Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud 5e jaargang nr. 4 - februari 2003
Hoofdredactioneel: Even weggeweest...
Tja, daar zijn we dan weer. Niet dat ik er aan had getwijfeld, maar dat het relatief zó snel zou gaan, dát had ik natuurlijk niet verwacht. Het is niet onwaarschijnlijk dat al die Draaikolk-vrienden die me een kaart stuurden in het ziekenhuis me extra energie hebben gegeven. Het was echt geweldig!
De operatie is goed verlopen en
voor de rest is het natuurlijk afwachten of verdere uitzaaiingen
uit willen blijven. In mijn grenzeloze overmoed en optimisme had
ik gedacht meteen weer een nieuwe editie van de Draaikolk te kunnen
maken. Maar dat is natuurlijk een misvatting.
Het zal nog wel een tijd kosten voordat ik weer voldoende energie
èn inspiratie heb om me volop met de Draaikolk bezig te
kunnen houden.
Bovendien heb ik een klein probleempje:
Vanaf het moment dat ik meldde
dat ik voor een operatie een tijdje uit roulatie zou zijn, stopte
de stroom reacties van lotgenoten. Ik heb dus op dit moment bijna
geen bijdragen van lotgenoten liggen om te plaatsen in een nieuwe
editie en zelf ben ik nog nauwelijks in staat om mijn gedachten
op papier te zetten. Datzelfde geldt ook voor Monique. Bovendien
heeft ze op dit moment haar handen vol om mij liefdevol te verzorgen
en geloof het of niet: daar heeft ze en dagtaak aan
!
Daarom doe
ik een oproep aan alle Draaikolk-vrienden: schrijf over jouw ervaringen.
Vertel over alles wat je beroert en waar jouw lotgenoten misschien
wat aan kunnen hebben. Zonder jullie bijdragen is het mij op dit
moment echt niet mogelijk om een nieuwe editie te maken. Het spijt
me.
En dus wacht ik met spanning op de grote stroom ervaringsverhalen terwijl ik intussen revalideer. Ook zo helpen we elkaar.
Bert Vos
Verdrietig zijn in het
ziekenhuisbed...
Op 31 januari was het de sterfdag van Janny.
De afgelopen jaren heb ik die dag altijd thuis herdacht, eerst
alleen of met de kinderen, daarna samen met Monique. Zoals we
ook samen de sterfdag van haar Eric herdachten. We doen dat zonder
iets speciaals. Maar we wéten dat het de sterfdag is.
Dit jaar lag ik op 31 januari in het ziekenhuis. Dat was niet
mijn keuze, maar het leven loopt nooit zoals je denkt dat het
zou moeten verlopen.
Ik lag op een tweepersoons kamer. Mijn kamergenoot was een drukke,
ook erg nieuwsgierige man die net een bypass-operatie achter de
rug had, inmiddels al weer lopend patiënt was en mij het
gevoel gaf alsof hij alleen maar een pink had gebroken of zo.
Een zeer luidruchtige beller ook, die het liefst de hele wereld
zou willen vertellen hoe goed het wel met hem ging. Hij was naar
mijn gevoel al ongeveer op de helft
Monique zat naast mijn bed en
hield mijn hand vast. We hadden de gordijnen gesloten en ik had
het gevoel dat ik in een enorme huilbui los zou barsten, maar
ik hield me krampachtig in omdat ik mijn kamergenoot geen gratis
,,voorstelling" gunde.
Monique begreep mijn gemoedstoestand en ging op zoek naar de verpleegkundige
om te vragen of we tijdelijk even op een lege kamer terecht konden.
Ze vertelde er ook bij waarom.
Het bleek niet mogelijk omdat ik nogal aan wat slangen was aangesloten
die niet losgekoppeld mochten worden. Maar ze konden natuurlijk
wel mijn kamergenoot vragen zich een uurtje ergens anders te willen
vermaken
De beste man was een beetje verongelijkt, maar als het dan persé
moest
Een beetje mokkend als een klein kind verliet hij
uiteindelijk de kamer.
Hij heeft niet veel gemist. De
huilbui was inmiddels getemperd. Maar we hebben wel een uurtje
voor ons alleen gehad. Een woordeloos uurtje was het bijna. Waarin
het verdriet om wat er niet meer was maar ook alles wat ons nu
weer was overkomen in stilte hebben verwerkt.
Later, veel later, toen ik uit het ziekenhuis was ontslagen, hebben
we samen gehuild zoals ik had willen huilen. Er was niemand die
ons kon horen
Bert
januari 2003
Open brief aaan ,,Carolien de Vechter"
Hallo
Ik wil via deze weg, omdat ze
anoniem wil blijven, Carolien heel veel sterkte wensen.
Ook ik heb in het begin gevraagd of ze onze namen niet wilden
vermelden, vooral omdat het bij Sietse erg gevoelig lag in de
familie.
We zijn nu bijna twee jaar verder en het gaat reuze goed met ons.
Het schijnt altijd hard aan te komen hoe en wanneer je ook vertelt
dat je opnieuw verliefd bent geworden.
Ik begrijp dat het vooral voor zijn kinderen hard aankwam, want
het was wel heel erg snel na het overlijden van hun moeder.
Ik heb in het begin vaak tegen Sietse gezegd, dat hij mij op de
achtergrond moet zetten om eerst met zijn kinderen alles op een
rijtje te zetten.
Hij wilde dat niet, hij zei: ,,ik wil met jou verder, als de kinderen
thuiskomen hebben ze iemand die op hen wacht waar ze hun verdriet
bij kwijt kunnen, moet ik dan alleen blijven omdat zij er moeite
mee hebben?"
We hebben zoveel mogelijk begrip
getoond tegenover hen en geduld opgebracht om ze de kans te geven
het te accepteren. Maar elkaar opgeven wilden we niet.
Wat mij soms wel erg dwars zit, is dat sommigen niet eens de moeite
nemen om er dieper bover na te denken en ook maar iets proberen
om het te begrijpen. Ik weet wel hoor om dit te voelen moet je
het zelf mee gemaakt hebben maar toch.
Geef elkaar niet op als het gevoel
goed is, weet dat je altijd met jezelf verder moet niet met je
kinderen, broer, zus of wie dan ook.
Het is natuurlijk hartstikke fijn als iedereen met je verder wil
zoals je bent en je, je voelt. Je kan het niet iedereen naar de
zin maken en leven zoals zij zouden willen ik weet zeker dat je
dan doodongelukkig wordt.
Heel veel sterkte en veel geluk gewenst voor de toekomst samen.
Dit gedicht kreeg ik van mijn zieke begripvolle zus:
Veel sterkte met alles en geloof me, als de band met je oudste zoon altijd goed geweest is, zal hij het gaan accepteren.
Groetjes Julia Gaarenstroom, e-mailadres:
bajo@home.nl
Ruggesteuntjes
(11) Wijsheden,
gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de
rug, verzameld door Monique Vos
Uit: "Eenvoud
in overvloed" - Sarah Ban Breathnach. 2000 - Forum - Amsterdam,
ISBN 90 225 2245 8
Brief van de maand: Ingehaald door verlaat verdriet
Hallo Bert en
Monique,
Mijn naam is Jopie Pama en ik ben 39 jaar. In november 1996 is
mijn man Bert overleden aan kanker. In 1988 kreeg hij voor het
eerst kanker. We hebben dus 8 reservejaren gekregen, ook al waren
ze niet even gemakkelijk.
Na zijn overlijden ben ik heel sterk geweest. Ik wilde dat onze
jongens (toen 8 en 5 jaar) er zo min mogelijk onder zouden lijden.
Na 1 jaar ontmoette ik mijn huidige man en was helemaal in de
wolken. We kregen ook samen een prachtige dochter. Maar, en nu
komt het... ik ben nu steeds zo verdrietig, ik begin nu pas met
verwerken en dat doet zo zeer. Ik ben al die tijd gevlucht voor
mijn verdriet en nu lukt me dat niet meer. Ik ben er bang voor.
Ik weet niet wat ik er mee moet doen. Na 6 jaar heeft het me tóch
ingehaald.
Daar komt bij dat het voor mijn omgeving lijkt alsof het allemaal
wel goed gaat, ik heb toch een tweede man? Maar het verdriet is
zo intens. Ik weet dat ik er doorheen moet, maar ik weet niet
hoe ik dat moet doen.
Ik kom regelmatig even kijken op de Draaikolk en wil je bedanken;
ik vind er (h)erkenning en ontlading. Misschien mag ik een reactie
van je tegemoet zien?
Bij voorbaat mijn hartelijke dank en ik hoop dat het ondertussen
veel beter met je gaat.
Met vriendelijke groeten, Jopie, e-mailadres: m.pama@quicknet.nl
Hallo Jopie,
Jouw ontreddering over het (opnieuw) oplaaiende verdriet heeft me wat gedaan. Het kan mij immers ook overkomen? We roeien allemaal met de riemen die we hebben. En helaas bestaat er geen handleiding hoe wij dit het beste aan moeten pakken. Dat kan ook niet omdat we allemaal in unieke situaties verkeren. Daarom heeft het ook geen zin om de fase waarin wij verkeren in onze rouwverwerking te vergelijken met die van anderen. Maak jezelf dus vooral geen verwijten. Heb geduld met jezelf. Blijkbaar was je er tot nu toe nog niet klaar voor. Misschien ben je pas onlangs in wat rustiger vaarwater terecht gekomen en is er nu tijd om wat dieper in je binnenste te kijken. Ik herken dat ook bij mezelf: in drukke tijden raakt het verdriet wat meer op de achtergrond om vervolgens in rustiger tijden (in meer of mindere mate) weer aan de oppervlakte te komen. Het "positieve" is dat je voor jezelf hebt geconstateerd dat jouw tijd voor rouwen nu is aangebroken. Je wilt niet langer vluchten, voor zover je dat hebt gedaan. Maar dat neemt niet weg dat de pijn er natuurlijk niet minder om is
Een klinisch psychologe heeft mij ooit eens geadviseerd om vooral stil te staan bij het verdriet wanneer het zich aandient. Om de pijn niet weg te schuiven maar het daadwerkelijk te voelen. Spreek jezelf op zo'n moment niet vermanend toe dat je vooral flink moet zijn. Nee, voel de pijn, laat de tranen maar komen. Dat is verdraaid moeilijk en het lukt mij ook niet altijd, want wie wil er nu pijn voelen? Vaak hou ik mezelf voor dat ik op dat moment niet met gezwollen ogen naar buiten toe wil, dus moet het maar even worden opgezouten. Fout dus! Maar ja, Toch helpt het op de lange duur om zo je hart weer enigszins te kunnen helen. We zullen dus veel moeten blijven oefenen, nietwaar?
En wat jouw huidige echtgenoot betreft, misschien kun je aan je omgeving uitleggen dat jouw liefde voor hem losstaat van de liefde en de pijn die je voelt voor je overleden man. Dat geluk naast verdriet kan bestaan. Dat jouw huidige partner geen plaatsvervanger is, maar een uniek individu waar je opnieuw liefde bij hebt gevonden.
Jopie, ik weet
zeker dat jij niet de enige bent die dit is overkomen. Zoek eens
contact met lotgenoten uit de Mailbox, dan zul je het zelf ervaren.
En aan lezers die zich nu al in jouw verhaal herkennen zou ik
willen vragen: mail ons jouw ervaring zodat Jopie en vele anderen
daar steun aan kunnen ontlenen. -Monique-
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren