Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren



Alle teksten uit de edities oktober en november 2004


3 oktober 2004

Hoofdredactioneel:

Alweer een draaikolkend jaar voorbij...

Het klinkt natuurlijk als een cliché: "Alwéér een draaikolkend jaar voorbij..." En het is ook een cliché. Maar toch: het is altijd weer fijn om vast te stellen dat we nog leven, nog dóórleven, hoe dan ook. Met de maand oktober beginnen we aan de zevende jaargang. Als ik dat zo schrijf lijkt het wel alsof dat normaal is, maar dat is het natuurlijk niet. Eigenlijk is het een klein wondertje dat ik überhaupt nog in staat ben om deel te nemen aan mijn project, de Draaikolk, dat ik in oktober 1998 begon omdat ik alleen in huis achter de computer zat en zo ontzettend graag mijn gevoelens met anderen wilde delen. Als weduwnaar die op zoek was naar een weg naar lotgenoten en daartoe voor zichzelf een poort opende via Internet. Nu, zes jaar later, ben ik getrouwd met een lotgenote die nu alweer jaren samen met mij de hoofdredactie vormt van de Draaikolk: Monique. De poort die ik toen via Internet opende heeft succes gehad. En als we de balans opmaken dan kunnen we vaststellen dat wij niet de enige lotgenoten zijn geweest die uiteindelijk via internet opnieuw zijn begonnen. Al dan niet mede dankzij de Draaikolk.

De Draaikolk: ons internet-tijdschrift voor mensen die hun partner hebben verloren, gericht op de eigen rouwverwerking. Verder leven zonder hem of haar. Dat klinkt als een formule. Alsof het antwoord op deze site te vinden is. Want hoe doe je dat? Verder leven zonder hem of haar. Kun je dat? Zijn daar cursussen voor? Heb je hulp van anderen nodig of kun je het alleen? Rouwverwerken is, het zit eigenlijk al in het woord opgesloten: heel hard werken. En ook al kun je veel hebben aan je familie en goede vrienden, je moet het toch in eerste instantie zelf doen. En elke keer zul je ervaren dat er veel onbegrip is, dat eigenlijk alleen maar mensen die hetzelfde als jij hebben meegemaakt, het allerbeste begrijpen wat jouw gevoelens zijn. Waarom je bijvoorbeeld zo maar ineens moet huilen. Vaak doordat er plotseling een herinnering aan jouw overleden partner in jouw gedachten komt. Of toch nog eens over jouw overleden partner wilt praten, ook al zeggen mensen uit jouw omgeving dat het leven doorgaat en je opnieuw moet beginnen.

De Draaikolk kent het enige juiste antwoord niet, heeft niet de wijsheid in pacht, is geen hulpverlenende instantie, maar wil een doorgeefluik zijn van gevoelens en ervaringen. Een plek waar jouw emoties gedeeld kunnen worden met mensen die deze gevoelens en ervaringen herkennen. Maar juist dát is zo belangrijk: die plek waar je terecht kunt met jouw specifieke, unieke en toch tegelijk ook weer universele gevoelens van rouw en verdriet, van eenzaamheid en hoop.

Ieder mens rouwt op z'n geheel eigen wijze. Daar zijn geen richtlijnen voor. Dat is niet te leren via cursussen. Je kunt daarbij geholpen worden, bijvoorbeeld via praatgroepen. Of door er over te lezen. En door er met lotgenoten over te "praten", bijvoorbeeld via een plek op het prachtige medium dat Internet heet. De Draaikolk wil zo'n plek zijn. Een plek waar ruimte is voor de gedachten, ervaringen en gevoelens van lotgenoten. Ongeacht afkomst, ras, geslacht, religie, leeftijd of wat dan ook. Iedereen die zijn of haar partner door de dood heeft verloren is welkom. En tot nu toe hebben in al die jaren duizenden lotgenoten een plek gekregen in één van de rubrieken die we hebben en hebben tot nu toe meer dan 130.000 mensen onze webplek bezocht. We hopen dat er veel mensen bij zullen zijn die iets (ook al is het maar een klein beetje) aan de Draaikolk hebben gehad. Dan zijn wij in onze opzet geslaagd. En ook al is de eenvoudige, simpel opgezette site van oktober 1998 in de loop der jaren uitgegroeid tot een volwassen internetmagazine met een uitgebreid archief waarin alles wat in de afgelopen zes jaar is gepubliceerd is terug te vinden; en ook al hebben we (noodgedwongen) veel meer huisregels dan toen we begonnen, we zijn er nog. En weten dagelijks meer dan honderd mensen of meer ons te vinden. En beginnen Monique en ik ook daarom vol goede moed en gelukkig (ook financieel) gesteund door heel veel meelevende en meewerkende lotgenoten aan de zevende jaargang. Om nog één cliché te gebruiken: we gaan er voor!

Bert Vos, Hoofdredacteur De Draaikolk


3 oktober 2004

Ruggesteuntjes (23) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos

Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 9 - Agnes Ostendorf:

7 oktober 2004

Hallo Wieneke,

Als eerste gecondoleerd met het overlijden van je oom. Uit jouw brief begrijp ik dat je een goed contact met hem had. Het is dan ook gewoon moeilijk om ook dáár weer alleen naar toe te moeten gaan. Juist op zo'n moment kun jij de hulp en steun van jouw Frits zo goed gebruiken. Gewoon die ene schouder om op uit te huilen. Hij zou immers precies weten waarom jij zo'n verdriet voelt, waarom je huilt. Hij zou geen vragen stellen, maar gewoon jou troosten omdat jij verdriet hebt.

Hetzelfde had ik ruim drie maanden terug. Zoals je weet kom ik uit een groot gezin. Het was daar altijd druk en echt veel tijd voor tere kinderzieltjes was er niet. Recht tegenover ons woonde ome Dato en tante Mien en die lieve mensen waren mijn redding. Het was daar altijd rustig, ze hadden boeken waarin ik mocht lezen, ze hadden altijd tijd voor een spelletje, ik kreeg daar priklimonade en ze luisterden aandachtig naar mijn verhalen over wat voor mij belangrijk was.
Ik weet dat overlijden bij het leven hoort, maar toen tante Mien drie maanden terug overleed (op een respectabele leeftijd van 82 jaar!) had ik verdriet en ik zou er veel voor over gehad hebben als ik dat verdriet met Cees had kunnen delen. Want ook hij had die twee oudjes in zijn hart gesloten. Maar ja…

Als jij dit leest ben je terug van je welverdiende vakantie. Hoe was het? Viel het mee, zo zonder je meiden? Heb je genoten van het land, heb je nog bijzondere dingen meegemaakt, hoe zijn de mensen daar, en viel het reizen mee? Heerlijk je meiden geknuffeld toen je weer thuis kwam? Je ziet, ik heb zat vragen. Trouwens… hoe was het thuiskomen? Ik weet van mezelf dat de tijd vóór de vakantie en de dagen/weken van de vakantie zelf voor mij geen probleem is. Het is het thuiskomen wat toch elke keer weer confronterend is. Het is dan zo leeg, zo kaal. Je kunt je verhaal niet kwijt en je moet ook alles alleen opruimen en daarna de moeilijkste klus: alleen de foto's op de pc bewerken, het inplakken en het verslag in je uppie maken. Juist het samen verwerken van je vakantie-indrukken is zo fijn geweest. Ik weet nu pas hoe waardevol dat was.

1 Oktober jl. was de overdracht van m'n nieuwe (100-jarige) huis. Mijn eigen huisje is nog steeds niet verkocht, maar Maaike, René en koters gaan wel alvast op het nieuwe adres wonen. Op dit moment zijn we druk aan het soppen, schilderen en witten. Niet dat het er vies is hoor, maar je wilt toch je eigen sfeertje er in aanbrengen. Trouwens met het "rondom ramenlappen " ben je een dikke twee uur bezig. Ik denk dat ik dat klusje in de toekomst maar ga uitbesteden. Wat een werk zeg.
Het was trouwens nog een heel gedoe bij de notaris. Elke weduwnaar of weduwe weet inmiddels wat een "Verklaring van Erfrecht" is. Ik heb het gevoel dat ik zonder dat stomme document niet bevoegd ben om zelf belangrijke beslissingen te nemen. Bij elke handeling met betrekking tot de verkoop van mijn huidige huis en de aankoop van een ander huis, komt die stomme Verklaring van Erfrecht weer om de hoek kijken. Ik vind het niet erg om een kopietje op te sturen naar de makelaar, maar laten zij dan kopietjes daarvan doorsturen naar notaris, hypotheekverstrekker, verzekeringsmaatschappij etc. etc. Nee, elke keer opnieuw de vraag "wilt u een kopie van de Verklaring voor Erfrecht even langs brengen? Want die hebben wij per direct nodig." Stapelgek werden we er van, echt waar.

De stress viert hier trouwens hoogtij. We wonen al ruim drie maanden in mijn kleine huisje en het lijkt wel of het huis steeds kleiner wordt. Voor de kindertjes nog steeds groot feest hoor en het gaat ook allemaal hartstikke goed. Maar ik wil m'n eigen bed weer terug. Zo'n éénpersoonsbedje is me toch te klein en dat logeerkamertje is eigenlijk niet meer dan een uitgebreide bezemkast. Goed genoeg om te logeren maar niet om er meer dan drie maanden in te bivakkeren. Ook wil ik m'n huis nu wel kwijt. Ik ben er aan toe om deze deur letterlijk en figuurlijk achter me dicht te doen en dicht te laten. Natuurlijk, ik woon hier al vanaf 1977 en dat waren héél véél fijne jaren, Wat bij mij speelt is dat er heel veel in dit huis is geklust door Cees én Andries. Zowel samen als onafhankelijk van elkaar. Dat is met veel liefde gedaan, dat weet ik heel zeker. Maar ik weet ook zeker dat zowel Cees als Andries het toejuichen dat ik opnieuw m'n leven een nieuwe draai ga geven en het voelt ontzettend goed dat daar een nieuwe woonstek bij komt.
Weet je, het klinkt misschien wel raar, maar ik zou best wel eens met ze willen praten over hoe mijn leven er nu uitziet, over de beslissingen die ik neem, over mijn plannen en mijn kijk op de toekomst. Gewoon om even te horen hoe zij er over denken, precies zoals we dat met z'n drieën vroeger vaak deden. Misschien liggen ze wel in een deuk van het lachen en zeggen ze dat ik het te hoog in m'n bol heb. "Wat nou eigen trimsalon" hoor ik ze al bulderend van het lachen zeggen: "jij hebt geen zakeninstinct - jij bent in no-time failliet en alle hondjes gaan als poedeltje geknipt die trimsalon weer uit!" en vervolgens zouden ze plannen gaan maken hoe ze voor mij de boel zouden kunnen verbouwen zodat ik een knappe trimsalon aan huis heb. Ik mis ze nog steeds.

Ik wil het er eigenlijk niet over hebben, maar vandaag heb ik examen gedaan. Praktijkexamen wel te verstaan. Theorie had ik al in april gedaan en vandaag dus de praktijk. Wat ik er van terecht heb gebracht? Géén idee. Het hondje dat ik in model moest knippen leek wel een ontplofte kip. Het was een grote uitgeborstelde bol hondenharen met een paar woest kijkende oogjes en een happend bekkie met heel veel vlijmscherpe tandjes aan de ene kant en een lang, dun, vlassig, piekharen staartje aan de andere kant. Het zou een Bichon kunnen zijn, maar ook een mislukte Maltezer. Ik heb het beessie eerst maar eens iets lekkers toegestopt om vriendjes te worden en vervolgens heb ik hem beleefd doch vriendelijk verzocht stil te blijven staan en op te houden met happen, zodat ik m'n werk een beetje redelijk kon uitvoeren zonder daarbij m'n vingers kwijt te raken. En warempel, ik denk dat onze samenwerking aardig is geslaagd. Volgende week vrijdag weet ik meer.

Wel Wieneke, ik zit hier alleen maar over mezelf en mijn besognes te vertellen, terwijl jij je lang gedroomde reis aan het maken bent. Je moet me wel laten weten hoe het was hoor! Ik ben reuze benieuwd. Mij is een aanbod gedaan om volgend jaar mee te gaan met een groep mensen die met caravan en al naar de Noordkaap gaan. Ik weet het niet, ik zou wel willen… alleen dat hele end rijden! Ik zie daar vreselijk tegenop. Het blijft leuker om met z'n tweetjes in een auto te rijden en met z'n tweetjes de caravan uit te klappen en met z'n tweetjes 's avonds bij die groep aan te sluiten om plannen te maken voor de trip van de volgende dag. Helaas, ook via de Draaikolk nog steeds geen kampeermaatje gevonden. Het blijft tobben met me.

Ik stop maar weer met deze brief. Het is al laat en morgen toch weer een drukke dag.
Liefs aan je dochters en tot de volgende brief.

Agnes

***

Brief 10 - Wieneke van Rossum:

22 oktober 2004

Ha die Agnes,

Zo, ik ben weer veilig teruggekeerd uit Vietnam, al was het wel een reis met een staartje, maar daarover later meer.
Mijn reis was in één woord geweldig! Het is een prachtig land, uitgestrekte rijstvelden in terrassen aangelegd, schilderachtige dorpjes en prachtige stranden. Het hoogtepunt was Sapa, een bergdorp tegen de Chinese grens aan, waar op zaterdag de bergvolken samenkomen op de markt. We hebben daar gewandeld in de bergen en onderweg kom je dan de kleurrijke bevolking tegen. Het deed me erg aan Zuid-Amerika denken. Het reizen op zich was best wel zwaar. Op de Highway 1 reed de bus niet harder dan 30 km per uur, maar deze highway was dan ook te vergelijken met een landweg vol met brommers, ossenkarren en het dagelijkse leven speelde zich langs de berm af. Naar Sapa zijn we heen en weer met de nachttrein gegaan, maar je ligt zo te schudden in je bed dat er van slapen weinig komt.
Met de meiden had ik dagelijks sms contact, dat is op zich wel fijn. De techniek staat toch tegenwoordig voor niets! Dat is wel even anders dan 25 jaar geleden toen we via een hoofdpostkantoor trachtten telefonisch verbinding met het thuisfront te krijgen. Linde miste mij al gauw. Het was zo stil thuis zei ze, maar toen ik weer thuis was, was ze zo weer verdwenen. En op mijn vraag of het niet gezellig was dat ik er weer was, kreeg ik een brede grijns, maar ze ging toch maar weer.
En inderdaad, zoals je al schreef, het thuiskomen was moeilijker dan die hele vakantie zonder Frits. Je hebt daar zoveel afleiding, maar een moeilijk moment was toen we op een oude vrachtboot de Mekong afzakten. Ik zat voor op de boeg en dacht opeens heel sterk aan Suriname. Toen kreeg ik het even te kwaad, mijn tranen kon ik gelukkig achter mijn zonnebril verbergen. Maar toch heeft het ettelijke keren door mijn hoofd geflitst van "wat had hij hier ook graag willen zijn". Ik had zijn petje mee tegen de zon en zo had ik toch het gevoel dat hij er een beetje bij was. Maar als je dan thuis komt is het inderdaad zoals jij het beschrijft: er is niemand met wie je ervaringen kunt delen. Het is leeg en je bent gelijk weer op jezelf geworpen. Ik vond dat inderdaad heel moeilijk.

Maar enkele uren na thuiskomst kwam gelijk dat staartje aan mijn reis waar ik het over had: ik kreeg het ontzettend koud, lag rillend in mijn bed en knallende hoofdpijn. Een malariatest was, zoals ik al verwachtte want er heerst daar geen malaria, negatief maar ik dacht wel: als ik het nu al zo koud heb, hoe kom ik hier in godsnaam de winter door? Ik ben weer gaan werken en de koorts kwam weer in alle hevigheid terug en 's nachts trokken er rijsttafels in mijn dromen voorbij. Ook ben ik een nacht druk aan het oversteken geweest, terwijl er alleen maar brommertjes op me afkwamen. Of ik dacht dat ik weer zwetend op de boot lag en bij nader inzien tot de ontdekking kwam dat ik thuis was.
Na twaalf dagen stuurde de huisarts me door naar een internist in het ziekenhuis. Mijn bloedbezinksel was veel te hoog, de koorts liep ook maar op en ik ben voor verdere onderzoeken gelijk opgenomen. Ik heb allerlei bloedtesten gehad, mantoux voor tbc en een ruggenmergprik om meningitis uit te sluiten. Verder echo en CT-scans van mijn lever en buik, maar het enige dat er uitkwam was dat ik een recente bekkenfractuur had gehad. Dat was dus na mijn schaatsval in Oostenrijk waar ik met een gebroken schouder in het ziekenhuis belandde. En die orthopeed hier maar zeggen dat er met mijn been niets aan de hand was! Dankzij vrienden in het medische circuit ben ik toen met een kruk gaan lopen en mijn been gaan ontlasten, maar het is wel heel slordig geweest. Je begrijpt zeker wel dat ik die orthopeed even een gepeperd briefje heb teruggestuurd.
Al met al heb ik daar vijf dagen gelegen, maar er is (gelukkig) niets uitgekomen. Ze houden het op een virus dat nog wel latent aanwezig kan zijn, dus ik moet het voorlopig rustig aan doen om het geen kans te geven weer de kop op te steken. En dan mis je toch wel weer die arm om je heen of iemand die lekker even een potje thee voor je zet. Nu loop je alleen aan te modderen. In het ziekenhuis veranderde ik van kamer en toen de verpleegster zei "nou, dan laat u uw man toch even iedereen bellen om te zeggen dat u een ander telefoonnummer gekregen hebt", werd ik gewoon baldadig. "Ja," antwoordde ik, "dat kan ik wel doen, maar of hij het doet is vraag twee!"

Ja, wat zouden we veel tijd nodig hebben hè, om onze mannen bij te praten. Er is in die tijd toch zoveel gebeurd. Niet alleen met onszelf, maar ook in de wereld en met onze kinderen dan. Ach, we zouden tijd tekort komen om ze alle nieuwtjes te vertellen. Maar ik denk dat ze hartstikke trots op je zouden zijn Agnes, dat je zo de draad weer hebt opgepakt, al hadden ze het zich niet kunnen voorstellen. Hoe is je praktijkexamen afgelopen? Ik ben best wel nieuwsgierig.

Vind je het niet moeilijk je huis te verlaten waar je zo lang met Cees en later met Andries gewoond hebt? Je gaat toch weer van iets afscheid nemen waar zoveel herinneringen liggen.

Naast mij, in het ziekenhuis, lag een vrouw van 56 jaar die sinds zes weken wist dat ze kanker had. Ongeneeslijk en de chemo was niet aangeslagen, de tumor was eerder groter geworden. Ze had haar man aan kanker verloren toen ze 48 was en was nu weer hertrouwd. We hebben heel diepzinnige gesprekken gehad, samen gelachen en gehuild, maar ik had zo met haar te doen. Wat is het leven dan onrechtvaardig en wat waardeer je dan het feit dat je daar maar met een virusje ligt. Ik voelde me op het laatst gewoon schuldig maar, zoals ze zelf al zei, "dan heeft het gewoon zo moeten zijn, dan heb je gewoon voor mij hier gelegen."
Er kwamen ook weer zoveel herinneringen boven en juist daardoor miste ik Frits dubbel. En weer welde die woede in me op. Zij vond best wel steun in haar geloof, maar ik heb met die man nog wel een appeltje te schillen! Maar misschien heeft het inderdaad zo moeten zijn dat we naast elkaar lagen. Ik geloof totaal niet in dat soort dingen, daar ben ik veel te nuchter voor, maar ik had die week weer zo'n gekke ervaring.
Op zaterdagochtend geef ik schaatstraining en er zit een jongentje met het syndroom van Down in mijn groep. Ik had met Sam twee rondjes gereden en hij had hele verhalen tegen me tot hij plotseling vroeg: "Waar is jouw man?". Ik viel even stil en weer: "waar is jouw man?" waarop ik zei: "die is er niet meer Sam." "Ja, maar waar is hij dan?", vroeg Sam weer. Op dat moment vroeg iemand anders mij wat en zijn we er niet verder op doorgegaan, maar ik vond het een heel vreemde ervaring. De andere trainster had hij zo iets nog nooit gevraagd. Heb jij zoiets wel eens meegemaakt?
Twee keer heb ik echt het gevoel gehad dat Frits vlakbij me was. Een keer lag hij naast me in bed, maar ik was totaal verlamd en kon hem niet aanraken terwijl ik voelde dat hij er was. De andere keer hoorde ik duidelijk zijn ademhaling en raakte hij me aan. Ik vond het heel eng, maar ook weer mooi, mijn hart klopte in mijn keel. Maar ik kan het gewoon niet verklaren en toch heb ik het zo gevoeld. Heb jij ook zulke ervaringen gehad?

Moeilijk hoor, om alleen te moeten beslissen of je met een groep op vakantie gaat. Mij is het honderd procent meegevallen, we hadden een enige groep. Maar Agnes, de enige manier om daar achter te komen, is om het toch eens te proberen. En wie weet valt het dan allemaal wel mee. Maar ik kan me voorstellen dat je er tegenop ziet. Dat deed ik eigenlijk ook best wel, maar ik hield me voor: als ik het niet doe, kom ik nergens meer. Ik zou zeggen: waag de gok, dan pas kom je er achter en kun je altijd besluiten om het niet meer of juist wél te doen. Het is dat ik geen kampeerder ben, maar voor een reis ben ik altijd te porren. Hoewel dat nu een gevaarlijk onderwerp voor me is, want na alle twee de vakanties dit jaar belandde ik in het ziekenhuis. Maar dit zou mij er echt niet van weerhouden om weer op pad te gaan. Bij mij zal het altijd blijven kriebelen.

Zo, ik ben benieuwd hoe het verder met jou, de kinderen, kleinkinderen, hondjes en huis gaat. Hou me op de hoogte en o ja, ik ben nog steeds benieuwd hoe je dat nou met het koken doet. Doen jullie dat samen of maak je jouw eigen potje? Ik betrap me er telkens weer op dat als de kinderen er niet zijn, ik me er met een Jantje van Leiden vanaf maak. Doe jij dat nu ook?

Lieve groeten van Wieneke


11 oktober 2004

Als een golf uit zee die over je heen spoelt, door Rita de Jong *)

Het overvalt me en toch ook weer niet.
Je weet dat er weer een kan komen. Je weet dat zo'n golf van verdriet zwaar zal zijn, maar óók dat je er door groeit, omdat je weer op diepere lagen van je verdriet komt. En iedere keer voelt het weer als een golf uit zee die over je heen spoelt.
Je wilt niet verdrinken, dus je worstelt en huilt en verwerkt.
Je wilt het begrijpen: waarom komt hij nú, die golf. Wat is de aanleiding van opeens zoveel verdriet?

Het lijkt niets, maar het is zo veel.

Het is een heerlijk ontspannen weekend met veel zon.
De zes kinderen zijn met elkaar een dagje naar een pretpark.
Dus wij zijn een dag samen, wat heerlijk en fijn.
Samen praten, boodschapjes doen, een taartje eten en een wijntje voor de open haard.
Het lijkt niets, maar het is zo veel.
De kinderen komen rond 19.00 uur uitgelaten thuis en ze hebben het heerlijk gehad. We eten met elkaar en wij zitten aan het hoofd van de tafel en kijken elkaar gelukkig aan.
Wat een rijkdom, zes pubers die er zelf voor kiezen iets gezelligs met elkaar te gaan doen, omdat ze inzien dat ze met elkaar te maken krijgen nu hun vader en moeder steeds meer van elkaar gaan houden.
De avond is uitgelaten druk.
Iedereen blijft slapen en het voelt zo rijk en veilig en fijn.

Het is hard werken, rouwen en lief hebben.

En dan opeens zijn er tranen. Het overvalt je als een golf aan het strand.
Je snapt het niet waar dat opeens vandaan komt.
Hoe is het mogelijk dat je weer gelukkig kan voelen nadat je liefste maatje bent verloren.
Je wilt het met je aardse verstand begrijpen en vastpakken en een naam geven. Je wilt een uitleg voor zo'n wonder.
Ook maak je zorgen om alles waar je nog doorheen moet met elkaar.
Maar de liefde voelt zo puur, zo echt, zo mooi.
Het lijkt gegeven uit de hemel.
Er gaat geen dag voorbij dat ik daar niet dankbaar voor ben.
En toch zijn er nu opeens die tranen, dat verscheurende verdriet.
Het doet zo'n pijn van binnen. Ik wil schuilen en huilen.

De tranen spoelen alles schoon.

En op zo'n moment zijn ze er voor me, altijd.
Mijn maatje die nu in de geestelijke wereld zit en mijn maatje hier op aarde. Wat een rijkdom, wat een liefde.
Het is ook verwarrend en dat dipje zal wel weer even duren, maar ik weet ook dat ik er weer door zal groeien en stappen mee vóóruit zet.
Ik weet ook dat ik hier de tijd voor moet nemen.
"Niet ongeduldig zijn, Rita, en steeds maar méér willen."
De tranen spoelen alles schoon.
"Geniet", zeg ik tegen mezelf, "en wil niet overal een antwoord op."
Ik doe mijn best, heel erg mijn best en bid om hulp. Het is hard werken, rouwen en lief hebben.
Maar het blijft bijzonder dat Carla en Chris ons een engel en een wonder brachten. Daarom ook zullen we het koesteren en zorgvuldig opbouwen.

Een lieve groet van Rinus Chamuleau en

Rita de Jong, vrouw, geboren 14 augustus 1956; partner Chris op 10 juni 2003 overleden aan een hartstilstand; drie kinderen waarvan twee thuiswonend. Nieuwe relatie met lotgenoot. E-mailadres: hoekdejong@chello.nl


1 november 2004

Hoofdredactioneel: Herfst en nog véél meer in mijn kop

Altijd als de blaadjes beginnen te vallen gaat er bij mij een knop om. Er rinkelen wat belletjes en dan weet ik het weer: de donkere dagen gaan weer van start. En de aankondiging dat de wintertijd weer van kracht is, bevestigt dat alleen maar. Sinterklaas komt er alweer aan gegaloppeerd op zijn peerd. Ehh... paard en voor je het weet branden overal weer massa's kaarsjes, hebben inventieve knutselaars de kerstgedachte op bijzondere wijze in hun tuin of voor hun raam een opvallende vorm gegeven zodat het je echt niet kan ontgaan en natuurlijk liggen de supermarkten en andere winkels weer vol van alles wat we eigenlijk zouden moeten kopen maar wat we eigenlijk niet willen hebben. Of niet zouden moeten willen hebben.

Hoe dan ook: we zijn weer het haasje, want voor ons, lotgenoten, zijn de donkere dagen vóór en na Sinterklaas, vóór de Kerst tot en met Oud en Nieuw, gewoon afschuwelijke dagen. Niks om naar uit te zien. Echt niet. We verlangen het meest nog naar de paasdagen, zogezegd, want dan weten we zeker dat het bijna lente is en de zomer zich ook min of meer al aan het warmlopen is... Toch?
We zijn tot nu toe maar weinig lotgenoten tegen gekomen die van mening waren dat zij Kerst en Oud en Nieuw de fijnste tijd van het jaar vonden. De donkere dagen van december staan nog steeds eenzaam bovenaan in de toptien van zo ontzettend graag te vermijden "feestmomenten". Lotgenoten die dat aandurven zoeken rond die tijd warmere streken op, waar de kerstbomen er uitzien als palmbomen. Maar om zoiets alleen te doen vereist een extra portie moed.

Maar dat neemt niet weg dat ik best van de herfst geniet. Als de zon tenminste wil schijnen, het niet al te koud is en de wind op nul staat. Ik ben een "mooie herfst" genieter. Ik steek mijn neus pas buiten de deur als aan al mijn strenge voorwaarden is voldaan. Dat gebeurt zelden, dat geef ik toe, maar je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Sinds mijn overleden vrouw Janny de laatste jaren van haar leven steeds rond de Kerst en/of Oud en Nieuw in de dan zeer naargeestige ambiance van het ziekenhuis vertoefde, probeer ik als het even kan rond die tijd buiten het ziekenhuis te blijven. Vandaar mijn voorzichtigheid. Dat kun je me toch niet kwalijk nemen?

Hoe dan ook: ik schrijf dit om jullie gewoon even te vertellen dat wij, Monique en ik, ondanks dat we elkaar hebben, met jullie mee lijden en ook gelaten deze donkere dagen zullen ondergaan. Met weemoed terugdenkend aan de "feestdagen"van weleer. Zelf hoop ik dat ik niet rond de Kerst en zo in het ziekenhuis lig, maar die garantie heb ik nog niet. Ik doe mijn best om dat te voorkomen, ook al loop ik dan de kans om, net als de afgelopen twee jaar op de sterfdag van Janny in een ziekenhuisbed te liggen. Soms is het leven nu eenmaal niet fijn.

Ik zie nu de volle maan door de al kalende bomen schijnen en in gedachten denk ik aan mijn kinderjaren, toen ik ongetwijfeld rond deze tijd de eerste schoen, in mijn geval de klomp, al had gezet. Met kloppend hart. Vol verwachting.
Ach, in gedachten zet ik nu eigenlijk elke avond "een imaginaire schoen of klomp". Vol verwachting en in de hoop dat het enige geschenk zal zijn dat het met mijn gezondheid ooit beter zal gaan.

Pas dan zullen Monique en ik ongetwijfeld weer in volle overtuiging al die "feestelijke" dagen van december kunnen en willen beleven. We wensen jullie allemaal voor de komende periode veel extra sterkte toe.

1 november 2004

Bert Vos 
Hoofdredacteur De Draaikolk


4 november 2004

Ruggesteuntjes (24) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos


Heb jij dat nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.

Je hebt het vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen, lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.

Bert en Monique Vos
hoofdredactie de Draaikolk


Brief 11 - Agnes Ostendorf

5 november 2004

Hoi Wieneke,

Om maar met de laatste zin van je brief te beginnen. "Ja. Dat heb ik ook!"
De dagen dat ik alleen thuis ben kook ik niet. Echt niet. Ik vind niets zo frustrerend als een hele poos in de keuken staan om piepers en groente schoon te maken, te koken, vlees te braden/bakken en vervolgens alles in nog geen tien minuten achter de kiezen te hebben. Dan heb ik het nog niet eens over tafeldekken voor mezelf, dat doe ik heel zeker niet. Bij mij gaat alles in één keer op m'n bord en dat bord zet ik samen met bestek op een harde placemat. Tijdens het nieuws van zes uur wordt alles, zittend vóór de TV, door mij genuttigd. Die lege plek tegenover me aan de eettafel blijf ik uit de weg gaan.
Wat betreft de maaltijden zelf, daar heb ik een héél goed alternatief voor gevonden. Meneer Iglo heeft voor mij speciaal éénpersoonsdiepvriesmaaltijden bedacht en legt er om de zoveel dagen een aantal in het diepvriesschap van de plaatselijke supermarkt. Toevallig kom ik daar regelmatig, ik heb dan toch ook wat andere dingetjes nodig, ik zie nog eens wat dorpsgenoten en neem "en passant" een paar van die pakken mee. Thuis heb ik drie van die ijskoude lades in m'n keuken en daar passen altijd wel wat van die pakken in. Ze liggen dan gezellig en warmpjes naast de stapel plastic zakjes met in elk zakje vier sneetjes brood en de overheerlijke kinderijsjes voor Anne en Joost.
Ik verzeker je, je bent in 10 minuten klaar met koken en de maaltijden zijn nog gezond ook. En geloof het of niet, ze zijn best lekker. Trouwens, het scheelt je ook een gigantische afwas. En als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel aan afwassen. Zo… dat is er uit.
Ik weiger pertinent om een schuldgevoel over te houden aan deze manier van koken. Het bevalt me prima! En ach... ik leef nog steeds, dus zo ongezond zal het niet zijn.
Mijn advies is dan ook. Ga op zoek naar die maaltijden van die ijskoude meneer, stop er een paar van in je vrieskastje. Wanneer je dan alleen thuis bent en toe bent aan een maaltijd dan neem je zo'n pakje uit je vrieskast, je volgt de voorgeschreven bereidingswijze op en je hebt een supermakkelijke en overheerlijke maaltijd. Succes verzekerd en weg is het schuldgevoel. Makkelijk hé?

Maar Wieneke, ik heb ook belangrijk bericht. Ik ben geslaagd! Joepie! In één keer voor alle onderdelen! Het is bijna niet te geloven. Volgens mij hebben die examinatoren gewoon niet goed gekeken, waren ze verblind door mijn zelfverzekerde houding, of hebben ze me verwisseld met iemand die wel goed kan knippen, effileren en plukken. Het zou natuurlijk ook zo kunnen zijn dat er twee engelen daarboven een gigantische invloed uitgeoefend hebben op de examinatoren. Het maakt me eigenlijk niet uit. Ik ben GESLAAGD. Nooit gedacht dat het zo belangrijk voor me was, maar toen ik donderdagavond laat thuiskwam en de envelop van het HKI in de brievenbus zag liggen, heb ik eerst maar een glaasje sherry gepakt, toen de brief opengemaakt en gelezen, stilzwijgend m'n sherry gedronken en de uitslag tot me door laten dringen en vervolgens heb ik tien minuten zitten huilen. Waarom huilen vraag je me dan. Ik weet het niet…. Dat is niet waar, eigenlijk weet ik het wel. Het is van opluchting omdat er eindelijk weer eens iets lukt in m'n leven, omdat het een triomf is die ik niet met Cees en Andries kan delen. Ik blijf het (ondanks m'n positieve kijk op het leven) heel vaak vreselijk moeilijk vinden zonder die twee. Ze blijven onlosmakelijk altijd bij me horen. Hoe goed het me in de toekomst ook zal vergaan.

Trouwens, Wieneke, jij hebt toch ook weer suffe pech. Wat een verhaal in je afgelopen brief. Zou je ze niet? De heren doktoren! Gelukkig was je wel al terug in Nederland, want opgenomen worden in een buitenlands ziekenhuis is absoluut geen pretje. Dat wist jij natuurlijk al door je ervaringen van je vakantie in Oostenrijk. Ik heb 10 jaar terug in een ziekenhuis in Zweden gelegen, maar gelukkig was Cees toen nog om me heen. Maar ja, die taal hé, wij "språken geuhn weurd Zchweuds". Dus alles in het Engels en dat terwijl ze dreigden me te opereren en ik wilde per direct naar Nederland terug (ik heb trouwens m'n zin gekregen en alles is toch nog goed gekomen). Ik hoop dat de vreselijk fijne ervaringen van jou vakantie de boventoon gaan voeren in je herinneringen. Maar hoe is het nu met je? Je schreef dat je rustig aan moet doen. Doe je dat nu ook? Wel doen, hoor! "Goed voor jezelf zorgen" heeft Cees me een paar dagen voor zijn overlijden aan hem laten beloven en die belofte hou ik ook. Maar ik zeg het ook altijd tegen anderen die het ook nodig hebben. Dus benadruk het nog maar een keertje: Goed voor jezelf zorgen.

Je schreef ook in je brief dat je soms het gevoel had dat Frits vlak bij je is. Ik heb dat soms ook. Nee, niet dat Frits vlak bij me is, maar de aanwezigheid van Cees en/of Andries. Ook ik ben nuchter genoeg om daar niet te ver over na te denken. Overigens zou ik het wel fijn vinden als het wel zo is, als ze wel een beetje om me heen zijn. Dat zit me niks in de weg, dat mag. Ze hadden beiden alleen maar het beste met me voor en dat zal nog steeds wel zo zijn. Mijn conclusie is dan ook, gewoon houden zo. Frits mag bij je zijn.
Begin oktober deed ik mee aan een weekend over rouwverwerking van de CNK (Contactgroep Nabestaanden Kankerpatiënten). Ook daar heb ik met mensen gesproken over het gevoel dat je overleden partner bij je is. Tijdens dat gesprek bleek dat er niemand van hen, die dat gevoel herkende, het vervelend vond. Ze voelde dat juist als een steun. Nou, en steun kunnen we immers altijd gebruiken?

Ja Wieneke, dan ben jij ook nog benieuwd hoe het verder met mij gaat. Vooral ben je nieuwsgierig hoe wij dat nu doen met het koken.
Wel eigenlijk is het héél simpel. Maaike, René en koters wonen inmiddels op het nieuwe adres en daar koken ze zelf. Ik kook (nou ja koken…) m'n eigen maaltijd in mijn huidig huis en als ik verhuisd ben ga ik koken (?) in m'n eigen helft van het huis waar dan een prachtige nieuwe keuken staat. Snap je het nog? M'n inmiddels ingerichte trimsalon is in een schuur op het nieuwe adres, daar ben ik overdag ook héél veel aanwezig. Dan nog de tuin, alleen al het grasmaaien duurt 3 uur, het snoeien, onkruid wieden en ontdekken waar alles zo'n beetje groeit, vergt ook veel tijd en natuurlijk heb ik hier ook nog m'n tuin die onderhouden moet worden. Maar die tuin is wel vreselijk mooi maar gelukkig niet zo erg groot en supermakkelijk in onderhoud. Op dit moment pendel ik dus heen en weer. Nou is de afstand tussen het ene huis en het andere huis niet zo erg groot. Het gaat hier om plm. 300 meter, het nieuwe huis staat immers aan het einde van de straat waar ik toch al 28 jaar woon.
Echt verhuizen ga ik pas als m'n huidige huis verkocht is. En dat is nog steeds niet gebeurd. En ach, m'n huis verlaten, het huis met al die herinneringen. Ik neem ze gewoon mee, ik stop de herinneringen in dozen, in fotoboeken, plakboeken, in m'n hoofd en in m'n hart. Het voelt ook goed om hier weg te gaan, om iets nieuws te beginnen. Zoals veel mensen zeggen: "een dikke streep er onder en verder gaan". Dat is wat ik ook doe en soms lukt me dat beter dan de andere keer.

Afgelopen weken heb ik veel aan je gedacht, hoe je de reis van je dromen, maar dan zonder Frits, zou gaan ervaren; hoe je kinderen zich houden terwijl jij zo ver weg bent en hoe je thuiskomst zou zijn. Zo zie je maar, je doet het goed. De reis was mooi met zelfs een beetje Frits er bij en gelukkig zijn zonnebrillen heel erg in de mode. De kinderen deden en doen het nog steeds geweldig. Helaas de thuiskomst was wat minder en dan nog die vervelende virus met alle nasleep. Maar als ik het goed lees is de totale vakantie wel een topper geweest. Dat pakken ze je niet meer af.

Nou, dat was toch weer een filosofische brief vind je ook niet?

Wieneke, ik moet nog koken (ahum) en eten, nog een keertje de brief doorlezen en die dan weer opsturen naar Bert. Ik "spreek" je over twee weken weer.

Groetjes,

Agnes

***

Brief 12 - Wieneke van Rossum

19 november 2004

Hallo Agnes,

Bedankt voor je "culinaire" brief. Jij bent dus ook niet zo'n keukenprinses. Ik roep ook altijd: mocht ik ooit weer een relatie beginnen dan moet hij wel lekker kunnen koken. Dat lijkt me toch zo heerlijk dat er voor je gekookt wordt. Ik denk dat ik ook maar de aandelen van die ijskoude meneer moet gaan spekken in plaats van maar weer een eitje bakken. Zo vaak komt het ook nog niet voor bij me, want de kinderen en aanhang eten vaak mee, maar ik besef wel dat het er aan zit te komen. Of ik moet nog een keukenprins tegenkomen…maar die moet nog véél meer dan alleen koken kunnen, dus dat is gewoon luchtkastelen bouwen!
Mijn dochters zijn trouwens mijn afwasmachine en vroeger deed Frits het om de beurt met één van hen. Tijdens het afwassen bouw je het meest sociale contact met je kinderen op, vond hij en met Linde samen vlogen de spetters van de kwast rijkelijk in het rond zodat ik altijd liep te mopperen dat ik de keuken weer kon doen, Die zaten elkaar gewoon met de kwast achterna! Die fascinatie met die afwaskwast heeft Frits altijd al gehad: hij wilde ook persé dat er met zo'n wierookvat en wijwaterkwast boven zijn kist gezwaaid werd. Het zal zijn katholieke opvoeding wel zijn geweest.

Geweldig hè, dat je bent geslaagd, ik neem m'n petje voor je af. Helemaal, omdat ik weet hoe moeilijk het is om je te kunnen concentreren. En het is heel normaal dat je een potje hebt zitten huilen: huilen van geluk dat je geslaagd bent en huilen van verdriet omdat je het niet meer kunt delen met Cees en Andries. Natuurlijk blijft het moeilijk, zoals ik al eerder schreef: de wond heelt maar het litteken blijft. Alhoewel ik de laatste tijd weer het gevoel heb dat die wond weer wat zweert. Sinds ik uit het ziekenhuis ben heb ik zo'n melancholisch, triest gevoel over me. Mijn bloed was weer goed, wel vijf kilo lichter, maar ik ben toch behoorlijk ziek geweest van dat virus. Iedereen die mij vraagt wat ik toch in die landen te zoeken heb, snoer ik gelijk de mond met het voorstel mijn volgende vakantie dan maar in het Amstel Hotel door te brengen…

Maar in mijn hoofd zit het gewoon niet lekker. Omdat ik tussen patiënten met kanker lag zijn er weer zoveel herinneringen omhoog gekomen en die kan ik gewoon niet kwijt. Ik weet ook niet of ik ze wel kwijt wil. Ik wil me er helemaal niet voor afsluiten, maar ze dringen zich weer zo op. Vorige week was ik voor controle in het ziekenhuis en in de wachtkamer hoor je het ene trieste gesprek na het andere. Ik kreeg het er Spaans benauwd van en wilde zo snel mogelijk bij die internist weg! En die maar blijven doorvragen of ik het wel beseft had wat voor onderzoeken er waren gedaan omdat ik zo ziek was. Ik kon hem nog wel vertellen dat ik alles bewust had meegemaakt, maar waaróm dit alles zo bewust voor mij gebeurde, kon ik niet over mijn lippen krijgen. Maar dan blijft alles maar weer in je kop malen en zit ik 's avonds weer te janken. Dan is het gemis weer zo brandend, je mist die troostende arm of een opbeurend woord. Maar ja Agnes, als hij er was geweest, had ik die rotstemming niet gehad want het een heeft met het ander te maken. Dan wordt er een week later een vriendin van me daar opgenomen en ja, ook met kanker en dan zakt die dip nog verder. Het beheerst mijn leven weer en dat wil ik niet, maar ik wil me er ook niet voor afsluiten. Je probeert iets uit te drukken, positief te zijn, en als het dan verkeerd wordt opgevat, voel je je nog verdrietiger. Je mist je partner als praatpaal en komt er zelf niet uit en blijft er mee zitten. Ik zit dus weer in die draaikolk, maar om met de Zeeuwen te spreken: "ik worstel en kom boven!" Ik mis dat schaatsen ook zo verschrikkelijk, ik kon daar best wel wat agressie in kwijt en voor mij heeft dat geholpen in de rouwverwerking. Soms heb ik de neiging om eens heel hard te gaan schreeuwen: gaat dit nou nooit over!?
Nee dus, maar ik probeer mijn melancholische stemmingen weer de vrolijke kant op te laten draaien, alhoewel je er ook niet vrolijk van wordt als er een cineast letterlijk monddood wordt gemaakt. Alweer de dood… Maar dan doet een mailtje van een lotgenote die uitkijkt naar onze enthousiaste en positieve brieven mij weer goed. Zo blijven we elkaar dus steunen en dat is toch ons uiteindelijke doel. Ik hoop dat we meer van die post krijgen.

Ik las, dat je meedeed aan een weekend over rouwverwerking. Helpt dat nou echt? Ik heb altijd het idee gehad dat je daar weer zoveel ellende tegenkomt, dat je er juist triester door wordt. Daarom vind ik de Draaikolk zo ideaal: als je er even genoeg van hebt, doe je die computer uit. Bovendien verwacht ik daar, bij zo'n weekend, eigenlijk veel meer oudere mensen. Maar misschien zie ik het helemaal verkeerd.

Ik heb ook mijn vluchtelingenhulp weer opgepakt. Niet meer het juridische werk helaas, het AZC gaat hier ook binnenkort sluiten, maar ik doe nu taalbegeleiding voor vluchtelingen die hun inburgeringexamen moeten doen. En dat is best pittig, je stuit op abstracte woorden die best moeilijk voor ze zijn. Die jij dan in eenvoudig Nederlands moet trachten te omschrijven. En zo kwamen we ook het woord tolerantie tegen. Wat is "verdragen"? zeggen ze dan, dus kom ik maar met voorbeelden en wat is het dan triest om te constateren dat een van de reden waarom die mensen zijn gevlucht hier ook niet meer geldt. Het sluipt er hier stiekem in, het begint al in het verkeer en in de winkels waar tolerantie ver te zoeken is. Ik schaamde me gewoon tegenover die mensen.

Inmiddels heeft de Sint hier in huis ook zijn intrede gedaan. Linde speelt alleen nog maar Sinterklaasliedjes af en staat zelf hard mee te galmen. Als peuterjuf kan ze er geen genoeg van krijgen. Jij viert het ook vast met Anne en Joost, dat is zo onder gelovigen pas echt genieten. Wij vieren het ook nog hoor, maar het gedicht moet het hoogtepunt zijn! En dan die kerstdagen…oh, wat wordt dat weer gezellig. Ik heb echt een hekel aan die poppenkast. Vreten op aarde, noem ik het altijd en dan die opmerkingen: "wel moeilijk hè, die kerstdagen, dan mis je hem toch wel." Ik mis hem verdomme altijd! Die mensen begrijpen er echt niets van! Zie je, nu word ik tóch nog kwaad. Hoe "vieren" jullie dat nou, vindt jij het wel gezellig?

Ik hoop dat het geen al te trieste brief is geworden. Ik heb trouwens een nieuwe computer gekocht, maar ik wacht nog steeds op mijn ADSL pakket. Ik neem aan dat mijn nieuwe speeltje mij dan wel weer wat afleiding zal bezorgen en mijn sombere gedachten zal verdringen en komt er hopelijk weer een korstje op die wond.
Ik wens je alle succes in je trimsalon en hoop dat je veel langharige klantjes zult krijgen.

Tot schrijfs, en "een poot" van

Wieneke


16 november 2004

"Ik bleef haar maar zoeken in alles en overal", door Balder Schilt

India

Het was nog maar een half jaar na de ramp... Toen ging ik naar India naar een spiritueel centrum ergens in het noorden. De kinderen brachten mij naar de trein in Assen en toen ik daar werd uitgezwaaid en hen zag verdwijnen, omdat ik verdween doordat die rot-trein echt ging rijden, moest ik vreselijk huilen en dat duurde echt tot Schiphol. Erg hoor, ga dat maar eens hebben in een trein. Ik snapte eigenlijk totaal niet wat ik ging doen. Hoewel het een ontroerende reis was en ik er in dankbaarheid op terugkijk, kan ik er misschien pas later wat over vertellen. Het belangrijkste was dat ik op een plek was waar we jaren tevoren samen zo gelukkig waren.
Iedere seconde alleen was een kwelling, bij elke voetstap voelde ik haar afwezigheid.
Er was veel liefde om mij heen, maar ik was er nog helemaal niet aan toe daar te zijn. En op de een of andere manier worstelde dat in mij, door die maand heen, en ik ging ook weer met gemengde gevoelens naar het lege huis terug.


Zweden

In de zomer van 1995 gingen Saskia en ik nog samen op vakantie naar Zweden. Wij hadden er nog geen idee van dat het onze laatste vakantie zou worden. Het was een heel fijne maand, ook al vonden we het jammer dat onze oudste zoon niet mee wilde. We gingen met ons busje waar we gezellig mee rondzwierven en dat we steeds ergens op een mooi plekje konden zetten om er te blijven. Een heel erg eenvoudige wijze van kamperen. Geen luxe camper of zo. Dat was niets voor ons. Op mijn verjaardag (ik werd 50) stonden we op een mooi plekje in een bos en daar kreeg ik zowaar een cadeautje. Het was een mooie windgong die Saskia in Groningen op de kop had laten tikken door onze kinderen. Die was mee dus. Hij klonk zo mooi en ik hing hem op aan een tak bij ons busje.

In de zomer van 1996 ging Saskia "zomaar even" in de vakantie dood, vlak voordat we weer naar Zweden zouden gaan. Het hele drama van het ontdekken van de tumor tot het doodgaan speelde zich af in één maand. Ik schreef er eerder een stukje over. Wonderlijk, maar ik bleef haar maar zoeken in alles en overal.

Zomer 1997 zou er in Zweden enkele lezingen over meditatie zijn en omdat ik me bij dat onderwerp thuis voel en de taal enigermate spreek, wilde ik er graag naar toe. Daar ging ik alleen. Hoewel, dat ging niet zomaar, hoor. Het busje was klaar en ingericht voor vertrek, maar ik wilde ook eigenlijk tegelijkertijd bij de jongens in de buurt blijven en bij het huis waar alles gebeurde...
Op een avond om negen uur belde mijn vader om te vragen of ik zou gaan. Ik zei, dat ik het nog steeds niet wist. "Ga maar wel", zei hij en waratje, ik stapte in en reed pardoes weg met heel gemengde gevoelens. Ik beloofde mezelf dat ik het niet hoefde en dat, als ik terug wilde, ik zo kon omdraaien.
Toch kwam ik aan bij de haven in Travemünde. Dat vond ik al heel wat en eigenlijk wel leuk. Het hele gedoe met die schepen en het gerommel van al die mensen vond ik wel boeiend. Ik kreeg een beetje gevoel voor mijn omgeving en dat was toch wel een jaar lang heel zwak geweest.
Op de boot genoot ik wel van de zee. Omdat ik jarenlang aan de kust ben opgegroeid, heb ik iets met de zee. Het gevoel van verte, gewassen worden en eindeloze mogelijkheden voelde zo heerlijk. Ik genoot van het gebrom van die motor, van de kracht ervan, de geur van het zilte water, de lichtschitteringen en de meeuwen die meegingen. Ik ging weer naar mijn geliefde noorden!
Gedurende de zeven uur durende oversteek begon er een enorme hoofdpijn op te komen. Ik voelde het als een enorme confrontatie. Die hoofdpijn werd op het laatst haast ondraaglijk erg van spanning. Toen we eindelijk aan land konden, ging ik direct naar het kantoortje om me van een spoedige terugreis te verzekeren. Ik gaf mezelf één week. Ik vond dat ik het zo lang toch een kans moest geven.
Zo begon de speurtocht als het ware. Overal waar we samen geweest waren, moest ik weer kijken en voelen alsof ik Saskia er zou kunnen vinden.
Weer moest ik naar die ene tak waar de windgong gehangen had. Die tak was er nog en ik streelde en knuffelde hem. Er was een plek waar Saskia een zelfgemaakte harembroek te drogen had gehangen en kwijt was geraakt. Daar moest ik zoeken, want daar was zeker nog iets van haar… Tevergeefs, en zo kwamen steeds hier en dan daar de tranen en knopen in mijn buik.

Intussen was ik begonnen aan wat skaten en overal deed ik op de rustplekken als het even kon die wieltjes aan de voeten en rolde zachtjes over de wereld. De lezingen waren in Göteborg, waar wij toen ook samen geweest waren. Alles snuffelde ik daar langs en ik zocht ook mensen op die we er ontmoet hadden.
Er gebeurde nog iets vreselijks. Ik werd midden in de nacht uit mijn busje gehaald door een stel Hells Angels die totaal hallucineerden vanwege drugs en drank en die mij voor een CIA-agent aanzagen... Ze bedreigden mij met de dood en gek genoeg kon het me niet zo heel veel schelen toen. Ik vond het idee van de manier waarop ik de aarde moest verlaten niet echt charmant, maar nou ja, was het eigenlijk erger dan wat Sas had moeten ondergaan? Mijn laconieke houding heeft hen ontwapend, vreemd genoeg. Ik had ook helemaal geen plaats voor die onzin. Jaren later kreeg ik er alsnog last van.

Die ene week was wel goed geregeld, want het was genoeg. Ik wilde naar huis en belde mijn zoons welke boot ik zou nemen. Voor het scheep gaan moest ik nog rondsnuffelen op de plek waar wij samen, precies op de dag af een jaar voor haar dood, nog gestaan hadden.
Toen ik in Duitsland weer aan wal kwam, stonden de beide jongens Alwin en Thorin mij daar op te wachten, omdat er zo snel mogelijk een knuffel moest. Wat heeft me dat oneindig ontroerd. Natuurlijk moesten we ook weer apart naar huis. Zij hebben er dus een hele dag aan besteed om mij daar op te vangen. De hele weg naar huis moest ik eigenlijk ieder ogenblik vreselijk huilen. De gevoelens waren van zo veel soorten. Verdriet, dankbaarheid, ontroering en zo...

Parijs

Na verloop van tijd ben ik toch weer een beetje op aarde geland en ik speel nu als een kind op mijn skates. Intussen heb ik schatten van vrienden en vriendinnen in die skatewereld en ik ben hen zo innig dankbaar voor hun bestaan en hun liefde.
Het was 2003. De vrijdag funskate groep Groningen gaat elk jaar wel een reisje maken en dat jaar stond Parijs op het programma. Ik ben er een van de ouderen en het is wonderlijk zo schattig als die jongeren mij overal bij betrekken. Zo hadden zij het idee opgevat dat ik toch vooral mee moest gaan. Zij maken mij altijd blij en vrolijk mee, want er gebeurt iets raars als ik op skates ben. Dan word ik gewoon helemaal vanzelf heel gelukkig. Wie kan dat uitleggen? Alleen rollend vind ik het al geweldig, maar als we dat stel zijn, dan is het helemaal feest.
De plannen waren om het laatste weekeinde van juli te gaan. Toen ze mij voorstelden mee te gaan, keek ik bedenkelijk en zei dat ik dacht dat ik dat niet zou kunnen doen, want ik heb sinds de dood van Saskia een slaapstoornis en het zou ook nog in dat weekeinde de herdenking van de sterfdag zijn. Ik zei hen, dat ik dacht dan niet vrolijk te kunnen zijn. "Dat geeft niet, want wij zijn toch bij je", zeiden ze!
Steeds weer vroegen ze mij om de reisorganisatie te bellen. Uiteindelijk deed ik dat dan en kreeg daar te horen dat zij mij allang geboekt hadden...Toen rolden er natuurlijk weer tranen.
Twee meisjes hadden me, zorgzaam als ze zijn, bij hen op de kamer ingeschreven, de schatten. Nou ja, en we gingen dus, ons groepje van ongeveer twaalf skaters. Gaandeweg door het land rijdend met die bus kwamen er steeds meer skaters bij tot de dubbeldekkerbus vol was.

Verhalen over hoe wonderlijk het is om met twintigduizend skaters op de vrijdagavond door de stad te rollen is haast niet te doen. Dat moet meegemaakt worden. Het hele weekeinde was een droom van rollen en gezelligheid en hartelijkheid en warmte. Ik ben het hele weekeinde blij geweest en voelde dat er toch al heel wat in me genas. Ik was de oudste van de groep, maar ik werd nooit moe. Zelfs op de terugweg, toen iedereen uitgevloerd hing, zat ik nog vol energie door het enorme genieten. Dat kan dus. Je kunt uiteindelijk ook weer heel erg genieten en blij zijn, samen met de diepe ontroering en de tranen. Die gevoelens hebben vriendschap gesloten en gaan hand in hand verder.

Balder Schilt, man, geboren op 16 juli 1945; partner Saskia stierf op 4 augustus 1996 aan kanker; twee volwassen zoons; woonplaats Gasselte, interesse: de geheimenissen van het leven; e-mailadres: balder.s@hetnet.nl


Rouwgedichten, gedichten over leven en dood, van Bert Vos

 

Weerberichten

De zon in zijn hart
Verdwijnt achter de wolken
Van donker verdriet
Door wat zij achterliet

Vage nevelflarden
Vervagen de gedachten
In zijn zware geest
En verwarren hem nog het meest

Draaikolkend veegt
De wervelende storm
Zijn hoop op een wilde hoop
Terwijl hij in een natte tranenregen loopt

En de kille kou verkilt
Zijn rillend hart
En verstijft het strak tot steen
Hij weet het nu: ik ben alleen

10 november 2004

*

Het lege huis

Het lege huis vult
alle hoeken van haar hart,
verkrampt haar zware geest

Ze ziet in de kamer weer de stoel
Waarin hij tot voor heel erg kort
Zijn avondkrant steeds zwijgend fronsend las

Ze ziet zijn sloffen voetenloos
En op de zware houten tafel
De door hem gemaakte kras

Ze dwaalt door de lege kamers
en hoort de holte van haar stap
vermengd met het kraken van de trap

Het brede bed breekt haar broze hart
en huilend ligt ze daar tot in de nacht
terwijl ze in gedachten en ook een sprankje hoop
vergeefs op zijn thuiskomst wacht

De plek naast haar blijft leeg en koud
Terwijl ze naar zijn warmte smacht

Maar een vroege vogel zingt haar toe
Terwijl de zon haar hoopvol wenkt
En haar haar eerste stralen schenkt.

10 november 2004


12 november 2004

Boekbespreking: "Krassen op je ziel, de kunst van het afscheid nemen"

Creatief rouwen door meditatie: voor wie daarvoor open staat

Deze Amerikaanse klinisch psychiater wil met zijn boek de lezer de techniek van het 'creatief rouwen' bijbrengen, een volgens hem waardevolle vaardigheid die levenslang van pas kan komen: "het afscheid kunnen nemen van iets of iemand met grote betekenis om vervolgens aan dit verlies een rijker gevoel over te kunnen houden."

Het boek begint met een eigen ervaring. Tijdens een zwempartij samen met zijn vrouw in de Caribische Zee in Mexico werden zij beiden plotsklaps gegrepen door een sterke stroming. Gelukkig had hij de tegenwoordigheid van geest om zijn hevig spartelende vrouw een eind verderop toe te schreeuwen dat ze zich vooral niet moest verzetten tegen de stroming, maar dat ze zich moest laten meedrijven en zo kwamen ze uiteindelijk weer bij elkaar. Toen het tij na enkele minuten weer keerde, konden ze langzaam terugzwemmen naar de kust. Samuels maakt vervolgens een vergelijking met pijn die de mens van nature probeert te ontwijken:

"Maar hoe sterker we ons verzetten tegen het onvermijdelijke gegeven van het verlies, hoe meer we er onder lijden. Als we ons verzetten tegen de sterke stroming, kan chronische depressie het gevolg zijn. Liefdevolle overgave aan de pijn voert ons naar innerlijke vrede.
Onze tranen zijn een zachte balsem.We kunnen huilen zolang als nodig is. Misschien zijn we bang nooit meer op te houden met huilen, maar eerlijke afscheidstranen hebben als elke andere emotie een begin en een einde. Wanneer we de plek waar de pijn lijkt te zitten (meestal de borst, ogen of keel) lucht geven, lijkt de pijn eerst te verergeren, maar het werkt bevrijdend. Het is nu misschien moeilijk te geloven, maar oprecht verdriet schenkt ons ten slotte innerlijke vrede."

Kort gezegd komt creatief rouwen erop neer dat je je voorstelt dat jouw dierbare voor je staat en dat je vervolgens alle positieve en negatieve eigenschappen van die persoon benoemt en er vervolgens afscheid van neemt. Door het toepassen van bepaalde ademhalingstechnieken kun je je diens positieve eigenschappen vervolgens eigen maken. En dat schept volgens de auteur weer ruimte in jezelf voor een rijpere, creatievere en avontuurlijker persoonlijkheid. Het verrijkt je leven met vijf nieuwe innerlijke krachtbronnen: kunnen leven met vergankelijkheid; uitdagingen beter het hoofd kunnen bieden; grotere wijsheid; grotere volwassenheid en makkelijker nieuwe relaties kunnen aangaan.

Uitgangspunt van het boek is een schema dat "de ware jij" moet voorstellen. Om de kern, de ziel en het hogere zelf, zijn in ronde cirkels van binnen naar buiten de andere delen van 'de ware jij' getekend: zuivere innerlijke zelf, innerlijke zelf, uiterlijke zelf, buitenwereld en universele energie. Samuels probeert vervolgens uit te leggen hoe het ene deel van jezelf zich verhoudt tot het andere deel.
Hoe je in het leven staat en hoe je over jezelf denkt bijvoorbeeld, wordt mede bepaald door je kinderjaren. Bij een ingrijpend verlies wordt je bewust of onbewust herinnerd aan vermaningen uit het verleden, zoals: 'je mag niet huilen', 'mannen huilen niet' en 'je moet sterk zijn'. Je kunt daar heel liefdevol op reageren en de pijn van je (innerlijke) zelf verzachten, maar je kunt ook hardvochtig en kritisch zijn en je (innerlijke) zelf beschaamd maken voor zijn kwetsbaarheid. Dit boek wil juist het liefhebbende vermogen van je (uiterlijke) zelf versterken.

Naast technieken als meditatie, visualisatie en ademhalingsoefeningen worden ook andere manieren besproken om verdriet te boven te komen, zoals: goed voor het lichaam te zorgen, een evenwichtig dieet te volgen, minder hooi op de vork te nemen, voldoende nachtrust te nemen, regelmatig lichamelijke oefeningen te doen zonder te forceren enz.

Omdat ik maar niet echt geboeid kon raken door dit boek, heb ik het nog eens herlezen. Maar de hoofdstukken zijn me wat al te fragmentarisch en oppervlakkig. Het lijkt wel alsof er - hap snap - een aantal onderwerpen op een hoop zijn gegooid om er vervolgens een boek van te kunnen maken.Ik mis een nadere, meer begrijpelijker uitwerking. En dat lijkt me nu juist een eerste vereiste, met name voor mensen die volop in de rouw zijn.

Het boek is door Samuels opgedragen aan zijn vrouw die 'vier dagen eerder" is overleden. In deze opdracht denkt hij terug aan haar en aan alles wat hij in haar mist. Hier past hij wél op een duidelijke manier zijn techniek van het creatief rouwen toe. Daar spreekt warmte en gevoel uit, wat ik in de rest van het boek heb gemist. Het zou mij dan ook niet verbazen als zijn vrouw pas ná het gereedkomen van zijn boek is overleden. Heel cru gezegd, lijkt het erop dat hij tijdens het schrijven van dit boek nog theoreticus was maar na afloop helaas zelf plotsklaps ervaringsdeskundige is geworden.
Geen geschikt boek lijkt me voor iemand wiens partner nog maar net is overleden, maar mogelijk wel voor iemand die wat verder is en (wat meer) open staat voor de wereld van meditatie.

"Krassen op je ziel, De kunst van het afscheid nemen" - Arthur Samuels; Uitg. BZZTôH, 's Gravenhage 2004; ISBN 90-453-0245-4, 159 blz.

Monique Vos


13 november 2004

Het nieuwe huis, óns nieuwe huis… door Mirjana van Zeijderveld *)

Eindelijk! We hebben na anderhalf jaar intensief slopen, restaureren, opbouwen een huis dat weer écht op een huis lijkt. De kroon op ons werk kwam voor mij gisteren: centrale verwarming. Oké, we slapen vast nog wel een paar maanden in de woonkamer, maar al lagen we op de grond: CV is toch wel een enorme luxe! Nu gaan Bas en ik het een stukje rustiger aan doen met het huis, en het huis met ons, denk ik zo.

Ik betrap mezelf op gedachten aan Elout als ik zo rondkijk in de woning. Zaandijk, waar ik tien gelukkige jaren heb gekend, is niet langer mijn thuis, dat is nu Wormerveer. Toch zeg ik soms 'ons nieuwe huis', want echt gewend ben ik nog niet. Een belangrijke reden ligt in het feit, dat veel van mijn en van Bas z'n spullen nog in verhuisdozen zitten. We hebben deze spullen maanden in de schuur bewaard, want er moest binnen ruimte zijn om te verbouwen. Voor Bas was dit geen groot probleem, maar ik werd opeens zo onrustig en wist: ik wil mijn eigen spulletjes om me heen, mijn huis inrichten, écht thuis komen en herkennen waar ik hoor.

Een mooi aandenken van wat was

Zo ligt er een mooie foto van Elout te wachten op een plekje aan de muur. Waarschijnlijk komt deze foto te hangen naast een foto van Bas z'n vader, die ook niet meer leeft. Twee mensen die veel voor ons hebben betekend en die we niet, die we nooit meer kunnen vragen om raad, om een mening, om gezelschap. Dat doet pijn. Zeker als je zo bewust aan een toekomst werkt zoals wij, met samenwonen, een huis verbouwen, plannen maken. We hebben het op stille momenten over dit diepe verdriet. Een foto om af en toe eens naar te kijken, een kaarsje bij aan te steken. Een mooi aandenken van wat was.

Plots stond hij daar en straalde pure liefde uit

Zo is het ook opvallend hoe vaak ik Elout's aanwezigheid heb gevoeld in het Wormerveerse huis. Bij kleine en grote klussen en veelal als ik alleen in stilte aan het werk was, had ik de sensatie dat Elout toekeek, genoot van mijn groeiende kennis op het gebied van Zaanse huizen, mijn geklungel met wéér een plank of zware plaat.
Op de avond voor onze intrek in het huis, toen de stilte en de grootsheid van afscheid nemen en opnieuw beginnen me overvielen en ik huilend midden in een stoffige woonkamer zat, stond hij daar. Mijn Elout keek vanuit de gang naar de kamer, naar mij, en straalde pure liefde uit. Hoe leg je dit uit? Ik 'zag' hem, zag zijn energie, één en al liefde en waardering voor wie ik was, wat ik deed en de stappen die ik op het punt stond te nemen. Heel overweldigend en concreet voor mij.

Zo is er een mand…

Nu rest mij alleen nog het leeghalen van de vliering in het oude huisje. Ik weet wat er allemaal aan herinneringen ligt opgeslagen in dozen. Ik heb het keurig uitgezocht, maar voel een enorme weerstand. Aan de ene kant, omdat ik opstandig ben en weet hoe zeer het zal doen om ook die laatste persoonlijke binding met het huis los te maken. Aan de andere kant, omdat ik nog niet goed weet hoe ik zelf fysieke herinneringen een plek wil geven in het stulpje van Bas en mij. Zo is er een mand, een grote rieten mand, met alle rouwkaarten, rouwlinten, een rouwboek en dagboek. Die mand gaat meeverhuizen en zal een plek krijgen, totdat het ook goed is 'zonder.' Als het ooit goed is zonder.

Ik kom elke dag thuis, in een (nu verwarmd!) huis en bij een lieve partner. Ik heb drie families, wat een luxe en wat ben ik rijk! Die families zijn onlosmakelijk met mij verbonden. Ik vraag me soms stilletjes af of ik ook Elout heb meegenomen, of dat hij gewoon is meegegaan. Hoe dan ook. Ik mag misschien nog niet goed weten hoe ik het ga aanpakken met al die spullen, maar er zal altijd een plekje voor Elout zijn. Niet alleen simpel in huis of aan de muur, maar ook simpelweg in mijn hart.

*) Mirjana van Zeijderveld, vrouw, geboren 20 oktober 1974; verloor partner Elout (26) door een auto-ongeluk op 22 februari 2001; geen kinderen; e-mailadres: mirjanaz@zonnet.nl



15 november 2004

Winterslaap, door Agnes Ostendorf

Het is weer zover. De "feest"dagen, waar ik me vroeger zo op verheugde, komen er weer aan. Het allerliefste zou ik een gigantische winterslaap willen doen. Gewoon vanaf nu tot en met half januari onder de wol. Maar ja, het is onmogelijk. Ik moet inpakken, m'n huis is verkocht. Ik ga verhuizen en die zogenaamde feestdagen moeten "gevierd" worden: 21 november (de verjaardag van Cees), Sinterklaas, kerstmis en daarna oud en nieuw.

Zijn verjaardag zal wel lukken. Familie en vrienden sturen een lieve kaart of bellen me op. De schoonfamilie en een aantal vrienden van toen zijn uit beeld verdwenen en m'n nieuwe vrienden heb ik het nooit verteld.

Maar Sinterklaas, daar kan ik niet om heen. Alle binnenkomende reclamefolders van speelgoedgiganten worden door m'n kleinkinderen uitgebreid bestudeerd. Anne kan inmiddels lezen en schrijven en maakt dan ook verlanglijstjes voor zichzelf én voor haar kleine broertje. Sinterklaasliedjes worden op de piano ingestudeerd. Wat zou Cees daarvan hebben genoten! Hij was immers ook de enige echte praktiserende Sint in ons dorp. Voor mij is Sinterklaas onlosmakelijk met Cees verbonden.

Daarna komt voor mij het grootste struikelblok. Kerst! Ik moet twee hele dagen door zien te komen. Één dag zal wel lukken, maar die tweede. Waarschijnlijk "vier" ik ze op mijn nieuwe adres. Hoe dat er uit komt te zien? Ik weet het niet. Zou ik tijd en energie genoeg hebben om toch nog een boom te versieren of zit ik midden tussen de verhuisdozen?

Oud en nieuw werd samen met vrienden in stijl doorgebracht. De oliebollen en appelflappen werden door Cees gebakken, de hapjes werden door vrienden verzorgd en iedereen nam ook iets lekkers (al of niet alcoholhoudend) te drinken mee. 's Avonds kwamen de spelletjes op tafel. Risk, monopolie, triviant etc. en we gingen vaak door tot in de kleine uurtjes. Om 24.00 uur naar buiten, de buren een gelukkig nieuwjaar wensen en genieten van vuurwerk dat door anderen bekostigd en afgestoken werd. Ook dat was de afgelopen zes keer zo anders en hoe dat er straks uit komt te zien? Geen idee!

Zo'n winterslaap. Ik zou wel willen. Al die feestdagen kunnen mij gestolen worden.

Agnes Ostendorf, vrouw, geboren 5 juli 1950, partner Cees (51) op 9 december 1998 overleden aan Non-Hodgkin's; een volwassen dochter. Partner Andries (59), na op 22 augustus 2000 te zijn gaan samenwonen, op 7 april 2003 overleden aan alvleesklierkanker; e-mailadres: a.ostendorf@quicknet.nl


20 november 2004

Heb ik alles een plekje gegeven? door Sabine Janssen

Vorige week ging ik - als zo vaak - even naar de Draaikolk. Even kijken of er nog brieven van lotgenoten binnen waren gekomen of misschien wel een nieuw geplaatst verhaal.
Als er geen ingezonden verhalen of brieven zijn, dan ga ik naar het archief. Ik zoek een verhaal bij hoe ik mij voel en als ik dan de computer uitschakel, is er weer ruimte gekomen en voelt dat, wat ik te dragen heb gekregen, iets lichter.
Het doet goed om de tijd ervoor te nemen om de verhalen door te lezen. Vaak geeft het herkenning. Dan zit je achter de computer al lezende steeds met je hoofd te knikken: 'dat heb ik ook, dat maak ik ook mee, jee, ik ben dus niet de enige'. Of de tranen lopen weer over je wangen, want het verdriet en de emotie die beschreven wordt, raakt je enorm.

Hans is vorig jaar Oudejaarsdag overleden. Vanaf half januari heb ik de Draaikolk 'gevonden' en de namen, verhalen en brieven van lotgenoten die toen hebben geschreven zijn mij bij gebleven. Als ik nu een ingezonden verhaal of brief lees van een lotgenoot van "mijn tijd", dan ben ik helemaal geïnteresseerd: hoe is het hen vergaan in de periode van januari t/m nu, november? Al lezende, vergelijk ik dat met mijn eigen ervaringen en voel ik me niet meer zo alleen in het verwerken van het verdriet om Hans.

Zo kwam ik vorige week op jullie site en las als eerste Bert's hoofdredactionele stukje. Ik heb het een paar keer doorgelezen en telkens viel mij die ene zin op: 'Betekent het feit dat we in oktober - relatief gezien - weinig reacties en nieuwe bijdragen van lotgenoten hebben gekregen, dat iedereen tevreden is, dat alle verhalen zijn geschreven, alle gevoelens een eigen plek hebben gekregen?'
Ik wou meteen reageren, maar nam toch de tijd er voor. Ik ben aan het nadenken geweest. Heb ik nu alle verhalen verteld? Hebben mijn gevoelens een eigen plek gekregen? Ik moest voor mezelf duidelijk maken waarom ik nu niet meer zo gemakkelijk alles op papier kan zetten. In het begin zette ik de vingers op het toetsenbord en dan stroomde alles er zo uit.

Het voelde als zwemmen in een grote oceaan, zonder land, zonder reddingsboei.

Na het overlijden van Hans was ik zoveel kwijt. Als allerbelangrijkste natuurlijk mijn man, mijn maatje, de vader van mijn kinderen, degene die mij zo vertrouwd was, waar ik nog altijd zoveel van hou. Na het overlijden probeer je stukje bij beetje je leven weer op te pakken. Dóórleven las ik laatst. De woorden troffen mij: je moet dóór, je moet leven, je moet dus dóórleven. Ik moest mijn leven weer helemaal opnieuw inrichten. Het voelde als zwemmen in een grote oceaan, zonder land, zonder reddingsboei. Het verdriet was elke dag zo prominent aanwezig.
Voordat Hans ziek werd, hadden we onze eigen taken, door de week en in het weekend. Dingen die we alleen of met zijn tweeën deden, of samen met de kinderen. Er moest weer een bepaalde routine in mijn bezigheden komen. De taken die overgenomen waren door familie en vrienden werden langzaam afgebouwd. Steeds weer iets meer zelf doen. De kinderen hebben ook taken van Hans overgenomen. Eerst moest je er steeds naar vragen. Nu merk ik, dat het al gedaan is als ik er aan denk het hen te vragen!
Je moet leren om alleen op dingen af te stappen: alleen de wekelijkse boodschappen doen; alleen naar een verjaardag; naar een gesprek met de mentor van de school van de kinderen; naar de garage als er iets met de auto is.
Dan ben je ruim een half jaar verder en merk je dat je weer veel dingen doet waar je niet meer over na hoeft te denken, want je hebt ze in de afgelopen tijd al vaker alleen gedaan.

Weer meedoen aan het 'normale' leven.

De vakantietijd is geweest en je realiseert je dat het kan. Dat de vakantietijd niet een aaneengesloten periode van verdriet is geweest, maar dat je ook weer kon genieten van de zon die schijnt, van een eindje fietsen, van een mooie wandeling of gewoon in de tuin zitten met een boek en een grote pot thee. Dat het verdriet het genieten niet in de weg staat en andersom ook niet.
Na de vakantie gingen de kinderen weer naar school en zo langzamerhand kon ik ook mijn werk weer beter oppakken. Ik kon me beter concentreren (boekhouder, cijfers dus), haalde niet alles meer door elkaar en wist weer waar ik mee bezig was. In het eerste gedeelte van het jaar had ik veel zaken doorgeschoven, dus die lagen nu op mij te wachten. Ik merkte ook dat ik weer geïnteresseerd raakte in wat andere mensen meemaakten.
Ik hoorde dat dan via-via, want vaak vertelden ze het niet aan mij, want ik had toch al genoeg aan mezelf, of ze vonden dat van hen zo onbelangrijk bij wat ik had meegemaakt. Ik wou juist graag weten van andermans verdriet(jes), zorgen en ook leuke gebeurtenissen, grappige voorvallen. Weer meedoen aan het 'normale' leven. Betrokken worden bij de gewone dingen van het leven, de mooie en gelukkige momenten, maar ook de moeilijke en verdrietige die elk van ons kunnen overkomen.
Maar wat ik ook belangrijk vind is dat Hans genoemd kan worden. Dat ik in welk gesprek dan ook, toch over Hans kan blijven praten. Dat samenspel van luisteren naar elkaar. Ik heb een hele tijd mijn eigen nieuwe weg gezocht en wil nu toch wel graag deel uitmaken van de groep om mij heen.

"Van harte beterschap met je verdriet!"

Heb ik nu alle verhalen verteld? Heb ik alles een plekje gegeven?
Mijn gevoel zegt me nog steeds van niet. Ik wil nog steeds veel vertellen. Het verdriet komt nog steeds op de meest onverwachte momenten naar boven. Vooral nu, in deze tijd.
Het moment dat Hans steeds zieker werd is vanaf begin november een jaar geleden. Elke dag heeft zijn eigen herinneringen en bijbehorende emoties. Het gemis van Hans drukt erg zwaar. Het is net of ik nu zijn hele ziekteperiode aan het verwerken ben. Vorig jaar gebeurde er zoveel. Er was zoveel spanning en verdriet en je ging zo over grenzen heen. Toen kon ik niets verwerken. Dat komt, denk ik, nu allemaal. Ik probeer het te accepteren, stap voor stap er doorheen te gaan, en de ene dag gaat dat beter dan de andere dag. Ik wil de dagen die zwaar en verdrietig zijn over me heen laten komen. Dat daarvoor begrip is. Als ik dit van mijn omgeving krijg, dan kan ik ook weer teruggeven.

Ik las laatst een stukje over de theatervoorstellingen van Hetty Heyting die ze weer heeft opgepakt na het overlijden van haar partner. Na een van die voorstellingen had een klein meisje haar een briefje in de handen gedrukt en daarop stond geschreven: "van harte beterschap met je verdriet!"

Mooier kun je het, denk ik, niet zeggen.

Lieve groeten,

Sabine Janssen-Davina, vrouw, geboren 16 maart 1959; partner Hans (51) is op 31 december 2003 overleden aan slokdarmkanker met uitzaaiingen naar de lever; een thuiswonende dochter en zoon; e-mailadres: janssen.davina@hccnet.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren