Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Alle teksten uit de jubileumeditie oktober-november 2003


Eerst even dit…

De Draaikolk bestaat op 1 oktober 2003 vijf jaar! Dit is dan ook een bijzonder jubileumnummer. Bijzonder ook, omdat verschillende lotgenoten die zo'n vijf jaar geleden ook bijdragen leverden, nu opnieuw hun verhaal vertellen over wat er in die vijf jaar met hén is gebeurd. Lees in dit nummer wat er allemaal in vijf jaar in het leven van een mens kan veranderen.

Met ingang van dit nummer hebben we niet alleen de lay out van de Draaikolk een beetje veranderd (met andere intro en een andere achtergrondkleur voor de pagina's) maar we hebben ook het Archiefregister gestroomlijnd zodat men sneller een onderwerp ,,op rubriek" kan vinden. Verder hebben we ook een nieuwe rubriek gestart: Nederlandse lotgenoten in het buitenland die hún verhaal vertellen. We hopen dat Nederlanders, waar ook ter wereld, die hun partner hebben verloren hun verhaal willen vertellen. Want we kunnen ons voorstellen dat het nog weer anders is om je partner te verliezen in een land, waar je weliswaar wellicht bent opgegroeid en waar je werkt en leeft, maar waar je niet geboren bent. Contacten met (Nederlandse) lotgenoten zullen misschien moeilijker ontstaan. In dit nummer vinden jullie onder ,,Brief van de maand" als eerste aflevering het verhaal van Herman Zwanepol uit Canada. Een verdrietig verhaal dat toch zo hoopvol begon.

Het feit dat we dit jaar tot nu toe kunnen rekenen op enkele tientallen ,,Vrienden van de Draaikolk" is voor ons erg belangrijk. Niet alleen omdat financiële bijdragen voor ons een erkenning zijn voor ons vrijwillig op ons genomen werk, maar wij komen steeds vaker tot de ontdekking dat we die bijdragen heel hard nodig hebben om onze onkosten te kunnen dekken. Neem nou bijvoorbeeld het feit dat we ons eerste lustrum vieren. We wilden graag dat veel méér lotgenoten onze site zouden vinden en om dát te bereiken moet je dus aan de weg timmeren. Dat betekent vele extra uren steken in het maken en verzenden van persberichten, na langdurige zoektochten op internet naar relevante e-mailadressen. Daarna kwam het echte werk: het geven van interviews, het maken van afspraken en soms het reizen naar een studio voor het maken van live-opnamen voor een vaak regionale of lokale radio- of TV omroep. We wisten natuurlijk toen we er aan begonnen dat dit de consequenties zouden kunnen zijn. Dat we er heel veel energie in zouden moeten steken. En misschien ook wel extra geld.
Maar, dachten we, dat lukt wel dankzij onze Vrienden van de Draaikolk. Maar we zijn altijd al een tikkeltje optimistisch geweest en daarom doen we toch maar weer een beroep op jullie, lotgenoten. En dan natuurlijk onze lotgenoten die dit jaar ons nog niet hebben verblijd met een donatie. Lotgenoten die wellicht dankzij de Draaikolk een luisterend oor hebben gevonden en soms méér dan dat. Lotgenoten die nu, doordat we aan de weg zijn gaan timmeren, steeds méér lotgenoten welkom kunnen heten om misschien kennis mee te maken. We zouden het erg fijn vinden van jullie een kleine bijdrage te mogen ontvangen om de belangrijkste onkosten te kunnen blijven dekken, waaronder ook kosten die we noodgedwongen moeten maken voor de techniek. Zoals een goede beveiliging van de site en onze bestanden. Mede daardoor zullen we onze webplek in stand kunnen houden en misschien dat we daardoor in de toekomst nóg meer kunnen blijven doen voor onze lotgenoten. Ga eventjes naar onze pagina Vrienden van De Draaikolk en daar vind je alles over hoe je een bijdrage kunt storten. Bedankt alvast!

Zoals we al schreven: er is de afgelopen maand relatief vrij veel over de Draaikolk in allerlei kranten en tijdschriften geschreven en ongetwijfeld hebben ook verschillende regionale en lokale radio- en televisieomroepen aandacht aan de site besteed. We zouden het fijn vinden als lotgenoten ons dat via een mailtje zouden willen vertellen met vermelding van het tijdstip en de naam van de betreffende krant of tijdschrift, radio- of TV-omroep waarin je het hebt gelezen of gehoord. En natuurlijk vertel je het zelf ook aan mensen voor wie het belangrijk is om te weten dat de Draaikolk bestaat. Zoals bijvoorbeeld je (huis-)arts. Mond op mondreclame is voor ons ook heel erg belangrijk! Je helpt daarmee andere (al dan niet toekomstige) lotgenoten. Bedankt daarvoor.
Tenslotte vragen we jullie aandacht voor het volgende: onze zogenaamde ,,Disclaimer", zo langzamerhand een internetbegrip. Met een ,,disclaimer" willen bedrijven en organisaties die zich op internet met activiteiten bezig houden, zich vrijwaren voor schade die mogelijkerwijs zou kunnen voortvloeien uit deze activiteit. Doordat de Draaikolk in de loop der tijd zo is gegroeid, ontkomen ook wij niet aan een dergelijke disclaimer. Hij is als link toegevoegd aan de inhoudsopgave en dus steeds op te vragen, maar voor de eerste keer volgt hieronder de volledige tekst:

DISCLAIMER. Het internettijdschrift ,,de Draaikolk" (met de hieraan gekoppelde site ,,Langs de vloedlijn") wordt door haar hoofdredactie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. De hoofdredactie is verantwoordelijk voor de inhoud met uitzondering van de bijdragen inclusief de persoonlijke gegevens die door lotgenoten of andere derden worden geplaatst. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de desbetreffende lotgenoot (m/v) of derde(n). De hoofdredactie van de Draaikolk kan nimmer aansprakelijk worden gesteld voor mogelijk gebruik en/of misbruik door derden van alle aan de Draaikolk verstrekte en gepubliceerde gegevens, noch kan ze worden aangesproken op eventuele onjuistheden in deze gegevens die, voor zover mogelijk, zo zorgvuldig mogelijk door de hoofdredactie vóór publicatie worden gecontroleerd.

En voor de rest: we hopen dat jullie veel troost en hoop zullen kunnen putten uit de inhoud van deze editie. We hebben ons extra ingespannen om er een bijzondere jubileumeditie van te maken. Met dank aan de lotgenoten die hieraan hun onmiskenbare medewerking hebben verleend!

Bert en Monique Vos


Hoofdredactioneel: Ons eerste lustrum: vijf jaar een luisterend oor

Met deze editie is het exact vijf jaar geleden dat ik met de Draaikolk van start ging. Ik weet nog goed hoe ik me toen voelde. Opgewonden omdat ik als journalist een journalistiek product op internet zou gaan zetten, voor mij een geheel nieuw medium. Maar ook overheerste natuurlijk het verdriet om het verlies van Janny, mijn vrouw, in hevige mate. Juist dáárom had ik immers de Draaikolk gemaakt. Om, wat ik toen heel deftig noemde, ,,een platform te bieden voor mensen die, net als ik, hun partner hadden verloren". Dat kleine platformpje is nu een fors podium geworden, een fijne webplek, een ontmoetingsplaats voor lotgenoten én niet te vergeten óók een luisterend, geduldig oor.

Maar toen, in die eerste uren, overheerste het gevoel dat ik een echte daad stelde. Dat was héél wat, want ik was net bijna twee maanden lang elke dag bestraald nadat ik enige maanden eerder te horen had gekregen dat ik dikke darmkanker had, geopereerd moest worden en er waarschijnlijk een stoma aan over zou houden. Ik voelde me angstig en euforisch tegelijk. De Draaikolk: als er iets een draaikolk was op dat moment dan was het wel mijn geest. Verdriet, angst, hoop en wanhoop vochten om voorrang. Ik had een, in hevigheid ietwat variabele, straatvrees opgebouwd en ik werkte bij voorkeur met de ,,gordijnen dicht".

Maar één ding wist ik wel: ik mocht aan mijn toekomstige lezers van mijn webplek niets laten merken van de negatieve gevoelens die bezit van me hadden genomen. Ik vertelde dus in die eerste editie, in vijf paginaatjes, het verhaal van hoop, het verhaal dat alles ooit goed zal komen, dat het verdriet ooit minder zal worden en dat er nog genoeg over zal blijven om voor te leven. Ik verwoordde ondanks alles toch datgene wat ik zelf hoopte nog mee te mogen maken. Die eerste week waren er geloof ik enkele tientallen bezoekers en ik was daar erg gelukkig mee. Ik was er in geslaagd, vond ik, om met mijn gloednieuwe website lotgenoten te bereiken die niet, zoals ik, vergeefs op internet hadden gezocht.

Twee maanden later was het bezoek al redelijk gegroeid, maar toen moest ik het ziekenhuis in. Moest ik tot mijn spijt even pas op de plaats maken. Na tien dagen zou ik weer thuis zijn, werd me verzekerd. Het werden er aanzienlijk meer. Drie weken later kwam ik thuis in een leeg huis. Het verdriet om Janny's dood had me extra lang aan het ziekenhuisbed gekluisterd, maar nu moest ik toch maar weer de handen uit de mouwen steken, dacht ik. Want er waren inmiddels heuse e-mails van lotgenoten binnengekomen! Reacties van mannen en vrouwen die, net als ik, hun geliefde hadden verloren. En vanaf dat moment begon het wonder dat De Draaikolk heet. Vanaf dat moment begon de voortdurende wisselwerking tussen gelijkgezinden. Lotgenoten die elkaar schreven over hun gevoelens. Over hun wanhoop en hoop. Over hun verdriet.
Van 31 juli 1999 (toen ik met een formele telling begon) tot nu hebben bijna 85.000 keer lotgenoten en andere geïnteresseerden de Draaikolk bezocht. Het aantal pageviews ligt uiteraard beduidend hoger, op ettelijke honderdduizenden. Als ik die cijfers zie dan moet ik glimlachen om de eerste tien bezoekers waar ik toen al zo intens gelukkig mee was. Ik koester nog steeds juist dát moment. Want zij leverden mij zonder dat zij het wisten de energie en het vertrouwen om verder te gaan.

De Draaikolk is nu, vijf jaar en 48 edities verder, een volwassen internettijdschrift geworden met gemiddeld meer dan 115 pagina's per editie. Een nog steeds zeer persoonlijke en vooral openhartige webplek waar lotgenoten altijd terecht kunnen met hun verhaal, waar ze andere lotgenoten kunnen ontmoeten.
De Draaikolk, verder leven zonder hem of haar, is een bijzonder internettijdschrift, vind ik nog steeds. Een webplek waar je jezelf bloot moet geven als je mee wilt doen, je jezelf niet in de anonimiteit kunt blijven verstoppen. Maar aan de andere kant ook een site waar je gewoon lekker gratis (en bovendien zonder dat je lid hoeft te worden of zo) ongelimiteerd kunt snuffelen in de grote hoeveelheid artikelen, gedachten en overpeinzingen, korte verhalen en gedichten van de redactie. En waar je natuurlijk óók de verhalen en honderden reacties van lotgenoten kunt lezen die in de afgelopen vijf jaar bij de redactie van de Draaikolk binnenkwamen.

Als hoofdredacteur van de Draaikolk ben ik een gelukkig mens. Gelukkig omdat ik er -nu samen met mijn tweede vrouw en lotgenote Monique- in geslaagd ben om de eerste vijf jaar ondanks alle hobbels op mijn weg vol te maken. Ondanks het feit dat ik na ettelijke reïntegratiepogingen toch in de WAO belandde en ondanks het feit dat ik begin dit jaar opnieuw in het ziekenhuis terechtkwam met een uitzaaiing in één van mijn longen. Ik ga er van uit dat ik samen met Monique ook de tien jaar vol zal maken. En op het moment dat ik dit schrijf moet ik even glimlachen om het grenzeloos optimisme dat er uit spreekt. Maar ben ik vijf jaar geleden ook niet zo begonnen? En kijk nu eens…

Monique en ik wensen al onze lotgenoten heel veel moed en sterkte toe en vooral vertrouwen in de toekomst, in jouw toekomst. Zoals wij vertrouwen hebben in de onze. Samen op naar het tweede lustrum!

oktober-november 2003

Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk


Lotgenoten van het eerste uur vertellen hoe hun leven de afgelopen jaren verder verliep

Op het moment dat Monique en ik besloten om een jubileumeditie voor de Draaikolk te gaan maken, stond voor mij één onderdeel al vast: vier lotgenoten die me vrijwel vanaf het eerste uur dat ik met de Draaikolk begon, hebben bijgestaan met hun tips, adviezen en vooral ook hun verhalen, zou ik vragen om een bijdrage te willen leveren. En misschien ook een vijfde als ik haar zou kunnen vinden...

Het is misschien niet toevallig dat het vier (vijf) vrouwen betreffen. Het zijn nu eenmaal hoofdzakelijk de vrouwelijke lotgenoten die in al die jaren dat de Draaikolk bestaat ervoor hebben gezorgd dat elke editie weer was voorzien van ontroerende, verdrietige, maar vooral ook zeer herkenbare verhalen.

Agnes (Van Veen-)Ostendorf, Ankie Ellen, Marij Reeuwijk en Melanie (van Kampen-)Kroeze waren de vier vrouwen die toen, in die moeilijke beginjaren van de Draaikolk, spontaan hulp boden met hun bijdragen en me regelmatig een hart onder de riem staken met hun mailtjes als ik het even niet meer zag zitten. Er was nog een vijfde lotgenote (vijf is immers het getal van ons lustrum) maar háár kan ik helaas niet meer traceren. Ze heeft een mooie, opvallende naam: Quirien Spierieus. Zij heeft na een klein jaar haar bijdragen regelmatig te hebben geleverd afscheid genomen met de voor haar fijne mededeling dat zij een nieuwe relatie had gevonden en... Graag had ik willen weten hoe het haar verder is vergaan. Ik begreep het, ook al vond ik het jammer dat ik het verder zonder haar bijdragen moest doen.

En dat geldt eigenlijk ook voor de overige vier. Maar gelukkig zijn er, in de afgelopen vijf jaar dat de Draaikolk bestaat, tientallen lotgenoten geweest die de estafettestok hebben overgenomen en hún verhaal vertelden. Zoals in deze extra dikke jubileum-editie.

Maar in dit lustrumnummer vraag ik op deze plaats dus extra aandacht voor de vier die naar mijn gevoel er mede voor hebben gezorgd dat ik door ben gegaan met de Draaikolk op het moment dat het voor mij eigenlijk het allerzwaarst was: in hetzelfde jaar dat Janny overleed en ik kanker kreeg. Mede juist daarom zijn ze me extra dierbaar geworden. Lees hieronder hoe het hen in de afgelopen jaren is vergaan:

Agnes (van Veen-) Ostendorf, Ankie Ellen, Marij Reeuwijk en Melanie (van Kampen-) Kroeze

En tenslotte: ik krijg het er opnieuw warm van als ik terugdenk aan die tijd van toen. Warm van het angstzweet en de gigantische onzekerheid waarmee ik toen de Draaikolk maakte, maar ook warm door de ondersteuning die ik van Agnes, Ankie, Marij, Melanie en Quirien - elk op hun eigen zo karakteristieke wijze- kreeg. Monique noemt ze, als ik het wel eens over hen heb, met een glimlach: mijn vijf mailvriendinnen. Ik wil ze op deze plaats nog eens extra bedanken voor hun steun aan de Draaikolk. Laat mij en jullie lotgenoten zo nu en dan nog eens wat van jullie horen!

Bert Vos
oktober 2003


Agnes Ostendorf: "Hoe het met me gaat? Het gaat goed, het gaat héél goed met me…"

Nog steeds bezoek ik trouw zeker één keer per week de Draaikolk en het laatste jaar ook Bert z'n privé-strand. Ik blijf dus op de hoogte van wat er op het gebied van rouw en rouwverwerking leeft. De Draaikolk ligt nog steeds dicht bij m'n hart. Soms had ik nog wel eens e-mail contact met Bert en Monique, dus verbaasde het me niet dat er vorige week een e-mail van Bert binnenkwam met de vraag of ik voor de lustrumeditie van de Draaikolk iets wilde schrijven over de afgelopen vijf jaar. Dat zou dan wel vóór 25 september bij hem binnen moeten zijn. Bert hoopt dat hij op me kan rekenen!!!!

De deadline nadert, 101 uitvluchten gebruikt (o.a. ramen die nodig gelapt moesten worden, nog maar een keertje de hond uitlaten) en uiteindelijk na het kweken van een heus schuldgevoel toch maar gaan schrijven!
Schrijven over wat er de afgelopen vijf jaar gebeurd is, wat ik meegemaakt heb, hoe ik (na het overlijden van Cees 9 december 1998) de draad van mijn eigen leven weer oppakte. En….. hoe het nu met me is.

Hoe gaat het met je?

Als iemand mij vraagt "hoe gaat het me je?" zeg ik 99 van de 100 keer: "Het gaat goed. Het gaat héél goed." Vaak lukt het me om het daar bij te laten en verder te praten over zaken waar ik het liever over wil hebben dan over: "hoe het met mij gaat."
Ik weet het, ze vragen dat niet voor niets. Er is namelijk veel gebeurd en iedereen in dit kleine, vriendelijke dorp weet dat.

Schrijven voor de Draaikolk

In 1999 ontdekte ik de Draaikolk en ben gaan schrijven. Dagboekfragmenten van Cees en van mij koppelde ik aan elkaar, belangrijke gebeurtenissen van dat moment of juist de gewone dagelijkse dingen - maar dan zonder Cees - zette ik op papier. Ook heb ik voor de Draaikolk nog boeken over rouwverwerking gelezen en samenvattingen gemaakt. Ik weet nog dat ik zelfs kopij vanuit mijn vakantieadres in Zweden naar Bert opstuurde. Bezig zijn met kopij voor de Draaikolk was voor mij een hele goede manier van rouwverwerking. Het hielp me door de zo moeilijke tijd van rouwen heen. De Draaikolk gaf mij een gevoel van herkenning, het was m'n klankbord. Zelfs 's nachts.

Schrijven doet nu pijn

En nu?? Ik zou wéér zo'n klankbord willen hebben, maar kan het niet. Schrijven doet pijn. Alles zo zwart op wit, alles zo koud en kil op het scherm van m'n pc. Het is zo anders dan de vorige keer dat ik weduwe werd.
Ja,… ik ben opnieuw weduwe geworden.

Lopen op een roze wolk

Anderhalf jaar na het overlijden van Cees ben ik opnieuw verliefd geworden. Verliefd, zoals verliefd zijn hoort te zijn! Vlinders in m'n buik. Lopen op een roze wolk. Alleen maar aan hém kunnen denken. Na een poosje heb ik voorzichtig m'n dochter en schoonzoon ingelicht wat er aan de hand was. Ze waren zo blij. Vooral m'n dochter. Mijn vriend kende ze immers al bijna haar hele leven. Hij was Cees z'n allerbeste vriend. Cees en Andries 25 jaar vriendschap en daardoor natuurlijk ook vrienden van mij.
Opnieuw van iemand houden. Opnieuw met iemand samen. Het is bijna niet mogelijk. Eind augustus 2000 gingen we in mijn huis samenwonen. We waren zielsgelukkig. Dat geluk heeft niet lang geduurd: 29 juni 2001 (op zijn verjaardag) kregen we te horen dat hij alvleesklierkanker had en waarschijnlijk niet meer zo lang zou leven. Op 7 april jl. is hij overleden.
Ik ben in 4,5 jaar mijn twee beste zielemaatjes, Cees èn Andries, kwijtgeraakt. Het leven is niet leuk.

Hondentrimsalon

Als mensen dus vragen: "hoe gaat het met je?" vertel ik over m'n kleinkinderen Anne en Joost die het allebei zo goed doen, de hondentrimopleiding die ik volg, de stage die ik nu loop, de eigen hondentrimsalon die ik wil gaan beginnen, over de verkoop van mijn huis, de aankoop (samen met m'n dochter en schoonzoon) van een stolpboerderij waar we bij elkaar gaan wonen en van de komende verhuizing in oktober 2004.

Dus lezers van de Draaikolk, als u mij op straat of in de winkel tegenkomt en zegt: "hé Agnes, goed je weer eens te zien, hoe gaat het nu met je?" Grote kans dat ik zeg: "Het gaat goed, het gaat héééééél goed!!!" en vertel vervolgens niet hoe het écht met me gaat...

Agnes Ostendorf, e-mailadres: a.ostendorf@wxs.nl


Ankie Ellen over haar leven en vijf jaar de Draaikolk:"haar vriend"

Ik weet niet meer wanneer en hoe ik voor het eerst op de site van de Draaikolk terecht kwam, ook niet meer wat ik er toen bij dacht of voelde. Ik vermoed dat het september 1999 was. Het gaf wel heel veel herkenning, want om de een of andere gekke reden denken we dat wij de enige zijn die dit zo doormaken. En gelukkig kunnen we op de site lezen (maar ook elders natuurlijk) dat veel mensen hetzelfde hebben meegemaakt en dat veel mensen door diezelfde hel gaan. Dat troost.

Eerst las ik alle eerdere publicaties van de Draaikolk. De ervaringen van lotgenoten (met de antwoorden van Bert erbij!!) deden mij het meeste.
Ik ben een fervente lezeres, ook over rouwverwerking had ik toen al veel gelezen, dus zocht ik vaak de boekbesprekingen op de Draaikolk op. Ik vergeleek de bespreking van 'het boek van de maand' met mijn eigen ideeën over het boek of ik werd op een nieuw idee voor een boek gebracht.

Regelmatige contacten

Met Bert heb ik via de elektronische en gewone post gecorrespondeerd. Daar kwamen, via de Draaikolk, vele anderen bij. Met twee daarvan heb ik nog regelmatig contact en met twee anderen af en toe. We mailden in het begin intensief en over heel persoonlijke dingen. Ik kreeg en schreef bemoedigende mailtjes op de moeilijke dagen, dit dankzij de rubriek 'Ik denk aan jou', een prachtig onderdeel van De Draaikolk.
En dat allemaal met mensen die je van je levensdagen nog nooit gezien hebt. Ik keek er vaak echt naar uit naar wat de post via computer of brievenbus kwam brengen.

In september '99 begon ik met een gespreksgroep voor lotgenoten, daar vertelde ik dat ik iets geweldigs had ontdekt: een website voor lotgenoten! Een maandelijks elektronisch tijdschrift!
De reacties waren echter wat lauw. Ook later heb ik nooit van één van hen teruggehoord dat ze de Draaikolk hadden bezocht. Ik snapte dat niet.
Ik vond dat iedereen die een partner aan de dood had verloren eigenlijk niet zonder de Draaikolk kon. Het hielp namelijk zo. Het was alsof je een soort vriend had teruggekregen. Eentje die dag en nacht voor je klaar stond, waar je je eigen emoties kwijt kon en waar je die van anderen las. Ik heb wel vaak als ik het moeilijk had, de computer opgestart en de Draaikolk opgezocht Ik ging dan dus bij 'mijn vriend' zitten.

Gouden Kalfje…

Het is geweldig dat de Draaikolk er nog steeds is. Heel bijzonder vind ik het dat Bert ,en nu ook al een poos Monique, nog steeds de kracht en de wil hebben om er mee door te gaan, ondanks dat ze heel wat voor de kiezen hebben gekregen de laatste tijd.
Bert en Monique, jullie mogen van mij "het Gouden Kalfje": 'Prijs voor het beste internettijdschrift' krijgen.

Ik geniet weer van veel dingen

Het gaat een stuk beter met mij dan vier jaar geleden. Ik werk weer (gedeeltelijk) en voor een deel zit ik in de WAO. Maar wie weet kom ik daar ook wel weer uit. Ik geniet van veel dingen. Misschien word ik nooit meer de oude en alhoewel ik dat natuurlijk wel graag zou willen, vind ik mijn leven momenteel zeer leefbaar.

Ik zoek daarom de Draaikolk niet zo vaak meer op als toen. Gelukkig heb ik het nu niet meer zo nodig. Een heel goed teken.
Ik hoop dat de Draaikolk nog heel lang zal bestaan, dat bijvoorbeeld wij over 5, 10, 15 en 20 jaar nog steeds er onze troost vinden, er onze tranen kwijt kunnen, er onze woede kunnen uiten of er onze hoop uit putten wanneer we dat nodig hebben.

Ankie Ellen, e-mailadres: ellenvansteeg@hetnet.nl



Marij Reeuwijk: ,,Het cliché, het leven gaat door, blijkt waar te zijn, ook voor mij..."

Bert,

Als eerste natuurlijk mijn felicitaties met het eerste lustrum van de Draaikolk. Een felicitatie is misschien een verkeerde uitdrukking want het ontstaan van de Draaikolk komt voort uit een heel dramatische periode uit jouw leven. Toch denk ik dat een felicitatie hier op zijn plaats is omdat ik een enorme bewondering heb voor het feit dat jij het vol hebt kunnen houden om er steeds maar weer mee door te gaan. Eerst schreef je grotendeels alleen vanuit je eigen ervaringen met rouwverwerking en later gelukkig ook met behulp van lotgenoten. Nu zelfs met een lotgenoot die zelfs je partner is geworden. In het verleden probeerde ik mijn bijdrage te leveren aan de site en soms lukte dat wel eens. Maar naar mate de tijd vorderde vond ik het steeds moeilijker om mijn gevoelens en emoties op papier te zetten. Ik wist ook niet of die gevoelens en emoties nog wel aansloten bij de opzet van de Draaikolk omdat je zelf steeds verder weg komt te staan van die eerste heftige periode in de rouwverwerking. Je vroeg me om eens te schrijven hoe ik de Draaikolk heb ervaren en hoe het mij verder is vergaan tijdens de afgelopen jaren. Ik heb dat geprobeerd en zie hieronder het resultaat.

Herkenbare teksten

Ik ben eens nagegaan wanneer ik voor het eerst met de Draaikolk kennis heb gemaakt. Op 15 juli 1999, ruim vier maanden na het plotselinge overlijden van Frits, vond ik na lang zoeken op internet de Draaikolk. De teksten die ik daar vond waren zo herkenbaar dat ik er meteen op gereageerd heb. Vanaf dat moment kon ik eindelijk mijn emoties, verdriet en pijn delen met een lotgenoot. Voor mij was dat een hele opluchting, eindelijk kreeg ik respons op een manier die ik op dat moment nodig had. Begrip, herkenning maar vooral erkenning van de meest zwarte periode in mijn leven. Natuurlijk probeerden alle familie, vrienden en kennissen ook mee te leven en begrip te tonen. Met uitzondering van het begrip dat ik kreeg van mijn kinderen, want die hadden hun vader verloren, was dat niet hetzelfde begrip als dat ik ontving van lotgenoten. Dat was intenser, die wisten werkelijk hoe het is om alleen verder te moeten leven.

"Herkenning gaf me kracht"

Alle problemen die je tijdens rouwverwerking tegenkomt hadden lotgenoten op een haast gelijke manier ervaren. En hoe triest dan ook, het gaf me kracht te weten dat ik niet de enige was die daarmee te kampen had. Het gaf me kracht wanneer een lotgenoot bijvoorbeeld schreef, kom op Marij, het lukt jou wel om nog iets van het leven te maken. Lange tijd heb ik uitvoerig gemaild met de Draaikolk en andere lotgenoten. Het heeft me geholpen om door die eerste hele zware periode heen te komen. De anonimiteit die in de Draaikolk geboden werd was een belangrijke factor. Want juist in zo'n moeilijk periode ben je ontzettend kwetsbaar en niemand wil dat daar misbruik van gemaakt kan worden. In het begin viel het niet mee om gevoelens en emoties op papier te zetten. Gaandeweg ontdekte ik dat het opschrijven van mijn ervaringen zorgde voor een soort ordening in de chaos in mijn hoofd. Het hielp me om de dingen weer op een rijtje te krijgen ook al was dat in het begin maar van korte duur. Tot op de dag van vandaag schrijf ik nog steeds in mijn dagboek, in de vorm van brieven aan Frits. En ook al wordt dat steeds minder ik voel af en toe nog steeds de behoefte om dingen van me af te schrijven, zaken te ordenen en terug te lezen hoe mijn rouwverwerking de afgelopen 4,5 jaar is verlopen.

,,Ik heb het nog niet zo slecht gedaan…"

Gelukkig kan ik terugkijkend zeggen dat ik het nog niet zo slecht heb gedaan. Ik heb schatten van kinderen waar ik enorm veel steun van heb gehad, en nog steeds krijg, en een fijne familie- en vriendenkring. Inmiddels heb ik ook een relatie met een van de lotgenoten waar ik veelvuldig mee mailde. Geen van ons beiden was op zoek naar een nieuwe relatie, daar waren we nog lang niet aan toe en wisten zelfs niet of we dat nog wel wilde. Maar uiteindelijk wordt je toch nieuwsgierig naar de persoon die achter die begripvolle en mooie brieven schuilt. Na de eerste kennismaking ontstond een hechte vriendschap die uiteindelijk veranderde in een relatie.

Schuldgevoelens

Een nieuwe relatie aangaan gaat niet zonder slag of stoot in een periode van rouwverwerking. Opeens krijg je te maken met gevoelens van schuld en ontrouw naar je overleden partner. Het zal voor veel lotgenoten herkenbaar zijn dat je al schuldgevoelens hebt op het eerste moment dat je echt weer kunt lachen of iets gezellig vindt. Om al helemaal niet te spreken over het moment dat je constateert dat je al de hele dag niet meer aan hem of haar hebt gedacht. Toen ik te maken kreeg met mijn nieuwe vriend werden die gevoelens nog tig keer versterkt. Hoe zullen de kinderen reageren, hoe reageert de schoonfamilie en noem maar op. Een lange periode van twijfel en onzekerheid volgde.

Zorgvuldig omgaan met twijfels

Ik kan vanuit mijn eigen ervaringen iedereen adviseren om heel zorgvuldig om te gaan met de twijfels, onzekerheid maar vooral ook met je kinderen, familie en vrienden. Ik ben heel blij dat wij dat hebben gedaan en dat mede daardoor onze relatie door iedereen werd geaccepteerd. Wij hebben respect voor elkaars partners en verleden. We weten ook dat we eigenlijk niet met ons twee door het leven gaan maar met ons vieren. Daar bedoel ik mee dat onze overleden partners erbij horen omdat die een hele belangrijke periode deel hebben uitgemaakt van ons leven en dat nog steeds doen. We hebben begrip voor de momenten dat we weer in een dip komen en weten ook dat die momenten altijd zullen blijven komen. Er zijn zoveel gebeurtenissen waarbij je had gehoopt dat je die samen met je partner had mogen beleven en waarop je ze weer heel intens mist. We wilden immers allebei oud worden met onze partners. Daarnaast zijn, zoals bij veel lotgenoten, de waardes in het leven bij mij enorm veranderd. Het werk en allerlei materiële zaken zijn van veel minder belang geworden. Ik ben gestopt met werken om samen met mijn vriend nog iets moois van het leven te maken. Nog veel meer dan voorheen besteed ik nu aandacht aan de mensen die me echt dierbaar zijn. Ik probeer van het leven te genieten en de lijfspreuk van Frits na te streven "vergeet niet te leven" en zoveel mogelijk aandacht te besteden aan dingen die echt belangrijk zijn.

Alles wat vanzelfsprekend was is het niet meer

Nu na 4,5 jaar kan ik zeggen dat ik veel geleerd heb van deze dramatische gebeurtenis. Alles wat voorheen zo vanzelfsprekend leek, is het niet meer. Daarvan heb ik geleerd bewuster met het leven om te gaan en te waarderen wat je nog wél hebt en je niet alleen te focussen op wat je niet meer hebt. Ik heb van Frits ontzettend veel geleerd, hij was in staat om het leven in een breed perspectief te zien, mensen te stimuleren en motiveren en de juiste waarde toe te kennen aan die zaken die het verdiende. In die geest wil ik mijn verdere leven verder "leven". Want hoe dan ook het cliché "het leven gaat door" blijkt waar te zijn. Met heel veel vallen en opstaan, met ups en downs zullen we de kracht moeten vinden om nog iets van het leven te maken. Want een ding weet ik zeker en dat is dat het nooit Frits zijn bedoeling zou zijn geweest dat ik na zijn overlijden in een stoel achter de geraniums zou blijven zitten wegkwijnen tot ik oud en grijs zou zijn en niets meer van het leven zou hebben gemaakt. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik zoveel mensen om me heen heb die me dierbaar zijn en me geholpen hebben weer een beetje gelukkig te worden. Dat geldt uiteraard ook voor de Draaikolk want ook de Draaikolk heeft een steentje bijgedragen aan mijn geluk.

Marij Reeuwijk, e-mailadres: Reeuwijk@wirehub.nl

Bert en Monique, nogmaals gefeliciteerd met het eerste lustrum en ik wens jullie nog heel veel geluk, wijsheid en kracht toe in het verdere leven. Ik hoop dan ook dat de Draaikolk nog lang blijft voortbestaan om al de (nieuwe) lotgenoten een beetje licht in de duisternis te laten zien.


Melanie Kroeze kijkt niet zonder dubbele gevoelens terug op haar leven zonder John

Hallo lotgenoten,

Bert vroeg me om een bijdrage te willen leveren voor het jubileumnummer van de Draaikolk… Natuurlijk wil ik dat! De Draaikolk is immers zo ontzettend belangrijk voor me geweest. Zelfs nu nog ga ik er geregeld een kijkje nemen. Ik weet dan van tevoren al dat ik het niet droog hou, ik plan nu de virtuele bezoekjes dan ook maar wat beter in…
Er is zo ontzettend veel gebeurd in mijn leven, vooral de laatste vijf jaar.
Ik zal proberen wat op papier te zetten.

Op 6 november 1998 ben ik met mijn Grote Liefde John getrouwd. We woonden toen al 11 maanden samen, ook met onze hond Quinty. Voordat we samen gingen wonen hadden we onze trouwdag al gepland.
We hadden al verkering vanaf mijn 15e, na 6½ jaar zouden we dus gaan trouwen. Ik was toen net 22 jaar, John was tijdens ons feest die avond bij klokslag twaalf 26 jaar geworden.
Hij was net een jaar afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij had het helemaal naar zijn zin op zijn werk, hij was vol ambitie.
We waren supergelukkig, vulden elkaar perfect aan, dezelfde interesses, ga zo maar door.
Dit geluk heeft nog maar 7 maanden mogen duren. In de nacht van 11 op 12 juni 1999 is hij geheel onverwacht gestorven. Zomaar, ineens.
Onbegrijpelijk.
Nu nog vraag ik me af waarom. Hij was zo'n ontzettend goed mens, zo'n lief maatje.
We hebben geen afscheid kunnen nemen, zijn laatste woorden waren: "er is niets, rustig maar, ik ben alleen maar heel erg moe".
Nooit vergeet ik de blik in zijn ogen. Hij keek me aan, ik hem. Hij was er niet meer. Heel even besefte ik dat, in een flits. Uit reflex wilde ik toen zijn ogen sluiten. Hier schrok ik zo van! Meteen had ik ook weer het gevoel dat het goed kwam, ook al was ik bang, heel bang. Toch vertrouwde ik op het gevoel dat 26 jaar toch geen leeftijd is om dood te gaan.

Alles voor hem

Ik kreeg ongelijk.
Mijn leven was in een klap niets meer waard. Toch had ik ontzettend veel power in mijn lijf. Ik wilde voor hem alles zo mooi mogelijk regelen. Hij moest de mooiste afscheidsdienst krijgen die er was, dat verdiende hij! Ik heb toen ook alles zelf geregeld, van de kaart tot de dienst zelf. Ik heb gelukkig heel veel hulp gehad van de mensen om me heen.
Toen de begrafenis achter de rug was, kwam de gedachte dat ik niets meer voor hem kon doen! Vreselijk! Toen ben ik me bezig gaan houden met de grafsteen. Dit is er een geworden die ik zelf ontworpen heb, helemaal van glas. Dat paste precies bij hem vond ik, ik wist ook echt zeker dat hij hem mooi zou vinden.
Tja, toen wist ik het niet meer. Wat nu? Ik wilde immers voor en met John bezig blijven!
Toen ben ik gaan zoeken op internet. John was ook een fanatieke websurfer, dus ik moest ook nog zijn chatvrienden op de hoogte stellen. Ook moeilijk was dat. Allemaal jongens en meiden van zijn leeftijd natuurlijk. Ik heb ook van hen veel steun gehad.

Er ging een wereld voor me open

Toen ben ik verder gaan zoeken en ik vond de Draaikolk!
Ik heb met Bert gemaild en er ging meteen een wereld voor me open…zoveel herkenning!
Dat voelde zo ontzettend goed, ik merkte dat er veel meer mensen waren met zoveel verdriet als ik.
Thuis, in mijn vriendenkring en familie ben je de enige die zoiets meegemaakt heeft, en daardoor voel je je dubbel zo alleen!
Gelukkig had ik toen de Draaikolk. Ik kon op tijdstippen wanneer ik dat zelf wilde de verhalen en gedichten opzoeken vol herkenning. Ik kon ook mijn eigen verhalen kwijt. Overdag word je meestal wel bezig gehouden met van alles en nog wat, maar 's avonds en 's nachts sta je er alleen voor. Juist op die tijdstippen had ik het moeilijk. Ook leerde ik via deze weg Patricia kennen, zij was even oud als ik en zij had een paar maanden eerder haar vriend verloren, ook zo plotseling. Aan haar heb ik ook ontzettend veel steun gehad. We hebben ontzettend veel gemaild.

Toch zijn er mensen die zeggen dat het niet persoonlijk is, kontakt via de elektronische weg. Juist wel, dingen die ik nooit zou durven te zeggen, zet ik wel op papier! Patricia is een echte vriendin van me geworden!
In die eerste tijd na John's overlijden heb ik dus echt heel erg veel tijd achter de computer doorgebracht. Ik heb ook een website voor hem gemaakt, zodat iedereen kon zien wat voor prachtig mens hij was. Nu kan ik zeggen dat ik toen al een goed begin heb gemaakt om het te verwerken. Toen wilde ik niets over het woord 'verwerken' horen, ik wìlde het immers niet verwerken!!

Uitgaan

Na een aantal maanden ben ik door mijn beste vriendin meegesleurd, ik moest weer uitgaan van haar. Na een paar keer ,,nee" gezegd te hebben ben ik uiteindelijk voor haar plezier een keer meegegaan. Wat voelde ik me toen ongelukkig. Ik had het gevoel dat iedereen naar me keek en dat iedereen wist wat me overkomen was. Toch ben ik daarna wel vaker meegegaan. De eerste vijf keer vond ik het nog net zo vreselijk als die eerste keer, maar langzaam aan begon ik het wel weer wat leuker te vinden.
Toen kwam de winter dichterbij. We gingen elk jaar op wintersport, onze favoriete plek was Sölden in Oostenrijk. De relatie van mijn vriendin raakte uit en we besloten om met z'n tweeën te gaan, met de trein. We vonden het allebei best eng, we hadden zoveel ontzettend leuke herinneringen daar. We wisten dat we het óf ontzettend moeilijk zouden krijgen, óf dat het een hele fijne vakantie zou worden. We waren voorbereid op het ergste.
Gelukkig viel dat mee! We hebben het zo ontzettend leuk gehad! We durven het allebei niet uit te spreken, maar stilzwijgend weten we dat dit de leukste vakantie was die we ooit gehad hadden. Heel gek, maar we voelden ook echt dat John er af en toe bij was, het leek alsof hij ons aanmoedigde om plezier te hebben.
Toen we terug kwamen in Nederland was het net carnaval in ons dorp, dus we zijn toen maar gewoon op dezelfde voet doorgegaan!

Het bleef natuurlijk heel erg moeilijk. In mijn omgeving gingen juist steeds meer mensen samenwonen en trouwen en dat zijn momenten dat je het extra moeilijk hebt. Vooral bruiloften, die blijven nu nog steeds moeilijk. Je bent in tweestrijd, je gunt het bruidspaar het allerbeste en toch… toch voel je je een beetje dubbel. Ik zie ons dan nog zelf staan, midden op de dansvloer met al onze dierbaren om ons heen met "You'll never walk alone" uit de luidsprekers. Weer die vraag: Waarom mocht ons geluk maar zo kort duren?

Terug naar mijn geboortedorp

Ik heb me zo ontzettend vaak alleen gevoeld. De mensen om me heen weten dat zelfs nu nog niet denk ik. Ik hield me vaak sterk, wilde niet dat ze medelijden met me hadden. Maar, zodra ik alleen achter mijn computer zat, kwamen de tranen weer.
En dat is eigenlijk nu nog steeds zo! Ik neem nog steeds af en toe een kijkje, en vaak voel ik mijn tranen weer prikken. Tja, het verdriet gaat nooit over dat weet ik inmiddels. De pijn is nu iets minder scherp, dat wel. Maar dat komt denk ik ook omdat ik nu zo'n ontzettend ander leven heb.
Er is inmiddels namelijk heel veel veranderd.
Ik ben verhuisd naar mijn geboortedorp. Hoewel wij maar een kilometer of 8 hiervandaan woonden, voelde ik me niet meer thuis in ons huis. Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, ik wilde toch een soort nieuwe start maken in een nieuw huis. Tuurlijk nam ik in gedachten John mee, maar hij zou niet meer zo ontzettend aanwezig zijn in zoveel dingen om me heen.
Dit bleek een hele goede keuze. Ik wist ook zeker dat John achter me stond.
Ik begon in mijn nieuwe huis weer een beetje te leven. Elke dag gemis, het leek soms wel alsof het alleen maar erger werd, maar toch voelde ik me wel langzaam maar zeker weer een mens worden, en niet meer alleen een hoopje ellende.

Het gaat gelukkig weer goed met me

Nu kan ik gelukkig vertellen dat het weer heel erg goed met me gaat.
Ik heb alweer ruim twee jaar een hele lieve vriend en we hebben zelfs sinds kort een hele lieve zoon, Mika! We zijn ontzettend gelukkig met z'n drietjes!
Ik moet wel zeggen dat juist dát gevoel me wel vaak onzeker maakt. Ik ben zo ontzettend bang om weer iemand van wie ik hou te moeten verliezen.
Als Jos, mijn vriend, bijvoorbeeld een keer te laat thuis komt ben ik al bang dat er wat gebeurd is. Dat had ik vroeger niet.
Ik kan met Jos ook goed over John praten en bij hem huilen. Hij heeft hem nooit echt gekend maar ik denk dat ze het goed met elkaar zouden kunnen vinden.
Tijdens mijn zwangerschap heb ik het soms best wel heel moeilijk gehad, want wat zou John ook trots geweest zijn als hij papa zou worden! Hij heeft dat nooit mee mogen maken.
Met John's moeder hebben we nog heel veel contact. Zij was ook blij toen ik Jos leerde kennen. John zou het zo gewild hebben zegt ze, en dat is ook zeker zo. Wat John altijd wilde was dat ik gelukkig zou zijn, dat heeft hij me zo vaak verteld.
John's moeder voelt zich nu ook helemaal oma! Ze is heel blij met de geboorte van de kleine Mika. Ik ben ook blij dat ik haar dit geluk kan geven, zij had immers buiten mij bijna niemand meer. Ze hadden maar 1 kind en dat was John. Haar man en John's vader is zeven jaar geleden al op 50 jarige leeftijd overleden. Zo oneerlijk allemaal.
Maar nu ziet ze gelukkig de zon weer schijnen, net als wij!

Bert en alle andere lotgenoten van de Draaikolk, bedankt!

Melanie Kroeze, e-mailadres: mptkroeze@planet.nl



Draaikolkend langs de vloedlijn: over de wonderbaarlijke wisselwerking tussen de Draaikolk en mijn privé-strandje ,,Langs de vloedlijn"

Vandaag, 1 oktober 2003, is zoals ik schreef, voor mij een bijzondere dag. Precies vijf jaar geleden begon ik immers met de Draaikolk. Vijf jaar, waarin de wereld, mijn wereld op een enorm ingrijpende wijze veranderde in tal van opzichten. Veranderde in een wereld waarin eigenlijks niets meer hetzelfde is als toen ik met De Draaikolk begon. Of eigenlijk ook wel een beetje. Toen, vijf jaar geleden, begon ik deze site nadat Janny was overleden en ik zelf kanker had gekregen. Ik begon er aan tussen mijn bestralingen door en vlak voordat ik zou worden geopereerd.

Langs de vloedlijn

Begin januari van dit jaar begon ik een tweede site: ,,Langs de vloedlijn" (via de inhoudsopgave van de Draaikolk gemakkelijk te bereiken). Ik begon die webplek niet zo maar. Daar was en is een goede reden voor: er werd een uitzaaiing van de dikke darmkanker bij mij geconstateerd. In één van mijn longen. En opnieuw stond ik aan de vooravond van een ingrijpende operatie.

Toch is deze site wezenlijk anders dan de Draaikolk. ,,Langs de vloedlijn" is mijn persoonlijke webplek, mijn privé-strand. Op dit strand leg ik mijn gevoelens als kankerpatiënt neer en ik had, toen ik er mee begon, het gevoel dat dit héél anders zou zijn dan wat Monique en ik met de Draaikolk doen. De Draaikolk gaat immers over rouwen en ,,Langs de vloedlijn" gaat over... verlies. Verlies van mijn gezondheid. En naar nu steeds meer blijkt biedt ,,Langs de vloedlijn" voor mijn lotgenoten van de Draaikolk tot mijn eigen verrassing weer een vloedgolf aan herkenning. En ook nu weer krijg ik reacties op wat ik schrijf en die leg ik dan weer als ,,Flessenpost" neer op het strand. En langzaam maar zeker vloeien tot mijn verwondering beide sites in elkaar over en ontstaat er opnieuw een wisselwerking, maar anders dan van de Draaikolk. Het is nu een wisselwerking tussen de gevoelens die door de Draaikolk ontstaan en de gevoelens die op mijn privé-strandje van ,,Langs de vloedlijn" zijn neergelegd. Want eigenlijk is het natuurlijk logisch dat nabestaanden van kankerpatiënten op mijn kleine strandje de ,,lijdensweg" weer herkennen, ook al zal die misschien niet altijd precies zo zijn gegaan.

De neiging bestaat om ,,Langs de vloedlijn" dan maar te gaan integreren met de Draaikolk. Maar ik voel voor mezelf dat dit niet goed is. Want ik wil gewoon mijn eigen strandje houden. Zonder die steeds als een ijverige strandjutter op te hoeven ruimen, zoals ik dat samen met Monique met de Draaikolk doe. Want ik heb daar bijvoorbeeld op mijn strandje ook mijn eigen dagboek als kankerpatiënt. En ik weet best dat dit dagboek voor sommige bezoekers van de Draaikolk misschien wat al te heftig zal zijn als een triest feest van herkenning. Maar het is wel míjn uitlaatklep, waarin ik alles kan zeggen wat ik wil en nodig vind. En mijn lotgenoten hoéven er niet naar toe te clicken als ze dat bijvoorbeeld niet aan zouden kunnen.

Mijn eigen aparte plek

En daarom blijft ,,Langs de vloedlijn" mijn aparte plek. Je kunt er als lotgenoot of gewoon als belangstellende bezoeker naar toe lopen en zo maar wat van het strand, mijn strand, plukken, maar het hoeft niet. En dat alles neemt niet weg dat ik het best fijn vind dat steeds meer wandelaars mijn strand bezoeken, even langs mijn vloedlijn lopen, om misschien even te luisteren naar de branding van mijn leven. En om soms dan even naar me zwaaien. Een warme groet van een lotgenoot. Juist dát geeft me weer de energie die nodig is om verder te gaan. Bedankt daarvoor!

Ontroerende flessenpost op het strand

De reden dat ik bovenstaande schrijf komt ook voort uit het feit dat ik soms mooie, ontroerende brieven krijg van lotgenoten, die reageren op iets wat ik op mijn strand heb gelegd, maar wat ik ook graag zou willen doorgeven aan mijn lotgenoten van de Draaikolk. Vandaar dat ik jullie in overweging zou willen geven om toch maar zo nu en dan even mijn strandje op te lopen om te kijken of er iets nieuws is aangespoeld. Dat is namelijk ook nu weer het geval. Ik heb het nu over het ontroerende verhaal van Wieneke van Rossum naar aanleiding van mijn artikel dat op mijn strand is neergelegd over vrijwillige euthanasie. Ik heb het verhaal van Wieneke met tranen in mijn ogen gelezen en herlezen. Net als Monique dat deed.

Het vertelt heel knap met exact de juiste gevoelens wat het is als je er zelf mee te maken hebt gehad. Van Wieneke van Rossum is trouwens ook een ander verhaal (Doodstraf en levenslang), dat we in deze bijzondere oktober-editie van de Draaikolk plaatsen: het verhaal over het verlies van haar man.

Bert


De levensles van Lieve Balcaen aan al haar lotgenoten: Probeer open te staan voor iets nieuws en leer aanvaarden dat het leven verder moet

Misschien herinneren jullie je nog mijn verhaal "Worstelen met een dubbelgevoel" dat enkele maanden terug als brief van de maand in de Draaikolk verscheen (januari/februari 2003).
Mijn partner, Thomas, overleed in oktober 2001 in een verkeersongeval. Toen ik jullie de vorige maal schreef, ongeveer een jaar na het overlijden, merkte ik dat ik ergens balanceerde op de grens tussen verdriet en hoop, tussen een "oud" en "nieuw" leven. Ik probeerde te bouwen aan een nieuwe toekomst, zonder daarbij volledig te breken met het verleden. Maar ik had twijfels, sterke twijfels. Want het sterke verdriet, de continue pijn begon stilaan een klein beetje naar de achtergrond te verdwijnen, en zo nu en dan kon ik weer gelukkig zijn. Elk "normaal" mens zou daar blij mee zijn, maar ik niet. Als lotgenoten begrijpen jullie me zeker... Het verdriet beheerst je leven, en eigenlijk ga je het na verloop van tijd dan ook normaal vinden dat het er is. Je wil niets liever dan weer gelukkig zijn, maar tezelfdertijd laat je jezelf ook geloven dat je eigenlijk niet meer echt gelukkig kan of mag zijn. Want als je het dierbaarste verliest dat je hebt, dan kan je toch niet meer lachen en van het leven genieten. Of toch wel?

Hoewel ik nog zo vaak met de dood van Thomas bezig was en nog steeds heel verdrietige momenten kende, had ik toch een grote drang in mezelf om weer op zoek te gaan, op zoek naar een nieuw leven. Hier en daar probeerde ik weer wat nieuwe mensen te leren kennen. Hoewel de drempel hoog was en het me heel wat energie kostte, praatte ik met verscheidene mensen over wat me overkwam, over mezelf, over mijn gevoelens. En ik luisterde ook naar de verhalen van andere mensen. Ik merkte dat er eigenlijk veel mensen waren die naar me wilden luisteren, maar toch bleef ik een beetje bang om mezelf helemaal bloot te geven. Ik was bang om toe te geven dat ik een nieuw leven wilde proberen opbouwen, en bang om opnieuw gekwetst te worden. Bang dat mensen misbruik zouden maken van mijn gevoelens, bang dat dit zoeken naar "nieuw leven" een vlucht voor het verleden zou betekenen, een vlucht voor mijn verdriet. Maar de drang naar nieuw geluk was sterker dan de angst.

Het verdriet kunnen delen

Op een bepaald ogenblik kwam ik in contact met een lieve jongen. Heel geleidelijk aan leerden we elkaar kennen. Eerst zomaar gewoon, een tijdje later vertelde ik geleidelijk mijn verhaal, en ik kreeg begrip. Het maakte het makkelijker om mijn verdriet te delen. Zo nu en dan praatten we een beetje, en we maakten een uitstapje, gewoon als vrienden. Het duurde een tijdje, maar na enkele maanden merkte ik dat ik alsmaar meer begon te verlangen naar die uitstapjes, en dat ik zo nu en dan in een onbewaakt moment wel eens begon te dromen over een nieuwe toekomst. Hoewel het mooi leek, deed dit toch ook pijn. En ik voelde me verward. Na één jaar al een nieuwe relatie. Ik had dit nooit verwacht en kon het niet geloven. Ik was ook een beetje bang voor de reacties van de buitenwereld. Maar toch... het klikte echt goed.

Van beiden hou ik evenveel, met hier en daar andere accenten...

Het heeft mij moeite gekost om aan mezelf toe te geven dat er stilaan meer bloeide, maar je kan jezelf niet blijven voor de gek houden. Ik heb er vaak over gepraat met die jongen. Hij wist dat het niet altijd makkelijk zou worden, en dat ik nog vaak over Thomas zou denken en praten. Hij wist ook dat mijn verwerkingsproces nog niet ten einde was. Ik heb van mijn kant altijd geprobeerd om niet te gaan vergelijken, om geen identieke relatie te willen nastreven, en om heel open te zijn met mijn "nieuwe" vriend. We durfden het aan... eerst nog een tijdje in stilte, maar geleidelijk aan heb ik ook mijn omgeving op de hoogte gebracht... een moeilijk klus voor mij. Want dan lijkt het alsof je door je verdriet heen bent, en plots alles weer mooi en leuk voor je wordt. Nou, ik moet toegeven dat mijn verwerkingsproces erdoor versneld werd. Vooral omdat ik niet het gevoel heb dat ik Thomas moet vergeten of "dood moet zwijgen" in mijn nieuwe relatie. Nee, integendeel, ik kan vrijuit praten met mijn huidige vriend over mijn gevoelens, over de dingen die ik vroeger deed, over hoe Thomas was...
Ik merk wel dat ik er minder over praat als in het begin, maar toch kan ik praten als het nodig is. Mijn leven met Thomas, is een deel van mijn leven en daar heeft mijn vriend alle begrip voor. Soms heb ik nog moeilijke momenten, herinneringen, verjaardagen, soms heel kleine dingen. En vrijwel niemand zal nog aan me zien dat ik het dan soms moeilijk heb. Het lijkt alsof alles weer mooi en zacht is... alleen mijn ouders en mijn vriend, zij zien wanneer het nog even moeilijk gaat en zij laten me er vrijuit over praten. En dat, dat maakt heel veel goed. Het gevoel beluisterd en begrepen te worden, ook nu nog, twee jaar later... dat is zo mooi, zo waardevol. Je verdriet verdwijnt er niet door, maar het wordt wel verzacht. Het is ook geen vlucht, zolang je je verdriet kan en durft uiten. Thomas blijft voor altijd een speciale plaats in mijn hart behouden. Net zoals je bijvoorbeeld zowel van je vader als van je moeder kan houden, zo kan ik ook van Thomas én van mijn huidige partner houden. Van beiden evenveel, met hier en daar andere accenten, met andere plus - en minpunten, maar toch evenveel... Pas als je dit kan inzien en aanvaarden, dan hoef je een nieuwe relatie ook niet meer als een vlucht te beschouwen of je schuldig te voelen, denk ik. Het is nieuw en anders, maar niet beter of niet slechter. Je verliest veel, maar je krijgt ook veel nieuwe mooie dingen...

Leren open te staan voor iets nieuws

Eigenlijk is het dit wat ik iedereen toewens: dat je voor jezelf leert aanvaarden dat het leven verder moet, dat je opnieuw moet leren openstaan voor iets nieuws. Zelfs al lijkt het op het eerste gezicht misschien ondenkbaar, of voel je je een beetje "ontrouw" aan het verleden. We hebben geen keuze... Het verdriet en de pijn bij het verlies van je partner overkomen je zomaar, plots en ongevraagd. Dat is ook zo bij het vinden van nieuw geluk, het overkomt je en ook daar heb je eigenlijk geen keuze... Je moet het zomaar over je laten komen en aanvaarden. Hoe moeilijk dit ook lijkt. Het is niet gemakkelijk om daarin te geloven, en het is ook niet gemakkelijk om aan dat gevoel toe te geven. Je kan er ook niet echt naar op zoek gaan. Wanneer die tijd komt, dat weet ik zelf ook niet, wellicht bij iedereen op een verschillend ogenblik. Het komt op het moment dat je diep in jezelf een drang voelt, een drang om door te gaan, om je leven verder te zetten, om weer gelukkig te worden. Dan komt het er alleen op aan om jezelf de tijd te geven, de tijd om te wennen aan de nieuwe situatie, de tijd om rustig aan verder te gaan. Het was voor mij niet gemakkelijk, nee. Misschien betekende het wel extra pijn, verdriet, angst en schuldgevoel... Maar toch durf ik gerust zeggen dat het de moeite waard is, en dat ik het iedereen van harte toewens. Mijn boodschap is eigenlijk niets anders dan wat Marjan Kloet laatst al schreef in haar verhaal: "Wat ik hoop is dat in dit verhaal duidelijk is geworden dat je wel open mag staan voor geluk en fijne dingen, dat je mag genieten. Dat er geen tijd voor staat, voor de een duurt het misschien wel jaren voor je weer ergens van kan genieten, voor een ander is dat misschien nog geen half jaar en ook dat is goed."

Kop op allemaal!

Lieve vrienden van de Draaikolk, ondanks mijn nieuwe geluk ben ik nog steeds blij dat de Draaikolk er is, dat ik mee kan delen in al jullie verdriet (en misschien ook vreugde vroeg of laat). Ik ben blij dat ik ook mijn verhaal kan blijven vertellen. Hoewel ik maar weinig lotgenoten ken, leef ik toch mee met elk van jullie. We hebben immers iets gemeenschappelijk, iets wat ons bindt... Kop op allemaal!

Lieve Balcaen, e-mailadres: lieve@ouwegem.be


Op 26 april 1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe", waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen (te vinden in het archief).

In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk" haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd. In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven" andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot - ondanks alle dubbele gevoelens - toch en misschien wel nóg intenser van het leven kan gaan genieten. Een leven dat weliswaar door het gemis nooit meer hetzelfde zal worden. Een leven dat anders is, maar daarom zeker niet minder waardevol. (Bert Vos, hoofdredacteur)


Dubbel-leven (7): Verder leven alsof ons leven er vanaf hangt

Toen ik na het onverwachte overlijden van Eric alleen kwam te staan, kon ik met dankbaarheid terugkijken op een fijn huwelijk. Het waren met name onze vakanties waar ik in eerste instantie de meeste troost uit kon putten. De tijd die wij, los van het werkzame leven van alledag, samen doorbrachten. Bovendien had ik hier een zichtbaar en tastbaar bewijs van: onze vele fotoalbums die ook in die eerste dagen in de aanloop naar zijn crematie door zo vele handen gingen (behalve door de mijne…).

Toen Eric en ik in de jaren tachtig samen ons leven aan het opbouwen waren, probeerde hij mij er wel eens toe te verleiden om een vakantie over te slaan, om zo wat extra financiële armslag te krijgen om dat ene mooie meubelstuk of de allernieuwste Cd-speler te kunnen kopen. Daar zouden we immers jaren plezier van hebben, terwijl het geld besteed aan een vakantie na drie weken op zou zijn. Slechts twee keer is hem dat gelukt. Alsof ik een voorgevoel had van wat komen zou, hield ik onszelf steeds weer voor dat we niet al te snel iets moesten uitstellen naar "later" want wie garandeert ons dat er een "later" zou komen…? We werkten allebei en na een heel jaar hard werken vond ik dat we het er gewoon van moesten nemen. Om weer energie op te kunnen doen voor het komende jaar. Dan maar wat langer doorsparen.
(En terwijl ik dit nalees realiseer ik mij dat ik deze zomer tot mijn eigen verbazing juist níet (twee maanden) op vakantie wilde, omdat ik zag aankomen dat Bert en ik zo snel na zijn operatie in het buitenland de terugslag van dit alles zouden krijgen …).

Genieten van het "nu"

Die instelling om zoveel mogelijk te willen genieten van het "nu" is de laatste jaren, nu ik samenleef met Bert, alleen maar versterkt. Toen duidelijk werd dat Bert wegens zijn gezondheid moest stoppen met werken, heb ook ik in 2001 mijn ontslag genomen, na slechts vier maanden daarvoor een nieuwe start te hebben gemaakt bij een bedrijf in Bert's woonplaats. Het werk schonk mij geen voldoening meer. Ik kon het niet langer opbrengen om mij druk te moeten maken om zaken waarvoor ik juist betaald werd om mij druk om te maken. Mijn schaarse energie wilde ik puur en alleen aan mijn eigen herstel en aan mijn nieuwe leven met Bert besteden. Ik vond en vind dat we dat wel verdiend hadden. Ik wilde niet langer tijd "verspillen" aan werk en studie. Want had ik niet de laatste 10 jaar van mijn leven met Eric nagenoeg al mijn vrije uurtjes gespendeerd aan het volgen van een deeltijd (rechten)studie? Tijd die ik, achteraf bezien natuurlijk, zoveel liever had willen besteden aan ons samen? Toen ik eraan begon dacht ik: wat is nu 10 jaar op een heel leven? Maar nu het de laatste 10 jaar van ons leven samen blijken te zijn geweest, geeft dit een erg bittere nasmaak. Temeer omdat hij overleed terwijl ik met mijn afstudeerscriptie bezig was wat daarna nog steeds niet weer is opgepakt en nog steeds een onbespreekbaar onderwerp is. Eric is er niet meer om het mee te maken.

"Pluk de dag" is dan ook het motto van Bert en mij: zoveel mogelijk genieten van wat het leven nog voor ons in petto heeft. Door wat wij de afgelopen jaren hebben meegemaakt, het verwerken van het verlies van onze partners en het opbouwen van onze nieuwe relatie en begin dit jaar het opnieuw oplaaien van kanker bij Bert, voelen wij ons in deze overtuiging alleen maar gesterkt. Alleen valt het niet mee om dit in praktijk te brengen, want in alles wat we doen zijn daar die dubbele gevoelens. Onze wil om verder te leven, te genieten, maar elke stap roept weer herinneringen op aan vroeger. Een spoedcursus rouwverwerking lijkt het soms wel.

Er zijn nog zoveel plaatsen die ik samen met Bert wil bezoeken. Plekken waar ik met Eric nog niet aan toe gekomen ben en plekken waar hij met Janny nog niet is geweest. Aan een nadere verkenning van onze nieuwe woonomgeving zijn we slechts mondjesmaat toegekomen. Vaak gooit vermoeidheid roet in het eten, vooral bij Bert natuurlijk maar ook ik moet na afloop van een autotochtje vaak toegeven dat ik gewoonweg op ben (en ik heb niet eens twee operaties ondergaan…).
Toch blijft die rusteloosheid aanwezig. Ik wil. Ik wil. Ik wil. Maar het lijkt wel een race tegen de klok, want hoeveel tijd zal ons samen gegund worden? Als we alles zouden doen wat we nog willen, dan moeten wij, en Bert in ieder geval gezien ons leeftijdsverschil, de oudste inwoner van Ter Apel zien te worden en het schijnt dat de levensverwachting hier nogal hoog ligt...

Hoe krijg ik meer balans?

Die rusteloosheid, die gretigheid waarmee ik samen met Bert van het leven wil genieten. Hoe kan ik hier wat beter mee omgaan, er meer balans in krijgen?
Misschien moet ik het tegenovergestelde doen: mezelf wat meer rust gunnen. In plaats van verlekkerd door de boekhandel te struinen en te verzuchten dat ik zo graag eens een ontspannend boek zou willen lezen, moet ik het enige doen wat daarvoor nodig is: het willen en dus gewoon doen!
Dan maar wat minder vaak als een "witte tornado" door het huis razen. Me niet gedragen alsof er een groot gezin in huist. En vooral, minder impulsief en op minder idiote tijdstippen (een hartenwens van Bert) te gaan stofzuigen en schrobben en zo...
Stoppen met het spekken van de kassa van "Appie" door niet drie keer maar bijvoorbeeld een keer per week met boodschappentassen rond te zeulen alsof er een hongerwinter op komst is.
En mezelf thuis niet langer onverstoorbaar blijven gedragen als de directiesecretaresse die ik in mijn "vorige leven" was. Ik maak afspraken en ik regel alsof het een lieve lust is om vervolgens de werklui, die hier sinds kort weer rondlopen, van koffie en fris te voorzien. Oké, het zijn zaken die wij reeds gepland hadden maar die het afgelopen jaar noodgedwongen zijn blijven liggen. Misschien komt die rust er wanneer het huis weer van onszelf is. Maar naarmate ons huis de staat van perfectie nadert, neemt bij mij de angst toe: hoe lang zullen wij hier samen van kunnen genieten? Van dit huis dat van ons samen is, maar dat er alleen kon komen doordat onze partners zijn overleden…? Dubbel. Dubbel. Dubbel.

"Practice what I preach"

Is het een kwestie van het hervinden van een nieuw ritme of blijf ik mezelf nog te veel bezighouden omdat er onderhuids nog wat aan het broeien is? Maak ik omtrekkende bewegingen om ver van de draaikolk te blijven?
Waarom geniet ik niet van het mooie nazomerweer in de tuin maar zit ik in plaats daarvan dagenlang achter mijn PC persberichten te versturen aan de hele wereld. Waarom kan ik die zonnestralen niet verdragen?
Waarom haal ik me/ons nóg meer werk op de hals. Hou ik mezelf voor de gek en moet ik gewoon niet zoveel willen? "Practice what I preach". Genieten van het "nu" dus en niet te ver vooruit willen kijken, want dat ik in feite een "luxe-probleem" heb, dat zullen lotgenoten die geen partner hebben zeker willen beamen. Proberen om wat minder te leven alsof ons leven er vanaf hangt. Maar ja, hoe pak ik dat nu het beste aan? Wist ik het maar…

oktober 2003
Monique Vos



Mirjana van Zeijderveld vertelt haar verhaal over het verlies van haar partner Elout door een auto-ongeluk en alles wat er daarna met haar gebeurde. Haar gevoelens, haar verdriet, haar eenzaamheid. We hebben haar verhaal de titel gegeven van de song van Pink Floyd waarmee Elout definitief afscheid nam van deze, van Mirjana's wereld: "Wish You Were Here". Vandaag het laatste (hoopvolle) slot. -Bert-

Wish You Were Here (3 en slot): Hoe sterk kan een mens zijn....

Het is wonderlijk hoe sterk een mens kan zijn… Nu, 2 ½ jaar nadat Elout is overleden, ben ik afgestudeerd aan de universiteit, heb ik een nieuwe relatie en ga ik binnenkort samenwonen. Het gaat goed met me en juist dát had ik niet durven verwachten. In de maalstroom van het leven ga ik naar mijn leuke, nieuwe baan en verbouw een Zaans huis uit 1692 samen met mijn partner Bas die mijn tweede grote liefde is. Kortom, zo op het oog even geen reden voor al te groot verdriet en alle reden om te mogen uitzien naar een nieuw stukje geluk. En toch is dat niet altijd even makkelijk!

Rustiger vaarwater

Sinds ik in rustiger vaarwater ben gekomen, kan ik alleen zó moe zijn - moe in mijn hoofd. Ik zit dan veel te peinzen en soms te piekeren. Over Elout praat ik met weinig mensen en ook steeds minder, maar missen doen wij hem elke dag… Naast dat plekje in mijn hart waar hij woont, zit een gapend gat waar de wind door jagen kan en dat nooit meer sluiten zal. Daar zit ik ook te vechten met enerzijds een diepgewortelde levensangst en anderzijds de behoefte om me "gewoon" over te geven aan al het goede dat nog komen zal.
De lef is er, maar ik voel in mij een groot kwetsbaar kind dat hard huilt. En dat, terwijl ik met Elout's overlijden afscheid dacht te hebben genomen van dat meisje - er is een trauma in mij geslagen dat me in één klap volwassen maakte en dat zo'n pijn ging doen.

Ik heb moeten ervaren dat ik Elout soms zo missen kan, dat ik niet eens meer weet wat dit eigenlijke missen is. Al 2 ½ jaar heb ik niet meer met hem mogen praten, lachen of delen - hij is 'over,' maar mijn liefde voor hem, verdiept in onze laatste jaren, natuurlijk niet. Nog heel soms wil ik mijn telefoon pakken en zijn mobiele nummer draaien - en soms, zo maar, roep ik zijn naam. Nee, ik zal hem nooit vergeten. Wat een bijzonder mens is de wereld kwijt!

Het is pijnlijk om die irreële angst te voelen

Het is mooi en fijn om opnieuw te mogen ervaren hoe het leven met een geheel andere, maar evenzo goede man is - en het is pijnlijk om die irreële angst te voelen van niet opnieuw te willen verliezen. Kort na Elout's overlijden riep ik gekwetst, dat ik nooit meer zó van iemand houden zou - het deed te veel pijn en het was het niet waard. Ik was boos en verdrietig en moest weer leren om vertrouwen te hebben. Heel geleidelijk keerde er een stukje rust terug, kon ik weer genieten en lachen en plannen maken met mijn vriend. Ik zie zowaar een glimp van de toekomst, sterk in mezelf en samen met hem en hopelijk ook kinderen. Ik heb opnieuw een heerlijk mens getroffen met wie ik praten, lachen en delen kan en bij wie Elout een plekje mag hebben. Het is een relatie die warmte en geborgenheid biedt en als het leven je dit toebedeelt, dan kun je het beste diep ademhalen en je hart openstellen.

"Opnieuw"

Ik lees deze tekst terug en het amuseert me dat ik zo vaak het woord "opnieuw" gebruik. Het is immers zo! Met vallen en opstaan ga ik door en merk ik, dat alles wat mij vertrouwd was zijn betekenis niet heeft verloren, maar nu in een nieuw licht mag worden gezien. En daarmee is de deur naar een toekomst met mijn huidige partner, maar bovenal een toekomst voor mezelf, geopend.

Ik wens een ieder sterkte en geluk...

Mirjana van Zeijderveld, e-mailadres: mirjanaz@zonnet.nl


De troostmuziek van Carla Bruni (deel 8 in de reeks over troostmuziek van lotgenoten)

Altijd als ik de CD "Qelqu' un m'a dit" van de Franse zangeres Carla Bruni draai, is er vaak iets met me aan de hand. Het is een CD die ik op vakantie in Frankrijk heb gekocht en die ik daarna heel vaak draai op momenten dat het ,,even niet goed gaat". Ik weet niet wat het is, maar de stem en de muziek van Carla Bruni komen heel erg troostend op me over zonder dat ik precies kan aangeven waarom. Sterker nog, ik heb zelfs geen flauw idee wat ze allemaal zingt, waar het precies over gaat. Maar de sfeer die ze met haar zang en muziek oproept raakt me elke keer weer. En troost me dus.
Maar aan de andere kant draai ik de CD zo vaak tijdens sombere momenten in mijn leven, dat ik tegenwoordig moeite moet doen om niet ook te gaan huilen als ik er gewoon naar luister.

Troostmuziek of juist niet?

Troostmuziek of juist niet? Ik denk van wel. Omdat al die vorige keren dat ik in een sombere bui de CD draaide het toch weer goed is gekomen met me en dat is troostvol. Toch?
Maar ik moet er wel eerlijkheidshalve bij zeggen dat het dan ook wel eens ging om een meningsverschil (jawel we blijven gewoon mensen...) met Monique die niet zo maar eventjes kon worden bijgelegd. Dat had tijd nodig en in die tijd draaide ik dus Carla Bruni. Om mijn gevoelens te kanaliseren. Daar is haar muziek erg geschikt voor, vind ik. Rustgevend ook.

Dat bergt natuurlijk een gevaar in zich. Bijvoorbeeld dat je de CD bijna niet meer kunt draaien zonder verdrietige bijgevoelens. En zo kon het gebeuren dat ik zo maar tijdens het draaien van de CD in huilen uitbarstte. Zonder dat daar een reden voor was. Integendeel.
Maar inmiddels weet Monique de bijzondere impact van deze CD, die ik in een onbewaakt ogenblik kocht in een Franse hypermarché nadat ik er slechts enkele nummers van had gehoord. Carla Bruni kan niet meer stuk voor me. Haar muziek troost me en maakt me verdrietig. Vaak tegelijk…

Bert Vos

Carla Bruni: "Qelqu' un m'a dit"; Naïve, 2002.


Medio september kregen we van Wieneke van Rossum, een nieuwe lezeres en lotgenote, een lange mail, waarin ze ons het volgende schreef:

,,Beste Monique en Bert,
Via een artikel in het Parool las ik over de Draaikolk en ik ben zeer onder de indruk van je initiatief. Ook wat betreft wat het leven verder voor je in petto heeft en heeft gehad; voor mij ben je een echte levenskunstenaar. Ik vond veel herkenning in al die verhalen en wil mijn verhaal ook wel even kwijt, maar je loopt natuurlijk alleen maar tegen trieste dingen aan. Toch is er veel humor blijven hangen, ook wel zwarte humor, maar dat vind ik bij jullie gelukkig ook terug. Ik weet niet of je er wat aan hebt, je mag het plaatsen. Voor mij is het iets van mij afschrijven en wie weet helpt het mij ook weer een stapje verder".

Wieneke's vraag of we wat aan haar verhaal hebben, wordt op deze plek beantwoord. En ik wijs graag ook op haar zeer gevoelig geschreven en uit mijn hart gegrepen reactie (te vinden op mijn persoonlijke webplek ,,Langs de Vloedlijn") naar aanleiding van mijn artikel over de vermeende ,,voordelen" voor rouwenden van wie de aan kanker lijdende partner na vrijwillige euthanasie overleden zijn.

Bert

"Doodstraf en levenslang" door Wieneke van Rossum

Veel heb ik uit de Draaikolk uitgeprint en als een troostend boek af en toe opgepakt. Wat zijn we met zijn velen! Ik ben nu bijna 52 jaar en heb 2 jaar geleden mijn man op 50 jarige leeftijd aan kanker verloren. Gelukkig wonen onze twee dochters nog thuis, maar die vliegen natuurlijk ook eerdaags uit.

Suriname als een rode draad

Suriname loopt als een rode draad door ons leven en nu ik de Draaikolk lees kom ik het land weer tegen. Toch wel enigszins verbaasd: is dit toeval?
Op de rouwkaart stond: ,,Frits: optimist, humorist, globetrotter en levensgenieter". Deze vier woorden zeggen genoeg: zo was hij. We hebben elkaar in een kroegje leren kennen en uren over Suriname zitten bomen. Ik was daar na mijn middelbare school 2x geweest (1968/1970) bij journalist Cyriel Karg, misschien wel bekend bij jou, Bert. Frits had van 1970 tot 1971 zijn militaire dienst bij de TRIS (Troepenmacht Suriname) daar vervuld. Suriname bracht ons bij elkaar. We gingen samen wereldreizen maken, trouwen en later kregen we 2 dochters. In 1998 dacht hij dat hij een sportblessure had, wat na veel gezoek en gescan een zeer zeldzame vorm van spierweefselkanker bleek te zijn. Onze wereld stortte in, maar waren er ook niet veel mensen genezen van kanker? Dat kon hém toch niet overkomen, dat móest een foutje zijn in het programma. Na een zware operatie, de tumor zat op zijn borstkast, en bestralingen was hij weer de oude. Met humor ging hij het monster te lijf. Hij zou zich niet laten kisten! Helaas bleken er na een jaar uitzaaiingen op de longen te zitten. Ach ja, het leven is als een lot uit de loterij, je weet nooit welk lot je trekt en de hoofdprijs is een chemokuur! Zijn borstharen had hij alvast onder de dames op zijn werk verloot! Ondertussen hield hij het hoofd boven water, gewoon blijven werken en tijdens een vakantie het Pieterpad van zo'n 500 km lopen, het monster kreeg hem er niet onder! Veel fietstochten werden er ondernomen, want als hij in de auto zat werd het maar een ,,chemokar", volgens hem! Dat kon niet gezond zijn!

Dramatisch en onbegrijpelijk

Begin 2001 vierden we met zijn vieren ons 25 jarig huwelijk in Cuba. De reiskoorts kwam terug, plannen werden er gesmeed voor Vietnam en ja, wéér Suriname! Tot het monster weer een aanval inzette en zich dit keer op de hartklep nestelde! "Dramatisch" waren de woorden van de behandelde artsen, een tumor doet dat zelden, onbegrijpelijk. "Ik ben ter dood veroordeeld en heb niet eens iemand vermoord" waren zijn woorden. Zes intensieve weken thuis volgden; hij wilde van iedereen persoonlijk afscheid nemen. Naar zijn stoffelijk overschot hoefden ze niet te komen kijken, nee, nú wilde hij mensen zien! Hij wenste iedereen nog een mooi leven toe en ik kon wel gillen: waarom doe je dat, hoe kun je dit? Daarna was hij moe en viel veelal in slaap. Over ons afscheid sprak hij niet. Of misschien was ik te na en durfde hij het niet. Hij drukte het weg en zelf geef je maar toe, het is ook zo emotioneel. Misschien had ik er meer op aan moeten dringen maar op dat moment telt eigenlijk alleen de patiënt. Een week voordat hij stierf dacht hij dat hij weer op de boot naar Suriname zat. Wat genoot hij en wat was hij gelukkig. Ik ging bij hem zitten en dacht: laat hem nu maar sterven. "Waarom huil je?", vroeg hij, ",,je wilde toch ook graag terug?"

,,Een prachtige voorstelling"

De uitvaart hebben we samen geregeld. Ooit had hij 4 jaren op het seminarie versleten (een jongensdroom; hij wilde zo graag de binnenlanden van Afrika in!) en uit nostalgie koos hij voor een kerkdienst. We hebben er een Afrikaanse mis van gemaakt met de Misa Luba en Keniaanse volksmuziek. De afscheidsspeeches van zijn werk en voetbalteam heeft hij van te voren al gelezen, hij heeft er gewoon op aangedrongen. Het ging toch over hem dan had hij er tenminste nog wat aan! En ja, je wordt de hemel in geprezen! En geen droge plak cake, maar een borrel, iedereen mocht van hem dronken worden. Het afscheid was massaal en indrukwekkend. Een vriend zei; "het klinkt gek, maar ik heb net het gevoel of ik een prachtige voorstelling heb bijgewoond". Ja zo wilde hij het, hij wilde toch wel graag in de belangstelling staan. En ach, was het niet de laatste keer? Hij de doodstraf en ik levenslang, want voor mij ging de hel verder.

Ik ben veel op reis geweest, maar was dit niet een beetje vluchten? Ik ben een stoere flinke meid. ,,Goh wat doe je het goed, ik heb bewondering voor je, wat gaat het goed". Ondertussen kon ik wel janken, er zat een grote rauwe en rouwe wond. Rouw is toch rauw? De ene keer heelde die beter dan de andere keer, soms barst die open. Stemmingen van "himmelhochjauchzend und zum Tode betrübt'. Je staat er mee op en je gaat er mee naar bed. Je slaapt moeilijk in en als je wakker wordt, is het het eerste waar je aandenkt. Hij heeft nog nooit zo mijn leven beheerst als nu!

Ik ben naast mijn werk vrijwilligerswerk gaan doen; ik help asielzoekers tijdens hun juridische procedure. Veel praat ik er niet over. Ik moet zoveel vooroordelen verdedigen daar word ik wel eens moe van, maar dit werk helpt mij te relativeren. Als ik in een dipje zit denk ik aan hen, die geliefden en vaderland verloren hebben en niets meer op de wereld hebben dan alleen maar onzekerheid. Het is toevallig wel geografisch bepaald waar je wieg gestaan heeft, en wat zeuren wij dan toch! Ook de teksten van Youp van 't Hek en zijn visie over leven en dood spreken mij aan en geven troost. Maar ik mis mijn klankbord, mijn praatpaal, zijn humor

"verdriet
zie je niet
je bent het
soms went het
soms niet"

van J.C. Schagen

(stond op ons bedankkaartje)

Al moet ik strompelend verder...

Zijn as is uitgestrooid over zee, zijn laatste wereldreis is begonnen, hopelijk richting Suriname: het land wat zo'n indruk op hem heeft gemaakt, ons verbonden heeft en waar hij zo van hield. En ik leef om verder te leven, heb levenslang, maar ik leef maar één keer en zal dit leven niet verpesten, al moet ik strompelend verder.

Wieneke van Rossum, e-mailadres: w.t.van.rossumbos@freeler.nl


Het verhaal van Adrie van Soldt

Over haar ziekte, de plotselinge dood van haar partner en de ziekte van haar enige dochter: hoe vol kan een rugzak zijn...

Lieve Bert en Monique. Ik had mij wel eens meer voorgenomen om iets te schrijven over de laatste vier en half jaar, maar zoals jullie weten gebeurde er niets en nu ineens krijg ik op de site een verhaal te lezen (,,Wat heerlijk dat je weer blij bent mamma") en dat greep mij persoonlijk erg aan, vandaar dat ik nu mijn verhaal wil vertellen. - Adrie-

In oktober 1998 kreeg ik van mijn arts te horen dat ik borstkanker had en dat ik zo snel mogelijk geopereerd moest worden.Tja, als je dan eenmaal in die molen zit, dan gaat het allemaal wel heel snel. Ik kwam er goed vanaf met een borstbesparende operatie en de nabestralingen en dacht dan ook: kom op, opnieuw beginnen! Ik was 56 jaar en dacht: als je dit overleeft, overleef je alles!

Maar het liep allemaal anders. Mijn maatje en mijn grote liefde, die altijd met alles mee ging, vertelde mij na de laatste bestraling dat hij het niet meer zag zitten tussen ons en dat hij weg wilde. Dat was begin april 1999. Het eerste wat in je opkomt is: hij kan het niet aan en is bang. Wij hebben een gesprek gehad met mijn dochter en schoonzoon, maar die begrepen er net zo min iets van als ik dat deed.
Verder deed hij er ook niets mee. Hij maakte ook geen aanstalten om woonruimte te zoeken. En ik? Ik had zo weinig energie (terwijl ik normaal een nuchtere en flinke vrouw was en ben) en kon en wilde niet geloven dat hij mij juist nú in de steek zou laten. Het verwarrende was, dat hij nog steeds bleef vragen wat hij voor mij kon doen en dat ik alles rustig aan moest doen. Ik werd heen en weer geslingerd tussen verdriet en pijn en dat was geen pijn van de operatie, maar pijn van een man die ik ineens niet meer kon benaderen.

Er gingen bijna twee maanden voorbij. Een periode waarin wij ook nog onze tennisvriend Eric verloren (de man van Monique) en waar ik voorafgaand aan de crematie nog heb gesproken en ik ook het verdriet zag van mijn man toen ik voorlas wat ik namens onszelf en de tennisvereniging zou zeggen.
En toen, op 1 juni, kreeg ik zelf op de tennisbaan het verschrikkelijke bericht dat mijn maatje Ed plotseling was overleden aan een hartstilstand. Ik hoef niemand te vertellen wat het met je doet als je je dierbare verliest, maar dit was wel zó luguber dat ik, nu ik het aan het opschrijven ben, er weer kippenvel van krijg.

Had hij een voorgevoel?

En dan ga je je van alles afvragen. Heeft hij iets geweten, een voorgevoel gehad en wilde hij het voor mij niet weten? Allemaal vragen waar ik nooit een antwoord op krijg, maar door er veel met deskundigen over te praten heb ik het voor mij zelf wel een plek kunnen geven. Ook omdat hij drie dagen voor zijn dood zijn oudste broer en mijn dochter heeft gebeld en tegen hen hetzelfde heeft gezegd: Of ze goed voor mij wilden zorgen.
Ik mis hem nog steeds, maar ik heb ook het leven weer opgepakt. Hij zou niet anders gewild hebben.

Nu, vier jaar later, dacht ik: Het gaat eigenlijk heel goed met mij en als er nu weer een leuke man in mijn leven zou komen, dan sta ik er voor open. Zoals mijn goede en dierbare vrienden Bert en Monique altijd tegen mij zeggen als ik weer eens twijfel aan mezelf: ,, Adrie, je hebt nog zoveel liefde te geven". En dan ga je zelf op een gegeven moment er ook weer in geloven dat het zo is en stel je je er voor open.
Maar toen werd - begin dit jaar - Bert wéér ziek. En dan denk je meteen het allerergste: Nee hè, toch niet wéér iemand die ons wordt afgenomen? Maar Bert blijkt sterker dan dat hij zelf dacht en het gaat heel goed met hem. Maar door wat er gebeurde realiseer je je opeens dat, als je je open stelt voor een nieuwe relatie, er ook weer wat kan gebeuren met die relatie of met jezelf.
Maar veel tijd om daar over na te denken kreeg ik niet, want er kwam opnieuw iets verschrikkelijks op mijn pad.

Een nieuwe lijdensweg

Mijn enige dochter had al een jaar last van een hernia en van de arts kreeg ze te horen dat ze fysiotherapie moest nemen. Maar haar klachten namen toe in plaats van dat het minder werd en dus doorgestuurd naar een specialist.
En die ontdekte een tumor in haar rug en zo begon voor haar, haar gezin en mij de vaak zo moeizame tocht van wachtkamer naar wachtkamer, van scan naar scan, van onderzoek naar onderzoek. Het zag er allemaal steeds vreselijker uit. Een nachtmerrie voor ons, voor mij. Maar na twee keer geopereerd te zijn en zij nu weer leert lopen en ik zes maanden dag en nacht voor het gezinnetje heb gezorgd, ben ik er nu nog alleen de ochtenden en zo liep ik vorige week ineens te zingen waarop mijn dochter reageerde met een blij: ,,Hé mam je zingt weer!" en toen las ik het verhaal van Marjan Kloet, vandaar dat ik op dat moment vond dat ook ik mijn verhaal moest vertellen. ,,Eindelijk, Adrie", hoor ik Bert al zeggen, want hij had het mij al zo vaak gevraagd. Tot nu was het voor mij nog te moeilijk.

Rugzakje leegschudden...

Ik weet natuurlijk nog niet wat er allemaal nog met mijn dochter kan gebeuren, maar ik zie de toekomst niet somber in. Natuurlijk, mijn rugzakje zit nu behoorlijk vol, maar ik ga vanaf nu weer proberen hem zo af en toe te legen. Ik weet intussen wel dat een mens een hoop aankan, al heb je nog zoveel verdriet. Ik weet ook dat ik niet de enige ben. Terwijl ik dit opschrijf heb ik veel tranen gelaten en dus is het rugzakje al weer wat lichter…

Adrie van Soldt, e-mailadres: adrie.van.soldt@12move.nl


Brief van de maand: Nederlandse lotgenoten in het buitenland (1)

Steeds vaker ontdekken we dat ook Nederlandse lotgenoten, die in het buitenland (al dan niet ver overzee) wonen, ook dezelfde behoefte hebben om vooral in hun eigen taal, het Nederlands, te lezen over wat henzelf is overkomen. Ze ontdekken dan de Draaikolk en snuffelen in onze tientallen pagina's. En sommigen mailen ons. Vertellen ons hún verhaal. Dat soms toch net wat anders is. Zo'n verhaal is dat van lotgenoot Herman Zwanepol uit Canada. We hopen dat zijn verhaal de aanzet zal zijn voor een regelmatig in de Draaikolk terugkerende rubriek ,,Nederlandse lotgenoten in het buitenland". Want Herman is natuurlijk niet de enige Nederlandse lotgenoot die zijn of haar partner verloor in het land waar naartoe ze zijn geëmigreerd. We horen ook graag hun verhaal. Omdat we denken dat daardoor anderen weer een stuk erkenning en herkenning in die verhalen zullen kunnen vinden.
We beginnen dus deze naar we hopen nieuwe reeks, met wat Herman Zwanepol ons begin 2002 schreef naar aanleiding van een interview waarin hij las over de Draaikolk. Dit jaar kregen we een tweede, lange, mail waarin Herman ons het vervolg vertelde. Over wat er gebeurde nadat hij ons had geschreven over zijn eenzaamheid in het ,,verre" Canada. Het is een op zich ontroerend verhaal over, hoop, vertrouwen en vooral ook moed. De moed om, hoe dan ook, opnieuw te willen beginnen.

Bert Vos, hoofdredactie


De moedige reis terug van Herman Zwanepol

Alleerst voor de duidelijkheid de eerste (al eerder geplaatste) mail van Herman die we in december 2001 ontvingen:

Beste Bert,

Waarschijnlijk krijg je niet veel reacties vanuit Canada. Ik ben aan jouw site-adres gekomen door mijn schoonzuster die het vond in de Libelle. Ik ben erg blij dat ik dit heb en heb het onmiddellijk bezocht en ik ben erg onder de indruk van de kwaliteit van de brieven die ik heb gelezen.
Ook ik heb mijn jeugdliefde moeten prijsgeven aan kanker. We ontmoetten elkaar in onze tienerjaren en trouwden toen we 19 en 20 jaar waren. Enige jaren later zijn we naar Canada geëmigreerd. Toen ze 46 jaar was, vertelde de dokter haar dat ze borstkanker had en na 3,5 jaar van chemokuren en bestralingen verloor ze de ongelijke strijd.
Ik ben zeer dankbaar dat ik gedurende al die tijd met haar mee kon naar de dokter om haar te steunen, want ze wilde dit "gevecht", zoals ze het noemde, niet opgeven. Zelfs toen de dokter haar vertelde, dat hij niets meer voor haar kon doen, vocht ze door. Het is zo goed om te weten, dat ik niet alleen ben in dit als ik de brieven lees hier.
Het is nu vijf jaar geleden dat zij in mijn armen stierf in het huis, waar ze comfortabel was, meer dan in het ziekenhuis. En het voelt nog steeds alsof het gisteren was, dat ze heengegaan is. De pijn is er nog altijd net als de vraag wáárom zij zo jong moest sterven op 49 jaar...
Ja, ik ben ook boos. Voel me belazerd, als ik dat woord mag gebruiken. We hadden nog zo veel dingen die we samen wilden doen: reizen en gewoon van het leven genieten. Maar het is niet anders en ik moet maar op de man boven vertrouwen, al is dat niet altijd zo makkelijk. De eenzaamheid is zo erg, vooral omdat we alles sámen deden, om nog niet te praten over de stilte in huis...
Zoveel van wat ik lees op jouw site kon door ieder van ons, die dit heeft meegemaakt, zijn geschreven en het geeft je moed om verder te gaan in het leven. Beste Bert, al weet ik dat jouw site voor Nederland is, tóch hoop ik dat er iemand is die dit leest, reageert en misschien een e-mailtje afdropt.
Ga door met wat je doet. Het geeft me een heleboel steun om te lezen dat ik niet alleen ben.

Gegroet, Herman Zwanepol


Weer alleen

Op dinsdag 19 augustus 2003 kregen we het volgende mailtje van Herman onder de titel ,,Weer alleen". Dit is het verhaal waar Herman ons deelgenoot van wilde maken.

Hallo Bert en Monique,

Ben ook niet echt een schrijver, maar wil toch een bijdrage leveren na jullie oproep aan ons, lotgenoten, om het verhaal te beschrijven nu we verder moeten zonder onze partner die we, zoals bij de meesten van ons, voor lange tijd aan onze zijde hadden.

Waarschijnlijk herinner je je nog wel mijn eerste brief ongeveer anderhalf jaar geleden geschreven vanuit Canada. Heb dus ook mijn vrouw aan borstkanker verloren in 1996 na drie en een half jaar lange strijd. Ze was mijn jeugdliefde, zijn erg jong getrouwd en een paar jaar daarna naar Canada geëmigreerd. Heb jullie website gevonden via mijn schoonzuster in Nederland en heb toen dus wat geschreven wat jullie natuurlijk op de website hebben geplaatst.

Ik heb daar toen verder nooit meer aan gedacht totdat een paar maanden daarna een e-mail in mijn "Inbox" arriveerde van een weduwe in Nederland die haar echtgenoot ook aan kanker had verloren.
Natuurlijk werd dat beantwoord en over verloop van tijd werd dit een regelmatige uitwisseling van e-mails van beide kanten van de oceaan.
Het voelde goed om met iemand te praten, zij het dan via de computer, die hetzelfde had meegemaakt en ook dezelfde taal sprak. Want ook in het verwerken van verdriet en het rouwproces speelt de taal een belangrijke rol.
Het brak mijn eenzaamheid om mijn computer aan te zetten en mail te vinden van iemand die moeite nam om met je te praten; een schouder waar je je hoofd op kon leggen en aan wie je na vijf jaar je verhaal kwijt kon.
Hoewel ik ook familie hier heb, schijnen deze toch niet goed te begrijpen waar je het over hebt en hebben van allerlei adviezen voor je hoe je er mee om moet gaan, maar aan het eind van de dag gaan ze naar huis en blijf je alleen achter. Het is natuurlijk allemaal goed bedoeld, maar af en toe word je er toch echt moe van om weer hetzelfde aan te moeten horen.

"Live" ontmoeting

Dus de mails bleven heen en weer gaan tot op zekere dag de mail echt klonk als een uitnodiging om naar Nederland te komen. Gevraagd of dit zo was, werd dat bevestigd en werd de uitnodiging geaccepteerd.
April 2002 was de maand van de live ontmoeting, wat ons beiden veel vlinders in de maag gaf, maar het liep allemaal verrassend goed, ook op Schiphol.
We hebben toen een glorieuze maand samen in Nederland doorgebracht. Mijn verjaardag heb ik bij haar thuis gevierd met haar kinderen, vrienden en ook met mijn familie in Nederland.
We hebben veel gereisd door Nederland, hebben plaatsen bezocht waar we nog nooit geweest waren of heel lang geleden en de tijd vloog voorbij.
Tijdens deze maand werd onze relatie hechter, als ik het goede woord gebruik hier, en ja we werden heel erg verliefd op elkaar. Maar in dit soort omstandigheden is een maand zo voorbij en werd het spoedig tijd om weer terug naar Canada te gaan. Maar niet zonder eerst mijn geliefde uit te nodigen om naar Canada te komen voor een vakantie. En meteen geboekt, wat de terugreis heel wat makkelijker maakte.

De ,,return" ontmoeting

Zo'n vijf weken later is het mijn beurt om haar af te halen op het vliegveld, maar deze keer geen vlinders, maar opgewonden en vol enthousiasme voor de komende weken.
Ook deze weken waren glorieus en behoren tot de beste van mijn leven. Maar voor ons beiden was het ook moeilijk, speciaal op de data van onze partners overlijden. Dat wisten we, want ondanks alles, onze overleden partners zijn altijd bij je en dat wilden we ook zo. Maar het was zo goed dat we elkaar konden opvangen en steunen, vaak door gewoon naar elkaar kijken en weten wat er bedoeld wordt. Dus het werd een mix van veel plezier en genieten, afgewisseld met ook wat verdriet.

We hebben in Canada door de Rocky Mountains getoerd, daarna naar Amerika waar we heel veel nationale parken hebben bezocht, hebben gegokt in Las Vegas, gewandeld in het licht van de prachtige verlichting daar 's nachts. Kortom we genoten met volle teugen, niet alleen van de omgeving maar ook van elkaar.
Ook hebben we de Grand Canyon bezocht, wat adembenemend is door de prachtige en unieke kleuren, erg indrukwekkend.
Vandaar langs de westkust via San Francisco terug naar Canada waar we nog weer meer reizen gemaakt hebben.
Maar ook hier kwam een einde aan.

Terugkeer naar Nederland en weer terug naar Canada

We hebben gepraat over onze partners en wat we zouden gaan doen in de toekomst. Ik heb toen dus besloten om naar Nederland terug te keren en een LAT relatie op te zetten.
Ik heb daarna mijn huis en alles in Canada verkocht en kwam op 17 september 2002 in Nederland aan, opgewacht door mijn geliefde op Schiphol.
Ik had intussen een heel kleine woning toegewezen gekregen in Nederland, niet ver bij haar vandaan.
Daar dus gelijk na aankomst gekeken, maar ik was niet erg onder de indruk van de grootte van het huis. Omdat ik toch moest wachten op mijn spullen uit Canada had het vinden van een ander huis dus geen haast.
Na verloop van lange tijd arriveerden deze en dus verhuisde ik naar mijn eigen adres in Nederland. Maar helaas, het huis was zo klein dat ik niet eens al mijn spullen kon uitpakken en in huis zetten.
En dat alles voor een niet onaanzienlijk bedrag aan huur. Ik heb dus toen de balans opgemaakt om te zien wat ik kon doen met mijn Canadees pensioen, of er nog geld over zou blijven om een auto van te rijden, al was het dan maar een kleine. Het resultaat: ik kon in Nederland dus niet rondkomen van mijn geld.
En ik wilde ook nog niet aan mijn spaarcenten beginnen, dus hebben we samen heel veel gepraat en naar oplossingen gezocht, maar het zat er niet in en er zat dus niets anders op dan om weer terug te gaan naar Canada. Een beslissing die natuurlijk onze relatie niet bevorderde.
In april zijn we nog samen op vakantie geweest naar Brazilië, maar alles tussen ons was anders geworden na mijn besluit om weer terug naar Canada te gaan.

Het leven biedt geen garanties

Zoals je ziet, er zijn geen garanties in het leven, maar dat wisten we al. Ik ben sinds begin mei weer terug in Canada. Ik moet dus ook weer helemaal opnieuw beginnen, maar wel helemaal alleen. Niet met iemand die van je houdt en waar je mee kunt praten. Het valt niet mee, vooral niet omdat je geproefd hebt van wat het leven weer kan zijn met iemand die om je geeft. Ben nu heel erg eenzaam en zie het weer als een verlies, net als toen ik mijn partner verloor en vlak daarna mijn baan door een reorganisatie.
Daarom, Bert en Monique, heb ik zoveel bewondering voor jullie zoals jullie het doen. Helemaal opnieuw beginnen met zijn tweetjes, in een andere stad, een andere omgeving. Ik wens jullie dan ook het allerbeste toe in de toekomst en dat jullie heel lang bij elkaar mogen zijn. Heb een beetje een idee hoe dat aanvoelt, omdat ik het ook gedaan heb na 33 jaar in Canada.

Ik heb daarom ook veel aan Bert's "onregelmatig dagboek van een kankeraar" in ,,Langs de Vloedlijn". Ik kan veel van mezelf daarin terug vinden inclusief de huilbuien en weten wanneer het een klotendag wordt als je 's morgens wakker wordt. Is er nog een reden om verder te gaan na zoiets? vraag je jezelf dan. Is er een reden om op te staan en de dag weer tot een einde te brengen met alles wat daar in zit?Ja zelfs nu, na bijna zeven jaar, ben ik nog steeds bezig met dat verdriet en Bert heeft gelijk: je duwt het weg alleen om het later weer terug te vinden.
En net als Bert heb je dan driftaanvallen, je bent boos op het leven, woest mag ik wel zeggen. Want waarom mag iemand na alles wat hij heeft meegemaakt, niet een klein beetje geluk hebben tijdens de rest van zijn leven?
Ja, dan loop je door het huis en zou je alles wel in elkaar kunnen trappen. Maar ook dat helpt niet. Je voelt je dan zo ontzettend machteloos en dus heb je weer een niet te kleine dip.

Bert, ik wens jou en Monique het allerbeste en hoop dat je vooruitgang door mag gaan en vergeleken met jou verdwijnen mijn problemen als sneeuw voor de zon.
Ik voel me vereerd dat ik even langs je privéstrandje heb mogen lopen en mijn verhaal daar heb mogen neerleggen.Ik heb veel bewondering voor je en je bent een heel erg moedige man.

Herman Zwanepol, e-mailadres: Railman4U@shaw.ca

Beste Herman,
Bedankt voor het feit dat je jouw verhaal aan ons hebt willen vertellen. Het is weliswaar op mijn privéstrand ,,Langs de vloedlijn" aangespoeld, maar ik heb het toch maar van het strand opgeraapt en nu zet ik het als ,,Brief van de maand" in deze jubileumeditie van ,,De Draaikolk". Want Herman, als je het hebt over moed: mijn moed verbleekt bij de jouwe. Jouw moed om te doen wat je hebt beschreven vind ik veel groter, allesomvattender.
Zoals ik aan het begin van deze pagina al schreef: ik hoop dat jouw verhaal de aanzet kan zijn tot een regelmatige rubriek in ,,De Draaikolk", waarin in het buitenland wonende Nederlandse lotgenoten hun verhaal kunnen vertellen en een luisterend oor kunnen vinden. Nogmaals: bedankt, ook namens Monique en hou je taai!

En voor onze Nederlandse lotgenoten in Nederland of in het buitenland: wie wil reageren op deze brief van de maand kan dat doen naar ons redactie-adres: info@draaikolk.com en/of natuurlijk rechtstreeks naar Herman.

Bert



Over het gestuurde toeval van onze beschermengelen...

Sinds de dood van Janny heb ik meerdere malen ervaren dat zij, op welke wijze dan ook, mijn leven ,,een klein beetje stuurt". Dat ,,sturen" kan allerlei vormen aannemen heb ik ervaren en soms gaat het op het moment zelf ongemerkt en ontdek je het later pas. In de periode dat er borstkanker bij haar was ontdekt tot aan haar overlijden hebben we het er samen vaak over gehad: het hebben van een beschermengel. Niet iedereen heeft er een, hadden we begrepen. En ook al werd Janny naar haar mening menigmaal voor een wisse dood door een ongeval behoed (zij vond zichzelf een slechte chauffeur), toen de kanker na een aanvankelijk gunstig proces na jaren toch terug keerde, begon zij aan haar beschermengel te twijfelen en sprak zij die in haar ogen ernstig falende engel vaker dan ooit liefdevol bestraffend toe. Het heeft niet mogen baten, weet ik nu.

In de laatste jaren van haar leven hebben we het, zoals gezegd, vaak over het hebben van een beschermengel gehad en ze bezwoer me op een gegeven moment, dat áls er na de dood een andersoortig leven zou bestaan (waar ze op een gegeven moment, na veel erover te hebben gelezen, eigenlijk heilig in geloofde) zij dan zou proberen mijn beschermengel te zijn. Ik denk dat zij tot nu toe redelijk in haar opzet is geslaagd.

Ik had het eigenlijk allemaal op moeten schrijven, maar er is sindsdien heel veel gebeurd dat je onder de noemer ,,gestuurd toeval" kunt rangschikken. Of je zou het onder het hoofdstuk ,,Tekens uit het hiernamaals" kunnen zetten. Het maakt niet uit hoe je het noemt, eigenlijk. Het lijkt weliswaar allemaal toeval, maar is vaak wel erg bijzonder van aard. Ik heb er in de Draaikolk al meerdere malen over geschreven.

Het overkomt Monique en mij nog meerdere malen dat we tijdens een autorondrit ergens terechtkomen waar we helemaal niet hadden willen zijn en waarvan we achteraf vaststellen dat het maar goed was dat we die andere weg niet hadden genomen, want dan waren we nóóit op zo'n mooie plek terecht gekomen. Of dan hadden we uren in de file gestaan... Ik noem maar wat voorbeelden.

Handboekbinden en audio-apparatuur

Of neem nou dat recente voorval tijdens onze vakantie in Auvergne, waar Monique en ik een bezoek brachten aan de prachtige oude binnenstad van Clermont-Ferrand. In die oude straatjes wemelt het van kleine, bijzondere winkeltjes. Vaak met voorwerpen van oude ambachten. Het leek ons een aardige wandeling toe, ook al was het eigenlijk te warm. We waren nog maar nauwelijks begonnen aan deze tocht of Monique stond zo maar oog in oog met een supermoderne etalage vol hightech audio-apparatuur. Ik zag haar verbijstering terwijl ze naar de peperdure apparatuur in de etalage keek. En ik wist dat ze op dat moment aan haar overleden man Eric dacht, die een echte audio-freak was. Hij zou hiervan met volle teugen hebben genoten. De winkel leek daar volstrekt niet thuis te horen tussen al die vergane glorie. Toeval? Net als mijn confrontatie, nauwelijks tien minuten wandelen later met dat onopvallende boekwinkeltje waar ik plotseling voor bleef staan en dat tot mijn verrassing een geheel authentieke handboekbinderij bleek te zijn? Als je weet dat Janny van beroep handboekbindster was en daarnaast een gediplomeerd restaurateur, dan kun je je ongeveer voorstellen hoe ik me voelde toen ik bijna dwingend door de wat vuile winkelruit naar binnenkeek naar die bindapparatuur zoals ik ze zo goed had gekend. In gedachten zag ik haar handen het boekbindersmes pakken om het leer voor de rug te snijden. Toeval? Monique en ik denken dat we gewoon werden aangezet tot deze wandeling. Janny en Eric wilden ons gewoon even laten weten dat ze ,,bij ons" waren. Onze beschermengelen.

Suriname

Een paar weken geleden gebeurde er weer iets, waardoor ik het gevoel had dat we een duidelijk teken kregen. Ik had in Frankrijk een poster van een mooie getekende kaart gekocht met alle departementen en landstreken. Makkelijk als je als francofiel snel iets wil opzoeken. Ik wilde het laten inlijsten en toen we na enige zoeken op een tamelijk onverwachte plek een lijstenmaker in ons dorp hadden gevonden en daar de poster brachten, praatten we wat over zijn werk en terloops ook over het grams gewicht van het papier van de poster. Ik weet daar niet zo heel veel van, maar mijn vingers gingen ongemerkt naar het papier en bevoelden het zoals ik Janny zo vaak had zien doen bij haar werk als handboekbindster èn bij haar werk met o.m. het inlijsten van prenten… En ik noemde zonder aarzelen een grams gewicht zoals ,,ik" dacht dat het zou zijn. Volgens de lijstenmaker zat ik er niet ver naast en hij keek me wat bevreemd aan. Het was alsof mijn vingers werden gestuurd en die woorden als vanzelf uit mijn mond vloeiden.
Monique intussen had tot haar verbazing wat prenten en een topografische kaart van Suriname (Eric's geboorteland) ontdekt die reeds ingelijst waren. Het stond daar ,,zo maar" in het atelier van de lijstenmaker in ons dorp. Toeval allemaal?
En was het feit dat Monique en ik op elkaars weg kwamen en zijn getrouwd ook toeval?

Natuurlijk, ook een beschermengel (Janny had dat zelf al ervaren) is niet onfeilbaar en kan wel eens een steekje laten vallen, zoals mijn uitzaaiing van darmkanker begin dit jaar. Maar daar heb ik wel een beetje begrip voor. Kanker is nu eenmaal geen gemakkelijke materie, waarschijnlijk ook niet voor een beschermengel. Maar ik ben niet ontevreden hoor, want ik leef nog steeds en het gaat nog steeds redelijk goed met mijn gezondheid.

Twee mooie takken...

Maar waar ik het eigenlijk over wilde hebben is over de plant op mijn bureau. Een vaste plant die Monique enige tijd geleden voor mij kocht voor op mijn bureau in mijn werkkamer naast de ingelijste foto van Janny. Een vaste plant met twee mooie takken vol paarsblauwige bloempjes. De plant kreeg trouw water (van Monique moet ik er eerlijkheidshalve bijzeggen) en de bloempjes gedijden goed. Maar kijk nou eens…
De rechtertak ging in de loop van de afgelopen weken dood, de bloempjes vielen er af en enkele bleven (heel symbolisch) op de fotolijst van Janny hangen. Met de linkertak gebeurde niets, op een paar vallende bloempjes na. De andere bloempjes bleven bloeien. Natuurlijk, ik lijk wel gek, maar ik zie in deze gebeurtenis toch een teken van Janny die eventjes symbolisch aangaf dat zij weliswaar zelf de kanker niet heeft overleeft, maar dat het mij wel zal lukken. Er zijn wel een paar bloempjes gevallen, maar de tak is gelukkig groen gebleven terwijl de rechtertak nu bruin en helemaal kaal is geworden.

Ik kijk elke dag eventjes naar "mijn" plant. En ook voor de linkertak begint langzaam maar zeker de herfst en vallen er steeds meer bloempjes, maar ik heb toch weer extra vertrouwen in mijn, in onze toekomst gekregen. Want de tak is nog steeds groen.
Het mag allemaal toeval zijn, maar wel een bijzonder toeval, toch?

Bert Vos
september 2003


Ruggesteuntjes (15) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos

"Het leven is zo teer, niet meer dan een zeepbel die danst in de wind. Wat verbazingwekkend om te denken dat er na een uitademing een inademing zal volgen, of dat we zullen ontwaken na een nacht te hebben geslapen." - Nagarjuna

"Toont de geschiedenis van de wereld ons niet dat er geen romantiek in het leven zou zijn als er geen risico's aan verbonden waren?" - Mahatma Gandhi

"Mensen reizen om zich te verbazen over de hoge bergtoppen, over de enorme golven van de zee, over de lange loop der rivieren, over de uitgestrektheid van de oceaan, over de cirkelgang der sterren; en zij gaan aan zichzelf voorbij zonder zich te verbazen." - Sint Augustinus

"(Verdriet) is de as waaruit de feniks herrijst en is de spirit van de wedergeboorte. Het geeft het leven terug aan de levende doden. Het leert ons dat niets absoluut waar of onwaar is… Verdriet maakt je tot een ander mens, als je het tenminste overleeft." - Stephanie Ericsson

Uit: "Lessen voor de levenden"- Rodney Smith; Uitg. Servire, Utrecht 1998; ISBN 90-215-9911-2; 240 blz.


Rouwgedichten, gedichten over leven en dood, van Bert Vos

Mijn keuze: de vijf mooiste uit de afgelopen 5 jaar


I
n de afgelopen vijf jaar heb ik eigenlijk ontzettend veel gedichten geschreven. Het leek wel alsof ze als vanzelfsprekend uit mijn geest naar boven borrelden om zich daarna een eigen plek te veroveren. Veel van wat ik aan poëzie schreef kreeg een plaats op deze site, op deze pagina.Het schrijven van poëzie lijkt wat mij betreft een beetje op het componeren van mooie muziek. Poëzie moet ritme hebben. Ritme in de woorden, de zinnen, ritme in het gevoel. En het maakt niet uit hoe dat ritme aanvoelt, het moet gewoon kloppen. Soms lees je wel eens iets en dan struikel je over de (volgorde van) de woorden omdat het a-ritmisch is. Dichten is spannend. Net als het schrijven van een verhaal met een verrassend plot. Ik doe beide graag, maar poëzie heeft voor mij in de afgelopen vijf jaar beduidend méér gevoelswaarde gekregen dan mijn verhalen. Voor deze jubileumeditie koos ik vijf gedichten die naar mijn gevoel mijn vijf mooiste zijn. In de komende edities zal ik nog meer gedichten van mij op deze pagina een reprise geven. Omdat ik ze zelf mooi vind. En dat is het mooie als je lid van de hoofdredactie bent van een internettijdschrift als deze: je bent lekker de baas over de inhoud...

Verloren dromen

Langzaam zink ik weg, glijdend
in de bedding van mijn geest
en speel mijn nachtelijk dromenspel
rond alles wat ooit is geweest

Een spel vol fantasie en wensen
waarin mijn liefste op me wacht
en het verleden zich in grijze tonen
herhaalt in dromen van de nacht

Dan wordt ineens het grijs vermengd
met kleurenbogen, vloeiend zacht
en vage flarden vormen lokkend
het beeld van haar die op me wacht

En als het vale morgenlicht
mij zwetend wakker kust
weet ik dat ik toch voor even
in haar warme armen heb gerust.

november 1999

*

Wijs me de plek

Wie weet waarheen
de zielen zijn gevlucht?
Wie kent de route
naar die plek?

Wijs me de weg
en laat me even
een bezoek brengen
Ik zal niet storen

Ik zal alleen maar stil
luisteren naar het
fluisteren van je geest
die ik daar zocht

Dan ga ik terug en
zal niets verder vragen
Maar wijs me de plek
waar ik even luisteren kan

januari 2000

*

Het leven is…

Het leven is als
de golfslag van de zee
Soms word je daar
behoorlijk zeeziek van

Het leven tikt als
de wekker bij je bed
Je bent er niet altijd
even blij mee

Het leven is als
de jaarseizoenen
met de lente of zomer
als je favoriet

Het leven lijkt
soms een casino
Het blijft een gok
of je wint of niet

Maar wat je ook
van het leven vindt
je krijgt er
zelden genoeg van

En het is een wonder
dat we soms zelfs
zo maar even ook nog
gelukkig kunnen zijn

februari 2000

*

Herinneringen

Herinneringen zijn als de wind:
ze vervagen in pijnlijke flarden
waaien ongrijpbaar langs je heen

Herinneringen zijn als de pijn
die je voelt als je aan haar denkt
en weet dat er niet méér is dan dat

Herinneringen zijn als de golven
van de zee, die je meesleuren
met de branding van het nu

Herinneringen:
zonder de fijne momenten
van wat ooit was
kan er nooit een echte toekomst zijn

juli 2000

*

Dit was de plek…

Dit was de plek
waar we ons leven leefden
Dit was de plek waar we
ruzieden en de liefde bedreven

Dit was de plek waar de lente bloeide
en alles gebeurde in de zomerzon
Dit is de plek waar ik alles
intens met haar beleefde
maar ook de plek
waar haar dood begon

De plek van vrolijkheid
van boosheid, van pijn
en ook van eindeloos verdriet

Dit is de plek waar
ze is gestorven
en haar ziel nog dagen,
maanden, jaren,
heeft gezworven
en mij steeds weer heeft getroost

Dit is de plek die ik
nu voorgoed ga verlaten
adieu, ik vertrek
van deze ongelooflijk mooie
ongelooflijk zware
ongelooflijk verdrietige
in bloemenblauw gehulde plek

Dit is de plek waar de kille winter
mijn hart voor lange tijd bevroor
Dit is de plek waar ik mijn eerste leven
in één ademzucht verloor

Adieu, mijn mooie stek
het was heel intens, heel fijn
maar het is ook vol met pijn geweest

Ik vertrek
met krassen op mijn ziel
en een gekwetste geest
van deze ene, zo unieke plek.

Een nieuwe lente,
een nieuwe zomer tegemoet

15 april 2002


Het verhaal van Emmy Robbemont: Hoe mijn droom werkelijkheid werd

Van Emmy Robbemont kregen we haar verhaal met een afbeelding van één van haar schilderijen: haar afscheid van haar geliefde man Jan. Haar hele leven lang droomde ze dat hij haar zou gaan verlaten. Hij deed het pas veertig jaar nadat Emmy verliefd op hem werd en haar eerste droom had…

Het begon eigenlijk met mijn dromen. Ik droomde namelijk altijd dat Jan het uitmaakte. Jaren hetzelfde. Tot ergernis eigenlijk van Jan. Als ik dan wakker gemaakt werd doordat ik in mijn slaap huilde, zei hij ,,Ik maak het nog eens echt uit hoor!" Expres. Hij vond het soms heel vervelend dat ik zo aan hem hing. 37 jaar was Jan, toen kreeg hij een hartinfarct. Dat betekende ineens een hele karakt