat goed dat ze voetballen voor het KWF (Koningin Wilhelmina Fonds). Zelf ga ik daar ook actief in aan het werk (vrijwilligerswerk wel te verstaan). Ik heb me aangemeld bij het CNK (Contactgroep Nabestaanden Kankerpatiënten). Ik heb de afgelopen jaren zoveel steun bij die organisatie gevonden dat ik dat héél graag door wil geven. Ongetwijfeld zal het werken bij die organisatie veel bij mij losmaken. Ik ben daar niet bang voor en durf het wel aan.
Hoe is het nu met jezelf en met je Vietcong-virus. Of liever gezegd, met de afwezigheid van dat virus? Gaat dat goed? Ik lees eigenlijk nergens of je nog gecontroleerd wordt, of dat virus nog consequenties heeft gegeven voor eventuele volgende reizen. Hoe gaat dat nu verder?
Vorige week
vrijdag was de overdracht van mijn huis. Het deed me veel meer
dan ik verwacht had. Het bezoek aan de notaris was voor mij een
ramp. Het begon al met twintig minuten wachten op de gang omdat
meneer de notaris nog in gesprek was. Na binnenkomst vertelde
de notaris me dat hij een oud-klasgenoot van mijn oudste broer
was en hij vroeg me hoe het met hem was. Ik schrok daar van, want
ook mijn oudste broer is inmiddels overleden. Nadat ik dat vertelde,
ging die man uitgebreid over m'n broer praten terwijl ik er met
een dichtgeknepen keel bij zit om het huis van Cees te verkopen.
Ik voelde me doodongelukkig en het enige wat ik wilde was zo snel
mogelijk die kamer uit. Gewoon weg! Op een gegeven moment heb
ik zijn relaas onderbroken en gezegd dat ik graag wilde dat hij
doorging met z'n werk, omdat hij al twintig minuten achter op
schema was en aan het praten was over mijn overleden ouders en
broer, dat was voor de andere aanwezigen niet echt interessant.
Toen werd die notaris een beetje narrig en raffelde de hele handel
af. Vervolgens feliciteerde hij wel de nieuwe eigenaren met hun
aankoop, maar mij niet met de verkoop. De makelaar merkte het
op (vond het blijkbaar niet gepast) en feliciteerde vervolgens
mij met de verkoop van mijn huis. Na afloop ben ik langs het IJsselmeer
gereden en heb aan de dijk ruim een half uur uit staan waaien/huilen
voor ik naar huis ging.
Het is zo waar, wat je al eerder schreef: met de dood eindigt
wel je huwelijk, maar niet je relatie. Soms denk ik dat alleen
mensen waarvan de partner is overleden precies begrijpen wat ik
bedoel. Zo ook die notaris. Het ging echt aan hem voorbij dat
ik als WEDUWE van de heer Van Veen (zo werd ik constant door hem
genoemd) ook gevoel had. Dat ik er moeite mee had om het huis,
waar ik zoveel jaren gelukkig was geweest (tweeëntwintig
jaar met Cees en bijna drie jaar met Andries), bezig was te verkopen.
De volgende
dag heb ik een advies van een lotgenoot opgevolgd. Namelijk: maak
van je nieuwe huis iets leuks met de herinneringen van je oude
huis. Ik heb een plattegrond op schaal gemaakt van mijn nieuwe
woonstek en ben bezig m'n huidige en nog nieuw aan te schaffen
meubelen ook op schaal te tekenen, uit te knippen en met alles
te schuiven op die plattegrond. Ik wil de sfeer van m'n oude huis
in m'n nieuwe huis brengen. Dat wordt puzzelen, maar een leuke
puzzel.
Dan moet ik ook nog (luxe) keuzes maken: wat voor keuken wordt
het, neem ik een mooie houten vloer of kies ik voor zachte en
warme vloerbedekking, welke tegeltjes in de badkamer en wil ik
nou wel of niet openslaande deuren naar een eventueel aan te bouwen
balkon. Kortom, ik ben bezig met de voorbereidingen van de grote
verbouwing en ik vind dat nog steeds heel moeilijk. Juist dan
mis ik mijn klankbord, steun en toeverlaat. Wat zouden we met
z'n drieën gebrainstormd hebben!
In de laatste zin van je brief schrijf je dat je "Rouwen is op verhaal komen" hebt gelezen. Blijkbaar heeft het veel indruk bij je achtergelaten. Maar er is mij waarschijnlijk iets ontgaan, want ik heb geen idee wat het is. Is dat een boek, een gedicht, een verhaal? Wil je me dat nog laten weten. Ik merk namelijk bij mezelf dat ik weer opnieuw boeken en verhalen ben gaan lezen die óf direct óf indirect met rouw en rouwverwerking te maken hebben. Rouwen is nog lang niet uit mijn leven verdwenen.
Wieneke, ik stop met schrijven. Ik ga m'n kleindochter uit school halen en realiseer me nu ook héél goed dat ik in een lieve, warme en fijne omgeving woon en dat dat zeker niet vanzelfsprekend is.
Vele lieve groeten en heel veel sterkte komende tijd.
Agnes
14 januari 2005
Uithuilen en
gewoon weer opnieuw beginnen:
Rood gekleurde tranen over het blauwe doek
door
Bert Vos
Naast ettelijke andere hobby's heb ik ook een groot deel van mijn leven getekend en geschilderd. Omdat ik het gewoon lekker ontspannend vind om met kwast en verf te kliederen. Op redelijk groot formaat doek, maar ook op met linnen beplakte stukken karton op A1-formaat. Die kleinere maat gebruikte ik vooral tijdens onze vakanties. Sinds het overlijden van Janny in januari 1998 heb ik nog maar één keer een doek op mijn schildersezel gezet. Ik heb heel lang over dat doek gedaan en het was meer bedoeld als therapie na mijn dikke darm-operatie eind 1998 dan dat het ontspanning was. Het was eigenlijk nog méér om mezelf te bewijzen. Dat ik het allemaal nog kon. Dat ik niet verdrietig in een hoekje was gaan zitten na het verlies van vrouw en gezondheid.
Samen schilderen
Het schilderen was voor mij aan de andere kant erg confronterend, juist omdat ik het schilderen de laatste tien, vijftien jaar van Janny's leven bijna altijd samen met haar deed. Heel veel tijdens de vakanties, bijvoorbeeld. Zij had zich wat dat betreft gevonden in de aquarel nadat ik haar er eindelijk van had weten te overtuigen dat zij méér kon dan het louter inkleuren van prenten zoals ze op de lagere school altijd met veel plezier en héél precies had gedaan. Wie, zoals zij, zulke prachtige boekontwerpen kon maken, zulke schitterende marmerpapieren in zulke prachtige kleurencombinaties kon scheppen, die moest toch wel kunstzinnig zijn, was mijn simpele redenering. Zij maakte met heel veel overgave haar aquarellen die steeds beter werden. Zij kon, wat mij nooit was gelukt en daar was ik best trots op. Zoals ik nu trots ben op Monique die steeds mooiere foto's maakt en mij daarmee regelmatig weet te verrassen. Monique had ook steeds gezegd dat ze niet kon fotograferen, alleen maar "kiekjes" kon maken. Ik weet inmiddels wel beter. Ga maar eens naar mijn site "Het Spinnenweb" en bewonder daar haar foto's.
Boekbinderslinnen
Toen Janny wist
dat ze niet lang meer te leven had moest haar handboekbinderij
en restauratieatelier worden opgeheven. Ook het zorgvuldig door
haar opgezette kinderboekenantiquariaat moest noodgedwongen worden
beëindigd.
Als je, zoals zij had gedaan, met heel veel liefde je bedrijfjes
hebt opgebouwd, er zelfs landelijk succes mee hebt geboekt, dan
geeft het heel veel pijn en verdriet om er definitief afscheid
van te moeten nemen.
Voor de boekbinderij had ze nogal wat rollen boekbinderslinnen op de plank liggen. Linnen, waar ik ook mijn schildersdoeken van maakte. Voordat ze begon aan de verkoop van alle boekbindersspullen kreeg ik rollen van het beste linnen voor mijn toekomstige schildersdoeken. En we hebben samen nog twee doeken op frames in elkaar gezet naast enkele tientallen A3-formaatjes op dik karton die ze in de loop van het jaar al voor me had gemaakt zodat ik "er nog jaren mee vooruit zou kunnen". De stapel is nog niet kleiner geworden.
Het blauwe doek
Schilderen dus.
Ik zou deze week voor het eerst na begin 1999 de schildersezel
weer in elkaar gaan schroeven en er het laatste doek opzetten
dat ik nog samen met Janny in elkaar had gezet. Een blauw doek,
haar lievelingskleur. Een dubbele confrontatie dus. Ik had het
er al -tig keren met Monique over gehad dat ik weer wilde gaan
schilderen, vooral tijdens de euforie van mijn eerste maanden
samen met Monique. Ik zou het blauwe doek overladen met allerlei
vrolijke kleuren, zoals ik me toen voelde. Maar daar bleef het
bij.
Het blauwe doek stond al die jaren maagdelijk te zijn tussen mijn
in de loop der voorgaande jaren vervaardigde schilderijen. Tot
maandag. En dat kwam ook een beetje omdat we in het weekend nog
eens naar "Out of Africa" hadden gekeken, Monique's
lievelingsfilm. Het blijft een mooie film, zich afspelend in het
schitterende Afrikaanse landschap. En terwijl we keken, ontstond
bij mij ineens het idee om een landschap uit "Out of Africa"
voor Monique vast te leggen.
Streken acryl vermengd met tranen
Maandag werd
onze "bibliotheek", de ruimte waar zowel Monique's als
mijn boekencollectie een plek heeft gevonden, tijdelijk getransformeerd
in een waar schildersatelier. Net echt, zullen we maar zeggen.
Op de achtergrond keek Janny vanaf haar foto toe vanaf de boekenplank
waarop onze complete grafische verzameling staat, inclusief haar
geliefde vakboeken over handboekbinden en restaureren, terwijl
ik de schildersezel in elkaar schroefde en verf, kwasten en palet
klaar zette.
En ik begon, in oude kleren die meteen mijn "schilderskleren"
werden genoemd, aan "Out of Africa". "Vincent"
Lambertus Vos was er een hele dag zoet mee, vooral met het opnieuw
uitvinden van het "schilderswiel". Hevig slikkend en
mijn tranen verdringend ging de grootste kwast die ik heb "zo
maar" over het mooie, egale blauw van het linnen en ik "verdreef"
met heftige streken acryl, vermengd met water en tranen, Janny's
lievelingskleur met het rood van de ondergaande zon boven de Afrikaanse
savanne. En rood, besefte ik ineens, is de lievelingskleur van
Monique.
Altijd is er voor iets een eerste keer en altijd is er een moment in je leven dat je uithuilt en helemaal weer opnieuw begint. Zo'n moment beleefde ik, daar in de stilte van "mijn atelier".
Zij keek goedkeurend toe
Daarna kwam er even niets meer van schilderen wegens ziekenhuisperikelen over wat er met mij moet gebeuren: wel of niet opereren. Een paar dagen later zocht ik de camera van Monique om enkele passende foto's te maken van de heerlijke schilderschaos in mijn nieuwe "atelier" als illustratie bij mijn dagboek op "Langs de vloedlijn". Die lag niet op de vaste plek. En Monique was even "verdwenen". Later kwam ze tevoorschijn. Hevig zwetend. Had ze voor mij al de nodige foto's gemaakt én de schildersezel opnieuw in elkaar gezet. Want de ezel was met doek omgevallen omdat delen van de schildersezel door mij blijkbaar niet goed in elkaar waren gezet. "Het is me gelukt", zei Monique met een glimlach toen ze me het verhaal vertelde, "maar ik vroeg me wel af of Janny ach