Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


5e jaargang nummer 7 - augustus/september 2003


Hoofdredactioneel: Het leven gaat ,,gewoon" door...

,,Het leven gaat door. Je moet proberen er het beste van te maken". Hoe vaak krijgen mensen die een groot verlies hebben geleden dat niet van collega's, vrienden, kennissen of familie te horen. Op zo'n moment, als je vaak nog nauwelijks begonnen bent aan het verwerken van dat grote verlies, klinkt een dergelijke opmerking als een klap in je gezicht, een obligaat cliché waar je echt helemaal niks mee kunt. Integendeel, je raakt er nog dieper van in de dip waar je op dat moment wellicht inzat. Of je wordt, als je later thuiskomt, of alleen bent, agressief en hebt dan ineens een grote behoefte om de servieskast op de keukenvloer leeg te gooien. Ik noem maar wat. Ik heb wel meer tips op dat gebied omdat ook ik natuurlijk ettelijke keren dat gevoel heb gehad. Mijn keuken heeft het nauwelijks overleefd…
Fijn ook dat de huizen tegenwoordig toch nog stevig genoeg worden gebouwd om de orkanen van woede die we soms hebben te kunnen weerstaan.
Maar toch. Het leven gaat natuurlijk wél gewoon door, ook al vind je zelf dat daar op dat moment eigenlijk geen enkele reden voor is. Of we het willen of niet, de wereld om ons heen gaat verder met wat zij aan het doen was alsof er niks is gebeurd. Ook dáár maak je je boos om. Begrijpen ze dan niet dat je een onoverkomelijk groot verlies hebt geleden? Dat je daardoor ontzettend verdrietig bent? Ontroostbaar?
Nee, ze begrijpen het niet. Omdat de wereld vaak niet weet (of domweg alweer vergeten is) wat er met je is gebeurd.

En dan de vakantie. Gruwelijke tijd, vergelijkbaar met die afschuwelijk feestelijke decembermaand. Want waarom zou je nog op vakantie gaan als je alleen bent? Als jouw levenspartner, jouw maatje er niet meer is om het vakantieplezier mee te delen?
Het is allemaal waar. Het leven is op die momenten echt niet leuk. Ik weet het, want ik heb het allemaal meegemaakt. Van angstaanjagende woede-uitbarstingen tot afdalingen in de diepste putten van de geest.

Maar toch, ook ik weet het: het leven gaat ondanks alles gewoon door. Er gaan, net als toen, mensen dood, er trouwen mensen en er worden baby's geboren. Want ons leven is de wereld in een notendop. Ik schrijf dit, omdat ik in de afgelopen maanden wat dat betreft verschillende positieve berichten van lotgenoten heb ontvangen. Trouwberichten en zelfs een geboorte. En toen dacht ik ineens aan dat ontroostbare moment dat ik ineens alleen was en de onbeschrijflijke woede in mijn geest toen er iemand was die mij toen niet lang daarna heel onbevangen durfde te zeggen dat ondanks alles het leven tóch doorgaat.

Ook nu weer is het zo dubbel als wat: het lijkt allemaal nog steeds een cliché, maar het is aan de andere kant ook een waarheid als een koe. In deze editie van de Draaikolk staat opnieuw het bewijs. Lotgenoten die zijn getrouwd en lotgenoten die het geluk van een geboorte mogen meemaken. Monique en ik hebben elkaar aangekeken en geglimlacht toen we het lazen. Want naast het eenzame verdriet en de boosheid om wat ons aan onrecht is aangedaan hebben we ook de keerzijde van de medaille mogen meemaken toen we trouwden. Toen we echt hebben ervaren dat het leven ,,gewoon" doorgaat…

Bert Vos, Hoofdredacteur De Draaikolk

augustus-september 2003


Op 26 april 1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe", waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen (te vinden in het archief).

In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk" haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd. In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven" andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot - ondanks alle dubbele gevoelens - toch en misschien wel nóg intenser van het leven kan gaan genieten. Een leven dat weliswaar door het gemis nooit meer hetzelfde zal worden. Een leven dat anders is, maar daarom zeker niet minder waardevol. (Bert Vos, hoofdredacteur)




Dubbel-leven (6): Werkvakantie

Alweer voor de vierde keer zijn Bert en ik dit jaar met de caravan op vakantie geweest. Deze is anders uitgepakt dan wij voor ogen hadden. Tot nu toe zagen wij er telkens weer naar uit. We konden dan even afstand nemen van "thuis": zijn huis en mijn huis waar we afwisselend in samenwoonden en waar zoveel dierbare herinneringen aan verbonden waren, maar waar wij de eerste jaren niet al te lichtvaardig afstand van konden en wilden doen.

Toch waren die vakanties, deels achteraf beschouwd, niet écht ontspannend te noemen. Het verlies van Janny en Eric namen we mee op reis en tijdens de vakanties gingen we er verder mee aan de slag, maar op een andere manier dan thuis. Tijdens de lange autoritten richting het zuiden bijvoorbeeld werden mijn gedachten hier vaak door in beslag genomen. Er is dan geen afleiding meer waar je in kunt vluchten. Ondanks de inspanningen van Bert om voor onderweg CD's op te nemen als afleiding, kon ik het zelden verdragen om ernaar te luisteren, want nog steeds brengt muziek de weemoed in mij los. Herinneringen aan de vakanties van Eric en mij kwamen naar boven, maar ook kon het gebeuren dat de dagen na het ongeluk weer in volle hevigheid op mijn netvlies kwamen. En ook de vermoeidheid die dit alles teweeg bracht, speelde daarbij een grote rol. Elk jaar zat er verbetering in, maar toch stond elke vakantie voornamelijk in het teken van de verliesverwerking van onze partners en het delen van elkaars vakantieherinneringen.

In een razend tempo

Dit jaar had aanvankelijk alle ingrediënten in zich om een wat meer ontspannen vakantie te worden. We hadden er de afgelopen jaren al onze energie in gestoken om hier de voorwaarden voor te scheppen. We waren na een aantal jaren te hebben samengewoond getrouwd, hadden twee verhuizingen achter de rug en ons eigen droomplekje in een razend tempo (voorgevoelens?) samen ingericht. Er was niet langer de noodzaak heen en weer te reizen tussen zijn en mijn verleden. We konden het wat rustiger aan gaan doen…
Maar de darmkanker die zich bij Bert na het overlijden van zijn vrouw eind 1998 had geopenbaard bleek totaal onverwachts te zijn uitgezaaid naar een van zijn longen. Het vertrouwen dat hij uiteindelijk weer in z'n lichaam had gekregen werd alsnog beschaamd. En ook ik werd nu voor het eerst van zeer nabij geconfronteerd met kanker, met opnieuw het mogelijke verlies van mijn man.
Mijn gevoelens heb ik, denk ik, gedurende de maanden van onzekerheid ergens geparkeerd. Ik wilde hem tot steun zijn. Dit keer stond hij er niet alleen voor en had hij mij, zijn vrouw. Ik had weinig tranen. Dat verbaasde me en tegelijkertijd ook weer niet. Het leek immers verdacht veel op de verdoving die ik na het overlijden van Eric ook maandenlang heb gevoeld. Ook de herinneringen aan die tijd kwamen weer naar boven. Het leek haast alsof de ziekte van Bert nu nog even niet aan de beurt was, eerst moest dat nog even verwerkt worden. Ik had erover gelezen dat het zo werkte, een nieuw verdriet brengt oud verdriet naar boven, en nu gebeurde dat dus overduidelijk.

Pluk de dag!

Na de succesvolle operatie kwam de afweging wel of niet met vakantie gaan. Toen bleek dat de caravan dusdanig kon worden aangepast dat hij zonder inspanning te verzetten zou zijn, was het voor Bert overduidelijk dat een vakantie wat hem betreft het beste zou zijn. Hij beschouwde dat als een persoonlijke overwinning op z'n lichaam.
Maar ik bleef twijfelen. Maakte me zorgen over de beperkingen waar hij ongetwijfeld tegenaan zou lopen. Besefte hij dat wel? Was het niet te vroeg na zijn operatie? Ons nieuwe huis, waar wij nog nauwelijks van hadden kunnen genieten, lonkte naar mij. De tuin zou tijdens onze vakantie op z'n mooist zijn. Er viel nog zoveel van onze nieuwe omgeving te ontdekken. Ik was zo moe…
Maar, aan de andere kant, hoe zou ons leven er volgend jaar uitzien? En is dit misschien onze laatste mogelijkheid om samen met vakantie te zijn? We besloten om het tóch te wagen. Pluk de dag!

Op de heenreis waren er dit keer geen verdrietige gedachten aan Eric. Dat was naar de achtergrond verdrongen. Gelaten liet ik de wereld aan mij voorbijtrekken. Ons leven stond nu duidelijk op de voorgrond. Maar 's nachts droomde ik de eerste weken tot mijn verwondering, niet over Eric, niet over Bert, maar … over oud-collega's. De een na de ander kwam aan de beurt. Na het overlijden van Eric heb ik namelijk na een verlofperiode van bijna een jaar mijn ontslag genomen op het moment dat er op mij druk werd uitgeoefend om weer aan het werk te gaan. Een verhaal op zich dat blijkbaar nog zo gevoelig bij mij ligt dat ik er nog steeds niet over heb geschreven. Blijkbaar moest het verlies van mijn vroegere werkkring ook nog verwerkt worden.

Draaikolken

Feitelijk was ik dus met vakantie, maar in gedachten was ik afwezig, aan het draaikolken. Op een bepaald moment betrapte ik mezelf erop dat ik, liggend in een stoel, wenste dat ik het vliegtuig kon pakken om met vakantie te gaan... Over vluchtgedrag gesproken! Ik moest er zelf om lachen en dit deed mij beseffen dat ik, ook als we thuis waren gebleven, met dit nieuwe verwerkingsproces geconfronteerd zou zijn geworden. Blijkbaar gun ik mezelf er thuis geen tijd voor om hieraan te werken.
Mijn apathische gedrag had natuurlijk zijn weerslag op Bert, zoals ook hij een manier moest zient te vinden om deze nieuwe tegenslag te boven te komen. Om nieuwe moed op te vatten om weer verder te gaan. Positiviteit en machteloosheid streden om de eerste plaats. En zo verliep de eerste maand van de vakantie net als het weer: ook ónze buien waren wisselvallig. Door, met wisselend succes, met elkaar te blijven praten over onze gevoelens en angsten voelden wij de spanning in ons heel langzaam verminderen.
En zo ontstond er na een moeilijke maand ineens het verlangen om af te zakken naar de kust. Ondanks dat we geen zonaanbidders zijn, had de nabijheid van de zee en de branding op het strand een rustgevende uitwerking op ons. We zijn niet voor niets beiden watertekens.

Al met al was het een vakantie om met gemengde gevoelens op terug te kijken. Maar het resultaat van ons harde werken mag er zijn. Teruggekeerd op onze nieuwe thuisbasis genieten we van de nieuwe kans die we gekregen hebben. Het dal waar we samen doorheen zijn gegaan, heeft ons weer sterker gemaakt. Het heeft een goede basis gelegd om mee verder te gaan in de toekomst. Als man en vrouw, met z'n vieren. Bij leven en welzijn…

Monique Vos
augustus 2003


Hun leven gaat gelukkig ,,gewoon" door...

Zoals ik al in mijn hoofdredactionele inleiding schreef: het leven gaat gewoon door, ondanks alle verdriet, alle dips die we allemaal kennen. Voor sommige van onze lotgenoten heeft die zin een wel erg positieve inhoud, want zij beginnen als het ware opnieuw. Hún leven gaat door, misschien niet zo gewoon als dat van anderen, maar het gaat door!

Voor twee lotgenoten, Adri Boer en Gerdi Leussink, is op 15 mei 2003 een geheel nieuwe fase in hun leven begonnen toen zij trouwden. Monique en ik vonden het geweldig om te horen dat zij huwelijksplannen hadden. Want wij hadden hen al eerder ontmoet tijdens de eerste Draaikolk-dag, in december 2001. Toen hoorden we dat het allemaal via de Draaikolk is begonnen en hebben daarna steeds steeds kontakt gehouden. We kregen bijgaande foto van hun trouwdag en we plaatsen die (ongevraagd) op deze pagina. Met onze hartelijke felicitaties uiteraard! Helaas konden wij niet aanwezig zijn op hun trouwdag omdat we ons toen al in Zuid Frankrijk bevonden.

Overigens hebben Tiny Smit en Cor Voogt elkaar -zoals we al eens eerder schreven- dankzij die bovengenoemde Draaikolk- bijeenkomst ontmoet en wonen ze nu samen.

En onderstaande e-mail aan ons adres spreekt natuurlijk ook voor zich:

Beste Bert en Monique,

Ik wil mij afmelden voor "Onze Mailbox" en "Ik denk aan jou". Inmiddels heb ik via deze rubrieken een relatie gekregen met een lotgenote. Heel veel dank voor het onderhouden van deze site. Het heeft me enorm geholpen en het leven ziet er weer goed uit. Wellicht in de nabije toekomst ons verhaal over hoe alles in zijn werk is gegaan en wat onze ervaringen zijn geweest en nog steeds zijn.
Wij blijven de Draaikolk volgen en wensen jullie beiden nog heel veel geluk.

Groetjes en veel dank, Frans Blösser

We krijgen vaker dit soort positieve brieven binnen (kijk ook maar eens naar het verhaal van Marjan Kloet, in deze editie) en dat doet ons uiteraard goed. Ook al willen we daarbij uiteraard niet de indruk wekken dat ons internettijdschrift is bedoeld om als een soort postiljon d 'amour te fungeren. ,,De Draaikolk" is er in de eerste plaats om troost, herkenning en erkenning te bieden aan lotgenoten, maar aan de andere kant weten we dat het zo óók kan werken. Ik ben de eerste die dat zal erkennen. Omdat ik als oprichter van ons tijdschrift als eerste daarvan de positieve vruchten plukte toen ik op Valentijnsdag 2002 met lotgenote Monique in het huwelijksbootje stapte nadat we twee jaar eerder elkaar via de Draaikolk hadden ontmoet.

Deze pagina is duidelijk bedoeld om al onze lotgenoten die nog niet zo ver zijn enige troost en uitzicht te bieden op wat misschien ook voor hen ooit zal komen: een nieuw begin. Als we het daar over hebben spant Melanie van Kampen-Kroeze wellicht de kroon. Melanie verloor in 1999 op 22-jarige leeftijd haar man John van Kampen. Ik weet nog goed dat zij één van de eerste lotgenoten was die heel enthousiast reageerde op de Draaikolk en daarbij meteen allerlei suggesties deed. De rubriek ,,Ik denk aan jou" is wat dat betreft háár idee. Na die begintijd verloor ik Melanie een beetje uit het oog, ook omdat ze (zoals achteraf bleek) een wereldreis maakte en daarna verhuisde. Des te groter was de verrassing toen we kortgeleden van haar een digitale geboortekaart kregen. Melanie, die in het zware begin van haar rouwperiode zo vol verdriet in de Draaikolk schreef over bijvoorbeeld haar zus die een baby kreeg en daar met haar zo ,,enthousiast" over praatte terwijl ze zelf helemaal niets meer had, zelfs geen kind, alleen maar de herinneringen aan haar geliefde John, dezelfde Melanie kan zich nu dus de gelukkige moeder noemen van Mika Michel Willem Voskuilen, geboren op 9 juli 2003. Zoon van de trotse ouders Jos Voskuilen en Melanie Kroeze.
Nou Melanie, dát is een driedubbbele felicitatie waard! Toch? Monique en ik hebben er in ieder geval meteen een glas wijn op gedronken.

Het mag bovendien duidelijk zijn dat bovenstaande positieve berichten voor ons natuurlijk wél een extra stimulans zijn om verder te gaan met de Draaikolk!

Bert Vos


Wish You Were Here (2): En daar was Elout - opeens - zo maar, uit het niets.

Mirjana van Zeijderveld vertelt háár verhaal over het verlies van haar partner Elout door een auto-ongeluk en alles wat er daarna met haar gebeurde. Haar gevoelens, haar verdriet, haar eenzaamheid. We hebben haar verhaal de titel gegeven van de song van Pink Floyd waarmee Elout definitief afscheid nam van deze, van Mirjana's wereld: "Wish You Were Here". -Bert-

E
n daar was Elout - opeens, zo maar, uit het niets. Liggend in ons bed en totaal ontspannen. Mijn moeder belt en verbijsterd vertel ik haar dat Elout terug is. Er is ergens een vreselijke fout gemaakt. Zij vindt dat ik moet vragen aan deze jongen, of hij Elout wel is. Ik zie het kleine, malle vlekje op zijn neus - en herken meteen mijn maatje. Maar Elout ziet er niet zo uit, als ik hem de laatste keer aantrof, verwond en overleden. En dus vertel ik hem dat ik maar niet geloven kan, dat hij is teruggekomen. Elout reageert verbaasd op mijn verhaal over die ene, noodlottige avond, hoort mijn angst en ziet het verdriet dat ik had. Hij springt op, kleedt zich aan. "Ik ga wat doen," zegt hij als ik het trieste nieuws vertel dat hij niet meer bestaat.

Dit was de eerste, maar ook één van de vele, koude nachten waarin ik tevergeefs mijn liefste zocht. Er zouden er nog vele volgen en daarbij kwamen al die dagelijkse momenten van hem menen te herkennen, op straat, in de supermarkt, in een mensenmassa. De momenten dat ik in onze kledingkast zou staan, zijn geur opsnuivend uit kledingstukken. Zijn kussen, dekbed en alle andere tastbare bewijzen van zijn bestaan zou willen bewaren, uit angst om hem helemáál te verliezen. Toch…er was het besef van dóór te moeten gaan, door de rouw heen.

Drie weken na Elout's overlijden ben ik naar Londen gegaan om uit te rusten bij twee bejaarde vrienden van de familie. Als ik foto's zie uit die periode, dan is het net alsof ik het goed maak, alsof het prima met me gaat. Ik was een week eerder op de plek geweest - in het kader van wat ik 'keiharde confrontatie met de werkelijkheid' noemde. En nu liep ik door Londen, met een bloedend hart vól gemis, maar ook een opborrelend gevoel van woede en opstandigheid, zoals mijn rouwdagboek aantoont. Hoe kon ik in die week in Engeland zó verdrietig, woedend, genietend van stad en cultuur en ook vól bezinning en berusting zijn?
Ik was danig in de war door al mijn emoties en dat is een hele lange poos zo gebleven.

Ik kon maar niet vergeten: 8 ½ jaar samen met iemand zijn, is (leren) delen, concessies doen, rekenen op de ander. Nu opeens was ik alleen, mocht ik zelf gaan bepalen wat ik deed en hoe; of ik at, thuis was, de tuin omspitte (Elout deed onze tuin) of alles liet versloffen. Ik voelde enorme opluchting, want ik was toch niet in staat om voor mezelf, laat staan voor een ander te zorgen. Vrijheid (met een snik) en elke ochtend weer wakker en dát was zo zwaar

Met de last van eenzaam zijn

Nu terugkijkend zie ik, waarom het leven voor mij zo moeilijk was. Ik stond elke ochtend op met de enorme last van eenzaam te zijn - en met de gevoelens van berouw en schuld, ja, zelfs de diepongelukkige vragen of ik Elout wel gelukkig had gemaakt tijdens zijn korte leven, of hij niet beter af was geweest zonder mij. En altijd het "waarom" willen weten, elke dag weer; in alle kleine gebeurtenissen een reden willen zien; boeken verslinden over esoterie en praten met anderen, maar toch vooral stil op mezelf en met veel, heel veel drank.

Het was een kwelling om te moeten ervaren, hoe minuten uren werden. De uren werden dagen - ik wilde door mijn rouw heen de tijd onmerkbaar voorbij laten glijden, maar kon niet accepteren dat met elke week mijn Elout ook weer een week "verder" weg was. Ondanks mijn vermogen, om met veel (morbide) humor en een stukje kracht wat open te staan voor mijn vrienden en familie, deed elk stukje leven dat zij hadden met elkaar, mij pijn. Een verjaardag, de geboorte van een kindje, een trouwdag…Alle waren dit dagen, dat Elout er niet was en ik hem intens moest missen. En juist op 'onze' speciale dagen, zoals vrijdag de 13e, als ik van tevoren meende dat het gemis extra zwaar zou zijn, waren die gevoelens er niet. Kortom, de tijd deed wat hij wilde en ik - ik ging in de stroming mee en voelde dan weer alles, dan weer niets.

Rouwboek

Een eerste stap op weg naar erkenning van wat was en nooit meer zou zijn, werd het door mij gemaakte rouwboek - een trouwboekje en babyboek zouden uitblijven en naast de honderden foto's van Elout's leven, wilde ik een 'mooie' herinnering aan zijn einde. Met foto's van de plek, waar bloemen lagen, met de advertenties, rouwkaart en het bidprentje, de speeches en foto's van de familie, onze huisdieren en ook zijn opbaring in de kist, thuis, werd dit een heel persoonlijk boek, wat slechts weinigen in mochten zien. Een boek, dat met de nodige tranen en bibberende handen telkens weer door mij werd opengemaakt, totdat het steeds prettiger voelde om ermee samen te zijn. Totdat het zo maar opeens, op een dag in de tijd, in de kast bleef liggen en ik buiten was en blij kon zijn, omdat het ochtend was

Mirjana van Zeijderveld, e-mailadres: mirjanaz@zonnet.nl


Een hangmat en de filosofie van ons leven:
de wonderlijke stilte van onze eigen ,,tropische" hangplek

Hoe je verder over het jaar kunt denken: we hebben in 2003 een prachtzomer in Nederland! Wat dat betreft hadden we niet naar Zuid-Frankrijk hoeven te trekken voor een warme zomerzon. Ons huis in Ter Apel heeft eigenlijk alles te bieden om dat specifieke vakantiegevoel te krijgen: natuur in een ruime tuin, een mooi uitzicht op de landerijen en natuurlijk niet te vergeten: de ongelooflijke stilte van het prachtige Westerwoldse landschap.
Het is waar, we hebben geen zwembad in de tuin om daar, als het wat al te warm wordt, een koele duik in te nemen. Maar wat we wèl hebben is een hangmat.
Heel lang geleden deed ik daar altijd wat lacherig over omdat mijn eerste vrouw Janny noch ik er in die tijd zelden in slaagden om -als we een hangmat-eigenaar bezochten- in zo'n ding te blijven liggen. We duikelden er altijd ,,zo maar" uit.
Ik was dan ook nogal sceptisch toen Monique me maar weer eens niet zonder enige aarzeling vertelde dat ze twee hangmatten had, maar dat die ook ergens aan opgehangen moeten worden om te kunnen worden gebruikt. En de bomen die we in de tuin hebben staan zijn te ver van elkaar verwijderd om daarvoor dienst te kunnen doen.
Kortom, wilden we er gebruik van maken, dan moesten we in actie komen.

Handmade in Suriname

Dat Monique steeds wat terughoudend praatte over de hangmatten, had natuurlijk een reden, zoals alles wat we doen of niet doen, zeggen of niet zeggen een reden heeft. Ze had het me al eens verteld: de hangmatten waren ,,handmade in Suriname" en een geschenk van Eric's ouders. En voor zover ik weet nog nooit gebruikt.
Overigens was ik zelf ook wat aarzelend over de hangmatten. Misschien óók door teveel herinneringen. Want ik had voor het laatst in zo'n hangmat gelegen tijdens mijn eerste verjaardag na Janny's overlijden en na mijn darmkanker-operatie, nu alweer zo'n vijf jaar geleden. Ik was toen bij mijn oudste zoon en zijn gezin, waar ik mijn verjaardag vierde. Grotendeels liggend in de hangmat die ze voor mij in de schaduw tussen twee dikke bomen hadden gehangen. Die dag rolde ik er niet uit, maar bleef stil liggen. Luisterend naar het vrolijke woordengeklater van mijn barbecuende kinderen en kleinkinderen. Ik was nog moe van de bestralingen, van de operatie en vol verdriet over de dood van het allerliefste wat ik had. Ik lag daar maar wat en dacht toen niet zonder woede over wat mijn leven mij had gebracht. Zo nu en dan gelukkig onderbroken door mijn kleinzoon, die als een echte wildebras zijn luie opa wel eens uit die hangmat wilde rollen…

Niet zo lang geleden (vlak voor onze vakantie) waren we bij een grote zaak in vrije tijdsartikelen en zagen daar een prachtig ophangsysteem voor hangmatten… Inderdaad, we hebben er natuurlijk eentje gekocht. Om uit te proberen, zeiden we tegen elkaar, ook al hadden we toch wel onze twijfels. Want de hangmatten lagen ,,veilig weggeborgen" op de vliering en…
Vorige week hebben we man- en vrouwmoedig de expeditie ondernomen en hebben de dozen met hangmatten van de vliering gehaald, hebben het hangmat-ophangsysteem samen in elkaar gezet en een goede plek gezocht om te kunnen ,,hangen".
Gisteren heb ik - net als Monique dat eerder al deed - meer dan een uur op onze nieuwe hangplek doorgebracht. In die mooie, handgemaakte hangmat uit Suriname. Helemaal berekend op de soms hete tropische zon, waardoor je je helemaal beschaduwd en als een vlinder in een cocon in de mat kunt rollen.

Doezelend in de "tropische" tuin

Op dat moment gebeurde er iets bijzonders met me. Opeens was het alsof ik in Suriname was en de zon hoog aan de hemel stond. Ik doezelde wat weg, traag filosoferend over hoe fijn het leven wel kan zijn als je niets anders hoefde te doen dan te luisteren naar de stilte, hangend in de schaduw van je eigen ,,tropische" tuin. Ik dacht aan het land van Eric, Monique's overleden man en dacht aan het moment dat ik daar, met Monique aan mijn zijde, voet op de Surinaamse bodem zou zetten zoals we nog van plan zijn binnen afzienbare tijd te doen. Ik dacht aan de wonderlijke speling van het lot. Over hoe ik als journalist altijd zeer geïnteresseerd het land Suriname met haar geschiedenis had gevolgd ver voordat ik Monique leerde kennen. En over het noodlot dat ons, Monique en mij, bij elkaar bracht met daarbij een wel zeer directe link met Suriname. Ik dacht over ons, over ons leven, over de toekomst en wat die nog voor ons in petto zou kunnen hebben. Ik doezelde verder weg in die Surinaamse hangmat met een Surinaams landschap in gedachten, tropisch warm en vochtig, totdat onze ,,huismerel" overenthousiast aan zijn avondjubel begon en ik verwonderd over de rand van de hangmat de tuin inkeek.
Monique liep daar en plukte een bijna rijpe pruim van de zwaarbeladen boom. Het was een idyllisch plaatje als uit een romantisch boek. Ik zette mijn voet op de grond, zette me af en begon zachtjes te schommelen in de hangmat van ons leven.

Bert Vos

juli 2003


Vakantie, de eerste keer! "Ik geloof dat het vaak slecht weer was"

M
ei 2001 was een moeilijke maand. Mijn schoonvader die ruim 19 jaar bij ons had gewoond moesten we verhuizen naar een verzorgingshuis. Het ging niet langer thuis, de zorg werd te zwaar. Mijn man, Nanne, had het ouderlijk huis nooit verlaten, dus vooral voor hem was het zwaar. We waren druk met schoonmaken en inrichten geweest en op maandag 21 mei bracht ik mijn schoonvader weg. Toen Nanne die dag na zijn werk thuiskwam vertelde ik hem over de ontvangst in het verzorgingshuis ed. en gaf ik hem de vakantiefolder, die we al eerder bekeken en besproken hadden. "Regel jij dit nu maar eerst, "ik heb nu al het gevoel dat ik daar dan hard aan toe ben". Het betrof de herfstvakantie, die we altijd in een huisje of stacaravan doorbrachten. Dit was altijd mijn eerste keus, terwijl we in de zomervakantie altijd met een andere grote liefde van mijn man weggingen: de boot. Voor die herfstvakantie vroeg ik op mijn werk vrij aan en schreef daarbij: "de laatste vakantie voor ons hele gezin!!" (de oudste dochter Sascha van 16 ondernam al steeds vaker iets alleen of met vriendinnen). Nanne reserveerde een stacaravan in de Ardennen, in de buurt van La Roche. Heerlijk, alleen het idee al....!
Drie dagen later donderdag 24 mei overleed hij totaal onverwacht aan een hartstilstand.

"Ik geloof dat het vaak slecht weer was"

Die zomer zijn we doorgekomen, maar vraag me niet hoe. Koert, de middelste en 14 jaar, zei later eens: "ik geloof dat het vaak slecht weer was". Volgens mij was het best een goede zomer alleen was het koud in ons hart en ervaarden we die zomer als een slechte zomer. Op vakantie met de boot zat er niet in. Ik had de ambitie niet en Koert die heel goed kan varen mocht het wettelijk niet. De boot werd verkocht tot groot verdriet van de kinderen. Het onderhoud zou te moeilijk zijn en financieel konden we hem onmogelijk onderhouden.
We probeerden toe te leven naar de herfstvakantie. Dat die vakantie moeilijk zou worden was voorspelbaar want de verjaardag van Nanne en onze trouwdag vielen daarin.
We waren geen feestvierders en gingen daarom altijd een weekje met het gezin erop uit. Gaan we nu met ons viertjes naar de Ardennen of nemen we iemand mee?
Het was voor ons allemaal een goed idee om iemand mee te nemen zodat we min of meer gedwongen werden om toch vooral maar ook leuke dingen te gaan ondernemen. Wie?? Na veel wikken en wegen kwamen we uit bij een vriendin van Sascha, waar we allemaal dol op waren. Haar konden we wel 7 dagen 24 uur per dag om ons heen verdragen. Voor haar hoefden we onze emoties niet te verbergen en konden we onszelf zijn. Dat werd geregeld. Fijn.

Hoe komen wij in La Roche? Nanne reed altijd graag terwijl ik er dan met plezier naast zat. Hoewel ik al jaren mijn rijbewijs heb ben ik geen echte chauffeur. Ik rij best veel hier in de buurt maar de drukte van de randstad was voor mij al te moeilijk. Nu zouden we via Antwerpen naar ons vakantieadres moeten. Alleen de gedachte al bezorgde mij het klamme zweet. We hebben kennissen met een camper die in het weekend vaak grote afstanden afleggen. Ik heb hen gevraagd of ze (toevallig) dat weekeinde niet naar België wilden. Dat werd geregeld en ik hoefde alleen maar die camper te volgen en werd helemaal naar de plaats van bestemming gebracht. Fantastisch. Na een kopje koffie gingen deze kennissen hun eigen weg en was ik met 4 kinderen alleen op een vreemde camping in een vreemde omgeving.
Al lang van te voren hadden we bekeken wat er allemaal in de omgeving te zien was. Natuurlijk zouden we deze vakantie invullen zoals we altijd met papa deden.
's Avonds keken we de folders nog eens goed door en stippelden we een route uit. Dat ik vreselijk tegen het rijden opzag mochten de kinderen natuurlijk niet merken.

Verkeerde versnelling...

Zo gezegd zo gedaan. Na een redelijke nacht, een goed ontbijt en met een goed gevulde koelbox gingen we de eerste dag op pad. Naast mij zat Koert, met de route en een briefje met de nummers van de afslagen e.d. op schoot. Ondanks zijn leesprobleem heeft hij me geweldig geholpen. Eerlijk gezegd was ik hartstikke trots op mezelf toen we bij de eerste bestemming aankwamen. Onderweg had Koert wel regelmatig moeten zeggen dat ik in een verkeerde versnelling reed, maar dat is een kleinigheid. Waarom hoort zo'n knul van 14 jaar dat wel, maar ik niet? Ik had ontdekt dat als je je goed voorbereid op de route en rustig rijd dat zelfs ik kan rijden in een vreemde omgeving. Zo hebben we dat die hele week gedaan en de Ardennen is een rustige omgeving om in te rijden.

We bezochten die week heel wat grotten, musea, ruines en kerken. Dat de omgeving ook prachtig was heb ik eigenlijk niet zo gezien. Doordat ik zelf steeds moest rijden en me daar erg op moest concentreren zag ik weinig, terwijl ik dat juist vroeger zo leuk vond. Bij alle bezienswaardigheden zag ik allemaal volledige gezinnen die de indruk wekten ook allemaal heel gelukkig te zijn!!?? Regelmatig werd me dat teveel en dan stroomde het weer even. Iedere man had een vrouw en andersom. Terwijl ik daar zo liep met mijn kinderschaar bedacht ik wat die anderen zouden denken: "zeker weer een gescheiden vrouw die er met haar kinderen op uit wil". Het deed pijn maar we hielden vol. In musea moest ik nu voor twee man kijken. Iedereen kijkt vanuit zijn eigen referentiekader en Nanne zag altijd heel andere dingen dan ik, hij zag ook veel meer en wees ons dan op allerlei zaken. Ik had dat altijd prettig gevonden en leerde er veel van. Nanne snapte alles sneller dan ik en kon beter verbanden leggen. Wie moest nu alles aan de kinderen uitleggen? Dochter Sascha en haar vriendin, die konden alles zelf wel lezen, maar de jongens? Ik deed erg mijn best om, vooral in oorlogmusea, alles goed te lezen om het zo aan de jongens te kunnen vertellen. Wat miste ik Nanne op zulke momenten. Een bezoek aan een museum was nu niet alleen leuk, maar heel vermoeiend. Als we in een groot gebouw liepen bedacht ik wat Nanne hier van gevonden zou hebben. "Hoe hebben ze het in die tijd allemaal zo kunnen bouwen" zou hij gezegd hebben. Op elk moment miste ik zijn aanwezigheid, zijn kennis van zaken, zijn gezelligheid maar het meest nog zijn liefde.
Vakantie betekende voor ons ook een opbloei van de romantiek. Veel aandacht voor elkaar, veel knuffelen en vrijen. Niet dat dat buiten de vakanties om minder of slechter was, nee, beslist niet! Toch genoten we in de vakanties nog meer van elkaar, misschien ook onder invloed van een extra glaasje wijn?

Zeker weer zo'n gescheiden vrouw...

Als ik met de kinderen ergens naar toe liep lette ik veel te veel op ze. Ik zag te veel en mopperde ook vaak onterecht. Als ze een beetje liepen te duwen, of even buiten de stoep liepen zei ik al:"doe normaal" of "loop op de stoep". Het was alsof ik op elke slak zout legde. Onredelijk gewoon, gelukkig was ik me er wel van bewust en probeerde me in te houden. Als Nanne nog bij ons was geweest hadden we meer aandacht voor elkaar gehad en zou ik in elk geval minder gemopperd hebben. Ik had nu ook heel erg het gevoel dat ik alleen verantwoordelijk ben voor een goede opvoeding.
Die hele week waren we hartstikke druk en veel op pad, van 's morgens 9.30 uur tot ongeveer 17.00 uur. Tussen de middag aten we ergens op een bankje het vers gekochte brood met beleg en drinken. Wij zijn geen terrasbezoekers en geven het geld liever uit aan toegang tot bezienswaardigheden. Petra, de vriendin, paste zich fantastisch aan. Dat ging heel goed. De kinderen hadden samen best veel plezier, of deden alsof. Ze hebben toch nogal gelachen. Ik had een mooi span bij me waar ik best trots op was. De meiden kookten meestal samen de warme maaltijd terwijl ik met de jongens voor de afwas en het opruimen zorgden.
Deze vakantie hebben we niet zoveel foto's gemaakt als anders. Waarvoor maak je nu nog foto's? Gelukkig nog wel wat voor de kinderen maar voor mij hoefde dat niet meer. Met wie kijk ik later nog eens naar oude foto's? Dat is ook zoiets. Dat zulke dingen een hele andere betekenis krijgen kun je toch niet bedenken als je nog gewoon getrouwd bent. Alles, maar dan ook echt alles is anders en nergens is een handleiding. Je moet zelf met je kinderen het pad vinden.
's Avonds werden er in de caravan kruiswoordpuzzels opgelost en andere spelletjes gedaan. Ik moest regelmatig ontladen door een flinke huilbui, dan kwamen de spanningen van die dag eruit en concentreerde ik me alweer op de volgende dag.
De avond van onze trouwdag was erg emotioneel. Twee vriendinnen belden op het mobieltje. Tot op dat moment probeerde ik de herinneringen weg te duwen en me vooral maar bezig te houden. Door die telefoontjes moest ik wel praten over onze situatie en dan gaat het goed mis. Wat een ellende. Ach ja, we deden ons best en op zich lukte het ook wel maar het woord genieten bestond nog even niet. Dit was "doen", gewoon maar doorzwemmen, met de stroom mee en zorgen dat je boven blijft.

Uiteindelijk was ik blij dat we gegaan zijn. We kunnen het! Ik zag vreselijk op tegen de terugreis, want nu moest ik dat alleen doen zonder de begeleiding van een kennis in een camper. We zouden langs Luik moeten en het scheen daar altijd vreselijk druk te zijn. De ring van Antwerpen.......een ramp. We moesten terug dus er was geen keus. Luik ging prima, opnieuw mede door het feit dat we ons goed hadden voorbereid en in de buurt van Antwerpen werd ik bijna euforisch en riep overmoedig: "dit moest papa nou eens zien, mij op de ring van Antwerpen". Op dat moment reed ik een afslag voorbij. Paniek bij mij. Koert, mijn fantastische bijrijder loodste me heel rustig door een stuk van een voorstad en betrekkelijk snel hadden we de goede afslag te pakken.
Daarna waren we snel thuis. Ook dat is weer emotioneel, want hoewel je heel goed weet dat er niemand op je wacht wil je toch al je belevenissen delen. Eigenlijk maar met één persoon: Nanne. Die hele week heb je alleen opgetrokken met kinderen waar ik verantwoordelijk voor was. Dan verlang je ook naar een gesprek met een volwassene. Natuurlijk kwam er 's avonds bezoek die vol belangstelling luisterden en vervolgens kun je je weer bezighouden met de was en de hele zooi opruimen.
Omdat het toen nog maar vijf maanden na het overlijden was lag er ook weer een stapel post van diverse officiële instanties waar je dan weer depressief van wordt.
Voor mijn gevoel ben ik deze vakantie goed doorgekomen doordat ik toen nog veel energie van Nanne in me had.

Het woord ,,genieten" krijgt z'n oude betekenis terug

Het tweede jaar ben ik alleen met de jongens, toen 15 en 10 jaar, een midweekje naar de Veluwe geweest. Dat is ook heel goed gegaan, hoewel de initiatieven wel steeds van mij moesten komen. Als ik vroeg wat zij wilden kwam er weinig. Zij missen de vakantie-invulling van vroeger ook nog heel erg; varen en vissen met de boot door heel Nederland was toch altijd erg fijn.
Dit jaar wordt het nog weer moeilijker. Koert wil niet meer mee. Hij gaat liever werken bij een boer in de buurt en ik durf hem wel één nachtje alleen te laten maar niet meer. Joost, inmiddels 11, gaat een weekje op kamp. In die week ga ik twee dagen wandelen met een vriendin in Limburg, maar verder..............?
In de meivakantie heb ik voor het eerst in m'n leven één nachtje in een tentje geslapen. Samen met Joost die het heel spannend vond zo'n onderneming voor één nacht. Het was wel gezellig. Je bent nooit te oud om te leren en dus kun je op je 45e nog leren kamperen.
Mocht u zich afvragen waar dochter Sascha is gebleven. Zij was een jaar in Nieuw-Zeeland en komt binnenkort weer naar huis. De komende twee vakantiemaanden zal zij moeten gaan werken om straks tijdens haar studie wat zakgeld te hebben.
We proberen het goede vakantiegevoel te pakken te krijgen. Regelmatig merk ik aan mezelf dat het woord "genieten" weer de oude betekenis terugkrijgt. Het proces gaat moeizaam, maar we blijven volhouden.

Ingrid Winkel, e-mailadres: familiewinkel@hetnet.nl


"Is er nog een nieuwe relatie weggelegd voor een chronisch zieke lotgenoot/lotgenote?"
(2)
Reacties op bovenstaand onderwerp, dat verscheen in de editie mei/juni/juli 2003:

Beste Monique,

Als reactie op jouw stukje over “nieuwe relatie chronische zieke lotgenoot/lotgenote”, oftewel je tweede liefde en wat je verstand met deze gevoelskwestie te maken heeft, wil ik je zeggen dat ik het volledig met je eens ben wat betreft het feit dat liefde zich niet laat leiden door het gezond zijn van de persoon in kwestie. Verliefd worden op iemand of liefde voelen voor iemand, overkomt je. Als je, zoals jij en ik en vele anderen met ons, het verdriet hebt meegemaakt van het overlijden van je partner, hetzij plotseling, hetzij door een slopende ziekte, zoals in mijn geval, is de vraag of degene voor wie je, na verloop van tijd, weer iets bijzonders gaat voelen gezond is niet meer relevant. En ook niet of je dan eventueel nog weer eens dat verdriet van het verlies van een geliefde persoon moet meemaken. Dan is alleen van belang of die ander ook aan jouw gevoelens kan/wil beantwoorden en of je het samen nog een tijd lang fijn kunt hebben. Laten we eerlijk zijn, als je pakweg 50+ bent en als je iemand van die leeftijd of een veel ouder iemand tegenkomt voor wie je weer bepaalde gevoelens kunt koesteren, dan is het onwaarschijnlijk dat die persoon 100% gezond is. En natuurlijk kan jou ook van alles overkomen. In zo’n geval denk ik dat gezondheidsoverwegingen de laatste “vereisten” zijn waaraan hij/zij moet voldoen. Ik ben mij er heel goed van bewust dat er veel lotgenoten zullen zijn die het hier absoluut niet mee eens zijn, en zeker niet als het nog maar kort geleden is dat hun partner is overleden (voor mij is het ook nog maar “pas” 1,5 jaar geleden), maar ik zou zeggen: wacht maar af, totdat het je overkomt.

Anneke Bethe, e-mailadres: bethe@planet.nl

Hallo Monique,

Onvoorstelbaar, je vind een nieuwe liefde en dan denk je toch niet aan het weer moeten missen en verliezen van je hervonden geluk? En toch....
Toen ik Benno verloor heb ik tijdens wandelingen met vrienden zelfs gezegd dat ik geen nieuwe partner wilde want het verliezen is zo pijnlijk dit wilde ik nooit weer voelen. Via lotgenoten vond ik herkenning en kon zo mijn pijn een plaatsje geven en ik vond Adri. Ineens was er weer ruimte en waren er vlinders in mijn buik.

We waren gelukkig en toen Adri, vlak nadat we elkaar voor het eerst ontmoet hadden, dan ook niet genas van een griepje, wees nader onderzoek uit dat hij een nierziekte had. Een van zijn nieren was verschrompeld en de andere nier had nog maar een capaciteit van 80%. En dat terwijl hij niets gemerkt had van dit proces, dat al verschillende jaren gaande moest zijn. Nou, hij verloor zijn vrouw Tonnie, dus dan let je niet op de signalen die je eigen lijf je geeft.

Toen bekend werd dat Adri een nierziekte had vond hij het nodig mij te zeggen dat we maar niet verder moesten gaan met onze relatie (ik had immers al vele jaren een zieke man verzorgd). Maar zo werkt het niet met gevoelens. Ik kon en wilde Adri niet meer loslaten, ook al had hij een chronische ziekte. Ik hield met hart en ziel van deze man en ook al werd hij ziek dan lag het op mijn weg hem te verzorgen. Nee, voor mij was het geen probleem, maar Adri werd onzeker over zijn gezondheid want hij wist en voelde gewoon niet of het afbraakproces doorging. Adri is een perfecte patient. Neemt de medicijnen op de momenten dat ze nodig zijn en gaat gelukkig nu snel naar een arts. Hij is vaak bang dat hij mij gaat belasten met zijn ziekzijn. Toch voelt dit, voor mij, niet als een belasting. Nee, dit is samenleven. Ik wil weten wat hij voelt en vertel hem wat ik voel en mocht er een tijd komen dat zijn nieren meer problemen gaan geven dan kunnen we dit samen beter aan dan dat hij dat alleen moet doen.

En iedere dag zeggen we tegen elkaar hoe goed deze dag weer was en dit is de basis waarop we verder kunnen bouwen. Mocht een van ons wat overkomen dan kunnen we terugkijken op een fantastische tijd, extra geluk. En dit kan dan weer helpen verder te leven. Hopenlijk kan hij daar ook de kracht in vinden verder te kunnen als ik de eerste ben die vertrekt. Er is maar één zekerheid in het leven, en dat is dat je doodgaat. En daar willen we absoluut niet aan denken. We hebben het leven zo lief.

Liefs Gerdi Leussink, e-mailadres: gerdileussink@zonnet.nl

Bedankt voor jullie reactie's. Ik had het niet beter kunnen verwoorden. Hopelijk biedt dit diegenen die aarzelen of ze een nieuwe liefde al dan niet mogen belasten met hun ziekte een ander perspectief. -Monique-


Een rouwkaart in mijn brievenbus:

Zelfdoding, nog steeds een taboe-onderwerp

Soms overvalt het leven je, net als de dood. En andersom. De dood kwam kortgeleden weer eens in mijn leven in de vorm van een rouwkaart. Vroeger kon je dat nog duidelijk zien met die dikke zwarte rand en schrok je je al wild bij het oppakken van de post uit de brievenbus. Tegenwoordig zijn de kaarten en de bijbehorende enveloppe gelukkig wat subtieler met zo'n bijna niet zichtbare lichtgrijze rand. Maar toch. Op de één of andere manier herken je zo'n kaart toch.
Zo ook eind juli. Deze keer was ik er op voorbereid, omdat ik al had gehoord dat een oud-collega (en ooit een heel goede vriend) van mij een poging tot zelfdoding had gedaan en zwaargewond in het ziekenhuis vrijwel op sterven lag.
Die kaart was dan ook geen verrassing en zelfs die poging tot zelfdoding niet die uiteindelijk toch geslaagd bleek te zijn. Ik kende mijn vroegere vriend vrij goed en kende tevens zijn gedachten over zijn leven. Ik vertelde Monique, nadat hij voor het eerst met haar kennis had gemaakt, dat deze man vrijwel de helft van zijn leven zuchtend de dagen had geleefd. Hij was een sombere man die altijd maar weer aan zichzelf twijfelde ook al was daar naar mijn idee echt geen enkele reden voor. Integendeel: hij was naar mijn mening gelukkig getrouwd, zijn vier volwassen zoons eveneens en deze hadden bovendien een goede plek in de maatschappij gevonden.

De Bourgondiër

Maar ja: hij leed aan een vervelende, maar niet dodelijke kwaal en kon daar eigenlijk slecht mee omgaan. Bovendien dacht hij zelden in positieve kleuren. Alles was grijs, zwart-wit met hooguit wat bruine accenten. En toch, en toch was deze man niet alleen ooit mijn collega, maar ook een hoog gewaardeerde vriend.
Dat begon toen ik nog als jonge journalist aan mijn ,,carrière" begon, samen met mijn nu overleden vriend. De zestiger jaren. Een prima tijd, waarin veel kon.
Mijn collega-vriend stond in die tijd bekend als de Bourgondiër. Vrolijk, een opgewekte bier- en wijndrinker, altijd in voor een grap en altijd bereid te helpen als dat nodig was. En wat ook erg belangrijk was: hij was een begenadigd schrijver van prachtige stukken. Ik heb daar altijd van genoten.

Zuchtend door het leven

Ergens, halverwege zijn leven als journalist, is er iets fout gegaan in zijn leven. Hij kreeg zijn ziekte die erfelijk was en waaraan zijn vader volgens eigen zeggen was overleden en vertelde mij toen al dat hij ,,daarom" niet oud zou worden. Ik vond dat maar een rare redenatie, want zijn vader was dik in de zeventig toen hij overleed. Ik vertelde hem dan ook dat hij gewoon heel erg oud kon worden. Ik denk dat ik toen de eerste zucht uit z'n mond hoorde ontsnappen. ,,Ik haal dat echt niet", zei hij toen resoluut, ,,ik ga véél eerder dood".
Misschien is het toen allemaal wel begonnen. En heeft zich in zijn hoofd dat enge idee vastgeklampt dat hij een vroege dood zou sterven.
Wie vanaf dat moment echt stierf was de Bourgondiër die ik had gekend. Gebogen, zuchtend en eeuwig aan zichzelf twijfelend ging hij vanaf die tijd door het leven. Een voor mij onherkenbare man. Het had ook iets volslagen onbegrijpelijks als je hem, zoals ik, had gekend als de vrolijke bon vivant, die met heel veel vrolijkheid en knap observerend, bijvoorbeeld over zijn geliefde Vlaanderen kon schrijven.

Waarom?

Dat alles bedacht ik toen ik -niet zonder boosheid in mijn hart- aan zijn graf stond. Het graf van de man die mij tientallen jaren eerder had verzekerd dat hij niet oud zou worden en nu in volledige wanhoop en ontreddering een eind aan zijn leven had gemaakt, misschien wel om zijn eigen profetie in vervulling te laten gaan. Wie zal het zeggen?
Daaraan dacht ik toen ik samen met Monique na afloop van de begrafenis de vrouw van mijn overleden vriend de hand drukte en haar alle sterkte van de wereld wenste. Daar stond ze: we hadden er ineens een lotgenote bij. We begrepen best hoe moeilijk het allemaal voor haar was geweest en nog was. Want zelfdoding, dat is immers nog steeds een taboe-onderwerp? En als je er over praat komt steeds de vraag naar voren: waarom heeft hij het gedaan? Was hij niet gelukkig? En zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen dan?

Schuldgevoelens

Ik dacht ook niet zonder enig schuldgevoel aan de laatste keer dat ik hem (op zich al heel bijzonder voor hem) aan de telefoon had, vlak voor onze vakantie, en hij ons zo nadrukkelijk vroeg hoe het met me ging. Of ik het allemaal aankon. En ik heel enthousiast was over hoe fijn het op dat moment allemaal weer draaide in mijn leven. Hoe ik mijn zware operatie al bijna weer was ,,vergeten". Ik hoorde nog de zucht aan de andere kant van de lijn, maar tja, zuchten deed hij nu eenmaal altijd en... Achteraf denk ik dat hij misschien wat al te nadrukkelijk werd geconfronteerd met mijn optimisme en positieve overlevingsdrang terwijl hij misschien toen al in zijn depressieve gedachtengang het leven ondraaglijk begon te vinden. Ik dacht aan zoveel vragen die je blijft houden en die nu onbeantwoord zullen blijven.

Ik stond aan het graf van mijn oud-collega en vroegere vriend en voelde ineens een heftig gevoel van woede over wat hij had gedaan. Woede over het feit dat hij zo schijnbaar achteloos met het kostbare leven was omgesprongen terwijl anderen zich kapot vochten om maar te overleven. Woede was er in mij en onbegrip, maar ook tot mijn eigen verbazing: begrip. Ik had hem gekend zoals hij ooit was en ik had hem gekend zoals hij was gestorven: als een psychisch wrak, vol angst en vertwijfeling. Geknakt door het leven zoals hij zich dat in eigen, verwrongen beelden had gevormd. Een man die zijn minderwaardigheidscomplex optimaal had gecultiveerd en niet meer open stond voor welke positieve impuls ook. Een man die het leven eigenlijk als een voortdurende kwelling zag. Hij had daarom opnieuw een afspraak met de psychiater in september. Die afspraak heeft hij niet meer afgewacht.
Nog niet zo lang geleden had ik een forse depressieve inzinking. Ik weet wat er toen allemaal in mijn doldraaiende hoofd omging. Daarom is er ook (zij het een klein beetje) begrip voor wat mijn oud-collega (wat hij blijkbaar zag als de uiterste oplossing) heeft gedaan.

Taboe doorbreken

Toen we uren later naar huis reden dacht ik ineens aan onze lotgenoten die ook geconfronteerd werden met de zelfdoding van hun partner en er misschien niet of nauwelijks over konden of durfden praten. Dat misschien nog steeds niet kunnen of durven doen. En misschien zijn zij nog steeds boos over wat hun partner heeft gedaan. Omdat zij misschien nooit, in tegenstelling tot mijn oud-collega, signalen hebben afgegeven die hen hadden kunnen waarschuwen. Of misschien zijn ze nog steeds vol schuldgevoelens omdat ze het niet hebben kunnen voorkomen. Ik heb in het verleden vaak op het punt gestaan om hierover te schrijven, maar kon dat niet omdat ik me -dacht ik toen - niet voldoende zou kunnen inleven. Dat gevoel heb ik nu niet meer. Integendeel.
Vandaar dat ik nu dit stuk heb geschreven. En ik hoop dat er lotgenoten zijn die dat nu ook willen doen, om andere lotgenoten weer te helpen. Om een einde te maken aan het etiket ,,taboe" dat wij blijkbaar op het begrip zelfdoding hebben geplakt.

29 juli 2003 - Bert Vos



Rouwgedichten, gedichten over leven en dood, van Bert Vos

Ochtendnevel

Nevelflarden verdwijnen
in de zon die boven de bergen stijgt
Silhouetten van vogels
in de ochtendnevel
Hun ontwaken
verbreekt de stilte
van de stervende nacht

Ik luister naar de vogels
en kijk naar haar
terwijl de slaap haar nog regeert

En voel de liefde

Frontignan, 4 juni 2003

*

Eenzaam

De meeuw is alleen
net als de zee
Haar schreeuw is
de schreeuw om
gehoord te worden
Het antwoord is
het verre ruisen van
de branding

Frontignan, 4 juni 2003

*

Verloren vriend

Gisteren stond ik aan zijn graf
en dacht aan alles wat verdwijnt
aan wat hij ooit aan het leven gaf
voordat de machteloosheid kwam
en hij zijn eigen leven nam

Ik dacht aan alle mooie dingen
die hij ooit zo vol emoties schreef
totdat hij voorgoed die kunst verloor
en zich afvroeg, telkens weer:
waarom ga ik nog steeds door,
wat is er nog waarvoor ik leef?

Ik verloor mijn vriend al eerder
dan gisteren aan zijn graf
Ik weet dat nog zo goed:
dat ene moment dat ik hem
niet langer een antwoord op zijn
steeds maar weer geuite twijfels gaf

Ik zie nog steeds die trieste blik
die ogen vol met machteloos verdriet
Gisteren stond ik aan zijn graf
en dacht aan alles wat verdwijnt
aan alles wat hij ooit zijn eigen
ondanks alles toch wel mooie wereld gaf

Hij had zo weinig om voor te sterven
en zo ontzettend veel om voor te leven
Mijn aardige, verloren vriend, die ik gisteren
voorgoed verloor

29 juli 2003


,,Wat heerlijk dat je weer blij bent mamma"

Mijn naam is Marjan en tweeënhalf jaar geleden heb ik een mail gestuurd naar de Draaikolk nadat mijn man en allerliefste vader voor onze kinderen in september 2000 overleed aan een hartstilstand. In het kerstnummer van de Libelle van het jaar 2000 las ik een interview met Bert en dat was reden om te reageren en om eventueel op zoek te gaan naar lotgenoten. Maar wat misschien wel het allerbelangrijkste voor mij was, om mijn grote verdriet op papier te zetten en om verhalen van " lotgenoten " te kunnen lezen, want dat helpt !
Ook al ken je elkaars leven en achtergronden niet toch voel je je gesteund en gedragen door de verhalen van andere mensen die net als jij zo'n tomeloos verdriet met zich meedragen.

Nu in juni, de zomer van 2003, ziet mijn leven er heel anders uit dan toen in de donkere wintermaanden van 2000. Nog geen vijf maanden nadat mijn man was overleden heb ik mijn huidige man Henk leren kennen. Dit was tijdens een strandwandeling die was georganiseerd door de serviceclub waar mijn man lid van was, voor mij was het de eerste keer dat ik weer iets ondernam met vrienden na het overlijden van mijn man.
Daar was ook Henk, lid van deze serviceclub. Ik had hem wel eens eerder gezien en gesproken op feestjes en bijeenkomsten, maar echt goed kennen deed ik hem niet. Henk heeft zeven maanden voor het overlijden van mijn man zijn vrouw ook verloren. Wij hebben tijdens de wandeling samen een stukje opgelopen langs de vloedlijn en wat we meteen gemeen hadden was de herkenning: hoe het is om alleen te staan, hoe het is om je puberkinderen te zien worstelen met hun grote verdriet en hoe machteloos je jezelf vaak voelt, de eenzaamheid met name 's avonds en 's nachts, alle dingen die zo herkenbaar zijn als je zo'n groot verdriet te dragen hebt.
Het was werkelijk heerlijk, er was ineens een lotgenoot met wie ik echt kon praten. Na de wandeling hebben we met alle vrienden nog koffie gedronken in een strandtent en voor het eerst in maanden had ik het gevoel dat ik iets had gedaan wat fijn voor mij was geweest.
Ook hebben wij toen onze e-mailadressen uitgewisseld aan elkaar...

Na vijf maanden vlinders in je buik

Een week later ontving ik een mailtje van Henk die mij vertelde hoe het hem de afgelopen week was vergaan en graag mailde ik hem terug.
Na een aantal weken gemaild te hebben, zijn we samen een flinke wandeling gaan maken in de polder en nog een keer en nog een keer, we hebben wat afgewandeld met z'n tweeën en toen begon ik vlinders in mijn buik te voelen en dat gaf enorme verwarring !
Moet je je voorstellen vijf maanden nadat je je allerliefste verloren bent, vlinders in je buik. Het is iets waar je niet mee bezig bent, je bent niet op zoek naar een andere partner, je bent nog lang niet klaar met verwerken, ik was daar nog maar net mee begonnen.
Het overkomt je, echt waar, net als al dat vreselijke je overkomen is.
Een aantal weken heb ik enorm lopen worstelen met mijn gevoelens; mag dit wel? kan dit wel ?
Maanden was ik aan het overleven geweest, ik had mezelf een doel gesteld, ik zou onze jongens alleen gaan grootbrengen, hoe wist ik nog niet, maar dat ging ik wel doen en dat was mijn doel.
En dan ineens zulke heftige gevoelens voor een "andere " man.

Ik kreeg vrede met mijn gevoelens toen ik mezelf op een nacht realiseerde dat als alles je wordt afgenomen dat dat een situatie is waar je je bij neer moet leggen.
Je hebt het maar te doen met wat je overkomt, het is niet anders, geen keus dat is een voldongen feit.
Maar wanneer er dan op je levenspad iemand voorbijkomt die dat grote verdriet met jou wil delen en je weer nieuwe levensvreugde wil bieden dan mag je dat aannemen, nee sterker nog dan moet je dat koesteren.

Wat mij ook zeker in de beginperiode van onze verliefdheid op de been hield was de gedachte: vandaag ben ik gelukkig en morgen...morgen zie ik wel, als je van het ene op het andere uur je partner verliest wordt tijd heel relatief dan denk je alleen maar in dagen..want niemand weet toch hoe het leven er morgen uitziet. Ook wilde ik absoluut niet nadenken over de consequenties van onze liefde, die waren voor mij op dat moment niet te overzien.
Ik heb vier kinderen, Henk twee kinderen, dat zijn er dus zes variërend van 22 tot 13 jaar. Het is natuurlijk ook een heel ander begin dan eens heel lang geleden, als twee mensen elkaar ontmoeten en samen aan een toekomst beginnen, in plaats van met z'n achten!

,,Wat heerlijk dat je weer blij bent, mamma"

Vanaf het begin van onze relatie hebben we geprobeerd zo open en eerlijk mogelijk tegen de kinderen te zijn, over onze ontmoeting op het strand, de mailtjes en onze wandelingen in de polder.
En toen het voor ons eenmaal duidelijk was dat we echt dol op elkaar waren hebben we ook dat meteen aan de kinderen verteld. We kregen van hun reacties die varieerden van: "als jij nou ook doodgaat en je ziet pappa weer, wat ga je dan tegen hem zeggen", tot: "gedver, hebben jullie ook gezoend ?"
Maar gelukkig was er ook een kind dat zei: "Wat heerlijk dat je weer blij bent, mamma" .

Eigenlijk hebben de kinderen er geen moeite mee gehad. Vier maanden na onze eerste ontmoeting woonden we met z'n allen in één huis, wij waren en zijn zo ongelofelijk blij met elkaar, dat geeft enorm veel positieve energie. Die positieve energie hebben ook onze kinderen feilloos opgepikt. Ook zij zijn blij, blij met elkaar, blij met ons en blij voor ons.
Henk en ik hebben zelfs allebei een adoptiekind uit het zelfde land, ze hebben ook dezelfde leeftijd (beide 17 jaar). Dat schept een enorme band. Je zal er een broer/zus bij krijgen die dezelfde voorgeschiedenis heeft als jij...!
Inmiddels zijn wij getrouwd en met z'n allen verhuisd naar een huis wat echt van ons allen is, met wederzijdse spullen en herinneringen. Behalve de oudste twee kinderen die studeren en wonen op zichzelf.
Het is een huis met een eigen plekje voor iedereen, een huis waar respect is voor elkaars gevoelens, een huis waar iedere avond kaarsjes worden gebrand bij de foto's van onze geliefden, een echt thuis voor ons gezin, want dat zijn we inmiddels: een hecht gezin waar veel liefde woont.

Ik hoop niet dat ik de indruk heb gewekt dat al dat verdriet vergeten was vanaf het moment dat wij elkaar ontmoet hebben. Natuurlijk is dat niet zo, het verdriet om je overleden partner blijft, het hoort bij je en is onderdeel van je persoonlijkheid.
De liefde voor je overleden partner neem je mee ook in je nieuwe relatie, die liefde blijft voor altijd in je hart wonen zolang je leeft.
Niemand kan je overleden partner vervangen, het is een compleet nieuwe liefde.
Niemand kan een nieuwe pappa of mamma zijn voor kinderen, maar wat wel kan dat is een grote waardevolle rol gaan vervullen in het leven van het kind als vriend of vriendin.

Je bent enorm bevoorrecht als je iemand ontmoet met wie je je verdriet kunt delen, met wie je samen bloemetjes op het graf gaat brengen, waar je bij kan huilen als je een nare droom hebt gehad, of om een liedje wat herinneringen bij je oproept.
Waar je aan kunt vertellen hoe erg je het vindt voor die ander dat die overleden is, dat hij/zij er niet meer is om te genieten van de eerste lentedag met een schraal zonnetje, van een kind wat zo enorm lang aan het worden is omdat hij aan z'n groeispurt is begonnen, de eerste sneeuwklokjes in de tuin of noem het maar op. Het zit in honderden dingen.
Natuurlijk zullen mensen die hun partner pas verloren hebben zich misschien niet kunnen voorstellen dat er weer een dag zal kunnen komen waarop je weer iets van geluk kan gaan voelen.
En ik wil met mijn verhaal niet de indruk wekken dat dit de manier is om weer gelukkig te worden, absoluut niet.
Wat ik wel hoop is dat in dit verhaal duidelijk is geworden dat je wel open mag staan voor geluk en fijne dingen, dat je mag genieten.
Dat er geen tijd voor staat, voor de een duurt het misschien wel jaren voor je weer ergens van kan genieten, voor een ander is dat misschien nog geen half jaar en ook dat is goed.

Voel je nooit schuldig !
Ik hoop oprecht voor alle mensen die op dit moment intens verdrietig zijn, dat ze de kracht kunnen vinden om hun verdriet te dragen.

Marjan Kloet, e-mailadres: h.w.kloet@planet.nl


Boekbespreking:

Jean Pierre Rawie - ,,Wij volgen een voor een hetzelfde pad" de mooiste rouwgedichten van een onnavolgbare dichter uit Groningen

In een grijs verleden behoorde ik tot het bestuur van de culturele raad in het dorp waar ik toen woonde en werkte. Omdat een culturele raad tot taak heeft de cultuur in het dorp te bevorderen organiseerden wij regelmatig allerlei kunstzinnige, culturele activiteiten variërend van kunstmarkt tot poëzieavond. En zo kon het gebeuren dat ik op een mooie avond oog in oog stond met een baardige en besnorde dichter in een mooi pak. Dat was voor het dichtkunstminnend, in het algemeen tamelijk liberaal stemmende publiek in ons dorp een aangename verrassing, want wat ze ook hadden verwacht, in ieder geval géén dichter in mooi pak. Ook ik was verrast omdat ik zelf zelden in pak gekleed ging en mijn baard zeker niet zo gesoigneerd was als die van Jean Paul Rawie, de man die we hadden gecontracteerd voor die gedenkwaardige avond.
Jean Paul Rawie, een in die tijd nog tamelijk onbekende dichter, woonachtig in de stad Groningen, die mooie gedichten maakte over de liefde en de dood. Een man ook die er in de stad om bekend stond dat hij graag een borrel lustte, wat, naar ik me meen te herinneren, bijna z'n dood betekende. Die Jean Paul Rawie dus wist die ene avond mij volledig voor zich in te nemen. Met een prachtige stem, vaak vol onderhuidse of openlijke ironie, droeg hij zijn gedichten voor. Gedichten waarin wel wat vaak de uitzichtloosheid en het ogenschijnlijk zinloze van deze barre boze wereld in prachtige zinnen werd verwoord, maar die mij desondanks ook toen al in hoge mate wisten te ontroeren.
In die tijd was ik nog relatief jong en had ,,dus" nog een heel leven voor me, dacht ik, vol plezier zonder al te veel somberte. Ik kon dus ook niet bevroeden wat mij allemaal nog te wachten stond en zeker niet dat die prachtige gedichten die ik toen hoorde later zo veelvuldig zouden worden geciteerd tijdens begrafenissen en crematies of -zonder bronvermelding- een geheel eigen leven zouden gaan leven in tal van rouwadvertenties. Ik zou zeker niet hebben kunnen bedenken dat met name de rouwgedichten van Rawie zo wonderwel in mijn leven gingen passen.
Maar het verbaasde me later niet echt. Later, toen ik zelf de ,,somberte des levens" in alle hevigheid had ervaren en de rouwgedichten van Jean Paul Rawie ineens met heel andere ogen las dan toen ik ze voor het eerst hoorde uit de mond van de dichter zelf.

,,Wat is geworden van wat ons
te doen stond en voor ogen zweefde?
Het meeste was vergeefs; aanstonds
zijn wij vergeten dat wij leefden"
*
Aanstonds krijgt elk zijn eigen kist
en wordt verbrand of wordt begraven,
en alles wordt weer uitgewist
waar wij hartstochtelijk om gaven."

(Gedeelte uit het gedicht ,,Nawoord" uit de bundel ,,Wij volgen een voor een hetzelfde pad" van Jean Pierre Rawie.)

Ter gelegenheid van Boekenweek 2003 verscheen een bloemlezing van zijn rouwgedichten, door hemzelf uitgekozen uit z'n omvangrijke oeuvre. ,,Wij volgen een voor een hetzelfde pad" is de titel en het werd uitgegeven bij Bert Bakker. Omdat ik toen spijtig genoeg niet echt in de gelegenheid was om dit fijne bundeltje te bespreken, krijgt het nu pas een plaats in onze boekenrubriek. Om te lezen en te herlezen en om je te verwonderen over de kracht die in al z'n ogenschijnlijke eenvoud in de zinnen ligt besloten.

Bert Vos

Jean Pierre Rawie: ,,Wij volgen een voor een hetzelfde pad" de mooiste rouwgedichten. Door de dichter gekozen uit zijn eerder verschenen bundels. Uitgave: Bert Bakker, Amsterdam 2003. ISBN 90 351 2491 X


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren