Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


5e jaargang nummer 6 - mei/juni/juli (zomer) 2003


Hoofdredactioneel: Vakantie: de eerste keer

Op het moment dat jullie dit lezen zijn we begonnen aan een lange vakantie van minimaal twee maanden. Dat betekent in de praktijk dat deze editie pas hartje zomer zal kunnen worden vernieuwd en dan zijn wellicht veel lotgenoten zelf aan een vakantie begonnen. We hopen tenminste van harte dat jullie ondanks alles in staat zullen zijn om aan een vakantie te willen denken. Voor velen zal het mogelijk de eerste keer zijn na het overlijden van hun partner en ik weet uit eigen ervaring hoe moeilijk dat zal zijn. Toen ik er zelf aan begon, een paar maanden na het overlijden van Janny (alleen in de auto, met daarachter onze kleine caravan) had ik eigenlijk geen flauw idee wat het voor me zou gaan betekenen. Maar één ding wist ik zeker: m'n hele leven lang hadden we onze vakanties in het buitenland doorgebracht en ik wilde kost wat het kost die traditie in ere blijven houden. Ik verplaatste in feite de eenzaamheid van mijn huis naar de leegte in de caravan, terwijl ik elke dag omgeven was door vakantievierende echtparen.

Dat zijn pijnlijke ervaringen, ik weet het. Ook jullie zullen dat ongetwijfeld meemaken of al meegemaakt hebben. Zoals je vast op zo'n moment wel zult hebben gewenst nooit aan die vakantie te zijn begonnen, net als ik. Mijn zoons keken daar eerst wel wat argwanend naar. Zo van: als dat maar goed gaat. En gelukkig kon ik ze elke dag in de beslotenheid van mijn caravan bellen dankzij de zegeningen van het mobieltje.
En ondanks alle eenzaamheid, al het verdriet dat ik alleen moest verwerken, heb ik er achteraf geen spijt van gehad dat ik het heb gedaan. Het maakte de vakanties in de daarop volgende jaren een klein beetje minder moeilijk. En ja: ook in de jaren daarna heb ik mijn vakantie in het buitenland doorgebracht. Als vanzelfsprekend. Het tweede jaar was ik wel zo verstandig om dat samen met m'n oudste zoon te doen die ik al een tijdje eerder een paar weken vakantie in Berlijn had aangeboden en in het derde jaar na het overlijden van Janny ontmoette ik in februari Monique, die enkele maanden later al met mij de caravan deelde tijdens de vijf weken die we toen in Zuid Frankrijk doorbrachten.
De rest is geschiedenis en nu lijkt het alsof we nooit anders dan dit samen hebben gedaan. Dat klinkt, alsof we onze overleden partners ineens zijn vergeten, maar dat is natuurlijk niet zo. Ook al zou je dat soms wel wensen als ergens tijdens zo'n vakantie de pijn van de herinnering even te groot is geworden. Janny en ik waren hartstochtelijke liefhebbers van Frankrijk en ook al hebben we ook door een groot deel van de rest van Europa rond gezworven, Frankrijk bleef voor ons nummer 1. Ik vond het dan ook eigenlijk vanzelfsprekend dat Monique en ik ook in Frankrijk onze vakantie zouden doorbrengen. Ondanks het feit dat dit legio dierbare herinneringen aan dito plekjes opleverden. Dat was natuurlijk wat al te solistisch gedacht van mij, maar Monique wilde mijn liefde voor Frankrijk gelukkig graag (leren) delen, ook al had ze toch zo nu en dan haar twijfels over de pijn van toen die m'n hart nog wel eens beroerde. Twee jaar geleden besloten we dan ook om maar eens naar Spanje te gaan.
Maar Spanje is Frankrijk niet, zeker niet op kampeergebied. Monique gaf dat grif toe na ons Spaans kampeeravontuur. En dus…

En dus zijn we nu weer in Frankrijk te vinden. En zal ik opnieuw ongetwijfeld weer plekjes tegenkomen waar ik dierbare herinneringen aan heb. Daarom probeer ik zoveel mogelijk naar maagdelijke streken te zoeken. Plaatsen waar ook ik voor de eerste keer kom.
Monique en ik hopen van harte dat het jullie ook zal lukken om je geest vrij te maken voor een vakantiezon, waar dan ook. Soms hebben we zo'n warme zon even nodig om het verdriet in ons hart even te kunnen ontworstelen.

Bert Vos - hoofdredactie


"Is er nog een nieuwe relatie weggelegd voor een chronisch zieke lotgenoot/lotgenote?"

B
ij mijn volle verstand (anderen zullen daar mogelijk anders over denken) ben ik opnieuw in het huwelijksbootje gestapt met mijn tweede liefde, Bert. Wat mijn verstand met deze gevoelskwestie te maken heeft? Nou, door deze stap is de kans statistisch gezien groot dat ik voor een tweede keer weduwe zal worden. In het licht van ons leeftijdsverschil, maar ook omdat Bert al vóór onze eerste ontmoeting getroffen was door kanker en hier onlangs opnieuw door werd overvallen. Ik wist dus waaraan ik begon, wil ik maar zeggen.

Maar statistieken zijn niet meer dan dat: statistieken. Het leven trekt z'n eigen plan en ik heb niet de illusie dat ik daar enige invloed van belang op kan uitoefenen. Want ondanks dat mijn eerste liefde jonger was en in blakende gezondheid verkeerde op het moment dat hij verongelukte, Eric leeft niet meer en Bert wel… Daarom heb ik mezelf - en niet in de laatste plaats Bert - keer op keer voorgehouden dat ook míj iets kan overkomen. En geloof me, ik ben beslist niet een dergelijk iemand die denkt dat het mij geen tweede keer zal overkomen. Zelf vind ik dit een realistisch - en daardoor voor mijzelf bevrijdend - inzicht en het heeft mij hernieuwd geluk gebracht. Ik heb mij door deze factoren niet laten beïnvloeden maar heb gekozen voor de liefde. En - als het dan niet anders kan - prefereer ik kwaliteit boven kwantiteit van leven. Bekeek ik voorheen overlijdensadvertenties waaruit bleek dat de overledene reeds eerder weduwe of weduwnaar was geweest met gevoelens van afschuw, nu denk ik met een glimlach: die persoon heeft tenminste optimaal genoten van wat het leven te bieden heeft. Die persoon heeft net als ik de kans aangegrepen om opnieuw lief te hebben!

Uit reacties van lotgenoten is mij gebleken dat ik in deze opvatting beslist niet alleen sta. Dat neemt niet weg dat ik mij ervan bewust ben en er begrip voor heb dat er lotgenoten zijn die eveneens hunkeren naar liefde, maar geen nieuwe relatie durven aanknopen omdat zíj nu juist degene zijn met die chronische ziekte. Vaak weten ze uit ervaring hoeveel pijn het doet om je partner te zien lijden en hoe zwaar de lijdensweg van een ziekbed is. Dat willen zij nu juist een ander niet aandoen. Dat het je tijdens een relatie overkomt is nog tot daar aan toe, maar mag je dit iemand willens en wetens op voorhand aandoen? En kun je met die wetenschap nog wel onbevangen met iemand uitgaan. Moet je bijvoorbeeld bij een eerste ontmoeting al meteen vertellen wat je scheelt en daarmee een voortijdig einde riskeren of vertel je dit pas later met het risico dat later te laat kan zijn. Of: begin je er niet eens meer aan?

Omdat wij weten dat sommigen hiermee worstelen, willen wij ook dit aspect van rouwverwerking bespreekbaar maken. Niet omdat wij pasklare antwoorden verwachten, maar al was het alleen maar omdat het kan opluchten om erover te praten. Een stukje herkenning en erkenning zullen we maar zeggen. Wij zien uit naar jullie reacties.

Monique Vos


De vlinders van ons leven

I
n de afgelopen zeer zonnige maand maart behoorde ik ineens tot de duizenden Nederlanders die de warmte van de lentezon niet elke dag op de huid voelde schijnen en dan het liefst onder het dekbed zouden zijn gekropen met de slaapkamergordijnen dicht. Het ging dus ineens niet goed met me en ik werd overvallen door blijkbaar niet te voorkomen aanvallen van zeer depressieve buien. Mijn leven was zwaar kloten, vond ik. Achteraf had ik medelijden met Monique die de voortdurende tranenvloed al troostend over zich heen voelde komen en eigenlijk ook niet meer kon doen dan er gewoon voor mij te zijn. Ik weet het, juist dát is een zaligheid die veel lotgenoten niet hebben, maar ik was blij dat ik op die afschuwelijke momenten niet alleen was met mijn verdriet.

Gelukkig werden de aanvallen van depressie afgewisseld door ,,goede dagen", dat wil zeggen dagen dat ik vol euforie door het leven ging en er heilig van overtuigd was dat ik vanaf dat moment de hele wereld weer aankon. Lotgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt of nog meemaken, weten best dat dit een akelig grapje is, waarmee je geest je voor de gek houdt. Maar toch, Monique en ik waren desondanks best blij met zulke goeie dagen. Die gebruikten we om leuke dingen te doen. Een middagje winkelen, een mooie boswandeling of… een bezoek aan de dierentuin.

We wonen vlakbij Emmen en die heeft een prachtige dierentuin, zoals iedereen behoort te weten. En omdat we regelmatig in Emmen komen leek het ons een goed idee om alle seizoenen ook in het prachtige Noorder Dierenpark mee te maken en we namen daarom een abonnement. Nu is de lente natuurlijk een mooi dierenpark-seizoen met al dat jonge leven. Zoals de kleine nijlpaardjes, de nog onbeholpen girafjes of de zich aan de vacht van de moeder vastklemmende aapjes. Monique en ik genoten al wandelend van al dat jonge leven en het jonge groen.

En toen kwam de vlindertuin. Aanvankelijk wilden we dit onderdeel uitstellen tot een andere, minder zonnige, dag, maar aangezien het vlakbij de uitgang lag besloten we op de valreep als in een trance er toch nog even naar binnen te gaan. Ik had eigenlijk geen idee wat ik kon verwachten en Monique zweeg. Dat had me natuurlijk te denken moeten geven. Toen we binnenkwamen werd ik overvallen door de tropische hitte. En de honderden vrolijk fladderende vlinders in allerlei kleuren. Mijn ogen verslonden de kleurenpracht. Genoten van de schoonheid ervan. Zagen verrukt hoe de vlinders door het tropisch groen fladderden, van varen naar varen.

Ik voelde de vibraties op het ritme van de vlinders door mijn lichaam gaan en opeens was het alsof de lucht in wazige vlekken trilde. De vlinders werden gekleurde strepen, die de met tropisch warmte bezwangerde lucht met kleurenvegen vulden. Ik voelde de emotie bezit van me nemen met een enorme intensiteit. Ik wankelde en moest gaan zitten. De lucht bleef trillen en de vlekken bleven. Ik worstelde tegen mijn tranen. Ik vertelde Monique wat ik zag en voelde. Ze knikte en trok me haast mee naar buiten.
Buiten in de lentezon duurde het even voordat mijn ogen weer alles in het juiste perspectief zagen.
En later, pas uren later, drong het tot me door wat er was gebeurd. Omdat Monique het me voorzichtig probeerde uit te leggen.
Ik huilde in de beschutting van ons huis over het verdriet van de vlinders waarin ik opeens de engeltjes van Janny had gezien, de kristallen engeltjes waar ze voor haar dood zo lang naar had gezocht en niet had kunnen vinden. De vlinders die me deden denken aan dat laatste vakantiejaar in Bourgondië, waar ze tijdens onze wandelingen foto's probeerde te maken van de vlindertjes die langs ons pad van bramenbloesem naar bramenbloesem vlogen. Foto's, die achteraf eigenlijk allemaal mislukt bleken te zijn omdat de vlinders sneller waren dan de sluiter van de camera.

En dan waren er ook nog de varens. Ik had waarschijnlijk ook het verdriet gevoeld waarmee Monique deze tropische wereld in zich op had genomen. Haar Eric was immers opgegroeid in tropisch Suriname en gek op varens en -net als ik- op vlinders… Later vertelde ze me bovendien dat zij en Eric hier al eerder samen waren geweest.

Misschien dat we de eerstvolgende keer nog even de vlindertuin zullen mijden. Maar we weten zeker dat er een moment komt dat we hand in hand naar binnen gaan en volop zullen genieten van de tropische kleurenpracht, door glazen koepels vastgehouden onder de Drentse hemel.

Bert Vos - maart 2003


Mirjana van Zeijderveld stuurde ons het eerste deel van háár verhaal over het verlies van haar partner Elout door een auto-ongeluk en alles wat er daarna met haar gebeurde. Haar gevoelens, haar verdriet, haar eenzaamheid. We hebben haar verhaal de titel gegeven van de song van Pink Floyd waarmee Elout definitief afscheid nam van deze, van Mirjana's wereld: "Wish You Were Here".
-Bert-

Wish You Were Here (1) -"Ik wil even met je praten."

"Ik wil even met je praten."
Zo begon het laatste, lange gesprek dat ik met mijn partner Elout mocht hebben. Zondag 18 februari 2001 was een mooie dag die een gezellig weekend afsloot en een nieuwe, drukke week van werk en studie aankondigde. We wilden nog even wat tijd samen doorbrengen, in alle rust. Echter, wat er gebeurde die middag is iets, wat me altijd zal verbazen. Wat begon als een gesprek over studie en werk, huishouden en kleine plannetjes, veranderde al gauw in een kritische, maar warme terugblik op 8 ½ jaar samenzijn. De moeilijke momenten die we samen overwonnen (het overlijden van zijn moeder, de scheiding van mijn ouders), onze mooie plannen (reizen, afstuderen, een nieuw huisje en trouwen op onze geluksdag, vrijdag de 13e, in 2002) en de liefde en het vertrouwen die we deelden. Ik zat op zijn schoot, keek hem recht in zijn lieve ogen en hij zei: "Voel je het? Die warme band?" Zó voelbaar. Zo wonderlijk.
Ik heb Elout woensdagochtend de 21e voor het laatst gezien. Hij stond in de achtertuin en ik stond in de deuropening naar hem te kijken, heel intens. Ik wist nog niet dat ik hem voor het laatst zou zien.
Donderdag 22 februari 2001 hoefde ik niet te werken. Ik had mooie tulpen, kleine gekleurde kaarsjes en een leuk stripboek voor Elout gekocht. Ik had zin om hem mijn aankopen te laten zien en had ons huisje gezellig gemaakt. Elout zou die middag na zijn stagegesprek bij Corus in IJmuiden met mijn opa naar oma in het ziekenhuis gaan. Ik had laten weten dat ik niet mee zou gaan, omdat ik zo besmettelijk verkouden was. Om 18:15 uur kreeg ik een telefoontje van Elout, dat hij later wegging van zijn stageadres. Ietwat geïrriteerd zei ik nog, dat hij wel moest voortmaken in verband met de bezoektijden. Toen ik ophing, dacht ik nog schouderophalend in de keuken: "Ach, ik hoop dat hij zich niet gaat haasten, morgen kunnen ze ook naar het ziekenhuis. Dat komt niet op een dag aan." Hoeveel onterechte spijt heb ik gehad van mijn woorden, in de maanden die volgden...

Ik wist dat er iets ergs was gebeurd…

Opa belde 's avonds om 19:00 uur op - Elout was nog niet gearriveerd. Ik stelde opa gerust, zei dat ik Elout gesproken had. Om 19:30 uur weer opa: waar bleef hij toch? Ik wist dat het verkeer bij opa en oma gestremd was, dus vertraging zat er dik in. Ik probeerde Elout's mobiel, sprak de voicemail in; is zijn accu weer leeg? Opa belde om 20:00 uur weer en zei dat hij de Eerste Hulpposten tevergeefs had gebeld. Met lichte paniek besloot ik de ANWB te bellen: Elout reed in een ouwe Seat, had geen opgeladen accu in de telefoon - misschien stond hij met panne aan de kant van de weg. Maar de ANWB had geen enkele melding binnengekregen. Ik heb opgehangen, zette het geluid van de tv hard aan en ging op de bank zitten. Ik wist dat er iets ergs was gebeurd en ik wist dat Elout dood was. Ik moest alleen nog wachten op de politie.
Om 22:40 uur regende het keihard toen ik aan de voorkant van mijn huis een jonge vrouw in een blauw uniform door de ramen zag kijken. Meteen klingelde de koperen voordeurbel. Ik stond op en liet twee agenten binnen. "Mevrouw, wij zijn net op het adres van de eigenaar van de Seat geweest (de auto, die gedeeld werd door Elout en zijn twee broers, stond op naam van hun vader), maar er is niemand. Een buurtbewoonster verwees ons naar u. Weet u wie de Seat bestuurde vanavond?" (Elout's notoire neiging om spullen te verliezen, deed hem ooit besluiten om een kopie van zijn rijbewijs met zich mee te dragen, niet het origineel. In het dashboardkastje lag ook een kopie van zijn broer's rijbewijs. De agenten konden, zo bleek later, niet direct de bestuurder identificeren.) "Elout, mijn vriend, reed in de auto. Is hij dood? Wat is er gebeurd?" vroeg ik. "Komt u even hier, gaat u even zitten."zei één van de agenten. "Ik wil niet zitten. Waar is Elout nu?" "Uw partner was betrokken bij een ernstig auto-ongeluk. Hij is helaas aan de gevolgen overleden. Gaat u alstublieft even zitten." "Nee, dat mag niet. Dat mag niet. We zouden nu afstuderen en gaan trouwen." Ik voelde me doodkalm toen ik daarna vroeg: "Willen jullie wat drinken?" Ik riep maar steeds in de ruimte dat ik niet wou zitten, tot mijn knieën het begaven. Eenmaal op de bank bedacht ik me, dat er veel geregeld moest worden, dat iedereen gebeld moest worden - niet door de politie, maar door mij. Het was allemaal al erg genoeg. Ik had enorm te doen met deze twee agenten en met alle familie en vrienden, die het nog niet wisten. Ik redde me wel...

Die avond druppelde de kamer vol…

Die avond druppelde de kamer vol. Ik zag politie en familie, die praatten alsof ik er niet bij was (was ik er eigenlijk wel?) en ik stond op om in de keuken thee te gaan zetten. Mijn keel deed zeer, er zat een scherpe brok en mijn tong was van leer. En ik had immers visite. Ik stond aan het aanrecht, met links het gasfornuis, rechts in de kast mijn besteklade. En ik weet nog hoe het in mijn hoofd bleef malen: "Zal ik thee zetten, of zal ik mijn polsen doorsnijden?" Ik voelde paniek opkomen, ben de woonkamer ingegaan en heb het op een krijsen gezet. En dáár hadden de agenten op gewacht. Iedereen weg, de familie naar opa, de agenten naar het bureau ("Het lichaam wordt morgen vrijgegeven, kunt u uw partner dan komen identificeren? We zullen u escorteren. Zijn persoonlijke spullen nemen we nog even mee, mevrouw.") Met mijn beste vriendin en zielemaatje Marion ben ik kaarsjes brandend, thee drinkend en huilend de eerste nacht doorgekomen, elk op één van de banken in ons kleine woonkamertje.
Op het politiebureau wilde ik in de Telegraaf de foto van het ongeluk zien. Wat een sensationele, gruwelijke foto! De auto lag in puin en bij het zien van Elout's winterjas, die uit de achterklep hing, had ik geen enkele illusie meer. Toen we de trappen van het bureau afliepen, stortte ik in, riep huilend dat ik niet mee wilde. Elout identificeren maakte het zo definitief!
Bij het mortuarium van de VU viel mijn angst weg. Het maakte me niks meer uit, ik moest en zou bij Elout zijn! Ik ben alleen naar binnen gegaan. Ik zag Elout, met aan weerszijden een brandende oliekaars en achter hem een houten kruis aan de muur - mijn eerste gedachte: "Zou ie stom vinden, hij is absoluut niet katholiek!" Eenmaal dichterbij gekomen, dacht ik gedurende een nanoseconde: hij is niet dood. Zijn borstkas was gaaf en hij lag er zo rustig bij. Maar ook rook ik benzine, zag zijn gehavende gezicht en wist instinctief, dat het over was. Een onbeschrijflijk gevoel van machteloosheid maakte zich meester van me. En met zijn broers, die gedichten voorlazen en zijn vader en diens vriendin, die rechtstreeks vanuit Londen waren gekomen, stond ik daar. Er viel niks meer aan te doen.

"De Ode" verzorgde de crematie. Nog die vrijdagavond kwamen twee aardige mensen langs en we besloten tot een simpele, handgeschaafde kist met linnen bekleding en een simpel kussentje. Elout is zaterdagochtend thuisgebracht, in de zonnige aanbouw van het ouderlijk huis waar ook zijn moeder opgebaard heeft gelegen. Ik wilde Elout zelf opbaren in de kamer. Elout droeg zijn vrolijke Pink Floyd zonneshirt en een afritsbroek (bij het minste zonnestraaltje zat hij te genieten) en hij was zo mooi! Met hulp van "De Ode" heb ik Elout zo natuurlijk mogelijk neergelegd en de ruimte gevuld met alle bloemen, de kaarsjes en zijn Boeddhabeeldje, opdat het bezoek hem in de week die volgde zou mogen herkennen en rust zou mogen vinden in de aanbouw. En alles kon. In de ruimte mediteren, tegen Elout praten, een biertje met hem drinken.

Testament

Elout had me twee weken eerder laten weten, dat hij nog wijzigingen had aangebracht in zijn testament. Met enige opgelatenheid hadden we drie jaar eerder samen dit volgeschreven A4-tje doorgenomen. Elout wist welke muziek hij wilde: Pink Floyd's "Wish You Were Here", Manowar's "Carry On" en vrolijke springmuziek. Hij wist wie de motor zou krijgen en zijn overige spullen. Hij schreef, dat niks mocht worden weggegooid en iedereen alles mocht lenen. Er waren nota bene instructies voor de overlevenden: "ga niet bij de pakken neerzitten, ik zit goed en feest mee" en "hoop dat het een mooie dag wordt". Best gek voor iemand, die ten tijde van het testament kerngezond was, 23 jaar oud en vol bruisende toekomstplannen!
De crematie was in Velsen en viel op een mooie, zonnige dag. Zoals Elout eigen was, kwamen we te laat - dat zorgde voor de nodige hilariteit! Men kon nog afscheid nemen van Elout en de deksel van zijn kist beschrijven met mooie, lieve of grappige afscheidswoorden. Ruim 700 mensen waren er, die in een slinger achter ons aan de heuvel naar het crematorium opliepen. Met Elout's broers en enkele vrienden heb ik de kist gedragen, heel bijzonder. Toen de kist in de ruimte stond, zijn de dragers als op een teken blijven staan, de wacht houdend over Elout terwijl de menigte de ruimte vulde. Elout's testament bleek een geweldige troost en leidraad voor de dienst, net als de uitgedeelde kaart met zijn foto en zijn eigen onderschrift: 'Men moet niet te veel treuren. Het verdriet dat je hebt, is om jezelf dat je mij moet missen.' Wat heeft hij vooruit gedacht... Een geweldige dienst vol liefde, humor en tranen. Pas bij het weglopen van de kist, voorbij de mensenmassa, brak er iets in mij: buiten, bij de ingang, stonden "mijn" agenten. Ik voelde enorme dankbaarheid en liefde voor deze twee mensen, met wie ik een noodlottig lijntje had lopen.

We hebben, conform Elout's wens, 's avonds een borrel gehouden in het huis van zijn vader, die ten afscheid piano speelde. Wat waren we moe van al het handjes schudden, de troostende woorden, de indrukken, het slaaptekort. Ik herinner me, hoe we rond acht uur 's avonds overbleven, Elout's vader, diens vriendin en ik. De rest ging verder 'feesten' in de stad en dat was goed. Ik was zo moe. Hoe kon ik weten dat de warme, versuffende deken die me een week lang omhuld en beschermd had, nu zou plaatsmaken voor enorme kou, angst en kwetsbaarheid...?

Mirjana van Zeijderveld, e-mailadres: mirjanaz@zonnet.nl


Een eerste lente zonder hem

Ik wil vertellen over het mooie weer en over hoe ik de komst van de lente beleef. Voor mij hoeft het namelijk niet zo, die lente, en zeker niet het mooie weer. Natuurlijk, de winter was ook geen pretje. Het waren de eerste maanden na Willie's dood en december was ronduit verschrikkelijk. Wat mij betreft mogen ze die maand van de kalender halen. Verzin er maar iets anders voor. Heel egoïstisch, dat besef ik. Voor veel mensen is het juist een hele mooie en warme maand. Als je die dagen niet kunt doorbrengen met degene van wie je zoveel houdt is de glans er echter af. Vooraf dacht ik dat de kerstdagen wel mee zouden vallen, ik zag alleen tegen Oud en Nieuw op. Uiteindelijk bleek gewoon de hele maand afschuwelijk te zijn. Oud en Nieuw leek in eerste instantie wel mee te vallen. Ik heb eerlijk gezegd hartelijk zitten lachen om Youp van 't Hek. Totdat de klok in beeld kwam... Het besef dat over een paar minuten 2003 begon en dat dit het eerste jaar was dat Willie niet meer meemaakte was overweldigend (in negatieve zin dan). Voor mijn gevoel raakte ik hem nóg meer kwijt.
Op dat moment had ik nog niet het besef dat ook de maand maart weer aan zou breken. Deze maand wil ik niét van de kalender hebben, absoluut niet! Het is echter wel een moeilijke maand. Het was 17 maart precies een jaar geleden dat we hoorden dat er een gezwel op Willie's nier zat en op 26 maart is hij jarig. Daarbij is het tot nu toe de maand van het mooie weer. In mijn herinnering is het vorig jaar vrijwel vijf maanden lang mooi weer geweest. Natuurlijk weet ik dat mijn herinnering me waarschijnlijk bedriegt, vijf maanden mooi weer in Nederland?! Maar toch herinner ik het me op die manier.

Toen er nog hoop was

Willie heeft totaal vier maanden in het ziekenhuis gelegen. Niet aan een stuk door, maar verdeeld over verschillende opnames en verschillende afdelingen. Vanuit de meeste kamers waar hij gelegen heeft, keken we uit op het WKZ en het Ronald McDonaldhuis. Mensen zaten lekker buiten en kinderen speelden in het zonnetje. Zeker de mensen bij het Ronald McDonaldhuis hadden het ongetwijfeld heel moeilijk, alleen zag het er heel vredig uit. Het deed toen geen pijn. We hadden vaak zelfs nog alle hoop dat het goed zou komen of dat hij in ieder geval nog heel veel jaren had. Het gaf alleen afleiding en was gewoon prettig om naar te kijken. In de enige maand dat hij thuis was - mei - is het ook prachtig weer geweest. Dat weet ik zeker.

Mooie herinneringen, doorspekt met pijn

We zijn die maand een aantal keren samen en met anderen er op uit gegaan. Zo zijn we op hemelvaartsdag met mijn ouders naar het Openlucht Museum in Arnhem geweest. Het was prachtig weer en zowel Willie als mijn moeder zaten in een rolstoel. Heuveltje op is dat geen makkie, dat kan ik je verzekeren! Mijn moeder had een rolstoel waarbij ze mee kon helpen. Een paar keer hebben we van rolstoel geruild, zodat Willie mij kon helpen. Hij heeft overigens ook heel vaak gelopen. Soms moest ik hem gewoon afremmen.
Tijdens de lunch zaten we op een terrasje. Heel vrolijk en baldadig pikte hij mijn moeders rolstoel in en ging daar mee spelen. Ik zie hem nog zitten met dat vrolijke gezicht en de pretlichtjes in zijn ogen. Het was in alle opzichten een prachtige dag, die helaas is verworden tot een pijnlijke herinnering.
In die maand zijn we ook met zijn kinderen en kleinkinderen een paar dagen naar Slagharen geweest. Dit hadden we al gepland voordat we wisten dat hij ziek was. Het jaar 2001 was een behoorlijk vervelend jaar geweest met o.a. de scheiding van zijn oudste dochter. In 2002 wilden we gewoon iets leuks doen. Vooral ook voor zijn kleinkinderen. Toen bleek dat Willie ziek en in april geopereerd werd, was er dan ook paniek bij de oudste kleindochter (toen 6 jaar oud). Als we nog maar naar Slagharen konden! Ze wist natuurlijk niet hoe ziek opa was, wist alleen dat hij naar het ziekenhuis moest en hoopte dat hij op tijd beter zou zijn. Toen hij twee weken na de operatie naar huis mocht was er dan ook grote opluchting: opa had geen buikpijn meer, dus Slagharen ging door. Ook dit keer hadden we de rolstoel meegenomen. Hij heeft er geen gebruik van gemaakt. Training was goed voor hem, zei hij, en hij vond het vervelend voor de kleintjes. Opa in een rolstoel wilde hij hen besparen. Hij wilde de oude, actieve, leuke opa zijn. Tijdens het uitje liep hij op een gegeven moment hand in hand met twee van zijn kleindochters (2 jaar en 1,5 jaar oud). Op dat moment kreeg ik het ondanks alle hoop even moeilijk en liet mijn tranen lopen. Het was ook zo'n mooi tafereeltje. Gelukkig hebben we deze dagen nog mogen beleven, alleen zijn ze op dit moment heel moeilijk om aan te denken. De mooie herinneringen zijn toch te veel doorspekt met pijn.

24 uur per dag in het ziekenhuis

Willie is in augustus overleden. Midden in de zomer dus. In de weken voorafgaand aan zijn overlijden heb ik bij hem op de kamer geslapen. Ik was dus 24 uur per dag in het ziekenhuis. Tussen 4 en 6 uur 's middags ging ik iets eten beneden, terwijl hij rustte. Bij mooi weer ging ik voor het eten buiten zitten om toch nog een beetje frisse lucht te krijgen. Eén keer ben ik met mijn ouders naar een restaurant in de buurt van het ziekenhuis geweest. Het was prachtig weer en iedereen vond dat het goed voor me was dat ik even het ziekenhuis verliet. Willie had er heel veel moeite mee. Ondanks dat hij er zoveel moeite mee had, zette hij zijn behoefte om te weten dat ik vlakbij was opzij. Het enige dat hij daarvoor terug vroeg was mijn belofte om niet langer dan een bepaalde tijd weg te blijven. Zo zat ik dan "lekker" in het zonnetje, hoewel ik nauwelijks aan mezelf toe durfde te geven dat ik blij was er even uit te zijn. Wat had ik graag gewild dat hij nog eens de zon in kon! Je gaat steeds meer je grenzen verleggen. Eerst hoop je op genezing, dan hoop je op verlenging en uiteindelijk hoop je dat hij nog in een speciale rolstoel naar het balkon van het rookhol kan. En niets daarvan is uit gekomen…

Mijn leven lag naast me en ging dood!

Naarmate hij zwakker werd, werd zijn behoefte om mij in de buurt te hebben groter. De tijd dat ik naar beneden ging, werd steeds korter. Weggaan als hij sliep was niet mogelijk. Als hij dan wakker werd en hij merkte dat ik er niet was, raakte hij in paniek. Op het laatst raakte hij zelfs in paniek als ik wegging vóórdat hij sliep, maar nog niet terug was als hij wakker werd. Als er visite was ging ik alleen of met iemand van de visite op het al eerder genoemde balkon zitten, om zo toch wat zonnestralen op te vangen. Toen hij uiteindelijk echt stervende was, heeft het ruim twee dagen geduurd voordat hij opgaf. En natuurlijk was het tijdens die dagen prachtig weer. Hij is op de eerste dag in slaap geraakt. Vanaf die tijd ben ik heel vaak van zijn kamer af geweest. Veel vaker dan daarvoor. Natuurlijk niet als ik wist dat hij dan alleen was. Ik wilde dat iemand zijn hand vasthield. Daar waren ook voldoende mensen voor aanwezig. Het is in de tijd dat hij sliep één keer voorgekomen dat ik alleen met hem was. Zijn dochters waren even naar huis, naar de kinderen. Mijn ouders waren op weg naar mijn broer die ze af kwam wisselen. Op dat moment heb ik me vreselijk eenzaam gevoeld. Iedereen was even naar huis, even terug naar hun eigen leven. Mijn leven lag naast me en ging dood! In die tijd dat hij sliep, ben ik met mijn broer een stukje gaan wandelen, samen het zonnetje in. Daar heb ik geschreeuwd en gebruld. Ik wilde hem niet kwijt!

Een nieuwe tuinset: een eerste aanzet voor een ander leven

Wil dat nog niet. Wil samen met hem genieten van het mooie weer. Onze duikpakken uit de kast halen en samen genieten van onze hobby. De vakantiekriebels krijgen en voorpret hebben over alle mooie dingen die we gaan doen tijdens de vakantie. Zijn kleinkinderen meenemen naar een dierentuin of een pretpark. Stiekem naar hem loeren als hij met één van de kleintjes buiten staat om naar de visjes en kikkers in onze vijver te kijken. Zittend op zijn hurken, beschermend met de arm om de kleine heen. Zijn glimlach zien als hij opkijkt en me ziet. Dát wil ik met mooi weer en dát is niet meer mogelijk. Ik ben bang dat het mooie weer alleen herinneringen oproept en daarom zie ik er tegenop, in plaats van dat ik me erop verheug. Om me enigszins te helpen straks tóch van de zon te kunnen genieten heb ik van de week een nieuwe tuinset gekocht. Nu nog mensen uitnodigen om samen met mij aan mijn nieuwe tuinset van de zon te genieten en mijn herinneringen te delen, zodat ze ook mooi kunnen zijn…

maart 2003
Mieke van de Pol, e-mailadres: pol387@zonnet.nl


Brief van de maand

Naar aanleiding van mijn oproep om meer verhalen van lotgenoten, kroop Gerdi Jekel toch maar weer eens achter het toetsenbord , zoals ze ons schrijft en vertelt haar verhaal van vijf jaar weduwe met vijf opgroeiende zoons. Dat is op zich al geen makkie (ik heb er zelf ,,maar" twee) maar als de vader komt te overlijden komt alles op de schouders van de moeder terecht. Onze brief van de maand gaat over zeer herkenbare zaken van een gezin in de rouw met opgroeiende kinderen. Gerdi vraagt zich op een gegeven moment wanhopig af of ze misschien als moeder heeft gefaald. En ze wil graag reacties van moeders (en/of vaders) die met dezelfde problemen worstelen. Hierbij het verhaal van Gerdi. -Bert-

Vijf jaar later: heb ik als moeder gefaald?

In juni 2003 wordt het vijf jaar geleden, dat mijn maatje John, uit ons leven is gegaan. En ja, wat is er veel gebeurd!
Ik bleef achter met vijf jongens, die inmiddels 24, 22, 20, 18 en 11 zijn.
En dan bedenk je je, dat ze allemaal zomaar vijf jaar ouder zijn geworden. Nou ja, zomaar…
De oudste twee zijn alweer een paar jaar uit huis. Wonen op zichzelf, zoals dat dan heet. Maar oh, wat leunen ze nog graag op hun moeder!
De derde, 20 inmiddels, woont voorlopig bij vrienden. Hij was thuis ongezeglijk, wilde niets meer van me aannemen, wilde geen werk zoeken en zo ga je maar door.
Toen uiteindelijk half december, mijn zoon van 18 (ADHD) ineens zonder werk op de stoep stond, knapte er iets in mij! Had ik alles wel goed gedaan, had ik gefaald? Zo voelde het althans wel, zeker de eerste periode.
Ik heb me die dag dan ook eindelijk maar ziek gemeld (ik werk 2 dagen per week in het basisonderwijs).
Na een aantal bezoeken aan huisarts en maatschappelijk werk, ben ik er wel achter gekomen, dat er meer aan de hand was (is).

Afgelopen zomer is mijn zwager overleden na een ziekbed van een jaar. Net als bij John indertijd. Een paar weken later kreeg ik het bericht, dat twee zoons van mijn vriendin tijdens een auto-ongeluk verdronken waren. Van deze twee dingen was ik werkelijk weer van slag!
Het komt weer zo dichtbij. Het verdriet van mijn zusje, waarvan je zo goed weet, wat er in haar omgaat, het intense medelijden. Maar ook bij mijn vriendin, twee kinderen in één klap weg! En ook op de leeftijd van twee van mijn eigen kinderen. Weer dat intense medelijden!
Later kom je er achter dat je wel mee mag leven, maar niet mee mag lijden.
En als dan ook thuis niet alles op rolletjes loopt, dan is ineens alle energie op!
Eerst denk je nog, een paar weekjes rust: de kerstvakantie zat er immers aan te komen. Maar inmiddels zit ik nog steeds thuis.

Inmiddels loop ik met mijn zoon van 18 weer bij het RIAGG. Of er dit keer wat positiefs uitkomt? Ik kan het alleen maar hopen. Hij heeft inmiddels van het GAK bericht gekregen, dat hij 80 tot 100% is afgekeurd en recht heeft op een Wajong-uitkering. Heb daar een dubbel gevoel over, natuurlijk is het fijn dat hij in elk geval financieel geen problemen heeft, maar 18 jaar en dan afgekeurd? Ik hoop dat we een behandeling of goede medicijnen voor hem kunnen krijgen, zodat hij toch weer werk kan vinden mettertijd.

En dan de Arbo-arts. Ze hoort je verhaal, trekt haar conclusie en vindt dat je het na 6 weken maar weer moet proberen!
Nou, niet dus. Ik wil wel, maar kan gewoon nog niet. Ze vertelt je baas dat het een uitgesteld rouwproces is (na 5 jaar), maar verwacht wel dat je zo gauw mogelijk weer gaat werken. Ach, tenslotte werk je toch "maar" 2 dagen?
Ja, ja, maar het heeft niets met mijn werk te maken, vindt dat juist erg leuk. Maar ik wil en kan het risico niet nemen dat ik voor een klas van ca. 25 kinderen ineens begin te huilen of boos word om niets! Je werkt tenslotte wel met kinderen.

Ik ben benieuwd of er meer mensen met dit soort problemen worstelen. Ben er inmiddels wel zelf achter gekomen dat ik 5 1/2 jaar lang bezig ben geweest met zorgen en verzorgen en mezelf ver naar achteren heb geplaatst. Een reden misschien dat ik nog steeds alleen ben?
Een paar weken geleden heb ik ook nog te horen gekregen, dat mijn schoonmoeder eierstokkanker heeft. De vooruitzichten zijn niet gunstig. Aankomende woensdag gaan ze proberen om haar te opereren. Weer spanning, wéér een klap in je gezicht. Wéér het moeten vertellen aan je kinderen, waarvan het een oma is, die is zoals een oma hoort te zijn in mijn ogen. Een schoonmoeder, die als een moeder is, weet wat er in mij omgaat omdat ze het zelf twee keer heeft meegemaakt!
Al met al weer een spannende tijd.
Morgen toch weer een poosje naar school, wat licht administratief werk doen, contact houden heet dat, reïntegratie, ook zo'n mooi woord.

Tot zover mijn verhaal, hoe het verder gaat lopen, kan niemand ons vertellen. Maar dat alles zo'n impact op je leven heeft, verteld niemand!
Ik zet mijn emailadres hieronder, dus als iemand rechtstreeks contact met mij op wil nemen, kan dat altijd.
Veel lieve groetjes

Gerdi Jekel, e-mailadres: j.jekel@chello.nl

9 maart 2003


Nu beginnen de magnolia's te bloeien…

Het is lente.
De roze prunus die voor ons slaapkamerraam staat begint vandaag zijn bloesem te verliezen. Hij is 5 dagen later gaan bloeien als vorig jaar. Dat weet ik zo precies omdat Karel niet meer de trap op kon en 3 dagen niet meer beneden is geweest voordat er een bed beneden kwam.
Ik zei toen tegen hem: ,,kijk je hebt een prachtig groot roze boeket voor je raam".
Nu beginnen de magnolia's te bloeien. Ze hebben nog nooit zo mooi gebloeid als vorig jaar. Dat was toen speciaal voor Karel, want die had er uitzicht op vanaf zijn bed beneden voor de schuifpui.
Ik heb dat ook gezegd in mijn toespraak in de kerk.
Al die vijf weken dat hij beneden heeft gelegen is het prachtig lenteweer geweest.
Met de begrafenis regende het.

Gisteren was het een jaar geleden dat hij het sacrament van de zieken ontving.
Eigenlijk eergisteren, want ik denk meer in dagen van de week dan in data.
We zaten buiten in de tuin, uit de wind in de zitkuil waar Rogier hem ingedragen had. De pastoor vond het prima dat het buiten gebeurde. Karel schreef er zelf over. In de openlucht waardoor er een ontspannen sfeer ontstond door de manier waarop Martin (de pastoor) uitleg heeft gegeven over dit sacrament en daarbij met twee voeten op de grond bleef staan. Dat het bij de kinderen goed over is gekomen, waarom ik dit wilde: niet alleen voor mij, maar ook voor hen.
We hebben champagne gedronken om het te vieren. Ook de pastoor en dat op Goede Vrijdag!

Op 4 mei 2000 kreeg ik te horen dat Karel keelkanker had. Toen de volgende dag alle kinderen thuis waren, maakte Karel een fles champagne open en we dronken op de goeie afloop. ,,Over 2 jaar fiets ik de Mont Ventoux weer en jullie fietsen mee naar boven." Hij had binnen korte tijd al een klein pelotonnetje verzameld dat mee zou gaan.
Maar al snel kregen we te horen dat de kanker al veel te ver was en er uitzaaiingen in de longen waren. Dat hij niet meer beter kon worden.
Karel fietste tijdens de chemokuren en bestraling. De artsen in Utrecht hadden zoiets nog nooit meegemaakt. Maar het was een oneerlijke strijd: de kanker was onoverwinnelijk.
Maar die laatste twee jaar waren zo intens, die had ik niet willen missen. Ik denk dat veel lotgenoten dit wel begrijpen.

Karel is nu bijna een jaar dood en deze laatste weken zijn erg moeilijk voor mij.
Die vijf weken die hij hier beneden heeft gelegen, alle herinneringen van toen. Vrienden en familie die afscheid kwamen nemen. En die maandagmiddag het afscheid van ons, van onze drie kinderen en het kleinkind. Karel heeft een keer geschreven dat dát het moeilijkste was: ons los te laten.
Hier in de tuin bij de vijver, ligt een grote bronzen schelp (een hoorn). Hierin zit de urn.
Karel heeft het model gezien dat mijn broer had ontworpen. Hij is deze zomer gegoten. Ik heb de schelp zelf na het gieten uit de mal gehakt en gepatineerd. Hij is prachtig.
Een beetje as gaan we deze zomer op de Mont Ventoux verstrooien. Dionne en Rogier fietsen de as naar boven. Wij volgen met de auto.

Voor de begrafenis heeft Karel zoveel mogelijk alles geregeld. Hij had ook een toespraak geschreven die een vriend in de kerk heeft voorgelezen. Alle kinderen hebben ook een toespraak voorgelezen net als ik. Op de ochtend van mijn verjaardag kreeg ik de krant op bed en toen ik de overlijdensadvertentie zag ben ik gaan schrijven. Het rolde er zo uit: een verkorte levensloop van ons samen. De ochtend van de begrafenis hebben we het allemaal hardop thuis bij hem voorgelezen en in de kerk ging het toen goed.

Over 3 weken bloeien de vergeetmijnietjes in de tuin, bloemen die we hem nog hebben meegegeven in de kist. Ik heb al mijn dierbaren dan uitgenodigd op Tweede Paasdag om hem te herdenken en een beetje voor mijn verjaardag.

Mijn verhaal is erg lang geworden terwijl ik er eigenlijk tegen opzag om te schrijven. Nu zou ik nog een hele tijd door kunnen gaan, maar ik denk dat het voorlopig wel genoeg is geweest.

Annemies Puyman-de Bont, e-mailadres: Puyman@hetnet.nl


Ruggesteuntjes (13)

Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos

"Maar het was niet nodig om je te schamen voor tranen, want tranen getuigden dat een man de grootste moed bezat, de moed om te lijden"
- Victor E. Frankl

Uit: "Leven met de dood. Leren omgaan met het verlies van een geliefde, familielid of vriend, en het bestaan van leven na de dood." - Raymond A. Moody met Dianne Arcangel; A.W. Bruna Uitgevers, Utrecht 2002, ISBN 90-29-8581-4, 255 blz.


Gedichten
van Bert Vos

Zomer in mijn hart

Het is zo maar
zomer in mijn hart
Terwijl de lente nog maar
net begonnen is

Het is zomer in mijn hart
en in mijn hele lijf
Ik weet nu wat ik al die tijd
steeds maar heb gemist

Het is eindelijk zomer in mijn hart
terwijl de lentebloesems geuren
en de rust is weergekeerd

Bert Vos
april 2003


Liever niet alleen op deze dag…

Het was 11 maart jl. al weer 2 jaar geleden dat Ton, mijn man, overleed. Twee jaar al..., maar zo voelt het niet. Het gemis en de heimwee is nog groot, ook al probeer ik door mijn verdriet heen, me aan de mooie herinneringen vast te houden.

Omdat ik die dag niet alleen wilde zijn besloot ik weg te gaan, met de trein. Helaas was er een treinstoring op Amsterdam Centraal toen ik daar aankwam.
Grote groepen mensen stonden samengepakt op het perron. Toen ik me er doorheen had gewurmd, en eindelijk in de volle trein naar Utrecht Centraal door de drukte heen, een plekje had weten te bemachtigen, bleek na een tijdje dat die trein ook niet weg kon.... De deuren waren dicht en konden niet open zowel van binnen als aan de buitenkant, dus bleven we afwachten wat er ging gebeuren.

Zelf vond ik het niet zo erg (ik wilde die dag immers niet alleen zijn). Ik keek op mijn horloge: het was 15.30 uur, het tijdstip dat Ton 2 jaar geleden overleed......het doet nog steeds pijn, zo afgesneden zijn...
Door al die mensen om me heen voelde ik me op dat moeilijke moment niet zo alleen.
De medepassagiers keken ook regelmatig op hun horloge, maar duidelijk voor iets anders... Ook voelde ik me enigszins verbonden met al die andere mensen in die volle trein.
Mensen meestal ook met een "rugtas vol met het verleden" ...
Mensen die ook dierbaren hebben verloren. Lotgenoten, die misschien ook wel de Draaikolk bezoeken? Mensen die net iets heel droevigs of iets heel moois hebben meegemaakt…

Je weet het niet, je gaat het ook niet vragen, en je kunt het ook niet van de gezichten aflezen, maar op zo'n moment in die volle trein, lijkt het toch of er een onzichtbare band is. Mensen zoals jij en ik, mensen groot en klein, allemaal onderweg .... in een stilstaande trein.

Tineke Tromp, e-mailadres: catharina-tromp@hetnet.nl


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren