Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Alle teksten uit de edities juni en juli 2004
Hoofdredactioneel
De zomer tegemoet, maar hoe doen we dat?
De lente en zomer zijn de heldere seizoenen. Maar ik kan me voorstellen dat er lotgenoten zijn, die daar anders over denken en het juist in deze lente- en zomermaanden extra moeilijk hebben omdat het juist de tijd is dat hun partner overleed, misschien ernstig ziek werd. De tijd dat je, als je alleen bent, moet besluiten of en hoe en met wie je vakantie gaat houden. En als je als man of vrouw die net de partner heeft verloren met nog thuiswonende kinderen zit, gaat zo'n probleem dubbel spelen. Als je alleen bent kun je nog beslissen om gewoon thuis te blijven. Maar met kinderen die van hun vriendjes en vriendinnetjes op school alvast enthousiaste verhalen over hun komende vakantie hebben gehoord? Je weet dat je iets moet doen om aan de verwachtingen van je kinderen tegemoet te komen ook al zullen ze misschien begrijpen dat de situatie zonder papa of mama anders is geworden, dat het geen vakantie zal zijn als anders. Praten helpt altijd, vooral als de kinderen op een leeftijd zijn gekomen dat je dit soort moeilijke dingen goed uit kunt leggen. Maak ze altijd deelgenoot van wat jij een probleem vindt. En probeer misschien, als dat binnen de mogelijkheden ligt, hen zelf te laten kiezen uit allerlei door jou van te voren zorgvuldig bedachte opties. En huilen mag. Alleen, maar ook samen met je kinderen. Want het is allemaal niet niks als je pas alleen bent zonder je partner om samen mee te beslissen.
Maar ook lotgenoten
voor wie het al weer jaren geleden is dat ze alleen kwamen te
staan, blijft de vakantietijd vaak een moeilijke periode. Hoeveel
herinneringen komen er dan niet ineens weer boven drijven? Honderden
mooie momenten van toen gaan misschien een dwingende rol spelen
in de keuze van je vakantiebestemming. Ik heb dat zelf ook ettelijke
keren meegemaakt en soms pakt zo'n keuze, gebaseerd op een mooie
herinnering goed uit, soms is juist het tegendeel het geval.
Bedenk altijd dat je herinneringen niet over kunt doen. Ook dát
heb ik geprobeerd, soms tegen beter weten in. Zelfs nu ik opnieuw
ben getrouwd mijd ik nog steevast de vooral Franse plekken die
teveel herinneren aan een erg fijne tijd in mijn vorige leven.
Monique heeft dat ook, maar vindt de plekken die ik dan samen
met haar bezoek weer fijn omdat juist zíj er geen herinneringen
heeft liggen.
Eén dezer dagen beginnen wij aan een vakantie van twee
weken die voor haar en mij totaal afwijkt van wat we samen of
met onze overleden partner gewend waren. Zeker weten dat ook die
vakantie niet zonder een huilbui voorbij zal gaan. Is dat erg?
Ben je gek!
Voor lotgenoten die gewend waren dat de partner alles regelde is het ook behoorlijk wennen. Hoe deed zij dat ook al weer? Die vraag heb ik me in de jaren na het overlijden van Janny vaak gesteld. Mannen weten weliswaar redelijk hoe ze met een caravan, tent of vouwwagen om moeten gaan, maar kleren inpakken en alles wat je op een vakantie nodig zou kunnen hebben, is vaak het domein van de vrouw. Zoals mijn vrouwelijke lotgenoten, die gewend waren te kamperen met vouwwagen, tent of caravan zich nu in de technische kant moeten verdiepen. Gelukkig krijgen we vaak hulp van familie, vrienden of goede kennissen, zoals de buren. En op zo'n moment besef je ook ineens dat wat je ooit hebt gegeven je vaak weer een keer terug krijgt.
De lente en de zomer (en in mindere mate de herfst) zijn voor mij altijd de mooie seizoenen geweest. Ook al valt Janny's en mijn verjaardag en onze trouwdag er in en nu natuurlijk ook de verjaardag van Monique's man Eric. Maar toch. Het zijn de enige seizoenen dat noch Janny, noch ik in het ziekenhuis hebben gelegen. En dat telt ook. Wat zeg ik: het telt tegenwoordig dubbel bij mij
Monique en ik hopen dat de komende maanden voor jullie allemaal -ondanks alles wat je hebt meegemaakt en misschien nog mee maakt - toch heldere maanden zullen zijn. Met op z'n minst wat zonnestraaltjes zo nu en dan, maar als het even kan met een warme zon vol helder stralend licht. Licht waarin je je, ondanks je verdriet misschien toch even kunt koesteren. Het zij jullie allemaal van harte gegund.
mei-juni 2004
Bert Vos
Hoofdredacteur
De Draaikolk
Heb jij dat
nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 1 - Agnes Ostendorf:
1 juni 2004
Dag Wieneke,
Leuk dat jij
het estafettestokje van Sjef over neemt. Ik hoop dat onze "schrijfrelatie"
langer meegaat dan m'n vorige
Natuurlijk weet je al dat
schrijven over wat me bezighoudt, hoe ik de dingen ervaar en hoe
ik er mee om ga, bij mij helend werkt. De Draaikolk is voor jou
ook al een oude bekende. Ongetwijfeld zullen wij veel dingen hetzelfde
ervaren, we hebben immers beide ongeveer dezelfde leeftijd, beide
uit de kleine kinderen en veel bezigheden buitenshuis hebbende.
Ik ben benieuwd welke "verschillen" en welke "overeenkomsten"
er boven komen drijven. Één groot verschil heb ik
al te pakken, jij bent stukken sportiever dan ik. Knap hoor!
De titel "Heb jij dat nou ook" past dan ook uitstekend
boven onze briefwisseling.
Maar goed Wieneke, "heb jij dat nou ook?" wel weer leuke dingen willen ondernemen, maar als het moment van actie is aangebroken, je er weinig zin in hebben? Achteraf valt alles natuurlijk reuze mee. Een heel enkele keer heb ik dan zelfs echt plezier gehad en voel me daar dan weer schuldig over. Zo ook het afgelopen Hemelvaartweekend.
Zoals je misschien weet heb ik een piepklein caravannetje (Rapido) en ben ook lid van de Rapidoclub. Deze club heeft 2 x per jaar een kampeerweekend. Het allereerste weekend was Andries wel al ziek, maar ging hij toch mee. Het weekend Hemelvaart 2003 was Andries net een paar weken daarvoor overleden en mijn dochter Maaike en Anne en Joost (kleinkinderen) zijn toen meegegaan. De weekends daarna heb ik mijn vriendin Wilma geronseld. De weekends waren natuurlijk gezellig en fijn, maar toch Ik bleef Andries missen.
Dit Hemelvaartweekend
voelde het voor de eerste keer anders. Mijn vriendin kwam een
dagje later en ging een dagje eerder weg, waardoor ik soms toch
wel alleen in mijn caravan huisde. De laatste avond van dat weekend
heb ik samen met een flink aantal Rapido-caravanner-kampeerders
gezamenlijk een zgn. restjesmaaltijd gehouden. Iedereen kookte
de restjes uit de koelkast op en ook werden alle restjes wijn
(en sterker!), bier en fris aangesleept. We zaten met z'n allen
onder een groot tentzeil en toen het wat kouder werd, werden er
warme kruiken, kaarsen, vuurpot en dekens aangesleept. Iedereen
zorgde voor elkaar. Het was gezellig. Beregezellig! Ik heb toen
voor de eerste keer sinds héle lange tijd weer eens echt
genoten van alles wat er om me heen gebeurde. Later, toen het
echt te koud werd om nog buiten te zijn en iedereen weer in eigen
caravan zat, kwam bij mij de klap. Ik voelde me schuldig. Schuldig
omdat ik weer echt plezier had gehad. Stom, stom, stom. Ik weet
het. Maar ja, zo voelt het nou eenmaal en gevoel heeft geen knop
die je om kunt draaien.
Om nou een lang verhaal kort te maken. "Heb jij dat nou ook?"
Je schuldig voelen als je weer ongecompliceerd geniet van de dingen
om je heen? Of ben ik daar de enige in. Hoe ervaar jij dat, hoe
doe jij dat? Misschien heb jij daar zelfs wel helemaal geen last
van? Misschien zijn er meer die dat wel hebben? Ik ben benieuwd.
Ach en mijn
verhuisplannen. Ze komen dichterbij. Maaike's huis is vorige week
verkocht en zij komt samen met man en kindertjes voor 3 maanden
bij mij inwonen. Mijn huis moet trouwens nog wel verkocht worden.
Ook dat zal moeilijk (of makkelijk?) zijn. Weer dat gevoel hé,
ik heb daar toch samengewoond met twee mannen waar ik vreselijk
veel van heb gehouden.
Het bijzondere aan dit huis is, dat het voor een deel verbouwd
is door Cees en Andries samen. Zij waren immers vrienden van elkaar
en hebben dan ook veel samen geklust. Er werden houten vloeren
gelegd, plafonds getimmerd, muren gemetseld in- en om het huis
en prachtige tuinen aangelegd. Maar goed, ik weet zeker dat ze
m'n plannen om te verkassen absoluut toejuichen. Hoe dat allemaal
afloopt laat ik je ongetwijfeld weten.
Ik las in je "levensverhaal" dat je van plan bent om op vakantie te gaan naar Vietnam. Vanwaar die interesse voor Vietnam? Komt dat door je werk voor Vluchtelingenwerk? Hoe ziet je reisplan er dan uit? Wil je daar alleen naar toe of samen met een groep? Trouwens hartstikke goed dat je asielzoekers begeleid bij hun juridische procedures. Cees en ik hebben jarenlang als vrijwilligers voor Amnesty gewerkt. Cees als o.a. Midden-Oostenspecialist en ik in een werk/adoptie-groep en later in een regiogroep. Dat werk gaf ons veel voldoening. Maar na 8 jaar zijn we er mee gestopt, het werd toch wel wat veel naast studie en betaalde banen. Als ik terug denk aan die tijd, we waren nooit moe! Cees en ik konden eindeloos doorgaan, de agenda's waren altijd volgepland. En nu? Ik beperk me nu tot het 2 dagen in de week hondentrimmen, een beetje tuinieren, zo nu en dan oppassen en toch ben ik vaak vreselijk moe en niet vooruit te branden. Maar ja rouwen is niet voor niets een werkwoord. Rouwen is werken!! En ik ben daar nog steeds mee bezig.
Ook las ik dat je schrijft in "blessuretijd". Voorzichtig doen hoor! Als ik lees hoe sportief jij bent, ben je nog lang niet aan cryptogrammen, kruiswoordpuzzeltjes of doorlopertjes toe
Wel Wieneke, ik wil het voor de eerste brief hier bij laten, maar volgens mij hebben wij genoeg stof om over te schrijven.
Tot schrijfs en groeten van Agnes
***
Brief 2 - Wieneke van Rossum:
12 juni 2004
Hoi Agnes,
Eigenlijk zou ik moeten gaan strijken, maar ik heb er meer zin om jouw brief te gaan beantwoorden. Vier maanden lang heeft mijn schoonmoeder, in verband met mijn gebroken schouder, voor mij gestreken, maar die zit nu zelf in de lappenmand. Lief hè, maar nu zal ik zelf aan de bak moeten! Voor mij is het ook een helende factor, je schrijft iets van je af en het lucht op. Er zijn ook heel wat epistels in de prullenbak verdwenen, maar mijn verhaal was ik tenminste kwijt! En helemaal nu, nu we onze "praatpalen" missen, is het een uitkomst. "Overeenkomsten" zijn er zeker tussen ons, maar "verschillen" zijn er ook zeker, dat kan het juist erg afwisselend maken, denk ik. Ach, dat sportieve. Ik denk dat dit deels mijn opvoeding is geweest, mijn ouders waren zeer sportief, en deels ook een onrust in mij. Ik moet gewoon bezig zijn en actie hebben, maar daarentegen kan ik ook heerlijk rustig een boek zitten lezen. Maar een strandvakantie is niet aan mij besteed. Zand om op te liggen haat ik, dat mogen ze van mij asfalteren, maar het strand om uren lang op te wandelen, daar kan ik van genieten!
Nu even "back
to the point": " heb jij dat nou ook?" Nee, ik
voel me juist niet schuldig als ik weer geniet van de dingen om
me heen. Ik heb dat eigenlijk nooit gehad, omdat ik weet dat Frits
net zo zou genieten en het verschrikkelijk zou vinden als ik dat
niet meer zou doen. Een week na zijn overlijden zat ik bij vrienden
in Friesland en heb eerlijk gezegd genoten. Van de liefde en warmte
om mij heen, de omgeving leidde mij af. Dat wil niet zeggen dat
ik er niet meer aan dacht. Frits beheerste mijn gedachten, maar
als ik weg van huis was werd het minder. Zo ben ik drie maanden
later met Linde (mijn jongste dochter) naar Gambia gegaan, met
mijn andere dochter Karin naar Brussel en later naar New York.
In New York waren we bij familie en daar pas kon ik Frits wat
loslaten, omdat ik door andere dingen afgeleid werd. Bovendien
was het een half jaar na 9/11 en als je dan de hekken rond Ground
Zero ziet met posters erop van vermist en "where are you?"
dan besef je dat je niet de enige bent die zijn geliefde heeft
verloren. Thuis sloeg de wanhoop dan natuurlijk weer toe.
Eigenlijk was ik constant op pad: Hannover bij vrienden, Ameland,
Zuid-Limburg, Turkije. Pas een jaar later realiseerde ik me dat
het ook vluchten is geweest. Door een andere omgeving te zoeken
werden mijn gedachten niet constant door Frits beheerst. Maar
schuldig heb ik me nooit gevoeld, we waren alle twee globetrotters.
Ik dacht wel telkens: wat zou hij hier ook van genoten hebben,
wat verschrikkelijk dat hij dit nooit meer kan zien of van kan
genieten
Terwijl ik dit typ schieten de tranen me weer in
de ogen, omdat hij de wereld, waar hij zo van genoot, moest verlaten.
De afgelopen feestdagen was ik ook weer op Ameland en in Hannover
en van daaruit zijn we weer naar Berlijn geweest. Ook die stad,
die zo veranderd is, zal hij nooit meer zien.
Geniet alsjeblieft Agnes, ik denk dat Cees en Andries niet anders
gewild hadden. Ik denk bij heel veel dingen die ik doe: ik kan
wel zielig lopen doen of mij schuldig voelen, maar daarmee krijg
ik toch mijn geliefde niet terug. Als dat wél kon, deed
ik het gelijk!
Ik begrijp dat je met Maaike en haar gezin samen een huis hebt gekocht. Moet dat nog gebouwd worden? Wel een heel gedoe hoor, dat verhuizen, maar wel heel gezellig als er weer iemand in huis is. Zonder kinderen was mijn rouwverwerking denk ik ook heel anders geweest. Ze geven afleiding, houden je op de been, maar geven toch ook weer zorgen die je niet meer met je partner kunt delen. Maar dat er nog iemand thuis is scheelt een hele hoop.
Waarom Vietnam?
Ja, dat is eigenlijk "onze"oorlog, hè. Frits
zei altijd: "als ik Amerikaan was geweest had ik daar moeten
vechten." Het moet een prachtig land zijn en we wilden er
beiden graag naar toe. Toen ik goedkoop kon vliegen, was de oorlog
net voorbij, maar het land was gesloten. Eigenlijk net als Cuba,
waar we drie jaar geleden, toen we 25 jaar getrouwd waren, nog
wel zijn geweest. Zo ook Zuid-Afrika waar we toen niet geweest
zijn, maar dat ook nog op mijn lijstje staat. Het klinkt verschrikkelijk
mondain, maar ik ben al in heel veel landen geweest en wil nu
landen bezoeken waar ik nog niet geweest ben. Dus met Vluchtelingenwerk
heeft het niets te maken, alhoewel dat wel aan het reizen gerelateerd
is. Door onze reizen ben ik gaan zien hoe goed wij het hier hebben,
dat je dankbaar mag zijn dat je wieg hier heeft gestaan en door
vluchtelingen te helpen ben ik enorm gaan relativeren. Het heeft
me enorm geholpen in mijn rouwverwerking. Helaas heb ik na mijn
val daar niet meer kunnen werken en hebben ze de roosters zo omgegooid
dat het niet in mijn rooster van de bieb past. Ik zou nog wel
taalbegeleiding kunnen gaan doen, maar ik weet niet of dat genoeg
uitdaging geeft. Amnesty heeft me ook altijd erg getrokken voor
vrijwilligerswerk.
Eerst moet nu mijn schouder weer goed gaan functioneren. Ik krijg
mijn arm alweer op mijn rug dus de schaatshouding is er al weer!
Stiekem denk ik: zal ik toch maar weer? Het zal deze winter nog
zwaar worden, maar ik moet mijn verstand gebruiken, het risico
is te groot. Misschien hebben die rugby-ers iets wat ik als bescherming
aan kan trekken
Dat niet vooruit branden ken ik, dat had ik in het begin ook zo erg maar gelukkig is dat minder geworden, maar jij rouwt in stereo! Daarom vond ik het ook zo knap dat je de theorie van de hondentrimcursus gehaald heb. Concentreren vond en vind ik nog een groot probleem. Dan lees ik een boek en denk later: wat stond er nu? En puzzels deed ik vroeger wel, maar daar kan ik me ook niet meer op concentreren. Ik was dol op de puzzels in Vrij Nederland van Jan Steenhuis, ken je die?
Nou Agnes, ik stop er mee, anders slaat Bert op tilt. Roept hij dat het vast veel te veel is. We moeten nog wat meer Draaikolken gaan vullen.
Tot wederhorens en groeten van Wieneke
***
Brief 3 - Agnes Ostendorf:
25 juni 2004
Hallo Wieneke,
Wat apart dat
je onze mannen "praatpalen" noemt. Ik doe dat ook, want
dat waren/zijn ze toch ook? "Praatpalen en steunpilaren".
Voor mij zijn ze dat nog steeds, maar dan niet hardop.
En dat bezig zijn hè, dat voortdurend iets willen ondernemen,
weg willen zijn van de -soms nare - herinneringen die voortdurend
je gedachten beheersen. Dat "heb ik nou ook". En als
ik dan wat nieuws onderneem en ik vind het leuk, heb ik daarna
weer dat stomme schuldgevoel en voel me vervolgens uitgeblust
- niet vooruit te branden. Het is inderdaad het vluchten waar
ik, net als jij, dan mee bezig was. Aan de andere kant kon ik
me ook weer opsluiten in m'n huisje, gewoon niemand willen zien
en ook de telefoon niet aannemen. Maar, zo'n sombere stemming
duurde gelukkig nooit zo lang. Ik ben een redelijk positief ingesteld
mens.
Ook schrijf
je dat je het vreselijk vindt dat jouw Frits al die mooie dingen
die jij zag op je reizen niet meer kon zien, dat hij daar niet
meer van kon genieten. Dat is ook zo. Genieten van mooie reizen
is pas echt genieten als je het doet met degene waarvan je houdt.
Juist het delen van die prachtige ervaringen is zo fijn!
Vijftien maanden nadat Cees was overleden ben ik samen met vrienden,
hun kinderen en mijn dochter Maaike, tien dagen naar Rome geweest.
Een prachtige reis, echt schitterend. Heel indrukwekkend. We hebben
het allemaal bezocht: het Forum, het Capitool, de Sixtijnse Kapel,
de Sint Pieter en ik, ik heb veel aan Cees gedacht, wat zou hij
hiervan genoten hebben. Het was een reisbestemming die Cees al
héél lang op zijn verlanglijst had staan en ik gunde
het hem zo graag. Maar ja
Het huis wat
Maaike, René en ik gekocht hebben is geen nieuw huis, hoor.
Het is een stolpboerderij uit 1916. Maaike en René gaan
beneden wonen en ik heb (na een gigantische verbouwing) de bovenverdieping.
Het is een groot huis 16 x 16 m2, twee grote schuren (in één
daarvan komt de trimsalon) en een vreselijke lap grond erbij met
fruitbomen en een siertuin. Op dit moment ben ik dus bezig om
te kijken naar keukens, badkamers, vloeren en plafonds.
Dat samenwonen is al een oud plan van ons. Als meisje zei Maaike
altijd al: "als ik later getrouwd ben en kinderen heb (
)
dan gaan we allemaal in een groot huis wonen, dan kunnen jullie
op de kinderen passen." Cees en ik knikten altijd keurig
van ja, wij vonden dat natuurlijk een "geweldig plan".
En nu? Nu doen we het, alleen zonder Cees. En nog, na 5½
jaar, doet dat nog steeds pijn
Dat "stereo"-rouwen,
dat klopt dus inderdaad. Als ik huil om Cees dan mis ik de arm
van Andries die me toen zo troostte, en als ik huil om Andries
mis ik Cees die me ongetwijfeld ook had getroost.
Voor wat betreft die concentratie, dat schiet bij mij niet op, hoor. M'n boeken krijg ik niet uit en de krant gaat ongelezen bij het oud papier. En cryptogrammen in Vrij Nederland? Die ken ik niet. Vroeger lazen we Vrij Nederland wel, maar al zo'n 10 jaar niet meer. Ik heb dan ook stille hoop dat die cryptogrammen van de laatste tijd zijn, anders ligt het weer aan mijn gemis van concentratie. Zou dat trouwens ooit nog goed komen?
Afgelopen weekend ben ik trouwens met mijn Rapidootje weer eens weg geweest. Nu naar een weekend van de vereniging voor alleengaande kampeerders (VAK). Allemaal heel lieve mensen, vreselijk aardig en attent, maar ik miste de gezelligheid en de reuring die kinderen geven op zo'n kampeerveldje. Ook ben ik er achter gekomen dat ik niet hou van georganiseerde activiteiten. Helaas, ik zal dus een andere oplossing moeten zoeken voor mijn kampeerbehoefte. Misschien meld ik me wel aan bij het onderdeel "samen actief" van de Draaikolk. Misschien vind ik daar een "kampeermaatje".
Maar Wieneke, ik heb een onbescheiden vraag. "Heb jij dat nou ook", dat je denkt dat je rouwproces al ver gevorderd is, maar dat er momenten zijn dat je nog zo'n heimwee hebt naar de tijd dat je nog met z'n tweeën was? Soms is dat gevoel van "heimwee" (anders kan ik het niet noemen) gewoon erg. Het voelt dan als een amputatie, een stuk van jezelf dat weg is. Ik zou zo graag willen dat het hele rouwproces gedurende een afgebakende periode rimpelloos van 100% naar 0% zou afglijden...
Hoe is het met
je kinderen? Hoe zijn zij omgegaan met het ziek zijn en het overlijden
van Frits? Als ik goed reken waren ze waarschijnlijk nog thuis
en hebben ze, samen met jou, de periode van het ziek zijn en het
overlijden van Frits bewust meegemaakt. Hoe vonden ze het om samen
met jou, maar zonder Frits, op reis te gaan?
Ik weet bijvoorbeeld dat mijn dochter Maaike, Cees niet alleen
als vader mist, maar ook als opa voor haar kinderen én
als collega. Ze zaten in hetzelfde vakgebied (weg- en waterbouw)
en ze zijn zelfs (nadat Maaike klaar was met studeren) twee jaar
collega's van elkaar geweest. In het begin miste ze het geklets
met hem over de projecten waar ze mee bezig waren, heel erg. Het
gaat haar nu goed, hoor. Ze heeft haar draai in dat technische
wereldje weer teruggevonden.
Nou Wieneke, het is inmiddels bedtijd en morgen heb ik een drukke dag in de trimsalon. Het doet me toch altijd wel wat, dat schrijven over Cees en Andries. Ik ben nog lang niet klaar met rouwen. Maar nu, nu stop ik met schrijven en ik lees je antwoord op mijn brief over twee weken in de Draaikolk.
Tot schrijfs en groeten van
Agnes
5 juni 2004
Altijd samen,
nooit alleen
door Lenneke Goudriaan
en Bert Vos
Eind maart hadden wij via e-mail contact met Lenneke Goudriaan en Bert Leeuw, twee lotgenoten die elkaar eind 2001 via de Draaikolk hebben ontmoet (zie hun verhalen in ons archief) en op het punt stonden om te gaan samenwonen in een nieuw huis in de woonplaats van Bert. Lenneke vertrouwde ons haar dubbele gevoelens hierover toe en vroeg ons hoe wij onze verhuizing eind 2002 hadden ervaren. Met toestemming van Lenneke en Bert maken wij jullie deelgenoot van hun en onze persoonlijke ontboezemingen ten aanzien van het verlaten van het huis waar we zoveel mooie jaren met onze overleden partners in hebben doorgebracht. Wie weet komen jullie ook ooit voor dit dilemma te staan. Wellicht hebben jullie dan iets aan onze ervaringen.
Bert Vos
Hallo Monique
en Bert,
De verhuizing komt steeds dichterbij, morgen 1 april krijgen we
de sleutel. Ik kijk er met zeer gemengde gevoelens naar... Mijn
huis is inmiddels verkocht, maar er zijn dagen waarop ik twijfel
aan de hele onderneming. Hebben jullie dat ook gehad?
In mijn huis in Rhoon, met uitzicht over de polders, voel ik me
veilig en geborgen. Met allemaal familie, vrienden en buren om
me heen. Zij kennen mijn leven, kennen Henk ook goed. Nu ga ik
naar een totaal ander deel van Nederland, waar niemand écht
mijn leven kent. Waar ik mensen wel kan vertellen hoe mijn oude
leven eruit zag, maar waar niemand daar een echt beeld bij heeft.
Bovendien moet ik die vrienden hier nog zien te maken.
Levens met
veel parallellen
Voor Bert is dat anders, hij blijft in het stadje wonen waar hij
al zijn hele leven heeft gewoond. Vlak bij zijn kinderen en familie.
Toch beleeft hij het ook weer totaal anders, zoals ieder mens
anders is. Als Bert verdriet heeft, gaat hij het liefst alleen
de Weerribben in, voelt hij zich verbonden met het heelal en dat
geeft hem een gevoel van vertroosting. Ik kan me dat goed voorstellen,
maar ben veel meer een "mensenmens". Heb mensen nodig
als klankbord en put moed uit gesprekken. Samen kunnen we heel
goed praten. Dat vormt waarschijnlijk de basis van onze liefde
voor elkaar. Al zit het op andere gebieden ook heel goed hoor.
Ook onze levensverhalen verschillen erg, al zitten daar ook veel
parallellen in. Mijn oudste zoon is lichamelijk gehandicapt en
de vrouw van Bert was, door een jeugd van incest en mishandeling,
geestelijk erg beschadigd. Door die beschadiging waren er veel
opnames in psychiatrische ziekenhuizen en is hun leven erg moeizaam,
met veel vallen en proberen weer op te staan, verlopen. Door de
handicap van mijn zoon heb ik ook ervaren hoe fragiel en moeilijk
het leven kan zijn. Ook tijdens de ziekte van mijn man Henk, die
ruim vijf jaar kanker heeft gehad en ongelooflijk veel pijn en
diepe ellende heeft moeten doorstaan. Ach, dat is natuurlijk ook
bij jullie het geval. Monique, jij bent je man ook zo plotseling
verloren en Bert heeft zo lang het lijden van zijn vrouw meebeleefd.
Het gevoel
van het verlaten van een sterke vesting...
Maar hebben
jullie ook zo sterk gehad, voor de verhuizing, het gevoel van
het verlaten van een sterke vesting? Een huis waarin zo veel is
beleefd, dat daardoor vertrouwen in de muren zelf ontstaat? Ik
zeg dit heel krom, maar ik heb het gevoel alsof dat vertrouwde
plekje mij geborgenheid biedt, al besef ik tegelijkertijd dat
dit een vals gevoel is. Dat de echte levenskracht uit een mens
zelf komt en nooit uit stenen om je heen. Maar toch is dit een
discrepantie waar ik mee worstel. En ach, is niet "loslaten
in liefde" het moeilijkste en hoogst haalbare!
Maar is het vanaf het begin af aan goed gegaan met jullie in het
nieuwe huis? Of hebben jullie ook hevige aanvallen van heimwee
gehad? Maar ja, heimwee waarnaar... Eigenlijk naar de tijd waarin
je nog dacht oud te mogen worden met je "eigen" man
of vrouw. De tijd waarvan je dacht dat het leven dat je samen
deelde niet voorbij zou gaan. Maar goed, we gaan er met dubbele
gevoelens, ondanks alles, tóch met enthousiasme tegenaan!
Liefs van Lenneke Goudriaan (en Bert Leeuw); e-mailadres: goudriaa@kabelfoon.nl
Dag Lenneke (en Bert),
We kunnen ons voorstellen dat de verhuizing voor jou heel wat gevoelens oproept. Wij hadden dat natuurlijk ook, in allerlei opzicht. Monique trok door de weeks weliswaar eerst bij mij in omdat zij zich in Leusden meer ,,thuis" voelde ( ), weg van alle verdriet, maar we waren in de weekenden ook vaak in haar appartement in Capelle aan den IJssel, waar ik me wonderwel lekker in m'n vel voelde zitten. Ook Rotterdam, de geboorteplaats van Monique, trok me wel aan. Ik zou er wel willen wonen, zei ik toen.
Herinneringen kun je nooit overdoen...
Toch kwamen
we al relatief snel tot de conclusie dat helemaal opnieuw beginnen
het allerbeste zou zijn en eigenlijk waren we al in een vroeg
stadium op zoek naar een nieuw huis. Maar de Randstad is eigenlijk
veel te duur om echt goed opnieuw te kunnen beginnen, wanneer
je erop vooruit wilt gaan en voldoende ruimte voor onze inboedels
wilt vinden. Bovendien vonden we allebei dat je eigenlijk niet
echt opnieuw begint als je gewoon ,,in de buurt" van je oude
stekkie bleef.
We besloten uiteindelijk na veel twijfels en veel alternatieve
mogelijkheden te hebben onderzocht om het in de ruime noordelijke
(ook veel aangenamer geprijsde) provincies te zoeken. En we zijn
nog steeds blij dat we dat hebben gedaan. Ondanks het feit dat
we werden ,,afgeleid" door mijn ziekte die een maand na onze
verhuizing weer oplaaide.
We wonen nu in een prachtig vrijstaand huis met grote tuin en
uitzicht op de velden. Iets wat we geen van tweeën op die
manier hebben gekend. We genieten er elke dag van én van
het feit dat we in een streek wonen waar heel veel nieuw voor
ons is. Veel te ontdekken dus. En ach, de Randstad is natuurlijk
maar een paar uur rijden verwijderd. De behoefte aan onze families
is niet echt groot. We zijn niet zo familiegek. Mijn zoons en
schoondochters hebben bovendien een eigen leven. Afgezien daarvan:
nog niet zo lang geleden (eind oktober 2003) waren we een lang
weekend in Rotterdam. Hadden een mooie kamer in een hotel aan
de Maas met uitzicht op de Erasmusbrug. Je zou zeggen: mooi toch?
Nou, ik kan jullie vertellen dat we het helemaal niet echt fijn
vonden. Want, en dat bleek dus opnieuw, herinneringen kun je nooit
overdoen, ondanks de fijne tijd die we er de laatste jaren hadden
doorgebracht. En ik stelde toen vast dat ik helemáál
niet in Rotterdam wilde wonen. Mooie stad hoor, maar geef ons
maar Ter Apel!
Het is goed om opnieuw te beginnen
En wat je vrienden en goede kennissen betreft: alles is relatief, hebben we ontdekt. Uit het oog is vaak ook heel snel uit het hart hoor, vergis je daar niet in. Wat we maar willen zeggen is, dat het goed is om opnieuw te beginnen. Maar dat betekent ook letterlijk ,,loslaten", durven loslaten. Toen ik ging verhuizen na meer dan de helft van mijn leven in het ,,veilige" Leusden te hebben gewoond, had ik eerst ook zo'n angstig gevoel van: ,,als dat maar goed gaat" en ,,kan ik dat wel aan op mijn leeftijd?" En ik heb toen ontdekt dat, wat ik altijd had beweerd, dat ik nooit meer uit Leusden zou verhuizen, heel erg betrekkelijk is. Een mens is zeer flexibel en als ik eerlijk moet zijn, dan kan ik vaststellen dat ik geen moment meer met weemoed aan mijn vorige huis heb gedacht. Monique evenmin. Zij en Eric waren in hun leven erg vaak verhuisd, zodat ze nauwelijks de tijd hadden gekregen zich ergens aan te hechten. Geen heimwee dus, integendeel.
Want ach, en
dat vergeten we nog wel eens, als je met z'n tweeën opnieuw
begint, dan breng je twee inboedels in. De herinneringen van ons
beiden werden als het ware ineen geschoven en alles kreeg toen
een plek in dat nieuwe huis van ons beiden. Zo hebben wij dat
heel sterk ervaren en ervaren dat nog steeds. Monique heeft haar
eigen stek, met haar eigen tastbare herinneringen uit ,,haar inboedel"
om zich heen, zoals ik mijn eigen stek heb met alles wat mij dierbaar
is uit mijn vorig leven. Maar - en dat vinden we erg belangrijk
- de rest van ons huis is echt nieuw én voor ons beiden.
En verder, als we eerlijk zijn, vonden we het eigenlijk belangrijker
of we al onze spulletjes wel in ons nieuwe huis kwijt konden dan
in welke provincie we zouden wonen. Nou dat lukte, maar de vliering
staat nog wel vol met onuitgepakte verhuisdozen vol herinneringen.
En dat laten we zo.
Wanneer we weer naar de Randstad terug gaan, willen we er nu niet
een nachtje blijven, als het even kan gaan we het liefst dezelfde
dag nog weer terug naar Ter Apel. Zijn we weer lekker ,,onder
ons", zoals ze dat in deze streek zeggen als ze vanuit de
Randstad Hoogeveen zijn gepasseerd.
Geen beladen herinneringen
Lenneke, nu
heb je misschien nog dat sterke gevoel die veilige vesting in
Rhoon te hebben verlaten, maar alles gaat voorbij. Rhoon is mooi.
Monique en ik hebben goede herinneringen aan onze wandelingen
door de Rhoonse Grienden en we hebben er goede vrienden wonen.
Maar ook Steenwijk is mooi, zeker de Weerribben zijn prachtig.
Ga eens met Bert mee! Ik ken de streek redelijk goed omdat mijn
geboortestreek grenst aan de regio Steenwijk.
En misschien komen jullie, net als wij en net als veel lotgenoten
van ons, ooit nog eens tot de conclusie dat helemaal opnieuw beginnen
op een hele nieuwe plek in een voor beiden onbekende streek toch
beter is. Als jullie ooit dat gevoel krijgen, aarzel dan niet.
Wij hebben er in ieder geval geen spijt van gehad. We voelen ons
hier thuis, hebben fijne buren en wat ook belangrijk is: we hebben
hier geen beladen herinneringen, we voelen ons eerder opgelucht
als we thuiskomen. We zijn niet langer ,,die zielige weduwnaar
en weduwe", we zijn Bert en Monique Vos. We hebben een nieuwe
huisarts en een nieuwe tandarts. Ik ga naar een ander ziekenhuis,
niet de plek waar Janny altijd onder behandeling was. Kortom:
we zijn min of meer weer blanco begonnen. Natuurlijk, soms moeten
we uitleggen hoe ons leven in elkaar zit, maar dat zul je altijd
wel houden. Is ook niet erg als je er over wilt praten. Toch?
We wensen jullie veel geluk samen en horen graag nog eens wat van jullie. En sterkte met verhuizen en het geven van een goede plek aan alles. Petje af voor jullie!
Hartelijke groeten van
Bert (en Monique) Vos
(gedicht afkomstig
van de verhuiskaart van Lenneke en Bert)
13 juni 2004
Ik kijk de tijd vooruit door Liesbet Grimberg
Het is weer één van die dagen. Een zondag, natuurlijk, zou ik bijna zeggen. Een dag waarop ik de tijd op de klok vooruit probeer te kijken. Steeds een minuutje, kwartiertje, uurtje verder naar het moment waarop de kinderen weer op bed liggen en ik mijn verdriet kan laten gaan.
Een dag waarop ik ook weer eens geconfronteerd word met het nog steeds niet perfect gestroomlijnd lopen van de huishoudelijke inkopen. Op zich kan ik daar heel goed mee leven, ware het niet dat de nu ontbrekende levensmiddelen morgenochtend het ontbijt, toch al geen rustgevend moment met twee kinderen van net 4 en net 6 die naar school moeten, tot een zeer stressvolle aangelegenheid zullen gaan maken. Er is nog maar één snee "kinderbrood", waardoor dus één van beide "gedoemd" is tot het eten van pap. De voor de hand liggende oplossing, brood halen bij buren of nabij wonende familie, is geen optie. Confrontatie met wie dan ook wil ik op dit moment gewoon even niet. Zit vol verdriet, brok in mijn keel, maar wil het nog niet laten gaan. Niet voor vanavond 20.00 uur. Ik ben in feite toch het liefst alleen met mijn verdriet. Dan geef ik morgen, als het pap-alternatief echt tot onaanvaardbare oorlogstaferelen leidt, desnoods maar een appel. Die zijn er genoeg. Snoep gezond, eet een appel. Geen bananen meer, want deze lievelingsfruitsoort van zoon 2 is ook niet meer op voorraad.
De tijd is weer een kwartier vooruit gekropen. Nu kan ik op mijn dooie (!) akkertje de broodtrommeltjes voor morgen klaarmaken, de bekers drinken en de pauzehapjes en voor mama zelf het ontbijtje voor in de auto. Om "rustig" op te eten in de auto als ik na het droppen van de kids in hun kleuterklasjes naar mijn werk rijd. Waar godzijdank, omdat ik weer "echt" aan het werk ben, voor mij de nodige afleiding zal volgen. Voor het avondeten zal ook nog iets in elkaar geknutseld moeten worden. Het door mij veelvuldig benutte alternatief van de boterham met pindakaas is vandaag dus géén optie wegens het gebrek aan het juiste brood. Gelukkig staan er nog voldoende blikken soep te wachten in de voorraadkast. Met een beschuitje erin zijn we alweer een heel eind.
Nog maar 16 weken en 2 dagen geleden
Het is weer één van die dagen. En eigenlijk ben ik blij dat het er een is. Ik durf namelijk te zeggen dat het best goed met mij gaat. Gezien de omstandigheden. Gezien het feit dat de partner waarmee ik in 20 jaar heel veel goede tijden heb mogen en helaas tot slot ook slechte tijden heb moeten meemaken, nog maar 16 weken en 2 dagen geleden is overleden. Dood is gegaan. Ik weduwe met twee jonge kinderen ben geworden. Toch kom ik de dagen door. Niet alleen met het gevoel geleefd te worden, maar ook al zo nu en dan plezier te hebben en zelfs even te kunnen genieten. Ik heb ook geen zin om het verdriet op te zoeken, omdat het niet spontaan op komt zetten. Door een dag als deze volgt voor mij de bevestiging dat dit dus ook niet hoeft. Dat ik goed bezig ben. Dat je je niet schuldig hoeft te voelen, als je niet meer iedere dag, ieder uur, bezig bent met het verlies. Als je je niet continu meer voelt lamgeslagen door hetgeen jou is overkomen en dat alles overstelpende gevoel van oneerlijkheid dat juist jou dit overkomt. Die momenten, die dagen, die uren, die komen vanzelf. Zonder dat je er om vraagt.
Het is weer één van die dagen. En morgen is er weer een dag. De eerste week weer volledig aan de bak op mijn werk. Hopen dat het gevoel van "back in business" waarheid wordt. Ik kijk de tijd vooruit. Over drie dagen alweer naar een popconcert in Amsterdam. Twee dagen daarna met een paar collega's naar een dansfeest. Ook het daaropvolgende juni-weekend heb ik leuke afspraken in het verschiet.
De zon begint te schijnen
Liesbet Grimberg;
e-mailadres: l.grimberg@tiscali.nl
14 juni
2004
Ruggesteuntjes
(20) Wijsheden,
gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de
rug, verzameld door Monique Vos
Uit: Noodzakelijk verlies
- Judith Viorst;
Uitg. Anthos, Baarn/Amsterdam 1988, Uitg. Hadewych, Antwerpen;
ISBN 90-414-0212-8, 359 blz.
15 juni 2004
Op
de bodem van het leed
ontmoette ik kracht
spiraal van licht
ommekeer.
Waar ik dacht dat het duister was
oneindigheid.
Diep geraakt in verwondering
verlicht het - o zo teer - mijn pad.
Renée Zeylmans
Boekbespreking: "Omgang met gestorvenen"
Een originele gedenkkalender
Dit tweede boek van de hand van deze psycho-sociaal therapeute (gespecialiseerd in rouw- en stervensbegeleiding) is anders van opzet dan haar eerste "Rouwverwerking en Rouwbegeleiding. Sterven-Rouwen-Troosten", dat wij reeds eerder bespraken in de Draaikolk-editie van april 2001 (zie onze boekenlijst). Was laatstgenoemd boek vooral een weergave van ervaringen van haarzelf (haar man overleed plotseling op vakantie aan een hartinfarct) en van anderen, deze uitgave is een zogenaamde "gedenkkalender", dat er opnieuw goed verzorgd (en voorzien van harde omslag) uitziet.
Circa 80 van
de 191 bladzijden bevatten teksten, spreuken, gebeden, meditaties
en gedichten van Zeylmans zelf, maar onder meer ook van: Nel Benschop,
Ineke van Essen, Christian Morgenstern en van de profeet Kahlil
Gibran, de hindoe-leraar Mansukh Patel, de Duitse dichters Rainer
Maria Rilke en Novalis en de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner.
De thema's die zoal worden aangesneden zijn: omgang met gestorvenen,
rouwen, troosten, bidden, meditatie, angst, liefde, eenzaamheid,
vergeven enz.
De bedoeling van de spreuken, meditaties e.d. is dat je je ermee
kunt verbinden zodat ze je kracht en rust zullen geven. "Het
kan je een houvast geven in je verbinding met de gestorvene en
jezelf. Zo gaan we verder ná de dood en hier op aarde,
en kruisen onze wegen zich", aldus Zeylmans. Voor haar
bestaat er één wereld met een zichtbaar en een onzichtbaar
rijk. "De scheiding tussen hier op aarde en ginds aan
gene zijde zit in feite in de beperking van onze voorstelling.
Als het ons lukt de twee werelden weer als één te
beleven, leggen we niet alleen de kiem voor het contact met de
gestorvenen, maar zal dit ons ook helpen gedurende ons eigen sterfproces."
De overige bladzijden
bevatten de jaarloze gedenkkalender waar de lezer de sterfdata
van zijn of haar overleden dierbaren in kan noteren. Zo kun
je hen op die data, jaar in jaar uit, herdenken, waarna het op
het laatst zo zal zijn dat je niet meer op de kalender hoeft te
kijken; op de bewuste dagen zullen jouw dierbaren zich vanzelf
in jou manifesteren."
Tenslotte is achterin het boek nog een overzicht met een "eeuwigdurende
kalender" te vinden, waarmee je op eenvoudige wijze kunt
uitrekenen op welke dag van de week jouw dierbaren zijn overleden.
Hoewel ik mij niet kan indenken dat de sterfdag van mijn eerste liefde ooit uit mijn geheugen zal vervliegen, hiervoor zal ik persoonlijk deze kalender dus niet nodig hebben, kan ik mij daar wél iets bij voorstellen voor wat betreft de "verder verwijderde dierbaren", van mij maar óók van mijn huidige partner. Door ieder onze "eigen" data in dit boek te noteren wordt het nóg meer iets van ons samen en dat heeft wel wat. Ik vind het dan ook een origineel idee en zal er zeker gebruik van gaan maken.
Monique Vos
"Omgang
met gestorvenen" - Renée Zeylmans; Uitg. Christofoor,
Zeist 2003; ISBN 90-6238-465-X, 191 blz.
22 juni 2004
De laatste brief door Karen Konijn-Voshol
Tijdens onze
vakantie in de Dominicaanse Republiek is mijn echtgenoot heel
plotseling overleden. Nooit ziek, zelfs hoofdpijn was een voor
hem onbekend fenomeen. Zondag 30 mei kwamen we aan, maandag 31
mei hebben we samen de omgeving verkend en afspraken gemaakt voor
excursies. Ook zou Jan daar zijn duikbrevet gaan halen en ik zou
een proefles 'ondergaan' in de hoop dat ik het zó leuk
zou vinden dat we samen konden gaan duiken in de wereldzeeën.
Dinsdag 1 juni, 's morgens om acht uur (Dominicaanse tijd) stierf
Jan (44 jr.). Toen ik onder de douche uitkwam kon ik hem nog net
vasthouden voor hij zijn laatste adem uitblies.
Ik kan het nog steeds allemaal niet bevatten, maar ik heb een
brief geschreven, een laatste brief. Deze brief wordt ook geplaatst
in het plaatselijk huis-aan-huis blad, waar ik o.a. als columniste
al geruime tijd werkzaam ben.
Het is zo stil, zo ongelooflijk stil. De geluiden om mij heen zijn zo normaal, zo alledaags, maar ze worden door mij niet herkend. Ik mis je geur, je stem, maar vooral je rustige aanwezigheid. Nooit meer 'koffie Kaatje?', nooit meer, 'maak je het niet te laat meisje', nooit meer Jan! Zomaar, in een paar minuten tijd, was je vertrokken. Met jouw lichaam in mijn armen, niet wetend, niet begrijpend dat het afgelopen was.
Mensen om me heen, veel mensen, telefoons die rinkelen, vragen die worden gesteld, koffie, nog meer koffie. Ik spreek en versta geen Spaans, maar ik begrijp wat ze zeggen. Al die mensen voelen mee. Zij weten, net zoals ik, niet wat ze moeten doen. Jij ligt achter mij, in je bed, zo stil, zo rustig, zo eenzaam. Ik wil bij je zijn, met je mee gaan, maar eigenlijk ook weer niet. Thuis, duizenden kilometers verder, heb ik twee kinderen, heb ik familie en vrienden, jij ook. Zij horen via de telefoon het verschrikkelijke nieuws, Jan is dood! Ze komen je halen, mannen met rubberen handschoenen aan die je in lakens wikkelen. Ik wil dit niet, niet jij, jij mag niet in lakens gewikkeld worden, je moet bij me blijven. Ik haal de lakens van je af, zij wikkelen je weer in. Je moet met ze mee, ik haal weer de lakens van je af en ga bij je liggen. Even maar, je nog even voelen, nog even in mijn armen, nog even samen. Je bent zo stil, zo koud, maar ook zo lief, zo helemaal Jan. Ze halen je weg, ze nemen je mee, mijn hart breekt, ik schreeuw. Armen om me heen, armen vol troost, lieve woordjes.
Jouw geest, jouw liefde zit in mij
Een andere kamer,
weer een andere kamer, er is eten in overvloed, drinken wanneer
ik maar wil. Er is Miriam, ergens op de achtergrond, ze spreekt
Engels, ze zegt niet veel, maar ze is er en wanneer ik dat wil
praat ze, troost ze! Ik mag naar Nederland bellen, zo vaak als
ik wil. Alle kosten zijn voor het hotel, ik hoef me nergens druk
over te maken. Respectvolle mensen ontmoet ik op mijn weg, warme
omhelzingen vallen me ten deel, begrip spreekt uit ogen en liefde
omringt mij.
De nacht is stil en eenzaam. Alle lichten aan, de televisie aan,
niet donker dat wil ik niet. Ondertussen bel ik en word ik gebeld,
familie en vrienden, veel vrienden. De volgende dag komt mijn
broer aan, ik ben niet meer alleen. We praten, hij regelt, we
praten weer. Ik ga de foto's maken die ik samen met jou had willen
maken. Ik wandel samen met mijn broer de weg die jij en ik hadden
willen bewandelen. Op donderdag mogen we je zien, ruim twee uur
rijden dan zijn we in Santa Domingo, daar in die stad lig je te
wachten op ons. Het is echt, je leeft niet meer. Jouw lichaam
ligt daar in die stille kapel, jouw geest, jouw liefde zit in
mij. Een waas van een glimlach op je gezicht, vrede overheerst
je uiterlijk. Verdriet overheerst bij mij en mijn broer. Papieren,
veel papieren, weer troostende woorden, weer veel begrip.
Ik ga terug...
Zaterdag vliegen
we terug naar Nederland, het afscheid is hartelijk, veel tranen.
Eigenlijk wil ik niet weg, hier ben je gestorven, hier was je
zo intens gelukkig.
Op dat moment beslis ik, ik ga terug. In de zee waar je wilde
duiken, onder de warme stralen van de zon, zal jouw laatste rustplaats
zijn.
Karen Konijn-Voshol, Houten; e-mailadres: karen@photowrite.nl
Op 26 april
1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd
door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna
heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe",
waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen
(te vinden in het archief).
In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar
later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk"
haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd.
In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en
deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt
en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen
plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet
kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven"
andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een
toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot
- ondanks alle dubbele gevoelens en verdere tegenslagen - toch
en misschien wel nóg intenser van het leven kan gaan genieten.
Een leven dat weliswaar door het gemis nooit meer hetzelfde zal
worden. Een leven dat anders is, maar daarom zeker niet minder
waardevol.
(Bert Vos, hoofdredacteur)
26 juni 2004
Dubbel-leven (10) - Een lesje in nederigheid
Het is alweer vier maanden geleden sinds ik de laatste aflevering in deze reeks op papier heb gezet. Ook toen had ik er moeite mee. En nu, geholpen door een zetje in de rug van Bert, ben ik "gewoon" achter de PC gaan zitten om te kijken wat er uit komt rollen. Want, als ik heel eerlijk ben, heb ik geen flauw idee waar ik over zal gaan schrijven. Het moet uiteraard te maken hebben met rouwverwerking, want daar gaat deze webplek tenslotte over. Maar ons leven wordt momenteel - nog steeds en helaas weer opnieuw - voornamelijk beheerst door een ander verlies: het verlies van Bert's gezondheid. Moet ik de lezers van de Draaikolk daar dan óók nog eens mee gaan belasten? Aan menig overlijden is immers een ziekbed vooraf gegaan. Zit men wel op zo'n confrontatie met het verleden te wachten of helpt dit juist om ook díe herinneringen weer een plek in het hart te geven? Ik weet het niet en dus was deze twijfel een goede reden voor mij om maar een tijdje niets te willen of kunnen schrijven, denk ik.
Verandering is inherent aan het leven
Maar ja, ik
heb natuurlijk niet voor niets voor de titel "Dubbel-leven"
gekozen. Mijn vorige leven met Eric en mijn huidige leven met
Bert zijn in elkaar verweven geraakt en onlosmakelijk met elkaar
verbonden. Het leven is "een constante verandering"
heb ik ooit ergens gelezen, en dat is zó waar. Wanneer
je partner hebt verloren, kun je soms zo intens terugverlangen
naar de tijd toen alles nog "normaal" was. Maar, zodra
je zover bent dat je leven weer - beetje bij beetje - kunt gaan
oppakken, moet je al snel tot de conclusie komen dat dit natuurlijk
een illusie is. Ja, verandering is inherent aan het leven. En
als er geen verandering is, leef je niet. Eens komt voor een ieder
van ons, (te) vroeg of laat, een einde aan ons leven, of het nu
door een ongeluk of door ziekte komt of, voor de gelukkigen onder
ons, door een "natuurlijke" dood.
Stel nou, dat ik Eric terug zou kunnen krijgen en dat alles dus
weer "normaal" zou kunnen worden? Zou ik Bert dan zomaar
aan de kant kunnen of willen zetten?
Een andere vraag: zouden Eric en ik nu überhaupt nog wel
bij elkaar passen? De veranderingen in mijn leven hebben mij immers
ook veranderd en gevormd tot wie ik nu ben? Een onmogelijke keuze
dus en dit alleen al maakt de acceptatie van hoe mijn leven is
verlopen aanvaardbaarder.
Op dit moment zit ik ergens middenin
Oké,
dit staat op papier, maar waar leidt dit nu naartoe?
Hoe vaak heb ik het niet gelezen, zelf ervaren, en vervolgens
aan andere lotgenoten doorverteld: het helpt om je gevoelens op
papier te zetten, van je af te schrijven. Maar het feit dat mij
dit de afgelopen maanden dus niet is gelukt, is voor mij een teken
dat ik op dit moment "ergens middenin zit", en dat klopt
natuurlijk wel. Net als Bert moet ook ik leren accepteren dat
zijn gezondheid achteruit gaat (ja hoor, daar komen de eerste
waterlanders al
). Dat er mogelijk ooit weer een tijd zal
komen dat ik weer alleen verder moet. En het frappante is dan,
dat deze confrontatie mij weer rechtstreeks terugvoert naar het
overlijden van Eric, alweer vijf jaar geleden. Terug bij rouwverwerking
dus, en terug bij af in zekere zin.
Want de laatste
maanden dwalen mijn gedachten maar al te vaak af naar die eerste
periode na Eric's motorongeluk, want toen stond ik er ook immers
alleen voor. En ik vraag me af hoe het aan zou voelen om opnieuw
die pijn zo scherp te voelen? Wordt het dubbel zo erg of zal ik
juist kunnen "profiteren" van het feit dat ik het al
een keer eerder heb meegemaakt?
En juist omdát ik het al een keer eerder heb meegemaakt,
ontstaat er bij mij een zekere urgentie om ons nieuwe huis nóg
meer tiptop op orde te krijgen dan het al is. Alles wat we nu
samen kunnen beslissen, kom ik dan straks niet meer alleen voor
te staan. En ik wil zoveel mogelijk proberen te voorkomen dat
ik mij dan opnieuw druk moet gaan maken om allerlei administratieve
en financiële zaken. Dan wil ik de tijd en rust krijgen om
zo snel mogelijk met rouwen te beginnen
Al die poespas wil
ik mezelf graag een tweede keer besparen.
Een illusie, diep in mijn hart weet ik dat wel. Want aan pijn
kun je niet ontkomen door alles vóóraf te willen
regelen. Het zijn ook dit soort zaken die je in contact brengt
met de realiteit dat je partner er niet meer is. Wanneer het zover
is, zal ik er tóch opnieuw doorheen moeten.
"Voor-verwerken"
Wat moet mijn
eindconclusie van deze "voorlopige tussenevaluatie"
dan zijn?
Wellicht dat ik middenin de verliesverwerking van Bert's gezondheid
zit en er dus nog onvoldoende afstand van heb kunnen nemen om
er goed over te kunnen schrijven. Dat deze fase in mijn leven
mij weer in contact brengt met mijn rouwgevoelens van toen. Dat
ik die eerste periode van alleen zijn, juist door al die veranderingen
in mijn leven, misschien nú pas aan het verwerken ben?
Maar misschien ook wel, dat ik in feite nu al het toekomstige
verlies van Bert aan het "voor-verwerken" ben. Met Eric
heb ik daarvoor de kans niet gekregen. En met dit laatste heb
ik meteen een belangrijk stuk troost te pakken, want hoe het ook
zij, Bert leeft nog steeds en hij heeft zich stellig voorgenomen
om, als het niet anders kan, in de voetsporen van Prins Bernhard
te treden: hij zal dus nog aan heel wat operaties het hoofd bieden
en hij zal zeker nog een jaar of dertig jaar krijgen om nóg
eigenwijzer te worden dan hij al is
!
En dit alles maakt dat die schrijnende mailtjes van lotgenoten die bij ons binnenkomen plotsklaps weer extra beladen voor mij geworden zijn. Hun pijn wordt weer - nóg meer - voelbaar. Van mij dus voorlopig even geen "aanmoedigingen" meer in onze rubriek "Reacties van lotgenoten". Voorlopig hou ik mij even gedeisd. De wending die ons leven lijkt te nemen, leert mij opnieuw een lesje in nederigheid.
Monique Vos
27
juni 2004
Troostmuziek (10): "Natural stress relief"
De hypnotische roes in het ritme van lichaam en geest
door Bert Vos
Soms kom je ineens onder invloed van wonderbaarlijke muziek waar je normaal gesproken met een lichtelijk verveeld gezicht naar zou hebben geluisterd als je die in een CD-zaak zou hebben laten draaien. Ik ben er verslaafd aan geworden.
"Natural
stress relief" is de titel van deze CD die je misschien het
etiket "esoterische muziek"op zou kunnen plakken, maar
daarmee doe je de CD, denk ik, tekort. Monique heeft de CD gekocht
nadat haar Eric was verongelukt en zij en haar geest ontredderd
achterbleven. Zij vond troost en rust in de muziek die David Bradstreet
en dr. Lee Bartel volgens een bepaald ritmisch patroon hebben
gecomponeerd. Muziek in combinatie met de natuurlijke geluiden
van het ritme van de branding, vallend water en het gefluit van
vogels.
En het was eigenlijk heel logisch dat de CD een plaats kreeg in
onze gezamenlijke verzameling. Want één ding was
zeker: ook ik had troost en rust nodig. Samen luisterden we vanaf
dat moment naar "Natural stress relief" op allerlei
momenten dat we dachten de muziek nodig te hebben om tot rust
te komen.
Eerst stond ik een beetje argwanend of, zoals je wilt, wantrouwend
ten opzichte van de werking van de muziek, ook al wist ik dat
bepaalde ritmes en klankherhalingen zowel emotie of ontspanning
kunnen veroorzaken. En juist dat was wat deze muziek voor mij
deed: het bracht mijn geest aan de ene kant tot rust als het weer
eens een wervelende draaikolk was en aan de andere kant riep het
bij mij ongekende emoties op: ik kreeg bij bepaalde passages onverklaarbare
huilbuien.
Lichaamsritmes
De muziek van Bradstreet en Bartel is gebaseerd op lichaamsritmes, op het ritme van je hart en dat van je ademhaling. Ritmische patronen die van invloed (kunnen) zijn op je bewustzijn. In een bepaalde vorm van uitgekiende herhalingen kom je daardoor (als jouw geest daar open voor staat) in een soort hypnotische roes terecht. Dat dwingende ritme kreeg voor mij soms een onbedoelde bijwerking doordat ik ,,in gesprek kwam" met Janny, mijn overleden vrouw. Nu had ik dat in het verleden na haar overlijden wel eens vaker, zo'n wonderlijk gesprek, maar nu was het soms, met de muziek zacht maar toch duidelijk op de achtergrond, ook door de dwingende ritmes van de muziek eigenlijk onontkoombaar geworden. Ik werd eigenlijk min of meer gedwongen om te luisteren, het was alsof de muziek een communicatiepoort openzette waardoor het mogelijk was te "praten". Een poort overigens die ik, wonderbaarlijk genoeg, ook kon sluiten als ik dat wilde.
Dromerige dwaas
Er zullen ongetwijfeld genoeg mensen zijn die dit lezen en me meteen voor gek verslijten, of me een dromerige dwaas vinden. En ach, ze zullen misschien best gelijk hebben, want wie raakt er nu verslaafd aan één CD. Die meeging naar het ziekenhuis na elke operatie, gedraaid wordt als ik weer eens een PET-scan moet ondergaan en de muziek mijn geest rust geeft die het op zo'n enerverend moment blijkbaar nodig heeft. Een CD die elke avond voor het slapen gaan nog steeds een uur of langer onze soms kolkende geesten tot rust brengt en ons daarmee vaak de slaap insust.
Troostmuziek? Ik vind "Natural stress relief" eigenlijk veel méér dan dat, maar dat is natuurlijk heel erg persoonlijk. En bovendien ben ik een dromerige dwaas, niet dan?
Bert Vos, man, geboren 21 juli 1942; partner Janny (1942) op 31 januari 1998 overleden aan borstkanker; hertrouwd met lotgenote; e-mailadres: elvo@planet.nl
"Natural
stress relief", Solitudes, music for your health; 1998, CDG143.
Verkrijgbaar o.a. bij "De Tuinen" en "De gezondheidswinkel".
Wie als lotgeno(o)t(e) ook mooie, rustgevende, troostende ervaringen met muziek heeft en daar een mooi verhaal over kan en wil vertellen, kan ons zijn of haar verhaal sturen voor plaatsing in de serie "Troostmuziek". Vorige afleveringen zijn op te zoeken in ons archief. Kijk ook even op de pagina Oproep aan lotgenoten met een vlotte pen voor de spelregels.
Heb jij dat
nou ook?
Twee lotgenoten schrijven elkaar.
Je hebt het
vast ook wel eens: dat gevoel dat je graag wilt weten of dat wat
je voelt of denkt over je rouwverwerking uniek is of dat anderen,
lotgenoten, het ook hebben, het ook zo ervaren. Ook al die dingen
meemaakt die jij meemaakt. Dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat wat de ander ervaart ook
jouw ervaring is, want ieder mens is uniek in de beleving van
het verlies.
Vandaar dat we twee lotgenoten hebben uitgenodigd om regelmatig
hun gedachten via e-mail met elkaar (en met ons allemaal) te willen
delen. Agnes Ostendorf en Wieneke van Rossum doen dat heel enthousiast
en zij ontdekken, net als wij dat allemaal zullen doen, overeenkomsten
en verschillen in hoe wij onze rouwverwerking ervaren.
Bert en Monique
Vos
hoofdredactie de Draaikolk
Brief 4 - Wieneke van Rossum:
6 juli 2004
Hallo Agnes,
Gezellig om
weer een brief van je te ontvangen. Momenteel zit ik in de "three
years after" periode, de tijd van het horen dat ze niets
meer voor Frits konden doen en zijn overlijden, op 8 juli.
Veel herinneringen komen dan weer boven, vooral nu met dat voetbal.
Gisteren nog zei de buurvrouw "goh, ik mis Frits wel hoor,
ik hoor nu niet meer of ze een doelpunt gemaakt hebben".
Of hij liep buiten te ijsberen, zat op de wc, maar kijken deed
hij pas als het herhaald werd! Hij voetbalde zelf ook fanatiek.
Na zijn operatie mocht het niet meer en toen is hij gaan fluiten
om toch maar dat gras onder zijn voeten te voelen en in die sfeer
te blijven. Tijdens zijn chemokuur werd zijn bijnaam dus al gauw
"Colina". Het grappige is, dat we tijdens de wedstrijd
tegen Zweden bij zijn broer waren en die liep dus ook constant
bij de televisie weg. "Net Frits hè", werd er
al gezegd.
Maar zo wisselen mijn stemmingen zich momenteel af. "Himmelhochjauchzend
und zum Tode betrübt."
Is dat stomme
schuldgevoel, waar je over schrijft, misschien niet een vorm van
je ontrouw voelen tegenover Cees en Andries, omdat jij nu dingen
doet die zij niet meer kunnen?
Ik heb wel eens scheldend voor zijn foto gestaan van "gvd,
je wordt bedankt, nu kan ik alles alleen opknappen en mijn pijn
gaat maar door, jij bent er mooi vanaf". Maar gelijk wel
beseffend dat dit natuurlijk ook zijn keuze niet is geweest. Van
een andere lotgenoot weet ik dat die ook zo gereageerd heeft,
dat geeft dan toch weer herkenning. Maar het gemis vliegt me dan
gewoon aan, ik zie hem nergens meer en toch is hij ergens constant
aanwezig.
Dat "heimwee"gevoel heb ik ook heel sterk, golven van
rouw die inderdaad terugvallen op de tijd van toen je nog samen
was. Vooral als je foto's bekijkt denk ik wel eens: wat hadden
we het fijn toen. In een eerder stuk dat ik voor de Draaikolk
geschreven heb, heb ik het ook over de afgetekende periode die
je zou willen afsluiten, maar dat je lichaam gedoseerd periodes
van rouw tot zich neemt omdat je het niet in een keer aankan.
Maar wat zou het fijn zijn om er in een keer van af te kunnen
komen! Dus inderdaad "dat heb ik nou ook".
Leuk dat je
nog steeds gaat kamperen. Ik heb dus helemaal niets met kamperen.
Ik begrijp niet dat mensen die een heerlijk huis met alle comfort
hebben, in de vakantie primitief in zo'n tentje of caravan gaan
zitten. Je kunt je kont niet keren, er komt geen water uit de
kraan, en dan loop je daar met je toilettas onder je arm naar
de doucheruimtes. Laat staan als je er 's nachts voor een sanitaire
stop uit moet! Ik denk dat je er ook mee opgegroeid moet zijn.
Met mijn ouders gingen we vroeger naar natuurvriendenhuizen, dat
was ook heel gezellig. En later had ik natuurlijk het voorrecht
door mijn werk goedkoop te kunnen vliegen en ja, dan neem je natuurlijk
geen tentje mee. Nu ben ik ook geenszins een luxe vakantieganger,
maar een beetje gemak erbij vind ik wel prettig. Zo zijn wij met
de kinderen jaren op boerderijvakanties geweest, veel in Karinthië
of we huurden zo'n gîte in een Frans dorp. En dan gewoon
gezellig contact hebben met de lokale bevolking daar. Die boerderijvakanties
zijn altijd een groot succes geweest.
Het lijkt mij ook gezellig om mijn verre vakanties met iemand
samen te kunnen doen, zoals jij je kampeerervaringen wilt delen,
maar ja waar vind je die? Op vakantie met een ander gaan moet
wel klikken, eenvoudig is dat niet. Daarom ga ik nu georganiseerd
naar Vietnam, toch in een groep maar toch ook weer met veel vrijheid
erin, de excursies en waar je gaat eten enz. vul je zelf in. Vervoer
en overnachting staat alleen vast. En het voordeel is, dat je
in ieder geval dezelfde interesse hebt, en bevalt iemand je niet,
dan zijn er nog meer mensen in de groep.
Met Karin en
Linde gaat het gelukkig goed. Frits is maar twee maanden echt
"patiënt" geweest en dat heeft wel aan ze gevreten.
Frits heeft van iedereen afscheid genomen, maar van ons durfde
hij dat niet. Gelukkig praten we veel over hem, anekdotes worden
geregeld opgehaald.
In zijn ziek zijn periode had Linde net eindexamen gedaan en had
dus een lange vakantie. Ze zocht veel troost bij haar verzorgpaard
op de manege. Ze hebben veel steun in hun vriendenkring gevonden
en Karin kreeg later een vriend die een zusje op 18 jarige leeftijd
aan kanker heeft verloren, dus dat schept ook wel een band. Je
merkt gewoon in die familie dat ze weten wat rouw is. Maar missen
blijven ze hem natuurlijk. Linde mist gewoon dat gezellig even
dollen. Ze heeft zijn gevoel voor humor en nu schiet me te binnen
dat ze hem strijkend over zijn kale hoofd en voelend dat zijn
haar weer begon te groeien zei: "hé, je bent net een
kiwi!" Humor blijft de boventoon spelen als we over hem praten.
Frits was ook verschrikkelijk verstrooid, die zat af en toe op
een andere planeet. Dus het was al gauw: Frits hoeft niet verstrooid
te worden, dat was hij al!
Samen met hen
op reis gaan, was meer een overlapperiode. Linde vond ik toen
te jong om alleen met vriendinnen te gaan, maar dat doet ze nu
wel. Vorig jaar had ze nog een vriendin meegenomen, maar ik voelde
me toen af en toe knap eenzaam als ik die meiden zo gezellig hoorde
giechelen. Maar zo is het beter, ik kan mijn eigen vakantie uitzoeken
en hoef niet meer met een disco rekening te houden. Karin ging
al niet meer met ons mee, en gaat nu met haar vriend. Zij werkt
trouwens bij de grootste touroperator van Nederland dus heeft
ze leuke studie- en snoepreisjes. Ze hebben een huis gekocht in
Velserbroek en gaat volgend jaar het huis uit.
Gezellig hoor, om je dochter en kleinkind zo dichtbij te hebben.
Gelukkig blijft Linde voorlopig nog wel thuis wonen en die is
altijd duidelijk aanwezig. Ik heb ook een fijne vriendenkring
die mij steunt. We lopen niet de deur plat, maar hebben regelmatig
contact met elkaar. Wel merk ik, dat ik sinds ik weduwe ben (ik
kan nog steeds niet aan dat woord wennen, ik zie dan een 80 jarige
voor me!) ik veel meer in een vrouwencircuit "opereer".
Heb jij dat nou ook?
Nou Agnes, ik ga even in de tuin aan de slag. Ik lees dat jij ook voorlopig wel zoet ben met jullie huis, maar wel fijn om mee bezig te zijn. Hopelijk geeft je dat genoeg afleiding om je gedachten niet constant door rouw te laten overheersen.
Tot mails, en groeten van Wieneke
***
Brief 5 - Agnes Ostendorf:
22 juli 2004
Hoi Wieneke,
Die term "three years after", die jij gebruikte in je laatste brief, die raakte me. Ik heb me dat nooit gerealiseerd, maar dat is inderdaad zo. Het voelt zo. Als je partner kanker krijgt en je hoort dat er niets meer aan te doen is, dan begint inderdaad een ander begrip van tijd. Tijd is dan een zeer kostbaar goed geworden. De tijd van vóór en de tijd van ná. Als ik aan de tijd van vóór denk, moet ik teruggaan naar 1996. Wat was mijn leven toen anders. Echt niets is meer zoals het in 1996 was. Alles is veranderd en zelf ben ik de grootste verandering. Toen ik dan ook dat stukje in jouw brief las, vlogen bij mij de herinneringen en de daarbij behorende emoties me om de oren. Toch heeft die vóór-tijd ook zeker veel goede dingen gebracht. Wij werden heel erg op elkaar teruggeworpen en het contact met elkaar en dochter/schoonzoon werd nóg hechter dan het al was. Eén van de hoogtepunten voor ons was toen de geboorte van Anne (onze kleindochter, nu 6,5 jaar) Ik weet nog dat Cees thuis in bed lag en dan echt elke dag om 16.00 uur het bezoek de deur uit stuurde, zodat hij samen met Anne ongestoord naar de Teletubbies kon kijken. Dat was zijn heilig halfuurtje, daar mocht niemand aankomen. Ik denk daar toch met veel warmte aan terug. Het dieptepunt van die periode was natuurlijk het overlijden van Cees, maar ook dat groot verlies en verdriet gaf weer een verbondenheid met m'n dochter, schoonzoon en broer.
En dan dat stomme schuldgevoel, hè. Misschien heb je wel gelijk. Misschien is het wel omdat ik de dingen doe die zíj zo graag zouden willen doen. Ik heb me ook voorgenomen daar mee te stoppen. Het heeft geen zin. Wat betreft het boos zijn op Cees en Andries. Ja, "dat heb ik ook". Woest ben ik geweest. Maar ja, ook dat ging weer voorbij. Wat bij mij (nog) niet voorbij gaat is dat constante gevoel van aanwezigheid. Aan de ene kant vind ik dat prima, ze horen beiden bij me. Aan de andere kant ben ik wel eens bang dat het me belemmert in het op mijn manier verder leven. Ach, "de tijd zal het leren", zeggen ze.
Deze week heb ik thuis weer het rijk alleen. Wat een gestress de afgelopen twee weken. Samen met de hele familie in mijn huisje is vreselijk fijn hoor, maar ik weet nu dat rust om me heen toch ook wel goed voelt. Het elke dag weer de wasmachine aanzetten en elke dag weer die pan piepers schillen en groente schoonmaken. Het brengt bij mij een cultuurschok teweeg. Ik was dat niet meer gewend. Voor Anne en Joost is het één groot feest, één grote logeerpartij, maar dan met papa en mama er bij. "Het kan niet mooier", hoor ik ze bijna denken. Ze zijn nu met z'n allen naar Buitenkunst in Dronten. Een week kamperen met allerlei creatieve activiteiten. René maakt foto's, Maaike heeft haar contrabas en basgitaar mee en de kindertjes gaan iets doen met theater, knutselen en spelen. Andries en ik zijn, samen met zijn dochter en kleinzoon, in 2002 ook nog naar Buitenkunst geweest. Voor Andries was het héél vermoeiend, maar hij wilde nog zo graag met z'n vieren op vakantie. Het was onze laatste vakantie en wat hebben we genoten! Misschien ga ik volgend jaar weer naar Buitenkunst. Maar nu even niet.
Wat fijn dat het goed gaat met je dochters en dat jullie samen veel over Frits kunnen praten. Dat dit vaak gepaard gaat met humor is alleen hartstikke fijn. Ik moest wel wat grinniken om dat "verstrooien". Met een goed gevoel voor humor kun je de hele wereld aan, het houd je overeind.
Net als jij,
heb ik heel veel moeite met het woord "weduwe". Ik gruwel
van dat woord. In juli 2000 heb ik daar zelfs voor de Draaikolk
nog een stukje "Wat is nou een naam" over geschreven.
Een paar jaar geleden lukte het de KPN om mij een brief te sturen
met als adres: "aan de weduwe van de heer C.J. van Veen".
Ik heb toen vreselijk staan huilen bij de brievenbus, vervolgens
werd ik hartstikke kwaad en heb ze direct een pissige brief teruggestuurd.
Ze durven die fout bij mij niet meer te maken. Ook associeer ik
het woord "weduwe" altijd weer met een zielig oud vrouwtje
dat (letterlijk en figuurlijk) gebukt gaat onder groot verdriet,
een grijs knotje op het hoofd heeft en zich afzijdig houdt van
het actieve leven. Natuurlijk is dat onlogisch, maar ja, dat zullen
wel jeugdherinneringen zijn die dan (on)bewust naar boven komen.
Jij vroeg ook of ik, net als jij, veel in het vrouwencircuit verkeer.
Ja, dat heb ik ook en mijn kringetje is al niet zo erg groot.
Ik heb weinig contact met familie (buitenland), op m'n jongste
broer, een oude oom en tante en een neef na. Ik heb geen betaalde
baan meer waarbij je elke dag mannelijke collega's tegenkomt,
m'n vriendenkring was al aardig uitgedund na het overlijden van
Cees, in de hondentrimsalon heb ik jongere vrouwelijke collega-stagiaires
en het is meestal de vrouw des huizes die de hond van en naar
de trimsalon brengt.
De mannen binnen mijn vriendenkring zijn dan ook nog vaak de "mannen
van mijn vriendinnen". Wel heb ik één ongehuwde
mannelijke vriend en daar ben ik dan ook héél erg
zuinig op. Met z'n tweeën hebben we zeker al tien jaar een
theater/concert abonnement. Dit jaar hebben we weer een prachtig
pakket samengesteld. We zoeken ook altijd iets cultureels (opera
en klassiek toneel), iets spectaculairs (slagwerk van Slagerij
van Kampen), iets moois (Acda en de Munnick, Mathilde Santing),
iets onbekends (wat weet ik niet meer) en nog een paar dingen
die ik nu zo snel niet op kan noemen. Ik verheug me nu al op de
avonden dat ik weer met hem op stap ga.
Voor wat betreft vrienden en/of kennissen. Ik hoor van andere weduwes/weduwnaren (weer dat rotwoord) dat inderdaad ook hun vriendenkring is veranderd. Er zijn bij mij ook vrienden 'verdwenen'. Gewoon omdat ze niet met de situatie om konden gaan, bang waren voor de confrontatie, of omdat het vrienden van Cees en/of Andries waren, of omdat de vriendschap alleen maar 'vriendschap in voorspoed' bleek te zijn. Daarentegen heb ik er ook vrienden bij gekregen. Mensen die ik al jaren oppervlakkig kende maar met wie ik, juist door de ziekte en het overlijden van Cees en/of Andries, meer en beter contact kreeg. Het kan vreemd gaan, vind je ook niet?
Weet je wat ik ook zo moeilijk vind van het alleen zijn? Je moet overal zelf in je uppie achteraan. Je moet alles zelf alleen regelen, zelf de grote maar ook de vele kleine beslissingen nemen. Met elkaar overleggen wat nou het beste is om te doen in een bepaalde situatie is er ook niet meer bij. Trouwens, ik mis niet alleen m'n praatpaal/steunpilaar, maar ook m'n kaartlezer, routesamensteller, ontbijt-op-bed-bezorger, boodschappentassen-tiller, bandenplakker, kliko's-buitenzetter, rommel-in-de-schuur-maker, vijver-en-dakgotenschoonmaker, etc. Kortom, m'n allerliefste, beste maatje!
Wieneke, ik stop met deze brief. Ik ga iets nieuws doen. Ik ga naar Slender-You. Daar worden al je, door spanning en stress stijf geworden, spieren op triltafels (!) losgetrild en dat schijnt zeer ontspannend te zijn. Voor mij de eerste keer en ik ben reuze benieuwd. Op dit moment kan ik wel wat ontspanning en losgetrilde spieren gebruiken.
Tot de volgende keer.
Liefs en groeten
van Agnes
10 juli 2004
Weer een kilometer verder! door Agnes Ostendorf *)
Ik ga het doen. Ik ga me aanmelden bij Samen Actief van de Draaikolk! Het is veel leuker samen 'actief' te kamperen dan in m'n uppie.
Een paar weken terug ben ik een weekendje op stap gegaan met de Vereniging voor Alleengaande Kampeerders. Het was, wat mij betreft, geen succes. Donderdagavond, na een dag heel hard werken in de hondentrimsalon, kwam ik op de plaats van bestemming aan. Het ontvangstcomité zat klaar met koffie en koek om m'n aanwezigheid op hun lijstje aan te vinken, een kennis van mij die 's middags al aangekomen was ook al van de partij en het comité had voor mij een fraai plekje gereserveerd onder de bomen. Nadat m'n Rapidootje op z'n pootjes stond en ik voor m'n inwendige mens had gezorgd, kon wat mij betreft het weekend beginnen. Ik was er helemaal klaar voor.
Hoezo moeilijk? Wat nou de eerste keer?
Gedurende dat
weekend werd het me steeds duidelijker. Zo'n weekend met alleen
maar mensen die al dan niet vrijwillig of onvrijwillig alleengaand
zijn: het is niets voor mij, ik ben daar niet geschikt voor.
Bij aankomst werd me al verteld: "dat het natuurlijk moeilijk
(?!) was zo'n eerste keer (?!) zonder partner met m'n caravan
op stap, maar dat het juist goed was dat ik de stap gedaan had
om naar dit kampeerweekend te komen. Iedereen hier aanwezig had
ongeveer hetzelfde doorgemaakt als ik en begreep het als ik het
moeilijk had."
Het is absoluut goed bedoeld, zo'n uitspraak, maar bij mij werkt
dat averechts. Hoezo moeilijk? Wat nou de eerste keer?
De leden van de club waren echt geïnteresseerd in alle nieuwelingen.
Er werd gevraagd of de reis goed verlopen was, of m'n caravan
goed stond, of ik het naar m'n zin had, of ze nog met iets konden
helpen en of het goed met mij ging. Kortom, ze waren zorgzaam,
hartstikke aardig en echt heel lief, maar voor mij zo beklemmend.
Het was zo met z'n allen
Waar ik ook
zo'n moeite mee heb, is het in groepsverband ondernemen van allerlei
activiteiten. Ik kon meedoen aan een rondleiding door de oude
stad onder begeleiding van een gids, er werd gefietst, op zaterdagavond
werd er gezamenlijk in het restaurant gegeten én
's morgens werd er met z'n allen in een grote kring koffie gedronken.
Deelname aan de activiteiten was natuurlijk niet verplicht, maar
meedoen hoorde er wel een beetje bij. Natuurlijk heel gezellig
allemaal en vreselijk lief bedoeld, maar het was zo met z'n allen
en ik ben toch meer het type van met z'n tweeën of in ieder
geval een klein clubje.
Zondagmiddag was er met alle aspirant-leden (waaronder ik dus)
een evaluatiegesprek waarin alle bevindingen besproken werden.
In dat gesprek heb ik ze heel eerlijk gezegd dat deze club niet
voor mij geschikt is. Dat ligt niet aan de club, dat ligt aan
mij. Ik hou niet zo van dat collectieve, van allemaal hetzelfde.
Natuurlijk is er een hele grote groep alleengaanden voor wie deze
vorm van kamperen geweldig is, die zich wel kan vinden in het
'collectieve' en het heerlijk vindt om voor elkaar te 'zorgen'.
Deze groep alleengaanden kan ik de VAK (www.vak.scarlet.nl) van
harte aanbevelen. De mensen van deze club hebben het beste met
iedereen voor.
Om nou een lang verhaal kort te maken: bij deze meld ik me aan bij Samen Actief van de Draaikolk. En nu maar hopen dat er niet teveel mensen op reageren, anders wordt het toch nog een clubje
*) Agnes Ostendorf, vrouw, geboren 5 juli 1950, partner Cees (51) op 9 december 1998 overleden aan Non-Hodgkin's; een volwassen dochter. Partner Andries (59), na op 22 augustus 2000 te zijn gaan samenwonen, op 7 april 2003 overleden aan alvleesklierkanker; e-mailadres: a.ostendorf@quicknet.nl
13 juli 2004
Ruggesteuntjes
(21)
Wijsheden, gedachten
en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld
door Monique Vos
Deze keer, in
juli, vond ik er maar vier en ineens bedacht ik dat ik die ontbrekende
vijfde best alsnog zou kunnen schrijven. De afgelopen jaren heb
ik eigenlijk nog nauwelijks een rouwgedicht kunnen schrijven en
ik heb dat aan de ene kant als spijtig ervaren, maar aan de andere
kant gaf het ook wel een goed gevoel. Janny zou misschien met
een zelfvoldane blik zoiets hebben gezegd als: "Zie je nou
wel? Je bent er tóch in geslaagd om me beetje bij beetje
los te laten. Heb ik je dat niet voorspeld?" En dat had ze.
Zoals ze vóór haar dood zoveel dingen voorspelde
die later feilloos bleken uit te komen. En toen ik dat bedacht
schreef ik in een opwelling het vijfde gedicht op deze pagina:
"Een merel in mijn tuin".
"Overwinnen was niet mogelijk.."
Feitelijk, maar openhartig relaas over borstkanker
Nog geen jaar na de geboorte van hun zoontje wordt bij Désirée een kwaadaardige vorm van borstkanker geconstateerd, al snel gevolgd door diverse uitzaaiingen.
In dagboekvorm beschrijft echtgenoot René de periode vanaf de geboorte van hun zoontje Remco op 8 april 2001 tot en met de dag van de crematie op 15 mei 2003. Zonder zich al te zeer te verliezen in onnodige details vertelt hij in feitelijke bewoordingen met welke onderzoeken, onzekerheden, verdriet en angsten zij samen in rap tempo geconfronteerd werden. Zijn ervaringen met de medische stand zijn zowel positief als negatief en hij schuwt in zijn boek het noemen van namen niet.
Het valt hem
steeds zwaarder om zijn vrouw zo te zien lijden en het sloopt
hem ook geestelijk. Wanneer het einde nabij is en de specialisten
in overleg met hem bespreken wat zij nog voor zijn vrouw kunnen
betekenen, is het moment aangebroken waarop René zijn zienswijze
moet verdedigen waarom hij niet aan de laatste wens van zijn vrouw
kan voldoen. Ze zijn het samen namelijk niet eens kunnen worden
over haar wens om thuis te kunnen sterven, opgebaard te worden
en om thuis de urn met as neer te zetten. Een gesprek hierover
vindt onder meer plaats met de psycholoog van het ziekenhuis die
het hierbij voor Désirée (die inmiddels nauwelijks
meer aanspreekbaar is) opneemt.
Maar René hamert erop dat hij dit niet aankan. Afgezien
van het feit dat hij dit voor zichzelf te belastend vindt worden
("je hebt op dat moment helemaal geen privacy meer"),
was de doorslaggevende reden voor hem dat hij hier een "raar"
gevoel over kreeg:
"Ik
ging me van alles voorstellen wat er na een overlijden in huis
allemaal kan blijven hangen. Mijn gevoel zegt dat de geest in
je huis blijft rondhangen. (
) Zal wel aan mij liggen, maar
mijn gevoel zei "niet doen". Ik zou hier nachtmerries
van kunnen gaan krijgen."
En wat het thuis neerzetten van de urn betreft, verwachtte hij
"dat er altijd mensen zullen zijn, die mij dan na jaren
misschien nog "lastig" blijven vallen om naar de urn
te komen kijken."
Gezien haar conditie vindt ook de arts het verstandiger om Désirée in het ziekenhuis te laten sterven. Ook hun ervaringen met zulke situaties (jonge gezinnen) waren niet gemakkelijk: "Oudere mensen hebben daar minder problemen mee, maar jonge mensen denken daar anders over."
Na het overlijden
van Désirée op de leeftijd van 34 jaar overheerst
bij René in eerste instantie een gevoel van berusting,
blij dat hij is dat zijn vrouw eindelijk rust heeft gevonden.
Verdriet en opluchting komen elkaar tegen. Het besef dat zij hem
definitief heeft verlaten is dan nog niet aanwezig.
De reeds getroffen voorbereidingen voor het afscheid worden nu
in gang gezet. Op het rouwkaartje komt de tekst die haar vader
had uitgesproken: "Overwinnen was niet mogelijk
"
Het gebeurt niet al te vaak dat mannen hun ervaringen over het verlies van hun partner aan papier toevertrouwen. Alleen daarom al verdient Smeulders respect. Dit boek is een feitelijk maar ook openhartig geschreven relaas over wat de diagnose borstkanker kan betekenen voor vrouw en partner. Eenvoudig, maar helder geschreven. Zonder dat al te diepe emoties worden opgegraven, maar zeker ook zonder bovenmatig vertoon van "zelfmedelijden". Hij heeft ervoor gekozen om zich voornamelijk te beperken tot de "ziekenhuisperiode". Hoe het hem verder is vergaan, samen met zijn zoontje, komen wij niet te weten. Hierdoor zal hij mogelijk minder lotgenoten kunnen bereiken, maar dit was dan ook niet zijn bedoeling. Hij heeft het in eerste instantie geschreven voor zijn zoontje.
Monique Vos
juli 2004
"Overwinnen
was niet mogelijk..." - René Smeulders; Uitsluitend te bestellen
via internet: www.mijneigenboek.nl, Groningen 2004; ISBN 90-5974-043-2;
121 blz.
22 juli 2004
De eerste vakantie samen , door Mirjana van Zeijderveld *)
Afgelopen maand ben ik samen met Bas, mijn huidige partner, op vakantie geweest voor de eerste keer. Het was boeiend om te bemerken hoezeer de bekende vakantiekriebels weer boven kwamen drijven. Ik weet nog dat ik na Elout's overlijden dacht: dus nu gaan we niet meer samen op vakantie, de wereld ontdekken. Nu ben ik alleen.
Onwennig om alleen te reizen na zijn dood
Met Elout ontstond
het plan om na ons afstuderen in 2001 een reis naar Zuid-Amerika
te maken. Met Elout zou ik Schotland nog eens op de motor ervaren.
Met Elout waren er plannen en ik weet nog goed hoe onwennig ik
het vond om alleen te reizen na zijn dood. Ik ging wel regelmatig
alleen erop uit: naar Engeland, naar Ierland, op bezoek bij vrienden,
maar altijd in de wetenschap dat hij er voor me zou zijn als ik
weer thuis was. Ik riep wel eens grappend als mensen verbaasd
reageerden op mijn reizen: "nee hoor, laat mij maar alleen
gaan. Elout mag me ophalen en wegbrengen, bij de gratie Gods!"
Voor Elout was het geen probleem. Hij genoot van mijn ondernemingszin
en ach, een weekje het huishouden niet hoeven doen en met de maten
borrelen was natuurlijk ook wel erg lekker.
Het alleen reizen na Elout's overlijden had een ander tintje gekregen.
Stonden de uitstapjes altijd bol van de voorpret, het inpakken,
het stressen op weg naar vliegveld of trein, nu pakte ik stilletjes
mijn spullen in en werd genieten en leven eigenlijk meer OVERleven.
Eruit zijn, om even tot rust te komen. Die broodnodige rust die
rouwen je niet geeft...
We kwamen niet snel in de stemming
Deze maand juni stond de reis gepland: Schotland, samen met Bas. Mede door drukte op het werk en verbouwingen thuis kwamen we niet snel in de stemming en gebeurde niet wat ik eigenlijk voorzien had: een onbestemd gevoel, groot verdriet om Elout, herkenning of juist zoeken naar herkenning. We gingen "gewoon lekker weg, even rust en ontspannen", leek het. Het was echter pas bij de terminal van de ferry dat het plezier begon op te borrelen: zon, wind, een machtig groot schip en een biertje in de hand. Het begin van wat een heerlijke rondreis is geweest, vol bijzondere ervaringen en ontmoetingen en dit alles heb ik mogen delen met mijn tweede grote liefde! Het is geweldig geweest.
Wat zal ik verder zeggen? De foto's zijn opgehaald. Ik kijk uit naar de avondjes die ik de komende weken ga gebruiken voor het maken van een plak- en fotoboek. Dit keer niet foto's in mapjes, door elkaar heen, ergens in een doos. Nee, ik heb een rouwboek, een herinneringenboek en een dagboek bijgehouden na Elout's overlijden. Broodnodig voor mijn verwerking. Maar naast alle verdriet, het onophoudelijke missen, is ook gestart met mijn, met ons nieuwe leven en is er ook plaats voor nieuwe ervaringen, nieuwe herinneringen. En dat ga ik eren.
Aan alle lotgenoten, een ieder die al dan niet nog op vakantie gaat: heb het goed.
Veel liefs,
*) Mirjana van Zeijderveld, vrouw, geboren 20 oktober 1974; verloor partner Elout (26) door een auto-ongeluk op 22 februari 2001; geen kinderen; e-mailadres: mirjanaz@zonnet.nl
29 juli 2004
Ik hoef niet weg om vakantie te hebben door Sabine Janssen *)
Zoals het
vroeger was wordt het nooit meer. Je hele leven is al op de kop
gezet. In je normale leven moet je alles al opnieuw leren alleen
te doen, en dan ga je de zomermaanden in en dan krijgt zelfs het
woord "vakantie" een andere betekenis, een andere invulling.
Vakantie zonder Hans, zonder papa, hoe doen we dat?
Het begint al met de aanloop er naar toe. Vroeger leefde je echt naar die eerste vakantiedag toe. Onze vakantie begon wanneer Hans vrij was. In de weken voor die eerste vakantiedag hadden onze kinderen al vrij en regelde ik mijn werk zo dat ik wat meer thuis kon zijn. Wij vonden het heel erg prettig om vrij te zijn, maar maakten ons nooit zo druk over waar naar toe. Vakantie was voor ons: niet meer op de klok te hoeven letten en overdag dingen kunnen doen waar je anders niet aan toe kwam. Vanaf dat de jongste een jaar of drie was, begonnen we de vakantie altijd met een georganiseerde fietsmeerdaagse. Voor Hans was dat een goede manier om te ontspannen. Afkicken van de stress van het werk en de lange autoritten in verband met steeds wisselende werkplekken.
We hadden al dingen in de planning staan
Daarna gingen
we vaak twee weken weg. Vaak keken we elkaar zo rond de tiende
dag aan en wisten we allebei: we willen wel weer naar huis! Dit
was een vakantieschema dat zo vertrouwd was. Daar hoefde je niet
over na te denken, het was gewoon elke keer weer prettig vakantie
vieren. Wij wisten ook wel dat het een keer zou veranderen. Dan
zou de oudste niet meer meegaan, en een paar jaar later onze jongste
ook niet meer, maar dat was niet erg want voor die periode hadden
we ook al dingen in de planning staan. We wilden graag samen de
fietstocht langs de Donau maken, van Passau naar Wenen. Elk krantenknipsel
of artikel daarover bewaarde ik. De fietstocht om de Bodensee
stond op nummer twee. Of een cultuurvakantie naar bijvoorbeeld
Rome of Barcelona. Genoeg plannen voor als de kinderen groter
waren.
Er stond afgelopen december nog een artikel over Passau-Wenen
in de krant. Hans was al zo ziek. Ik zat bij tafel de krant te
lezen en begon het artikel door te lezen. Tijdens het lezen stroomden
de tranen over mijn wangen en Hans vroeg wat er was. Ik vertelde
het hem en zo ziek als hij was zei hij: "Sabine, bewaar het
maar". Ik heb het artikel eruit gehaald en ik zal het ook
bewaren.
Toen
we de knoop hadden doorgehakt, viel bij mij de spanning ook weg
En nu werd het
dit jaar weer vakantie.
Mensen zeiden tegen mij dat we wél weg moesten gaan en
dan zei ik aldoor: "Ja hoor, dat doen we ook wel. We beginnen
met een weekje Veluwe en dan gaan we de fiets4daagse doen."
Ik had al op het internet gekeken naar een bungalow op de Veluwe
en ik zag heel veel leuke dingen. Het boeken via internet is ook
heel gemakkelijk, maar iets weerhield me ervan om dat daadwerkelijk
te doen.
We hebben een hond (een retriever) van bijna 15 jaar en aangezien
zij steeds verder achteruit gaat hebben de kinderen en ik besloten
toch maar niet weg te gaan in deze zomermaanden. Wij hebben er
altijd een hele lieve hond aan gehad en in dit laatste gedeelte
willen we er ook voor haar zijn. En eigenlijk vond ik het ook
helemaal niet erg. Toen we de knoop hadden doorgehakt viel bij
mij de spanning ook weg. Ik heb nog steeds van die periodes dat
ik zo verschrikkelijk moe ben. Ik moet er niet aan denken om zo
moe in een huisje op de Veluwe te zitten.
Het geluid
van de golven, de geur van de zee
We zijn wel
afgelopen weekend naar zee geweest!
We hadden een verjaardag in het westen van het land en het leek
ons wel wat om een dag eerder te gaan en dan te overnachten in
een hotel aan de kust. Mijn vader en zus zouden ook mee gaan.
Natuurlijk zag ik er tegen op. Voor de eerste keer zonder Hans
naar de kust. Niet meer samen over het strand lopen, al pratend
met elkaar en de kinderen. Blij zijn met elkaar, genieten van
het vrij zijn.
Ik heb die dag afwisselend gehuild en genoten. Ik was net als
het weer: regenbuien en opklaringen. Voor allebei was ruimte.
Af en toe keek ik naar de lucht en dan stroomden de tranen weer
over mijn wangen. En even later liep je weer te genieten. Fijn
dat het er allebei mag zijn. In de aanloop er naar toe verheugde
ik me er zelfs weer een klein beetje op. Dat gevoel kende ik niet
meer. Ik heb natuurlijk veel dingen gedaan de laatste tijd waar
ik ook wel van heb genoten, maar er was geen voorpret meer bij.
En nu zat die voorpret er weer een beetje.
Een dagje naar zee. Het geluid van de golven, de geur van de zee.
Een zee die altijd mooi is en nooit verveeld.
Het was afgelopen zondag geen strandweer, maar dat kwam goed uit.
Wij hebben een eind langs de vloedlijn gelopen en de kinderen
konden vliegeren, (zo'n vlieger waar je "loopings" mee
kunt maken) er stond genoeg wind.
Weer
een drempel, een hele hoge
Gisteren zijn
we ook begonnen met de fiets4daagse. Ik was me 's morgens aan
het afreageren op de kinderen. Toen kwam ik erachter dat zij niets
verkeerd deden, maar dat het gewoon weer aan mij lag. Weer een
drempel, een hele hoge. Ik miste Hans weer in zoveel dingen. We
hadden allebei zo onze eigen taken. In het dagelijkse leven begint
het te "wennen", maar nu kwam het gemis in volle hevigheid
op ons af.
Je ziet tijdens zo'n fietstocht altijd mensen die je maar een
keer per jaar ziet, en wij kregen fijne reacties: "fijn dat
jullie er zijn", "goed dat je het doet", "hoe
is het nu met jullie", "wat fijn dat je kinderen met
je meefietsen". We hebben gekozen voor de 30 km tocht en
daar waren we blij om, want we waren alledrie moe, moe en nog
eens moe gistermiddag. Gelukkig goed weer, dus met een boekje
en een grote pot thee buiten gezeten. De jongste ging gauw achter
de computer want die had hij toch wel gemist. Nu vandaag, de tweede
dag, ging het alweer beter. Ik vond de route van vandaag zelfs
mooier, maar dat zal ook wel weer "tussen mijn oren"
zitten.
Weer een drempel genomen en zo zullen er nog veel volgen.
Ik weet nu in
ieder geval dat ik niet weg hoef om vakantie te hebben en dat
het verdriet het genieten niet in de weg staat. We zijn gewoon
lekker thuis en we proberen ook in deze vakantietijd ons leven
weer op te pakken.
Ik wens iedereen, hoe hij of zij ook vakantie "viert",
een goede tijd toe.
*) Sabine Janssen-Davina, vrouw, geboren 16 maart 1959; partner Hans (51) is op 31 december 2003 overleden aan slokdarmkanker met uitzaaiingen naar de lever; een thuiswonende dochter en zoon; e-mailadres: janssen.davina@hccnet.nl
30 juli 2004
De verjaardag die ik "vergat", door Bert Vos *)
Ik ben een Vos. Niet elke Vossenfamilie is gelijk, dus elke gelijkenis met andere Vossen is puur toevallig. Maar toch. Ook al heb ik mijn leeftijd niet mee, ouderdom, grijze haren en zo, mijn hele leven lang, ruim zestig jaar inmiddels, heb ik last gehad van een chronische vergeetachtigheid die soms ernstige vormen aan kan nemen. Verder worden er - en dat even om in je achterhoofd te houden- verjaardagen in mijn familie zelden uitbundig gevierd. Maar toch.
Zelf ben ik in juli jarig, mijn overleden vrouw Janny acht dagen later. Als wij onze verjaardagen vierden dan vielen die het grootste deel van ons leven altijd in het hoogseizoen, ergens op een overvolle camping in Frankrijk. In vakantietijd dus. We waren dus überhaupt nooit thuis om één van onze verjaardagen gezellig in familiekring te kunnen vieren. Als we dat al zouden willen. Maar toch.
Wij, Monique en ik, wonen sinds enkele jaren heel ver verwijderd van mijn zoons en aanhang en die afstand is nauwelijks overbrugbaar gebleken als het gaat om gewoon even een kopje koffie drinken. Laat staan om een verjaardag met hun aanwezigheid kracht bij te zetten. Als ze dat al zouden willen en niet op vakantie zijn. Maar toch.
Woensdag de 28e hebben Monique en ik enkele uren in het ziekenhuis doorgebracht voor een (door mij toch weer zwaar onderschatte) Mri-scan, die ik moest ondergaan en daarna hebben we wat gewinkeld en zo. De nacht daaraan voorafgaand hadden we nauwelijks geslapen. Wel veel energievretend allemaal, dat wel. Maar toch.
Donderdag de 29e juli 2004 werd ik wakker met een barstende hoofdpijn en een intens gevoel van verdriet. Die hoofdpijn was misschien nog wel te verklaren door die vermoeiende dag met dat ziekenhuisbezoek. Maar dat verdriet? Ik heb verschillende keren gehuild. "Zo maar". Ik heb die morgen, bijna direct nadat ik wakker werd, ondanks die hoofdpijn met een opgewekt gezicht aangekondigd dat ik voor een lekker ontbijt op bed zou zorgen, ook al moest ik bijna huilen toen ik dat aankondigde. Ik deed wat ik had beloofd, ondanks het tegensputteren van Monique en overtrof mezelf. Maar toch.
De rest van de dag hebben Monique en ik doorgebracht met te "zijn". Totdat het de hoogste tijd werd voor het avondeten en ik me, alweer opgewekt maar verdrietig, naar de keuken begaf en tamelijk enthousiast aan een lekkere maaltijd begon. Ik moest tussendoor wel zo nu en dan een flinke roffel op mijn van Monique op mijn verjaardag gekregen djembé geven, maar het lukte me om een diner voor twee op tafel te zetten, inclusief een lekkere Minervois, onze Franse lievelingswijn. Maar toch.
We zouden net aan onze vaste toast beginnen, sinds er met m'n pancreas misschien iets aan de hand zou kunnen zijn, door te drinken op de gezondheid van onze alvleesklieren en wijde omgeving, toen de blik van Monique op de geopende agenda op de keukentafel viel. Ze keek me aan en zei opeens zacht: "Bert, het is de verjaardag van Janny". Op dat moment drong ineens de waarheid tot me door. Ik had, overigens voor het eerst na haar overlijden, Janny's verjaardag op de dag zelf echt helemaal vergeten. Maar mijn geest niet. Ik had de dagen ervoor verschillende keren er over gepraat. Zelfs dat ik niet hoopte dat de MRI-scan op haar verjaardag zou vallen. Ik was er dus echt wel mee bezig geweest. Maar toch.
Vandaar dat
uitbundige ontbijt op bed op een doordeweekse dag, vandaar deze
speciale maaltijd. Ik moest en zou "mijn vrouw", welke
dan ook, vandaag extra verwennen
De huilbui die volgde was
logisch en bevrijdend tegelijk. Ik voelde tot mijn verbijstering
hoe mijn zware hoofdpijn snel wegtrok alsof die er alleen maar
was geweest om me te vertellen dat ik iets was vergeten
Ik heb met tranen in mijn ogen een toast uitgebracht op Janny,
die net zo oud als ik zou zijn geworden als ze haar gevecht tegen
de borstkanker zou hebben gewonnen. Het heeft niet zo mogen zijn.
Maar toch...
Zelden was ze zo nadrukkelijk aanwezig op haar verjaardag dan op 29 juli 2004. De tweede toast was natuurlijk op de gezondheid van onze alvleesklieren. En het feestelijke derde glas was om haar verjaardag in gedachten te vieren. De Minervois heeft ons nog nooit zo goed gesmaakt als op die dag
30 juli 2004
*) Bert Vos, man, geboren 21 juli 1942; partner Janny (1942) op 31 januari 1998 overleden aan borstkanker; hertrouwd met lotgenote; e-mailadres: elvo@planet.nl
30 juli 2004
Elout's 30e verjaardag: een mijlpaal, door Mirjana van Zeijderveld *)
Net een maand
terug van een heerlijke vakantie (zie mijn stukje "De eerste
vakantie samen") en 'opeens' gaat het niet zo goed en voorspoedig
meer
Zaterdag 31 juli zou Elout zijn 30e verjaardag vieren en dat besef
is de afgelopen week bij mij erin geslopen en behoorlijk pijn
gaan doen.
Ik weet nog hoe vlak na Elout's overlijden mijn leven voorbij kroop in minuten, in uren, in dagen en daar zaten hele hiaten tussen. Hoe ik dacht in termen van "gisteren rond deze tijd " en "vorige week hadden we " Hoe moeilijk ik het begon te vinden dat met elk uur, met elke dag die verstreek ook meer afstand ontstond tussen Elout en mij. Hoe onrechtvaardig het was om geconfronteerd te worden met opmerkingen als: "Is het alweer een jaar geleden?", terwijl het voor mij pas een jaar was.
Er zijn nu 3 ½ jaar verstreken en in die tijd is er zoveel gebeurd. Afstuderen, een nieuwe relatie, verhuizen, de zakenwereld in, toekomstplannen waar Elout geen deel van uit zal maken en die gedeeltelijk met mijn eigen groei hebben te maken. Ik ben, kortom, veranderd. Of, zoals mijn vriendin Chris en ik eens bespraken: wij worden ouder, maar het beeld dat wij van Elout hebben niet. Hij zal altijd 26 blijven.
Een stralende Elout op een stralende zomerdag
En nu Nu zijn we een dag verwijderd van wat zeer waarschijnlijk een grote feestdag was geworden. Ik stel mij weer zo voor dat het een feest in de tuin zou zijn. Veel vrienden, koude biertjes, muziek en veel gezelligheid. Een stralende Elout op een stralende zomerdag. De laatste keer dat hij zijn verjaardag zo groots vierde, was toen hij 25 werd. Ik zag vorige week onverwachts de foto's van het feest terug en ik denk dat dit het startsein was voor de grote gevoelens van rouw waar ik nu in ben ondergedompeld.
Het doet zeer.
Het is een snerpende pijn, een klap in mijn gezicht die blijft
nagloeien. Het brengt een mengeling van verdriet en schuldgevoelens
met zich mee. Ik had het Elout zo graag gegund, deze mijlpaal
vieren met de vrienden. Ik word zelf 30 dit jaar en heb plannen
voor een groots opgezet verkleedfeest en veel gezelligheid. Waarom
mocht híj dit dan niet meemaken? Waarom geen toekomst?
Ik heb geleerd dat ik het niet zal kunnen begrijpen met mijn ratio.
Mijn geloof in het hiernamaals is stevig in mij verankerd, maar
hier op aarde, als kwetsbaar mens, helpt dat besef mij geen zier.
Nu even niet.
Deze verjaardag brengt voor mij ook het besef met zich mee dat ik niet alleen Elout heb verloren, maar ook enkele ooit dierbare vrienden, en dat mensen van wie ik het niet verwachtte, rotsen in de branding blijken te zijn. Dat het moeilijk blijft om over Elout te praten. Dat het hele leven, mijn hele leven is veranderd in de afgelopen 3 ½ jaar.
Ik hoop
Ook ik leid
een dubbelleven: ik heb een gelukkig heden en een mooie toekomst
voor ogen, maar draag een groot verlies met mij mee.
Ik hoop kinderen en kleinkinderen te krijgen met Bas.
Ik hoop heel oud en nóg eigenwijzer te worden!
Ik hoop al die mooie momenten te mogen ervaren.
Ik hoop dat ik nóg meer mag groeien.
Ik hoop dat deze pijn zal slijten
*) Mirjana van Zeijderveld, vrouw, geboren 20 oktober 1974; verloor partner Elout (26) door een auto-ongeluk op 22 februari 2001; geen kinderen; e-mailadres: mirjanaz@zonnet.nl
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren