Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de edities december 2003 tot en met januari 2004


12 december 2003

Hoofdredactioneel: Ons motto voor 2004: Neem de tijd!

Elke keer als we aan een nieuw jaar beginnen heb ik al mijn lotgenoten een motto meegegeven dat je het hele jaar door toe zou kunnen passen. Sterker nog, ik vind gewoon dat je dat ook daadwerkelijk moet doen. Zelf heb ik er redelijk veel profijt aan gehad. Neem nou bijvoorbeeld het jaar 2000. Toen schreef ik vol optimisme: Laat het gebeuren! En in dat jaar gebeurde het en kwam Monique in mijn leven. Ik bedoel maar.

Voor 2004 heb ik het motto: ,,Neem de tijd" gekozen. En dat heb ik niet zo maar gedaan. Ik doe trouwens zelden iets ,,zo maar" en in dit geval lag een tamelijk bijzondere gebeurtenis aan dit credo ten grondslag. Ik ben kankerpatiënt en dat betekent dat je geen moment zeker bent van je leven. Dat klinkt misschien wat cru, maar het is gewoon de waarheid. Eind 2003 kreeg ik de boodschap dat er opnieuw een tumor in één van mijn longen was gevonden, op dezelfde plek waar de vorige was weggehaald in januari 2003. Opnieuw stond mijn, onze, wereld op zijn kop. Toen gebeurde het. Die avond lagen we in bed vol verdrietige gedachten. En opeens was ze in mijn geest. Mijn overleden vrouw Janny kwam ,,eventjes op bezoek"… Nu ben ik heel spaarzaam in het vertellen van dit soort bijzondere gebeurtenissen in mijn leven omdat veel mensen er niet in geloven en ik ook zonder dat soort verhalen al bij sommigen als een merkwaardig mens door het leven ga, maar deze keer was de boodschap heel helder en duidelijk toen ik haar vroeg wat mijn toekomst nog kon zijn. ,,Neem de tijd" was haar antwoord. Met andere woorden: je hebt de tijd, neem die tijd dan ook.
Ik heb daar heel lang over nagedacht en het veranderde mijn leven. Niet direct, maar langzaam maar zeker werd bij mij helder waar alles om draaide. Neem de tijd…

Het was véél meer dan zo maar een opmerking ten aanzien van mijn ziekte. Natuurlijk was ik blij met de gedachte dat ik blijkbaar de tijd zou krijgen, maar dat was het niet alleen.
Er was iets in haar opmerking waardoor ik aan het denken werd gezet. Ik ben, om maar eens een voorbeeld te noemen, van nature een tamelijk ongeduldige man. ,,Neem de tijd…"

Als ik achter de computer zit en ik moet iets veranderen aan een programma of zo, sla ik de handleiding over en gaat het prompt fout. ,,Neem de tijd…" Mijn huwelijk met Monique is echt geweldig, maar soms zijn er dingen die we niet van elkaar begrijpen. Niet zo gek als je elkaar pas enkele jaren kent, maar ik raak daar wel eens door van slag en… ,,Neem de tijd…"

Eigenlijk heb ik het gevoel dat ik nog maar kort te leven heb en dus alles tegelijk zou moeten gaan doen om toch maar vooral niks te hoeven missen van wat het leven nog te bieden zou kunnen hebben. Een soort ADHD is het gevolg en er komt dan vaak helemaal niks echt goed uit de verf. ,,Neem de tijd…"

Steeds vaker hebben we het gevoel dat we een streep zouden willen zetten onder ons rouwproces. En het gevoel willen hebben dat ons leven weer ,,normaal" is. We verlangen naar een normaal leven… Een onmogelijkheid weet ik nu weer: ,,Neem de tijd…" en misschien wordt het ooit nog wat.
Kortom: bij alles wat ik bedenk hoor ik ineens haar stem. Zacht maar ook een beetje dwingend: ,,Neem de tijd…" En, het is echt wennen hoor, ik ben nu bezig om het in de praktijk te brengen. Ik néém de tijd. Voor alles waarvoor dat nodig is. Ik neem de tijd om mijn leven te leven. Niet alleen door te relativeren, niet door te verdrinken in van alle realiteit gespeend optimisme. Nee, ik kies zorgvuldiger dan ooit. Maak mijn keuze's niet zonder er goed over na te denken.
Dus ik ben nu ineens een geweldige, onherkenbare man geworden? Iemand die als een soort heilige zijn leven leeft? De hele dag mediterend over leven en dood? Ben je gek! Ik heb nog steeds mijn fouten. Mijn ongeduld wil me nog steeds wel eens parten spelen en ook al doe ik mijn uiterste best om me volledig te verplaatsen in de gedachtegangen van mijn geliefde echtgenote, ik blijf gelukkig een mens. Mét een zich weer manifesterende kanker, weliswaar, maar toch een gewoon, naar omstandigheden redelijk gelukkig mens. Een mens die nu echter wèl zo nu en dan even bij zichzelf stilstaat en zich dan vermanend toespreekt: ,,Neem de tijd…"

Ik begin straks -samen met Monique- aan dit nieuwe jaar. We nemen alle tijd om ons te bezinnen op het jaar dat nu voor ons ligt. Niet echt gemakkelijk, maar als het waar is wat Janny mij in mijn geest neerlegde (en ik mag niet steeds zo de ongelovige Thomas uithangen vertellen mijn vrouwen me steeds) dus áls het waar is, dan heb ik inderdaad nog de tijd. Dan hebben we samen nog de tijd om elkaar nog beter te leren kennen. Alle tijd om al die dingen te doen, één voor één, die we al zo lang wilden doen maar waar nog niks van is gekomen.
,,Neem de tijd…"

En misschien dat ik dan voldoende tijd heb gekregen én genomen om volgend jaar om deze tijd en op deze plaats mijn motto voor 2005 neer te kunnen leggen. Intussen geef ik nu mijn motto aan al mijn lotgenoten mee: neem de tijd. Neem alle tijd die nodig is voor jezelf. Het is jouw tijd waar je heel bewust mee om moet gaan om er optimaal van te kunnen genieten.

Monique en ik wensen al onze lotgenoten, ondanks alles, een rustig, niet al te somber 2004 toe. En blijf ons schrijven!

Bert Vos,  Hoofdredacteur De Draaikolk

januari 2004 


Op 26 april 1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe", waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen (te vinden in het archief).

In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk" haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd. In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven" andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot - ondanks alle dubbele gevoelens - toch en misschien wel nóg intenser van het leven kan gaan genieten. Een leven dat weliswaar door het gemis nooit meer hetzelfde zal worden. Een leven dat anders is, maar daarom zeker niet minder waardevol. (Bert Vos, hoofdredacteur)


Dubbel-leven (8): Een troostend bosje bloemen

Het zal eind 1974 zijn geweest toen zij mij liet vragen of ik met haar wilde corresponderen. Net veertien lentes groen voelde ik mij nogal overweldigd door dit verzoek. Als volwassen vrouw was zij gewend om regelmatig brieven te schrijven aan familie en andere bekenden. Als enige uit haar gezin was zij het die van schrijven hield en zo door de jaren heen de contacten onderhield. Elke dag keek ze reikhalzend uit naar wat de postbode nu weer voor haar in petto had en de inhoud van die brieven deelde zij dan weer met de mensen die haar lief waren. Door de tijd waarin ze geboren was en de plaats waar ze woonde had zij tot haar spijt niet kunnen doorleren en ook kon zij niet zo veel reizen als ze in haar hart had gewild. Maar door veel te lezen en via haar correspondentievrienden en -vriendinnen had zij een manier gevonden om haar honger naar kennis, haar interesse in de medemens en haar blik op de rest van de wereld enigszins te verbreden.
Inmiddels kan ik haar in gedachte voor mij halen en zie ik haar, na haar middagdutje, buiten zitten op een harde bank met de rug tegen de muur en met haar schrijfblok tegen haar opgetrokken benen aan, omringd door haar poezen en honden.

Onze ontmoetingen lieten sporen van heimwee achter

Maar wat moet je schrijven als veertienjarige aan een volwassene die je nog nooit hebt ontmoet? Ze wilde mij graag beter leren kennen en dus vertelde ik haar wat er in mijn leven speelde. Sinds een paar maanden had ik namelijk verkering met Eric. Hij was nog niet zo lang daarvoor van zijn geboorteland Suriname naar Nederland gekomen om hier zijn middelbare school en verdere studie af te maken. In Suriname werd gestaakt in het onderwijs en om te voorkomen dat hij te lang van onderwijs verstoken zou blijven hadden zijn ouders hem onder de hoede van zijn oma in Nederland gebracht. Al snel stuurden we elkaar over en weer foto's toe. Via onze brieven leerden we elkaar beter kennen en waren we er zo op een bijzondere manier getuige van hoe onze levens verder verliepen. Mijn aanvankelijke schuchterheid om over mijn leven te schrijven verdween gaandeweg. Maar gek genoeg niet ten opzichte van Eric. Háár brieven liet ik hem wel lezen maar mijn brieven aan haar niet. Niet omdat in mijn brieven iets stond wat hij niet mocht weten, maar meer uit een gevoel van verlegenheid over mijn eigen schrijfsels.
De keren dat ik haar en haar gezin in de jaren die daarop volgden in levende lijve heb ontmoet zijn op twee handen te tellen. Maar de ontmoetingen waren gastvrij en warm en lieten na afloop telkens sporen van heimwee achter. Onze briefwisseling werd weer opgepakt en zo ging het ruim vijfentwintig jaar onafgebroken verder.

De reden om te schrijven was niet langer aanwezig

Totdat Eric om het leven kwam en de reden om te schrijven niet langer aanwezig was. Mijn leven draaide om hem. Ik had niets meer te delen anders dan mijn gevoelens van pijn. Alleen al het feit dat ik niet langer zijn naam onderaan mijn brieven aan haar kon schrijven is en blijft tot op de dag van vandaag telkens een confrontatie. Ik kon niet langer verhalen over onze vakanties en dus konden er ook geen vakantiekiekjes meer worden opgestuurd. Herinneringen ophalen aan vroeger deed pijn en vooruitkijken naar de toekomst leek zinloos. Wat overbleef was de pijn waar nog zo hard aan gewerkt moest worden.

Onze tot dan toe vaak lange brieven werden gereduceerd tot slechts een enkel velletje. En ook de frequentie nam, met name van mijn kant, aanzienlijk af. Zij bleef onverminderd geïnteresseerd in hoe het mij verder verging. En uitgerekend zíj was het die als eerste de hoop uitsprak dat er opnieuw een man in mijn leven zou komen. En wie weet zou ik haar dan alsnog kunnen verblijden met kleinkinderen, iets waar ze al die jaren tegen beter weten in op had gehoopt. Mijn kinderen zou zij dan ongetwijfeld als haar kleinkinderen beschouwen, net zoals zij mij in de loop der jaren als haar dochter was gaan zien. En toen ik haar schreef over de tweede liefde die dan toch plotsklaps in mijn leven was gekomen, was ze alleen maar blij voor mij. Nu hoefde zij zich niet langer ongerust te maken dat ik alleen zou blijven. En dat Bert mij ten huwelijk had gevraagd juichte zij alleen maar toe. Dat hij dat had gedaan verbaasde haar allerminst; zo'n engel van een vrouw kon hij toch niet laten lopen?

Een troostend bosje bloemen…

Ondanks dat mijn leven vanaf het moment dat Bert in mijn leven kwam een positieve wending kreeg, kon en kan ik niet meer in het schrijfritme van mijn "vorige leven" komen. Ik kan mij er heel moeilijk toe zetten om haar brieven te beantwoorden. Hetzelfde patroon herhaalt zich keer op keer: ik wacht met het openmaken totdat ik even alleen ben, lees de korte brief, pink wat traantjes weg, ben dankbaar dat ik nog steeds in haar gedachten ben en neem me vervolgens voor om zo snel mogelijk terug te schrijven. Helaas,…..de tweede brief van dit jaar moet ik nog steeds terugschrijven. Opnieuw heb ik nu een stapel mooie kaarten gekocht met de bedoeling om dan maar wat vaker tussendoor een paar regeltjes hierop te krabbelen. Een voornemen voor het nieuwe jaar dat ik nu toch maar eens in daden moet omzetten.
En ondanks dat ook uit haar brieven de levenslust van vroeger is verdwenen is één ding onveranderd gebleven: de troostende, liefdevolle woorden en het bosje bloemen waar zij steevast mee afsluit.

Of het nog ooit zal worden zoals het was? Nee, dat denk ik niet. In ons hart troosten we onszelf met de gedachte dat we weten dat we aan elkaar denken, brieven of geen brieven. Maar de wending die ons leven heeft genomen is onomkeerbaar. Datgene wat ons al die jaren heeft verbonden is er alleen nog in onze herinnering, voor zover we die durven of kunnen toelaten.
Hoe het nu met haar zoon gaat? Ik kan haar dat niet meer vertellen…

Monique Vos,

december 2003


12-12-2003

Brief van de maand: Mijn verhaal van toen en nu, door Jannie Woenema

Ik was die avond uit geweest met vriendinnen. Toen ik thuiskwam, was Erwin er nog niet. Hij was wat gaan drinken met vrienden in het dorp waar hij vandaan kwam, een paar kilometer verderop. Ik ben naar bed gegaan en als een blok in slaap gevallen. Een paar uur later werd ik wakker van het geblaf van de hond. Er klonk gestommel en het leek of er iets viel. Ineens hoorde ik roepen: 'volk!' Het duurde even voor ik me realiseerde dat Erwin niet kon zijn. Op hetzelfde moment besefte ik dat er iets aan de hand was, waarschijnlijk met Erwin. Ik schoot mijn badjas aan, liep naar de voordeur en zag twee politieagenten die de deur, die ik was vergeten af te sluiten, op een kier hielden.
Op het moment dat ik ze binnenliet, was ik heel rustig. Misschien had Erwin ruzie gekregen in het café. Hij was daar helemaal het type niet voor, maar het kón. Maar zo was het niet. Erwin was tegen een boom gereden en in het water terechtgekomen. "Op dit moment wordt hij gereanimeerd en naar het ziekenhuis gebracht", werd me verteld. Reanimatie. Dan moest er iets heel erg mis zijn. Terwijl ik me aankleedde dacht ik steeds "Erwin, hou vol, hou vol". Bij het ziekenhuis aangekomen, brachten ze me naar de eerste hulp. Vreemd, dacht ik. Als Erwin is opgenomen, moet hij toch op een kamer liggen. Er kwam een vermoeden in me op dat ik meteen weer verdrong. Er kwam een verpleegster naar ons toe. De agenten wezen naar mij en de verpleegster knikte. Toen wist ik het eigenlijk al.
"We hebben echt alles gedaan wat we konden, maar we hebben hem niet kunnen redden", zei ze. "Hij is overleden". Ik heb niet gereageerd, doodgewoon omdat ik niet wist wat ik het eerste moest doen: huilen, schreeuwen, stil zijn. Het eerste wat ik uit kon brengen was "ik wil hem nu zien". Het waren maar een paar passen naar het kamertje waar hij lag. Hij zag er goed uit, rustig, alsof hem niets mankeerde. Zijn haar was alleen een beetje nat van het water. Daar lag Erwin, 26 jaar jong, de jongen met wie ik oud had willen worden. We kenden elkaar die dag op de kop af zes jaar. We hadden net dat huisje gekocht, zouden gaan trouwen en wilden graag kinderen. Even stond de wereld stil.
We hadden eens een afspraak gemaakt. Als ik dood zou gaan, zou ik naar hem toe komen en dan zou hij niet bang zijn. En als hij dood ging, zou hij naar mij toe komen. Maar die eerste avond dat ik alleen ging slapen, heb ik hardop tegen Erwin gezegd dat ik hem niet wilde zien. Ik zou het niet aankunnen. De crematie was mooi, helemaal in het Fries, zoals hij dat graag wilde. De weken erna waren heel onwezenlijk. Ik wist dat Erwin dood was, dat hij niet terug zou komen, maar ik kon het niet echt bevatten. Twee weken later ontdekte ik dat ik zwanger was.

Onze baby was een belofte voor de toekomst

Toen ik nog niet zwanger was, maar al wel met de pil was gestopt, heb ik in een opwelling wat babykleertjes gekocht. Na de crematie heb ik enorm gehuild om die kleertjes. Die droom zou nu niet meer uitkomen. Maar toen mijn menstruatie uitbleef, begon ik toch te twijfelen. Het zou wel heel toevallig zijn als ik nu zwanger was, maar het kón. Samen met een vriendin heb ik een zwangerschapstest gekocht die ik bij haar thuis heb gedaan. We hebben samen op de bank zitten kijken hoe er in het venstertje twee streepjes verschenen. Ik was zwanger! Ik heb gehuild en gelachen tegelijk. Toen ik weer een beetje bijgekomen was, ben ik naar de plek gereden waar Erwin is verongelukt. Ik heb hem bedankt dat ik dit nog van hem had gekregen. Ik dacht er niet aan dat het misschien moeilijk zou zijn om in mijn eentje een kind te krijgen en op te voeden, ik was alleen maar ontzettend blij. De zwangerschap heeft me heel veel kracht gegeven. Natuurlijk had ik veel verdriet om Erwin, maar het vooruitzicht dat er een baby zou komen, maakte het verdriet draaglijk. Het was een belofte voor de toekomst, ik vond het een cadeau. Niet alleen omdat ik straks toch nog iets van Erwin zou hebben, maar ook omdat ik mijn moeder kon vertellen dat ik zwanger was. Mijn moeder was ernstig ziek en zou niet lang meer leven. Haar eigen moeder was overleden toen ze zes was en ze had het heel erg gevonden dat zij haar kleinkinderen nooit had gezien. Helaas is mijn moeder overleden voordat de baby geboren werd. Maar ze wist wel dat ik zwanger was. En dat de baby Erwin zou gaan heten als het een jongetje werd.

Hart in Actie

Toen Erwin en ik ons huisje kochten, wisten we dat er nog het nodige aan moest gebeuren. Maar omdat het huis aan het water staat en Erwin erg van de natuur en van vissen hield, wilden we het graag hebben. Van het opknappen is door Erwins overlijden alleen niets meer gekomen. De kap van het huis was niet geïsoleerd, dus op de tweede verdieping kon geen baby slapen. Daarom besloot ik het wiegje maar gewoon bij mij in de slaapkamer te zetten, op de begane grond. Maar zes weken voor de bevalling kwam er een geweldige verrassing. Ik zou die dag, de eerste dag van mijn zwangerschapsverlof, op de kinderen van mijn zus passen. Ze zou ze 's morgens komen brengen, dus toen de deurbel ging, verwachtte ik haar en de kids te zien. In plaats daarvan keek ik recht in het gezicht van Wendy van Dijk die een hele cameraploeg bij zich had. Omdat ik zelf altijd graag naar het programma "Hart in Actie" kijk, wist ik meteen wat er aan de hand was. Ik kon mijn tranen niet bedwingen. Wendy vertelde me dat ik een nieuwe kinderkamer mocht uitzoeken en dat ik drie dagen bij een vriendin zou gaan logeren. Waarom wilde ze niet zeggen, maar ik had natuurlijk wel het vermoeden dat er iets aan het huis zou worden gedaan. Ik voelde me echt een prinses die dag, zoals ik werd verwend. En tegelijkertijd kwam er af en toe een schuldgevoel naar boven. De reden waarom dit voor mij werd gedaan, was omdat Erwin er niet meer was. Hoe kon ik dan zo blij zijn? Een paar dagen later mocht ik mijn huis weer in. Buiten stonden bouwvakkers, familie, vrienden en kennissen op me te wachten. Geweldig. Binnen was het onherkenbaar veranderd. De bovenverdieping was eerst helemaal kaal gemaakt, vervolgens geïsoleerd en helemaal opnieuw ingedeeld en ingericht. Mijn slaapkamer was nu boven, naast de babykamer. En ze hadden een prachtige badkamer gemaakt met alles erop en eraan. Het was echt fantastisch. Wat "Hart in Actie" voor me heeft gedaan, heeft mijn zwangerschap een beetje glans gegeven. Niet dat ik niet van mijn zwangerschap heb genoten, maar sommige dingen waren best moeilijk. Een aantal van mijn vriendinnen waren bijvoorbeeld ook zwanger en als ik ze dan zag samen met hun man of moeder, dan deed dat best pijn. Maar ik ben geen persoon om bij de pakken neer te gaan zitten. En ik geloof ook dat alles altijd weer goed komt. Bovendien heb ik veel steun gehad van vrienden en familie. Zonder hen had ik het echt niet gered.

Kleine Erwin

Op 29 oktober is kleine Erwin geboren. Je zou het misschien verwachten, maar na de bevalling was ik helemaal niet extra emotioneel. Ik was juist heel rustig. Mijn zus en mijn beste vriendin zijn bij de bevalling geweest en het is allemaal goed verlopen. Zeker in het begin vond ik het niet altijd gemakkelijk, alleen met een baby. Je moet toch veel alleen doen en als hij soms wat harder of langer huilde, raakte ik wel eens in paniek. En natuurlijk waren er heel veel dingen die ik graag met Erwin had gedeeld. Ik heb veel gehad aan mijn zus, die zes jaar ouder is en zelf al kinderen had. Zij heeft eigenlijk de rol die mijn moeder anders had gespeeld een beetje overgenomen.

Opnieuw een man in huis

"Ruim twee en een half jaar geleden ben ik opnieuw een lieve jongen tegengekomen en we zijn nu een half jaar getrouwd. Het klikte meteen en hij is nu al niet meer uit ons leven weg te denken. Manuel en kleine Erwin zijn twee handen op één buik, ze vinden elkaar geweldig. Het voelt goed om weer een man in huis te hebben, iemand die het eens even van me overneemt. We hebben net een dochter van vijf maanden gekregen. Ik geniet er enorm van. Nee, wíj genieten er enorm van. Het grote verschil met de eerste zwangerschap, bevalling en ouderschap is dat ik deze wél met de vader kan delen. Ik besef nu eigenlijk pas wat ik die eerste keer heb gemist. Ik heb Manuel zélf kunnen vertellen dat hij vader wordt. Hij ging mee naar de verloskundige. We praten er samen over. Het is allemaal zo anders als toen.
Ik denk nog elke dag aan Erwin en soms huil ik ook nog om hem. Ik zal altijd van hem blijven houden en de herinneringen aan hem neemt niemand me af. Maar ik ben ook blij dat ik opnieuw gelukkig ben met iemand anders. Dat ik weer een kind heb, getrouwd ben en een gezin zal hebben. Als ik iets heb geleerd van Erwins dood is het wel dat het leven zomaar ineens afgelopen kan zijn. Dat betekent dat je er zoveel mogelijk van moet genieten. Iedereen krijgt in zijn leven te maken met verdriet en dat moet je natuurlijk verwerken. Maar ik geloof niet dat het goed is om erin te blijven hangen. Als je openstelt, kun je, zelfs na het grootste verdriet, weer gelukkig worden. Waarom zou je dat niet willen?

Jannie Woenema, e-mailadres: jwoenema@planet.nl


12 december 2003
"Ik mis elke dag zijn sms'ke" door Francine Alleman

Na jarenlang te hebben getobd met een te hoge bloeddruk wordt bij Albert, de man van onze Belgische lotgenote Francine Alleman, begin april 2002 een gezwel op zijn bijnier operatief verwijderd. In oktober van dat jaar wordt een zeldzame vorm van kanker vastgesteld, te weten: "bijnierschorscarcinoom", wat niet te behandelen was met chemotherapie. Met behulp van medicijnen (Lysodren) wordt de bloeddruk naar beneden gehaald, totdat het de andere kant opschiet en te laag dreigt te gaan worden.

Francine: Elke keer dat we op controle gingen, zei mijn man altijd dat hij de tweeling groot wilde zien worden... Op 13 december zei de dokter: "Albert, ik weet dat je het niet graag hoort, maar je zult binnenkort opgenomen moeten worden om de medicijnen aan te passen." Albert zei toen nog: "als het maar niet met de feestdagen is…"
Op 16 december merk ik dat mijn man verward doet en zich niet goed voelde. Ik vraag hem: "wil ik de dokter bellen? Als je dan nu opgenomen wordt, ben je terug thuis met de feestdagen." Dat was goed, wat mij verwonderde, mijn man kennende. Ik bel zijn dokter om te zeggen wat er gaande is en kreeg te horen dat Albert direct binnen moest komen, maar ik mocht hem niet zelf brengen wat ik heel raar vond. Het moest met een ambulance. Toen ben ik echt in paniek geslagen.
Eenmaal op spoed kreeg ik te horen dat Albert een longontsteking had en van zijn dokter moest hij alleen op kamer liggen, zodat ik altijd bij mijn man kon zijn. Ook iets wat ik al raar vond, maar ik zocht er niets achter, omdat ik wist dat de dokter wist hoe we aan elkaar hingen. Een dag later kreeg ik te horen dat zijn longen al vol zaten met uitzaaiingen en zijn dokter wou hem naar de palliatieve afdeling laten overbrengen. Aan de twee dagen die hij daar lag, heb ik nare herinneringen. Op woensdag was hij dan op de palliatieve afdeling, wat voor beiden heel goed was. Hij kreeg daar echt alle goede zorgen en ik kreeg veel steun, wat ook nodig was want ik wist wel, eens op de palliatieve is het einde. Maar ik kon dat niet aanvaarden. Mijn man die altijd sterk was en heel hard werkte, dat kon niet.
Op woensdag 25 december, we waren juist alles aan het klaarleggen om Albert te wassen, hoor ik iets. Ik ga direct naar mijn ventje en zie een traantje uit zijn oog komen. Ik veeg het af en zeg: "alles komt goed, schatteke", waarna hij stierf.
Op Oudejaarsdag 2002 is hij gecremeerd en heb ik de urn mee naar huis genomen.

De avonden en weekends zijn het ergste

Tot hiertoe kan ik het nog altijd niet aanvaarden, het is allemaal te snel gegaan.
Hoe het nu met mij gaat? Eerlijk gezegd, heb ik het gevoel dat er elke dag een stukje mee doodgaat in mij. Ik mis m'n ventje zo erg hè, We deden alles samen. Onze liefde voor elkaar werd elke dag groter, ondanks dat ons leven niet gemakkelijk was.
Ik mis elke dag zijn sms'ke dat hij stuurde om half één dat hij heel veel van mij houd. Soms belde hij gewoon om te vragen of ik even naar zijn werk kwam. Gewoon om mij te zien en te praten.
De avonden en weekends zijn het ergste. Soms wil ik van boosheid van alles stuk gooien. Heb het gevoel dat ik me zelf voorbij loop. Niets loopt nog zoals het voorheen was. Ik kan niets afmaken waarmee ik begonnen ben. Als ik thuis ben, wil ik vluchten; ben ik niet thuis dan wil ik thuis zijn. Kan me heel slecht concentreren en ben het soms zo moe te horen: "je moet verder voor je kinderen". Dat weet ik ook wel, maar toch zijn er veel dagen dat ik mij afvraag: waarom zou ik verder moeten met zo'n verdriet? Ik mis zijn liefde en bezorgdheid zo erg, dat het soms echt ondraaglijk is. Ook de kids vragen, net als ik, waarom papa? Je moet weten dat in juli vorig jaar mijn schoonbroer ook te horen kreeg dat hij kanker heeft, maar hij is nu stilaan beter. Maar de kids vragen dan: "waarom leeft nonkel nog, hij heeft óók kanker, en onze papa niet?

Was dit het nu?

Eerlijk gezegd is het vrij moeilijk te beschrijven wat er allemaal in je hoofd speelt.
Ik moet nog altijd om de week bij mijn huisarts op gesprek komen omdat ik het niet wil aanvaarden dat mijn lieve man er niet meer is. Ook gaan we nog op bezoek naar de palliatieve afdeling om over mijn man te kunnen praten en hoe het met ons gaat, omdat ik soms denk dat ik wel heel raar doe, maar blijkbaar is dat niet zo. Ik ben continu in het ziekenhuis geweest en heb mijn man zo goed als ik kon mee verzorgt.
Wat ik mij nu vooral afvraag is, als ik sterf, of ik dan terug bij mijn man zal zijn. Dat zou een hele geruststelling zijn voor mij. Het wil er bij mij niet in dat er nu niets meer zou zijn, dat dit het nu was.

Kon ik de komende "feestdagen" maar doorslapen en vooral niet denken

De dagen die eraan komen, zullen extra moeilijk zijn: eerst Sinterklaas waar mijn man altijd naar uitkeek om de blijde blik in de kids hun ogen te zien. De andere dagen zullen hier niet meer gevierd worden. Ik heb het nu al moeilijk om in winkels te komen waar al dat kerstgerief ligt. Mijn ouders willen die dagen hier doorbrengen, maar eigenlijk zou ik het liefst helemaal alleen zijn, maar mijn pa wil dat niet aanvaarden. Ik weet niet wat ik moet doen: aan de kids denken, dan hebben zij afleiding, of aan mezelf denken. Ik weet echt niet wat te doen. Kon ik heel die periode maar doorslapen en vooral niet denken. Dat is ook zo'n probleem: je staat ermee op en gaat, als je kunt slapen, ermee slapen. Ik voel me, eerlijk gezegd, heel moe. Moe van het denken, aan het: waarom moest het míjn ventje zijn? Hij die altijd bezorgd was om zijn gezin, die elke dag zulk zwaar werk deed, zodat we niets te kort kwamen. Maar vooral de man die ik met heel mijn hart lief heb. Ik mis zijn bezorgdheid om mij. Dingen die ik niet mag doen, omdat ik dagelijks rugpijn heb, die hij als het kon zélf deed. Ik moet constant bezig zijn met werken: 7 dagen op de 7. Als ik niets doe, loop ik tegen de muren op, wat zich, zoals ik al weet, zal wreken. Verder kan ik niet geloven dat mijn Bereke al 11 maanden niet meer bij mij is. Het lijkt alsof het gisteren was. Waar ik het nog meer moeilijk mee heb, is het feit dat je ondanks al je verdriet toch elke dag moet opstaan, de kids verzorgen enz., alsof er niks is gebeurd. Dat vind ik heel moeilijk.

Ik heb mijn verhaal op jullie verzoek graag willen doen, maar ik vrees dat het soms verward zal zijn geweest. Hoe ik me nu voel is best moeilijk om onder woorden te brengen.
Ik wil jullie bedanken voor de sterkte die jullie me toewensen. Verder ga ik veel naar jullie site en lees dan de verhalen. Soms troost het mij, dat ik niet alleen ben.

Groetjes, Francine Alleman; e-mailadres: francine.alleman@pandora.be


12 december 2003

Mist in mijn hoofd, door Anke Loman

Mijn naam is Anke en mij is op 18 januari 2001 iets vreselijks overkomen.
Terwijl ik zat te wachten met een pannetje eten en het steeds later werd, begon ik me zeer onbehaaglijk te voelen. Hoewel het wel vaker voorkwam dat Dick later thuiskwam dan afgesproken, als journalist had hij ongeregeld werk, voelde dit niet meer prettig aan.
Om zeven uur werd ik gebeld met de mededeling dat hij op weg naar huis, wachtende voor het stoplicht dicht bij zijn werk, getroffen was door een hartstilstand. Een achter hem rijdende chirurg en een co-assistent hebben nog getracht hem te helpen, maar dat bleek niet meer mogelijk.
Ik geloof dat ik wel minuten lang met die hoorn van de telefoon in mijn handen ben blijven staan, voordat ik naar de buren ben gegaan.
Die avond kwamen de kinderen hierheen, natuurlijk geheel overstuur, en mochten we naar de plaats 50 km verder waar hij in het mortuarium van het ziekenhuis lag. Daar stonden mijn drie broers al op mij te wachten, wat erg fijn was.
De dagen daarna verliepen als in een roes. Er moest zoveel geregeld worden en mijn schoonzuster uit Australië wilde graag overkomen. De begrafenis was zo druk, dat de mensen buiten de aula moesten blijven omdat er geen plek meer binnen was. Zelf heb ik dat van horen zeggen, want ik zag wel veel mensen maar had geen idee dat het er zoveel waren.
Overigens hebben van al die mensen mij er welgeteld nog twee of drie opgezocht nadien, iets wat veel pijn heeft gedaan en nog doet. Familie en vrienden bleven gelukkig wel komen.

De stille uurtjes komen soms als een dikke mist op mij af

Het eerste jaar was het of het een lange dienstreis van hem betrof en betrapte ik mij op de gedachte: "het is maar tijdelijk", iets wat heel normaal is, zo vertelde iemand mij.
Na een jaar vertelde de huisarts mij: "nu heb je alles een keer meegemaakt en moet en zal het weer opwaarts gaan." Natuurlijk, ik was met alles druk: vrijwilligerswerk, kinderen en natuurlijk de kleindochter die pas vier maanden was toen Dick overleed.
Nu, na bijna twee en een half jaar, merk ik dat, hoewel ik best redelijk in mijn vel zit, het steeds moeilijker wordt. We zouden immers van alles gaan ondernemen. Hij zou twee maanden na die 18e januari met de VUT gaan. Genieten van elk vrij weekend na ruim 35 jaar bijna elk weekend gewerkt te hebben. Mijn zuster bezoeken in Canada en die van hem in Australië. Het heeft niet zo mogen zijn en hoewel ik schatten van kinderen heb en veel buiten de deur onderneem, voel ik dat het heimwee groter gaat worden en ik misschien helemaal niet zo flink ben als anderen tegen mij zeggen. De stille uurtjes komen soms als een dikke mist op mij af en ik betrap me op het te veel roken van een sigaret.
Ach, het is misschien wel heel normaal, er staat immers geen tijd voor een rouwproces. Ja, in de boekjes van de huisarts, maar de praktijk is anders…

Een bevriend echtpaar heb ik al snel laten vallen. Na twee dagen werd door hen aan mij gevraagd of ik mee ging naar een feest... met een warm en koud buffet. Stel je voor, je hebt net je man met wie je ruim 34 jaar getrouwd bent begraven en dan mee naar een groot feest??? "Ach Anke", kreeg ik te horen, "het leven gaat verder hoor..." Kijk, en deze mensen heb ik te kennen gegeven dat ik op hun vriendschap geen prijs meer stelde.
Zo, dit is in het kort mijn verhaal.

Met de groeten, Anke Loman-Salentijn, e-mailadres: a.loman2@chello.nl


12 december 2003

Het helpt, af en toe jezelf een schouderklopje geven, door Yvonne Vaes

Mijn man is drie jaar geleden op 7 november op 47-jarige leeftijd overleden aan kanker na een ziekbed van vijf weken. Ik hoef jullie niet te vertellen wat er gebeurt als één van de ergste nachtmerrie's werkelijkheid wordt. Verbijsterd en nog totaal niet vertrouwd met dit gegeven, hebben de kinderen en ik thuis op een hele mooie, intense manier afscheid kunnen en moeten nemen. Hoe raar het ook klinkt, het waren de meest intense en warme dagen van mijn leven, waar ik ondanks de pijn met een goed gevoel op terugkijk.

Het helpt, af en toe jezelf een schouderklopje geven

....... en dan is het opeens december. We hadden in de herfstvakantie nog met zijn vieren lootjes getrokken voor het Sinterklaasfeest. Dat moest nu anders. Natuurlijk moest alles doorgaan. Dat stond bij mij niet ter discussie. Sinterklaas werd bij ons met alles erop en eraan gevierd. Ik had toen nog de illusie dat, als ik de dingen maar deed zoals we gewend waren, er het minst zou veranderen. Geen speculaaskoek, maar lulkoek.
Nu weet ik wel beter. Nu zoeken we met de verworvenheden en tradities uit het verleden een nieuwe weg. Ik merk nu dat er nieuwe tradities bijkomen. Hoe dan ook... Sint mag blijven. We vieren met zijn drietjes pakjesavond. In 2000 gaf ik de kinderen geld om een cadeautje voor mij te kopen. Nu zijn ze inmiddels 14 en 16 jaar en verdienen zelf met vakantiebaantjes een zakcentje bij... in ieder geval genoeg voor de zak van Sint. Ondanks het gemis maken we er een fijne avond van, en als de emoties even hoog oplopen dan mag dat. Ik geniet als de kinderen zeggen: "Mam, het was toch een fijne avond. " Na afloop geef ik mezelf een schouderklopje.. en denk: "Mat zou trots op me zijn". Het helpt, af en toe jezelf een schouderklopje geven, want het is niet niets. Het gaat niet vanzelf. Alles wat vroeger gezellig en vanzelfsprekend was, kost nu extra energie. Als het goed gaat en ik kan genieten, kan ik ook intenser genieten, helemaal tot diep in mijn tenen. Dan kan ik ontzettend blij zijn met wat ik had en nu nog heb. Het leven is voor mij meer de diepte in gegaan (ikzelf meer de breedte…).
Ondanks het feit dat de eerste Kerst gevierd werd ongeveer zes weken na Mat's dood, heb ik er goede herinneringen aan. Het was voor mij duidelijk een verwerkingstijd. Omdat ik mijn werk nog niet had hervat, heb ik die tijd gebruikt om te reageren met vele persoonlijke kerstkaarten op de vele lieve condoleancewensen die wij hadden ontvangen.
We deden dezelfde dingen als gezin die we eerst ook deden en het viel me niet eens echt zwaar. De geest van Mat was nog zo duidelijk aanwezig. Ik deed het voor hem en voor ons. Ik had gezorgd voor veel afleiding. Familie die kwam eten op beide kerstdagen. Vrienden die enkele dagen kwamen logeren. Ons jaarlijks uitstapje naar het Kerst-Wintercircus werd gecontinueerd. Het gaf, ondanks het volle programma, mij de ruimte. Als ik even niet de gezellige moeder kon zijn, werd een deel van die taak even overgenomen door anderen.

Er is nu meer rust

Nu ben ik verder in het proces. Ik zie niet op tegen de Kerstdagen. Ik plan dingen die we allemaal gezellig vinden... maar er is meer rust. Eerste Kerstdag is tot laat in de middag voor ons. Rustig ontwaken, rustig ontbijten, een kleinigheidje onder de boom, rustige muziek. Ik hou van Kerstmis.. Het is een ingetogen feest. Ik weet nooit van tevoren hoe ik me voel. Ik maak me er ook minder druk over. Misschien gaat het goed, misschien is er zo'n moment waarin het je opeens overvalt en je weer diep moet gaan. Het zij zo! Ik weet dat ik er iedere keer weer bovenop kom en iedere keer ook weer een beetje sterker. Ik geloof dat ik langzaam maar zeker toe ben aan een stukje (klein stukje) aanvaarding. Het blijft bij geloven. De praktijk leert dat iedere keer als ik denk dat ik er ben, het me ontzettend tegenvalt als ik toch weer tot die onvermijdelijke bodem moet gaan. Ik kan haast ook niet geloven dat ik al de vierde kerst vier zonder Mat. Zo lang geleden en toch nog zo dichtbij!
Oud op Nieuw vind ik zonder meer vreselijk. Ik kom het door en daar is alles mee gezegd. Van Oud op Nieuw wordt er teruggekeken, wordt er geproost op het nieuwe jaar... Dan mis ik "mijn Mat"en alle toekomstdromen die we hadden vreselijk. Ik doe mee voor mijn kinderen. Ik herinner me nog zo goed de millenniumwisseling. Hoe hoopvol we het nieuwe millennium ingingen.. en dan loopt opeens alles anders. Ik kan dat (nog niet) aanvaarden en ik weet niet of me dat ooit echt gaat lukken. Ik kan me eigenlijk ook niet voorstellen dat alles wat ik nu meemaak ik niet meer aan hem kan doorvertellen. Ik schrijf nog steeds brieven om hem bij te praten. Ook al weet ik dat dit onzin is, voor mij werkt het !

Ik ben sterker geworden

Toch zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet. Ik ben sterker geworden. Ik ontwikkel MIJN leven. Ik durf dat ook, meestal zonder me schuldig te voelen tegenover Mat. Zelfs als het een andere weg op gaat dan hij zou hebben gekozen. Ik maak nu de keuzes samen met mijn kinderen en we doen het op een manier die ons nu goed dunkt. Ik weet zeker dat hij over een aantal zaken meewarig zijn hoofd zou schudden, maar ik weet ook zeker dat hij 'im grossen ganzen'(zoals de Duitsers zeggen) tevreden zou zijn. Ik blijf zoeken naar balans. Ik weet dat het een wankele is, maar hij wordt steeds stabieler.

Ik wil afsluiten met een overdenking. Gedicht vind ik een te groot woord voor het samenraapsel van woorden, die ik heb gemaakt ongeveer een half jaar na de dood van Mat en waar ik nog steeds steun van ondervind als het even minder gaat. Een overpeinzing over het herontdekken, het genieten van je eigen leven.

Ik weet niet hoe ik het moet zeggen
ik weet het ook niet uit te leggen
maar ook al barst ik van verdriet
Ik geniet, ik geniet
van de stille momenten - van de rust
Ik leef intens bewust
Ik geniet van de muziek- alleen in mijn stoel
er stroomt door mij een oergevoel
een gevoel van willen overleven
van diepe dankbaarheid
dat ik zover mag komen in zo'n korte tijd

Ik geniet van MIJN schilderij
gezocht - gekocht door MIJ
Tijd voor een moment
kijkend naar jezelf, wie je nu eigenlijk bent
Ik geniet van gesprekken met vrienden tot diep in de nacht
een stille kracht.. en ik fluister heel zacht
Niet bang zijn Yvonne
vasthouden dat gevoel... toe dan
probeer het dan, zolang als je het kan
En ben ik het weer even kwijt
dan hou ik me vast aan de zekerheid
Het komt terug... na ieder dal
is er weer een berg die ik beklimmen zal
en eens … ik blijf erin geloven
Sta ik weer helemaal boven !!

Ik wens jullie allemaal zo vredig mogelijke feestdagen... en het gemis van je partner, hoe pijnlijk ook, is een ode aan de overledene.. Hij of zij heeft het tijdens zijn/haar leven verdiend dat je hem of haar nu ontzettend mist.
Ik wens jullie een 2004 waarin je kunt en wilt werken aan jezelf, op zoek naar die balans en klimmend en glijdend op die berg. Ik wens jullie alle kracht en energie toe die daarvoor nodig is ... een goed 2004!

Yvonne Vaes; e-mailadres: y.vaes@chello.nl


12 december 2003

Als je er zelf rijp voor bent en er voor open staat, dan kan er weer liefde en plezier in je leven komen, door Hennie Baan

Mijn naam is Hennie Baan en ik ben 14 jaar geleden mijn man verloren aan kanker, toen was ik zelf 32 jaar. Mijn kanjer, die zelden een dag ziek was geweest in zijn leven en ervan overtuigd was dat ze hem op de zaak niet konden missen, melde zich op 12 september 1989 ziek en ging naar de huisarts. De huisarts stuurde hem direct door naar het ziekenhuis voor een echo en daar vandaan werden we weer direct terug gestuurd met de mededeling dat er iets totaal niet goed was. We kregen toen te horen dat hij leverkanker had en na een scan bleek dat ook de alvleesklier aangetast was. Ook werd ons verteld dat we de dag moesten plukken en nog dingen moesten doen die we nog graag wilden. Het was verder hopeloos, er was verder niets meer aan te doen. Vreselijk verdrietig, verward en wanhopig gingen wij naar huis; onze wereld was die dag vergaan.
We hebben het de familie, vrienden en kinderen (een dochter van 10 en een zoon van 9 jaar) verteld. Vanaf het begin tot aan het eind zijn wij er heel open over geweest met elkaar en iedereen die ons lief was. Wij waren van mening dat je alles moet delen, lief en leed. Lachen doet men vaak samen, maar ook huilen moet mogelijk zijn.

Hij wilde ons gezin goed verzorgd achterlaten

Djeek wilde graag nog met de herfstvakantie weg met de kinderen, wat we ook gedaan hebben. We zijn een week naar Drenthe geweest en hebben dat met een dubbel gevoel beleefd, maar héél intens. Thuis gekomen ging het héél hard achteruit met Djeek, maar desondanks werd door hem vervolgens een hoop geregeld, zoals de verkoop van de auto, een nieuwe droger, een nieuwe bank, een nieuwe televisie. Veel mensen vonden dit raar en totaal overbodig, maar het was één van zijn grote wensen om zijn gezinnetje goed verzorgd achter te laten en voor mij was het ook prettig om samen met hem nog deze dingen te kunnen verwezenlijken.
Djeek zijn wens was ook om thuis te sterven en niet op kamer 300 zoveel in het ziekenhuis (want daar ben je maar een nummer, zei hij altijd). Jullie zullen wel begrijpen dat wanneer je nog twee jonge kinderen in een héél klein huis hebt, dat dit wel heel erg aangrijpend is geweest. Maar tenslotte heeft hij tot het laatste toe geknokt en pas twee dagen voor zijn overlijden kon hij niet meer en is op bed terecht gekomen. Djeek heeft ons verlaten op 16 november 1989 's avonds om 21.30 uur. Op dat moment is ook een deel van mij gestorven. Er is een stuk verloren gegaan waar ik vandaag de dag nog heimwee naar kan hebben (zo verwoord ik dat eigenlijk). Maar het belangrijkste op dat moment was dat Djeek uit zijn lijden verlost
was en zijn welverdiende rust kreeg. Hij heeft zijn ziekte met veel moed en een zekere berusting aanvaard en beleefd. Hij was van mening dat hij dan wel betrekkelijk jong zou sterven (43 jaar), maar dat hij wel een heel goed leven had gehad en erg gelukkig was geweest, ook met zijn gezin.
Mijn hele verdere leven zal ik voor hem zo'n bewondering blijven houden, dat is niet te verwoorden. Op de crematie heb ik het lied van Annie Schilder laten draaien voor hem "You are my Hero", en dat blijft zo, beter kan ik het niet onder woorden brengen. De crematie was verder heel druk bezocht, zo'n 300 man, met allemaal kussen en beste wensen en een hele hoop beloften, dat zal ieder van jullie ook zeker herkennen. Verder is alles op die dag gegaan zoals hij het zelf wilde en ik heb daar echt een heel tevreden gevoel over.

Het mooiste ongelukje op aarde

Daarna is het leven jaren in een roes verder gegaan. Van de mensen met beloftes heb ik niets of nauwelijks meer iets gehoord en dat is iets waar ik toch wel een beetje verbitterd door ben geraakt.Ze vonden het eng of waren bang dat ik ging huilen. Daar wisten ze geen raad mee, was hun antwoord als ik hen zelf er over aansprak waarom ik niets meer van hen hoorde. Ik heb me totaal verlaten en eenzaam gevoeld en heb zelf ook héél diep gezeten. Heb verschillende hulpverleners geraadpleegd en ben er niet veel mee opgeschoten. Voor de kinderen was het ook vreselijk wat er allemaal gebeurd was. Eerst pappa dood, geen caravan en auto meer, een heleboel mensen zagen ze niet meer en dan nog eens mamma die als een zombie door het huis liep en nergens zin in had.
Dit alles is misschien ook één van de oorzaken geweest dat mijn dochter met 17 jaar zwanger thuis kwam en dat mijn zoon ook ontspoorde mede door verkeerde vrienden. Om een lang verhaal kort te maken, is mijn kleindochter geboren en wij noemen haar "het mooiste ongelukje wat er op aarde bestaat". Dit nieuwe leven bracht uiteindelijk zoveel verandering en geluk bij ons gezin terug. Soms moeten dingen zo gaan en moest het zo zijn. We zijn toen verhuisd naar een andere stad, ver weg van ons oude huis, en zo zijn wij, 8 jaar na Djeek zijn sterven, een totaal nieuw leven begonnen.

Opnieuw een kanjer van een man getroffen

Nu gaat het fantastisch, mijn tienermoeder blijkt een geweldige moeder voor haar meisje te zijn en beide meisjes (moeder en dochter) gaan alweer naar school. Mijn zoon woont samen met zijn vriendin en heeft een goede baan, en ik…? Het mooie van dit hele verhaal is, dat ik vorig jaar augustus 2002 weer hertrouwd ben. Nooit gedacht en toch gekregen, ja het is waar, het kan toch! Ik had altijd gezegd, ik trouw nooit meer. Ik krijg toch nooit meer zo'n man als Djeek, en wat blijkt, nu heb ik weer zo'n kanjer van een man getroffen. Jarenlang heb ik zelfmedelijden gehad en dacht dat het leven mij niets meer te bieden had, maar nu zeg ik: ik ben een enorme bofkont. Ik ben voor een tweede keer zo'n kanjer tegengekomen. Menigeen vind die liefde in zijn hele leven niet. Ik geniet nu weer van iedere dag en draag mijn twee mannen in mijn hart mee voor altijd. Ook van mijn huidige man mag dat er zijn. Wij praten nog vaak over Djeek alsof het zijn kameraad was.

Vooral dit laatste wilde ik eigenlijk graag aan jullie kwijt, omdat je vaak denkt dat er geen lichtpuntje meer is of dat je echt niet meer wil. Denk eraan: als je er zelf rijp voor bent en er voor open sta, dan kan er weer liefde en plezier in je leven komen.
Bij deze wil ik ook zeggen dat ik dit een hele mooie en interessante site vind waar je alles kan delen met elkaar en een hoop informatie op kan doen. Jammer dat dit er vroeger nog niet was, maar beter laat dan nooit en ondanks dat ik nu het geluk weer terug heb in mijn leven, zal ik hier nog vaak terechtkomen want ik heb een speciale plek in mijn hart voor mensen zoals jullie. Denk eraan, allen voor één en één voor allen!

Vriendelijke groeten, Hennie Baan, e-mailadres: dutchlady50@hotmail.com


12 december 2003

De wond zal helen, maar we blijven allemaal het litteken houden, door Wieneke van Rossum

In de Draaikolk valt mij op dat we allemaal op jonge leeftijd onze partner hebben verloren. Ouderen zitten natuurlijk niet zo veel achter de computer, maar die ouderen vind je juist weer in de landelijke rouwverwerkingsgroepen terug waar wíj ons een buitenstaander voelen. Daarom denk ik dat deze Draaikolk zo uniek is en je erbij thuis voelt. Tevens denk ik dat het voor jullie pijnlijk blijft telkens maar met rouw geconfronteerd te blijven. Ook tweeslachtig, omdat kanker je leven is blijven beheersen. Je zult er nooit meer los van komen, hoe goed de uitslagen ook zullen zijn, het blijft altijd op de achtergrond aanwezig als een dreigend monster. Wat fijn dat je nu Monique heb om je te troosten maar ook Monique moet weer getroost worden want voor haar is het ook niet eenvoudig. Als "exotisch visje" heb je maar een prachtige aas gevangen! Je kunt eventuele tegenslagen samen opvangen, de machteloosheid, ups en downs, alle kleine maar beangstigende pijntjes samen verwerken. Jullie mogen er trots op zijn dat je na 5 jaar nog zo veel voor lotgenoten kunt betekenen. Het is goed dat jullie doorgaan, want helaas zullen er altijd lotgenoten bijkomen.

Geen overdosis

De Draaikolk pak ik af en toe op als een troostend boek en gedachten draaien dan ook weer in mijn hoofd rond. Malende, maar ik denk toch ook dat het nodig is. Verdriet en pijn duren langer dan je van te voren durft in te schatten. De belangstelling die je direct na het overlijden van je omgeving krijgt is afgenomen. Ik heb ooit wel eens gelezen dat je rouw niet in een keer kunt verwerken, je zou er gek van worden, daarom laat je lichaam het maar bij stukjes en beetjes toe. Gedoseerd als het ware. Je lichaam kan het niet in een keer aan. Natuurlijk is dat zo hoewel, denk ik, wat zou het heerlijk zijn een "overdosis" te nemen als je er daarna voorgoed vanaf bent? Dan deed ik het zo, maar ik schreef natuurlijk niet voor niets dat we levenslang hebben. Zo simpel zit onze geest niet in elkaar, waar blijven onze gevoelens dan.... Ik heb ook nog nooit zoveel gefilosofeerd over leven en dood, waarom wij leven, wat is de zin van leven, als nu. Ik lees veel maar soms denk ik, wat heb ik nu gelezen, want dan zit ik weer ergens anders met mijn gedachten. Toch wil ik rouw mijn leven niet laten beheersen en dan biedt de video uitkomst. Ik heb een voorraadje Engelse detectives opgenomen en als ik die dan bekijk ben ik weer even afgeleid. Een prima remedie.

Herinneringsstekkie

De bank achter in de tuin is ook zo'n plaats waar ik overdag niet ga zitten. Frits zat daar tijdens zijn ziekte van de tuin te genieten, het was zijn lievelingsstek. Alles stond in bloei, de tuin zag er prachtig uit. Nu, als ik er zit, denk ik voortdurend aan hem. Met deze prachtige zomer was het helemaal moeilijk. Bewust zocht ik dan maar een andere plaats in de tuin op. In diezelfde hoek staan potten en vazen, urnen: een woord dat het bezoek bijna niet over hun lippen kreeg als ze zeiden hoe mooi de tuin was. Frits zat daar niet mee, die riep enthousiast; "ja, dat is ons urnenveld, de grootste heb ik alvast gereserveerd". Wat ik wel eens deed was 's avonds laat met een glas wijn daar stiekem gaan zitten en dan stroomden de tranen over mijn wangen. De kinderen mochten het niet zien, hun verdriet wil je toch ook niet vergroten? Dat speelt denk ik altijd mee in de verhouding met je kinderen. Ze missen al een ouder en je wilt toch een optimale ouder voor hen zijn, zodat ze zich geen zorgen over jou hoeven maken. Dat hoeven ze ook niet maar je wilt hen niet meer verdriet, dan ze al hebben, opdringen. Ik denk dat deze plaats een soort herinneringsstek is geworden.

"Leed"vermaak

Ik denk nu vaak terug aan mijn tijd toen. Wat was dat heerlijk onbezonnen. Je kon de hele wereld aan, achteraf de mooiste tijd van je leven. En dat gun ik mijn kinderen nu ook. We praten met een humoristische klank over Frits, vermakelijke dingen worden opgehaald, grinniken over gekke dingen, symbolisch zit hij voor ons als groot voetballiefhebber eindelijk in zijn skybox! Hij was de verstrooide professor zelve, die voor veel ergernis maar ook veel komische dingen zorgde! Maar ik weet dat mijn kinderden hun diepste gevoelens weer met hun vrienden bespreken. Net zoals Frits van ons geen afscheid kon nemen, denk ik dat je, omdát je zo na bent, elkaar ook beschermt in de rouwverwerking. Meer leed kan je er eenvoudig weg niet bij hebben.

M'n toekomst achter mij

Als ik dan aan vroeger denk voel ik me gigantisch oud. Mens, je bent 52 denk ik dan, wat zit je nu te trutten! Maar het is net of de toekomst achter me ligt. Mijn leven is in twee termijnen van 25 jaar opgedeeld en het tweede deel heb ik met Frits gedeeld. Mijn laatste etappe is begonnen en als het meezit ben ik misschien nog 25 jaar van de finish verwijderd. Maar dat zie ik niet voor me, grote plannen maken is er niet bij. Ja, op de korte termijn wel, maar ik kan wel eens jaloers worden op die getrouwde stellen die hun huis opnieuw inrichten of verbouwingsplannen hebben. Ik denk dan wrang, ik zit straks in mijn uppie in een groot huis, mijn ene dochter is al bijna de deur uit en de andere over een paar jaar. Op zoek naar een nieuwe partner ben ik niet, die moet je niet zoeken dat moet je overkomen. Een relatie uit eenzaamheid zal ik nooit aangaan. En als er misschien ooit wat komt zal het "latten" worden. Ik denk niet dat ik alles om me heen zo kan opgeven, nee dat weet ik wel zeker. En weer gesnurk naast je in bed, nou dat zal wel weer wennen zijn! Om met Cruijff te spreken: zo heeft elk voordeel zijn nadeel!
Mijn afspraken zijn gepland. Impulsief lekker met je partner gaan wandelen of fietsen is er niet meer bij. Ik ben jaloers als ik stellen samen op pad zie gaan. Ik betrap me er zelfs op dat ik me bezighoud met zaken voor het geval dat er iets met mij zal gebeuren. Stiekem ligt er een briefje met instructies voor de kinderen klaar. Toen ik een keer er over begon, riepen ze: "ja, dat zien we dan wel weer"! Maar als ik er niet meer ben, wie helpt ze dan? Er is geen ouder die ze dan nog kan bijstaan. Waar vinden ze de papieren, rekeningen, enz? Gek, dit hoor je toch pas tegen je zeventigste te gaan doen? Het lijkt wel of ik jaren heb overgeslagen. De verwachtingen voor de toekomst heb ik bij moeten stellen, maar eigenlijk zijn er helemaal geen verwachtingen meer. Ik weet alleen dat ik nog een aantal verre reizen wil maken, ook voor mij kan het licht zo uit gaan. In de krant kijk ik stiekem naar rouwadvertenties: kijk eerst naar het geboortejaar en denk dan "goh, alweer iemand jong gestorven". Alsof je steun aan het zoeken bent, van: gelukkig ik ben toch niet de enige. Raar mens ben ik eigenlijk.

Burgerlijke staat: ongehuwd

Ook het feit dat je bij burgerlijke staat "ongehuwd" moet invullen vond ik zo raar. Ik voel mij nog steeds gehuwd, draag nog steeds een trouwring, vond het zelfs pijnlijk het vakje aan te kruisen. Het is net of ik mijn identiteit verloren heb. Mijn gedachten dwalen dan weer terug naar Frits zijn laatste dagen. Thuis ging het niet langer. Hij had geen enkele privacy. Wij waren letterlijk doorgedraaid. Thuiszorg was slecht geregeld en hij is naar een hospice gebracht om daar te sterven. Een unieke instelling met vrijwilligers die de thuissituatie nabootst. Toen hij op de brancard lag vroeg ik hem of hij zijn trouwring, die hem niet meer paste, wilde meenemen. Ik hoor hem (hij was jurist) nog humoristisch citeren: "Ja natuurlijk, het huwelijk is pas ontbonden als de dood is ingetreden". Toch is het zo, maar gevoelsmatig zijn we nog steeds samen en is er niets ontbonden!

"Kletspraat"

Ik heb me ook wel eens afgevraagd hoe andere nabestaanden staan tegenover wat ik "kletspraat" noem. Ik bedoel dit niet negatief maar figuurlijk: iets te kletsen hebben om maar iets te zeggen, want de meesten staan toch met hun mond vol tanden. Ik bedoel dan: "bel me als ik iets voor je kan doen" in plaats van zelf contact regelen en iets doen of: "wat zie je er goed uit" alsof dat een zonde is of: "Je doet het zo goed". Het voelt als een misplaatst compliment. Ziet dan niemand hoe zwaar het is? Of; "hoe gaat het ermee", een domme vraag, het is immers toch wel duidelijk: afschuwelijk. "Geweldig, hartstikke goed", mag je ook niet zeggen! Maar ik betrapte mij erop dat ik vroeger ook zo gereageerd heb. Ik zal het nooit meer doen omdat ik weet hoe stompzinnig het klinkt en de bedoelingen zijn juist goed. Als ik het woord "sterkte" gebruik denk ik gelijk: wat een dooddoener (hoe verzin je het woord!), maar je wilt het wel wensen. De juiste woorden en toon vinden is iets wat je eerst zelf moet ondervinden voor je het zelf beter gaat zeggen.

Ook negatief...

Mensen durven zijn naam niet meer te noemen alsof die besmet is, en als je het zelf doet zie je ze schrikken, maar rouwen is geen aandoening, ziekte of stoornis. Rouwen zijn gevoelens, emoties die komen en gaan. Het ene moment voel je goed, het andere moment word je overspoeld door verdriet. Periodes van rusteloosheid, je moeilijk kunnen concentreren, dan weer overactief. Ook ben ik bang herinneringen te vergeten, niet alleen de positieve dingen maar ook de negatieve herinneringen wil ik onthouden. En dat laatste wordt vaak weggevaagd. Over de doden niets dan goeds, maar af en toe was het een draak van een kerel! Ik was natuurlijk ook een kreng van een wijf maar zulke verhoudingen worden al gauw vergeten! Een heilige mag hij niet worden, dat ben ik ook niet. Compleet: positief en negatief wil ik hem onthouden. En al die herinneringen gaan weer gepaard met verdriet, zo is de cirkel weer rond. De wond zal helen, maar we blijven allemaal het litteken houden.

Op mijn verjaardagslijstje heb ik een wens gezet: een mooi drieluik van zee, vloedlijn en ribbels in het zand (bij Ikea gezien)! Ik vond die al lang heel erg mooi: nu weet ik waarom.

Wieneke van Rossum, e-mailadres: w.t.van.rossumbos@freeler.nl


12 december 2003

Ruggesteuntjes (16) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos

Huil. Je tranen getuigen van je liefde. De tranen die je huilt omdat je van de overledene hield, zullen je helen en je leven vernieuwen."

"Ontloop anderen niet. Misschien heb je behoefte aan de aanwezigheid van anderen, aan hun steun en aandacht, aan een knuffel of een luisterend oor."

"Het is heel normaal wanneer je rouwproces verschillende stadia kent: shock, ontkenning, depressie, verwarring, angst, woede, verbittering, schuld, spijt, aanvaarding en hoop. De volgorde ligt niet vast en de frequentie ook niet."

"Vroeger had je plezier in verjaardagen en feestdagen, maar nu kunnen dit hele moeilijke dagen zijn. Vier ze eenvoudig en besteed aandacht aan je gevoelens."

"Soms is het rouwproces nog overweldigender omdat tegelijkertijd je verdriet over een eerder verlies naar boven komt. Sta jezelf toe om ook die pijn te voelen."

"Wees geduldig met jezelf als je twijfelt aan je vermogen om te helen. Besef dat het rouwproces altijd heling brengt - ook als het heel langdurig is."

"Misschien lijkt het alsof je nooit meer echt gelukkig zult kunnen zijn. Dat is niet de waarheid! Je zult je vreugde juist dieper ervaren nu je pijn hebt gekend maar geheeld bent."

Uit: Elk rouwproces is uniek - Karen Katafiasz; Uitg. De Zaak, Groningen 2001; ISBN 90-209-2693-4. In België: Intersentia.


12 december 2003

ABBA: ,,I have a dream" en ook ik geloof in engelen...
(deel 9 in de reeks over troostmuziek van lotgenoten)

Eigenlijk mag ik er niet echt meer verbaasd over zijn dat mijn geest er zo maar op een nacht mee werd gevuld. Met "I have a dream", naar mijn gevoel één van de mooiste nummers van Abba. Maar dat niet alleen: het is/was een lievelingsnummer van Janny. En toch was er ogenschijnlijk geen enkele aanleiding voor dat juist dit specifieke nummer in mijn geest opdook en het vrijwel geheel vulde. Elke keer als ik die nacht even wakker werd beheerste de melodie mijn gedachten. De volgende morgen had ik een interview met een radiozender in het midden des lands over het lustrum van de Draaikolk en moest ik wat eerder opstaan dan ik was gewend, maar ik ging fluitend naar de badkamer, wat voor Monique zonder twijfel een heel bijzondere gebeurtenis moet zijn geweest, want ik ben als avondmens 's morgens zelden zo opgewekt. Maar ik floot de melodie van ,,I have a dream". Eigenlijk zonder er echt bij na te denken. Het was er gewoon. Net zoals het feit dat ik sinds kort überhaupt weer fluit.

Die dag heb ik de Abba-CD opgezocht die Monique in haar veelomvattende verzameling heeft. Hij lag heel toevallig bovenop een stapel… En terwijl ik achter mijn computer allerlei administratieve zaken uitvoerde draaide ik ,,I have a dream" opnieuw grijs. En ging ik naar internet om de tekst op te zoeken. Een tekst die zo wonderwel aansloot bij wat Janny overkwam en nu mij is overkomen. Een tekst die hoop uitstraalde. ,,I have a dream". Achteraf is het verbazingwekkend dat ik dit nummer niet tijdens Janny's uitvaartplechtigheid heb gedraaid. Toen heb ik er geen seconde aan gedacht, terwijl de melodie nu alles in mijn geest overstemde.

,,I have a dream, a song to sing
To help me cope with anything"

Elke keer als ik dat nummer waar dan ook hoorde, kreeg ik tot nu toe altijd tranen in mijn ogen. Nu niet. Nu werd ik er opeens sterk door. De tekst en de melodie troostten me op een enorme manier. En ineens drong het tot me door. Janny had me als mijn beschermengel in mijn slaap een hoopvolle boodschap mee willen geven: de volgende dag moest ik immers naar het ziekenhuis voor mijn driemaandelijkse controle…

Bert Vos, 26 oktober 2003

I Have A Dream

I have a dream, a song to sing
To help me cope with anything
If you see the wonder of a fairy tale
You can take the future even if you fail
I believe in angels
Something good in everything I see
I believe in angels
When I know the time is right for me
I'll cross the stream - I have a dream

I have a dream, a fantasy
To help me through reality
And my destination makes it worth the while
Pushing through the darkness still another mile
I believe in angels
Something good in everything I see
I believe in angels
When I know the time is right for me
I'll cross the stream - I have a dream
I'll cross the stream - I have a dream

I have a dream, a song to sing
To help me cope with anything
If you see the wonder of a fairy tale
You can take the future even if you fail
I believe in angels
Something good in everything I see
I believe in angels
When I know the time is right for me
I'll cross the stream - I have a dream
I'll cross the stream - I have a dream

(Abba Gold - Greatest hits - CD- Polydor - 517 007-2)


Boekbespreking: "De kus van de weduwe": Een taboe doorbroken?

Threes Anna (1959) is schrijver, regisseur en was jarenlang artistiek leider van Dogtroep, een internationaal theatergezelschap. Haar leven verandert van de ene op andere dag ingrijpend wanneer haar Italiaanse geliefde en collega, lichtman Luca, samen met vriend/collega Dieter bij een verdrinkingsongeval om het leven komt. Er ontstaat al vrij snel een verwijdering tussen haar en de leden van De Groep met wie ze al zoveel jaren heeft samengewerkt.

"Sommigen doen net of er niets is gebeurd, anderen huilen, weer anderen sluiten zich af. (...) Het is moeilijk te accepteren dat anderen vinden dat ik 'te heftig' reageer en 'labiel' ben. Wat verwachten ze dán? Het is waar, ik voel geen grenzen meer, en zeker geen beleefdheidsgrenzen, ik ben een ongeleid projectiel, ik flap alles eruit. Maar wát ik zeg is niet anders dan anders - alleen de manier waarop heb ik niet onder controle."

De Groep wil het verdriet zo snel mogelijk vergeten en zij wil alleen maar werken om haar pijn niet te hoeven voelen. De try-out van de nieuwe voorstelling - die nu gemaakt moet worden zonder haar lichtman Luca en met een andere hoofdrolspeler dan Dieter - is vreselijk. Het samenspel, de betovering ontbreekt geheel. Maar er is meer... Totdat ze als bij toverslag ineens ziet wat er fout aan is. Het licht is fout...!

"Ik weet niets van licht of lampen. Toch roep ik de lichtploeg bij elkaar. Woorden beginnen uit mijn mond te stromen. Elke seconde komt er, op een onbegrijpelijke manier, nieuwe technische informatie uit mijn mond. Ik kan mijn eigen gedachten niet bijhouden maar de woordenstroom gaat maar door. Mijn lijf is opeens groter. Jij bent in mij. Ik struikel over mijn eigen woorden. Die lamp dáár, en die dáár, en dat en dit moet zó veranderd worden. Ik benoem dingen die ik helemaal niet kan weten. Ik zeg dat dit niet mijn woorden zijn, dat het lijkt of jij door mij praat. Langzaam wordt het minder en op een gegeven moment houdt het op. Ik ben uitgeput en vraag of ze me snappen. Iedereen knikt. Alles is hun glashelder. Ze gaan aan het werk."

Eerder dan haar lief is komt haar behoefte aan sex terug en neemt het toe. Ze vraagt zich af hoe andere vrouwen dit zouden voelen. Ze ziet alleen maar mooie mannen om zich heen en vindt het zo moeilijk te begrijpen, al die gevoelens die ongewild in haar losbarsten.

"Mijn wereld staat op z'n kop. Maar ik moet niet denken aan een leven van louter flirten, condooms en veilige sex: ik wil vertrouwdheid, ik wil warmte, ik wil vrijen als ik zin heb, overal en altijd, met iemand van wie ik veel hou."

Binnen De Groep neemt de aandacht voor haar verlies steeds meer af, terwijl zij juist snakt naar troost. De voorstelling wordt een succes. Wanneer na afloop de eerste flessen worden ontkurkt glipt ze weg naar haar caravan. Ze heeft niets te vieren. Ze wordt achterna gelopen door de bloemenjongen waar zij samen met Luca altijd bloemen kochten. Hij kust haar en brengt sluimerende gevoelens van verlangen in haar los. Ze trekt zich los en gaat er vandoor.

"Wat gebeurt er met me? Ik herken mezelf niet. Zo ben ik niet. Ik hunker. Ik wil vrijen, handen voelen over mijn lijf. Ik wil weer vrouw zijn, levend zijn. Mijn lichaam schrijnt vanbinnen en vanbuiten. Wat moet ik doen?"

Gaandeweg ontstaat er met de bloemenjongen een relatie van aantrekken en afstoten. Haar hunkering naar liefde wordt als vanzelf op hem geprojecteerd. Ze beseft dat ze een fantasiewereld aan het bouwen is, een pseudo-wereld waarin ze niet wil leven, maar de echte wereld is zo afschuwelijk leeg...
Wanneer ze een andere jonge weduwe ontmoet, blijkt dat ook zij de sex zo vreselijk mist.

"We liggen dubbel van het lachen als we beseffen dat vrijen direct na de dood van je partner taboe is, dat we er alletwee naar verlangen maar er bijna niet over durven praten, en als je het je vrienden vertelt reageren ze geschokt, alsof je heiligschennis pleegt. (...) Ik ben niet de enige hunkerende weduwe, ik bén geen sentimentele slappe vrouw! Het onbedwingbare verlangen naar sex hoort er gewoon bij."

Op tournee met De Groep blijkt de sfeer onderling onherkenbaar te zijn veranderd. De voorstelling is een leeg plaatsjesboek geworden en iedereen zegt dat hij moe is. Er vertrekken mensen. De interne geschillen, de aversie die Threes koestert tegenover het idee weer een nieuw team te moeten opbouwen, het gebrek aan een gezamenlijk creatief vuur, belangenverstrengeling, de leegte zonder Luca, het gemis aan weerstand en passie om haar heen, leiden ertoe dat Threes overweegt om De Groep te gaan verlaten. Ze is bereid om nog een half jaar aan te blijven om haar opvolger in te werken, maar een van de bestuursleden bepaalt dat zij er niet meer moet zijn. Zij is immers de spin in het web, als ze hier blijft rondhangen kan De Groep niets nieuws meer opbouwen... Ze is opeens werkloos. Als ze een dag later terugkomt om haar spullen in te pakken blijken haar collega's, dezelfden met wie ze veertien jaar over de hele wereld heeft gezworven en gewerkt, haar te negeren. Ze hoort er niet meer bij en ... later wordt ze zelfs nagetrapt.

"Ik zal deze dag nooit vergeten. Net als de dag van jouw dood. Deze kille ontkenning van mijn aanwezigheid. Waarschijnlijk hebben ze niet eens door dat ze dit doen. Het is een onbewuste reactie. 'Scheiden', heet dat. Ook hier ben ik slechts een passant. Hoe dierbaar en mooi iets ook is geweest, de scheiding moet zeer doen, anders kun je niet loslaten. Dit is een 'levensles', die kun je alleen maar leren door hem te leven."

Ze start een nieuwe carrière als filmmaker. Ondanks alles wil Threes haar droom - een door haar geschreven en geregisseerde speelfilm opnemen in de woestijn van Namibië - verwezenlijken. Het brengt haar terug naar het land waar ze veel tijd samen met Luca heeft doorgebracht. Naar het land waar ze leefden van lucht en stilte. Ondanks alle weerstand die ze ondervindt, staat ze erop haar film plaats- en tijdloos te maken. De film gaat niet over Zuid-Afrika maar over de pijn van de wereld, om verdriet. En geen enkele plek en geen enkel land kan zich erop laten voorstaan het alleenrecht hierop te hebben. Het moet een verhaal worden van alle tijden en plaatsen.

Haar dagen zijn volgepland. Zo reist ze voor een tweede film, die ze gelijktijdig wil maken (!), ook nog naar Bombay om een netwerk op te zetten teneinde de juiste mensen te kunnen interviewen. En in Nederland schrijft ze zich in voor een filmopleiding van vier maanden. Zo blijft er geen tijd over voor wrok, haat of verdriet.

"Het is zondagochtend vroeg. Ik lig al sinds gistermiddag in bed. Iedereen denkt dat het goed met me gaat. En dat gaat het toch ook? De school, de reizen, mijn plannen... Nee, het zijn al die duizenden momenten ertussenin. De momenten die je normaal deelt met je geliefde, je gezin, je collega's, al die momenten zijn leeg. Er is niemand. Ik weet niet hoe ik de leegte moet vullen, hoe ik de cirkel moet stoppen. En ik weiger een hond of kat te kopen."

Gaandeweg begint haar fantasiewereld af te brokkelen. De bloemenjongen is mooi en lief, maar zal nooit haar geliefde zijn. Ze had hem nodig om te voelen dat ze niet dood was, dat ze leefde. Ze komt tot de ontdekking dat ze nu zonder hem kan.

"Ik heb geen zin meer in losse flirts, one-night-stands en kortstondige affaires, hoe heerlijk ze soms ook zijn - uiteindelijk word ik er alleen maar weemoedig van: na de kortstondige bevrediging sluipt de stilte weer binnen, moet ik weer wennen aan het lege bed, het alleen aan tafel zitten. Telkens opnieuw moet ik eraan wennen en beseffen dat er niemand bij me hoort."

Het is verder in de tijd dat Threes opeens bemerkt dat ze Luca heeft losgelaten.

"Ik schrik. Voor het eerst, voor het aller-allereerst is er afstand, ik heb afstand van jouw naam en afstand van jou. Het is afschuwelijk en heerlijk tegelijkertijd. Luca, ik hou van je maar je bent dood. Ik moet doorgaan. Mijn rouw is voorbij. En als je me kan zien vanuit de hemel, wat ik niet geloof maar vanavond voor het eerst zou willen, dan zie je dat ik je, nu, op dit moment, kan laten gaan. Ik durf het bijna niet te zeggen maar het is zo."

En in haar films gaat ze op zoek naar datgene waar ze zelf naar zoekt: in Zuid-Afrika probeerde ze te begrijpen wat dood was, in Bombay wat liefde is. Totdat ze uiteindelijk de liefde weer herkent en opnieuw verliefd wordt.

"Ik ben gelukkig. Mijn lijf is gewoon weer mijn lijf, mijn geest weer mijn geest. Ik kan weer lachen en me boos maken om niks. Ik ben sterk, ook als ik alleen ben. Ik kan weer gewoon snel reageren en beslissingen nemen, ik word niet meer zomaar naar beneden getrokken, ik huil niet meer om de haverklap om niks. Ik huil nog wel en ik ben veranderd maar toch ben ik weer wie ik was, eindelijk na al die tijd."

Dit is het eerste boek dat ik gelezen heb, geschreven door een lotgenote, welke het tere aspect van rouwverwerking "sexualiteit na de dood van je partner" zo openhartig aankaart. Hopelijk wordt hiermee een taboe doorbroken. Het gegeven dat tijd en plaats door elkaar heenlopen, leest niet altijd even gemakkelijk. Maar, bij nader inzien, herken ik dat toch wel. Fladdert mijn geest ook niet regelmatig heen en weer, van verleden naar heden, ongeacht tijd en plaats? Al met al een voor mij - op onderdelen - dermate herkenbare en aangrijpende roman, dat ik dit boek regelmatig even heb moeten wegleggen omdat het mij te zeer raakte. Op zich best wel een confrontatie na al die jaren, vond ik. En als ik aan die verdomde huisarts terugdenk, dan moet ik een traantje wegpinken: een "feest" van herkenning dus...

Monique Vos
december 2003

De kus van de weduwe - Threes Anna; Uitg. Vassallucci, Amsterdam 2003; ISBN 90-5000-503-9, 280 blz.


12 december 2003

Donkere-dagen-verdriet: De tranen van de Amaryllis, door Bert Vos

De Amaryllis behoort tot mijn lievelingsbloemen. Dat was al zo toen Janny nog leefde, of eigenlijk ontstond die toen dankzij haar de liefde voor deze van oorsprong tropische, Zuid Amerikaanse bloem. Elk jaar in december kocht zij een Amaryllisbol, zette die in een mooie pot en daarna was het een kwestie van regelmatig water geven en wachten op die wonderbaarlijke stengel die op een gegeven moment zo maar opeens uit de bol kon opschieten om dan in een dagelijks zichtbaar tempo omhoog te klimmen.

De energie van de Amaryllis

Janny had, net als ik, veel bewondering voor de plant die zo, zonder enige steun, in staat bleek om in verhouding tot het bolletje zo hoog naar de hemel te klimmen om daarna in een onnavolgbare bloemenorgie uit te barsten. Dat er zoveel schitterende bloemenpracht uit zo'n relatief onooglijke bloembol kon komen, dat verbaasde haar steeds weer en ze stak haar bewondering dan ook zelden onder stoelen of banken.
De Amaryllis. Toen Janny borstkanker kreeg en haar strijd tegen deze ziekte begon, werd de Amaryllis haar voorbeeld. Juist ook omdat de bloem eigenlijk alleen in december te koop was en zij vaak in december het meest had te lijden onder de chemokuren en alles wat daarbij hoort aan pijnlijke bijwerkingen. Ook was de decembermaand voor haar vooral in de laatste jaren van haar leven een periode dat ze te vaak in het ziekenhuis moest doorbrengen. Kortom, de rode Amaryllis werd voor mijn vrouw het symbool van energie, van kracht en overleving. Als de stengel uit de bol tevoorschijn kwam, schitterden haar ogen vol verwachting. En elke dag kreeg de bloem voldoende water om naar de hemel te kunnen blijven klimmen.
Een maand voordat Janny stierf, in december 1997, stond de Amaryllis naast haar bed in de woonkamer op een voor haar goed zichtbare plek. Zo kon ze nu bijna elke minuut van de dag de bloem zien groeien, winnend aan kracht en pracht. En opnieuw gaf het haar de extra energie die zij zo ontzettend nodig had.

Symbool van kracht en overleving

Na haar dood heb ik de Amaryllis van Janny als symbool van kracht en overleving overgenomen. Dat ging eigenlijk als vanzelf. Een paar maanden na haar dood kreeg ikzelf kanker en, jawel, ging ik eind november het ziekenhuis in. Toen ik vlak voor de Kerst thuiskwam na een zware operatie, was het eerste wat ik kocht een Amaryllisbol. En terwijl ik revaliderend door de huiskamer strompelde, bleven mijn ogen regelmatig gericht op de bol, die ik in dezelfde pot had gezet als elk jaar.
Ook ik ontleende opeens geestelijke energie aan de kracht die de Amaryllis zichtbaar demonstreerde door naar het licht te klimmen met die onvoorstelbare bloemenpracht als beloning.
Inmiddels ben ik, zoals jullie weten, opnieuw getrouwd en eigenlijk zonder dat ik daar echt op heb aangedrongen staat in december de Amaryllis weer bloedrood mooi te wezen. Monique zorgt er woordeloos voor dat de decembertraditie van de Amaryllis wordt voortgezet. Zo staat de bloem ook nu te bloeien dat het een lust is. En Monique geeft de bol water en besproeit soms de tere bloembladeren met een milde tropenregen.
En natuurlijk hebben we foto's gemaakt van onze Amaryllis. Toen we de opgenomen foto's bekeken, zagen we ineens op één ervan de waterdruppels op de bloemkelk.
Op dat moment zat ik even als verstijfd en voelde ik opeens het verdriet van december in volle kracht door mijn geest razen. En dacht aan de Amaryllis van Janny en ik zag in de waterdruppels opeens haar en mijn tranen, zoals we, toen in december 1997, zwijgend huilden om het feit dat het haar laatste Amaryllis zou zijn.

Bert Vos, december 2003


Motto 2004: Neem de tijd

Gisteren nog dachten we dat het jaar nog lang was:
maar het is alweer voorbij geraasd
Gisteren nog leek het alsof we jong waren
met nog een heel leven voor ons
Dat was gisteren, heel lang geleden
Gisteren nog waren we onbezorgd gelukkig
en onbewust van morgen

Maar gisteren is voorbij en
morgen was alweer gisteren
voordat we het wisten
Zoals vandaag 2003 voorbij is gegaan,
het jaar dat gisteren nog bestond

Gisteren, vandaag, morgen:
neem de tijd en leef je leven tijdloos!

Neem de tijd om te denken aan toen
Neem de tijd om te bezinnen
Neem de tijd om te genieten
Neem de tijd om gezond te blijven
Neem de tijd om gezond te worden
Neem de tijd om je verlies te dragen
Neem de tijd voor je pijn en verdriet
Neem de tijd voor het helen van je ziel
Neem de tijd om gelukkig te worden
Neem de tijd om te ontmoeten
Neem de tijd om lief te hebben
Neem de tijd om gelukkig te zijn

Het is jouw tijd.

Bert Vos,
december 2003/januari 2004


1 januari 2004

Mijn naam is Ellen Spaan de Ree en ik heb 40 dagen geleden mijn man Jan verloren aan kanker. Ik heb hieronder zijn sterven beschreven.

Er was er eens een nacht, door Ellen Spaan

Er was er eens een nacht
Een koude stille nacht
Een nacht waarin de doden hun geliefde kwamen halen
Het was donker in het huisje, waar de lange, tengere jongen met het donkere haar in bed lag
De jongen was wakker
Hij voelde zich onrustig en ging naar het toilet, even plassen
Daarna terug in bed, maar de slaap wilde niet komen
De tengere jongen stapte weer zijn bed uit en knipte het licht aan
Hij besloot te gaan spelen met zijn duplo
Het was inmiddels 3.15 uur
De vader van de lange jongen lag in bed
Hij sliep niet, maar hij was ook niet wakker
De vader zakte steeds verder weg in een donkere vredige, warme diepte
Daarbij liet hij een gorgelend geluid horen
De moeder van de lange, tengere jongen werd daar wakker van en bewoog zachtjes de arm van haar man
Ze vroeg hem: Jan, wil je wakker worden"
De vader hoorde de woorden van de moeder en met heel veel wilskracht kon hij vanuit de diepe,vredige donkerte de kracht bij elkaar bundelen om haar te antwoorden met "ja, maar nu niet"
Daarna zakte hij weer terug in die heerlijke warmte
De moeder pakte een hand van de vader en voelde dat deze klam was; koud en zwetend
Ze deed het licht uit en ging weer naast haar man liggen
Ze hoorde haar zoon met het duplo spelen, even overwoog ze haar zoon weer in bed te stoppen, maar besloot dan dat haar zoon zelf het beste kon beslissen wat hij nodig had
Het werd 6.00 uur
De vader bewoog onrustig
Zijn vrouw was direct wakker, zij deed het licht aan
Ook de lange jongen met het donkere haar was nog altijd wakker
De vader opende zijn ogen en was weer even terug uit het donker, zijn arm deed zeer
Zijn vrouw hielp hem om op zijn rechterzij te gaan liggen
De vader bleef heel stil liggen met zijn ogen open
De moeder hield haar man vast
De lange tengere jongen met het donkere haar, liep over de gang naar de slaapkamer van zijn ouders
Hij wilde naar zijn vader toe
Toen hij de slaapkamer deur open deed zag hij dat het licht brandde
Zijn moeder zat rechtop in bed en keek naar haar man
De jongen kwam dichterbij en zag dat zijn moeder huilde
Zijn vader bewoog niet maar lag met de ogen open in het niets te staren
De moeder draaide zich naar de jongen om
"Papa is dood", fluisterde ze.

Ellen Spaan, e-mailadres: ellenspaan@tiscali.nl


1 januari 2004

,,Niet zo erg hoor, want ik ben toch nooit zo op aarde aanwezig geweest...", het ontroerende verhaal van Balder Schilt

Bij het lezen van de nieuwste uitgave van de CNK was ik erg verrast en blij de Draaikolk te vinden. Heel merkwaardig dat ook de naam mij zo enorm aanspreekt. De eerste nacht die ik beleefde toen Saskia net overleden was, kwam ik in een draaikolk terecht. Ik was in een toestand waarbij ik me niets meer kon voorstellen. Hoe nog ooit iets normaal te doen? Eten? Drinken? Slapen? Boodschappen doen? Toch viel ik van uitputting in een soort slaap. De droom kwam. Inktzwart en vol geweld kwam er een tornado op mij af, alles verwoestend. Ook was er het besef dat ik in de kern ervan moest zijn omdat het daar stil en rustig is. Gek genoeg werd dat mijn gids op mijn verdere weg. Blijf steeds binnen in je innerlijke kern. Daar houd je contact met alles waar het om gaat in dit leven en dat is toch: Liefde.
Mijn vrouw stierf één maand nadat de tumor werd ontdekt. Op 3 juli 1996 werd een tumor in de dikke darm ontdekt die operabel zou zijn. Vreemd, maar toen we thuiskwamen zei Saskia: "Niet zo erg hoor want ik ben toch nooit zo op aarde aanwezig geweest." Zij leefde altijd in een sprookje en had niet veel met de wereld. Het schokte mij dat zij direct over zichzelf in verleden tijd begon te spreken.
Op een bepaald bewustzijnsniveau moest zij het al geweten hebben. Zo zei Saskia mij tijdens een gesprek, wandelend in Zweden: "Ik weet dat ik een enorme metamorfose moet ondergaan, maar ik heb nog één jaar daarvoor nodig." En op de boot terug legde zij haar hand op mijn knie, keek me aan en zei: "Volgende keer ga je alleen." Nou, ik ging nooit alleen, dus snapte ik niet waar ze het over had. Toch moet ik ook iets gevoeld hebben, want soms merk je dat je gekke dingen zegt die je eigenlijk niet snapt dat je het zegt en het er dan zo maar uit flapt.

Kerst 1995. Saskia zat erg lekker in haar vel. "Ik heb energie als nooit tevoren" vertelde zij. Saskia zat op een bankje te knutselen zoals gewoonlijk en ik stond naast de kachel naar haar te kijken terwijl ik mijzelf hoorde zeggen: "Hoe kan het dat jij hier nog bent want je ziet er zo doorzichtig uit alsof je al helemaal klaar bent met deze reis, je bent zo licht." Dat sloeg niet op haar gewicht of zo, het was een gevoel.
Saskia zei toen iets dat me diep schokte: "Nee, ik ben de zware hier, jij kunt niet verder door mij, ik hang als een zware bal aan jouw voeten."
Het voorjaar kwam. Saskia, die balletlerares was, had het heel druk want er moesten vijf uitvoeringen gegeven worden. Alle kostuums daarvoor maakte zij altijd zelf met heel veel plezier. Het was een periode van feest voor de leerlingen en voor iedereen die naar de uitvoeringen kwam kijken.

Als een tussendoortje zonder ophef

En toen ging zij dood, zomaar even als een tussendoortje zonder ophef. Alsof er niets aan de hand was. Drie dagen na het ontdekken van de tumor ging zij naar bed. Zij spuugde steeds, hikte onophoudelijk, verdroeg geen licht, kon maar op een kant liggen, kon met haar hand haar neus niet meer vinden. Saskia sloot zich af van de wereld van ons en keerde heel snel in zichzelf. En de artsen? Hoe ik ook probeerde mijn zorg, dat ik een hersentumor vreesde, te melden, steeds werd ik voor hysterisch uitgemaakt. Het was zomer en er kwamen steeds andere artsen. Saskia ,,verdween" als het ware zo snel, dat ik na een week zo veel alarm sloeg dat zij op een zondagavond naar het ziekenhuis kon. Zelfs daar bleef ik tegen muren aanlopen. Op mijn verjaardag, 16 juli, had ik eindelijk even een gesprek met de internist die de darmoperatie zou doen, enkele dagen later. Ik deelde hem mijn vermoeden mee en werd direct terug op m'n plek gezet van domme, nerveuze partner die toch niets kon weten.
Het werd 17 juli. Saskia werd naar de scan gebracht en toen kwam het dramatische gesprek. Tja, zij zou nog enkele uren te leven hebben, misschien enkele dagen.
Saskia reageerde niet. Ik pakte haar arm en vroeg zacht: "Begrijp je wat dit betekent?" Toen kwam er een wonderlijk zachte glimlach, maar haar ogen bleven dicht. "Wisten we toch, niet voor niets gemediteerd" was haar commentaar!
Saskia was er zo slecht aan toe, dat zij op dat moment niet naar huis kon. Zij werd naar een andere zaal gebracht. Daar lagen nog drie mensen die op een uitslag wachtten van een scan. Allen kregen na enkele dagen wachten hetzelfde te horen.

Engel en Gids

Maar wat zich echter in die tijd afspeelde is niet makkelijk te beschrijven. Saskia werd Engel en Gids. Haar kamergenoten begonnen direct te huilen als ze Saskia even niet meer zagen. Ook de neurologe zei dat ze nog nooit zoiets had meegemaakt. Saskia straalde een ongekende rust en vrede uit. De liefde verwarmde allen en nam iedereen in zich op. Toch deed zij niets, was nergens bewust op uit. Toen zij voelde dat haar kamergenoten voldoende rust en overgave hadden zei Saskia dat ze nu wel naar huis kon gaan.
Zij leefde nog één week. Zij kon op een gegeven moment niet meer spreken en ging over op gebarentaal en maakte daar zelfs nog grapjes over.

Ik zat in grote nood. Alles ging zo snel en niets was te bevatten. Ik voelde heel goed dat ik haar niet kon en niet mocht tegenhouden.
Iets in mij verbood me haar te zeggen dat ik haar niet wilde en niet kon missen en toen hoorde ik mijzelf heel onbeholpen aan haar vragen of ik haar in het Heelal mocht gaan zoeken als mijn aardse tijd er ook eenmaal op zou zitten.
Geen reactie... Die kwam twee dagen later toen ze niet meer sprak. Met dat wonderlijke glimlachje en gesloten ogen wees zij op zichzelf, op mij en omhoog steeds herhalend en ja knikkend. Steeds die driehoek.

Op 4 augustus 1996 liet zij haar lichaam achter.

De jongens gingen vrij snel het huis uit en toen zat ik na een levendig gezinsleven en veel en druk werk alleen en werd zo enorm op mijzelf terug geworpen dat je niet kunt voorstellen dat zoiets bestaat. Maar het gebeurt!

Na een vrij lange periode van verdoving, waarin ik toch altijd de schoonheid van alles ben blijven zien en voelen, kreeg ik op een gegeven moment skates aan mijn voeten en daarmee begon een vreemd, nieuw en liefelijk leven vol gezelligheid met veel lieve mensen. Ik trek daardoor veel op met jongeren en geniet daar heel erg van. Tot zover mijn verhaal. Heel hartelijke groet,

Balder Schilt, e-mailadres: balder.s@hetnet.nl


1 januari 2004

"Ik beschouw mezelf als een superbevoorrecht mens, dat ik weer een andere liefde heb gevonden", door Lenneke Goudriaan

Al heel lang zijn wij, mijn vriend Bert en ik, van plan jullie te schrijven. Nu ben ik even alleen thuis en heb besloten dat het er maar eens van moet komen. Mijn man Henk is op 9 april 2001 overleden na een langdurige lijdensweg aan kanker. De vrouw van Bert is op 12 juni van datzelfde jaar plotseling overleden aan een hartstilstand.

Iets in zijn brieven trof me

Door een berichtje in een oude Libelle,die in de wachtkamer bij de tandarts lag, ben ik op het spoor van de Draaikolk gekomen. In de Draaikolk heb ik me ingeschreven bij de rubriek "lotgenoten zoeken contact". In oktober heeft, naast anderen, ook Bert contact met mij opgenomen. Iets in zijn brieven trof me, zijn manier om gevoelens onder woorden te brengen, de gedichten die hij stuurde. Kortom: we keken dagelijks uit naar elkaars berichten. Als er een dag géén bericht was, waren we allebei hevig teleurgesteld.
Het laatste waar we naar op zoek waren, was een nieuwe relatie (ik hoopte over een aantal jaren ooit eens een lat-relatie te krijgen). Ik vond het daarom wel fijn dat we heel ver uit elkaar woonden (205 kilometer) en dat Bert veel ouder is.

We "vielen" totaal niet op elkaar, maar vonden elkaar heel sympathiek

Op 1 december 2001 was er voor 't eerst een bijeenkomst van de Draaikolk. Ik vond het leuk om daar een vrouw uit Den Haag te ontmoeten met wie ik mailde en natuurlijk Bert.
Bert en ik keken wel naar elkaar uit, maar konden elkaar niet vinden. Maar wat bleek: we zaten met de rugleuningen van onze stoelen tegen elkaar… We hebben die dag veel gepraat tussen de bedrijven door, de foto's en rouwkaarten van onze partners bekeken en nog een eindje gewandeld. We "vielen" totaal niet op elkaar, maar vonden elkaar heel sympathiek.
Later ben ik wel eens een weekend bij hem geweest en hij bij mij en wat we beiden niet voor mogelijk hadden gehouden, gebeurde toch: we werden hartstikke verliefd.
En nu bijna twee jaar later heeft onze relatie zich alleen maar verdiept. We hebben veel lol samen, maar kunnen ook veel verdriet delen. Gevoelens die anderen nooit zo kunnen begrijpen, voelen wij haarfijn aan bij elkaar. De foto's van onze overleden partners staan in onze huizen naast elkaar met een kaarsje ervoor. Samen verzorgen we de graven van onze geliefden. Ook met onze kinderen hebben we enorm geboft. Ze hebben ons nooit een strobreed in de weg gelegd. Misschien ook, omdat we vaak hebben benadrukt dat we nooit de plaats van hun vader en moeder willen innemen.

Het koopcontract voor ons nieuwe huis is getekend

Het heen en weer reizen, zoals jullie ook hebben ervaren, gaat ons steeds zwaarder vallen. Als in het ene huis de tuin is gedaan, wacht de volgende tuin enz. Onze koffers raken zelden meer helemaal uitgepakt, steeds zijn we aan het heen en weer reizen. Daarom hebben we de knoop doorgehakt (natuurlijk na heel veel praten).
Afgelopen donderdag 11 december 2003 hebben we het koopcontract voor ons nieuwe huis getekend. Ik ga, samen met mijn dochter van 19 jaar, verhuizen naar de woonplaats van Bert, te weten Steenwijk. Het zal een hele overgang zijn om uit het westen van het land weg te gaan en daar mijn twee zonen, ouders, familie en vrienden en natuurlijk het graf van Henk achter te laten. Maar we hebben een auto, dus in twee uur ben ik terug.
Ik beschouw mezelf als een superbevoorrecht mens, dat ik weer een andere liefde heb gevonden. Dat we een nieuw huis mogen betrekken, dat we samen inrichten en dat weer een thuis gaat worden voor ons drietjes. We gaan een goede logeerkamer inrichten en hopen dat daarvan veel gebruik zal worden gemaakt.

Maar dit alles hebben we uiteindelijk wel te danken aan jullie. Want als jullie deze internetsite niet hadden opgericht, waren wij nooit op het spoor van elkaar gekomen. Jullie hebben ons dus een onschatbare dienst bewezen. Heel veel dank daarvoor.
We lezen de Draaikolk nog altijd met veel belangstelling en bewonderen de manier waarop jullie kunnen schrijven over het leven en de dood en alle gevoelens die daaromheen spelen. Samen met jullie hoop ik dat het motto van Janny "Neem de tijd...." bewaarheid wordt!

Liefs, Lenneke Goudriaan-Willemstein; e-mailadres: goudriaa@kabelfoon.nl

Beste Lenneke en Bert,

Wij zijn blij dat jullie elkaar, net als wij, dankzij de Draaikolk hebben gevonden.
In moeilijke tijden, zoals nu, vragen wij ons weleens af of wij voldoende energie over hebben om de Draaikolk draaiende (in de goede zin van het woord) te houden. Mailtjes zoals die van jullie geven ons dan weer kracht. Bedankt daarvoor!

Hartelijke groeten,
Bert en Monique


1 januari 2004

"Juist daar, op dat mooie Griekse eiland, drong het tot me door dat het voorgoed over was", door José Osterman

Het is al lang geleden dat ik iets van me heb laten horen. Daar zijn uiteenlopende oorzaken de reden van. Er is veel gebeurd in mijn leventje dit jaar; vooral het laatste halfjaar.

Ik ben 2003 begonnen op 14 februari (Valentijnsdag) met een "blind date" met zes lotgenoten die ik door de Draaikolk heb leren kennen. Het zijn bezoekers van de Draaikolk die ook lid zijn van de mailgroep "Overleven". Ik heb op de verschillende stukjes die ik in de Draaikolk geschreven heb heel wat reacties ontvangen. Zelfs nu ontvang ik nog af en toe een reactie op een stukje dat jullie van mij geplaatst hebben.
Dankzij de Draaikolk heb ik hele fijne mensen leren kennen en daar waardevolle contacten aan overgehouden. Mannen en vrouwen waarmee ik mail en die ik ook ontmoet heb. Via iemand uit de Draaikolk ben ik dus bij de mailgroep "Overleven" terechtgekomen. Meteen na het aanmelden daar merkte ik dat de meeste leden ook frequent de Draaikolk bezoeken.
Ik heb verschillende mensen ontmoet die ook zelf een stukje in de Draaikolk geschreven hadden. Het ene verhaal in de Draaikolk spreekt je meer aan dan het andere. Zo ook het verhaal van een man die zijn verhaal geschreven had in de Draaikolk en waar ik aanvankelijk vluchtig overheen gelezen had. Toen ontmoette ik die man heel toevallig bij mijn blind date met de Overleven-groep. Hij had inmiddels een relatie met, ook al weer, een lezeres van de Draaikolk. Soms kan de wereld heel klein zijn. Een ander stel, ook leden van de Draaikolk, hebben elkaar zelfs voor het eerst ontmoet bij jullie meeting destijds. Het is heel leuk om de mensen achter het verhaal te leren kennen.

Een lang weekend met "wildvreemde" lotgenoten naar Domburg

Nog maar net had ik mij aangemeld bij de mailgroep of ik las dat zij een uitstapje hadden georganiseerd. En wel naar Domburg op Walcheren. Mijn meest geliefde plekje in Nederland en ook van mijn overleden mijn Wim. Twee maanden voor zijn dood had hij van zijn collega's een rit in een Ferrari cadeau gekregen en had hij met dat rode supersnelle monster nog midden door Domburg geracet. Ik heb zelf geen auto dus het is voor mij nu niet zo eenvoudig om daar naar toe te gaan. Zeker niet in mijn eentje. Ik was er wel teruggeweest met mijn dochter en al eens eerder met een lotgenoot, ook al via de Draaikolk. Nu was er dus weer een kans. En wel met Valentijnsdag.
Een groepje lotgenoten had met elkaar een bungalow gehuurd voor een lang weekend in Domburg en zowaar, er was nog een plaatsje over. Ik kende die mensen van slechts drie weken mailen. Het was best spannend. Mijn dochter vond het maar niets om zomaar met wildvreemde mensen meteen een weekend weg te gaan. En nog wel mensen die ik via de computer had leren kennen, hoe haalde ik het in mijn hoofd. Ik had haar immers altijd gewaarschuwd nooit afspraakjes te maken op deze manier. Maar wat had ik te verliezen? Het meest dierbare was ik al kwijt, dus ik stapte er maar op af.
Aanvankelijk zou ik met de trein naar Middelburg reizen en daar afgehaald worden, maar ik kreeg al snel een telefoontje van een vrouw die in de buurt van mijn woonplaats woont, dat ik met haar mee kon rijden. Vanaf het begin af klikte het meteen. Trouwens met al die lotgenoten die ik dat weekend leerde kennen. Mensen in mijn omgeving praten daar vaak raar over. Ze denken dat we met zijn allen het hele weekend zitten te rouwen en huilen. Natuurlijk huilen we, maar ik heb gemerkt dat huilen met lotgenoten meer oplucht dan huilen in mijn eentje en huilen met familie of vrienden. Lotgenoten weten immers precies wat je doormaakt. Ik heb veel herkenning, troost en steun ondervonden. Veel emoties zijn bij mij losgekomen toen en vooral na dat weekend.

Tijdens dat onvergetelijke weekend heb ik geleerd mijn emoties te uiten

Ik denk dat ik door die ontmoeting pas echt aan mijn rouwverwerking begonnen ben.
Daarvoor was ik de sterke, optimistische José die doorging en vooral bleef lachen en alleen stilletjes huilde als ze alleen was. Daar heb ik geleerd mijn emoties te uiten.
We hebben een onvergetelijk weekend gehad en er zijn nog heel wat van die weekenden en andere leuke uitjes gevolgd. Zoals ik al schreef zijn bijna alle mensen van die mailgroep ook bezoekers van de Draaikolk. Soms valt er iemand af en er komen ook nieuwe mensen bij. Die verwijs ik altijd naar de Draaikolk. Ze zijn altijd enthousiast over de Draaikolk.
Jullie hebben al lang niets meer van mij gehoord, maar ik kijk bijna iedere dag op de Draaikolk. Het is een tijd minder geweest, maar dan keek ik toch zeker 1 x in de week of er al iets nieuws was. Zo keek ik altijd in het Gastenboek en reageerde vaak met een kort berichtje als iemand daarin geschreven had. Ik vind het jammer dat het Gastenboek er niet meer is. Ik denk dat iemand sneller een berichtje plaatst in het Gastenboek dan meteen een verhaal in de rubriek "reacties van lotgenoten", maar misschien heb ik het mis. Misschien dat ze nu juist een langer verhaal schrijven.
Ook bezoek ik heel vaak jouw persoonlijke site "Langs de vloedlijn". Ik vind het heel triest wat er met jullie gebeurt. Op de eerste plaats voor jou natuurlijk Bert. Verschrikkelijk vind ik het. Ik ben soms bang om het vervolg te lezen, bang dat het niet goed gaat. Op de tweede plaats vind ik het triest voor Monique. Ik was zo jaloers (in de goede zin van het woord hoor) dat jullie zo'n fijne relatie kregen, dat zou ik zelf ook zo graag willen.
Van lotgenoten die jullie op de ontmoetingsdag gezien en meegemaakt hebben, hoorde ik dat jullie een geweldig stel zijn. Dat er nu weer zoveel tegenslag moet komen, jullie hebben beiden je portie al gehad. Waarom? Ik vind het allemaal zo oneerlijk. Ik word er zo verdrietig en boos van. Zo knap vind ik het Bert, dat je ondanks je pijn en nare behandelingen, ziekenhuisopnames, zo mooi je verhaal kunt doen. Ik wil soms dat het gewoon maar een boek is, een verzonnen verhaal. Helaas is het de werkelijkheid. Ik heb bij het lezen van jouw verhalen menig traantje gelaten.

Na heel wat uitjes met de Overleven-groep ben ik van de zomer met mijn dochter en schoonzoon op vakantie gegaan naar het Griekse eiland Karpathos. Achteraf had ik dat beter niet kunnen doen. Juist in die vakantie (drie weken was eigenlijk veel te lang) ben ik ingestort. Drie weken lang niets doen, luieren, in de zon liggen, zwemmen, iedere avond uit eten in een ander restaurantje, excursies onder begeleiding en ook met zijn drieën erop uit trekken om het eiland(je) te verkennen. Niks mis mee, zullen jullie denken. Maar ik was altijd wel de derde. Bij het eten was er altijd een lege stoel, of tegenover mij of naast mij. Ik zag ook alleen maar "gelukkige stellen" lekker samen en ik maar alleen. Ik had daar alle rust om na te denken en te peinzen. Te denken aan hoe het was toen ik met Wim op vakantie ging. Hoe fijn dat altijd was en zo vanzelfsprekend dat het altijd zo zou blijven. In ieder geval totdat we samen flink oud geworden zouden zijn. Juist daar, op dat mooie Griekse eiland, drong het tot me door dat het voorgoed over was, dat Wim NOOIT meer terug zou komen. Ook zou precies tijdens deze vakantie Wim zijn sterfdag zijn op 10 juli.
Eerder heb ik al een stukje geschreven in de Draaikolk over "het verkeerd gekozen graf", dus waar maakte ik me druk om, ik had immers niets met het graf van Wim. Een lieve vriend (lotgenoot) had mij beloofd op 10 juli Wim zijn graf te bezoeken en daar rode rozen neer te leggen uit mijn naam en mij dan een sms'je te sturen dat hij op dat moment bij het graf stond. Ik vond dat een mooi gebaar.

In Griekenland zijn de begraafplaatsen veel mooier dan in Nederland. Zo ook op Karpathos. Er is daar een schitterende begraafplaats boven op een heuvel, vlak boven zee. Vlakbij staat zo'n romantisch kerkje, wit met zo'n blauw bol dak.
En op de begraafplaats staat in dezelfde stijl een kapelletje. Monique en Jeroen waren er al wezen kijken. Monique laat weinig emoties los. Ze praat wel over haar vader, dat wel, maar ik zie haar nooit huilen en ik moet ook beslist niet over mijn verdriet met haar praten. Ik mag wel over Wim praten, hoe leuk het met hem was en over de fijne dingen. Maar niet over zijn ziekte, zijn sterven enz. Zij vindt het ook maar niks dat ik bij de Overleven-groep zit en de Draaikolk lees. Sinds ik dat doe ben ik alleen maar verdrietiger geworden. Ik zelf ervaar dat juist als positief, ik ben nu met mijn rouwverwerking bezig, dankzij de Draaikolk en de mailgroep "Overleven".

Op dat mooie Griekse kerkhofje voelde ik Wim wél

Op Wim zijn sterfdag ben ik heel vroeg opgestaan en te voet naar het kerkhof boven op de berg gegaan. Ik liep daar helemaal alleen, moest bijna 1 uur lopen. Al was het vroeg, het was flink heet, de zon scheen fel, het zou die dag tegen de 40 graden worden.
Ik had een heel dubbel gevoel. Wim, die eigenlijk zo ver van me af was, maar die ik juist toen op dat mooie kerkhofje zo dichtbij voelde. Ik "voelde" Wim dáár wel. De weinige keren dat ik thuis naar zijn graf ga "voel" ik hem niet. Het was een hele speciale ervaring. Een spierwit kerkhof met allemaal witte marmeren graftombes boven de grond. Want daar worden de overledenen niet ín de grond gegraven (het is immers allemaal rots) maar erboven. En het zijn stuk voor stuk allemaal grote witte marmeren graven met een kruis erboven of erop. Met foto's van de overledene, soms een klein huisje er bovenop met allerlei spulletjes en aandenken van de overledene. Glazen, bekers, bordjes, foto's enz .Overal verse bloemen, geen enkele verdorde. Heel anders dan bij ons.

Een ontroerend sms'je vanaf het graf van Wim

Verdrietig, maar toch ook blij, liep ik tussen die graven door. Het was er zo mooi, vredig en rustig. Als ik opzij keek over de diepblauwe zee zag ik de baai met het mooie dorpje. En bedacht toen dat Wim hier ook "graag" gelegen zou hebben.
Ik heb een graf opgezocht waarvan de datum het dichtst bij 10 juli 2001 kwam en ben daar stil blijven staan. Daar heb ik Wim zijn sterfdag herdacht. Toen ben ik naar het kapelletje gelopen en heb daar een kaarsje voor Wim opgestoken. Wim had niets met kaarsjes, zou voor mij ook nooit een kaarsje opgestoken hebben. Ik doe dat ook alleen maar in kerken in het buitenland, nooit in Nederland.
Het was een mooi kapelletje van binnen, veel goud en mooie schilderijen aan de wand, een klein soort altaartje. Een ronde bak met zand met kaarsen ernaast om aan te steken met uiteraard een bakje om geld in te doen voor de kerk. Er stond geen enkele kaars meer in. Slechts 1 kaarsje voor Wim. Ik denk niet dat het eerbiedig was om een foto te maken maar ik heb dat toch gedaan, er was verder niemand. Toen vielen de tranen stromend op de grond. Eenmaal buiten ging mijn mobieltje af, er was een sms-je van die dierbare vriend. Dit stond er op het sms'je:

"Dit ligt met rode rozen op zijn graf: Wim, een lieve groet van degene die nog steeds veel van je houdt.José mist je elk uur, elke dag. Ook van Monique die haar vader nog ieder dag mist."

Dat is toch mooi van een lotgenoot, nietwaar? Ik was erg ontroerd en heb hem toen vanaf dat kerkhof gebeld. Veel hebben we niet gezegd. Wat voelde ik me verbonden met Wim via dat mobieltje vanuit het kerkhof in Karpathos naar de Zuiderbegraafplaats in Rotterdam. Een hele speciale ervaring.

Mijn tranen bleven de gehele eerste vakantie zonder Wim stromen

Mijn vakantie was dus ergens heel speciaal, maar toch heb ik aan deze vakantie nare herinneringen. Het begon al in het vliegtuig op de heenreis. Toen ik al die happy stellen zag zitten die zo lekker "samen" op vakantie gingen en ik zo alleen, kwamen de tranen al. Het was mijn eerste lange buitenlandse vakantie zonder Wim. En aangekomen in het appartement waren ze er al weer, die tranen.
Met Wim had ik vaak in appartementjes gezeten die eigenlijk een beetje tegenvielen, niet altijd zoals op de plaatjes in de reisgidsen. Maar dit had Wim geweldig gevonden. Een beetje hoger gelegen in het midden van een langgerekte baai. Uitzicht over het hele dorpje met vlak voor ons de dorpskerk, links het strand en rechts het haventje en ook aan de rechterkant een bergtop waar 's morgens de zon achter vandaan opkwam en waar ook het kerkhofje lag. Je snapt het wel, de tranen bleven stromen.
Ook toen ik op mijn luchtbed in zee lag te dobberen en 's avonds tijdens het eten, tijdens de rondreisjes op het eiland.
Tijdens een lange moeizame wandeling door een dal midden op het eiland, waar allerlei kruiden groeiden en het er heerlijk rook.
Tijdens een bootreisje naar allerlei baaitjes waar je alleen via de zee kon komen. Iedere dag op elk tijdstip stroomden de tranen. Daardoor kreeg ik ook ruzie met mijn dochter. "Mam, ga je nu iedere dag janken? Thuis huil je nooit en nu net in de vakantie! Huil straks thuis maar, niet hier." Ze was het goed zat. Ik begreep het wel van haar. Maar kon er niets aan veranderen. Het heeft een flinke stempel gedrukt op mijn vakantie en die van hen. Later zei ze tegen iemand: "dat doe ik NOOIT meer."
Gelukkig is het tussen ons weer goed gekomen. Samen met hen op vakantie doe ik dus niet meer.

Hier laat ik het nu bij. Ik beloof je dat ik nu sneller weer iets schrijf.
Het allerbeste met jullie, veel sterkte, dat hebben jullie nodig.
Ik leef met jullie mee en geloof het of niet, maar ik denk dagelijks aan jullie.

Jose Osterman; e-mailadres: OstermanDoe@zonnet.nl

Beste José,

Wij waarderen het zeer hoe jij ons en de lezers van de Draaikolk door de jaren heen regelmatig op de hoogte blijft houden van jouw wel en wee. Ook doet het ons goed te horen welke activiteiten de lotgenoten van de Draaikolk er onderling zoal op nahouden en hoe jij dat hebt ervaren. Zonder jouw mailtje zouden wij dat immers nooit hebben geweten. Wie weet zal het andere lotgenoten steunen om ook die hoge drempel te nemen.
Zo'n eerste vakantie zonder jouw Wim en met mensen (hoe dierbaar ook) die niet met jou mee kunnen voelen, kan niet anders dan heel zwaar zijn geweest. Het moeten inslikken van je verdriet, wij weten hoe dat voelt…Dank voor jouw bemoedigende woorden aan ons gericht en … blijf schrijven voor jezelf en jouw lotgenoten!

Lieve groeten,
Bert en Monique


1 januari 2004

Het is eigenlijk een fantastische love-story..., door Marina van der Sluis

Mijn verhaal is eigenlijk een fantastische love-story.
Loek en ik leerden elkaar kennen in de Rotterdamse Jazzclub B14 in het voorjaar van 1964. Sinds die ontmoeting zijn we onafscheidelijk geweest. Wij woonden allebei nog thuis, wat in die tijd heel gebruikelijk was. Hij zat nog voor zijn dienstplicht bij de Marine en ik werkte met veel plezier als kleuterleidster op een kleuterschool. Wij waren toen 21 en 22 jaar oud .
Na 15 maanden zijn wij op 21 december 1965 getrouwd en hebben drie jaar in een mooie grote inwoning gewoond. Loek kreeg een leuke baan bij een grote autofirma en ik bleef heerlijk voor de klas. Toen wij een flat kregen, waren wij helemaal in de zevende hemel. Deur dicht en echt alleen wij saampjes. In september 1971 kregen wij eindelijk, twee weken over tijd en na een moeilijke bevalling van 42 uur, een fantastische zoon van ruim 8 1/2 pond. Ons leven was compleet. Zo leefden wij met ons drieën een normaal en gelukkig leven .
Na veertien jaar heb ik mijn werk als kleuterjuf weer opgepakt en ben ik in 2001 in de vut gegaan. Loek moest nog een jaartje en dan brak voor hem ook zijn hobbytijd aan. Onze zoon woont alweer drie jaar - heel gelukkig - in zijn eigen appartement. Het was voor ons een heerlijke tijd.
Oktober 2002. Na een prachtig afscheidsfeest was het dan zover: ook Loek in de vut! De eerste weken even wennen, elkaar een beetje voor de voeten lopen, maar ook leuke dingen doen. Naar de markt of 's middags naar de bioscoop of lekker koffie drinken bij een tuincentrum of een lunch op een terras.

Een borstamputatie bleek nodig. Wij deden daar niet moeilijk over, het moest gewoon gebeuren.

Tot die ene middag in april 2003.
Er stond een arts voor de deur. Hij kwam mij vertellen dat bij het landelijk borstonderzoek er iets niet goed was. De volgende dag zaten wij al bij de chirurg en toen ging het razendsnel. Echo's, puncties, diagnostische operatie en daarna kregen wij te horen dat het kwaadaardig was. De arts wilde het nog even aanzien, maar Loek en ik zeiden tegelijk: "nee, wat niet goed is moet weg!" De afspraak werd gemaakt: 11 juni zou mijn borst geamputeerd worden. Wij deden daar niet moeilijk over, het moest gewoon gebeuren. Het theaterbezoek werd afgezegd en ik moest een dag eerder opgenomen worden om mij in te stellen op mijn suikerziekte.
De operatie ging perfect. Toen Loek 's middags op bezoek kwam schoot hij in de lach, omdat ik pontificaal naar een soap zat te kijken. De volgende morgen werd ik nagekeken door een andere chirurg en die gaf mij een compliment dat alles zo goed ging. Geen complicaties, maar ik moest mij wel rustig houden, want hij vond mij veel te enthousiast (ik was al op de gang gaan lopen).

Loek overleed - op dezelfde ziekenhuisetage - aan een gescheurde aorta

Een half uur later stonden er opeens twee jonge dokters aan mijn bed en zij vertelden mij dat mijn man hier - op dezelfde etage - opgenomen was en nu op intensive care lag, waar gevreesd werd voor zijn leven. Ze gaven hem maar 5 procent. In een rolstoel met een verpleegster zijn wij de gang doorgerend en ik zag een heleboel mensen in en uit een kamertje lopen. De verpleegster vroeg of ik mijn man nog even wilde zien. Maar ik antwoordde dat ik dan alleen maar in de weg zou lopen en die mensen hun werk niet zouden kunnen doen. De chirurg die mij de dag ervoor behandeld had en de chirurg die mij 's morgens had nagekeken, hebben bijna drie uur keihard gewerkt maar moesten het toen opgeven.
Ondertussen waren mijn zoon en neef gearriveerd. Wij werden in een kamertje geroepen waar een van de chirurgen uitlegde wat er was gebeurd. Loek is overleden aan een gescheurde aorta. Ik weet het, heeft een mooie naam, maar ik kan of wil het niet onthouden. We werden daarna naar een kamertje gebracht en ik wist het: LOEK IS DOOD. Ik zag als eerste zijn schoenen staan en op een tafeltje lagen zijn horloge en trouwring. Ik ben naar hem toegelopen en ik gaf hem een knuffel, maar hij reageerde niet. Hij deed zijn ogen niet open, hij bewoog zijn lieve handen niet. Raar, hier ligt toch mijn Loek! Wij zijn toen direct mijn spullen uit mijn kamer gaan halen en met een plastic tasje om mijn drain en met een flinke tas met verband onmiddellijk naar huis gegaan.
En toen! Er stond een emmer in de keuken en een doosje behangplaksel en toen ik boven ging kijken was onze slaapkamer leeggeruimd. Het behang was eraf gehaald en er stond alleen een behangerstafel. Hij had mij voor de zoveelste keer willen verrassen!

Het is ook goed te weten dat hij zijn ogen en zijn hartkleppen gedoneerd heeft

Waar ik de kracht vandaan heb gekregen, ik weet het niet. Alles heb ik met de begrafenisondernemer geregeld. Mijn zoon, broer en zwagers hadden vrij snel de kaart opgesteld en Loek z'n muziek uitgezocht. Om half vijf die middag is Loek thuisgebracht. Dat kon goed omdat wij een ruime kamer hebben. Voor ons is het heel goed geweest dat wij nog even bij hem hebben kunnen zijn, omdat het allemaal te plotseling is gegaan..
Op een avond stond ik even naar hem te kijken en bedacht mij wat een goed en warm mens hij voor ons allemaal geweest is. Ik ben helemaal geen prater, en zeker niet voor een groot publiek, maar ik ben die avond even gaan zitten en wilde wat opschrijven voor iemand die dat wel zou kunnen. Binnen een kwartier had ik twee A-viertjes vol. De volgende dag, de dag van de crematie, heb ik besloten dat ik he