Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud 5e jaargang nr. 5 - maart/april 2003
Hoofdredactioneel: De lente tegemoet...
Het is een jaarlijks terugkomend cliché: we gaan gelukkig de lente tegemoet. Want dat doe je eigenlijk al in december als het nog sneeuwt, ijzelt en vriest. Elke minuut die je leeft is een stapje dichter naar de lente of de zomer, maar ook naar de herfst en de volgende winter. Tijd. We denken vaak dat we er een overvloed aan hebben om ineens tot de ontdekking te komen dat de tijd op is. Voor jou, maar vooral voor jouw partner die sterft. Opeens ontdek je dat het leven ontzettend kostbaar is. Te kostbaar om er slordig mee om te springen. Ook dat is in de ogen van velen wellicht een cliché maar als de mensheid één ding nog nooit heeft geleerd dan is dat zuinig zijn op alles wat leeft, inclusief jezelf en je soortgenoten.
Terwijl de natuur zich hier voorbereidt op de warmte van de lentezon en de planten en de takken van de bomen op uitbarsten staan, zit ik hier achter mijn computer filosofisch te wezen. Ik heb dat eigenlijk elk jaar om deze tijd. De somberte van december en januari is dan min of meer achter de rug, de dagen lengen al en je krijgt opeens die gekke kriebels die samenhangen met lente.
En dan wordt het zomer en we denken aan vakantie of aan de tuin die nodig gedaan moet worden en we zitten, voor we het weten, weer in ons "normale, vertrouwde patroon" en hebben zeker geen tijd meer voor filosofische beschouwingen zoals deze. Ik betrap ons er vaak op dat we dan ineens weer doen alsof we het eeuwige leven hebben. Alsof we de tijd voor het opscheppen hebben. Misschien is het straks wel oorlog in Irak en hebben we er dan inmiddels tienduizenden, misschien wel honderdduizenden lotgenoten bij gekregen. Mensen zoals jij en ik die hun eigen leven hebben en net als wij misschien niet dachten aan de eindigheid van het leven maar veel te druk waren met de dagelijkse strijd om te overleven, zoals wij westerlingen ons misschien druk zouden kunnen maken om de koersval van aandelenfondsen waar heel toevallig onze hypotheek op is gebaseerd, ik noem maar iets.
Maar hoe dan ook: we gaan de lente tegemoet. Voor sommigen misschien de eerste lente zonder partner. Dat is moeilijk, ik weet het. Maar misschien voor verschillende lotgenoten van ons wordt het ook echt een nieuwe lente met nieuwe perspectieven voor een duurzame zomer. Ik hoop dat van harte. Monique en ik verheugen ons op de lente, op de zomer en op alle tijd die daarna hopelijk voor ons in het verschiet ligt.
De afgelopen winter was voor ons in heel veel opzichten bar en boos. Het was extra koud in het noorden en extra kil in ons hart bij de gedachte aan alles wat mij had kunnen overkomen. Wat dat betreft voelen wij nu in ieder geval de lentezon al ons leven verwarmen.
Bert Vos, Hoofdredacteur
De Draaikolk
maart 2003
Tussen wal en schip
Zo voel ik me de laatste
maanden: tussen wal en schip. In het water dus.
Nu vertoef ik graag ik het water, het liefst in zee en als het
even kan in een warme zee aan een mooi strand. Dit water is echter
koud en troebel, ik voel me er niet fijn.
Het eerste jaar na Wim zijn dood ging het zoals het in de boekjes
vermeld staat. Het ging zoals ik kon verwachten. Veel ups en downs.
Veel verdrietaanvallen zoals Bert Vos dat eerder noemde. Veel
wisselende stemmingen. De eerste verjaardagen zonder Wim, de eerste
Kerst, de eerste huwelijksdag, zijn sterfdag, de dag van de begrafenis,
de eerste lente allemaal zonder Wim. Dan is dat eerste beroerde
jaar voorbij en ik had heus niet gedacht dat het dan ook allemaal
over zou zij, dat zou ook niet kunnen. Maar ik had wel gedacht
dat het makkelijker zou worden. Het tegendeel is waar. Dit tweede
jaar vind ik veel moeilijker. Geen herinneringen meer zoals van:
vorig jaar rond deze tijd deden we dit en toen was hij nog goed
of hij werd toen steeds zieker. Vorig jaar rond ieder tijdstip
was hij er nog. En nu dat jaar voorbij is, heb ik dat niet meer.
Vorig jaar rond deze tijd, was hij al dood. Nu alleen maar herinneringen
aan vorig jaar, dat ik zo verdrietig was omdat Wim er niet meer
was, dat ik nu alles alleen moest doen, alleen op vakantie, alleen
eten, alleen in dat grote bed, met zo'n ontzettende lege plaats
naast mij.
Geen herinneringen meer aan een levende Wim. Gelukkig wel de herinneringen
aan al die mooie jaren die we samen hebben meegemaakt. Die zijn
niet meer uit te wissen.
Ook betrap ik me er op dat ik soms een lange tijd van de dag niet
meer aan Wim denk. Aan de ene kant is dat ook wel een goed teken,
aan de andere kant schrik ik daar van. Zelfs in mijn dromen komt
hij vaak niet meer voor.
Beetje jaloers
Als ik de verhalen
in de Draaikolk lees over nieuwe partners, merk ik bij mijzelf
dat ik daar een beetje jaloers op ben. Ik zou best een nieuwe
partner willen.
Echt daar naar op zoek gaan, ligt niet in mijn stijl. Het zal
me moeten overkomen.
Aangezien ik qua leeftijd ook tussen wal en schip zit, zal dit
niet meevallen.
De meeste mannen van mijn leeftijd zijn nog gelukkig getrouwd.
De meeste weduwnaars zijn stukken ouder. Ook zijn er veel meer
vrouwen alleen dan mannen. Een goede vriend die "aan het
zoeken" is maakte een rekensommetje voor mij. Dat was wel
even schrikken. Voor mannen die zoekenden zijn is er een groot
aanbod. De mannen kunnen eisen stellen. Voor vrouwen valt het
niet mee. Je moet door een keuring heen. Voor de grap heb ik het
eens uitgeprobeerd. Gekeken hoe ver ik het zou schoppen. Ik kwam
best ver. Maar uiteindelijk val ik ook met mijn uiterlijk tussen
wal en schip. Niet piep en niet oud. Niet slank en niet super
dik. Niet dom maar ook niet super intelligent. Wel lief, zelfs
de allerliefste, dat zei Wim altijd. Dat wordt nu ook niet meer
gezegd: je bent de allerliefste. Naarmate ik "verder"
kom in mijn rouwproces ga ik andere dingen missen. Ik merk nu
wel, dat ik die dingen die ik nu zo mis niet meteen koppel aan
Wim. Vorig jaar miste ik alles met Wim, nu mis ik gewoon dingen.
Die zouden best door iemand anders ingevuld kunnen worden.
Maar aangezien ik me nog steeds tussen wal en schip bevind, zal
ik eerst uit het water moeten komen. Lukt mij dat op eigen kracht
of moet iemand mij eruit vissen?
Twijfel
Twijfel, ja
twijfel, dat is het. Dit tweede jaar zonder Wim is een jaar met
een en al twijfel.
Moet ik nog even tussen wal en schip dobberen, blijven drijven,
af en toe nog kopje onder? Misschien boven water komen in het
derde jaar? Ik weet het niet. Ik moet in ieder geval in dit tweede
jaar mijn hoofd boven water zien te houden. Mede door de Draaikolk
en een aantal dierbare lotgenoten lukt me dat, weet ik zeker.
Ja, aan lotgenoten heb ik nog het meest. Dat heb ik tot nu toe
in dit tweede jaar wel ervaren.
Dus nog vier maanden ronddobberen tussen wal en schip. Misschien
spoel ik in het derde jaar als drenkeling aan wal, of ik word
door een oplettende kapitein aan boord gehesen. Ik wacht af.
José
Osterman, e-mailadres: jm.osterman@de-stromen.nl
Pakketjes weggestopte herinneringen
Eigenlijk heb ik altijd
met grote stelligheid beweerd dat ik er geen last van had. Nee
hoor, ik stopte niks weg. Ik niet. Waarom zou ik ook? Ik had daar
toch geen enkele reden voor? Of toch wel?
Altijd heb ik me kwetsbaar opgesteld. Heb zonder enige terughoudendheid
verteld over mijn gevoelens, over wat me beweegt om verder te
leven en ik heb daarbij, denk ik, niks mooier voorgesteld dan
het was. Ik heb hooguit geprobeerd om mijn gevoelens zo goed mogelijk
te beschrijven. In mooie mensentaal.
Denk ik.
Toen Monique
en ik besloten om onze huizen te verkopen om ergens anders in
Nederland helemaal opnieuw te beginnen, vrij van misschien wat
al te zwaar drukkende herinneringen aan de plek waar we samen
met onze partner hadden gewoond, geleefd en gewerkt én
waar de partner was gestorven, dachten we dat we een goede keuze
hadden gemaakt door in Ter Apel neer te strijken.
Dat denken we nog steeds hoor, dat is het niet, maar ik ontdekte
ineens, nadat Monique en ik de omgeving gingen verkennen, door
het Groninger land trokken, dat de provincie waarvoor we hadden
gekozen toch niet echt zo ,,emotievrij" was dan ik had gedacht.
Goed, Janny en ik hadden er een paar keer in de buurt gekampeerd,
gewandeld in de Sellinger bossen en het klooster van Ter Apel
bezocht, maar dat was alweer dertig jaar geleden en
Ik had
toen eigenlijk al gezegd dat als ik in de provincie Groningen
zou moeten wonen, alleen Ter Apel daarvoor in aanmerking zou komen.
Als je het hebt
over weggestopte herinneringen dan kan ik daar nu over meepraten.
Groningen een provincie zonder herinneringen?
Tot mijn verbijstering had ik hele pakketten herinneringen heel
zorgvuldig weggestopt. Want wat ik gemakshalve was vergeten was,
dat ik zo'n vijf jaar in de provincie had gewoond, er op de middelbare
school was gegaan en er zelfs als journalist had gewerkt. En er
mijn eerste vrouw Janny leerde kennen. En dat mijn schoonfamilie
er nog steeds woonde en werkte.
Tijdens onze recente zwerftochten door de provincie Groningen
kon ik er niet meer onderuit: een grote hoeveelheid herinneringen
kwamen plotseling bovendrijven. Alsof er ergens iemand was die
een paar knopjes had omgezet en een harde schijf vol herinneringen
had losgelaten in mijn geest.
Gelukkig lijd
ik er niet onder. Ik word er niet verdrietig van en de herinneringen
zijn deels vaag. Verkleurd, vergeeld door de tijd. Maar toch.
Ik zal nooit meer denken dat ik niks wegstop in mijn geest. Want
ik weet nu wel beter. En misschien wist ik het altijd wel, maar
heb het altijd dapper ontkend.
Er was één voordeel dat ik me ineens zoveel herinnerde:
ik wist ineens de weg weer uitstekend en ook de mooie plekjes
kon ik moeiteloos terugvinden
Bert Vos
februari
2003
Mensen kiezen soms een verkeerd graf
Dinsdag 11 februari jl. stond er in het AD een artikel over het verkeerd kiezen van een graf. Herkenning voor mij. Toen bleek dat ik niet de enige ben die zich "vergist" heeft. Daar stond het volgende in:
"Het komt nog geregeld voor dat nabestaanden zich achteraf realiseren een verkeerd graf te hebben gekozen. Ze hadden liever een eigen graf dan een algemeen graf gewild.In een algemeen graf worden drie of vier overledenen begraven die meestal geen nkele relatie hebben met elkaar. Ruimtegebrek noodzaakt begraafplaatsen echter voorzichtig te zijn met het uitgeven van eigen graven. Er zijn zelfs begraafplaatsen waar alleen algemene graven beschikbaar zijn."
Wim is niet
onverwacht overleden, wij wisten al 9 maanden dat hij zou sterven.
In die tijd hebben we veel besproken, eigenlijk dacht ik dat we
alles besproken hadden tot in het uiterste detail. Dat bleek helaas
niet helemaal waar. We hebben toch enkele dingen over het hoofd
gezien, niet aan gedacht of niet geweten. Zo ook met het kiezen
van een graf.
We hadden natuurlijk
veel begrafenissen en crematies meegemaakt. Eigenlijk meer crematies
dan begrafenissen. Mijn eigen vader is ook gecremeerd omdat het
zijn wens was. Ik had daar best moeite mee, geen plekje om naar
toe te gaan, want zijn as is gewoon uitgestrooid op een veld.
De oma van Wim is wel begraven, maar wij zijn daarna nooit meer
naar de begraafplaats geweest. Eigenlijk "heb" ik niets
met een begraafplaats.
Waarschijnlijk omdat ik nog nooit een echte dierbare had verloren.
Wel oudere zussen en broers van onze ouders, tantes en ooms dus.
Die mensen waren op een leeftijd gestorven waarop het niet vreemd
is dat je sterft. De meeste zijn gecremeerd en het as is uitgestrooid
of in een urn mee naar huis genomen.
De weinigen die wel begraven zijn, waren in mijn beleving begraven
in een eigen graf. Ik wist niet beter of je had je eigen graf
of een familiegraf. Van een algemeen graf had ik nog nooit gehoord.
Dat je dan met 3 of zelfs meerderen boven elkaar begraven wordt,
dat wist ik niet. En dat wist Wim ook niet, dat denk ik althans,
we hebben het daar niet over gehad, waarschijnlijk omdat we dat
gewoonweg niet wisten.
Wim had wel gezegd dat hij begraven wilde worden, ook wat voor
kist, hoe de uitvaart moest worden gedaan, welke muziek. Hij zei
ook nog, dat hij niet verlangde dat ik steeds naar zijn graf zou
gaan. Hij zou dat zelf ook niet bij mij gedaan hebben. Dood is
dood, zei hij. Als je dan naar mijn graf zou gaan, kom je daar
alleen maar verdrietig vandaan. Een begraafplaats is geen opbeurende
plek. Gedenk mij maar op ons geliefde plekje in de duinen in Oostkapelle,
zei hij mij, dat lijkt mij veel fijner. Wij "hadden"
immers tot die tijd toe "niets" met begraafplaatsen.
En ga ook niet veel geld uitgeven aan een dure, bijzondere steen;
geen bronzen beeld van een motorrijder (Wim reed motor). Besteed
dat geld maar aan vakantie, daar heb je veel meer aan, zei hij
ons. Laat alleen mijn naam er maar opzetten en dan ook alleen
mijn roepnaam, geboorte- en sterfdatum. Ik kon me daar wel in
vinden.
Zo eenvoudig mogelijk
Maar toen Wim
overleden was en de uitvaartverzorger bij ons alles kwam bespreken,
hoorde ik voor het eerst dat er buiten een eigen graf en een familiegraf
ook nog een algemeen graf bestond.
Wim wilde het zo eenvoudig mogelijk. Dit in tegenstelling tot
de hele uitvaart, dat moest wel met allerlei speciale en ook dure
middelen, daar heb ik wel veel geld voor uit moeten trekken. Hij
zei letterlijk: als ik eenmaal onder de grond gestopt ben, is
het helemaal over en begin jij weer een eigen leven. Dat het allemaal
anders uit zou pakken, had ik toen niet voorzien. Dat ik juist
na zijn dood wel graag een mooier plekje had gewild op de begraafplaats,
daar kwam ik dus te laat achter. Ik vertelde de uitvaartverzorger
dus van Wim zijn wensen, de kaart had Wim zelf al ontworpen, de
kleur van de kist, geen "kleffe klere begrafeniskoek"
[daar bedoelde Wim de ontbijtkoek mee, die je meestal na de plechtigheid
krijgt], maar gewoon kleine gebakjes en alles wat ze wilden drinken,
net als op een verjaardag. Ook mochten de mensen niet naar huis
gestuurd worden, ze mochten net zo lang blijven als ze wilden.
Ik gaf de begrafenisondernemer Wim zijn "grafbandje"
zoals hij dat zelf noemde, een cassettebandje met de nummers erop
die gedraaid moesten worden en vertelde de uitvaartverzorger dat
het een gewoon graf moest worden zonder toeters of bellen. Toen
hoorde ik voor het eerst van een algemeen graf. Dat was dus wat
Wim en ik bedoelde, dacht ik. De uitvaartverzorger vertelde mij,
dat er op de begraafplaats waar Wim begraven wilde worden, weinig
plaats was, dus er werden 3 graven boven elkaar geplaatst, dat
wilde zeggen: 3 kisten boven elkaar.
Dat was nu eenmaal zo in Rotterdam en in meer grote steden. Vroeger
werden er zelfs nog meer mensen boven elkaar begraven. Ik vroeg
nog aan mijn dochter of zij dat wist, ja zij wist dat wel. Maar
pa wilde dit toch zo?
Wij zouden toch niet vaak naar de begraafplaats toe gaan. Wij
moesten dat geld toch aan vakantie besteden? En toen stemde ik
er mee in.
Dat ik daar later, eigenlijk meteen na de begrafenis, spijt van
kreeg, had ik toen niet voorzien.
Had ik nu over bergen geld beschikt, dan had ik beslist een eigen
graf gekocht. Maar ik had weinig spaargeld en ook de wetenschap
dat ik geen ANW-uitkering zou krijgen. Ik ben geboren na 1 januari
1950, geen kinderen onder de 18, dus ik kreeg geen ANW-uitkering.
Een nieuwe wet die precies aangenomen was toen Wim hoorde dat
hij kanker had.
Door verschillende keer pensioenbreuk zou ook de pensioenuitkering
niet hoog zijn. Gelukkig werkte ik al 24 uur per week, dus ik
zou wel een eigen inkomen hebben. Had ik geen werk, dan had ik
naar de Sociale Dienst kunnen gaan voor een aanvulling op het
pensioen tot aan Bijstandsniveau. Wim had best gelijk, toen hij
zei dat ik verder geen al te hoge kosten moest maken.
Drie stenen boven elkaar
Toen ik echter
de dag na de begrafenis naar Wim's graf ging, om in alle stilte
bij hem te zijn, merkte ik wat het inhield, zo'n algemeen graf.
In de rij waar Wim lag, lagen overal 3 stenen boven elkaar. Slechts
een piepklein stukje aarde aan weerszijde om een plantje neer
te zetten. Toen meteen al had ik daar spijt van. Ik raakte in
gesprek met een vrouw, haar man lag vlak bij Wim begraven, zij
had er geen moeite mee. Ik zei haar nog (tot mijn spijt naderhand)
dat ik het net een massagraf vond. Ik heb haar later daar wel
mijn verontschuldiging voor aangeboden. Maar het viel me allemaal
zo tegen. Tot mijn verbazing had ik wel de behoefte om naar Wim
toe te gaan, dat voelde ik nu pas, nu hij er niet meer was. Zelf
had ik ook altijd gedacht dat ik niet vaak naar zijn graf zou
gaan. En nu zo'n graf met 3 mensen boven elkaar. Het voelde zo
afschuwelijk.
Op een heel klein stukje grond dus heel veel doden, niet echt
een eigen plekje, ik vond het verschrikkelijk. Ik heb Wim ook
tot nu toe ook nooit "gevonden" op de begraafplaats.
Het enige voordeel voor mij is dat Wim "bovenaan" ligt.
En of dat gevoel van Wim "vinden" op een begraafplaats
daar mee te maken heeft, weet ik ook niet echt. Als hij een eigen
graf had gehad, weet ik niet of ik hem dan ook "gevonden"
zou hebben. Ik heb er nog wel met de uitvaartverzorger over gesproken,
maar hij zei, dat hij mij daar wel op gewezen had, dat was ook
zo. Alleen heb ik toen niet kunnen inschatten (niet kunnen voelen)
wat het voor me zou betekenen. Naderhand sprak ik er ook nog wel
eens over met andere mensen. Die zeiden me dat het ook wel mogelijk
was om hem te laten herbegraven, maar dat zou wel flink veel geld
gaan kosten. Ik informeerde er wel eens terloops naar bij andere
mensen, hoe zij dat zouden doen. De meeste kennissen willen gecremeerd
worden, dus die hebben dat probleem van een graf niet. Sommigen
zeiden dat ze al een graf gekocht hadden. Ik heb me er toen bij
neergelegd en er geen probleem meer van gemaakt. Als ik Wim nu
op wil zoeken, even dicht bij hem wil zijn, ga ik inderdaad naar
"ons plekje in de duinen". Daar vind ik hem. En eigenlijk
is dat voor mij specialer dan het kerkhof. Alleen kan ik daar
niet naar toe wanneer ik dat wil, het is een verre reis voor mij
met openbaar vervoer.
Dat speciale plekje in de duinen...
Maar als ik
er dan eenmaal ben op dat speciale plekje in de duinen, dan maakt
het alles weer goed. Ik heb dan ook zand meegenomen van dat plekje
en met dat zand cement gemaakt en daar een stenen krans van gemaakt.
Op die krans heb ik allemaal schelpen van "ons strand"
geplakt en die krans ligt nu op zijn steen. Ik ga er zo af en
toe heen, voel me er nog steeds niet verbonden met Wim, maar heb
me er maar bij neergelegd dat ik destijds een verkeerd graf gekozen
heb.
Nu lees ik in dat stukje in de krant dat ik niet de enige ben,
geeft me deze herkenning een beetje troost. In feite ligt Wim's
omhulsel daar slechts. Wim's hart en ziel zit diep in mijzelf
begraven en hij is dus altijd bij me. Daar troost ik me dan maar
mee.
José
Osterman
Op 26 april
1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd
door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna
heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe",
waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen
(te vinden in het archief).
In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar
later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk"
haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd.
In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en
deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt
en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen
plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet
kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven"
andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een
toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot
- ondanks alle dubbele gevoelens - toch en misschien wel nóg
intenser van het leven kan gaan genieten. Een leven dat weliswaar
door het gemis nooit meer hetzelfde zal worden. Een leven dat
anders is, maar daarom zeker niet minder waardevol. (Bert Vos,
hoofdredacteur)
Dubbel-leven (5): Motorweer
Elk jaargetijde heeft zo z'n eigen bekoring. Nog niet zo heel lang geleden leek het mij een voorrecht om in een warm land te kunnen wonen. Maar na samen met Eric verschillende verre bestemmingen te hebben bezocht, heb ik moeten erkennen dat ik eigenlijk niet goed tegen de hitte kan. Het maakt me loom en erg veel animo om iets te ondernemen heb ik dan niet. Zo kan ik mij nog goed herinneren wat een zalig gevoel het gaf om na vier weken Surinaamse hitte thuis ons koude dekbed weer over me heen te kunnen trekken. Weg met die constante transpiratie. Verdwenen was het lawaai van de rumoerige plafondventilator die ik de hele nacht moest dulden, wilde ik kunnen slapen. En dagen na thuiskomst gloeide de hitte nog in mij na. Voor Eric was het als een koude douche, maar ik vond het heerlijk! Sindsdien ben ik de wisseling van de seizoenen steeds meer gaan waarderen.
Eric's favoriete seizoen
Maar er is iets met de lente. Ook daar kan ik mij niet meer onbevangen op verheugen. De lente was Eric's favoriete seizoen. Geweldig vond hij het om te zien hoe de natuur in volle hevigheid losbarstte. Hoe de struiken en bomen in knop kwamen. Verrukt kon hij worden bij het zien van uitspruitende varens. Misschien deed het hem wel denken aan z'n jeugd in Suriname waar hij zijn moeder altijd hielp met het aanharken van het erf en het in toom houden van alle planten die daar het hele jaar door blijven groeien en bloeien.
En in de lente
werd de motor weer opgepoetst en rijklaar gemaakt. Zo vanaf een
graad of 15 trokken wij menig weekend er samen op uit. Toerend
over dijken en landweggetjes om 's avonds moe maar voldaan weer
thuis te komen. Elk zonnestraaltje pikten we zo mee. Net zoals
we die laatste maanden voor het ongeluk deden, nu bijna vier jaar
geleden.
Al jaren had ik geprobeerd hem over te halen om - net als ik -
z'n werkweek terug te brengen tot vier dagen. Zijn drukke baan
ging steeds meer van hem vergen. Het leek mij beter dat hij een
stapje terugdeed en zo zouden we immers meer samen kunnen genieten?
Toen al was mijn motto dat we niets moesten uitstellen tot later,
want wie garandeert ons dat er een "later" zou komen
?
Na veel getouwtrek had hij het eindelijk voor elkaar, per februari
1999 zou ook hij elke vrijdag vrij zijn.
Vanaf dat moment stond die dag dan ook in het teken van de motor.
De ene week gingen we op zoek naar nieuwe helmen, de andere week
naar een leren pak, want dat moest er nu toch maar eens van komen.
En eind maart ging zijn lievelingswens in vervulling en werd de
toermotor ingeruild voor een Ducati. De aankoopbon vermeldde als
datum 22 maart. Vier weken later werd hij fataal aangereden door
een automobilist. Slechts vier weken heeft hij van z'n motor kunnen
genieten. Zijn vierdaagse werkweek was hem slechts drie maanden
gegund.
Dubbel gevoel
De lente geeft
mij een dubbel gevoel, zoals zoveel tegenwoordig. Ik kijk er naar
uit en ik zie er tegenop.
De lente. Het begin van nieuw leven, een nieuw seizoen. Voor Bert
en mij voelt het als een nieuwe start nu hij zijn operatie heeft
overleefd. We verheugen ons erop onze nieuwe woonomgeving nader
te gaan verkennen. En we weten, we zullen nóg meer van
elkaar genieten dan we al deden.
Maar de lente betekent ook een opleving van de herinneringen aan
de laatste maanden die ik samen met Eric heb beleefd en
de
opmaat naar zijn naderende sterfdag.
De lente. De tijd van het jaar waarin steeds vaker motoren in
het straatbeeld opdoemen. Ik laat ze gelaten langs mij heen razen.
Soms probeer ik ze te negeren terwijl Bert heel lief z'n best
doet om mij dan af te leiden.
Maar ik kan er niet voor weglopen. Wanneer de lente komt, wordt
het motorweer.
Monique Vos,
maart 2003
Brief van de maand: Liefde is de kern van ons bestaan
,,Liefde is de kern van ons bestaan en tevens het meest elementaire recht. Liefde is ook......met z'n allen vastzitten in een voortdenderende achtbaan".
Van Josephina Exterkate kregen wij onderstaande, bijzondere, brief die ons ontroert door de enorme warmte die hij uitstraalde. Een met liefde geschreven brief die niet alleen ontroert, maar ook troost. Wij plaatsen het verhaal van Josephina dan ook met liefde als ,,Brief van de maand".
-Bert en Monique Vos-
Lieve lezers,
Op 15 januari jl. is mijn man Hans op
40 jarige leeftijd overleden. Inmiddels zijn we een paar weken
verder. En nu pas kom ik er achter wat er het afgelopen jaar allemaal
gespeeld heeft. Tijd om er toen bij stil te staan had ik niet.
Je handelt en denkt niet. Het was alsof ik in een achtbaan was
gestapt waar ik niet meer uit kon. Ik ben ingestapt toen Hans
ziek terug kwam uit Afrika. Na drie dagen onderzoek kwam ik er
achter dat de noodrem het niet deed....kanker....Waar we aan toe
waren besefte ik niet, ik zat immers gillend in de achtbaan.
Wel was duidelijk dat het leven er in 2002 heel anders uit zou
zien. Het zou nooit meer het zelfde zijn. En was het mogelijk
dat we aan het eind van het jaar nog met z'n allen waren? Het
moest een feestelijk jaar worden, met in de zomer een groot feest
omdat we allebei 40 werden en 12 1/2 jaar getrouwd waren. Het
feest werd wat minder heftig maar wel intens beleefd.
Al met al was het jaar eigenlijk heel wonderlijk. Naast verdriet waren er ook momenten dat we elkaar aankeken en Hans niks anders kon zeggen dan dat hij zich zo gelukkig voelde, dat hij zo dankbaar was dat hij deze ziekte kon beleven zoals hij dat wilde: thuis met diegenen die hem zo dierbaar waren....en nog zijn...... Hij was verbaasd dat er zoveel lieve mensen waren, en dat er tot in alle uithoeken van de wereld kaarsjes voor hem werden aangestoken, zelfs door wildvreemde mensen. Verbaasd ook over het feit dat alles waar hij naar op zoek was er altijd is gewees: liefde, alles omvattende liefde, in hemzelf, in ons, in ieder mens.
Liefde is de kern van ons bestaan
Liefde is de kern van ons bestaan en tevens het meest elementaire recht. Liefde is ook......met z'n allen vastzitten in een voortdenderende achtbaan.
We denderen
na te veel klimmetjes en net zoveel dalen door de bochten heen
naar oktober. Toen heeft Hans de zieken-zalving ontvangen.
De kinderen hadden speciale kaarsen voor deze gelegenheid versierd,
en de kandelaars, die oorspronkelijk zwart waren, zilver en goud
gespoten, en ruim bestrooid met glitters. Dit zou een klein maar
bijzonder "afscheidsfeestje" worden.
Wonder boven wonder waren de kinderen hier ook zo van onder de
indruk, en hebben ze dit zo doorleefd, dat ze die avond ook beseften
dat Hans z'n dood onherroepelijk was. Het was een onvergetelijke,
emotionele, bijzondere en mooie avond. Een avond die me zo dierbaar
is geworden omdat we met z'n allen zo één waren....echt
zo één......dat ik op dat moment voelde "dit
avontuur zijn we samen aangegaan, en we zullen verder gaan. In
tijd en ruimte blijven we één. Het is goed zo!"
Hans was blij dat hij alle verjaardagen nog kon meemaken. Sinterklaas compleet met surprises. Daarop volgend de Kerst met als hoogtepunt heerlijk tafelen met z'n allen. Daar had hij al weken naar uitgekeken en hield hem ook in "leven". De mooiste dag van het jaar was ongetwijfeld oud en nieuw. Tranen biggelde over zijn wangen. Een heel jaar rond met alle feesten en seizoenen. Een heel jaar intens geleefd, en de essentie van het leven begrepen. Volbracht!!! Hij had het helemaal volbracht. Hij had ook gezien dat wij het aankonden om het nieuwe jaar zonder hem te aanvaarden.
Ik ben zielsgelukkig
en intens dankbaar dat ik dit avontuur samen met Hans en de kinderen
heb mogen beleven. Dat hij thuis mocht sterven met ons aan z'n
bed. Dat was zijn wens.
De ochtend dat hij overleed heb ik symbolisch de weg voor hem
vrij gemaakt door alle toeters en bellen rond zijn bed weg te
halen. En samen met de kinderen ben ik bij hem gebleven. Ik dacht
dat ik zou instorten als het eenmaal zo ver zou zijn. Maar in
plaats daarvan voelde ik blijdschap en opluchting. Natuurlijk
ook verdriet.
Sophia (9 en de jongste) wilde hem nog voor de laatste keer verzorgen.
Met wat hulp van ervaren mensen, heeft ze dat toen gedaan, met
een grote lach op haar gezicht omdat ze zo blij was dat ze nog
wat voor Hans kon doen. Daarna heb ik een fles champagne open
getrokken en samen met wat familie geproost op een goede thuiskomst.
Hans was niet
iemand die afscheid wilde nemen, laat staan dat hij zich wilde
bezighouden met zijn eigen begrafenis. Dus wat er in de navolgende
dagen gebeurde, was voor mij een complete verrassing.
Ik heb vanuit mijn gevoel gehandeld. Tot grote ergernis van de
gevestigde orde. De kinderen hebben een foto van Hans uitgezocht
voor op de kaart. Hans met een tas op z'n rug, want hij gaat op
reis. Blauw papier. Blauw van de zee, waar hij zo van hield, blauw
van de wolken. Ze wilden niet dat hij in een "vampierkist"
begraven zou worden. Samen hebben ze het kistenboekje doorgekeken.
En de keuze viel op een stoere zeemanskist, die ze op een bijzondere
manier hebben beschilderd. Dat is echt een project geworden. De
hele familie heeft meegeholpen met schuren. Pontificaal in de
tuin met een paar ruige bandschuurmachines. Tanden op elkaar,
lekker vloeken en hard werken. Goed voor de verwerking!
Vervolgens heeft Sophia bij zijn hoofd een zee met springende
dolfijnen gemaakt. Wat zij niet wist is, dat Hans zich vaak voorstelde
dat hij als een dolfijn door het water zwom. Heerlijk vrij zonder
zorgen en pijn. David (12) schilderde op het middelste gedeelte
een strand met een grote ondergaande zon, precies op de plek van
zijn hart. De warmte van Hans z'n hart.
Elisa (13) nam het voeteneind voor haar rekening. Een graslandschap
met een prachtig wit paard. Heerlijk aards met beide benen op
de vloer. Ze hebben alles geschilderd daar waar het wezen moest.
Ik vind het wonderlijk!
De lente zingt in mij, ik heb het leven lief
Uiteindelijk ben ik na drie weken, een weekje met de kinderen gaan uitwaaien op het strand. Op uitnodiging van een collega van Hans. Het kostte me heel veel moeite om weg te gaan. Want we hadden een jaar lang vastgezeten in die achtbaan, worstelend met onze emoties. Geleefd tussen hoop en wanhoop. En nu kreeg ik de kans om uit te stappen. Weg uit ons veilige huis, waar ik als een versufte in een roes verkerende moeder, dag in dag uit alles opnieuw beleefde. Ik was een jaar door elkaar geschud en behoorlijk instabiel geworden, onzeker ook, en ik zat met de vraag of ik wel kon gaan zonder mezelf schuldig te voelen.
We zijn gegaan, en hebben geworsteld met de elementen die de natuur ons te bieden had. Er is een frisse wind door m'n hoofd gewaaid. En ik heb ervaren dat Hans bij ons was. De achtbaan is nu definitief gestopt, uitgeraasd. De lente zingt in mij, en ik voel het in m'n lijf...ik heb het leven lief. Ik leef!!!
Josephina Exterkate, e-mailadres: xxjosephinaxx@hotmail.com
Ruggesteuntjes
(12) Wijsheden, gedachten
en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld
door Monique Vos
Uit: "Leven met de dood. Leren omgaan met het verlies van een geliefde, familielid of vriend, en het bestaan van leven na de dood." - Raymond A. Moody met Dianne Arcangel; A.W. Bruna Uitgevers, Utrecht 2002, ISBN 90-29-8581-4, 255 blz.
Hobbels worden bergen
Sinds Willie's overlijden
merk ik heel sterk dat ik tegen bepaalde situaties opzie. Hobbels
worden dan bergen en soms worden vlakke wegen zelfs bergen. Gezien
mijn karakter zou ik onder normale omstandigheden dan ook best
even een gevoel hebben van: "wat nu"? Het zou echter
een hobbeltje geweest zijn en geen berg. Dingen die eerst heel
normaal leken zijn dat nu niet meer. Alles kost veel meer energie
en die energie is nauwelijks meer aanwezig.
Naast de pijn en het verdriet is er vooral de vermoeidheid. Het
is heel moeilijk aan anderen, die een dergelijke vermoeidheid
niet ervaren hebben, uit te leggen wat voor een gevoel het is.
Vaak krijg je ook goed bedoelde adviezen als "ga een stukje
wandelen". Waarschijnlijk hebben ze groot gelijk. Door lichamelijk
bezig te zijn voel je even een ander soort vermoeidheid. Maar
om jezelf aan te zetten tot bijvoorbeeld zo'n wandeling is echter
weer zo'n berg. Je hebt gewoon de puf niet.
Soms heb je
echter iemand die niet met goede adviezen komt, maar die gewoon
iets doet. Dat had ik afgelopen donderdag. Een goede vriendin
van mij volgt buikdansles. Ik had wel eens gezegd dat mij dat
ook leuk leek, alleen kwam ik er steeds maar niet toe. Donderdag
had ze onverwachts vrij, haar vlucht was zodanig vertraagd dat
een nieuwe crew ingezet moest worden, en ik was bij haar op visite.
Eigenlijk hadden we er helemaal niet bij stil gestaan dat ze als
gevolg hiervan nu 's avonds wél naar les zou kunnen. Het
was een andere vriendin die haar hierop wees.
Eerlijk gezegd wilde ik, vóórdat zij naar les zou
moeten, met stille trom vertrekken. Op zich leek het me wel leuk
zo'n les, maar ik was moe en wilde ook gewoonweg nog niet. Stel
je voor: dansen terwijl Willie dood is. Dat past niet. Ik verzon
diverse excuses om niet mee te hoeven en al die excuses werden
een voor een opzij geschoven.Tegen de tijd dat ze weg moest kreeg
ik alleen nog te horen dat ik mijn jas aan moest trekken omdat
we anders te laat zouden komen. Ik kreeg dus geen keus meer en
daar ben ik haar heel dankbaar voor.
Het was zo heerlijk
om lekker op muziek bezig te zijn. Mijn conditie is afschuwelijk,
dus ik heb wel een paar keer gedacht dat, als ik het tot het einde
toe vol wilde houden, het niet te lang meer mocht duren. Het is
me echter gelukt!
Het mooiste van alles is dat ik, doordat het allemaal heel onverwacht
ging, mezelf ook heb toegestaan om de pijn even niet te voelen.
Tot nu toe deed ik dat niet. Ik wil graag vasthouden aan de pijn
en het verdriet. Zonder dat blijft er namelijk weinig van Willie
over. Natuurlijk de herinneringen, die raak ik nooit kwijt. Dat
weet ik zeker. Toch voelt het alsof ik hem nog meer verlies als
ik het verdriet loslaat
In het anderhalve uur dat de les
duurde en in het halve uur daarna, waarin ik in een roes verkeerde,
was de pijn even weg. En zo heb ik voor het eerst in zesenhalve
maand écht kunnen genieten, zonder de ondergrond van pijn.
Mieke van de Pol, e-mailadres: pol387@zonnet.nl
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren