Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 4e jaargang nrs. 10/11 - juli/augustus 2002


Van de hoofdredactie: Schrijven voor De Draaikolk

We zijn weer thuis. Na een, voor het eerst na het overlijden van onze partners nu eens geweldig ontspannende vakantie, zijn we weer terug op onze stek. Thuis. Hoewel dat laatste een beetje relatief is omdat we over een paar maanden immers gaan verhuizen, maar toch.
Het eerste wat je dan doet - ik tenminste wel - is het activeren van je computer. Als je die twee maanden lang hebt moeten missen, is het een feest om het beeldscherm weer zoemend tot leven te zien komen. En dan: inloggen. Naar de mailbox om mijn mailtjes te lezen. Honderden brieven komen binnen. Het is veel. Vooral als blijkt dat daar ook nog eens zo'n minimaal honderd besmette berichten tussen zitten. Die worden er wel feilloos door mijn virusscanner tussenuit gepikt en verwijderd, maar leuk is anders. Gelukkig bleef er daarna nog veel over. Berichten van jullie. Hartverwarmende mailtjes, verdrietige brieven, verzoeken en tientallen nieuwe opgaven voor opname in de Mailbox. Ik was meteen weer met beide (bruine) benen op de grond, weggerukt uit de zonnige onbezorgdheid van de Provençe waar mijn gedachten en die van Monique eventjes geen draaikolk waren geweest.

Op zo'n moment vraag ik me even een beetje vertwijfeld af waarom ik (samen met Monique) nog steeds de Draaikolk maak. Waarom ik me niet ,,gewoon" bezig hou met leukere (lees: minder emotionele) dingen nu ik weer mijn leven kan delen. Want leukere dingen zijn er natuurlijk ook (weer). Maar dan lees ik de mailtjes en open het Gastenboek en lees wat de bezoekers hebben geschreven. En dan weet ik het weer. Dan voel ik weer waarom ik aan de Draaikolk werk en dat ook wil blijven doen.
Monique en ik hebben de komende maanden weliswaar de handen vol aan het voorbereiden van onze verhuizing, maar we zullen in die periode blijven proberen de Draaikolk zo goed mogelijk actueel te houden.
Maar dat kunnen we natuurlijk niet alleen. Ook jullie brieven en bijdragen zijn daarbij erg belangrijk. Juist daardoor ontstaat er een prachtige wisselwerking tussen ons en jullie en tussen jullie onderling. Zo zijn er nu bijvoorbeeld enkele brieven binnengekomen over het onderwerp ,,verhuizen", waar we het in onze vorige editie over hadden. Ervaringen van jullie zijn zo ontzettend belangrijk voor lotgenoten! Lotgenoten reageren op onderwerpen in de Draaikolk via de redactie of sturen rechtstreeks een mailtje met hun reactie naar lotgenoten die iets voor de Draaikolk hebben geschreven. Als ik dit allemaal zo lees, als ik mailtjes ontvang van verbaasde lotgenoten die iets hebben geschreven en tot hun genoegen reacties ontvangen, dan geniet ik. Dan weet ik het weer: het werkt!

Natuurlijk zijn er ook mailtjes met verzoeken waaraan we als redactie niet tegemoet kunnen komen, hoezeer het ons ook spijt. Verzoeken bijvoorbeeld om voor lotgenoten op zoek te gaan naar passende schrijfgenoten. Daar kunnen we dus niet aan beginnen. Dat is wat al te gemakkelijk gedacht. Zelf zoeken in de Mailbox is het enige wat we kunnen adviseren. En je daarvoor natuurlijk ook zelf opgeven.
Tja en ook nu ontvingen we weer een verzoek van een gescheiden vrouw om mee te mogen doen aan de Mailbox. Helaas, ook dáár kunnen we niet aan voldoen. De Draaikolk is opgezet voor mensen die hun partner door overlijden hebben verloren. Ook al doet scheiden wellicht net zoveel pijn en levert het net zoveel verdriet op, het is toch anders. En er zijn sites die bestemd zijn voor deze doelgroep. Bovendien schrijven Monique en ik vanuit onze eigen ervaringen en wij hebben géén ervaring met echtscheiden.

Verder zijn we bezig met het onderbrengen van de Draaikolk onder een eigen adres, http://www.draaikolk.com Op het moment dat jullie dit lezen is dit misschien al gerealiseerd, waardoor de Draaikolk via een gemakkelijker te onthouden adres te bereiken zal zijn.
We houden het oude adres nog even in stand om jullie door te kunnen verwijzen. Maar doe ons een plezier: gebruik meteen het nieuwe adres en sla dat op als favoriet. Wat ons betreft: blijf vooral schrijven. Stuur jullie verhalen, jullie ervaringen, naar ons nieuwe e-mailadres: info@draaikolk.com. Dus niet meer mailen naar elvo@planet.nl!
Bedankt namens al jullie lotgenoten. Maar als je het kunt en wilt: natuurlijk eerst met vakantie gaan. Al was het maar om nu eindelijk tijd voor jezelf te maken. Tijd om alles eens op een rijtje te zetten. Om hopelijk net als Monique en ik na afloop tot de ontdekking te komen dat je weer een stapje verder bent gekomen in het verwerken van je verlies. Probeer op die manier lief te zijn voor jezelf en schrijf ons je ervaringen. Sterkte!

Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk


Terug naar de plekken van emotie

Lotgenoten vragen het zich ongetwijfeld af hoe het zal zijn om terug te keren naar de plekken waar ze samen met hun overleden partner fijne momenten hebben meegemaakt. Ook ik heb al geruime tijd met die vraag geworsteld en heb geprobeerd om te ontdekken wat het werkelijk voor mij betekende om die plekken, die in mijn geest ongetwijfeld verder zijn geïdealiseerd en door de tijd steeds mooier zijn gemaakt, terug te zien. Vorig jaar was mijn terugkeer naar de Camarque, die bijzondere streek in de Rhône-delta, een wel zeer heftige confrontatie. Ik heb dat al eens verteld. Maar ik was blijkbaar nog niet klaar. Tijdens onze vakantie zei mijn gevoel me dat ik nóg meer moest doen. En zo besloot ik in gedachten om, voor zover mogelijk, de andere plaatsen te bezoeken die deel uitmaakten van de kampeertocht die Janny en ik in 1995, het door artsen veronderstelde laatste jaar van Janny, door de Provençe maakten. Het werd een ontmoeting met het verleden, afgewisseld met gestuurd toeval, maar met één conclusie: het was goed om het te hebben gedaan. En ik heb óók kunnen vaststellen dat sommige plekken een volledige teleurstelling opleverden: het was niet meer zoals het toen was. Als ik eerlijk moet zijn vond ik dat niet erg. Want ik had natuurlijk mijn eigen, originele herinneringen. En die verdwijnen niet. Maar ik ontdekte wél dat ik door deze tocht dit onderdeel heb kunnen verwerken. Voor mij was

De cirkel gesloten

Toen mijn vrouw Janny in 1995 te horen kreeg dat ze geen jaren meer te leven zou hebben, besloten we om voor de allerlaatste keer met onze caravan vier, vijf weken naar Frankrijk te vertrekken om onder meer haar lievelingsplekjes in de Provençe te bezoeken. Ik schreef er al eens eerder over, bijvoorbeeld hoe ik vorig jaar voor het eerst na al die jaren weer in de Camarque durfde te komen en hoe onverwacht heftig dat voor mij bleek te zijn. Maar de route van 1995 ging verder: naar de Luberon, Cabasse, Le Thoronet, de Mont Ventoux en een boerencamping in Ramatuelle bij St.Tropez waar we de laatste vakantiedagen doorbrachten voordat we voortijdig naar Nederland terugkeerden omdat Janny zich toch niet goed voelde en geen risico's meer wilde nemen.

Dit jaar besloten Monique en ik om een groot deel van onze vakantie op een camping in Fréjus en omgeving door te brengen. En helemaal niks te doen. Gewoon ontspannen. Maar in je onderbewuste spelen zich blijkbaar toch processen af waardoor je eigenlijk geen plannen kunt maken, want hoe kun je anders verklaren dat ik op een mooie, zonnige dag voorstelde om een bezoek te brengen aan de zo'n zestig kilometer noordelijker gelegen Cisterciënzer abdij van Le Thoronet? Monique begreep waarom ik dat wilde, maar toch, ik had het dus eigenlijk niet gepland. Zeker niet met die heftige emoties in de Camarque van vorig jaar nog in gedachten.
Janny had een zwak voor de strakke eenvoud van de Cisterciënzer kloosterbouw met haar schitterende lichtinval en maakte in de abdij van Le Thoronet ontzettend veel foto's toen we de gerestaureerde ruïnes van het prachtige klooster bezochten. Eén van die foto's toonde haar schaduw op de oude, versleten vloertegels van de kloostergang in het warm gouden licht van een Provençaalse late middagzon. Het werd haar lievelingsfoto, zonder dat zij mij later precies kon uitleggen waarom. Zoals ze me ook niet echt kon of wilde vertellen waarom ze twee dezelfde vergrotingen (een lichte en een donkere afdruk) naast elkaar op onze slaapkamer had gehangen. Ik mocht ze daar beslist niet verwijderen. Dat zat er zo bij mij in gehamerd dat ze er twee jaar na haar dood nog hingen toen Monique in mijn leven kwam.
Ik gebruikte de foto na haar crematie op de voorkant van een dankbetuiging aan allen die haar op haar laatste tocht vergezelden. Het bezoek aan Le Thoronet was dus niet zo maar een vrijblijvende rondrit in de prachtige Provençe.

Bedevaart?

Ik had, toen Monique en ik het klooster binnengingen, heel even het gevoel dat ik aan een soort bedevaart was begonnen.
Het klooster was mooi zoals het altijd al was geweest in mijn herinneringen. De warm gouden zon van de late middag zette de kloostergangen in een prachtige gloed. De schaduwen op de eeuwenoude tegelvloer van de kloosterkerk waren al even mooi. En toch: tot mijn verbazing voelde ik deze keer nauwelijks enige emotie. Het was alsof ik ineens met heel andere ogen keek naar wat in mijn gedachten steeds de emotioneel zo rijke betovering van de kloostergang door die bijzondere avondzon was geweest. Het was, denk ik, vooral haar begeesterd enthousiasme geweest waarmee ze dat zonlicht in schaduwen fotografisch probeerde te vangen, waardoor Le Thoronet zo'n bijzondere plaats in mijn geest had ingenomen.
Ik liep door de gangen en voelde me op een merkwaardige manier heel ontspannen en keek naar Monique die op haar manier al even enthousiast aan het fotograferen was geslagen. Het was helemaal geen herhaling van 1995, maar dat beeld van Monique en de camera gaf me toch ineens het gevoel van: ja, zo is het goed. Wij beginnen opnieuw. De cirkel is rond. Ergens zal Janny misschien met een imaginaire glimlach hebben toegekeken en die glimlach heel even in mijn geest hebben laten spelen. Het was alsof ik ineens begreep waaróm zij die ene foto zo belangrijk vond. Want zonder die foto zouden Monique en ik waarschijnlijk nooit naar Le Thoronet zijn gegaan om mijn cirkel rond te maken. Terug op de camping kreeg ik toch nog een forse huilbui en kregen alle blijkbaar toch opgekropte emoties de vrije loop. Het was onverwacht, maar bevrijdend.

Dubbele tijd

De gemeentecamping van Cabasse, waar de torenklok altijd twee keer de tijd aangaf, was nog gesloten toen ik deze plek aan Monique wilde laten zien. Janny en ik hadden er in 1995 enkele prachtige weken doorgebracht. Aan het rustig kabbelende riviertje in de verkoelende schaduw van de eeuwenoude platanen. Dat de torenklok van Cabasse twee keer de tijd aangaf, vond Janny heel bijzonder. Ze vond het symbolisch voor haar leven: ,,Ik krijg dubbele tijd", zei ze dan, elke keer als de torenklok luid en duidelijk de tijd aangaf. Ze had echt het gevoel dat het haar dubbel zoveel tijd van leven zou geven. Misschien was dat ook wel zo, want de artsen kregen achteraf ongelijk met hun voorspelling. Ze zaten er ruim twee jaar naast…
Maar nu was de camping dus nog gesloten en zo Monique en ik dat gewild zouden hebben konden we er nu niet kamperen. Het speet me niet. Wat blijft zijn die bitterzoete herinneringen. Het moest gewoon zo zijn.

De kale berg van Blaise Pascal

Later deze vakantie maakten we een mooie rondtocht en wilde ik Monique de Mont Ventoux laten zien. De berg die ik m'n hele leven lang al als een bijzondere berg heb beschouwd door de bijzondere uitstraling ervan. Janny en ik hebben meerdere keren op de kale top gestaan, omgeven door kille flarden mist en wolken die zo maar opeens werden doorbroken door de warme Provençaalse zon die een betoverend spel met de wolken om ons heen speelde. Voor Janny had de berg nog veel meer betekenis, omdat ze de mystiek van leven en dood er in probeerde te doorgronden zoals de middeleeuwse monnik/dichter/filosoof Blaise Pascal de berg had geduid en ervaren in zijn overpeinzingen. De naam van de berg had ik dan ook al verschillende keren gedurende deze vakantie -hardop denkend - laten vallen. Het was voor Monique dan ook overduidelijk dat we daar naar toe moesten gaan. Al was het maar zodat zij ook déze plek met mij kon delen.
Onze (voor mij hernieuwde) ontmoeting met de Mont Ventoux vond plaats bij 30 graden. Boven op de kale top was het weliswaar aangenamer met 24 graden, maar van de mystiek zoals ik die ooit had ervaren, was niets te ontdekken. Het was gewoon een bijzondere, kale, intrigerende berg, waar dit jaar de Tour de France-renners ,,hun tanden" weer eens in mochten zetten. Ik was niet echt teleurgesteld dat ik die beelden van toen nu niet meer voor me zag.

Een echt nieuw begin

Monter daalden we dan ook af, genoten daarna van de uitbundig bloeiende paarsblauwe lavendelvelden en het prachtige landschap om tenslotte toch nog even te verdwalen (?) en in de Luberon terecht te komen voordat we weer het juiste spoor naar onze thuisbasis in Fréjus vonden. Ook hier in de Luberon, geen emoties, alleen maar herkenning. ,,Het moest waarschijnlijk zo zijn", zei ik tegen Monique. ,,Ik ben nu op vrijwel alle plekken van 1995 geweest". Zelfs op de plek van de boerencamping bij St. Tropez in Ramatuelle, bedacht ik me achteraf, waar we tijdens een bezoek aan St.Tropez toch nog even langs waren gegaan. De camping bleek te zijn verdwenen en de eigenaresse was iets anders begonnen. Symbolischer kon het bijna niet: al mijn ooit zo heftig emotionele herinneringen aan het rampjaar 1995 vervaagden in een langzaam verdampend verdriet, zo ruimte makend voor een echt nieuw begin.

Bert Vos
juni 2002


Op 26 april 1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe", waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen (te vinden in het archief).

In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk" haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd. In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven" andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot - ondanks alle dubbele gevoelens - toch en misschien wel nóg intenser van het leven kan gaan genieten. Een leven dat weliswaar door het gemis nooit meer hetzelfde zal worden. Een leven dat anders is, maar daarom zeker niet minder waardevol. (Bert Vos, hoofdredacteur)



Dubbel-leven (3): "Container met bijzondere lading"

"Weet je wat jíj moet doen? De laptop pakken en gaan schrijven. Ik zie aan je gezicht dat je er aan toe bent." En natuurlijk heeft Bert gelijk. Het wordt tijd dat ik mijn gevoelens weer eens van me af schrijf. Ook al zie ik er tegenop en is het heel aanlokkelijk om in mijn luie ligstoel onder de parasol te blijven liggen, uit ervaring weet ik inmiddels dat ik mij na afloop een stuk beter zal voelen. Even doorbijten dus maar.

Onze eerste drie weken vakantie zitten er nu op. We zijn met de caravan neergeploft in Zuid-Frankrijk en hebben ons, in tegenstelling tot vorig jaar, voorgenomen om dit jaar niet van camping naar camping te gaan rondtrekken, maar om ons te beperken tot één, hooguit twee campings. Om uit te rusten van alle drukte van de afgelopen maanden: het organiseren van de Draaikolkbijeenkomst in december, het voorbereiden en zo goed mogelijk ten uitvoer brengen van onze huwelijksdag in februari, onze zoektocht naar en de aanschaf van ons gezamenlijk "droomhuis" en de verkoop van onze woningen. Met name die laatste "projecten" brengen helaas met zich mee dat onze "doopcelen" opnieuw door diverse instanties zijn gelicht. Op dezelfde wijze als dat indertijd nodig bleek te zijn na het overlijden van onze partners. Bepaald geen feest van herkenning dus en we zijn het uitleggen en de inbreuk op onze privacy dan ook goed zat. Reikhalzend zien we er naar uit om twee maanden "onbereikbaar" te zijn.

Niets doen

Het huis waar ik met Eric heb gewoond is namelijk verkocht en de inboedel opgeslagen in afwachting van de oplevering van ons huis in oktober. In de tussentijd nemen Bert en ik de gelegenheid te baat om de emotionele tijd die achter ons ligt tijdens de vakantie te laten bezinken want voor verwerken is nog geen tijd geweest. Het 'niets doen' bevalt ons - tot onze verbazing - tot op heden prima. We lezen veel en constateren tevreden dat ons dit elk jaar steeds beter afgaat. De concentratie neemt dus toe. Slechts af en toe komen we uit onze stoel om een rondrit te maken. We zijn sowieso minder rusteloos dan voorgaande vakanties en dit keer hoeven we niet zo veel van onszelf. Ons hoofddoel is: uitrusten en nieuwe energie vergaren voor de eindsprint: de laatste verhuizing.

Logistiek is alles boven verwachting verlopen. Het lijkt haast wel alsof we ergens twee beschermengelen hebben die ons een handje helpen… Het huis heb ik snel onderhands kunnen verkopen en het is bovendien gelukt om binnen een week een verhuizer te vinden die tijd heeft om mijn boeltje op te slaan. Het kost ons drie dagen om alles in te pakken.
Bij alles wat ik deed, voelde ik Bert's bezorgde blikken op mij gericht die ik stelselmatig probeerde te negeren. Als ik nu bij mijn gevoelens zou stilstaan, dan zou er van verhuizen niets meer terechtkomen wist ik. Hoe sneller ik dit achter de rug zou hebben hoe beter. Het verwerken moest (tegen beter weten in) maar even wachten. Dus nam ik zijn veelvuldige kusjes en knuffels dit keer slechts - en passant - vluchtig in ontvangst om vervolgens snel weer met de blik op oneindig verder te gaan. Zelfs de door hem ingelaste - verplichte - pauzes onderging ik eigenlijk met tegenzin. Als het aan mij had gelegen was ik in één ruk doorgegaan. Aan adrenaline geen gebrek.

Een zware klus

Maar het huis eenmaal leeg en schoongemaakt kwam toch het einde in zicht en dat betekende dat er nog één ding was dat ik tot het einde toe had uitgesteld. Een zware klus, letterlijk en figuurlijk: de urn moest nog worden ingepakt… Maar hoe doe je zoiets, zo veilig en discreet mogelijk? Vooral Bert had hier de afgelopen dagen zijn hoofd over gebroken. Telkens als hij erover begon, raakte ik geïrriteerd: dat zouden we aan het einde wel zien. Eerst moest alles ingepakt worden. Maar gelukkig diende zich uiteindelijk een prima oplossing aan in de vorm van de verpakking van een kerstgeschenk dat ik ooit had gekregen van het containeroverslagbedrijf waar ik tot aan Eric's dood twintig jaar had gewerkt.
Het was een stevige kartonnen doos in de vorm van een container en de urn bleek er perfect in te passen. Ik stond erop dat ik de urn met marmeren voetstuk er zélf in zou tillen want ik wilde niet riskeren dat Bert het uit z'n handen zou laten vallen. Hij zou het zichzelf nooit vergeven en dat kon ik hem niet aandoen. Dit risico moest ik zelf maar nemen, ook al betekende dit wel dat ik de urn voor het eerst in mijn armen zou moeten houden… Het deed me heel wat om te zien hoe Bert vervolgens de urn vol zorg verder inpakte. Deze bijzondere container met de mij zo dierbare "lading" is nu "opgeslagen" in Bert's huis en blijft daar veilig ingepakt staan totdat het in ons nieuwe huis kan worden "uitgeladen" om daar een nieuwe plek te krijgen.

Nieuwe fase

Nog een laatste vluchtige blik in de lege en hol klinkende woonkamer die ik voor de nieuwe bewoonster achterlaat precies zoals Eric en ik er destijds in zijn begonnen: voorzien van onze twee tuinstoelen. Tenslotte krabbel ik op de achterkant van een envelop nog een paar woorden voor haar. Ik wens haar veel geluk toe in dit huis. Maar tijdens het schrijven voel ik mijn hand verkrampen. Ik betwijfel of ze mijn gekrabbel heeft kunnen lezen.
In de auto op de terugweg kan ik weer enigszins adem halen en letterlijk mijn rug rechten. Naarmate de afstand groter wordt, voel ik mijn hart lichter worden. En voor het eerst voelt ook Bert dit zo op weg naar zijn huis. We kunnen tevreden zijn. Samen is het ons gelukt om de strakke planning te halen. Drie dagen vóór Eric's derde sterfdag heb ik ons huis verlaten en ben ik op weg naar een nieuwe fase in mijn leven.

En zo zit ik hier aan de Côte d'Azur, ruim een maand later, met gezwollen ogen en een hoofd vol watten bij te komen van een verlate uitbarsting van alle verdrongen emoties. Blijkbaar ben ik nu pas ontspannen genoeg om dit aan te kunnen. En Bert's raad heb ik bij deze opgevolgd.

Monique Vos- juni 2002


Hoe toevallig is het toeval? Kijken door háár ogen of gewenst verlangen?

Het is mij nu al verschillende keren overkomen en nog steeds ben ik er niet aan gewend, werd ik er door overvallen. Er zijn misschien mensen die dit lezen die hun schouders ophalen, anderen vinden mischien dat ik niet zo mag praten over ,, de wereld aan de andere zijde" of de hemel. Maakt mij eigenlijk niet uit. Het overkomt mij en ik geloof niet zo heilig meer in toeval. Daarvoor hebben er te veel ,,toevalligheden" plaats gevonden. Ik schreef op deze plaats enkele jaren geleden over een bijzondere ervaring die ik had in Berlijn bij een expositie van de beroemde surrealistische kunstenaar Max Ernst. Janny hield - net als ik dat doe - van deze vorm van kunst. Schilderijen, kunstwerken, waarbij je volop je fantasie kunt gebruiken en vaak ogen tekort komt. Terwijl ik daar rondliep voelde ik opeens dat ik gestuurd werd en bepaalde schilderijen opnieuw moest gaan bekijken. Als in trance heb ik het gedaan en wist in een flits dat Janny door mijn ogen keek.

Mijn hand werd geleid

Ik had hetzelfde gevoel de afgelopen vakantie twee keer. De eerste keer overkwam me dat bij de abdij van Ganagobie in de Haute Provençe in de buurt van Sisteron. Na het bezoek aan de kloosterkerk met haar mooie mozaïeken vloer ging ik buiten op een muurtje zitten om even rustig van de omgeving en de rust ervan te genieten. Monique was intussen verder gelopen om nog wat foto's te maken en ik zat daar met een folder in mijn hand die ik net in de kerk had gekocht. In het Frans geschreven en dat is nog steeds niet mijn sterkste taal ondanks het feit dat ik hier nu al bijna veertig jaar kom. Opeens was het alsof mijn hand werd geleid en ik sloeg de brochure open en begon te lezen. En ik las dat de kerk was gebouwd in de stijl van Cluny. Op dat moment ging er een schok door mij heen, ik kwam overeind en begon rond de kerk te lopen voor zover dat kon. En zag nu voor het eerst ineens die typische bouwstijl van Cluny, zoals Janny en ik die het laatste jaar van haar leven hebben mogen bewonderen in Bourgondië, onder meer in Cluny zelf en in Paray-le-Monial, waar de kathedraal in die typische Cluny-stijl optimaal te pronk staat. Ik was opnieuw van slag. Het was minder heftig dan in Berlijn. Maar toch… Even later hoefde ik Monique niks te zeggen. Ze had het op enige afstand gezien en gevoeld hoe ik had gereageerd.Ze had er zelfs een foto van gemaakt...

De mystiek van de zwarte bergen

De tweede keer overkwam me tijdens een rondtocht langs het ,,Defilé de Pierre Ecrite", onderdeel van een langere geologische route zoals later bleek. Ik had de tocht ,,op mijn gevoel af" op de kaart ,,geprikt" zonder er enige informatie over te hebben. Het was een schitterende rit met kloven en diepe dalen, met prachtige vergezichten en die ongekende kleurenweelde van bloeiende bermen en weiden. En dan opeens: de schok. Op dat moment reed ik en toen we een scherpe bocht omgingen passeerden wij links van ons een landschap met zwartgrijze bergen. Opnieuw was ik als in trance toen ik er langsreed. En deed wat ik in de bergen anders nóóit zal doen: ik stopte en reed in de achteruit ettelijke tientallen meters terug om pas te stoppen bij het mooiste en meest opvallende deel van de zwarte bergen. Daar parkeerde ik de auto en stapte zwijgend uit.
Monique begreep er niet veel van, maar kon feilloos uit mijn gedrag opmaken dat het met Janny te maken had. En dat klopte. Ik vertelde haar later hoe het zat. Tientallen jaren geleden was ons gezin in de ban van mineralen, fossielen en gesteenten (kristallen) die tijdens onze vakanties zeer fanatiek werden gezocht en verzameld. We hadden al een aardige verzameling opgebouwd. Eén van de hoogtepunten was onze vakantie in het gebied van de Causse Noir in de omgeving van Millau. We stonden op een rustige camping aan de Tarn en elke avond, als de temperatuur wat was gedaald, reden we de zwarte bergen in en zochten daar naar fossielen en kristallen. Met name Janny was bijzonder gefascineerd door dit zwarte ,,maanlandschap" en ook al vonden we wel eens een avond niets, ze genoot met volle teugen. En die zwarte bergen van het ,,Defilé de Pierre Ecrite" bij Sisteron leken wel verdacht veel op de Causse Noir bij Millau. Janny zette me er op dat moment ongetwijfeld toe dat ik stopte en terugreed. Toen Monique me vroeg wat ik nu precies had gevoeld, kon ik dat niet eens goed uitleggen. Behalve dat er een zin door mijn geest had gedwaald, zoiets als: ,,Hier kan ik wat dichter bij je zijn..."

"Storing"

Dat mijn video-opnamen bij terugkeer op de camping uitgerekend vanaf dit punt op de band onscherp bleken te zijn opgenomen, vonden we wel héél toevallig, maar ik denk zelf dat het gewoon mijn fout was, gestuurd door de emotionele omstandigheden... Maar ik wilde die opnamen natuurlijk wel scherp hebben en daarom reden we de route een paar dagen later nog een keer. Dit keer gebeurde er niets en was dat bijzondere gevoel verdwenen. Dat bevestigt mijn ervaring dat een herinnering, ook al is die nog zo kort geleden, niet ,,overgedaan" kan worden...

Bert Vos
juni 2002             
                                                         


Gedichten van Bert Vos

Nu even niet

Weg is ineens de inspiratie
van emoties en verdriet
Weg is ineens de wanhoop
't is weg, het is er even niet

Ik voel me lekker in mijn vel
en lach een luide lach
Ik zie ineens een andere wereld
veel helderder dan ik ooit zag

Daarom schrijf ik dit gedicht
met een glimlach om mijn mond
Een lekker lichtgewicht gedicht op deze plek
waar gisteren nog de wanhoop stond

juli 2002



Reacties op de vorige brief van de maand, van Anita Ophoff

We ontvingen verschillende reacties op de brief van de maand van Anita Ophoff in onze vorige editie over verhuizen.

Hallo Anita,

Jouw verhaal maakt ook op mij veel indruk. Ik ben zelf drie jaar na het overlijden van mijn ventje verhuist, maar ik wilde ook in de "buurt" blijven van het kerkhof. Zijn broer heeft mij gevraagd om naar Groningen te komen, maar dat vond ik te ver weg van mijn ventje. Wij hadden ook een huis uit 1930, met veel plannen. Wij hadden er ongeveer 15 jaar voor uitgetrokken om alles op te knappen. Maar helaas, na vijf en een half jaar is hij gestorven.
Ik ben erg depressief geweest en na veel verdiet en nadenken tot de conclusie gekomen dat ik wilde verhuizen. Niet omdat ik weg wilde, maar er moest nog zoveel gebeuren en daar had ik alleen de energie niet voor.
Ook wilde ik kleiner gaan wonen, want wat moest ik met drie verdiepingen? Veel te groot voor mij alleen.
Het huis heb ik te koop gezet, en die was in acht weken verkocht. Daar had ik niet opgerekend, zo snel.
Zelf had ik nog niets gevonden, maar ik was wel druk aan het zoeken en opruimen. Als je van drie verdiepingen naar een driekamerappartement gaat, dan moet je keuzes gaan maken. Dat is de moeilijkste klus van mijn leven geweest, zoveel afscheid en zoveel pijn en verdriet. Heel veel weggegooid en weggeven.
Ik woon nu twee maanden in Capelle aan den IJssel in een driekamerappartement met tuintje. Nog een voordeel van een flat is dat het meeste onderhoud gezamenlijk wordt gedaan en dat geeft toch wat rust. Ik ben verschillende keren wezen kijken voordat ik de knoop doorhakte, en heb er vanaf de eerste keer een heel goed gevoel over gehad. Alles bij elkaar, vanaf de verkoop tot de verhuizing, heeft maar acht maanden geduurd en ging samen met heel veel verdriet.
Voor iedereen heel veel sterkte gewenst,

Ankie van Noordennen, e-mailadres: noordennen@zonnet.nl


Hallo Anita,
Veel herken ik in jouw verhaal. Ik woon ook in Overijssel. Mijn man, Henk, overleed 14 november 2000 na een snelgroeiende hersentumor. Hoewel de prognose slecht was, kon hij zelf niet bevatten dat hij zou overlijden en dat alle moeite die wij gedaan hadden om een eigen bedrijf te laten groeien, voor niets was geweest.
Na de begrafenis heb ik de melkkoeien verkocht, die de laatste maanden door een bedrijfshulp waren verzorgd. Ik wist dat ik alle gebouwen nooit alleen zou kunnen onderhouden.
Maar o.a. de huisarts adviseerde het eerste jaar niet te verhuizen, omdat van te veel verandering in je leven een mens snel depressief kan worden. Het jongvee bleef, ik voerde ze tweemaal per dag en wou ze, voordat ze een kalf kregen, verkopen.
De kinderen moesten naar school en naar de sport gebracht worden. Ik zag het als een enorme uitdaging om te laten zien dat ik het alleen wel red, dat ik de kracht heb, ook in moeilijke situaties verder te leven. Ik wou er weer netjes uit zien, de kinderen goed verzorgen en het bedrijf langzaam afbouwen. We aten super lekkere toetjes, konden eindelijk weer tijd vrij maken om kleding te kopen, ik las boeken over rouw, kocht computerboeken en oefende daarmee, er kwam veel bezoek en ik praatte alle ellende van me af. En het lukte. Mijn gewicht en dat van mijn zoon herstelde zich, de holle ogen verdwenen. En dat geeft voldoening. Eind december werkte ik, net als voor de ziekte van mijn man, weer 10 uur per week buitenshuis.
In februari kwam er de MKZ-crises, met een vervoersverbod en een bezoekverbod op het platteland. Het hoog drachtige jongvee mocht maandenlang niet verkocht worden, met alle problemen vandien, een eenzame tijd. Hieruit blijkt dat adviezen niet altijd zaligmakend zijn.
Juni 2001 was het mogelijk alle dieren en de machines te verkopen. Het schoonmaken en opruimen van de boerderij was een enorme klus, maar ook weer een uitdaging.
We waren in 15 jaar huwelijk wegens gebondenheid aan het melkvee, nooit op vakantie geweest. Met tranen in de ogen reserveerde ik op het laatste moment nog een stacaravan voor de laatste vakantieweek in augustus 2001. Voor de kinderen (nu 12 en 10 jaar) een enorme belevenis.
Ondertussen hield ik op internet wel steeds in de gaten welke huizen er in de bebouwde kom te koop stonden. Na de vakantie voelde ik dat het een teleurstelling zou zijn als een bepaald huis niet meer te koop zou staan. Ik maakte een afspraak met een makelaar, ging kijken en deed een goed bod op dat huis. Maar tot mijn verbazing belde de makelaar na een week dat de verkopers, een echtpaar gescheiden van tafel en bed, weer wilden proberen samen te leven en het huis uit de verkoop haalden.
Pas februari 2002 kwam een enigszins vergelijkbaar huis in het dorp te koop. 27 Juni krijgen we de sleutel en in juli verhuizen we. De kinderen zijn enthousiast om dichter bij school, bij de vrienden en de sport te wonen, in een groter huis. Naar mijn idee moet het gewoon lukken te leven met minder ruimte om je huis en met minder privacy. Het moet lukken er iets moois van te maken, ook al ben ik me heel bewust van dat dubbele gevoel. Het gevoel dat ik later met tranen in de ogen langs de boerderij fiets, tranen om het gemis van Henk en het gemis van de uitdaging die het samen runnen van een bedrijf met zich meebrengt.
De nieuwe bewoner van de boerderij gaat hier volgende week in een caravan naast wonen, zijn vee loopt er al en zijn machines staan al in de schuren. Ook dat is heel dubbel. Iemand anders beslist wat er hier gebeurt, het is wel weer druk en gezellig, het herinnert aan de tijd met mijn man. Ik ben voldaan dat alle schuren en het land weer gebruikt worden.
Ik verhuis niet omdat het financieel absoluut noodzakelijk is en ook niet, zoals sommigen denken, om mijn man zo snel mogelijk te vergeten. Zijn foto blijft in de woonkamer staan, en alle herinneringen aan hem verhuizen met ons mee. Ik verhuis alleen omdat ik alle gebouwen en het erf achteruit zie gaan, en niet wil wachten totdat het geheel vervallen is.

Annie van Coeverden, e-mailadres: coe47@hotmail.com


Ruggesteuntjes (7) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos



'Hoop' is een ding met veren dat neerstrijkt in de ziel...
-Emily Dickinson-

Tenzij je vrede sluit met wie je bent, zul je nooit tevreden zijn met wat je hebt. -Doris Mortman-

Zoek niet buiten jezelf, de hemel zit van binnen. -Mary Lou Cook-

Meer dan geluiden en vergezichten kunnen geuren een gevoelige snaar raken. -Rudyard Kipling-

Alleen de zintuigen kunnen de ziel beter maken, net zoals alleen de ziel de zintuigen beter kan maken. -Oscar Wilde-

Want het reukzintuig heeft, meer dan de andere, het vermogen herinneringen op te roepen en het is jammer dat we het zo weinig gebruiken. -Rachel Carson-

Uit: "Eenvoud in overvloed" - Sarah Ban Breathnach. 2000 - Forum - Amsterdam, ISBN 90 225 2245 8


Boekbespreking: ,,Leven met de dood"

boek dat je een spiegel voorhoudt

"Leven met de dood. Leren omgaan met het verlies van een geliefde, familielid of vriend, en het bestaan van leven na de dood." - Raymond A. Moody met Dianne Arcangel; A.W. Bruna Uitgevers, Utrecht 2002, ISBN 90 229 8581 4, 255 blz.

 "De dood van iemand die ons zeer dierbaar was, veroorzaakt gewoonlijk onvoorstelbaar lijden. Hoe we over ons verlies heenkomen is noch goed noch slecht, noch juist noch verkeerd; de kwaliteit van ons leven hangt echter af van hoe we doorgaan. In de meeste gevallen bereiken nabestaanden op den duur óf een punt van herstel óf een punt waarop ze erboven uitstijgen."

Moody (bekend Amerikaans arts/psychiater en academisch filosoof) en Arcangel (therapeute) houden zich samen professioneel bezig met thanatologie (de leer van de oorzaken en verschijnselen van de dood) en overleven (leven na het bestuderen van de dood).
Aan de hand van gesprekken met nabestaanden en vanuit de persoonlijke ervaringen van de schrijvers wordt in dit boek allereerst uiteengezet hoe elk volgend sterfgeval voorgaande verdrietige gevoelens oproept. De manier waarop vroeger binnen het gezin met verdriet is omgegaan, is in dit verband bepalend hoe met latere verliezen wordt omgegaan.

Omgaan met stress

De stress die door het verdriet wordt veroorzaakt, kunnen vele symptomen met zich meebrengen, zoals verminderde concentratie, hoofdpijn, wisselende stemmingen, slaapstoornissen enz. Deze verwarde toestand van geest en emoties is in feite heel normaal in het beginstadium van het verlies. Van binnen zijn er namelijk twee sterke krachten aan het werk: de geest probeert de realiteit van de dood te bevatten en tegelijkertijd vindt er een biologische reactie van de hersenen plaats. Uitgelegd wordt op welke symptomen men alert moet zijn om uitputtingsverschijnselen tijdig te kunnen herkennen. Hóe met de stress wordt omgegaan is overigens belangrijker dan het verschijnsel zelf. Wekkers en deadlines blijken dan motiverend te kunnen werken.
Uitbanning van dit soort stress vereist fysieke actie, vergezeld door woorden of geluiden (N.B.: het slaan met potten en pannen tijdens het koken bijvoorbeeld, MV)). Terwijl beweging wordt gemotiveerd door wilskracht, wordt uitbanning gemotiveerd door gevoelens die zo diep gaan dat er iets gedaan moet worden om de energie in beweging te krijgen. "Alles wat we doen is slechts een vruchteloze, fysieke activiteit, tenzij het vergezeld gaat van een vorm van geluid die de emoties losmaakt."

Jezelf tijdelijk uit de wereld terugtrekken

De vele emoties waarmee nabestaanden te maken krijgen, zoals gevoelens van boosheid, angst en paniek, schuld, opluchting enz., vergen veel energie. Je geïsoleerd voelen is een emotie, maar jezelf isoleren is een gedragspatroon. Benadrukt wordt dat het heel belangrijk is dat mensen die rouwen de tijd nemen om zich tijdelijk uit de wereld terug te trekken om hun verlies te verwerken.

Een ieder rouwt op z'n eigen manier

Omdat iedere nabestaande zijn of haar verdriet op geheel eigen - unieke - wijze verwerkt, en omdat ook de schrijvers wat dit betreft een voorbeeld zijn van twee tegengestelden, hebben zij dit boek samen geschreven. Zo heeft Moody het verlies van zijn pasgeboren zoontje indertijd intellectueel benaderd. En juist omdat zijn verstand overwicht heeft op zijn emoties, geeft hij steevast iedereen die rouwt het (voor hem zélf zo moeilijk op te volgen) advies: "Huil. Het is goed voor je."
Arcangel daarentegen is een gevoelsmens en heeft zich na het verlies van haar ouders tot gedrags- en cognitieve therapie gewend om haar leven in evenwicht te houden. Beiden adviseren om (desgewenst) voor een therapeut te kiezen die werkt vanuit een perspectief dat tegenovergesteld is aan dat van jou. Ben je een gevoelsmens, kies dan voor een therapeut die redelijk denken bevordert. Ben je intellectueel ingesteld, dan zal een therapeut die zich op gevoelens concentreert je emotionele ontwikkeling bevorderen.
Uitgelegd wordt welke variabelen zoal een rol kunnen spelen bij de verwerking. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan leeftijd, de manier van overlijden, de relatie, sociale steun en gezondheid. Wanneer nabestaanden al in een crisis verkeren (bijvoorbeeld door een ernstige ziekte of zwangerschap) kunnen ze ervoor kiezen hun rouwperiode uit te stellen totdat het hen beter gaat. Maar onder omstandigheden is het mogelijk dat iemand daarna nooit meer zover komt dat hij zich kan aanpassen.
Ook is het bekend dat mannen en vrouwen heel verschillend op een verlies kunnen reageren. Vrouwen geven zich doorgaans onmiddellijk over aan hun gevoelens, ze snikken en treuren om hun geliefden. Bij mannen komt het verdriet vaak pas later. Zij storten zich dan eerst op hun werk en hobby's.

Het belang van goede communicatie

In het contact met nabestaanden doen zich nogal eens wrijvingen voor. Omdat op een verkeerd (veelal te vroeg) tijdstip opmerkingen worden gemaakt die voor de nabestaande dan heel pijnlijk zijn. Vaak omdat de "troosters" zo hun eigen onbehagen willen wegdrukken. Onbewust smeken ze: "Niet zo verdrietig zijn; ik kan het niet verdragen." Hoe sterker hun uitspraak, des te meer ze hun eigen pijn willen vermijden. De meesten geven zo in feite uiting aan hun eigen behoeften: "Je moet doorgaan met je leven", "Je moet meer de deur uit" of "Je moet ophouden zo verdrietig te zijn".
Volgens Moody en Arcangel zou de nabestaande zijn reactie op kwetsende opmerkingen af moeten laten hangen van de beantwoording van de vragen: Wil ik een relatie met die persoon? Zo ja, wat voor relatie wil ik dan? Is die de moeite waard? Maar als diegene merkt dat een relatie met die persoon zijn ontwikkeling in de weg staat, dan kan het moment zijn aangebroken om afstand te nemen, althans voor het ogenblik.

Verdriet van je af praten

Sommigen vertellen keer op keer hun verhaal. Vaak weet men niet hoe men zich voelt tot ze het zichzelf horen zeggen. Hoe vaker ze hun verhaal vertellen, des te sneller hun emoties zich normaliseren. Het heeft dus een genezende werking…… mits men er dan wél bij vertelt hoe men zich voelt ('Daarom ben ik zo kwaad op hen', Ik ben zo verdrietig zonder haar' of 'Nu ben ik zo teleurgesteld omdat ze dat gedaan hebben'). Want degenen die blijven steken in hun verhalen brengen hun gevoelens niet tot uitdrukking.

Rouwfasen in willekeurige volgorde

Nabestaanden doorlopen veelal verschillende fasen van rouw (zoals ontkenning, boosheid, onderhandeling, depressie en aanvaarding). Belangrijk is echter te beseffen dat dit geen vaste volgorde hoeft te zijn. Deze fasen kunnen dan ook naast elkaar bestaan, totaal overgeslagen worden, met tussenpozen kunnen optreden of zich kunnen herhalen.

"Verdriet kent slechts één maat: extra large. Als we het wegstoppen achter in een lade waar geen daglicht ooit doordringt, dan zal het onveranderd blijven. Maar als we het dragen, voelen, erover praten en het met anderen delen, zal het waarschijnlijk vervagen, krimpen, slijten of eenvoudig niet meer passen. Wanneer verdriet zijn doel bereikt heeft, zijn wij in staat de vele goede dingen die we hebben gehad te herkennen."

Tijdens het lezen van dit boek werd mij diverse keren een spiegel voorgehouden. Dit leverde mij een aantal nieuwe inzichten op over mijn eigen verwerking, die ik in andere boeken niet ben tegengekomen. Anders dan de ondertitel misschien doet vermoeden, wordt er niet meer dan een twintigtal bladzijden gewijd aan het baanbrekende onderzoek dat Moody verricht naar "bijna doodervaringen" (BDE) en alles wat daarmee samenhangt. Geïnteresseerden kunnen hiervoor zijn boek "De tunnel en het licht" lezen (ISBN 90 449 8002 5).

Monique Vos


Ingezonden bijdragen door lotgenoten

Lieve Evert

23 jaar herinneringen
Ze liggen hier
Veel van verdriet
Veel van plezier

Wij sluiten vanavond deze deuren
Het is ons plekje niet meer
Eens moest dit gebeuren
Toch doet het zeer

Wij leven ons leven
Alle drie apart
Wat jij aan liefde hebt gegeven
Zit voor altijd in ons hart

Die zal nooit af te sluiten zijn
Daar is geen deurtje voor nodig
Zonder jou geeft zoveel pijn
Ieder uitleg overbodig

De allermooiste tijden
Die wij hier hebben gehad
Jij, ik en twee fijne meiden
DAT was onze grootste schat

Wij weten zeker waar we ook heengaan
Overdag of in de nacht
Jij zal altijd naast ons staan
Die gedachte geeft ons kracht

Julia van Surksum-Gaarenstroom, e-mailadres: bajo@home.nl


Hallo Bert & Monique,

Na het verlies van Hanni op 31 december 2001 viel ik in een hele diepe, donkere put. Iedere avond keek ik naar de Draaikolk en las zo ongeveer alles, inclusief het archief. Eerst anoniem, later aangemeld. Lang heeft bij mij de gedachte om weer samen met Hanni te willen zijn vaste vorm gehad. Teruglezend in mijn dagboek zie ik nu dat ik langzaam toeleefde naar de verjaardag van Hanni om op die dag naar haar toe te gaan. Mailen met lotgenoten heeft mij ontzettend geholpen, maar wat mij ook geholpen heeft en nog steeds helpt, is het gedicht dat ik jullie nu toestuur en dat ik kreeg kort na het overlijden van Hanni.
Eerst had ik alleen maar oog voor de regel: I wait for the time when we can soar again, maar mijn oudste kleindochter (6) heeft mij onbewust heel duidelijk gemaakt dat ik ook oog moet hebben voor een andere regel: Until then, live your live to its fullest. Ook al is dat nu nog te moeilijk, toch voel ik me nu verplicht tegenover mijn kinderen en kleinkinderen om door te gaan, ook al is het alleen maar voor hen. Ik heb geen idee hoe het zit met de auteursrechten, maar misschien is het gedicht een publicatie in de Draaikolk waard.
Het gedicht is "Ascension" van Colleen Hitchcock :

And if I go,
While you're still here.
Know that I live on,
Vibrating to a different measure
Behind a thin veil you cannot see through.
You will not see me,
So you must have faith.
I wait for the time when we can soar again,
Both aware of each other.
Until then, live your live to its fullest.
And when you need me,
Just whisper my name in your heart,
..........I will be there.


Groetjes van Frans Blösser, e-mailadres: f.blosser@hetnet.nl


Brief van de maand:

Verdriet en boosheid na ziekenhuismissers en de harteloosheid van (sommige) medici

We ontvingen van Dicky (haar achternaam kennen we helaas niet) een verdrietige brief vermengd met boosheid over wat haar voor en na het overlijden van haar man is overkomen. Een verhaal over ernstige ziekenhuismissers. We denken dat dit verhaal niet op zichzelf staat. Het gebeurt vaker. Dat er fouten gemaakt worden in de medische wereld, dát is op zich niet te voorkomen, ook dat is mensenwerk. Maar wat erg kwalijk is, is de wijze waarop medici met nabestaanden omgaan. Of liever gezegd: niet mee kunnen omgaan en er dus met een boog om heen gaan. Veel medici hebben in hun opleiding nooit geleerd hoe ze moeten omgaan met het verdriet en het leed van de nabestaanden. Omgaan met de dood. Het is natuurlijk óók een kwestie van gevoel. Het besef dat de patiënt geen ,,ding" is, maar een mens van vlees en bloed. Een mens met anderen om zich heen die hem liefhebben en hem niet kunnen missen. Wat Dicky overkwam is eigenlijk onbestaanbaar voor normaal denkende mensen, maar blijkbaar gebeurt het toch. Aan de andere kant zijn er natuurlijk ook geweldige medici die met heel veel gevoel voor hun patiënten handelen. Maar dat neemt niet weg dat bijvoorbeeld ook medische klachtencommissies, zoals Dicky terecht opmerkte, rekening dienen te houden met de uiterst kwetsbare gevoelens van nabestaanden en (als het verantwoord kan) daar rekening mee houden bij het formuleren van hun uitspraak. Begrip alleen is niet voldoende.

Wie op deze brief wil reageren en/of zijn of haar eigen ervaringen op dit terrein wil vertellen, kan dat doen via e-mail naar: info@draaikolk.com of desgewenst rechtstreeks naar Dicky. Bedankt!

Bert


Beste allemaal,

Omdat ik met zoveel verdriet en boosheid zit, wil ik heel graag mijn verhaal kwijt.
Mijn man is vorig jaar overleden. Hij had 7 jaar daarvoor een hartoperatie gehad en met medicijnen, rustig aan doen en 2 x per jaar controle bij de cardioloog ging het best goed.
Twee jaar voor zijn overlijden is hij opgenomen geweest voor hartritmestoornissen. Hij is toen ook geheel onderzocht. Zijn lever bleek licht beschadigd te zijn. De internist schreef een brief aan de cardioloog met als slot: Mocht er aanleiding zijn dan zien we hem gaarne terug. Twee keer per jaar werd mijn man onderzocht en nooit hebben wij gehoord dat er aanleiding was. Hij had ook geen klachten.

Verleden jaar eind april kreeg mijn man opeens een breuk (volgens de huisarts). Hij heeft toen nog een breukband aangeschaft. Omdat hij kort daarop naar de cardioloog moest en de wachttijd voor de internist lang duurde heeft hij aan de cardioloog gevraagd of hij hem niet kon doorverwijzen. Dat gebeurde. 's Woensdags waren wij bij de internist, die hem vroeg of hij tijd had om opgenomen te worden. Hoe eerder hoe liever natuurlijk. Donderdags is mijn man opgenomen met de mededeling dat de onderzoeken 's maandags zouden beginnen.
Vrijdagmorgen belde mijn man mij op met de mededeling dat hij maar 30 tot 40% overlevingskans had. Ik dacht nog, waar maakt hij zich zo druk om, misschien is hij al zo bang voor de onderzoeken. Het bezoekuur in het ziekenhuis was om 14.00 uur maar omdat ik toch niet gerust was door het telefoontje ging ik om 13.45 uur zijn kamer binnen. Hij was in gesprek met een (vrouwelijke) internist en twee verpleegsters. De internist stuurde mij op een botte manier de kamer af met de mededeling dat het bezoekuur nog niet begonnen was. Ik ben op de gang gaan wachten en toen de internist de kamer uitkwam liep ze ook straal langs mij heen. Mijn man had haar wel verteld dat ik zijn partner was. Op dat moment dacht ik nog, het zal wel meevallen anders zou die arts mij wel aanspreken.
Ondertussen kwam er veel visite en het gesprek van die ochtend kwam helemaal niet meer aan de orde.

Zaterdagmiddag ging ik met vrienden mijn man bezoeken. Wij hadden allerlei bladen voor hem gekocht en telefoonkaarten. Wij troffen hem toen aan in coma. Ze hadden mij van te voren totaal niet gewaarschuwd. Ik ben toen geheel overstuur naar de verpleging gegaan om te vragen wat er in godsnaam aan de hand was. Die spraken over een tijdelijke verwardheid, mijn man was zelfs nog alleen naar de wc geweest. Ik kon mij dit haast niet voorstellen en zo ik nu uit de rapporten ook lees moet je niet kijken hoe. Ze hebben hem op de wc aangetroffen met de kraan open. Omdat de toestand 's avonds nog precies hetzelfde was en er niets gebeurde heb ik een gesprek met die internist aangevraagd. Dat kon de volgende dag 's ochtends. Na uren op die arts gewacht te hebben kregen wij een gesprek. Na dit gesprek ben ik gewoon in een shock beland en kan me van de hele dag niets meer herinneren. Wij werden zo onbeschoft behandeld. 's Avonds is mijn man overleden.
Ik heb de klachtencommissie ingeschakeld omdat die arts mij ontnomen heeft om afscheid te nemen van mijn man en mij totaal niet heeft verteld wat er aan de hand was.
Uit de rapporten die ik nu ontvangen heb blijkt dat zij vrijdagochtend al wist dat de situatie uitzichtloos was. Ze hadden een gezwel op de lever ontdekt.

De uitslag van de klachtencommissie was: ze hebben zeker begrip voor mijn klachten en zullen de regelgeving aanpassen, maar alles heeft geen schade gehad voor de patiënt.
Maar ik leef nog en kan zelfs na een jaar de hele toestand niet loslaten.
Je hebt niet alleen het verdriet en het gemis, maar ook had ik zo graag waardig afscheid van hem willen nemen.

dicky, e-mailadres: Dicky3@wanadoo.fr


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren